Door de crisis, de lage rentestand en de gestegen levensverwachting blijkt het huidige pensioenstelsel niet langer toekomstbestendig, zegt Klijnsma. Met strengere regels voor pensioenfondsen wil zij de hoogte van (toekomstige) pensioenen beter garanderen. Een noodzakelijke onderhoudsbeurt van het stelsel, stelt Dijkgraaf (SGP). Vermeij (PvdA), Lodders (VVD) en Van Weyenberg (D66) vinden het goed dat fondsen hogere buffers moeten aanleggen, dat zij in slechte tijden minder abrupt op de pensioenen hoeven te korten en dat er strengere indexatieregels voor betere tijden komen. Maar PVV'er Madlener meent dat jong en oud erop achteruitgaan en dat de economie verder in het slop raakt. En Ulenbelt (SP) vindt dat "de bijl aan de wortel van het Nederlandse pensioenstelsel wordt gelegd".

Aanvullende voorwaarden voor indexatie pensioenen
Pensioenfondsen mogen pas bij een dekkingsgraad van 110% de pensioenen gedeeltelijk aanpassen aan het prijspeil (indexeren). Vanaf een dekkingsgraad van 130% mogen zij een opgelopen indexatie-achterstand inlopen. Volgens het wetsvoorstel moet dat in tien jaarlijkse stappen gebeuren. ChristenUnie, SGP, D66, VVD en PvdA willen een termijn van vijf jaar: zo worden gepensioneerden wier pensioen eerder niet geïndexeerd of zelfs gekort is, sneller gecompenseerd. Daar kan Klijnsma mee leven. Het voorstel van Krol (50PLUS/Baay) om indexatie al bij een dekkingsgraad van 105% mogelijk te maken is volgens haar in het nadeel van jongeren. Laat de fondsen op basis van vermogen en beleggingsprofiel zelf beslissen over indexatie, bepleit Klein (50PLUS/Klein).

Vragen over de gevolgen van de rekenrente
Door structurele invoering van rekenrente UFR (ultimate forward rate) wordt de berekening van de verplichtingen van pensioenfondsen minder gevoelig voor schommelingen op de financiële markten. Ulenbelt noemt de UFR-systematiek "een glazen bol" en pleit voor een transparante rekenrente, gebaseerd op de rente van de afgelopen tien jaar. Van Weyenberg wijst erop dat de dekkingsgraad van pensioenfondsen is gestegen dankzij het gebruik van de UFR. Voorkom dat als gevolg van nieuwe Europese regels verzekeraars straks een gunstiger rente mogen hanteren dan pensioenfondsen, adviseert Omtzigt (CDA). Ook Schouten (ChristenUnie) wil voorkomen dat er twee verschillende maatstaven worden gebruikt voor vergelijkbare langetermijnverplichtingen. Klijnsma zegt een onderzoek toe.

Is het nieuwe stelsel generatieneutraal?
Vermeij en Lodders zijn blij met de berekeningen van het Centraal Planbureau, waaruit blijkt dat het nieuwe pensioenstelsel generatieneutraal uitpakt. Maar Ulenbelt wijst op de reactie van de Pensioenfederatie: het beloofde zoet voor jongeren zal nooit worden uitgekeerd. Krol pleit voor een nader onderzoek naar de gevolgen voor de verschillende leeftijdscategorieën. Dat lijkt Klijnsma onnodig. Zij ontraadt alle voorstellen van de Kamer die "het generatie-evenwicht verstoren". Laat de Nederlandsche Bank controleren of de herstelplannen van pensioenfondsen neutraal uitpakken voor de verschillende generaties, adviseert Klaver (GroenLinks). Geen goed idee, vindt Klijnsma: de pensioenfondsen zullen in hun herstelplan met alle aspecten rekening houden.

Premiedaling in het verschiet
Het kabinet rekent op een daling van de pensioenpremies, maar de beslissing daarover is aan de pensioenfondsen. Klijnsma wijst op de reeds aangekondigde premiedaling bij het ABP. Lodders constateert dat de fondsen de premies op basis van het oude financieel toetsingskader opstellen. Het is dan ook onhandig dat het wetsvoorstel zo laat in het jaar wordt behandeld, voegt Omtzigt toe. Klijnsma weet dat ook de pensioenfondsen bij de premievaststelling bij voorkeur uitgaan van het nieuwe financieel toetsingskader. Als de Kamer het wetsvoorstel aanneemt, staat de Nederlandsche Bank daar welwillend tegenover, stelt de staatssecretaris.

De Kamer rondt de behandeling van het wetsvoorstel af op 15 oktober.

ZIE OOK:

  • Het overzicht van de laatste debatten in het kort
  • De geredigeerde woordelijke verslagen van Kamervergaderingen (het stenogram). Deze zijn maximaal vier uur na het uitspreken beschikbaar.