Mensen die gebruikmaken van een Wmo-voorziening, zoals huishoudelijke hulp of individuele begeleiding, betalen voortaan een abonnementstarief van 19 euro per maand, onafhankelijk van hun inkomen en vermogen. Met dit voorstel wil minister De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) de stapeling van zorgkosten verminderen en de uitvoering vereenvoudigen.

Hermans (VVD) is blij met het voorstel: het verlaagt de zorgkosten van vooral mensen met middeninkomens flink en maakt de uitvoering een stuk simpeler. Het voorstel is goed nieuws voor mensen die afhankelijk zijn van de Wmo, vindt ook Segers (ChristenUnie). Het kan volgens hem voor huishoudens een forse vermindering van de zorgkosten inhouden.

Door de invoering van het abonnementstarief zullen meer cliënten gebruik kunnen maken van Wmo-voorzieningen. Positief, vinden Bergkamp (D66) en Ellemeet (GroenLinks), want een goede toegankelijkheid tot Wmo-voorzieningen kan voorkomen dat mensen een beroep moeten doen op duurdere zorg.

Maar er zitten ook nadelen aan het voorstel, zegt Van der Staaij (SGP). Zo kan het lage tarief een aanzuigende werking hebben. En dat kan gevolgen hebben voor de gemeenten, die de Wmo uitvoeren. Ze kunnen in financiële problemen raken en mogelijk gaan beknibbelen op de hulp die voor het tarief wordt geboden.

Gevolgen voor de zorg

Heeft de invoering van het abonnementstarief een aanzuigende werking? Als meer mensen een beroep doen op een voorziening, zou een gemeente ervoor kunnen kiezen om het zorgaanbod te verkleinen. Daar is Agema (PVV) bang voor. Zij vindt dat het gemeenten te makkelijk wordt gemaakt om te kiezen voor het aanbieden van minder zorg.

Als mensen meer zorg nodig hebben, gaan ze van de Wmo, een gemeentelijke verantwoordelijkheid, over naar de Wet langdurige zorg, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is. Geleijnse (50PLUS) vreest dat mensen soms langer zullen afzien van intensievere zorg, omdat de eigen bijdrage voor Wlz-zorg veel hoger is dan voor Wmo-zorg.

Geluk (CDA) vindt het goed dat de minister de gevolgen van de invoering van het abonnementstarief wil monitoren. Maar dat monitoren kan volgens haar wel ingewikkeld worden als gemeenten op grote schaal maatwerk bieden.

Kerstens (PvdA) benadrukt dat de directe en indirecte gevolgen voor mensen met een smalle beurs scherp in de gaten moeten worden gehouden. Als die negatief zijn, moet van hem direct worden ingegrepen.

Financiële compensatie

De tekorten bij de Wmo lopen op, constateert Hijink (SP), en ook voor de uitvoering van dit wetsvoorstel krijgen de gemeenten onvoldoende budget van het Rijk. Onfatsoenlijk, meent de SP'er. Daarom pleit hij met Ellemeet (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Kerstens (PvdA), Agema (PVV) en Geleijnse (50PLUS) voor volledige compensatie van gemeenten voor de financiële gevolgen van het voorstel.

Als gemeenten door het abonnementstarief in de problemen komen, zijn meerdere oplossingen mogelijk, zegt Segers (ChristenUnie), maar "bijpassen is niet uitgesloten".

Inkomensgrens?

Het abonnementstarief in de Wmo houdt geen rekening met inkomen en vermogen van cliënten. Vermogende mensen die huishoudelijke hulp nu zelf betalen, kunnen dus voortaan bij de gemeente aankloppen. Ellemeet (GroenLinks) wil daarom een inkomensgrens stellen: van mensen met een inkomen van €55.000 of meer mogen gemeenten een hogere eigen bijdrage vragen.

Het voorstel van Ellemeet voor een vermogensgrens is een slecht idee, vindt Hermans (VVD), want het doorkruist de vereenvoudiging die met het ene abonnementstarief wordt bereikt. Bergkamp (D66) voegt toe dat een inkomensgrens bovendien afbreuk doet aan de toegankelijkheid.

De minister zal op een later moment reageren op de inbreng van de Kamer.

Zie ook:

  • Het overzicht van de laatste debatten in het kort

  • De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.

  • Kijk debatten terug via Debat Gemist