Onafhankelijk van hun inkomen en vermogen betalen mensen vanaf 2020 19 euro per maand voor het gebruik van een Wmo-voorziening. De Jonge wil met zijn voorstel de uitvoering van de Wmo vereenvoudigen en de stapeling van zorgkosten verminderen. De woordvoerders bespraken het voorstel op 28 maart jongstleden.

"Serieus geld voor de groep die het het hardste nodig heeft." De minister geeft aan dat ongeveer 150.000 huishoudens door zijn wetsvoorstel minder gaan betalen voor hun zorg. Daarnaast betekent het voorstel volgens de minister een "forse vereenvoudiging". En de cliënten weten voortaan vooraf waar ze aan toe zijn.

Gemeenten

Hebben de gemeenten nu minder mogelijkheden om de uitvoering van de Wmo financieel beheersbaar te houden, vraagt Van der Staaij (SGP). Nee, antwoordt de minister: die mogelijkheden blijven gelijk. Maar dat mensen die eerder vanwege de hoge eigen bijdrage zorg meden, nu wél een beroep doen op de gemeente, is volgens De Jonge een bedoeld effect van het wetsvoorstel.

Valt een voorziening onder het abonnementstarief? Een van de voorwaarden is dat er een "duurzame hulpverleningsrelatie" is. Ellemeet (GroenLinks) en Bergkamp (D66) willen daar meer duidelijkheid over. Geluk (CDA) vraagt de minister om het begrip in overleg met de gemeenten en de cliëntenorganisaties preciezer te omschrijven.

Wanneer wel en niet sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie willen we niet landelijk dicteren, reageert de minister. Maar bijvoorbeeld de zorg voor mensen die twee keer per week naar de dagbesteding gaan, zal zeker onder het abonnementstarief vallen.

Gevolgen

Wat zullen de gevolgen zijn van de invoering van het abonnementstarief? Gaan veel meer mensen een beroep doen op Wmo-voorzieningen? En gaan gemeenten dan de kwaliteit of de kwantiteit van de zorg verminderen? Om de uitvoeringspraktijk goed in de gaten te houden, heeft de minister in samenwerking met gemeenten en cliëntenorganisaties een monitor opgesteld.

Alle woordvoerders vragen de minister om samen met de gemeenten maatregelen te treffen als uit de monitor blijkt dat er knelpunten ontstaan bij de uitvoering van het abonnementstarief. Dat zegt De Jonge toe. Fijn dat de minister ook financiële maatregelen dan niet uitsluit, vindt Geleijnse (50PLUS).

Hermans (VVD) benadrukt het belang van maatwerk: gemeenten moeten na een gesprek met de zorgvrager passende ondersteuning bieden. Zij wil dat ook de effecten van die gesprekken in de monitor naar voren komen.

Wat gebeurt er als uit de monitor blijkt dat gemeenten de zorg verschralen, vraagt Agema (PVV). Wordt dan weer gekozen voor een inkomensafhankelijke regeling? De Jonge wil niet op eventuele maatregelen vooruitlopen, maar een inkomensafhankelijke regeling vindt hij niet logisch. Dat zou de gerealiseerde vereenvoudiging namelijk weer tenietdoen.

Hijink (SP) wil voorkomen dat gemeenten, als ze meer moeten doen met minder geld, een kaasschaaf halen over alle voorzieningen. Ook Kerstens (PvdA) vreest de gevolgen voor mensen met de laagste inkomens. Dat zou niet het gevolg van deze wet mogen zijn, erkent de minister, maar dat verwacht hij ook niet. Hij benadrukt dat gemeenten aan wettelijke verplichtingen moeten voldoen.

De Kamer stemt 9 april over het wetsvoorstel en de ingediende moties.

Zie ook

  • Het overzicht van de laatste debatten in het kort
  • De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.
  • Kijk debatten terug via Debat Gemist