Brief regering : Rectificatie Kamerbrief voortgangsrapportage interne-marktactieagenda (Kamerstuk 22112-3817)
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
36 476
Staat van de Europese Unie 2024
Nr. 3864
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 december 2023
Een stevige basis in een woelige wereld. Die biedt de Europese interne markt als één
ruimte zonder binnengrenzen. Een goed werkende interne markt is van groot belang voor
de Europese concurrentiepositie in de wereld en voor een concurrerend vestigings-
en ondernemingsklimaat in Nederland. Daarmee levert de interne markt een belangrijke
bijdrage aan het bereiken van open strategische autonomie van de Europese Unie (EU).1 Voor een goed functionerende interne markt is het vrij verkeer van goederen, personen,
diensten en kapitaal een randvoorwaarde. Alleen als dit vrije verkeer goed werkt,
biedt de interne markt kansen voor burgers en ondernemers en kunnen de beleidsdoelstellingen
in de groene en digitale transities worden behaald. De interne markt vereist continu
onderhoud. Om nadere stappen te zetten heeft het kabinet in juni vorig jaar een kabinetsbrede
interne-marktactieagenda uitgebracht.2 Het kabinet streeft naar een sterke, duurzame en eerlijke interne markt.
In voorliggende rapportage informeert het kabinet u over de resultaten en belangrijke
processtappen op deelterreinen in de uitvoering van deze interne-marktactieagenda.
Dit gaat om acties binnen Nederland en op Europees niveau. Diverse acties zijn processen
van de lange adem. De actieagenda kent vier prioriteiten:
1. arbeidsmobiliteit,
2. digitalisering,
3. vergroening, en
4. randvoorwaarden versterking interne markt.
Per prioriteit worden aan het eind van elke paragraaf kort de belangrijkste resultaten
genoemd van het afgelopen jaar. De bijlage bij deze brief bevat een gedetailleerd
overzicht van de voortgang per deelterrein van de actieagenda. In deze rapportage
is niet gestreefd naar volledigheid; de interne markt is immers nooit af, maar vergt
onderhoud op Europees én nationaal niveau op zeer veel verschillende beleidsterreinen.
Doel van de interne-marktactieagenda is niet alleen het afronden van de acties, maar
vooral ook het verbeteren van de werking van de interne markt over beleids- en landsgrenzen
heen. Onder meer om belemmeringen weg te nemen voor burgers en ondernemers.
Vermeldenswaardig is in dit kader het voornemen van de Europese Commissie om rapportageverplichtingen
in EU-regels met 25% te reduceren.3 Commissievoorzitter Von der Leyen heeft in haar Staat van de Unie-toespraak in september
2023 aangegeven hierbij samen te willen werken met EU-landen en genoemde doelstellingen
ook met 25% reductie-inspanningen op nationaal niveau te matchen. De interne-marktactieagenda
zal ook helpen om belemmeringen weg te nemen.
1. Arbeidsmobiliteit
Het grensoverschrijdend dienstenverkeer vormt net als het vrij verkeer van werknemers
een belangrijk onderdeel van de interne markt en levert veel voordelen op. Om het
dienstenverkeer binnen de EU verder te faciliteren, is het van belang om ongerechtvaardigde
belemmeringen aan te pakken en tegelijkertijd oog te houden voor de bescherming van
werkenden. Om draagvlak voor de interne markt te behouden is het belangrijk dat burgers,
werknemers en ondernemers hiervan de vruchten kunnen plukken. Tegelijk moet het aantrekkelijk
blijven om over de grens te ondernemen zonder onnodige administratieve belemmeringen.
Maatregelen op Europees niveau en adequate handhaving moeten garanderen dat wordt
geconcurreerd op kwaliteit en dienstverlening en niet op arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden
en het beschermingsniveau van werknemers.
Het kabinet spreekt in Europees verband met de Commissie en EU-landen om ongerechtvaardigde
belemmeringen in kaart te brengen en weg te nemen. In de Europese Taskforce interne-markthandhaving
(Single Market Enforcement Taskforce, SMET) worden concrete ongerechtvaardigde belemmeringen
aangepakt. Binnen de SMET worden kennis en ervaring uitgewisseld over het verminderen
van ongerechtvaardigde administratieve lasten voor ondernemers die te maken hebben
met grensoverschrijdende detacheringen. Het gaat hier bijvoorbeeld om de voorwaarden
en eisen die EU-landen stellen aan hoe en wanneer een ondernemer een melding moet
doen van een grensoverschrijdende detachering. Deze melding moet een ondernemer doen
bij het (laten) verrichten van een dienst in een ander EU-land door eigen werknemers.
Qua detachering richt de actieagenda zich primair op de gevolgen voor gedetacheerden
en ondernemers uit een andere EU-lidstaat die een dienst verrichten in en vanuit Nederland.
De meldplicht heeft als doel om zicht te krijgen op welke gedetacheerde werknemers
naar Nederland komen en bij welke ondernemingen zij werkzaam zijn. De meldplicht draagt
hierdoor bij aan effectief toezicht, met als doel dat gedetacheerde werknemers de
arbeidsvoorwaarden ontvangen waar zij recht op hebben. Met name laaggeschoolde arbeidsmigranten
zijn kwetsbaar voor misstanden. Zij hebben recht op gelijke behandeling als nationale
werknemers en fatsoenlijke woon- en werkomstandigheden. Het kabinet vindt het belangrijk
dat de administratieve lasten als gevolg van de meldplicht in verhouding staan tot
het doel, namelijk het voorkomen van oneerlijke concurrentie en de sociale bescherming
van gedetacheerden. Administratieve lasten die daar niet effectief aan bijdragen dienen
zoveel als mogelijk te worden weggenomen om grensoverschrijdende dienstverlening verder
te bevorderen.
Nederland verkent daarnaast samen met de Europese Commissie en andere EU-landen de
mogelijkheden om een gezamenlijk digitaal formulier4 te ontwikkelen voor het melden van detacheringen, waar lidstaten op vrijwillige basis
aan deel kunnen nemen. Het doel hiervan is om de eenduidigheid voor ondernemers te
vergroten.
Voor de Nederlandse en Europese professional die zijn beroep over de grens wil uitoefenen
én voor het groeivermogen van de economie is het van belang dat deze te maken heeft
met duidelijke, evenredige en niet te langdurige erkenningsprocedures. Tussen 2017
en 2022 werden de meeste erkenningsaanvragen door burgers uit andere EU-lidstaten
in Nederland gedaan voor beroepen in de kinderopvang, het onderwijs en de gezondheidszorg.
Er is daarom voor gekozen om voor deze beroepen te onderzoeken of er verbetermogelijkheden
zijn voor de digitale procedures. Naast de regels uit de specifieke Europese richtlijnen5, zijn ook de regels over de toegang tot digitale overheidsdienstverlening uit de
Single Digital Gateway verordening6 van toepassing op de erkenning van beroepskwalificaties. Deze verordening stelt onder
andere eisen aan de beschikbaarheid van digitale administratieve procedures. Vooral
DUO en het CIBG zijn bezig relevante procedures in lijn te brengen met de SDG-vereisten.
Resultaten
• In een werkgroep verkent Nederland met andere landen de mogelijkheden van een gemeenschappelijk
Europees formulier voor het melden van grensoverschrijdende detacheringen.
• Nederland onderzoekt in EU-verband maatregelen om administratieve lasten te verminderen
voor bedrijven bij het melden van grensoverschrijdende detacheringen.
• De verzwaarde toegangsprocedure is opgeheven voor vijftien beroepen.
• DUO en CIBG brengen relevante digitale procedures voor erkenning beroepskwalificaties
in lijn met de Single Digital Gateway.
2. Digitalisering
Digitalisering biedt kansen voor onze samenleving en economie. In de hoofdlijnenbrief
digitalisering7 heeft het kabinet zijn ambitie en doelen uiteengezet voor de digitale transitie van
de samenleving. Daarin onderscheidt het kabinet de thema’s digitaal fundament, digitale
overheid, digitale samenleving en digitale economie. Het thema digitale economie is
bijvoorbeeld nader uitgewerkt in de Strategie Digitale Economie8.
Digitalisering slecht bij uitstek grenzen, maar brengt ook nieuwe vraagstukken met
zich. Daarom is soms (Europees) overheidsingrijpen nodig om de kansen van digitalisering
volledig te benutten en eventuele risico’s te mitigeren. Een voorbeeld is de recente
regulering van online platforms in de Digital Services Act (DSA)9 en Digital Markets Act (DMA)10. Digitalisering beïnvloedt ook het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt.
Zo ontstaan er nieuwe partijen en verkoopkanalen, die hun eigen problematiek met zich
brengen als het gaat om toezicht en handhaving. Diverse Europese regels dragen bij
aan de totstandkoming van een interne markt voor digitale producten. Het kabinet werkt
aan de ontwikkeling van een uniform meldpunt voor non-conforme producten, in reactie
op het SER-advies over directe import11. Een belangrijke mijlpaal is de inwerkingtreding van de Verordening algemene productveiligheid
(Verordening (EU) 2023/988).
Ondernemers en burgers ondervinden daarnaast in de praktijk belemmeringen bij het
grensoverschrijdend gebruik van elektronische handtekeningen en documenten en hun
digitale identiteit. Het Commissievoorstel voor een raamwerk voor een Europese Digitale
Identiteit (opvolger van de eIDAS-verordening) met waarborgen voor fundamentele waarden
zoals privacy zal hierin verandering brengen.12
Resultaten
• Nederland doet mee aan een grootschalige EU-pilot om het gebruik en de veiligheid
van elektronische handtekeningen, digitale identiteiten en elektronische documenten
te verbeteren.
• Er is een extern verkennend onderzoek uitgezet voor de ontwikkeling van een uniform
nationaal meldpunt voor non-conforme producten. Het onderzoek is in de afrondende
fase.
• Dankzij de actieve Nederlandse inzet tijdens de onderhandelingen op de Europese productveiligheids-verordening
hebben ook online marktplaatsen nu productveiligheid verplichtingen en worden consumenten
beter beschermd tegen gevaarlijke producten van buiten de EU.
3. Vergroening
Klimaatbeleid biedt kansen om een duurzame en sterke economie op te bouwen en nieuwe
banen te creëren. De transitie naar een groene economie kan Nederland niet alleen.
Het wegnemen van belemmeringen draagt bij aan het bereiken van de doelen van de groene
transitie. Zo is grensoverschrijdend elektrisch vervoer afhankelijk van goed functionerende
en toegankelijke laadinfrastructuur. In dit verband is het positief dat eind maart
2023 een politiek akkoord bereikt is over een nieuwe verordening infrastructuur voor
alternatieve brandstoffen (AFIR)13. Deze verordening moet zorgen voor een versnelde uitrol van laad- en tankinfrastructuur
voor de voer- en vaartuigen die op alternatieve brandstoffen draaien.
Verder is er voortgang geboekt op het terrein van milieu- en zero-emissiezones, in de vorm van het voorstel voor de herziening van de richtlijn over
grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over aan verkeersveiligheid gerelateerde
verkeersovertredingen14. Daardoor wordt het makkelijker voor overheden om genoemde zones grensoverschrijdend
te handhaven. Dit draagt bij aan een gelijk speelveld én aan een betere werking van
deze zones. Het verbeteren van informatievoorziening over welke regels in welke milieu-
en zero-emissiezones gelden, heeft ook de aandacht. Het kabinet verkent samen met
stakeholders waar verbetering mogelijk is.
In het kader van de SMET is een project in de afrondende fase waarbij administratieve
belemmeringen voor de uitrol van nieuwe wind- en zonne-energieprojecten worden aangepakt.
Daarbij heeft de Commissie vijf best practices voor het stroomlijnen van procedures aangeduid. Een groot deel van deze best practices wordt al toegepast, voor het overige wordt dit onderzocht.
Resultaten
• Nederlandse wens voor ambitieuzere doelstellingen komt terug in Europese verordening
voor uitrol infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (AFIR).
• Nederland werkt aan betere handhaving en een gelijker speelveld van milieu-/zero-emissiezones
via inzet op grensoverschrijdende uitwisseling van kentekengegevens.
• Er zijn randvoorwaarden geschapen voor optimalisatie van vergunningverlening en minimalisering
administratieve lasten voor groene energieprojecten.
4. Randvoorwaarden versterking interne markt
Een sterke interne markt vereist dat zowel in de EU als in Nederland op alle relevante
beleidsterreinen het interne-marktperspectief wordt meegenomen. Hier zijn het afgelopen
jaar ook op Europees niveau stappen in gezet. Zo staat in de mededeling over 30 jaar
interne markt van 16 maart 2023 dat de Commissie met EU-landen en belanghebbenden
samen wil werken aan implementatie en toepassing van interne-marktregels, hen wil
ondersteunen en daarbij streeft naar maatwerk.15
Van groot belang is dat de Europese Raad van maart 2023 heeft opgeroepen een jaarlijkse
cyclus op te stellen op het terrein van concurrentievermogen, waaronder de interne
markt. Deze cyclus is nader uitgewerkt in de conclusies van de Europese Raad van juni
2023.16 Kort gezegd zal deze starten met een jaarlijks concurrentievermogen- en interne-marktscorebord,
waarna de Raad voor Concurrentievermogen prioriteiten voor nadere acties kan bepalen.
Dat moet ertoe leiden dat er jaarlijks politieke impulsen worden gegeven aan versterking
van de interne markt en dat er bij de Commissie en EU-landen draagvlak ontstaat om
daartoe concrete acties te ondernemen. Dit draagt eraan bij om de interne markt hoog
op de Europese politieke agenda te zetten en te houden en daardoor beter en eerlijker
te laten werken voor ondernemers en burgers.
Resultaten
• Er loopt een extern onderzoek naar (oplossingen voor) territoriale leveringsbeperkingen.
Het onderzoek is in de afrondende fase.
• Nederlandse wens voor grotere rol lidstaten komt terug in Raadsmandaat voor onderhandelingen
voorstel interne-marktnoodinstrument. Succesvolle afronding trilogen voorzien.
• Steeds meer overheidspartijen zijn aangesloten op het centraal loket17 waardoor de toevoegde waarde van het loket voor ondernemers toeneemt.
• Nederland werkt aan modernisering en verbetering van de efficiëntie van BTW-regels
in het voorstel «VAT in the digital age». Succesvolle afronding voorzien in 2024.
5. Tot slot
De Europese interne markt is nooit af en zal dat ook nooit zijn. De markt is steeds
in verandering en dat leidt tot nieuwe kansen, vraagstukken en uitdagingen. Het kabinet
werkt verder aan uitvoering van de huidige interne-marktactieagenda, maar ook aan
ideeën voor de toekomst: voor toekomstige acties, maar ook voor het werkprogramma
van de nieuwe Europese Commissie die na de verkiezingen in 2024 aantreedt. Het kabinet
ziet graag dat ook deze nieuwe Commissie de interne markt hoog op de agenda zet en
met concrete acties komt om de interne markt verder te versterken.
Niet alleen om bestaande belemmeringen weg te nemen, maar ook om nieuwe te voorkomen.
In een veranderende wereld is een stevige economische basis van de EU onverminderd
van belang. De interne markt vormt daarvoor het fundament.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
M.A.M. Adriaansens
Indieners
-
Indiener
M.A.M. Adriaansens, minister van Economische Zaken en Klimaat