Brief regering : Toezegging, gedaan tijdens het debat over het Economische Steunpakket van 2 juni 2021, inzake gesprekken met werkgevers over NOW
35 420 Noodpakket banen en economie
Nr. 424
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 november 2021
In het Kamerdebat over de steunmaatregelen van 2 juni jl. (Handelingen II 2020/21,
nr. 83, items 2 en 6) heeft uw Kamer Minister Koolmees gevraagd om met werkgevers
in gesprek te gaan over hun gebruik van de NOW. De aanleiding voor dit verzoek was
een aantal mediaberichten waarin vraagtekens werden gezet bij de keuzes van werkgevers
met betrekking tot de gebruikmaking van de NOW-subsidie. Bijvoorbeeld berichten over
werkgevers die NOW hebben ontvangen in een bepaald subsidietijdvak terwijl er over
2020 uiteindelijk een positief bedrijfsresultaat werd behaald, het laten inhalen van
min-uren1 en het uitkeren van bonussen en/of dividend. In de afgelopen periode is hierover
een aantal gesprekken met werkgevers gevoerd. De gesprekken zijn deels gevoerd door
Minister Koolmees en deels door mijzelf.
Het doel en de insteek was om in een open gesprek, op een vertrouwelijke manier de
afwegingen, uitdagingen en dilemma’s van deze werkgevers rondom het gebruik van de
NOW te bespreken. Onderwerpen die aan bod kwamen, waren onder andere waarom (uiteindelijk)
wel of niet gebruik is gemaakt van de NOW, de ervaringen van werkgevers en de impact
van de NOW in de periode van contactbeperkende maatregelen. Daarnaast kwamen aan bod
de keuzes omtrent het uitkeren van bonussen en dividend, de omgang met de NOW in combinatie
met andere maatregelen die het bedrijf nam om (loon)kosten te besparen en de afweging
om wel of niet gedeeltelijk van de NOW af te zien als er over héél 2020 (en mogelijk
ook over 2021), ten opzichte van 2019, een omzetstijging dan wel positief bedrijfsresultaat
is behaald. Dit resulteerde in alle gevallen in een goed en openhartig gesprek waarin
de werkgevers hun afwegingen op een transparante manier uiteen hebben gezet. We hebben
gesproken met werkgevers uit de detailhandel, de textielsector, de industriesector
en de uitzendbranche. Zoals in het debat toegezegd, stuur ik u middels deze brief
een terugkoppeling van deze gesprekken.
Allereerst kwam uit de gesprekken sterk naar voren dat werkgevers de eerste weken
van de crisis een enorm onzekere periode doormaakten. De omzet daalde bij alle werkgevers
in een snel tempo met tientallen procenten, een ongekende situatie die zij nog niet
eerder hadden meegemaakt. Zij hebben de NOW – vooral in de eerste maanden van de crisis
– dan ook hard nodig gehad. Alle werkgevers gaven aan dat ze, zonder ontvangst van
het NOW-voorschot, zeer waarschijnlijk hun bedrijf hadden moeten herstructureren en
daarmee waarschijnlijk ook een deel van hun personeel hadden moeten ontslaan of tijdelijke
contracten niet hadden kunnen verlengen. De NOW bood voor hen een snelle en effectieve
oplossing om tijdens deze moeilijke periode personeel in dienst te houden. Ik ben
blij om dit te horen, omdat dit ook het doel en de opzet van de NOW is geweest.
Ten tweede kwam naar voren dat werkgevers vaak heel bewust en weloverwogen gebruik
hebben gemaakt van de NOW. En dat bijvoorbeeld ondanks een positief bedrijfsresultaat
op jaarbasis, wat vaak veelal een stuk lager was dan voor de corona-periode, het bedrijf
tegelijkertijd reserves heeft moeten aanspreken om te overleven. Ook werd aangegeven
dat het gebruik van de reserves én de NOW-gelden, in combinatie met de omzet die alsnog
kon worden behaald, uiteindelijk voor een positief bedrijfsresultaat zorgden. Dit
positieve bedrijfsresultaat was volgens de werkgevers vervolgens nodig om te kunnen
investeren, het bedrijf gezond voort te zetten en om in te spelen op de nieuwe situatie.
Met de NOW-subsidie zijn toekomstige ontslagen mogelijk afgewend. Eén werkgever waarmee
is gesproken, heeft uiteindelijk afgezien van de NOW-subsidie omdat het positieve
bedrijfsresultaat dermate hoog was dat deze werkgever uiteindelijk vond dat gebruikmaking
van de NOW niet meer te rechtvaardigen was.
Ook is gesproken over het bonus- en dividendverbod. Het is belangrijk om bij dit onderwerp
een kanttekening te plaatsen. Doordat de NOW 1 regeling onder stoom en kokend water
tot stand is gekomen is het niet mogelijk geweest om direct alle onwenselijke aspecten
af te vangen binnen de regeling. In de NOW 1 was er dan ook nog geen sprake van een
bonus- en dividendverbod, dit gold pas vanaf de NOW 2. Dit betekent dat er voor bedrijven,
die NOW 1 hebben ontvangen, geen verbod was op het uitkeren van bonussen en dividend.
Sommige werkgevers waarmee we hebben gesproken hebben dat dan ook gedaan. Als overweging
werd daarbij genoemd dat het uitkeren van dividend het bedrijf aantrekkelijk houdt
voor investeerders, ten behoeve van de voortzetting van het bedrijf in de toekomst.
Ook is aangegeven dat Nederlandse delen van een internationaal concern niet altijd
invloed hebben op de beslissingen van het concern.
Minister Koolmees heeft herhaaldelijk een moreel appèl gedaan op werkgevers om verantwoord
om te gaan met de NOW en alleen van de regeling gebruik te maken als het echt nodig
was. Een oproep waar ik uiteraard volledig achtersta. Ook in de gesprekken is dit
onderwerp aan de orde gekomen. Wel wil ik nogmaals in deze brief benadrukken dat het
belangrijk is om de rechtmatigheid van het verstrekken van NOW in ogenschouw te blijven
nemen, zoals ook in de Kamerbrief van 20 september jl. is benoemd2. De NOW is in het leven geroepen voor het behoud van werkgelegenheid. Als een werkgever
voldoet aan de voorwaarden van NOW en er sprake is van 20% of meer omzetverlies en
de subsidie is uitsluitend gebruikt om de lonen door te betalen, dan bestaat er recht
op NOW.
De gesprekken hebben Minister Koolmees en mijzelf een goed beeld gegeven van de afwegingen,
keuzes en dilemma’s waar werkgevers in een uitdagende tijd voor hebben gestaan. Wanneer
een werkgever voldoet aan alle voorwaarden en plichten van de NOW, dan is het volledig
aan de werkgever om de keuze te maken om NOW aan te vragen en eventueel (deels) terug
te betalen. Het is daarbij onwenselijk om over iedere individuele casus een moreel
oordeel te vellen, al is het maar omdat het lastig is om de bedrijfsvoering en de
boekhouding te kennen. Bovendien is het niet passend, en juridisch onmogelijk, om
als betrouwbare overheid verstrekte NOW-subsidie terug te laten vorderen wanneer deze
rechtmatig is verstrekt. Dat neemt uiteraard niet weg dat ons moreel appèl blijft
gelden.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.D. Wiersma
Indieners
-
Indiener
A.D. Wiersma, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid