Plenair verslag

Tweede Kamer, 74e vergadering
Dinsdag 19 april 2022

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 23:39 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Bergkamp

Aanwezig zijn 142 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Azarkan, Van Baarle, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bevers, Bikker, Bisschop, Bontenbal, Boswijk, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Ceder, Dassen, Dekker-Abdulaziz, Tony van Dijck, Inge van Dijk, Jasper van Dijk, Eerdmans, El Yassini, Ellemeet, Ellian, Ephraim, Eppink, Erkens, Van Esch, Fritsma, Geurts, Van Ginneken, Goudzwaard, De Graaf, Van der Graaf, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Den Haan, Van Haga, Hagen, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Helder, Hermans, Hijink, Van den Hil, De Hoop, Van Houwelingen, Idsinga, Léon de Jong, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Kathmann, Van Kent, Kerseboom, Klaver, Klink, Koekkoek, Koerhuis, Kops, De Kort, Kröger, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Van der Laan, Van der Lee, Maatoug, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Minhas, Van der Molen, Agnes Mulder, Edgar Mulder, Mutluer, De Neef, Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Palland, Paternotte, Paul, Paulusma, Peters, Piri, Van der Plas, Podt, Van Raan, Raemakers, Rahimi, Rajkowski, De Roon, Sahla, Segers, Chris Simons, Sylvana Simons, Sjoerdsma, Smals, Van der Staaij, Stoffer, Van Strien, Strolenberg, Teunissen, Thijssen, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Vestering, Wassenberg, Van Weerdenburg, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Weyenberg, Van Wijngaarden, Wilders, Van der Woude en Wuite,

en de heer Van der Burg, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer De Jonge, minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer Kuipers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Schouten, minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, de heer Staghouwer, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en mevrouw Van der Wal-Zeggelink, minister voor Natuur en Stikstof.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 19 april 2022. Ik heet de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de woordvoerders, de mensen op de publieke tribune en de mensen die op een andere manier ons debat volgen van harte welkom.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Podt

Vragen van het lid Podt aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht "Kinderombudsvrouw: kinderen in Ter Apel verwaarloosd".

De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Podt van D66. Zij heeft een vraag aan de staatssecretaris over het bericht "Kinderombudsvrouw: kinderen in Ter Apel verwaarloosd". Het woord is aan mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):
Dank u wel, voorzitter. Kinderrechten kennen geen afkomst. Alle kinderen, ongeacht waar ze vandaan komen, hebben kinderrechten: recht op scholing, recht op een gezinsleven, of bij gebrek daaraan recht op goede begeleiding, en recht op spelen. Maar zoals burgemeester Schuiling zei: "Kinderen in Ter Apel spelen op dit moment tussen het afval."

En dit weekend lazen we de oproep van de Kinderombudsvrouw. Zij zei dat de momenteel 113 kinderen in Ter Apel, die zonder familie naar Nederland kwamen, mentaal worden verwaarloosd. Het gebrek aan dagbesteding en persoonlijke aandacht kan leiden tot trauma's. Wat D66 betreft kan en mag dat nooit de bedoeling zijn; alle kinderen hebben recht op een goede start. Deze kinderen gaan normaal gesproken net als andere asielzoekers binnen zes dagen naar een opvanglocatie. Voor kinderen die zonder familie naar Nederland kwamen, alleenstaande minderjarige vreemdelingen, is dat nog belangrijker, omdat ze dan naar kleinschalige opvang kunnen, waar ze beter kunnen worden begeleid en onderwijs krijgen.

Voorzitter. Dit gaat al heel lang niet goed. In november, toen wij met een aantal Kamerleden in Ter Apel waren, zaten daar 180 kinderen, ook tot grote frustratie van de COA-medewerkers, die deze kinderen graag beter willen begeleiden. We weten het inmiddels allemaal: de IND heeft het druk en er zijn onvoldoende opvangplaatsen, ook voor alleenstaande minderjarigen. Wat wordt er de komende tijd, in de procedure en in het realiseren van meer opvang, gedaan om te zorgen dat voor specifiek alleenstaande minderjarigen de wettelijke termijn van maximaal zes dagen in de opvang gehaald wordt?

Zolang deze termijn zo lang is, moeten we er natuurlijk voor zorgen dat de situatie voor deze kinderen zo snel mogelijk wordt verbeterd. We kunnen deze kinderen niet aan hun lot overlaten omdat wíj onze administratie niet op orde hebben. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen dat er voor deze kinderen nu wel dagbesteding en scholing komt?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van der Burg:
Dank u, voorzitter. Met betrekking tot de minderjarigen in Ter Apel hebben we te maken met twee groepen. Mevrouw Podt verwees naar de uitspraken van de burgemeester van Groningen over de kinderen die met een gezin in de tenten overnachten. Die tenten worden vanaf vandaag weggehaald. We hebben afgelopen vrijdag met het college van Westerwolde afgesproken dat daar vanaf vannacht niet meer geslapen mag worden en dat de tenten worden weggehaald. Los van dat hij andere woorden kiest dan ik, ben ik het namelijk met de burgemeester, en met mevrouw Podt, eens dat de situatie in de tenten onacceptabel was. Vanaf vandaag moeten de tenten dus weg zijn en mogen er niet meer dan 2.000 mensen in het andere gedeelte van Ter Apel, dat wel gewoon goed is, overnachten. Dat is één.

De tweede groep — daar had de Kinderombudsman het over — zijn de amv'ers, de jongeren die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen. Kinderen, jongeren, onder de 15 jaar komen via Nidos in pleeggezinnen terecht. 15-, 16- en 17-jarigen moeten op een amv-locatie ergens in Nederland terechtkomen. Dat duurt gewoon veel te lang. Mevrouw Podt verwees naar het getal 180 van toen zij er was. Het is zelfs hoger geweest. Het heeft zelfs de 300 aangetikt, terwijl er in beginsel plek is voor 50. Er is vervolgens wel meer ruimte gecreëerd in Ter Apel, maar dat laat onverlet dat op het moment dat het er meer dan 50 zijn niet de begeleiding geboden wordt die wel geboden moet worden. Dat betekent een paar dingen.

Eén. We moeten gewoon meer amv-locaties in Nederland hebben. U weet dat ik daarvoor nog steeds afhankelijk ben van de goede wil van gemeentes. Dus mocht u gemeentebesturen spreken in den brede, dus uiteraard niet alleen de voorzitter maar ook de raadsleden, probeer dan uw collega's ervan te overtuigen dat men in die gemeenten ook een amv-locatie wil hebben, want we komen op dit moment amv-locaties tekort. U weet dat ik bezig ben met een wet waardoor er, net als dat nu geregeld is voor Oekraïners via een noodwet, ook voor niet-Oekraïners een mogelijkheid komt waardoor gemeenten verplicht worden om opvang te bieden. Daarbij gaat het zowel om reguliere azc's, de sobere locaties, drie extra aanmeldcentra, als om amv-locaties. Alleen, dat laat nog een tijd op zich wachten, want het betreft het normale wetgevingstraject langs Tweede Kamer en Eerste Kamer. Vanaf afgelopen donderdag worden er extra coaches ingezet in Ter Apel om die groep — volgens mijn laatste telling zijn het er 113 — in ieder geval tot die tijd meer dagbestedingsachtige begeleiding te geven.

Tot zover, voorzitter.

Mevrouw Podt (D66):
Ik hoor dat de staatssecretaris heel erg zijn best doet. Daar zijn we natuurlijk ook blij mee, maar er zit van alles in de weg. Hij geeft eerst al aan dat de bal voor een deel nog bij gemeenten ligt. Dat roept bij mij wel de volgende vraag op. We kunnen natuurlijk verschillende dingen doen — dat hebben we ook al vaker gewisseld — die ervoor kunnen zorgen dat het gemeenten gemakkelijker gemaakt wordt. Eén daarvan is dat gemeenten al langer naar die verlengde opvang voor amv's, dus na het 18de jaar, vragen, om ervoor te zorgen dat dat niet in het mandje van de gemeente terechtkomt. Dat is voor dit jaar gerealiseerd. We vragen ons toch wel af hoe dat nou verder gaat, want dat kan voor gemeenten ook echt een doorbraak zijn.

Wat ik heel wrang vond in het artikel is dat de Kinderombudsman ook aangaf verbijsterd te zijn dat de problematiek die we nu zien, bij instanties gewoon bekend is. Hij gaf ook aan dat die instanties dat eigenlijk ook heel verschrikkelijk vinden, maar dat er geen verbetering komt. De staatssecretaris geeft nu aan dat er coaches komen. Dat is op zich goed nieuws, maar kinderen missen weken, soms wel maanden school. Die hebben mentale problemen, echt als gevolg van het nietsdoen. Veel kinderen zullen hier ook blijven en ze hebben nu al een achterstand. Ik vraag me dan dus wel af: gaan we het nou redden met die coaches en moeten we niet zorgen dat dagbesteding en scholing echt op orde worden gebracht? Wat zit dat eventueel nog in de weg?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ik ben het eens met mevrouw Podt dat het voor gemeentes in ieder geval kan helpen dat de 18 jaar wordt verlengd. Daar zit overigens een deel bij mij c.q. Justitie en voor een deel zit het ook nog bij VWS. Dat is zo omdat een aantal van deze jongeren, een groot aantal van deze jongeren, bijvoorbeeld ook jeugdhulp nodig hebben. Op dit moment vallen ze dus onder de kosten van de desbetreffende gemeentes zodra ze boven de 18 zijn. Er wordt dus niet alleen gezegd dat ze langer onder dit regime vallen, maar ook dat de kosten daarmee gedekt zijn. Voor 2022 is dat nu inderdaad geregeld. Voor 2023 en daarna moeten we dat nog doen. U heeft als Kamer tot nu toe echter bijvoorbeeld in het coalitieakkoord bepaalde kaders meegegeven als het gaat om geld en u weet dat we komende vrijdag nog een aantal financiële dingen op te lossen hebben. Ik kan op dat punt dus niet heel snel wat beloven. En ja, het klopt dat instanties dit al een tijd weten. Mevrouw Podt gaf zelf aan dat zij in ieder geval vanaf november weet dat er meer dan 50 zitten, en met haar dus de Kamer en ook het kabinet. Waar we tegen aanlopen is dat het dus gewoon onvoldoende lukt om voldoende locaties in Nederland te krijgen. Daardoor kunnen we de jongeren om wie het gaat, niet doorplaatsen. Daar hebben we het over. We hebben het over die groep 15-, 16- en 17-jarigen. Dat is dus een andere groep dan die groep waar de heer Schuiling het over had. Het lukt ons op dit moment niet om voldoende locaties te krijgen. Daardoor zitten ze er langer. Zodra ze door kunnen stromen, hebben ze ook meteen onderwijs. Dat is op de reguliere amv-locaties namelijk wel geregeld.

De voorzitter:
Mevrouw Podt, tot slot.

Mevrouw Podt (D66):
Ik vind dit toch wel heel erg ingewikkeld. Ik snap de structurele problemen, echt waar. Ik dank de staatssecretaris ook echt voor zijn inzet daarop, maar ik hoor nog steeds niet echt een goed antwoord op de vraag wat we nou doen als kinderen daar uiteindelijk toch weken, soms maanden zitten zonder onderwijs, terwijl kinderen daar gewoon recht op hebben. Ik hoop echt dat de staatssecretaris daarop in gaat zetten en dat we die dagbesteding en dat onderwijs van de grond gaan krijgen, want iedereen, ook deze kinderen, verdient gewoon een kans op de allerbeste toekomst.

Staatssecretaris Van der Burg:
Dat laatste ben ik uiteraard met mevrouw Podt eens. Daar zijn we het denk ik allemaal over eens. Het is heel simpel: op dit moment heb ik die oplossing gewoon nog niet. Ik kan die u dus ook niet toezeggen.

De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Podt.

Mevrouw Podt (D66):
Dan hoop ik dat u bereid bent om op korte termijn bij ons terug te komen, misschien wel met die oplossing. Daarbij gaat het dan met name om de vraag hoe we de dagen gaan invullen die jongeren nu gewoon vruchteloos doorbrengen.

Staatssecretaris Van der Burg:
Laat ik die vraag gewoon met ja beantwoorden, voorzitter.

De voorzitter:
Ik dank u zeer. Er zijn een aantal vervolgvragen. Het gaat om een korte vraag zonder uitgebreide inleiding. Allereerst de heer Jasper van Dijk, SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):
"De kinderen krijgen te eten en dat is het"; dat is wat ik afgelopen week hoorde. Ik dacht: wat is dit nou; is dit Nederland? Ik kon me dat niet voorstellen, maar het is dus toch zo. Kinderen worden verwaarloosd in Nederland. En nu zegt de staatssecretaris: voor Oekraïners hebben we een noodwet ingesteld. Dat is hartstikke goed, maar voor de andere asielzoekers doen we dat misschien ergens in de zomer. Waarom gaat u niet op z'n minst ook voor deze kinderen zo'n noodprocedure inzetten, zodat we van deze omstandigheden afkomen?

Staatssecretaris Van der Burg:
U mag mij op van alles en nog wat aanspreken; laat daar geen misverstand over bestaan. Maar als het gaat om wetgeving, dan ben ik minstens net zo verantwoordelijk als u dat bent. Want u heeft bepaald onder welke voorwaarden noodwetgeving wel of niet kan worden ingezet. Daarmee doel ik uiteraard niet op de heer Van Dijk persoonlijk, maar de Kamer en het kabinet hebben gezamenlijk gezegd waarvoor je wel of niet noodwetgeving kan inzetten. Noodwetgeving kan in deze situatie niet worden ingezet. We moeten dus de normale procedure in van een behandeling in de Tweede en Eerste Kamer. Ik kan dus geen noodwetgeving inzetten. Anders had ik dat al gedaan.

De heer Kuzu (DENK):
Inmiddels hebben we het wekelijks over Ter Apel. Het is niet de eerste keer dat we erover spreken. Dan gaat het weer over de rol van de gemeente en dan weer over het COA. Justitie en VWS hebben een verantwoordelijkheid, maar ik vraag me af wat in dezen de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris is om ervoor te zorgen dat we geen Lampedusa van de Lage Landen krijgen.

Staatssecretaris Van der Burg:
Ik weet dat de burgemeester van Groningen de term "Lampedusa" heeft gebruikt. Die wordt nu ook door de heer Kuzu overgenomen. Die uitspraak is onterecht. Daarmee doe je de mensen van het COA onrecht aan. Daarmee doe je de situatie in Ter Apel onrecht aan. Daarmee doe je zeker de situatie in Lampedusa, zoals mensen die voor ogen hebben, onrecht aan. Dat is niet aan de orde. We zijn het erover eens dat het niet goed is geregeld. Het probleem is dat wij het in Nederland zo geregeld hebben dat de staatssecretaris verantwoordelijk is. Ik ben dus verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat er in Nederland voldoende plekken zijn op het gebied van opvang. We hebben het met elkaar ook zo geregeld dat die verantwoordelijkheid niet kan worden vormgegeven door middel van een aanwijzing van de staatssecretaris. Ik hoef u er niks over te vertellen. U kent de brieven daarover van 14 december en 10 januari. Die middelen heeft de staatssecretaris niet. Dat betekent dat de staatssecretaris alleen door middel van praten met gemeentes kan zorgen voor de plekken.

De heer Kuzu (DENK):
Ik ben in ieder geval blij dat de staatssecretaris zich verantwoordelijk voelt, maar ik hoorde hem in zijn beantwoording ook zeggen dat wanneer het om de leefomstandigheden van de kinderen gaat, hij hier geen pasklare oplossing voor heeft. Ik zou de staatssecretaris dus willen vragen om, als hij zich verantwoordelijk voelt, de leefomstandigheden van de kinderen in Ter Apel op korte termijn op orde te brengen. Daarmee bedoel ik binnen een week en uiterlijk binnen twee weken.

Staatssecretaris Van der Burg:
De tenten en de mensen die daarin leven, dus ook de kinderen die in tenten leven, worden vanaf vanavond niet meer gebruikt. Dat betekent dus dat de rest van Ter Apel — ik weet niet of de heer Kuzu er geweest is, maar dan heb ik het over het gebied binnen de hekken — verder op orde is wat betreft de leefomstandigheden. Dan resteert het zeer belangrijke punt van de begeleiding, coaching en het onderwijs voor amv'ers, dus de 113 jongeren van 15, 16 en 17 die uitgeplaatst moeten worden naar reguliere amv-locaties. Daarover heb ik zojuist op een vraag van mevrouw Podt gezegd dat ik met nadere informatie naar u toe zal komen.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ons eigen Lampedusa en zwaar verwaarloosde kinderen. Daar waarschuwt de Kinderombudsman ons voor. Het is echt schrijnend. Ik schaam me hiervoor. Mijn vraag aan de staatssecretaris is tweeledig. Kan hij ons voor het debat dat wij donderdag hebben over de opvang van Oekraïners, in detail het tijdpad schetsen van de wetgeving die eraan komt en waarmee we wél daadwerkelijk die aanwijzing kunnen geven? Kan hij juridisch onderbouwen waarom deze groep van minderjarigen, voor wie het echt hele schrijnende omstandigheden zijn, niet onder de noodwet zou kunnen vallen? Ik bedoel dus de juridische onderbouwing waarom voor deze groep de noodwetgeving niet zou kunnen gelden.

Staatssecretaris Van der Burg:
Ten eerste vind ik het jammer dat mevrouw Kröger toch het woord "Lampedusa" overneemt. Het is uiteraard aan GroenLinks om dat te doen, maar ik ben het daar nadrukkelijk niet mee eens; laat ik dat gezegd hebben. Volgens mij heb ik in de debatten die u en ik sinds ik aangetreden ben … Nee, dat is niet waar. Sinds het moment dat de oorlog in Oekraïne uitbrak, heb ik elke keer aangegeven waarom noodwetgeving voor Oekraïne wel kan en waarom dat niet kan voor de niet-Oekraïense asielzoekers. De ene situatie heeft te maken met de noodsituatie waarin wij zitten en waarin zich in een maand tijd 5 miljoen mensen in Europa melden. De andere situatie heeft te maken met het feit dat er sprake is van een continuüm aan een tekort aan plekken. Het is dus geen noodsituatie, maar een door de samenleving, door u en door mij gecreëerde situatie van te weinig plekken en van wetgeving die daar niet op aansluit. Met "u" bedoelde ik de Kamer, voorzitter. Daarom kan de noodwetgeving niet worden ingezet ten behoeve van deze groep. En nee, het lukt mij niet om voor komende donderdag dat tijdpad aan mevrouw Kröger, aan de Kamer te schetsen.

De voorzitter:
Wanneer wel?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ik zit voor een deel even in mijn hersenen te kijken ...

De voorzitter:
Kunt u daar anders straks op terugkomen?

Staatssecretaris Van der Burg:
Daar kom ik zo even op terug, voorzitter.

De voorzitter:
Ja. Het waren twee vragen, mevrouw Kröger, dus ik ga nu naar mevrouw Piri, PvdA.

Mevrouw Piri (PvdA):
We hebben het hier over amv'ers en over noodwetgeving. De termen vallen hier over elkaar heen. We hebben het hier over kínderen en ik vind dat het kabinet zich kapot moet schamen dat dit de manier is waarop wij kinderen die vluchten voor een oorlog opvangen. We verwaarlozen ze. Ze hebben geen dagbesteding en geen school. Mijn vraag aan de staatssecretaris is de volgende. En dan kunt u niet naar anderen wijzen en naar de Kamer wijzen; ú zit op die plek en bent hier hoofdverantwoordelijk voor. Hoeveel Ter Apels hebben wij in Nederland, waar kinderen niet naar school gaan? Ik hoorde dat dat ook bijvoorbeeld in Duiven sinds november het geval is. Hoeveel kinderen hebben we hier in Nederland die wij op deze manier opvangen?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ik deel met mevrouw Piri de negatieve gedachte over de situatie in Ter Apel als het gaat om de amv'ers. Van de toon die zij vervolgens naar mij toe kiest, denk ik wel: ja, mevrouw Piri, ik ben als staatssecretaris verantwoordelijk, maar we hebben het in Nederland wel geregeld op basis van vrijwilligheid bij gemeenten. Je kunt dan dus wel de staatssecretaris heel boos en streng toespreken, maar tot nu toe vond in ieder geval de meerderheid van de Kamer niet dat er een wet moest zijn die een verplichting bij gemeentes neerlegde. Tot nu toe vond de Kamer, samen met het kabinet, dat het op basis van vrijwilligheid moest zijn. In die zin vraag ik gewoon simpelweg ook de hulp van mevrouw Piri. Is zij ook bereid om haar partijgenoten in het land te bellen en te vragen: zou je in jouw gemeente een amv-locatie willen hebben? Dat neemt niet weg dat het mijn verantwoordelijkheid is. Maar als het je zo aan het hart gaat, dan kan een beetje steun daarin zeker geen kwaad. Op dit moment ben ik ook gewoon gebonden aan het feit dat ik het vooral met mijn mond moet doen, en het niet kan doen met wet- en regelgeving. Als het gaat om de concrete situatie in Duiven, heb ik op dit moment het antwoord niet.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Ceder, ChristenUnie. Het is belangrijk dat u één vraag stelt. U mag ook twee vragen stellen, maar dan kost het wel twee keer een beurt. De heer Ceder, ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik ga mijn eerste vraag toch gebruiken om de vraag van mevrouw Piri te herhalen, want die is volgens mij niet beantwoord. Hoeveel kinderen krijgen hier momenteel geen onderwijs? De staatssecretaris is niet voor alles verantwoordelijk — dat geeft u ook aan — maar we kunnen toch wel weten om hoeveel kinderen het gaat? Hoeveel kinderen die vluchteling zijn of in ieder geval in de procedure zitten, niet alleen in Ter Apel, maar in het hele land, krijgen momenteel geen onderwijs?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ik gaf daar net het antwoord op dat ik dat niet wist. Dan zou het dus raar zijn als ik het een halve minuut later wel wist. Dus ik weet het niet.

De voorzitter:
Kan de staatssecretaris daar wel op terugkomen en de Kamer daarover informeren? Er zijn nu twee collega's die dezelfde vraag hebben gesteld.

Staatssecretaris Van der Burg:
Uiteraard kan ik daarop terugkomen en krijgt u daarop een antwoord. Ik moet even kijken of het dan van mij komt of van de collega van Onderwijs, maar u krijgt in ieder geval antwoord namens het kabinet.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank. Ik was een paar weken geleden in Ter Apel. Ik vind het pijnlijk om te zien dat de situatie na een aantal weken nog steeds dezelfde is, met name de uitzichtloosheid ten aanzien van minderjarigen, kinderen. Het gaat om kinderen. Ik heb een hele concrete vraag. Er is heel veel niet mogelijk of niet gelijk mogelijk, maar volgens mij kunnen wij toch onderwijs regelen. Dat hoeft niet per se op een school als dat niet kan. Maar je kan toch onderwijzers plaatsen of digitaal iets faciliteren? Volgens mij is het een kwestie van politieke wil, van of we dat willen. Volgens mij heeft u hier een Kamer die zegt: regel dat nou. Mijn concrete vraag aan de staatssecretaris is: kunnen wij in ieder geval voor die kinderen op zeer korte termijn fysiek, digitaal of op welke wijze dan ook enige vorm van onderwijs aanbieden? Het moet in een land als Nederland toch mogelijk zijn om onderwijs te faciliteren?

Staatssecretaris Van der Burg:
Laat ik ten behoeve van het debat van komende donderdag een memobrief, een notitie aan de Kamer doen toekomen over wat er wel kan en op welke termijn.

De voorzitter:
Vóór het debat zei u.

Staatssecretaris Van der Burg:
Vóór het debat.

De voorzitter:
Ja. De heer Brekelmans, VVD, en dan de heer Bisschop.

De heer Brekelmans (VVD):
Volgens mij is er vrijwel niemand in deze Kamer die vindt dat het goed is als kinderen lang geen onderwijs krijgen, als kinderen in slechte omstandigheden zitten of zelfs op vieze toiletten. Volgens mij wil niemand dat bij het COA en wil deze staatssecretaris dat ook niet, maar de realiteit is, zoals de staatssecretaris zelf aangaf, dat het ons niet lukt om het te regelen met gemeenten. We zien een crisis met Oekraïense vluchtelingen waarbij het gaat om tienduizenden mensen, terwijl dagelijks nog ongeveer honderd mensen in Ter Apel aankomen. Is dan de conclusie niet dat die aantallen in de praktijk voor ons als land te groot zijn, te groot voor de woningmarkt, te groot voor het onderwijs, te groot voor alle begeleiding, zodat we meer werk zullen moeten maken van het beheersbaar maken van de instroom?

Staatssecretaris Van der Burg:
Los van de vraag of we dat zouden moeten willen, is de instroom van Oekraïners niet te reguleren, omdat Oekraïners vrij mogen reizen door Europa. Inmiddels zijn er 5 miljoen Oekraïners buiten Oekraïne. Dus men kan ook gewoon naar Nederland komen. In die zin komt er een zeer laag percentage Oekraïners naar Nederland als je het vergelijkt met de rest van Europa. Uiteraard gaan de meesten naar de buurlanden van Oekraïne. Als het gaat om de niet-Oekraïners oftewel de asielzoekers die zich melden in Ter Apel, dan verschillen kabinet en VVD er niet van mening over dat die groep qua aantal zo laag mogelijk moet zijn. We moeten dus aan alle kanten kijken hoe we mensenhandelaren tegen kunnen gaan die dit soort paden bewandelen. Dat laat onverlet dat iedereen die zich in Ter Apel meldt, recht heeft op een asielprocedure. In die asielprocedure dient diegene dus ook gewoon opvang te krijgen tot het moment dat duidelijk is of hij of zij wel of niet mag blijven.

De voorzitter:
De heer Brekelmans, tot slot.

De heer Brekelmans (VVD):
Ik begrijp goed wat de staatssecretaris zegt. Ik denk dat er meer landen in de Europese Unie zijn die in een vergelijkbare situatie als Nederland zitten, die al te maken hebben met een asielsysteem dat onder druk staat, waar vervolgens ook nog de crisis met Oekraïense vluchtelingen bovenop komt en waarbij het te veel is.

De voorzitter:
Graag een vraag, meneer Brekelmans.

De heer Brekelmans (VVD):
Ziet de staatssecretaris dit ook als het moment om samen met andere Europese landen te bespreken hoe we die beide grote stromen gaan oplossen en daar met derde landen afspraken over te maken om dat meer onder controle te krijgen?

Staatssecretaris Van der Burg:
Daarover staat het nodige in het coalitieakkoord. Daarover staat ook het nodige in het migratiepact, dat onder leiding van het Franse voorzitterschap werd opgepakt. Waarom spreek ik even in de verleden tijd? Omdat je ziet dat de afgelopen zes weken alle aandacht gaat naar de asielstroom, de vluchtelingenstroom vanuit Oekraïne, waarmee materieel alle afspraken met betrekking tot het migratiepact in Europa op een zeer laag pitje staan. Maar inderdaad, we moeten niet alleen met de collega's uit Europa maar ook met de collega's binnen het kabinet, bijvoorbeeld met mevrouw Schreinemacher, gezamenlijk kijken hoe wij aan de thuislanden of de herkomstlanden van de groep die uitgezet moet worden, een aanbod kunnen doen om ervoor te zorgen dat mensen ook daadwerkelijk vertrekken. Daarnaast moeten we kijken hoe we de instroom verder kunnen beperken.

De heer Bisschop (SGP):
Als je de verhalen over de situatie van de kinderen daar leest, dan raakt dat je. Maar ik moet zeggen: ik heb stellig de indruk dat het een onderdeel is van een veel groter probleem. Daarom ligt er een aangenomen motie op mijn naam met het verzoek aan de staatssecretaris om tot een inventarisatie te komen van wat er nodig is om structureel tot een veerkrachtig en robuust asielsysteem, een asielketen, een opvangketen te komen. Daar zou de staatssecretaris voor de zomer op terugkomen. Ik vraag hem nu dus niet hoe die keten eruitziet, maar ik vraag wel wat de stand van zaken is. Ik wil de staatssecretaris ook vragen om dit punt daar structureel in mee te nemen.

Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, dat zal ik doen. Zoals gezegd doe ik dat voor de zomer.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze mondelinge vraag. De staatssecretaris zou alleen nog naar aanleiding van een vraag van mevrouw Kröger aangeven wanneer de Kamer geïnformeerd wordt over de planning van het wetsvoorstel.

Staatssecretaris Van der Burg:
U zag mij naar mijn telefoon kijken. Ik heb nog even geen voldoende bevredigend antwoord waar ik mij in kan vinden. Dus dat wil ik even meenemen in die aan de heer Ceder toegezegde brief ten behoeve van het debat van donderdag.

De voorzitter:
Prima. Dan dank ik de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van harte.

Vragen Ouwehand

Vragen van het lid Ouwehand aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over nieuwe uitbraken van het vogelgriepvirus in het hart van de pluimvee-industrie.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan mevrouw Ouwehand. Zij heeft een mondelinge vraag aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die ik van harte welkom heet. De vraag gaat over het bericht "Nieuwe uitbraken van het vogelgriepvirus in het hart van de pluimvee-industrie". Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Mijn eerste vraag aan de minister van Volksgezondheid is: wat hebben de Spaanse griep, de Aziatische griep, de Hongkonggriep en de Mexicaanse griep met elkaar gemeen? Omdat ik eigenlijk geen ministers naar de Kamer wil roepen om quizjes mee uit te voeren, geef ik meteen het antwoord. Het waren pandemieën die zijn ontstaan door de manier waarop mensen met dieren omgaan. Het zijn mengvormen van vogelgriepvirussen, varkensgriepvirussen en mensengriepvirussen. Nu wil het geval dat deze minister alles weet over zoönose, want zo heet dat. Dat is een infectieziekte die overspringt van dier op mens. We zijn nog maar net aan het bijkomen van de coronapandemie. Het vraagt maar één oversprong van dier op mens, en de hele wereld wordt ziek.

Nu hebben we in Europa de zwaarste vogelgriep ooit. Virologen maken zich ernstig zorgen. Er ligt op het bureau van het kabinet een rapport van de commissie-Bekedam, dat heel duidelijk is over wat er moet gebeuren. Nederland is een hotspot voor nieuwe zoönosen. Dat betekent dat de volgende pandemie in Nederland kan ontstaan, in de pluimvee-industrie dan wel in de varkensindustrie dan wel in een mengvorm daarvan, want die stallen staan nog steeds veel te dicht op elkaar. Er worden nog steeds vergunningen afgegeven voor vogel- en varkensstallen bij elkaar in de buurt. En de minister van VWS zit op zijn handen en doet niets.

Erkent de minister van Volksgezondheid dat een nieuwe pandemie in Nederland kan ontstaan? Er is nu opnieuw vogelgriep uitgebroken in de Gelderse Vallei. Erkent de minister dat wetenschappers daarover bij een eerdere evaluatie al zeiden: als het daar gebeurt, is er geen houden aan? Is hij bereid om toe te geven dat de uitzonderingen op de maatregelen — een vervoersverbod maar niet naar de Gelderse Vallei, want daar moesten de stallen weer vol worden gezet — hebben geleid tot een nieuwe uitbraak aldaar? Is de minister van Volksgezondheid bereid om nu in actie te komen, te doen waar virologen al jaren om vragen en de aanbevelingen van de commissie-Bekedam op te volgen? Dat zijn: het aantal dieren verminderen, minder dieren op een kluitje houden en de pluimvee-industrie weghalen uit waterrijke gebieden.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de minister.

Minister Kuipers:
Voorzitter, dank u wel. In respons op de vragen en de opmerkingen van mevrouw Ouwehand moet ik helaas eerst een aantal punten corrigeren of weerleggen. Dat is allereerst de opmerking dat deze minister alles van zoönosen weet. Ik ben bang dat dat niet het geval is. Er zijn veel mensen die veel van zoönosen weten — ook ik weet er iets van — maar "alles van zoönosen" gaat iets te ver.

Dan een tweede, iets serieuzere kanttekening: "er is maar één oversprong van mens op dier nodig". Ook mevrouw Ouwehand weet dat dat niet correct is. Er zijn oversprongen van mens op dier, en de vraag is of bij zo'n oversprong vervolgens ook hernieuwde oversprongen van mens op mens kunnen plaatsvinden. Dat vraagt meestal om een verdere aanpassing. Het lijkt semantiek, het lijken kleine dingen, maar het is wel belangrijk.

Dan de derde kanttekening. Mevrouw Ouwehand zei dat deze minister op zijn handen zit en niets doet. Ook dat is niet het geval, zo kan ik u geruststellen.

Ik noem een aantal relevante punten. In Barneveld is op een pluimveebedrijf met legkippen vogelgriep H5 vastgesteld. Het gaat waarschijnlijk om een hoogpathogene variant. Ik begrijp heel goed de zorgen hierover; die deel ik ook. Barneveld ligt in het hart van de pluimvee-industrie en vogelgriep houdt Nederland maar ook veel andere landen binnen en buiten de Europese Unie langdurig in de greep, en er is geen zicht op het aflopen van die epidemie.

De aanpak om besmette vogels zo snel mogelijk te ruimen, is de snelste manier om virusvermenigvuldiging en verdere verspreiding met daarbij ook kans op mutaties, waaronder mutaties die overdracht naar mens en vervolgens van mens op mens, te stoppen. Het zoönotische risico van de vogelgriepvarianten die op dit moment in Nederland rouleren, is naar de mening van deskundigen klein, maar dat neemt niet weg dat wij er alles aan doen om het risico voor de volksgezondheid zo klein mogelijk te houden. We zien dat naast uitbraken in de sector ook zoogdieren besmet worden bij het eten van kadavers van wilde vogels. Zoals u weet trek ik daarbij samen op met mijn collega van LNV. Wij onderkennen gezamenlijk het belang van monitoring van besmettingen bij zoogdieren en vogels. Daar waar besmetting wordt vermoed, wordt onderzocht en getest. Positieve gevallen worden beoordeeld op zoönotische karakteristieken die een indruk geven van de kans op overdracht van mens op mens.

Ik kom op de aanvullende vraag van mevrouw Ouwehand, over het vervoersbeleid. Bij de dierziektebestrijding is de minister van LNV aan zet. Ten aanzien van het vervoersbeleid bij uitbraken bij pluimveebedrijven is de vraag allereerst aan hem. Mocht er een gevaar voor de volksgezondheid dreigen, dan neemt VWS het voortouw over en worden onder leiding van VWS besluiten genomen over te nemen maatregelen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank aan de minister voor zijn eerlijkheid dat hij niet alles over zoönosen weet, maar in zijn vorige rol heeft hij wel degelijk te maken gehad met wat er gebeurt als een infectieziekte overspringt van dier op mens. Als het vervolgens van mens op mens overdraagbaar wordt, krijg je een horrorscenario met grote gevolgen voor bijvoorbeeld de zorg. Mijn vraag is: voelt de minister van VWS zich niet in eerste instantie verantwoordelijk voor het voorkomen van nog een keer zo'n drama? Of denkt hij: ik ben gewoon de minister van het managen van de zorg als we weer zo'n pandemie hebben? Wacht hij gewoon tot zo'n pandemie er komt?

Ik hoor de minister nu weer zeggen: als er reden is om aan te nemen dat zo'n dierziekte gevaarlijk is voor de volksgezondheid, dan komt de minister van VWS in actie. Dat zou leuk zijn, maar waar is het wachten op? Volgens Marion Koopmans, een van de meest vooraanstaande virologen op dit gebied, is er sprake van permanente pandemische dreiging in onze eigen achtertuin. Thijs Kuiken, ook een van de belangrijke virologen, waarschuwt dat de volgende pandemie wordt uitgebroed in kolossale kippenstallen. En dat zou zomaar in Nederland kunnen zijn. De minister zegt steeds: wij komen in actie als er een aanwijzing is dat zo'n dierziekte gevaarlijk kan zijn voor mensen. De variant die nu in Nederland rondgaat, heeft al andere mensen besmet. We hebben de minister op 22 maart een hele serie technische vragen gesteld. Het type dat nu rondgaat, besmet al mensen. Daarmee is het een risico voor mensen. Waar blijft de actie? Waarom wacht de minister of verschuilt de minister zich achter zijn Deskundigenberaad Zoönosen, dat in maart zou vergaderen, terwijl al die andere virologen en al die andere wetenschappelijke rapporten al lang zeggen: dit is gevaarlijk; u moet optreden?

Minister Kuipers:
Voorzitter, ik wil de vraag rustig beantwoorden, maar ik zag mevrouw Agema bij de microfoon staan.

Mevrouw Agema (PVV):
Dat is het nieuwe protocol.

De voorzitter:
Dat klopt. Mensen mogen nu weer gewoon naar de interruptiemicrofoons lopen.

Minister Kuipers:
Ik zet even een paar zaken op een rijtje. Allereerst deel ik geheel met mevrouw Ouwehand dat wij te maken hebben met een continue pandemische dreiging. Dat hadden we al, dat hebben we vandaag, dat hadden we voor covid en dat hebben we in de afgelopen tientallen jaren gehad: een continue pandemische dreiging. Daarmee bedoel ik het niet te bagatelliseren. Die dreiging was er en die is er nog steeds. Ook vijf jaar geleden waarschuwden de specialisten, zoals mevrouw Ouwehand aanhaalt, voor de mogelijkheid van een pandemie. Dat was ook de reden waarom er bijvoorbeeld in de zorg pandemieprotocollen zijn gekomen en dat er pandemieoefeningen waren. Dat was ook de reden waarom wij hier in Nederland de structuur hebben ingericht die wij hebben. Die structuur staat en die structuur functioneert. Daarbij is, zoals u weet, inzake het zoönosebeleid zowel het ministerie van VWS als het ministerie van LNV in de lead en staat de volksgezondheid voorop. Maar elk ministerie heeft een eigen instrumentarium om te acteren. Een volgende pandemie kan er een zijn die voortkomt, in Nederland of ergens anders, uit een mutatie van een vogelgriepvirus. Het kan ook zijn dat die voortkomt uit een volgende mutatie, helaas, van een coronavirus. Nieuwe mutanten die er potentieel dreigend uitzien, zitten nu weer in Zuid-Afrika. Maar het kan ook iets totaal anders zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vragen.

Minister Kuipers:
Ik denk van wel, want de vraag ging over pandemische paraatheid en wat deze minister doet aan preventie. Dan refereer ik aan de structuur die we daar in Nederland voor hebben, die overigens ook bediscussieerd is tijdens de twee afgelopen debatten die zich richtten op zoönose en het zoönosebeleid, en de toezeggingen die al gedaan zijn, bijvoorbeeld om voor te zomer te komen met een verder uitgewerkt zoönoseplan, in gezamenlijkheid met de minister van LNV.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik begrijp dat wij zo'n 3,5 tot 4 miljard eieren per jaar consumeren in ons land. Als we de pluimveesector zouden kapotmaken, dan worden die natuurlijk geïmporteerd, want wij gaan niet stoppen met het eten van eieren. Dan worden die eieren ingevlogen vanuit landen waarvan we, denk ik, niet willen weten hoe ze daar met die dieren omgaan. Het lijkt mij dus niet verstandig om de pluimveesector de nek om te draaien. Maar waar ik wel een zorg over heb, zijn de vrijeuitloopkippen, omdat het op dit moment heel gemakkelijk is dat een besmette vogel tussen de vrijeuitloopkippen landt en die dieren ziek maakt. Mijn vraag aan de minister is wat daar op dit moment voor kennis over is. Zou het misschien beter zijn om over te gaan op scharreleieren, zoals we die eerder hadden?

Minister Kuipers:
Dan moet ik helaas echt refereren aan mijn collega, de minister van LNV, anders begeef ik mij op zijn terrein.

De voorzitter:
Kan de minister wel aan zijn collega vragen of die schriftelijk wil terugkomen op deze vraag?

Minister Kuipers:
Zeker.

De heer Thijssen (PvdA):
Dank voor de antwoorden van de minister. De minister zegt ook: er is een continue pandemische dreiging. Er zijn allerlei rapporten die zeggen dat pluimveebedrijven uit waterrijke gebieden weg moeten. Er is een bedreiging voor de volksgezondheid. De minister zegt ook: als het armpjedrukken wordt tussen de minister van LNV en de minister van Volksgezondheid, dan bepaalt de minister van Volksgezondheid, want dat staat bovenaan. Wanneer is de dreiging groot genoeg dat deze minister wel gaat ingrijpen?

Minister Kuipers:
Bij dierziektebestrijding is de minister van LNV aan zet. VWS zit altijd aan tafel als een dierziekte mogelijk zoönotische aspecten heeft, om het volksgezondheidsrisico in de gaten te houden. Deskundigen monitoren dat continu, om te zien of er volksgezondheidsrisico's zijn. Zodra die echt daadwerkelijk dreigen, dan nemen wij het voortouw.

Mevrouw Beckerman (SP):
Er zijn nu, als ik het goed heb, ruim 2 miljoen dieren gedood vanwege de vogelgriep. We zitten in de ergste uitbraak in Europa ooit. Die is nu in Barneveld, een hele kwetsbare regio voor de vogelgriep. Ik probeer toch nogmaals de vraag te stellen die al voor mij gesteld is, maar misschien wat concreter. De minister zegt dat hij voor de zomer met een plan komt. Moet dat niet naar voren gehaald worden, nu dit juist ook in Barneveld is aangetroffen, met alle gevolgen van dien voor boeren, de dieren en mogelijk de mensen daaromheen? Moeten we niet veel sneller ingrijpen?

Minister Kuipers:
Zoals recent genoemd in het zoönosedebat en het aansluitende tweeminutendebat met mijn collega, komen wij vóór de zomer met een actieplan zoönosen. Er is een brief naar u onderweg op verzoek van mevrouw Ouwehand, dat destijds bij dat debat is gedaan, met een respons van mijn kant ten aanzien van de Raad van State-uitspraak over het toestaan van het uitbreiden van specifieke bedrijven. In diezelfde brief komt ook een respons op het plan, zoals bij datzelfde debat aan mij overhandigd en aan ons beiden overhandigd vanuit D66 met betrekking tot de aanpak van de vogelgriep.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman vroeg: is er niet meer spoed nodig?

Minister Kuipers:
Ik geef hiermee aan dat er op allerlei manieren wordt geschakeld. Het overleg loopt overigens ook. Er zijn nu inderdaad veel uitbraken. Daar zit de minister van LNV bovenop. Hij maakt plannen. Er worden bedrijven geruimd. Er wordt gemonitord of er sprake is van een overdracht van het virus naar personen. Dat is tot nu toe nog niet gezien, met uitzondering van een enkele casus zoals zonet al genoemd, onder andere één geval in Engeland van iemand met zeer nauw contact met dieren. Er wordt ook gemonitord wat eventuele mutaties zijn. Zoals u weet — dat is eerder ook besproken — zijn er verschillende mutaties nodig om een overdracht van dier op mens en vervolgens van mens op mens mogelijk te maken. Ook daarin zien we tot nu toe geen ontwikkeling.

Mevrouw Paulusma (D66):
We spreken met deze minister heel vaak over pandemische paraatheid. Wat ons betreft gaat dat juist heel erg over het voorkomen van een nieuwe pandemie. Daarvoor is dit onderwerp heel erg relevant. Uw collega van LNV, naar wie u al een aantal keren verwees, is ook in Europa in gesprek over het vaccineren in de pluimveesector. Wij zijn erg benieuwd hoe het met het draagvlak is voor dit onderwerp en of er al versnelling op zit. Wat mij betreft kan dit ook genoemd worden in de brief waar al een aantal keer om gevraagd is.

Minister Kuipers:
Nogmaals, het gaat over het preventief vaccineren van pluimvee. De minister van LNV is daarmee bezig. Ik wil niet voor hem antwoorden.

Mevrouw Paulusma (D66):
Deze minister kan dat dus wel met de betreffende collega oppakken, om ervoor te zorgen dat het juist meekomt in de brief waar al een aantal keren om gevraagd is.

Minister Kuipers:
Dat kan ik doen en dat zal ik ook doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Terwijl we zitten te wachten op de uitwerking van wat het kabinet denkt dat zou moeten gebeuren met het rapport van de commissie-Bekedam, worden er iedere keer nieuwe vogelgriepbesmettingen aangetroffen. Alle dieren worden vergast, al dan niet preventief, omdat er een stal in de buurt staat. Zo dicht staan die stallen op elkaar in Nederland. En dan worden er, na een poosje stilstand, gewoon weer nieuwe vogels in gezet. Een vijfde van alle eenden is inmiddels alweer vergast in Nederland. Met die uitbraak in Barneveld zijn er talloze bedrijven in de omgeving waar vergassingen gaan plaatsvinden. In de tussentijd zegt deze minister: ik wacht even tot de plannen rond zijn. Realiseert de minister van VWS zich … Laat ik het anders formuleren: mogen we deze minister van VWS verantwoordelijk houden als het virus overspringt, al dan niet via varkens, op mensen?

Minister Kuipers:
Dat zou wel een hele grote verantwoordelijkheid zijn die ik dan op mijn schouders krijg. Vogelgriep kan overslaan op mensen. Dat kan bij een pluimveehouderij, maar dat kan ook in het wild; het kan potentieel op allerlei verschillende manieren als een virus voldoende mutaties opbouwt. Waar u mij verantwoordelijk voor mag houden, is dat we dat goed monitoren. Waar u mij verantwoordelijk voor mag houden, is dat ik nauw met de minister van LNV de gezondheidsrisico's bekijk en de minister van LNV vraag om telkens te acteren waar dat nodig is. Wat op dit moment gebeurt, is dat er inderdaad herhaalde uitbraken zijn bij pluimveebedrijven en dat die bedrijven dan helaas — het is de maatregel die we tot nu toe hebben — geruimd worden, los van andere, preventieve maatregelen die we nemen. Wat op dit moment ook gebeurt, is dat er geen overdracht is van pluimvee naar mens, noch in het algemeen, noch bij de betreffende pluimveehouders of hun gezin. We zitten erbovenop om dat te controleren. Voor nu zie ik dan ook geen andere maatregel voor mij dan dat wat we allemaal al doen.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
De minister spreekt over een zoönose-actieplan waarmee hij gaat komen. Ik hoor hem dingen zeggen als "vaccineren" en "kijken naar de organisatie van bedrijven". We hebben met corona een hele discussie gehad over hoe mensen zichzelf beter kunnen beschermen. Is de minister bereid om in de brief die gaat komen, ook aan te geven wat mensen kunnen doen om de kans dat het gaat overspringen, sowieso minimaal te houden?

Minister Kuipers:
Daar ben ik van harte toe bereid.

De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Van der Plas, BBB: hoeveel eieren eten wij?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar hebben we nog even een discussie over. Dat gaan we nu niet zeggen.

Minister Kuipers:
Ik durf het u niet te zeggen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat komt nog.

Het is een beetje een rare positie die deze minister hier nu heeft, want hij krijgt heel veel vragen over pluimveehouderij, terwijl hij de minister van Volksgezondheid is. Ik zie overigens wel dat de voormalige minister van LNV is aangeschoven in vak-K, maar die heeft gezegd: daar doe ik niet meer aan mee. Dat snap ik natuurlijk heel goed.

Mijn vraag is, denk ik, ook weer een vraag voor de minister van LNV: hoeveel uitbraken zijn er precies ontstaan vanuit Nederlandse pluimveestallen en hoeveel virussen zijn er precies ontstaan vanuit Nederlandse pluimveestallen? Want naar mijn weten is het eigenlijk een traject: in China is pluimvee besmet, dat is overgegaan op wilde vogels, die trekken via Rusland hiernaartoe en komen hier foerageren en overwinteren, zij zitten in waterrijke gebieden …

De voorzitter:
Dank u wel

Mevrouw Van der Plas (BBB):
… de uitloopkippen worden besmet en dan hebben we hier vogelgriep.

De voorzitter:
De minister.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar hoeveel gevallen ontstaan er nou echt in de Nederlandse stallen? Want hier wordt een beetje gedaan alsof dat het grootste gevaar is waardoor straks heel Nederland of de hele wereld ziek kan worden.

De voorzitter:
Excuus dat ik u moest onderbreken, maar het is echt een korte vraag, binnen 30 seconden, en ook één vraag. Dat geldt voor iedereen. De minister.

Minister Kuipers:
Ik zeg het opnieuw: ik begeef me hiermee op het terrein van mijn collega. Maar laat ik een antwoord geven. Veel van de besmettingen die in de pluimveebedrijven ontstaan, worden van buiten geïntroduceerd, bijvoorbeeld via wild gevogelte — dit raakt ook aan de vraag die mevrouw Agema zonet al stelde — maar hoeveel bedrijven het er exact zijn, durf ik u niet te zeggen. Opnieuw: ik kan deze vraag voorleggen aan mijn collega van LNV; ík weet het niet.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, nog een vraag? Nee. Ik hoor nu buiten de microfoon de suggestie om het in dezelfde brief te doen. Dat is een goede suggestie van mevrouw Agema: één brief waarin alle vragen worden beantwoord.

Minister Kuipers:
Ja. Met excuses; ik weet het gewoon niet.

De voorzitter:
Tot slot mevrouw Ouwehand, met nog een korte vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
We zien hier een herhaling van het Q-koortsdrama, waarbij het ministerie van VWS gewoon maar een beetje achteroverleunde en alles aan het ministerie van Landbouw liet. Vervolgens raakten duizenden mensen besmet en zijn er mensen overleden. Ik hoor nu de nieuwe minister van VWS eigenlijk zeggen: tja, ik kom wel in actie als het mogelijk gevaarlijk is voor de volksgezondheid, maar ik ben natuurlijk nergens verantwoordelijk voor …

De voorzitter:
En uw vraag aan de minister?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… ik ben alleen verantwoordelijk voor het monitoren en voor de plannen als er een nieuwe pandemie is. Mijn vraag is: de minister zegt steeds dat VWS leidend wordt als er een aanwijzing is dat de ziekte gevaarlijk is voor mensen. Daar hebben we wetenschappelijke rapporten voor, maar dat vindt de minister niet genoeg. Dan zegt hij: ik moet advies hebben van het deskundigenberaad dierziekten. Dat heeft in maart vergaderd. Wat is het antwoord daarop? Waarom heeft de Kamer dat verslag nog niet?

Minister Kuipers:
Ik wil er eerst even nadrukkelijk afstand van nemen dat we een herhaling van het Q-koortsdrama zien. Mevrouw Ouwehand zegt terecht dat er veel mensen besmet zijn geraakt, dat veel mensen langdurig ziek zijn geweest en dat sommige mensen nu nog steeds de nasleep daarvan hebben. Waar we nu hier mee te maken hebben — laten we echt even een duidelijke scheiding maken — is een ernstige en langdurige uitbraak in Nederland en daarbuiten van vogelgriep onder dieren, onder vogels. Er zijn, in tegenstelling tot bij Q-koorts, op dit moment niet duizenden mensen in een klein gebied al besmet geraakt met het vogelgriepvirus. Er is één geval in Engeland en ik geloof dat er nog één ander geval is. Er zijn, voor zover ik weet, geen gegevens over overdracht van mens op mens. Dat is echt nog even een andere situatie.

Kan er een ernstige situatie ontstaan? Ja, dat kan. Dat hoort u mij niet ontkennen. Daar hebben we een structuur voor. Dat kan nu, dat kan morgen. Dat kon overigens ook gisteren, een jaar geleden en vijf jaar geleden. We hebben de situatie al heel lang. We zitten daarbij ook — mevrouw Van der Plas en mevrouw Agema refereerden daaraan — in een land dat zeer dichtbevolkt is en dat ook een hoge dichtheid heeft aan onder andere dieren, om allerlei redenen. In die setting lopen wij risico's, zoals wij die op allerlei andere plekken ook lopen. Daar hebben we een structuur voor. Daar zijn we druk mee bezig. We zijn ook nog met verdere dingen bezig. Het rapport waar u aan refereerde, komt zeer binnenkort. Die vergadering is net geweest en u krijgt het doorgestuurd, evenals de andere toegezegde zaken die ik al noemde. Het is voor nu nadrukkelijk dus echt een andere situatie dan de Q-koortssituatie, waar u aan refereert.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van harte danken voor zijn aanwezigheid hier.

Vragen Van Kent

Vragen van het lid Van Kent aan de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen over onbeantwoorde schriftelijke vragen inzake gebrek aan voortgang bij de unaniem aangenomen motie aanpak AOW-hiaat.

De voorzitter:
Ik vraag de heer Van Kent om zijn mondelinge vraag te stellen aan de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, die ik van harte welkom heet. De heer Van Kent heeft een vraag naar aanleiding van onbeantwoorde schriftelijke vragen inzake gebrek aan voortgang bij de unaniem aangenomen motie aanpak AOW-hiaat. Het woord is aan de heer Van Kent, SP.

De heer Van Kent (SP):
Dank u wel, voorzitter. In Nederland kunnen mensen steeds later met pensioen doordat de AOW-leeftijd eindeloos blijft stijgen. Steeds meer mensen halen dat ook niet, redden dat simpelweg niet omdat hun lichaam dat niet aankan. Zij raken arbeidsongeschikt, worden ziek of overlijden zelfs voor de pensioendatum. De SP vindt het daarom belangrijk dat er een vroegpensioenregeling is, ook na 2025. Ik vraag de minister of zij dat met ons eens is. De SP vindt dat de AOW-leeftijd moet dalen in plaats van moet stijgen.

Om een heel specifieke groep te hulp te schieten, hebben we de samenwerking gezocht met het CDA en hebben we een initiatiefnota ingediend. We hebben een goed debat gehad in de Kamer. We waren heel blij met de massale steun voor het voorstel om te kijken welke groepen er allemaal gedupeerd zijn door die stijging van de AOW-leeftijd. Voor een aantal mensen werden tijdens het spel de regels gewijzigd. Ze hadden gerekend op een AOW vanaf 65 en dat bleek anders uit te pakken. We waren blij met de massale steun om in kaart te brengen wie er allemaal gecompenseerd zouden moeten worden. We waren ook heel blij met de unaniem aangenomen motie die de regering opdraagt, een kraakheldere opdracht geeft, om voor de groep zelfstandigen die al ziek was toen de AOW-leeftijd werd verhoogd en een verzekering had tot 65 jaar een compensatieregeling uit te werken en die aan de Kamer voor te leggen.

We hebben 55 dagen geleden samen met mevrouw Palland van het CDA schriftelijke vragen gesteld om te vragen waar die regeling blijft en we hebben 55 dagen niets gehoord. Ik zou heel graag van de minister willen weten wanneer de compensatieregeling naar de Kamer komt en wanneer mensen gecompenseerd worden voor het onrecht dat hen is aangedaan.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de minister.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst excuses aan de heer Van Kent en mevrouw Palland, omdat de vragen niet tijdig beantwoord zijn. Dat had wel gemoeten. Anders hadden wij op z'n minst een uitstelbriefje moeten sturen en dat hebben wij ook niet gedaan. Dat is niet goed, dus het is terecht dat ik hier sta.

Tegelijkertijd is het vraagstuk waar de heer Van Kent op doelt een vraagstuk dat al lang speelt. Er is zelfs vorig jaar een notaoverleg over geweest met mijn ambtsvoorganger, waarin inderdaad een aantal moties is aangenomen. Een van die moties is inderdaad een motie rondom de compensatie van de groep van zzp'ers die ziek waren voordat de verhoging van de AOW-leeftijd inging. Ik was niet bij dat debat, maar ik weet wel dat het een begrijpelijke vraag is, en tegelijkertijd ook een behoorlijk complexe vraag. Ik weet dat omdat dit in dat debat, maar ook eerder, ter sprake is geweest. Er is natuurlijk nu een overgangsregeling, de OBR. Excuus voor het jargon, voorzitter: de OBR is een overbruggingsregeling voor mensen die ook te maken kregen met een hiaat. Dan spelen er bijvoorbeeld vraagstukken als rechtsgelijkheid of rechtsongelijkheid. Dan speelt de vraag hoe je die groep goed in kaart kunt hebben. Hoe kun je goed weten over wie het gaat? Daarbij gaat het ook over uitvoeringsvraagstukken. We hebben het er hier wel vaker over gehad hoe belangrijk het is dat we ook een goede uitvoering kunnen borgen. Maar ook speelt natuurlijk de vraag waar je de dekking vandaan haalt. Het was een opdracht vanuit de Kamer naar het kabinet toe. En we weten dat er in deze tijden natuurlijk ook andere kwesties spelen die van een dekking moeten worden voorzien.

Dus dit hele samenspel van al die factoren maakt dat er op dit moment nog naar gekeken wordt. Dat maakt ook dat wij er hier op dit moment nog niet nader op in kunnen gaan. Maar ik kan de heer Van Kent wel beloven dat wij zo spoedig mogelijk in mei met antwoorden zullen komen op de vragen. Ik hoop dat ik die antwoorden dan gelijk vergezeld kan laten gaan van een brief waarin we ook meer ingaan op de aspecten die ik hier net al heb genoemd en die samenhangen met het nadenken over een dergelijke regeling.

De heer Van Kent (SP):
Dit is geen antwoord op mijn vraag. Ik vroeg de minister wanneer de compensatieregeling naar de Kamer wordt gestuurd. Dit is een regeling waar de hele Tweede Kamer om verzocht heeft. Nu hoor ik de minister allerlei vragen opwerpen. En ik hoor de minister aankondigen dat er een brief komt. Er hoeft helemaal geen brief te komen. We hebben brieven genoeg! Er moet een regeling komen waardoor mensen die onrecht is aangedaan, gecompenseerd worden. De hele Tweede Kamer heeft de regering daartoe opdracht gegeven. Ik wil eigenlijk maar één ding van deze minister horen, namelijk dat zij die opdracht gaat uitvoeren. En ik wil van de minister weten wanneer die compensatieregeling naar de Kamer wordt gestuurd.

Minister Schouten:
Volgens mij val ik in herhaling, want ik heb net aangegeven dat wij dus werken aan een brief waarin wij al dit soort aspecten meenemen. De wens van de Kamer is helder en daar zit geen woord Spaans bij. Maar vervolgens is het aan ons om te kijken wat er dan mogelijk is. Een van de zaken die daar bijvoorbeeld in meespeelt, is het vraagstuk van rechtsongelijk met groepen die nu al een overbruggingsregeling hebben. Maar ik snap dat de manier waarop ik antwoorden geef wat onvolledig is, maar dat gebeurt precies omdat wij nog aan het werken zijn aan zo'n brief. Daarin willen we schetsen hoe de zaken er op dat moment voor staan. Maar helaas is dat het punt waar ik op dit moment sta en kan ik de Kamer alleen daarover informeren.

De heer Van Kent (SP):
Duizenden en duizenden mensen dachten alles keurig netjes op orde te hebben. Ze hadden een verzekering tegen inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid. Zij hebben als zelfstandigen daar dikke premies voor betaald. Ze zijn ziek geworden en kregen te maken met een onbetrouwbare overheid die tussentijds de regels ging veranderen. De overheid verhoogde namelijk de AOW-leeftijd. Deze mensen hadden daardoor tussen hun 65ste levensjaar en de dan geldende verhoogde AOW-leeftijd een inkomen van €0. Dit is groot onrecht. We zijn er al jaren voor aan het ijveren om dat opgelost te krijgen. In een goede samenwerking met het CDA hebben we de hele Kamer achter een voorstel gekregen waarin de regering in heel duidelijke, kraakheldere opdracht krijgt. En het lijkt wel of we gewoon weer een jaar terug in de tijd gaan en we dezelfde discussie nog eens een keer over gaan doen. Nee! Deze minister heeft een heel duidelijke opdracht van de Kamer uit te voeren. Daarom stel ik nogmaals de vraag: komt de minister met een compensatieregeling, ja of nee?

Minister Schouten:
Wij komen met een brief waarin we schetsen ...

De heer Van Kent (SP):
Nee, ik vraag niet om een brief, maar om een compensatieregeling.

Minister Schouten:
Laat me alstublieft even uitspreken, meneer Van Kent. Ik snap de wens van de Kamer. Volgens mij is toen al gezegd, in het debat, dat de wens helder is, maar dat de uitvoering punt twee is. Ik herhaal dat nog maar een keer. Ik snap dat de heer Van Kent zegt: ik heb daar niet zo veel mee te maken. Wij als bestuurders hebben daar wél mee te maken. Wij moeten ook keuzes maken. Ik noem maar een voorbeeld. In die motie staat niet welke dekking erbij hoort. Wij hebben in deze tijd ook nog wel wat andere zaken die spelen; dat weet de heer Van Kent ook. Er is niet maar altijd en eeuwig ruimte op de begroting voor het meenemen van dit soort zaken. Dit geldt nog los van de vraag welke impact dit bijvoorbeeld heeft op de uitvoering. Ik sta hier week na week een discussie te voeren met de Kamer waarin we zeggen hoe belangrijk die uitvoering is, en waarin we zeggen dat we er hier ook met z'n allen verantwoordelijk voor zijn dat de regels die we maken uitvoeringstechnisch ook mogelijk zijn. Dat zijn allemaal zaken die ik mee moet wegen. Ik snap het ongeduld van de heer Van Kent — nogmaals, ik heb mijn excuses aangeboden dat die antwoorden nog niet gegeven zijn — maar helaas is het niet zo dat het heel makkelijk is om de compensatieregeling hier nu even te formuleren.

De heer Van Kent (SP):
Degenen die dit treft, hebben een financieel probleem, niet deze minister. Degenen die dit treft, hebben een periode moeten overbruggen waarin ze €0 inkomen hadden omdat de regering, de onbetrouwbare regering, tussentijds de spelregels veranderde. Die zitten dit nu thuis te kijken en horen een minister zeggen: "Tja, we hebben financiële problemen. We hebben nog wel andere uitdagingen en moeten wikken en wegen. Ik moet het bekijken en onderzoeken en ik kom met een brief." Nee. Deze Kamer heeft in oktober van vorig jaar een debat gevoerd waarin een hele heldere richting is gekozen en een hele heldere motie is aangenomen. Ik vraag heel simpel of deze minister dat uit gaat voeren, en ik hoor de minister dat niet zeggen. Ik hoor de minister alleen maar zeggen: er komt een brief en het is allemaal ingewikkeld. Dat is niet het antwoord waar mensen thuis op zitten te wachten, en dat is ook niet een antwoord dat deze Tweede Kamer kan pikken van deze minister, want er ligt een heldere opdracht. Nogmaals de vraag: gaat u die heldere opdracht uitvoeren, ja of nee?

Minister Schouten:
Volgens mij heb ik al vier keer antwoord gegeven op die vraag.

De voorzitter:
Dan ga ik naar mevrouw Palland van het CDA.

Mevrouw Palland (CDA):
Dit onderwerp kent inderdaad een lange historie. Zowel de heer Van Kent als de minister refereerde daar al aan. We hebben er ook veel over gewisseld met haar ambtsvoorganger, de heer Koolmees. Ik hoor de minister aangeven dat ze ermee bezig is. Er zitten nieuwe bewindspersonen op en ik kan me voorstellen dat het complexe materie is, maar ik wil de minister verzoeken om zich in de brief met mogelijke opties echt te richten op de strekking van de motie, namelijk op de groep die wij daarin hebben aangegeven en niet op de andere groepen. Eerder heeft haar ambtsvoorganger namelijk verschillende groepen onderscheiden, met de complexiteit daarbij. De groep gaat over de mensen die destijds, ten tijde van de besluitvorming over de AOW-leeftijd, al arbeidsongeschikt waren en dus inderdaad dachten dat ze het goed hadden voorzien. De ambtsvoorganger van deze minister heeft ook zelf aangegeven dat deze groep zonder ingrijpende juridische precedentwerking kan worden afgebakend. Het verlengen van de OBR had allerlei complexe uitwerkingen, maar daar heeft de motie ook niet om verzocht. Het ging om een compensatieregeling.

Minister Schouten:
Ik zal in de brief specifiek op de groep van de motie ingaan. Overigens wordt in de motie volgens mij nog wel verwezen naar de OBR. We proberen bij de uitwerking juist heel netjes bij de motie te blijven, maar als mevrouw Palland meent dat daar meer ruimte zit, dan zullen we daar nog even goed naar kijken.

De heer Léon de Jong (PVV):
De minister schoffeert eerst de Kamer door niet gewoon op tijd de antwoorden te geven, en nu schoffeert deze minister ook zzp'ers die gewoon ziek waren en door een onbetrouwbare overheid — het is dus de schuld van dit kabinet of in ieder geval van de overheid — in grote financiële problemen zijn gekomen. Nu komt de minister weer met helemaal niets. Wel miljarden wegsmijten aan allerlei zaken waar zzp'ers helemaal niets aan hebben, klimaat en noem maar op, maar als gevraagd wordt om iets simpels als een compensatie voor iets wat de overheid ze heeft aangedaan, dan komt de minister met niets. Mijn vraag is dus: gaat ze nog dit jaar ervoor zorgen dat er een compensatieregeling komt? Als ze dat vandaag niet kan toezeggen, dan interesseert haar die hele zzp-groep helemaal niets, en is ze geen knip voor de neus waard.

Minister Schouten:
Het tweede deel van de vraag, of de conclusie van …

De voorzitter:
De heer De Jong.

Minister Schouten:
De heer De Jong, excuus. Die conclusie is voor zijn rekening. Mijn collega Van Gennip en ik komen zo snel mogelijk met een antwoord op de vragen die in het debat zijn gesteld en op de oproep die in de motie is gedaan. Ik denk dat het een goed moment is om daarna verder te spreken over waar we nu precies staan.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil de minister bedanken voor haar aanwezigheid. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. Ik schors de vergadering voor een enkel moment. Daarna gaan we over tot de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Leijten, voor vandaag.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Dan geef ik eerst het woord aan de heer De Hoop van de Partij van de Arbeid. Daarna aan de heer Van Nispen en dan aan de heer Omtzigt.

De heer De Hoop (PvdA):
Voorzitter, ik zou bij de stemmingen onder 27, over moties ingediend bij het tweeminutendebat Passend onderwijs, graag de motie-Nijboer/De Hoop op stuk nr. 428 (31497) willen aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Nijboer stel ik voor zijn motie (31497, nr. 428) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Ik wil ook een motie aanhouden. Het gaat om de motie op stuk nr. 255 bij agendapunt 31, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Seksueel geweld en kindermisbruik.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Nispen stel ik voor zijn motie (31015, nr. 255) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Helder. Dan nog de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Bij de stemmingen onder 8, over moties ingediend bij de interpellatie-Omtzigt over de opschorting van afvalwaterinjecties, zou ik graag de motie op stuk nr. 2, over een parlementaire hoorzitting, willen aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Omtzigt stel ik voor zijn motie (36072, nr. 2) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan starten we met de stemmingen.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Hoofdlijnenbrief hoger onderwijs en wetenschapsbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de hoofdlijnenbrief hoger onderwijs en wetenschapsbeleid,

te weten:

  • de motie-Van der Woude/Van der Graaf over een eenduidige visie op maatschappelijke impact, waaronder valorisatie (31288, nr. 952);
  • de motie-Van der Woude/Van der Molen over een onafhankelijke evaluatie van het programma Erkennen en Waarderen (31288, nr. 953);
  • de motie-Westerveld over de centrale medezeggenschapsraad instemmingsrecht geven over de bezoldiging van de toezichthouders van de instelling (31288, nr. 955).

(Zie notaoverleg van 11 april 2022.)

In stemming komt de motie-Van der Woude/Van der Graaf (31288, nr. 952).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Woude/Van der Molen (31288, nr. 953).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31288, nr. 955).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht in verband met de herziening van afdeling 2.3 van die wet (Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer) (35261).

(Zie vergadering van 6 april 2022.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Leijten (stuk nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, de VVD en het CDA ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Leijten (stuk nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Leijten (stuk nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Leijten (stuk nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en de PVV ertegen, zodat het is verworpen.

Voordat we gaan stemmen, geef ik eerst het woord aan de heer Van Nispen voor een stemverklaring.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Deze stemverklaring is namens Renske Leijten. We stemmen over een wet die regelt wat je rechten en plichten zijn als je als ondernemer of inwoner van ons land digitaal met de overheid communiceert. Die wet stamt nog van voor de commissie-Bosman, die de Kamer waarschuwde om wetten niet onzorgvuldig te behandelen omdat dat er mede toe kan leiden dat mensen klem komen te zitten tussen balie en beleid. Dit wetsvoorstel was ontraden door de Raad van State en kende een povere plenaire behandeling met maar vier partijen. Een hernieuwd advies van de Raad van State om te toetsen of de wijzigingen hun aanvankelijke kritiek ondervangen, werd door de minister of een meerderheid van deze Kamer niet nodig geacht. Ondanks de zojuist aangenomen amendementen van de SP zal de SP straks in het licht van het voorgaande tegen dit wetsvoorstel stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we allereerst stemmen over het wetsvoorstel.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Leijten (stuk nr. 16), het amendement-Leijten (stuk nr. 15) en het amendement-Leijten (stuk nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Uitvoering sociale zekerheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Uitvoering sociale zekerheid,

te weten:

  • de motie-Kathmann/Maatoug over een onafhankelijk medisch oordeel toegankelijker maken voor zieke werknemers (26448, nr. 670);
  • de motie-Van Baarle over het aankaarten van situaties waarin uitkeringsgerechtigden er vanwege TARGET2 financieel op achteruit zijn gegaan (26448, nr. 671);
  • de motie-Léon de Jong over voorkomen dat mensen een te lage WIA-uitkering ontvangen door een rigide berekening van het loon (26448, nr. 672);
  • de motie-Léon de Jong over bewerkstelligen dat medewerkers van uitvoeringsorganisaties zonder medische bevoegdheid geen medische diagnoses stellen (26448, nr. 673);
  • de motie-Van Kent over een protocol waarbij moeilijk objectiveerbare ziektes door het UWV bij keuringen worden erkend en serieus genomen (26448, nr. 674);
  • de motie-Omtzigt over binnen twee jaar voldoen aan ILO-verdrag 121 over arbeidsongeschiktheid (26448, nr. 675);
  • de motie-Omtzigt over het verlies van de sterk gestegen arbeidskorting voor mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering meenemen in studies (26448, nr. 676).

(Zie vergadering van 12 april 2022.)

De voorzitter:
De motie-Kathmann/Maatoug (26448, nr. 670) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het medisch oordeel van het UWV grote gevolgen kan hebben op de uitkering van een zieke werknemer voor de rest van zijn leven;

overwegende dat als je ziek bent en het oneens bent met dit medische oordeel een zieke werknemer vaak niet de energie maar al helemaal niet de financiële middelen heeft om hiertegen in beroep te gaan;

overwegende dat rechters in beroepszaken over het medisch oordeel van het UWV gebruikmaken van en een oordeel moeten vellen over door het UWV ingeschakelde en betaalde externe bureaus en vaak zelf geen onafhankelijke experts benoemen;

verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe een onafhankelijk medisch oordeel (financieel) toegankelijker kan worden voor zieke werknemers,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 670 (26448).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kathmann/Maatoug (26448, nr. ??, was nr. 670).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (26448, nr. 671).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Léon de Jong (26448, nr. 672).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Léon de Jong (26448, nr. 673).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kent (26448, nr. 674).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (26448, nr. 675).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (26448, nr. 676).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186) (Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden) (35962).

(Zie vergadering van 12 april 2022.)

De voorzitter:
Het amendement-Van Beukering-Huijbregts (stuk nr. 10) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kathmann/Maatoug (stuk nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186) (Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden),

te weten:

  • de motie-Léon de Jong/Maeijer over actief verzet tegen EU-bemoeienis met ons sociaal beleid en arbeidsmarktbeleid (35962, nr. 11);
  • de motie-Maatoug/Kathmann over de informatievoorziening over de loonheffingskorting bij twee banen verbeteren (35962, nr. 12).

(Zie vergadering van 12 april 2022.)

In stemming komt de motie-Léon de Jong/Maeijer (35962, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maatoug/Kathmann (35962, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de interpellatie-Omtzigt over uitvoering van de motie inzake opschorting van afvalwaterinjecties door de NAM in Twente,

te weten:

  • de motie-Omtzigt c.s. over verscherpt toezicht op de oliewinning en afvalwaterinjectie (36072, nr. 1);
  • de motie-Omtzigt c.s. over het de NAM onmogelijk maken om de vergunning voor afvalwaterinjectie te vervreemden (36072, nr. 3);
  • de motie-Beckerman over borgen dat Drenthe doorslaggevende zeggenschap moet krijgen (36072, nr. 4);
  • de motie-Kröger over het meenemen van de oliewinning in Schoonebeek in de energiebesparingsplannen van het kabinet (36072, nr. 5);
  • de motie-Agnes Mulder c.s. over de afvalwaterinjectie in Twente dit jaar beëindigen (36072, nr. 6);
  • de motie-Agnes Mulder c.s. over uiterlijk begin 2024 een circulair en schoner proces in Drenthe (36072, nr. 7);
  • de motie-Boulakjar/Agnes Mulder over met de NAM in gesprek gaan over een zo snel mogelijke definitieve ontmanteling van injectieputten (36072, nr. 8).

(Zie vergadering van 12 april 2022.)

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (36072, nr. 1).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (36072, nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (36072, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21 en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (36072, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder c.s. (36072, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder c.s. (36072, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boulakjar/Agnes Mulder (36072, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT),

te weten:

  • de motie-Madlener c.s. over meer prioriteit voor de verbreding van N-wegen (35925-A, nr. 38);
  • de motie-Madlener c.s. over de verbreding van de N57 in het MIRT opnemen (35925-A, nr. 39);
  • de motie-Madlener over de capaciteit voor het maken van stikstofberekeningen uitbreiden, samen met provincies en gemeente (35925-A, nr. 40);
  • de motie-Koerhuis/Minhas over een oplossing zoeken voor het knelpunt van de infrastructuur op de Maasvlakte voor goederenvervoer (35925-A, nr. 41);
  • de motie-Koerhuis/Madlener over fors en snel investeren in stikstofdeskundigen, onder andere op het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (35925-A, nr. 43);
  • de motie-Koerhuis over een oplossing zoeken voor het knelpunt van de N33 en de bruggen over de vaarweg Lemmer-Delfzijl (35925-A, nr. 44);
  • de motie-Koerhuis/Minhas over een ontwikkelpad voor nieuwe infrastructuur om Flevoland bereikbaar te houden (35925-A, nr. 45);
  • de motie-Minhas/Van Ginneken over een onderzoek naar de locaties en spreiding van ov-hubs (35925-A, nr. 46);
  • de motie-Minhas c.s. over een integraal MIRT-onderzoek voor de Lelylijn (35925-A, nr. 47);
  • de motie-Minhas c.s. over in gesprek gaan met Noordrijn-Westfalen over de spoorverbinding Zwolle-Twente-Münster (35925-A, nr. 48);
  • de motie-Alkaya over onderzoek naar de voor- en nadelen van goederenvervoer over spoor en weg voor doorvoer naar andere landen (35925-A, nr. 50);
  • de motie-Van Ginneken c.s. over het aan de Kamer voorleggen van het afwegingskader voor de 7,5 miljard euro voor de ontsluiting van woningbouw uit het coalitieakkoord (35925-A, nr. 51);
  • de motie-Van Ginneken/Bouchallikh over werk maken van de aanbevelingen van het KiM inzake een vergelijking tussen modaliteiten vanuit het perspectief van brede welvaart (35925-A, nr. 52);
  • de motie-Van Ginneken over een plek voor fietsinfrastructuur met lagere drempelbedragen in het MIRT (35925-A, nr. 53);
  • de motie-Van Ginneken/Alkaya over opname van de Lelylijn in het TEN-T-kernnetwerk (35925-A, nr. 54);
  • de motie-Van der Molen over verbreding van het fietspad van de Maasbrug tussen Oeffelt en Gennep (35925-A, nr. 55);
  • de motie-Van der Molen/Minhas over de Lelylijn toevoegen aan de lijst projectvoorstellen die voor medefinanciering vanuit het CEF in aanmerking komen (35925-A, nr. 57);
  • de motie-Bouchallikh over een gevoeligheidsanalyse conform Parijs toepassen op de IMA (35925-A, nr. 58);
  • de motie-Bouchallikh/Alkaya over de IMA en de MKBA's aanpassen aan de inzichten van de Integrale Kijk op Bereikbaarheid (35925-A, nr. 59);
  • de motie-Bouchallikh over een programma in het MIRT wijden aan de uitvoering van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (35925-A, nr. 61);
  • de motie-Van Raan over bij toekomstige infrastructurele projecten altijd de variant kiezen met de grootste bijdrage aan klimaatmitigatie en -adaptatie (35925-A, nr. 62);
  • de motie-Van Raan over duidelijk maken dat niet iedere auto in Nederland te vervangen is door een zero-emissievariant (35925-A, nr. 63);
  • de motie-Van Raan over nieuwe infrastructuur voorbereiden op de verwachte temperatuurstijging (35925-A, nr. 64).

(Zie notaoverleg van 11 april 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van der Molen stel ik voor zijn motie (35925-A, nr. 55) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Koerhuis/Minhas (35925-A, nr. 41) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Rotterdamse haven zorgt voor een goed vestigingsklimaat van bedrijven en banen;

constaterende dat het belangrijk is knelpunten op te lossen om de Rotterdamse haven bereikbaar te houden voor het achterland;

constaterende dat de infrastructuur op de Maasvlakte een groot knelpunt voor goederenvervoer wordt;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het knelpunt van de infrastructuur op de Maasvlakte voor goederenvervoer op te lossen en de Kamer hierover voor het najaar dit jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 41 (35925-A).

De motie-Minhas c.s. (35925-A, nr. 47) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Minhas en Van der Molen.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 47 (35925-A).

De motie-Van Ginneken/Alkaya (35925-A, nr. 54) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken te investeren in de Lelylijn;

overwegende dat de financiering van dit project afhankelijk is van cofinanciering en dat Europese fondsen hiervoor de aannemelijkste bron zijn;

constaterende dat Europese cofinanciering in belangrijke mate afhankelijk is van opname in het TEN-T kernnetwerk;

constaterende dat in het herzieningsvoorstel van het TEN-T netwerk de Lelylijn niet is opgenomen;

verzoekt de regering zich in Europees verband in te spannen voor opname van de Lelylijn in het TEN-T extended kernnetwerk;

verzoekt de regering een plan uit te werken voor Europese cofinanciering, waaronder CEF,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 54 (35925-A).

In stemming komt de motie-Madlener c.s. (35925-A, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66 en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Madlener c.s. (35925-A, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Madlener (35925-A, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Koerhuis/Minhas (35925-A, nr. ??, was nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Madlener (35925-A, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, JA21 en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (35925-A, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Minhas (35925-A, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD en de ChristenUnie ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Minhas/Van Ginneken (35925-A, nr. 46).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP en de PvdA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Minhas/Van der Molen (35925-A, nr. ??, was nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Minhas c.s. (35925-A, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35925-A, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Ginneken c.s. (35925-A, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ginneken/Bouchallikh (35925-A, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ginneken (35925-A, nr. 53).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, BBB, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Ginneken/Alkaya (35925-A, nr. ??, was nr. 54).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Minhas (35925-A, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh (35925-A, nr. 58).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh/Alkaya (35925-A, nr. 59).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh (35925-A, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, BBB, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35925-A, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35925-A, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35925-A, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

Dan gaan we naar de stemmingen onder 10. O, mevrouw Kuiken heeft een opmerking.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik weet niet of het aan ons lag of dat ik het niet goed gehoord heb, maar wij willen ook geacht worden vóór de motie op stuk nr. 47 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dat opnemen in de Handelingen. Mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
U noemde de naam BBB bij de motie-Van Raan op stuk nr. 64, maar ik had mijn hand helemaal niet opgestoken.

De voorzitter:
Daar leek het wel op.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar het was niet zo.

De voorzitter:
Dat gaan we terugzoeken, maar ik geloof u.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil geacht worden tegen te hebben gestemd.

De voorzitter:
We zullen dit opnemen in de Handelingen. BBB was tegen de motie op stuk nr. 64. Gaat uw gang, mevrouw Van der Graaf. Kan het ietsje zachter in de zaal? Alle aandacht voor mevrouw Van der Graaf.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie heeft vóór de motie op stuk nr. 58 gestemd, maar we hebben ons niet teruggehoord in het lijstje. Dus ik noem dat hier graag even.

De voorzitter:
We zullen dit opnemen in de Handelingen.

Stemmingen Goedkeuringswet vijfde verlenging geldingsduur Tijdelijke wet maatregelen covid-19

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van het Besluit houdende de vijfde verlenging van de geldingsduur van bepalingen van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Stb. 2022, 76) (Goedkeuringswet vijfde verlenging geldingsduur Tijdelijke wet maatregelen covid-19) (36042).

(Zie wetgevingsoverleg van 11 april 2022.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van Meijeren (stuk nr. 16, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 16 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van Meijeren (stuk nr. 15, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 15 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Goedkeuringswet vijfde verlenging geldingsduur Tijdelijke wet maatregelen covid-19

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Goedkeuring van het Besluit houdende de vijfde verlenging van de geldingsduur van bepalingen van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Stb. 2022, 76) (Goedkeuringswet vijfde verlenging geldingsduur Tijdelijke wet maatregelen covid-19),

te weten:

  • de motie-Agema/Van der Plas over alle coronatoegangsbewijzen opheffen (36042, nr. 9);
  • de motie-Agema over stoppen met niet bewezen effectieve maatregelen (36042, nr. 10);
  • de motie-Tielen over de uitwerking voor een overbruggingswet met spoed in een hoofdlijnenbrief aan de Kamer doen toekomen (36042, nr. 11);
  • de motie-Omtzigt/Van der Plas over het intrekken van de Wet verbreding inzet coronatoegangsbewijzen (36042, nr. 12);
  • de motie-Omtzigt over bevorderen dat er structureel meer onderzoek komt naar long covid (36042, nr. 13).

(Zie wetgevingsoverleg van 11 april 2022.)

De voorzitter:
Mevrouw Agema verzoekt om een hoofdelijke stemming over haar motie op stuk nr. 9. Ik stel voor dat we even heel kort schorsen en dan overgaan tot de hoofdelijke stemming.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik wil de mensen in de zaal vragen om even stil te zijn. We gaan hoofdelijk stemmen over motie 36042, nr. 9, de motie-Agema/Van der Plas over alle coronatoegangsbewijzen opheffen.

In stemming komt de motie-Agema/Van der Plas (36042, nr. 9).

Vóór stemmen de leden: Agema, Alkaya, Azarkan, Beckerman, Beertema, Bisschop, Tony van Dijck, Jasper van Dijk, Eerdmans, Ephraim, Eppink, Van Esch, Fritsma, Goudzwaard, De Graaf, Graus, Van Haga, Helder, Hijink, Van Houwelingen, Léon de Jong, Van Kent, Kerseboom, Kops, Kuzu, Kwint, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meijeren, Edgar Mulder, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Van der Plas, Van Raan, De Roon, Van der Staaij, Stoffer, Teunissen, Vestering, Wassenberg, Van Weerdenburg en Wilders.

Tegen stemmen de leden: Aartsen, Amhaouch, Arib, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bevers, Bikker, Bontenbal, Boswijk, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Ceder, Dassen, Dekker-Abdulaziz, Inge van Dijk, El Yassini, Ellian, Erkens, Geurts, Van Ginneken, Van der Graaf, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Den Haan, Hagen, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Hermans, Van den Hil, De Hoop, Idsinga, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Kathmann, Klaver, Klink, Koekkoek, Koerhuis, De Kort, Kröger, Kuik, Kuiken, Van der Laan, Van der Lee, Maatoug, Michon-Derkzen, Minhas, Van der Molen, Agnes Mulder, Mutluer, De Neef, Nijboer, Palland, Paul, Paulusma, Peters, Piri, Podt, Rahimi, Rajkowski, Sahla, Segers, Chris Simons, Sjoerdsma, Smals, Van Strien, Strolenberg, Thijssen, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Wijngaarden, Van der Woude en Wuite.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 45 stemmen voor en 89 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (36042, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tielen (36042, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt/Van der Plas (36042, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (36042, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Initiatiefnota-Agema/Wilders "Zorg van Nationaal Belang. Een direct einde aan een deel van de marktwerking. En een zorgcrisisreserve in geval van pandemie, ramp of terreuraanslag"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van de leden Agema en Wilders "Zorg van Nationaal Belang. Een direct einde aan een deel van de marktwerking. En een zorgcrisisreserve in geval van pandemie, ramp of terreuraanslag",

te weten:

  • de motie-Maeijer over van spoedeisendehulpposten, intensive cares en persoonlijke beschermingsmiddelen een niet-economische dienst van algemeen belang maken (35766, nr. 4);
  • de motie-Maeijer over onderzoeken in hoeverre generieke medicijnproductie en grondstoffenproductie in Nederland behouden kunnen worden (35766, nr. 5).

(Zie notaoverleg van 11 april 2022.)

In stemming komt de motie-Maeijer (35766, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de VVD en de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (35766, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Steunpakket voor de culturele en creatieve sector

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Steunpakket voor de culturele en creatieve sector,

te weten:

  • de motie-Kwint/Westerveld over het verhogen van het maximale vergoedingspercentage van het garantiefonds naar 100% (35420, nr. 480);
  • de motie-Kwint/Van Strien over aandacht voor mensen met faciliterende beroepen in de culturele en creatieve sector (35420, nr. 481);
  • de motie-Wuite/Van Strien over het verzoek aan het Presidium om de Statenpassage open te stellen als podium voor beginnende culturele en creatieve makers en producenten (35420, nr. 482);
  • de motie-Wuite over overleg met VNG en IPO over coronagerelateerde financiële problemen van culturele instellingen en makers (35420, nr. 483).

(Zie vergadering van 13 april 2022.)

In stemming komt de motie-Kwint/Westerveld (35420, nr. 480).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint/Van Strien (35420, nr. 481).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wuite/Van Strien (35420, nr. 482).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, de SGP, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

We zullen alvast beginnen aan de voorbereiding! Ik vond het een verrassende motie.

In stemming komt de motie-Wuite (35420, nr. 483).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21 en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Regeldruk

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Regeldruk,

te weten:

  • de motie-Rahimi c.s. over onderzoeken of het huidige systeem van verplichte periodieke keuringen van arbeidsmiddelen kan worden herzien (29515, nr. 465);
  • de motie-Rahimi c.s. over onderzoeken welke bestaande regels leiden tot de meeste regeldruk in het mkb (29515, nr. 466);
  • de motie-Rahimi c.s. over een sectorale of domeingerichte doorlichting van de regels op ervaren knelpunten en kosten (29515, nr. 467);
  • de motie-Van Haga c.s. over een meetbare aanpak van regeldruk met reductiedoelstellingen (29515, nr. 468);
  • de motie-Van Haga c.s. over met ondernemers inventariseren welke regels geschrapt kunnen worden (29515, nr. 469);
  • de motie-Amhaouch c.s. over elke bewindspersoon vijf regels laten "adopteren" ter vermindering van de regeldruk (29515, nr. 470);
  • de motie-Romke de Jong over analyseren met welke bestaande wet- en regelgeving het mkb in de praktijk te maken krijgt (29515, nr. 471);
  • de motie-Graus/Van Haga over stoppen met de implementatie van EU-richtlijnen voor ondernemers (29515, nr. 472);
  • de motie-Goudzwaard/Van Haga over het mkb als volwaardige gesprekspartner betrekken bij het opstellen van een dashboard regeldruk (29515, nr. 473);
  • de motie-Goudzwaard/Van Haga over een overzicht van de gerealiseerde vermindering van regeldruk (29515, nr. 474).

(Zie vergadering van 13 april 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (29515, nr. 472) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Amhaouch c.s. (29515, nr. 470) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Amhaouch, Graus, Stoffer en Rahimi, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondernemers, en in het bijzonder het mkb, lijden onder de kosten wat regeldruk met zich mee brengt;

overwegende dat de regeldruk bij het mkb ontstaat door de wet- en regelgeving, afkomstig vanuit verschillende ministeries;

overwegende dat een goede structurele aanpak begint met het creëren van bewustwording en eigenaarschap in alle departementen;

overwegende dat ministers en staatssecretarissen een zeer geschikte rol kunnen en moeten vervullen als ambassadeurs omtrent het verminderen van regeldruk;

verzoekt de regering bij de aanpak regeldruk expliciet aandacht te hebben voor interdepartementale samenwerking en zich maximaal in te spannen zodat er op de verschillende departementen gericht wordt gewerkt aan het meetbaar verminderen van regeldruk, en de Kamer periodiek over de voortgang te informeren;

spreekt uit om de uitkomsten van de periodieke voortgang te bespreken in de verschillende (departementale) commissies,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 470 (29515).

De motie-Goudzwaard/Van Haga (29515, nr. 474) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regeldruk binnen het mkb een hardnekkig probleem is;

constaterende dat de minister voornemens is verschillende voorbeelden en suggesties vanuit het zwartboek mkb te onderzoeken;

overwegende dat de minister in het commissiedebat over regeldruk van 23 maart heeft aangegeven dat zij van harte bereid is om snelle winsten te boeken door specifieke praktijkvoorbeelden direct op te pakken;

roept het kabinet op om uiterlijk voor het voorjaar van 2023 de Kamer een overzicht te geven van de behaalde concrete winsten op dit terrein,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 474 (29515).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Rahimi c.s. (29515, nr. 465).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt en de PvdA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rahimi c.s. (29515, nr. 466).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rahimi c.s. (29515, nr. 467).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga c.s. (29515, nr. 468).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga c.s. (29515, nr. 469).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Amhaouch c.s. (29515, nr. ??, was nr. 470).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Romke de Jong (29515, nr. 471).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Goudzwaard/Van Haga (29515, nr. 473).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Goudzwaard/Van Haga (29515, nr. ??, was nr. 474).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Ondernemen en bedrijfsfinanciering

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ondernemen en bedrijfsfinanciering,

te weten:

  • de motie-Romke de Jong c.s. over een groene variant van de BMKB-regeling opzetten (32637, nr. 485);
  • de motie-Amhaouch c.s. over onderzoeken hoe vraag en aanbod beter bij elkaar kunnen worden gebracht (32637, nr. 486);
  • de motie-Rahimi c.s. over een plan voor mkb-ondernemers om makkelijker aan financiering te komen (32637, nr. 487);
  • de motie-Graus/Van Haga over regie voeren om een mkb-bank op te richten (32637, nr. 488);
  • de motie-Graus/Van Haga over een interdepartementaal actieplan voor verbetering van de financieringsmarkt voor mkb'ers (32637, nr. 489);
  • de motie-Graus/Van Haga over beperkingen van de financieringsmarkt voor mkb'ers in kaart brengen en waar nodig opheffen (32637, nr. 490);
  • de motie-Graus/Van Haga over een bankenlabel voor mkb-vriendelijkheid en -toegankelijkheid (32637, nr. 491).

(Zie vergadering van 13 april 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (32637, nr. 488) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Romke de Jong c.s. (32637, nr. 485).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch c.s. (32637, nr. 486).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rahimi c.s. (32637, nr. 487).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus/Van Haga (32637, nr. 489).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus/Van Haga (32637, nr. 490).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus/Van Haga (32637, nr. 491).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Regels tot invoering van een toets betreffende verwervingsactiviteiten die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid gezien het effect hiervan op vitale aanbieders of ondernemingen die actief zijn op het gebied van sensitieve technologie (Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames) (35880).

(Zie vergadering van 13 april 2022.)

In stemming komt het amendement-Inge van Dijk (stuk nr. 16, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie en de VVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 16 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van Strien (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66 en het CDA ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 11 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kwint (stuk nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en Groep Van Haga ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Van Haga (stuk nr. 8, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en JA21 ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 8 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Inge van Dijk (stuk nrs. 16, I tot en met VII) en de amendementen-Van Strien (stuk nrs. 11, I en II).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Regels tot invoering van een toets betreffende verwervingsactiviteiten die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid gezien het effect hiervan op vitale aanbieders of ondernemingen die actief zijn op het gebied van sensitieve technologie (Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames),

te weten:

  • de motie-Van Haga/Smolders over de duur van de toetsingsprocedure in de praktijk nauwlettend monitoren (35880, nr. 12);
  • de motie-Van Haga/Smolders over na twee jaar op hoofdlijnen de doeltreffendheid en andere effecten van de wet evalueren (35880, nr. 13);
  • de motie-Inge van Dijk over onderzoek naar instrumenten om plaatsen zoals bedrijfscampussen en regionale onderzoeks- en innovatie-ecosystemen te beschermen tegen overnames (35880, nr. 14);
  • de motie-Graus over borging van betaalbaarheid, leveringszekerheid en onafhankelijkheid van het buitenland (35880, nr. 15).

(Zie vergadering van 13 april 2022.)

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (35880, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (35880, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk (35880, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (35880, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Wijziging van de Politiewet 2012 in verband met enkele aanpassingen die volgen uit de evaluatie van deze wet

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Politiewet 2012 in verband met enkele aanpassingen die volgen uit de evaluatie van deze wet (35759).

In stemming komt het gewijzigde amendement-Knops (stuk nr. 8, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 8 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Knops (stuk nrs. 8, I en II).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Discriminatie, racisme en mensenrechten

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Discriminatie, racisme en mensenrechten,

te weten:

  • de motie-Van Baarle c.s. over onderzoeken naar de manier waarop instanties op discriminatie acteren (30950, nr. 289);
  • de motie-Van Baarle c.s. over onderzoek naar een beleidstarget of streefcijfer voor antidiscriminatiebeleid (30950, nr. 290);
  • de motie-Belhaj over onderzoek naar een andere inrichting van de ADV's naar voorbeeld van het juridisch loket (30950, nr. 291);
  • de motie-Belhaj c.s. over uitspreken dat 1 juli 2022 een nationale herdenkings- en feestdag wordt (30950, nr. 292);
  • de motie-Westerveld over concrete regels opstellen om etnisch profileren tegen te gaan (30950, nr. 295);
  • de motie-Ceder/Mutluer over een expliciet verbod op het gebruik van nationaliteit en etniciteit in risicoprofilering (30950, nr. 296);
  • de motie-Ceder over een verplichting voor beursgenoteerde bedrijven om te rapporteren over hun antidiscriminatiebeleid (30950, nr. 297);
  • de motie-Kwint/Leijten over stoppen met het gebruik van risicoprofilering zonder gerichte verdenking (30950, nr. 298).

(Zie vergadering van 13 april 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Belhaj stel ik voor haar motie (30950, nr. 292) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Ceder/Mutluer (30950, nr. 296) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet om een expliciet verbod op het gebruik van nationaliteit (zonder gerichte aanleiding) of etniciteit in risicoprofilering bij wetshandhaving in de zoektocht naar potentiële normovertreders te onderzoeken en hier de Kamer over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 296 (30950).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (30950, nr. 289).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (30950, nr. 290).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhaj (30950, nr. 291).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (30950, nr. 295).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder/Mutluer (30950, nr. ??, was nr. 296).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (30950, nr. 297).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint/Leijten (30950, nr. 298).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Leefstijlpreventie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Leefstijlpreventie,

te weten:

  • de motie-Van Esch c.s. over het wegnemen van grijze gebieden in de huidige regelgeving (32793, nr. 585);
  • de motie-Van Esch c.s. over advies inwinnen over de risico's op extra alcoholschade en de maatschappelijke kosten daarvan (32793, nr. 586);
  • de motie-Van Esch c.s. over het opnemen van jaarlijkse doelen in de Nationale Aanpak Productverbetering (32793, nr. 587);
  • de motie-Van der Laan c.s. over het uitbreiden van de bestaande afspraken in de Reclamecode voor Voedingsmiddelen naar 18 jaar (32793, nr. 588);
  • de motie-Van der Laan c.s. over het opstellen van alternatieven binnen de Europese regelgevingskaders om eerder en effectiever te kunnen communiceren over productverbetering (32793, nr. 589);
  • de motie-Rudmer Heerema over in gesprek gaan met gemeenten over toevoegen van maatregelen tegen roken aan het lokale preventieakkoord (32793, nr. 590);
  • de motie-Kuik c.s. over instrumenten waarmee gemeenten vestigingen van fastfoodketens kunnen weren (32793, nr. 591);
  • de motie-Kuik/Bikker over voor consumenten inzichtelijk maken welke leefstijlcoaches aan de kwaliteitseisen voldoen (32793, nr. 592);
  • de motie-Westerveld c.s. over een richtlijn gezonde voeding voor zorginstellingen (32793, nr. 593);
  • de motie-Mutluer/Van Esch over onderzoeken wat nodig is om alle scholen voor het einde van deze kabinetsperiode een Gezonde School te laten zijn (32793, nr. 594);
  • de motie-Mutluer c.s. over verkennen hoe een betaaltitel voor preventie kan worden verankerd in de wet (32793, nr. 595);
  • de motie-Den Haan/Van Esch over beter inzetten op beroertepreventie door middel van preventieve opsporing (32793, nr. 596);
  • de motie-Den Haan over de resultaten uit de juridische verkenning naar de maatregelen voor productverbetering onderdeel maken van de Nationale Aanpak Productverbetering (32793, nr. 597);
  • de motie-Bikker c.s. over gemeenten stimuleren om mee te doen aan het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (32793, nr. 598);
  • de motie-Maeijer over geen prijsverhogende maatregelen treffen op boodschappen (32793, nr. 599);
  • de motie-Van der Plas over het invoeren van voedsel- en boerderijeducatie op basisscholen (32793, nr. 600);
  • de motie-Van der Plas over de gevolgen van het tabaksverkoopverbod voor kleine supermarkten (32793, nr. 601).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar motie (32793, nr. 593) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Esch c.s. (32793, nr. 585).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch c.s. (32793, nr. 586).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de VVD, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch c.s. (32793, nr. 587).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de VVD, het CDA, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Laan c.s. (32793, nr. 588).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Laan c.s. (32793, nr. 589).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, JA21, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema (32793, nr. 590).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik c.s. (32793, nr. 591).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de VVD, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuik/Bikker (32793, nr. 592).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mutluer/Van Esch (32793, nr. 594).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, de SGP, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (32793, nr. 595).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de VVD, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Van Esch (32793, nr. 596).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en Fractie Den Haan ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan (32793, nr. 597).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (32793, nr. 598).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (32793, nr. 599).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (32793, nr. 600).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (32793, nr. 601).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Bikker, ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. In de lange lijst van moties waar wij voor waren, zijn wij iets te uitbundig geweest. De ChristenUnie wil geacht worden tegen de motie op stuk nr. 587 van collega Van Esch over het opnemen van jaarlijkse doelstellingen in de Nationale Aanpak Productverbetering te hebben gestemd.

De voorzitter:
Het is heel eerlijk van u om dit te bekennen. Wij zullen dit opnemen in de Handelingen.

Stemmingen Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 teneinde de uitvoeringslasten bij het aanbesteden van diensten als bedoeld in die wetten te verlichten, alsmede grondslagen op te nemen voor het stellen van regels die bij de inkoop of subsidiëring van die diensten in acht worden genomen (Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015) (35816).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Hijink (stuk nr. 8, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21 en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 8 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Hijink (stuk nr. 9, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 9 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Hijink (stuk nr. 11, I) tot het toevoegen van een onderdeel C.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en Groep Van Haga ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 11 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Hijink/Westerveld (stuk nr. 20, I) tot het toevoegen van een onderdeel C.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21 en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 20 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 teneinde de uitvoeringslasten bij het aanbesteden van diensten als bedoeld in die wetten te verlichten, alsmede grondslagen op te nemen voor het stellen van regels die bij de inkoop of subsidiëring van die diensten in acht worden genomen (Wet maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015),

te weten:

  • de motie-Westerveld over afspraken met de VNG over het behoud van expertisecentra met een landelijke functie (35816, nr. 13);
  • de motie-Maeijer over de inkoop van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning uitzonderen van de Europese aanbestedingsrichtlijn (35816, nr. 14);
  • de motie-Hijink/Westerveld over de meerwaarde onderzoeken van landelijke tarieven in de Jeugdwet en de Wmo (35816, nr. 15);
  • de motie-Hijink over een handreiking voor gemeenten over het voorkomen van aanbestedingsprocedures (35816, nr. 16);
  • de motie-Hijink over onderzoeken of de Wmo onder het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gebracht kan worden (35816, nr. 17);
  • de motie-Werner c.s. over onderzoeken of het opnemen van de kan-bepaling daadwerkelijk leidt tot minder papieren rompslomp bij het contracteerproces (35816, nr. 19).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Westerveld (35816, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (35816, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink/Westerveld (35816, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (35816, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink (35816, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Werner c.s. (35816, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Wet basisregistratie personen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet basisregistratie personen in verband met de invoering van een centrale voorziening ter ondersteuning van de colleges van burgemeester en wethouders bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie personen op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie personen (35772).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt het amendement-Leijten (stuk nr. 16, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en JA21 ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 16 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Dekker-Abdulaziz c.s. (stuk nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Dekker-Abdulaziz (stuk nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, Groep Van Haga en FVD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21 en de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komen de gewijzigde amendementen-Van Baarle (stuk nrs. 34, I en II).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD en BBB voor deze gewijzigde amendementen hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij zijn verworpen.

In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, BBB en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van Volt, D66, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komen de gewijzigde amendementen-Leijten (stuk nrs. 35, I tot en met III).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze gewijzigde amendementen hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV en FVD ertegen, zodat zij zijn aangenomen.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Leijten c.s. (stuk nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat het is aangenomen.

NB: Aangezien 35 en 15 zijn aangenomen, wordt in het met 15 ingevoegde artikel 2.37g na "artikel 2.37d," ingevoegd "eerste lid,".

In stemming komt het amendement-Van Baarle (stuk nr. 11) tot het invoegen van een artikel IA.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit amendement hebben gestemd, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Dekker-Abdulaziz c.s. (stuk nr. 33), het gewijzigde amendement-Dekker-Abdulaziz (stuk nr. 18), de gewijzigde amendementen-Leijten (stuk nrs. 35, I tot en met III), het nader gewijzigde amendement-Leijten c.s. (stuk nr. 15) en het amendement-Van Baarle (stuk nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD en Lid Omtzigt ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet basisregistratie personen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet basisregistratie personen in verband met de invoering van een centrale voorziening ter ondersteuning van de colleges van burgemeester en wethouders bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie personen op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie personen,

te weten:

  • de motie-Leijten/Ceder over een onafhankelijke evaluatie van de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (35772, nr. 26);
  • de motie-Dekker-Abdulaziz/Ceder over een convenant met signaalleveranciers afsluiten voordat de wet in werking treedt (35772, nr. 30);
  • de motie-Ceder/Kathmann over enkel gebruikmaken van signalen van derden en uitvoeringsorganisaties als kan worden uitgesloten dat deze gebaseerd zijn op risicoprofielen met discriminatoire werking (35772, nr. 31);
  • de motie-Ceder over een instructie om de verbetering van adreskwaliteit samen te laten gaan met signaleren, voorkomen, bestrijden en terugkoppelen van sociale problematiek (35772, nr. 32).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Leijten/Ceder (35772, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, het CDA en JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dekker-Abdulaziz/Ceder (35772, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21 en de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Kathmann (35772, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (35772, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Onderzoeksrapport Eindevaluatie experiment flexstuderen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Onderzoeksrapport Eindevaluatie experiment flexstuderen,

te weten:

  • de motie-Van der Woude c.s. over verkennen hoe groot de brede behoefte aan flexstuderen is (31288, nr. 956);
  • de motie-Kwint/Westerveld over onderzoeken wat de gevolgen zijn van een brede invoering van flexstuderen voordat het wordt ingevoerd (31288, nr. 957);
  • de motie-Westerveld over de positie van de medezeggenschap waarborgen in het wetsvoorstel (31288, nr. 958).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Van der Woude c.s. (31288, nr. 956).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint/Westerveld (31288, nr. 957).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31288, nr. 958).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Sociale veiligheid op school

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Sociale veiligheid op school,

te weten:

  • de motie-Peters over onderzoeken of een landelijk meldpunt bijdraagt aan het terugdringen van pesten in de klas (29240, nr. 125).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Peters (29240, nr. 125).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Fractie Den Haan, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Passend onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Passend onderwijs,

te weten:

  • de motie-Westerveld over scholen bij nieuw- en verbouw altijd laten voldoen aan de Europese normen voor toegankelijkheid (31497, nr. 429);
  • de motie-Van Meenen c.s. over een oplossing vinden waardoor De Monnikskap blijft bestaan (31497, nr. 430);
  • de gewijzigde motie-Goudzwaard over sturen op zwaarwegende prioriteiten voor passend onderwijs en niet op secundaire doelen (31497, nr. 433, was nr. 431) (overgenomen).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

De voorzitter:
De fractie van de Partij voor de Dieren wordt aantekening verleend tegen de overgenomen motie op stuk nr. 433 te zijn.

In stemming komt de motie-Westerveld (31497, nr. 429).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen c.s. (31497, nr. 430).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Aanvragen en ouderverklaringen in het kader van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Aanvragen en ouderverklaringen in het kader van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen,

te weten:

  • de motie-Kwint over de positie van het openbaar onderwijs meenemen in de evaluatie van de wet (35050, nr. 49);
  • de motie-Kwint over het zo spoedig mogelijk afschaffen van draagvlakmetingen (35050, nr. 50);
  • de motie-Paul/Van Meenen over ongewenste praktijken en effecten rond de oprichting van nieuwe scholen onderzoeken en aanpakken (35050, nr. 51).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Kwint (35050, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint (35050, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Paul/Van Meenen (35050, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Verkeersveiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Verkeersveiligheid,

te weten:

  • de motie-Van Ginneken/Kröger over het CROW opdracht geven om gebiedsinrichtingskenmerken uit te werken (29398, nr. 988);
  • de motie-Van Ginneken/Van der Molen over de helmplicht voor snorfietsers per 1 september 2022 laten ingaan (29398, nr. 989);
  • de motie-Van der Molen/Geurts over alleen op basis van een overeenkomst rijbewijzen uit landen buiten Europa omwisselen voor Nederlandse rijbewijzen (29398, nr. 990);
  • de motie-Van der Molen c.s. over een actieplan voor handhaving van het verbod op lachgas in het verkeer (29398, nr. 991);
  • de motie-Koerhuis over een hoge prioritering voor de N36 binnen de 200 miljoen die beschikbaar is gesteld voor de verkeersveiligheid (29398, nr. 992);
  • de motie-Alkaya over dezelfde eisen voor lichte elektrische voertuigen en elektrische fietsen (29398, nr. 993).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van der Molen stel ik voor zijn motie (29398, nr. 990) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van Ginneken/Van der Molen (29398, nr. 989) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Tweede Kamer als sinds 2019 via meerdere moties heeft gepleit voor een snelle invoering van de helmplicht voor snorfietsers in verband met de verkeersveiligheid, maar er nu toch weer uitstel wordt bepleit door de minister;

verzoekt de regering de helmplicht voor snorfietsers niet uit te stellen en uiterlijk 1 januari 2023 in te laten gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 989 (29398).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Ginneken/Kröger (29398, nr. 988).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Ginneken/Van der Molen (29398, nr. ??, was nr. 989).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen c.s. (29398, nr. 991).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (29398, nr. 992).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (29398, nr. 993).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Ephraim, Groep Van Haga.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Misschien zat ik even niet op te letten, maar wij worden geacht om voor de motie-Van der Molen c.s. op stuk nr. 991 te hebben gestemd. Ik denk dat ik vergeten ben om mijn hand op te steken.

De voorzitter:
Dank u wel. Wij zullen dit opnemen in de Handelingen.

Stemmingen moties Brandweer en crisisbeheersing

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Brandweer en crisisbeheersing,

te weten:

  • de motie-Mutluer c.s. over het van toepassing verklaren van de WTS voor gevallen waarin de schade-uitkering van de verzekeraar achterblijft (29517, nr. 212);
  • de motie-Van Nispen/Michon-Derkzen over eenduidige landelijke regels omtrent het minimumniveau van brandweerzorg (29517, nr. 213);
  • de motie-Van Nispen/Van der Werf over voorstellen voor het waarborgen van de democratische legitimiteit van de veiligheidsregio's (29517, nr. 214);
  • de motie-Van Nispen/Mutluer over meer zeggenschap voor de werkvloer bij het maken en uitvoeren van voorstellen rondom brandweerzorg (29517, nr. 215);
  • de motie-Van der Werf/Van Nispen over in kaart brengen welke compensatiemogelijkheden er zijn voor Nederlandse slachtoffers van terroristische aanslagen (29517, nr. 216);
  • de motie-Michon-Derkzen/Van der Werf over de conclusies en aanbevelingen van Onderzoeksraad voor Veiligheid betrekken bij de contourenbrief voor de wijziging van de Wet veiligheidsregio's (29517, nr. 217);
  • de motie-Wassenberg/Knops over voorkomen dat Oekraïense vluchtelingen van hun huisdieren gescheiden worden (29517, nr. 219).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (29517, nr. 212).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66 en de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Michon-Derkzen (29517, nr. 213).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Van der Werf (29517, nr. 214).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Mutluer (29517, nr. 215).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Werf/Van Nispen (29517, nr. 216).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen/Van der Werf (29517, nr. 217).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Knops (29517, nr. 219).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Seksueel geweld en kindermisbruik

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Seksueel geweld en kindermisbruik,

te weten:

  • de motie-Van der Werf c.s. over de capaciteitsproblemen bij de zedenrecherche oplossen (31015, nr. 246);
  • de motie-Van der Werf c.s. over de strafmotivering nauwkeuriger in vonnissen opnemen (31015, nr. 247);
  • de motie-Kuik/Bikker over de aangiftebereidheid onder minderjarigen vergroten (31015, nr. 248);
  • de motie-Michon-Derkzen/Van der Werf over minimaal tweemaal per jaar informeren over het aantal plankzaken en de afspraken daarover (31015, nr. 249);
  • de motie-Michon-Derkzen/Mutluer over een vast aanspreekpunt voor zedenslachtoffers bij strafzaken (31015, nr. 250);
  • de motie-Eerdmans over het instellen van een taskforce om achterstanden bij zedenzaken in te lopen (31015, nr. 251);
  • de motie-Eerdmans over de Richtlijn voor strafvordering seksueel misbruik minderjarigen in lijn brengen met de norm van de wetgever (31015, nr. 252);
  • de motie-Stoffer/Van der Staaij over het zo goed mogelijk naleven van de Richtlijn voor strafvordering seksueel misbruik minderjarigen (31015, nr. 253);
  • de motie-Stoffer/Van der Staaij over voorkomen dat tijdsverloop leidt tot strafverzachting voor daders van kindermisbruik (31015, nr. 254).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (31015, nr. 246).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Werf c.s. (31015, nr. 247).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Bikker (31015, nr. 248).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen/Van der Werf (31015, nr. 249).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen/Mutluer (31015, nr. 250).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (31015, nr. 251).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (31015, nr. 252).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Van der Staaij (31015, nr. 253).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP en D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Van der Staaij (31015, nr. 254).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Integriteit openbaar bestuur

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Integriteit openbaar bestuur,

te weten:

  • de motie-Sneller over een stevigere wettelijke grondslag voor het lobby- en draaideurverbod (28844, nr. 238);
  • de motie-Van Baarle over een eenduidige definitie van aanpalende beleidsterreinen waarmee actieve bemoeienis is geweest (28844, nr. 239);
  • de motie-Van Baarle over een rijksbreed lobbyverbod voor gewezen bewindspersonen (28844, nr. 240);
  • de motie-Van Baarle over het afdwingbaar maken of sanctioneren van het verplichte advies in de afkoelperiode (28844, nr. 241);
  • de motie-Van Baarle over uiteenzetten hoe de strijd tegen discriminatie binnen de rijksoverheid wordt opgevoerd (28844, nr. 242);
  • de gewijzigde motie-Leijten c.s. over de weerbaarheidsscan voor decentrale overheden ook uitvoeren bij de rijksoverheid, te beginnen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken (28844, nr. 245, was nr. 243);
  • de motie-Omtzigt/Dassen over mechanismes om beloftes van kandidaat-bewindspersonen te handhaven (28844, nr. 244).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt de motie-Sneller (28844, nr. 238).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (28844, nr. 239).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (28844, nr. 240).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (28844, nr. 241).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (28844, nr. 242).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Leijten c.s. (28844, nr. 245, was nr. 243).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt/Dassen (28844, nr. 244).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet, Waterschapswet, Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en Kieswet in verband met het bevorderen van de bestuurlijke integriteit en de aanpak van aanhoudende bestuurlijke problemen in het decentraal bestuur (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur) (35546).

(Zie vergadering van 14 april 2022.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, Groep Van Haga en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming motie Hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Hersteloperatie kinderopvangtoeslag,

te weten:

  • de motie-Van Raan c.s. over ook dit jaar voorkomen dat de groep ouder ex-partners uit huis wordt gezet vanwege openstaande schulden (31066, nr. 968).

(Zie vergadering van 10 februari 2022.)

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (31066, nr. 968).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, Groep Van Haga en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Bij de stemming over de Wijziging van de Gemeentewet, die hier zojuist voor was, heb ik voor het wetsvoorstel gestemd, maar ik weet niet zeker of u mijn naam heeft genoemd. Dat heb ik niet gehoord; het zou kunnen van wel. Maar ik word geacht voor te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dit zullen we desondanks opnemen in de Handelingen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Ik schors de vergadering voor een enkel moment. Daarna gaan we over tot de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is een regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toestemming te verlenen aan de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid voor het houden van een notaoverleg met stenografisch verslag op maandag 20 juni 2022 van 15.00 uur tot 18.00 uur over de initiatiefnota-Van Nispen "Huizen van het Recht" (35974).

Ik deel mee dat het debat over de implementatie van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking is komen te vervallen.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 35925-XVI-48; 28286-1190; 32317-740; 35925-XIV-62; 35925-VIII-58; 35570-VIII-270; 35570-VI-69; 35309-8; 35309-7; 35000-VII-30; 34346-3; 34298-9; 31532-244; 31532-243; 31532-240; 28286-1144; 21501-32-1017; 21501-32-1374; 21501-32-1373; 32852-179; 35242-10; 32852-161; 32813-932; 32813-706; 31409-288; 30175-382; 28089-194; 27529-246; 25295-1119; 25295-987; 32852-160; 32852-102; 35570-XII-55; 32813-840; 32813-838.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Agema voor haar verzoek.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. U denkt misschien: hé, mevrouw Agema staat er met eenzelfde verzoek als waar we een paar weken geleden al een plenair debat over hadden. Dat klopt ook. Maar tijdens het debat over de opnamestops op spoedeisendehulpposten wist de minister niet alleen niet hoeveel opnamestops er waren, hij vond het ook niet heel erg van belang, omdat de kwaliteit van zorg volgens hem niet in het geding was. Daar krijg ik nu een andere indruk van. Onder anderen de ziekenhuisbestuurder van het Maasstad Ziekenhuis zegt dat de toename van spoedpatiënten enorm is. Ook de bestuursvoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen zegt: "Je weet dat je voordat je zoiets besluit aan zorgkwaliteit inboet." Ik zou dus graag opnieuw een debat willen aanvragen met de minister van VWS. Ik krijg een andere indruk van de actuele situatie met de opnamestops dan wat hij ons eerder heeft medegedeeld. Ook zou ik graag een brief willen van de minister waarin hij aangeeft hoeveel opnamestops er nu eigenlijk zijn.

De heer Hijink (SP):
Steun voor het verzoek, voorzitter. De druk op de zorg is enorm. Het lijkt mij heel verstandig dat wij daar zo snel mogelijk over spreken.

Mevrouw Paulusma (D66):
Geen steun. Dat kan in het commissiedebat van 25 mei over de acute zorg.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Steun.

De heer Van Raan (PvdD):
Steun.

De heer Van Meijeren (FVD):
Steun.

De heer Bisschop (SGP):
Steun voor de brief, en voor de rest zou ik het koppelen aan het commissiedebat.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Ook steun, voorzitter.

Mevrouw Van den Hil (VVD):
Geen steun. Dat kan bij het commissiedebat op 25 mei.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun, mede namens JA21.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de SGP: steun voor een brief en betrekken bij het commissiedebat.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Steun, voorzitter.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor het verzoek, mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Nee, maar ik constateer dat de hele oppositie dit wel heel belangrijk vindt. Ik zou daarom willen voorstellen om een dertigledendebat aan de lijst toe te voegen. Ik hoop ook dat u dat spoedig wilt inplannen.

De voorzitter:
Wij zetten dit op de lijst.

Dan geef ik het woord aan uw collega, de heer Markuszower van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Vorig jaar is Carlo Heuvelman in Spanje, op Mallorca, doodgetrapt door een aantal Nederlandse jongeren. Een paar zaten er uiteindelijk in voorarrest in Nederland, maar een van de hoofdverdachten die meer weet — hij is afgeluisterd in het politiebusje — is weer vrijgelaten. Hij wil niet zeggen wie de daders zijn, terwijl hij daar wel kennis van heeft. Graag een debat daarover.

De voorzitter:
De heer Hijink, SP, staat als eerste. Nee, mevrouw Kuik, CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter. Dat is een gruwelijke zaak, maar iets waar wij nu volgens mij als Kamer nog niet echt over gaan debatteren. Individuele zaak.

De heer Van Meijeren (FVD):
Steun.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de andere collega's. Toch de heer Hijink, SP.

De heer Hijink (SP):
Ik sluit me aan bij mevrouw Kuik.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik sluit me ook aan bij mevrouw Kuik.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Dit lijkt me meer een zaak voor de rechterlijke macht, dus helaas geen steun ditmaal.

De heer Ellian (VVD):
Ik sluit me aan bij collega Kuik.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Geen steun vanuit GroenLinks.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik denk dat dit beter past bij de rechterlijke macht, dus geen steun voor een debat hierover.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Helaas, ook geen steun dit keer.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
Ik hoor het. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan geef ik het woord aan de heer Hijink, SP.

De heer Hijink (SP):
Voorzitter. Vorige week kwam een rapport uit van de Algemene Rekenkamer en daaruit bleek dat de aanpak van zorgfraude op alle mogelijke fronten faalt. De Rekenkamer zegt ook dat er hierdoor miljarden, dus niet een beetje, aan zorggeld over de balk gesmeten worden. Het verdwijnt in de zakken van mensen die niet het beste voorhebben met onze zorg. De SP wil die zorgfraude harder aanpakken. Wij vinden het daarom heel belangrijk dat daar zo snel als mogelijk een debat over wordt gevoerd.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Voorzitter. Steun, maar wel pas nadat we de kabinetsreactie hierop hebben ontvangen. Dus zo snel mogelijk is dan wat ons betreft na ontvangst van die kabinetsreactie. Ik hoop ook dat de aanvrager van het debat dat zou willen onderschrijven. Die kabinetsreactie is al rond de zomer toegezegd.

De voorzitter:
Maar na ommegaande wel steun voor het debat.

De heer Bisschop (SGP):
Ik sluit me daar graag bij aan.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Steun.

De heer Bontenbal (CDA):
Steun.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Belangrijk onderwerp, dus steun.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Steun na de kabinetsreactie.

De heer Van Raan (PvdD):
Steun.

De heer Van Meijeren (FVD):
Steun.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Steun, mede namens BBB ditmaal. Ik ben de boodschapper voor velen.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Steun, voorzitter. Het zou fijn zijn als het kabinet voor 10 juni reageert. Het zou fijn zijn als dit voor de zomer gedaan kan worden en niet in de begrotingscyclus belandt.

Mevrouw Sahla (D66):
Steun en eens met de heer Omtzigt.

De heer Eerdmans (JA21):
Steun.

De voorzitter:
Er is een meerderheid voor uw verzoek. Een aantal collega's heeft wel aangegeven dat ze graag een brief willen. Wij zullen dit ook doorgeleiden naar het kabinet.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. Het zou dan wel fijn zijn — ook de heer Omtzigt maakt het punt terecht — als die brief er ruim van tevoren is, zodat we niet heel lulligjes begin juli die brief krijgen waardoor dan het hele debat pas in oktober gevoerd gaat worden. Als we begin juni die brief kunnen krijgen, hebben we ergens in juni de tijd om het debat te voeren.

De voorzitter:
We zullen dit op deze manier doorgeleiden. Ik dank u zeer.

Dan geef ik het woord aan de heer Van Haga, Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Staatssecretaris Eric van der Burg heeft namens het kabinet bekendgemaakt daadwerkelijk te zullen ingrijpen met overheidsdwang bij het realiseren van meer opvangplekken voor asielzoekers. Dat is dweilen met de kraan open. We moeten niet meer opvangplekken realiseren, maar juist proberen een strenger immigratiebeleid te bewerkstelligen. Graag een debat hierover.

Mevrouw Kuik (CDA):
Donderdag hebben we een debat daarover. Dus geen steun.

De heer Markuszower (PVV):
Donderdag gaat het volgens mij over de Oekraïense vluchtelingen en de opvang daarvan. Dus steun voor dit verzoek.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Donderdag een debat; geen steun.

Mevrouw Kamminga (VVD):
Geen steun; betrekken bij donderdag.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik wil de heer Van Haga steunen. En wat de heer Markuszower zegt, is helemaal waar. We hadden donderdag een asieldebat staan. Dat is nu een debat over Oekraïense vluchtelingen geworden, maar dit is natuurlijk een veel breder verzoek en een nogal urgent probleem.

De voorzitter:
Dus u steunt het verzoek.

De heer Eerdmans (JA21):
Ja, ik steun het, maar ook met de opmerking dat wat de andere collega's zeggen, namelijk dat het donderdag gepland staat, niet waar is.

Mevrouw Piri (PvdA):
Geen steun.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Het lijkt me dat je dit, als je het echt urgent vindt, donderdag in ieder geval kunt benoemen. En er komt natuurlijk ook nog een vervolg op allerlei wetgeving. Dus geen steun voor dit verzoek.

Mevrouw Sahla (D66):
Geen steun.

De heer Van Meijeren (FVD):
Steun.

De voorzitter:
Mevrouw B… Nee, mevrouw Van der Plas van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Feitelijk is dat wel juist.

De voorzitter:
Mevrouw BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
"De partij, dat ben ik"; dat zei iemand ooit. Grapje! Steun.

De voorzitter:
Mevrouw Bikker; mevrouw ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ja, doet u dat maar, voorzitter. Geen steun.

De heer Hijink (SP):
Geen steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid en ook geen 30 leden, meneer Van Haga.

Maar u heeft nog wel een tweede verzoek.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Misschien nog over het vorige verzoek: donderdag gaan we praten over Oekraïense vluchtelingen en dat is principieel een andere zaak. Dat werd zojuist ook door verschillende mensen gezegd.

Maar goed, dan mijn tweede verzoek. BVNL wil de productie van aardgas uit het Groninger gasveld voortzetten. Technisch kan dit veilig op een laag productieniveau van bijvoorbeeld 12 miljard kuub per jaar in combinatie met waterinjectie, zodat de druk in het veld op peil gehouden wordt. Geopolitiek is het nu ook wenselijk om minder afhankelijk te zijn van gas uit het buitenland en financieel is het goed omdat het om meer dan 1.000 miljard euro gaat. De gasprijs gaat omlaag; de Groningers kunnen ruimhartig gecompenseerd worden. Zelfs oud-minister van Financiën Onno Ruding en de Mijnraad pleiten hiervoor. Ik wil dus graag een debat hierover met de minister van EZK en de staatssecretaris voor Mijnbouw.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
We hebben morgen een debat met de minister voor Klimaat en Energie. We hebben elke zes weken een mijnbouwdebat. Ik stel voor dat de heer Van Haga het daar aankaart. Geen steun.

Mevrouw Sahla (D66):
Ik heb begrepen dat er net een commissiedebat is geweest. Op 19 mei is er weer een debat, dus geen steun.

De heer Bontenbal (CDA):
19 mei. Geen steun.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik sluit me aan bij alle voorgaande sprekers, dus geen steun.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Ik snap natuurlijk dat de plenaire zaal het heiligdom der heiligdommen is. Daar debatteren we het liefst, maar laten we ons daar niet te veel op fixeren. Er zijn ook nog commissiezalen. Daar houden we inderdaad heel geregeld een debat over mijnbouw. Daarbij is de heer Van Haga van harte welkom, dus geen steun voor hier weer een plenair debat.

Mevrouw Piri (PvdA):
Eens met alle voorgaande sprekers, dus geen steun.

De heer Eerdmans (JA21):
Oneens met alle voorgaande sprekers en eens met dit voorstel.

De heer Van Meijeren (FVD):
Steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

De heer Bisschop (SGP):
Het staat eenieder vrij om elk plenair debat aan te vragen dat men wil, maar als het gewoon in een planning is opgenomen, vraag ik me af waarom dit soort verzoeken moeten komen. Alle respect voor de collega's die het vragen, maar laten we het ook een beetje zakelijk houden.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, meneer Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Als mensen beginnen met "met alle respect" dan bedoelen ze meestal "zonder respect". Dit is typisch een historische blunder die we hier begaan. Het is dus van groot belang dat we hier wél een debat over hebben. Maar er is geen steun. Laat dat de Handelingen ingaan.

De voorzitter:
Dank u wel. Collega's hebben wel aangegeven dat er een commissiedebat is.

Dan geef ik het woord aan de heer Ephraim van de Groep Van Haga.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Dank u, voorzitter. De gunfactor voor BVNL zal wat zijn afgenomen, maar ik probeer het toch! De ene na de andere noodwet wordt in werking gesteld. Soms is dat natuurlijk ook noodzakelijk. We hebben er best veel: de Wet verplaatsing bevolking, de Noodwet voedselvoorziening, de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, de Noodwet rechtspleging. Ik noem er maar een paar. In 2018 kondigde het kabinet een wetsvoorstel aan om het staatsnoodrecht te herzien. In oktober 2020 nam de Kamer een motie aan van de heer Van Dam — die is helaas geen Kamerlid meer — om dit te bespoedigen. In december 2021 bracht de Raad van State in dat kader een ongevraagd advies uit met de titel Van noodwet tot crisisrecht. De Raad van State brengt niet vaak een ongevraagd advies uit, dacht ik. Dan is er iets aan de hand. Mijn voorstel is om een fundamenteel en richtinggevend debat te voeren over het staatsnoodrecht, voorafgegaan door een kabinetsreactie op het advies van de Raad van State. Ik ben niet vreselijk ongeduldig, dus mijn voorstel is om het ergens voor het zomerreces in te plannen.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan kijken of daarvoor steun is. De heer Bisschop, SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Dit vind ik nou een typisch voorbeeld van iets waarover je moet discussiëren. Dat hoort in elk geval hier in de plenaire zaal thuis. Van harte steun.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik vind dit een mooi ingeleid en onderbouwd voorstel van de heer Ephraim. Wij steunen dit.

De voorzitter:
Ik vind het een beetje sneu voor de heer Van Haga. Hij deed net ook zijn best! De heer Hijink, SP.

De heer Hijink (SP):
Steun voor het verzoek.

De heer Ellian (VVD):
Met het risico om nu onsympathiek te zijn, geen steun. Wel steun ik het verzoek om voortvarendheid van het kabinet voor een reactie. Dan moeten we via de procedurevergadering Binnenlandse Zaken nader bekijken wat we doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Steun voor een debat, maar pas nadat we een brief van het kabinet hebben.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Steun voor een debat. Ik zou de reactie van het kabinet graag willen hebben voordat we hier de nota naar aanleiding van het verslag voor de volgende verlenging van de noodwet hebben. Daar gaat het namelijk om. We maken constant noodwetten, terwijl we ook gewone wetgeving zouden kunnen hebben.

De heer Van Raan (PvdD):
Steun.

De heer Van Meijeren (FVD):
Steun.

Mevrouw Piri (PvdA):
Steun. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Bromet.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik sluit me aan bij de heer Ellian.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid voor uw verzoek.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Maar een dertigledendebat zit er wel in. Ik heb wel geteld!

De voorzitter:
Ja, dat zit erin. We zullen het informatieverzoek doorgeleiden naar het kabinet.

Dan ga ik naar mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Dit is de derde keer dat ik hier sta om het te hebben over het debat over de opvang van Oekraïense vluchtelingen. De eerste keer vroegen we een debat aan met de coördinerend minister en de staatssecretaris van Asiel en Migratie. Vervolgens begrepen wij dat als wij specifieke vragen hadden over huisvesting, zorg, werk en sociale zaken, we dan de vakministers erbij moesten vragen. Dat hebben we een week later gedaan. Maar dat roept bij mij wel vragen op over wat nou precies de rol is van de coördinerend bewindspersoon, ook met betrekking tot de MCCb. Dus wij willen heel graag een brief van de minister van Justitie en Veiligheid over de verhouding tussen haar als voorzitter van de MCCb en de andere bewindspersonen die daarin zitten. We willen die graag hebben voor het debat van donderdag.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de collega's: is er bezwaar tegen het vragen van deze brief? Volgens mij is daar steun voor. We zullen dit dan ook doorgeleiden naar het kabinet. De heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Daar is zeker steun voor. Ik wil ook graag weten wat de wettelijke basis daarvoor is, en niet alleen voor de opvang hier, maar ook voor de hulp in Oekraïne, want daar lijkt precies hetzelfde te gaan gebeuren, namelijk dat we niet weten wie daar degene is die coördineert en dat het weer via vier, vijf ministers loopt. Dus voor beide zou ik graag willen weten wie er nou aanspreekbaar is.

De voorzitter:
Ook dit zullen we doorgeleiden naar het kabinet. Ik dank u vriendelijk.

Ik schors de vergadering tot 17.00 uur. Dan starten we met een tweeminutendebat dat gaat over armoede- en schuldenbeleid.

De vergadering wordt van 16.50 uur tot 17.00 uur geschorst.

Armoede- en schuldenbeleid

Armoede- en schuldenbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid (CD d.d. 17/03).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid. Ik heet de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van harte welkom in ons midden. Ik geef eerst even het woord aan de heer Van Kent, SP.

De heer Van Kent (SP):
Dank, voorzitter. In verband met ziekte kon ik niet bij het debat aanwezig zijn. Ik zou toestemming willen vragen om een tweetal moties in te dienen.

De voorzitter:
Ik kijk even of daar bezwaar tegen is bij de collega's. Dat is niet het geval, dus u bent welkom. Ik geef het woord aan de heer Léon de Jong, PVV.

De heer Léon de Jong (PVV):
Voorzitter, hartelijk dank. De mensen redden het thuis niet meer door gigantische inflatie. Vandaag hoorden we de minister zeggen dat ze ook voor 2023 voorziet dat er koopkrachtachteruitgang kan gaan komen. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. Er moet echte compensatie komen. Daarom de volgende moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering te komen met een adequate specifieke koopkrachtherstelmaatregel voor mensen met AOW en een klein aanvullend pensioen en huishoudens met een modaal inkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Léon de Jong.

Zij krijgt nr. 621 (24515).

De heer Léon de Jong (PVV):
Dan mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering voor de Kamer proactief inzichtelijk te maken wat de actuele gevolgen zijn van de stijgende inflatie op de koopkracht, de Kamer daar iedere vier weken over te informeren en de Kamer te informeren over welke koopkrachtherstelmaatregelen het kabinet daarop neemt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Léon de Jong.

Zij krijgt nr. 622 (24515).

De heer Léon de Jong (PVV):
Voorzitter. Mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het ontvangen van door het kabinet voorgestelde tegemoetkomingen in de praktijk geen negatieve financiële gevolgen mag hebben voor het ontvangen van toeslagen en/of uitkeringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Léon de Jong.

Zij krijgt nr. 623 (24515).

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Léon de Jong (PVV):
Deze laatste motie is ook superbelangrijk. Dat heeft te maken met het feit dat wij signalen ontvangen van mensen die een aanvraag willen indienen voor die €800 tegemoetkoming voor de energiekosten, maar dat niet durven omdat ze bang zijn dat ze met hetzelfde probleem te maken krijgen als mensen bij de toeslagenaffaire. Het is voor ons dus heel belangrijk dat daar goed naar wordt gekeken en dat mensen er niet van weerhouden worden naar de gemeente toe te gaan doordat ze bang zijn dat ze in de problemen komen met bijvoorbeeld toeslagen of dat ze misschien wel aan het einde van de rit alles moeten terugbetalen. Daar zou ik dus graag een toezegging op willen.

De voorzitter:
Dank u zeer. Dan geef ik het woord aan mevrouw Kathmann, PvdA.

Mevrouw Kathmann (PvdA):
Voorzitter, dank u. Het aantal mensen in de schulden neemt fors toe in Nederland. We weten dat het ook al voor die forse toename niet altijd goed ging met de hulp aan mensen in de schulden. Daarom moeten we het goed doen en is dit zo'n belangrijk thema.

Daarom dien ik de volgende twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de wettelijke schuldsanering drie jaar duurt en dat mensen daarvoor ook al vaak jarenlang in de schulden zitten;

overwegende dat het verkorten van de schuldsanering leidt tot allerlei maatschappelijke baten, zoals een betere gezondheid en het vinden van werk;

constaterende dat verschillende steden succesvol zijn gestart met het verkorten van het minnelijke schuldsaneringstraject;

verzoekt de regering om de huidige mogelijkheden tot verkorting van de wettelijke schuldsanering (Wsnp) breder onder de aandacht te brengen en tevens met een voorstel te komen om de Wsnp te verkorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann en Maatoug.

Zij krijgt nr. 624 (24515).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door chaotische taferelen bij budgetbeheerder PLANgroep vele mensen met schulden nog eens extra in de problemen zijn gekomen;

overwegende dat vele gemeenten budgethulp privaat hebben uitbesteed, waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van budget- en schuldhulpverlening;

verzoekt de regering om gemeenten op te roepen het Kwaliteitskader schuldhulpverlening voortvarend en breed toe te passen, de resultaten te monitoren en waar nodig de kwaliteit van de budget- en schuldhulpverlening aan te scherpen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kathmann.

Zij krijgt nr. 625 (24515).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Kuzu, DENK.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Dit was het eerste commissiedebat Armoede- en schuldenbeleid in deze regeerperiode. Mijn collega Van Baarle heeft als woordvoerder van DENK aan dit commissiedebat deelgenomen. Het is dus ook het eerste debat geweest van de nieuwe minister voor Armoedebestrijding. Dat was een prachtig initiatief vanuit Rotterdam. Er was voor het eerst in de geschiedenis een wethouder Armoedebestrijding in Rotterdam. Het is goed dat dat initiatief ook landelijk is opgepakt en dat we nu een minister voor Armoedebestrijding hebben. In Rotterdam heeft het ook daadwerkelijk concrete resultaten opgeleverd. Daar is inmiddels een integraal actieplan en ook de minister komt met een integraal actieplan. Vanuit de Rotterdamse aanpak weten we ook dat het resultaat oplevert wanneer je specifieke groepen extra gaat benadrukken.

Daarover heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek blijkt dat 40,4% van de pensioengerechtigden met een niet-westerse migratieachtergrond onder de armoedegrens leeft, terwijl het landelijk gemiddelde onder ouderen op 2,5% ligt;

constaterende dat de minister werkt aan het voorgenomen actieplan armoedebestrijding;

verzoekt de regering in het voorgenomen actieplan over armoedebeleid specifieke maatregelen op te nemen om armoede onder ouderen met een migratieachtergrond tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 626 (24515).

De heer Kuzu (DENK):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek van het Nibud blijkt dat bijna een op de drie mbo-studenten te maken heeft met schulden en een kwart te maken heeft met financiële problemen;

constaterende dat onderzoek van het Nibud uitwijst dat een derde van de mbo-studenten geen zorgtoeslag ontvangt en twee derde geen belastingaangifte doet;

constaterende dat onderzoek van het Nibud uitwijst dat er veel onduidelijk is onder mbo-studenten omtrent belastingaangifte, studiefinanciering en toeslagen, waardoor mbo-studenten veel geld mislopen uit belastingteruggave, studiefinanciering en zorgtoeslag;

verzoekt de regering een specifiek plan van aanpak op te nemen voor mbo-studenten in de voorgenomen interdepartementale aanpak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 627 (24515).

Dank u wel, meneer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Bevers, VVD.

De heer Bevers (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen motie, alleen twee korte opmerkingen van mijn kant. Tijdens het commissiedebat heeft de VVD, naast allerlei andere onderwerpen, met name aandacht gevraagd voor de zzp'ers en de ondernemers. Zowel het bereik van de groep bij de verschillende armoederegelingen als het aanbieden van schuldhulpverlening liet wat ons betreft te wensen over. Ik ben blij dat de minister in het debat heeft gezegd het belang van deze groep ook te zien en bereidheid heeft getoond om te kijken wat er extra gedaan kan worden om deze mensen goed in beeld te krijgen. Afgelopen week echter kwam het rapport "Zelfstandigen over de drempel" van de Nationale ombudsman uit en dat stelde onze fractie in ieder geval verre van gerust. Collega Ceder van de ChristenUnie heeft inmiddels schriftelijke vragen gesteld, maar ik wil hier toch graag ook de minister oproepen om in ieder geval op korte termijn op dat rapport te reageren namens het kabinet en ik wil haar in ieder geval vragen om de gemeenten die het betreft op te roepen om waar dat nodig is, hun zaken op orde te maken, want ook ondernemers hebben recht op goede, transparante en eenduidige hulp bij schulden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Kat, D66.

Mevrouw Kat (D66):
Dank, voorzitter. Als je zzp'er bent en je schulden hebt, dan maakt het uit in welke gemeente je woont om uit die schulden te komen. Dat is een conclusie die de Nationale ombudsman heeft getrokken. Een voor mij belangrijke vraag aan de minister is wat zij daaraan gaat doen, want de huidige handreiking is niet toereikend. Dat gezegd hebbende wil ik graag voorstellen om specifiek voor jongeren en specifiek voor ondernemers doelgroepenbeleid te initiëren en te gaan werken met instrumenten die echt werken, zoals een saneringskrediet in plaats van een schuldregeling. Daarom heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nog niet alle gemeenten zijn aangesloten bij de nationale schuldhulproute en/of gebruikmaken van saneringskredieten;

overwegende dat deze instrumenten bewezen effectief zijn in het bestrijden van schulden;

van mening dat alle gemeenten hiermee zouden moeten werken tenzij daar zwaarwegende redenen voor zijn;

verzoekt de regering om samen met de VNG te faciliteren en stimuleren dat alle gemeenten zich aansluiten bij de nationale schuldhulproute en werken met saneringskredieten, en voor het einde van 2022 aan de Kamer te rapporteren in welke gemeenten dit niet gelukt is en wat daar de redenen voor zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kat en Ceder.

Zij krijgt nr. 628 (24515).

Mevrouw Kat (D66):
Dan de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ongeveer 400.000 jongeren in de leeftijd tussen 18 en 26 jaar te maken hebben met ernstige geldproblemen;

overwegende dat met het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een hoop financiële verantwoordelijkheden op de schouders van jongvolwassenen terechtkomen;

van mening dat bewustwording over deze verantwoordelijkheden kan bijdragen aan het voorkomen van financiële problemen;

verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe we jongvolwassenen rondom hun 18de verjaardag kunnen bereiken om hen te informeren over de financiële verantwoordelijkheden die horen bij het bereiken van de volwassenheid en hoe zij hier goed mee om kunnen gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kat en Ceder.

Zij krijgt nr. 629 (24515).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Palland, CDA.

Mevrouw Palland (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Wij hebben in het commissiedebat ook stilgestaan bij het feit dat een groot deel van de ouderen niet de inkomensondersteuning krijgt waarop ze recht hebben, onder andere door beperkte informatie-uitwisseling tussen overheidsdiensten. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Rijk voorziet in inkomensregelingen om mensen met bijvoorbeeld een tekortschietende AOW tegemoet te komen;

constaterende dat de regelingen niet iedereen uit de doelgroep bereiken;

overwegende dat dat onder meer gebeurt door een beperkte informatie-uitwisseling tussen overheidsdiensten;

overwegende dat onder andere de Algemene Rekenkamer en ouderemigrantenorganisatie NOOM voorstander zijn van een betere informatie-uitwisseling tussen SVB en UWV;

verzoekt het kabinet om conform de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer werk te maken van een betere informatie-uitwisseling tussen SVB en UWV, met als doel meer ouderen te bereiken met de voor hen bedoelde inkomensondersteuningsregelingen, waaronder de AIO,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Palland.

Zij krijgt nr. 630 (24515).

Mevrouw Palland (CDA):
Dan een tweede motie. Als mensen in de schulden zitten, levert het ook weer extra stress op als je de aanmaningen ziet binnenkomen en je schulden verder ziet oplopen. Daar zijn al een aantal initiatieven voor, maar een instrument zoals de pauzeknop verdient bredere aandacht. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het breder inzetten van een instrument als een "pauzeknop" bij mensen die schulden hebben nadere verkenning verdient;

overwegende dat de NVVK, drie gemeenten en het CJIB gezamenlijk (willen) experimenteren met de ontwikkeling van een landelijke schuldpauzeknop;

verzoekt het kabinet met NVVK, CJIB en betrokken gemeenten een landelijke invoering van de schuldpauzeknop te onderzoeken en met partijen afspraken te maken over onder andere acceptatie van het instrument pauzeknop bij overheidsschuldeisers en vervolgens ook bij private schuldeisers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Palland, Kat en Ceder.

Zij krijgt nr. 631 (24515).

Mevrouw Palland (CDA):
Tot slot ben ik nog benieuwd hoe het in de praktijk staat met de toekenning van de energiecompensatie via de gemeente. Daar horen wij verschillende geluiden over, onder andere dat gemeenten ervoor kiezen om het in maandelijkse bedragen te doen. Wellicht kan de minister aangeven wanneer de beantwoording van het schriftelijk verslag plaatsvindt, aangezien dit ook een wetswijziging betreft.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat armoede vaak in meerdere generaties voorkomt en kinderen uit gezinnen in armoede daardoor vaak niet de kans krijgen om hun talenten ten volle te benutten;

constaterende dat er bijvoorbeeld bij schoolachterstand door welvarender ouders commerciële bijlesdocenten worden ingeschakeld, wat voor gezinnen die weinig te besteden hebben onhaalbaar is, en kinderen hierdoor geen gelijke ontwikkelkansen ontvangen;

overwegende dat het investeren in de jonge levensjaren van kinderen die in armoede opgroeien, zich terugbetaalt wanneer deze kinderen later voor armoede behoed kunnen worden, door hen te ondersteunen om hun talenten maximaal te ontwikkelen;

overwegende dat er integraal beleid gevoerd moet worden waarbij het armoede- en schuldenbeleid de regie voert op beleidsraakvlakken met bijvoorbeeld de commissie OCW;

verzoekt de regering om vanuit armoede- en schuldenbeleid samen met de commissie OCW op de kortst mogelijke termijn te onderzoeken hoe bijlessen op basis- en middelbare scholen zo snel mogelijk gratis aangeboden kunnen worden aan kinderen die een achterstand hebben uit gezinnen met inkomens die onder de armoedegrens of lage-inkomensgrens vallen, zodat arm en rijk gelijke kansen krijgen op een goede toekomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 632 (24515).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Kent, SP.

De heer Van Kent (SP):
Dank, voorzitter. Dank ook voor de gelegenheid. Het bestrijden van armoede begint met het verhogen van de lonen en de daaraan gekoppelde uitkeringen, inclusief de AOW. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de prijzen van boodschappen, de energierekening en de prijs van benzine maand op maand blijven stijgen;

constaterende dat steeds meer mensen moeite hebben met rondkomen en zelfs in armoede vervallen;

constaterende dat er al miljoenen mensen zijn zonder financiële buffers, er honderdduizenden werkenden in armoede zijn en honderdduizenden kinderen in armoede opgroeien;

constaterende dat een verhoging van het minimumloon, met behoud van de koppeling met de uitkeringen en de AOW, de manier is om armoede structureel op te lossen en in de toekomst te voorkomen;

verzoekt de regering het minimumloon te verhogen naar €15 per uur met behoud van de koppeling met alle uitkeringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kent.

Zij krijgt nr. 633 (24515).

De heer Van Kent (SP):
Voorzitter. Dan de energietoeslag. We horen toch te vaak en te veel dat het daarmee misgaat in gemeenten en dat er grote verschillen zijn. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er steeds meer signalen zijn dat de energietoeslag niet toereikend is;

constaterende dat de energietoeslag ook voor mensen boven het sociaal minimum essentieel is, maar zij bij sommige gemeenten vanwege het te lage bedrag vanuit het Rijk niet in aanmerking komen;

verzoekt de regering €800 als ondergrens van de toe te kennen energietoeslag te hanteren;

verzoekt de regering in elk geval mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum recht te geven op energietoeslag;

verzoekt de regering dit met gemeenten te communiceren en er zorg voor te dragen dat gemeenten door de financiële bijdrage van het Rijk aan deze criteria kunnen voldoen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kent.

Zij krijgt nr. 634 (24515).

De heer Van Kent (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Ceder, ChristenUnie. Hij gaat volgens mij eerst nog even toestemming vragen om mee te doen aan dit tweeminutendebat. O, hij heeft meegedaan aan het commissiedebat? Excuus! Ik heb hier een briefje: Don Ceder wil ook nog graag spreken.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties. Het lastige van schulden is dat het om een meerkoppig monster gaat, waardoor het waarschijnlijk beleidsterreinen overlapt. Maar het is juist goed om dat te benoemen, in de hoop dat we dit veelkoppige monster echt kunnen aanpakken in deze kabinetsperiode.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wanbetalers van de zorgverzekeringspremie na zes maanden vallen onder de regeling wanbetalers, waarbij een premie wordt geheven van 130% van de oorspronkelijke premie;

overwegende dat de financiële problemen van mensen vanwege de huidige systematiek van de verhoogde zorgverzekeringspremie versterkt kunnen worden;

verzoekt de regering om te onderzoeken of en hoe de regeling wanbetalers uit de Zorgverzekeringswet kan worden geschrapt, en dit voor het zomerreces aan de Kamer terug te koppelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 635 (24515).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat verschillende instanties al in een vroeg stadium kunnen constateren dat een persoon financiële problemen heeft;

overwegende dat deze instanties moeite hebben om mensen met schulden op een adequate manier te helpen en te verwijzen naar schuldhulpverlening in verband met vermeende bezwaren volgend uit de privacywetgeving;

overwegende dat het van belang is dat maatschappelijke organisaties, zoals woningbouwcorporaties, signalen omtrent kwetsbaren kunnen delen, zodat schulden kunnen worden voorkomen of vroegtijdig kunnen worden verholpen;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de hindernissen en obstakels volgend uit de privacywetgeving weggenomen kunnen worden voor een preventieve en tijdige schuldhulpverlening, met inachtneming van juridisch verankerde waarborgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Kat.

Zij krijgt nr. 636 (24515).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat armoede en schulden impact hebben op de gezondheid en het welzijn van mensen en dat gezondheidsproblemen kunnen leiden tot financiële problemen;

verzoekt de regering om, bijvoorbeeld middels een handreiking voor gemeenten, een gecombineerde aanpak te versterken door medewerkers die met armoede- en schuldenproblematiek te maken hebben bewust te maken van de relatie tussen armoede en gezondheidsachterstanden en hen te voorzien van kennis en handelingsopties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Kat.

Zij krijgt nr. 637 (24515).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ceder. De minister heeft aangegeven dat ze ongeveer zeven minuten nodig heeft om zich voor te bereiden.

De vergadering wordt van 17.19 uur tot 17.25 uur geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid. Er zijn vrij veel moties ingediend. Ik wil de leden eraan herinneren dat we de werkgroep-Van der Staaij hebben. Die heeft aangegeven dat één à twee moties per fractie de norm is. Ik zou u willen vragen om het aantal moties te verminderen als er een mooie toezegging komt of anderzijds. Er zijn nu zeventien moties. Dat is best veel. Het woord is aan de minister.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Laat ik dan ook maar snel door de moties gaan. Daarna kom ik nog op de vragen die gesteld zijn door de verschillende leden.

De motie op stuk nr. 621 ga ik ontraden. Wij nemen koopkrachtmaatregelen generiek, dus niet alleen specifiek gericht op een bepaalde groep. Uiteraard kan die maatregel dan wel ten goede komen aan deze groep.

De motie op stuk nr. 622 ontraad ik ook. Daarin wordt gevraagd om de Kamer elke vier weken te informeren. We hebben het CPB dat ook inflatiegegevens vaststelt en kijkt wat dat weer voor invloed heeft op de koopkracht. Dat lijkt me ook de onafhankelijke partij die dat zou moeten blijven doen. Daar hebben we gewoon een eigen ritme voor. Dus deze motie ontraad ik.

Dan de motie op stuk nr. 623. Deze motie is wat ruim geformuleerd. Er staat: "door het kabinet voorgestelde tegemoetkomingen". Dat is breder dan alleen de energietoeslag, want het kabinet doet natuurlijk weleens meer tegemoetkomingen. Deze motie vraagt om altijd uit te sluiten dat die effect hebben op het ontvangen van toeslagen en uitkeringen. Dus de motie zoals die nu luidt, moet ik ontraden. Maar ik ga iets toezeggen aan de heer De Jong. Ik heb ook de geluiden gehoord dat mensen bang zijn dat die €800 effect heeft op hun toeslag of op hun uitkering. Dat is niet het geval. Ik herhaal het maar weer eens: dat is niet het geval. Ik heb tegen de gemeenten ook gezegd: communiceer dat! Maar we gaan nog een keer richting de gemeenten aangeven: als mensen daarnaar vragen, meld dan dat het geen effect heeft. Wij zullen ook kijken hoe we dat nog duidelijker voor het voetlicht kunnen brengen, want het zou jammer zijn als mensen door die terughoudendheid hun energietoeslag niet aanvragen terwijl ze daar wel recht op hebben.

De heer Léon de Jong (PVV):
De motie is ingediend vanuit het idee van de energietoeslag. Ik kan of de motie wijzigen …

Minister Schouten:
Dat kan ook.

De heer Léon de Jong (PVV):
Als ik haar wijzig en specifiek die energietoeslag noem, wordt het dan oordeel Kamer?

Minister Schouten:
Dan staat er: verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het ontvangen van de door het kabinet voorgestelde energietoeslag in de praktijk geen negatieve financiële gevolgen mag hebben voor het ontvangen van toeslagen en/of uitkeringen. Dan krijgt de motie oordeel Kamer, want dat is al in lijn met wat wij doen. Dus dan zou ik haar bijna nog kunnen overnemen.

De heer Léon de Jong (PVV):
Het zou geweldig zijn als de motie op die manier oordeel Kamer zou kunnen krijgen.

De voorzitter:
U dient dan dus een gewijzigde motie in.

Minister Schouten:
Dan moet u de motie wel heel specifiek toespitsen op energietoeslag.

De voorzitter:
Dank. Dan krijgt de motie op stuk nr. 623 oordeel kamer.

Minister Schouten:
Ja, de gewijzigde motie.

Dan de motie op stuk nr. 624 over de Wsnp. Het is niet om de boel af te schuiven, maar de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij mijn collega Weerwind. Dit is ook een onderwerp dat bij collega Weerwind ligt, dus ik kan daar niet zomaar zelf wat over gaan roepen. Aan de andere kant, wij zijn al wel aan het kijken of het minnelijk en het wettelijk traject bijvoorbeeld wat meer in elkaar geschoven kunnen worden. Daar is ook nog wel wat winst te behalen. Soms is een minnelijk traject een bepaalde periode en daarna, omdat je uitvalt of wat dan ook, kom je toch weer in het wettelijk traject en dan telt dat ook weer bij elkaar op. Deze motie moet ik op deze manier ontraden, maar we kijken wel degelijk of dat traject voor sommige mensen toch niet wat langslepend — om het zo maar te zeggen — gaat worden, omdat er een optelling van zaken begint te komen.

Mevrouw Kathmann (PvdA):
Ik zou nog iets concreter van de minister willen horen of het om de inhoud van de motie gaat of om het gegeven dat een andere bewindspersoon in charge is.

Minister Schouten:
Volgens mij heb ik net uitgelegd dat het allebei is. Dus én collega Weerwind, én een voorstel om de Wsnp te verkorten vraagt al heel duidelijk om een concreet voorstel. Daarvan zeg ik: dat moet ik én met collega Weerwind overleggen, want dat is echt een wettelijk traject, maar ik denk ook dat er nog andere mogelijkheden zijn om juist die periode te verkorten. De Wsnp is drie tot vijf jaar. Omdat er een minnelijk traject aan voorafgaat, kan dat soms een vrij lange gebeurtenis worden. Ik ben aan het kijken of we dat wat meer bij elkaar kunnen gaan brengen. Daar komen we op terug bij het plan inzake de verbetering van de schuldhulpverlening dat wij voor de zomer hebben toegezegd. Dit is dus net een slagje te definitief ingevuld. Dit zou ik ook sowieso met collega Weerwind moeten overleggen.

De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 624 wordt ontraden.

Minister Schouten:
Ja.

De voorzitter:
Mevrouw Kat, heeft u een vraag over de motie van mevrouw Kathmann?

Mevrouw Kat (D66):
Is het een idee om deze motie aan te houden en bij de bespreking van de Faillissementswet weer op de agenda te zetten?

Minister Schouten:
Dat zou kunnen, maar ik ga niet over de Faillissementswet. Dat is ook collega Weerwind. Dat is uiteindelijk iets wat mevrouw Kathmann zelf zou kunnen doen. Ze zou de motie bij dat debat kunnen indienen. Volgens mij wordt de discussie daarover op dit moment ook al gevoerd, want de Faillissementswet wordt nu behandeld. Maar dat zou meer de plek zijn om dat te doen.

De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 625.

Minister Schouten:
Dat is de motie over de aanscherping van de budgethulp door PLANgroep. Daarin wordt gevraagd om gemeenten op te roepen het Kwaliteitskader schuldhulpverlening voortvarend en breed toe te passen, de resultaten te monitoren en waar nodig de kwaliteit van de budget- en schuldhulpverlening aan te scherpen. Als die laatste twee oproepen ook op de gemeenten zien, kan ik de motie oordeel Kamer geven. Ik ga de gemeentes niet monitoren. Zo zijn de verhoudingen in ons Huis van Thorbecke niet georganiseerd. Maar als ik het dictum zo kan verstaan dat ik de gemeentes moet oproepen tot het toepassen van het kwaliteitskader en dat gemeentes zelf de resultaten moeten monitoren en dat gemeentes zelf moeten kijken waar ze de kwaliteit eventueel kunnen verbeteren, dan zou die motie oordeel Kamer kunnen krijgen.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Kathmann om te zien of zij zich kan vinden in deze interpretatie. Dat is het geval.

Minister Schouten:
Dan krijgt de motie oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 626. En de appreciatie geldt ook meteen voor de motie op stuk nr. 627. Ik snap de portee van deze moties heel goed. We kijken alleen breder naar bijvoorbeeld het niet-gebruik van regelingen. We kijken ook of bepaalde regelingen toegankelijker kunnen worden. En dat doen we niet elke keer specifiek voor bepaalde doelgroepen. Dat doen we gewoon over de gehele linie. In de motie op stuk nr. 627 gaat het bijvoorbeeld om mbo-studenten. Ik denk dat het voor alle jongeren geldt dat zij moeten weten dat ze recht hebben op zorgtoeslag. Ze moeten weten dat ze recht kunnen hebben op belastingteruggave als zij een baantje hebben gehad. Ik wil de motie dus in de breedte pakken, maar wel zodanig dat zij ook ten goede komt aan deze doelgroepen. De moties op stukken nrs. 626 en 627 moet ik in deze vorm dus ontraden, maar ik pak meer generiek de maatregelen op die hopelijk voor al die groepen soelaas bieden.

Dan de motie op stuk nr. 628. Faciliteren en stimuleren vind ik prima. Wat het rapporteren betreft: ik houd zelf niet bij wie er allemaal aangesloten zijn, maar de Nederlandse Schuldhulproute houdt dat wel bij. Ik ga de gegevens dus niet opvragen bij de gemeenten, maar ik kan wel aan de NSR vragen of ze ons aan het eind van het jaar informeren hoe het ermee staat. Als ik de motie zo mag uitleggen … Ik zit even rond te kijken; ik dacht dat het een motie was van mevrouw Palland, maar het is een motie van mevrouw Kat. Als ik de motie zo mag uitleggen, kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Dat is het geval, zie ik.

Minister Schouten:
Dan de motie op stuk nr. 629. Ook dat is een motie die over alle jongeren gaat. Dat is in lijn met hoe we er net over spraken: niet alleen bepaalde doelgroepen, maar gewoon jongeren of ouderen in het algemeen. Daar past deze motie in, dus ik geef haar oordeel Kamer.

Met het onderwerp van de motie op stuk nr. 630 zijn we al bezig. We hadden ons dit al voorgenomen en zijn ermee aan de slag gegaan. Ik kan de motie overnemen, want zij past helemaal bij hetgeen we aan het doen zijn.

De voorzitter:
Is het goed als de motie wordt overgenomen? Is daar bezwaar tegen? Dat is niet het geval.

Mevrouw Palland (CDA):
Hartstikke fijn dat dat signaal er is. De aanbeveling is er al vanaf 2019. Ik werd ook even getriggerd door een artikel in het FD van na ons commissiedebat, waarin ook werd aangegeven dat we soms vrij ingewikkeld omgaan met de AVG terwijl die wel ruimte biedt. Goed dat de minister ermee bezig is. Ik trek de motie dan acuut in, voorzitter.

De voorzitter:
U hoeft haar niet in te trekken; zij kan worden overgenomen.

Mevrouw Palland (CDA):
O ja.

De voorzitter:
De motie-Palland (24515, nr. 630) is overgenomen.

Minister Schouten:
Helemaal goed.

De motie op stuk nr. 631 kan ik oordeel Kamer geven. Ik heb zelf ook met een aantal gemeenten en de NVVK gesproken. Ik heb ook gezegd dat we samen moeten kijken hoe we deze pauzeknop tot een effectiever werkend en opschaalbaar instrument kunnen maken. Deze motie noemt daar ook nog partijen bij, dus ik kan haar oordeel Kamer geven.

Dan de motie op stuk nr. 633. Ik snap zeer goed wat mevrouw Van der Plas …

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 632.

Minister Schouten:
Excuus. Ik snap zeer goed wat zij hier bedoelt, want het onderscheid tussen wie er in aanmerking komt voor bijlessen en wie niet, moet echt aangepakt worden. Alleen zit dat specifiek bij OCW. Dit gaat over het tegengaan van kansenongelijkheid in het onderwijs. Ik zou mevrouw Van der Plas willen vragen of zij deze motie bij een debat over OCW zou willen indienen of in ieder geval daar zou willen bespreken, want de motie gaat daar wel heel specifiek op in.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Van der Plas.

Minister Schouten:
Misschien zou zij de motie kunnen aanhouden. Ik kan het nu niet toezeggen, want er is ook een financiële claim bij betrokken. Dat kan ik dus niet doen, maar ik denk dat het kansrijk is om de motie bij de commissie OCW in te dienen.

De voorzitter:
Dan wordt de motie op stuk nr. 632 dus aangehouden? Ja, dat is zo.

Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (24515, nr. 632) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schouten:
Dan weet ik nog niet wat het advies van de minister zal zijn, maar ik weet wel dat er wordt gewerkt aan kansenongelijkheid.

Dan de motie op stuk nr. 633 over de €15. De heer Van Kent weet wat er in het coalitieakkoord staat, dus deze moet ik ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 634. De €800 is tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Dat is het bedrag. Ik wil er nog steeds de nadruk op leggen dat de gemeenten dat dus ook kunnen uitkeren. Deze motie vraagt om een uitbreiding tot 130% van het wettelijk sociaal minimum. Volgens mij hebben we daar al een heleboel debatten over gehad. De middelen zijn niet toereikend daarvoor en de doelgroep is niet op die manier bepaald, dus deze motie ontraad ik.

De heer Van Kent (SP):
Ik weet hoe de regeling nu is. In de motie wordt ook gevraagd om de €800 echt als ondergrens te hanteren. Is de minister wel bereid om aan de gemeenten te communiceren dat dat de absolute ondergrens is en dat ze daar niet onder mogen komen?

Minister Schouten:
Overal waar ik ben, zeg ik heel de tijd tegen de gemeenten: "Er is voldoende voor die €800 voor de mensen met tot 120% van het wettelijk sociaal minimum, dus geef dat ook!"

De heer Van Kent (SP):
Dan pas ik mijn motie als volgt aan. Ik haal het verzoek over die 130% eruit. Dan is het dus een motie die spreekt over die €800 als absolute ondergrens, dat dit ook aan de gemeenten gecommuniceerd moet worden en dat er voldoende middelen voor moeten zijn om dat ook waar te kunnen maken.

Minister Schouten:
Nu past de heer Van Kent een motie aan op een toezegging die ik al zo ongeveer 30 keer heb gedaan. Ik vind daar wat van, laat ik het maar even zo zeggen.

De voorzitter:
Dan is het eigenlijk overbodig.

Minister Schouten:
Ja, want ik heb het allang toegezegd.

De heer Van Kent (SP):
Nou ja, in die zin dat heel veel gemeenten onder die €800 zitten.

Minister Schouten:
Ja, alleen ...

De heer Van Kent (SP):
En dat is niet de bedoeling. Volgens mij is het een heldere opdracht als de Kamer hier uitspreekt dat die €800 de absolute ondergrens moet zijn en de minister opdraagt dat ook aan de gemeenten te communiceren en er zorg voor te dragen dat de gemeenten door de financiële bijdrage van het Rijk daaraan kunnen voldoen.

Minister Schouten:
Maar die opdracht heb ik al heel veel keren overgebracht aan de gemeenten, dus ik vind dit nu eigenlijk echt wel een beetje flauw. Eerst stond er in de motie "130% wettelijk sociaal minimum". De heer Van Kent wist dat het 120% was. Hij past de motie nu aan en doet net alsof ik nog niet met de gemeenten daarover gesproken heb. In elk televisieprogramma waar ik zit en in elke gemeente die ik spreek, benadruk ik: €800, daar staan wij garant voor, 120% wettelijk sociaal minimum. Deze motie voegt dan dus echt niets meer toe.

De voorzitter:
Dan zou de minister de motie eventueel nog over kunnen nemen.

Minister Schouten:
Ja, maar ik vind ... Op deze manier kan ik ook moties schrijven, voorzitter.

De voorzitter:
Ja. Meneer Van Kent, de minister doet het al.

De heer Van Kent (SP):
Ja, maar in de praktijk wordt die €800 op heel veel plekken niet gehanteerd, ook omdat gemeenten er geen vertrouwen in hebben dat als zij dat uitkeren, ze het vervolgens ook uitbetaald krijgen door de rijksoverheid. Dat is volgens mij wat we constateren. Dus zou dit een goed signaal zijn. Maar dan laat ik mijn motie ongewijzigd.

Minister Schouten:
Dan ontraad ik de motie.

Dan de motie op stuk nr. 635. Dit is ook weer een heel specifieke vraag. Ik zou de heer Ceder willen adviseren om die vraag bij een debat over de Zorgverzekeringswet te stellen. Ik denk namelijk dat het debat daarover daar ook echt thuishoort, hoezeer ik zie dat daar problemen uit voortkomen. Ik zeg eigenlijk hetzelfde tegen hem als ik al zei tegen mevrouw Van der Plas over OCW: houd deze motie aan en dien haar dan in bij een debat waarin nader ingegaan kan worden op deze specifieke problematiek.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Zoals ik aan het begin van mijn tekst aangaf, is het lastige van armoede dat die op verschillende beleidsterreinen speelt. Ik ben bijvoorbeeld geen VWS-woordvoerder, net zoals vele van mijn collega's dat niet zijn, maar de minister is natuurlijk wel minister voor Armoedebeleid. Zij geeft ook aan dat ze erkent dat dit speelt. Ik ga de motie aanhouden als ik dit zo hoor. Ik weet niet of er binnenkort een commissiedebat over de Zorgverzekeringswet is, want ik ben de woordvoerder niet, maar ik houd de motie aan. Maar ik vraag me wel af of we ook voor wat betreft de Belastingdienst, het CJIB, met de collega's ervoor kunnen zorgen dat we in het vervolg als woordvoerder Sociale Zaken, woordvoerders Armoede, toch echt het woord kunnen voeren op deze thema's, die mensen met armoede raken.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (24515, nr. 635) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schouten:
Ik moet er inderdaad voor zorgen dat ik interdepartementaal bezig ben, maar er worden mij nu heel concrete vragen op heel specifieke terreinen gevraagd. Wij spreken breder met de departementen om te kijken wat elke bijdrage is die iemand kan leveren. Maar om nu hier in een debat iets te zeggen over een heel specifiek onderwerp waar ik mij voor de rest nog niet in verdiept heb, zeg ik ook maar eerlijk, vind ik ook wel wat prematuur. Ik moet armoede over de hele linie proberen te bestrijden. Daar heb ik iedereen bij nodig, maar het is niet zo dat ik dan de hele verantwoordelijkheid voor alle beleidsterreinen op die onderdelen ga overnemen. Anders moet u ook heel veel brieven gaan lezen en komen er heel veel stukken uw kant op. Ik zou hier willen zeggen: spread the word in uw fractie als u vindt dat het een belangrijk onderwerp is, want dan kan het ergens anders weer ingebracht worden.

De motie op stuk nr. 636 kan ik oordeel Kamer geven. Ik heb al gezegd dat we daarmee aan de slag willen. Ik kan haar ook overnemen.

De voorzitter:
Is het mogelijk om de motie op stuk nr. 636 over te nemen? Is daar bezwaar tegen? Ik zie dat dit niet het geval is.

De motie-Ceder/Kat (24515, nr. 636) is overgenomen.

Minister Schouten:
Dan de motie op stuk nr. 637. Ik heb begrepen dat er ook al met professionals uit de zorg gekeken wordt hoe mensen die met armoede en schulden te maken hebben, dingen kunnen herkennen en hoe zij meer gewezen kunnen worden op de zorgopties die er zijn et cetera. Maar ik zal nog eens even kijken of dit wat extra aandacht kan verkrijgen. Dan zou deze motie dus oordeel Kamer kunnen krijgen.

Dan heb ik nog een aantal vragen. De heer Bevers vroeg met name iets over het rapport van de Ombudsman. Hij deed de constatering dat het verschilt per gemeente of je als zzp'er goed geholpen wordt in de schuldhulpverlening. Ik zal binnen drie maanden reageren op het rapport, wat formeel ook de termijn is. Ondertussen zal ik al met gemeenten het gesprek aangaan en zeggen: zorg nou dat die hulpverlening op orde is en dat het er inderdaad niet van afhangt waar je woont of die hulp er is. Je moet als gemeente zorgen dat het aanbod er is.

Tegelijkertijd zijn we zelf met de Kamer van Koophandel bezig om ondernemers meer inzicht te geven in welke routes er zijn rondom schuldhulp, zodat zij zelf meer kunnen zeggen: oké, dan moet het misschien op die plek terechtkomen of misschien kan daar hulp geboden worden. Dat wordt nu dus samen opgepakt. Samen met de minister van EZK, maar ook met andere collega's uit het kabinet, hebben we een brief gestuurd naar aanleiding van corona en de effecten daarvan op schulden voor ondernemers. Daarin wordt bijvoorbeeld gezegd dat men nog kijkt naar een functie van aanjager of iets dergelijks om de schuldhulpverlening beter op gang te laten brengen, net als het aanbod dat daar is. Wij zijn ons daarvan bewust. Het is goed dat de Ombudsman hier scherp op wordt gehouden. U krijgt formeel een reactie. Ondertussen doen we het nodige om ervoor te zorgen dat die hulp beter in beeld komt. Dat zeg ik ook tegen mevrouw Kat, want die had daar vragen over gesteld.

Mevrouw Kat (D66):
Dank daarvoor. Toch heb ik nog een vraag. Kunt u in die brief dan misschien een reactie geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is om de wet daarop aan te passen? Ik doel op de ondergrens, de minimale kwaliteit waar de schuldhulpverlening aan zou moeten voldoen voor zzp'ers en ondernemers. Kunt u dat meenemen, zodat we een beetje gericht met u in gesprek kunnen gaan over nieuw beleid?

Minister Schouten:
Ik weet niet of de wet hiervoor aangepast moet worden. Ik denk dat er nu juist wel voldoende mogelijkheden zijn, maar de vraag is meer of gemeenten die daadwerkelijk toepassen. Maar laat ik dan gewoon in de brief terugkomen op de vraag wat ervoor nodig is om daar meer richting aan te geven. Ik denk namelijk dat de ankers … De gemeenten zijn verantwoordelijk voor goede schuldhulpverlening aan onder andere zelfstandigen. Dat staat dus al in de wet. Maar goed, wij zullen naast de reactie op het rapport van de Ombudsman nog nader ingaan op uw vraag.

Mevrouw Palland had een vraag over de toekenning van energiecompensatie. Ik heb net in het debatje met de heer Van Kent al het een en ander gezegd. De vraag was wanneer het verslag komt. Dat komt in mei, zo heb ik begrepen. Dan kunt u in mei het verslag van de wet krijgen. Het is bijna klaar, maar het moet nog even naar mij toe. Ik denk dat ik april dus net niet haal, maar het komt er snel aan.

Dat waren volgens mij de vragen, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan na het meireces stemmen over de ingediende moties, namelijk 10 mei. Ik dank de minister en de woordvoerders in ieder geval voor deze ronde. Ik schors de vergadering voor een enkel moment en dan gaan we door naar het tweeminutendebat Pensioenonderwerpen.

De vergadering wordt van 17.51 uur tot 17.53 uur geschorst.

Pensioenonderwerpen

Pensioenonderwerpen

Aan de orde is het tweeminutendebat Pensioenonderwerpen (CD d.d. 31/03).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Pensioenonderwerpen. Ik heet de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen weer van harte welkom bij ons, evenals de Kamerleden en de mensen die het debat volgen.

Ik geef meteen het woord aan de heer Van Kent van de SP.

De heer Van Kent (SP):
Dank u wel, voorzitter. In het debat werd duidelijk dat er na 2025 geen regeling meer is voor mensen met zwaar werk en geen vroegpensioenregeling. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij het pensioenakkoord is afgesproken en uitgesproken dat de mogelijkheid om op tijd te kunnen stoppen met werken, zeker ook voor zware beroepen, onderdeel behoort te zijn van ons pensioenstelsel;

constaterende dat de huidige regeling om op tijd te kunnen stoppen met werken in 2025 afloopt en de minister heeft aangegeven dat hier geen alternatief voor komt;

van mening dat mensen die richting hun pensioen gaan dit moeten kunnen plannen en behoefte hebben aan zekerheid over hun pensioenleeftijd;

verzoekt de regering voor de behandeling van de begroting SZW een ruimhartige structurele regeling die het financieel mogelijk maakt om op tijd te kunnen stoppen met werken aan de Kamer te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kent.

Zij krijgt nr. 575 (32043).

De heer Van Kent (SP):
De minister heeft dit in het debat wel duidelijk aangegeven. Ik hoorde net buiten de microfoon dat de minister er iets anders over zegt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het onacceptabel is om gepensioneerden verder op achterstand te zetten door de AOW los te koppelen van het minimumloon;

overwegende dat de Eerste Kamer al drie moties heeft aangenomen dat deze al 40 jaar bestaande vorm van georganiseerde solidariteit in stand moet worden gehouden;

spreekt uit dat de regering gepensioneerden en toekomstige gepensioneerden nu zekerheid moet bieden door de WML-koppeling met de AOW in stand te houden voor elke verhoging van het minimumloon,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Kent.

Zij krijgt nr. 576 (32043).

De heer Van Kent (SP):
Als de minister beweert dat er toch een alternatief komt na afloop van de RVU-regeling op 31 december 2025 — ik hoorde de minister zojuist buiten de microfoon aangeven dat er wél iets gaat komen — ben ik heel erg benieuwd wat dat gaat zijn en reken ik erop dat de motie die ik zojuist indiende "oordeel Kamer" krijgt, zodat iedereen al voor de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken straks in december duidelijkheid heeft over de vroegpensioenregeling waarvan men gebruik kan maken.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan straks luisteren naar de minister, als zij het woord heeft via de microfoon. Dan geef ik het woord aan mevrouw Den Haan, Fractie Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de vroegtijdige inzet op duurzame inzetbaarheid en een leven lang leren, zoals staat in de subsidieregeling MDIEU, ervoor zorgt dat werknemers gezond, gemotiveerd en werkend hun AOW-leeftijd kunnen halen;

constaterende dat bijna 59% van de werkgevers geen maatregelen neemt inzake langer doorwerken en dat de investering door werkgevers in scholing van ouderen daalt;

verzoekt de regering om werkgeversorganisaties hun leden aan te sporen om met concrete plannen te komen om vroegtijdig in te zetten op duurzame inzetbaarheid en een leven lang leren en op scholing van ouderen opdat deze groep ook in de toekomst tot hun AOW-leeftijd kunnen deelnemen aan het arbeidsproces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Den Haan.

Zij krijgt nr. 577 (32043).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gepensioneerden al jaren achterblijven qua koopkracht en de pensioenen al heel lang niet meer worden geïndexeerd;

overwegende dat draagvlak voor het nieuwe pensioenstelsel van groot belang is;

constaterende dat het mogelijk is om vanaf 105% beleidsdekkingsgraad te indexeren, dat dit realistisch is gezien de sterk gestegen rente, maar dat de kans bestaat dat pensioenfondsen dit niet zullen doen omdat ze voor het nieuwe pensioenstelsel buffers moeten aanleggen;

constaterende dat de rek er bij de gepensioneerden uit is en dat ook zij nu worden geconfronteerd met veel hogere lasten gezien de inflatie en onder andere de impact van de oorlog in Oekraïne op ons land;

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de pensioenfondsen en hen te vragen te indexeren daar waar dat kan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Den Haan.

Zij krijgt nr. 578 (32043).

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Léon de Jong, PVV.

De heer Léon de Jong (PVV):
Voorzitter, hartelijk dank. Het niet-koppelen van de AOW met de extra stijging van het wettelijk minimumloon vinden wij echt asociaal. We zijn dan ook blij dat in de Eerste Kamer een PVV-motie is aangenomen die ertoe oproept om dat wél te doen. Ik las in De Telegraaf dat het ministerie het idee heeft dat zodra die koppeling er toch weer komt, de AOW'ers daar gewoon lekker zelf voor moeten gaan betalen. Dat vinden wij echt totaal asociaal. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering het onzalige plan om gepensioneerden zelf te laten betalen voor de stijging van de AOW met het wettelijk minimumloon direct van tafel te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Léon de Jong.

Zij krijgt nr. 579 (32043).

De heer Léon de Jong (PVV):
Dank u wel. Dan de volgende motie. Er is 2.000 miljard euro aan pensioenvermogen. Het is natuurlijk een gotspe om dan niet te indexeren. Dat zou direct moeten gebeuren. Wat ook niet kan gebeuren, is dat de huidige inflatieproblematiek, bijvoorbeeld bij het invaren naar een nieuw stelsel, gaat zorgen voor een gigantisch waardeverlies. Ik heb daarom in deze motie twee verzoeken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering maatregelen te treffen zodat geen enkel pensioenfonds op basis van de huidige inflatiestijging pensioenkortingen zal doorvoeren;

verzoekt tevens pensioenfondsen ertoe te bewegen pensioenen in 2022 te indexeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Léon de Jong.

Zij krijgt nr. 580 (32043).

De heer Léon de Jong (PVV):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Nijboer, PvdA, als hij zover is.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat is afgesproken dat meer mensen pensioen op zullen bouwen;

overwegende dat er steeds meer werkenden, zoals flexwerkers en zzp'ers, zijn die geen pensioen opbouwen;

overwegende dat er onvoldoende voorstellen worden gedaan om hiervoor te zorgen;

verzoekt het kabinet aanvullende voorstellen te doen om ervoor te zorgen dat veel meer werkenden pensioen opbouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer en Maatoug.

Zij krijgt nr. 581 (32043).

De heer Nijboer (PvdA):
En dan heb ik nog een actuele motie. Ik sloeg vandaag Het Financieele Dagblad open en las — eigenlijk las ik het gisteravond al in de onlineversie — over een ongekende bonus voor private-equityinvesteerders. Dat is allemaal geld van verpleegkundigen en zorgmedewerkers. Dat kan gewoon niet zo, vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat pensioenfondsen torenhoge bonussen aan private equity uitkeren, terwijl dit geld beter aan pensioendeelnemers kan worden gegeven;

verzoekt de regering pensioenfondsen aan te spreken vanwege het uitkeren van torenhoge bonussen en hierover met de pensioensector in gesprek te gaan om dit verdienmodel aan te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer en Maatoug.

Zij krijgt nr. 582 (32043).

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Beukering-Huijbregts, D66.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Voorzitter, dank u wel. Omdat we geen tweede termijn hadden bij het commissiedebat Pensioenonderwerpen, wil ik in eerste instantie eventjes de minister en ook de ambtelijke ondersteuning hartelijk danken voor alle vragen die destijds beantwoord zijn. Er stonden ongelofelijk veel onderwerpen op de agenda. Ik heb er zelf ook flink wat aangestipt. Ook omdat de tijd op was, wil ik nog even terugkomen op twee vragen die ik gesteld heb en waar de minister op geantwoord heeft.

De eerste vraag ging over het pensioenlabel. Ik heb niet gevraagd om een label uit te werken dat vertelt welk pensioenfonds goed is, maar of er op het Uniform Pensioenoverzicht misschien met dezelfde codes als van het energielabel gewerkt zou kunnen worden. Ik geef het mee als een creatieve gedachte. Ik zou het gewoon fijn vinden dat deelnemers, mensen die pensioen opbouwen, in één oogopslag kunnen zien of ze op de juiste weg zijn. Volgens mij zou dat best mogelijk kunnen zijn in dat UPO. Dat is van de goede gedachten die er liggen iets moois proberen te maken.

Een tweede punt waar ik graag nog even op terugkom, is het extern geschilleninstituut. De minister gaf aan dat in de Wtp geregeld wordt dat dat tijdelijk zal worden ingevoerd. Ik was daar erg enthousiast over. Aangezien er binnenkort ook gesproken gaat worden over hoe de Wet toekomst pensioenen vorm moet worden gegeven, zou ik graag de suggestie willen doen om dat externe geschilleninstituut voor langer vorm te geven, dus niet alleen voor de transitieperiode, maar zeker ook voor daarna. Tot zover onze bijdrage.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Goudzwaard, JA21.

De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter. Wij hebben één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat pensioenfondsen er verantwoordelijk voor zijn dat beleggingen renderen om voldoende vermogen te genereren voor pensioenaanspraken;

constaterende dat er pensioenfondsen zijn die stoppen met beleggingen in fossiele brandstoffen en dat lobbygroepen proberen het beleggingsbeleid van pensioenfondsen naar hun hand te zetten, bijvoorbeeld om niet meer te beleggen in defensiesystemen;

overwegende dat dient te worden voorkomen dat lobbygroepen het beleggingsbeleid van pensioenfondsen naar hun hand zetten ten koste van de deelnemers aan deze fondsen;

roept het kabinet op om ervoor te zorgen dat een gekwalificeerde meerderheid van twee derde van de deelnemers aan een pensioenfonds moet instemmen met een besluit om niet meer in bepaalde sectoren te gaan beleggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Goudzwaard.

Zij krijgt nr. 583 (32043).

Dank u wel. De minister heeft aangegeven dat zij ongeveer zeven minuten nodig heeft om zich voor te bereiden.

De vergadering wordt van 18.04 uur tot 18.13 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en ik geef het woord aan de minister.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Ik kom te spreken over de motie op stuk nr. 575. In het pensioenakkoord staat dat er gekeken zal worden of en hoe het mogelijk gemaakt kan worden om eerder te stoppen met werken. Deze motie loopt daar al op vooruit en is dus nog wat prematuur. Deze motie moet ik dus ontraden.

De heer Van Kent (SP):
Ik hoorde de minister tijdens mijn inbreng buiten de microfoon roepen dat zij niet heeft gezegd dat er geen alternatief komt voor de RVU na 2025. Zegt u hier in de Kamer nu dat er een vroegpensioenregeling uitgewerkt gaat worden en komt die de RVU gaat opvolgen in 2025?

Minister Schouten:
Ik heb twee dingen gezegd in het AO, maar we gaan het debat herhalen. Ten eerste ging het over de RVU en daarna over wat er in het pensioenakkoord staat. De RVU is tijdelijk. In het pensioenakkoord staat dat er wordt gekeken naar regelingen met betrekking tot of en hoe. Wij zijn bezig met dat of en hoe, maar de heer Van Kent ging al zeggen: "De minister heeft al gezegd dat er helemaal geen opvolging komt." Nee, ik heb gezegd dat het pensioenakkoord voor mij leidend is en daar sta ik nog steeds voor.

De voorzitter:
De heer Van Kent, tot slot.

De heer Van Kent (SP):
Dit is een vaag antwoord. In het commissiedebat was het antwoord anders.

Minister Schouten:
Nee, dat is niet zo.

Minister Schouten:
Nee, dat is niet zo.

De heer Van Kent (SP):
Laat ik de vraag heel scherp stellen: is er na 2025 een vroegpensioenregeling, ja of nee?

Minister Schouten:
Ik heb net in reactie op de motie gezegd dat deze motie vooruitloopt op het proces dat we nu aan het doorlopen zijn. Daarin moet de of-en-hoe-vraag in het pensioenakkoord beantwoord worden. Dat proces loopt dus en deze motie kleurt de uitkomst van dat proces al in en dat is echt te prematuur.

De heer Van Kent (SP):
Dan constateer ik dat de minister geen ja zegt en dat er vooralsnog na 2025 dus geen vroegpensioenregeling is.

Minister Schouten:
Nee, ik heb gezegd dat we in dat proces zitten. Dat is de hele tijd het verschil. De heer Van Kent vult mijn woorden elke keer in. Hij kleurt mijn woorden in. Ik heb gezegd dat we in dat proces zitten en dat weet de heer Van Kent heel goed. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 576 is een spreekt-uitmotie. Die is dus volgens mij niet aan mij gericht, maar aan uw Kamer.

De motie op stuk nr. 577 kan ik oordeel Kamer geven, want dit is ook iets waartoe we oproepen en mevrouw Den Haan vraagt om daar echt nog stappen in te zetten. Dus deze motie kan ik oordeel Kamer geven.

Ik snap heel goed wat mevrouw Den Haan met de motie op stuk nr. 578 bedoelt, want ze zegt: ga nou kijken of er waar het kan, geïndexeerd moet worden. Ik ga even heel strikt antwoorden. De verantwoordelijkheidsverdeling is zo dat ik er niet over ga of er geïndexeerd gaat worden of niet. Dat is echt aan het pensioenfonds zelf. Daar ga ik ook niet in treden. Ik heb wel gesprekken met de sector en ik vraag wel wat de indruk is en hoe de sector daarin staat. Mijn indruk is dat de fondsen daar echt wel serieus naar kijken waar het mogelijk is, maar deze motie vraagt echt om het aan hen te vragen. Dan treed ik echt in die verantwoordelijkheidsverdeling. Dat vind ik net te ver gaan. Om die reden moet ik deze motie ontraden, maar ik denk dat de wens, die mevrouw Den Haan en ik ook wel hebben, breder wordt gedeeld.

Dan kom ik te spreken over de motie op stuk nr. 579. Wij gaan nog komen met — uit mijn hoofd is dat volgens mij de motie-Hermans — hoe wij daar verder invulling aan gaan geven. Hier wordt daar nu al vooruit op gelopen. Ik moet de motie nu dus ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 580. Net als tegen mevrouw De Haan zeg ik dat dit de formele verantwoordelijkheidsverdeling is. Het is niet zo dat ik hierover ga. De kaders staan en daarbinnen moeten de fondsen de keuzes maken en zorgen dat er evenwicht is over de generaties heen. Ik moet zeggen dat ik nu geen indicaties heb dat dit op dit moment een heel reëel probleem is. Maar mocht dat wel zo zijn, dan is het niet aan mij om te zeggen dat het fonds dit of dat moet doen. Ik ontraad dus deze motie.

De motie op stuk nr. 581 betreft de discussie die we al wat langer voeren over de witte vlekken, maar dat is altijd een beetje een technische term. Ik ben het met de heer Nijboer eens dat we het gewoon moeten hebben over mensen die geen pensioen opbouwen maar die wel werken, in welk verband dan ook. We hebben daar natuurlijk al het een en ander op gedaan. We hebben samen met de Stichting van de Arbeid een plan gemaakt om daarin de nodige stappen te zetten. Eentje daarvan is natuurlijk het verkorten van de wachttijd bij de uitzendbranche, ook om te voorkomen dat er dan geen pensioen wordt opgebouwd. De wens van de heer Nijboer en mevrouw Maatoug om hier eens goed naar te kijken, begrijp ik heel goed. Ik zou willen vragen of we dat meer in het kader van de behandeling van de Wet toekomst pensioenen kunnen doen. Ik denk dat dat de plek is waar we wat dieper op de materie in kunnen gaan. Pensioen is namelijk echt een arbeidsvoorwaarde, dus dat ligt primair bij de werkgevers en werknemers. Dat noemde ik net al richting de collega's. Het kabinet moet zorgen dat de kaders staan, zodat het goed kan gebeuren. Ik voel me ook echt wel committed om ervoor te zorgen dat meer mensen pensioen kunnen opbouwen. Maar ik denk dat we er nog een slag overheen moeten maken om dit debat goed te kunnen voeren en moeten kijken wat daarvoor nodig is. Ik zou dus willen vragen aan de heer Nijboer of hij deze motie zou kunnen aanhouden, zodat we dit met het debat over de Wtp zouden kunnen doen.

De heer Nijboer (PvdA):
Onder welke wet het allemaal wordt geregeld maakt mij in beginsel meestal niet zo vreselijk veel uit. Maar ik wil wel graag dat de belofte in het pensioenakkoord wordt nagekomen, namelijk dat er meer werkenden pensioen opbouwen. Dat vind ik nu te weinig het geval in de voorstellen. Het is prima om dat bij die wet te betrekken, maar de minister kan dit uitgangspunt toch wel oordeel Kamer geven? Dan zien we voor de zomer graag de voorstellen tegemoet.

Minister Schouten:
We hebben natuurlijk een aantal voorstellen gedaan. Die kent de heer Nijboer ook. Die hebben we ook naar de Kamer gestuurd. Ik zou graag met onder andere de heer Nijboer van gedachten wisselen over de vraag waar we dan daarbovenop nog aan kunnen denken. Ik denk dat dat het goede debat is dat we met elkaar moeten voeren. Ik hoop dat we dat in het debat rond de Wtp ook kunnen uitwisselen. Ik denk dat we elkaar hier echt nodig hebben om verdere stappen te gaan zetten.

De heer Nijboer (PvdA):
Dan hou ik de motie aan, maar de minister weet dat er meer moet gebeuren dan er nu wordt voorgesteld, wil de PvdA het steunen.

Minister Schouten:
Dat is prima. Dan zeg ik toe dat we het debat zeker inhoudsvol proberen te voeren bij het debat over de Wtp. Als de heer Nijboer zelf zegt "op deze punten moet meer gebeuren", dan zal ik daar zeker goed naar luisteren.

De voorzitter:
Dank u wel.

Op verzoek van de heer Nijboer stel ik voor zijn motie (32043, nr. 581) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schouten:
Dan de motie op stuk nr. 582. U verwacht veel van mij, want ook hier gaat het over een verantwoordelijkheidsverdeling waarbij ik de pensioenfondsen moet aanspreken. Het is natuurlijk niet zo dat ik zeg: dit is het beloningsbeleid dat u moet gaan voeren. Er is een bestuur. Daar zitten werkgevers en werknemers in. Die stellen vast wat het beloningsbeleid is, onder andere bij de pensioenfondsen. "Aanspreken" veronderstelt een soort hiërarchische relatie waarin wij dit ook kunnen doen. Als de heer Nijboer voornemens is om de motie zo te wijzigen dat er staat "verzoekt de regering met pensioenfondsen in gesprek te gaan vanwege het uitkeren van torenhoge bonussen", dan past het wat meer bij de verantwoordelijkheidsverdeling die wij hier in dit land met elkaar hebben. "Aanspreken" veronderstelt dat ik kan zeggen wat zij moeten doen. Dat kan ik niet.

De heer Nijboer (PvdA):
Het gaat erom dat we netjes handelen. Ik snap de minister op zich wel. Ik wil dat ook wel zo aanpassen als de minister met mij de morele overweging deelt en hier uitspreekt dat het echt te gek is om zulke bedragen aan private-equitypartijen te doen toekomen. Als de minister dat met me eens is en ze met die houding dat gesprek aangaat, dan wil ik dat wel aanpassen.

Minister Schouten:
Ik zal ze vragen waarom ze hiervoor kiezen als deze motie wordt aangenomen. Aan de ene kant moeten ze er transparant over zijn. Dat vind ik goed. We hebben ze ook vaak gevraagd om er transparant over te zijn. Maar ze moeten ook goed letten op de kosten die hiermee samenhangen. Tegelijkertijd moet je kijken wat daar weer tegenover staat voor de winsten. Ik schat zo in dat de fondsen daarnaar wijzen: wat komt er aan de andere kant weer voor terug? Maar het lijkt me een goed uitgangspunt om met elkaar te kijken hoe je kunt zorgen dat de kosten in verhouding zijn tot wat het doel van een pensioenfonds is. Dan zou ik het gesprek wel willen aangaan, maar "aanspreken" veronderstelt een relatie die wij niet tot elkaar hebben.

De voorzitter:
Ik wil aan de heer Nijboer vragen of hij dan een gewijzigde motie kan indienen.

Minister Schouten:
Ja, dan kan die motie oordeel Kamer krijgen.

Tot slot de motie op stuk nr. 583. Dan moet ik even heel goed kijken. Dit is namelijk een soort van governancediscussie. Die loopt net even wat anders, want in de wet over de pensioenfondsgovernance is vastgelegd hoe pensioenfondsen hun beleggingsbeleid vaststellen. Dat gebeurt dus in het bestuur, waarin werkgevers, werknemers en gepensioneerden zijn vertegenwoordigd. Het bestuur van een pensioenfonds legt ook verantwoording af over het beleggingsbeleid aan het verantwoordings- of belanghebbendenorgaan.

De heer Goudzwaard stelt eigenlijk een fundamenteel andere governance voor, namelijk op basis van deelnemersreferenda. Dat is echt anders dan hoe het nu is georganiseerd tussen het bestuur en de verantwoordingsorganen. Het is niet zo dat twee derde van de deelnemers instemt met beleggingsbeleid. Daar staan zij nu buiten.

De heer Goudzwaard (JA21):
Dat klopt inderdaad, minister. Op dit moment werkt het ook niet zo. De reden waarom wij deze motie hebben ingediend, is omdat wij met tal van stakeholders hebben gesproken. Die maken zich echt zorgen om de activistische insteek binnen bepaalde beleggingsfondsen. Ik vraag de minister of ze het met me eens is dat de deelnemers van die pensioenfondsen ook gewoon recht hebben op maximaal rendement.

Minister Schouten:
Dat is volgens mij juist het debat dat allereerst in het bestuur moet plaatsvinden. Daarnaast is er de vraag hoe er verantwoording wordt afgelegd aan de verantwoordingsgremia die daarbij horen. Daar zijn indirect de deelnemers natuurlijk wel vertegenwoordigd, dus zij hebben daar een stem via degenen die in die verantwoordingsorganen zitten. Maar er is nu geen aanleiding om die hele governancestructuur overhoop te gaan trekken, want ik denk dat dat ook weer heel veel andere zaken met zich meebrengt, waardoor het misschien voor pensioenfondsen ingewikkelder wordt om tot keuzes te komen.

De heer Goudzwaard (JA21):
Ik denk dat dit inderdaad wellicht wat kan losmaken. Ik denk dat het juist heel veel dingen ten positieve zou kunnen veranderen. Neem het feit dat deelnemers van het pensioen het idee hebben "ik word gehoord en ik ga niet mee in één of andere activistische beweging". Dus ik roep de minister op of ze ervoor openstaat dat ik wellicht een kleine aanpassing maak in het dictum. Zou ze dan misschien een oordeel Kamer overwegen? Stel dat ik bijvoorbeeld zou stellen: roept het kabinet op ervoor te zorgen dat een gekwalificeerde meerderheid van twee derde van de deelnemers aan een pensioenfonds moet instemmen met een besluit van principiële aard om niet meer in bepaalde sectoren te gaan beleggen. Stel dat ik de motie zo zou insteken, is de minister er dan wellicht wel toe te bewegen?

Minister Schouten:
Ik prijs de heer Goudzwaard voor zijn poging de discussie toch nog wat breder te trekken, maar dan blijft het fundamentele punt dat deelnemers nu niet rechtstreeks stemmen over dit soort zaken. Dat is echt aan het bestuur versus de verantwoordingsorganen. Dat zou een beetje hetzelfde zijn als dat we nu ook referenda hier zouden gaan invoeren. Ik weet hoe uw fractie daarover denkt. Ik weet dat dat debat ook hier in deze Kamer is gevoerd. Dat is echt een andere governancestructuur. Op dit moment is het gewoon onderwerp van gesprek bij het bestuur, maar ook bij de verantwoordingsorganen. Daar zijn die deelnemers natuurlijk indirect wel vertegenwoordigd.

De voorzitter:
En uw appreciatie van deze motie?

Minister Schouten:
Het lukt me niet om die anders te krijgen, sorry. Ik moet de motie op stuk nr. 583 toch ontraden.

Dan heb ik nog twee vragen van mevrouw Beukering. De eerste vraag gaat over het pensioenlabel. Daar hebben we ook een debatje over gehad. Ik zie mevrouw Beukering niet meer.

De voorzitter:
Zij heeft helaas de vergadering moeten verlaten.

Minister Schouten:
In het debat hebben wij gezegd dat het primair iets is tussen de werkgevers en de werknemers. Zij onderhandelen over het pakket van arbeidsvoorwaarden, waaronder pensioenen. Je moet er wel voor zorgen dat mensen die bij de pensioenuitvoerder komen ook zien wat voor regeling het precies is, wat daar de stand van zaken is en hoe dat gaat bij het fonds. Ik denk dat mevrouw Van Beukering meer wil laten zien: zit je nou op het middenpad, in het negatieve scenario of in het positieve scenario? Ik denk dat dat straks een iets fundamenteler debat over de pensioencommunicatie vereist. Laten we daar dan ook bekijken hoe we ervoor zorgen dat de communicatie zelf voor de deelnemers inzichtelijk is en dat ze weten wat er ongeveer gaande is. Dus laten we dat nog nader doen.

Dan kom ik op de geschillenregeling. De geschillenregeling is in de Wtp gekomen voor een klacht die gaat over individuele gevolgen van de uitvoering van een besluit in het kader van de transitie. Dat is ook om ervoor te zorgen dat we niet alles bij de rechter neer moeten leggen, maar dat we ook kijken wat eigenlijk de plekken zijn waar misschien wel eerder en sneller gezorgd kan worden voor een minnelijke oplossing; laat ik het maar zo noemen. Ik denk dat we dit instrument ook gewoon goed moeten evalueren, ook om te bezien of het nou helpt en of het iets is wat behulpzaam kan zijn in het traject. Maar laten we hier ook bij de behandeling van de Wtp nog wat nader op ingaan, want het is, denk ik, ook wel een belangrijk punt om nog eens verder met elkaar te doordenken.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging. Ik dank de minister, de woordvoerders en de mensen die het debat gevolgd hebben.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan op 10 mei stemmen over de ingediende moties. Ik schors de vergadering tot 19.15 uur. Dan starten we met het tweeminutendebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving.

De vergadering wordt van 18.29 uur tot 19.20 uur geschorst.

Klimaatakkoord gebouwde omgeving

Voorzitter: Kuik

Klimaatakkoord gebouwde omgeving

Aan de orde is het tweeminutendebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving (CD d.d. 13/04).

De voorzitter:
Dames en heren, we gaan verder met de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Klimaatakkoord gebouwde omgeving. Welkom aan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Allereerst geef ik het woord aan de heer Van Haga van Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het toepassen van dwang bij het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving ongewenst is;

verzoekt de regering geen gebruik te maken van dwang bij het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 1008 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in potentie miljarden beschikbaar zijn aan subsidies voor zonnepanelen in de gebouwde omgeving;

overwegende dat er voldoende Nederlandse innovatieve bedrijven zijn, zoals Energyra, die zonnepanelen produceren van hoge kwaliteit die bovendien lood-, fluor- en pfas-vrij zijn;

overwegende dat de transportkosten en de impact op het milieu vele malen lager zijn bij Nederlandse zonnepanelen ten opzichte van zonnepanelen uit het buitenland;

verzoekt de regering bij subsidieverlening voor zon op dak zonnepanelen van Nederlandse fabrikanten voorrang te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 1009 (32813).

Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Kops van de PVV.

De heer Kops (PVV):
Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over dwang. Het klinkt misschien een beetje gek, maar het is een motie die toch zeker wel in de smaak zou moeten vallen bij D66. Het was namelijk D66 die in het commissiedebat zei dat er echt geen dwang is bij het gasvrij maken van woningen en dat mensen echt niet worden gedwongen. D66 zei dat dat niet gaat gebeuren, hoewel in het Klimaatakkoord wel degelijk wetgeving wordt aangekondigd om mensen te verplichten om van het gas af te gaan, in de laatste voortgangsrapportage van het Programma Aardgasvrije Wijken wel degelijk wordt geconcludeerd dat we het op alleen vrijwillige basis niet gaan redden, en deze minister zelfs heeft gezegd dat dwang uiteindelijk onvermijdelijk is.

Voorzitter. Daarom dien ik de volgende motie in, die dus ook zeker bedoeld is voor D66.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft gezegd dat "dwang uiteindelijk onvermijdelijk is bij het gasvrij maken van wijken";

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat huishoudens nooit gedwongen worden van het gas af te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 1010 (32813).

De heer Kops (PVV):
En dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering onmiddellijk te stoppen met het Programma Aardgasvrije Wijken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops.

Zij krijgt nr. 1011 (32813).

De heer Kops (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Bontenbal van het CDA.

De heer Bontenbal (CDA):
Dank, voorzitter. Het was een mooi debat. Ik vind het mooi om te zien dat deze minister zo ambitieus aan de slag is gegaan met het verduurzamen van de bebouwde omgeving. Mooie plannen. Ik heb twee moties om het een beetje een bepaalde kant op te sturen. Ik ben benieuwd wat de minister daarvan vindt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de opslag van CO2 in materialen die gebruikt worden voor de bouw van woningen, zoals hout, een rol kan spelen in de klimaatopgave;

verzoekt de regering te onderzoeken welke plaats construction stored carbon in het beleid voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving kan spelen en de Kamer hierover spoedig te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bontenbal, Boulakjar en Grinwis.

Zij krijgt nr. 1012 (32813).

De heer Bontenbal (CDA):
Dan mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verduurzaming van de gebouwde omgeving de komende jaren vooral gefocust moet zijn op het verduurzamen van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving, resulterend in een reductie van het aardgasverbruik;

verzoekt de regering om in het beleid voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving ook een subdoelstelling voor aardgasreductie op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bontenbal en Grinwis.

Zij krijgt nr. 1013 (32813).

De heer Bontenbal (CDA):
Om de motie enigszins toe te lichten, het volgende. Waar ik een beetje bang voor ben, is dat we vooral focussen op het verbeteren van energielabels. Dat kun je echter ook met allerlei maatregelen doen die niet tot aardgasreductie leiden, wat volgens mij ook helpt om in de opgave van de minister, namelijk de klimaatopgave wat betreft megatonnen, wat meer scherpte te krijgen. Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik nu het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie meegebracht. Die is wel een beetje lang; dat geef ik gelijk toe.

We kijken terug op een goed debat. Ook complimenten aan de minister voor hoe snel hij met het Nationaal Isolatieprogramma is gekomen en voor hoe voortvarend hij de uitvoering ter hand neemt.

Tegelijkertijd moeten we natuurlijk ook resultaten zien en goed monitoren. Daar gaat deze motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om 2,5 miljoen woningen, waarvan 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen met een energielabel E, F of G, uiterlijk in 2030 goed te hebben geïsoleerd;

overwegende dat het kabinet van plan is te rapporteren over de voortgang van het Nationaal Isolatieprogramma in de jaarlijkse monitoring versnelling verduurzaming gebouwde omgeving;

verzoekt de regering in haar jaarlijkse rapportage over de voortgang van het Nationaal Isolatieprogramma, in ieder geval aan te geven:

  • hoeveel woningen er in het betreffende jaar zijn geïsoleerd en in hoeveel gevallen het daarbij ging om een slecht geïsoleerde woning (energielabel E, F of G);
  • hoeveel aardgas er is bespaard door de maatregelen in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma;
  • in welke mate het risico op energiearmoede is verminderd en in hoeverre de lokale aanpak eraan heeft bijgedragen dat woningen van huishoudens met weinig financiële mogelijkheden en/of bureaucratisch doenvermogen toch beter zijn geïsoleerd;
  • welke obstakels, zoals capaciteit, zowel ambtelijk als in de markt, een tekort aan bouwmaterialen, welstandsbeleid et cetera, dat jaar een belemmering vormden om sneller, slimmer en socialer woningen te isoleren;

en vervolgens aan te geven wat de consequenties zijn voor de programmering in de daaropvolgende jaren, zodat de beoogde doelen in 2030 worden gerealiseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Bontenbal, Peter de Groot, Boulakjar en Bromet.

Zij krijgt nr. 1014 (32813).

Dank u. Dat was inderdaad een boekwerk. Dan ga ik het woord geven aan mevrouw Bromet van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik woon zelf in een huis uit 1980. Dat had alleen in de woonkamer dubbelglas, maar dat bestond dus al in 1980. Ik heb inmiddels natuurlijk overal in huis dubbelgas, maar er zijn een heleboel mensen die nog steeds in een huis wonen met enkelglas. We hebben het daarover gehad in het debat. Vandaar deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel huurwoningen nog steeds geen dubbelglas hebben, terwijl dubbelglas een belangrijke bijdrage levert aan woningisolatie en energiebesparing;

overwegende dat isolatie door middel van dubbelglas bijdraagt aan energiebesparing en dat zorgt voor een lagere energierekening;

overwegende dat huurders, ook al zouden zij dat willen, meestal zelf niet kunnen besluiten om dubbelglas in de woning te laten zetten;

verzoekt de regering om op korte termijn met een voorstel te komen om enkelglas als een woninggebrek aan te merken zodat huurders huurkorting kunnen krijgen wanneer de verhuurder weigert om dubbelglas in de woning te plaatsen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, Beckerman en Thijssen.

Zij krijgt nr. 1015 (32813).

Dank u. Dan geef ik het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):
Goedenavond, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het recht van initiatief van huurders met betrekking tot energiebesparende maatregelen nog te ingewikkeld en te beperkt is;

overwegende dat heel veel huurders vanwege de klimaatcrisis en de torenhoge energierekening staan te springen om energiebesparende maatregelen;

verzoekt de regering het recht van initiatief van huurders te vereenvoudigen, collectief mogelijk te maken en uit te breiden met minimaal professionele kierdichting, hybride warmtepompen, verbeterde ventilatie, zonnecollectoren en zonnepanelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bromet, Thijssen en Teunissen.

Zij krijgt nr. 1016 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat slechts 6,4% van alle daken op woningen voor zonnepanelen gebruikt wordt;

constaterende dat al voor de huidige explosieve stijging van de energierekening 550.000 huishoudens in energiearmoede leefden;

overwegende dat ten minste 92% van de elektriciteit die huishoudens gebruiken, kan worden opgewekt door zonnepanelen op alle geschikte daken te plaatsen;

verzoekt de regering om met een plan van aanpak te komen voor collectieve zonnepanelen op daken van woningen en prioriteit te geven aan de huishoudens die in energiearmoede leven, en de Kamer voor de begroting van 2023 hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bromet, Thijssen en Teunissen.

Zij krijgt nr. 1017 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):
De laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het laatste klimaatrapport zeer alarmerend is over de enorme haast die wij moeten maken om klimaatverandering tegen te gaan;

overwegende dat heel veel mensen met een lager inkomen vanwege de klimaatcrisis en de torenhoge energierekening heel graag energiebesparende maatregelen willen nemen maar dit simpelweg niet kunnen betalen;

verzoekt de regering om de subsidieregeling van 30% per direct ook voor één energiebesparende maatregel in te voeren en niet te wachten tot volgend jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Bromet, Thijssen en Teunissen.

Zij krijgt nr. 1018 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik vervang hier vandaag mijn collega Van Esch. De minister wil als het gaat om het verduurzamen van de woningbouw zo scherp als mogelijk aan de wind varen en komen tot concrete normering. Als het daarop uitkomt, dan juichen wij dat ook van harte toe. Wellicht als steuntje in de rug willen we een eerder aangehouden motie in stemming laten brengen. Die motie vraagt te onderzoeken hoe we de btw op duurzame isolatiemaatregelen kunnen verlagen. Isoleren is pure noodzaak en geen luxe. Daarom is het gek dat we dat nog steeds met 21% belasten. Ik wilde hier even aankondigen dat we die aangehouden motie in stemming gaan brengen.

Tot slot nog een motie over maladaptatie. Het IPCC waarschuwt ervoor dat we beslissingen nemen die later verkeerd uitpakken. Dus als we nu bijvoorbeeld grotere riolering aanleggen om te anticiperen op meer heftige regenbuien in de toekomst, dan is dat verstandige klimaatadaptie. Maar als we daarvoor in een hele wijk alle bomen gaan kappen, dan zal dat waterbergend vermogen natuurlijk weer slinken. Dat is een voorbeeld van maladaptatie. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het IPCC waarschuwt dat wanneer ecologische en sociale aspecten onvoldoende worden meegewogen, het risico op maladaptatie zich voordoet;

verzoekt de regering maladaptatie, zeker voor wat betreft de gebouwde omgeving en de ruimtelijke inrichting, te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Van Esch.

Zij krijgt nr. 1019 (32813).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Peter de Groot van de VVD.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ook ik kijk terug op een goed debat. Complimenten aan de minister voor de snelle manier van inwerken, zou ik willen zeggen. Ik heb een tweetal moties meegenomen ter aanmoediging van het goede werk.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister ter verduurzaming van de slecht presterende woningen een wijkgerichte aanpak voorstaat, gericht op woningen met E-, F- en G-labels;

constaterende dat isoleren, hybride warmtepompen, warmtenetten en de ervaringen van het Programma Aardgasvrij samen worden ingezet;

overwegende dat de maatregelen ter verduurzaming van de woning goed afgestemd moeten worden op het bestaande verwarmingssysteem van het huis;

overwegende dat bij de uitvoering hiervan het gasverbruik wel daalt, maar verkeerde keuzes en installatie een veel hoger en ongewenst elektriciteitsverbruik opleveren;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met de sector over hoe verlaging van energiegebruik en kosten in de uitvoering geborgd kunnen worden;

verzoekt de regering globaal de verlaging van het energiegebruik en kosten in de praktijk te monitoren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Bontenbal, Grinwis en Boulakjar.

Zij krijgt nr. 1020 (32813).

De heer Peter de Groot (VVD):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Nationaal Isolatieprogramma ventilatie in woningen niet expliciet is opgenomen;

constaterende dat in de standaard voor woningisolatie normen staan voor duurzaamheid;

overwegende dat enkel voorbeelden van ventilatiesystemen in de standaard onvoldoende is;

overwegende dat isoleren een belangrijke bijdrage levert in het verduurzamen van woningen;

verzoekt de regering om de toegepaste ventilatie expliciet op te nemen in het Nationaal Isolatieprogramma om toekomstige gezondheidsproblemen te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Boulakjar en Grinwis.

Zij krijgt nr. 1021 (32813).

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Thijssen van de PvdA.

De heer Thijssen (PvdA):
Dank u, voorzitter. Ik heb dit ook in het debat een aantal keren gezegd: dit is een superbelangrijk onderwerp om klimaatverandering op te lossen, want dit is waar onze burgers klimaatverandering en de aanpak van klimaatverandering echt gaan merken, achter hun eigen voordeur. Dus het is heel erg belangrijk dat we dit goed doen, dat we dit doen op een manier waarop iedereen het mee kan maken, dat we het sociaal rechtvaardig doen. Ik heb de minister daar een aantal hele mooie dingen over horen zeggen, zoals renteloze leningen, ook voor mensen met een BKR-registratie, en heel veel hulp vanuit de gemeentes om het ook echt mogelijk te maken voor die mensen om te isoleren. Met die woorden denk ik: als we hier inderdaad goed beleid van maken, dan gaan we echt meters maken die heel hard nodig zijn. Mijn fractie kijkt dan ook reikhalzend uit naar de brief die in mei of juni zal komen, waarin preciezer wordt aangegeven hoe het allemaal zal worden uitgevoerd. Dan moeten die mooie woorden ook echt omgezet worden in daden. Als ik kijk naar wat deze coalitie de afgelopen vier jaar heeft gedaan, waarbij klimaatdoelen niet gehaald worden, dan wordt het natuurlijk wel spannend. Maar we kijken er reikhalzend naar uit.

Voorzitter. Ik heb overwogen om een motie in te dienen waarin ik nog een keer aandring op het besparen van gas, het komend jaar al, vanwege het klimaat, vanwege de hoge energierekening en vanwege onze bijdrage aan Poetins oorlogskas. Maar over twee weken moet het plan er liggen. Ik moedig de minister dus bij dezen nogmaals aan: zorg dat al die brigades de steden en de wijken in gaan, zodat mensen zo veel mogelijk gas, en dus ook geld, besparen en het klimaat redden.

Ik heb nog wel een motie over het Programma Aardgasvrije Wijken. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat niet alle aanvragen voor het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) zijn gehonoreerd vanwege een gebrek aan subsidie;

van mening dat ook deze projecten dit jaar moeten kunnen starten om meer ervaring op te doen bij het verduurzamen van woningen, meters te maken voor het klimaat en energiearmoede tegen te gaan;

verzoekt het kabinet de overige projecten uit het PAW dit jaar financiering toe te kennen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen, Bromet en Teunissen.

Zij krijgt nr. 1022 (32813).

U heeft een vraag hierover van de heer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):
Dit is een sympathiek idee, maar er zitten misschien ook projecten tussen die gewoon niet zo goed in elkaar zitten. Dus om maar ongeclausuleerd te zeggen dat al die projecten die subsidie moeten krijgen, vind ik ook niet heel verstandig. Dus waarom zo ongeclausuleerd? Ik denk dat er projecten tussen zitten die gewoon niet goed genoeg waren en daarom niet door de selectie kwamen.

De heer Thijssen (PvdA):
Er zijn een aantal projecten die wel door alle selectiecriteria zijn gekomen maar waaraan geen financiering is toegekend, omdat er geen subsidie meer was. De pot was leeg, terwijl we volgens mij een klimaatfonds hebben van 35 miljard euro. Dus ik zou zeggen: het geld is er wel, de projecten zijn er ook; make it happen!

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Boulakjar van D66.

De heer Boulakjar (D66):
Dank u wel, voorzitter. Dank dat ik toch mag spreken, ondanks dat ik niet op de sprekerslijst sta. Dat was een omissie mijnerzijds. Ik sluit me aan bij de complimenten die Kamerleden hebben gegeven voor de snelle inwerkcapaciteiten van deze minister. Dat belooft veel voor de komende jaren.

Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er miljoenen woningen geïsoleerd moeten worden;

constaterende dat er veel isolatiematerialen zijn met een hoge milieudruk;

overwegende dat er alternatieve isolatiematerialen zijn met een lage milieudruk die bovendien circulair zijn;

verzoekt de minister om biobased isolatiemaatregelen zo veel mogelijk te bevorderen en een volwaardig onderdeel van het Nationaal Isolatieprogramma te laten zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boulakjar en Bromet.

Zij krijgt nr. 1023 (32813).

De heer Boulakjar (D66):
Ingediend door Boulakjar en zuster Bromet.

De voorzitter:
Oké, lekker! Nou, dit klinkt wel als een commissie die goed samenwerkt. Dank. We gaan schorsen tot 19.45 uur en dan gaan we kijken wat de oordelen van de minister zijn.

De vergadering wordt van 19.37 uur tot 19.50 uur geschorst.

De voorzitter:
Yes, we gaan weer beginnen.

Minister De Jonge:
Dan zeg je heel dapper "tien minuten" en dan blijkt er toch een behoorlijk kloeke stapel moties te zijn ingediend. Gelukkig waren ze allemaal als aanmoediging bedoeld, dus dat maakt het dan weer makkelijker. Daar ga ik.

De motie op stuk nr. 1008 gaat over geen dwang bij aardgasvrij. Deze aanmoediging moet ik ontraden. Ik heb toegelicht dat er uiteindelijk een afruil is tussen verduurzaming, keuzevrijheid en doelmatigheid van de inzet van publiek geld. Je kunt aan het einde van de dag ook niet beloven dat het helemaal zonder dwang kan. Dat is natuurlijk niet het uitgangspunt, alleen heb ik gezegd dat je niet met z'n allen kunt blijven wachten op het laatste wagonnetje. Dat is ook echt gewoon zo. Deze motie ontraad ik dus.

Dan de motie op stuk nr. 1009, die de regering verzoekt om bij subsidieverlening voor zon op dak voorrang te geven aan Nederlandse fabrikanten. Dat is in strijd met Europese regelgeving, dus die ontraad ik.

Dan de motie op stuk nr. 1010. Dat is een vrij gelijkluidende motie, namelijk geen dwang bij aardgasvrij. Die ontraad ik om dezelfde reden die ik zojuist heb genoemd.

Dan de motie op stuk nr. 1011 om onmiddellijk te stoppen met het Programma Aardgasvrije Wijken. Nou, dat gaan we niet doen. We gaan wel doorontwikkelen natuurlijk, want we willen toe naar een wijkgerichte aanpak binnen het programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Alles wat we al doen bij het Programma Aardgasvrije Wijken gaat daar eigenlijk in op. Dat heb ik toegelicht. Ik ontraad deze motie om die reden.

Dan de motie op stuk nr. 1012 om te onderzoeken welke plaats construction stored carbon heeft in het beleid voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ik zou het oordeel hierover aan de Kamer willen laten, onder voorwaarde dat u een Nederlands woord bedenkt voor construction stored carbon. Ik denk dat mevrouw Van der Plas het daar ook mee eens zou zijn.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Bontenbal, die aan het knikken is. Dan heeft de motie op stuk nr. 1012 oordeel Kamer gekregen. De heer Van Haga heeft een interruptie over een vorige motie.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ja, over de motie op stuk nr. 1009, die blijkbaar in strijd is met Europees recht. Als ik er "Europese fabrikanten" van maak, krijgt zij dan oordeel Kamer?

Minister De Jonge:
Dan is ze in ieder geval niet meer in strijd met Europese regelgeving, lijkt mij. Mag ik er even naar kijken? Het lijkt mij inderdaad dat dat zou kunnen, maar als u zegt dat u de motie aldus gaat aanpassen, is het aan mij om daar weer een reactie op te geven. Dat vraag ik dan eventjes na. Ik laat dat weten.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Van Haga of hij de motie wijzigt. De minister kan dan daarop reageren.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ja, ik ga de motie in die zin wijzigen, want de bedoeling is natuurlijk dat we niet die materialen over de hele wereld slepen en bijvoorbeeld materialen uit China halen, terwijl je ze ook dichter bij huis kan halen.

Minister De Jonge:
Een supply change, in goed Nederlands. Ja.

De voorzitter:
Oké. De heer Van Haga gaat de motie wijzigen en dan komt er nog een oordeel over de gewijzigde motie.

De voorzitter:
De motie-Van Haga/Smolders (32813, nr. 1009) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in potentie miljarden beschikbaar zijn aan subsidies voor zonnepanelen in de gebouwde omgeving;

overwegende dat er voldoende Europese en zelfs Nederlandse innovatieve bedrijven zijn, zoals Energyra, die zonnepanelen produceren van hoge kwaliteit die bovendien lood-, fluor- en pfas-vrij zijn;

overwegende dat de transportkosten en de impact op het milieu vele malen lager zijn bij Europese zonnepanelen ten opzichte van zonnepanelen uit het buitenland;

verzoekt de regering bij subsidieverlening voor zon op dak zonnepanelen van Europese fabrikanten voorrang te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 1024, was nr. 1009 (32813).

Minister De Jonge:
Oké. Dan de motie op stuk nr. 1013. Die verzoekt de regering om in het beleid voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving ook een subdoelstelling voor aardgasreductie op te nemen. In het commissiedebat heb ik al toegelicht dat ik daar graag mee aan de slag ga. Ik zie het eigenlijk gewoon als ondersteuning van het beleid. We hebben een CO2-reductiedoelstelling. Volgens mij is het toevoegen van aardgasreductie daarbij alleen maar helpend. De aanmoediging moet zo zijn, dat het niet moet gaan om de allermakkelijkste maatregelen, maar ook daadwerkelijk om een reductie van fossiel. Dus oordeel Kamer.

Dan het boekwerk op stuk nr. 1014 van de heer Grinwis. Alle informatieverlangens die in deze motie staan, heb ik natuurlijk ook. Het punt is alleen of we alles kunnen turven. Is alles eruit te halen of vergt het ook heel veel extra administratieve lasten? Als ik de motie zo mag interpreteren dat u een heel grondig inzicht wil krijgen in de voortgang, in datgene wat er daadwerkelijk tot stand gebracht wordt met het Nationaal Isolatieprogramma, waarbij dit de ingrediënten zouden kunnen zijn, dan wil ik dat vormgeven, maar daarbij wil ik wel enigszins rekening houden met de administratieve belasting die dit met zich meebrengt. Dan kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Grinwis. Laat hij het woord aan zijn broeder?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Nou, collega Bontenbal ging als eerste staan, maar ik wil er wel wat over zeggen. Ik snap het signaal dat we ambtelijke organisaties niet dol moeten draaien om maar een bepaalde administratie tot stand te brengen. Mijn doel is niet het veroorzaken van administratieve drukte. Ik wil samen met de mede-indieners bewerkstelligen dat we niet alleen een mooi plan aan de voorkant maken, maar dat we daadwerkelijk huizen gaan isoleren, te beginnen met de slechtste labels, met de mensen met de laagste inkomens, en dat we daadwerkelijk in 2030 doelen gaan bereiken. Het moet niet zo zijn dat we in 2030 constateren dat het een mooi plan was, maar dat we het niet hebben gerealiseerd. Dat wil ik voorkomen. Daar is de motie op gericht. Ik hoop dat de minister iets meer wil dan alleen kijken wat mogelijk is. Ik wil dat hij echt de drive heeft om de doelen te realiseren.

Minister De Jonge:
Dat sowieso. Die monitor gaat er komen en ik ga 'm aan u voorleggen. Het is mijn doel dat u er enthousiast over bent.

De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Bontenbal.

De heer Bontenbal (CDA):
De Stichting Natuur & Milieu maakt al een paar jaar een warmtemonitor. Daarin gaat het onder andere over het aantal ketels dat verkocht wordt enzovoorts. Wellicht kunt u dat omarmen en erop voortborduren. Dat maakt het misschien een stuk makkelijker.

Minister De Jonge:
Absoluut. Laten we alsjeblieft gebruiken wat er is. Kijk, het registreren van het aantal woningen dat daadwerkelijk is geïsoleerd op basis van de subsidie gaat natuurlijk lukken. Maar in hoeverre het daarbij ging om slecht geïsoleerde woningen, weet ik voor zover ik het weet. Daar waar het ging over woningen zonder label, is dat natuurlijk veel moeilijker te zeggen. Datzelfde geldt voor hoeveel aardgas er bespaard is. Dat weet je natuurlijk nooit helemaal zeker op voorhand. Je zult een manier moeten zien te vinden om daar toch een educated guess voor te kunnen doen. Zo wil ik ernaar kijken. Ik wil al die dingen ook heel graag weten, zonder dat we allerlei kloosters vol met monniken aan het werk moeten zetten.

De voorzitter:
En dan krijgt de motie oordeel Kamer.

Minister De Jonge:
Yes. Dan de motie op stuk nr. 1015: enkel glas als huurgebrek aanmerken. Ik ga vragen om die motie aan te houden, met als argumentatie hetgeen ik in het debat heb gezegd. Ik ben er niet tegen, hoewel ik wel een beetje opzie tegen de administratieve lasten die dit met zich mee gaat brengen. Het gaat over een combinatie van normeren en beprijzen. Dat kan tot huurbevriezing leiden, dat kan tot huurverlaging leiden: het aanmerken van gebrek in combinatie met huurverlaging. Welke mix ik daarin kies, wil ik echt heel graag overeenkomen met de woningcorporaties: wat komt de corporaties daarin uit en wat is voor hen doenlijk? Geef me even de gelegenheid om het in de techniek goed uit te werken. In het Programma Verduurzaming wil ik erop terugkomen hoe ik dat voor me zie.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik begrijp niet wat de minister bedoelt met "administratieve lasten". Als een huurder in een huis woont met enkelglas, waar hij dus hoge lasten heeft om het huis te verwarmen, moet een beroep kunnen worden gedaan op het gebrek. Dat kan nu ook al op basis van andere gebreken. Het gaat eigenlijk om het toevoegen van een gebrek en dat gaat niet over administratieve lasten.

Minister De Jonge:
Toch wel, als er ook een andere manier zou zijn om hetzelfde te bereiken. Dit veronderstelt namelijk dat iedereen met enkelglas een gang gaat maken naar de Huurcommissie, om vervolgens huurverlaging af te dwingen. Stel dat dat tienduizenden mensen zouden zijn, dan betekent dat tienduizenden mensen die in de pen klimmen, tienduizenden mensen die gehoord moeten worden aan de kant van de Huurcommissie. Terwijl als je daar op een andere manier een afspraak over zou kunnen maken, een generiekere afspraak, die minder gedoe oplevert, is dat misschien wel beter. Daarnaast is dit altijd een interventie die helpt voor de mensen die heel erg oplettend zijn en heel erg daar zelf ook achteraan zitten. Maar we weten natuurlijk van een deel van de mensen dat die dat niet doen. Ik ben er niet tegen of zo, maar ik wil de meest praktische en de snelste weg naar de verduurzaming van al die woningen die we nog moeten doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik vind dit best een overtuigend argument, dus ik wil de motie aanhouden. Alleen zou ik wel aan de minister willen vragen om niet alleen te focussen op de corporaties, maar ook op de particuliere verhuurders. Als je namelijk in een huis van een particuliere verhuurder woont, dan heb je hetzelfde probleem als in een corporatiewoning.

Minister De Jonge:
Ja, dat is een terecht punt. Met corporaties is het natuurlijk altijd makkelijker om afspraken te maken dan met particuliere verhuurders, maar daar hoort wel een vergelijkbaar afbouwpad van EFG-woningen bij en daar horen ook vergelijkbare rechten bij voor huurders. We gaan dus kijken of we dat zo dicht mogelijk bij elkaar kunnen brengen.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Bromet stel ik voor haar motie (32813, nr. 1015) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister De Jonge:
Ja. Ik ga ook vragen om de motie op stuk nr. 1016 aan te houden. Die verzoekt de regering het recht van initiatief voor huurders te vereenvoudigen. Daar hebben we het eigenlijk helemaal niet zo heel uitgebreid over gehad in het commissiedebat. Dat is overigens niet erg, maar het maakt wel dat ik denk: ja, we willen dat recht van initiatief inderdaad wel vereenvoudigen, maar of dat moet via het collectief mogelijk maken en uitbreiden van kierdichting, hybride warmtepompen et cetera, dat wil ik echt even kunnen uitwerken en dan met een voorstel daarover bij u terugkomen. Ik ben bang dat ik iets te veel beloof als ik hiervan zeg "oordeel Kamer", hoezeer ik het ook met u eens ben dat we het recht van initiatief nodig hebben en dat het vereenvoudigd moet worden.

Mevrouw Beckerman (SP):
Zouden we er dan uit kunnen komen als we hiervan maken "verzoekt de regering te onderzoeken"? Dat is geen mooie Nederlandse zin, maar wat als we "te onderzoeken" toevoegen aan deze motie?

Minister De Jonge:
Ja, dat zou inderdaad een hele hoop helpen.

De voorzitter:
Dan wordt deze motie op die manier aangepast en ...

Minister De Jonge:
In dier voege aangepast.

De voorzitter:
Heel goed. En dan krijgt die motie oordeel Kamer van de minister?

Minister De Jonge:
Yes.

Nu word ik saai, want ik vraag ook om de motie op stuk nr. 1017 aan te houden. Die gaat namelijk over zon op dak. Ik heb u al aangekondigd dat collega Rob Jetten komt met een zonnebrief. Wij komen samen met een zonnebrief, maar hij is eerste ondertekenaar. Daarin zal het zonder twijfel ook gaan over collectieve initiatieven voor zonnepanelen op dak, maar om daarbinnen dan weer prioriteit te geven aan huishoudens in energiearmoede, zou nog weleens een heel erg ingewikkeld planningsvraagstuk kunnen opleveren, waarvan ik ook niet weet of ik dat kan waarmaken. Ook hiervan zou ik eigenlijk willen zeggen: zou u die motie alstublieft willen aanhouden? Dan gaan wij puzzelen. Ik weet nu wat u wilt en dan laat ik zien wat we kunnen waarmaken in de zonnebrief.

De voorzitter:
De zonnebrief. Mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat klinkt wel heel goed, een zonnebrief. Maar ik vind dit toch wat lastig. Allereerst omdat vorig jaar al een motie van mijn collega Leijten is aangenomen over zon op dak. Dan dreigt het nu toch wel erg lang te duren en wij vinden dit eigenlijk ook wel heel logisch. Het kabinet kiest ervoor om die slechtelabelwoningen aan te pakken en we willen zoveel mogelijk alles in één keer doen. Dan vind ik dit heel logisch. Ik houd de motie dus niet aan.

Minister De Jonge:
Dan ontraad ik de motie op stuk nr. 1017, omdat ik anders niet weet hoe ik het waar kan maken, hoewel ik haar wel snap. In de intentie snap ik de motie wel. Ik kruip dus in ieder geval met die intentie in mijn achterhoofd met collega Jetten achter de typmachine om de zonnebrief aan u te typen. Maar ik ontraad deze motie, omdat ik anders iets beloof wat ik misschien wel niet kan waarmaken.

Dan de motie op stuk nr. 1018. Ik wil even de puntjes op de i zetten om te kijken of ik hierover het oordeel aan de Kamer kan laten. We hebben het hierover gehad. Eigenlijk hebben meerdere fracties gevraagd of het alstublieft niet eerder zou kunnen dan 1 januari. Ik had aangekondigd dat ik die tweemaatregeleneis wil loslaten. Eén maatregel moet voldoende zijn. De eerste maatregel is dan 15%, de tweede maatregel 30%. Daar komt dus wel een staffel in, maar dat kan ik pas realiseren per 1 januari. Daarvan heeft volgens mij een meerderheid van uw Kamer gezegd: dat moet toch eigenlijk ook wel eerder mogelijk zijn. Ik heb mij inmiddels laten vertellen dat dit in de uitbetaling niet mogelijk is, want de uitbetaling kan echt pas vanaf 1 januari op een andere manier. Maar de uitbetaling is altijd pas achteraf. Dus wat ik wel met terugwerkende kracht kan laten ingaan vanaf het moment dat ik het heb aangekondigd — dat was meen ik 2 april — is dat alles wat 2 april tot 31-12 wordt aangevraagd in de regeling, met terugwerkende kracht ook op één maatregel subsidiabel is. Dus het kan wel worden uitbetaald, zij het vanaf 1 januari met terugwerkende kracht voor alles wat tussen 2 april en 31-12 wordt gedeclareerd.

Excuses, het is een heel verhaal, maar als ik uw motie zo mag uitleggen, kan ik het oordeel erover aan de Kamer laten. Het sluit in ieder geval aan bij datgene wat u wilt.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat is natuurlijk iets minder dan we gehoopt hadden, maar misschien meer dan we verwacht hadden. We kunnen de motie zo uitleggen, maar ik denk wel dat het heel erg van belang is dat dit dan ook breed gedeeld wordt. Mensen moeten immers wel weten dat die mogelijkheid er is, anders gaan ze wachten en dit soort maatregelen uitstellen en dat is in niemands belang.

Minister De Jonge:
Dat snap ik goed. Met mijn positieve oordeel over deze motie en als de motie wordt aanvaard, ga ik de regeling aldus aanpassen, of liever gezegd "inrichten", want de regeling moet nog worden gemaakt. Daarover zullen we dan heel goed communiceren.

Meneer Thijssen gaat mijn tweetje nu retweeten.

De voorzitter:
Helder. Ik zie de heer Thijssen al staan.

De heer Thijssen (PvdA):
Dat ga ik doen, volgens de minister. Ik heb nog een vraag. In de motie staat ook dat we dan graag willen dat die 30% subsidie ook geldt voor één maatregel.

Minister De Jonge:
Nee, ik doe echt een staffel. Anders wordt het ondoelmatig.

De heer Thijssen (PvdA):
Maar dan krijgen we dat de rijken of mensen met meer geld of capaciteit makkelijker 30% subsidie krijgen en dat mensen die maar één maatregel kunnen nemen, maar 15% subsidie krijgen. Dan krijg je dus weer dat subsidies vooral terechtkomen bij de mensen die het toch al gemakkelijker kunnen betalen. Dus ik wil u toch echt verzoeken om die 30% ook te geven aan mensen die beginnen met een eerste maatregel. Superknap en supergoed dat ze dat doen, toch?

Minister De Jonge:
Ja, maar dan krijg je wel voor het geheel van de subsidiepot natuurlijk minder waar voor je geld. Dat is wel echt zo. Je bent dan je geld gewoon eerder kwijt. Maar als je bij twee maatregelen 30% krijgt en bij één maatregel 15%, dus als je de staffel erin houdt, houd je wel de pressure erop dat mensen twee maatregelen nemen. Dat wil ik dus blijven doen. Voor mensen die weinig te besteden hebben, bestaat natuurlijk het Warmtefonds. Daar hebben we samen de zegeningen van bejubeld in het commissiedebat. Dat is in ieder geval mijn herinnering eraan.

De voorzitter:
Oké, maar nu ontstaat de situatie dat het in ieder geval de voorzitter niet helder is of de indieners akkoord zijn met de uitleg van de minister. Als dat niet zo is, moeten we dat scherp hebben, want dan zal het geen "oordeel Kamer" zijn, geloof ik. Ik kijk even wie ik hierover het woord moet geven. U mag er ook later op terugkomen. Ik geef het woord aan mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik ga met tegenzin akkoord.

De voorzitter:
Heel goed. Dan gaan we door naar de volgende motie.

Minister De Jonge:
Daar doe ik het voor.

Dan de motie op stuk nr. 1019, over maladaptatie. Het oordeel hierover laat ik graag aan de Kamer, sowieso omdat het een pracht van een woord is, maar ook omdat het wat betreft de inhoud heel terecht is dat we hier aandacht voor krijgen en dat we geen stappen zetten die ons uiteindelijk alleen maar achteruit helpen, die zorgen voor afwenteleffecten op de volgende generatie en die zorgen voor schade aan de volgende generatie. Kortom, ik steun de inhoud van deze motie zeer, daartoe mede overtuigd door mevrouw Van Esch, die hier een heel erg mooi betoog over had in haar termijn in het commissiedebat.

De motie op stuk nr. 1020 verzoekt de regering om globaal de verlaging van het energiegebruik en de kosten in de praktijk te monitoren. Dan gaat het over hybride pompen. Ik laat hier het oordeel aan de Kamer. Het is goed om bij het installeren en inregelen van hybride warmtepompen daadwerkelijk een goed rendement te behalen. Dat is gewoon zeer terecht. Het is ook een punt dat de installatiesector zelf bij herhaling maakt. Dat is zeer terecht, dus ik laat het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 1021 over ventilatie. Ook hier laat ik het oordeel aan de Kamer. Ventilatie en isolatie moeten altijd in samenhang worden bezien. Ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 1022, met het verzoek om de overige projecten uit het Programma Aardgasvrije Wijken financiering toe te kennen. Dat vind ik wel heel erg ongericht. Ik heb wel in het debat toegezegd, zeg ik in de richting van de heer Thijssen, om nog naar enkele afvallers te kijken. Dat zal ik ook doen, maar niet alle niet-geselecteerde projecten kunnen alsnog voor financiering in aanmerking komen. Dat is gewoon niet te doen.

Dan de motie op stuk nr. 1023.

De voorzitter:
Dus, dan even scherp: dan is het ontraden.

Minister De Jonge:
Ik ontraad deze motie heel scherp, maar ik zeg ook heel scherp toe wel naar een aantal afgevallen projecten opnieuw te kijken om te bezien of die alsnog voor financiering in aanmerking kunnen worden gebracht.

De motie op stuk nr. 1023 verzoekt de minister om biobased isolatiematerialen zo veel mogelijk te bevorderen. Dat is de motie van de heer Boulakjar. Daarover wil ik graag het oordeel aan de Kamer laten. Ik heb al aangegeven, ook in het commissiedebat, dat het gebruik van materialen met een lage milieudruk, waaronder biobased materialen, moet worden bevorderd, juist natuurlijk als het gaat om isolatiematerialen.

De voorzitter:
Dan bent u aan het einde gekomen van de beoordeling.

Minister De Jonge:
Ja, zo snel kan het soms gaan.

De voorzitter:
Dank daarvoor.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De Kamer gaat op 10 mei stemmen over deze moties. Er zit een reces tussen, maar op 10 mei gaat u hierover stemmen. Wij gaan door met het volgende debat, dus ik schors even kort de vergadering.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Hoofdlijnendebat LNV

Hoofdlijnendebat LNV

Aan de orde is het tweeminutendebat Hoofdlijnendebat LNV (CD d.d. 12/04).

De voorzitter:
We gaan door met het tweeminutendebat Hoofdlijnendebat LNV. Ik heet de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de heer Staghouwer, en de minister voor Natuur en Stikstof, mevrouw Van der Wal, welkom. Als eerste geef ik het woord aan de heer Boswijk van het CDA.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering in de huidige stikstofaanpak de kritische depositiewaarde een grote rol geeft als omgevingswaarde in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering;

overwegende dat het in sommige gebieden onmogelijk is om aan de KDW te voldoen;

overwegende dat het voor het behalen van de natuurdoelstellingen van belang is dat er gekeken wordt naar de staat van instandhouding;

verzoekt de regering om in de gebiedsgerichte aanpak het behalen van de instandhoudingsdoelen van de natuurlijke habitats en de populaties van de soort waarvoor het N2000-gebied is aangewezen centraal te stellen, als bijdrage aan het bereiken van een landelijke gunstige staat van instandhouding, zoals ook verwoord in het regeerakkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk, Van Campen, Tjeerd de Groot, Grinwis en Bisschop.

Zij krijgt nr. 103 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staat van de Nederlandse natuur onder druk staat;

constaterende dat veel maatschappelijke opgaven, bijvoorbeeld legalisatie van PAS-melders, natuurherstel en woningbouw, onder druk staan door een gebrek aan stikstofruimte;

constaterende dat 2022 geen verloren jaar mag zijn;

verzoekt de regering om nog dit jaar een aantrekkelijke vrijwillige stoppersregeling te ontwikkelen en drempels, zoals fiscaliteiten, zo veel mogelijk weg te nemen, alsook de mogelijkheden voor de verplaatsing van agrarische ondernemers en beschikbare innovatiemogelijkheden in beweging te brengen;

verzoekt de regering de behaalde emissiereductie met ruime inzet ten goede te laten komen aan natuurherstel en een deel door middel van registratie via een stikstofbank vrij te geven voor duurzame economie, bouw en landbouw, in het bijzonder PAS-melders.

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk, Tjeerd de Groot, Grinwis en Van Campen.

Zij krijgt nr. 104 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gebiedsprocessen moeten leiden tot een gedragen plan;

overwegende dat het van belang is dat alle deelnemers van de gebiedsprocessen gelijkwaardig aan tafel zitten om te komen tot een gedragen plan;

verzoekt de regering om de positie van de boer in de gebiedsprocessen dusdanig te borgen dat zij zowel praktisch als met gebruikmaking van de juiste ondersteuning kunnen deelnemen aan de gebiedsprocessen en de Kamer hierover te informeren bij de presentatie van het Nationaal Programma Landelijk Gebied,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boswijk.

Zij krijgt nr. 105 (35925-XIV).

Dat is netjes binnen de tijd. U mag weer ademhalen, maar er is wel een interruptie voor u van de heer De Groot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Ik heb een vraag over de laatste motie. Natuurlijk verdienen boeren een gelijkwaardige plek aan tafel, net als natuurorganisaties, andere betrokkenen en mensen die er wonen. Maar wat gaat u nou doen als vertegenwoordigers van boerenorganisaties weglopen?

De voorzitter:
De vraag is wat de heer Boswijk namens het CDA gaat doen, niet de voorzitter. Ik ga niks doen! De heer Boswijk.

De heer Boswijk (CDA):
Ik denk dat het niet alleen de taak van meneer Boswijk is, maar van ons allemaal en ook van de bewindspersonen, om er allereerst voor te zorgen dat ze niet van tafel lopen. Ik heb namelijk in heel veel gebiedsprocessen gezien, ook in het verleden, dat alle partijen bijvoorbeeld een afvaardiging sturen of iemand die betaald wordt, en dat boeren vaak onder melktijd een gebied moeten vertegenwoordigen waar heel veel emotie zit. Dat zijn dan mensen die financieel niet worden ondersteund en dat in hun eigen tijd doen. Dat maakt het heel erg ingewikkeld. Maar stel dat boerenpartijen van tafel gaan lopen. Ik heb een heel duidelijk standpunt: als je niet aan tafel zit, sta je op het menu. Mijn advies zou dus zijn: blijf altijd aan tafel zitten. Ik moet overigens zeggen dat ik de zorgen over het gebrek aan perspectief begrijp. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Ik snap ook de reuring die er is. Maar uiteindelijk is het aan de partijen zelf om aan tafel te blijven zitten. En als ze dan aan tafel zitten, moeten we zorgen dat dat op een gelijkwaardige manier gebeurt.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Daar zijn we het over eens: als je niet aan tafel zit, dan sta je op het menu. Het is heel goed om die oproep gewoon te doen aan boeren: kom aan tafel en praat mee, want het is jouw toekomst.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik heb ook een vraag aan de heer Boswijk over de gebiedsprocessen. Is het nou niet zo dat er in een gebiedsproces helemaal niet met vertegenwoordigers van organisaties gesproken moet worden, maar juist met de boeren zelf die het betreft, dus aan de keukentafel en bedrijf voor bedrijf? Is het nou niet juist een probleem om met vertegenwoordigers te praten in plaats van met degenen die het zelf betreft?

De heer Boswijk (CDA):
Ik denk dat dat te generaliserend is, want ik ken best wel veel lokale LTO-afdelingen die prima hun gebied kunnen vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld een boer die overdag gewoon boer is maar die ook LTO-bestuurder is en via die structuur ook zijn omgeving meeneemt. Ik denk dus dat dat prima kan, maar eerlijk gezegd heb ik er wel moeite mee dat iemand een gebied gaat vertegenwoordigen terwijl die daar zelf helemaal niet zijn brood verdient. Het liefst zou ik zien dat mensen vanuit de praktijk ook over hun toekomst gaan. De realiteit is alleen dat die mensen er in die gebieden niet altijd zijn en dat je dan gebruik moet maken van bepaalde partijen.

De voorzitter:
Kort, mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik wil eigenlijk de hoop uitspreken dat in de gebiedsprocessen met de mensen gesproken wordt wier bedrijf op het punt staat om opgekocht te worden in plaats van dat dat via vertegenwoordigers gebeurt.

De heer Boswijk (CDA):
Ik heb de hoop dat met iedereen wordt gesproken, ook met de blijvers in een gebied, want het gaat uiteindelijk ook over hun toekomst.

De voorzitter:
Dan heeft u nog een interruptie van de heer Van Campen.

De heer Van Campen (VVD):
We horen heel duidelijk vanuit de provincies dat de roep richting het kabinet in het kader van de stikstofaanpak "meer en sneller" is. Het kabinet kiest heel duidelijk voor een gebiedsgerichte opgave met zorgvuldigheid, voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Is de heer Boswijk het met mij eens dat die roep van de provincies om sneller en harder te moeten die gebiedsgerichte zorgvuldigheid eigenlijk juist in de wielen rijdt?

De heer Boswijk (CDA):
Ja, daar zit inderdaad een spanning op. Bijvoorbeeld de legalisatie van de PAS-melders zou ik — ik weet dat collega Van Campen dat ook wil — liever al gisteren dan pas morgen hebben geregeld. De realiteit is wel dat, wil je dat nauwkeurig doen, je juist weer extra tijd nodig hebt. Daar zit natuurlijk een bepaalde spanning op, maar tegelijkertijd weten we ook dat er best wel partijen zijn die bijvoorbeeld nu al willen stoppen, die op dit moment al mee kunnen doen met een stoppersregeling en daardoor op korte termijn al stikstofruimte kunnen creëren. Er is dus wel een vorm van maatwerk met enerzijds die vrijwillige ruimhartige regeling en anderzijds, voor de langere termijn, die gebiedsgerichte aanpak. Ik denk dat dat prima parallel kan lopen.

De voorzitter:
Dank. Dan gaan we door naar de volgende spreker, de heer De Groot van D66.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties en daarna nog twee vragen. De eerste motie gaat over de wettelijke verankering van de stikstofaanpak.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet een ambitieuze aanpak voorstaat om uit de stikstofcrisis te komen;

overwegende dat in het coalitieakkoord is vastgelegd dat de doelstellingen in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van 2035 naar 2030 worden versneld;

overwegende dat hiermee de doelen in lijn komen met het advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek, de commissie-Remkes;

overwegende dat hierbij alle sectoren hun evenredige stikstofbijdrage moeten leveren en dat duidelijkheid aan alle sectoren zo snel mogelijk geleverd moet worden;

overwegende dat het doel van de aanpak is om de natuur in goede staat te brengen en dat hierbij is gekozen voor een bredere aanpak dan alleen de kritische depositiewaarde en wordt gewerkt vanuit een brede natuurdoelanalyse;

verzoekt de regering om de stikstofdoelen zo snel mogelijk, uiterlijk eerste helft van 2023, in artikel 1.12a van de Wet natuurbescherming en artikel 2.15a van de Omgevingswet vast te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tjeerd de Groot en Van Campen.

Zij krijgt nr. 106 (35925-XIV).

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dan heb ik een motie over goede landbouwpraktijk.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet ter uitvoering van het coalitieakkoord het concept kringlooplandbouw voor heel Nederland gaat vertalen in bodem, voer, mest, pacht en dierenwelzijn;

overwegende dat zowel de boeren als de natuur in Nederland behoefte hebben aan perspectief;

verzoekt het kabinet in de uitwerking van kringlooplandbouw operationele doelen te formuleren en deze waar mogelijk een gebiedsgerichte vertaling te geven;

verzoekt tevens een nieuwe goede landbouwpraktijk te formuleren waarin deze doelen zijn verwerkt en hierover de Kamer in de eerste week van juni te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tjeerd de Groot en Boswijk.

Zij krijgt nr. 107 (35925-XIV).

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Voorzitter, dan heb ik nog kort een vraag aan de minister voor Natuur en Stikstof. Hoe kijkt u aan tegen het weglopen van boerenvertegenwoordigers uit de gebiedsprocessen? Gaat dat verdere vertraging opleveren? Dan heb ik nog een vraag die mij meer vergt dan de tien seconden die ik nog heb, dus die laat ik even gaan.

De voorzitter:
Heel goed. Dan kijk ik naar de heer Grinwis, die nog een interruptie voor u heeft.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik heb een vraag naar aanleiding van die motie over wat de heer De Groot "goede landbouwpraktijk" noemt. Ik snap de intentie en toch klinkt het mij een beetje te veel als van boven opgelegde blauwdrukken. Wat bedoelt de heer De Groot nou precies wel en niet met zijn motie? Want we willen toch ook ondernemerschap en we willen toch duizend bloemen laten bloeien? De een heeft deze weg naar een goede landbouwpraktijk en de ander die weg.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Juist daaraan geef je met deze motie uitdrukking, want nu hebben we te maken met heel veel middelvoorschriften die precies voorschrijven hoe je het moet doen, ook al past dat helemaal niet bij jouw bedrijf. Zeggen dat we vanuit een nieuwe manier landbouw gaan bedrijven, betekent dat we een aantal nieuwe spelregels gaan neerleggen waarbinnen het vakmanschap juist zijn weg kan vinden. Dat doe je natuurlijk niet top-down vanuit Den Haag, maar samen met de sector.

De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Van ons twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in mei 2020 veetransporten naar Rusland en niet-EU-landen werden verboden;

constaterende dat recentelijk deze transporten weer zijn toegestaan;

overwegende dat dierenleed zo veel mogelijk moet worden voorkomen en deze verre transporten hieraan geen bijdrage leveren;

verzoekt de regering om veetransporten naar Rusland en andere niet-EU-landen te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.

Zij krijgt nr. 108 (35925-XIV).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de toegang tot gezond voedsel voor iedereen gegarandeerd moet worden;

constaterende dat de regering voornemens is om de btw op groente en fruit af te schaffen, maar hier nog geen concrete ingangsdatum voor is;

verzoekt de regering de btw op alle onbewerkte groente en fruit per 1 januari 2023 af te schaffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.

Zij krijgt nr. 109 (35925-XIV).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. De commissie voor LNV heeft een hoofdlijnendebat gevoerd. Vandaag werd mij door een journalist gevraagd: "100 dagen kabinet-Rutte IV; wat vindt u er nou eigenlijk van?". Toen dacht ik: wat vind ik er eigenlijk van? Ik zie nog niks. We hebben geen hoofdlijnen, we hebben geen integrale aanpak, we hebben geen garantie dat de doelen worden gehaald. Ik begrijp dus niet zo goed waar de actie blijft.

Wat we wel zien, is het oude riedeltje, met iets meer geld: vrijwillig overleggen, de sector. Dat is allemaal leuk en aardig, maar we leven midden in een natuurcrisis. We leven midden in de zesde uitstervingsgolf. Al die pogingen om het vrijwillig en in overleg met de sector te doen waren twintig jaar geleden misschien een goed idee, maar die tijd is verspild. Andere sprekers memoreerden het ook al: de boeren zijn weggelopen. Dan zal het kabinet meer moeten doen om te zorgen dat we onze natuur niet volledig verliezen. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat hoe langer de stikstofoverleggen duren, hoe slechter het gaat met de natuur en hoe moeilijker het wordt om de natuurdoelen nog te halen;

constaterende dat met het vertrek van verschillende boerenorganisaties van de provinciale overlegtafels een van de pijlers uit de stikstofaanpak uit het coalitieakkoord is weggevallen;

overwegende dat dit ingeperkte instrumentarium zal moeten worden aangevuld om de doelen te bereiken en de natuurcrisis te keren;

verzoekt de regering om gebruik te maken van het instrumentarium voor stikstofreductie dat de landsadvocaat in de zomer van 2021 heeft geadviseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.

Zij krijgt nr. 110 (35925-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De volgende motie gaat over de landbouw van de toekomst.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering te komen met een plan voor het stimuleren van de teelt van eiwitgewassen voor humane consumptie op daarvoor geschikte landbouwgronden die nu worden gebruikt voor het verbouwen van veevoer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.

Zij krijgt nr. 111 (35925-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot voeg ik daaraan toe dat de voorman van de Duitse LTO meer voordelen dan nadelen ziet in het overschakelen naar een veel plantaardiger manier van consumeren en dus ook produceren.

De voorzitter:
Dank. U heeft een interruptie van de heer Bisschop van de SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Als ik het goed heb gehoord, wordt in de eerste motie verwezen naar het advies van de landsadvocaat van vorig jaar zomer. Er zijn er eigenlijk twee. Dat weet collega Ouwehand ook. Eén dringt vooral aan op het onteigenen. Eén zegt: "Wacht even, er is een veel eenvoudiger manier. Trek de rechten in. Dan moeten ze vanzelf stoppen. Dat is ook veel goedkoper." Op welk advies doelt mevrouw Ouwehand, is mijn vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
We doelen op het intrekken van de vergunningen. Daarbij kun je dan zelf — dat moet ook — vervolgens de keuze maken om daar een reële compensatie tegenover te stellen. Maar het is inderdaad wel goedkoper, zoals de landsadvocaat heeft geadviseerd.

De heer Bisschop (SGP):
Ik wijs er eventjes op dat dit net zoiets is als gemeenten adviseren om van eigenaren of bewoners van huizen de woonvergunning in te trekken. Ik wens u veel succes.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik snap dat het een heel vergaand instrument is. Ik neem het dan ook de kabinetten onder leiding van de VVD of het CDA echt kwalijk — die zijn het namelijk geweest — dat dit nu serieus op tafel moet liggen om de natuurcrisis te stoppen. In 2002 kwam het rapport van de commissie-Wijffels. We wisten allemaal toch allang dat de huidige landbouwpraktijk in Nederland met deze enorme hoeveelheden dieren onhoudbaar is? Als je daar dan niet naar handelt, dan kom je op zo'n punt als waar we vandaag staan. Zelfs de laatste aanpak die dit kabinet probeert met vrijwilligheid, overleg en het aan tafel gaan met de sector, levert niet het resultaat op dat nu wel echt nodig is.

De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Eppink van JA21.

De heer Eppink (JA21):
Voorzitter. Vier moties. Die gaan met name over voedselzekerheid.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de voedselprijzen hard stijgen;

verzoekt het kabinet de beschikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel nadrukkelijker een plaats te geven in het landbouwbeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eppink.

Zij krijgt nr. 112 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet voornemens is boeren uit te kopen om de stikstofuitstoot te reduceren;

overwegende dat dit kan betekenen dat de voedselproductie in Nederland zal dalen;

verzoekt het kabinet te onderzoeken welke impact de stikstofaanpak heeft op onze voedselproductie, en dit onderzoek zo snel mogelijk met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eppink.

Zij krijgt nr. 113 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het landbouwareaal al decennia krimpt;

constaterende dat door de oorlog in Oekraïne de wereldvoedselzekerheid onder druk komt te staan;

verzoekt het kabinet te onderzoeken op welke manieren Nederland op korte én lange termijn zijn voedselzekerheid kan waarborgen en zijn landbouwproductie kan verhogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eppink.

Zij krijgt nr. 114 (35925-XIV).

De heer Eppink (JA21):
Dan de laatste motie. Het kan nog net.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister voor Natuur en Stikstof quickscans gaat verrichten;

overwegende dat er volgens de minister nog geen databank beschikbaar is voor bodemmetingen van de afgelopen 30 jaar;

verzoekt het kabinet de quickscans in een databank te verwerken en daarna ook een breed onderzoek te doen naar de toestand van bodems in Nederlandse natuurgebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eppink.

Zij krijgt nr. 115 (35925-XIV).

De heer Eppink (JA21):
Voorzitter, dat was het.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan mevrouw Koekkoek van Volt.

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een verzoek en een motie. Ik noem eerst het verzoek. In het hoofdlijnendebat vroeg ik naar een manier waarop decentrale overheden worden betrokken en geconsulteerd via het inrichten van informatieloketten of iets soortgelijks, zodat boeren makkelijker toegang kunnen krijgen tot informatie en geholpen kunnen worden met de verduurzamende subsidies die we dan beschikbaar hebben. De minister gaf toen aan dat in de zomer de richtinggevende doelen worden aangegeven. Die worden dan meegegeven aan de provincie. De provincie kan daarna de puzzel leggen. Om die puzzel te kunnen leggen, is het noodzakelijk dat we vertrouwen kunnen hebben in lokale overheden en in de boeren en dat we luisteren naar wat die nodig hebben.

We hebben in het hoofdlijnendebat met z'n allen geconstateerd dat het een transitie is. Juist in een transitie is vertrouwen in creativiteit van de ander de sleutel. Alleen, nu liggen soms regels in de weg. Daarom doe ik nu alvast een verzoek aan de Kamer en aan de minister. We willen bij de Voorjaarsnota voorstellen te bekijken of we een loket of iets dergelijks kunnen oprichten voor uitwisseling over juridische zaken waar boeren tegenaan lopen. Dat kan ook helpen bij die gebiedsgerichte aanpak, waarbij het juist ook de bedoeling is dat je van onderop ziet waar we tegenaan lopen. Dit zeg ik ook in de richting van mijn collega's: mocht u willen meedenken, dan reik ik graag de hand. Van de minister vraag ik alvast een appreciatie over dit idee, over dit voorstel.

Dan nu de motie over een voorbeeld waar regels botsen met vergroening, namelijk agroforestry.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat agroforestry een mooie toevoeging kan zijn in de bedrijfsvoering van boeren, zowel in het verdienmodel als door een positieve bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering;

constaterende dat er voor de uitvoering hiervan vaak te weinig kennis in de sector beschikbaar is en er juridische hobbels zijn voor de uitvoering van deze manier van landbouw;

verzoekt de regering een kader uit te werken waarin agroforestry een rol kan spelen in de gebiedsgerichte aanpak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koekkoek en Boswijk.

Zij krijgt nr. 116 (35925-XIV).

Mevrouw Koekkoek (Volt):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Edgar Mulder van de PVV.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. Tijdens het debat stelde minister Van der Wal met grote stelligheid dat de bodem in Nederland verarmt. Op de vraag van de PVV op welke bodemgegevens en welke rapporten zij dat baseert, kreeg ik als antwoord: joh, dat weet toch iedereen; ga googelen. Zoiets was het. Nu vind ik het raar dat de minister haar beleid voor 25 miljard baseert op een paar Googleresultaten, maar goed, ik heb toch maar gedaan wat de minister mij vroeg. En wat blijkt? Er is helemaal niets te vinden, helemaal niets. Je kan googelen tot je twee taartjes hebt verteerd, maar er is geen spoor van bewijs. Wat ik wel vond via Google — en daarom was het best aardig dat ik die tip kreeg — was het antwoord van haar voorganger, mevrouw Schouten, op een soortgelijke vraag. Die heeft ze beantwoord op 6 september. Ze liet de Kamer weten dat er geen bodemonderzoeken zijn gedaan. Ze zijn er niet. Dus ik wil graag een reactie van deze minister, want een van de twee heeft gejokt: of deze, of de vorige.

Voorzitter. Omdat de boeren geen slachtoffer mogen worden van foutieve informatie, dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering boeren die buiten hun schuld om niet over de juiste natuurvergunning beschikken, binnen zes maanden te legaliseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Edgar Mulder.

Zij krijgt nr. 117 (35925-XIV).

Dank u. U heeft een interruptie van de heer Thijssen van de PvdA.

De heer Thijssen (PvdA):
Ik word een beetje moe van wat collega Mulder hier nu de hele tijd zegt. Hij kan blijven verwijzen naar wat de minister zegt. Hij kan ook de middelen die de Kamer zelf heeft, inzetten om zelf onderzoek te doen en zelf te weten of we nou moeten ingrijpen om de natuur te beschermen of niet. Dat heeft deze Kamer ook gedaan; die heeft een technische briefing georganiseerd met allerlei hoogleraren, die heel duidelijk zeggen: er moet nu ingegrepen worden. Waar was de heer Mulder? Waarom was hij niet bij die technische briefing? En waarom kan hij niet gewoon aannemen wat de experts daar zeggen en niet alleen op Google vertrouwen?

De heer Edgar Mulder (PVV):
Het is opvallend dat de steun voor het beleid en voor deze minister voornamelijk van links en extreemlinks komt, maar ik geef gewoon antwoord op een verzoek van de minister. De vraag was de volgende. De minister reed volgens mij op een fiets rond — of ze werd rondgereden in een dienstauto en ze keek naar buiten — en je kon zien dat de natuur er slecht aan toe was. Ze kon aanvoelen dat de bodem verarmt. Ik ben dus gaan zoeken en ik heb dit antwoord van haar voorganger gevonden. Die zegt: er zijn geen rapporten. Dus het enige wat ik hier doe, is constateren dat er verschil zit tussen de beide ministers, vandaar mijn vraag: wie heeft het bij het juiste eind?

De heer Thijssen (PvdA):
De heer Mulder zaait twijfel over de vraag of er nou eigenlijk wel beleid gevoerd moet worden om de natuur in Nederland op te laten knappen. Dat is overigens ook nodig zodat we weer vergunningen af kunnen geven, zodat we huizen kunnen bouwen voor Nederlanders en zodat ondernemingen weer kunnen ondernemen in dit land. Dát is wat er nodig is. Dan moet de heer Mulder niet een of ander woordgrapje uithalen met de minister; dan moet hij gewoon de stukken gereedschap die we in deze Kamer ter beschikking hebben, zoals een technische briefing, inzetten om zelf onderzoek te doen en zich ervan te vergewissen dat er ingegrepen moet worden. Dit land zit op slot. De natuur gaat kapot. De planeet die wij nodig hebben om te overleven gaat kapot. Dus hou op met een rad voor de ogen draaien en doe uw werk.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik had nog wel een hele vriendelijke vraag. Links raakt hiervan een beetje overstuur. Het hele verhaal van stikstof is totale onzin en wordt er aan z'n haren bijgesleept. U wilt helemaal geen huizen bouwen voor Nederlanders; u wilt huizen bouwen voor Afghanen, Somaliërs, en weet ik wat u hiernaartoe sleept, en niet voor Nederlanders.

De voorzitter:
Dan zie ik een interruptie van de heer Van Campen. Ik vraag u nog een keer om via de voorzitter te spreken.

De heer Van Campen (VVD):
De heer Mulder wijst op een groep waar ook de VVD echt aandacht voor wil vragen. Het gaat om die bedrijven die buiten hun schuld om door de uitspraak van de Raad van State zonder vergunning zijn komen te zitten. De heer Mulder komt nu met een motie. We zien dat zelfs het legaliseren van die bedrijven, opgenomen in wetgeving, niet voldoende is om daadwerkelijk die vergunningen af te kunnen geven. Ik zou de Partij voor de Vrijheid willen vragen: hoe kijken zij naar die rechterlijke uitspraken, die ons er, ook als parlement, als wetgevers, wel toe dwingen om daadwerkelijk met een aanpak te komen?

De heer Edgar Mulder (PVV):
Wij bepalen in dit huis hoe het verdergaat met het stikstofbeleid. De Kamer, Nederland, heeft onhaalbare regels voor onszelf opgesteld. Daarom is er geen stikstofcrisis in Duitsland. Dat is omdat Duitsland heeft gezegd dat je niet zo streng hoeft te zijn als Nederland. We bepalen dus zelf hoe we verdergaan met dat beleid, en dan heb je dus ook geen last van een uitspraak van de rechter. Want als wij hadden bepaald dat we dezelfde normen zouden hanteren als Duitsland, dus 140 keer minder streng, dan was die uitspraak er niet gekomen.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Campen.

De heer Van Campen (VVD):
We hebben in de wet opgeschreven dat we de PAS-melders zouden legaliseren. Zelfs als we het opschrijven in de wetgeving, dan zien we dat hogere rechtspraak ons houdt aan de opgave waar we op dit moment werk van gaan maken. Ook in Duitsland — de heer Mulder heeft gelijk dat je daar die drempelwaarden hebt — worden er al zaken aangespannen om Duitsland zich in gebieden te laten houden aan de afspraken die zijn gemaakt op het gebied van stikstofvermindering en natuurherstel. De Partij voor de Vrijheid kan toch niet duiken voor de rechterlijke uitspraken die niet alleen in Nederlandse rechtbanken worden gedaan maar die ook in Duitse rechtbanken en Belgische rechtbanken worden gedaan, tot aan uitspraken van het Europees Hof toe? Daar kan de PVV toch haar hoofd niet voor in het zand steken?

De heer Edgar Mulder (PVV):
Het is nog erger, nog veel erger, want de laatste berichten uit Duitsland zijn dat ze zich daar zorgen maken over een tekort aan stikstof. Er is een "Mangel" aan stikstof. Er is één overeenkomst met het zogenaamde teveel dat wij in Nederland hebben: in Duitsland roept links nu dat ze allemaal doodgaan omdat er te weinig stikstof is. Het is dus een totaal onzinverhaal. Het zou prettig zijn als de VVD daarin niet meeging en er eindelijk voor zal zorgen dat die gekte stopt, ook in Nederland.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Van Campen van de VVD.

De heer Van Campen (VVD):
Voorzitter. Moeilijke voorstellen van het kabinet die echt grote effecten gaan hebben op het leven van ondernemers en inwoners, maar dat doen we wel zorgvuldig en op basis van feitelijke onderbouwingen, ecologische onderzoeken en ecologische studies om ons te houden aan de wet en aan de afspraken die we tien tot vijftien jaar geleden al met elkaar hebben gemaakt. Ik zal u eerlijk zeggen, voorzitter, dat toen ik woordvoeder Stikstof werd ik ook wel eens heb gedacht: nou, 161 van die Natura 2000-gebieden waarbij je je daar wat betreft de Veluwe wat kan voorstellen, maar moet dat voor die kleine gebiedjes niet anders? Maar we weten gewoon dat er uitspraken liggen vanuit de rechtspraak die ons voorschrijven dat we ons houden aan de wetten die ook hier in dit huis, zo zeg ik in de richting van de PVV, democratisch zijn vastgesteld. Dan helpt het niet dat je de kop in het zand steekt. Dan moet je handelen, want dat mogen mensen in het land van ons verwachten.

Ik heb in het kader van die stikstofaanpak een motie, omdat ik het belangrijk vind dat ondernemers meedoen en dat ze aan tafel zitten bij het zoeken naar die oplossingen om uit die stikstofcrisis te komen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) kiest voor een gebiedsgerichte aanpak en stuurt op twee doelen: stikstofreductie en natuurherstel;

constaterende dat hierbij agrarisch natuurbeheer in eigen bezit, extensivering, omschakeling, innovatie, legalisering en verplaatsing opties zijn, waarbij de opgave in gebieden het uitgangspunt vormt;

van mening dat niet middelen, maar doelen uitgangspunt in de gebiedsgerichte aanpak moeten zijn, waarbij grondverwerving door de Staat nooit een doel op zich mag zijn;

van mening dat ondernemers in de gebiedsgerichte aanpak de gelegenheid moeten krijgen om voorstellen te doen die aansluiten bij de gebiedsgerichte opgave;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe een "uitdaagrecht" in de gebiedsgerichte aanpak kan worden opgenomen zodat agrarisch natuurbeheer in eigen bezit, extensivering, omschakeling, innovatie, legalisering en verplaatsing volwaardige opties zijn al naar gelang de opgave in een gebied,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Campen en Boswijk.

Zij krijgt nr. 118 (35925-XIV).

Dank. Er is een interruptie voor u van de heer Mulder van de PVV.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat hele verhaal dat we ook in dit huis moeten doen wat een of andere activistische rechter heeft bepaald, is natuurlijk totale onzin. Neem Overijssel. Wij komen beiden uit Overijssel. Wij kennen allebei de situatie dat er in Overijssel bijna niet meer geboerd mag worden omdat er een teveel aan stikstof zou zijn. Stel dat je een paar kilometer verdergaat. Dan kom je in Duitsland. Daar hoor je de discussie dat er een tekort aan stikstof is. Hoe verklaart de VVD dat? Hoe kan dat?

De heer Van Campen (VVD):
Ik begon al over het nakomen van afspraken die we hier met elkaar al decennialang in democratisch vastgestelde wet- en regelgeving hebben geborgd. Daarbij heeft de Europese Commissie, tot aan het Europese Hof, met een dreiging van een inbreukprocedure, gezegd: Nederland, hou je maar eens aan de wet. We zien dat op dit moment in het kader van stikstof bijvoorbeeld bij de discussie rondom derogatie, zou ik in de richting van de Partij voor de Vrijheid willen zeggen. Ook daarvan zegt Brussel: we zijn er wel een beetje klaar mee. Ik wil die ruimte. Ik wil die ontspanning op het boerenerf. Ik wil dat boeren zelf aan het stuur zitten bij het runnen van hun bedrijf. Maar op dit moment zitten we gewoon ongelofelijk in de tang. Die frustraties deel ik met de PVV, alleen, volgens mij helpt het dan niet om je kop in het zand te steken en hier heel boos te gaan staan. We moeten zoeken naar oplossingen. Ik hoor de Partij voor de Vrijheid eigenlijk geen oplossingen aandragen. Ik hoor alleen maar verwijten aan de rechtspraak. Ik denk niet dat dat onze rol is. Daar kies ik in ieder geval niet voor.

De voorzitter:
De heer Mulder, tot slot.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat zijn heel veel woorden, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. Je hebt Nederland en Duitsland. We hebben daar ooit op de kaart een grens getekend, maar de mensen die daar aan beide kanten wonen, zijn ongeveer hetzelfde. We kunnen elkaar verstaan. Alles is hetzelfde, en de natuur voor een deel ook. Leg eens uit hoe het dan kan dat je aan de ene kant van de grens zogenaamd te veel hebt, waardoor we de boeren moeten onteigenen en van hun grond moeten schoppen, terwijl ze aan de andere kant van de grens zeggen dat ze te weinig hebben, waardoor ze allerlei dingen moeten doen om meer stikstof te krijgen. Leg dat eens gewoon eens uit aan de normale burger.

De heer Van Campen (VVD):
Duitsland is een minder dichtbevolkt land dan Nederland. Je hebt daar grotere natuurgebieden, waardoor je makkelijker die instandhoudingsdoelstellingen kunt halen waaraan we worden gehouden. De natuur is daar ook anders van aard. Daar hebben we ons aan te houden. Maar de zorg die de heer Mulder voor een deel heeft over of het wel onderbouwd is, deel ik. Dat ondervangen we in het coalitieakkoord met een ecologische analyse. Ik vind namelijk ook dat er geen twijfel mag bestaan over wat de opgave is in die gebieden. Daar moet je een onafhankelijke toetsing door een ecologische autoriteit op zetten. Daar sporen we het kabinet dan ook toe aan.

De voorzitter:
Ik zie nog een interruptie van mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik heb een vraag over het uitdaagrecht. We zitten eigenlijk al drie jaar te wachten op concrete maatregelen om de stikstofcrisis op te lossen, en nu komt de VVD met het voorstel om het uitdaagrecht toe te passen. Dan geef je een groep boeren dus een opdracht, en dan hoop je dat ze met een plan komen. Is dat niet naïef? Is er niet eindelijk wat leiderschap nodig, van ons als Tweede Kamer en van de regering, in plaats van dat je het over de schutting gooit bij een groep boeren die in zo'n gebied allemaal tegengestelde belangen hebben?

De heer Van Campen (VVD):
Leiderschap tonen betekent niet dat je het als overheid volledig overneemt van de samenleving. Ik ben het met mevrouw Bromet eens dat we moeten weten hoe de staat van de natuur in die gebieden is. We moeten door die onafhankelijke, zeg ik maar weer even in de richting van de heer Mulder, ecologische analyses van de staat van die gebieden weten wat er nodig is. Ook de opgaven in die gebieden moeten helder zijn. Maar er is een breed palet aan mogelijkheden voor hoe je ervoor kunt zorgen dat die balans tussen landbouweconomie, tussen economie enerzijds en natuur anderzijds, wordt gevonden. Dat kan zijn door innovatie. Dat kan zijn door extensivering. Dat kan voor sommige boeren die niet willen extensiveren betekenen dat ze verplaatst worden naar een gebied minder dicht bij die Natura 2000-gebieden. Maar ik vind wel dat als we kiezen voor een gebiedsgerichte aanpak — die is misschien lastiger dan een generieke aanpak, die mevrouw Bromet misschien wel voorstaat, maar waar ik niet voor kies — je mensen ook wel de kans en de gelegenheid moet geven om mee te denken over de oplossingen die nodig zijn. Dat besluit moet op enig moment wel vallen, zeg ik in de richting van mevrouw Bromet. Dat ben ik wel met haar eens.

De voorzitter:
Tot slot en kort, mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik zie nog steeds een heleboel ontkenning van de problematiek, juist in de groep waar de heer Van Campen het uitdaagrecht op van toepassing wil laten zijn. Ik geloof er niet in. Natuurlijk zou ik het liefst in overleg met iedereen tot een oplossing komen, maar dat is naïef. Er zal gewoon vanuit de gebiedsprocessen gezegd moeten worden tegen misschien wel bijna alle boeren in de buurt van de Peel "u moet weg", of in de buurt van de Veluwe "er is geen plaats meer voor intensieve veehouderij".

De voorzitter:
En uw vraag?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
De vraag is dan: gaan ze eruit komen als je die opdracht aan henzelf geeft?

De heer Van Campen (VVD):
Ik herhaal mijn woorden. Het kabinet moet met ecologische studies heel duidelijk in beeld brengen wat nodig is per gebied. Geen generieke aanpak. We hebben 161 Natura 2000-gebieden en die zijn op hun beurt 161 keer uniek. De opgave in die gebieden verschilt nadrukkelijk, dus kijk dan ook in die gebieden wat nodig is om tot die ontspanning te komen. Zo behoud je draagvlak voor je aanpak.

De voorzitter:
Dan is er nog een interruptie van de heer De Groot van D66.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Ik heb twee korte vragen. Hoe voorkomt de VVD met het uitdaagrecht dat er vertraging optreedt? Dat willen we namelijk niet, want dan is het minder onontkoombaar. De tweede vraag is: in hoeverre verschilt dit uitdagingsrecht van een soortgelijk uitdagingsrecht dat in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering zit?

De heer Van Campen (VVD):
Het kabinet heeft aangekondigd met gebiedsanalyses en onontkoombare doelstellingen te komen. De heer De Groot en ik delen met elkaar dat daar een niet-vrijblijvende inzet van de agrarische sector bij komt kijken. We hadden misschien gehoopt die nu al in de hoofdlijnenbrief terug te lezen, maar dat wordt juni, is ons toegezegd. Daar kijk ik reikhalzend naar uit. Maar bij het leveren van maatwerk in gebieden hoort ook dat je mensen aan tafel de gelegenheid geeft om mee te denken. Dat besluit moet op enig moment wel vallen. Op enig moment moet je dat gesprek met elkaar voeren. Je kunt dat niet jaren vooruitschuiven. Ik onderken en zie hoe groot op dit moment de crisis is, maar geef mensen wel een volwaardige positie aan tafel om met voorstellen te komen. Dat willen we hiermee bewerkstelligen. Het is dus nadrukkelijk niet bedoeld om de aanpak te vertragen, maar om draagvlak te creëren voor de aanpak en de strategie.

De voorzitter:
Kort, tot slot, de heer De Groot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Het is fijn om te horen dat het niet bedoeld is om te vertragen, maar het kan wel worden aangegrepen om te vertragen. Hoe voorkomt de VVD dit en wat is het verschil met de Wsn?

De heer Van Campen (VVD):
Ik heb het kabinet horen zeggen dat er gebiedsanalyses komen, dat er een quickscan komt en dat er waarden worden toegekend aan de noodzaak en de opgave in gebieden, met onontkoombare voorstellen. Ik heb er vertrouwen in dat het kabinet daarmee dan ook aan de slag gaat, maar geef mensen aan tafel wel de kans om mee te kijken en tegenvoorstellen te doen. Daar prikkel je ook de sector zelf mee, zodat die zorgt voor een goede balans tussen landbouw, economie en natuur, want we hebben wel geleerd dat de knip daartussen niet werkt op dit moment.

De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Wil het oplossen van problemen zoals het stikstofprobleem überhaupt slagen, dan zullen we eerst moeten werken aan perspectief: perspectief voor de landbouw, perspectief voor ons platteland. Daar is niet één middel voor. Daar is geen panacee of Haarlemmerolie voor. Het is niet één knopje, maar het is een zeer veelkoppige aanpak, een zeer veelkoppig monster, zou ik bijna willen zeggen.

Een van de punten waar we tegen aanlopen is dat in beleid heel vaak het creëren van verandering via aanbod wordt gepusht. Denk aan de Form to Fork-strategie, waarbij wordt gezegd: 25% biologisch. Maar uiteindelijk bieden supermarkten het niet aan, kopen consumenten het niet en staan al die omschakelaars in de kou. Ik hoorde deze week nog het verhaal van een akkerbouwer, net omgeschakeld, met 70 ton pastinaak, die hij aan de straatstenen niet kwijtraakt. Ook worden biologisch geteelde wortels in de gangbare keten verkocht, omdat supermarkten ze gewoon niet willen aanbieden omdat ze niet worden gekocht. Het is een wisselwerking tussen consument en supermarkt, maar mijn overtuiging is dat er veel meer kan. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het marktaandeel duurzaam geproduceerd voedsel, zoals biologisch, op dit moment stagneert doordat de groei in de vraag achterblijft, en dat deze ontwikkeling de omschakeling naar een volhoudbare landbouw bedreigt;

overwegende dat supermarkten een cruciale rol hebben in de totstandkoming van dit marktaandeel, onder andere door het aantrekkelijk aanbieden van een breed assortiment duurzame producten;

overwegende dat Europees bronbeleid, zoals bij de automobielsector, tot goede resultaten op het gebied van verduurzaming leidt, waarbij de innovatiekracht van marktpartijen maximaal wordt geprikkeld;

verzoekt de regering bij het werken aan perspectief voor de landbouwsector en boeren lessen te trekken uit succesvolle voorbeelden van (Europees) bronbeleid uit andere sectoren, de aanpak van andere landen in met name de EU en uit succesvolle pilots in eigen land, zoals de pilot inzake biologische melk van de provincie Gelderland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van Campen.

Zij krijgt nr. 119 (35925-XIV).

Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Thijssen van de PvdA.

De heer Thijssen (PvdA):
Dank u, voorzitter. De opkoopregeling gaat woest aantrekkelijk worden om te zorgen dat er dan wel meters gemaakt worden. Helaas hebben we dit weekend kunnen zien dat dat niet bij alle provincies in de smaak is gevallen en dat boeren van tafel gaan.

Een ander kritiekpunt dat we konden lezen, is dat er geen perspectief is. Er was wel een transitie, maar een transitie waarnaartoe? In het debat hebben we daarover ook gewisseld dat het wel een wonderlijk proces was dat er eerst een transitiefonds kwam, en een brief daarover, maar dat er nog geen visie van de minister was over waar de landbouw dan heen moest.

Mijn vraag aan de ministers is daarom de volgende. Hoe zien zij hun aanpak nu? Hebben ze er geen spijt van dat er eerst een transitiefonds en een brief daarover zijn gekomen en niet meteen de visie over waar het nou heen moet met de landbouw? Graag een reactie daarop.

Natuurlijk is het ook heel belangrijk dat wat er wordt ingezet onontkoombaar is. Daarom kijk ik ook uit naar de toegezegde juridische analyse.

Ik heb twee moties om het allemaal nog beter te maken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het coalitieakkoord beoogt dat de vervuiler betaalt, maar er geen plannen zijn om alle vervuilers evenredig te laten betalen aan het transitiefonds van 25 miljard euro;

overwegende dat onder andere de Rabobank en andere banken, vleesverwerkers en veevoerproducenten ook medevervuilende actoren uit de agroketen zijn in een onhoudbaar landbouwsysteem;

verzoekt de regering om te verkennen hoe deze actoren evenredig kunnen bijdragen aan het transitiefonds van 25 miljard euro en voor het zomerreces te komen met een plan hiervoor,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Bromet.

Zij krijgt nr. 120 (35925-XIV).

De heer Thijssen (PvdA):
En de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de industrie het grootste aandeel heeft in de totale NOx-uitstoot;

constaterende dat het coalitieakkoord beoogt dat alle sectoren eerlijk bijdragen aan de reductie van stikstofemissie;

verzoekt de regering om concrete doelstellingen te formuleren voor de reductie van industriële NOx-uitstoot om ervoor te zorgen dat de industrie eerlijk bijdraagt aan het oplossen van de stikstofproblematiek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Bromet.

Zij krijgt nr. 121 (35925-XIV).

De heer Van Campen (VVD):
Als de heer Thijssen over geld begint, moet ik toch even naar voren lopen. De heer Thijssen heeft het over het stikstoffonds. Het kabinet komt nog met een instellingswet naar de Kamer toe, maar je ziet nu al de discussie ontstaan over de verdeling van die stromen in de richting van doelen. De heer Thijssen heeft heel duidelijk een beeld van wie waar aan de slag moet gaan. Hij ziet een rol weggelegd voor de bank. Hoe ziet hij de verdeling van dat stikstoffonds voor zich? Wat verwacht hij daarbij van het kabinet?

De heer Thijssen (PvdA):
Ik vind het nogal wat wat het kabinet voorstelt. Mensen worden geconfronteerd met een hoge energierekening, met een hoge inflatie. De premier zegt zelf ook: we gaan collectief verarmen. Ondertussen wordt er 60 miljard vrijgemaakt om natuur- en klimaatproblemen op te lossen. Mijn fractie vindt dat deels leiderschap, want wij denken ook dat het nodig is dat de natuur- en klimaatproblemen worden opgelost. Wij zijn ook wel bereid om te kijken of we dat willen steunen, maar dan vinden we wel dat het eerlijk opgebracht moet worden. Alle actoren moeten dan een eerlijke bijdrage leveren aan die 60 miljard en aan de 25 miljard van het transitiefonds voor natuur. Daar is deze motie voor. We willen dus inderdaad een significante bijdrage aan het fonds zien van de hele keten, waaronder de bank. We willen dat het niet alleen bij de belastingbetaler terechtkomt.

De voorzitter:
Kort, de heer Van Campen. Tot slot.

De heer Van Campen (VVD):
Laten we dan samen vragen of de minister kan toelichten hoe zij die sporen ziet in dat stikstoffonds. Het lijkt nu weleens alsof daar al hele harde grenzen en scheidslijnen tussen liggen. Ik ben van mening dat je juist die gebiedsgerichte opgave en de doelen die daarmee samenhangen, leidend moet laten zijn. Nou ja, laten we horen hoe de minister de verdeling van die middelen voor zich ziet bij de voorbereiding om te komen tot die instellingswet en dat fonds.

De heer Thijssen (PvdA):
Ik weet niet of ik helemaal begrijp wat collega Van Campen zegt. Het gaat natuurlijk om het uitgeven van het geld, maar het gaat er ook om dat het geld verzameld moet worden. De Partij van de Arbeid is van mening dat de grote vervuilers in deze sector daar echt significant aan bij moeten dragen.

De voorzitter:
Echt kort, tot slot.

De heer Van Campen (VVD):
Ik wil de heer Thijssen dan toch graag de verduidelijking bieden die hij vraagt. Het is volgens mij heel belangrijk dat er een pot van 25 miljard is voor de verduurzaming van onze economie. En die is hij hier al aan het uitgeven. Ik ben benieuwd naar de reactie van de minister op deze motie. Ik zou met het oog op de zorgvuldigheid met betrekking tot publieke middelen, publiek geld, de minister via deze weg willen vragen welke ideeën er bij het kabinet leven om die pot geld te verdelen.

De voorzitter:
Dat was een suggestie richting de minister. Dan geef ik het woord aan mevrouw Bromet van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een relatief klein aantal veehouderijen voor een relatief groot aandeel van de ammoniakemissie verantwoordelijk is;

overwegende dat de maatschappelijke baten van deze megastallen niet opwegen tegen de maatschappelijke kosten;

overwegende dat bij een grondgebonden landbouw geen toekomst is voor megastallen;

verzoekt de regering om met grote spoed de piekbelasters in de veehouderij uit te kopen of anderszins te beëindigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Thijssen.

Zij krijgt nr. 122 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel bedrijven een grotere stikstofemissievergunning aangevraagd en gekregen hebben dan ze gebruiken voor hun bedrijfsvoering en recent zijn overgestapt op een minder vervuilende techniek of minder zijn gaan produceren;

overwegende dat er nu veel meer emissierechten zijn dan wat de natuur aan depositie kan verdragen;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk met een regeling te komen waarbij latente emissieruimte wordt ingenomen, vernietigd of anderszins komt te vervallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Thijssen.

Zij krijgt nr. 123 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de landbouw in Nederland voor een enorme transitie staat, met binnen tien jaar de overstap naar een volledig grondgebonden veehouderij;

overwegende dat in de aanloop hiernaartoe een groot aantal veehouderijen zal moeten krimpen, verhuizen of stoppen en dat groei van dierenaantallen vrijwel nergens meer mogelijk zal zijn;

overwegende dat deze transitie grotendeels met publieke middelen bekostigd moet worden en dat nu nieuwe stallen of vervanging van te saneren stallen vergunnen, om volgende jaren weer te onteigenen of uit te kopen, geen verstandig beleid is;

verzoekt de regering om tot een onmiddellijk moratorium op nieuwbouw en uitbreiding van stallen te besluiten, totdat de saneringsopgave voor elk gebied in kaart is gebracht, de saneringsopgave is vastgesteld en zeker is welk bedrijf zal blijven bestaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Thijssen.

Zij krijgt nr. 124 (35925-XIV).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vier moties; ik ga gauw van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de verwachte stikstofreductie van de afgelopen jaar ingezette maatregelen naar beneden toe is bijgesteld;

overwegende dat het kabinet vooral inzet op opkoop maar dat innovatie vijf tot zeven keer beter rendeert;

overwegende dat er innovaties zijn die bewezen tot 70% reductie van stalemissies opleveren;

verzoekt het kabinet om meer geld beschikbaar te stellen vanuit het stikstoffonds voor bewezen innovaties, en de Kamer hier zo snel mogelijk over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 125 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een groot deel van de uitvoering van het stikstofbeleid bij de provincies ligt;

overwegende dat de situatie in elke provincie anders is;

verzoekt de regering om de provincies de vrijheid te geven om het budget voor stikstofreductie naar eigen inzicht in te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 126 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nationale Databank Flora en Fauna niet voor iedereen openbaar en gratis beschikbaar is;

overwegende dat publieke overheidsdiensten vrij toegankelijk moeten zijn voor iedereen;

verzoekt het kabinet om de NDFF per direct gratis open te stellen voor alle burgers in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 127 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het voor kleine, minder draagkrachtige ondernemers erg moeilijk is om hun innovatie op de Rav-lijst te krijgen;

overwegende dat de effectiviteit van enkele systemen op de Rav-lijst door rechters in twijfel wordt getrokken;

verzoekt het kabinet om met een toegankelijke en laagdrempelige regeling te komen speciaal voor innovaties van kleine ondernemers en deze de mogelijkheid te geven om via proefstallen de werking van hun innovatie te bewijzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 128 (35925-XIV).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik had er wel zes kunnen indienen, zie ik!

De voorzitter:
Nou, volgens mij is dit genoeg! Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Bisschop van de SGP, de laatste spreker van de Kamer.

De heer Bisschop (SGP):
Althans bij dit agendapunt, voorzitter.

Voorzitter, dank u wel. Het gaat absoluut niet goed in de hele discussie rondom de aanpak van de stikstofcrisis. Ik vertel niemand iets nieuws: dit loopt gewoon muurvast in de modder. Ik heb een paar moties die mogelijk een remedie zijn en een handreiking doen om de zaken wel weer los te krijgen. De eerste luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat duizenden knelgevallen als gevolg van de rechterlijke uitspraak over de Programmatische Aanpak Stikstof, waaronder PAS-melders en meldingsvrije activiteiten, nog steeds in onzekerheid zitten over de toegezegde legalisatie;

constaterende dat de regering de ontwikkelreserve niet overal wil inzetten voor deze legalisatie;

overwegende dat bij het ontbreken van legalisatie bedrijven geen financiering kunnen krijgen voor duurzame investeringen;

overwegende dat emissiereductie ten behoeve van het creëren van stikstofruimte voor legalisatie van PAS-knelgevallen ten goede komt aan de natuur, omdat de emissies van PAS-knelgevallen al in de referentieberekeningen zijn meegenomen;

verzoekt de regering de legalisering van PAS-knelgevallen te versnellen door in 2022 met voorrang stikstofruimte te creëren voor en toe te kennen aan urgente PAS-knelgevallen, zo veel mogelijk ruimte te benutten van stoppende bedrijven, ook buitenom de saneringsregelingen en beschikbare "stikstofrechten", en toepassing van landelijke dan wel lokale ADC-toetsen, en de Kamer periodiek over de voortgang te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop.

Zij krijgt nr. 129 (35925-XIV).

De heer Bisschop (SGP):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de beleidsinzet op opkoop van landbouwbedrijven in combinatie met de introductie van aangescherpte doelen en escalatiemechanismen zonder handelingsperspectief voor ondernemers, het noodzakelijke draagvlak voor de gebiedsprocessen dreigt te ondermijnen;

overwegende dat de beleidsinzet op opkoop op de eerste rang lijkt te staan en de inzet op emissiereductie op het boerenerf met handelingsperspectief voor blijvende bedrijven op de tweede rang, terwijl investeringen in emissiereductie op het boerenerf relatief meer stikstofwinst opleveren;

overwegende dat er veel technische, voer- en managementmaatregelen mogelijk zijn om emissies snel en aanzienlijk te reduceren;

overwegende dat provincies voor een effectief en gedragen verloop van gebiedsprocessen speelruimte nodig hebben om middelen naar eigen inzicht in te zetten afhankelijk van de gebiedsprocessen;

verzoekt de regering vooral in te zetten op emissiereductie op het boerenerf met handelingsperspectief voor boeren en minder op opkoop, en provincies ten minste de ruimte te geven om middelen naar eigen inzicht te besteden afhankelijk van de gebiedsprocessen ten behoeve van het halen van de doelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop.

Zij krijgt nr. 130 (35925-XIV).

Dank u. De ministers hebben vijftien minuten nodig om de maar liefst 28 geproduceerde moties van de Kamer goed te bekijken en te beoordelen. Ik schors de vergadering voor vijftien minuten.

De vergadering wordt van 21.04 uur tot 21.23 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik merk dat u allemaal heel gepassioneerd bent. Van tevoren werd mij gevraagd: Anne, wil je even voorzitten; het duurt ongeveer tot 21.15 uur. Nou, het gaat lekker. We gaan door met de beantwoording door de ministers. Hopelijk kunnen we er een beetje in tempo doorheen.

Minister Staghouwer:
Voorzitter, dank. Er zijn 28 moties, die van een goede waarde moeten worden voorzien. Ik begin met de vraag van de heer Thijssen van de Partij van de Arbeid. Die vraag gaat over de aanpak van de transitie. Er moet nog nagedacht worden over het perspectief. Ik heb in het debat gezegd dat er haast is om het stikstofprobleem van waarde te voorzien en er actie op te zetten. Maar ik vind het ook zorgvuldig om met de sectoren in gesprek te zijn, om niet een blauwdruk vanuit Den Haag over de landbouw uit te storten. Ik wil het gesprek voeren en op basis daarvan met een aanpak komen. Daar ben ik mee bezig. Ik heb uw Kamer toegezegd dat dat begin juni gaat gebeuren. Dat is een zekerheid.

Mevrouw de voorzitter, dan naar de moties. Ik begin met de motie van de heer De Groot van D66 over de kringlooplandbouw en het perspectief daarop. In de beantwoording van de vraag van de heer Thijssen zei ik al dat ik de Kamer in juni wil informeren. In ons debat is ook over de KPI's gesproken. Ik zal er in mijn perspectiefbrief zeker aandacht aan besteden. Dat betekent dat deze motie wat het kabinet betreft oordeel Kamer krijgt.

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 107.

Minister Staghouwer:
Inderdaad, de motie op stuk nr. 107.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dank aan de minister voor dit oordeel. Het gaat over de eerste week van juni. Het luistert nogal nauw, omdat we als Kamer dan ook ... Tenminste, ik zou willen voorstellen dat we daar voor het zomerreces een debat over voeren.

Minister Staghouwer:
Zeker. Dat is wat het kabinet betreft de toezegging op de vraag van de heer De Groot, want natuurlijk heb ook ik er alle belang bij om snel met deze transitie aan de gang te gaan.

Dan de vraag van mevrouw Beckerman over het stopzetten van veetransporten naar Rusland en andere niet-EU-landen. Er is voor mij geen mogelijkheid om die export op juridische gronden te weigeren. Het moet voldoen aan de EU-regelgeving en daarom kan de NVWA ze ook niet weigeren. U weet wel dat ik mij inzet om buiten Nederland met name de langeafstandstransporten van levend vee buiten de EU aanhangig te maken, omdat ik die niet gewenst vind. Maar op de motie op stuk nr. 108 kan ik niet het antwoord "ja" geven, dus ontraden.

De voorzitter:
Motie op stuk nr. 108: ontraden.

Minister Staghouwer:
Dan de motie op stuk nr. 109 over het btw-nultarief. Ik snap uw ongeduld, mevrouw Beckerman, zeg ik via de voorzitter. Ik zou dat zelf ook snel ingevoerd willen zien, maar deze motie ligt niet op mijn beleidsterrein. De staatssecretaris voor Fiscaliteit en de staatssecretaris van VWS zijn hier aan zet en die hebben aangegeven nog voor de zomer met een plan van aanpak te komen. Daarom krijgt ook deze motie het oordeel ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 111 over eiwitgewassen voor humane consumptie. Het land dat nu wordt gebruikt voor veevoerproductie kan niet zomaar gebruikt worden voor gewassen voor humane consumptie. U weet dat. Ik zet mij maximaal in met de Nationale Eiwitstrategie voor het stimuleren van de teelt van eiwitgewassen en kom daarover ook met een brief naar uw Kamer toe. De motie op stuk nr. 111 wordt dan ook ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 112 van JA21 over voedselzekerheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid en die de ruimte geven in de aanpak van landbouw. Kijk, beschikbaarheid en betaalbaarheid zijn hoekstenen van het Europese beleid en natuurlijk ook het beleid van Nederland. In een eerder debat heb ik ook uitgesproken dat het toekomstbestendig maken van het landbouwsysteem rond de verduurzaming een van de speerpunten is van het kabinet. Daarom ontraad ik ook deze motie.

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 112.

Minister Staghouwer:
Ja, de motie op stuk nr. 112.

Dan de motie op stuk nr. 113. Die wil dat wij de impact onderzoeken van stikstofmaatregelen op de voedselzekerheid. Wij moeten voldoen aan een aantal onoverkomelijke doelen. Dat staat ons te doen. Uiteraard is het belangrijk dat we voedsel kunnen blijven produceren, maar eerst gaan we met gebiedsprocessen aan de gang. Daarom ontraad ik ook de motie op stuk nr. 113.

De voorzitter:
Is dat de motie op stuk nr. 113 of 114?

Minister Staghouwer:
Dat is de motie op stuk nr. 113.

De motie op stuk nr. 114 constateert dat door de oorlog in Oekraïne de voedselzekerheid onder druk komt te staan. Het antwoord daarop is dat wij voortdurend bezig zijn om te kijken hoe die voedselproductie zich ontwikkelt. Dat heb ik uw Kamer verschillende malen laten weten. Ik heb inmiddels een drietal rapporten naar uw Kamer gestuurd. Er zijn op dit moment geen zorgen over de Nederlandse voedselzekerheid, maar ik heb u ook aangekondigd dat wij dit voortdurend monitoren. Op dit moment is het niet nodig om ons daar zorgen over te maken, dus ik ontraad deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 119 over het marktaandeel van duurzaam geproduceerd voedsel. In deze motie uiten de leden Grinwis en Van Campen hun zorgen. Ik deel met uw Kamer dat er zeker zorgen zijn. Ik heb ook al eerder gezegd dat ik waar het gaat over waardencreatie zeker alles wat mij te doen staat, zal verwoorden in de landbouwvisie. Ik zal proberen daarin helderheid te geven over waar ik vind dat het naartoe moet. De motie op stuk nr. 119 krijgt dan ook oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 124 van mevrouw Bromet over een moratorium op nieuwe stallen. Ik snap wat mevrouw Bromet hier zegt. Het is ook al eerder in debatten aan de orde geweest. Maar het kabinet ontraadt deze motie, want het is niet aan het Rijk, de provincies of de gemeenten om te sturen op de bouw van stallen.

Dan de motie op stuk nr. 128 van mevrouw Van der Plas. Ook deze motie gaat over onderscheid maken in verband met de Rav-lijst. Deze motie ontraden wij omdat het onderscheid in grote en kleine bedrijven moeilijk te maken is. Het gaat ons wat dat betreft om de kansengelijkheid in innovaties. We hebben daar een stimuleringsregeling voor, die ik zeker daarvoor zal gebruiken. Mevrouw Van der Plas weet ook dat de Rav-systematiek een IenW-verantwoordelijkheid is.

Dan de motie op stuk nr. 130 van de heer Bisschop over de opkoop van landbouwbedrijven, emissiereductie op het boerenerf met handelingsperspectief voor boeren en minder opkoop. Meneer Bisschop, laten we vooropstellen dat het belangrijk is om een integrale gebiedsaanpak te kiezen. Collega Van der Wal gaat daar zeker nog wat over zeggen. Het is ook belangrijk om in te zetten op innovatie, extensivering, omschakeling en het verplaatsen en misschien ook wel stoppen. Wij proberen de boeren daarin te begeleiden en daarmee te helpen. Ook dat zal een van de bouwstenen zijn van de landbouwnotitie van begin juni.

Dat was het, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
En dan nog even over mijn scherpte: is de motie op stuk nr. 130 van de heer Bisschop dan ontraden?

Minister Staghouwer:
Ontraden.

De voorzitter:
Ontraden, oké.

Minister Staghouwer:
Ehm, even kijken. Ik moet even scherp zijn: de motie krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
Oordeel Kamer. Oké. Het duimpje gaat omhoog, zie ik. Dan ga ik voor een interruptie nog naar mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er is mogelijk sprake van een misverstand bij de motie op stuk nr. 111. Die heeft de minister ontraden. Maar misschien is er een misverstand over de bedoeling van de motie. Ik hoorde de minister zeggen dat hij niet van plan is om landbouwgronden nu meteen om te zetten naar teelt voor humane consumptie. Maar dat vraagt de motie niet. De motie vraagt om een plan om te stimuleren dat op gronden die daarvoor geschikt zijn en waar nu veevoer wordt gebouwd, eiwitgewassen voor humane consumptie worden geteeld. Het is eigenlijk een heel mild en constructief verzoek, dacht ik zelf.

Minister Staghouwer:
Ja. Kijk, eigenlijk komt deze motie te vroeg. Als we gaan discussiëren over de Nationale Eiwitstrategie zal ik mijn lijn aangeven. Verder hebben we in juni natuurlijk de landbouwnotitie, zoals ik al zei, die ook de hoofdlijnen aangeeft. Daarin zal ik ook iets zeggen over de Nationale Eiwitstrategie. Later kom ik dan met een brief met de verdere uitwerking. Dat is de reden voor mij om deze motie op dit moment te ontraden.

De voorzitter:
Oké, dan kijk ik tot slot naar mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou dan juist denken dat die motie meegenomen kan worden in die strategie. We hebben net een discussie gehad over voedselzekerheid. We kunnen veel meer mensen voeden dan we nu doen als we plantaardige eiwitten direct beschikbaar maken voor mensen. Dus ik zie eigenlijk het probleem niet. Dit plan, waar deze motie om vraagt, zou een onderdeel kunnen zijn van de Eiwitstrategie en dan zien we wel hoe de minister dat uitvoert.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt, de minister.

Minister Staghouwer:
Dat is ook wat ik ter overweging meegeef: om dit later in de discussie te constateren en dan te kijken of de motie er iets aan toevoegt.

De voorzitter:
Dan kijk ik naar de heer De Groot, D66, die nog een vraag heeft.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Ik onderschrijf eigenlijk wel de lezing van mevrouw Ouwehand bij de motie op stuk nr. 111. Dat is ook de kern van het regeerakkoord, maar wat kort opgeschreven. Misschien te kort, zou je kunnen zeggen. Maar mijn vraag gaat over de motie op stuk nr. 130. Bent u echt van mening dat de opkoop van landbouwbedrijven in combinatie met de introductie van aangescherpte doelen enzovoort het noodzakelijke draagvlak voor gebiedsprocessen dreigt te ondermijnen? Vindt u dat ook echt?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Staghouwer:
Voorzitter. Ik heb aangegeven dat het waar het gaat over het handelingsperspectief voor de agrarische sector ook een combinatie kan zijn van zaken die op het boerenerf kunnen plaatsvinden en zaken waarin het gaat om de gebiedsgerichte aanpak. Het is dus een combinatie van zaken.

De voorzitter:
Dan kijk ik naar de heer De Groot. Tot slot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dat ben ik met de minister eens, maar dat zegt het dictum van de motie niet. Daar staat: vooral in te zetten op emissiereductie op het boerenerf. Ik ben toch een beetje verbaasd over dit oordeel, want dit is echt niet wat we hebben afgesproken in het coalitieakkoord.

De voorzitter:
Oeh, nou kijk. Hier gaan jullie het maar over hebben. Ik geef de minister tot slot op dit punt nog het woord en dan ga ik naar mevrouw Bromet.

Minister Staghouwer:
Voorzitter. Ik heb de motie zo gelezen als ik haar net heb geïnterpreteerd en dan zie ik dat er mogelijkheden zijn. Natuurlijk is het coalitieakkoord leidend waar het gaat om mijn uitgangspunten, maar er zijn ook de mogelijkheden die ik zonet geschetst heb.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik was eigenlijk op hetzelfde punt in verwarring, niet omdat ik een coalitieakkoord gesloten heb, maar omdat ik dacht: gaan we nu met een motie van de SGP besluiten dat we minder aan opkoop gaan doen? Dat brengt mij wel in verwarring, gezien de discussie die we ook met de minister voor Stikstof hebben gevoerd.

De voorzitter:
Goed, nou ja. Dit is een herhaling van de vraag van net.

Minister Staghouwer:
Volgens mij heb ik duidelijk geantwoord wat ik heb geantwoord namens het kabinet, namelijk dat er een gebiedsgerichte aanpak is, dat er ook mogelijkheden zijn tot innovatie, innovatieve technieken, en dat combinaties van die zaken uitstekend kunnen passen in de terugdringing van stikstofuitstoot.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dan heeft de minister de motie gewoon niet goed gelezen. Ik wil hem echt vragen om een herziening van zijn oordeel, want het is heel raar om deze motie oordeel Kamer te geven.

De voorzitter:
U kunt het niet eens zijn met het oordeel van de minister, maar de minister gaat over zijn eigen woorden. Nou ja, de gelegenheid is aan de minister om daar nog een keer op te reageren en dan is het oordeel wat het oordeel is.

Minister Staghouwer:
Mevrouw de voorzitter. Ik heb gezegd dat ik de motie zo waardeer en dat ik, als ik haar zo mag lezen, met de woorden die ik daarvoor heb gebruikt, de motie aan het oordeel van de Kamer laat.

De voorzitter:
Akkoord. Ik zie toch de heer De Groot nogmaals aan de interruptiemicrofoon. De heer De Groot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dan zou ik ook graag een oordeel van de minister voor Natuur en Stikstof horen.

De voorzitter:
Het kabinet spreekt met één mond, zeg ik dan als voorzitter, maar daar kan de minister zelf ook nog een keer iets over zeggen. Nou, we gaan er een heel debat van maken. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, ik denk: ik ga me er ook maar eens even mee bemoeien. Ik ben eigenlijk wel heel erg blij met wat de minister hier zegt, want het gaat gewoon om de doelen. Het gaat er gewoon om hoe we die stikstofdoelen realiseren. Als dat via innovaties kan en we daarop gaan inzetten, is dat ook goed. Ik wil de minister er hier eigenlijk gewoon maar even een compliment voor geven dat hij bij zijn oordeel blijft, want ik denk dat heel veel boeren hier in ieder geval, als je het hebt over de gebiedsprocessen, misschien een heel klein lichtpuntje in gaan zien en daar gaat het om.

De voorzitter:
Goed. Dan geef ik het woord aan de minister voor Natuur en Stikstof. Ik wil voorstellen om vooral vragen te stellen als u vragen heeft. Dat lijkt me verstandig. Minister Van der Wal.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Dank, voorzitter. Ik wil, ook al is het een tweeminutendebat, in één seconde zeggen dat ik terugkijk op een constructief commissiedebat. Dat heeft mij geholpen en helpt mij ook in de verdere stappen die we met elkaar gaan zetten, dus dank daarvoor. Ik heb drie vragen waarop ik inga en daarna de moties. Ik ga proberen om dat in rap tempo te doen.

De eerste vraag, van D66, was hoe ik aankijk tegen weglopende boeren, zoals dat wordt genoemd. Ik wil benadrukken dat het mij enorm zou spijten als wij niet meer gezamenlijk aan tafel zouden zitten. Ik wil ook "weglopen" nuanceren, in die zin dat er van de vele gebiedsprocessen die al lopen een aantal zijn opgeschort. Ze zijn opgeschort in afwachting van het verdere perspectief waar de heer Staghouwer mee zal komen eind mei/begin juni en in afwachting van het starten van de gebiedsprocessen zelf. En ik ben het helemaal eens met de heer De Groot: ik nodig iedereen uit om aan tafel te blijven. Want we willen niet óver boeren praten, maar mét elkaar praten over de vraag hoe de toekomst eruitziet, een toekomst met stoppen, met doorgaan of op welke manier ook.

Ik kom op de vraag van Volt over het loket. Veel dank voor deze suggestie. Diezelfde suggestie heeft mevrouw Bromet ook gedaan tijdens het commissiedebat. Ik heb daarop geantwoord dat we dit gaan voorbereiden. Ik zal ook de suggesties van Volt daarbij meenemen.

De laatste vraag kwam van de PVV. Heb ik gejokt, ja of nee? Nee. Er is wat mij betreft echt afdoende wetenschappelijk aangetoond dat stikstofoverbelasting tot verzuring en vermesting van de bodem leidt. En die hebben invloed en impact op de kwaliteit van de natuur.

De voorzitter:
Ik zie de heer Edgar Mulder naar voren lopen voor een interruptie.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik kwam op dat "jokken" omdat deze minister adviseerde om te gaan googelen op de bodemonderzoeken waar zij het over had. Toen kwam ik bij de beantwoording van de voorganger van deze minister, mevrouw Schouten. Zij heeft op 6 september 2021 schriftelijke vragen beantwoord. Daarbij ging het eigenlijk over dezelfde vraag. De voorganger van deze minister schrijft daar: er is geen databank waaruit blijkt dat in natuurgebieden in de afgelopen 30 jaar regelmatig bodemonderzoeken zijn gedaan. En nu werd ik in het debat eigenlijk afgeserveerd met: "Ja, maar dat weet toch iedereen, gaat u maar even googelen." De voorganger van de minister, met alle kennis van het ministerie, schrijft dat er geen bodemonderzoeken zijn. Nu hoor ik van deze minister dat zij niet gejokt heeft. Ik dacht: hoe kan dat dan? Volgens mij moet haar voorganger dan gejokt hebben, want deze twee antwoorden op dezelfde vraag staan haaks op elkaar. Dus een van de twee moet gelijk hebben, en de ander niet.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Voorzitter. Beiden hebben gelijk. Voor mij is voldoende wetenschappelijk aangetoond wat de effecten zijn van te veel stikstof. Daarbij hebben we het over verzuring en vermesting van de bodem. Mevrouw Schouten heeft zich gericht op het ontbreken van de databank. Wat zij daarover zegt, is ook waar. Maar dat betekent niet dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs en onderzoek zou zijn. Er is voldoende onderzoek naar de effecten op onze bodem. Dus mijn conclusie is dat beiden gelijk hebben.

De voorzitter:
Ik wil voorkomen dat we hier een semantische discussie gaan voeren. Mag ik het hierbij laten, mijnheer Mulder? Oké, heel goed. Het woord is weer aan de minister.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Ik ga in een rap tempo naar de moties. De motie op stuk nr. 103 krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 104 — laat 2022 geen verloren jaar zijn — krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 105 gaat erover dat deelnemers in gebiedsprocessen gelijkwaardig aan tafel kunnen zitten. Ook die motie krijgt oordeel Kamer, mits ik de motie zo kan interpreteren dat het daarbij gaat om een gelijkwaardige positie van de boer ten opzichte van ook andere deelnemers aan het gebiedsproces. Het moet niet om een status aparte voor de boer gaan. Want gelijkwaardigheid komt natuurlijk wel van twee kanten, zeg ik dan maar.

De voorzitter:
Ik zie de heer Boswijk knikken.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Dat zag ik inderdaad ook. De motie op stuk nr. 106 gaat over de wettelijke verankering. Die motie krijgt oordeel Kamer, mits ik "de eerste helft van 2023" wel zo kan uitleggen dat het daarbij gaat om het moment dat wij het wetsvoorstel bij de Kamer indienen. Dat is namelijk het deel waar ik invloed op heb.

De voorzitter:
Ik zie dat de indiener nu ook knikt.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
De motie op stuk nr. 110 moet ik ontraden, want starten met vrijwilligheid is nu eenmaal het uitgangspunt van onze gebiedsgerichte aanpak. Maar een dwingender instrumentarium kan wel degelijk nodig zijn. Juist in rode gebieden, waar de staat van de natuur echt onder druk staat, werken we ook met wat scherpere deadlines, waarbij we regie overnemen als de doelen niet in zicht zijn. Dat maakt deze aanpak echt wel anders dan bij wat mevrouw Ouwehand "het riedeltje van hiervoor" noemde. De doelen zijn onontkoombaar. En we hebben echt deadlines en pakken regie als de doelen niet in zicht zijn in rode natuurgebieden. Maar het coalitieakkoord gaat uit van onteigenen als allerlaatste stap. Daarbij is het helder welke middelen we hebben.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand wil interrumperen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou daar best vertrouwen in willen stellen, en ik zie ook dat het kabinet stappen zet die het vorige kabinet nog niet zette, maar de vraag is natuurlijk: kunnen we garanderen dat de natuurcrisis wordt gekeerd? Ik denk dat de minister voor Natuur en Stikstof wel een risico neemt met "we zetten dit pas als laatste instrument in". De waarschuwingen van de mensen die tot nu toe altijd gelijk kregen bij de rechter over de juridische houdbaarheid van de aanpak zijn ook nu weer dat het risicovol is om die geitenpaadjes te zoeken, om dat toch maar de hele tijd zo te doen met die sector. Dus kan de minister hier garanderen dat zij de natuurcrisis weet te keren en de biodiversiteitsdoelen gewoon gaat halen?

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Geitenpaadjes zijn voor het juridische verhaal niet wenselijk. Ik hoop ook te laten zien dat die tijd echt voorbij is. We kunnen weer tot robuuste vergunningverlening overgaan op het moment dat we de doelen onontkoombaar hebben vastgeklikt, uiterlijk 1 juli 2023. Gaan we de natuurcrisis keren? Ik doe er alles aan, met een onontkoombare aanpak en nu met quickscans op basis waarvan we de richtinggevende doelen meegeven aan de provincies. Ik wil wel de ruimte geven aan alle gebieden en alle boeren om met een plan van aanpak te komen, om daarna echt aan de slag te gaan, met name in de natuurgebieden die echt rood kleuren en onder druk staan. Daar hoort een heldere deadline bij, want we hebben niet heel lang de tijd om te "gebiedsprocessen". Juist in die gebieden ga ik daarom werken met een stevige deadline, ook om de regie over te nemen op het moment dat het in het gebied niet lukt of de doelen niet in zicht zijn. Daarmee is het onontkoombaar en heb ik voldoende instrumentarium om in te kunnen grijpen als de doelen niet in zicht zijn.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 115 over quickscans in een databank. Die moet ik ontraden, want de quickscans die we nu maken, zijn de eerste indicatie van de stand van de natuur, en vormen de basis voor de richtinggevende doelen richting de provincie. Maar verdere verdieping is nodig voordat we de resultaten in een databank kunnen zetten, en ook de ecologische autoriteit hierin echt een rol kunnen geven. Wat wél kan, is werken met een databank nadat de definitieve natuurdoelanalyses zijn vastgesteld. Dat is wat ik de indiener nog zou kunnen meegeven.

De motie op stuk nr. 116 over agroforestry krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 117 van de PVV moet ik ontraden. Ik voel echt mee met de urgentie over het legaliseren van PAS-melders, maar het kan alleen binnen de wettelijke kaders. Allemaal legaliseren binnen zes maanden is gewoon niet mogelijk.

De motie op stuk nr. 118 krijgt oordeel Kamer, mits ik het uitdaagrecht als volgt mag interpreteren. Ik deel de gekozen lijn van de indieners van de motie: niet de middelen, maar de doelen centraal. De gebiedsgerichte aanpak is in de kern eigenlijk ook een beetje gestoeld op het uitdaagrecht, want ondernemers, overheden en andere betrokken partijen krijgen volop de ruimte om met oplossingen te komen die passen bij de opgave van het gebied. Maar die doelstellingen moeten wel onontkoombaar zijn. Dus als ik de intentie van de motie zo mag interpreteren, dan geef ik haar oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ik kijk even met een schuin oog naar de indiener, de heer Van Campen van de VVD.

De heer Van Campen (VVD):
Ja, dat mag. In de gebiedsgerichte aanpak staan de doelen centraal en het is logisch dat de minister daarop wijst, maar daarbij hecht ik er ook wel aan dat ondernemers zelf in staat worden gesteld om met voorstellen te komen om die doelen te behalen. Wij hebben daar verschillende voorbeelden van genoemd, maar denk bijvoorbeeld ook aan het in eigendom houden van bepaalde huiskavels en grond. Denk aan de afspraken die je maakt in die gebieden, mits uiteraard dienstbaar aan de doelstellingen en doelen die nodig zijn in dat gebied. Dus ja, dat mag, maar dan met de kanttekening dat dit ook wel echt de intentie is van onze motie, dat wij dit met de motie bedoelen.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Het mag gewoon niet ten koste gaan van de onontkoombare doelen. Ik deel de lijn dat wij gaan over het "wat" en dat het vooral aan de gebiedsgerichte aanpak en de provincies is om het "hoe" in te kleuren, als we de doelen maar halen.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 120 moet ik ontraden. Mijn beleid op basis van het coalitieakkoord richt zich erop dat ketenpartijen een bijdrage leveren aan verduurzaming van de landbouw én de positie van de boer.

De motie op stuk nr. 121 vraagt om een eerlijke bijdrage van de industrie. In de huidige vorm moet ik de motie ontraden, maar ik zou kunnen suggereren de motie aan te houden of de volgende toezegging te doen, maar daarvoor kijk ik ook even naar de indiener, mevrouw Bromet. Evenredigheid is het uitgangspunt, maar de invulling is nog te bezien. Excuus, ik kijk naar mevrouw Bromet, maar de motie is mede ingediend door de heer Thijssen. De gedachte is sympathiek. Dat meen ik oprecht. ik wil het ook echt gaan verkennen, maar ik wil dit wel ook bespreken met collega's Jetten en Adriaansens. Ik zeg dus toe dat ik het wil verkennen in overleg met de collega's van EZK en Klimaat en Energie. Anders moet ik de indieners vragen om de motie aan te houden.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Thijssen.

De heer Thijssen (PvdA):
Nou, toch even proberen. Collega Adriaansens is bezig een afsprakenkader te maken voor de maatwerkafspraken met de industrie. Dat gaat vooral over CO2-reductie, maar zij moet dan toch ook zorgen voor de benodigde stikstofreductie. Dus de minister moet toch, voordat dat afsprakenkader er ligt, aangeven: hé, dit zijn de doelen die de industrie moet halen voor wat betreft stikstofreductie? Die brief ligt er over een maand. Dit is dus toch niet alleen bestuderen, maar de minister moet toch nu aan minister Adriaansens duidelijk maken: dit heb ik van je nodig?

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Daar ben ik al mee bezig. Ik heb vanmorgen nog met collega Staghouwer en met de heer Jetten over dit onderwerp gesproken. Dat heb ik ook met collega Adriaansens gedaan. Dat gesprek wordt dus gevoerd, maar ik wil heel even kijken hoe dit zich verhoudt. Daarom verzoek ik de indiener om de motie of aan te houden, of ik doe de toezegging dat ik dit echt volop verken; maar dat gaat iets verder dan het dictum. Dat is dus de mogelijkheid die ik kan bieden.

De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de heer Thijssen of hij wil ingaan op de suggesties van de minister, of dat hij zegt: ik laat het zoals het is.

De heer Thijssen (PvdA):
Ik denk dat ik het zo laat, maar ik denk daar even over na.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Dan de motie op stuk nr. 122.

De voorzitter:
Er is nog een vraag van mevrouw Van der Plas over de vorige motie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind het eerlijk gezegd wel een hele goede motie van de heer Thijssen en mevrouw Bromet. Er ligt namelijk ook nog een aangenomen motie van mij met het verzoek aan het kabinet om een plan van aanpak te ontwikkelen om de daadwerkelijke emissies van industriële bedrijven in beeld te krijgen en de Kamer daar nog voor de zomer over te informeren. Dat lijkt me dus aardig mooi aansluiten op deze motie. Ik was daarvan eigenlijk nog benieuwd hoe het daarmee staat en of daar vorderingen in zijn. Dat hoeft nu niet beantwoord te worden, maar misschien kan dat schriftelijk nog beantwoord worden.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Die komt gewoon voor de zomer richting Kamer. Het lijkt me dat ik daarover niet apart iets hoef toe te sturen.

De motie op stuk nr. 123 moet ik ontraden. Ik heb natuurlijk veel sympathie voor het versnellen. Daarvoor heb ik ook uitvraag gedaan aan de provincies, maar de inzet is om dit via de gebiedsgerichte aanpak en op basis van vrijwilligheid uit te voeren.

De motie op stuk nr. 124 moet ik ontraden. Ik ben het eens met het feit dat het inzetten van latente ruimte serieuze aandacht vraagt. Ik verken nu dan ook met andere rijkspartijen en vooral met de provincies wat de negatieve gevolgen kunnen zijn van ongewenste ingebruikname van latente ruimte en op welke manieren we dit kunnen beperken. Ik heb ook tijdens het commissiedebat gezegd dat we daarmee bijvoorbeeld ook naar de geldigheidsduur van vergunningen kijken, naar strengere beoordelingscriteria voor het inzetten van de ruimte voor nieuwe vergunningen et cetera. Maar ik kom voor de zomer met een aanpak richting uw Kamer. Het op dit moment ongericht innemen, vernietigen of laten vervallen van alle latente ruimte … Ik werk aan een aanpak die ongewenste inzet zo snel mogelijk beperkt.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
De motie vraagt om een regeling, dus de motie zegt niet: ga het nu zo en zo doen. Volgens mij is dat wat de minister omschrijft als wat ze gaat doen ook ongeveer, of eigenlijk precies, wat in de motie staat. Ik zou me dus ook kunnen voorstellen dat de minister zegt: oordeel Kamer.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
De motie vraagt om zo snel mogelijk met een regeling te komen waarmee latente emissieruimte wordt ingenomen. Juist op dat punt ben ik op dit moment in overleg met de provincies, want dit is een balansvraagstuk. Zomaar alle latente ruimte innemen heeft heel veel impact. Tegelijkertijd willen we de latente ruimte niet inzetten vanuit lege situaties, waarmee we eigenlijk weer stikstof toevoegen en de natuur verslechteren. Dat is een balansvraagstuk, want we gunnen ondernemers ook enige ondernemingsruimte, bijvoorbeeld als je een vergunning hebt voor 100 koeien op stal en je er 90 hebt staan. Dan gaat het bruut intrekken van die laatste tien weer te ver. Dit is dus een balansvraagstuk. Op dit moment ben ik in gesprek met de provincies om hier een antwoord op te geven om een aanpak te vormen voor de ongewenste latente ruimte. Daarmee kom ik voor de zomer. Daar loopt dit echt op vooruit, want dit zegt al gewoon: alle latente emissieruimte innemen.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik ben ongeduldig en dat is ook niet gek na het aanzien van tientallen jaren beleid dat de verkeerde kant opgaat. Latente ruimte kan zorgen voor een groei van de stikstofuitstoot, terwijl we al zo verschrikkelijk ons best doen om die uitstoot te verminderen. Maar goed, ik wacht het af, maar ik word er wel een beetje moedeloos van.

De voorzitter:
Even om na te gaan of ik u goed begrijp: wacht u het af in die zin dat u de motie aanhoudt?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik ga er even over nadenken.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat ik het punt van mevrouw Bromet deel dat er iets moet worden gedaan aan met name de ongewenste latente ruimte die stikstof toevoegt en de natuur verslechtert. Nogmaals, voor de zomer kom ik met een aanpak.

De motie op stuk nr. 125 moet ik ontraden, omdat ik niet op voorhand middelen kan toekennen. De inzet per gebied bepaalt de bijdrage vanuit het Transitiefonds aan maatregelen. Dat bepaalt ook de benodigde inzet voor middelen voor stalinnovaties. We hebben nu de richtinggevende doelen. Op basis daarvan komen de provincies met een aanpak terug. Als uit die aanpak dan blijkt dat er in bepaalde gebieden meer geld nodig is, bijvoorbeeld voor innovaties, dan is dat gewoon mogelijk. Maar dan doen we het wel in de juiste volgorde. We gaan niet eerst middelen toedelen en dan pas de aanpak bepalen, maar er is volop ruimte binnen het transitiefonds om een innovatie in te zetten waar het kansrijk is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat vind ik toch raar, want de minister heeft zelf een bedrijf bezocht waar een van dit soort systemen bewezen succesvol is en heeft daar ook de loftrompet over gestoken. Het staat vast dat daar tot 70% wordt gereduceerd. Dan zou ik als minister toch zeggen: "Hier hebben we echt een supergoed wondermiddel. We moeten kijken of we dat op andere bedrijven kunnen inzetten." Als je dat nu weer bij de provincies gaat neerleggen en gaat kijken of het daar kan of nodig is … Het is gewoon een bewezen — ik weet niet of ik het goed zeg — stikstofreduceerder. Waarom zou je daar niet meer geld voor uittrekken?

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Er is ook geen enkel probleem. Alle mogelijkheden voor dit soort bewezen technische innovaties zijn aanwezig vanuit de gebiedsgerichte aanpak. De sporen in het fonds zijn indicatief. Ik heb tijdens de commissievergadering meerdere malen herhaald dat ik uitsluitend op de doelen stuur. Dat is het stikstofreductiedoel, het natuurhersteldoel, het klimaatdoel en de Kaderrichtlijn Water. Dat zijn de vier doelen waar ik op stuur. Als uit de gebiedsgerichte aanpak blijkt dat de stalinnovaties — mevrouw Van der Plas weet hoe ik daarover denk en dat ik daar positief over ben — de doelen onontkoombaar halen, dan is er geen enkel probleem in financiële zin. Alleen, deze motie vraagt om het al aan de voorkant te regelen. Ik zeg: nee, we hebben een gebiedsgerichte aanpak en die is gericht op de doelen. De uitkomst daarvan kan zijn dat er meer geld naar innovaties gaat. Het zit echt in de volgordelijkheid, want in de kern en op de inhoud zijn we het met elkaar eens.

De voorzitter:
Dat is mooi om te horen. Dan gaat mevrouw Van der Plas bezig met een wijziging van de motie. Ik zie de heer Van Campen. Kort.

De heer Van Campen (VVD):
Ik vond het een sympathieke motie van mevrouw Van der Plas. Maar eigenlijk zegt de minister hier dat de onderverdeling van de middelen op dit moment nog helemaal niet is vastgesteld, dat het indicatief is, dat er ruimte is om te bewegen en dat de oplossingen in de gebiedsgerichte aanpak daarbij leidend zijn. Heb ik de minister zo goed verstaan?

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Ja, we zijn op dit moment bezig met het vaststellen van de criteria. We hebben de uitgangspunten in de hoofdlijnenbrief gezet. De doelen worden onontkoombaar vastgesteld. Ik heb ook gezegd dat ik vooral op de doelen stuur. Die doelen moeten onontkoombaar worden gehaald. Als innovatie een van de instrumenten is om de doelen te halen, dan is dat zo. Dat komt dan uit de gebiedsgerichte aanpak. Kan ik op voorhand al zeggen dat we zoveel geld gaan besteden aan extensivering, zoveel aan innovatie, zoveel aan stoppers en zoveel aan blijvers? Nee, dat is een gevolg van de gebiedsgerichte aanpak en van de plannen waarmee de provincies terug gaan komen op basis van de richtinggevende doelen. Dat was de motie op stuk nr. 125.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 126. Die moet ik ook ontraden. Dat zit 'm ook een beetje in de volgordelijkheid. Het te ontvangen budget van de provincies is afhankelijk van de opgaven en de te behalen doelen. We hebben nu de richtinggevende doelen. De provincies komen terug met een plan. Op basis daarvan beslissen we hoeveel middelen er naar die gebieden gaan. Dat toetsen we natuurlijk op het doelbereik. Mits de provincies de doelen halen en binnen budget en planning blijven, krijgen ze volop de ruimte in hoe ze de middelen besteden. Dat is helemaal naar eigen inzicht. Wij zitten op het "wat", de provincies zitten op het "hoe". Alleen, of ik nu op voorhand al wil zeggen dat de provincies een budget krijgen en ze dat helemaal naar eigen inzicht kunnen doen ... Nee, want ik wil absoluut de toets hebben dat we dat doelbereik richting onontkoombaarheid hebben.

Dan hebben we de motie op stuk nr. 127.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Ik zag uw blik, voorzitter, dus ik zal het kort houden. Toch even over deze uitleg: als die technieken nog niet zijn toegelaten, hoe gaat u dan vaststellen dat die technieken onontkoombaar bijdragen aan die doelen?

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 126 zegt: de vrijheid te geven om het budget voor stikstofreductie naar eigen inzicht in te zetten. Ik ontraad deze motie, omdat ik zeg: het is afhankelijk van de omvang en de te halen doelen. Die doelen moeten onontkoombaar zijn. Daarbij zijn bewezen technieken sowieso een uitgangspunt voor wat betreft innovatie.

De voorzitter:
Tot slot, de heer De Groot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
We komen er nog wel een keer over te spreken, denk ik, maar kunt u met die blik ook nog eens naar die allerlaatste motie, die op stuk nr. 130 kijken? Want die sorteert wel degelijk voor op emissiereducerende maatregelen. Ik ben heel benieuwd wat de minister zegt.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Ik ook.

Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 127, over het per direct gratis openstellen voor iedereen. Die motie moet ik ontraden. Er wordt gewerkt aan openstelling zonder kosten voor iedereen. Dit is echter pas per 2024 mogelijk. Dat heb ik ook aangegeven in het commissiedebat. Naar aanleiding van de motie-Schalk uit de Eerste Kamer zijn data die nodig zijn voor stikstofgerelateerde vergunningaanvragen op dit moment al gratis toegankelijk.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het klopt dat de minister zei: per 1 januari 2024. Maar ik vond het een beetje raar, want ik snap het niet. Waarom kan het niet direct? Het is nog best wel een tijd. Het duurt bijna twee jaar voordat dat kan.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Dit heeft met middelen te maken en het heeft technische redenen.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kan de minister daar iets duidelijker over zijn? Het heeft met middelen te maken en het heeft technische redenen. Volgens mij kun je gewoon het formulier voor het moeten betalen van de website halen.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Nee, want er worden ook kosten gemaakt. Dus dit heeft financiële complicaties. Dat is de reden dat het per 1 januari 2024 kan. En het heeft technische redenen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wil ik daar wel graag wat meer duidelijkheid over. Dus mijn vraag aan de minister is of ze in een brief kan expliciteren wat daar dan precies de redenen voor zijn, want dit is een beetje te vaag voor mij.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Vanzelfsprekend. Nogmaals, de stikstofgerelateerde vergunningaanvragen zijn op dit moment gewoon gratis toegankelijk.

De motie op stuk nr. 129 moet ik ontraden. Ik deel de door iedereen hier zwaar gevoelde urgentie om de melders zo spoedig mogelijk te legaliseren. Waar het mogelijk is, zetten we de ruimte uit de ontwikkelreserve ook in voor de meldingen. Maar ik moet me ook aan de wettelijke kaders houden. Het is niet mogelijk om dit jaar nog een ADC-toets uit te voeren en het opkopen buiten regelingen om te doen. In het legalisatieprogramma staat dat we eens per jaar aan uw Kamer rapporteren en dat zullen we ook gewoon doen. En via de versnellingsaanpak zoeken we echt met alle creativiteit naar mogelijkheden om meldingen zo snel mogelijk te legaliseren, ook buiten de huidige opkoopregelingen.

De heer Bisschop (SGP):
Wettelijk geregeld is dat volgend jaar een cruciaal jaar is. Wij weten allen dat het hele programma zwaar achterloopt en dat straks niet aan die wettelijke verplichting door de overheid voldaan kan worden. Daarom is deze motie van belang, om vaart erachter te zetten. Dit moet opgelost worden.

Laat ik er nog één ding aan toevoegen, en dat is een soort hartenkreet: als het kabinet het op prijs stelt om het vertrouwen van de sector terug te winnen, dan ligt de sleutel om dat vertrouwen terug te winnen in de oplossing voor de PAS-melders, de niet-melders en alle anderen die buiten hun schuld in de problemen zijn gekomen. Ik zou de minister dus met klem willen verzoeken om eens met die bril op naar deze motie te kijken en de motie te beschouwen als echt een krachtige steun in de rug om stappen te zetten. Er moet wat gebeuren, anders loopt het gierend uit de hand.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Vertrouwen win je terug zonder valse hoop te geven. Een ADC-toets duurt jaren. Dat gaat over algemeen belang, en bij PAS-melders speelt een individueel belang. Het heeft te maken met het krijgen van goedkeuring uit de EU en het uitvoeren van compensatie. We doen er alles aan om te versnellen, alles, ook buiten de huidige opkoopregelingen. We hebben het programma meteen in februari gepubliceerd. De eerste vergunningen zijn verleend. Ik doe er alles aan wat in mijn mogelijkheden ligt om dit te versnellen, vanuit een gedeelde zorg. Maar ik wil ook wel benoemen dat een ADC-toets gewoon niet kan. Dan kunnen we net doen alsof dit misschien een kans is, maar we weten al dat het geen optie is. En dat heeft ook met vertrouwen te maken. Daar moeten we eerlijk over zijn.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Onze overtuiging is dat, als het gaat over het algemene belang en wij de voedselzekerheid in ogenschouw nemen, een ADC-toets op dat punt wel degelijk kans van slagen heeft. Het is alleen nog niet geprobeerd. Dat ben ik met u eens. Maar lees die motie dan als volgt: hoe het ook zal gaan gebeuren, linksom of rechtsom moet dit binnen de wettelijke gestelde termijnen geregeld zijn. Dat is de enige manier om het vertrouwen van die sector terug te krijgen. Dat moet dan inderdaad juridisch vast zijn, maar focus daarop en, zou ik zeggen, doe er alles aan om dat voor elkaar te krijgen.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Bij dezen die toezegging, maar ik zou bijna zeggen: bedankt voor de steun voor het beleid waar we op inzetten. We zetten maximaal in naar ons beste kunnen, maar we hebben wel met additionaliteit te maken. Niet in ieder gebied kunnen we legaliseren, omdat we gewoon met een additionaliteitstoets zitten en aan moeten kunnen tonen wat de effecten zijn op de natuur. Het is een ingewikkelde knoop waar we in zitten en we doen er met elkaar alles aan om daar uit te komen. Daar gaat deze aanpak, ook geschetst vanuit de hoofdlijnenbrief, bij helpen.

Dan heb ik tot slot nog twee dingen.

Het eerste is de motie op stuk nr. 130. Hoe ga ik dit charmant oplossen? Ik wou eigenlijk zeggen: excuses voor de verwarring en ik kom hier per brief op terug. Dat is mijn charmante oplossing, maar het klopt dat ik misschien een andere appreciatie heb. Wij komen hier dus per brief op terug. Is dat een charmante oplossing?

De voorzitter:
Dan kijk ik wel even de heer Bisschop aan, want dan moet die brief er in ieder geval zijn voor de stemmingen.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Absoluut. Daar gaan wij voor zorgen.

De voorzitter:
Nou, meneer Bisschop, daar gaat het oordeel Kamer dan, in ieder geval voor nu. Dan moeten we eens even kijken wat eruit komt.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Laten we de brief maar even afwachten.

Ik heb tot slot nog iets, voorzitter. Ik weet dat de tijd doortikt, maar dit moet mij wel van het hart. Dat meen ik echt serieus. We hebben uitvoerig gedebatteerd over de hoofdlijnenbrief. Ik ben begonnen met het danken van de Kamer voor het constructieve debat daarover. We zijn met grote snelheid en onder grote druk bezig met het uitwerken van deze hoofdlijnenbrief: de acties die hier allemaal uit volgen, de aanpak voor de zomer ten aanzien van de toestemmingsverlening, de instellingswet, het optuigen van de regieorganisatie et cetera, et cetera, et cetera. Er liggen na de hoofdlijnenbrief en het debat 221 schriftelijke vragen, te beantwoorden voor 13 mei aanstaande.

Voorzitter. Het recht van informatie is een ontzettend groot goed, echt waar. Maar veel vragen gaan over onderwerpen die al beantwoord zijn, die tijdens het debat besproken zijn of die later in het proces behandeld gaan worden. Maar én het tempo én de versnelling die ook door uw Kamer continu gevraagd worden — en terecht — waarmee we werken aan het oplossen van de stikstofcrisis én tegelijkertijd deze hoeveelheid vragen, 221 binnen een aantal werkdagen, is simpelweg een te zeer uitdagende opgave en uitdaging voor onze organisatie. Dat moet mij echt van het hart. Dat is bijna niet meer te doen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit tweeminutendebat Hoofdlijnendebat LNV.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Dinsdag 10 mei zullen we hierover stemmen. Ik schors kort de vergadering om daarna door te gaan naar het volgende tweeminutendebat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Landbouw- en Visserijraad 21 maart 2022

Landbouw- en Visserijraad 21 maart 2022

Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad 21 maart 2022 (CD d.d. 15/03).

De voorzitter:
Wij gaan door met het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad van 21 maart 2022. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zit er al. Ik geef als eerste het woord aan de heer Thijssen van de PvdA.

De heer Thijssen (PvdA):
Dank u, voorzitter. We hebben het in dit debat veel gehad over de situatie in Oekraïne en welke gevolgen die heeft voor de wereldwijde voedselvoorziening. Volgens mij ligt hier een belangrijke verantwoordelijkheid en ook een belangrijke mogelijkheid voor Nederland om bij te dragen aan het voorkomen van een mondiale voedselcrisis. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat men in grote delen van de wereld geen voedselzekerheid heeft;

overwegende dat Nederland een belangrijke positie heeft binnen de mondiale voedselvoorziening en daarmee ook een grote verantwoordelijkheid draagt, mede gelet op de universele verklaring over de uitbanning van honger en ondervoeding;

overwegende dat de Nederlandse landbouwsector direct of indirect meer kan bijdragen aan de mondiale voedselzekerheid;

verzoekt de regering om te verkennen hoe de Nederlandse landbouwsector meer direct of indirect kan bijdragen aan de mondiale voedselzekerheid in 2022, in samenhang met de Nederlandse Eiwitstrategie, en dit binnen vier weken te delen met de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Bromet.

Zij krijgt nr. 1411 (21501-32).

Mijn vraag is wel: heeft u dit bedoeld voor het tweeminutendebat Landbouw, klimaat en voedsel, dat we straks hebben? We hebben nu namelijk aan de orde het debat over de Landbouw- en Visserijraad van 21 maart 2022. Klopt dat?

De heer Thijssen (PvdA):
Het kan allebei.

De voorzitter:
Check.

De heer Thijssen (PvdA):
Het kan allebei, maar het punt is wel dat er bij de Landbouw- en Visserijraad veel wordt gepraat over Oekraïne en de graanimport en -export, dus ik vond dit een mooie plek.

De voorzitter:
Prima. Dan doen we het zo. Dan geef ik het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Bij de Landbouw- en Visserijraad is er inderdaad gesproken over Oekraïne. Hongersnood dreigt voor tientallen miljoenen mensen, waarschuwen de Verenigde Naties, niet alleen door de klimaatcrisis maar ook door de snel stijgende voedselprijzen door de vreselijke oorlog in Oekraïne. En toch blijven we in Europa meer dan de helft van de graanproductie voeren aan koeien, varkens en andere dieren in de vee-industrie. En toch blijven we meer dan 60% van het Europese akkerland inzetten voor de productie van veevoer. En zolang er in Nederland 600 miljoen dieren per jaar worden gefokt, gebruikt en gedood, legt ook onze veehouderij een groot beslag op de wereldvoorraad van plantaardige eiwitten, en op landbouwgronden binnen en buiten Europa, terwijl we allang weten dat de grootste voedselverspiller het maag-darmkanaal van dieren is. De veehouderij is geen voedselproducent maar een voedselverspiller. Dat was al onverantwoord, maar is nu in het licht van de dreigende en groeiende voedselcrisis simpelweg immoreel. Ik heb een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de oorlog in Oekraïne leidt tot stijgende voedselprijzen met als gevolg dat in delen van de wereld ernstige hongersnood dreigt;

constaterende dat ruim de helft van de Europese granen en peulvruchten als veevoer wordt gevoerd aan koeien, varkens en andere dieren in de vee-industrie;

constaterende dat het IPCC berekende dat dieren 95% minder eiwitten "opleveren" dan wat ze aan eiwitten is gevoerd;

verzoekt de regering in Europa te pleiten voor het versneld inkrimpen van de veehouderij en voor een navenante afname van de consumptie van dierlijke eiwitten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.

Zij krijgt nr. 1412 (21501-32).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, tot slot. In het vorige debat hoorde ik twee keer zeggen: als je niet aan tafel zit, dan sta je op het menu. Ik moest er toch wel aan denken dat dat het droeve lot van de dieren verklaart. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Van Campen van de VVD.

De heer Van Campen (VVD):
Dank u, voorzitter. Al sinds februari is het mestseizoen begonnen en werken boeren, hun families en hun medewerkers aan het vruchtbaar maken van de grond, om ervoor te zorgen dat er voldoende gewassen op de akkers staan om hun brood mee te verdienen en om ons van goed voedsel te voorzien. Maar we moeten constateren dat er, ook al is het nu april, nog steeds geen duidelijkheid bestaat over de derogatie, de mogelijkheid voor boeren om meer mest te mogen uitrijden dan andere landen, conform de wet- en regelgeving die de Europese Unie ons voorschrijft. Het is april. Ik denk dat het tijd is om ons daar zorgen over te maken, omdat het allerminst zeker is dat wij die derogatie gaan verkrijgen. En omdat de VVD het van groot belang vindt dat we die derogatie krijgen, op zo'n manier dat het werkbaar is voor de sector, dienen wij de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat boeren al sinds februari mest mogen uitrijden;

constaterende dat het desondanks allerminst zeker is dat Nederland voor het lopende jaar en de komende jaren zicht heeft op derogatie van de EU-Nitraatrichtlijn om onder voorwaarden meer dierlijke mest te mogen uitrijden;

constaterende dat Nederland reeds met het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn en het addendum voor agrarische bedrijven ingrijpende concessies heeft gedaan aan Brussel om derogatie te verkrijgen;

van mening dat niet middelvoorschriften maar doelvoorschriften leidend zouden moeten zijn bij het voldoen aan internationaal juridische afspraken zoals de Nitraatrichtlijn;

verzoekt de regering de Kamer op korte termijn te informeren over de vernietigende gevolgen van mogelijk derogatieverlies;

verzoekt de regering daarbij met een voor de landbouwpraktijk uitvoerbaar voorstel te komen om opnieuw derogatie te verkrijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Campen, Boswijk, Bisschop, Grinwis en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1413 (21501-32).

De heer Van Campen (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Voedselzekerheid gaat over betaalbaarheid, over beschikbaarheid, maar ook over verspilling. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat wereldwijd betaalbare voedselzekerheid onder druk staat door de Russische inval in Oekraïne;

overwegende dat in Europa tot 30% van ons voedsel verspild wordt;

overwegende dat de Farm to Fork-strategie inzet op halvering van voedselverspilling bij de detailhandel;

overwegende dat "slechts" 5% van de voedselverspilling plaatsvindt in de supermarkt, maar 42% van de voedselverspilling plaatsvindt in huishoudens, en 39% van de voedselverspilling eerder in de keten bij producenten, fabrieken, productverpakkers en tussenhandelaren;

verzoekt de regering in Europa voor te stellen de ambitie voor halvering van voedselverspilling in de Farm to Fork-strategie uit te breiden naar de volledige voedselketen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Boswijk.

Zij krijgt nr. 1414 (21501-32).

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Van der Plas van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Een paar moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie groen licht gegeven heeft om staatssteun uit het Europees Visserijfonds, per bedrijf €35.000, aan de visserij in Nederland te geven;

overwegende dat de tegemoetkoming door het verdwijnen van de pulsvisserij en de gestegen energiekosten noodzakelijk is om de vissersvloot voor een verdere financiële catastrofe te behoeden;

verzoekt de regering gebruik te maken van de mogelijkheid Nederlandse vissers via het Europese Visserijfonds staatssteun ter hoogte van €35.000 per bedrijf toe te kennen, zoals ook bijvoorbeeld Frankrijk doet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1415 (21501-32).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet de import van soja wil terugdringen en dat insecten als hoogwaardige eiwitbron zeer geschikt zijn als vervanger in veevoer;

overwegende dat insecten relatief eenvoudig op eigen mest op de boerderij kunnen worden gekweekt, dit zeer circulair is en boeren een nieuw verdienmodel kan opleveren;

verzoekt het kabinet om op zo kort mogelijke termijn een pilot te starten voor de kweek van larven op gehygiëniseerde mest op een boerderij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1416 (21501-32).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet de import van soja terug wil dringen en dat insecten als hoogwaardige eiwitbron zeer geschikt zijn als vervanger in veevoer;

overwegende dat insecten direct op de boerderij gekweekt kunnen worden en dit bijdraagt aan kringlooplandbouw;

overwegende dat wetgeving het benutten van insecten als veevoer belemmert;

verzoekt het kabinet om in beeld te brengen hoe belemmeringen in wetgeving om insecten als veevoer te kunnen gebruiken weggenomen kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1417 (21501-32).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor de uitvoering van bijvoorbeeld de Farm to Fork-doelen certificering nodig is;

constaterende dat er reeds bestaande marktinitiatieven zijn die duurzaamheidsstreefdoelen certificeren;

verzoekt de regering zo veel als mogelijk gebruik te maken van bestaande certificeringsschema's en daar bij aan te sluiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1418 (21501-32).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft zeven minuten nodig om de moties zo meteen van een oordeel te kunnen voorzien.

De vergadering wordt van 22.24 uur tot 22.32 uur geschorst.

De voorzitter:
We gaan weer verder. Ik geef de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de heer Staghouwer, het woord om de moties van een appreciatie te voorzien.

Minister Staghouwer:
Dank, voorzitter. Ik wil beginnen met de motie op stuk nr. 1411 over de bijdrage aan voedselzekerheid in samenhang met de eiwittransitie. Verzocht wordt om binnen vier weken de uitkomst te delen met de Kamer. Daar zit wel een beetje mijn probleem. Ik wil best de WUR vragen om een scan te doen, maar dat kan gewoon niet binnen vier weken. Ik kan niet toezeggen dat dat binnen vier weken naar de Kamer komt. Dus als ik van de Kamer de ruimte krijg om dat zo snel mogelijk te laten doen, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Anders moet ik deze motie ontraden.

De heer Thijssen (PvdA):
Dat snap ik. Ik wil daar ook wel aan tegemoetkomen. Echter, we kennen deze crisis en de waarschuwing dat er een voedselcrisis wereldwijd aankomt, sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Er verscheen vorige week een vernietigend rapport van Oxfam waarin staat dat honderden miljoenen mensen in extreme armoede vervallen, met het risico dat ze ook meer honger krijgen. Dus wat kan de minister dan wel toezeggen? Wanneer kan er een plan zijn hoe Nederland kan bijdragen aan het zo veel mogelijk voorkomen van een voedselcrisis in 2022?

Minister Staghouwer:
Ik zei dat ik de WUR een scan wil laten maken. Ik heb al in eerdere debatten gezegd dat ik mij natuurlijk ook zorgen maak over de wereldwijde voedselzekerheid. Ik heb gezegd dat er voor Nederland op dit moment geen probleem is, maar dat ik mijn ogen zeker niet sluit voor de problemen die in met name het Midden-Oosten en Afrika ontstaan, vooral ook door de hoge prijzen die nu betaald worden voor graan en de effecten die dat met zich meebrengt. Waar ik mogelijkheden heb — en dat doe ik ook in Brussel — pleit ik er ook voor om daar op een goede manier in Europees verband over na te denken. We hebben echt te maken met een risico en moeten daar oplossingen voor creëren. Ik kan alleen maar toezeggen deze motie uit te voeren, als ik ruimte krijg van de heer Thijssen.

De voorzitter:
De minister heeft aangegeven dat het dan "z.s.m." zou zijn. Ik kijk even naar de heer Thijssen.

De heer Thijssen (PvdA):
Is dat dan zes of acht weken? Kan de minister daar iets over zeggen?

Minister Staghouwer:
Dan moet ik even overleggen. Ik wil uw Kamer best informeren over wat de tijdspanne is, maar ik kan op dit moment zeker niet toezeggen dat het binnen vier weken gebeurt. Maar ik laat zo snel mogelijk een oordeel vellen.

De heer Thijssen (PvdA):
Kunt u dan vóór 10 mei laten weten wanneer "z.s.m." is? Zullen we dat afspreken?

Minister Staghouwer:
Ja, hoor. Dat kan. Dat is geen probleem.

Mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren verzoekt de regering in de motie op stuk nr. 1412 om zich in Europa in te zetten voor het versneld inkrimpen van de veehouderij en een afname van de consumptie van dierlijke eiwitten. De krimp van de veestapel is niet een doel op zich. We kijken in Nederland naar de doelen rond stikstof en allerlei andere zaken die naar beneden gebracht zouden moeten worden. Daar kan ik in Europa dan niet zo voor pleiten. Ik ontraad dus deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 1413 van de heer Van Campen en de zorg over de derogatie. De zorg van de heer Van Campen is ook de zorg ik heb. Ik heb al een aantal keren laten weten dat de gesprekken in Brussel nog niet het beoogde resultaat hebben. Ik zei ook al eerder dat het geen gelopen race is. Wij zijn richting de Europese Unie de vragende partij. Dat betekent dat wij geen eisen kunnen stellen. Het is aan ons om aan te tonen dat Nederland voldoet aan de normen van de waterkwaliteit. We moeten staan voor de maatregelen die we hebben afgesproken in het zevende actieprogramma en het addendum. Tegelijkertijd moeten we er wel voor zorgen dat het voor de boeren mogelijk en doenlijk is. Het is een delicaat proces. Ik hoop ook dat ik begrip krijg van uw Kamer dat dit een delicaat proces is. Ik begrijp heel goed waar uw motie op doelt: dat u duidelijkheid wilt en dat u stappen gezet wilt zien. Ik zeg u toe dat ik u een brief stuur. Die zal op korte termijn naar de Kamer worden gestuurd. Daarom stel ik voor om deze motie oordeel Kamer te geven.

De voorzitter:
Dan hebben we een interruptie van iemand die niet onder de motie staat, mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik heb een heel kort vraagje. Ik heb vandaag gehoord dat een collega van de minister, de heer Harbers, heeft gezegd dat de Kaderrichtlijn Water-doelen niet gehaald worden in 2027. Ik zou eigenlijk willen dat dat wordt meegenomen in de brief, alsmede de gevolgen die dat heeft voor de onderhandelingen over de derogatie.

Minister Staghouwer:
Dat kan ik zeker toezeggen.

Mevrouw de voorzitter. De motie op stuk nr. 1414 gaat over de voedselverspilling, en de zorgen daarover van de heer Grinwis. Die kan ik oordeel Kamer geven. Het is ook de richting van het kabinet: bewuster omgaan met eten, het waarderen van ons voedsel en een aanpak van de voedselverspilling. In Nederland zetten we dan ook in op de ketenbrede aanpak, dus dit kan daarbij helpen.

Dan de motie op stuk nr. 1415 van mevrouw Van der Plas van de BoerBurgerBeweging over de subsidie van €35.000 die in Frankrijk wordt gegeven. Wanneer komt de minister hiermee over de brug? Ik ben op dit moment aan het nadenken hoe wij zo goed mogelijk de financiële mogelijkheden die wij daarvoor hebben, kunnen inzetten. Ik ben daarover ook in overleg met de vissers. Ik kan daar op dit moment nog niets van zeggen. Daarom ontraad ik deze motie.

Dan de motie met het verzoek om de belemmeringen in beeld te brengen ten aanzien van het gebruik van insecten als veevoer. Dat is de motie op stuk nr. 1417, voorzitter. Daar zou ik graag eerst even op reageren en daarna op de motie op stuk nr. 1416, want in die volgorde heb ik daar ook voor gepleit in de Europese Commissie. Ik heb in de vorige LNV-Raad opgeroepen om de belemmeringen weg te nemen die er zijn ten aanzien van het gebruik van insecten voor veevoer. Als ik dit als ondersteuning zie van dat ingezette beleid, kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

Dan de motie op stuk nr. 1416. Daar zit wel een probleem, want er wordt mij opgeroepen om nu een pilot te starten met de kweek van larven op mest. Ik heb daar echt de Europese Unie voor nodig. Ik kan daar niet zomaar zelf over beslissen. Deze motie is dus ontraden: eerst de Europese Commissie en dan pas hiermee aan de gang.

Dan naar de laatste motie, de motie op stuk nr. 1418. Die verzoekt de regering om zo veel als mogelijk gebruik te maken van de bestaande certificeringschema's rond de Farm to Fork-doelen. Als ik de motie kan interpreteren als "zo veel als mogelijk" kan ik haar oordeel Kamer geven, maar daarvoor kijk ik even naar mevrouw Van der Plas.

De voorzitter:
Dat staat ook in het verzoek: zo veel als mogelijk gebruik te maken.

Minister Staghouwer:
Oordeel Kamer.

Dat was het.

De voorzitter:
Dank.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ook over deze moties gaan wij op 10 mei stemmen. Daarmee is dit tweeminutendebat aan een einde gekomen.

Landbouw, klimaat en voedsel

Landbouw, klimaat en voedsel

Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw, klimaat en voedsel (CD d.d. 30/03).

De voorzitter:
We gaan door naar het volgende tweeminutendebat, weer met de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de heer Staghouwer. Dit debat gaat over landbouw, klimaat en voedsel, naar aanleiding van het commissiedebat van 30 maart. Ik geef allereerst het woord aan de heer Edgar Mulder van de PVV.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Minister Staghouwer liet de Kamer in maart weten dat hij bezig was met het invoeren van een belasting op het eten van vlees. Toen de minister daarover in het debat van 30 maart vragen kreeg, nam hij opeens wat gas terug. Het was slechts een onderzoekje. We hadden het verkeerd begrepen. Het was een verkenninkje. Al met al was het wat onduidelijk. Wat was nu waar? Daarna kwam er een interview met Elsevier Weekblad, waarin de minister zegt: het gaat mij er slechts om dat er een reële prijs wordt bepaald. Gelijktijdig zegt hij dat hij vindt dat de consumenten nu relatief weinig van hun inkomen besteden aan voedsel. Dat stelt niet gerust. De minister zegt verder dat zo'n onderzoek ook kan leiden tot de conclusie dat er geen belasting op vlees moet worden geheven. Dat klinkt wel aardig, maar het betekent natuurlijk ook dat de uitkomst kan zijn dat er wél een vleesbelasting moet komen. Hoe je het ook draait of keert, onzekerheid alom. Duidelijkheid is geboden, ook gezien de uitspraken van mijn vrienden van VVD en CDA, die gelijk lieten weten tegen een vleestaks te zijn. Om die duidelijkheid te krijgen, dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering geen vleestaks in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Edgar Mulder en Kops.

Zij krijgt nr. 131 (35925-XIV).

De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veehouders hun dieren vervroegd naar de slacht dreigen af te voeren omdat de prijzen voor veevoer door de oorlog in Oekraïne snel zijn gestegen en ze het te duur vinden om de dieren in leven te houden;

spreekt uit dat het immoreel zou zijn om dieren te fokken en ze vervolgens geen eten meer te geven omdat dit ofwel te duur, ofwel onvoldoende beschikbaar is;

verzoekt de regering over te gaan tot het versneld inkrimpen van de veehouderij en zich in te zetten voor een navenante afname van de consumptie van dierlijke eiwitten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.

Zij krijgt nr. 132 (35925-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de glastuinbouw verantwoordelijk is voor 9% van het Nederlandse aardgasgebruik en dat het sierteeltaandeel bovendien geen bijdrage levert aan de voedselzekerheid;

constaterende dat Nederland als gevolg van de import van gas jaarlijks miljarden overmaakt aan Rusland en daarmee bijdraagt aan de oorlogskas van Poetin;

constaterende dat het kabinet zo snel mogelijk onafhankelijk wil worden van Russisch gas;

verzoekt de regering een afbouwpad voor de glastuinbouwsector op te stellen en omschakeling naar voedselproductie in onverwarmde kassen te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand.

Zij krijgt nr. 133 (35925-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer De Groot van D66.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dank u, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over kringloopwaardig veevoer.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat we als Nederland en Europa onze afhankelijkheid van de import van veevoer moeten aanpakken;

overwegende dat kringlooplandbouw erop inzet om dieren zo veel mogelijk te voeren met eiwitten die mensen niet kunnen of willen eten;

verzoekt het kabinet om een heldere doelstelling met ingroei naar kringloopwaardig veevoer te verwerken in de eiwitstrategie, en over de voortgang ten minste jaarlijks te rapporteren aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tjeerd de Groot.

Zij krijgt nr. 134 (35925-XIV).

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dan een motie over geïntegreerde gewasbescherming. Ik zal eerst de motie voorlezen en 'm dan nog wat toelichten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet inzet op geïntegreerde gewasbescherming;

overwegende dat de aanpak in het kader van de reductie van het gebruik van antibiotica succesvol is geweest;

overwegende dat de impact op milieu omlaag kan en dat hiervoor ook praktische instrumenten op bedrijfsniveau in ontwikkeling zijn;

verzoekt de regering om samen met de sector, analoog aan deze aanpak, tot onafhankelijke registratie te komen van het gebruik van gewasbescherming en de milieu-impact van het gebruik in het teeltplan, en vanuit daar een benchmark te ontwikkelen voor individuele telers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tjeerd de Groot en Boswijk.

Zij krijgt nr. 135 (35925-XIV).

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Ter toelichting van de laatste motie nog het volgende. Eigenlijk is de antibioticareductie een succesverhaal geweest, om twee redenen. De eerste is dat veehouders inzicht kregen in hun eigen gebruik, de dagdosering. Ze konden het met elkaar vergelijken. Hoe doe ik het nou ten opzichte van vergelijkbare bedrijven? De tweede is dat er een centrale registratie kwam van hoeveel antibiotica en welke middelen er nu worden gebruikt. Het is voor telers eigenlijk een sport geworden om omlaag te gaan. Analoog hieraan wordt voorgesteld om dat ook met geïntegreerde gewasbescherming te doen. We willen allemaal omlaag, maar het ontbreekt ons aan de instrumenten. Hiermee geven we telers dus de instrumenten om hun vakmanschap ten opzichte van vergelijkbare bedrijven te laten zien en te ontwikkelen.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Van Haga namens de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter, ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er 25 miljard euro is uitgetrokken voor het stikstoffonds;

overwegende dat er bedrijven op omvallen staan door de coronamaatregelen, de stijgende energieprijzen en schaarste van grondstoffen;

verzoekt de regering om een deel van het stikstoffonds aan te wenden voor de compensatie van ondernemers in de landbouwsector voor hun stijgende lasten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 136 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de plannen voor biologische landbouw, kringlooplandbouw en extensieve landbouw resulteren in een lagere voedselproductie;

overwegende dat de voedselzekerheid in het geding is en de prijzen blijven stijgen;

verzoekt de regering om de uitvoering van verduurzamingsplannen voor de landbouwsector en de stikstofregels per direct stop te zetten en te onderbreken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 137 (35925-XIV).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
En dan de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet van plan is boeren te onteigenen wanneer boeren niet vrijwillig besluiten te verplaatsen of te stoppen;

overwegende dat onze boeren essentieel zijn voor de voedselzekerheid;

verzoekt de regering om de voornemens om boeren te onteigenen niet door te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 138 (35925-XIV).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
U heeft nog een interruptie van de heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ja, voor wat extra spreektijd voor collega Van Haga. Het gaat over zijn tweede motie. Daarin vroeg de heer Van Haga volgens mij om alle verduurzamingsplannen direct stil te zetten. Als de heer Van Haga met mij naar het Westland zou reizen en aan tuinders zou vragen "zou je op dit moment liever op aardgas draaien of toch op aardwarmte?", wat zou die tuinder dan tegen de heer Van Haga zeggen?

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Dat weet ik eigenlijk niet. Kijk, ik ben helemaal niet tegen verduurzaming, maar ik ben wel tegen verduurzaming als die op een manier gebeurt waarbij er niet wordt gekeken naar wat de meest optimale oplossing is. En ik ben ervan overtuigd dat het kabinet dat met dit regeerakkoord niet doet. Ik denk dat het ook afhangt van de toepassing. Om het te verplaatsen naar huizen: als je al een bestaande infrastructuur hebt en die op gas draait, dan denk ik dat dat in dat geval beter is. Maar ik kan me ook voorstellen dat het, als je op een gegeven moment tien kerncentrales erbij gaat bouwen, handiger wordt om alles te elektrificeren. Het hangt er dus helemaal vanaf. Het is geen makkelijke vraag, denk ik.

De voorzitter:
Tot slot de heer Grinwis.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Maar dan is het toch niet verstandig om je categorisch bij voorbaat af te zetten tegen verduurzamingsplannen, terwijl heel veel nog moet worden ingevuld? Deze minister heeft toegezegd om volgens mij nog deze maand met een aanpak te komen om naast de tuinders in de glastuinbouw te gaan staan en ze te helpen om naar de toekomst toe te verduurzamen, hun bedrijf weer gezond te krijgen, zowel qua afstappen van het gas als het verduurzamen van de warmtevoorziening als elektrificatie. Dat zijn stappen waar tuinders zelf ook om vragen. Ik geef u in ieder geval even in overweging om deze motie misschien nog wat te nuanceren, want het is echt niet zo zwart-wit als voor of tegen zulke plannen. Er zijn heel veel tuinders die denken: als die warmteprijs nou eens wordt ontkoppeld van de aardgasprijs, dan zit er best wel brood in om van dat dure aardgas af te gaan en naar aardwarmte en elektrificatie toe te gaan.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Maar dat gaat uit van een aantal vooronderstellingen, namelijk dat het goed is om van het aardgas af te gaan. Ik heb al eerder hier betoogd, ik heb moties ingediend, ik heb zelfs een debat aangevraagd en we hebben een petitie gestart om bijvoorbeeld de stupide beslissing terug te draaien om van het Groningse gas af te gaan. Als we dat inderdaad zouden terugdraaien en we zouden die 600 miljard kuub gewoon winnen voor eigen gebruik, dan zou dat op heel veel gronden een verbetering zijn. Het zou ook voor de tuinders beter zijn. Dan krijg je dus een totaal andere situatie. Omdat er keuzes worden gemaakt door dit kabinet waar BVNL zich inderdaad niet achter kan scharen, krijg je een ander soort oplossingen dan de ChristenUnie wil.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Van Campen van de VVD.

De heer Van Campen (VVD):
Voorzitter, dank u wel. De vleestaks: hij kwam al eerder voorbij. Als u het aan mij en mijn fractie vraagt, is dat echt een onzalig plan. We hebben in dit coalitieakkoord afgesproken dat we wel gaan kijken hoe ook de consument een bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de landbouwsector. De minister kan inderdaad de onderzoeken doen die het kabinet van belang acht, maar wat onze fractie betreft is zo'n vleestaks echt een brug te ver, zoals ik ook al eerder heb aangegeven.

Ik heb ook het interview met de minister in Elsevier gelezen. Daarin geeft hij aan dat hij een verkenning doet naar een mix van instrumenten, waaronder een vleestaks, maar ook dat hij verkeerd is begrepen en dat zijn onderzoeksopdracht door Kamerfracties en in de media in een verkeerd daglicht is gesteld. Het maakt mij niet uit hoe we bij het resultaat uitkomen, als het maar helder is. De minister stelt dat het erom gaat dat het een reële prijs is die betaald wordt voor vlees. Ik zou de minister hier nogmaals willen vragen naar een bevestiging. Hoe breed is dat onderzoek? Hoe gaat die onderzoeksopdracht eruitzien? Wordt daarbij rekening gehouden met de betaalbaarheid van voedsel? Kan hij hierbij nogmaals bevestigen dat ook het niet doorgaan of niet voorstellen van een vleestaks een mogelijke uitkomst kan zijn van het onderzoek dat hij gaat doen?

De heer Edgar Mulder (PVV):
Hoor ik hier een appreciatie van de motie van de PVV om geen vleestaks in te voeren?

De heer Van Campen (VVD):
De appreciatie van moties is aan het kabinet. Daar maak ik geen deel van uit. Ik ga luisteren naar de beantwoording van de minister en ga mij dan beraden en mijn fractie adviseren. Zo doen we dat hier volgens mij.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dan laat ik het woord "appreciatie" weg. Maar klopt het dat de motie die de PVV vanavond indient voor de volle honderd procent overeenkomt met wat u hier net naar voren heeft gebracht?

De heer Van Campen (VVD):
Zo klinkt het wel, maar ik ga ook luisteren naar de argumenten van de minister. Daar wil ik het op dit moment even bij laten.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Maar dan zou het toch ook kunnen dat uit dat onderzoek blijkt dat het buitengewoon verstandig is om een vleestaks in te voeren?

De heer Van Campen (VVD):
In dat geval ga ik wel meedenken in de lijn van het dictum van de heer Mulder. Hij constateerde dat van een invoering in deze periode geen sprake kan zijn. Dat komt heel dicht bij de advisering aan mijn fractie op dit punt.

De voorzitter:
Dank. Dan ga ik naar de volgende spreker, de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de overheid in het streven naar goede waterkwaliteit, uitbreiding van biodiversiteit en verbinden van natuurgebieden soms akkers verschraalt en omzet naar nieuwe natuur;

overwegende dat Nederlandse inheemse flora en fauna in de ontwikkeling van het Nederlandse landschap samen is opgekomen met akkerbouw bij het telen van diverse en oude gewassen;

overwegende dat derhalve bij eeuwenoude akkers een betere verduurzamingsstrategie gevonden kan worden in het extensief telen van historische gewassen met veel diversiteit;

overwegende dat hiermee ook de cultuurhistorische aspecten van het Nederlandse landschap gerespecteerd worden;

verzoekt de regering in overleg met provincies te treden over het vinden van een duurzaam alternatief voor de verschraling van akkers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Boswijk, Tjeerd de Groot en Van Campen.

Zij krijgt nr. 139 (35925-XIV).

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Deze motie is onder andere opgekomen naar aanleiding van bezoeken en ritjes door het land, waarbij je te vaak een afgegraven akker, zwarte aarde ziet, daar soms wel meer dan 1.000 jaar ontwikkeld. Dat is dan natuur. Dat is niet het beeld dat de indieners hebben van hoe het zou moeten. Heel veel oude akkergrond zal op een innovatievere, extensievere manier kunnen worden omgevormd en een buffer kunnen zijn tussen intensief geteelde aarde en natuurgebieden. Daarom deze motie.

De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Thijssen van de PvdA.

De heer Thijssen (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben het natuurlijk veel over stikstof en over hoe we ervoor moeten zorgen dat de natuur zich kan herstellen, maar er is nog een andere heel belangrijke doelstelling, namelijk die van klimaat. Bijna 20% van de broeikasgassen komt vanuit de landbouwsector en ook dat moet gereduceerd worden. De afgelopen vier, vijf jaar heeft deze coalitie de klimaatdoelen voor de landbouw niet gehaald. Nu kijken we natuurlijk reikhalzend uit naar hoe het de komende jaren wel gehaald zal worden, want de ambities zijn verhoogd en de minister wil er nu echt vaart mee maken. Maar we missen natuurlijk de brief. De brief gaat komen. Mijn fractie kijkt er reikhalzend naar uit hoe de klimaatdoelen daarin gehaald worden.

Ik moet hier wel bij zeggen dat de eerste 100 dagen van het kabinet zijn geweest, de wittebroodsweken zijn voorbij. Dus we kijken echt uit naar de brief met daarin hoe we het echt voor elkaar gaan krijgen, hoe de doelen echt gehaald gaan worden en hoe we niet weer plannen en onderzoeken doen en zaken naar voren schuiven, maar hoe we nu echt de boel gaan fixen.

Ik heb geen motie dit keer, maar wel een vraag aan de minister. Minister Jetten, coördinerend minister voor Klimaat, wil van alle vakministers voor 1 mei horen hoe ze hun stukje van de klimaatdoelen gaan halen. Maar als ik het goed begrijp, gaat de minister pas na 1 mei iets opsturen en opleveren. Klopt mijn conclusie dat we de deadline voor de volgende Klimaat- en Energieverkenningen die het Planbureau voor de Leefomgeving voor ons maakt, niet gaan halen, dat we dus pas in september 2023 weten of we in de buurt komen van de doelen van dit kabinet en dat we dus eigenlijk weer een jaar verliezen?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan mevrouw Bromet van GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onze glastuinbouw merendeels nog gastuinbouw is en in belangrijke mate bijdraagt aan de klimaatverandering en onze afhankelijkheid van Russisch gas;

constaterende dat het energiegebruik in de g(l)astuinbouw niet is afgenomen maar in sommige recente jaren zelfs is toegenomen;

overwegende de oorlog en de klimaatcrisis, en dat het telen van siergewassen niet het gebruik van aardgas rechtvaardigt;

verzoekt de regering om zeer spoedig met regelingen te komen die het gebruik van aardgas en andere fossiele energie voor de sierteelt verbiedt of anderszins zeer sterk beperkt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet.

Zij krijgt nr. 140 (35925-XIV).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dit is een motie die heel erg lijkt op die van de Partij voor de Dieren. Ook staat er een spelfout in. Excuses daarvoor. Als Neerlandica: er moet een t'je bij. Maar we gaan haar samenvoegen met die van de Partij voor de Dieren.

De tweede motie gaat over satellietmetingen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat draagvlak voor effectief milieubeleid gebaat is bij een groot vertrouwen in metingen en berekeningen van emissie, distributie en depositie van stikstof, ammoniak, CO2, methaan en andere stoffen;

overwegende dat nieuwe technieken zoals metingen met satellieten kunnen bijdragen aan een nauwkeuriger beeld;

verzoekt de regering om de mogelijkheden van metingen met satellieten toe te passen in aanvulling op de bestaande technieken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en Thijssen.

Zij krijgt nr. 141 (35925-XIV).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Het verzoek aan de minister is om dit zeker te bespreken met zijn collega voor Natuur en Stikstof.

De voorzitter:
Dank. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat niet bekend is wat de gevolgen van voorgenomen beleid zijn voor de voedselproductie in Nederland;

overwegende dat juiste beleidskeuzes alleen gemaakt kunnen worden als mogelijke gevolgen in beeld zijn;

verzoekt de regering om voor het zomerreces in beeld te brengen hoeveel opbrengstverlies de maatregelen in het addendum op het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn, het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn zelf, het GLB, de Biodiversiteitsstrategie, de Bossenstrategie, Farm to Fork en Fit for 55 tot gevolg zullen hebben voor de binnenlandse voedselproductie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Van Haga.

Zij krijgt nr. 142 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat agrarische ondernemers de eerste en grootste klappen van klimaatverandering krijgen;

overwegende dat schades door wateroverlast of extreme droogte vaker zullen zorgen voor grote financiële tegenslagen, waar niet altijd een schadevergoeding tegenover staat of tegen te verzekeren is;

constaterende dat de Kamer in 2020 een motie aannam om een fiscale klimaatreserve te onderzoeken;

constaterende dat het rapport naar aanleiding van deze motie bevestigt dat dit een waardevol instrument is en de financiële weerbaarheid van agrarische ondernemers kan versterken;

verzoekt de regering, nu het rapport er ligt, om werk te maken van het instellen van deze fiscale klimaat- en calamiteitenreserve,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Van Haga.

Zij krijgt nr. 143 (35925-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor het halen van klimaatdoelen ook in de landbouw stappen gezet moeten worden;

constaterende dat innovaties kunnen bijdragen aan het behalen van klimaatdoelen en dat klimaatmaatregelen vanuit de klimaatenvelop betaald zouden moeten worden;

overwegende dat de minister van Klimaat voor klimaatinnovaties in de landbouw verwijst naar het stikstofbudget, waar slechts 1 miljard is gelabeld innovatie;

verzoekt de regering in het klimaatbudget minimaal 1 miljard euro vrij te maken voor innovaties in de landbouw die bijdragen aan klimaatdoelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Van Haga.

Zij krijgt nr. 144 (35925-XIV).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik had nog even één vraag en die gaat over die €35.000. Dat is ook in dit debat besproken. Dat is geld dat beschikbaar kwam na de brexit en het verlies van visquota. Dat geld is gewoon geoormerkt. Ik heb begrepen dat er gesprekken zijn, maar dat het geld dan naar de sanering gaat. Dat betekent dat vissers die doorgaan dus helemaal niks uit het Europees Visserijfonds krijgen. Daar wou ik nog graag wat verduidelijking over van de minister.

De voorzitter:
Dank. Dan ga ik naar de heer Bisschop van de SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Mevrouw de voorzitter, dank u wel. Ik beperk mij tot het indienen van een tweetal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het bedrijfsleven kritisch is over de Nederlandse uitwerking van de nieuwe Europese verordening voor de biologische productie en etikettering van biologische producten, en wijst op dubbele controles, winkeliers die biologische producten uit de verkoop halen en een toename van het gebruik van verpakkingen;

overwegende dat verschillende andere lidstaten lijken te kiezen voor een minder stringente uitwerking van de verordening met minder intensieve inspecties en een steekproefsgewijze benadering;

verzoekt de regering bij de uitwerking van de genoemde verordening de administratieve lasten zo veel mogelijk te beperken, averechtse effecten zo veel mogelijk te voorkomen en daarbij te kijken naar de uitwerking in genoemde lidstaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop.

Zij krijgt nr. 145 (35925-XIV).

De heer Bisschop (SGP):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering volgens het addendum voor het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn in wil zetten op brede zones met bemestingsbeperkingen bij beekdalen en op volledig grondgebonden melk- en rundveebedrijven;

overwegende dat de voorgestelde maatregelen, ook in interactie met elkaar, grote gevolgen kunnen hebben voor de continuïteit van bedrijven en voor de beschikbaarheid van organische mest voor de akkerbouw;

verzoekt de regering de gevolgen van de genoemde maatregelen voor de agrarische sector in kaart te brengen en de negatieve gevolgen bij de uitwerking van het beleid zo veel mogelijk te beperken door meer maatwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop.

Zij krijgt nr. 146 (35925-XIV).

De heer Bisschop (SGP):
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Boswijk van het CDA.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ook namens het CDA twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet wil dat het mogelijk wordt dat boeren in de buurt van kwetsbare natuur een bijdrage kunnen leveren aan Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer;

overwegende dat pachtcontracten van boeren vaak te kort zijn om echt te investeren in landschaps- en natuurbeheer;

verzoekt de regering om samen met provincies en landbouworganisaties, waaronder BoerenNatuur, een werkwijze te ontwikkelen waarbij boeren terreinbeherende organisaties kunnen ontwikkelen om gronden te beheren voor natuur, landschap en duurzame langjarige pacht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk, Van Campen, Grinwis, Tjeerd de Groot en Bisschop.

Zij krijgt nr. 147 (35925-XIV).

De heer Boswijk (CDA):
Ik heb al een paar keer gemerkt bij onder andere Natura 2000-gebieden dat boeren die als een bedreiging zien, totdat ze onderdeel van de oplossing kunnen worden en ook een aanvulling op hun verdienmodel. Dus ik geloof daar echt in. Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat we als Nederland te veel afhankelijk zijn van landen buiten ons Europese continent als het gaat om veevoer;

overwegende dat een deel van het veevoer bestaat uit eiwitten die tevens geschikt zijn voor humane consumptie;

vraagt het kabinet om samen met de sector een indicator te ontwikkelen om in de toekomst te kunnen sturen op de verhouding tussen voor humane consumptie geschikte eiwitten in veevoer, en eiwitten en reststromen die alleen geschikt zijn voor veevoer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk en Tjeerd de Groot.

Zij krijgt nr. 148 (35925-XIV).

De heer Boswijk (CDA):
Het zou heel mooi zijn als we zo'n indicator maken. Veehouders zouden moeten worden beloond als ze bijvoorbeeld reststromen uit restaurants, die nu worden weggegooid, verwaren als veevoer. Je zou eiwitten die sowieso niet geschikt zijn voor menselijke consumptie, bijvoorbeeld een soort hogere standaard kunnen geven. Daarmee zou je op zo'n manier moeten kunnen gaan werken waardoor je uiteindelijk telkens minder eiwitten gebruikt die direct geschikt zijn voor menselijke consumptie. Ik weet dat de sector daarover nadenkt. Het zou heel mooi zijn als wij die uitgestoken hand zouden kunnen aannemen.

Dat was het, voorzitter. Ik pak nu de trein naar het platteland, want ik was er niet van uitgegaan dat het zo laat zou worden.

De voorzitter:
Nee. Het heeft volgens mij niet aan mij gelegen. Maar goed. Ik schors de vergadering voor tien minuten, zodat de minister de moties van een oordeel kan voorzien. Over tien minuten komen we bij u terug.

De vergadering wordt van 23.06 uur tot 23.17 uur geschorst.

De voorzitter:
We gaan door met het debat. We zijn gekomen bij de beantwoording door het kabinet. Deze keer zal minister Staghouwer die doen.

Minister Staghouwer:
Dank, mevrouw de voorzitter. Er zijn nog twee vragen aan mij gesteld. Eerst was er een vraag over de zogenaamde vleestaks. De heer Mulder heeft die vragen natuurlijk gesteld, en ik kijk ook naar de heer Van Campen. Ik wil dit graag verduidelijken. Dit is inderdaad echt een onderzoek. We bekijken hoe we nou waarde kunnen creëren voor met name die primaire sector. Er is vorig jaar een onderzoek gedaan door mijn ambtsvoorganger. Daarin werd deze mogelijkheid geopperd. Het is slechts een verkenning. We kijken wat er mogelijk is. De uitkomst staat niet nu al vast. We gaan dus eerst een onderzoek doen. Daarover kom ik uiteraard bij u terug.

Dan ga ik naar de vraag van de Partij van de Arbeid over de klimaatdoelen. Er werd gevraagd naar de datum van 1 mei en er werd gevraagd: zijn we dan niet in 2023 met een verloren jaar bezig? Dit zijn eigenlijk vragen die collega Jetten moet beantwoorden. Wij zijn nu volop bezig met elkaar om die klimaatdoelen in briefvorm op te schrijven. Ook de glastuinbouw is daar onderdeel van. Daarover komt ook een brief naar uw Kamer. De heer Jetten is volop bezig met het klimaatprogramma. Ook dat komt in juni naar de Kamer toe. Er wordt dus heel hard gewerkt. Nee, 2023 is dus geen verloren jaar. Wij zullen aan de gang gaan met wat kan.

De voorzitter:
Ik hoop dat de heer Thijssen deze antwoorden op de vragen die hij heeft gesteld, heeft gehoord. Ik zie de heer Edgar Mulder bij de interruptiemicrofoon staan.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Klopt het dat de minister heeft gezegd — ik quoot hem, maar het staat in een blaadje, dus het kan ook anders zijn — dat hij vindt dat men in Nederland relatief weinig uitgeeft aan voedsel?

Minister Staghouwer:
Dat is volgens mij een feitelijkheid. Als je kijkt naar de besteding in Europa, dan zie je dat wij gemiddeld 8% besteden aan ons voedsel. Dat is heel wat anders dan in de ons omringende landen.

De heer Edgar Mulder (PVV):
De vervolgvraag is natuurlijk of het logisch is dat de minister het een goed idee zou vinden om dat deel wat te vergroten, bijvoorbeeld door een vleestaks in te voeren. Zou die conclusie getrokken kunnen worden uit de eerdere opmerking van de minister in dat blad?

Minister Staghouwer:
Het antwoord op die vraag is nee.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Oké, dat is mooi. Dan is het dus ook geen probleem als deze Kamer in meerderheid de motie van de PVV aanneemt om te stellen dat er geen vleestaks komt.

De voorzitter:
Dan gaan we direct door naar de appreciatie van de eerste motie, de motie op stuk nr. 131.

Minister Staghouwer:
Die heb ik voor me liggen.

De voorzitter:
Heel goed.

Minister Staghouwer:
Voorzitter. Het wordt een beetje een herhaling van zetten. Het is een onderzoek, met name waar het gaat over het verdienvermogen van de boer. Ik vind dat het mijn verantwoordelijkheid is om alles in kaart te brengen, om mij te baseren op basis van de onderzoeken die er zijn en om daaruit conclusies te trekken, samen met uw Kamer. De motie op stuk nr. 131 ontraad ik dus.

Dan de motie op stuk nr. 132 van de Partij voor de Dieren, over het inkrimpen van de veehouderij. Ik heb daar zostraks ook al iets over gezegd met betrekking tot de Europese Unie. Deze motie wordt ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 133 van mevrouw Ouwehand en mevrouw Bromet, over de glastuinbouw en de fossiele brandstoffen. We zijn de glasbouw aan het stimuleren om minder fossiele brandstoffen te gebruiken. Wat mij betreft gaat dat heel snel. We zien dat een deel van de glastuinbouw moeite heeft om de gasprijzen te betalen. Daar moet dus echt wat aan veranderen. Daar ben ik samen met mijn collega Jetten mee bezig. Maar ik ga ondernemers niet voorschrijven wat zij moeten gaan telen, want dat is echt aan de ondernemer zelf. Deze motie moet ik dus ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 134 van de heer De Groot, over een ingroeipad en een rapportage over veevoer. Het is ook een deel van het antwoord dat ik straks zal geven op de opmerking van de heer Boswijk over het aandeel van reststromen. Het is niet geschikt voor humane consumptie. Moeten we het vergroten voor veevoer? Het antwoord is ja. Het is interessant om met name de import van veevoer terug te dringen. Deze motie krijgt dus oordeel Kamer.

Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 135, over de registratie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Ik moet zeggen dat het een zeer interessante mogelijkheid is die de heer De Groot aanreikt. Ik heb daar namens het kabinet echt een positieve grondhouding op. Ik zal kijken hoe we dat kunnen inzetten. Ik stel voor dat we de motie op stuk nr. 135 aanhouden om dan het resultaat van die inspanning van het kabinet goed van een oordeel te voorzien. Ik zal u voor het commissiedebat Gewasbeschermingsmiddelen van 8 juni inlichten over hoe hiermee verder moet worden gegaan.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer De Groot om te zien of hij daarmee akkoord is.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Ik dank de minister voor de positieve grondhouding, maar dan kunnen we de motie toch ook gewoon in stemming brengen? De minister gaat kijken of dit inderdaad een uitvoerbare weg is. Mocht dat uiteindelijk niet het geval blijken, dan kunt u daar natuurlijk altijd op terugkomen, maar dan kunnen we de motie ook in stemming brengen.

Minister Staghouwer:
Dat is aan uw oordeel. Ik laat het ook bij u, maar ik geef aan wat mijn stappen zijn. Ik denk dat ik daarmee ook voldoe aan uw oproep en met name aangeef dat ik dit als een interessante mogelijkheid zie. Daar wil ik later op terugkomen. Vandaar.

De voorzitter:
Voor mijn helderheid: mochten de heer De Groot en de heer Boswijk de motie niet aanhouden, wat is dan uw oordeel?

Minister Staghouwer:
Dan ... Ik moet eerst wat onderzoek kunnen doen, alvorens ik hier een antwoord op kan geven. Als dat mij niet gegeven wordt, kan ik niet anders dan de motie ontraden.

De voorzitter:
Helder.

Minister Staghouwer:
Namens het kabinet ontraad ik de motie op stuk nr. 136 van de heer Van Haga. De motie op stuk nr. 137 ontraad ik ook, evenals de motie op stuk nr. 138.

De motie op stuk nr. 139 van de heer Grinwis gaat over de inheemse flora en fauna, de eeuwenoude akkers. Ik wil graag met de provincies in gesprek over hoe zij hiernaar kijken. Dat is dus een toezegging. Dat past natuurlijk ook heel goed in de gebiedsgerichte aanpak. Ik geef deze motie dus oordeel Kamer, met de toezegging dat ik samen met mijn collega Christianne van der Wal dit zeker mee zal nemen.

De motie op stuk nr. 141 van mevrouw Bromet en de heer Thijssen over de satellietmetingen vraagt om de mogelijkheden te onderzoeken, aanvullend op de bestaande technieken. Ik zal in overleg treden met mijn collega voor Stikstof; dat werd ook gevraagd. Het kan oordeel Kamer zijn als ik het zo kan uitleggen dat de bedoeling is om onderzoek te doen naar het toepassen van de satellietmetingen.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Thijssen. Dit gaat over de motie op stuk nr. 141; we gaan straks terug naar de motie op stuk nr. 140. Ik weet niet of hij al kan aangeven of de motie zo mag worden geïnterpreteerd. Ik zie dat hij daarover moet overleggen. Dan is het handig dat jullie daarop terugkomen, zodat de collega's weten of het oordeel kan worden gevolgd of dat de motie ontraden moet worden. Volgens mij was de motie op stuk nr. 140 overgeslagen.

Minister Staghouwer:
Die motie had ik ontraden. Nee, ik mis de motie op stuk nr. 140; u hebt gelijk, mevrouw de voorzitter. Die motie moet ik nog even van een oordeel voorzien.

De voorzitter:
Dan komen we daar aan het eind op terug. Dan gaan we nu gewoon door.

Minister Staghouwer:
Ja. Dan de motie op stuk nr. … O, dat is de motie op stuk nr. 140. Die gaat over de sierteelt en de glastuinbouw. Ik heb van mevrouw Bromet gehoord dat zij zich aansloot bij de motie van de Partij voor de Dieren. Vandaar dat ik die moties in één keer van een appreciatie heb voorzien.

Dan de motie op stuk nr. 142 van mevrouw Van der Plas over de voedselproductie in Nederland. Ook die motie ontraad ik uw Kamer.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 143. Ook deze motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 144 gaat over het klimaatbudget van 1 miljard oormerken voor landbouw. Er is nog een gesprek gaande over de afbakening van de verschillende fondsen, dus dat kunnen wij niet zomaar hier toezeggen. Dus deze motie ontraad ik.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil graag weten van de minister waarom de moties op stukken nrs. 142 en 143 worden ontraden, want daar is verder geen onderbouwing voor gegeven.

Minister Staghouwer:
De motie op stuk nr. 142 is ontraden, want wij hebben een robuust voedselsysteem. Er zijn geen voedseltekorten. Uiteraard blijf ik me ervoor inzetten in Europees verband om meer voedselzekerheid te krijgen. Dus dat is het argument en daarom is deze motie ontraden.

De motie op stuk nr. 143 is ontraden, want het fiscale voordeel is beperkt en slechts voor een kleine groep ondernemers.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dan kom ik toch eerst nog even op de motie op stuk nr. 142. De minister zegt: er is een robuust voedselsysteem en we hoeven het niet te onderzoeken. Maar met alle dingen die hier worden opgenoemd, wordt heel veel landbouwgrond uit productie genomen. Het lijkt mij best zaak om dan te onderzoeken wat op langere termijn het gevolg is van het weghalen van zo veel landbouwgrond. Dan heb ik het nog niet eens over woningbouw en zonneparken en noem alles maar op. Alleen al op basis van deze strategieën of onderwerpen verliezen we een hele hoop landbouwgrond. Dan vind ik het raar dat de minister van Landbouw niet wil onderzoeken wat voor gevolgen dat heeft voor de binnenlandse voedselproductie.

Minister Staghouwer:
Mijn antwoord is niet anders dan het antwoord dat ik net heb gegeven. Het Nederlandse voedselsysteem is niet in gevaar. Het kabinet ziet geen meerwaarde in een onderzoek naar de zaken die hier in de motie worden voorgesteld.

De voorzitter:
U komt gewoon niet bij elkaar op dit punt, merk ik. Mevrouw Van der Plas, tot slot.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Sterker nog, ik vind het echt belachelijk dat het niet onderzocht wordt, maar goed, dat is het oordeel van de minister.

Dan kom ik nog wel even op de motie op stuk nr. 143. Er is in 2020 een motie aangenomen om die fiscale klimaatreserve te onderzoeken. Daaruit is een rapport gekomen. Dat zegt dat dit een goed instrument is, ook voor de financiële weerbaarheid van agrarische ondernemers. Dat lijkt mij hartstikke goed en hartstikke prima, zeker in deze tijd waarin er heel veel financiële onzekerheid is. Dan vind ik het raar dat daar geen werk van gemaakt wordt. Ik hoorde zostraks een minister zeggen: ik baseer mij op onderzoeken bij de vleestaks. Hier is een onderzoek gedaan dat zegt dat het een goed instrument is, en dan wordt het van tafel geveegd en doen we er niks mee.

Minister Staghouwer:
Volgens mij heb ik dat niet gezegd. Ik heb gezegd dat het voordeel slechts beperkt is tot een kleine groep ondernemers, dus vandaar.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn laatste vraag, inderdaad. Een kleine groep ondernemers is ook een groep ondernemers. We willen toch zo veel mogelijk ondernemers behouden? Dat is wat ik hier steeds hoor. Sterker nog, ik hoor alleen maar: we moeten meer boeren hebben.

Minister Staghouwer:
Ja, wij komen niet bij elkaar, mevrouw Van der Plas, zeg ik via mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Nee, inderdaad. Ik wil u vragen om door te gaan met de appreciatie.

Minister Staghouwer:
Ik heb er nog vier te gaan. De motie op stuk nr. 145 van de SGP over de biologischeproductenverordening kan ik oordeel Kamer geven, mits die de volgende interpretatie krijgt. Ik kan de gevolgen van de genoemde maatregelen voor de agrarische sector in kaart brengen binnen de verplichtingen die direct voortvloeien uit de Europese verordening, en de negatieve gevolgen bij de uitwerking van het beleid zo veel mogelijk beperken door meer maatwerk. Want ik zal me wel aan de Europese verordening moeten houden.

De heer Bisschop (SGP):
Met die interpretatie kan ik op zich leven, maar ik wil er wel nadrukkelijk bij vragen: wil de minister ook eens kijken hoe in andere landen de implementatie plaatsvindt? Wij weten namelijk allemaal dat het ene land ruimhartiger interpreteert dan Nederland weleens doet. Als dat erbij kan, dan ben ik akkoord.

Minister Staghouwer:
Dat kan ik toezeggen.

Dan de motie op stuk nr. 146 over het zevende actieprogramma en het mestbeleid. Ik heb in het vorige debat al een toezegging gedaan. Mijn collega Van der Wal heeft een brief toegezegd. Deze motie ontraad ik dus.

Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 147 over de agrarische terreinbeherende organisaties. Het is een interessant voorstel vanuit de heren Boswijk, Van Campen, Grinwis, De Groot en Bisschop. Wij gaan dat verkennen als u ons toestaat. Natuurlijk neem ik dan ook mijn collega Christianne van der Wal daarin mee. We moeten goed kijken wat precies werkbaar is. U weet ook dat de collectieven stevig actief zijn in het landelijk gebied. Ik ga het met een positieve grondhouding bespreken met mijn collega. Ik laat de motie dus aan het oordeel van de Kamer over.

Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 148 over het ingroeipad en de rapportage over veevoer. Dat is de laatste motie. Het is een interessant voorstel dat in deze motie wordt neergelegd. Ik wil me daar zeker voor inzetten. Ik ben laatst bij ForFarmers geweest, dat ook bezig is met dit soort reststromen. Ik moet zeggen dat mij dat zeer goed lijkt voor minder voedselverspilling. Het zal ook onderdeel zijn van de landbouwnotitie die ik begin juni naar uw Kamer stuur. Ik geef deze motie dus oordeel Kamer.

Dat was het, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van der Plas nog voor haar laatste opmerking van de avond, hoop ik. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Of ik heb het even gemist, maar ik heb nog wat verduidelijking aan de minister gevraagd over dat Europees Visserijfonds. Hij zei in het vorige debat dat daar gesprekken over zijn. Misschien kan de minister dat nog even toelichten.

Minister Staghouwer:
Ja. U legde met name de link met de brexitfinanciering en de mogelijkheden voor uitkoop en innovatie. Ik ben nu bezig om na te denken hoe we de pot geld die beschikbaar is voor de visserij, op een goede manier kunnen inzetten. Ik heb daar het antwoord nog niet op. Ik kan het antwoord op dit moment niet geven. Ik ben aan het nadenken. Ik ben in gesprek met de sector. Ik zie ook de noodzaak die de sector bij mij aangeeft. Dat is alles wat ik op dit moment kan zeggen.

De voorzitter:
Mag ik voorstellen dat u daar op een later moment op terugkomt en de Kamer daarover informeert?

Minister Staghouwer:
Zeker. Op het moment dat duidelijk is welke kant het op gaat, stuur ik natuurlijk een brief naar de Kamer met de reactie van het kabinet op hoe dat geld besteed gaat worden.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Van der Plas of dat akkoord is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is op zich prima, maar ik wil wel opmerken dat dat geld in het Europees Visserijfonds beschikbaar is gekomen na de brexit, omdat er dan quotumverlies was. Daarvoor is het geld geoormerkt geweest. Het is dus niet zomaar geld dat vrij is gekomen om vissers te compenseren voor de energiekosten. Dat geld was er al. Dat zit al in een fonds. Dat is al geoormerkt.

De voorzitter:
De minister knikt. Ik zie tot slot de heer Thijssen.

De heer Thijssen (PvdA):
Laten we proberen om de motie op stuk nr. 141 te fiksen. Dan kunnen we allemaal naar huis. Bromet en ik proberen hierin namelijk te zeggen dat er op dit moment modellen en allerlei metingen zijn om het milieubeleid mee te bepalen. Wij zijn van mening dat satellieten daar een belangrijke aanvulling op kunnen zijn. We verzoeken daarom of u de mogelijkheden van die metingen en het meenemen daarvan in het milieubeleid wilt onderzoeken en dat we het dan ook gaan doen als het kan. Zeggen we dan hetzelfde? Want dan heeft de motie dus oordeel Kamer.

Minister Staghouwer:
Ik kan toezeggen dat ik dat onderzoek graag wil doen. Ik wil dan eerst dat onderzoek afwachten naar de vraag of het inderdaad werkbaar is. Vanuit daar kijken we dan of we het in kunnen voeren. Eerst moeten we onderzoeken en dan pas implementeren. We hebben eerst dat onderzoek nodig naar de vraag of het inderdaad toereikend en passend is. Dat wil ik zeker toezeggen.

De voorzitter:
Gaat de heer Thijssen akkoord met die uitleg?

De heer Thijssen (PvdA):
Ik denk het wel maar het is een motie van mevrouw Bromet, dus ik ga het toch nog even checken.

De voorzitter:
U gaat het nog even checken. Dan horen de collega's dat later. Hiermee zijn we aan het eind gekomen van de beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik dank de minister, de Kamerleden, de Griffie, de bodes, de politie en de beveiliging. We gaan op 10 mei stemmen over de ingediende moties. En voor nu goedenacht.

Sluiting

Sluiting 23.39 uur.