Thema's van de commissie SZW

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid controleert de wetgeving en het beleid van de bewindspersonen (minister en staatssecretaris) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarnaast controleert de commissie de besluitvorming over Europese initiatieven die op haar terrein vallen. Het beleid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is te verdelen in zeven hoofdthema’s, die hieronder staan uitgelegd.

Hoe werkt de commissie?

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid controleert de wetgeving en het beleid van de bewindspersonen (minister en staatssecretaris) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarom gaat de commissie regelmatig in debat met de minister en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Dit doet zij onder andere door:
• het voeren van debatten en (schriftelijke en mondelinge) overleggen met de bewindspersonen;
• het organiseren van rondetafelgesprekken en hoorzittingen;
• in gesprek te gaan met deskundigen, belanghebbenden en derden;
• het afleggen van werkbezoeken;
• zich te laten voorlichten door colleges van advies;
• rapporteurs aan te stellen.

De stand van zaken over wetgeving op het terrein van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunt u volgen via Wetsvoorstellen Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Arbeid en zorg

Werknemers hebben naast vakantie recht op verschillende soorten verlof. Bijvoorbeeld zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof of zorgverlof. De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor de regelingen om werk en zorg te kunnen combineren.

Daarnaast biedt de Rijksoverheid financiële ondersteuning aan werkende ouders voor kinderopvang en bevordert het de kwaliteit van kinderopvang.

Arbeidsmarkt

Als gevolg van maatschappelijke- en economische ontwikkelingen neemt de verscheidenheid aan arbeidsrelaties toe. Naast de traditionele arbeidsrelatie ontstaan er vormen van flexwerken, zzp-schap en het combineren van verschillende (soorten) banen (de zogeheten combinatiebanen). Deze diversiteit biedt mensen nieuwe mogelijkheden, maar leidt ook tot grotere onzekerheid. Deze ontwikkelingen hebben ook gevolgen voor het stelsel van sociale zekerheid en pensioen.

De regering en sociale partners (werkgevers en werknemers) onderhandelen of en hoe op deze ontwikkelingen moet ingespeeld worden.

Armoede en schulden

Naar schatting heeft één op de vijf Nederlandse huishoudens problematische schulden of een risico daarop. Iedereen kan in de schulden belanden, bijvoorbeeld door echtscheiding of werkloosheid. Armoede en schulden hebben grote impact op het leven van mensen. Het geeft stress en kan gezondheidsproblemen veroorzaken of problemen binnen een relatie. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het helpen van mensen in schulden en armoede. Zij ontvangen hiervoor middelen vanuit de Rijksoverheid.

Gezond en veilig werken

Het is belangrijk dat werknemers een gezonde en veilige werkplek hebben. Goede arbeidsomstandigheden zorgen ervoor dat werknemers minder vaak ziek, overspannen of arbeidsongeschikt zijn. Door gezond werk hebben mensen meer plezier in hun werk, presteren zij beter en kunnen zij ook langer doorwerken. Werkgevers, werknemers en opdrachtgevers moeten er samen voor zorgen dat de werkplek gezond en veilig is.

De Inspectie SZW houdt toezicht op de arbeidsomstandigheden.

Integratie en inburgering

De regering wil de maatschappelijke samenhang en sociale stabiliteit bevorderen door participatie en inburgering van iedereen met een migrantenachtergrond. Het doel is dat mensen zonder belemmering kunnen meedoen in de samenleving, in al hun verscheidenheid met elkaar samenleven en dat iedereen zich thuis voelt ongeacht herkomst, religie of levensovertuiging. De regering wil dit realiseren door het voorkomen van maatschappelijke spanningen, te zorgen dat voorzieningen evenredig beschikbaar zijn voor alle burgers in Nederland en door ervoor te zorgen dat nieuwkomers snel de Nederlandse taal en samenleving leren kennen.

Met pensioen

Om na hun werkzame leven voldoende inkomen te hebben, bouwen mensen pensioen op. Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers.

De eerste pijler is de Algemene Ouderdomswet (AOW), een soort basispensioen aan alle Nederlanders die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt.

De tweede pijler bestaat uit een collectieve pensioenregeling, het zogenoemde arbeidspensioen. Het grootste deel van de werknemers neemt verplicht deel aan pensioenregelingen, die vaak worden beheerd door vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Het doel is om te voorkomen dat mensen met pensionering er qua inkomen sterk op achteruit gaan.

In de derde pijler van het pensioenstelsel kunnen mensen op eigen initiatief pensioenvoorzieningen afsluiten.

Participatie(wet)

Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingevoerd. Het doel van de Participatiewet is om iedereen, met en zonder arbeidsbeperking, aan de slag te krijgen. Het liefst bij een gewone werkgever. Iedereen die het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de wet ligt bij de gemeenten. Zij krijgen hiervoor geld van de Rijksoverheid.

Commissie SZW en Europa

De commissie SZW controleert de besluitvorming over Europese initiatieven die op haar terrein vallen. Hierbij kan het gaan om minimumrechten voor werknemers, de rechten en plichten bij grensoverschrijdend werknemersverkeer, Europese regels voor gezond en veilig werken maar ook bijvoorbeeld om de vormgeving van de sociale fondsen die deel uitmaken van de EU-begroting.

Voorafgaand aan vergaderingen van de Europese ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Raad WSB) voert de commissie overleg met de bewindspersonen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de Nederlandse inzet te bespreken. Daarnaast gebruikt de commissie verschillende EU-instrumenten om invloed uit te oefenen op lopende EU-onderhandelingen, waaronder de subsidiariteitstoets, het parlementaire behandelvoorbehoud en het voeren van een politieke dialoog met de Europese Commissie. Bij grote, complexe voorstellen kan een rapporteur benoemd worden.

Een nadere uitleg bij de instrumenten die de Kamer ter beschikking staan, vindt u hier op de webpagina van de commissie voor Europese Zaken.

Naar boven