Wetsvoorstel

Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 met het oog op het wijzigen van de criteria voor de toekenning van meeneembare studiefinanciering

Studenten in het hoger onderwijs hebben de mogelijkheid met Nederlandse studiefinanciering in het buitenland te studeren. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘meeneembare studiefinanciering’. Om in aanmerking te komen voor studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 (WSF 2000) moeten studenten voldoen aan een aantal aanvullende voorwaarden. Eén van die aanvullende voorwaarden is de zogenoemde ‘3 uit 6-eis’. Deze voorwaarde houdt in dat de student ten minste 3 van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan de buitenlandse opleiding in Nederland moet hebben gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf moet hebben gehad.
Op 26 februari 2015 heeft het Hof geoordeeld dat deze eis, voor burgers die een beroep kunnen doen op het verblijfsrecht op grond van artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), geen recht doet aan andere mogelijke banden die een student met een lidstaat kan hebben.
Met dit wetsvoorstel wordt de WSF 2000 in overeenstemming gebracht met de uitspraak van het Hof. De 3 uit 6-eis wordt aangevuld met een algemeen vereiste voor studenten die gebruik hebben gemaakt van het vrij verkeer.
En tevens wordt geregeld dat het vereiste dat sprake moet zijn van een band met Nederland, ook geldt voor studenten die op grond van het recht van de Europese Unie gelijkgesteld zijn met een werknemer zoals bedoeld in artikel 45 VWEU.