Wetsvoorstel

Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Paspoortwet alsmede intrekking van voorbehouden bij het Verdrag betreffende de status van staatlozen in verband met de vaststelling van staatloosheid

Met het wetsvoorstel vaststellingsprocedure staatloosheid wordt een procedure in het leven geroepen om staatloosheid vast te laten stellen door een rechter in het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Deze procedure is toegezegd naar aanleiding van het advies “Geen land te bekennen” van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). Hierin concludeerde de ACVZ dat Nederland geen goede procedure heeft om staatloosheid vast te stellen. Dit wetsvoorstel beoogt in deze leemte te voorzien en een zorgvuldige procedure te creëren die voldoet aan de relevante internationale normen (onder meer twee VN verdragen over staatloosheid). De nieuwe procedure sluit grotendeels aan bij de procedure tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Activiteiten

12 jan 2021
Regeling van werkzaamheden

Besluit: Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd.  In handen gesteld van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid

15:15 - 15:45

Wetgevingsproces

21 dec 2020
Het wetsvoorstel is ingediend
12 jan 2021

Plenaire vergadering: Regeling van Werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden
20 jan 2021

Extra procedurevergadering Justitie en Veiligheid (groslijst controversieel verklaren)

Procedurevergadering