Plenair verslag Tweede Kamer, 38e vergadering
Dinsdag 18 januari 2022

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    23:12 uur
  • Status
    Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Bergkamp

Aanwezig zijn 132 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Azarkan, Van Baarle, Baudet, Becker, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bevers, Bikker, Bontenbal, Martin Bosma, Boswijk, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Ceder, Dassen, Tony van Dijck, Gijs van Dijk, Inge van Dijk, Jasper van Dijk, Eerdmans, El Yassini, Ellemeet, Ellian, Ephraim, Eppink, Erkens, Fritsma, Geurts, Van Ginneken, De Graaf, Van der Graaf, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Gündoğan, Den Haan, Van Haga, Hagen, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Hermans, Hijink, Van den Hil, De Hoop, Van Houwelingen, Idsinga, Jansen, Léon de Jong, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Kathmann, Van Kent, Klaver, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, De Kort, Kröger, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Madlener, Marijnissen, Markuszower, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Minhas, Van der Molen, Agnes Mulder, Edgar Mulder, De Neef, Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Palland, Paternotte, Paul, Paulusma, Piri, Van der Plas, Ploumen, Podt, Pouw-Verweij, Van Raan, Rahimi, Rajkowski, Segers, Simons, Sjoerdsma, Smals, Sneller, Van der Staaij, Stoffer, Van Strien, Tellegen, Teunissen, Thijssen, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Warmerdam, Wassenberg, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Weyenberg, Van Wijngaarden, Wilders, Van der Woude en Wuite,

en mevrouw Van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Kaag, minister van Financiën, de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken, en mevrouw Schouten, minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 18 januari 2022.

Mededelingen


Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:
Ontvangen is het bericht van de heer B. van 't Wout dat hij met ingang van 12 januari 2022 geen lid meer is van de Kamer. Ik wil de heer Van 't Wout op deze manier van harte bedanken voor zijn jarenlange inzet voor de Tweede Kamer en wens hem alle goeds voor de toekomst.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van de VVD het lid Hermans, de fractie van D66 het lid Paternotte en de fractie van het CDA het lid Pieter Heerma tot fractievoorzitter heeft gekozen. Ik hoop dat de heer Heerma er zo ook nog bij is. In ieder geval gefeliciteerd met deze benoeming.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Ik heb benoemd:

  • in de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven het lid Ellian tot lid.

In de enquêtecommissie aardgaswinning Groningen heb ik benoemd:

  • op verzoek van de fractie van de PvdA: het lid Kathmann in plaats van het lid Gijs van Dijk;
  • op verzoek van de fractie van de ChristenUnie: mevrouw Stieneke van der Graaf tot lid.

Op verzoek van de fractie van GroenLinks heb ik benoemd:

  • in de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het lid Kröger tot lid in plaats van het lid Bromet en het lid Bromet tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Kröger;
  • in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Ellemeet tot lid in plaats van het lid Bromet en het lid Bromet tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Ellemeet;
  • in de vaste commissie voor Europese Zaken het lid Ellemeet tot lid in de bestaande vacature en het lid Bromet tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Ellemeet.

Op verzoek van de fractie van JA21 heb ik benoemd:

  • in de contactgroepen Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland het lid Eppink.

Op verzoek van de fractie van de VVD heb ik benoemd:

  • in de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat het lid Van Wijngaarden tot lid in plaats van het lid Heerema en het lid Rahimi tot lid in de bestaande vacature;
  • in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Van den Hil tot lid in plaats van het lid Tielen en het lid Bevers tot lid in plaats van het lid De Neef;
  • in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Bevers tot lid in plaats van het lid Tielen;
  • in de vaste commissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het lid Haverkort tot lid in plaats van het lid Minhas;
  • in de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid het lid Valstar tot lid in plaats van het lid Tellegen en het lid Verkuijlen tot lid in de bestaande vacature;
  • in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid De Groot tot lid in de bestaande vacature, het lid Heerema tot lid in plaats van het lid De Kort en het lid Kamminga tot lid in plaats van het lid Koerhuis;
  • in de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat het lid Haverkort tot lid in plaats van het lid Heerema;
  • in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Tielen tot lid in de bestaande vacature.

Toelating lid Europees Parlement en beëdiging nieuwe leden


Toelating lid Europees Parlement en beëdiging nieuwe leden

Aan de orde is de toelating van mevrouw H.C. Rinzema als lid van het Europees Parlement en de beëdiging van de heer Bevers (VVD), de heer Bontenbal (CDA), mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie), de heer Haverkort (VVD), de heer Rahimi (VVD), de heer Verkuijlen (VVD), de heer Van Weyenberg (D66) en de heer Warmerdam (D66).

De voorzitter:
Aan de orde is de toelating van een lid van het Europees Parlement. Ik geef het woord aan mevrouw Leijten voor het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Zij heeft het heel druk gehad, want we hebben straks ook nog acht beëdigingen van Kamerleden. Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (voorzitter van de commissie):
Voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven kijkt of iemand het Nederlanderschap heeft en toegelaten kan worden tot de Tweede Kamer óf tot het Europees Parlement namens de Tweede Kamer. Daarover gaat de eerste verklaring.

De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op mevrouw H.C. Rinzema te 's-Gravenhage. De commissie is tot de conclusie gekomen dat zij terecht benoemd is verklaard tot lid van het Europees Parlement. De commissie stelt vast dat zij op grond van nationale bepalingen tot lid van het Europees Parlement kan worden toegelaten. De commissie stelt voor dit te berichten aan de Voorzitter van het Europees Parlement en aan de benoemde.

Tot slot stelt de commissie voor het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Dan geef ik opnieuw het woord aan mevrouw Leijten voor het uitbrengen van verslag, ook weer namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

Mevrouw Leijten (voorzitter van de commissie):
Voorzitter. Op het moment dat er mensen worden benoemd in het kabinet die Tweede Kamerlid waren, dan moeten die natuurlijk vervangen worden. Het is een eervolle taak voor de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven om te kijken naar nieuwe collega's. Er moet mij van het hart dat ik wel een beetje moest grinniken bij één lid, waarvoor we in een jaar voor de derde keer hebben vastgesteld dat hij Nederlander is. Hij heeft voor de derde keer binnen een jaar een uittreksel gevraagd. Maar de heer Bontenbal hebben we opnieuw goedgekeurd.

Voorzitter. Nu de officiële tekst.

De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op:

  • de benoeming van de heer H. Bevers te Leeuwarden in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van mevrouw A. de Vries;
  • de benoeming van de heer H. Bontenbal te Rotterdam in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer W.P. Hoekstra;
  • de benoeming van mevrouw S.J.F. van der Graaf te Groningen in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van mevrouw C.J. Schouten;
  • de benoeming van de heer E.A. Haverkort te Eefde in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer M.G.J. Harbers;
  • de benoeming van de heer H. Rahimi te Weesp in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer B. van 't Wout;
  • de benoeming van mevrouw F. Sahla te 's-Gravenhage in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer R.A. Jetten;
  • de benoeming van de heer R. Verkuijlen te Hilversum in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van de heer M. Rutte;
  • de benoeming van de heer S.P.R.A. van Weyenberg te 's-Gravenhage in de vaste vacature die is ontstaan door het ontslag van mevrouw S.A.M. Kaag;
  • de benoeming van de heer S. Warmerdam te Amsterdam voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag van de heer R. Raemakers.

De commissie is tot de conclusie gekomen dat de benoemde leden terecht benoemd zijn verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor hen toe te laten als lid van de Kamer. Hiertoe dienen zij wel eerst de eden of verklaringen en beloften, zoals zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal, af te leggen. Mevrouw Sahla vervulde eerder een tijdelijke vacature en is per heden vast Kamerlid. Zij hoeft niet opnieuw beëdigd te worden.

De commissie stelt u tot slot voor om de Kamer het volledige rapport in de Handelingen te laten opnemen.

De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Aan de orde is nu de beëdiging van acht nieuwe collega's. Dat doen we in twee groepen. In verband met de coronamaatregelen hebben we ervoor gekozen om de felicitaties na afloop van de eerste groep van vier wel in deze zaal te doen. Ik wil de leden vragen om de 1,5 meter daarbij in acht te nemen. Ik verzoek de leden en de overige aanwezigen in de zaal, voor zover mogelijk, te gaan staan.

De benoemde leden zijn in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven eden of verklaringen en beloften af te leggen.

Ik verzoek de Griffier hen binnen te leiden.

(De heer Bevers, de heer Bontenbal, mevrouw Van der Graaf en de heer Haverkort worden binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:
De volgorde is alfabetisch bepaald, als u zich dat afvraagt.

De door u af te leggen eden of verklaringen en beloften luiden als volgt:

"Ik zweer of verklaar dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer of verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer of beloof trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer of beloof dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

De heer Bevers (VVD):
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De heer Bontenbal (CDA):
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De heer Haverkort (VVD):
Dat verklaar en beloof ik.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik u feliciteren met uw lidmaatschap van de Tweede Kamer. Heel veel succes. Het is een bijzondere dag ook vandaag. Er kijken heel veel mensen. Ik wens u een hele fijne dag. Ik schors voor een enkel moment, zodat u de felicitaties van uw collega's in ontvangst kunt nemen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik verzoek de leden en de mensen op de publieke tribune, voor zover mogelijk, weer te gaan staan, want we hebben nog vier collega's te beëdigen. Collega's, als ik iets meer stilte mag? We gaan vier collega's beëdigen. Ik dank u wel.

De benoemde leden zijn in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven eden of verklaringen en beloften af te leggen.

Ik verzoek de Griffier hen binnen te leiden.

(De heer Rahimi, de heer Verkuijlen, de heer Van Weyenberg en de heer Warmerdam worden binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:
De door u af te leggen eden of verklaringen en beloften luiden als volgt:

"Ik zweer of verklaar dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer of verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer of beloof trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer of beloof dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

De heer Rahimi (VVD):
Dat verklaar en beloof ik.

De heer Verkuijlen (VVD):
Dat verklaar en beloof ik.

De heer Warmerdam (D66):
Dat verklaar en beloof ik.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dat verklaar en beloof ik.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik u feliciteren met het Kamerlidmaatschap. Ik wens u heel veel succes. Ik schors de vergadering voor een enkel moment, zodat u de felicitaties in ontvangst kan nemen. Daarbij roep ik de leden weer op tot 1,5 meter en het vermijden van aanrakingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regeringsverklaring


Regeringsverklaring

Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring.

De voorzitter:
Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring door de minister-president. Ik heet de minister-president, de minister van Financiën, tevens vicepremier, de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, eveneens vicepremier, alsmede de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van harte welkom. Helaas hebben we vanwege de coronamaatregelen niet de mogelijkheid om het hele kabinet in onze plenaire zaal te plaatsen, maar er komen voldoende kansen en gelegenheden om de nieuwe ministers te bevragen en ook de ministers die we kennen met een nieuwe portefeuille. Dat moet dus goedkomen. Ik heb vernomen dat wellicht morgen de minister van Buitenlandse Zaken eventueel ook nog kan aanschuiven. Ik heet de leden in de zaal van harte welkom en ook de mensen die op dit moment het debat volgen via allerlei kanalen.

Het zou mooi zijn als we voldoende aandacht kunnen schenken aan elkaars bijdrage en, ook al is dat niet altijd te voorkomen, minimaal gebruikmaken van de mobiele telefoons. Laten we dit jaar op een goede manier met elkaar aftrappen. Over dit onderwerp krijg ik de meeste mailtjes van mensen die het debat volgen. Ik wijs u er ten slotte op dat tijdens het afleggen van de regeringsverklaring er geen mogelijkheid is tot interrumperen. Dat heb ik ook net gedeeld met de leden. Na de regeringsverklaring begint natuurlijk het debat van de kant van de Kamer. Ik heb met de Kamer afgesproken dat de leden acht vragen en/of opmerkingen hebben. Morgen zijn dat er tien. Ik wil u ook vragen om de interrupties zo kort en bondig mogelijk te houden en te spreken via de voorzitter. Na deze huishoudelijke mededelingen geef ik nu het woord aan de minister-president voor het afleggen van de regeringsverklaring.

Minister Rutte:
Mevrouw de voorzitter. Het afleggen van een regeringsverklaring is een speciaal moment, maar dit kabinet treedt aan onder een wel heel bijzonder gesternte, nu Nederland en de rest van de wereld al bijna twee jaar zuchten onder de langdurige crisis die corona is geworden. De pandemie trekt niet alleen een zware wissel op de levens van veel mensen, maar op onze hele manier van samenleven. Dat gaat verder dan partijpolitiek. Dat is groter dan een coalitieakkoord, omdat het raakt aan de kracht van ons democratisch bestel, aan onze gedeelde waarden en aan de sociale samenhang die we zo hard nodig hebben.

Ik wil aan het begin van dit debat eerst dit zeggen. We hebben al langer te maken met sluimerende onvrede en onderliggende spanning in de samenleving. Die waren er ook al voor corona, maar in deze periode komen ze nog eens extra onder een vergrootglas te liggen. Tegenstellingen worden scherper, het publieke debat verhardt en de onderlinge solidariteit lijkt minder vanzelfsprekend te worden. Toch slaat het overgrote deel van de Nederlanders zich met veerkracht en verantwoordelijkheidsgevoel door deze moeilijke periode heen, met compassie en mildheid naar elkaar en ook met saamhorigheid en gemeenschapszin, als vrijwilliger, mantelzorger, klassenouder of gewoon als nabij familielid, behulpzame buur of goede vriend. Lang niet iedereen staat met de rug naar anderen. Lang niet iedereen is alleen maar boos en pessimistisch en al helemaal niet de hele tijd. Integendeel, de meeste mensen maken er gewoon dag na dag het beste van. Dat is misschien minder goed hoorbaar en zichtbaar, maar juist de veerkracht van die grote stille meerderheid is hoopgevend en verdient steun.

Daar ligt een grote opdracht voor de komende jaren die niet zomaar in een beleidsvoornemen is te vatten, maar die we als nieuw kabinet wel sterk voelen. Het is eigenlijk een opdracht aan de hele politiek en aan alle redelijke krachten die verantwoordelijkheid dragen, op welke plek in onze samenleving ook, om met elkaar te blijven werken aan dat sociaal verbonden land dat we nog altijd zijn, maar dat onder druk staat, dat land waarin mensen inderdaad omzien naar elkaar. We moeten samen werk maken van verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid, van meer luisteren en minder snel oordelen, en van meer verbinden en minder verdelen. We moeten ons verzetten tegen iedere poging om maatschappelijke spanningen doelbewust verder aan te wakkeren. We moeten ons uitspreken als harde wetenschappelijke kennis wordt afgedaan als "ook maar een mening". We moeten ons met onze internationale bondgenoten teweerstellen tegen iedere bedreiging van de internationale rechtsorde. En bovenal moeten we met elkaar een harde grens trekken als onze democratische rechtsstaat wordt aangevallen en moedwillig wordt geschaad. Want het is niet normaal om democratisch genomen besluiten te ondergraven. Het is niet normaal dat politieagenten en ambulancepersoneel met geweld te maken krijgen, dat journalisten en advocaten moeten leven met bedreigingen en dat politici en bestuurders beveiliging nodig hebben. Sterker nog, dat is onacceptabel en we mogen dat dus ook nooit normaal gaan vinden. Dat geldt ook voor de manier waarop wij als politici met elkaar omgaan en met welke woorden we het debat met elkaar voeren. Het debat mag scherp zijn op de inhoud, maar moet wel respectvol zijn in het persoonlijke. We moeten, kortom, beschermen en verdedigen wat wezenlijk is. Dat is een opdracht die ons allemaal aangaat, binnen de politiek en daarbuiten.

Mevrouw de voorzitter. Vanuit deze gedachte wil het nieuwe kabinet er zijn voor alle inwoners van het Koninkrijk en zeker voor die grote groep mensen die we niet altijd horen. Het wil concrete oplossingen bieden voor concrete problemen van nu en van straks. Dat begint met de enorme impact van corona op het leven van mensen en met de vraag wat er nodig is om met corona te leren leven en hoe we paraat kunnen staan voor een volgende pandemie. Over deze crisis heen kijkend zijn het vooral andere grote onderwerpen die in het hart van het coalitieakkoord liggen, want de toekomst wacht niet. Hoe ons land en ons leven er over 10, 20 of 30 jaar uitzien, kan niemand precies voorspellen. Maar zeker is wel dat we voor fundamentele veranderingen staan. Gelukkig verkeren we in financieel-economische omstandigheden die het mogelijk maken in die grote veranderingen te investeren en mensen te helpen die veranderingen mee te maken en gezamenlijk vorm te geven. We moeten vooruitkijken naar de toekomst. Dat kunnen we en dat doen we.

Kort samengevat gaat het akkoord dat VVD, D66, CDA en ChristenUnie met elkaar hebben gesloten, daarom over een klimaataanpak waarmee Nederland Europees koploper wordt, over een betere natuur en een goede toekomst van de landbouw, over rechtvaardigheid en een goede toegang tot het recht in een veilig land, over een harde aanpak van de georganiseerde misdaad en ondermijnende criminaliteit, over het kunnen vinden van een goed en betaalbaar huis, over een aantrekkelijk ondernemersklimaat en een innovatieve economie, en over een fatsoenlijk inkomen en bestaanszekerheid. Het gaat over erbij horen en mee kunnen doen in een samenleving waarin geen plaats is voor racisme en discriminatie, een samenleving met goed onderwijs en gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren. Het gaat over hoe goede zorg ook in de toekomst beschikbaar en toegankelijk blijft, én over de kansen en verantwoordelijkheden die er internationaal voor ons land liggen. En ja, we realiseren ons terdege dat dit een tijd is die vraagt om grote ambities, maar wel gebracht met bescheidenheid en gepaste realiteitszin. Bij alles wat er moet gebeuren, kan niet alles tegelijkertijd. Geen misverstand: wij zijn trots op het coalitieakkoord, maar het zijn alleen nog maar woorden op papier. Het komt natuurlijk aan op een gedegen uitvoering. We moeten het in de praktijk laten zien. Dat is de grondhouding waarmee dit kabinet zich hier vandaag en morgen presenteert.

Mevrouw de voorzitter. Ik wil in het vervolg van deze regeringsverklaring bij drie onderwerpen stilstaan. Kort wil ik stilstaan bij het formatieproces en de uitkomst daarvan. Ten tweede wil ik stilstaan bij de manier van samenwerken die ons voor ogen staat en als derde, op hoofdlijnen, bij onze inhoudelijke prioriteiten.

Eerst passen mij woorden van dank. Om te beginnen dank aan de bewindslieden uit het vorige kabinet. Dank voor het harde zwoegen, de collegialiteit en alles wat we samen hebben bereikt. Vervolgens woorden van dank aan de verkenners van het eerste uur en aan de informateurs, Herman Tjeenk Willink, Mariëtte Hamer, en natuurlijk Johan Remkes en Wouter Koolmees, voor hun grote inzet en eindeloze geduld. Dat is natuurlijk danig op de proef gesteld, en niet alleen het hunne.

Mevrouw de voorzitter. Dat brengt me bij het eerste onderwerp: het formatieproces en het karakter van dit kabinet. Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister van Nederland, schreef bijna 40 jaar geleden het volgende. "De formatie van een nieuw kabinet blijkt telkenmale een uiterst moeizaam proces. De partijen heroverwegen hun onderlinge verhoudingen. De politiek beleeft een moment van koortsachtige opwinding en hevig geconcentreerde activiteit." Mij dunkt, dat dit nog altijd een treffend citaat is, waarin ook de nu afgeronde formatie herkenbaar is. Want niemand zou willen ontkennen dat het een lang en moeizaam proces was, dat de onderlinge verhoudingen tussen partijen daarin te lang een te grote rol speelden en dat er regelmatig sprake was van koortsachtige opwinding, en, inderdaad, hevig geconcentreerde activiteit. Zoals uit het citaat mag blijken, was coalitievorming in Nederland ook in het verleden zelden een sinecure. Maar daarmee is het nog niet goed dat er deze keer bijna twaalf maanden zijn verstreken tussen het aftreden van het vorige kabinet en de beëdiging van een nieuw kabinet. Dat is gewoon te lang. De opnieuw langste formatie ooit — ik zeg het u na, voorzitter — vraagt om een stevige evaluatie en een kritisch zelfonderzoek van ons allen.

Ondertussen heeft dit bijzondere formatieproces op de keper beschouwd tot een gewoon parlementair meerderheidskabinet geleid, dat rust op een akkoord tussen vier partijen. Het is inmiddels ook gewoon dat de kleine parlementaire meerderheid die er in deze Kamer is, er in de senaat niet is.

Daarmee kom ik bij de vraag: welke manier van werken staat ons voor ogen? Dat is een eenvoudige vraag met een eenvoudig antwoord. Het kabinet zal samenwerken met alle positieve krachten binnen en buiten Den Haag. Dat is dus met de Tweede en Eerste Kamer, met gemeenten en provincies, met sociale partners en verder met alle organisaties, groepen en mensen die ons land met hun werk, ideeën en ambities verder willen brengen. En natuurlijk werken we binnen het Koninkrijk op basis van gelijkwaardigheid samen met de Caribische landen en Caribisch Nederland.

De volgende vraag is: hoe dan? Er wordt immers veel gesproken over een nieuwe, politieke cultuur. Over meer transparantie. Meer aandacht voor de uitvoering. Meer ruimte voor het politieke debat en hopelijk daardoor ook weer meer onderling vertrouwen en vertrouwen in de politiek als geheel. Het bekende gezegde luidt dat vertrouwen te voet komt en te paard gaat. Ook hier is dus realiteitszin geboden. Niet alle veranderingen kunnen met één korte klap gerealiseerd worden, of door het kabinet alleen, als een van de spelers in het veld. Maar wat we als kabinet de komende jaren kunnen doen om de politieke cultuur ten goede te veranderen, zullen we doen. Om te beginnen is er de uitgestoken hand naar alle fracties in dit huis. Ik hoop dat iets van die nieuwe manier van werken zichtbaar is in het team: een mix van jong en oud, bekende en nieuwe gezichten, vrouw en man, mensen met heel verschillende achtergronden en mensen met ervaring binnen en buiten de politiek.

De belangrijkste voorwaarde voor een andere manier van werken ligt echter besloten in het coalitieakkoord zelf. Dat is niet dichtgeregeld met gedetailleerde afspraken, die met bloed zijn ondertekend. Het laat ruimte voor politiek en maatschappelijk debat over de kabinetsplannen, en dus voor invloed daarop. Dat gesprek met de samenleving over de beste beleidskeuzes is wezenlijk. Ik noem als voorbeeld het Klimaatfonds en het Stikstoftransitiefonds. Dat zijn twee topprioriteiten in het kabinetsbeleid, waarvoor veel geld wordt vrijgemaakt: in totaal 60 miljard euro. De beleidsprogramma's worden vanaf nu ontwikkeld. Daarvoor gaan de verantwoordelijke vakministers hun oor te luister leggen, binnen en buiten Den Haag. Daarna komen zij met voorstellen naar het parlement, waarover zij met eenieder van u in gesprek zullen gaan. Hetzelfde geldt voor belangrijke thema's zoals onderwijs, volkshuisvesting en de arbeidsmarkt. En dan zijn er uiteraard de medisch-ethische thema's die meer dan welk ander onderwerp dan ook een gewetensvolle, zorgvuldige en respectvolle afweging vragen in een open politiek en maatschappelijk debat. Dus laat onze boodschap duidelijk zijn: het politieke debat hoort hier thuis. Dat is ook de reden voor nog een wijziging in de manier van werken, namelijk dat het vaste en uitvoerige coalitieoverleg definitief tot het verleden behoort.

In bredere zin is het ontegenzeggelijk dat de democratische rechtsorde in ons land krassen en butsen heeft opgelopen, die hersteld moeten worden. Daar ligt het fundament onder onze samenleving en daarom ook begint het coalitieakkoord met een hoofdstuk over de relatie burger-overheid en versterking van de democratische instituties. De overheid moet betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig zijn. Dat begint met een betere uitvoering, omdat de mensen daar het meest direct met de overheid te maken hebben. Want wat we allemaal willen voorkomen, is dat mensen in hun contact met de overheid ernstig onrecht wordt aangedaan, zoals eerder bij de kinderopvangtoeslag en de aardbevingsschade in Groningen. We moeten lessen trekken en zorgen dat slachtoffers krijgen waar ze recht op hebben. Dan zien we keer op keer hoe ongelooflijk complex dat kan zijn. We zagen het zelfs de afgelopen weken nog. We mogen en kunnen niet accepteren dat sommige mensen gedupeerd blijven. Om herhaling te voorkomen, moet de uitvoering daarom anders en eenvoudiger. Zo verlagen we de drempel om een beroep te doen op het recht. De vergoeding voor kinderopvang gaat in stappen naar 95%. Het is onze ambitie om de toeslagen uiteindelijk helemaal af te schaffen, zodat mensen niet meer verdwalen in regelingen die steeds ingewikkelder worden. Er moet in de uitvoering meer ruimte zijn voor maatwerk, want het kan niet zo zijn dat iemand die een kleine fout maakt, voor eeuwig te boek staat als fraudeur. Nieuwe wetten moeten vooraf beter worden getoetst en tijdens de rit geëvalueerd worden op uitvoerbaarheid, samen met de mensen om wie het gaat, zodat fouten sneller naar boven komen. Kortom, een sterke focus op uitvoerbaarheid en de menselijke maat moet terug in de uitvoering. Ook dat is onderdeel van een andere manier van werken, die de komende tijd en de komende jaren in de praktijk zijn beslag moet krijgen.

Daarmee, mevrouw de voorzitter, ben ik aangekomen bij onze plannen, zoals die zijn opgenomen in het coalitieakkoord. Schrik niet, ik zal geen poging wagen de hele tekst nog eens per hoofdstuk samen te vatten. Liever gebruik ik dit moment om een paar rode draden te trekken en zo onze plannen te typeren. Wat is dit voor akkoord en waar liggen de zwaartepunten?

Ik begin bij de constatering dat veel grote problemen niet in een paar jaar kunnen worden opgelost. Daarom is dit allereerst een akkoord dat over één kabinetsperiode heen kijkt. Dat doen we bijvoorbeeld door in het klimaatbeleid de doelstellingen om minder CO2-uitstoot voor 2030 en daarna te verhogen, op weg naar een klimaatneutraal 2050, met als doel een leefbaar land doorgeven aan volgende generaties en bijdragen aan een schone planeet. We kijken verder vooruit, door tot 2035 grote bedragen te investeren in alle veranderingen die nodig zijn om de natuur te verbeteren en de Nederlandse boeren een goed toekomstperspectief te bieden. De transitie naar een meer duurzame landbouw en verlaging van de stikstofuitstoot is ook nodig om ruimte te creëren voor woningbouw, wegen en bedrijven.

En we kijken bijvoorbeeld verder vooruit door de langetermijndiscussie over de zorg niet uit de weg te gaan. De grote vraag is: hoe houden we de zorg organiseerbaar, zodat goede zorg in de toekomst voor iedereen beschikbaar blijft? Hoe houden we werken in de zorg aantrekkelijk, kijkend naar het tekort aan zorgpersoneel? En welke prijs zijn we bereid om voor goede zorg te betalen? Het is zonneklaar dat de zorg steeds meer zal kosten, ook in deze kabinetsperiode. Dat hebben we er in ons solidaire stelsel met elkaar natuurlijk graag voor over. Maar de vraag is: hoeveel meer is verantwoord? Hans van Mierlo zei ooit: "De begroting is net als een deken in de winter. Als de een hem naar zich toetrekt, ligt de ander in de kou."

Vooruitkijken naar de toekomst betekent ook dat mensen zich in hun eigen leven zeker kunnen voelen over hun vooruitzichten en die van hun kinderen. Daarom is het ook een akkoord dat mensen meer zekerheid wil geven. Dat begint met veiligheid en een sterke rechtsstaat. Er komt elk jaar meer geld beschikbaar, zodat de mensen van politie en justitie, de mensen in de frontlinie, de strijd tegen ondermijning en de georganiseerder misdaad beter kunnen voeren. Een belangrijk aandachtspunt is dat de hoeders van onze rechtsstaat, zoals rechters, advocaten, journalisten en bestuurders, een adequate bescherming verdienen.

Een ander speerpunt is preventie, dus voorkomen dat jongeren de criminaliteit ingaan. Dat doen we onder andere door meer wijkagenten op straat in te zetten en door jongeren uit de criminele sfeer te halen via opleidingen en werk. Belangrijk is de strijd tegen alle vormen van radicalisering, haatzaaien en het verspreiden van nepnieuws en desinformatie, waarbij onze privacy en andere grondrechten steeds vaker ook online bedreigd worden. We kunnen en mogen onze samenleving hierdoor niet laten uithollen.

Zekerheid over de toekomst betekent natuurlijk ook een betaalbare woning en een fatsoenlijk inkomen. Dat is een belangrijke basis in ieders leven. Voor steeds meer mensen is het vinden van een goed en betaalbaar huur- of koophuis heel moeilijk. Daarom is het onze ambitie om per jaar 100.000 nieuwe woningen te bouwen en bijvoorbeeld ook leegstaande kantoren geschikt te maken voor bewoning. Het afschaffen van de verhuurderheffing maakt het mogelijk met woningcorporaties prestatieafspraken te maken, zodat meer mensen kunnen rekenen op een goede, duurzame en betaalbare huurwoning in een leefbare wijk. We willen ook dat de sociale huur voor mensen met lage inkomens lager wordt. Het woningtekort is natuurlijk niet van de ene op de andere dag opgelost, maar een eigen thuis moet uiteindelijk voor iedereen binnen bereik komen.

Vervolgens moet ook een fatsoenlijk en zeker inkomen de norm zijn in ons rijke land. De spagaat waarin we zitten, is dat nog altijd veel mensen aan de kant staan, terwijl de werkloosheid historisch laag is en veel bedrijven om personeel zitten te springen. Daarnaast is er het grote probleem dat er in Nederland te veel mensen afhankelijk zijn van tijdelijke contracten. Het grote verschil tussen een vaste baan en een flexbaan moet kleiner worden. Mensen die er ondanks de zeer krappe arbeidsmarkt nog steeds moeilijk tussen kunnen komen, krijgen extra steun en begeleiding. Voor lage en middeninkomens, werkenden en gezinnen komt er een lastenverlichting, en we verhogen het minimumloon. Niet voor niets zit er in het kabinet een minister die zich expliciet hard gaat maken voor armoedebestrijding. We willen zo veel mogelijk voorkomen dat kinderen en volwassenen met armoede en schulden te maken krijgen. En als het toch gebeurt, dan moet er goede hulp zijn.

Mevrouw de voorzitter. Aansluitend is dit een akkoord dat mensen meer kansen wil geven. Om te beginnen kansen voor al die ondernemers die ons land draaiende houden: mkb'ers, zzp'ers, startups, het grote bedrijfsleven, de maakindustrie en creatieve en culturele ondernemers. We moeten ons goed realiseren: in alle verscheidenheid bepalen zij samen het verdienvermogen van Nederland, nu en straks. Een van de acute kwesties is dat de coronacrisis door de lange duur ervan veel gezonde bedrijven opzadelt met extra problemen. We zullen als kabinet doen wat in ons vermogen ligt om te helpen om daar oplossingen voor te vinden. Waar we in zullen blijven investeren, is een goed en voorspelbaar ondernemers- en vestigingsklimaat. Dat doen we bijvoorbeeld met nog meer aandacht voor een lagere regeldruk en door het makkelijker te maken om personeel in dienst te nemen, door flink te investeren in onderzoek, innovatie en de kenniseconomie, via het Nationaal Groeifonds en door onze universiteiten en de wetenschap te versterken, door extra geld uit te trekken om de kwaliteit van onze infrastructuur op peil te houden en nieuwe woonwijken bereikbaar te maken, en door de geweldige mogelijkheden te benutten die digitalisering ons biedt. Nederland moet vooroplopen met overal supersnel en veilig internet.

Een dragend element in een kansrijke samenleving is de culturele sector. Cultuur inspireert, zet aan tot vernieuwing en brengt mensen bij elkaar. Daarom investeert dit kabinet in een versterking van cultureel ondernemerschap en de positie van mensen die in deze sector werken. We voeren een beleid dat cultuur dichter bij mensen brengt, met speciale aandacht voor jongeren. We zullen initiatieven ondersteunen die onze gezamenlijke geschiedenis beter in beeld brengen, zoals een nationaal historisch museum en een nationaal slavernijmuseum.

En ja, wie kansen zegt, zegt ook onderwijs en kansengelijkheid. Het zou in Nederland niet uit mogen maken in welk gezin je wieg staat. Elk kind verdient een start met de wind in de rug. Daarom is het onderwijs een van de prioriteiten waarvoor het kabinet veel extra geld uittrekt. We investeren in de basis, zodat elk kind goed leert lezen, schrijven en rekenen, en inzicht krijgt in de werking van onze samenleving. We investeren in de mensen voor de klas en de schoolleiders. We investeren in voorschools onderwijs en een betere aansluiting van het basisonderwijs op het voortgezet onderwijs. De basisbeurs komt terug, waardoor het makkelijker wordt om te gaan studeren.

Natuurlijk begint goed onderwijs bij een veilige schoolomgeving waar geen plaats is voor discriminatie of antidemocratische indoctrinatie, zoals dat voor de hele samenleving geldt. Waar we ons als kabinet hard voor zullen maken, is dat iedereen in Nederland zichzelf kan zijn en zich in vrijheid kan ontplooien. We zullen een actief emancipatie- en antidiscriminatiebeleid voeren, want niemand in ons land mag minder kansen krijgen op grond van afkomst, geslacht, beperking, kleur, ras, leeftijd, geloof of seksuele gerichtheid, bijvoorbeeld bij het vinden van een stageplek, een baan of een huis. Daarom gaan we samen met anderen werken aan een meerjarig plan om alle vormen van discriminatie, haatzaaien en racisme te bestrijden.

Ik onderstreep dat die kansengelijkheid er ook moet zijn voor de nieuwkomers in ons land. In Nederland is altijd ruimte voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog, geweld en vervolging. Maar dat kunnen we als samenleving alleen volhouden als mensen die geen recht hebben op asiel terugkeren naar het land van herkomst. Van arbeidsmigranten en statushouders die hier blijven, vragen we veel, maar daar staat ook veel tegenover. Wie het recht heeft hier te blijven, moet de mogelijkheid krijgen de taal te leren, een opleiding te volgen en vervolgens een baan te vinden. Andersom mag van hen gevraagd worden dat zij de Nederlandse taal willen leren en dat zij de fundamentele waarden van onze democratische rechtsstaat onderschrijven. In Nederland is geen plaats voor eerwraak, huwelijksdwang of andere vormen van vrijheidsbeperking, en ook niet voor ongewenste buitenlandse beïnvloeding.

Tot slot, mevrouw de voorzitter, wil ik aandacht vragen voor de positie van Nederland in Europa en de wereld. We leven niet op een eiland dat zich voor alle turbulente ontwikkelingen buiten de landsgrenzen kan afsluiten. We zullen ook de komende jaren moeten inspelen op internationale ontwikkelingen die we soms nog niet precies kunnen voorspellen en kennen. Ons land is onderdeel van de Europese Unie en intensief vervlochten met de rest van de wereld. Dat brengt ons veel, en de acute dreiging rond Rusland en Oekraïne, op maar een paar uur vliegen van ons land, onderstreept nog eens hoe belangrijk die internationale inbedding en samenwerking is. Zeker is dat de landen van de Europese Unie alleen samen succesvol kunnen zijn op het wereldtoneel, naast China, Rusland en de Verenigde Staten. Het staat ook buiten kijf dat grote thema's als corona, klimaat, de energietransitie, migratie en internationale veiligheid om Europese en wereldwijde samenwerking vragen.

Dit zijn natuurlijk, in alle eerlijkheid, geen nieuwe constateringen, maar ze zijn wel onverminderd urgent. Daarom wil het kabinet in Europa een leidende rol nemen om de Europese Unie economisch sterker, groener en veiliger te maken. Dat omvat ook meer militaire samenwerking, want Europa moet werk maken van de eigen veiligheid. We voeren uiteraard een actief handelsbeleid wat Nederlandse bedrijven helpt in de wereld succesvol te zijn op een manier die maatschappelijk verantwoord is en past bij internationale klimaatafspraken, mét alle economische kansen die innovatief en duurzaam internationaal ondernemen oplevert. We nemen ook verder onze internationale verantwoordelijkheid, door de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking jaarlijks met 0,5 miljard euro te verhogen en door fors meer te investeren in de krijgsmacht. De vrouwen en mannen van Defensie verdienen het hun belangrijke werk goed te kunnen blijven doen. Nederland is dit ook aan zijn NAVO-partners verplicht.

Daarmee, mevrouw de voorzitter, kom ik aan het einde van deze regeringsverklaring, in het volle besef — ik herhaal het — dat al deze woorden pas betekenis krijgen als ze in daden worden omgezet. We weten dat er de komende jaren opnieuw verrassingen zullen komen en problemen die we nu nog niet kennen. We kennen allemaal de bekende uitspraak "regeren gaat van au", die vaak aan Joop den Uyl wordt toegeschreven en die van alle tijden is. Daarom van ons vandaag geen harde garanties, maar wel deze belofte: dat Nederland voor de volle 100% op onze inzet kan rekenen.

Wat wij in het coalitieakkoord, zowel in toon als in inhoud, hebben willen vatten, is dat politiek niet alleen moet gaan over het incident van vandaag of over het concrete probleem van morgen, maar vooral ook over de toekomst van mensen. Daarvoor moeten wij als politici samenwerken en tegenstellingen overbruggen, want ogenschijnlijk makkelijke oplossingen doen nooit recht aan de complexiteit van de wereld om ons heen. Ik heb persoonlijk goede hoop dat dit ons gaat lukken. Afsluitend nog één keer Marga Klompé, en ik citeer: "Ik kan getuigen dat in de Nederlandse politiek velen met grote inzet en offerbereidheid werkzaam waren en zijn voor land en volk." Mevrouw de voorzitter, het citaat mag na bijna 40 jaar wat plechtstatig klinken, maar ik geloof dat ook deze woorden nog altijd geldigheid hebben. In dat vertrouwen zullen wij aan ons werk beginnen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ik wil de minister-president van harte danken voor de regeringsverklaring. Ik schors de vergadering even voor vijf minuten. Dan gaan we van start met de eerste spreker van het debat. Dat is de heer Wilders van de PVV. Ik schors de vergadering voor vijf minuutjes.

De vergadering wordt van 11.23 uur tot 11.28 uur geschorst.

Debat regeringsverklaring

Debat regeringsverklaring

Aan de orde is het debat over de regeringsverklaring.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de regeringsverklaring. Ik nodig de heer Wilders van de PVV uit om zijn inbreng te geven.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Daar zitten ze dan, een aantal van de bewindslieden van het nieuwe kabinet.

De voorzitter:
Dat roept al meteen een interruptie op. De heer Paternotte, D66.

De heer Paternotte (D66):
Dat klopt. Ik had gehoopt dat de heer Wilders zou beginnen met excuses, maar hij begint aan een ander verhaal. Nog voor het aantreden van dit kabinet heeft de heer Wilders over de nieuwe minister van Justitie gezegd dat hij zich, omdat ze van Turkse afkomst is, zorgen maakt dat ze zijn beveiliging zou willen opheffen, omdat ze hem waarschijnlijk liever onder het gras ziet verdwijnen. Een compleet onzinnige, idiote suggestie. Ze heeft hem daarover gebeld. Mijn vraag is of hij inmiddels wel heeft teruggebeld en of hij excuses heeft gemaakt.

De heer Wilders (PVV):
Nou, excuses in geen honderdduizend jaar. Ik verwacht eerlijk gezegd excuses van de VVD. Dat zal ik zo ook benoemen. Behalve dat ze mij tien jaar lang via hun oud-minister Opstelten voor een tribunaal hebben gedaagd — dat herinnert u zich nog wel — hebben ze een moslimterrorist in hun midden opgenomen. Ze hebben daarna iemand die ook van Turkse afkomst is — dat is gewoon een feit; de minister is van Turkse afkomst — minister van Justitie gemaakt. Me dunkt dus dat ik volstrekt gelijk had met die tweet. U stelde nog een tweede vraag. Ik heb haar oproep inderdaad in eerste instantie niet beantwoord, want wat moet ik met een minister of een staatssecretaris — wat was ze in het vorige kabinet? — die gaat over klimaat? Op de dag dat ze beëdigd is, hebben we inderdaad een afspraak gemaakt voor deze week. Die komt er dus aan.

De heer Paternotte (D66):
Dat de heer Wilders al achttien jaar beveiligd moet worden, is natuurlijk een schande. Dat is verschrikkelijk. Maar hij zei, nog voor hij haar gesproken had, dat deze minister hem het liefst onder het gras ziet verdwijnen, puur en alleen omdat ze in Turkije is geboren. Ze is als kind gevlucht uit Turkije. Ze heeft gezegd dat ze zich meer gaat inzetten voor de beveiliging van politici. Hij beoordeelt haar puur en alleen op waar zij geboren is. Heeft de heer Wilders ook maar enige onderbouwing voor de suggestie dat zij hem het liefst onder het gras zou zien verdwijnen? Die heb ik net namelijk niet gehoord.

De heer Wilders (PVV):
Nou, ik heb het over "ze" gehad. "Ze" zien mij het liefste onder het tapijt verdwijnen. Daar bedoel ik de VVD mee, de partij waarvoor zij minister van Justitie is geworden. Ik had daar inderdaad een hele goede reden voor, die ik ook dadelijk in mijn termijn zal noemen. Want diezelfde VVD probeert mij constant, vanaf dag één, kapot te maken. Dat hebben ze met een proces gedaan. Ik heb tien jaar lang ten onrechte voor de rechter gestaan. Een minister van diezelfde VVD en zijn ambtenaren hebben informatie aan het Openbaar Ministerie gegeven, in strijd met alle regels. We hebben een moslimterrorist — ik zal daar zo dadelijk uitgebreid op ingaan — die adviseur van de VVD is geworden en lid is van een organisatie die onder andere mij wilde vermoorden. Hoort u wat ik zeg: lid van een organisatie die mij wilde vermoorden, de Hofstadgroep. Dat lid is nu adviseur van de VVD. En dan hebben we een minister met een dubbele nationaliteit, ook de Turkse. Me dunkt dat ik me daar zorgen over maak.

De voorzitter:
De heer Paternotte.

De heer Wilders (PVV):
En ik doe dat iedere dag opnieuw.

De heer Paternotte (D66):
Het enige wat hieruit duidelijk wordt, is dat, als je niet in Nederland bent geboren, maar bijvoorbeeld in Turkije, je het voor de heer Wilders nooit goed kunt doen. We hebben het hier over een minister die als klein kind is gevlucht uit Turkije, die in Turkse kranten is aangevallen op haar standpunt over de Armeense genocide, die zich altijd heeft ingezet voor de veiligheid van anderen en nu al heeft gezegd dat meer te gaan doen. En dan zegt de heer Wilders: ze zien me het liefste onder het gras verdwijnen. Ofwel, ze zien me het liefste doodgaan. Hij kan die stelling op geen enkele manier onderbouwen. Het is een compleet onzinnige suggestie. We kunnen elkaar op deze manier benaderen, maar het heeft alleen maar zin als we naar ideeën en inhoud kijken, desnoods maak je opmerkingen over hoe mensen eruitzien, maar het is niet zinvol om dit soort bizarre suggesties te doen, puur en alleen op basis van waar mensen vandaan komen.

De heer Wilders (PVV):
Was het maar waar dat het bizar is. Het is helaas de realiteit. Ze is lid van een partij die een moslimterrorist, die is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, in dienst heeft genomen. Het zal je maar gebeuren. Het gaat om een lid van een organisatie die Theo van Gogh heeft vermoord, die mij wilde vermoorden, die Ayaan Hirsi Ali wilde vermoorden. Dat is u niet overkomen. Dat is mij overkomen! Tot op de dag van vandaag heb ik daar last van. Vindt u het gek dat ik een opmerking maak als zo iemand wordt benoemd en mij daarover niets wordt verteld? Natuurlijk is dat zo. Als mevrouw Yeşilgöz haar Turkse nationaliteit had ingeleverd, had ik daar geen probleem mee gehad. Waarom heeft zij dat niet gedaan, in hemelsnaam? Volgens mij kunnen Turken hun dubbele nationaliteit inleveren. Dat had ze moeten doen. Ik heb een probleem met die dubbele nationaliteit, niet met haar afkomst. Ik vind het schandalig dat ze haar dubbele nationaliteit niet heeft ingeleverd.

Mevrouw Hermans (VVD):
De veiligheidssituatie van de heer Wilders is verschrikkelijk. Er is niemand in deze Kamer, niemand in het kabinet, die daar op enig moment van de dag aan twijfelt. Het gaat hier over de suggestie die u heeft gewekt op het moment dat u die tweet stuurde, dat de achtergrond van onze minister van Justitie en Veiligheid zou samenhangen met het feit dat zij daar geen belang aan zou hechten en dat zij dat niet de allerhoogste prioriteit zou geven. Het gaat om de suggestie dat u haar achtergrond daaraan koppelt. De enige vraag die ik u hier vandaag stel, is waarom u haar niet heeft teruggebeld.

De heer Wilders (PVV):
Dat heb ik net gezegd. Je moet ook wel een beetje luisteren. We zitten pas aan het begin van het debat. Ik heb gezegd dat toen zij belde of tweette, weet ik wat het was, of appte, sorry, zij staatssecretaris voor Klimaat was. Wat moet ik met een staatssecretaris voor Klimaat, die daar helemaal niet over gaat? Op het moment dat zij maandag beëdigd werd, heeft ze gebeld om een afspraak te maken en die is toen gemaakt, zoals het hoort. We zullen het zien. Ik heb weinig hoop dat dat een mooi gesprek wordt, maar ik ga er wel heen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Als u niet de moeite wilt nemen om iemand terug te bellen, die vanwege haar functie op dat moment daar niets mee te maken heeft, waar haalt u dan het idee vandaan om wel over de toekomstige functie van mevrouw Yeşilgöz te twitteren? Mijn vraag aan de heer Wilders blijft van kracht: waarom heeft u wel het lef om zo'n ongelooflijke, beneden alle peil verwerpelijke tweet te sturen, maar heeft u niet het lef om mevrouw Yeşilgöz daarover terug te bellen? Dat is volgens mij hoe we in dit land met elkaar omgaan en hoe we hier in de politiek met elkaar omgaan: als je elkaar ergens op aanvalt en iemand heeft het lef om u te bellen en daarover het gesprek te willen aangaan, dat u dan het lef heeft om de telefoon aan te nemen of ten minste terug te bellen.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Wilders (PVV):
Ik heb deze vraag al drie keer beantwoord. Ik wil het graag nog een keer doen. Ik sta achter iedere letter van mijn tweet, vanwege wat die partij van u mij allemaal heeft aangedaan. Ik ga daar zo nog uitgebreid op in. Daarom heb ik dat gedaan. Natuurlijk is de afspraak uiteindelijk gemaakt, alleen niet toen ze nog minister van Milieu was. Op de dag dat ze is beëdigd heeft zij mijn secretaresse gebeld voor een afspraak. Die is gemaakt voor deze week, dus u blaast een hoop, maar het is om niets.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Dat laatste is sowieso niet waar. De heer Wilders kiest ervoor om een beoogd minister van Justitie, vanwege haar geboorteland, weg te zetten als iemand die hem het liefst onder de zoden zou laten verdwijnen. Vervolgens is daar contact over opgenomen, waarschijnlijk om de heer Wilders te verzekeren dat er niets aan zijn beveiliging gaat veranderen en dat hij zich geen zorgen hoeft te maken. Hij weigert daarover contact met een smoesje. Eigenlijk maakt hij het debat hiermee nog erger, want hij zegt niet alleen voor zijn veiligheid te vrezen, omdat de minister die erover gaat in Turkije geboren is, maar omdat de VVD hem het liefste onder de zoden ziet verdwijnen. Daarmee speelt hij toe dat een politieke partij in dit huis hem vermoord zou willen hebben. Dat kan echt niet. Beide opmerkingen, beide toespelingen zijn walgelijk. Dat de heer Wilders zich zorgen maakt over zijn veiligheid, is helaas terecht. Dat weten we allemaal al jaren. Maar er wordt ook altijd serieus werk van gemaakt door de regering. Nu hij wel het gesprek aangaat en in dat gesprek ervan overtuigd raakt dat er niets in gaat veranderen en dat zijn veiligheid door de regering gewaarborgd blijft, zoals dat de afgelopen jaren is gebeurd, is hij dan bereid om beide uitspraken terug te nemen?

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ik neem helemaal geen enkele uitspraak die ik ooit heb gedaan, terug. Het is totaal onzinnig om met mij het debat aan te gaan om vervolgens uitspraken terug te nemen. Ik sta achter mijn uitspraken. Dat blijf ik staan, altijd.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Op het moment dat blijkt dat zowel de toespeling op de afkomst van de minister als de toespelingen die gemaakt zijn over de intenties van de VVD niet waar blijken te zijn, blijft hij toch achter zijn uitspraken staan?

De heer Wilders (PVV):
Ik vertrouw de VVD voor geen cent, voor geen millimeter. Nogmaals, ze hebben mij voor de rechter gedaagd. De minister van de VVD, de heer Opstelten, heeft ervoor gezorgd, dat ik tien jaar lang niet altijd hier kon zijn, maar dat ik in de rechtbank moest zijn voor uitspraken waar ik trouwens meestal, op één na, voor ben vrijgesproken. Iedere keer opnieuw. Dat is een. Twee. Ze hebben in hun midden een moslimterrorist opgenomen. Ik kom er zo uitgebreid over te spreken. Een adviseur van Rutte, een adviseur van de VVD. Het is een veroordeelde terrorist, wier organisatie mij wilde vermoorden. Mij is nooit verteld dat die bij de VVD zat en wellicht in dit gebouw rondliep. Nooit iets over gehoord! Vindt u het gek dat ik mij zorgen maak? En daarna komt er een minister die een dubbele nationaliteit heeft, die ze kan inleveren maar dat niet doet. Dan zit het mij tot hier en ik neem daar niets van terug.

De heer Pieter Heerma (CDA):
De heer Wilders haalt er allerlei argumenten bij. Dat doet hij, denk ik, omdat hij voelt dat zijn hoofdverhaal kant noch wal raakt. Zelfs als in een gesprek duidelijk wordt dat zijn zorgen over zijn veiligheid niet terecht zijn en dat de toespelingen die hij maakt niet terecht zijn, is de heer Wilders niet bereid om zijn woorden terug te nemen. Dat zegt helaas meer over de heer Wilders dan over het kabinet.

De heer Wilders (PVV):
Nee hoor, voorzitter. Gelukkig is het niet zo, want ik gun het u niet. Maar je zou maar achttien jaar lang je vrijheid kwijt zijn. Als je achttien jaar lang per dag ongeveer tien tot twintig doodsbedreigingen uit de wereld krijgt, als je achttien jaar lang je vrijheid kwijt bent, dan praat je niet zo gemakkelijk over wat u zegt. Ik maak me er oprechte zorgen over. Er heeft hier verdomme een moslimterrorist rondgelopen en loopt hier misschien nog steeds rond, die veroordeeld is en wier organisatie mij wilde vermoorden. Wat dacht u daarvan?

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ik had me in het kader van het nieuwe elan eigenlijk iets anders voorgesteld van het begin van dit debat. Dit lijkt toch een beetje een geënsceneerde afleidingsmanoeuvre. Dat vind ik jammer, want ik ging er juist een beetje van uit dat we positief zouden gaan doen. Blijkbaar niet. Maar goed, de heer Wilders en ik komen alle twee uit de VVD. De VVD is een soort incubator geworden van goede partijen. Laten we het gewoon weer over de inhoud hebben. Als je het verkiezingsprogramma van de VVD leest, dan zie je allemaal mooie dingen. De middeninkomens gaan erop vooruit, werkenden en ondernemers: iedereen gaat erop vooruit. Er komen lagere belastingen. En wat staat er in het regeerakkoord? Eigenlijk wordt alles slechter. We gaan ongelimiteerd geld uitgeven, de koopkracht wordt er niet beter van en voor ouderen wordt het gewoon een regelrechte hel. Bent u niet ongelooflijk blij dat u dit verkiezingsprogramma, net als ik, nooit meer hoeft te verdedigen en dat u dit regeerakkoord ook niet hoeft te verdedigen?

De heer Wilders (PVV):
Ik ben inderdaad ongelofelijk blij dat ik het nu kan gaan afkraken.

De voorzitter:
Excuus. Ik zie de heer Segers nog even staan.

De heer Segers (ChristenUnie):
In een rechtsstaat gaat de rechter over uitspraken, onder andere van de heer Wilders, wat tot een veroordeling heeft geleid. Dat is geen politieke uitspraak. Dat is een rechterlijke uitspraak. Maar in een rechtsstaat is het een erekwestie om een politicus die bedreigd wordt, te beschermen. Volgens mij vindt iedereen hier in deze zaal het een erekwestie dat de heer Wilders gewoon vrij en veilig kan leven en kan zeggen wat hij wil. Des te teleurstellender is het dan dat het zo hard de andere kant op gaat en dat er zo'n beschuldiging komt. Zo persoonlijk. Zo richting een partij en zo over motieven en intenties, waarvan je enig inzicht in hoofden moet hebben, wil je daar bij kunnen komen. Is er ooit een aanwijsbare reden geweest dat de heer Wilders heeft getwijfeld aan de inzet om hem te beveiligen? Heeft hij ooit een aanwijzing gegeven? Heeft hij ooit een signaal gegeven over zijn eigen veiligheid, dat niet is opgepakt? Is er een reden waarmee hij kan onderbouwen dat er hier een partij is die hem onder de zoden wil hebben?

De heer Wilders (PVV):
Over uw eerste vraag ga ik echt niks antwoorden. Dan zou ik mijn eigen veiligheid ... Ik ga niets zeggen over de vraag wanneer ik mij onveilig voelde, en of dat politiek of anderszins zo was. Daarover ga ik echt helemaal niets zeggen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik vraag u om uw bewering dat er hier een partij is die u alleen maar onder de zoden wil hebben, te onderbouwen. Dat is wat ik u vraag. U heeft een hele boude uitspraak gedaan.

De heer Wilders (PVV):
Dat heb ik al vier keer uitgelegd.

De heer Segers (ChristenUnie):
U moet onderbouwen dat er hier een partij zou zijn die alleen maar het doel heeft ... Dat is zo ontzettend boud.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, het spijt me echt. Ik snap dat alle coalitiepartners zijn geweest. De afspraak was dat de heer Segers dan ook nog een keer moest komen, maar ik ga daardoor niet mijn verhaal vier keer herhalen. Ik heb het antwoord op die vraag al vier keer gegeven.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik vind het zo teleurstellend dat de heer Wilders ruzie maakt met de verkeerde mensen. Wij staan hier voor een democratische rechtsstaat, waarin je scheiding van machten hebt en waarin je vrijheid verdedigt, ook van degenen die het niet met je eens zijn. Dan kun je heel scherp het debat gaan voeren. Dat gaat de heer Wilders zo doen. Hij zegt: kom toch aan, ik ga het voorgenomen beleid van dit kabinet afkraken. Prima, dat mag hij allemaal doen. Maar er zijn grenzen in de democratische rechtsstaat. Er zijn ook fatsoensgrenzen. Die veiligheid is van ons allemaal. Die vrijheid is van ons allemaal. Daar staan we allemaal voor. Ik begrijp gewoon oprecht niet dat de heer Wilders ruzie maakt met de verkeerde mensen, met de minister van Justitie, die zelf weet wat het is om tegenover vijanden te staan die zich islamist of jihadist noemen, en die zelf weet waar het gevaar vandaan komt. Maak alsjeblieft ruzie met de juiste mensen en niet met de verkeerde mensen.

De heer Wilders (PVV):
Weet je wanneer je een grens overgaat? Dat is als je een lid van de Hofstadgroep als adviseur van je partij opneemt, wat de VVD heeft gedaan. Soumaya Sahla is een veroordeeld terrorist. Ik ga daarover zo uitgebreid spreken. Dat is iemand die de rechtsstaat omver wilde gooien. Iemand die gearresteerd is met een mitrailleur en een revolver bij zich. Iemand die veroordeeld is voor het bij zich hebben van een mitrailleur, een automatisch pistool, en een revolver. Iemand die op straat gearresteerd is met Nouredine el F., die op weg was naar Ayaan Hirsi Ali en ondergetekende, om ons van kant te maken. Om die adviseur te maken van de minister-president en van de VVD, dát is een grens overgaan.

De voorzitter:
Er is nog een interruptie van de heer Eerdmans, JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik hoef eigenlijk geen antwoord te hebben. Het gaat mij meer om dit laatste punt. Ik heb dat ook met stijgende verbazing gezien. Ik heb zelf ook met de Hofstadgroep te maken gehad, helaas. Ik weet wat daarmee beoogd werd. Ik heb er ook echt met grote ergernis kennis van genomen dat zoiets gebeurt zonder medeweten van de heer Wilders. Wij wilden daarover als Tweede Kamer geen debat, omdat er werd gezegd: dat blijft achter de schermen en dat moeten we niet hier in de publieke arena bespreken. Maar hoe kan het inderdaad dat een veroordeeld terrorist komt werken in de Kamer en dat in dit geval de heer Wilders daar niet van op de hoogte is gesteld? Ik kijk hierbij ook naar de minister-president. Ik kijk naar de VVD. Het is toch werkelijk ongelofelijk dat de heer Wilders hier op kantoordagen mevrouw Soumaya S. in de ogen moet kijken en dat hij daar niet op voorbereid was? Ik vind dit een nalatigheid van de Tweede Kamer.

De voorzitter:
Volgens mij is dit geen vraag aan de heer Wilders, maar wel aan de Kamer.

De heer Eerdmans (JA21):
Misschien is het ook een vraag aan u, voorzitter. Misschien is het wel iets om mee te nemen, dat we dat niet moeten doen in dit huis, op deze manier.

De voorzitter:
Volgens mij is dit een vraag die gericht is aan de minister-president.

De heer Wilders (PVV):
De heer Eerdmans heeft wel gelijk. Volgens mij wist u het ook niet, voorzitter. Mijn beveiliging wist het ook niet. Het is een grof schandaal.

Goed, ik begin met mijn verhaal. Ik sprak al over de bewindslieden van het nieuwe kabinet. Het is het ideologisch meest linkse kabinet sinds Den Uyl, met activistische D66'ers en links-liberale VVD'ers die zich hard gaan maken voor nog meer Europese Unie, nog meer belastingen, nog meer klimaatgekkigheid en nog meer migratie. Het is ook het meest onbeschofte kabinet sinds Den Uyl. 60 miljard euro uitgeven aan stikstof en klimaat, en ondertussen onze gepensioneerden €1.000 afpakken, is ronduit schandalig. De mensen in Groningen publiekelijk vernederen door ze half bedelend in de rij te laten staan voor een subsidie om hun huis te versterken en daar ondertussen toch weer extra gas gaan boren voor Duitsland, is onbetrouwbare en vuile politiek.

Voorzitter. Dit kabinet neemt afscheid van de middenklasse van Nederland, maar ook van de mensen die het al moeilijk hebben, van de AOW'ers. Iedereen is de klos. Iedereen levert in en gaat er in koopkracht op achteruit. Ooit was de hardwerkende middenklasse heilig voor de VVD, en werden ze de ruggengraat van samenleving genoemd. Inmiddels worden ze net als de rest van Nederland als voetveeg behandeld en als citroenen uitgeperst. Onbetaalbare energierekeningen, de op een na hoogste benzineprijs ter wereld, een torenhoge inflatie, steeds duurder wordende boodschappen: mensen krijgen het allemaal voor hun kiezen.

En alsof dat nog niet genoeg is, zegt Rutte-IV: "Weet je wat, we doen er ook nog een verhoging van de vliegtaks bij, en een verhoging van de tabaksaccijnzen. We komen met een suikertaks en een kilometerheffing. En o ja, en komen ook nog Europese belastingen bij, want Sigrid is nu de baas." Forse lastenverhogingen: het is het verraad van Nederland. Ik zal, iedere dag opnieuw, mijn stinkende best doen om ervoor te zorgen dat dit kabinet zo snel mogelijk weer opkrast en van het politieke toneel verdwijnt.

Ik doe dat met open vizier. U weet dus precies wat u aan mij heeft. Dat geldt niet voor de man die zich weer premier mag noemen, Mark Rutte. Wees gewaarschuwd, zeg ik tegen de nieuwe bewindslieden, ook degenen die hier vandaag niet zijn. Zolang alles politiek goed met u gaat, zult u niet zo veel last van Rutte hebben. Maar komt u in de politieke problemen, dan verandert dat. Hij duikt dan eerst zolang mogelijk weg, en zijn geheugen en actieve herinneringen beginnen steeds meer te haperen, tot het echt niet meer anders kan. Dan slaat hij, meestal hier in de zaal, zijn linkerarm vriendschappelijk om u heen, om u vervolgens met zijn rechterarm het ravijn in te duwen. Velen zijn u al voorgegaan, en liggen inmiddels op het politieke kerkhof. Ik wens u veel plezier toe in uw nieuwe baan.

Mevrouw de voorzitter. Ik sta hier namens meer dan 1 miljoen mensen die op de PVV hebben gestemd, omdat ze een beter Nederland willen. Ik kom op voor de gewone man en vrouw die het allemaal niet voor niks krijgen in het leven, die een land voor hun ogen hebben zien verloederen en veranderen in één grote achterstandswijk. Zij moeten steeds meer gaan betalen voor alles en krijgen daar steeds minder voor. Ze snappen niets, maar dan ook helemaal niets van de keuzes en prioriteiten van politiek Den Haag.

Ze vinden het onbegrijpelijk dat de man, die ze zo wantrouwen, die sloper des vaderlands, die nationale leugenaar, Mark Rutte, opnieuw premier is geworden, nadat hij eerder was afgetreden. Ze snappen er ook helemaal niets van dat Sigrid Kaag, die vorig jaar zelfs twee keer is afgetreden, een keer vanwege het toeslagenschandaal en een keer vanwege Afghanistan, gewoon weer in vak-K zit en niet bij het UWV voor een omscholingscursus. Ze is nu zelfs minister van Financiën geworden, en de enigen die daar echt blij van worden, zijn de eerder door haar gefinancierde Palestijnse terroristen uit het Midden-Oosten. En wat te denken van de eerste klas faalhaas, mevrouw Ollongren, die de crisis op de woningmarkt alleen maar verergerde, die de notitie "Omtzigt, functie elders" wereldkundig maakte en het verschil tussen een sergeant en een majoor niet eens kent, maar toch tot minister van Defensie is gebombardeerd. Ik hoop maar dat iemand haar op tijd vertelt dat Oekraïne geen NAVO-lid is en Poetin niet de president van Luxemburg. En wat te denken van de VVD'er Harbers, die als staatssecretaris is afgetreden, omdat hij de Kamer had voorgelogen over asielcriminaliteit? Hij is nu bevorderd tot minister van Infrastructuur en Waterstaat. Liegen loont bij de VVD.

Dan de bewindslieden met een dubbele nationaliteit — we hadden het er net al even over — onder wie de VVD'er Yeșilgöz op Justitie met de Turkse nationaliteit. Het was nota bene VVD-Kamerlid Mark Rutte dat er in 2007 schande van sprak dat de Partij van de Arbeid-staatssecretaris Albayrak in het kabinet Balkenende IV haar Turkse nationaliteit niet had ingeleverd. Rutte stond daar aan de interruptiemicrofoon Balkenende de les te lezen en vroeg hem waarom Albayrak haar nationaliteit niet had ingeleverd. Nu het een VVD'er betreft, een VVD-minister, is het ineens geen probleem meer. Wat een hypocrisie.

De voorzitter:
Een interruptie van de heer Azarkan, DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Wat is het probleem volgens de heer Wilders van een dubbele nationaliteit?

De heer Wilders (PVV):
Het gaat ons om politieke functies. Wij willen geen mensen met een dubbele nationaliteit in een politieke functie, Eerste Kamer, Tweede Kamer, noem maar op, omdat dat de schijn van dubbele loyaliteit met zich meebrengt, niet dubbele loyaliteit, maar de schijn daarvan. Er zijn ook landen, zoals Turkije en Marokko, die zelfs in wetgeving strengere straffen hebben voor mensen die een dubbele nationaliteit hebben. De Armeense genocide erkennen is in Turkije strafbaar. Als een Turk dat buiten Turkije doet, wordt de straf met een derde verhoogd. Er zijn, of men dat nou wil of niet, rechtsgevolgen aan verbonden. In Australië, een fatsoenlijk land, is het niet mogelijk om met een dubbele nationaliteit lid van het kabinet of van een Kamer te zijn.

De heer Azarkan (DENK):
Nou zit de heer Markuszower daar. Volgens mij heeft hij een dubbele nationaliteit.

De heer Wilders (PVV):
Nee, dat heeft hij niet.

De heer Azarkan (DENK):
Mijn punt is: zouden we niet naar het gedrag van mensen moeten kijken? We hebben nu een koningin met een dubbele nationaliteit. We hebben 1,4 miljoen mensen met een dubbele nationaliteit. We hebben heel veel diplomaten die twee of drie nationaliteiten hebben. Dat helpt namelijk bij het reizen. Waarom nou elke keer uitgaan van de schijn van loyaliteit en daarmee de verdenking op deze mensen laden? Waarom al bijna een kwarteeuw deze rancunepolitiek? Kijk naar wat mensen presteren, niet naar waar ze vandaan komen.

De heer Wilders (PVV):
Ik ben het dus echt eens met de Mark Rutte van 2007. De Mark Rutte van 2007 zei letterlijk het volgende. Het is toch wel mooi om dat nog een keer te citeren. Rutte, Tweede Kamer, 15 maart 2007, debat regeringsverklaring Balkenende IV: "Als nieuw bewindspersoon, mevrouw Albayrak, was zij in de gelegenheid om een voorbeeld te zijn voor al die migranten door onverkort te kiezen voor de Nederlandse nationaliteit. Wat de VVD betreft geldt dat voor iedere Nederlander. Ik vraag de regering met wetgeving te komen en anders komen we met initiatiefwetten." De heer Rutte toen — het is een ontzettende hypocriet, want nu vindt hij het allemaal prima — zei ook: dat kan niet; je moet kiezen voor één land, voor één nationaliteit en als je in de politiek zit mag je niet de schijn hebben van dubbele loyaliteit en dan mag je, zeker niet als Kamerlid of minister, ook nog de drang van een extra straf krijgen als je je uitspreekt in tegenstelling tot je landgenoten; dat kan gewoon niet; dat kunnen we niet hebben. Nogmaals: in andere landen, vaak Angelsaksische landen, is het heel gebruikelijk dat dat niet mag.

De heer Azarkan (DENK):
Wij kennen dit verhaal van de heer Wilders al bijna een kwarteeuw. Hij is een van de langstzittende leden van deze Kamer. Hij heeft in politiek opzicht de dinosaurus zien uitsterven, zo lang zit hij er al. 8.484 dagen lang vertelt hij hetzelfde verhaal. De heer Wilders waarschuwt voor dit gevaar. Op welk moment heeft hij nou waargenomen, in het kabinet, hier in de Kamer, in de Eerste Kamer, dat dat tot problemen geleid heeft?

De heer Wilders (PVV):
Nou ja, we kunnen ons herinneren dat er, toen nog, Kamerleden van de Partij van de Arbeid waren die toch lastig zaten met het ontkennen van de Armeense genocide. U kunt zich dat misschien nog herinneren. Dat was een aantal jaren geleden. Mensen wilden schoorvoetend toegeven dat hij überhaupt had plaatsgevonden, omdat men toch van Turkse afkomst was. Dat is gebeurd en dat is niet goed. Dus nogmaals, ik vind dat je, als je Kamerlid of minister of staatssecretaris bent, maar één land mag dienen en dat is Nederland, en dat je nooit een dubbele nationaliteit mag hebben van welk ander land dan ook, of het Turkije, Noorwegen, Zweden of Marokko is, omdat de burger er gewoon van uit moet kunnen gaan dat jij vrij spreekt en dat jij alleen maar de belangen van Nederland dient. En dat doe je anders niet.

De heer Azarkan (DENK):
Tot slot. Het is gewoon een walgelijke insinuatie. Het is echt een walgelijke insinuatie om te denken dat mensen in dit huis met een dubbele nationaliteit, waar ze soms niks aan kunnen doen, zich ook maar in het hoofd halen om niet de belangen van Nederland te dienen. Dat is de verdenkingspolitiek van de heer Wilders. Dat is de rancunepolitiek en de haatpolitiek die hier al een kwart eeuw wordt gebezigd. Ik accepteer dat niet meer.

De heer Wilders (PVV):
Goed. Ik vervolg mijn betoog.

Het is ongehoord dat het hele krukkenteam — dat is het — van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, dat ons land in crisis na crisis heeft gestort, gewoon met elkaar doorgaat alsof er niets is gebeurd. Dat is geen nieuw elan of nieuwe bestuurscultuur, maar dat is verrotte oude machtspolitiek. Bijna niemand vertrouwt ze ook nog. Nog nooit is een kabinet in Nederland gestart dat zo diep gewantrouwd werd door de bevolking. Dat krijg je ervan als je de PVV, als derde partij van Nederland, al vóór de verkiezingen — niet daarna, maar al ruim vóór de verkiezingen — buitenspel zet en als je 1 miljoen PVV-kiezers recht in hun gezicht spuugt, zoals Rutte deed.

Voorzitter. De reden voor dat ondemocratische cordon sanitaire is, zo hoorden we de premier herhaaldelijk zeggen, dat de islamstandpunten van de PVV in strijd zouden zijn met de rechtsstaat. Wat blijken die woorden nu huichelachtig en hypocriet te zijn. Wat is dat een vreselijk verhaal. Want onlangs bleek dat de VVD van premier Rutte een veroordeelde moslimterrorist als adviseur heeft aangetrokken. Ik heb het inderdaad over Soumaya Sahla, voormalig lid van de Hofstadgroep. U weet wel, dat is die terreurgroep die verantwoordelijk was voor de moord op Theo van Gogh en die oud-collega Ayaan Hirsi Ali en mijzelf wilde vermoorden. De ellende bij mij van achttien jaar onvrijheid en beveiliging is daar toen begonnen.

Het is — ik kan het niet anders zeggen — moslimtuig van de richel. Soumaya Sahla is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf vanwege het lidmaatschap van een terroristische organisatie en vanwege het bezit van een automatisch vuurwapen en een revolver. En nu is ze adviseur van de VVD van premier Rutte over nota bene nationale veiligheid. Zoiets verzin je toch niet? In welk gekkenhuis zijn we hier terechtgekomen? Niet wij, maar zij heeft de rechtsstaat in de fik gestoken en de Grondwet in stukken gehakt, en nu zit ze op het pluche bij de VVD. De zus van Soumaya Sahla — dat is mevrouw Fonda Sahla — zit nu praktisch naast mij in de plenaire zaal. Zij is lid van de D66-fractie en voormalig schoonzus van moslimterrorist Nouredine el Fahtni, de man die met een mitrailleur in zijn auto samen met VVD-adviseur Soumaya werd gearresteerd. Fonda Sahla zit op haar beurt weer vlak bij een Kamerlid van GroenLinks, ook met een hoofddoek op, die banden heeft met de terroristische Moslimbroederschap. In het gebouw van de Tweede Kamer ...

De voorzitter:
Meneer Wilders, ik ga u ...

De heer Wilders (PVV):
... lopen dus islamitische radicalen en terroristen rond. Ik voel me daar uiterst ongemakkelijk en ook onveilig bij.

De voorzitter:
Ik ga u heel even onderbreken. U heeft natuurlijk het recht om veel te zeggen in deze Kamer.

De heer Wilders (PVV):
Alles.

De voorzitter:
Als het gaat over beveiliging, dan snap ik ook uw punt. Maar er zijn een aantal mensen vandaag niet in de zaal. Zij kunnen zich niet verdedigen. U noemt een aantal namen. Ik stel voor dat we daar op een discretere manier mee omgaan. Daarnaast maakt u een opmerking over en geeft u een kwalificatie van een collega. U kwalificeert die collega als "met een hoofddoekje". Ik vind dat niet respectvol.

De heer Wilders (PVV):
Ik heb het al gezegd.

De voorzitter:
Ik wil u vragen om daar echt wel op te letten. Voor de rest krijgt u alle vrijheid in deze Kamer om heel veel te vinden. Maar ik vind het wel belangrijk, en dat is ook wat we met elkaar hebben afgesproken in het Reglement van Orde, dat we met onderling respect ...

De heer Wilders (PVV):
Maar mevrouw de voorzitter, ik mag met onderling respect toch zeggen dat ik vind dat hoofddoekjes niet in de Tweede Kamer thuishoren? Mag ik die mening niet vertegenwoordigen? Dat mag ik toch zeggen? Ik vind dat hier in de Tweede Kamer der Staten-Generaal het vrouwonderdrukkende, islamitisch totalitaire, fascistische symbool van de hoofddoek niet thuishoort en we zouden hem moeten verbieden.

De voorzitter:
U mag dat zeggen. Ik mag als voorzitter van deze Tweede Kamer zeggen ...

De heer Wilders (PVV):
Absoluut.

De voorzitter:
... dat u het hebt over een collega, een gekozen volksvertegenwoordiger, en dat ik dat op de persoon vind.

U gaat verder.

De heer Wilders (PVV):
Goed, voorzitter. Het is een gotspe dat juist de PVV als partij die voor onze vrijheid vecht en zo ongeveer als enige tegen de islamitische terreur in het verweer komt, wordt uitgesloten door de VVD die terroristen koestert en in haar midden opneemt. Het is de wereld op zijn kop!

De voorzitter:
Er zijn een aantal collega's die willen interrumperen. Ik kijk even rond. Mevrouw Hermans van de VVD was de eerste.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik wil graag beginnen met een persoonlijk feit, om heel duidelijk te maken dat Samouya Sahla, over wie de heer Wilders het al een aantal keren heeft, niet voor mij of voor de VVD werkt en geen toegang heeft tot het Kamergebouw. Verder wil ik me aansluiten bij de woorden die de Kamervoorzitter zojuist heeft uitgesproken over het respectvol en op een normale, fatsoenlijke manier spreken over onze collega's. Er zijn collega's bij naam genoemd die zich niet kunnen verdedigen. Er worden ook verwijten in hun richting geuit, die ik verre van mij wil werpen. Ik vind dat wij iedereen in deze Kamer moeten beoordelen op de kwaliteit van de bijdrage die zij aan het debat leveren en van het werk dat zij hier doen.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Op de website van de VVD, bij de zogenaamde VVD-netwerken met de oude partijcommissies, staat gewoon bij Veiligheid en Justitie, bij nationale veiligheid: Samouya. Dat is Samouya Sahla. Je kunt helemaal niet zeggen dat zij geen toegang heeft tot het gebouw, want haar zus is Kamerlid van D66. Hoe weet u dat zij niet haar zus bezoekt? Daar weet u helemaal niets van. U kunt dat helemaal niet zeggen. U weet dat niet eens. Wat ik wel weet, mevrouw de voorzitter, is dat Samouya Sahla van de VVD, zus van een D66-Kamerlid, nooit spijt heeft betuigd. Ze heeft nooit spijt betuigd over wat ze heeft gedaan. Uit uitspraken van het hof en van de Hoge Raad blijkt dat zij een automatisch wapen bij zich had en dat zij, toen ze gearresteerd werd, tussen een andere terrorist en de politie in ging staan en Allahu Akbar riep, in de hoop dat die terrorist de tijd had om de mitrailleur te pakken. Dat soort mensen heeft u in uw partij rondlopen! Ze staan op uw website. En, mevrouw de voorzitter, om maar even aan te geven dat zo iemand niet snel verandert en dat je zo iemand nooit moet geloven dat ze haar leven heeft verbeterd, zeker als ze geen spijt heeft betuigd, is het haar eigen zus geweest, Karima Sahla, die heeft gezegd: nooit is iemand genezen van dit soort islamitische opvattingen; wie het woord "deradicaliseren" bedacht heeft, gelooft in sprookjes. Zo is het.

Mevrouw Hermans (VVD):
In aanvulling op het persoonlijke feit dat ik net maakte, het volgende. De suggestie werd gewekt dat zij hier werkt voor de VVD-fractie en op die manier toegang heeft tot de Tweede Kamer. Daar heb ik afstand van genomen. Zij werkt niet voor de VVD-fractie. Zij werkt niet voor mij. Ze zit in een netwerk van de VVD, precies wat de heer Wilders noemde. Dat is iets anders dan hier werken en met een Kamerpas zomaar kunnen in- en uitlopen.

De heer Wilders (PVV):
Schei nou toch uit. Ik heb zelf bij uw partij rondgelopen. Wij gingen als VVD-Kamerleden iedere maand met leden van partijcommissies vergaderen. Soms op het partijbureau en soms in de Tweede Kamer. Medewerkers gingen hen ophalen en ze kwamen binnen. Daarna bracht je ze weer weg. Hoe komt u erbij? Ze is lid van de VVD. Ze is een adviseur nationale veiligheid van de VVD. Misschien niet van de fractie, maar wel van de partij. En ze is een veroordeelde terrorist! Ze heeft drie jaar gevangenisstraf gekregen, omdat ze lid was van de Hofstadgroep die Theo van Gogh heeft vermoord, die mij wilde vermoorden en die collega Eerdmans wilde pakken. Dat soort types heeft u in uw partij. En u gaat mij de les lezen dat u niet met de PVV wilt regeren, omdat we in strijd met de rechtsstaat handelen? U haalt de grootste schurken van de rechtsstaat in uw partij binnen!

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Klaver en dan stel ik voor om terug te keren naar het onderwerp waar het debat vandaag over zou moeten gaan, het coalitieakkoord en de regeringsverklaring. De heer Klaver van GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik zou het daar uitermate graag over willen hebben, maar dit punt kan ik niet onweersproken laten, het spijt me. We hebben allemaal een eed afgelegd op de Grondwet. Artikel 1 van de Grondwet ziet toe op gelijke behandeling van alle mensen die hier wonen. Op het moment dat we hier mensen, niet alleen collega's of Kamerleden, maar alle mensen in Nederland, wegzetten op basis van religie, afkomst of de vraag of ze een hoofddoek dragen of niet, dan is dat ronduit racistisch. De minister-president zei net in zijn bijdrage dat we grenzen moeten trekken. Dan moeten we dat ook hard doen. In deze zaal kan niet alles gezegd worden. Racisme is niet normaal. Niet op straat en ook niet in de Tweede Kamer. En wat ook niet normaal is, voorzitter, is dat collega's hier verdacht worden gemaakt van allerlei praktijken, omdat ze familieleden zouden hebben. Ik kan me nog goed herinneren dat de heer Wilders een paar jaar geleden terecht woedend was toen zijn broer in het politieke debat werd betrokken. En nu doet hij het zelf.

De heer Wilders (PVV):
Ik doe helemaal niks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Nu verklaart hij een collega schuldig op basis van associatie met een familielid. Ik vind dat onacceptabel. Ik vind, voorzitter, dat de heer Wilders — ik wil u vragen dat verzoek ook te doen — zijn woorden daarover moet terugnemen, want ...

De heer Wilders (PVV):
Ik neem nooit woorden terug, gek. Ik neem nooit woorden terug! Nooit!

De voorzitter:
Sst, meneer Wilders. Meneer Wilders!

De heer Wilders (PVV):
Hou toch eens op, allemaal. Hou allemaal op over woorden terugnemen. Ik zal nooit wat terugnemen. U kunt zich de moeite besparen om het te vragen.

De voorzitter:
Meneer Wilders, misschien wilt u wel reageren op de vragen van de heer Klaver?

De heer Wilders (PVV):
Natuurlijk wil ik reageren op de vragen van de heer Klaver. Volgens mij ben ik nu aan het woord, meneer Klaver.

De voorzitter:
Excuus, meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Volgens mij ben ik aan het woord. U gaf mij het woord.

De voorzitter:
Dat is zeker waar. Ik dacht dat de heer Klaver tot een punt kwam, maar ik zie aan de heer Klaver dat dat niet het geval is. Ik geef dus het woord aan de heer Klaver en dan aan de heer Wilders.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, de heer Wilders onderbreekt mij.

De voorzitter:
Nee, ik gaf de heer Wilders het woord.

De heer Klaver (GroenLinks):
Hij kan hier aangeven dat hij nooit z'n woorden gaat terugnemen of niet, maar daar gaat het niet over.

De heer Wilders (PVV):
Ja, zeker wel.

De heer Klaver (GroenLinks):
U heeft ook die mogelijkheid, voorzitter. De voorzitter heeft ook de mogelijkheid om politici hier te vragen hun woorden terug te nemen. En als ze dat niet doen, kunt u hun het woord ontnemen. Als het ons allemaal menens is dat we zeggen dat onze rechtsstaat, onze democratische rechtsstaat, hier onder druk staat, dan begint dat erbij dat we grenzen durven te trekken.

Als u, meneer Wilders, op deze manier spreekt over collega-parlementariërs en als u op deze manier spreekt over de samenleving, dan gaat u een grens over. Dan respecteert u het niet meer dat we in dit land tot vreedzame oplossingen komen in een democratisch debat, dat uiteindelijk de meerderheid besluit, dat de mensen die hier worden gekozen, democratisch zijn gekozen. En als u dat niet doet, is er nog maar één pad dat openligt, en dat is geweld.

Daarom, voorzitter, wil ik u vragen: als hij het niet wil terugnemen, vraag ik u of u de heer Wilders wil vragen om zijn woorden terug te nemen. Wat mij betreft kan hij anders niet deelnemen aan deze vergadering.

De heer Wilders (PVV):
U bent echt niet goed wijs. Het spijt me echt, maar u bent echt niet goed wijs dat u op basis van wat ik heb gezegd, dit soort woorden gaat uiten. Weet u? Als er íéts discriminerend is, íéts gewelddadig is, is het wel die islam waarvan dat hoofddoekje het symbool is. Dat geldt niet voor iedereen die het draagt, maar het hoofddoekje is juist het symbool van de islam. Dat is juist de ideologie die ervoor zorgt dat als je niet islamitisch bent, of als je een vrouw bent die niet luistert, of als je een homoseksueel bent, of als je een afvallige bent, of als je een onafhankelijke journalist bent, je kop eraf gaat. In ieder land, meneer Klaver, in ieder land waarin de islam dominant is, zie je het racisme en het geweld van de islam. Degene die daar kritiek op heeft het woord ontnemen, helpt u echt niet. Dat maakt het probleem alleen maar groter.

De heer Klaver (GroenLinks):
Woorden doen ertoe. Dat is niet omdat ik het zeg, maar omdat de veiligheidsdiensten het zeggen. Die zeggen dat er de afgelopen jaren een enorme toename is geweest van radicalisering van extreemrechts, van jongeren die zijn gaan geloven in de woorden van politici zoals de heer Wilders. Woorden doen ertoe. We zien dat steeds meer mensen gaan geloven in complottheorieën. We zien dat journalisten niet normaal naar demonstraties kunnen gaan die er terecht over het coronabeleid zijn. Ze moeten beveiligd worden. We zien dat politici niet normaal naar de trein kunnen lopen, maar beveiligd moeten worden omdat die jongens zich opgehitst voelen en denken dat er iets heel groots gaande is. Meneer Wilders, daar draagt u aan bij, en daar spreek ik u op aan. Dáár spreek ik u op aan, omdat wij allemaal op de allereerste plaats dienaren zijn van die democratische rechtsorde. En u zaagt al jaren aan de poten daarvan. En om heel eerlijk te zijn, zijn we daar met z'n allen veel te soft in geweest. We hebben u misschien tegengesproken, maar we hebben toegestaan dat het in deze zaal gezegd werd. Het past nergens, niet in de samenleving en zeker niet in het parlement.

De heer Wilders (PVV):
Ik heb werkelijk geen woord verkeerd gezegd, maar laat ik eens kijken wat het Kamerlid van GroenLinks, mevrouw Kauthar — daar doelde ik net op — heeft gedaan. Laten we even kijken naar wat er over de grens gaat en wat niet. Ik zie dat de heer Klaver snel de andere kant op kijkt, want dit vindt hij natuurlijk niet leuk om te horen. U bent weer bij de les, zie ik. Mevrouw Kauthar protesteerde tegen het geweld in Gaza. Ze stond op de foto met hakenkruizen, met antisemitische vlaggen. Als u het niet gelooft, wilt u dan de foto's zien? Ze stond daar met mensen met hakenkruizen. Uw Kamerlid stond daar met een islamitische hoofddoek op te demonstreren. Ze was ook bestuurder bij FEMYSO. Dat is een jeugdorganisatie van de Moslimbroederschap. En als u het over veiligheidsdiensten heeft, meneer Klaver, kunt u misschien ook eens kijken — hij kijkt weer in paniek om zich heen — wat de veiligheidsdiensten over de Moslimbroederschap hebben gezegd. Dat is namelijk een club die voor de shariastaat is, waar Hamas een afdeling van is, die banden heeft met Al Qaida. Uw Kamerlid, Kauthar Bouchallikht — ik hoop dat ik het goed uitspreek — is bestuurder geweest bij een moslimterreurorganisatie die met antisemitische vlaggen en hakenkruizen ging demonstreren. Gaat u mij nou de les lezen? Ga maar eens praten met uw collega in uw eigen fractie.

De voorzitter:
De heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik was eigenlijk benieuwd wat u ging zeggen, voorzitter. Ik ben verdorie al twee interrupties kwijt die ik eigenlijk wil gebruiken om over de inhoud van dit regeerakkoord te spreken. Ik kan dit niet onbesproken laten. Het is onacceptabel als op deze wijze over collega's wordt gesproken in deze Kamer. Ik vind dat u zich daarover moet uitspreken, voorzitter.

De heer Wilders (PVV):
Het zijn feiten! Wat klopt er niet aan wat ik heb gezegd?

De voorzitter:
Collega's …

De heer Wilders (PVV):
Alle feiten die ik heb genoemd, kloppen. U kunt met mij van mening verschillen over mijn oplossingen, maar u kunt niet over de feiten van mening verschillen. Zij heeft gedemonstreerd met antisemitische vlaggen en hakenkruisen. Zij is bestuurder geweest bij de jeugdorganisatie van de Moslimbroederschap. Zij heeft workshops verzorgd bij Milli Görüş, waar mannen en vrouwen gescheiden zaten. Dat zijn feiten!

De voorzitter:
Meneer Wilders …

De heer Wilders (PVV):
U mag mij niet aanspreken op feiten. Het zijn feiten, mevrouw de voorzitter. Die zijn voor u ongemakkelijk, maar voordat u mij de les leest, moet u even in een hele grote spiegel kijken en moet u daar samen met die vrouw uit uw fractie voor gaan staan.

De voorzitter:
Collega's, ik wil even iets zeggen. Ik hoor over en weer veel kwalificaties van collega's. Er worden collega's weggezet. Het gaat om collega's die zich hier niet kunnen verdedigen. Het doel van dit debat is om het te hebben over de regeringsverklaring, het coalitieakkoord. U heeft alle vrijheid om te debatteren over de inhoud, maar nu krijgt het een sfeer waarvan ik denk: dat is niet het debat dat we zouden moeten willen; het is geen debat op basis van de inhoud en op basis van argumenten. Een aantal collega's heeft daar terecht wat van gezegd. Laten we nu het debat terugbrengen naar de inhoud. Dat heeft mijn voorkeur.

De heer Paternotte (D66):
Ik ben het eens met wat mevrouw Hermans en de heer Klaver zeiden. De heer Wilders had het over Soumaya Sahla. Hij haalde haar zus, Fonda Sahla, erbij. Zij is opgegroeid in Den Haag en heeft zich ingezet op de school van haar kinderen en voor haar buurt. Zij heeft meer gedaan voor de vrijheid in Den Haag dan heel veel anderen in deze zaal. Ik ben er trots op dat zij in onze fractie zit. Het enige wat de heer Wilders noemde, was dat zij de zus is. De heer Klaver noemde net zeer terecht dat de heer Wilders in 2017, toen RTL Nieuws de broer van de heer Wilders interviewde, zei dat RTL Nieuws "ongelofelijk laaghartig tuig" is. Hij vroeg zich af hoe RTL Nieuws het durfde om hem bij die campagne te betrekken. Het is schandalig hoe de heer Wilders hier mensen puur op basis van hun afkomst in een hoek zet. Het is ongelofelijk hypocriet dat nota bene hij dat durft te doen.

De heer Wilders (PVV):
Het is zeer relevant dat ik dat noem, want zij is de zus van een veroordeelde terrorist. Dat maakt háár geen terrorist, maar dat zorgt er wel voor dat die terrorist — dat is dus niet uw fractiegenoot, maar haar zus — hier rond kan lopen. Dat is toch uitermate relevant? Ik heb gezegd: zij is de zus van Fonda Sahla. Dat betekent dat, als Fonda Sahla haar zus hier zou uitnodigen, hier gewoon een veroordeelde terrorist rondloopt, die ook mij wilde vermoorden! Ik zou toch gek zijn als ik dat niet zou noemen?

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Even heel precies, voorzitter. Er gaan geen ongewenste kwalificaties over en weer; het is alleen de heer Wilders die hier over collega's — dat zijn democratisch gekozen volksvertegenwoordigers — allerlei termen de zaal in slingert. Het zijn niet de heer Klaver, de heer Paternotte of mevrouw Hermans die iets zeggen wat niet deugt. Het is de heer Wilders die onze collega's, maar ook al die andere mensen van goede wil in ons land, die elke dag een bijdrage willen leveren …

De voorzitter:
Ik wil daar even wat op zeggen. U heeft een punt, mevrouw Ploumen. Ik bedoelde ook de bewoordingen …

De heer Wilders (PVV):
U kiest gewoon partij.

De voorzitter:
Nee, ik kies geen partij. Ik heb net aangegeven dat het belangrijk is om bij de orde van het debat te blijven. Het gaat over de regeringsverklaring. Ik heb net aangegeven dat ik de kwalificaties die geuit zijn, niet wenselijk vind, want die getuigen niet van onderling respect. De collega's kunnen zich hier niet verdedigen, meneer Wilders. Ik wil dus aan u vragen om zich te beperken tot het onderwerp en terug te gaan naar waarover het zou moeten gaan.

De heer Wilders (PVV):
Noch de heer Klaver, noch de mevrouw van de Partij van de Arbeid en noch uzelf kan aangeven wat ik verkeerd heb gezegd. Wat heb ik dan verkeerd gezegd? Ik heb feiten benoemd. Ik heb mijn mening gegeven en gezegd dat ik vind dat hoofddoekjes niet in de Tweede Kamer thuishoren. Ik denk dat 90% van Nederland dat met mij eens is. We zijn in het Nederlandse parlement. Als je een hoofddoekje wilt dragen, ga je maar in Saoedi-Arabië in het parlement zitten, als dat daar al bestaat. Maar ik mag toch zeggen dat ik dat niet wil? Verder heb ik niets gezegd wat bezijden de feiten en de waarheid ligt.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik wil graag een punt van orde maken. Volgens mij kan niemand zich aan de indruk onttrekken — dat speelde in de coronacrisis ook al — dat het met naam en toenaam beschuldigen van mensen hier in de zaal, in de tijd vaak gevolgd wordt door een bericht een week later dat die mensen persoonsbeveiliging nodig hebben. Minister Kaag heeft onlangs zelf aan den lijve ondervonden hoe bedreigend de gevolgen van woorden kunnen zijn. Oud-minister Hirsch Ballin heeft gezegd dat sommige woorden al een grens overgaan voordat ze in de praktijk worden gebracht. Het punt dat de heer Klaver maakt, is dat wij die grens ook hier in het debat hebben te bewaken. Nogmaals, ik heb de indruk dat er een relatie ligt tussen mensen die hier in een coronadebat of in dit soort debatten met naam en toenaam beschuldigd worden, waarbij toespelingen gemaakt worden op hun loyaliteit, en dat dat leidt tot de noodzaak van persoonsbeveiliging, precies de situatie waar de heer Wilders zelf in zit. Mijn punt van orde zou zijn dat de voorzitter en het Presidium gaan kijken of dit gevoel klopt. Want als het zo is dat op deze manier over mensen spreken direct leidt tot persoonsbeveiliging, dan is de manier waarop hier het debat gevoerd wordt onderdeel van het smoren van het politieke debat. Als dan dat vermoeden dat ik heb waar blijkt, is er ook een haakje waar de voorzitter op kan ingrijpen in de lijn waar de heer Klaver het nu over heeft.

De heer Wilders (PVV):
Het is een valse en vieze insinuatie die u nu pleegt.

De heer Pieter Heerma (CDA):

De heer Wilders (PVV):
Ja, maar toch zeg ik … Volgens mij ben ik nu aan het woord en ik ga over mijn eigen woorden. Het is een vieze en valse insinuatie van de leider van het CDA dat wat ik zeg daartoe zou leiden. Maakt u zich maar zorgen over die Soumaya Sahla, de veroordeelde terrorist die bij de VVD-fractie rondloopt.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Wilders (PVV):
Die bij de VVD-partij rondloopt; excuus.

De voorzitter:
Ik zie nog mevrouw Hermans. En overigens, misschien even in reactie op de heer Heerma: we nemen de suggestie mee richting het Presidium over wat het effect van woorden is, …

De heer Wilders (PVV):
"Die nemen wij mee."

De voorzitter:
… ook in het contact met onze veiligheidsdiensten.

De heer Wilders (PVV):
Maar voorzitter, dan moeten we dat toch in een motie doen?

De voorzitter:
Dat was een vraag aan mij. Het was een vraag aan mij.

De heer Wilders (PVV):
Ja, maar als ik iets vraag, zegt u toch ook niet: we nemen het mee? Dan moet dat toch in een motie worden neergelegd om te kijken of dat …

De voorzitter:
Ik kan dit zeggen, omdat dit een onderwerp …

De heer Wilders (PVV):
U kunt toch niet altijd partij kiezen voor de mensen die tegen mij zijn?

De voorzitter:
Ja, nee, maar dit is een onderwerp dat sowieso leeft en waar we het ook over hebben, dus vandaar dat ik …

De heer Wilders (PVV):
Ik heb ook nog wel een paar onderwerpen die leven.

De voorzitter:
Mevrouw Hermans, VVD.

De heer Wilders (PVV):
Misschien kan u dan ook het onderwerp meenemen dat bij heel veel miljoenen Nederlanders leeft, dat mensen met een hoofddoekje geen lid meer kunnen zijn van de Tweede Kamer. Kunt u dat ook meenemen? Dan bent u eerlijk, als u dat ook meeneemt. Niet alleen maar hun voorstellen meenemen, maar ook die van mij: dan bent u een onafhankelijk voorzitter.

De voorzitter:
Ik ga daar even wat over zeggen en dan geef ik het woord aan mevrouw Hermans. Veiligheid is een heel belangrijk onderwerp en dat weet u als geen ander, dus als de suggestie wordt gedaan van hoe wij met elkaar omgaan ... Ik krijg ook signalen dat de verruwing van het debat hier en hoe we communiceren op sociale media een effect hebben. Dan heb ik het niet over een een-op-eenrelatie, maar ik heb het er wel over dat dat een effect is van wat we hier doen en hoe we ons uiten op sociale media. Daarover, en dat kan ik in alle openheid zeggen, heb ik ook contact met onze veiligheidsdiensten om te kijken of we daar wat meer over kunnen weten. Vandaar dus dat ik, toen de heer Heerma daar wat over zei, daar op die manier op kon reageren, gewoon feitelijk.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik wil alleen mijn steun uitspreken voor het punt van orde van de heer Heerma, maar u heeft het inmiddels overgenomen. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Hermans.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Nederland is vol, bomvol. We hebben aan alles tekort: aan huizen, aan zorg, aan politie, aan energie en aan gas. Maar toch kwamen er vorig jaar per saldo meer dan 100.000 immigranten bij in Nederland. 100.000 immigranten erbij. Dat is een stad als Venlo, Emmen of Alkmaar erbij in één jaar tijd. Vind je het gek dat de zorgkosten dan oplopen? En vind je het gek dat we dan een groot tekort aan woningen hebben? Je kan wel 100.000 woningen per jaar erbij willen bouwen, maar als je ieder jaar net zo veel immigranten toelaat, dan schieten we daar natuurlijk niet zo veel mee op. En terwijl Nederlandse woningzoekenden eindeloos op een woning moeten wachten, krijgen asielzoekers tot op de dag van vandaag nog steeds massaal voorrang. Het nieuwe kabinet verandert daar niets aan. Het is pure discriminatie van Nederlanders.

Dus, mevrouw de voorzitter, onze grenzen moeten dicht, dicht voor nog meer gelukszoekers. De voortdurende asieltsunami is niet alleen onbetaalbaar, maar brengt ook nog eens een massa mensen naar Nederland toe die hier helemaal niets te zoeken hebben, die onze maatschappij ontwrichten, die ook van onze overheid laffe leugenaars hebben gemaakt. Het is toch een ongekende schande dat voormalig VVD-staatssecretaris Broekers-Knol de Nederlandse bevolking en gemeenten voorloog over een zogenaamd verplichte aanwijzing om nog meer asielzoekers op te vangen? Pas op de dag van haar aftreden bekende ze dat hier helemaal geen wettelijke basis voor is, dat ze had gelogen. Wat een ongelofelijke valsheid en onbetrouwbaarheid.

Voorzitter. De grenzen moeten ook dicht omdat we de jihad importeren. We importeren terreur en geweld. We importeren laffe Afrikaanse en Arabische roedels die in onze straten de gewone Nederlander als prooi opjagen, die jagen op homo's, op joden, op afvalligen, op niet-moslims, op vrouwen, op de moderniteit; feiten die politiek tuig als GroenLinkswethouder Groot Wassink van Amsterdam graag onder het tapijt wegmoffelt. Ik geef een voorbeeld. Het straatbeeld in Nederland is al zo vreselijk veranderd: overal islamitische hoofddoekjes, criminele Marokkaanse bontkraagjes, krijsende moskeeën. Het is geen toeval dat de zware criminaliteit zoals de mocromaffia vaak uit allochtonen bestaat. Iedereen begrijpt dat als je meer Somaliërs, Afghanen, Syriërs en Marokkanen hierheen haalt, ons land dan natuurlijk ook meer op dat soort landen gaat lijken en we vreemden worden in onze eigen straat, in onze eigen wijk, in onze eigen stad. Dat gaat ons uiteindelijk onze vrijheid kosten.

De vrijheid van iedereen staat al enorm onder druk door de politiek van open grenzen, door het falende coronabeleid, maar ook door het nieuwe woke totalitarisme, die levensgevaarlijke extreemlinkse totalitaire ideologie die intimidatie en haat predikt tegen iedereen die onze manier van leven verdedigt en in iedere blanke man een racist ziet. Het spreken van de waarheid is in ons land — we zagen dat net trouwens ook al — een gevaarlijke bezigheid geworden. Je hebt in Nederland inmiddels al een probleem als je opkomt voor onze eigen cultuur, voor onze historische nationale helden als Michiel de Ruyter en voor Zwarte Piet, als je je uitspreekt, zoals ik net deed, tegen hoofddoekjes en boerka's, zoals ook die dappere Erica Meiland deed, of als je je verzet tegen het verwijderen van straatnamen of het introduceren van genderneutrale toiletten of lhtbq+-zebrapaden. De prijs die je voor dit alles betaalt, alleen maar als je er kritiek op hebt, is dat je wordt verketterd en gecanceld door al die woke gestoorden. Inmiddels vinden ze zelfs — zo las ik laatst — dat het alfabet inclusiever moet worden. Ze zeggen dat de A niet meer van Anton is, maar van Ali. Het is allemaal totale waanzin. Dit land is knettergek geworden, kapotgemaakt door extreemlinks met steun van dat laffe brede midden en de pers, die zich gedraagt als lakei van de macht.

Voorzitter. Rutte en Kaag creëren hier een paradijs voor linkse gekkies en buitenlanders, maar maken ons land voor gewone Nederlanders een hel. Dat moet allemaal anders. We moeten weer kiezen voor onze eigen mensen.

De voorzitter:
Dank u wel. Een punt van orde van de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Expliciet een punt van orde, omdat ik hier niet nog een interruptie aan ga wijden. Ik vind wel dat u hier iets van moet zeggen. Hier wordt wederom de media verdacht gemaakt. Journalisten kunnen niet meer normaal hun werk doen en hier wordt het weer gezegd, alsof ze onderdeel zijn van een heel groot complot, één grote samenwerking. Dat is onacceptabel in deze zaal. Dat zou geen politiek debat moeten zijn tussen parlementariërs. Dat is een grens en ik spreek u erop aan om die te handhaven.

De voorzitter:
De heer Wilders …

De heer Wilders (PVV):
De heer Klaver draait … Gaat u hem weer gelijk geven?

De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee. Ik wil zeggen dat …

De heer Wilders (PVV):
Ik heb gezegd dat de pers zich gedraagt als lakei van de macht. Dat is geen complot, dat is een feit. Dat is gewoon een mening, voorzitter. Die mag ik toch hebben?

De voorzitter:
Het is ook onderdeel van het debat. U kunt de heer Wilders erop bevragen, zoals u nu ook heeft gedaan.

De heer Wilders (PVV):
Goed, voorzitter. We moeten weer trots zijn …

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat is prima, maar dan wil ik graag af van het maximum van acht interrupties. Dat op de allereerste plaats, want dat was uw voorstel. Ten tweede is dit geen debat. We moeten eraan voorbij dat we doen alsof dit een normale mening is, waar ik dan vervolgens ook een mening tegenoverzet, waardoor het lijkt alsof wij het gewoon met elkaar oneens zijn.

De voorzitter:
Maar stel uw vraag aan de heer Wilders.

De heer Klaver (GroenLinks):
Nee, ik stel een vraag aan u, omdat ik aangeef dat dit geen debat is.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, mijn klok loopt nog.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dit is geen debat. Als je journalisten wegzet als een gevaar voor de democratische rechtsorde, dan tast je die democratische rechtsorde aan. Ik vind dat dat in het parlement niet kan. Daar moeten we vanaf. We hebben allemaal een grote mond gehad dat we het niet meer pikken. Dit is geen mening tegenover een andere mening. Dit is het aantasten van de rechtsstaat. U bent Voorzitter van deze Kamer en hoeder van de democratische rechtsstaat. Ik vind niet dat dit gezegd kan worden en ik vind dat de Kamervoorzitter daarop moet handhaven. Dat is mijn verzoek aan u.

De heer Wilders (PVV):
Dat is totale onzin, alsof je niet mag zeggen dat de pers een lakei is van de macht. Waarom mag ik dat niet zeggen? Dat is gewoon een mening! Het is geen complot, het is geen geweld; het is alles behalve dat. Integendeel: het is een mening dat de pers zich gedraagt als lakei van de macht. Ja, dat is mijn mening. Dat mag ik toch zeggen? Daar is toch helemaal niets verkeerds aan?

Mevrouw Simons (BIJ1):
Voorzitter, ik heb ook een punt van orde. Er is in de samenleving en hier in deze Kamer heel veel te doen over veiligheid. Door deze spreker wordt een onveilige sfeer gecreëerd, hier in dit huis en in de rest van het land. Een aantal Kamerleden smeken u bijna om daarop in te grijpen. We hebben inderdaad een limiet van acht interrupties, bij een debat dat echt ergens over gaat, namelijk over de regeringsverklaring, over hoe dit land de komende vier jaar verder moet. Door meerdere partijen, zowel vanuit het kabinet als de Kamer, is uitgesproken dat dit land op dit moment behoefte heeft aan een andere cultuur, een andere politieke cultuur. Dan kunt u als voorzitter niet van ons Kamerleden verwachten dat enkel en alleen wij zorgdragen voor de veiligheid hier in de Kamer en in de samenleving.

Dus in navolging van de heer Klaver en enkele andere leden doe ook ik u een dringend verzoek om uw rol als voorzitter ook die invulling te geven: het creëren van een veilige werkplek voor 150 mensen die door de burger verkozen zijn om hen te vertegenwoordigen. Sommigen doen dat door een blauw pak te dragen; anderen doen dat door een hoofddoek te dragen, om hen moverende redenen. Dat moet in veiligheid kunnen. En nogmaals, ikzelf smeek u het volgende. Ik weet dat ik namens een aantal andere Kamerleden spreek, dus ik zeg: wij smeken u ook onze veiligheid en de veiligheid in dit land mede vorm te geven, door op te treden op momenten dat er expliciet racistische uitspraken worden gedaan. Ook al zijn ze nog zo slim verpakt, het blijven racistische uitspraken. Het blijven ophitsende uitspraken, en het blijven uitspraken die afleiden van hetgeen waarvoor we hier vandaag bij elkaar zijn. Dus, voorzitter, nogmaals vraag ik u of u ons ook wilt helpen om die veiligheid hier in de Kamer zeker te stellen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Simons. Misschien krijg ik permissie om daar even op te reageren, meneer Wilders, omdat ik daarop werd aangesproken. Ik heb in dit debat natuurlijk een aantal keren ook de heer Wilders aangesproken. De heer Wilders heeft daar vervolgens ook op gereageerd. Ik heb, als het bijvoorbeeld gaat over de namen van collega's — die kunnen zich niet verdedigen — de heer Wilders gevraagd om dat niet te doen. Ik heb ook aangegeven dat ik het wegzetten van een collega, alleen als hoofddoek, niet respectvol vind. Dus op die manier normeer ik het debat en grijp ik ook in. Wat ik belangrijk vind, als het gaat over zaken die de rechtsstaat en de democratie raken, is dat het bij uitstek een onderwerp is waar het debat over gevoerd moet worden, waar je wat scherp mag zijn en van gedachten over mag wisselen.

Ik snap uw verzoek als het gaat over het aantal interrupties. Daar wil ik ook soepel mee omgaan, zodat u ook over dat soort onderwerpen het debat kunt voeren. Soms hoort u iets in de woorden van de heer Wilders, zoals net over de media. Soms hoor ik weer iets anders. Het debat moet niet gaan tussen mij en de heer Wilders. Het debat moet gaan tussen u en de heer Wilders. Ik ben het met u eens dat dat niet af moet gaan van het aantal interrupties. Ik snap dat u de vrijheid wilt hebben om het daarover te hebben. Dus dat is even mijn reactie. Anders word ik te veel in een inhoudelijk debat getrokken. Ik ben het wel met u eens — dat is ook de reden dat ik sinds december een gesprek heb met bijna alle fracties, met uitzondering van de PVV — om het te hebben over de vraag: hoe gaan we met elkaar die omgangsvormen aan? We hebben daar ook nog een debat over. De komende weken heb ik nog gesprekken. En dan is het heel goed om daar echt een apart debat met elkaar over te hebben, en om dat niet nu te doen. Ik stel voor dat de heer Wilders weer verdergaat.

De heer Wilders (PVV):
We moeten weer trots worden op wie we zijn, op onze eigen cultuur.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dan maak ik van deze gelegenheid ook gebruik. Ik spreek u aan als voorzitter. U bent scheidsrechter, en u bent geen procesbegeleider in deze Kamer. Dus op het moment dat u vindt dat iets kan, dan kan het. Daar kunnen we wat van vinden, maar dan kan het. Als u vindt dat het niet kan, dan kan het niet. Maar als een scheidsrechter bij het voetbalspel constant zegt "foei, foei, u mag niet op de enkels trappen", maar niet ingrijpt met gele en rode kaarten, gebeurt er niets. Dat is wat u aan het doen bent.

De heer Wilders (PVV):
Dat is een vreemde interruptie, maar goed.

Voorzitter. Dit nieuwe kabinet wil precies het tegenovergestelde. Ze willen dat we opnieuw soevereiniteit inleveren door meerdere vetorechten op te geven in de Europese Unie. Ze willen de grenzen wagenwijd openlaten, zodat we nog meer immigranten en gelukszoekers krijgen en onze cultuur en veiligheid nog meer naar de knoppen gaan. In de keuze tussen verzorgingsstaat en immigratieland kiezen zij voor het laatste. Dat is onvergeeflijk en onbetaalbaar. Inmiddels hebben we in Nederland meer asielzoekerscentra dan algemene ziekenhuizen. Weet u wat die open grenzen ons allemaal kosten en wat we met dat geld allemaal hadden kunnen doen? Die massa-immigratie van niet-westerse allochtonen kost ons ieder jaar 20 miljard euro. Tel daarbij op de miljarden die Rutte IV weggooit aan klimaat- en stikstofbeleid en de miljarden aan ontwikkelingshulp aan Brussel, en je komt tot astronomische bedragen. Dat geld hadden we veel beter kunnen besteden, zoals aan de zorg. We hadden geen 5 miljard moeten bezuinigen, maar we hadden miljarden moeten investeren.

Met dat geld hadden we Nederland veiliger kunnen maken door te investeren in veel meer politie. Nederland heeft minimaal 10.000 extra agenten nodig, zodat in het hele land in elke stad, in elk dorp, de politie weer sterk aanwezig is. Nu is het tuig immers vaak de baas op straat. Overal zien we vernielingen, mishandelingen en diefstal. Vorig jaar gingen in Nederland 5.500 auto's in de fik. Mensen worden bedreigd en bespuugd. De daders komen er vaak mee weg. Dat is al jarenlang zo. Dat moet voor eens en altijd afgelopen zijn. Pak ze aan, haal ze van de straat en geef ze serieuze straffen.

Voorzitter. We kunnen nog veel meer doen met al dat geld. Denk eens aan al die gepensioneerden die ik aan het begin van mijn inbreng al noemde. Het is toch een onbeschrijflijke schande hoe zij behandeld worden? Het is op het onbeschofte af wat dit kabinet hen aandoet. Al jaren krijgen gepensioneerden geen enkele indexatie van hun pensioen. Ook Rutte IV heeft lak aan ouderen. Je kan in dit land beter asielzoeker zijn dan gepensioneerd. Dan word je beter behandeld. De PVV vindt het onaanvaardbaar dat de uitkeringen en het minimumloon wel worden verhoogd, maar de AOW niet. Ik vraag aan de minister-president waar die ouderenhaat toch vandaan komt. Wat is er aan de hand? Wat heeft u tegen ouderen? Zij hebben ons land opgebouwd, maar ze krijgen helemaal niets. U heeft ons land afgebroken en u zit daar weer in het torentje.

Voorzitter. De gepensioneerden van Nederland verdienen niet alleen een geïndexeerd pensioen, maar zeker ook een hogere AOW-uitkering die wel gekoppeld wordt aan de stijging van het minimumloon. Dit kabinet geeft de komende jaren aan van alles en nog wat maar liefst 75 miljard euro uit. Schaam u, meneer Rutte. Schaam u dat u 75 miljard euro uitgeeft, maar dat u niet een paar miljard over heeft om de AOW van oudere mensen te verhogen.

Voorzitter. Waar de afbraak van Nederland ook uit blijkt, zijn de plannen voor de zorg. Dit kabinet weigert de ic-capaciteit in Nederland structureel te verhogen, nog niet eens tot het gemiddelde in Europese landen. Het wil de ziekenhuizen in het komend jaar op de nullijn houden. Het wil dus nog meer beknibbelen op de ziekenhuizen. Het kabinet haalt het zelfs in zijn hoofd om nog eens 5 miljard euro extra op de zorg te bezuinigen. Dat is een ongekende schande. Het is een enorme klap in het gezicht van iedereen die werkt in de zorg en van iedereen die er gebruik van maakt.

Voorzitter. Dan de verpleeghuizen. In de verpleeghuizen is nu al een tekort van 31.000 medewerkers. Het kabinet verergert dat door nog eens structureel 400 miljoen euro te bezuinigen op het personeel in de verpleeghuizen. Dat is inhumaan. Het is vooral ook ontluisterend. Tientallen miljarden! Tientallen miljarden uitgeven aan D66-hobby's, zoals stikstof, maar onze alleroudsten laten wegkwijnen in het verpleeghuis. Het zijn de verkeerde keuzes, van de verkeerde mensen in het verkeerde kabinet.

Voorzitter. Nederlanders zijn de vrijheidsbeperkingen door corona inmiddels spuugzat. In de afgelopen maand zaten we weer in een harde lockdown, als enig land in Europa, omdat we de helft minder ic-capaciteit hebben dan het gemiddelde in Europese landen. Inmiddels is de omikronvariant dominant. Die is mild. De ziekenhuizen lopen leeg. Nederland moet nu gaan kiezen. Wordt het botte repressie met 2G, demonstraties met helaas het bijbehorende geweld, of gaan we, zoals het Verenigd Koninkrijk, afschalen, afbouwen en zo normaal mogelijk leren leven met het virus? De PVV kiest voor het laatste, maar vooral ook voor investeren in de zorg. Dus laat de horeca vandaag nog opengaan en geef ons onze vrijheden terug.

Voorzitter. Dan de koopkracht. Wij vinden het onacceptabel dat Nederlanders opnieuw moeten inleveren. De inflatie is zo'n 5% à 6%, het hoogste niveau in 40 jaar tijd. Ons geld wordt met de dag minder waard. En het zijn juist de middeninkomens en de lagere inkomens die de meeste pijn lijden van deze hoge inflatiecijfers, die de stijging van de lonen ver overtreffen. Werkenden, ouderen, alleenstaanden en gezinnen: iedereen kan de pot op van Rutte IV. Ik vraag me werkelijk af: in welke wereld leven deze ministers eigenlijk? Voor wie zitten ze hier eigenlijk? Hebben ze enig idee hoe gewone mensen moeten rondkomen? Is er iemand die ze dat vertelt? Is er iemand die ze vertelt dat mensen nu al vaak moeite hebben hun huur te betalen, en dat mensen geen idee hebben hoe ze de gigantisch stijgende energiekosten moeten opbrengen en hoe ze hun eigen risico in de zorg moeten ophoesten? Weet u dat ze hier aan de pomp de op een-na-hoogste benzineprijs ter wereld moeten aftikken? Weet u dat de boodschappen voor mensen alleen maar duurder en duurder worden? En weet u dat dat bij elkaar een enorme ramp is voor miljoenen Nederlanders? U reserveert wel 60 miljard voor klimaat en stikstof, maar u compenseert de gewone mensen niet voor de inflatie, waardoor alles duurder wordt, zoals de energierekening. Daarmee bent u nu al het slechtste kabinet ooit. Ik wil dat u de stijging van de energierekening voor Nederlanders voor de volle 100% compenseert.

Voorzitter. Dit kabinet is natuurlijk ook niet waarvoor Nederland vorig jaar heeft gestemd. Rechts heeft vorig jaar maart een meerderheid gekregen bij de verkiezingen, maar we zitten nu met een extreemlinks kabinet, dat alleen maar de klimaatdrammers van Urgenda en de asielfanatici van VluchtelingenWerk lijkt te vertegenwoordigen, met een VVD-staatssecretaris van Immigratie en Asiel die eerder zei: "Hoe meer asielzoekers, hoe beter." Dat is een citaat.

Voorzitter. De VVD is knettergek geworden. Ze hebben alles weggegeven. Het is alsof D66 vorig jaar maart de absolute meerderheid van de stemmen heeft gehaald. Mevrouw Kaag heeft Rutte alle hoeken van de kamer laten zien. Het was buigen voor Kaag of functie elders voor Rutte. Dat was de enige manier voor Rutte om aan de macht te blijven. Dat is ook het enige wat hem eigenlijk interesseert: ikke, ikke, en de rest van Nederland kan stikken. Hij heeft gekozen voor zijn eigen belang en ons land verder de links-liberale verloedering van Kaag ingestort. Want Sigrid Kaag haat Nederland. Ze wil Nederland helemaal kapot maken. Ze wil meer Europese Unie, meer gelukszoekers en immigranten, meer geld voor ontwikkelingshulp en Afrika. En Rutte tekende dus bij het kruisje. Er zal dus helemaal niets veranderen. De praatjes, de misleiding, de leugens, de hypocrisie, de verkeerde keuzes: alles blijft hetzelfde of wordt alleen maar erger. Rutte IV is Kaag I of Woke I of Ramp I; kiest u maar; het deugt allemaal niet.

De heer Dassen (Volt):
Elke dag, in ieder debat, heeft de heer Wilders de kans om inhoud toe te voegen. Maar iedere dag, al meer dan twintig jaar lang, kiest de heer Wilders ervoor om angst te zaaien, om mensen verdacht te maken, om hier racisme tentoon te spreiden, in plaats van elke dag inhoud toe te voegen. We hebben zojuist al gehoord wat alle collega's daarvan vinden. Maar ik wil daar nog aan toevoegen dat de heer Wilders er daarmee ook bewust voor kiest om al twintig jaar lang zijn kiezers in de kou te laten staan.

De heer Wilders (PVV):
Nou, u heeft uw plasje ook gedaan, dus dan kunt u fijn weer gaan zitten.

Voorzitter. Dit kabinet is het kabinet dat er nooit had mogen komen. Het is het kabinet dat ons land verder het moeras induwt en zo snel mogelijk weer weg moet. Want de PVV wil dat de puinhopen van Rutte en Kaag worden opgeruimd, zodat Nederland weer een sterk land wordt, waarin we onze kinderen en kleinkinderen de beste toekomst geven die ze maar kunnen krijgen, zodat ze weer trots op Nederland kunnen zijn en zodat ze zich, als ze volwassenen zijn, geen vreemden in hun eigen land voelen. We zetten Nederlanders weer op één. We nemen afscheid van de politiek die er alleen maar is voor de happy few, voor de mensen die het toch al goed hebben, voor het brede, vette politieke midden van zelfgenoegzaamheid in plaats van voor de gewone Nederlanders die helemaal niets cadeau krijgen. Voor dat betere Nederland gaan wij knokken. Om dat betere Nederland dichterbij te brengen, moet dit kabinet weg. Nu.

Voorzitter. Daarom wil ik nu, in eerste termijn al, de volgende motie indienen.

De voorzitter:
U weet wat de regels daarvoor zijn. Wilt u niet het debat afwachten? Wilt u meteen in eerste termijn uw motie indienen?

De heer Wilders (PVV):
Volgens mij was mijn laatste zin: en daarom wil ik nu de volgende motie indienen.

De voorzitter:
Dan ga ik even aan de collega's vragen of daar steun voor is.

De heer Klaver (GroenLinks):
Inderdaad zal een Kamermeerderheid er steun voor moeten uitspreken dat dat in eerste termijn gebeurt. Die steun is er van onze kant niet. Het kan in tweede termijn.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Van mijn kant ook geen steun. We zijn hier om het debat te voeren en daar past het indienen van een motie van wantrouwen in eerste termijn absoluut niet bij.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb niks anders gehoord dan verdachtmakingen, haatzaaien en mensen de maat nemen, dus geen inhoud. Dus op geen enkele wijze steun voor dit voorstel.

De voorzitter:
Graag alleen even "steun" of "geen steun".

Mevrouw Simons (BIJ1):
Geen steun.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Steun.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Geen steun.

Mevrouw Hermans (VVD):
Geen steun.

De heer Paternotte (D66):
Ik heb de motie nog niet gehoord, maar tenzij de motie van wantrouwen de heer Wilders zelf betreft: geen steun.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Geen steun.

De heer Dassen (Volt):
Geen steun.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik sluit me aan bij de heer Klaver: geen steun.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De motie kan gewoon in tweede termijn worden ingediend.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Volgens mij mag iedereen in eerste termijn een motie indienen. Het moet er niks mee te maken hebben of je nou boos bent op de heer Wilders of niet. Ik geef er steun voor.

Mevrouw Marijnissen (SP):
We kennen deze praktijken van de heer Rutte. Hij deed dit eerder ook. Wat ons betreft mag iedereen een motie indienen en kan dat in de tweede termijn.

De heer Eerdmans (JA21):
Wij hebben er eigenlijk niet zo veel moeite mee of de motie wel of niet in eerste termijn wordt ingediend. Wij zullen de motie overigens niet steunen, maar dat volgt later.

De voorzitter:
Maar u steunt het voorstel?

De heer Eerdmans (JA21):
Van mij mag de motie ingediend worden. Dat is prima.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik vind het eigenlijk netjes als niemand in de eerste termijn een motie indient. Dan is de heer Rutte ... Ik haal u door elkaar. Dan is de heer Wilders de eerste in de tweede termijn. Hij is ook de eerste spreker die een motie kan indienen. Dan kan dat. Ik moet wel zeggen dat de heer Rutte in het laatste debat nou net degene was die smokkelde met een motie. Ik snap de opmerking dus wel, maar ik denk niet dat wij de heer Rutte moeten nadoen. Daar is de heer Wilders het toch wel een beetje mee eens.

De voorzitter:
Meneer Wilders, er is geen meerderheid voor uw verzoek. U kunt de motie in tweede termijn indienen.

De heer Wilders (PVV):
Dan doen we het morgen.

Dan rest mij om iedereen hartstikke te bedanken. Ik vond het weer een heel prettig debat. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik stel voor dat we drie kwartier schorsen voor de lunchpauze.

De vergadering wordt van 12.42 uur tot 13.32 uur geschorst.

Mededelingen


Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Op verzoek van de fractie van het CDA benoem ik in het Presidium het lid Bontenbal tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Geurts.

Op verzoek van de initiatiefnemer stel ik voor om het bij de Eerste Kamer ingediende voorstel van wet van het lid Van Kent tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met de invoering van een verdringingstoets (Wet verdringingstoets) (34325) in te trekken.

Ik stel voor toestemming te verlenen aan de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het houden van een wetgevingsoverleg met stenografisch verslag op maandag 24 januari van 10.00 tot 13.00 uur over het wetsvoorstel Wijziging van de Meststoffenwet in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen betreffende het stelsel van fosfaatrechten (35949).

Ik stel voor dinsdag 25 januari aanstaande ook te stemmen over een brief van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken (33264, nr. 8).

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie-Den Haan bij de stemmingen op 16 december jongstleden over de gewijzigde motie-Simons (35925-VIII, nr. 141) geacht wenst te worden tegen deze motie te hebben gestemd. De fractie van JA21 wenst geacht te worden vóór de motie-Wilders (35788 nr. 80) te hebben gestemd.

Ik deel mee dat de volgende debatten zijn komen te vervallen:

  • het debat over het functioneren van het systeem waarmee de aardbevingsproblematiek in Groningen moet worden opgelost;
  • het debat over de situatie in de jeugd-ggz;
  • het dertigledendebat over de herziening van de migratiedeal met Turkije;
  • het dertigledendebat over het bericht dat Justitie "illegale" Marokkanen per direct moet vrijlaten.

Ik deel mee dat de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 35570-XV-49, 35570-32, 35178-8 en 34919-58.

Ik deel mee dat voor de volgende debatten de termijn voor toekenning is verlengd:

  • het debat over groene industriepolitiek;
  • het debat over energiearmoede in Nederland.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 33576-232; 28286-1203; 27428-375; 35850-4; 35925-XVI-72; 35925-XVI-66, 35925-XVI-65, 35925-XII-49, 35925-XII-50.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • het tweeminutendebat Spoor, spoorveiligheid, ERTMS en internationaal spoorvervoer (22026, nr. 511), met als eerste spreker het lid De Hoop van de PvdA;
  • het tweeminutendebat Financiële markten - consumenten en dienstverlening (32545, nr. 157), met als eerste spreker het lid Alkaya van de SP;
  • het tweeminutendebat Motie-Westerveld/Ceder over afspraken met schuldeisers om vordering van financiële compensatie te voorkomen (31839, nr. 813), met als eerste spreker het lid Westerveld van GroenLinks.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Azarkan. Die zit ik nog niet zitten, dus dan ga ik naar mevrouw Kröger van GroenLinks. Gaat uw gang.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Voor de kerst is er veel maatschappelijk debat ontstaan over de komst van het grote datacentrum in Zeewolde. Eigenlijk legt dat een veel bredere discussie bloot over de komst van datacenters en over groene industriepolitiek en hoe we hier als landelijke overheid regie op moeten hebben. Daarom zouden wij graag met de nieuwe minister van Economische Zaken en Klimaat hierover een debat voeren.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren. Dan kijken we of er steun is voor uw verzoek. Gaat uw gang.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter, de Eerste Kamer heeft gelukkig op de rem getrapt. Dat was een motie van de Partij voor de Dieren. Ik vind dat dit ook in de Tweede Kamer thuishoort, dus ik wil hier graag een debat over. Daarom van harte steun, absoluut.

De heer Nijboer (PvdA):
Steun van de PvdA.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten, SP, en dan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

Mevrouw Leijten (SP):
Er liggen ook nog een aantal series schriftelijke vragen die maar niet beantwoord worden. Het is goed als we het hier snel over hebben, juist ook omdat er informatie naar boven is gekomen dat er veel meer datacenters gaan komen dan ons ooit verteld is en dat er dus wel degelijk een strategie was om die hiernaartoe te halen, wat ons ook nooit verteld is.

De voorzitter:
Dus steun.

Mevrouw Leijten (SP):
Dus steun daarvoor, maar die informatie moet ook wel naar ons toe komen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, geen steun voor een debat, maar ik wil wel heel graag snel een brief van het kabinet met duidelijkheid hoe de zin uit het coalitieakkoord uitgevoerd gaat worden, inclusief duidelijkheid over hoe het Rijksvastgoedbedrijf zich gaat opstellen met betrekking tot de actuele kwestie in Zeewolde en inclusief beantwoording van de schriftelijke vragen waar collega Leijten het over had.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
En dan vervolgens een commissiedebat.

De voorzitter:
Kijk eens aan. Dat kunt u via de procedurevergadering regelen. De heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Wel steun voor dit debat. En ook steun voor een uitgebreide brief, niet over de uitleg van het regeerakkoord. Ik vind het fijn dat de regeringspartijen een uitleg van het regeerakkoord willen, maar ik zou graag willen dat we precies weten wat er de afgelopen negen maanden gebeurd is. Welke strategie hebben we gehad en welke andere datacentra komen er nog meer aan? Die brief moet hier ook gewoon binnen een week zijn, want dit speelt al heel lang en het lijkt dat er toch iedere keer nieuwe informatie naar boven komt. En daarna een debat, zo snel mogelijk.

De voorzitter:
Ja, dank u wel. Dus wel steun voor het debat.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Mede namens de fractie van DENK steun voor dit verzoek.

De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter, geen steun. Wij denken wel dat je deze ontzettend belangrijke discussie ook iets breder kunt trekken, naar energietransitie en ruimtelijke impact. Ons voorstel zou zijn om er een zelfstandig, apart commissiedebat van te maken, waarbij we de minister en de staatssecretaris van Economische Zaken uitnodigen.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Bontenbal (CDA):
Ik denk dat we dan meer uit dit discussiepunt halen.

De voorzitter:
De heer Stoffer van de SGP en dan mevrouw Agema van de PVV.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter, een terecht punt, maar ik zou graag eerst een brief ontvangen van het kabinet en dan de afweging maken of een debat op zijn plaats is of niet. Dus nog geen steun op dit moment.

De voorzitter:
Nog geen steun.

Mevrouw Agema (PVV):
Geen steun.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Geen steun voor een plenair debat. Ook wij hebben de voorkeur voor een commissiedebat.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Ook geen steun van D66, voorzitter.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Geen steun voor een plenair debat, maar wel voor een commissiedebat. Maar ik zou ook eerst een brief willen hebben.

De voorzitter:
Er is geen meerderheidssteun voor uw aanvraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik hoor hele brede steun voor snel een brief, dus ik hoop dat u dat verzoek kunt doorgeleiden.

De voorzitter:
Ja, dat gaan we doorgeleiden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Snel een brief en dan in ieder geval op enige plek een debat.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan de heer Azarkan van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Namens de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat het verzoek om het debat over de Klimaatnota 2021 zo spoedig mogelijk in te plannen, uiterlijk zes weken na heden. Dat is een verzoek aan het Presidium.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk of daar steun voor is. Dat is prima; het is een verzoek namens de commissie. Dan is er sowieso steun voor, dus dan gaan we dat doen. Waarvoor dank, meneer Azarkan.

Dan geef ik het woord aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Het eerste verzoek zal ik laten vervallen omdat er al debatten over de coronastrategie zijn. Hoewel ik niet helemaal mee zal doen, zal ik daar schriftelijke vragen over stellen, want het lijkt me niet goed als ik daarover een apart debat zou aanvragen.

De voorzitter:
Het eerste verzoek vervalt daarmee. Dank.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Er bleken 1.115 kinderen van toeslagenouders uit huis geplaatst te zijn, en waarschijnlijk heel veel meer. De premier, toen nog de demissionair premier, zei in Brussel in oktober dat hij de onderste steen boven wilde hebben. Op 10 november nam de Kamer unaniem een motie aan die vier zaken vroeg: een onafhankelijk onderzoek, voorstellen hoe de ouders en de kinderen herenigd kunnen worden, een meldpunt voor ouders die hiermee te maken hebben en aangeven hoe recht te doen aan ouders en kinderen. Alleen al tijdens het reces werden we geconfronteerd met toeslagouder Gerrelain. Al dertien jaar kan niemand haar vertellen waarom twee van haar vier kinderen niet thuis wonen. Zij krijgt geen dossier. Het derde kind is met een doos voor haar deur gedumpt.

De voorzitter:
Dank u wel. En u wilt daar een debat over?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Nou, ik wil uitvoering van de motie en ik wil het punt samennemen met het volgende punt. Defence for Children zegt dat uit huis geplaatste kinderen niet goed geholpen worden. De helft van de kinderen heeft niet eens contact met de ouders.

De voorzitter:
Voordat ik verderga: u heeft twee verschillende verzoeken, maar daar wilt u dus één verzoek van maken?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Die wil ik samenvoegen, ja.

De voorzitter:
Oké. Gaat uw gang.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Sorry, daar was ik niet helder in, maar dat klopt. Defence for Children was hier duidelijk in. Uit huis geplaatste kinderen hebben nauwelijks contact met hun ouders en worden niet goed geholpen. Er is hier een megagroot probleem met uithuisplaatsingen. En wie mogen het onderzoek doen, zo blijkt gister? De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Dat zijn de twee inspecties die al twintig jaar niet ingrijpen in deze situaties! Die mogen kijken wat er is misgegaan. Ik wil graag een brief waarin staat hoe deze motie wordt uitgevoerd, met de belofte van de premier. Die brief wil ik binnen een week. Ik wil weten hoe er een onafhankelijk onderzoek komt en elk van de vier punten wordt uitgevoerd. Daarna zou ik graag een plenair debat willen voeren over deze belofte van de premier dat de onderste steen boven komt en dat deze 10.000 kinderen geholpen worden.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter, de regering gaat weer een half miljard bezuinigen op de jeugdzorg, dus het lijkt me heel goed om dit debatverzoek te steunen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter, twee prima verzoeken, en ook een goed idee om die twee samen te voegen in één plenair debat.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Goed dat deze twee zijn samengevoegd tot één verzoek. Ik had namelijk de indruk dat het eerste verzoek ging over een individuele kwestie. Daar debatteren we niet over, zoals de heer Omtzigt beter weet dan ik. Maar steun voor het verzoek zoals dat nu gedaan is.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Ook steun voor beide verzoeken. Het is echt schandalig hoe dat afgedaan wordt. Het is terecht dat we hierover gaan spreken met elkaar.

De voorzitter:
Het is één verzoek geworden, trouwens. Het is één debat.

De heer Azarkan (DENK):
Er is gevraagd om een brief. Daar sluit ik me bij aan: binnen een week. Daarnaast sluit ik me aan bij het plenair debat om hierover met elkaar te spreken.

De voorzitter:
Helder. Ik dank u wel.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Ik zou hierbij ook graag betrekken de uitzending van Argos, die ging over uithuisplaatsingen en gezagsmaatregelen. Die moeten van tijdelijke duur zijn, maar je ziet toch dat er geen sprake is van beleid inzake het herstel van de relatie tussen kind en ouder. In de brief zou ik, als dat mogelijk is, ook graag een indicatie krijgen van het aantal situaties waarin ouders hun kinderen opvoeden met gezag, maar er tegelijkertijd kinderen uit dat gezin uit huis zijn geplaatst en de ouders uit het gezag ontheven zijn. Bij mijn weten is dat altijd voor het hele gezin. De afgelopen maanden zijn er te veel artikelen — individuele situaties, zeg ik even tegen de heer Stoffer, die wel optellen — verschenen over ouders die zeggen: ik heb over het ene kind wel gezag en over het andere kind niet en ik krijg dat kind nooit meer te zien. Dat lijkt me toch echt een ontsporing van het beleid.

De voorzitter:
We zullen al deze informatie, ook de specifieke vragen, doorgeleiden. Volgens mij is er sowieso steun voor de brief.

Mevrouw Den Haan en dan de heer Van Haga.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Voorzitter. Steun voor het hele verzoek van meneer Omtzigt, inclusief de opmerking van mevrouw Leijten.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Steun.

Mevrouw Gündoğan (Volt):
Steun.

De heer Jansen (FVD):
Steun voor alle verzoeken.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
We steunen de brief. Er staat een commissiedebat Jeugdbescherming gepland voor 17 maart. Als dit debat daarvóór kan, dan zouden we dat natuurlijk wel steunen. Anders is dat misschien een eerdere mogelijkheid.

De voorzitter:
Maar u moet wel uitspreken of u het wel of niet steunt.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Steun voor het debat.

De voorzitter:
Steun voor het debat, helder.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Steun voor het gebundelde verzoek en ook steun voor het addendum van mevrouw Leijten. Dat zeg ik mede namens de heer Nijboer van de PvdA.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Voorzitter, steun voor de samengevoegde verzoeken. Mijn vraag is wel om het debat te houden met de verantwoordelijke bewindspersoon. Op dit moment is onduidelijk wie dat is. De heer Omtzigt vraagt om de minister-president, maar het lijkt me zinvol om het te doen met de verantwoordelijke minister.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, steun. Ik sluit me aan bij de oproep van collega Tellegen om het met de juiste bewindspersoon te voeren.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een meerderheid voor uw verzoek. We zullen alle informatie doorgeleiden.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter, dank. Aangezien er een Kamerbrede meerderheid is en ik de wens van D66 snap, hoop ik dat het ook binnen ongeveer zes weken zou kunnen worden gehouden en dus ook binnen vier tot zes weken kan worden ingepland. Ik steun ook expliciet wat mevrouw Leijten zegt. Het gaat inderdaad niet om de minister-president. Ik zou er graag de minister voor Rechtsbescherming, de staatssecretaris van VWS en, indien mogelijk, de staatssecretaris voor de hersteloperatie van de kinderopvangtoeslag bij hebben. Die laatste hoeft niet per se, maar met de eerste twee zou ik het debat graag voeren.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit doorgeleiden.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
En de brief binnen een week.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Beckerman van de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Bijna een kwart miljoen mensen deden zaterdagavond mee aan de fakkeloptocht Respect voor Groningen. Tienduizenden mensen waren op straat. Je moet Groningers wel heel erg tergen om ze zover te krijgen. Dat is dan ook gebeurd. Mensen zijn de vernedering ontzettend zat: de slecht verlopende schadeafhandeling, jarenlang wachten op versterking en nu gaat de gaskraan mogelijk weer verder open. Dan de mensonterende situaties: in de rij voor wat compensatie.

Voorzitter. Ik vraag een debat over Groningen op een zo kort mogelijke termijn. Het is echt hoog tijd voor respect voor Groningen. De minister-president is tien jaar verantwoordelijk en heeft maar één keer de moeite genomen om naar de Kamer te komen …

De voorzitter:
U wilt een debat met de minister-president.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik wil een debat met de minister-president, die al tien jaar verantwoordelijk is en hier maar één keer een plenair debat heeft gevoerd over Groningen, en uiteraard met de staatssecretaris Mijnbouw.

De voorzitter:
Dank u wel. En dat debat gaan we dan ook voeren, zeg ik tegen mevrouw Beckerman. Ik kijk eerst even naar de heer Stoffer van de SGP. Dan de heer Wassenberg.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter. Ik was gisterenavond digitaal aanwezig bij de installatie van Ben Visser als nieuwe burgemeester van Eemsdelta. Zijn oproep was heel helder: doe Groningen recht. Dat is, denk ik, hier ook aan de hand. Dus volop steun voor dit debat.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Het is echt stuitend hoe de afgelopen jaren met de rechten van de Groningers is omgegaan. Ik steun het debat van harte. Ik vind het echt niet kunnen hoe de vorige minister van EZK dit nog even over de schutting gooide van het nieuwe kabinet.

De voorzitter:
Maar u steunt het debat?

De heer Wassenberg (PvdD):
Dus ik steun dit debat op korte termijn volop.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Volop steun voor dit debat. Het was een hele serene en mooie fakkeltocht, maar dat die er moest zijn, had eigenlijk al niet gemoeten, dus steun. Ik vraag me nog wel even het volgende af. Collega Nijboer had ook een debat staan. Dat staat al een tijdje op de lijst. Ik weet niet of een combinatie mogelijk is, maar dat is misschien mooi. Als dat niet mogelijk is, dan apart steun voor dit debat.

De voorzitter:
We gaan ernaar kijken.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Mijn voorkeur gaat ernaar uit om op korte termijn te spreken met degene die direct verantwoordelijk is: Vijlbrief. Het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging. Als het premier Rutte ook wil afvaardigen, heb ik daar geen probleem mee. Maar ik wil in ieder geval dat Vijlbrief er is. Ik kan mij voorstellen dat vandaag en morgen het onderwerp ook nog wel bij de regeringsverklaring wordt besproken, dus ook met minister-president Rutte.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter, van GroenLinks steun voor de Groningers en ook steun voor dit debat.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Voorzitter, steun voor het debat. Ik sluit mij wel aan bij mevrouw Mulder om te kijken of we het verzoek kunnen combineren met een debataanvraag die al staat. Verder gaat het kabinet over zijn eigen afvaardiging. De staatssecretaris is hierbij het allerbelangrijkste. Hij is daar ook net geweest. Het is van het grootste belang dat we hem hier snel over spreken.

Mevrouw Beckerman (SP):
Rutte mag ook best langskomen.

De voorzitter:
Ik zit even te kijken. Het debat waar een paar keer aan gerefereerd is, is het debat over het functioneren van het systeem waarmee de aardbevingsproblematiek in Groningen moet worden opgelost. Dat debat is aangevraagd door de heer Nijboer van de PvdA.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter, mag ik iets toevoegen? Heel veel mensen zeggen: we hoeven niet de minister-president. Hij heeft in 2018 één keer een debat hierover gedaan en heeft drie keer …

De voorzitter:
We maken het eerst even af en dan geef ik u tot slot het woord.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Steun voor het debat. Steun voor de aanwezigheid van de minister-president. Eigenlijk zou ik het debat pas willen voeren nadat de beleidsbrief binnen is. Dat klinkt misschien heel ambtelijk, maar dat zijn de plannen voor de komende vier jaar en dat gaat over hoe het met Groningen omgaat. Ik denk dat het belangrijk is dat er niet een briefje komt over de vraag of de subsidieregeling nu wel of niet wordt opengesteld, maar dat er ook eens een iets langere visie komt op hoe de Groningers uit de problemen komen.

De voorzitter:
U steunt het debat, maar eerst de beleidsbrief.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Nou, u plant dat debat en de regering heeft voor dat debat een beleidsbrief te leveren.

Mevrouw Gündoğan (Volt):
Ik vind het verzoek van de heer Omtzigt zo goed dat ik mij daar namens Volt bij aan wil sluiten.

De voorzitter:
Kijk eens aan.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter. JA21 steunt niet elk debat dat hier wordt aangevraagd, maar dit is zo'n debat dat wel echt apart en snel moet worden ingepland. Ik ben het eens met de heer Omtzigt: na die brief. Maar zo'n beleidsbrief kan meteen weer aanleiding zijn om te zeggen: nou, dan doen we het in juni. Dat hebben we hier echt wel vaker meegemaakt. Ik kijk daarom naar u en uw ondersteuning, voorzitter, om dit debat echt op tijd te plannen en de regering te dwingen om die brief vooraf te leveren.

De voorzitter:
Ik dacht dat u wilde zeggen dat wij ook de beleidsbrief schrijven, maar gelukkig doen we dat niet.

De heer Eerdmans (JA21):
Nou, misschien dat dat een stuk beter zou gaan; dat wil ik niet ontkennen. Maar ik zou hier wel serieus werk van willen maken.

De voorzitter:
Ik snap het verzoek. We gaan even checken wanneer die beleidsbrief er kan zijn. De heer Grinwis, ChristenUnie, en dan mevrouw Agema, PVV.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Steun voor Groningen en dus steun voor dit debat. Het is wel handig als oude verzoeken hiermee weggewerkt kunnen worden, dus dat het één groot debat op korte termijn wordt.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun voor een spoedig debat.

Mevrouw Paulusma (D66):
Zeker steun voor dit debat.

De heer Jansen (FVD):
Voorzitter. Misschien kunnen we het nog net iets breder trekken. Ik denk dat het op hele korte termijn moet gebeuren, want het is echt schandalig wat met de Groningers gebeurt. Maar tegelijkertijd zien we ook de situatie in Rusland zich ontwikkelen. We moeten echt nadenken over de consequenties daarvan voor onze gasleveringszekerheid en voor Groningen. Wellicht ook het verzoek aan de minister van Buitenlandse Zaken om daarbij aanwezig te zijn.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Steun voor dit debat, want de Groningers moeten natuurlijk gecompenseerd worden. Het is schandalig wat er is gebeurd. Maar ik zou ook graag willen kijken naar wat technisch nog mogelijk is, omdat er een hele hoop niet-techneuten naar hebben gekeken en wij nu uiteindelijk met allerlei verplichtingen zitten en een enorm probleem hebben met de gasleveranties. Laten we daar dus nog een keer naar kijken. Daarbij moeten we de Groningers natuurlijk laten meedelen.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Hoewel Groningers zich soms weleens buitenlanders voelen in eigen land, steun ik niet het verzoek van Forum om de minister van Buitenlandse Zaken bij dit debat uit te nodigen. Wel steun ik het verzoek van mevrouw Beckerman om de minister-president erbij te spreken. Hij heeft excuses aangeboden. Wat zijn die excuses waard? Dat willen Groningers ook weleens weten. Er staat nog een debatverzoek van mij, maar mevrouw Beckerman en ik komen daar zeker uit. Ik denk dat ik gewoon aansluit bij mevrouw Beckerman, en ik mijzelf dan als tweede spreker opvoer. Dan kan het allemaal samen.

De voorzitter:
Dat is netjes. Dank u wel daarvoor.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil allereerst mevrouw Beckerman en de heer Nijboer een groot compliment geven voor hun niet-aflatende inzet op het dossier Groningen. Die wordt weleens te weinig gezien. De hele Kamer is heel erg begaan met Groningen. Maar ik vind wel dat deze twee mensen zich daar echt knetter- en knetterhard voor inzetten. Dus ere wie ere toekomt, en vanzelfsprekend ook steun voor dit debat.

De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, u heeft steun. Ook is er het verzoek om de twee debatten samen te voegen, met de heer Nijboer dan als tweede spreker.

Mevrouw Beckerman (SP):
Heel erg bedankt. En dank voor de complimenten, maar het belangrijkste is natuurlijk dat er een meerderheid is die een goed besluit zal nemen voor Groningen. Ik wil nogmaals het verzoek doen aan de minister-president: zorg dat u hierbij bent. Want tien jaar verantwoordelijkheid, maar één keer bij een debat zijn en excuses maken die niet worden ingewilligd: dat tergt mensen, en dat moet echt stoppen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. We zullen dit doorgeleiden aan het kabinet.

Ik geef het woord aan mevrouw Leijten van de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter, we hebben het debat over de Energieraad omgezet in een schriftelijk overleg, maar het wordt wel volgende week gehouden. Ik zou daar graag een motie over indienen, en dan moeten de stemmingen dus ook deze week plaatsvinden.

De voorzitter:
Ja. Ik zie dat daar geen bezwaar tegen is. Dan gaan we dat doen. Ik geef het woord aan de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Als het goed is, hebben we vandaag en morgen een inhoudelijk debat over de regeringsverklaring, maar er zijn ook grote financiële keuzes gemaakt. De afgelopen keer is er over de startnota, waarin de precieze begrotingsregels zijn afgesproken en de echt grote financieel-economische keuzes die gemaakt zijn door de coalitie, een debat gevoerd. Mijn voorstel is om dat dit keer ook weer te doen. Dat hoeft niet per se volgende week. Het kan ook een aantal weken later. Maar het heet wel startnota, dus ik zou het wel een beetje aan de start van deze kabinetsperiode ingepland willen zien.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Nijboer (PvdA):
Het gaat om een debat met de minister van Financiën, vanzelfsprekend.

De voorzitter:
Ja, met de minister van Financiën. Laten we kijken hoeveel steun er is.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, het lijkt me een goed gebruik. Een goed voorstel is het ook. Er is echt heel veel te zeggen over de financiële huishouding van het kabinet.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Steun.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Steun.

De heer Van Nispen (SP):
Steun van de SP.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

De heer Jansen (FVD):
Steun.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Steun.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Namens de beide Pieters, de heer Omtzigt en mijzelf, steun voor dit debat. Strak plan.

De voorzitter:
Kijk. De heer Omtzigt gaat zich inschrijven, zie ik. Dat is een goede verdeling. De heer Wassenberg stond volgens mij het eerst op.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter, ik denk dat de meesten hetzelfde gaan zeggen: steun.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Steun.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun.

Mevrouw Gündoğan (Volt):
Steun. Ik zou willen vragen of we, voordat we dat debat voeren, een technische briefing kunnen houden met de zeven economen, of een deel daarvan, die in NRC nogal wat te zeggen hadden. Dan kunnen we ook gewoon goed voorbereid het debat in.

De voorzitter:
Dat kunt u via de commissievergadering doen.

Mevrouw Gündoğan (Volt):
Oké. Steun, ook namens collega Sylvana Simons van Bij1.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Steun.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun.

De voorzitter:
Ik dank u wel. U heeft een meerderheid voor uw verzoek, meneer Nijboer.

Dan geef ik het woord aan de heer Van Nispen van de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Op 16 december is door tien fracties uit deze Kamer een motie ingediend voor een verbod op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen, een verbod op gokreclames dus. Dat deden we niet zomaar, omdat we ons grote zorgen maken over de financiële effecten, de verslavingsproblemen die het allemaal met zich meebrengt om de argeloze kijker van een voetbalwedstrijd te bestoken met gokreclames en hem daartoe aan te zetten. Die motie is aangenomen. We hebben ook een brief gevraagd omdat wij vinden dat het haast heeft, maar de vorige minister voor Rechtsbescherming liet per brief al weten dat hij deze motie niet gaat uitvoeren. Over dat feit, over de inhoud maar ook over het principe van het niet-uitvoeren van moties zou ik graag een interpellatiedebat willen aanvragen met de minister voor Rechtsbescherming.

De voorzitter:
Ik dank u wel. Mevrouw Agema, PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Geen steun voor een interpellatie.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter, je wordt hartstikke misselijk van die gokreclames en die leiden tot verslaving. Dus steun voor een interpellatiedebat. Het komt niet vaak voor, maar ik vind dit een onderwerp dat daar bij uitstek voor geschikt is.

Mevrouw Gündoğan (Volt):
Mede namens BIJ1 steun voor dit debat.

De voorzitter:
Mevrouw Palland, CDA.

Mevrouw Palland (CDA):
Die gokreclames gieren de pan uit. Vandaar ook de motie. Daar moeten we over doorspreken. Ik vind de vorm van een interpellatiedebat wat ver gaan, ook omdat er nu een nieuwe bewindspersoon zit. Dus laten we daarmee het gesprek aangaan en in de commissie hernemen op welke wijze we dat doen.

De voorzitter:
Dus geen steun. De heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, geen steun. Die gokreclames zijn verschrikkelijk. De ChristenUniefractie staat achter de motie. Wij vinden wat van die brief, maar dat kan prima in commissieverband. Dus geen steun voor dit verzoek.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Het is duidelijk wat de Kamer wil. Als de minister daar geen gehoor aan wil geven, dan rechtvaardigt dat dit debat, dus steun.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter, steun, om twee redenen. Een inhoudelijke reden: ik draag die motie een warm hart toe. En een procedurele reden: als de regering een motie naast zich neerlegt, we laten dat hier lopen en we zeggen "dat doen we wel in de commissie", dan zeggen we tegen de regering "u hoeft nooit meer een motie uit te voeren". Dus dat moet met een interpellatiedebat en snel ook.

De voorzitter:
Dank u wel, steun. De heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):
De heer Nijboer verwoordde het op een hele goede manier, daar sluit ik me bij aan, dus steun voor dit debat.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, ook steun en vertrouwen via een interpellatiedebat, prima.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Geen steun voor dit verzoek.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Voorzitter, geen steun.

De heer Wassenberg (PvdD):
Absoluut steun, voorzitter.

De voorzitter:
Er is voldoende steun voor een interpellatiedebat, want dat vraagt om steun van 30 leden en u heeft er 37.

De heer Van Nispen (SP):
Dank, voorzitter. Dan hoop ik dat dat snel kan worden ingepland omdat het inderdaad gaat over niet-uitvoeren van een motie, en ook over een onderwerp dat niet al te lang kan wachten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Martin Bosma van de PVV.

De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter, zo kan het niet langer. Ik zeg het even in mijn hoedanigheid van voorzitter van de vaste Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Ik verzoek u daarom met klem zo spoedig mogelijk het volgende cruciale wetsvoorstel in te plannen, dat heet Verandering in de Grondwet strekkende tot het opnemen van een bepaling over een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (35785).

De voorzitter:
U doet dat als voorzitter van de commissie, dus we gaan dat doen. Wie kan daartegen zijn, zoals u het net aangaf?

Dan mevrouw Paulusma van D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter, dank u wel. Aangezien er nog coronaregels gelden maar deze op verschillende plekken in Nederland op een verschillende manier worden gehandhaafd, zouden wij, mede namens de VVD, het CDA en de ChristenUnie, graag de minister van Justitie en Veiligheid uitnodigen voor het debat aanstaande donderdag.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk of daar steun voor is. Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter, ik hoor hier regeling na regeling coalitiepartijen zeggen dat de regering gaat over de afvaardiging naar een debat, en nu staat de coalitie dat hier zelf te verzoeken. Dat is dus een beetje vreemd. De minister mag van mij komen; welkom, maar een vreemd verzoek.

De voorzitter:
U heeft helemaal gelijk, uiteindelijk gaat het kabinet zelf over de eigen afvaardiging. Maar als er een meerderheid is, dan geven we dat ook op die manier door aan het kabinet. De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, dan kunnen we dat argument in de toekomst ook terzijde schuiven.

Voorzitter. Steun, ook al is dat niet eens nodig, want er is natuurlijk al een meerderheid. Maar het is buitengewoon vreemd, hè. Handhaving is niet wat u en ik ervan maken.

De voorzitter:
Ik kijk even of er verder nog steun is. Er is een meerderheid, maar ... Meneer Omtzigt?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Zeker steun voor dit verzoek, voorzitter. Ik hoop nu dat de andere regeringspartijen nog iemand anders erbij uitnodigen, want dan lijkt het me heel gezellig worden.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Steun van GroenLinks.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ook namens de Partij voor de Dieren steun.

De voorzitter:
De heer Van Haga nog.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Ik vind het eigenlijk grote onzin om er nog meer mensen bij te halen. Mensen hebben genoeg te doen. Dan zit hier elke keer weer heel vak-K vol. Volgens mij hebben ze wel wat beters te doen, dus geen steun.

De voorzitter:
Geen steun. Mevrouw Van der Plas van BBB en dan de heer Jansen, maar mevrouw Simons gaat als eerste.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Mede namens Volt: steun.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Van mij ook geen steun voor dit verzoek.

De heer Jansen (FVD):
Nee, ook geen steun. Het zou beter zijn als de minister helemaal niet zou handhaven.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft in ieder geval een meerderheid. Wij zullen dit op die manier doorgeleiden naar het kabinet. Nogmaals, het kabinet gaat over de eigen afvaardiging.

Ik schors de vergadering voor vijf minuten en daarna gaan we verder met het debat over de regeringsverklaring.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Debat regeringsverklaring

Debat regeringsverklaring

Aan de orde is de voortzetting van het debat over de regeringsverklaring.

De voorzitter:
Aan de orde is het vervolg van het debat over de regeringsverklaring. Voordat we verdergaan met het debat en ik mevrouw Hermans het woord geef, moet mij toch ook wel even iets van het hart. Ik zal dat heel kort doen. Een aantal collega's hebben duidelijk laten blijken, en ik deel dat, dat de aftrap van dit debat misschien een andere aftrap is dan we ons hadden voorgesteld.

Nee. Ik wil even mijn punt afmaken, meneer Wilders! Ook om het daarin te beperken ...

We hebben binnenkort ook een debat over de omgangsvormen. Er zijn een aantal collega's, onder anderen de heer Heerma, die een suggestie hebben gedaan. Mevrouw Simons heeft net als andere collega's ook een suggestie gedaan. Ik stel voor dat we dat debat gebruiken om daar in de diepte te gaan over deze werkwijze, want anders wordt dit debat te veel verstoord door dit onderwerp. Ik zou dat zonde vinden, want het is echt een onderwerp waar we het echt in de diepte, zeg maar, met elkaar een keer goed over moeten hebben. Dat wilde ik zeggen.

Meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, ik vraag me echt af waarom u dit nou toch doet. Daar is helemaal geen aanleiding toe. Hier is het in het debat al over gegaan. Ik heb mijn inbreng gehouden. Het is een debat. U zegt nu zo ongeveer namens iedereen ...

De voorzitter:
Nee, dat zeg ik niet.

De heer Wilders (PVV):
U stelt het aan de orde. Er zijn heel veel mensen die naar dit debat gekeken hebben, ook heel veel mensen thuis. Die vinden precies het tegenovergestelde van u. Die vinden dat ik een goed verhaal heb gehouden. Die vinden dat het ten onrechte was zoals daar, óók door u als Voorzitter, net als door de rest van de Kamer, mee is omgegaan. U zoekt nu weer een beetje de coalitie plus wat linkse partijen om uzelf steun te geven, maar ik zou zeggen: doe dat nou niet. Dit hoort bij het debat. Er is niets verkeerds gezegd! Hooguit gaat het om een mening die niet wordt gedeeld. Voor de rest is het een feitelijke inbreng geweest. Dus doe dat nou niet.

De voorzitter:
Dit was een algemene oproep, juist om ervoor te zorgen dat we het er op een ander moment een keer met elkaar over kunnen hebben. Het was een algemene opmerking en ik denk dat het goed is dat we dat op een later moment doen. Ik ben ook in gesprek met alle fracties. Ik hoop ook echt dat ik ook nog een keer met u in gesprek kan gaan, want uw fractie is helaas de enige fractie die dat nog niet heeft toegezegd. Het lijkt me heel goed dat we het daar dan een keer echt in de diepte met elkaar over kunnen hebben, ook over het onderwerp van de veiligheid en het onderwerp van mevrouw Simons.

De heer Heerma. Daarna wil ik het afsluiten en mevrouw Hermans het woord geven.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Voorzitter, ik heb een punt van orde gemaakt. Daar heeft u als voorzitter niet de reactie van de andere fractiewoordvoerders op gehad, want u zei: ik neem het mee. Nu geeft u aan dat u vindt dat het in dat debat besproken moet worden. Maar mijn punt van orde was nou net dat de Voorzitter samen met het Presidium nú alvast kan oppakken of — het ging mij niet alleen om de heer Wilders — toespelingen op personen hier leiden tot persoonsbeveiliging voor die personen, omdat het een haakje is om in te kunnen grijpen in het debat. Ik zou niet willen dat, wachtend op dat debat, dat voorstel niet wordt opgepakt. Ik wil graag de toezegging van u als Voorzitter dat u ook in aanloop naar dat debat al met het Presidium aan de slag gaat om wat wij hier allemaal voelen, namelijk dat die relatie er is, vast te stellen, zodat dat ook een haakje kan bieden voor handhaving.

De voorzitter:
Ik heb daarover volgens mij al aangegeven dat ik al met dit onderwerp bezig was. In die zin heb ik eigenlijk bevestigd dat het onderwerp van gesprek is: wat is het effect in algemene zin van onze wijze van debatteren? Wat is het effect van de verruwing die je daarin soms ziet, op de veiligheid? Ik hoef daar dus niet verder een toezegging op te geven, want we waren daar al mee bezig. Maar ik vond het een goede opmerking.

Ik stel voor dat we nu overgaan tot de inhoud van het debat. Ik geef daartoe mevrouw Hermans van de VVD het woord.

Mevrouw Hermans (VVD):
Voorzitter. Er ligt een akkoord. Er is een missionair kabinet en de Tweede Kamer bestaat sinds vanochtend weer uit 150 leden. We kunnen dus aan het werk en daar heb ik ontzettend veel zin in, omdat het tijd werd en omdat de VVD-fractie vindt dat er een goed en stevig akkoord ligt. Het is een akkoord met ambities waarmee we dit land sterker maken en met afspraken om de grote vraagstukken die voor ons liggen, aan te pakken. Het is een akkoord om het leven van iedereen die van goede wil is, beter te maken, om onze ondernemers en de economie te versterken, te ondersteunen en te vergroenen, om ons land en alle gezinnen in ons land veilig te houden en om ervoor te zorgen dat Nederland een fijn en leuk land blijft om in op te groeien en in te leven.

Voorzitter. Dat is omzien naar elkaar en vooruitkijken naar de toekomst.

De voorzitter:
U stopt, maar maakt u eerst even heel kort uw zin af.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik zie allemaal vragende blikken, dus ...

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Hermans (VVD):
Maar dan ga ik nog even door.

"Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst." Als ik zeg "vooruitkijken naar de toekomst", dan voel ik ook wat terughoudendheid en een soort dilemma in mijzelf. Dat zeg ik niet omdat ik niet vooruit wil kijken of omdat ik geen vertrouwen heb in de toekomst, maar als je kroeg of restaurant al weken dicht is, de gordijnen in het theater al tijden stil hangen, de deur van je favoriete museum dicht is, de tribunes bij de sportvelden leeg zijn, je je verjaardag al tijden niet hebt kunnen vieren of afscheid nemen op je werk er niet in zit, dan is er niet zo heel veel sprake van vooruitkijken. Ja, tot de volgende persconferentie.

Voorzitter. We zitten nu bijna twee jaar in deze pandemie en we weten niet hoelang die nog gaat duren. Minister Kuipers zei het al: corona gaat voorlopig niet meer weg. Dat uitzichtloze maakt moedeloos. We kunnen dit niet nog jaren op dezelfde manier blijven doen. Het is belangrijk dat we mensen weer perspectief bieden, want alles is te doen als je de weg vooruit ziet. Precies op dat punt verwacht de VVD-fractie echt iets van het kabinet in de komende weken: een blik op de weg vooruit. Na twee jaar weten we nog steeds niet alles over het virus, maar we tasten ook niet meer over alles in het duister. Het overgrote deel van Nederland heeft zich in de afgelopen twee jaar netjes aan alle regels gehouden. Heel veel mensen hebben zich laten vaccineren, niet alleen om zichzelf maar ook om elkaar te beschermen. Theaters, musea, winkeliers en horecaondernemers: zij hebben allemaal hun deuren gesloten, weer geopend, weer gesloten en weer op een kier gezet. Zij hebben steeds gedaan wat nodig was. Voor die groep, de groep die alles op alles heeft gezet, verwacht mijn fractie dat het kabinet alles op alles zet om hen niet meer te beperken dan strikt noodzakelijk is.

De vraag die centraal moet staan, is: wat kan er wel en hoe kan dat veilig? Zo zal mijn fractie de voorstellen van het kabinet beoordelen. Alle voorstellen die daaraan bijdragen en die een antwoord geven op die vraag, zullen wij in beginsel positief benaderen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat we overal zomaar ja tegen zeggen, want er zullen ook maatregelen tussen zitten die we niet leuk vinden. Maar als we altijd alleen maar nee zeggen, komen we geen stap verder. Ik kan alleen maar hopen dat we hier in de komende tijd met elkaar keuzes maken in het belang van al die mensen die alles op alles gezet hebben en die niets liever willen dan weer veilig kunnen doen wat het leven leuk maakt.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik voel een soort natuurlijk moment. Ik zie mevrouw Marijnissen ook steeds dichter bij de microfoon komen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Mevrouw Hermans trapt af door te zeggen dat ze blij is dat het kabinet van start kan. Ik vrees dat mevrouw Hermans een van de weinigen is in Nederland die daar blij mee is, want er zijn maar weinig mensen die vertrouwen hebben in Rutte IV. Ik had eigenlijk verwacht dat zij haar verhaal zou beginnen door te zeggen dat er iets ontzettend mis is gegaan in de coalitieonderhandelingen. We hebben vanochtend allemaal de doorrekeningen gekregen van het Nibud. Daaruit blijkt heel duidelijk dat, ondanks dat dit kabinet miljarden, miljarden en miljarden uitgeeft, Nederland erop achteruitgaat. Mijn vraag aan mevrouw Hermans is: hoe is dat toch mogelijk en wat gaat zij daaraan doen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik ben nog steeds blij dat dit kabinet aan de slag kan. Ik ben trots op het akkoord dat er ligt, omdat daarin allerlei uitdagingen en ambities geadresseerd worden waarmee we aan de slag moeten om dit land sterker te maken. Ik realiseer mij ook dat we in de komende vier jaar onderweg dingen gaan tegenkomen die tegenzitten en die het ons lastiger gaan maken om onze ambities te realiseren. Maar we zullen ook tegen kansen aanlopen, waardoor we dingen misschien sneller kunnen doen dan we zouden willen. U stipt een punt aan dat we in de afgelopen weken een probleem hebben zien worden, namelijk de inflatiecijfers en de effecten daarvan op de inkomens van mensen. Volgens mij is dat precies een onderwerp dat hoort bij de politiek. Als dat op je bord en op je pad komt, dan pak je dat aan en ga je daarmee aan de slag.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik moet even nadenken over wat mevrouw Hermans hier nou precies zegt. Volgens mij gaf de heer Rutte in zijn regeringsverklaring aan dat er twaalf maanden zaten tussen de val van Rutte III en het aantreden van Rutte IV. Mevrouw Hermans heeft hier dus twaalf maanden over na kunnen denken. Het feit dat de huren exploderen, dat de energierekening gigantisch stijgt en dat de boodschappen steeds maar duurder en duurder worden, komt bepaald niet uit de lucht vallen. Rutte IV presenteert een pakket aan maatregelen waarmee miljarden en miljarden worden uitgegeven, maar waarmee de gewone Nederlander er niks op vooruitgaat. Dat is gewoon keihard, mevrouw Hermans.

Voorzitter, we mogen vandaag natuurlijk maar acht vragen stellen. Omdat we zo weinig vragen mogen stellen, hoop ik dat u wil helpen om ervoor te zorgen dat er wel concrete antwoorden komen. Want ik vroeg natuurlijk aan mevrouw Hermans wat zij eraan gaat doen. Ze moet dan geen vaag verhaal houden in de trant van: we hebben zulke mooie plannen, er komen dingen op ons pad en dat kunnen ook kansen zijn. Wat hebben mensen daar nu aan? Daar hebben mensen helemaal niks aan! Wat hebben de AOW'ers daaraan? De AOW'ers hebben, in de wetenschap dat alles duurder wordt en de pensioenen jarenlang niet zijn geïndexeerd, gewoon te horen gekregen: helaas, ondanks dat het minimumloon een beetje stijgt, gaat uw AOW-uitkering er niet op vooruit. Wat zegt mevrouw Hermans tegen die AOW'ers? Of laat ze die gewoon echt in de kou staan met een mooi verhaal over kansen en uitdagingen waar we samen mee aan de slag moeten?

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Marijnissen citeert nu naar eigen voorkeur uit mijn woorden. Ik zeg het volgende op haar vraag. In het akkoord dat deze coalitie half december heeft gepresenteerd, staat hoe de inkomenseffecten — de koopkrachtplaatjes, om even het technische woord te gebruiken — uitpakken. Daar zit voor iedereen een plus in. De ene plus is groter dan de andere; dat geef ik ook direct toe. Dat past ook bij het uitgangspunt bij het streven van dit kabinet, namelijk een evenwicht en positief koopkrachtbeeld voor iedereen.

Wat zien we nu in de CPB-cijfers en in de Nibud-cijfers? Daarin zien we dat een aantal groepen onder de nul, in de min, zakt. Dat past dus niet bij dat uitgangspunt van dit kabinet. Dat was wat ik zei. Je sluit een akkoord op een bepaald moment in de tijd. Daarna kunnen zich onderweg dingen voordoen. Daar moet je op reageren en acteren, en dit is zo'n voorbeeld.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Nu geeft mevrouw Hermans weer hetzelfde antwoord, namelijk dat daarop geacteerd moet worden, maar ik vraag haar dus wat ze dan gaat doen. Terwijl we hier staan en Rutte IV zichzelf presenteert, is het gewoon superduidelijk dat heel Nederland erop achteruitgaat, terwijl er gigantische economische groei is, terwijl de winsten van bedrijven door het dak gaan, terwijl de uitkeringen aan aandeelhouders hoog zijn en terwijl dit kabinet miljarden en miljarden uitgeeft. Dat kan niet! Dus ik vraag nu voor de derde keer — ik hoop dat de voorzitter mij wil helpen om het antwoord te krijgen — wat mevrouw Hermans nou concreet gaat doen, behalve benoemen dat het een uitdaging is. Ik zou eraan toe willen voegen dat over het ontkoppelen van de AOW, wat betekent dat de AOW niet meer meestijgt met het minimumloon, vlak voor de verkiezingen in deze Tweede Kamer nog een motie van de SP met algemene stemmen is aangenomen over dat die koppeling moet blijven. Vervolgens heb ik het niet teruggevonden in de verkiezingsprogramma's en is het er in de verkiezingscampagne niet over gegaan. Vervolgens presenteert Rutte IV zich en weg is de koppeling. AOW'ers worden gewoon in de kou gezet.

De voorzitter:
Wilt u dat mevrouw Hermans een reactie geeft op het laatste onderdeel? Wat is uw concrete vraag?

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik had in de twee interrupties hiervoor ook al gevraagd wat mevrouw Hermans nou gaat doen, behalve benoemen dat het opgepakt moet worden. Wat gaat ze dan doen? En ik zou inderdaad graag een reactie willen op het feit dat hier vlak voor de verkiezingen een motie van ons is aangenomen over dat die koppeling in stand moet blijven en dat die koppeling weg is als Rutte IV zich presenteert. Dat is toch wel een beetje kiezersbedrog.

Mevrouw Hermans (VVD):
Wat de VVD gaat doen, wat de VVD gaat vragen aan dit kabinet, is het volgende. Het uitgangspunt van dit coalitieakkoord is een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen. De cijfers van het Centraal Planbureau en ook de cijfers vanochtend van het Nibud, al zijn de coalitieplannen daar nog niet in doorgerekend, geven geen invulling aan dat uitgangspunt. Ik vind dat wij het verplicht zijn om dat uitgangspunt in de praktijk te brengen. Dus ik vraag aan het kabinet om met voorstellen te komen hoe we dat kunnen oplossen.

De voorzitter:
En dat laatste punt van mevrouw Marijnissen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Wat was de vraag? O ja, de ontkoppeling. Excuus. Als je onderhandelt over een coalitieakkoord, dan komen er heel veel onderwerpen voorbij en moet je heel veel keuzes maken, ook lastige keuzes. Wij hebben in deze onderhandelingen die keuzes gemaakt, keuzes die minder makkelijk en keuzes die makkelijker zijn, maar ik sta voor het totale pakket van dit akkoord. Ik herhaal nog maar eens: in de doorrekening en de effecten van dit akkoord van 15 december, zoals we dat in onze plannen hebben gepresenteerd, zat voor iedereen dat plusje; daar zat dat evenwichtige en positieve koopkrachtbeeld voor iedereen in. We hebben daarna berekeningen gezien die niet de cijfers laten zien die wij beogen, en daarom roep ik het kabinet op om met voorstellen te komen om daar iets aan te doen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik hoop niet dat dit ten koste gaat van weer een interruptie, want dan gaat het wel heel hard. Mevrouw Hermans geeft gewoon geen antwoord op mijn vraag. Hier, in het parlement, is een motie aangenomen die klip-en-klaar stelt dat die koppeling tussen de AOW en het minimumloon in stand zou blijven. Hoe kan het dan toch dat Rutte IV zich presenteert en dat die koppeling dan weg is? Ik vraag aan mevrouw Hermans of ze dat geen kiezersbedrog vindt. Dan moet mevrouw Hermans niet aankomen met een mooi verhaal over de uitdagingen en dat we aan het kabinet eens gaan vragen wat het gaat doen om dat te compenseren. Ik vraag aan mevrouw Hermans of ze dat geen kiezersbedrog vindt, aangezien het geen enkele rol gespeeld heeft in de verkiezingscampagne en aangezien mensen hier níet voorgestemd hebben, maar de hele Tweede Kamer zei: die koppeling blijft in stand. Gaat u daar eens op in!

Mevrouw Hermans (VVD):
Als je onderhandelt — ik herhaal dat maar — dan moet je keuzes maken op een aantal onderwerpen. Dit kabinet, deze coalitie, heeft gezegd: wij willen een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen; wij willen dat werken meer gaat lonen. Daarvoor moeten we een inhaalslag maken aan de onderkant. Vandaar dat we het wettelijk minimumloon in stappen met 7,5% gaan verhogen. Ook voor de ouderen willen wij dat het koopkrachtbeeld evenwichtig en positief is. Vandaar dat we in het coalitieakkoord hebben afgesproken dat we ouderen via de ouderenkorting compenseren. We zien nu in de cijfers van het CPB dat die compensatie niet voldoende is, omdat met name de hoge inflatie ertoe leidt dat zij door het ijs zakken. Vandaar mijn oproep aan het kabinet: kom met voorstellen om terug te gaan naar het uitgangspunt, namelijk een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen.

De voorzitter:
Er zijn een aantal vervolginterrupties. Ik noem even de namen, zodat iedereen weet wanneer hij kan interrumperen. Allereerst is de heer Azarkan aan de beurt, en dan de heer Wilders, de heer Van Haga, mevrouw Den Haan, de heer Eerdmans, de heer Van der Staaij, de heer Omtzigt en mevrouw Van der Plas. Allereerst de heer Azarkan van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Je merkt toch dat dit kabinet en ook mevrouw Hermans in een andere werkelijkheid leven. Ze begon door te zeggen: het is een prachtig akkoord, Omzien naar elkaar. Ze zei ook: ik heb er de komende vier jaar zin in. Maar ik denk dat dit kabinet ergens over drie jaar en een maand of twee wel klaar is. Dat gaat echt geen vier jaar duren, mevrouw Hermans, zeg ik via u, voorzitter. Het tweede is het volgende. "Vooruitzien naar de toekomst" is een beetje dubbelop. Mijn vraag gaat over dat "omzien naar elkaar". Weet mevrouw Hermans wat een alleenstaande moeder van één kind die een uitkering heeft per maand verdient, of wat een alleenstaande oudere per maand aan AOW krijgt?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik moet eerst even op een feitelijk punt ingaan. Ik zei "vier jaar", maar ik realiseer me natuurlijk dat we, doordat de formatie lang — te lang — geduurd heeft, drie jaar en twee maanden voor de volgende verkiezingen staan. Dat klopt. Meneer Azarkan stelt mij nu een vraag over een exact inkomensbeeld. Daar ga ik gelijk eerlijk antwoord op geven: daar weet ik niet het exacte antwoord op. Over "omzien naar elkaar" wil ik het volgende zeggen. We hebben dat niet voor niks in de titel van dit regeerakkoord gezet. Dat is breder dan alleen inkomen. Juist het uitgangpunt van een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen, dat ik nu al een paar keer heb genoemd, hoort ook daarbij. Daar hoort dus ook bij dat als het er op een of andere manier, door welke omstandigheid dan ook, naar uitziet dat een bepaalde groep onder een niveau zakt, dat iets ergens heel zwaar terechtkomt, het onze verantwoordelijkheid en onze plicht is om daar iets aan te doen. Mijn oproep aan het kabinet is daarom het volgende. Dit is een uitgangspunt van het coalitieakkoord. Ik ben met mijn fractie in deze Kamer een van de bewakers van dat coalitieakkoord, en wij zullen bewaken dat dat uitgangspunt in ere wordt hersteld.

De heer Azarkan (DENK):
Maar het is ook wel goed dat de signalen die er zijn serieus worden genomen. In september werd al gewaarschuwd voor de oplopende inflatie. En in het regeerakkoord, dat als naam heeft "Omzien naar elkaar", zien we dat dat betekent dat van mensen die een AOW van €1.200 hebben, €24 wordt afgepakt. Van mensen met één kind die €1.000 verdienen omdat ze een uitkering hebben, pakt dit kabinet €15 af. Dat is toch geen omzien naar elkaar? Dat betekent toch dat er gekeken moet worden naar de meest kwetsbaren? Ik snap het wel; u zult misschien weinig mensen kennen, zeg ik via de voorzitter, die een uitkering hebben of alleen een AOW'tje. Maar het is pijnlijk dat onze ouderen op dit moment niet rondkomen, dat ze de thermostaat op 15 of 16 graden zetten, dat mensen de boodschappen niet meer kunnen betalen. Dan kunt u toch niet volstaan door te zeggen: daar gaan we nog een keer over nadenken? U heeft al een jaar verspeeld. U heeft nog maar drie jaar!

Mevrouw Hermans (VVD):
De heer Azarkan heeft het over "afpakken". Dit gaat niet over afpakken. Dit gaat over de vraag of je iets wel of niet koppelt en of iets dus wel of niet meeloopt. Dat is niet iets "afpakken" van wat je nu hebt. Laten we de feiten nu wel even scherp en eerlijk houden. Ik zie dat de energiekosten enorm drukken. Ik zie dat ook zeker aan de onderkant, bij mensen die het al zwaar hebben. Ik zie dat dat voor hen heftig is. Dat is ook een reden dat het vorige kabinet al besloten heeft om de energierekening te compenseren. Ik zag ook in de cijfers van het Nibud dat die aparte regeling die we gemaakt hebben nog niet is doorgerekend. Ik wil dat graag zien. Ik wil dat graag weten. Ik wil straks in maart weten wat het CPB in zijn definitieve raming zegt over de inflatie, zodat we definitief zien hoe de cijfers uitpakken, hoe de inflatie uitpakt voor de koopkrachtcijfers. Want als we dat gaan repareren — dat moeten we doen, conform de uitgangspunten van dit coalitieakkoord — wil ik wel weten wát ik moet repareren en wáár ik het moet repareren.

De voorzitter:
De heer Azarkan. Nee? Dan geef ik het woord aan de heer Wilders, PVV.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw Hermans, u zei net tegen de heer Azarkan dat u de ouderen niks afpakt, maar u pakt ze wel degelijk wat af. U pakt ze de koppeling af tussen lonen en uitkeringen, die al sinds 1980 bestaat. Dat is gewoon een wet. Als u dat anders wil, moet u een wet indienen om die koppeling niet toe te passen. U pakt ze dus af wat volgens de geldende wetten normaal is, namelijk dat u ook de AOW verhoogt als u het minimumloon verhoogt. Dat wilt u niet. U pakt ze dus wel degelijk de 7,5% af die ze nu, op basis van de huidige wet, krijgen. Ik zou u willen vragen om nu niet naar het kabinet te verwijzen maar om nu te zeggen: dat gaan wij toch doen; wij gaan ervoor zorgen dat ook die AOW-uitkering wordt gekoppeld en dat ook zij met 7,5% stijgt. Dat is het minste wat u kunt doen. Ouderen hebben het, als het om hun portemonnee gaat, vaak al ontzettend moeilijk in Nederland. Dat geldt zeker voor de ouderen met een klein aanvullend pensioen. U weet dat je, als je minder dan €500 aanvullend pensioen hebt, zelfs de door u ingecalculeerde stijging van de ouderenkorting niet ontvangt. Die mensen krijgen helemaal niets. Zij zitten nu televisie te kijken en zij zien dat u 60 miljard heeft gereserveerd voor klimaat en stikstof. Zij weten misschien niet dat u de komende kabinetsperiode aan allerlei doelen 75 miljard euro uitgeeft. Als zij dat niet weten, vertel ik het ze: 75 miljard geeft u uit. Kunt u dan niet 2 miljard van die 75 miljard uitgeven aan die ouderen, zodat we gewoon toezeggen dat we met elkaar … Misschien hoeft dat niet eens; het gebeurt waarschijnlijk al als u zegt: meneer Rutte, ik ben ook van de VVD en ik wil dat die pensioenen, die AOW-uitkeringen, worden gekoppeld zoals dat volgens de wet nu moet gebeuren.

Mevrouw Hermans (VVD):
De koppeling van de AOW aan het minimumloon wordt even losgelaten als we die stapsgewijze verhoging doen. Daarna wordt de AOW gewoon weer gekoppeld aan het minimumloon. Tegen de ouderen thuis die nu zitten te kijken en tegen iedereen die mij een mail heeft gestuurd — ik geef gelijk toe dat ik nog niet de tijd heb gevonden om op alle mails te reageren — zeg ik dat wij in dit coalitieakkoord de afspraak hebben gemaakt dat wij iedereen een plusje, een positief en evenwichtig koopkrachtbeeld willen presenteren. Ik vraag aan het kabinet … Ik geef het kabinet de opdracht om met voorstellen te komen om dat voor elkaar te krijgen. Daarbij staat voor mij niet het middel centraal maar het doel dat er een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld komt voor iedereen, ook voor ouderen in Nederland.

De heer Wilders (PVV):
Nee, het gaat niet alleen om het middel, maar ook om het doel. De ouderen in Nederland weten al sinds 1980 dat als het minimumloon omhooggaat, ook hun AOW omhooggaat. U kunt hier nou wel een smoes verzinnen in de zin van: "daar gaan we één keer een wet voor indienen". Want dat moet per wet; dat weet u. U moet daarvoor een wet indienen om de ouderen te pakken. U zegt: dat doen we één keer en daarna trekken we die wet weer in of we zetten in die wet dat we dat maar één keer doen. Nee, u moet dat gewoon niet doen. Ouderenkorting werkt niet. Er is geen andere manier waarop u dat kunt doen. Rutte een opdracht geven om dat te doen? Ik weet niet waar hij mee komt. Waarschijnlijk gaat hij eerst wachten hoe de inflatie zich ontwikkelt en gaat hij bij de Voorjaarsnota of weet ik over hoeveel maanden kijken. Die ouderen … Wij krijgen die mails; alle fracties krijgen die mails. Zij hebben hun huur, hun energierekening en hoge kosten voor hun boodschappen. Als zij al een autootje kunnen betalen, moeten ze de hoofdprijs betalen aan de benzinepomp. U moet nou dus gewoon zeggen … Nou, u moet niks, maar ik vraag u om nu gewoon te zeggen: dit gaan we op één manier doen, namelijk de manier die nu in de wet staat, dus via het koppelen van de pensioenen, de AOW-uitkeringen; dat moet Rutte doen. Niet "laat hen dat maar doen". We weten toch wat er dan komt? Dan gebeurt er niks of dan gebeurt er pas over een paar maanden wat. Geef die ouderen nu de garantie dat ook hun AOW-uitkering met 7,5% stijgt. Dat kost 2,4 miljard euro. Dat is niets in vergelijking met die 60 miljard die u aan D66 heeft gegeven voor klimaat en stikstof.

Mevrouw Hermans (VVD):
Precies vanwege de argumenten die de heer Wilders noemt waarom het voor ouderen zwaar is — de energieprijs, de prijzen aan de pomp en de inflatie — vind ik het belangrijk dat we het kabinet vragen om met een voorstel te komen en dat we ook die raming in maart daarbij betrekken. Ik wil immers weten hoe het exact uitpakt en dan kan ik vervolgens ook de keuze maken: wat is dan de route en wat is dan het middel waarmee we kunnen zorgen dat ook voor ouderen een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld geldt?

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Allereerst heb ik een opmerking over de krokodillentranen die mevrouw Hermans huilt over de lockdown. "Het is allemaal zo zielig voor al die ondernemers." Dat is het directe gevolg van het beleid van de VVD. We hebben daar donderdag gelukkig weer een debat over, maar het is een beetje potsierlijk om hier nu te gaan zeggen dat het kabinet hier wat aan moet doen, want de afgelopen twee jaar hebben we het hele Nederlandse bedrijfsleven zo ongeveer tot zelfmoord gedwongen.

Dan de AOW. Het gaat om 2,4 miljard. Collega Wilders zei dat net al. Ik sloeg aan op de opmerking van mevrouw Marijnissen dat het geen rol had gespeeld in de campagne. Maar het heeft een hele grote rol gespeeld. In het verkiezingsprogramma van de VVD stond: uitkeringen zoals de bijstand stijgen niet automatisch mee met het minimumloon, met uitzondering van de AOW. En wat gebeurt er? D66 is wat dat betreft wel een eerlijke partij geweest. In het verkiezingsprogramma stond keihard "dit gaan we niet doen" en nu staat in het regeerakkoord: dat gaan we doen. De ouderen worden gepakt met 2,4 miljard. Vele, vele miljarden worden elders uitgegeven, terwijl de opbrengsten totaal onduidelijk zijn. Hoe kan het nou zo zijn dat u dit zo makkelijk heeft weggegeven uit uw eigen verkiezingsprogramma?

Mevrouw Hermans (VVD):
Als de heer Van Haga naar onze doorrekening had gekeken, dan had hij gezien dat wij twee dingen doen. Het eerste is het verhogen van het wml met 10% en het daarvan loskoppelen van alle uitkeringen. Het tweede is het loskoppelen van de uitkeringen van het minimumloon gedurende deze kabinetsperiode. Wij hadden het dus in twee stappen opgeknipt. Excuus, daar moet ik nog aan toevoegen dat de AOW daarvan uitgezonderd was.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ja, maar ...

Mevrouw Hermans (VVD):
Dus het waren twee aparte maatregelen. Dat wil ik maar zeggen.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Dat begrijp ik wel, maar in uw eigen verkiezingsprogramma staat dat u het niet gaan doen en u gaat het uiteindelijk wel doen. Het kost de AOW'er 2,4 miljard, terwijl die er al heel erg op achteruitgaat. Het aardige is dat u nu 25 miljard gaat uitgeven aan stikstof. Er komt een minister voor Stikstof. Die wordt geleverd door de VVD. Maar we weten allemaal dat stikstof eigenlijk helemaal geen probleem is. Als je er technisch naar kijkt, dan zie je dat we een grote fout hebben gemaakt door ooit tegen de EU te zeggen dat we allemaal Natura 2000-gebieden hebben die we "heide" noemen, die dus voedselarm zijn, en dat daar dus geen stikstof op mag neerslaan. Dan heb je al die depositiemodellen van het RIVM die niet kloppen. Vervolgens gaan wij dus, terwijl we 2,4 miljard jatten van de ouderen, 25 miljard uitgeven aan een stikstofprobleem dat uiteindelijk een ambtenarenprobleem of een bureaucratisch probleem is. Vindt u niet dat dat volstrekt niet in verhouding is met elkaar?

Mevrouw Hermans (VVD):
Dit coalitieakkoord raakt aan een heleboel problemen en ambities die we hebben in dit land. Eén daarvan is inderdaad het oplossen van het stikstofprobleem, dat er wel degelijk is. Daardoor kunnen we op dit moment niet bouwen. We kunnen geen huizen bouwen en geen wegen aanleggen. Het stikstofprobleem heeft ook een groot effect op onze natuur. Ik vind het dus een heel verstandig plan en een heel goed idee dat dit kabinet zegt: "Dat gaan we nu oplossen. Daarover gaan we afspraken maken met provincies en met iedereen die een bijdrage te leveren heeft aan het oplossen van de stikstofproblematiek. Dat doen we. Die keuze maken we."

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Het leuke aan het stikstofprobleem is dat als je het kaartje met het hele stikstofprobleem van Europa bekijkt, je dan ziet dat Nederland een stikstofprobleem heeft en dat dat precies ophoudt bij de landsgrenzen. Dat komt doordat andere landen snugger zijn geweest. Die hebben hun natuurgebieden "bos" genoemd. Als daar stikstofdepositie plaatsvindt, dan is het gewoon voedsel en is stikstofoxide helemaal geen probleem. Alleen maar omdat wij het "heide" hebben genoemd — daar groeien de weegbree, de brem en allemaal andere leuke plantjes — is het voedselarm en mag er geen stikstof op neerslaan. Het is dus een totaal kafkaësk, bureaucratisch probleem. U gaat daar 25 miljard aan uitgeven, maar het heeft geen zin. Het is zo jammer dat er zo makkelijk 25 miljard wordt uitgegeven, terwijl er 2,4 miljard nodig is om de koppeling te handhaven. Ik begrijp die bizarre tegenstelling niet.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik begrijp deze koppeling niet. Aan de ene kant zijn we een probleem aan het oplossen met stikstof om onze natuur te herstellen, om ervoor te zorgen dat we weer kunnen gaan bouwen en dat boeren perspectief krijgen, waar ze nu naarstig naar op zoek zijn. Het andere dat we doen, is werken weer lonend maken door het minimumloon te verhogen. We hebben gezegd: wij willen dat er voor iedereen in Nederland een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld is. Ik herhaal die woorden toch nog een keer. Daarom hebben we tegen de ouderen gezegd: "Wij gaan u compenseren. U krijgt daarbij ondersteuning van ons." En wat zien we nu in de cijfers, dus niet de doorrekening in het coalitieakkoord, de cijfers die we zelf gepresenteerd hebben, maar in de cijfers van het CPB, en vandaag van het Nibud? We zien dat met name ouderen door het ijs zakken. Dat voldoet dus niet aan wat we hebben afgesproken. Het is niet wat we beoogd hebben met het coalitieakkoord. Daar moet dus een oplossing voor komen. Ik vraag het kabinet met voorstellen daarvoor te komen.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Tot slot maar. Mevrouw Hermans noemt de bouwstop en de boeren, waarvoor perspectief moet zijn. Juist door een kafkaësk stikstofprobleem dat niet bestaat, is er geen perspectief meer voor de boeren en is er een bouwstop. Niet alleen daardoor, want er is ook een pfas-probleem gecreëerd door onszelf, omdat we een verkeerde grenswaarde hebben ingesteld. Maar goed, er zijn wel meer fouten gemaakt in het vorige kabinet. Het gekke is dat het stikstofprobleem ophoudt bij de landsgrenzen. Daar reageert u toch niet helemaal op. Wij hebben voor een bepaalde systematiek, een bepaald model van het RIVM gekozen waardoor wij een stikstofprobleem hebben gecreëerd, maar dat zijn onze eigen regels. We hebben zelf bepaalde Natura 2000-gebieden aangegeven bij de EU. Hierdoor is dit probleem gecreëerd. Wij kunnen het ook zelf oplossen. Daarvoor hebben we die 25 miljard helemaal niet nodig. Dan hebben we ook geen stikstofminister nodig. Dan kunnen we gewoon bouwen en kunnen de boeren gewoon blijven. Dan is het opgelost.

Mevrouw Hermans (VVD):
Stikstof is een probleem in Nederland. De kwalificaties van dat probleem laat ik verder voor de heer Van Haga. Wij voelen ons er verantwoordelijk voor om dat op te lossen, juist om de natuur te herstellen, ook voor toekomstige generaties, en om ervoor te zorgen dat er gebouwd kan worden.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Mevrouw Hermans begon haar betoog met: we kunnen aan het werk. Ik hoorde u ook een aantal keer zeggen: werken moet lonen. We weten ook dat de VVD die mening is toegedaan. Maar gaat het hier eigenlijk alleen maar om betaald werk?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik weet niet zeker of ik de vraag helemaal goed begrijp. Als ik hier zeg dat werken moet lonen en daar de verhoging van het minimumloon aan koppel, gaat het inderdaad om betaald werk, dus dat het doen van werk lonender is dan een uitkering krijgen.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Beseft de VVD ook dat gepensioneerden ook hun hele leven betaald hebben gewerkt, en nog steeds werken, zij het niet betaald, als vrijwilligers en als mantelzorgers? Als deze mensen het werk neerleggen, leggen we hele sectoren plat. Waarom loont dit werk niet?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik ben me absoluut bewust van het harde werk dat de gepensioneerde generatie gedaan heeft voor dit land en van de vrijwillige inzet, of dat nu mantelzorg of oppaswerk is, die zij dagelijks verlenen. Precies om die reden hebben we ook gezegd, naast "werken moet lonen", dat we willen zorgen voor een fatsoenlijk, evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor de ouderen, de gepensioneerden. Dat was ook de uitkomst van de afspraken die wij maakten in het coalitieakkoord. Een maand later kwamen de doorrekeningen van het CPB en vanochtend die van het Nibud. Daarin zien we dat de inkomenseffecten niet uitpakken zoals wij ze beoogd hebben, zoals wij geformuleerd hebben als uitgangspunt. Dan rest er volgens mij voor mij, als lid van de VVD-fractie — straks zullen mijn collega's van de coalitie ook nog het woord voeren — maar één ding, namelijk om tegen het kabinet te zeggen: kom met voorstellen, met ideeën, om dit uitgangspunt weer in ere te herstellen en doe daar voorstellen voor aan de Kamer.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Ik vind het toch een beetje vreemd dat u nu pas tot die conclusie bent gekomen. Een aantal van mijn collega's en ikzelf hebben ook al in het debat over het coalitieakkoord gemeld dat ouderen weer het kind van de rekening zijn. Met de ontkoppeling van de AOW, plus het feit dat die ouderenkorting wel gegeven wordt maar eigenlijk helemaal niks doet, staan toch zo'n — wat is het? — 500.000 mensen in de kou. Ik vraag me echt werkelijk af wat u dan beoogt met de vraag aan het kabinet: wat kunnen we voor deze mensen doen? Want de VVD heeft mijn motie in datzelfde debat niet gesteund, waarin diezelfde vraag gesteld werd.

Mevrouw Hermans (VVD):
In de doorrekening van het coalitieakkoord, of in elk geval de cijfers die wij in ons coalitieakkoord gepresenteerd hebben over hoe onze plannen uitpakken voor de verschillende groepen in Nederland, stonden de ouderen in de plus. Dat vind ik ook terecht. Dat hoort ook bij dat uitgangspunt — ik herhaal het maar — van een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld. Vervolgens is het CPB aan het rekenen geslagen. Op een aantal punten heeft het aannames moeten doen. Logisch, want het akkoord is op onderdelen nog niet helemaal uitgewerkt. We zien dat de inflatie die daarin verrekend is, hoger is dan wij in december in de doorrekening — in onze eigen doorrekening dus, om de verwarring niet nog groter te maken — hadden zitten. Dat betekent dat er nu een plaatje voorligt dat niet voldoet aan het uitgangspunt zoals wij dat hebben afgesproken. Ik wil dat we teruggaan naar het uitgangspunt. Dus daar moet een oplossing voor komen.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dat heb ik goed gehoord. Ik vertrouw erop dat uiteindelijk de AOW niet losgekoppeld gaat worden van de uitkeringen, zodat je een groot deel hebt opgelost. Ik lees bijvoorbeeld ook in de stukken dat een groot deel of een aantal van de departementen het geld dat hun is toebedeeld niet op krijgt. Dus wat mij betreft is het dan opgelost en zouden we die vraag niet eens behoeven te stellen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Den Haan gaat nu wel snel naar de conclusie over hoe we het gaan oplossen en over het middel. Daar kunnen we over discussiëren, maar volgens mij zijn we het over het doel eens, namelijk dat we terug moeten naar het beeld zoals gepresenteerd in het coalitieakkoord, waarin een evenwichtige en positieve koopkracht voor iedereen zat.

De voorzitter:
Eerst de heer Eerdmans, dan de heer Van der Staaij, de heer Omtzigt, mevrouw Van der Plas, mevrouw Ploumen en de heer Dassen.

De heer Eerdmans (JA21):
Gaat de VVD die loskoppeling terugdraaien?

Mevrouw Hermans (VVD):
Het antwoord is eigenlijk nee. Ik heb net geschetst wat de coalitie voor ogen had bij het sluiten van dit coalitieakkoord, namelijk dat we met een blik op de toekomst waarin een heleboel vraagstukken op ons afkomen, maatregelen willen nemen die ook de portemonnee van mensen raken. Wel willen we ervoor zorgen dat er uiteindelijk een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen overblijft. De conclusie van het akkoord zoals in december is gesloten is: ja, dat kan met dit pakket. Conclusie: als we kijken naar de cijfers van het CPB en het Nibud dan zien we dat dat evenwichtige beeld uit beeld is, of in elk geval op dit moment niet gerealiseerd wordt. Dat is dus niet wat wij beoogd hebben en is dus niet ons doel. Ons doel is dat evenwichtige beeld. Daar moeten we naar terug. De manier waarop moet wat mij betreft openstaan, omdat ik het ook belangrijk vind dat we het doen op een manier die ook echt bijdraagt en ook daadwerkelijk het probleem oplost.

De heer Eerdmans (JA21):
Hoe komt het nou toch dat de VVD telkens weer in de eigen voet schiet op dit soort belangrijke punten? Dat ziet u ook in uw eigen achterban. De VVD'ers zijn in oproer. De CDA'ers zijn in oproer. Dat allemaal vanwege dat standpunt, die loskoppeling. De heer Rutte had het over het kleed van Hans van Mierlo. Als je dat wegtrekt, ligt er altijd iemand in de kou. Op de een of andere manier zorgt u er altijd voor dat er weer een groep in de kou ligt. Dat is niet nodig. Wij vinden dat niemand in de kou zou moeten liggen. Je zou gewoon een kleed neer moeten leggen en dat zou je ook kunnen betalen. Ik denk dat de heer Wilders volstrekt gelijk had in wat hij daarover zei. Er zijn miljardenuitgaven gedaan door uw kabinet. Hoe kan het nou toch dat u zelf aan die onderhandelingstafel zittend, besluit tot het loskoppelen van de AOW van het minimumloon? Dat weet u. Dan vragen we hier onder leiding van de heer Omtzigt naar een berekening van het Nibud. Dat verzoek kwam niet vanuit de VVD maar vanuit de oppositie om het nou eens door te rekenen. En verrek, u ziet het, u denkt: o, dat bonnetje klopt niet meer, we moeten het gaan repareren. De beste reparatie is dan toch gewoon weer koppelen aan wat die ouderen beloofd was en wat hun toegezegd was vanaf 1980? Dat is toch betrouwbaarheid in de politiek? Dat is toch een overheid die men moet kunnen vertrouwen? Je kan ze toch niet in de kou zetten?

Mevrouw Hermans (VVD):
Wat betrouwbaar is, is dat wij in een regeerakkoord uitgangspunten en doelen met elkaar afspreken. Een daarvan is dat wij hebben gezegd: voor iedereen moet er een evenwichtig en positief beeld overblijven met de maatregelen die we in dit coalitieakkoord afspreken. Vervolgens kan een doorrekening laten zien dat dit niet het geval is. Belangrijkste oorzaak: de hoge inflatie. Die gaat misschien in de komende periode op nog wel meer groepen effect hebben, maar laat ik mij nu even beperken tot de ouderen. Dus sowieso voor de groep ouderen moeten we nu iets doen om dat te compenseren, om dat te repareren. Dat is het doel dat we volgens mij hebben. Dat is het doel dat we nastreven, zodat voor iedereen weer dat beeld waarvanuit we vertrokken in december ontstaat. Dat is hoe ik ernaar kijk. Dan is de weg ernaartoe wel belangrijk, maar het gaat uiteindelijk om het doel.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik denk niet dat mensen dat begrijpen, dat de mensen die stemmen op de VVD dit betoog kunnen volgen. De enige reparatie is gewoon de koppeling. In de tijd van Lubbers in de jaren tachtig was er geen geld en moest er bezuinigd worden en moest het dus ergens vandaag komen. Maar u strooit met geld, met miljarden, waarvan het CPB zelfs zegt: wat u uitgeeft, valt buiten het grafiekje. Dus het is helemaal geen probleem van geld. Het is blijkbaar een probleem van willen. De VVD wil niet dat de ouderen gewoon een fatsoenlijke compensatie krijgen en mee omhooggaan met het minimumloon. Dat is uw boodschap hier vandaag. Ik kan het niet anders zeggen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dat is echt complete onzin, want in het coalitieakkoord zit geld om de ouderen qua inkomen te ondersteunen. Daar zit een bedrag in om ook te zorgen dat ouderen in hun koopkracht geholpen en ondersteund worden. Er moet me één ding van het hart: het is wel heel makkelijk voor JA21 om hier voor een koppeling te pleiten, terwijl de partij in het eigen verkiezingsprogramma het wml niet eens verhoogt.

De heer Eerdmans (JA21):
Dat vind ik nou hartstikke leuk, hè. Kijk, wij zijn helemaal niet tegen de verhoging van het wettelijk minimumloon; dat is namelijk prima. Dat hoef je niet in het verkiezingsprogramma te zetten om daarvoor te zijn. Het gaat erom dat u in uw verkiezingsprogramma heeft gezegd: als er één ding maar wel meegaat met het wettelijk minimumloon als dat verhoogd wordt, dan is dat de AOW. En u doet het omgekeerde. Dat noem je kiezersbedrog. Je doet namelijk niet wat je beloofd hebt. Ik denk dat dit toch even een nuanceverschil is, mevrouw Hermans.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dan had u net ook eventjes naar de nuance moeten luisteren na de interruptie van de heer Van Haga. Want in onze doorrekening halen wij twee dingen uit elkaar: de verhoging van het minimumloon met 10%, waarbij alle uitkeringen zijn losgekoppeld.

De heer Eerdmans (JA21):
Staat er nu wel of niet in uw verkiezingsprogramma dat u vindt dat de AOW níét losgekoppeld mag worden?

Mevrouw Hermans (VVD):
In ons verkiezingsprogramma staat dat de verhoging van het wml met 10% moet plaatsvinden en dat daarbij de uitkeringen zijn losgekoppeld. Los daarvan staat in ons verkiezingsprogramma dat de … Nu moet ik het even goed zeggen, zodat ik nu niet in de techniek verstrikt raak. Maar los daarvan staat dat wij voor de komende vier jaar de koppeling loslaten, met uitzondering van de AOW. Dus u verwijt mij iets wat ik in mijn verkiezingsprogramma had opgeschreven, maar we hebben weer keuzes gemaakt in het coalitieakkoord. Mijn enige verwijt aan u is het volgende. Het is wel heel makkelijk om mij de les te lezen over dat ik nu weer moet gaan koppelen om iets te repareren, terwijl u zelf niet eens een verhoging van het wml had voorgesteld.

De heer Eerdmans (JA21):
Wij laten de ouderen niet stikken. JA21 laat ze niet stikken. U laat ze stikken. U laat ze gewoon vallen als een baksteen. Wij zeggen: ere wie ere toekomt; dat is afgesproken en daar kom je niet aan. JA21 heeft niet gepleit voor het weg laten vallen van de AOW in de koppeling. Dus dat doet u, als VVD, en dat vinden heel veel kiezers niet oké. Daar gaan ze u ook voor straffen. Daar gaat u voor over de knie. Dat zien wij. Dat zien wij ook in de mails en in alle manieren waarop ze dit debat tegemoet treden. Dat zie je ook aan hoe de media ermee omgaan. Dus ik zou u echt nog een keer goed willen laten nadenken en reflecteren op wat u net gezegd heeft. De enige reparatie is: de AOW weer koppelen aan de stijging van het wettelijk minimumloon.

Mevrouw Hermans (VVD):
In het coalitieakkoord laten we ouderen niet stikken, want juist via de ouderenkorting hebben we ook in de richting van de ouderen iets gedaan. Ik heb hier al gezegd dat in het coalitieakkoord ook staat: een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen. Dat zien we nu uit het lood slaan in de cijfers van het CPB en het Nibud. Dat zijn dus niet de uitkomsten zoals wij die beoogd hebben. Dát moet gerepareerd worden. Daar moet iets aan gedaan worden. Ik vraag het kabinet daarvoor met voorstellen te komen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Collega's hebben al terechte vragen gesteld over de inkomenspositie van ouderen. Maar ik wilde eigenlijk nog even terug naar een meer algemene politieke vraag. We hebben een lange formatie gehad. Mevrouw Hermans sprak daar ook al over. Dat had onder andere te maken met de vraag: wie met wie? De VVD gaf ook duidelijk aan: nee, met de PvdA en GroenLinks zien we het echt niet zitten. Gegeven die inzet zou je verwachten dat er meer een centrumrechts coalitieakkoord zou zijn gekomen. Maar als ik naar de inhoud kijk, dan zie ik op klimaat nog een kop erbovenop. En dan zie ik Klaver glunderen. En er kan nog wel een tandje meer Europa. Dan zie ik mevrouw Ploumen tevreden kijken. Dan denk ik: hoe moet ik dat nu plaatsen? Als het gaat om de financiën, dan kijken ze zelfs bijna bezorgd of dit niet te ver gaat. Dus hoe moet ik nu plaatsen dat de VVD aan de ene kant zegt dat zij het niet ziet zitten met de PvdA en GroenLinks, terwijl er aan de andere kant een regeerakkoord ligt waarbij een groot deel van links Nederlands zijn vingers aflikt?

Mevrouw Hermans (VVD):
De heer Van der Staaij pikt nu wel selectief uit het coalitieakkoord, zou ik willen zeggen. Want kijk ook naar de investeringen in veiligheid, in het bestrijden van de ondermijnende criminaliteit. Ik noem ook de investeringen in defensie en in infrastructuur. Volgens mij zijn dat onderwerpen waar mijn partij zich al jaren hard voor maakt. En dan het klimaat, de klimaataanpak. Ik heb tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen gezegd dat wij daarbij inderdaad niet voorop hebben gelopen. Maar ook de VVD staat er honderd procent achter dat wij nu stappen gaan zetten en dat we niet meer denken: ach, het komt wel; we zien wel hoe dit op ons afkomt. Nee, we gaan nu ingrijpen. We gaan alles op alles zetten om dit land schoon door te geven aan volgende generaties. Maar we doen dat wel op een manier waarbij het voor iedereen betaalbaar blijft en waarbij iedereen mee kan blijven doen. Dat is precies wat dit coalitieakkoord doet: hoge ambities stellen maar wel middelen en instrumenten inzetten om huishoudens en ondernemers te ondersteunen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mevrouw Hermans geeft aan dat de VVD op een aantal onderwerpen niet alleen het compromis met andere partijen is aangegaan, maar ook zelf van standpunt is veranderd. Zij denkt over een aantal onderwerpen anders dan in het verleden. De omgang met de financiële degelijkheid wordt wat ruimer ingekleurd dan in het verleden, zeg ik maar voorzichtig. Ik ben dus wel benieuwd wat volgens de VVD-fractieleider in deze nieuwe periode de punten zijn waarvan zij zegt: daar wil ik echt een VVD-profiel scherp op houden.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik noemde al die veiligheid, de veiligheid hier in Nederland, en de drugscriminaliteit. We hebben het afgelopen zomer gezien met de vreselijke moord op Peter R. de Vries, maar ook al jaren daarvoor. Die criminaliteit begint de overhand te krijgen — of heeft dat al, moet ik misschien zeggen — en dat moeten we keihard een halt toeroepen. Daar hebben we in dit coalitieakkoord een aantal afspraken over gemaakt. Daar sta ik vierkant achter en ik zal, en met mij mijn collega's in de fractie, het kabinet achter de broek zitten om te zorgen dat die maatregelen en afspraken zo snel mogelijk in de praktijk worden gebracht. En als het ons niet snel genoeg gaat, dan zult u ons hier in de Kamer zien staan. En als we denken dat er nog meer nodig is of dat het op een andere manier of een extra manier beter kan, dan zullen we zelf met voorstellen blijven komen.

Dan de financiële degelijkheid, waar u ook iets over zei. Dat blijft voor ons een ongelofelijk belangrijk punt. Dat ziet u ook in de cijfers aan het einde van deze kabinetsperiode: die blijven allemaal keurig binnen de bandbreedte. En ja, we nemen iets meer ruimte dan u wellicht van ons gewend bent, maar dat doen we ook vanuit het verantwoordelijkheidsgevoel dat we voor een aantal hele grote opgaven staan die we willen aanpakken en oplossen. Dan komt de vraag: schuif je dat door of investeer je nu wat extra en los je die problemen op? Dan kiezen wij voor het laatste.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
We beleven vandaag een unicum. De regeringspartijen vragen al om een aanpassing van het coalitieakkoord voordat het debat over de regeringsverklaring voorbij is. Dat hadden ze kunnen voorkomen. Ze kozen ervoor om zelf koopkracht te berekenen en gingen uit van 2% inflatie, terwijl de inflatie vorig jaar november al 5% was en in december 6%. De hele Kamer zei: laat het doorrekenen door het CPB. Niet die modellen van hoe het over 40 jaar is, maar pak eerlijke cijfers. Daar hebben we een CPB voor, daar hebben we een CBS voor, daar hebben we een Nibud voor. Als de coalitiepartijen dat gedaan hadden, hadden ze kunnen zien dat iedereen in de min staat. Dit is wat er gebeurt: 116 voorbeeldhuishoudens 116 keer in de min. Goed dat we het aanpassen. Maar enfin …

Mevrouw Hermans (VVD):
Is dat het Nibud?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dit is het Nibud van vandaag. Dat heeft u toch gezien? 116 voorbeeldhuishoudens 116 keer in de min, dit jaar.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ja, maar met deze afstand en deze lettertjes …

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Snap ik, maar u heeft toch die drie pagina's gelezen vanmorgen?

De voorzitter:
Uw vraag aan mevrouw Hermans is?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Mijn vraag is de volgende. Dit regeerakkoord is erg D66 volgens de achterban van de VVD. Ik snap daar iets van. Kan de VVD-fractie mij drie voorbeelden geven van dingen die u, als u ze zelf had opgenomen in het regeerakkoord, anders had gedaan? Dus waarvan u zegt: ik heb daar moeten inschikken, maar als ik ze mag veranderen, als ik stiekem nog twee regels mag veranderen, dan ga ik die drie dingen anders doen. De eerste heeft u al genoemd. Dat is meer koopkracht.

Mevrouw Hermans (VVD):
Op deze vraag ga ik op deze manier geen antwoord geven. In de afgelopen tien weken, vanaf 5 oktober tot 15 december, hebben wij met vier partijen aan tafel gezeten. We hebben met vier partijen de verantwoordelijkheid genomen om de problemen en de vraagstukken waar ons land voor staat, op te lossen. Wij hebben de rust en de tijd genomen om daarbij naar elkaar te luisteren en van elkaar goed te horen wat men belangrijk vindt, waar men op wil inzetten en waar men denkt het verschil te moeten maken. Door dat gesprek met elkaar te voeren, in een ontspannen sfeer maar wel met een scherp debat op de inhoud, is dit akkoord eruit gekomen. Ik sta achter alle keuzes die wij gemaakt hebben. Ik sta achter alle compromissen die wij gesloten hebben. Dat hoort namelijk bij samenwerken. Het hoort bij verantwoordelijkheid nemen in een coalitie dat je geeft, dat je neemt en dat je water bij de wijn doet. Dat heb ik in volle overtuiging gedaan en ik sta achter het akkoord dat er ligt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
De VVD staat helemaal niet achter het akkoord. We hebben net gehoord dat ze die koopkrachtcijfers bagger vinden. Ze hebben net de eerste aanpassing van het akkoord gevraagd, dus ze staan niet achter het akkoord. Ik vraag gewoon: wat kiest u als u drie wijzigingen mag doen? U mag ook zeggen: het rekeningrijden hadden wij niet bedacht. Wij geloven niet dat dat is ingebracht door de VVD. Toch? Daar hoeven we niet moeilijk over te doen. Welke drie wijzigingen zou u doen? Vindt u dat we dat klimaatfonds van 35 miljard moeten handhaven? Vindt u dat we het tekort en de tot 90% oplopende staatsschuld moeten handhaven? Vindt u dat we rekeningrijden moeten handhaven? Vindt u dat we de ontkoppeling moeten handhaven? Vindt u dat we moeten handhaven — want dat heeft de VVD wel binnengehaald — dat de belastingontwijkmogelijkheden voor de grote multinationals niet aangepakt worden? Knap, maar het zou niet mijn belangrijkste punt zijn. Wat vindt u dat we moeten handhaven en waarvan zegt u: als het ons eigen ding was, zou de VVD dit anders hebben gedaan? We zouden namelijk een open bestuurscultuur hebben en zelf zeggen wat we willen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik vind dat we dit coalitieakkoord moeten uitvoeren, van a tot z, omdat ik sta achter de afspraken die we gemaakt hebben. Ik sta ook achter de compromissen die we gesloten hebben en achter de punten waarbij wij iets toegegeven hebben of water bij de wijn hebben gedaan. In zijn totaliteit sta ik achter dit programma.

De heer Omtzigt heeft het over een aanpassing, maar met het uitvoeren van dit coalitieakkoord moet ik en ben ik verplicht om iets met die koopkrachtcijfers te doen. In het coalitieakkoord staan namelijk twee dingen. Eén. Deze coalitie streeft naar een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen. Twee. Wij zien dat de inflatiecijfers een risico kunnen vormen. Als dat wat doet in de inkomenspositie van mensen dan is het aan het kabinet om daar bij het hoofdbesluitvormingsmoment naar te kijken en met voorstellen te komen. Die twee dingen staan in het akkoord. Dit heeft niks met openbreken of aanpassen te maken. Het gaat om acteren en handelen naar de werkelijkheid en de realiteit van alledag, en invulling geven aan de afspraken en uitgangspunten die wij met elkaar hebben geformuleerd.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
De VVD heeft samen met de andere drie coalitiepartijen geweigerd om dit te laten doorrekenen door het CPB en het Nibud. Bij de kabinetten-Rutte I, Rutte II en Rutte III kwam er rustig een coalitieakkoord met een doorrekening naar de Kamer: dit doet het. Bij Rutte IV niet. Er moest een motie van Van der Staaij aan te pas komen om dat toch nog even te doen, terwijl we hier allemaal zeiden: kijk naar de energieprijzen; dit is geen 2% inflatie. Daar hoef je echt geen afgestudeerd econoom voor te zijn. Iedereen zag dat de energieprijzen en daarmee de gasrekening en de elektriciteitsrekening in bepaalde gevallen verdubbelden. De enigen die dat niet zagen, waren de vier onderhandelende partijen. Dus nogmaals de vraag: wilt u wat veranderen? Als u niets wilt veranderen, zeg ik tegen de voorzitter, hebben we net een fusie gezien van de VVD- en de D66-fractie, op dezelfde wijze als in het Europees Parlement. Ze willen geen verschillend standpunt meer innemen, ze willen niet aangeven waar de verschillen zitten en ze stemmen overal mee in. Daarmee is alles hier compleet dicht geplamuurd.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik wil graag op twee dingen reageren. Eén is dat de coalitie het akkoord niet zou hebben willen doorrekenen. Dat is niet waar. We hebben de keus gemaakt om het coalitieakkoord in december naar de Kamer en naar buiten te sturen op het uitwerkingsniveau dat we gekozen hebben. Ik heb de minister-president weleens horen zeggen: het is dikker dan gevreesd en dunner dan gehoopt. Of zeg ik dat nu precies verkeerd om? U begrijpt wat ik bedoel. We hadden het misschien nog wat dunner willen hebben, maar het is geworden wat het is geworden en ik sta daarachter. Ik vind het een goed akkoord.

Wij hebben toen gezegd: je kunt het nu laten doorrekenen. Vandaar dat we de motie allemaal gesteund hebben. Wij zouden zelf de keus maken om nog heel even te wachten tot het kabinet een aantal plannen verder heeft uitgewerkt. Dan kun je een betere doorrekening maken. We hebben nooit en te nimmer een doorrekening tegengehouden. Dat ten eerste.

Ten tweede. Als je samenwerkt in een coalitie — dat zou de heer Omtzigt volgens mij moeten weten — ga je met elkaar om tafel en maak je afspraken. Je gaat er met elkaar over in gesprek hoe je bepaalde problemen wilt oplossen, of in elk geval welk doel je hebt. De ene keer is de weg daarnaartoe in het regeerakkoord opener geformuleerd dan de andere. Elke partij heeft daar zo haar accenten in kunnen leggen en haar eigen kleur aan kunnen geven. Bij de uitwerking, de uitvoering en in de debatten hier gaat u verschil horen, waarschijnlijk ook vandaag al. U gaat verschil horen bij onderwerpen die wij eruit pikken. U gaat straks in de hoofdlijnendebatten verschil horen in hoe wij kijken naar bepaalde uitwerkingen en waar we de nadruk op willen leggen. Ik ben ongelofelijk blij dat die debatten nu in alle commissies worden ingepland. Volgens mij is dat de cultuur die we hier met elkaar moeten nastreven. Dat is heel wat anders dan met elkaar compromissen sluiten, daar dan achter staan en daarover hier het veld betreden.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dan nog één keer. Op de plaats waar mevrouw Hermans staat, hebben verschillende van de collega's uit de oppositie gestaan toen we niet over de formatie mochten debatteren. Zij vroegen: wilt u een doorrekening maken? De coalitiepartijen hebben hier toen allemaal bij de interruptiemicrofoon gezegd dat ze die niet wilden hebben. Pas toen het akkoord er lag en ermee was ingestemd, wilde men weten wat de gevolgen waren. En dan krijg je dat je verbaasd ben over de gevolgen, omdat je met z'n allen in een kamer gezeten hebt, terwijl de rest van Nederland de stijging van de energierekening wél zag.

Dan het tweede. Ik zie niet in waarom de VVD-fractie niet wil aangeven welke punten ze zelf anders zou willen. Het is heel normaal dat dit niet een totaal VVD-akkoord is. Je bent met vier partijen, dus dat is helemaal niet spannend. Maar het is helemaal niet spannend om te zeggen: als het aan mij had gelegen, had ik die drie dingen anders willen doen. Als je dat niet durft te zeggen, dan komt er hier nooit een open debatcultuur. Dan krijgen wij hier een tegenstelling van 77 Kamerleden van de coalitie tegen 73 andere Kamerleden. Dan kunnen wij geen voorstellen doen en dat stelt me gewoon teleur. Dat is alles.

Mevrouw Hermans (VVD):
We kunnen hier en we moeten hier over alles het debat voeren. Er gaat nog heel veel uitwerking komen. Dan zult u exact horen hoe de VVD-fractie erin staat. Over dit akkoord zeg ik u: ik sta erachter, ik ben er trots op en ik wil er heel graag heel snel mee aan de slag.

De voorzitter:
Dank u wel. We hebben eerst mevrouw Van der Plas, dan mevrouw Ploumen, dan de heer Dassen, dan de heer Azarkan, mevrouw Marijnissen en mevrouw Simons. Ben ik nog iemand vergeten? Ah, de heer Paternotte.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het zijn maar negentien fracties. Dat kunt u toch makkelijk onthouden.

Om het geheugen van mevrouw Hermans op te frissen, heb ik gauw nog even gekeken in het verkiezingsprogramma van de VVD. De AOW wordt daarin niet één keer genoemd, maar zelfs twee keer. De ene keer, zoals mevrouw Hermans zegt, wordt de AOW genoemd in de opmerking: uitkeringen zoals bijstand stijgen niet automatisch mee met het minimumloon, met uitzondering van de AOW en arbeidsongeschiktheid. Verderop in het programma staat ook nog eens een keer: als we de zorgpremie of het eigen risico afschaffen, moet het geld ergens anders vandaan komen, terwijl we ook de belastingen niet willen verhogen of willen bezuinigen op belangrijke zaken als onderwijs, politie en AOW. Dus twee keer in het verkiezingsprogramma van de VVD komt het voor dat er niet bezuinigd wordt op de AOW. Dat gebeurt nu dus wel. Ik ben er benieuwd naar: is dit een breekpunt geweest in de coalitieonderhandelingen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Nee.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar als dit dan geen breekpunt is geweest in de coalitieonderhandelingen, waarom heeft de VVD dan niet gewoon gezegd tegen coalitiepartner D66: dat gaan we gewoon niet doen?

Mevrouw Hermans (VVD):
We hebben in deze onderhandelingen gekeken hoe wij over de hele breedte kunnen zorgen voor een akkoord dat voor iedereen in dit land, zeker ook voor gepensioneerden, voor ouderen, leidt tot een zodanig inkomensplaatje, een zodanig inkomenseffect, dat ook zij perspectief hebben en een fijn leven kunnen blijven leiden. Dat was één deel van de discussie.

Het andere deel was dat we aan de onderkant het werken meer lonend willen maken. Heel veel partijen in deze Kamer, ook de VVD en de andere coalitiepartijen, hadden in hun verkiezingsprogramma iets staan over de verhoging van het wettelijk minimumloon. Dat was onze discussie over het verhogen van het minimumloon, zodat ook aan de onderkant werken meer gaat lonen. Vervolgens kom je dan terecht in het gesprek: hoe gaan we dat doen in de koppeling aan de uitkeringen? In het gesprek dat wij daarover hadden, is uiteindelijk het compromis gesloten dat wij hebben opgeschreven. Maar wij hebben die uitgangspunten dus wel bij elkaar gebracht, want wij willen dat ook ouderen tot een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld komen. Juist daarom hebben we die ouderenkorting ingezet. Juist daarom zetten wij dus ook bij hen gericht in op inkomensondersteuning. Dat leidde dus ook in onze eigen cijfers tot een positief effect.

Dat zien we nu op een andere manier uitpakken dan wij beogen. Daarmee geeft het dus geen invulling aan een van de uitgangspunten in het coalitieakkoord. Ik vind wel dat dit moet gebeuren. De VVD-fractie vindt dat dit moet gebeuren. Vandaar dat wij het kabinet vragen om daartoe met voorstellen te komen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
En toch vind ik dat raar. Dan ga ik even terug naar de onderhandelingstafel en ben ik even the fly on the wall, de vlieg op de muur, wetende dat de VVD niet één keer, maar twee keer in haar verkiezingsprogramma zegt dat ze niet wil tornen aan de AOW. Dan komt dat ter sprake. Nogmaals mijn vraag — u hebt daar heel uitgebreid op geantwoord, maar dat ging ook over de uitkeringen en werken moet lonen. Als het geen breekpunt is, dan kunt u toch gewoon zeggen: luister, dit gaan we dus niet doen? Zoals voorgangers net in interrupties hebben gezegd, was het geen verrassing dat de energieprijzen, de benzineprijzen en de voedselprijzen stijgen en dat iedereen in zijn portemonnee moet grabbelen om met de laatste centen nog te kunnen betalen. Ik kom even terug op de woorden in het coalitieakkoord, namelijk dat de overheid betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig moet zijn. Ik pik daar twee punten uit: betrouwbaar en rechtvaardig. Betrouwbaar is het niet omdat de VVD een verkiezingsbelofte niet nakomt; het staat twee keer in het verkiezingsprogramma. En rechtvaardig is het ook niet. Is mevrouw Hermans het ermee eens dat het niet zozeer gaat om die paar tientjes, maar dat het erom gaat dat mensen in de AOW zich gewoon niet gezien, niet gehoord en niet gewaardeerd voelen omdat hier gewoon een streep door gehaald is? Het is ook een stukje waardering van en vertrouwen in de overheid. Dat schendt mevrouw Hermans niet persoonlijk, maar dat schendt de VVD wel.

Mevrouw Hermans (VVD):
Precies hierom, precies om wat mevrouw Van der Plas zegt over de betrouwbare overheid, of eigenlijk de betrouwbare politiek, hebben we afspraken gemaakt. Wij waren in de overtuiging dat we met die afspraken ook voor ouderen tot een goed koopkrachtplaatje zouden komen, juist omdat zij die erkenning en waardering verdienen. De cijfers laten nu iets anders zien. Ik vind het betrouwbaar, en ook horen bij de afspraken die we gemaakt hebben, dat we daar nu iets aan doen, juist omdat we in het akkoord hebben opgeschreven dat het evenwichtig en positief moet zijn voor iedereen. Dat is niet een kwestie van het openbreken van een regeerakkoord. Nee, dat is uitvoering geven aan het regeerakkoord. Dat is reageren op iets wat je onderweg ziet gebeuren. Dat is al vroeg in deze coalitieperiode, maar dat neemt niet weg dat we ermee aan de slag moeten. Die vraag stel ik dus aan het kabinet.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
We moeten ermee aan de slag. Als het zo hoor, heeft de VVD hier best wel spijt van. Het is ook terecht dat de VVD hier spijt van heeft. Maar is mevrouw Hermans bereid — en we krijgen natuurlijk als antwoord dat als er moties komen, die eerst nog gelezen moeten worden — om een motie die er ongetwijfeld komt om de AOW weer te herstellen voor oudere mensen, te steunen? En dan niet herstellen met allerlei constructies, maar gewoon door er een streep door te zetten en te zeggen: hier hebben we een fout mee gemaakt, dat hebben we niet goed gezien, we zijn hierin naïef geweest en, sorry, we gaan het gewoon terugdraaien. Dat gaat ook een heleboel geld schelen voor het laten uitzoeken van dingen door ambtenaren.

Mevrouw Hermans (VVD):
Betrouwbare politiek is dat, als je ziet dat er iets gebeurt wat een effect heeft dat je niet wil en waarvan je met elkaar hebt afgesproken dat dat het effect niet mag zijn, je het ook oplost. Het zou toch raar zijn als ik nu mijn ogen zou sluiten en zou zeggen: dit staat op papier, this is it en we doen alsof er niks aan de hand is. Dat doe ik niet, integendeel. Mijn doel is ervoor zorgen dat iedereen in Nederland een evenwichtig en positief koopkrachtplaatje krijgt. Dat is nu niet het geval. Dat zien we en dat moeten we oplossen. Maar ik wil wel dat het kabinet het op een gerichte manier oplost en ik wil zeker weten dat het geld ook terechtkomt waar het terecht moet komen. Daar is het instrument wel leidend voor. Ik ga me nu niet vastleggen op een instrument, maar ik ga me wel vastleggen op het doel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, nog even en dan stop ik ermee, want anders ga ik te snel door mijn interrupties heen. Mevrouw Hermans begrijpt het misschien niet helemaal. Het gaat niet alleen om het geld en om de koopkracht voor die mensen. Het gaat erom dat ze — spreekwoordelijk gezien — de middelvinger naar zich opgestoken hebben gekregen, dat er een streep door beloftes is gezet, dat ze 40 of 50 jaar lang keihard hebben gewerkt om ons land de welvaart te bieden die we nu hebben en dat ze niet zich niet gezien, gehoord en gewaardeerd voelen. Alleen dat al zou in mijn optiek reden moeten zijn om te zeggen: jongens, dit gaan we gewoon niet doen. Als de VVD het heeft over een betrouwbare, rechtvaardige en dienstbare overheid, dan zou ik als VVD nu zeggen: luister eens, met terugwerkende kracht komen we hierop terug. En: we doen dit gewoon niet.

Mevrouw Hermans (VVD):
De afgelopen jaren hebben we de nodige discussies gehad over pensioenen, over het wel of niet indexeren, over het feit dat dingen überhaupt duurder worden in het leven, over de zorgpremies die omhooggaan en over de klimaatopgave die op ons afkomt, waarbij iedereen zich afvraagt: wat moet ik doen en hoe kan ik dat betalen? Ik begrijp dondersgoed dat dit alles drukt en een effect heeft op het besteedbaar inkomen van mensen, zeker ook op dat van ouderen. Als je een coalitie dan een akkoord ziet presenteren, waarin staat dat ze wil dat iedereen daar op een goede manier wat van merkt, maar vervolgens in de eerste de beste doorrekening blijkt dat dat niet zo is en dat in dit geval de ouderen door het ijs zakken, dan begrijp ik natuurlijk dat dat tot onrust leidt en dat je denkt: hé, wat gebeurt hier, wat gaat de politiek doen? En dan komt het dus aan op betrouwbare politiek. Dan komt het er dus op aan dat de coalitie zegt: "Dit is de afspraak die wij gemaakt hebben in het coalitieakkoord. Dit is het uitgangspunt dat we met elkaar geformuleerd hebben en dan moeten we het nu ook oplossen."

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik vind dat we niet moeten praten over "de onderkant van de arbeidsmarkt", want wie zijn dat? Dat zijn de mensen die onze pakketten bezorgen, ook in tijden van corona. Dat zijn de vuilnisophalers. Dat zijn de schoonmakers. Dat zijn onmisbare mensen en die onmisbare mensen verdienen beter dan ze nu krijgen van deze coalitie. En dat geldt ook voor de gepensioneerden, want veel mensen die geraakt worden door de ontkoppeling van de AOW van het minimumloon — de AOW stijgt dus niet mee met het minimumloon — hebben 50 jaar lang onmisbaar werk voor ons allemaal gedaan. En dan lees ik in dit akkoord dat de AOW ontkoppeld wordt en dat het wettelijk minimumloon een ietsepietsie omhooggaat, maar ook dat vermogenden en vervuilers met de schrik vrijkomen. Sterker nog, die krijgen ook nog douceurtjes. Ja, dan maak ik me hele grote zorgen. Als je mensen op straat spreekt, gaat het namelijk alleen maar over de groeiende ongelijkheid. Dit kabinet doet daar niks aan en dat is een politieke keuze. Dus ik heb een hele simpele vraag aan mevrouw Hermans: bent u bereid om vermogenden en vervuilers ook te laten bijdragen aan wat van belang is voor ons allemaal, zodat werken inderdaad weer gaat lonen, zodat gepensioneerden het inderdaad beter kunnen krijgen en zodat we hier inderdaad niet met u hoeven te hosselen over koopkrachtsplaatjes? Een eenvoudige vraag, een simpel antwoord!

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik ga op deze vraag antwoord geven, maar misschien even over waar mevrouw Ploumen mee begon: de onderkant van de arbeidsmarkt. Ik ben het eigenlijk roerend met haar eens. Dat is eigenlijk een rot term. Het gaat over mensen die werk doen en daar het minimumloon voor krijgen. En wij vinden dat dat verhoogd moet worden, stapsgewijs met die 7,5%. Wij doen dat om het meer lonend te maken, maar ook om meer waardering en erkenning te geven aan dat werk, dat zo superbelangrijk is om dit land elke dag weer te kunnen laten draaien. Dus dat om te beginnen.

Dan uw vraag over de keuzes die je maakt. Volgens mij maken wij in dit coalitieakkoord een heleboel verschillende keuzes over waar je kosten en waar je lasten neerlegt. En ook bij bedrijven en ook bij vervuilers ligt een hele, hele grote opgave. De bedrijven moeten echt gaan leveren. Van hen vragen we, mag ik wel zeggen, de grootste bijdrage aan de hele klimaatdoelstelling die we met elkaar besproken hebben. Daar staat een CO2-heffing tegenover: als zij niet leveren, dan gaan ze extra betalen. Dat lijkt me ook volstrekt logisch.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dat is natuurlijk niet echt een antwoord op de vraag die ik stelde. Ik stel vast dat vervuilers, zoals dat heet, "niet aan de lat staan". Voor vermogenden wordt het alleen maar beter. Het wordt makkelijker om geld te lenen uit je eigen bv'tje. De vermogenden en de vervuilers, die zouden een grotere bijdrage moeten leveren. Dat is een politieke keuze. Dit kabinet maakt een andere keuze en het is wel belangrijk om dat te markeren, want het hele akkoord staat vol met woorden die ik ook best wel kan steunen. Het gaat dan bijvoorbeeld om verbinding, iets waar de minister-president het ook nog over had. Maar het komt erop neer dat iedereen in de min staat, terwijl de economie groeit en de kapitaalkrachtigen niks extra's wordt gevraagd. En nogmaals mijn vraag aan mevrouw Hermans: bent u bereid om die ongelijkheid echt aan te pakken en ervoor te zorgen dat gepensioneerden krijgen waar ze recht op hebben en dat iedereen erop vooruitgaat en niet alleen maar de allerrijksten onder ons?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik heb al een heleboel dingen gezegd over dat evenwichtige en positieve koopkrachtbeeld voor iedereen. In de cijfers van het CPB en het Nibud zakken met name de ouderen echt door het ijs en dat vind ik niet kunnen. Dat geeft ook geen invulling aan wat we in het coalitieakkoord hebben afgesproken. In diezelfde doorrekening van het CPB zie je ook dat de hoogste inkomens niet meer in de plus staan en dat stonden ze in het coalitieakkoord nog wel. U heeft mij nog niet één keer horen zeggen dat ik van het kabinet ook voorstellen wil om dat te repareren en dat zult u van mij ook niet horen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, tot slot. Mevrouw Hermans doet hier de harde toezegging dat niemand in de min mag komen te staan. Dat lijkt ons een verstandig uitgangspunt als de economie groeit. Dat zei ik net ook al. Mevrouw Hermans had het eerder kunnen weten, want er werd al eerder voor gewaarschuwd en de inflatie steeg. Maar goed, zij vindt nu dat de koopkracht gerepareerd gaat worden. Ik zou heel graag van haar willen horen hoe zij dat gaat doen. Ik zou ook willen dat we dat in dit debat afhechten en dat we het niet weer naar voren schuiven, want iedereen zit daarop te wachten.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik begrijp die vraag op zich heel erg goed. Hoe gaan we dat oplossen en hoe repareren we dat? Ik ga zo een gedachte noemen die bij ons leeft. Wij zullen het kabinet vragen om naar dat idee te kijken. Maar ik wil wel één winstwaarschuwing vooraf geven. Ik ga mij in dit debat niet vastpinnen op één route, op één instrument of op één middel, juist omdat ik vind dat a het kabinet nog een aantal zaken moet uitwerken — dat moet wel snel gebeuren en daar zal ik zo ook nog wat over zeggen — en b wij nog de definitieve raming van het CPB moeten krijgen. Ik wil zeker weten dat we vooral het doel bereiken dat we met elkaar voor ogen hebben en dat we in het coalitieakkoord hebben afgesproken. Ik hoop dat u dat steunt. Ik ga aangeven waar je aan zou kunnen denken en ik zal het kabinet vragen om daarnaar te kijken, maar ik ga me nu niet vastleggen op één route. Een van de dingen waar wij aan denken, is het verder verhogen van de ouderenkorting, maar ik realiseer me dat je dan mogelijk met verzilveringsproblematiek te maken kan krijgen. Een andere optie — ik noem er gelijk twee — is de IOAOW. Wellicht kunnen we daar iets mee doen om de koopkracht van ouderen wat te repareren. Ik vraag het kabinet of het die twee routes mee kan nemen bij het voorbereiden van de voorstellen.

De heer Dassen (Volt):
Het is natuurlijk goed dat er een akkoord ligt, maar er worden heel veel zorgen geuit, niet alleen in de Kamer maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld door verschillende instanties en economen. Zij geven aan dat heel veel plannen nog niet concreet en heel onduidelijk zijn. Het PBL heeft op het gebied van het klimaat zelfs meer een reflectie gegeven dan een doorrekening, omdat de plannen te weinig samenhangend en concreet zijn. Ik begrijp dat dit een deel van het akkoord is, maar we kunnen moeilijk wachten. We hebben met andere partijen vragen opgestuurd over het klimaat. Van de 55 vragen is op 44 vragen het antwoord teruggekomen: daar moeten we nog een nadere uitwerking aan geven; daar komen we nog op terug. Maar dit zijn wel uitdagingen die eigenlijk niet kunnen wachten. Ik vraag me af welke termijn mevrouw Hermans daaraan verbindt om ervoor te zorgen dat die uitwerkingen concreet worden.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dat is een heel terecht punt van de heer Dassen. Precies datzelfde viel mij op en leidde ook in mijn fractie tot vragen. Een van de vragen die ik aan het kabinet wilde stellen in mijn inbreng gaat hierover, maar ik stel die bij dezen, omdat ik het punt dat u maakt, deel. Ik krijg graag van elke bewindspersoon uit het kabinet een planning voor wat wij wanneer kunnen verwachten, omdat ik het belangrijk vind dat wij als Kamer niet alleen op de inhoud kunnen sturen, maar ook op wanneer iets komt. We kunnen dan bijvoorbeeld iets naar voren trekken of er tempo achter zetten door bewindspersonen achter de broek te zitten. Vaak weten wij dat niet en hebben wij geen zicht op wanneer de uitwerking van de plannen komt. Ik wil die graag zo snel mogelijk krijgen.

De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij om te horen dat mevrouw Hermans dat steunt en dat het ook zo snel mogelijk moet gebeuren, maar ik zou concreet van mevrouw Hermans willen horen wat de termijn is waarbinnen dat moet gebeuren. Is dat binnen drie maanden, twee maanden of een maand? Wanneer is snel genoeg? We hebben twaalf maanden moeten wachten en we hebben nog drie jaar. Tenminste, als we ervan uitgaan dat het kabinet de rit uitzit. Welke termijn is voldoende?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik heb het nu puur over een planning waarin in de tijd uiteengezet wordt wat we wanneer krijgen. Wat mij betreft moeten we dat hier over drie weken kunnen hebben.

De heer Dassen (Volt):
Ik heb nog een tweede vraag. De heer Rutte spreekt over positieve krachten. Hij wil dat het kabinet met die positieve krachten zowel binnen de Kamer als buiten de Kamer samenwerkt om de uitdagingen op te lossen. Ik vraag me echt af wie die positieve krachten zijn en hoe die worden meegenomen in de snelle uitwerking. Zijn dat ook de mensen die in Groningen terecht ontzettend boos zijn, omdat de gaskraan weer wordt opengedraaid? Zijn dat de mensen in de jeugdzorg, die nu zien dat er weer bezuinigingen worden doorgevoerd? Zijn dat de ouders van de toeslagenaffaire, die al jaren woest zijn op dit kabinet? Ik vraag me dus af wat voor mevrouw Hermans die positieve krachten zijn.

Mevrouw Hermans (VVD):
U stelt mij de vraag wie het kabinet gaat betrekken bij de uitwerking. Die vraag zou ik wel echt aan het kabinet willen laten. Maar als ik er zelf naar kijk — we hebben hier natuurlijk ook dingen over in het akkoord opgeschreven — dan zijn het eigenlijk precies al de groepen die u nu noemt. Ik noem gemeenten en provincies, maar vooral — dit zou ik willen benadrukken — al die mensen die werken in de uitvoering, of dat nou bij uitvoeringsorganisaties van de overheid, bij de politie, bij de jeugdzorg of in het onderwijs is. Volgens mij kunnen we namelijk het grote verschil maken door met hen in gesprek te gaan, te horen wat daar speelt, te horen hoe de dingen uitpakken die wij hier bedacht hebben, en door dat mee te nemen in hoe wij beleid maken. Volgens mij gaan we dan een verschil maken.

De heer Dassen (Volt):
Zeker. Samen met experts, met mensen in de samenleving, kunnen we dat verschil gaan maken. Maar juist omdat er zulke grote potten geld zijn, hebben we ook de waarschuwing gekregen dat daar mensen op af gaan komen die hele andere intenties hebben bij het uitgeven van dat geld. We hebben vaker gezien, zoals bij de dividendbelasting en de coco-affaire, dat bedrijven, organisaties, die heel veel lobbyisten kunnen betalen, eigenlijk een grotere toegang tot de macht hebben en daarmee ook meer invloed hebben op de manier waarop het geld wordt uitgegeven. Ik vraag mij af hoe mevrouw Hermans ervoor wil waken dat dat gaat gebeuren, zeker omdat de Algemene Rekenkamer heeft gezegd dat de fondsen eigenlijk buiten de parlementaire controle worden gezet.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik heb die kritiek van de Rekenkamer ook gezien. Dat is dus precies wat niet moet gebeuren en wat niet mag gebeuren, zoals we in het coalitieakkoord hebben opgeschreven. Er staat in: de minister van Financiën ziet toe op doelmatigheid en doeltreffendheid én er moet scherpe parlementaire controle zijn. Die fondsen moeten dus zo worden ingericht dat die scherpe parlementaire controle mogelijk is. Ik ben het namelijk helemaal met u eens dat dat geld moet worden uitgegeven om de problemen die er zijn aan te pakken, en om de doelen en ambities die we hebben te realiseren.

De heer Dassen (Volt):
Ik ben blij om dit te horen, maar ik maak me daar oprecht wel zorgen over. Natuurlijk gaat de minister van Financiën daar toezicht op houden, en ik heb er alle vertrouwen in dat zij dat op de juiste manier zal gaan doen, maar de fondsen worden wel buiten de parlementaire controle neergezet. Ik vraag me dan af hoe het parlement daar controle op heeft. Misschien komt daar morgen een antwoord op. Ik zal die vraag straks in mijn eigen bijdrage ook nog stellen.

Ik heb nog een andere vraag, over realiteitszin. Het CPB heeft aangegeven dat de rekening voor veel van de uitgaven die nu gedaan worden, wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties. Dat is wel een zorg die ik heb. Natuurlijk pakken we klimaatproblematiek ook aan voor toekomstige generaties en doen we investeringen in het onderwijs ook voor toekomstige generaties, maar uiteindelijk zijn deze problemen ook gecreëerd doordat we ze te lang niet hebben aangepakt. De grote uitgaven die nu gedaan worden, mogen niet op het bordje van die toekomstige generaties belanden. De heer Segers en de heer Jetten hebben twee jaar geleden een motie ingediend om bij grote politieke akkoorden een generatietoets in te voeren. Ik was benieuwd of mevrouw Hermans een eventuele motie van Volt zou steunen om het kabinet een generatietoets te laten uitvoeren.

Mevrouw Hermans (VVD):
Daar zeg ik zeker op voorhand geen nee tegen, omdat ook ik, precies zoals mevrouw Van der Plas al zei, vind dat we serieus moeten kijken naar elk voorstel dat hier door een collega wordt gedaan. Dat geldt absoluut ook voor dit geval, juist omdat ik het belangrijk vind, de VVD het belangrijk vindt, dat we die financiële degelijkheid ook op de lange termijn overeind houden. Precies om die reden hebben we daar ook de bijbehorende afspraken over gemaakt in het akkoord. Dat begint met een goede en scherpe controle op de uitgaven die dit kabinet gaat doen, gewoon in de reguliere begrotingssystematiek maar zeker ook in die fondsen. Het moet natuurlijk binnen de parlementaire controles en met het zicht van het parlement erop. Dat is logisch en dat hebben we ook opgeschreven. Het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds zijn daar goede voorbeelden van. Als een generatietoets daarnaast nog extra kan helpen om die controle scherper te maken, dan sta ik daar in principe positief tegenover.

De heer Dassen (Volt):
Dat is nog geen harde toezegging. Dat vind ik jammer, want we hebben nu ook wel bij andere doorrekeningen gezien dat de uitkomsten toch anders zijn dan de VVD initieel had voorzien met dit akkoord. Neem de berekeningen van het Nibud die vandaag naar buiten zijn gekomen. Ik hoop toch echt dat mevrouw Hermans dit wel wil overwegen, juist om ervoor te zorgen dat dit regeerakkoord het maximale brengt voor alle mensen in de samenleving en dus ook voor de toekomstige generaties.

De laatste vraag gaat meer over de klimaatuitwerking. Het PBL heeft aangegeven dat ze eigenlijk meer een reflectie hebben gegeven dan dat ze een doorrekening hebben kunnen doen, omdat er dus nog weinig concreet en samenhangend is. Maar ze hebben ook al aangegeven dat we met deze afspraken de klimaatdoelstellingen niet gaan halen. Duitsland heeft gezegd ook een klimaattoets te gaan invoeren, om ervoor te zorgen dat we alle wetgeving, alle regelgeving die we hier maken, gaan toetsen aan onze doelstellingen. Ik vroeg me af of mevrouw Hermans, omdat zij aangeeft dat klimaat voor de VVD inmiddels een heel belangrijk punt is — dat juichen we absoluut toe en we zijn ook blij om dat te horen — hierin mee wil gaan om te zorgen dat we die verandering in de samenleving ook echt gaan creëren.

Mevrouw Hermans (VVD):
Die klimaatafspraken die we gemaakt hebben, moeten we nakomen; de doelen moeten we halen. Het PBL zegt volgens mij dat wij scherpe doelstelling hebben neergezet, maar dat het wel haalbaar is als we alles op alles zetten en snel aan de slag gaan. Precies om die reden wil ik ook snel de planning van in dit geval de minister voor Klimaat ontvangen.

Nu begin ik te praten en ben ik even het tweede deel van uw vraag kwijt.

De heer Dassen (Volt):
Dat ging over de klimaattoets.

Mevrouw Hermans (VVD):
Sorry, de klimaattoets. In het coalitieakkoord hebben we ook afgesproken dat wij de voortgang van de uitvoering blijven meten en blijven toetsen. Dat gebeurt dus al. Daar hebben we al afspraken over gemaakt. Dat moeten we volgens mij ook doen, want dat is voor ons de manier om te zien of we in de goede richting gaan en of we op weg zijn om onze doelen te halen.

De heer Dassen (Volt):
Ik hoop dat mevrouw Hermans na al deze mooie woorden dadelijk ook de daad bij het woord gaat voegen en ervoor gaat zorgen dat we die afspraken inderdaad gaan halen. Het zijn afspraken die we in Europa al hebben gemaakt. Nederland is daar niet heel ver koploper in, zeker niet omdat landen als Denemarken en Duitsland eigenlijk al veel grotere doelstellingen hebben. Maar ik hoop echt dat u hierin meegaat en dat we kunnen zorgen dat dit akkoord nog een stuk beter gaat worden.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik zei het al: ik ga zowel het voorstel over de generatietoets als dat over de klimaattoets uiteraard bekijken als het er ligt.

De voorzitter:
De heer Azarkan van DENK, en dan mevrouw Marijnissen, mevrouw Simons en de heer Paternotte.

De heer Azarkan (DENK):
Als lid van die constructieve oppositie zit ik toch met een punt, iets wat mij dwarszit. Ik hoor de collega's al instemmend knikken. Maar er zit mij iets dwars. Dat is het volgende. Mevrouw Hermans zegt: we hebben compromissen moeten sluiten. Ik snap dat gewoon niet. Ik snap niet hoe die compromissen zijn gesloten, als ik kijk naar wat de partijen hadden opgenomen in hun eigen plannen en de doorrekening van het CPB. De VVD zei: wij geven 4 miljard meer uit. Het CDA zei: we geven 8 miljard uit. D66 zei: we geven 10 miljard uit. En de ChristenUnie zei: we geven 16 miljard uit. En nou komt dit kabinet uit op 29 miljard. Ik begrijp niet hoe je dan een compromis sluit.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik moest even schakelen toen u begon over constructieve oppositie en toen zei compromissen niet te begrijpen. Je sluit een akkoord. Je gaat met elkaar om tafel zitten en kijkt: wat zijn de problemen waar dit land voor staat? Waar moeten we een antwoord op formuleren? Wat zijn wij, deze generatie politici, verplicht aan toekomstige generaties om op te lossen en mee aan de slag te gaan in dit land? En ja, we geven meer uit dan wij in ons verkiezingsprogramma hebben opgeschreven. Maar we blijven wel binnen bandbreedtes die wij als VVD — ik spreek hier echt even namens de VVD — verantwoordelijk vinden en die wij kunnen verantwoorden en ook realistisch vinden als we kijken naar de vragen die er liggen, de economische situatie en hoe we er nu voor staan.

De heer Azarkan (DENK):
Dat is helemaal niet zo. Dat is een beetje mijn verwonderpunt. Ik vind het eigenlijk ook oneerlijke politiek. Ik zal u uitleggen waarom. De meeste partijen hier hebben hun verkiezingsprogramma laten doorrekenen. Daarin stonden alle plannen. De VVD zegt: wij wilden een intensivering aan de overheidskant van 4 miljard, maar we hebben ons laten overtuigen; het wordt 29 miljard. Dat stond in geen enkel verkiezingsprogramma. Wat er nu wordt uitgegeven door dit kabinet is bijna 65% meer dan wat de partij die het meeste wilde uitgeven, de ChristenUnie, erin had staan. Ik vind het echt oneerlijk dat de kiezer zich daar nooit over heeft kunnen uitspreken. We zien dat het overheidstekort, dat in alle verkiezingsprogramma's gemiddeld zo'n 2% zou zijn, uitkomt op bijna 3%. We zien dat het haalbaarheidssaldo, dat het meeste zou stijgen bij D66, nu ongelofelijk veel hoger stijgt dan in welk ander verkiezingsprogramma dan ook. Ik vind dat echt oneerlijk. Ik hoop dat mevrouw Hermans dat ook onderkent. De kiezer heeft zich helemaal niet kunnen uitspreken over een programma met een intensivering van 29 miljard met een structureel tekort van 2,7% tot 3% en met een houdbaarheidsschuld. Ik zeg het toch nog even: de ChristenUnie hield elk jaar een verhaal over de graanschuur van Jozef. Ik vond dat een mooi verhaal. Meneer Bruins deed dat geweldig. Maar u plundert die graanschuur, en niet alleen die van deze generatie; als het CPB gelijk heeft, plundert u ook die van alle volgende generaties. Dat is toch geen verantwoord begrotingsbeleid?

Mevrouw Hermans (VVD):
Het is ontegenzeggelijk waar dat dit kabinet veel geld uitgeeft en dat dit kabinet investeert in een aantal hele grote vraagstukken waar dit land voor staat, van veiligheid tot onderwijs, stikstof, klimaat en infrastructuur. Ik vergeet er nu ongetwijfeld nog een aantal. Ik noem ook de sterke overheid en de uitvoeringsorganisaties. Volgens mij zijn dat allemaal investeringen die te rechtvaardigen zijn en die nodig zijn om dit land sterker door te geven aan volgende generaties, ook wat de financiën betreft. Want we hebben juist de afspraak gemaakt om te zorgen dat je in de uitgaven die we doen, in het saldo en in het tekort die knik ziet en dat we keurig binnen de marges blijven en binnen de Europese afspraken die we hebben gemaakt. En ja, dan zie ik in de CPB-doorrekening dat er een gigantisch hoge staatsschuld — uit mijn hoofd zeg ik: in 2060 — wordt geprognotiseerd. Dat is een staatsschuld die ook wij natuurlijk nooit gaan accepteren, maar dat is wel een staatsschuld waarbij het CPB een aantal aannames doet, namelijk dat we alle uitgaven aan stikstof en klimaat die dit kabinet doet voor een periode van tien tot vijftien jaar, eindeloos doortrekken. Dat is dus niet zo. Een aantal ombuigingen die wij in het akkoord in de zorg hebben opgenomen, worden niet meegeteld. Hoe die financiën zich ontwikkelen en wat dat doet voor de schuld en het tekort, zullen we heel scherp in de gaten houden. Daar zult u de VVD in elk debat over horen. Ik ga straks nog iets zeggen over waarop wij de voorstellen van het kabinet gaan toetsen, maar ik vind ook dat wij als politici de verantwoordelijkheid hebben om keuzes te maken om problemen op te lossen. Als daar nu bij hoort dat we ook investeren en daarmee aan het eind van deze kabinetsperiode op een iets hogere schuld uitkomen dan wij van tevoren in ons programma hadden gezet, neem ik die verantwoordelijkheid, juist om op het punt van de problemen van het klimaat, van het stikstof en onze natuur en van het investeren in de kwaliteit van ons onderwijs de stappen te zetten die nodig zijn.

De voorzitter:
De laatste interruptie van de heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn constatering dat de kiezer zich hier niet over heeft kunnen uitspreken. Dat vind ik echt oneerlijk, want als je de spelregels van het CPB accepteert, vind ik het echt flauw om te zeggen: het CPB rekent iets door; daar komt niet uit wat wij gedacht hebben en daarom vinden wij dat wat lastig en gaan we dat ter discussie stellen. Dat vind ik niet fair. De rekenmeesters rekenen met bepaalde modellen. Dat doen we in de verkiezingsprogramma's. Daar kunnen kiezers zich over uitspreken. Nogmaals, ik begrijp niet wat dan het compromis is en waar dat in staat. De VVD zei dat zij 4 miljard wil intensiveren. Dat probleem van het stikstof is binnen een jaar niet zo groot geworden dat dat anders aangepakt moet worden met 29 miljard; dat is het bedrag als je de andere investering erbij pakt. Van het probleem dat wij hebben als samenleving, gaf de ChristenUnie aan: wij hebben 16 miljard nodig en dat is wat we willen. De andere partijen zeiden dat zij 8 miljard, 10 miljard of 4 miljard wilden. Dan is er een soort toepwedstrijd met overtoepen en dan kom je uit op 29 miljard. Ik begrijp dat gewoon niet. Ik begrijp niet waar dat in zit en ik vind dit echt oneerlijk, want dit betekent dat ook andere partijen, ook van de oppositie, anders hadden kunnen gaan rekenen en met plannen kunnen komen. Daarom vind ik dit oneerlijk.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik stel op geen enkele manier een model ter discussie. Ik geef alleen aan waar het verschil zit tussen hoe het kabinet of — zo moet ik het zeggen — deze coalitie in het coalitieakkoord een aantal uitgaven in de tijd heeft geplaatst en hoe die in het model van het CPB worden doorgerekend. Het tweede punt is dat financiële degelijkheid wel degelijk een belangrijk punt blijft. Precies om die reden kunt u in de financiële bijlage van het coalitieakkoord lezen wat onze financiële afspraken en kaders zijn en ook hoe wij straks bijvoorbeeld omgaan met meevallers, als die er zijn, en hoe we de staatsschuld daar meer mee willen aflossen. Kijkend naar het totale plaatje van waar ons land nu staat, de opgaven waar we voor staan en de kaders die we vervolgens hebben afgesproken, vind ik dit dus een te verkopen verhaal. Daar sta ik hier voor en ik neem de verantwoordelijkheid om met deze problemen aan de slag te gaan en met deze begroting aan het werk te gaan.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Mevrouw Hermans geeft aan dat ze het eigenlijk wel vervelend vindt dat die zogenaamde "ombuigingen" op de zorg — dat is natuurlijk gewoon Haags jargon voor bezuinigingen — niet zijn meegenomen door het CPB. Dat vind ik toch wel een beetje frappant, want in het vorige debat hier werden de coalitiepartijen erg boos op mij omdat de SP had gezegd dat er bezuinigd werd in de zorg. Dat was "absoluut niet waar"; er was "geen sprake van bezuinigingen". Nu zegt mevrouw Hermans zelf dat ze ervan baalt dat een deel van de bezuinigingen niet is doorgerekend. Inmiddels heeft iedereen kunnen zien dat er flink bezuinigd wordt in de zorg, want naast de bezuinigingen die niet zijn meegenomen door het Centraal Planbureau, is een aantal bezuinigingen wél meegenomen door het Centraal Planbureau. Het gaat om keiharde bezuinigingen op de zorg, namelijk 400 miljoen euro op onze verpleeghuizen en 0,5 miljard euro op onze jeugdzorg. Ik vraag aan mevrouw Hermans hoe zij het in haar hoofd haalt om juist in een tijd waarin overal miljarden naartoe gaan, waarin de grote vermogens niet worden aangepakt en waarin miljarden aan subsidies worden uitgedeeld aan het bedrijfsleven, bijvoorbeeld onder de noemer van klimaat, op onze kwetsbare ouderen en kwetsbare jongeren te bezuinigen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Deze periode investeert het kabinet in de zorg, in de pandemische paraatheid. We zitten in een pandemie, in een coronacrisis. Het is al een paar keer gezegd. Het is zaak dat we een aantal investeringen doen om te zorgen dat we door deze crisis komen en in de toekomst daarop voorbereid zijn. We geven überhaupt de komende jaren meer uit aan zorg, zowel in de ziekenhuizen als in de verpleeghuizen, omdat er ook meer vraag zal zijn naar zorg. Dat begrijp ik. Dat is logisch. Die uitgaven zijn te verklaren. Tegelijkertijd is het wel onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de zorg ook in de toekomst beschikbaar blijft, van dezelfde kwaliteit blijft als nu en betaalbaar blijft voor iedereen in dit land. Deze coalitie neemt de verantwoordelijkheid om de zorg toekomstbestendig te maken. Daarvoor nemen we een aantal maatregelen. We maken een aantal keuzes om ervoor te zorgen dat de stijging wat minder steil gaat dan dat die zonder de maatregelen zou gaan. Dat is de keuze die we maken. Dat is de verantwoordelijkheid die we nemen. Dat doen we juist om de zorg overeind te houden en van kwaliteit te houden.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik maak hier wel bezwaar tegen. Wij hebben als Kamerleden namelijk maar een heel beperkt aantal interrupties. We mogen maar acht vragen stellen. Ik vraag mevrouw Hermans niet naar de totale zorguitgaven. Ik wees haar er alleen op dat zij eerder in het debat nog heel boos werd, omdat de SP niet mocht zeggen dat er bezuinigd zou worden, maar zij nu zelf aangeeft dat ze baalt dat bepaalde bezuinigingen niet worden doorgerekend. Ik vraag haar concreet naar een harde bezuiniging die wel is doorgerekend, namelijk die op de verpleeghuiszorg — nogmaals, dat gaat om 400 miljoen euro — en die op de jeugdzorg van 0,5 miljard euro. Mevrouw Hermans geeft daar geen antwoord op. Ik zou het dus fijn vinden dat mevrouw Hermans daarop ingaat, los van dat het dan weer van mijn interrupties af gaat, want ik heb ook nog een vervolgvraag. Ik hoef dus geen verhaal over pandemische paraatheid of over de zorgkosten in 2060. Waar haalt u het vandaan en hoe haalt u het in uw hoofd om deze periode zo veel te bezuinigen op onze kwetsbare ouderen en kwetsbare jongeren? Dat was mijn vraag.

Mevrouw Hermans (VVD):
We hebben de afgelopen jaren flink extra geld geïnvesteerd in de verpleeghuizen. Ik vind dat ook goed, want rondom de vorige verkiezingen hebben we gezien dat het qua kwaliteit niet goed ging. Toen is er een kwaliteitskader gekomen met een hele strikte personeelsnorm. Daar is extra geld voor gekomen. Dat geld wordt nu uitgegeven in verpleeghuizen. Maar we staan voor een hele grote uitdaging in de zorg — dat geldt voor heel veel sectoren, maar u vraagt specifiek naar de zorg, dus ik richt me daar nu even op — om ervoor te zorgen dat we daar ook in de toekomst voldoende personeel hebben. Als je helemaal doorrekent wat het aantal mensen is dat nodig is om straks in de zorg te werken, dan is het heel eerlijk gezegd zeer de vraag of ons dat gaat lukken. Dat zet dus druk op de afspraken die in het kwaliteitskader staan. Ik vind dat wij hier de discussie moeten voeren over de vraag hoe we ervoor gaan zorgen dat we toch goede en liefdevolle zorg kunnen blijven geven in de verpleeghuizen als de mensen, de handjes, die we nodig hebben om aan de personeelsnorm te voldoen er niet zijn. Hoe kunnen we op een andere manier zorg verlenen? Hoe kunnen we daar innovatief in zijn? Hoe kan technologie ons helpen om de zorg die niet per se door mensen zelf hoeft te worden gedaan te vervangen en om te zorgen dat de zorg waar je echt een verpleegkundige of verzorgende voor nodig hebt ook door hen geleverd kan blijven worden?

De voorzitter:
Er was ook nog een vraag over de jeugdzorg. Mevrouw Marijnissen had het over de bezuinigingen in de jeugdzorg. Daar wilde ze een reactie op.

Mevrouw Hermans (VVD):
Zeker. In de jeugdzorg geldt eigenlijk eenzelfde soort vraagstuk. Ook daar gaan we de komende jaren extra geld aan uitgeven. Ook dat is terecht, want je ziet met name dat jongeren die gespecialiseerde jeugdzorg nodig hebben, die echt met heftige problematiek te maken hebben, te lang op een wachtlijst staan, te lang moeten wachten op zorg. Dat probleem moeten we oplossen. Daar moeten we met gemeenten over in gesprek, om aan de jongeren de zorg te kunnen geven die zij nodig hebben. We hebben de afgelopen jaren ook gezien dat er een enorme groei in de jeugdzorg heeft plaatsgevonden bij vormen van zorg waarvan we ons kunnen afvragen: is dat echt de jeugdzorg? Kunnen we dat misschien wat afremmen? Hoe kunnen we dat op een effectievere en efficiëntere manier vormgeven? Dat is de opdracht waar we in de jeugdzorg voor staan. Dat is de opdracht die wij in het coalitieakkoord met elkaar hebben afgesproken. Hoe zorgen we dat we met dat extra geld die heel kwetsbare kinderen kunnen helpen en ondersteunen? Hoe zorgen we dat we op zo'n manier hervormen dat die grote groep kinderen die misschien een beetje zorg of ondersteuning nodig heeft, die ook krijgt, maar dat dit niet de capaciteit en alles opslurpt voor die heel kwetsbare kinderen?

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dit kan echt niet. Mevrouw Hermans legt volgens mij heel goed uit waarom er juist extra geïnvesteerd moet worden in de zorg. Inderdaad, omdat de werkdruk in de verpleeghuizen al gigantisch hoog is. We kunnen ons allemaal nog de pyjamadagen herinneren, het gedwongen incontinentiemateriaal dat mensen moeten dragen in de verpleeghuizen omdat er te weinig personeel is om mensen naar het toilet te brengen. Er is inderdaad heel hard voor die personeelsnorm gestreden, onder andere door ons en door andere partijen hier in de Kamer, door Hugo Borst, Carin Gaemers en ook door anderen, met name de zorgverleners zelf. Ik vind het echt onvoorstelbaar asociaal om nu tegen die mensen te zeggen, en daarmee ook tegen de ouderen in het verpleeghuis: weet je wat, doet u het maar met minder personeel. Want dat is de uitkomst daarvan. U kunt nee knikken, maar ook in de CPB-doorrekeningen staat letterlijk dat dit gaat leiden tot minder en/of slechtere zorg, dus daar kunt u toch niet meer omheen? Minder en/of slechtere zorg in onze verpleeghuizen. In een tijd waarin het geweldig gaat met de economie en er overal miljarden bij komen, zegt u: weet u wat, in de verpleeghuizen kunnen ze het wel met wat minder personeel af. Dat is toch onvoorstelbaar?

Dan naar de jeugdzorg, want daar geldt eigenlijk hetzelfde voor. Jarenlang hebben gemeenten gevochten voor een fatsoenlijk budget voor de jeugdzorg. Recent is er zelfs, voor het eerst in onze nationale historie, een staking geweest van jeugdzorgmedewerkers. Die mensen laten niet snel hun jongeren in de steek, want zo voelt dat dan voor hen. Maar zij dachten: dit kan nu niet langer zo; wij moeten in actie komen. Uiteindelijk is er na allerlei procedures een uitspraak gekomen dat er meer geld naar de gemeenten moet om de jeugdzorg goed te organiseren. En wat doet u? U zegt: weet je wat, we halen er nog even een half miljard af. Dat is niet alleen asociaal, dat is onverantwoord. Dat vinden niet alleen wij, dat vindt ook het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat zegt dat er juist de komende tijd helaas waarschijnlijk meer en betere jeugdzorg nodig is. Dat pakt u die kwetsbare jongeren af.

Mevrouw Hermans (VVD):
Te beginnen met de verpleeghuizen. Datgene waar het CPB voor waarschuwt, moeten we natuurlijk voorkomen. Ik wil alleen dat we ook realistisch zijn over het feit dat het nu al heel ingewikkeld is om voldoende personeel te krijgen. Dat zal in de komende jaren niet makkelijker worden. We staan hier dus voor de opgave om ervoor te zorgen dat we de zorg in de verpleeghuizen toch kunnen blijven leveren. Dat is het punt dat ik heb willen maken.

Dan over de jeugdzorg. Er gaat in de komende jaren extra geld, flink extra geld, naar de jeugdzorg. Om daar de goede keuzes te maken en op een goede manier zorg te blijven leveren, vind ik dat wij ervoor open moeten staan en bezig moeten zijn met hoe we het beter kunnen maken. Hoe kunnen we het zo hervormen dat we de zorg voor de jeugd op een goede manier organiseren, zeker voor die allerkwetsbaarsten? Dit kabinet, dit coalitieakkoord heeft de ambitie om dat met 500 miljoen minder te doen. In het coalitieakkoord staan daarvoor een aantal opties, ideeën uitgewerkt. Opgesomd, moet ik eigenlijk zeggen. Het komt nu aan op de uitwerking. Ik vraag aan het kabinet: werk dat uit en bewijs hoe je die bezuiniging — ik mag het eigenlijk niet zo noemen, hè — die 500 miljoen euro minder, voor elkaar kunt krijgen. Daarbij doe ik echt een dringend beroep op gemeenten: kom daarover alstublieft aan tafel en ga ook juist hierover in gesprek met het kabinet, in het belang van de zorg voor kwetsbare kinderen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik ben blij dat mevrouw Hermans nu inmiddels zelf erkent dat het bezuinigingen zijn en dat de actie de vorige keer in het debat dus totaal nergens op sloeg door te roepen dat er niet bezuinigd wordt in de zorg, want er wordt namelijk keihard bezuinigd. Mevrouw Hermans doet het precies verkeerd om. Er is meer personeel nodig in de verpleeghuizen. Dat ga je natuurlijk niet bereiken door er minder geld in te steken. Dat is nou net het hele probleem. De gemeenten hebben groot gelijk dat ze het overleg over de jeugdzorg hebben opgeschort omdat ze zeggen dat het nu al harstikke lastig is, dat de werkdruk nu al hoog is, dat de wachtlijsten nu al lang zijn en dat ze alleen maar oplopen. Dus we kunnen het niet met minder geld. In een tijd waarin de grote vermogens niet worden aangepakt en er miljarden uitgegeven worden, wil ik wel van mevrouw Hermans het volgende weten over dit plan om te bezuinigen op verpleeghuizen. Ik heb in de verkiezingscampagne daarover niemand gehoord en ik heb in geen een verkiezingsprogramma gelezen: er is weliswaar zo lang gevochten voor die personeelsnorm, maar die gaan we nu afschaffen en tegen die mensen gaan we zeggen dat het wel een tandje minder kan, we halen er 400 miljoen van af. Ik heb het nergens gelezen. Er is niemand die er in de verkiezingen over is begonnen. Dus er is ook niemand in Nederland die daarvoor gestemd heeft, maar we krijgen het nu wel. Dus ik wil graag weten wie dit idee heeft ingebracht bij de coalitiebesprekingen. Wat is de reden dat u het in uw hoofd kunt halen om 400 miljoen weg te halen bij de verpleeghuizen waar dat geld juist zo hard nodig is en om een half miljard weg te halen bij de jeugdzorg?

Mevrouw Hermans (VVD):
Deze coalitie is gaan onderhandelen en heeft gekeken wat de vragen zijn die voorliggen. Waar krijgen we mee te maken? Wat zijn de ambities en doelen die we hebben om dit land beter door te geven? Ja, dan worden we ook geconfronteerd met hoge uitgaven voor de zorg. Ik vind het helemaal niet erg om veel geld uit te geven aan de zorg want de zorg is belangrijk, wat we de afgelopen twee jaar ook wel hebben gezien in de coronapandemie. We zien ook waar dingen beter en waar dingen anders kunnen. Dat wil ik juist voor elkaar krijgen om te zorgen dat onze zorg van deze kwaliteit blijft. Maar we hebben ook de verantwoordelijkheid om te zorgen dat de zorg betaalbaar blijft, dat we ook het geld houden in dit land om uit te geven aan politie, veiligheid en onderwijs. U kunt "nee" schudden, mevrouw Marijnissen, maar als je een coalitieakkoord sluit horen daar ook dit soort lastige keuzes bij. Ik sta ervoor en ik ga ervoor, maar ik ben het volledig met u eens dat de zorg in verpleeghuizen op niveau moet blijven. Waar we zien dat het aantal mensen dat in verpleeghuizen werkt nu al onder druk staat omdat de arbeidsmarkt een groot vraagstuk is voor al die onderwerpen, dan is het toch aan ons om hier het debat met elkaar te voeren over wie we kunnen helpen en hoe we met voorstellen kunnen komen om ook in die verpleeghuizen te zorgen dat we die zorg overeind houden? Want ik ben het met u eens dat die werkdruk te hoog is. Ik ben het met u eens dat die omlaag moet, juist ook om meer tijd voor zorg te organiseren.

De voorzitter:
Laatste interruptie, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dat is mevrouw Hermans helemaal niet met mij eens, want als ze dat met mij eens zou zijn, dan zou ze het niet in haar hoofd halen om daar 400 miljoen euro weg te halen. Dát is het probleem. We kunnen hier de discussie voeren over de zorgkosten. Dat hebben we al zo vaak gedaan. Als SP hebben we al zo vaak voorstellen gedaan om de kosten in de zorg te drukken, om de verspilling tegen te gaan, om de overbodige bureaucratie aan te pakken, om het stelsel aan te pakken dat duur is en dat leidt tot heel veel bureaucratie en verkeerde prikkels, om de winstuitkeringen in de zorg aan te pakken, om de grote winsten in de farmaceutische industrie aan te pakken. Er is ontzettend veel geldverspilling tegen te gaan in de zorg. Daar hebben wij allerlei ideeën over, maar ik vind ze niet terug in het coalitieakkoord, nog niet eens een begin ervan. Wat ik wel terugvind is een hele asociale bezuiniging. Ik vraag mij af hoe u aan die mensen in het verpleeghuis gaat uitleggen dat ze het maar met minder collega's moeten doen, als u weet dat het nu al zo is dat mensen vaak pas laat uit bed worden gehaald en weer vroeg naar bed moeten worden gebracht omdat er gewoon te weinig collega's zijn. En inderdaad — meneer Rutte noemde dat in zijn regeringsverklaring — wordt een van de grootste uitdagingen: hoe houden we het werken in de zorg aantrekkelijk? Nou ik kan u zeggen, mevrouw Hermans, niet door die zorg kapot te bezuinigen. Echt niet!

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Marijnissen, we houden de zorg aantrekkelijk door te werken aan die werkdruk. We houden de zorg aantrekkelijk door het initiatiefvoorstel waar GroenLinks en de VVD aan werken, zo snel mogelijk in te voeren, namelijk dat verpleegkundigen een stem krijgen in de raad van bestuur. We houden de zorg aantrekkelijk door in de inroostering van verpleegkundigen en verzorgenden meer flexibiliteit te organiseren. En we houden de zorg aantrekkelijk door hier in deze zaal met elkaar een beetje met trots te praten over die geweldige dingen die gebeuren in de verpleeghuizen, de ziekenhuizen en de gehandicaptenzorg. Want dat is de uitstraling die we hebben op Nederland en op jongeren die nu in de schoolbanken zitten en op het punt staan te gaan kiezen wat hun vervolgopleiding wordt. Ik hoop van ganser harte dat heel veel jongeren de keuze maken om in de zorg te gaan werken. Maar dan is het ook aan ons om met een beetje trots over onze zorg te praten.

De voorzitter:
Er zijn nog een aantal interrupties. Ik kijk even naar mevrouw Simons, want de heer Klaver wilde volgens mij op dit punt interrumperen. Is het goed als de heer Klaver even voorgaat? Dan hebben we de heer Klaver, mevrouw Simons, de heer Paternotte, mevrouw Ouwehand, mevrouw Ploumen en de heer Eerdmans. De heer Eerdmans niet, hoor ik. Ik wil daarna even een punt zetten, zodat mevrouw Hermans haar verhaal kan afmaken. Dan kijken we of er nog punten zijn, maar ik denk dat er al heel veel behandeld is.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wil ook wat vragen over de jeugdzorg. Ik wil echt af van de vraag: moet je nou wel bezuinigen of niet? Daar ga ik echt aan voorbij.

Regelmatig komen er op mijn bureau verhalen van ouders die niet durven te gaan slapen en hun kind vasthouden. Ze zijn namelijk bang dat dit kind er de volgende ochtend niet meer is, omdat dit kind dreigt een einde aan zijn leven te maken. Dat zijn ouders die mij regelmatig melden dat ze weken aan het bellen zijn om de juiste hulp te krijgen, en dat die er niet is. Juist in een tijd, in deze coronapandemie, waarin onze jongeren het ontzettend zwaar hebben en waarin er meer mentale klachten zijn, maak ik me heel veel zorgen over die bezuiniging van 500 miljoen die staat ingeboekt. Zeg ik dan dat er nooit ofte nimmer een bezuiniging plaats kan vinden? Nee, maar er ligt nu geen plan onder. Er wordt dus gezegd "we gaan 500 miljoen bezuinigen", zonder dat je weet hoe je het systeem echt wil veranderen.

Mijn concrete vraag is daarom de volgende. Haal die bezuiniging alsjeblieft van tafel en begin bij de inhoud. Ga eerst eens kijken hoe we het systeem kunnen versterken en verbeteren. Als onderaan de streep blijkt dat we het efficiënter kunnen doen en dat er geld overblijft, dan kunnen we dat op andere plekken inzetten. Maar als uiteindelijk blijkt dat er misschien meer geld nodig is, moet je daar ook voor openstaan. We hebben het zo lang gehad over een nieuwe bestuurscultuur. Dat begint wat mij betreft bij de inhoud en niet bij het budget. Bent u daartoe bereid?

Mevrouw Hermans (VVD):
De voorbeelden die de heer Klaver noemde, gaan precies over de heftige, gespecialiseerde jeugdzorg waar ik het over had en waarvan ik ook vind dat heel veel jongeren daar nu veel te lang op moeten wachten. U schetst het beeld van ouders die bijna niet durven te gaan slapen door de angst wat er misschien in de nacht kan gebeuren. Dat is vreselijk. Daar moet snel verandering in komen. Precies om die reden vind ik het goed dat we in de komende jaren extra geld investeren in de jeugdzorg. Precies om die reden vond ik het zo goed om te lezen dat, ondanks het feit dat de gemeenten gezegd hebben dat ze nu even niet meer met het Rijk praten, juist de organisaties die werkzaam zijn in de gespecialiseerde jeugdzorg tegen elkaar hebben gezegd: wij blijven wel doorpraten over de inhoud in werkgroepen die bezig zijn met de hervormingsagenda, omdat die inhoud door moet gaan.

De voorzitter:
De heer Klaver.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik ga nu naar de vraag van de heer Klaver. Ik kom nu bij het geld. Ik ben het eens met de heer Klaver: je begint bij de inhoud. Tegelijkertijd ligt er ook een financieel vraagstuk, ook op de lange termijn. In dit coalitieakkoord hebben wij een aantal opties opgeschreven waarlangs je kan kijken om in de jeugdzorg een aantal dingen beter en efficiënter, maar vooral beter, te doen. Die zijn niet uitgewerkt. Ik zou langs de lijn van de inhoud die de heer Klaver schetst, zeggen: kabinet, laat de Kamer, de gemeenten en de jeugdzorgorganisaties zien hoe je uitwerking kunt geven aan die inhoudelijke punten om tot dat bedrag te komen, hoe dat er dan uit zou zien. Bewijs dat dit op deze manier ingevuld kan worden. Misschien kom je wel tot andere maatregelen. Dat zou ook kunnen. Maar ga dat bewijzen en ga daarover met gemeenten om de tafel en in gesprek. Precies daarom was ook mijn oproep aan gemeenten: ga alsjeblieft weer in gesprek en kom alsjeblieft aan tafel, juist omdat we die zorg voor die allerkwetsbaarsten beter moeten regelen.

De heer Klaver (GroenLinks):
De woorden zijn echt veel vriendelijker dan in de vorige periode, maar dit is precies zoals hier altijd politiek wordt bedreven. Er wordt een bezuiniging ingeboekt. Er wordt gezegd: dit is het bedrag dat we moeten halen. En over die invulling mogen gemeenten dan gaan meepraten, mogen wij hier in het parlement gaan meepraten. Dat is waar mijn bezwaar ligt. Dat is waarom ik heel goed snap dat gemeenten zeggen: zoek het maar uit; wij komen niet aan tafel. Er is een uitspraak geweest van de arbitragecommissie dat dit bedrag erbij komt en we gaan eerst praten over de inhoud. Ik vind in alle eerlijkheid dat ik hier een buitengewoon redelijke vraag neerleg. Ik zeg niet dat er nooit bezuinigd zou kunnen worden. Dat zou ik hier nooit, op geen enkel beleidsterrein, zeggen. Het enige wat ik u vraag, is om te beginnen bij de inhoud. U begint nu met een bezuiniging van 500 miljoen. Dit voorjaar zijn er verkiezingen in de gemeenten. Dan moeten er nieuwe plannen worden gemaakt. Als er gewoon een bezuiniging in de boeken staat, gaan gemeenten daarop anticiperen. En voordat er dan een systeemwijziging is! Als je kijkt naar hoe de jeugdzorg nu werkt, zal je zien dat er dan bezuinigd moet gaan worden voor de komende jaren. Daar zit mijn grote zorg, want er zijn al enorme wachtlijsten. Als het ons echt menens is dat we iets voor die ouders moeten doen, dan halen we die bezuiniging nu van tafel. U zei net, even bijna tussen neus en lippen door: we hebben ook een financiële opgave. Dat is waar. Maar dan zeg ik: laten we dan andere keuzes maken in dit debat. Ik ben best bereid om hiervoor andere dekkingen te zoeken, maar we gaan dit niet weghalen bij de misschien wel allerkwetsbaarste groep in deze coronacrisis.

Mevrouw Hermans (VVD):
Er gaat in de komende periode extra geld naar de gemeenten en vanaf enig moment iets minder dan door de Commissie van Wijzen is geadviseerd. In het coalitieakkoord staan een aantal voorstellen waarom de coalitie denkt dat dat kan. Ik vraag aan het kabinet om dat te onderbouwen, om uit te leggen waarom het dat denkt. Die vraag zou ik via de minister-president aan de staatssecretaris van VWS willen stellen. Volgens mij ga je dan langs de lijn van de inhoud kijken waar mogelijkheden zitten. Ik leg de bewijslast aan de kant van het kabinet neer om daar invulling aan te geven. Dat is wat ik vraag aan het kabinet. Dat moet wat mij betreft ook snel gebeuren. Ik ben het helemaal eens met de heer Klaver dat we daar snel zicht op moeten hebben, zodat voor iedereen duidelijk is hoe dit eruit komt te zien.

De voorzitter:
Mevrouw Ploumen had op hetzelfde punt nog een interruptie.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
De jeugdzorg is in de afgelopen jaren een grote zorg voor ons allemaal geweest, zeker ook voor gemeenten, want die zien hoe kwetsbare jongeren in de knel komen. Je zou denken dat het dan een wijs besluit van een kabinet is om extra te investeren in de jeugdzorg. Maar wat doet het kabinet? Het is gewoon een bezuiniging: 500 miljoen eraf. Dat leidt er niet alleen toe dat heel veel jongeren en mensen die met jongeren werken zich zorgen maken, maar ook dat de gemeenten niet meer aan tafel willen. En dan houdt mevrouw Hermans hier vol: de bewijslast bij het kabinet, meer minder, extra dagen, iets eraf. Er wordt 500 miljoen bezuinigd. Dat is onacceptabel. Er is geld genoeg. Er kunnen andere keuzes worden gemaakt. Die bezuiniging moet van tafel.

Datzelfde geldt voor de verpleeghuiszorg. Als ik nu 75 zou zijn, zou ik echt wel met angst en beven naar dit debat kijken. Want mijn AOW gaat niet meer meestijgen met het wettelijk minimumloon, de gasprijzen gaan omhoog, de inflatie gaat door het dak en er wordt verder bezuinigd op de verpleeghuiszorg. Het CPB zegt daarvan: die bezuiniging van 400 miljoen leidt tot mindere en minder goede zorg. Ik vind dat u dat niet moet doorzetten en ik ben niet de enige. Ik vraag u nogmaals: haal de bezuiniging van 500 miljoen in de jeugdzorg van tafel en haal de bezuiniging van 400 miljoen in de verpleeghuiszorg ook van tafel. Dat verdienen onze ouderen en dat verdienen ook al die jonge mensen die zo in de knel zitten.

Mevrouw Hermans (VVD):
Er gaat meer geld naar gemeenten, maar iets minder dan gevraagd. Als we dat "bezuinigen" noemen, dan wordt het wel een erg ingewikkeld debat. Ik ben het eens met de heer Klaver dat er in de jeugdzorg, met name in de gespecialiseerde jeugdzorg waar het echt over die allerkwetsbaarste kinderen gaat, iets moet gebeuren. Ik vind het daarom ook goed dat er extra geld naar gemeenten gaat. Tegelijkertijd heb ik net gezegd hoe ik vind dat we naar die 500 miljoen moeten kijken en in het algemeen naar de zorg. We moeten nadenken over de vraag hoe we, of het nu in de verpleeghuizen, de ziekenhuizen, de jeugdzorg of de gehandicaptenzorg is, omgaan met het personeelstekort, het arbeidsmarktvraagstuk dat zo breed speelt. Dat vind ik een verplichting voor deze coalitie, maar ik hoop dat we daar samen met de hele Kamer in kunnen optrekken en ook het kabinet kunnen aanjagen om te horen welke voorstellen het daarvoor gaat doen.

Als ik zo meteen de kans krijg om mijn inbreng af te maken, hoop ik dat ik ook nog wat dingen kan benadrukken. In de interrupties van mevrouw Ploumen en de heer Klaver ging het over jeugdzorg en verpleeghuiszorg. Ik zie dat er een aantal ingewikkelde keuzes in dit coalitieakkoord zitten. Maar door alleen die eruit te pikken, vergeten we te belichten wat er ook gaat gebeuren, wat we ook doen met dit coalitieakkoord. We gaan investeren in het klimaat om dit land schoner door te geven aan volgende generaties. We investeren in de veiligheid hier in Nederland en in de veiligheid van Nederland in de wereld. Want er gebeurt nogal wat, echt letterlijk, op dit moment. We gaan investeren in woningen en woningbouw, zodat er weer huizen komen. Zodat starters, ouderen en jongeren die misschien wel op dit moment tevergeefs op Funda zitten te klikken, over een aantal jaren weer een betaalbaar huis kunnen vinden. Helaas moet ik "over een aantal jaren" zeggen, want het duurt even voordat de bouwproductie echt op gang is.

De voorzitter:
Ik ga nu naar mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik was ook van plan het een en ander te vragen over de jeugdzorg. Ik ben heel blij dat meneer Klaver en mevrouw Ploumen dat hebben gedaan, want er is nog een groep die extra aandacht verdient. Dat is de groep van mensen met een beperking. Voor hen geldt eigenlijk hetzelfde als voor de mensen die jeugdzorg nodig hebben. Ook zij gaan er met deze plannen structureel op achteruit, financieel, maar vooral als het gaat om de randvoorwaarden die hun leven makkelijker moeten maken in een wereld die er totaal niet op is ingericht om ook met hen rekening te houden. Ik hoor mevrouw Hermans zeggen: dit akkoord gaat over omzien naar elkaar. Hoe moeten zij die prachtige titel van dit akkoord duiden, als in de praktijk blijkt dat zij er in de komende jaren op achteruitgaan?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik moet even gissen waar mevrouw Simons het precies over heeft.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Mag ik het makkelijker maken, voorzitter?

De voorzitter:
Ja, mevrouw Simons.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Misschien maken de Wajongers en de WIA het iets concreter voor mevrouw Hermans.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik denk dat mevrouw Simons het dan in het bijzonder over de Wajongkorting heeft. Laat ik het dan maar even expliciet maken. Daar doet dit kabinet ook iets aan. Dat moet u zien in de context van de discussie waar het interruptiedebat met mij over begon. Hoe gaan we zorgen voor een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor iedereen, en dan juist ook voor deze groep?

Ik ben net als mevrouw Simons enorm met deze groep begaan. Toen ik nog woordvoerder zorg was, heb ik veel gesprekken gevoerd, bezoeken afgelegd en met mensen die in de Wajong zaten gesproken, ook over wat u vraagt: hoe kom je nou mee in deze samenleving, die soms heel snel gaat en veel van je vraagt? Zij leveren een prachtige bijdrage en kunnen soms nog meer leveren dan ze nu doen.

Goed. Dan even specifiek naar uw vraag. Ja, er zit een korting op de Wajong in het akkoord. Maar met de verhoging van het minimumloon hebben zij in hun portemonnee en hun besteedbaar inkomen nog steeds een plus.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dat zou zo zijn als de papieren werkelijkheid ook altijd overeenkomt met de geleefde werkelijkheid. Wat mij in z'n algemeenheid aan dit akkoord opvalt, is dat er een enorme discrepantie lijkt te zijn tussen de realiteit van waaruit wij vertrekken en de gewenste wereld. We vertrekken niet vanuit een neutrale positie. Het is niet zo dat de meeste mensen die nu in de Wajong zitten een volwaardig minimumloon verdienen en dus profiteren van het omhooggaan van dat minimumloon. Dat zal op papier bij het CPB een mooie berekening opleveren, maar in de praktijk betekent het helemaal niets voor deze groep. Dat is in z'n algemeenheid een beetje mijn zorg bij dit akkoord. Ik hoor mevrouw Hermans mijn vraag beantwoorden met een wedervraag: hoe gaan we dat doen? Mijn vraag is hoe we dat gaan doen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik ben mij niet bewust van een wedervraag.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Misschien was het geen wedervraag, maar een herhaling van de vraag. Ik vraag aan mevrouw Hermans hoe deze groep die korting moet duiden als het gaat over omzien naar elkaar, een actief emancipatiebeleid en ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen. Het minimumloon gaat in heel kleine stapjes en over een langere periode omhoog, maar daar zullen niet alle Wajongers van profiteren. Dat geldt zeker niet voor degenen die niet op 0 beginnen, maar op -50. Dat weet mevrouw Hermans, want ze was woordvoerder zorg, ze heeft al die bezoeken afgelegd en al die gesprekken gevoerd.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dat is precies de reden waarom we in het coalitieakkoord de afspraken gemaakt hebben zoals we ze gemaakt hebben. Ook deze groep moest voor ons in dat positieve en evenwichtige beeld een terechte positie krijgen. Zij zitten goed in de plannen die we op papier hebben gezet. Maar ik ben het met u eens dat, precies zoals u zegt, dingen die wij hier verzinnen, op papier zetten en misschien ook wel door een model halen vaak niet stroken met de werkelijkheid en de praktijk. Dat geldt breder dan alleen bij jongeren in de Wajong. Precies dat is de reden waarom ik het zo belangrijk vind — ik wijs op het debat dat ik had met de heer Dassen over de positieve krachten in de samenleving — dat het kabinet dat soort gesprekken voert. Dat het kabinet dus ook met mensen in de Wajong in gesprek gaat. Ik denk dat de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen dit vaak zal gaan doen, omdat je wilt weten hoe de plannen en ideeën die wij hebben, uitpakken in de praktijk. Je wilt weten — in de wetenschap dat het niet lukt om altijd voor elk individueel geval een probleem te voorkomen — hoe je een zo goed mogelijk beeld kunt krijgen van hoe iets werkt iets, hoe iets speelt en hoe iets leeft in een doelgroep, een organisatie of een uitvoeringsorganisatie, om daar dan je beleid en je voorstellen op te richten.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dat klinkt mij toch een beetje als: we gaan zelf bedenken hoe we de problemen waar we zelf verantwoordelijk voor zijn, gaan oplossen, en dan moeten we weer eens een nulmeting doen. Er zijn zo ongelofelijk veel maatschappelijke organisaties, in alle domeinen, die het antwoord allang klaar hebben. Mijn zorg is dat dit nieuwe kabinet op verschillende domeinen denkt: we gaan nog eens het gesprek voeren en nog eens inventariseren hoe het erbij staat. Dat geldt bijvoorbeeld voor de toeslagenouders, die nu met een nieuwe bewindspersoon te maken krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Groningers en dat geldt ook voor de landbouw. Op alle domeinen hoor ik: we moeten nog eens een nulmeting doen. Maar we weten al zo veel. Deze mensen verdienen het, net als elke andere Nederlander, om nú prioriteit te krijgen, zodat zij nú beter kunnen deelnemen aan de samenleving.

Mevrouw Hermans (VVD):
Hierover verschillen wij volgens mij niet van mening, want wat mij betreft zijn er geen nulmetingen nodig. Op heel veel onderwerpen weten wij al een heleboel. Op heel veel onderwerpen zit er inderdaad, precies zoals u zegt, heel veel kennis bij de organisaties, de brancheverenigingen en noem maar op, maar ook gewoon in het land, in de samenleving. Dat zien we in de mails die we krijgen. Dus nulmetingen: nee. Maar wel die kennis daar ophalen, daar vandaan halen, want die ons kan helpen om onze besluiten beter te maken. Overigens moeten wij ons als 150 Kamerleden ook verdiepen in die kennis, om onze controlerende taak beter, scherper en praktischer te kunnen inrichten.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik ben ontzettend blij met dit antwoord van mevrouw Hermans. Het betekent dat ook zij vindt dat niet alleen het kabinet, maar ook wij als Kamer ons oor echt vaker te luisteren moeten leggen bij de mensen waar het daadwerkelijk over gaat. Ik kijk ernaar uit om dat samen te doen.

Ik wil heel even met mevrouw Hermans terug naar het debat eerder vandaag. In het akkoord staan de volgende zinnen: "We willen dat iedereen in Nederland vrij kan zijn. Vrij om te zijn wie je bent. Vrij van discriminatie en racisme". "Daarom voeren we een actief emancipatie- en antidiscriminatiebeleid". "Een democratische samenleving kan alleen functioneren als we een grens trekken als vrijheden van de ander worden bedreigd, als iedereen meedoet en discriminatie wordt bestreden. Voor homohaat, antisemitisme, moslimhaat, vrouwenhaat, (online) seksuele uitbuiting, eerwraak, genitale verminking …" — enzovoorts enzovoorts, allemaal even belangrijk, maar omwille van de tijd slik ik het even in — "… is geen plaats in onze samenleving".

Tot mijn grote vreugde heb ik mevrouw Hermans vanmorgen fel van leer zien trekken toen een aantal van deze zaken juist hier in deze zaal plaatsvonden. Toch wil ik met haar nog van gedachten wisselen over wat wij nou kunnen doen. Als wij hier als Kamer zeggen dat wij bedrijven die dit doen niet accepteren, als wij zeggen dat wij daar als overheid geen zaken mee doen, als wij zeggen dat wij het strafrecht op dit punt moeten aanpassen, als wij zeggen dat wij een meerjarig plan gaan opstellen ter bestrijding van alle vormen van discriminatie, haatzaaien en racisme en dat we gaan optreden tegen organisaties die zich schuldig maken aan discriminatie of racisme — even voor de mensen thuis die het document niet voor hun neus hebben — met boetes en een meldplicht voor discriminerende handelingen ...

De voorzitter:
En uw vraag, even concreet, naar mevrouw Hermans?

Mevrouw Simons (BIJ1):
Mijn vraag is concreet de volgende. Mevrouw Hermans en ik delen, als mijn indruk juist is, de frustratie over het gegeven dat dit zich hier in de Kamer aan de lopende band voordoet. In alle oprechtheid wil ik met mevrouw Hermans van gedachten wisselen over wat wij daaraan nou concreet kunnen doen. Politieke organisaties zijn ook organisaties. Er is een enorme breedte voor zaken die in deze zaal gezegd kunnen worden, maar ook daar zitten grenzen aan. Heeft mevrouw Hermans hier misschien een concreet idee over?

De voorzitter:
Mevrouw Hermans.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dit is inderdaad een onderwerp dat zich vandaag helaas al gemanifesteerd heeft in dit debat. U somt een hele lijst maatregelen en acties op waarvan deze coalitie heeft gezegd: dat moeten we in elk geval doen. En: dat zijn de dingen die we kunnen doen om paal en perk te stellen aan discriminatie en racisme, wat helaas nog steeds onderdeel is van deze samenleving. U vraagt wat wij als politiek, met 150 Kamerleden, kunnen doen. Volgens mij is dat precies wat we vanochtend hebben gedaan. Dat moeten we vaker doen. Als we het horen, als het gezegd wordt, dan moeten we opstaan, moeten we ons ertegen uitspreken en moeten we een grens stellen. Zo geven we een voorbeeld aan Nederland, aan de samenleving, van wat we hier normaal en niet normaal vinden en van hoe we met elkaar omgaan.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dat voorbeeld geven brengt mij bij een ander hoofdstuk in het akkoord: integratie en inburgering. Op enig moment wordt gesteld dat integratie een wederkerig proces is. Vervolgens zien we een opsomming van wat we van de nieuwkomer verwachten. Als het over een wederkerig proces gaat, dan vraag ik me af waar ik kan lezen wat wij, als Nederlandse samenleving, gaan doen om die integratie te bevorderen. Ik vraag dat specifiek ook in het licht — en niet alleen vanwege de aanwezigheid van het xenofobe gedachtegoed hier in de Kamer — van de voorbeeldfunctie die wij hebben, zoals mevrouw Hermans net terecht zei, en dat wat wij hier tolereren, in de samenleving heel moeilijk af te keuren dan wel te sanctioneren valt.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik zoek even naar de vraag. Het gaat om de wederkerigheid?

Mevrouw Simons (BIJ1):
Het was een tweeledige vraag.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ja, precies. Ik vind het inderdaad iets wederkerigs. Mensen komen naar ons land toe om hier te wonen en te leven. We verwachten dan van hen dat ze de vrijheden en waarden die wij belangrijk vinden, respecteren en dat ze zich daar ook naar gedragen. Maar we vragen andersom ook van ons, van u, van mij, van iedereen in de Kamer en van iedereen in de samenleving, dat we openstaan voor die ander om hem of haar ook te laten integreren. Ik weet niet of je dat zo kan zeggen, maar ik hoop dat u begrijpt wat ik hiermee bedoel. Dat kan op heel veel manieren en dat kan zich in heel veel situaties voordoen. Daar gaat het mij om. We vragen iets van de ander. Dat vind ik ook terecht. Ik vind het belangrijk om de vrijheden die we hier hebben met elkaar te koesteren en te beschermen. Dat deden wij vanochtend hier in het debat ook. Dat was helaas nodig, maar dan doe je dat ook. Maar het betekent ook dat wij openstaan voor de persoon die bezig is met integreren en dat wij misschien ook eens helpen of een tip of een advies geven.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ja, en dat is mijn laatste interruptie. Als ik mevrouw Hermans goed begrijp, dan hoor ik een mooie intentie en vooral een oproep aan personen om ervoor open te staan. Ik vind het tekenend dat, als je in een regeerakkoord die wederkerigheid op tafel legt, ik nergens lees — los van een hoop opdrachten aan de nieuwkomer, zoals zo snel mogelijk deelnemen aan de samenleving en zo snel mogelijk aan het werk en de taal leren — dat de integratie niet goed kan lopen omdat hen dat in de praktijk vrijwel onmogelijk wordt gemaakt door allerlei restricties en regels waardoor ze niet aan de samenleving kunnen deelnemen. Dat wordt hier juist niet benoemd en daar ben ik naar op zoek. Wat moeten wij in ons systeem aanpassen, zodat we de eisen die we aan anderen stellen ook daadwerkelijk mogen stellen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik weet niet of ik het helemaal met u eens ben dat die wederkerigheid er niet in zit, want er staat ook iets in het regeerakkoord over anoniem solliciteren of open hiring. Ik realiseer me dat dat maar een deel is. Dat zijn weer instrumenten, middelen en maatregelen. Ik geloof erg in — en daarom lichtte ik dat er net uit — hoe wij ons opstellen, hoe wij openstaan en hoe wij ook soms die tip of dat advies willen geven. Daar zit wat mij betreft de wederkerigheid. Althans, dat is zoals ik die zou willen invullen, zoals ik daar met mijn fractie over spreek en zoals wij ook het voorbeeld willen geven.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ja, dan toch nog even. Fijn dat daar in de fractie aandacht voor is en ook fijn dat dat door de personen in die fractie zo gevoeld wordt. Dat neemt niet weg dat ik niets teruglees over het wegnemen van de barrières die nu bestaan in de realiteit van de mensen die hier nieuw het land binnenkomen, om daadwerkelijk z.s.m. aan de slag te gaan, naar school te gaan of een dagbesteding te vinden. Dat is mij niet concreet genoeg. Maar ik moet ook even terugkomen op een suggestie die ik in deze Kamer vaker heb gehoord en waarvan ik denk dat de meeste mensen denken dat die mij geruststelt. Ik ben absoluut niet voor anoniem solliciteren. Absoluut he-le-maal niet! Het laatste wat wij moeten doen om integratie en discriminatie uit te bannen en om wederkerig respect voor welke identiteit dan ook op te bouwen, is tegen mensen zeggen: je bent welkom, mits jij je identiteit thuislaat. Anoniem solliciteren lost het probleem niet op. Sterker nog, het legt het bij de gemarginaliseerde persoon tegen wie wij zeggen: je bent wel welkom als ik maar niet weet wie je bent.

De voorzitter:
En uw vraag aan mevrouw Hermans?

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dat even in antwoord op iets waarvan ik dacht dat het mij gerust diende te stellen. Maar het is eigenlijk een mooie opmaat naar de vraag die ik eigenlijk zo'n beetje voor de derde keer stel: welke concrete zaken gaan wij binnen ons systeem optuigen dan wel afbreken om er ook echt voor te zorgen ... En het is heel tekenend dat men denkt dat anoniem solliciteren een oplossing is. Daarin zit precies de crux van hoe wij ons denken moeten aanpassen. Wij moeten stoppen om de verantwoordelijkheid voor het oplossen van dit soort problemen te leggen — anderen noemen het "mislukte integratie" — bij degenen ...

De voorzitter:
Probeert u ...

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik neem net zo veel tijd als andere Kamerleden, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Zeker, maar ik probeer ...

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik maak het nu af.

De voorzitter:
Ik probeer u alleen te helpen. Als u een concrete vraag stelt, krijgt u hopelijk ook een concreet antwoord. Ik probeer u dus te helpen.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik ben ontzettend blij dat er eindelijk een opening is gevonden om heel basaal te spreken over perspectieven wanneer we het over dit soort zaken hebben. Het perspectief van de gemarginaliseerde persoon en het perspectief van de nieuwkomer is dus: ik mag wel solliciteren, maar dan moet ik mezelf thuislaten. Als we die gedachtegang even plakken op de oplossingen die nodig zijn om tot een succesvolle integratie te komen als zijnde een wederkerig iets, dan ben ik dus op zoek naar welke systemen wij volgens mevrouw Hermans — ik heb daar zelf ideeën over — zullen moeten afbreken om er ook voor te zorgen dat mensen daadwerkelijk mee kunnen doen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik noemde een instrument. Je kunt inderdaad een debat voeren of dat helpt en of dat nou wel de oplossing is. Ik denk dat er inderdaad veel meer nodig is dan alleen maar daarnaar kijken. In dit akkoord zitten bijvoorbeeld investeringen in het onderwijs en die zijn ook echt gericht op de kansenongelijkheid. Ik vind het vervelend en het is hard om te zeggen, maar dat raakt ook de groep waar u het over hebt, de groep die vaak het gevoel heeft gediscrimineerd te worden en die dat misschien ook wel daadwerkelijk wordt. Dus daar op scholen aandacht voor hebben in het burgerschapsonderwijs, maar ook gewoon in de sociale sfeer die op een school en in een school wordt gecreëerd, is daar volgens mij een belangrijke randvoorwaarde voor.

Het punt dat ik wil maken, is ... Het afbreken van systemen doet veronderstellen dat je een organisatie of een instituut afbreekt en dat het dan weg is. Dat geloof ik niet. Daarom zit voor mij dat wederkerige zo in hoe wij ons opstellen. Hoe kijken wij naar hoe we hier met elkaar omgaan in dit land? En hoe helpen we dus ook iemand die heel graag wil, die zijn best wil doen, die hard werkt of heel graag hard zou willen werken? Hoe kunnen we helpen en ervoor opstaan dat we diegenen ook toelaten in onze samenleving? Dát is wat ik bedoel met de wederkerige verantwoordelijkheid die wij hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Paternotte. Daarna hebben we mevrouw Ouwehand, de heer Eerdmans en mevrouw Den Haan. En tot slot heeft de heer Azarkan nog een vraag. Daarna gaan we weer verder. Dit is de volgorde.

De heer Paternotte (D66):
Toen ik me een uurtje geleden meldde, had ik nog niet helemaal door dat mevrouw Hermans nog niet eens begonnen was aan het hoofddeel van haar betoog. Ik ben inmiddels wel nieuwsgierig geworden, maar goed: toch maar eventjes deze interruptie. Anders komen er toch nog wel andere achter vandaan.

Ik wil even naar Groningen, want op ongeveer onze laatste werkdag heeft de minister van Economische Zaken nog bekendgemaakt dat de gaskraan in Groningen toch weer verder open zou moeten. Dat was voor heel veel Groningers een donderslag bij heldere hemel. We zagen door die fakkeloptocht wat dat met heel veel mensen deed en welk signaal ze op die vurige manier wilden afgeven. Mijn idee is dat we ervoor moeten zorgen dat elke kuub gas die onder de grond kan blijven in Groningen, ook onder de grond blijft. Mijn vraag is of de VVD dat uitgangspunt met ons deelt.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dat uitgangspunt deel ik. Ik deel ook de inleidende woorden van de heer Paternotte. De beelden van het afgelopen weekend en de frustratie en boosheid die we gezien hebben, begrijp ik. We hebben het hier al vaak gehad over een betrouwbare overheid. Volgens mij heeft dat vertrouwen in de afgelopen periode weer een deuk opgelopen. Ik deel het uitgangspunt, maar ik vind tegelijkertijd dat we ook voorzichtig moeten zijn met wat we beloven. Ja, ik deel het doel en de afspraak die we gemaakt hebben, namelijk dat de gaswinning naar nul moet. Daar sta ik voor honderd procent achter. Alles wat we kunnen doen en wat binnen onze macht ligt om dit besluit voor elkaar te krijgen, moeten we doen.

Ik zit even te twijfelen. In mijn inbreng, waar ik inderdaad nog aan moet beginnen, heb ik een vraag hierover aan het kabinet, maar ik zal die nu stellen in reactie op uw interruptie. Wat ik zo lastig vind aan wat hier gebeurd is, is het volgende. Het kabinet heeft op enig moment een brief gestuurd aan de Kamer waarin het iets gezegd heeft over de hobbels die we tegenkomen op weg naar het terugbrengen van de gaswinning. Wat zou zich voor kunnen doen waardoor we mogelijk niet helemaal het pad kunnen lopen dat we bedacht hadden? De vertraging van de bouw van de stikstoffabriek stond daarin. Dat wisten we. Er stond ook iets in over de leveringszekerheid en koude winters. We zitten nu wel in de winter, maar de kou van vorig jaar hebben we nog niet meegemaakt. Het punt over de contracten en het leveren aan Duitsland was in elk geval voor mij nieuw, maar misschien heb ik iets gemist. Dat is precies mijn punt. Ik vind dat we op moeten passen met wat we beloven, maar ik deel het uitgangspunt. Ik vraag het kabinet om eerlijk en realistisch te zijn over wat we nog tegen kunnen komen op weg naar het nakomen van die afspraak en belofte. Wees er alsjeblieft tijdig duidelijk over als zich tegenslagen voordoen. Die zijn niet leuk. Ik weet dat we die in de Kamer niet willen horen, maar ik hoor ze liever op tijd dan dat we erdoor overvallen worden.

De heer Paternotte (D66):
Die oproep is heel goed. Je moet geen dingen beloven waarvan je niet zeker weet of je ze later kunt waarmaken. Het klopt dat we niet gaan over de gaskraan in Rusland. Dat is ook precies waarom we ervoor moeten zorgen dat we niet meer afhankelijk worden van gas uit het buitenland en waarom we onze economie moeten verduurzamen. Maar kunnen we met Duitsland om tafel over die afspraken om te zien of het toch niet minder kan? Kunnen we niet meer stikstof importeren als het niet op tijd uit onze fabriek kan komen? Kunnen we niet om tafel met de grootverbruikers in Nederland? Mijn vraag is of mevrouw Hermans mijn oproep aan het kabinet deelt om dat allemaal te doen, om het onderste uit de kan te halen, zodat we ervoor kunnen zorgen dat er zo veel mogelijk gas onder de grond in Groningen kan blijven zitten.

Mevrouw Hermans (VVD):
Absoluut. Die vraag en inzet deel ik. We moeten het kabinet vragen om alles op alles te zetten om datgene te doen wat binnen onze macht ligt en wat we kunnen doen om zo veel mogelijk, en het liefst natuurlijk alles, onder de grond te houden. Ik wil dat zij ons gaandeweg duidelijk en eerlijk informeren over hoe dat loopt en wat de uitkomsten zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ga mijn vraag bewaren totdat mevrouw Hermans haar hele bijdrage heeft kunnen uitspreken, want misschien helpt dat. Maar ik sloeg even aan op het minidebatje over Groningen. Ik moet toch even kwijt dat ik me kan voorstellen dat de nieuwe fractievoorzitter van de VVD zegt: dat punt over die leveringszekerheid was nieuw voor mij. Maar de VVD zat wel in het kabinet dat alle vragen van de Kamer daarover heeft afgewimpeld. Dat is een heel pijnlijk punt geweest. Wat is nou belangrijker: de veiligheid van de inwoners van Groningen of die contracten? Daar is uitvoerig over gedebatteerd. Ik vind het pijnlijk dat we in dit stadium opnieuw het debat moeten voeren over wat we zouden kunnen doen om de veiligheid beter te beschermen. Dat hebben we geprobeerd, maar het kabinet gaf niet thuis.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik wil even precies zijn. Het argument van de leveringszekerheid kende ik. Dat hebben we heel vaak gewisseld. Het ging mij om de contracten en de afspraken over het leveren aan Duitsland. Om dat specifieke punt ging het. Ik doe, met terugwerkende kracht, de oproep om daarover tijdig, eerlijk en realistisch met de Kamer te communiceren. Het is nu te laat. Maar het zou veel en veel beter geweest zijn, vandaar mijn reactie op de heer Paternotte. Ik deel dat we alles op alles moeten zetten en dat het kabinet de inspanningsverplichting heeft om alles uit te zoeken wat er kan, wat er mogelijk is, om zo veel mogelijk, en het liefst alles, onder de grond te houden. Maar als daar dan tegenslagen zijn, laat het ons alsjeblieft weten, en op tijd! Dan vind ik het nog steeds niet leuk, maar ik hoor het liever op tijd, en eerlijk en duidelijk.

De voorzitter:
De heer Eerdmans? Nee? Dan kijk ik even naar mevrouw Den Haan. Daarna gaat u verder met uw betoog, mevrouw Hermans. Mevrouw Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Ik wil toch graag nog even terugkomen op de ouderenzorg en de jeugdzorg. Het is natuurlijk altijd een nadeel als er wat interrupties tussen zitten, maar zo werkt het nou eenmaal. Wat zich hier volgens mij wreekt, is een gebrek aan visie. Ik wil toch heel graag iets duidelijk maken, ook vanuit mijn persoonlijke ervaring. Ik draai in de weekenden diensten mee in een revalidatiecentrum in een verpleeghuis. Ik snap heel goed dat die 400 miljoen, die eigenlijk toegekend was om een punt uit het kwaliteitskader vorm te geven, niet uitgegeven kan worden, want de mensen zijn er simpelweg niet. Maar om het geld dan weg te halen, dat vind ik wel heel verdrietig. Tijdens bijvoorbeeld een dagdienst op zondag staan we met vier mensen op 28 zware revalidatiepatiënten. Zij zijn dan ontzettend blij dat ik als vierde ben toegevoegd om de mensen onder de douche te kunnen doen, zodat ze één keer in de week onder de douche zijn geweest. Ze zeggen dan: dank u wel, zuster, u heeft mijn week goedgemaakt. Ik vind dat echt heel verdrietig. Ik zou dus graag willen dat die 400 miljoen ingezet zou worden om te kijken hoe we er dan op een andere manier wel voor kunnen zorgen dat deze mensen de zorg krijgen die nodig is.

Datzelfde geldt voor kwetsbare kinderen in de jeugdzorg. Meneer Klaver gaf al aan dat er ouders zijn die naast hun kind slapen om ervoor te zorgen dat dat kind er 's ochtends nog wel is. Ik heb die ervaring. Dat is heel verdrietig. Als je kind iets mankeert, zware PTSS heeft, en je een jaar lang moet wachten op gespecialiseerde zorg, terwijl het na vijf, zes weken eigenlijk wel weer heel erg goed zou gaan op het moment dat die gespecialiseerde zorg er geweest zou zijn, dan is dat ongelofelijk pijnlijk. Om dan te zeggen dat je 500 miljoen wil bezuinigen en aan organisaties, gemeentes, te vragen hoe dat dan te doen, dat vind ik echt heel erg schrijnend, zeker omdat, nogmaals, hier de visie ontbreekt. Je moet eerst uitgaan van de vraag: wat voor soort zorg wil je leveren? Wat voor soort jeugdzorg wil je leveren? Dan kunt u zeggen dat er wel geld naar klimaat gaat om onze wereld door te geven aan de volgende generaties, maar als we zo doorgaan in de jeugdzorg, dan zijn een heleboel kinderen van die volgende generatie er niet meer. Met klem vraag ik u echt: kijk eerst naar een visie, kijk dan hoeveel geld daarvoor nodig is en kijk dan of dat beschikbaar gesteld kan worden.

Mevrouw Hermans (VVD):
Zo'n persoonlijk verhaal is altijd aangrijpend om te horen. Dit is precies de vorm van jeugdzorg, voor de allerkwetsbaarsten, waar ik het ook niet acceptabel van vind dat iemand daar een jaar op moet wachten, juist als je ziet dat het na die zorg na een paar weken al beter gaat. Dat wil niet zeggen dat het beter is, maar dat het in elk geval al beter gaat. Daarom vind ik het ook goed dat we extra investeren in de jeugdzorg en dat er flink extra geld naar gemeenten gaat voor de jeugdzorg, juist voor deze allerkwetsbaarsten. Wat die visie op de lange termijn betreft vind ik ook dat wij ons met elkaar de vraag moeten stellen wat precies wel en niet jeugdzorg is. Dat geldt absoluut voor dit voorbeeld van gespecialiseerde jeugdzorg voor kwetsbare kinderen, maar er zijn ook vormen van jeugdzorg waarover we met elkaar het debat moeten voeren of het wel jeugdzorg is en of het in deze omvang en op deze manier georganiseerd moet blijven worden. Het is de achterliggende gedachte van deze coalitie geweest om deze afspraken zo te maken. Ik zie ook dat daar nu discussie over is en dat er getwijfeld wordt of dit gehaald kan worden. Precies daarom stel ik de vraag aan het kabinet om te onderbouwen hoe die 50 miljoen kan worden ingevuld. Maar dat de zorg voor die kwetsbaren geregeld moet worden en dat die ellenlange wachtlijsten moeten worden opgelost, ben ik van a tot z met mevrouw Den Haan eens.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog. Ik kan eigenlijk beter zeggen: u start uw betoog op.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ja, en ik zal proberen iets van wat ik al gezegd heb in de interrupties, eruit te laten. Ik had het over dat ingewikkelde vooruitkijken terwijl we in die coronacrisis zitten. Het is ingewikkeld, maar we moeten het wel doen. Het is nu 16.35 uur. Wij voeren hier een debat over de plannen van dit kabinet voor Nederland. Buiten dit gebouw, de hele dag al, draait Nederland intussen volop door, ondanks alle coronabeperkingen. Want dat is Nederland; dat ís ons land. Ons land draait op de inzet van al die mensen die er iets van willen maken. Op dit moment — gelukkig mag het weer — rennen kinderen over voetbalvelden, korfbalvelden en over allerlei andere plekken waar gesport wordt. Dat doen ze om hun energie kwijt te kunnen na een dag op school, en ze worden daarbij begeleid door vrijwilligers en ondersteund door allerlei andere mensen. Op dit moment loopt een wijkagent door de buurt en belt hij aan bij een gezin waar is ingebroken om te vragen hoe het gaat, trainen militairen om klaar te zijn op het moment dat hun inzet voor vrede en veiligheid gevraagd wordt, waar ook ter wereld, en opent iemand een brief — het is jammer dat mevrouw Simons er nu niet is — en leest deze teleurgesteld dat hij of zij opnieuw is afgewezen voor een baan, met het knagende gevoel dat zijn of haar achternaam weleens de reden kan zijn. Op dit moment wordt er op tal van locaties volop geboosterd en getest, zitten ondernemers gebogen over hun boekhouding en knokken ze om hun hoofd boven water te houden, en rennen verpleegkundigen en artsen in ziekenhuizen de benen uit hun lijf om naast alle coronazorg operaties, chemokuren en andere belangrijke zorg gewoon door te laten gaan. Op dit moment zoeken starters, jonge gezinnen en ook ouderen even snel dat dagelijkse kwartiertje, maar helaas vaak wel tevergeefs, op Funda op zoek naar een huis. Op dit moment begint een buschauffeur in Ter Apel aan zijn dienst en hoopt hij erop geen overlast in zijn bus te ervaren, rijden aannemers en elektriciens in busjes door het land om daken te isoleren en zonnepanelen te installeren, en is een dochter intens verdrietig over het verlies van haar moeder. Op dit moment zijn heel veel mensen thuis aan het werk in geïmproviseerde werkkamers, en zitten opa's en oma's thuis, terwijl dinsdag eigenlijk hun vaste oppasdag is. Op dit moment dwalen de gedachten van mensen af en zijn ze bezorgd over hoe het nu verdergaat met corona en al die andere dingen die op ons afkomen, en vragen ze zich vooral af: kan ik het straks nog wel betalen?

Voorzitter. Voor al die Nederlanders sta ik hier. Voor hen heeft mijn fractie dit akkoord gesloten. Het is een groep die op zo veel verschillende manieren omschreven wordt: de middengroepen, de hardwerkende Nederlander, de stille meerderheid, de ruggengraat van onze samenleving, of gewoon al die normale, gewone mensen in Nederland die er iets moois van willen maken met elkaar. Voor hen zal mijn fractie de komende jaren blijven vechten. Want ook al is vooruitkijken echt lastig als de deuren dicht zijn, toch moet de politiek het doen. We moeten vooruitkijken naar de toekomst. De vraagstukken die op ons afkomen die een mooie toekomst in de weg staan, moeten we met beide handen aanpakken. Denk aan vraagstukken zoals het de kop indrukken van ondermijnende criminelen, het beschermen van onze grenzen en onze waarden, en het versterken van onze ondernemers en gezinnen. Dan kunnen we niet wegkijken en denken: ach, het komt wel. Dan kunnen we niet constateren dat er een probleem is, commentaar leveren en niks doen. Nee, dan moeten we eropaf. Dan benoemen we het probleem en moeten we keuzes durven maken en aan de slag. Dat zijn wij aan Nederland verplicht, om ervoor te zorgen dat al die mensen een fijn en veilig leven kunnen leiden, dat het leven voor volgende generaties weer beter wordt, dat we die onuitgesproken afspraak, dat je hier in Nederland een goed leven kunt leiden en met je best doen een stapje vooruit kunt zetten, in ere herstellen, en dat er een overheid is die zorgt voor veiligheid en zekerheid.

Precies om dit voor elkaar te krijgen, heb ik de afgelopen maanden onderhandeld en alles op alles gezet om goede afspraken te maken. Het zijn afspraken en ambities die soms verder reiken dan één kabinetsperiode. Grote vraagstukken als het aanpakken van die ondermijnende criminaliteit, het beperken van migratie en het oplossen van het klimaatvraagstuk of het woningtekort vragen nu eenmaal om een aanpak van de lange adem, en om investeringen die over de grenzen van één kabinetsperiode heen gaan. Over vier jaar zullen we op sommige onderwerpen verder zijn dan op andere, maar een beweging moet in gang gezet zijn. Ik realiseer me dat we daarbij onderweg van alles tegenkomen, bijvoorbeeld of het gaat lukken om voldoende mensen te vinden om onze ambities te realiseren, maar ook obstakels en kansen die we nu nog niet kennen. Daar moeten we dan mee omgaan, en die leiden er wellicht toe dat sommige dingen langer duren en andere misschien wel verrassend snel gaan. Maar vandaag is wel een keerpunt, want we zetten de eerste stappen op weg naar het realiseren van onze ambities.

En als het dan straks 2025 is, het einde van deze kabinetsperiode, wat zou ik dan trots zijn als ik hier kan staan en tegen Nederland kan zeggen dat het ons gelukt is om grote criminele bazen het leven zuur te maken, doordat we ze sneller op kunnen sporen en ze strenger kunnen straffen, dat er meer agenten en rechercheurs zijn om georganiseerde drugscriminaliteit te lijf te gaan, en dat je veilig over straat kan, kortom, dat het ons gelukt is om Nederland nog veiliger te maken. En wat zou het mooi zijn als we in 2025 kunnen zeggen dat alle hardwerkende mensen, alle ondernemers, maar ook alle ouderen, die decennialang hun bijdrage aan de samenleving hebben geleverd, iedere maand genoeg overhouden om een fijn leven te leiden.

Voorzitter. Dit regeerakkoord doet daar een heleboel voor, natuurlijk met 3 miljard lastenverlichting, maar we helpen gezinnen ook op andere manieren: door het nagenoeg gratis maken van de kinderopvang en het verlagen van de energiebelasting, juist bedoeld om onze aanpak voor het realiseren van onze klimaatambities betaalbaar te houden. Daar is al heel veel over gezegd. Ik wil het toch nog een keer benadrukken: ook de VVD-fractie is niet doof voor alle onrust bij ouderen en ik begrijp heel erg goed dat berichten over hoogte, indexatie en koppeling alles bij elkaar zorgen baren, zeker als je dan ook nog eens de inkomenseffecten ziet in de plaatjes van het CPB en vandaag ook van het Nibud. Laat duidelijk zijn dat we daarvoor in het coalitieakkoord een uitgangspunt hebben afgesproken; dat heb ik vandaag al heel vaak gezegd. Dat uitgangspunt is: een positief en evenwichtig koopkrachtbeeld voor iedereen. Dat zien we nu niet terug in die doorrekeningen. Daar moet het kabinet dus naar kijken. Graag een reactie van het kabinet en graag voorstellen en ideeën van het kabinet: hoe gaan we om met de plaatjes die we nu zien en hoe zorgen we dat we invulling geven aan de afspraak in het coalitieakkoord, een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld?

Voorzitter. Ik had het over de stappen die dit kabinet gaat zetten, ook op het ingewikkelde maar belangrijke migratiedossier. Wat is het ook belangrijk dat we hier serieus mee aan de slag gaan, zodat we in 2025 in Europa afspraken hebben kunnen maken over een beter gemeenschappelijk asielbeleid, waarbij we al aan de buitengrenzen bepalen wie recht heeft op asiel en wie niet, en zodat het ons lukt om ervoor te zorgen dat mensen niet meer op die enge, gammele bootjes van mensensmokkelaars stappen en de oversteek maken naar Europa maar dat ze worden opgevangen in de regio. Die opvang moet fatsoenlijk zijn, waarbij wij een beperkt aantal mensen vanuit daar op uitnodiging naar Europa, naar Nederland, halen. Dat zal hard werken worden en ik weet ook dat Nederland dit niet alleen in de hand heeft. Dat moeten we doen in Europa, met 27 lidstaten. Als dat niet lukt, moeten we intussen ook werken aan het vormen van een kopgroep die in crisistijd in actie kan komen.

Voorzitter. We zijn afhankelijk van andere landen, maar we kunnen gelukkig ook een paar dingen zelf om het asielbeleid te verbeteren. Daarom hebben we een paar scherpe afspraken gemaakt over wat er in Nederland gaat gebeuren. We pakken overlastgevers aan en met een stevig pakket maatregelen zorgen we ervoor dat asielzoekers die weg moeten en weg kunnen, ook daadwerkelijk teruggaan naar hun eigen land.

Voorzitter. Ik wil in 2025 nog een aantal andere dingen tegen Nederland kunnen zeggen, namelijk dat we in de zorg beter voorbereid zijn op de grilligheden die een pandemie met zich meebrengt, dat we er bedden bij kunnen zetten als dat nodig is, dat we beschermingsmiddelen, bijvoorbeeld mondkapjes, dichter bij huis kunnen maken, net zoals medicijnen, dat we in het onderwijs zien dat de prestaties in rekenen, lezen en schrijven verbeteren en dat kinderen op school ook worden voorbereid op het leven van alledag en weten wat er van hen wordt verwacht in de samenleving. Ik wil dan óók kunnen zeggen dat steeds meer huizen geïsoleerd zijn, of je nu een eigen huis hebt gekocht of dat je het huurt, dat er zonnepanelen zijn of een warmtepomp, dat de voorbereidingen voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales in volle gang zijn, dat we gewoon goed op weg zijn om die klimaatdoelstellingen te halen, dat we met veel boeren in Nederland afspraken hebben gemaakt over hun toekomst, dat onze natuur er beter voor staat én dat we zien dat er in 2025 beweging is op de huizenmarkt, omdat we aan het bouwen zijn geslagen.

De voorzitter:
Ik laat mevrouw Hermans even haar verhaal afmaken. Dat hadden we afgesproken.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dat is nog best een stukje.

De voorzitter:
U twijfelt zelf en het is nog best een stukje. Dan kijk ik ook even naar mevrouw Ouwehand, want die had gezegd dat ze eerder wilde interrumperen. Vindt u het goed als de heer Wilders eerst gaat? Oké, de heer Wilders, PVV, en daarna mevrouw Ouwehand.

De heer Wilders (PVV):
Ik wil even terug naar het vorige blokje van mevrouw Hermans, toen zij sprak over veiligheid en immigratie. Het is natuurlijk mooi wat u zegt, maar is het ook waar? Mevrouw Hermans, ik zou u willen vragen of u enig idee heeft wat uw nieuwe kabinet-Rutte IV de komende jaren uitgeeft aan de politie en aan asielzoekers.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dit kabinet investeert in veiligheid en in defensie. Daarmee investeren we in de politie. De vraag wat we uitgeven aan asielzoekers moet de heer Wilders dan even wat nader duiden.

De heer Wilders (PVV):
De vraag was of u weet — het is uw plan, niet dat van mij — wat u dit jaar en volgend jaar in uw plannen uitgeeft aan het versterken van de politie en aan asiel? Heeft u enig idee wat er in uw eigen plannen staat?

Mevrouw Hermans (VVD):
In de plannen van deze coalitie staat dat we flink investeren in veiligheid. Dat komt overigens bovenop investeringen die deze zomer al zijn gedaan. In die investeringen zit geld voor politie, voor onze diensten en voor het COA en de IND om procedures te kunnen versnellen.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw weet duidelijk niet waarvoor ze zelf heeft getekend. Ik zal het u vertellen. Dit jaar heeft u getekend voor 50 miljoen euro voor het versterken van de politie en voor 360 miljoen euro voor de hogere asielinstroom. Als je daar de IND bij optelt, dan is het 400 miljoen euro. Volgend jaar geeft u aan de politie 100 miljoen euro uit en geeft u 450 miljoen euro uit — dat is opnieuw het vier- of vijfvoud — aan meer asielzoekers, het COA, de IND en noem maar op. U heeft mooie praatjes. U zegt hier wel dat de politie meer moet krijgen, maar de politie krijgt er dit jaar en volgend jaar een kruimel bij. U geeft bakken met geld uit aan de hogere instroom van asielzoekers. Leg dat nog eens uit.

Mevrouw Hermans (VVD):
Als de heer Wilders deze cijfers opleest, dan zou het hem sieren als hij ook de cijfers noemt van wat er deze zomer bij is gekomen bij de politie. Uit mijn hoofd komt er dan nog eens 300 miljoen bij.

De heer Wilders (PVV):
Het is echt totale onzin om het te hebben over wat er eerder dit jaar is gedaan. Dat was het vorige kabinet. Ik vraag u wat u nu heeft afgesproken. U staat hier en u zegt in de microfoon: ik ben trots, want als VVD hebben we extra geïnvesteerd in de politie, omdat Nederland veiliger moet worden. U zei letterlijk: de immigratie moet strenger. Uit de cijfers van het CPB blijkt — het staat gewoon op pagina 12 — dat u dit jaar en volgend jaar 400 en 500 miljoen uitgeeft aan meer asiel en 50 miljoen aan de politie. Dat is niet in verhouding. U maakt Nederland niet veiliger. U laat de halve wereld Nederland binnenkomen. U laat de grenzen alleen maar openstaan. U weet dat de vorige staatssecretaris de boel heeft voorgelogen door te doen alsof er zo veel asielzoekers komen dat er een aanwijzing nodig was. Wat doet de VVD, de oude partij van law and order? Die geeft een kruimel aan de politie en die geeft het COA honderden miljarden voor al die asielzoekers. Dat is wat u doet. Wees eerlijk tegen de mensen thuis, want ze zien u als iemand die de waarheid niet vertelt.

Mevrouw Hermans (VVD):
De hogere uitgaven aan asiel zijn het gevolg van een hogere instroom. Dat is ongetwijfeld wat de heer Wilders hiermee wil zeggen. In dit kabinet hebben we juist afspraken gemaakt over de hogere instroom. We willen meer grip krijgen op wie er naar ons land toekomen. Daarvoor zijn we wel afhankelijk van afspraken die we in Europa kunnen maken. Ja, dan komt de heer Wilders met de makkelijke oplossing om de grenzen dicht te gooien of uit Europa te stappen. Nee, ik ben niet van die politiek. Daar is de VVD niet van. Wij gaan dus in Europa met 27 landen aan de slag om dat gemeenschappelijk Europees asielbeleid voor elkaar te krijgen. Als we zien dat dat met die 27 landen niet snel genoeg gaat, dan gaan we een kopgroep vormen. Dat is één.

Het tweede gaat over wat de heer Wilders zei over de politie. Ik blijf erbij dat als hij cijfers aan mij voorleest, hij dan wel het totale plaatje moet schetsen. In het debat van september, bij de Algemene Beschouwingen, is er extra geld naar de politie gegaan, volgens mij mede met steun van de PVV. Dat is structureel extra geld.

De heer Wilders (PVV):
Praatjes, praatjes en nog eens praatjes. Dat is wat u heeft, maar de feiten zijn gewoon anders. U laat iedereen binnen. Als we moeten wachten tot Europa het doet, dan kunnen we tot sint-juttemis wachten. We wachten al jaren sinds uw partij, de VVD, zegt: we doen het met Europa. Ondertussen stromen de asielcentra vol. Ik ben in Ter Apel geweest. U wil niet zien wat daar gebeurt. Het hele dorp wordt overstroomd door allemaal gelukszoekers en de rest van Nederland ook. Nogmaals, uw eigen VVD-staatssecretaris heeft Nederland voorgelogen door met een aanwijzing zonder juridische grond te doen alsof de gemeenten verplicht waren om ze op te nemen. Er komen er zo veel binnen, omdat u op Europa wacht. De PVV zegt inderdaad: "Wacht niet op Europa. Dat gaat nog tot sint-juttemis duren." We moeten dus zelf ons immigratiebeleid bepalen en niet wachten op Europa. We moeten investeren in de politie. Weet u waarom we moeten investeren in de politie? Om al het tuig dat u ons land binnenhaalt, onder controle te houden. Ik heb het gezien. Ik heb het gezien in Ter Apel, waar oude vrouwtjes door asielzoekers uit hun rolstoel werden geduwd en waar in de winkels iedere dag opnieuw mensen werden gearresteerd. Maar 's avonds stonden ze er weer te jatten. Vrouwen werden achtervolgd en verkracht. Dat gebeurt allemaal in Nederland. En omdat u die mensen toelaat, om uw rotzooi op te ruimen, hebben we de politie nodig. U geeft geen boter bij de vis: minstens 10.000 agenten en de grenzen dicht. En als u dat niet doet: praatjes, praatjes, praatjes.

Mevrouw Hermans (VVD):
Meneer Wilders, die overlastgevende asielzoekers … U gebruikte al even het woord "gelukszoekers". Daar walg ik ook van. Daar moet keihard tegen opgetreden worden. Want een buschauffeur kan niet bang in de bus stappen. In de supermarkt moet je veilig je boodschappen kunnen doen. Dat ben ik honderd procent met u eens. Ik vind ook, de VVD vindt ook, dat we meer controle en grip moeten krijgen op wie er hiernaartoe komen. Daar zullen we in Europa afspraken over moeten maken. Maar nu dan even over die gelukszoekers die hier in Nederland zijn. Mensen die hiernaartoe zijn gekomen en waarvan wij na een procedure zeggen dat ze hier niet mogen zijn, moeten terug naar hun land. Als ze terug kunnen, moeten ze ook terug. Daar maakt dit kabinet stevige afspraken over. We maken een pakket van maatregelen, zodat we daar veel harder tegen kunnen optreden. Daar sta ik achter. Ik kom zo meteen bij mijn vragen aan het kabinet. Ik wil een planning zien van wat het kabinet wanneer gaat doen. U kunt ervan op aan dat de VVD wil dat deze acties, deze maatregelen, met voorrang en snelheid naar dit parlement toe komen.

De heer Wilders (PVV):
Als we één ding hebben geleerd, dan is het dat we in ieder geval niet van de VVD op aan kunnen als het gaat om immigratie. U laat iedereen binnen en dan zegt u: ze moeten allemaal terug als ze hier niet mogen zijn. Maar het beste wat u kunt doen, is ze gewoon niet binnenlaten! Alles wat je binnenlaat, gaat er nooit meer uit. Wat er binnenkomt, gaat er nooit meer uit. Dat is de les die we kunnen leren. Maar nog even over dezelfde cijfers: wat investeert u in de Dienst Terugkeer en Vertrek? 1 miljoen euro in 2022 en 1 miljoen euro 2023. Nogmaals, bij het COA, de mensen die binnenkomen, gaat het om 360 miljoen in 2022 en 298 miljoen in 2023. En 1 miljoen voor terugkeer. Weet u waarom dat is? Omdat ze natuurlijk niet teruggaan! Die gaan niet terug. Die vreten hun paspoort op, of weet ik wat ze allemaal doen. Die gaan niet terug. De enige manier om te zorgen dat Nederland veiliger wordt en we niet al dat tuig en die gelukszoekers Nederland binnen krijgen, is door ze Nederland niet binnen te laten. Kent u dat woord: niet binnenlaten. Schrijf dat maar eens 100 keer op.

Mevrouw Hermans (VVD):
Het aantal mensen dat naar Nederland komt, moeten we onder controle krijgen. Daar moeten we meer grip op krijgen. Dat heb ik net al tegen de heer Wilders gezegd. Er zijn hier nu wel mensen in Nederland. Dat zijn gewoon afspraken die internationaal gelden. Ik weet dat dat de heer Wilders helemaal niks interesseert, maar de VVD is een partij die zich wel houdt aan verdragen en afspraken die we juridisch gemaakt hebben. Dus deze mensen hebben hier asiel aangevraagd en moeten hier door procedures. Die procedures moeten sneller. Daarom investeren we in de IND. En ja, we investeren in de DT&V, maar we investeren breder, bijvoorbeeld ook in het OM, omdat een van onze maatregelen in het pakket van terugkeermaatregelen is dat mensen die hier zijn en die terug moeten en terug kunnen, ook terug moeten. Als zij niet meewerken aan hun vertrek, kan dat ertoe leiden dat wij hen ongewenst gaan verklaren en dat we dat ook gaan bestraffen. Daar investeren we ook in. Dus u moet niet alleen naar het staatje bij de DT&V kijken.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Hermans (VVD):
Voorzitter. Wat ik persoonlijk echt van harte hoop, is dat we de komende jaren onze bedrijven, groot en klein, gaan herwaarderen. En niet omdat ze groot of klein zijn, niet vanwege het gevoel of het logo, maar omdat ze iets bijdragen aan dit land. Want een bedrijf is een verzameling van banen, waar mensen elke dag keihard werken. Maar we verwachten wel iets van die bedrijven. We verwachten dat ze een mooi en goed product maken voor tevreden klanten, dat ze werk maken van verduurzaming en dat ze de salarissen van hun werknemers verhogen als het hun, het bedrijf, goed gaat. Kortom, we verwachten dat er sprake is van een gezonde balans tussen winst maken en een bijdrage leveren aan de samenleving. Er zijn bedrijven die we hiervoor achter hun broek moeten zitten, maar in heel veel bedrijven is deze balans er gewoon en zijn heel veel mensen hard aan het werk. Het is aan ons om dat met z'n allen te willen zien. Het gaat erom dat we willen zien wat bedrijven betekenen voor ons land en dat we ons realiseren dat we niet zonder bloeiende bedrijven kunnen. Op hun beurt mogen bedrijven dan ook wel iets van de overheid verwachten, zoals bijvoorbeeld duidelijkheid over de opgave om te verduurzamen en duidelijkheid over wat er gebeurt als zij die afspraken niet nakomen. Maar ook voor hen is het werk van onze diensten ontzettend belangrijk, want cyberaanvallen zijn een direct risico voor hun bedrijf en onze economie. Honderd procent garanderen dat er nooit iets gebeurt, kunnen we niet, maar u mag en ondernemers mogen van mij verwachten dat ik alles doe wat ik kan om hen te beschermen tegen deze digitale dreigingen.

Voorzitter. Om dit allemaal voor elkaar te krijgen, moet er veel gebeuren. De VVD-fractie zal de uitwerking van alle plannen hiervoor door dit kabinet kritisch volgen. Kritisch en constructief. Bij de beoordeling van de voorstellen zullen wij als fractie ons steeds een paar vragen stellen. 1. Draagt deze oplossing of dit voorstel bij aan een fijn en veilig leven voor al die gewone, normale mensen en ondernemers die er met elkaar iets moois van willen maken? De effecten op het inkomen van mensen zullen daarbij onze bijzondere aandacht hebben. De tweede vraag die we ons zullen stellen, is de vraag of het voorstel realistisch en uitvoerbaar is zodat we niet een gouden berg beloven maar dat we ook echt waarmaken wat we van plan zijn. Dan de derde vraag: zit het voorstel financieel degelijk in elkaar? Want ja, dit kabinet investeert stevig maar wel binnen kaders, met oog voor de ruimte die er nu is, de omvang van de opgaven die nu voorliggen en een gezonde boekhouding op de lange termijn. Dat vraagt discipline en scherpe controle, ook op de fondsen.

Dit coalitieakkoord biedt veel kansen voor Nederland en voor iedereen in dit land die er iets moois van wil maken, maar dat gaat niet zomaar. Er zijn twee dingen cruciaal. Een sterke en betrouwbare overheid en een krachtige politiek. Eerst iets over die sterke overheid; ik heb er al een aantal dingen over gezegd. Het is een overheid die betrouwbaar en dichtbij is, die levert en beschermt, die ingrijpt en optreedt als dat nodig is. Daar heeft de overheid het de afgelopen jaren laten liggen. Erger nog, er zijn dingen verschrikkelijk misgegaan. Het zal dus keihard werken worden om dat vertrouwen te herstellen. De communicatie over het besluit om toch weer meer gas te winnen of het beeld van mensen die in lange rijen staan voor een uiteindelijk dicht loket helpt daar niet bij. Gelukkig is dat laatste opgelost, want een sterke en dienstbare overheid met een menselijk gezicht is keihard nodig, om de gedupeerden in Groningen maar ook de ouders en kinderen die te maken hebben gehad met die vreselijke kinderopvangtoeslagaffaire de ondersteuning en hulp te bieden die nodig is om ook voor hen vooruitkijken weer echt mogelijk te maken.

Die sterke overheid is natuurlijk nodig voor iedereen in Nederland. Dat betekent dat ik van het kabinet verwacht dat ze serieus in gesprek gaan met de professionals in de uitvoering en mensen in het land, dat ze gaan kijken, horen en zien hoe het daar gaat en hoe het werkt, en dat we die kennis gebruiken, dat het kabinet die kennis gebruikt om beleid en voorstellen beter te maken. Nu hoorde ik de minister-president vorige week zeggen in het programma bij de NOS waar het nieuwe kabinet gepresenteerd werd, dat hij erop toe zal zien dat dit ook gebeurt. Ik wil tegen de minister-president zeggen: zie hier niet alleen op toe in de Trêveszaal maar ga mee op pad. Ga samen met de staatssecretaris van Financiën naar de Belastingdienst. Ga samen met de minister van Justitie en Veiligheid naar de politie. Ga samen met de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen met Wajongers in gesprek of naar het UWV. Ga met de minister van Onderwijs naar DUO. Kortom, ga samen. Want alleen samen gaan we het vertrouwen herstellen. Maar een betrouwbare overheid vraagt meer. Daarom zeg ik tegen het kabinet: houd je ambities hoog maar wees eerlijk en realistisch over wat er kan, wat er niet kan en hoelang iets gaat duren. En als er onderweg een tegenvaller is, zeg het tijdig en zeg het duidelijk.

Alleen met daadkracht gaat het ons lukken om de potentie van dit akkoord tot bloei te laten komen want de plannen staan nu alleen nog maar op papier. De minister-president zei daar vanochtend ook al iets over. Om die plannen op papier om te zetten naar daadkracht vraag ik aan elke bewindspersoon om zo snel mogelijk met een planning te komen, zodat we weten wat we wanneer kunnen verwachten. Ik vraag de minister-president of dat in de komende drie weken van elk van de bewindspersonen deze kant op kan komen.

Dat brengt mij bij de tweede voorwaarde om Nederland een stukje mooier te maken, namelijk krachtige politiek. Heel veel Nederlanders, miljoenen Nederlanders hebben ons gekozen om hun problemen op te lossen. Het laatste jaar gingen te veel debatten over onszelf, over gedoe hier in Den Haag. Er waren stevige verwijten over en weer en intenties die in twijfel getrokken werden. Dat trek ik mij persoonlijk aan.

Voorzitter. Laten we ons voornemen om die periode achter ons te laten. Laten we met het aantreden van het nieuwe kabinet ook een nieuwe politieke periode ingaan, waarbij we als partij A iets zegt, als partij B niet meteen tegen zijn. Laten we samenwerken om Nederland mooier te maken: oppositie en coalitie, Kamer en kabinet, met gemeenten en provincies en iedereen in het land die mee wil doen. Laten we harde debatten voeren over de inhoud in plaats van op de persoon. En laten we daarin openstaan voor anderen in plaats van vastzitten in ons eigen gelijk. Laten we beginnen met luisteren in plaats van met de handen op onze oren onze eigen standpunten voor te lezen. En laten we uitgaan van de goede intenties van de ander in plaats van te vertrekken vanuit wantrouwen.

Voorzitter. Het lijkt misschien niet zo als je de krant opensloeg de laatste maanden, maar dit is wel precies de sfeer waarin wij de afgelopen tien weken onderhandeld hebben. Ja, dat ging inhoudelijk echt op het scherp van de snede, maar wel met kalmte en rust. Die ontspannenheid hoop ik hier in de debatten voort te kunnen zetten, in het belang van een goed debat en gericht op het oplossen van vraagstukken. Ik weet dat in deze Kamer veel partijen elke dag bezig zijn dingen beter te maken en op te lossen. Ik weet dat als zij naar het akkoord kijken — dat hebben de interrupties ook wel laten zien — er ook keuzes tussen zitten die zij niet gemaakt zouden hebben. Maar keuzes maken, water bij de wijn doen en elkaar iets gunnen, dat hoort bij compromissen sluiten en samenwerken. Je doet ook mee als je niet honderd procent je zin krijgt. Dat is hoe Nederland werkt en hoe onze politiek werkt. Het vraagt iets van ons allemaal. Ik heb er vertrouwen in dat het ook deze periode gaat lukken. Voor elke partij, voor elk Kamerlid dat hier elke dag naartoe komt om het goede te doen, ligt aan het einde van de dag de vraag voor: doe je mee en maak je keuzes, of blijf je hangen in je eigen gelijk? Verkies je meedenken over een oplossing en compromis om samen een stap vooruit te zetten, of kies je de veiligheid van schone en lege handen aan de zijlijn?

Meedoen moet je intrinsiek willen, omdat je wil dat dingen beter gaan, omdat je gelooft dat het kan én omdat je respect hebt voor hoe we dat in Nederland democratisch geregeld hebben. Ik zei het al: het merendeel van iedereen hier in deze Kamer wil dat ook. Maar helaas wordt dit niet door iedereen gedeeld. Dat is vandaag al gebleken. Tegen hen wil ik zeggen: onze democratie is gestoeld op zwaarbevochte vrijheden. Op ons, Tweede Kamerleden, rust de zware taak die vrijheden te koesteren, te beschermen en in te zetten om ons land beter te maken. Want de rechtsstaat biedt ons inderdaad veel vrijheid, maar niet om die vrijheid te gebruiken om de rechtsstaat op te heffen. Die vrijheden zijn niet bedoeld voor intimidatie, verdachtmakingen of het ondermijnen van onze rechtsstaat. Het afleggen van de eed of gelofte gaat ook hierover. Het schept een verantwoordelijkheid. Neem die!

De voorzitter:
Bent u bijna aan het eind van uw inbreng?

Mevrouw Hermans (VVD):
Bijna.

De voorzitter:
Zullen we het dan eerst even afronden?

Mevrouw Hermans (VVD):
Voorzitter. Het is nu 17.00 uur. Gedurende de tijd dat ik hier stond, hebben wij met elkaar een goed debat gevoerd maar draaide ook buiten dit gebouw Nederland volop door. Ik hoop dat als al die mensen over een aantal jaren terugkijken op deze tijd, ze dan zeggen: de politiek had een stroeve start in 2021, maar toen kwamen ze met een akkoord boordevol ambities, middenin een coronapandemie waar iedereen helemaal klaar mee was. Het was een pandemie die tot behoorlijke spanningen leidde, en tot hele heftige discussies. Maar in de Kamer en in het kabinet zijn ze aan het werk gegaan. Het is ze gelukt om weer een beetje ontspanning in de zaak te brengen. Ze gaven eindelijk weer het goede voorbeeld en deden waarvoor ze gekozen waren. Daarom zeg vandaag nogmaals tegen ons allemaal: Kamer en kabinet, wees eerlijk, wees realistisch en ga aan de slag. Dan kijken we niet alleen vooruit maar werken we ook aan die toekomst, onze toekomst.

Dank u wel,

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef eerst mevrouw Simons het woord en dan mevrouw Ouwehand. Het is de laatste interruptie van mevrouw Simons.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik ben onder de indruk van de intentie waarmee, denk ik, deze woorden door mevrouw Hermans zijn uitgesproken. Ik wilde eigenlijk zeggen "onder de indruk van de stichtelijke woorden", maar dan klinkt het alsof ik het niet meen. Ik hoop dat ze ons de komende jaren gaat laten zien dat dat niet slechts retoriek is, maar een intrinsieke wens om het land beter te maken, en om ook het bestuur van dit land beter te maken. Daarom heb ik een vraag aan mevrouw Hermans. Ikzelf zou niets liever willen dan dat ik over de scepsis die ik nu voel — want die voel ik nou eenmaal, en daar wil ik eerlijk over zijn — over een aantal jaren moet zeggen: goh, wat heb ik me vergist. Maar ik heb eigenlijk een vraag aan mevrouw Hermans, waarvan ik hoop dat ze die positief kan beantwoorden teneinde mij ook te helpen om over die scepsis heen te komen. Ik voel ook het gevaar dat nu deze woorden en deze intentie worden uitgesproken, de kritiek die zal komen, zal worden weggewuifd onder het mom van: maar dat is toch niet constructief. We geven de hele tijd aan dat we het anders en beter gaan doen, en mevrouw Simons blijft in haar scepsis zitten. Mijn vraag is dus eigenlijk of mevrouw Hermans echt begrijpt dat zij, hoezeer ik ook deze woorden en intenties wil aannemen van zowel mevrouw Hermans als het nieuwe kabinet, geconfronteerd gaat worden met behoorlijke scepsis. Gunt zij ons die ook en zal zij er alles aan doen om die bij ons weg te nemen? Met "ons" bedoel ik de Kamer, in ieder geval de oppositie, die niet het genoegen heeft gehad om de afgelopen maanden zo prettig constructief mee te werken aan het akkoord dat er nu ligt.

Mevrouw Hermans (VVD):
Het vertrouwen in de politiek is ongekend laag. Ik trek me dat aan en voel een verantwoordelijkheid om daar wat aan te doen. Maar ik vind dat wel een verantwoordelijkheid van ons allemaal, hier in de Kamer, in het kabinet en op alle plekken in het land waar politiek aan het werk is. Dat betekent dat we hier een debat voeren dat open en constructief is en waarin we open luisteren naar elkaar, maar waarin we ook uitgaan van de goede intenties van de ander. En ja, het is show, don't tell. Woorden staan op papier: het moet nu gerealiseerd worden, we moeten het nu voor elkaar gaan krijgen. Maar we moeten wel ergens beginnen. Voor mij begon het al een heel aantal maanden geleden — die formatie liep toen eindeloos door — toen we tijdens de Algemene Beschouwingen tegen elkaar zeiden: hé, wacht eens even, wij laten 2022 niet verloren gaan. Toen zijn we met elkaar stevig op de inhoud gaan praten. En dat u vragen stelt of meer wilt weten over wat voor mij een overtuiging of een intentie is, vind ik prima, maar het begint met het vertrouwen dat iedereen hier met de allerbeste bedoelingen elke dag naar Den Haag komt om dit land een beetje beter te maken en vooruit te helpen. Bijna iedereen, want daar heb ik ook wat woorden over gezegd. Zo sta ik hier. U kunt er bij mij van op aan, maar ik vind het een verantwoordelijkheid van ons allemaal.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb geprobeerd om goed te luisteren naar alles wat mevrouw Hermans heeft gezegd, dus ik dacht: ik bewaar mijn vraag voor het eind, want dan krijg ik het hele verhaal mee. Ik dacht: ik focus me op de lichtpuntjes. Laat ik het maar zo zeggen. Ik hoorde drie lichtpuntjes die met elkaar samenhangen. Ten eerste zei mevrouw Hermans over de fondsen voor stikstof en klimaat: die laten we natuurlijk niet eindeloos doorlopen. Daaruit zou ik willen concluderen dat met de bedragen die erin gestoken worden, de problemen worden opgelost. Ik vraag of mevrouw Hermans dat kan bevestigen.

Ik hoorde mevrouw Hermans ook zeggen: "We nemen een nieuwe houding aan. We gaan niet weglopen voor problemen. Als er problemen zijn, gaan we ze benoemen en ze aanpakken." Ik vroeg me af wat mevrouw Hermans vindt van de pandemie waar we nu in zitten. Het enige dat het kabinet over pandemieën schrijft, is dat we klaar moeten zijn voor de volgende. Mevrouw Hermans zei het zelf ook. Zou het niet verstandig zijn om een volgende pandemie te voorkomen?

Als mevrouw Hermans zegt "we moeten luisteren naar elkaar", vind ik dat hoopgevend. Betekent dat dan dat, als de coalitie het comfort heeft om een meerderheid te hebben voor haar plannen, waar serieuze kritiek op te leveren is, er nog steeds geluisterd wordt? Dat hebben we de afgelopen jaren niet gezien.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Hermans, drie vragen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik ga ze in die volgorde beantwoorden, te beginnen met de fondsen. Die fondsen hebben we natuurlijk niet voor niets. Die zijn ingericht om geld te hebben om een probleem dat er is, op te lossen. Daarmee willen we klimaatdoelen halen en het stikstofprobleem oplossen om de natuur te herstellen en boeren weer perspectief te geven. Dus ja, mijn intentie, mijn bedoeling, mijn overtuiging is ook dat we met die fondsen die problemen op kunnen lossen. Maar ook hierachter zit mijn oproep: wees eerlijk en wees duidelijk. Als het kabinet onderweg in het oplossen van de stikstofproblematiek of in het halen van de klimaatdoelstellingen tegen dingen aanloopt waardoor we vertraging oplopen of waardoor wij moeten weten dat het anders gaat dan we gehoopt hadden of dan we willen, moet het daarover communiceren. Dus ja, de fondsen zijn bedoeld om de problemen die er zijn op te lossen en de ambities die we hebben te realiseren. Maar dat vraagt van ons een scherpe controle op die fondsen en het vraagt van het kabinet tijdige communicatie als er iets tegenzit.

O, excuus, vraag 2. De problemen benoemen en aanpakken in de pandemie. Ik heb dat even vertaald als: het moet meer zijn dan alleen investeren in pandemische paraatheid. Mevrouw Ouwehand zegt dat er eigenlijk een strategie of een verhaal moet komen over hoe we op de lange termijn omgaan met een virus dat helaas waarschijnlijk nog een hele tijd onder ons zal zijn. Ik ben het daar volmondig mee eens. Als zij dan zegt dat we breder moeten kijken hoe dit gekomen is, dan deel ik dat met mevrouw Ouwehand. Nu u hier staat, denk ik bijvoorbeeld ook aan het woord "zoönose". Wat kan ik het kabinet doen en wat kunnen we in dit land doen om de risico's daaromtrent aan te pakken? Volgens mij moeten we in den brede kijken en aan het kabinet vragen wat er nodig is, niet alleen om pandemisch gereed te zijn, maar ook om alles op alles te zetten om dit in de toekomst te voorkomen. Ook hier heb ik niet de garantie dat dit ons nooit meer overkomt. Uiteraard moeten we handelen op basis van wat we nu weten en de kennis die we hebben opgedaan.

Dan de derde vraag, over het luisteren. Ja, dat mag u van mij verwachten. Daar mag u mij ook op aanspreken. In het debat van vandaag, maar ook in de hoofdlijnendebatten die eraan komen en die ik al even noemde, gaat het erop aankomen. Gaan we met elkaar op de inhoud het goede gesprek aan over de plannen van dit kabinet? Zetten we die af tegen de doelen en ambities die er zijn? Zijn er dan ideeën om daar sneller te komen of om die beter te realiseren? Daarvoor moeten wij onze handen van onze oren halen, niet alleen wat VVD-standpunten betreft, maar ook voor hoe we daar in de coalitie over gesproken hebben. U zult wel begrijpen dat de inzet van de coalitie in de debatten langs de lijnen van het coalitieakkoord zal zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank voor deze beantwoording. Fijn ook dat mevrouw Hermans even "zoönose" noemt. Ik was een beetje bang dat de onderhandelaars dat woord niet konden spellen, omdat het helemaal niet in het regeerakkoord staat. Het staat dus wel degelijk op het netvlies. Ik stel deze vragen om de volgende reden. Laten we kijken naar stikstof. Voor de VVD is het belangrijk dat je de belastingbetaler niet opzadelt met enorme kosten terwijl je de problemen niet oplost. Ik deel dat. In alle eerlijkheid: het is niet alsof dit probleem uit de lucht komt vallen. Het was de oude coalitie die willens en wetens opnieuw keuzes maakte. We hebben gewaarschuwd, maar er werd niet geluisterd. Een politieke meerderheid was ervoor om het probleem een beetje te omzeilen, door wel te suggereren dat je iets doet, terwijl dat niet echt een oplossing is. Dat blijkt nu ook, want er is meer nodig. De kosten die nu gemaakt worden, waren niet nodig geweest als partijen als VVD en CDA eerder hadden geluisterd, eerder hadden onderkend hoe groot de problemen zijn en als ze eerlijk waren geweest naar de boeren. Als je alle problemen bij elkaar optelt, moet je concluderen dat het aantal dieren met 50% tot 70% naar beneden moet. Dat is ook aan de Kamer voorgerekend. Mijn vraag is nu de volgende. Ik vind het heel vervelend dat die 25 miljard nodig is. Als je die dan uitgeeft, moet je dat wel goed doen. Dan moet je de problemen in samenhang oplossen, inclusief het risico dat in Nederland een nieuwe zoönose overslaat op mensen. Daarvan zie ik in alle eerlijkheid in het akkoord nog te weinig. Ik ben heel erg benieuwd of de VVD daarin beweging gaat laten zien.

Mevrouw Hermans (VVD):
Volgens mij hebben we met de aanpak in het coalitieakkoord heel goed duidelijk gemaakt dat dit probleem opgelost moet worden. Dit probleem zet het land nu op meerdere manieren op slot. Dat is in elk geval slecht voor onze natuur. We hebben veel geld beschikbaar gesteld om boeren en iedereen die hier iets in moet doen te kunnen helpen en te ondersteunen. Dit vraagstuk moet je natuurlijk vanuit een breder perspectief bekijken. Je moet de klimaataanpak daarbij betrekken, de Kaderrichtlijn Water en fijnstof. Zo is er een aantal problemen dat op ons afkomt. Ze raken allemaal aan het probleem dat ik nu maar even samenvat onder de noemer "stikstof". Ik ben het met mevrouw Ouwehand eens dat je het geld alleen efficiënt en doelmatig inzet als je daar in die breedte naar kijkt. Dat is precies de opdracht die dit coalitieakkoord aan het kabinet geeft, en in het bijzonder aan de minister voor Natuur en Stikstof. Ik kijk naar heel veel plannen uit, maar dit is er zeker één, om te zien of die samenhang er ook echt in zit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot. Ik zou aan de VVD een oproep willen doen. We zagen eerder vandaag in het debat dat er weerstand is tegen de uitgave van die 25 miljard. In alle eerlijkheid begrijp ik dat wel. De regerende partijen hebben altijd een beetje laatdunkend gedaan over natuur: nee, er was geen stikstofprobleem. CDA en VVD hebben zelf meegewerkt aan het ontkennen van de problemen. Dat je dan nu moeite hebt om draagvlak te organiseren, betekent dat je echt moet gaan verdedigen waarom er veranderingen moeten plaatsvinden. Ik wil de VVD oproepen om die verantwoordelijkheid te nemen. En wat betreft dat luisteren waar mevrouw Hermans het over had: er liggen al zo veel rapporten die laten zien dat de veehouderij in Nederland drastisch moet veranderen. Veel minder dieren. Een perspectief voor de boeren. Alle adviezen liggen er al. Neem ze serieus en dan kunnen we praten.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ook op dit onderwerp geldt dat er veel kennis ligt en dat er veel materiaal — inzichten, analyses, rapporten — beschikbaar is. Dus ook hier moeten we niet op nul beginnen. In reactie op wat u nu zegt, en even terugdenkend aan alle interrupties die ik tijdens mijn betoog — ik weet niet precies hoe lang ik hier al sta — beantwoord heb, kan ik zeggen dat wij volgens mij met elkaar al een heel aantal grote onderwerpen met elkaar benoemd hebben. De stikstofproblematiek is voorbijgekomen, maar ook de zorg, de AOW, asiel, veiligheid, emancipatie en racisme. Dit zijn allemaal onderwerpen die dit coalitieakkoord benoemt en aanraakt. Sommige punten zijn al verder uitgewerkt dan andere punten, maar het komt er nu op aan. Dat ben ik helemaal eens met mevrouw Ouwehand, want dat is eigenlijk hoe ik haar interruptie hoor en beluister. Ik voel de verantwoordelijkheid. De VVD voelt die verantwoordelijkheid. Maar ik heb die verantwoordelijkheid in de weken dat wij onderhandelden bij alle vier de partijen gevoeld. We hebben lang genoeg gepraat, we hebben lang genoeg gesoebat, nu moeten we aan de slag. Er is werk aan de winkel. Dat ga ik doen.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een interruptie van mevrouw Van der Plas van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
We gaan 25 miljard — 25.000 miljoen euro — uitgeven om een jaarlijkse milieuschade van 756 miljoen te halveren, terwijl we helemaal niet weten hoe de staat van de natuur is. De mensen kunnen zeggen dat ik een stikstofontkenner ben, maar ik ben geen stikstofontkenner. Er zijn gewoon geen bodemmonsters. Het is gewoon niet duidelijk wat er in de bodem aan de hand is. Het is helemaal niet duidelijk welke stikstofdepositie er precies op de natuurgebieden neerslaat. Dat wordt berekend aan de hand van rekenmodellen van het RIVM. Rekenmodellen waarvan de commissie-Hordijk zelf zegt dat die eigenlijk helemaal niet geschikt zijn om de plaatsspecifieke neerslag van stikstof op een natuurgebied te meten. Er zijn geen metingen. Ik hoor hier de hele tijd: het is een groot probleem. Ik durf mevrouw Hermans te vragen: waar zijn de rapporten waaruit blijkt dat door de veehouderij de natuur in die specifieke natuurgebieden is vernietigd? Als die rapporten er zijn, dan wil ik ze graag hebben, want dan weten we waar we het over hebben. Iedereen roept maar wat, maar we geven wel 25 miljard euro uit.

Mevrouw Hermans (VVD):
Een aantal jaren geleden — ik denk vlak voor corona — zijn we in deze stikstofcrisis terechtgekomen als gevolg van juridische uitspraken. Dat heeft grote gevolgen voor Nederland. Boeren vragen zich af: wat is mijn perspectief, wat voor toekomst is er voor mij in dit land? We kunnen geen huizen bouwen en het aanleggen van wegen is ingewikkeld. Alles wat we moeten doen om de beweging en de inrichting van dit land voor volgende generaties op peil te houden, staat onder druk, ook de natuur. Het kabinet heeft gezegd dat we ook dit probleem willen oplossen, maar dat we dat wel in samenhang willen doen. Ik ben het heel erg met mevrouw Ouwehand eens dat dit door het klimaatvraagstuk heen loopt. Het loopt door de vragen heen die op ons afkomen in verband met de Kaderrichtlijn Water. Het loopt door het fijnstofprobleem heen. Het is van alles en nog wat bij elkaar. Ik vind dat wij de plicht hebben om dat op te lossen.

U vraagt naar rapporten die A of B aantonen. Volgens mij hebben we met z'n allen gezien en ervaren dat er een probleem is. Ik vind dat we dat probleem moeten oplossen. Ik vind ook dat wij dit moeten doen op een zodanige manier dat wij de boeren — want daar refereerde u twee keer aan in uw interruptie — daarbij ondersteunen op de manier die ze van ons mogen verwachten. Wij willen met hen werken aan een toekomstperspectief.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Hermans weet helemaal niet wat ze moet oplossen, want dat is gewoon niet bekend. Het is gewoon niet bekend. Sinds de dag dat ik hier in de Kamer zit, zeg ik dat de hele tijd. Ik vertel hier geen prietpraat; het is gewoon niet bekend. We kunnen wel zeggen: we moeten het gaan oplossen, want we hebben gezien en gehoord en gevoeld wat er allemaal aan de hand is. Wat is er dan aan de hand? Wat is er aan de hand? Laat me die rapporten zien waaruit blijkt dat de stikstof uit de veehouderij in de natuurgebieden is neergeslagen. Van welke bedrijven komt dat dan af? Op welke afstand? Dat weten we niet. We zeggen daar maar iets van: 25 km, 1 km of 100 km, maar we weten dat niet. Laat mij exact zien welke stikstof op welke natuurgebieden is neergeslagen. Van welke bedrijven komt dat af? Hoe kunnen we die bedrijven helpen, het liefst door te innoveren zodat ze stikstof reduceren? Laat mij die rapporten zien. Die rapporten zijn er niet. Ik meen het serieus: we moeten echt goed weten waar we mee bezig zijn, want we gaan hier 25 miljard euro aan uitgeven. Er zijn distributiecentra van grote supermarktketens, bijvoorbeeld het distributiecentrum van Jumbo in Beilen dichtbij natuurgebieden, die werken zonder natuurbeschermingsvergunning. Zij hoeven helemaal niks op te geven. We weten daarvan niet hoeveel stikstof ze uitstoten. Dus weten we wel waar we mee bezig zijn? Het is 25 miljard! Het is geen 25 gulden of 25 euro, maar het is 25 miljard. Mevrouw Hermans en alle partijen in de coalitie praten allemaal mensen na. Maar nog niemand heeft aan ons een rapport kunnen overleggen waarin staat waar de stikstofschade precies vandaan komt, waar dat gebeurt en bij welke veebedrijven.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dit gaat niet om een gevoeld probleem, maar we zien het. We zien dat er geen vergunningen worden afgegeven om huizen te bouwen of wegen aan te leggen. Hier is dus iets aan de hand. We kunnen daarover discussiëren, maar dat is gewoon de situatie. U vraagt hoe we ervoor zorgen dat we dat geld op een goede manier besteden. Zo beluister ik uw vraag en daar ga ik antwoord op geven.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas vroeg naar de onderbouwing.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vroeg inderdaad niet hoe we dat geld op een goede manier gaan uitgeven, maar ik vroeg of we wel weten waarom we dit geld uitgeven. Dat weten we niet. Ik wil dan die rapporten hebben. Als die rapporten er zijn en het is duidelijk, dan weten we dat. Dan weten we waar we het over hebben. Maar we weten nu helemaal niet waar we het over hebben.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik stel voor dat mevrouw Van der Plas precies deze vraag stelt aan de minister voor Natuur en Stikstof als we met haar het debat voeren over hoe zij uitvoering gaat geven aan de opdracht uit het coalitieakkoord, over de manier waarop zij dat stikstofprogramma gaat invullen en of de afspraken die zij met de provincie gaat maken, daadwerkelijk gaan oplossen wat er opgelost moet worden. Dat is de onderbouwing voor hoe je een probleem gaat oplossen waarvan u zegt dat het er niet is of in ieder geval in een andere mate dan die waarin ik het beoordeel.

De voorzitter:
De laatste interruptie van mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is jammer, want ik moet nog de hele avond. Maar ik ga wel interrumperen, want ik vind het onderwerp belangrijk genoeg. De coalitiepartijen hebben een coalitieakkoord geschreven waarin staat dat hieraan 25 miljard gaat worden uitgegeven, eigenlijk niet wetend waarom en hoe. Dat wordt later bepaald door de nieuwe minister. Ik wil graag voorstellen, en ik ga daar ook een motie voor indienen, om het hele bedrag van 25 miljard voor stikstofplannen op de plank te laten liggen, of om het te verdelen over onderwerpen die nu tekortkomen, zoals de AOW, totdat het kabinet precies weet waar het over gaat. Ik hoor ook aan het antwoord van mevrouw Hermans dat ze geen idee heeft waar het over gaat.

Mevrouw Hermans (VVD):
Van die 25 miljard is nog geen euro uitgegeven. Die 25 miljard moet nog in een fonds terechtkomen. Op dat fonds willen wij een scherpe controle. We hebben daarover al een aantal dingen tegen elkaar gezegd. Wij gaan er ook op sturen dat met het geld dat wordt uitgegeven, een probleem wordt opgelost. Ik vind de vragen die mevrouw Van der Plas stelt heel relevant, maar ik zou die willen stellen aan de minister voor Natuur en Stikstof.

De voorzitter:
Ik wil mevrouw Hermans bedanken. Zij heeft hier bijna drie uur gestaan. Volgens mij hebben we het hele coalitieakkoord inmiddels behandeld. Dank daarvoor.

Ik stel voor dat we vijf minuten schorsen. Ik geef daarna het woord aan mevrouw Marijnissen van de SP.

De vergadering wordt van 17.23 uur tot 17.34 uur geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is het vervolg van het debat over de regeringsverklaring. Ik wil de leden vragen om hun plaatsen weer in te nemen, zodat we alle aandacht kunnen geven aan mevrouw Marijnissen van de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Zaterdag was ik in Groningen. Daar waren tienduizenden mensen op de been en een kwart miljoen mensen deed online mee met het fakkelprotest, samen met Groningse organisaties georganiseerd door ons Kamerlid Sandra Beckerman. Ik was daar natuurlijk om mijn solidariteit te betuigen met de Groningers, maar ik was er zeker ook om met veel mensen uit Groningen te spreken. Wat ik daar vooral hoorde, was dat men het echt gewoon helemaal zat is hoe het hier in Den Haag gaat. Ik sprak kinderen die bang zijn in hun eigen huis, omdat ze denken dat het huis onveilig is vanwege de aardbevingen. Ik sprak ook grote, stoere Groningse mannen die toch hun tranen niet konden bedwingen. Dat zat volgens mij een beetje in tussen woede en wanhoop. De meeste mensen die ik sprak, zeiden eigenlijk: "Alsjeblieft, laat ons horen in Den Haag. Kom voor ons op daar in Den Haag, want Den Haag walst keer op keer over ons heen." Ik denk dat je je daar heel goed van alles bij kunt voorstellen, nu we weten dat inmiddels meer dan 400 miljard euro aan de gaswinning in Groningen is verdiend en de mensen nog niet eens een fatsoenlijke compensatie krijgen.

Je ziet dat de scheuren in de huizen daar ook scheuren worden in het vertrouwen in de overheid. En ook dat snap ik heel goed. Vorige week stond hier in Den Haag het kabinet Rutte IV op het bordes en tegelijkertijd stonden de mensen in Groningen letterlijk en figuurlijk in de kou in de rij. Ze stonden in de rij, omdat ze wisten dat er subsidie beschikbaar was om alvast wat aan hun huis te repareren. Maar ze wisten ook dat er maar voor de helft van de mensen die er recht op hebben, subsidie beschikbaar was. Daarom moesten ze in die rij staan en dat was natuurlijk vernederend. Maar het was ook tekenend, tekenend voor hoe Den Haag met Groningen omgaat. Gelukkig komt er nu geld bij die subsidie, maar dat is natuurlijk nog niet het begin van een oplossing van de ellende daar in Groningen. En heel vaak heb ik daar ook gehoord: wat nou als Groningen Amsterdam was? Wat nou als Groningen Den Haag was? Zou er dan niet veel meer aandacht voor zijn? Zou het dan misschien niet allang zijn opgelost? Zouden we dan ook zo hard moeten vechten om ons eigen recht te halen? Ik denk dat we hier, als we eerlijk zijn, allemaal het antwoord wel weten.

Naast dat Groningers in de rij moesten staan, kregen ze natuurlijk ook nog de laatste dag van het demissionaire kabinet te horen dat de gaswinning niet naar nul gaat, maar dat de gaswinning mogelijk wordt verdubbeld. En dat is de zoveelste keer dat Den Haag over Groningen heen walst. Daardoor vond ik het des te hoopvoller en was het des te indrukwekkender om daar zaterdag te zijn en om al die duizenden mensen bij elkaar te zien. Dat zijn mensen die toch maar weer opstonden en maar weer opnieuw de straat opgingen om van zich te laten horen. Ik hoop wel dat in ieder geval een van de uitkomsten van het debat van vandaag zal zijn dat we daar echt iets gaan doen, want er is daar terecht ook heel veel cynisme. Mensen zeggen: "Ja, ze zijn daar in Den Haag een parlementaire enquête begonnen. Weet je, het gaat vast en zeker net zo lang duren als die parlementaire enquête loopt om voor ons oplossingen te bedenken." En ik zeg hier tegen iedereen in de Kamer: dat kan toch niet. Dat zal toch niet de uitkomst zijn. Zowel de Algemene Rekenkamer als de Ombudsman en vele anderen, ook wij, hebben al zo vaak gepleit voor een crisisaanpak voor Groningen. Een plan voor elk huis! Laten we ervoor zorgen dat dat er morgen komt. Ik zou ook echt aan het kabinet willen vragen of het daartoe bereid is.

Voorzitter. Niet alleen in Groningen hebben mensen geen vertrouwen in Rutte IV. Eigenlijk hebben maar heel weinig mensen vertrouwen in Rutte IV. Je ziet het zelfs in de eigen achterbannen van de partijen: ook daar is er weinig vertrouwen in Rutte IV. Het is natuurlijk ook niet zo gek. Het is niet zo gek als je bedenkt dat het dezelfde partijen zijn met dezelfde ideeën en veelal ook dezelfde mensen die verantwoordelijk zijn voor bijvoorbeeld — ik noemde het net — de grote problemen in Groningen. Maar ze zijn natuurlijk ook verantwoordelijk voor het toeslagenschandaal en de grote woningnood die er is. Ze zijn ook verantwoordelijk voor de grote problemen en tekorten die er op dit moment in de zorg zijn en bij onze politie. Het zijn ook dezelfde partijen en ideeën die ervoor verantwoordelijk zijn dat het al jarenlang goed gaat met onze economie en dat de rijksten in Nederland al jarenlang rijker worden, terwijl heel veel Nederlanders daar niks van merken. Ook nu blijkt weer uit de doorrekening dat Nederlanders erop achteruitgaan, terwijl het goed gaat met de economie. Het is dus niet gek dat mensen er weinig vertrouwen in hebben.

Maar ik denk dat er meer aan de hand is en ik vind dat het daar vandaag ook over moet gaan. Het debat moet fundamenteler zijn en meer gaan over de politieke strijd. Ik bedoel dan niet de politieke strijd die we vanochtend hebben gezien, want ik geloof niet dat er iemand is die daar thuis naar heeft gekeken en daar heel veel wijzer van is geworden, laat staan er iets mee is opgeschoten. Ik bedoel de politieke strijd over de politieke ideeën, want daar gaat het veel te weinig over. We hoorden informateur Hamer daar tijdens de formatie aan refereren. Ze zei: de partijen in het midden lijken steeds meer op elkaar; ideologisch zijn er zo weinig verschillen. Dat zie je in het kabinet natuurlijk ook, met als gevolg dat als er dingen fout gaan, bijvoorbeeld in Groningen of in het toeslagenschandaal, er al heel snel wordt gezegd: dat is een fout in de uitvoering of het proces. Er wordt dan net gedaan alsof het een soort natuurverschijnselen zijn. Aan de politieke ideeën kan het immers niet liggen, want we vinden ongeveer allemaal hetzelfde en we sturen allemaal ongeveer dezelfde kant op. Dat draagt natuurlijk ook niet bij aan vertrouwen of aan het herstel van vertrouwen. Ik vind dat die politieke strijd er moet komen en ik hoop ook dat we daarmee het volgende voorkomen. Het gaat hier nu heel veel over "de nieuwe bestuurscultuur". Iedereen gooit dat er te pas en te onpas in. Datzelfde geldt voor "nieuw leiderschap". Volgens mij weet niemand precies wat dat behelst. Zelfs de partij die er campagne mee voerde, vraagt zich hardop op haar eigen congres af: misschien moeten we toch eens gaan opschrijven wat dat nieuwe leiderschap precies is. Ik weet het in ieder geval niet, maar zulke holle frasen zullen niet bijdragen aan het vertrouwen dat mensen hebben in de overheid.

We moeten het hebben over waar het fundamenteel misgaat. Neem het toeslagenschandaal. Ik hoorde minister-president Rutte vorige week maandag bij de presentatie van Rutte IV opnieuw zeggen: er zijn in de uitvoering grote dingen gruwelijk misgegaan. Maar het is niet zo dat er bij de Belastingdienst toevallig een paar boeven zaten die in de uitvoering dingen gruwelijk fout hebben gedaan. Er zit natuurlijk iets fundamenteel fout als we hier in Nederland geen groot debat hebben over de vraag waarom werkende mensen überhaupt toeslagen nodig hebben om rond te komen. Er zit iets fundamenteel fout als we hier geen groot debat hebben over hoe we onze kinderopvang hebben georganiseerd. Waarom is onze kinderopvang in private handen? Waarom is de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland een, ik meen, Canadees private-equitybedrijf dat via een juridische structuur aandelen op de Kaaimaneilanden heeft? Waarom is dat zo? We gaan nu miljarden investeren in de kinderopvang. De SP is daarvoor, want dat is belangrijk. Maar als je tegelijkertijd de deur open laat staan voor winstuitkeringen in de kinderopvang, dan kun je er vergif op innemen dat dat ontzettend verkeerd gaat. Dat debat moeten we ook hier voeren.

We moeten er ook voor zorgen dat mensen weer zeggenschap hebben over de dingen die ertoe doen en waar we met z'n allen voor betalen, want het gebrek daaraan draagt niet bij aan het vertrouwen dat mensen hebben in de overheid. In de debatten over de faillissementen van ziekenhuizen werd gezegd: daar gaat de politiek niet over; dat is aan de zorgverzekeraars. Toen het ging over de mondkapjes, die met veel belastinggeld in Nederland zijn aangeschaft, die over de datum dreigen te raken en die we gratis willen verstrekken aan de zorg, werd er gezegd: dat kan niet, want dat mag niet van de markt. Dan zou de markt verstoord raken. Het ging hier ook over de problemen waar mensen tegen aanlopen bij het opknappen van sociale huurwoningen. De woningbouwvereniging van vroeger bestaat niet meer. Dat is nu een woningbouwcorporatie en daar hebben mensen geen zak over te zeggen. Dat draagt ook fundamenteel bij aan het wantrouwen dat mensen ervaren. Ik snap dat heel goed, dus ik vind dat we die politieke ideeënstrijd hier moeten voeren.

Voorzitter. Is er wat de SP betreft dan niks positiefs over het coalitieakkoord te melden? Jawel. Zeker wel. We vinden het positief dat de studiebeurs terugkomt en dat het leenstelsel eraan gaat. We vinden het positief dat de salarissen van de leraren op de basisschool gelijkgetrokken worden, zodat ze wat meer gaan verdienen. We vinden het positief dat de verhuurderheffing er eindelijk aan gaat, ook al had dat van ons eerder gemogen. Dat is goed nieuws.

Wat daarentegen minder goed nieuws is, is dat voor al die dingen wel een flinke strijd gevoerd moest worden. Neem de woonprotesten tegen de verhuurderheffing. Neem de grote protesten die er waren van de studenten tegen het schuldenstelsel. Neem Thijs Roovers en Jan van de Ven, die samen met duizenden andere docenten volop actie hebben gevoerd om de loonkloof te dichten. Al die tijd was er toch voor heel veel dingen al wel een politieke meerderheid, maar de VVD wilde het niet en heeft het tegengehouden. De samenleving krijgt nu de rekening. Want we zitten nu met een onwijs lerarentekort. We zitten nu met de woningnood. We zitten nu met een generatie studenten met een enorme schuldenberg, die daar echt niet zomaar van af is. Dat is dus wel de prijs die de samenleving daarvoor moet betalen. Dat vinden wij heel kwalijk.

Wat we ook kwalijk vinden — daar ging het eerder in dit debat al over — zijn de aangekondigde bezuinigingen op de zorg. Ik ben blij dat in ieder geval is opgehelderd dat er bezuinigd wordt, want ik had de vorige keer met de heer Segers een debat over de vraag in hoeverre dat wel of geen bezuinigingen zouden zijn. Maar die zijn er, met name op de verpleeghuiszorg en op de jeugdzorg; het ging er al over.

In het debat dat ik net had met de VVD, met mevrouw Hermans, werd het mij niet duidelijk, maar ik wil toch echt weten: wie heeft dit nou bedacht? Wie van de coalitiepartijen heeft nou bedacht: weet je wat, we kunnen wel op de verpleeghuiszorg bezuinigen, we kunnen de personeelsnorm wel afschaffen en we kunnen wel vertellen dat het daar met minder geld kan? Ik ben het niet tegengekomen in de verkiezingsprogramma's. Ik wil weten wie dit bedacht heeft. Het kan namelijk niet. Wij vinden dus ook dat dat van tafel moet, net zoals de bezuinigingen op de jeugdzorg natuurlijk van tafel moeten. We geven de gemeenten groot gelijk die gezegd hebben: wij gaan hier niet over doorpraten. Er is al zo lang geknokt, zowel door de medewerkers als in dit geval door de gemeenten, om fatsoenlijke budgetten te krijgen, in dit geval voor de jeugdzorg. Dat kan je niet zomaar terzijde schuiven. Dat kun je niet zomaar wegbezuinigen. Dus dat moet wat ons betreft ook echt van tafel.

Een ander groot probleem dat wij met deze coalitie hebben, is dat zij geen cent extra uittrekt voor loonsverhogingen in de zorg, terwijl de personeelstekorten nu al gigantisch zijn, die in de toekomst alleen maar groter zullen worden, en we alles uit de kast moeten halen om het werken in de zorg aantrekkelijk te houden of te maken. Salaris is daar niet dé oplossing voor — zeker niet; daar moet veel voor gebeuren — maar is daar wel één oplossing voor. Het feit dat deze coalitie geen cent extra reserveert voor loonsverhogingen voor zorgmedewerkers, is niet alleen asociaal, gezien het applaus dat ze wel allemaal hebben gekregen, maar is vooral ook onverantwoord. Want ik vraag de minister-president: waar gaan we straks al die mensen vandaan halen?

Iets anders wat we moeten doen om het werken in de zorg aantrekkelijk te maken of te houden, is kappen met de marktwerking. Zorgverleners worden er echt schijtziek van dat er zo veel tijd besteed moet worden aan bureaucratie, maar ook dat er allerlei foute prikkels in het stelsel zitten, die de zorg onnodig duur maken. We kunnen dus zeker wel besparen in de zorg, maar laten we het dan dáár doen. Maar uitgerekend daar doet het kabinet er niks aan.

Voorzitter. Ik wil het ook graag hebben over de koopkracht van mensen. Het ging er al over in het debat. Uit de cijfers van het Nibud blijkt dat alle Nederlanders erop achteruitgaan, althans alle Nederlanders met een beetje een laag inkomen of een middeninkomen. Ik kom zo nog even terug op de grootverdieners. En het is toch wel schandalig, en ergens ook wel knap, dat het je niet lukt om de gewone Nederlander daar in tijden van zo'n fantastische economische groei, waarin er kennelijk zo veel geld beschikbaar is om uit te geven, iets van te laten merken. Dat geldt in het bijzonder voor het minimumloon. Want waar het wel vaak over ging in de verkiezingscampagne, dat was het minimumloon. De SP ging zeker voorop, maar een aantal andere partijen sloten zich aan bij de oproep dat het fundamenteel omhoog moet, al was het maar omdat we ook in de coronacrisis opeens een lijst hadden van cruciale beroepen. Daar stond toch heel vaak de pakketbezorger op, of degene die zorgt dat de schappen vol liggen, of de buschauffeur. Dat zijn heel vaak mensen die op of rond het minimumloon werken. Die mensen krijgen nu te horen dat ze er aan het eind van deze regeringsperiode misschien ongeveer 80 cent op vooruitgaan. Ik wil van de minister-president weten waar dit dan is misgegaan in de formatie. Wat is hier fout gegaan? We vonden toch allemaal — dat dacht ik, want dat werd in de verkiezingscampagne in ieder geval beloofd — dat dat minimumloon fundamenteel omhoog zou moeten? Waarom dan dit?

Over de koppeling met de AOW hebben we het net ook volop gehad. Daar wil ik nog wel het volgende aan toevoegen. Wij vinden dat die ontkoppeling van tafel moet. Daarover hebben we net uitgebreid met mevrouw Hermans van de VVD van gedachten gewisseld. Ik begreep uit haar woorden, maar dat is even mijn vertaling, dat de VVD in ieder geval bereid is om te zoeken naar compensatiemogelijkheden, zodat de ouderen er in ieder geval niet op achteruitgaan. Ik zou tegen de VVD willen zeggen: de makkelijkste manier om dat te doen, is door die wet om de AOW te ontkoppelen niet in te dienen en die koppeling gewoon in stand te houden, als is het maar omdat dat toch ook een kwestie van beschaving is. Dat is toch niet voor niets 30 jaar geleden zo afgesproken? Toen is toch niet voor niets afgesproken dat ouderen die niet meer werken, in ieder geval ook een hogere uitkering krijgen als de lonen omhooggaan? Als de coalitie dat los wil laten, dan betekent dat heel veel voor heel veel mensen. Dat is wat ons betreft echt een belangrijk punt. Ik zou graag aan de minister-president willen vragen of hij bereid is om dat onzalige idee te laten varen.

Voorzitter. De ongelijkheid in Nederland is heel groot. Als je kijkt naar hoe vermogen in de rijke westerse landen is verdeeld, dan zie je dat eigenlijk alleen de vermogensongelijkheid in de Verenigde Staten groter is dan die in Nederland. Gisteren bleek wederom dat de 2.120 rijkste Nederlanders, de superrijken van Nederland, met elkaar meer vermogen bezitten dan de 10 miljoen armste Nederlanders. Hoe gestoord wil je het hebben, zou ik bijna willen zeggen. Dat is toch gewoon compleet bizar? Er is dus ontzettend veel geld in Nederland. Alleen, het zit niet in genoeg zakken. Het zit niet in de juiste zakken. Mijn vraag aan de minister-president is daarom ook: waarom doet dit kabinet daar niks aan? In de verkiezingsprogramma's, ook die van andere partijen, heb ik best wel mooie ideeën gelezen om die grote vermogensongelijkheid aan te pakken. Maar we zien er niks van terug. En dan vervolgens wel zeggen: ja, we moeten wel bezuinigen op de verpleeghuizen, hoor, want het wordt een beetje duur daar. Waarom doet u daar dan niks aan? Waarom haalt u het geld niet waar het zit? Er zijn kansen genoeg. Ik vraag dat ook wel omdat wij samen met D66 een aantal keren een motie hebben ingediend over het belasten van vermogens boven een miljoen. Die heeft D66 gesteund. Ik geloof dat het zelfs in het verkiezingsprogramma terecht is gekomen. Maar toch zien we er niks van in Rutte IV. Dat is niet alleen teleurstellend; het is natuurlijk ook heel kwalijk, omdat we op deze manier die grote vermogensongelijkheid laten bestaan. De SP heeft daar allerlei ideeën over. Wij vinden bijvoorbeeld dat de winstbelasting voor grote bedrijven waarmee het heel goed gaat, die winst maken, ook omhoog kan. Maar we vinden zeker dat die vermogensongelijkheid aangepakt moet worden. Ik vraag me echt af waarom dat niet gebeurt. Volgens mij kunnen we dat geld goed genoeg gebruiken.

Het is hier ook al een aantal keren gegaan over de fondsen. Er komt bijvoorbeeld een fonds voor klimaat. De SP heeft daar grote bedenkingen bij, omdat wij niet geloven in een individualistisch, liberaal klimaatbeleid. Daarmee bedoel ik het beleid waar ook het Sociaal en Cultureel Planbureau voor waarschuwt, waarbij wordt gezegd: u moet maar individueel een lening afsluiten om een warmtepomp te nemen. Ten eerste denken we dat dat niet gaat werken, en ten tweede denken we dat dat asociaal is. Daarmee werk je namelijk in de hand dat juist de mensen die toch al wat meer geld hebben dan anderen ervan profiteren. Overigens krijgen die vaak ook de meeste klimaatsubsidies; zo krom is het ook nog. Daar dreigt het met die fondsen nu natuurlijk ook weer op uit te draaien: dat de grote bedrijven, die flink uitstoten, de grote vervuilers, uiteindelijk niet gaan betalen — ik dacht dat dat het idee van de oplossing was — maar nou juist geld gaan krijgen van de belastingbetaler. Er zijn miljarden gereserveerd voor subsidies aan die grote vervuilers. Het lijkt er toch op dat dat weer opnieuw een cadeau is aan het grote bedrijfsleven. Wij hebben hier eerder gestaan, bijvoorbeeld toen het ging over het afschaffen van de dividendbelasting en het verlagen van de winstbelasting. Het voelt toch een beetje alsof dit hetzelfde spel is dat wordt gespeeld op een ander bord, nu onder de noemer van klimaat. Wij denken ook dat het niet gaat werken. Wij denken dat het uiteindelijk niet gaat werken en dat er een klimaatbeleid nodig is waarin klimaatrechtvaardigheid vooropstaat en juist de grootse vervuilers ook het meeste gaan betalen.

Voorzitter. Dan een aantal andere onderwerpen die volgens mij niet onbesproken mogen blijven. Een daarvan is in ieder geval wonen. Ik noemde net al de woonprotesten. Er is heel veel actiegevoerd voor fatsoenlijke volkshuisvesting en tegen de woningmarkt. Ik vind het echt teleurstellend waar deze coalitie mee komt. De huren exploderen op dit moment. Het was vandaag in het nieuws. Ook de huren in de vrije sector exploderen. De huren in de sociale sector zijn een jaar bevroren. Daar hebben we héél hard voor moeten knokken hier in het parlement, samen met huurders door het hele land. Maar wat gaat er gebeuren als dat er dadelijk af is? Dat is ook mijn vraag aan de minister-president. Waarom bevriest hij de huren bijvoorbeeld niet, als we nu al kunnen zien aankomen, net zoals we dat eerder bij de energierekening zagen aankomen, dat die door het dak zullen gaan en dat heel veel mensen die nu al in de knel zitten omdat ze hun huur niet kunnen betalen, daar straks nog meer problemen mee hebben?

Voorzitter. Ook maken wij ons zorgen over het voornemen om sociale huisvesting te gaan verkopen. We moeten nog zien hoe dat precies uitgewerkt wordt, maar wij denken dat we toch echt méér sociale huurwoningen nodig hebben in plaats van minder. Mijn vraag is dus ook: wat is de achtergrond van dat idee? En kan de minister-president in ieder geval garanderen dat de uitkomst is dat er meer sociale huurwoningen komen in plaats van minder?

Dan het onderwijs, voorzitter. Ik noemde net al even de studenten. Wij vinden het dus positief dat de salarissen van de basisschoolleerkrachten omhooggaan, maar wij zijn absoluut niet tevreden over de compensatie die is aangekondigd voor de schuldengeneratie. Dat zijn de studenten die gewoon de dupe zijn geworden van een totaal mislukt politiek experiment, namelijk het leenstelsel, ook wel "het schuldenstelsel" genoemd. Er is een hele generatie die zich in de schulden heeft moeten steken en dan komt het kabinet-Rutte IV met een toch wel wat karige fooi. Ook zij hebben alweer een nieuw protest aangekondigd. We kunnen het toch niet laten bestaan dat een hele generatie met zo'n schuldenberg opgroeit, maar ook met een ontzettende mentale last en druk die het gewoon geeft als je dit met je meezeult terwijl je aan het begin van je leven staat en je loopbaan nog moet gaan opbouwen? Wij waren nooit voorstander van het schuldenstelsel. Daar hebben we altijd tegen gevochten. Er waren ooit partijen die daar wel in geloofden, maar ook die partijen zien nu toch dat dit niet goed is en dat je dit jonge mensen niet moet aandoen. Daarom vraag ik waarom we er niet voor kunnen kiezen om die schuldengeneratie fatsoenlijk te compenseren.

Voorzitter. Ik zie op mijn klokje dat ik zo'n beetje moet gaan afronden, tenzij u zegt: ik vind het zo'n fantastisch verhaal; neem nog maar wat tijd. Ik heb ook een boek meegenomen. Dat boek heet "Weggecijferd, teruggevochten". Het is een fotoboek dat op ons verzoek gemaakt is door Bert Teunissen. Het zijn 100 portretten van ouders die zijn gedupeerd in het toeslagenschandaal. Het boek is op een bijzondere manier gemaakt, namelijk met een bijzondere bindmethode. Hoe je erdoorheen bladert, linksom of rechtsom, maakt wat je ziet. Als je rechtsom bladert, zie je eigenlijk alleen de zaak- of dossiernummers van mensen. Als je linksom door het boek bladert, zie je de vaak indringende portretten van de getroffen ouders in het toeslagenschandaal, ooit met alleen een plastic stoel in de kamer en een matrasje, en zo zitten mensen er op dit moment nog steeds bij. Ik zou dit exemplaar via de bodes eigenlijk graag aan de minister-president willen overhandigen. Ik begon mijn verhaal met het weinige vertrouwen dat er is onder de Nederlandse bevolking in Rutte IV, maar de getroffen ouders in het toeslagenschandaal zijn de groep waarvoor het misschien nog het wrangst is dat Rutte III een doorstart maakt in Rutte IV. Ik wil het boek graag via de bodes overhandigen, maar wel in de hoop dat er in ieder geval actieve herinneringen blijven. Het feit dat er nu nog maar voor 10% van de getroffen ouders een oplossing is, is echt diep beschamend.

Voorzitter, helemaal tot slot en dan rond ik echt af.

De voorzitter:
Heel kort.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Zeker. Er hangt wel verandering in de lucht. We zien die verandering niet komen van Rutte IV, maar wel vanuit de samenleving. Overal zijn alweer nieuwe protesten aangekondigd. Ik noemde al het protest van de studenten op 5 februari en er zijn nieuwe woonprotesten aangekondigd. De klimaatbeweging is acties gestart voor een fatsoenlijke bijdrage van de grote vervuilers. We zien ook dat de jeugdzorg al acties heeft aangekondigd, op 15 maart. De SP zal die steunen en we zullen samen zorgen dat die verandering er komt.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Marijnissen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat was een mooi, helder SP-betoog. Het lijkt me ook een heel mooi boek, waarin nummers echt ook een gezicht krijgen. Ik denk dat dat zó ontzettend belangrijk is als wij nadenken over die uitvoering. Maar twee elementen leken een beetje in tegenspraak met elkaar. Mevrouw Marijnissen begon haar betoog ermee dat het zo belangrijk is om strijd, de ideologische strijd, te voeren. Toen zei ze dat een aantal dingen ten goede zijn veranderd, bijvoorbeeld bij de verhuurderheffing en het leenstelsel, maar dat het jammer is dat daar strijd voor nodig was. Wilt u nou wel strijd of geen strijd?

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik bedoelde daarmee te zeggen dat ik het jammer vind dat er zo veel strijd voor nodig was, omdat hier bijvoorbeeld op het punt van de verhuurderheffing allang een politieke meerderheid was. Ik denk dat wij allemaal weten dat het de VVD was die dat heeft tegengehouden en dat we nu ook moeten constateren dat dat de wooncrisis niet bepaald de goede kant op heeft geholpen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de studenten. Het is een feit dat het leenstelsel er uiteindelijk aan is gegaan, maar ik zei net al dat dat natuurlijk een totaal mislukt politiek experiment is geweest. Deze Kamer heeft dus een hele generatie opgezadeld met die schulden. Ik bedoelde daarmee dus te zeggen dat de politiek wel tot nieuwe inzichten kan komen — gefeliciteerd, zou ik willen zeggen — maar dat de samenleving de prijs betaalt. De samenleving voelt de pijn. De kinderen die nu naar school gaan, krijgen nu te maken met een ontzettend groot lerarentekort, waardoor ze per week een dag minder naar school kunnen omdat er gewoon te weinig mensen zijn voor de klas. Dat bedoelde ik. Het is geen natuurverschijnsel. Het komt niet uit de lucht vallen. Het zijn politieke keuzes die hier zijn gemaakt, maar de pijn wordt gevoeld in de samenleving.

De heer Segers (ChristenUnie):
Als je die twee voorbeelden pakt, het leenstelsel en de verhuurderheffing, dan kun je natuurlijk de VVD van alles de schuld geven. Dat doe ik soms ook graag.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dat is vaak toch ook wel het geval, hè.

De heer Segers (ChristenUnie):
Het is een grote partij met enige verantwoordelijkheid en met een premier die er al enige tijd zit. We kunnen die inderdaad van alles de schuld geven, maar er zijn toch echt ook andere partijen, ook linkse partijen, verantwoordelijk voor het leenstelsel. De verhuurderheffing kwam er tijdens Rutte II, dat voor de helft bestond uit een linkse partij. Ook slechte plannen hebben vele vaders. Bent u bereid om wel te blijven strijden? En als u daartoe bereid bent, heeft u dan nog enige hoop op enig succes, dus dat er af en toe eens een keer een slecht plan over de rand duikelt en u inderdaad iets bereikt? Heeft u die hoop in deze periode?

Mevrouw Marijnissen (SP):
Allereerst over dat eerste: u heeft natuurlijk helemaal gelijk dat slechte plannen niet alleen van de VVD komen, maar ook van andere partijen. Ik ben alleen maar blij dat die andere partijen op een gegeven moment tot een ander inzicht zijn gekomen. Maar ik vind het triest dat de prijs daarvoor niet door u of mij wordt betaald, maar door de mensen — we kennen de voorbeelden allemaal — die nu bijvoorbeeld ontzettend in de knel zitten omdat ze een huis nodig hebben, maar dat niet kunnen vinden of omdat ze de huur niet kunnen betalen. Ik noem maar een aantal voorbeelden.

Die hoop heb ik zeker. Die hoop hebben wij volop, maar die hoop halen wij niet uit deze coalitie. Ik merk dat heel veel Nederlanders er zo naar kijken. Ik snap dat ook wel als je tegelijkertijd ziet dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor zulke grote fouten … Mevrouw Kaag heeft af moeten treden vanwege Afghanistan. De heer Rutte heeft af moeten treden vanwege het toeslagenschandaal. Vervolgens maakt het kabinet een doorstart en zitten ze er gewoon weer. Wij kunnen daar in de Haagse bubbel misschien onze schouders over ophalen, maar heel veel mensen snappen daar helemaal niks van. Als je dat op het feit legt dat er zo weinig politieke ideeënstrijd is, omdat het allemaal ongeveer dezelfde kant opgaat, waarom zouden mensen er dan nog vertrouwen in hebben? Ik begrijp dat heel goed.

De heer Segers (ChristenUnie):
Wat betreft de pijn van het leenstelsel heb ik die prijs zelf ook betaald. Voor mij is het prima te doen, maar ik heb twee studerende dochters, die datzelfde perspectief hebben dat ze overal net buiten vallen. Tegelijkertijd zie je wel dat als je je sterk maakt, als je een Coalitie-Y vormt, als je met andere partijen optrekt en als je op dat aandeel blijft hameren, je op een gegeven moment succes kunt hebben. Ik vraag u helemaal niet om opeens verliefd te worden op dit kabinet of op individuele leden van dit kabinet, maar ik vraag u wel om zich te blijven inzetten. Kijk bijvoorbeeld naar de klimaatrechtvaardigheid, waar u terecht over spreekt. U zei in uw bijdrage dat u zich daar zorgen over maakt. Er zit een isolatieprogramma in dit coalitieakkoord. Daar gaat geld naartoe. Dat gaat als eerste naar de slechtst geïsoleerde huizen, naar de mensen die het het meest nodig hebben. Dat gaat als eerste naar de mensen die vooraan staan als we rechtvaardig moeten zijn in de energietransitie. Mijn indringende pleidooi is alleen als volgt. Doe het niet voor dit kabinet, maar doe het voor de mensen. Doe het voor de rechtvaardigheid. Doe het voor betere plannen. Heb ook een heel klein beetje hoop dat als je praat, gaat onderhandelen of af en toe eens meepraat, je dan wel degelijk succes kunt hebben.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Daar hoeft de heer Segers zich echt geen zorgen over te maken. Als ik hem kan helpen door die zorg weg te nemen, zodat hij vannacht wat rustiger kan slapen, dan zeg ik: ik heb volop hoop, meneer Segers. Daar hoeft u echt geen zorgen over te hebben. We hebben de voorbeelden zelf gezien. Ik noemde net al even de strijd die we bijvoorbeeld samen met huurders hebben gevoerd voor het bevriezen van de sociale huur. Maar er is wel ontzettend veel strijd aan voorafgegaan om ervoor te zorgen dat dat lukte. Er dreigt nu een enorme huurexplosie. Dan moet ik tot mijn spijt toch constateren dat deze coalitie daar niks aan doet. Daarom stelde ik ook mijn vraag aan de minister-president: waarom bevriest u de huren nu niet? Je hoeft echt geen glazen bol te hebben om te bedenken dat we hier over een paar weken of maanden staan, elkaar allemaal aankijken en zeggen: wat erg dat de huren zo door het dak zijn gegaan en dat zo veel mensen financieel in de knel komen, als ze niet al in de knel zitten.

Die hoop is er dus zeker. Die is er volop. Tegelijkertijd moeten we op het gebied van klimaat wel constateren dat er ontzettend veel miljarden worden uitgetrokken voor klimaat, maar dat wij totaal niet geloven in de gedachte dat het wel goed komt als je dat maar overmaakt aan de grote vervuilers. Sterker nog, wat mij betreft heeft dat niks met klimaatrechtvaardigheid te maken. Mensen snappen dat ook niet. De energierekening gaat door het dak. Tegelijkertijd moeten er nog eens miljarden belastinggeld overgemaakt worden naar het bedrijfsleven om te verduurzamen. Wij zouden zeggen dat een socialistisch klimaatbeleid, klimaatrechtvaardigheid, is: laat ze die grote winsten bijvoorbeeld inzetten om te verduurzamen, voordat je gaat werken met subsidies.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Marijnissen. Dan geef ik het woord aan de heer Paternotte van D66.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Na tien maanden van formeren denk ik dat heel veel mensen opgelucht zijn dat er eindelijk een regeringsverklaring is en dat we eindelijk weer in beweging komen, want wij hier bij elkaar begrijpen misschien wat er nou precies in al die tien maanden gebeurd is, maar ik vrees dat dit voor de meeste Nederlanders niet geldt.

Bij mij thuis vroeger was politiek ook geen groot onderwerp. Dat werd het pas toen mijn ouders steeds vaker tegen de overheid aanliepen. Mijn broer was gediagnosticeerd met minimal brain dysfunction. MBD heette dat toen. Dat is een soort containerbegrip voor kinderen die vanwege gedrag of iets onduidelijks niet helemaal mee konden komen op school. Ieder kind is toch weleens druk? Zo werd het afgedaan. De oplossing was toen soms het advies om dan geen snoep meer te eten. Mijn moeder had het daar lastig mee, want hoe kan het nou dat dokters eigenlijk niet weten wat er met hem is? Dat was voor haar het signaal om in actie te komen. Ze wilde andere ouders in een vergelijkbare situatie ook helpen. Zo raakte ze betrokken bij de Oudervereniging Balans. Dat is tegenwoordig de oudervereniging voor ouders van kinderen met leer- en ontwikkelingsproblemen, zoals ADHD, dyslexie en autisme. Mijn moeder was niet academisch opgeleid. Ze ging naar de school voor maatschappelijk werk in Baarn, maar ze wilde wel echt alles weten van leer- en gedragsstoornissen. De stapel wetenschappelijke literatuur werd steeds hoger thuis.

Hoe meer ze las, hoe meer ze zich afvroeg: wat hebben ouders hier nu aan? Dus besloot ze zelf te gaan schrijven. Boeken vol, voor de ouders, zodat ze hun kinderen beter konden helpen. Haar eerste boek heette: Doe normaal. Want dat was de verwensing die kinderen met ADHD zo vaak te horen kregen en waar ze helemaal niets mee konden. Door haar werk mocht ze meeschrijven aan adviezen van de Gezondheidsraad. Dan stond onder zo'n advies de commissie opgesomd: professor doctor De Beaufort, hoogleraar medische ethiek, professor doctor Boer, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, professor doctor Oosterlaan, hoogleraar psychiatrische neuropsychologie, en mevrouw Paternotte van de oudervereniging.

Haar boeken sloegen aan. Ouders waren er blij mee, maar deze kinderen hadden ook een overheid nodig. Want het maakt nogal wat uit of je als kind extra tijd krijgt bij een examen en vaker een mondelinge toets mag doen, dat er extra begeleiding kan zijn op school, dat medicijnen vergoed worden. Dus steeds meer ging het thuis over het Binnenhof, over politiek. Zij en haar collega's realiseerden zich dat je, als je iets wilt veranderen, heel vaak in Den Haag moet zijn. Zo kwam dat uurtje extra er bijvoorbeeld voor kinderen met dyslexie. Haar strijd in Den Haag bracht de politiek bij ons thuis aan tafel.

Op een dag werd mijn moeder gebeld door een politieke partij die er goed voorstond in de peilingen, met een knappe jonge krullenbol als fractieleider. Deze partij kwam ook vaak op voor onderwijs en ouders. Er werd gevraagd of ze belangstelling had voor de Tweede Kamer. U begrijpt: ik heb het over het GroenLinks van Paul Rosenmöller. Mijn moeder leek dat alleen niks. Ze dacht voor politiek te weinig geduld te hebben. Ze bleef liever echt alleen de stem van de ouders. Maar door haar verhaal weet ik wel heel erg goed dat wat wij hier met elkaar doen, heel veel uitmaakt in de levens van mensen, en dat politiek pas werkt als ze uitgaat van wat mensen nodig hebben om vooruit te komen, en niet van wat het systeem van ze vraagt. Dat is nou precies de vraag die ik zou willen stellen aan dit kabinet, namelijk om die belofte waar te maken.

Mevrouw de voorzitter. Wat ik ook verwacht van dit kabinet, is dat het de democratische rechtsstaat repareert en beschermt, want die staat onder druk, overal in de wereld. Onvrije landen worden nog autocratischer, zoals Rusland en China. Vrije landen worden minder vrij. De Verenigde Staten likken nog de wonden van de bestorming van het Capitool, aangejaagd door de eigen verliezende president. Orbán misbruikte de coronacrisis om zijn macht nog verder te concentreren. De Poolse regeringspartij deed een poging om op een illegale manier de verkiezingen naar haar hand te zetten. Wat daar gebeurt, kan hier ook gebeuren. Het veilig voortbestaan van onze democratie is geen vanzelfsprekendheid. Er zijn genoeg dreigingen om ons zorgen over te maken, van buitenaf en van binnenuit. Van buiten zien we de agressie van buitenlandse mogendheden en het gevaarlijke potentieel van Big Tech. In het regeerakkoord wil dit kabinet buitenlandse beïnvloeding dan ook tegengaan. Het wil een sterke Europese defensie en trekt veel geld uit voor de krijgsmacht en cyberveiligheid, omdat we weten dat Rusland niet terugdeinst voor annexaties en geweld en dat surveillance aan de Oekraïense grens nu door de Britten en de Amerikanen wordt gedaan terwijl Europa in zijn eigen achtertuin zelf zou moeten kunnen bijdragen. Van binnen zien we tot onze afschuw dat de overheid zich tegen de eigen burgers kan keren, van toeslagenouders tot Groningers waarbij de toegang tot het recht tekortschiet. We zien ook dat de samenleving verhardt en verruwt naar inspiratie en voorbeeld van wat er zich in ons parlement en ook in de lokale democratie afspeelt.

De democratie staat onder druk van een radicaliserende antidemocratische beweging. Dat is een beweging die heel cynisch gebruikmaakt van gevoelens van wantrouwen, een beweging die niet constructief maar destructief is, die de schuld van wezenlijke problemen altijd neerlegt bij de ander. Deze beweging eist tribunalen en hitst mensen op met weerzinwekkende complotten, waarmee ze bijdragen aan een sfeer waarin politici en andere publieke figuren met de dood worden bedreigd. Het kabinet gaat daarom het systeem van bewaken en beveiligen verbeteren en daar veel geld in steken. Dat moet omdat in ons land een advocaat en een journalist zijn vermoord, omdat het eerste wat sommige ministers nu zien als ze de deur uitlopen een politiepost is, omdat wetenschappers die voor ons allemaal werken bedreigd worden. Ik noem de vrije pers, zoals de journalisten van de NOS die werken onder een redactiestatuut dat hun onafhankelijkheid garandeert maar die nu worden gehinderd in hun werk, dat zo'n belangrijke rol speelt in een vrije samenleving. Dat is niet normaal. Zolang het zo is, moeten we opstaan tegen dit soort extremen.

Tegenover de verwachting van het kabinet, van mij staat dus ook een verwachting van wat wij zelf kunnen doen in het belang van een goed functionerende democratische rechtsstaat met een gezonde politieke cultuur. Mijn fractie zal in het belang van de democratie altijd proberen te komen tot samenwerking met alle redelijke krachten. En dat kan ook. Want zo'n coalitieakkoord is natuurlijk niet alleen het resultaat van twee maanden onderhandelen met vier partijen. Wat de coalitie nu van plan is te doen, heeft vaak een lange geschiedenis, een geschiedenis die altijd partijen en coalities overstijgt. Zoals het idee van bijna gratis kinderopvang. Essentieel voor de emancipatie. Dit komt oorspronkelijk uit de koker van de Partij van de Arbeid, de motie-Bos/Van Aartsen. En nu komt het er eindelijk. De constitutionele toetsing was een idee van GroenLinks, de wet-Halsema, een goed idee, dat in directe zin de balans terugbrengt in ons democratisch systeem. Nu wordt het realiteit. Het afschaffen van de bio-industrie was een belangrijke reden voor de oprichting van de Partij voor de Dieren. Deze coalitie neemt dat dankbaar over. Het CO2-plafond voor de luchtvaart ter bescherming van de schepping heb ik samen met Chris Stoffer van de SGP voorgesteld en nu wordt het regeringsbeleid.

Terugdenkend aan vanochtend, vind ik het zelf soms ook lastig om niet cynisch te denken dat de politieke cultuur een gegeven is en dat het nou eenmaal altijd hard tegen hard is, dat de nuance ontbreekt, dat je echt niet vrij kunt praten. Ik kan mij voorstellen dat misschien wel voor iedereen in deze zaal geldt dat je dat gevoel hebt, maar we zouden beter af zijn met een andere cultuur. Een politieke cultuur waarin we niet in die loopgraven zitten maar in een oer-Hollandse kring. Oude gewoontes slijten langzaam. Dat zal ook voor mij gelden. Politieke strijd blijft noodzakelijk over de inhoud. Als we hier vandaag kunnen vaststellen dat de coalitie open zal kijken naar de ideeën van alle partijen en dat de oppositie niet alles bij voorbaat afwijst, dan kan het parlement worden wat het hoort te zijn, een plek waar alle wensen en alle ideeën uit de samenleving bij elkaar komen, zodat mensen zich gehoord voelen en zodat wij samen de toekomst bepalen, soms met grote stappen, vaak met kleine. Soms — dat sluit ik zeker niet uit — heeft de oppositie meer gelijk dan de coalitie en heeft ze het bij het rechte eind. Ik herinner me dat Lodewijk Asscher bij de start van het vorige kabinet het plan voor loondispensatie voor arbeidsbeperkten ter discussie stelde en een jaar later samen met de coalitie dat plan ook wegpoetste.

Voorzitter. Ik las het coalitieakkoord en toen dacht ik: hoe sneller dit wordt uitgevoerd, hoe beter. Want het is uitgesproken sociaal, ambitieus en progressief. Alles is erop gericht om mensen eerlijk en voortvarend door die overgangstijd te loodsen. Het is ambitieus, alleen al als ik denk aan die opgave van 60% minder uitstoot in 2030, waar Rob Jetten nu voor staat, met steun van zijn collega's. Minister Jetten zal alles uit de kast moeten trekken en heeft er al zijn collega's voor nodig: van de vliegbelasting tot de CO2-heffing en van duurzame woningen tot windmolens op zee. Het is ambitieus vanwege de revolutie in de landbouw, die ons land voorgoed zichtbaar zal veranderen met minder megastallen en meer natuur en schone lucht. Het is ambitieus voor de wetenschap. Eindelijk krijgen onderzoekers en universiteiten weer de ondersteuning die ze nodig hebben voor hun cruciale werk. Het is sociaal, met een nieuwe impuls voor de rechtsbijstand, met een forse verhoging van het minimumloon en met de grootste structurele investering ooit in gelijke kansen door goed onderwijs en bijna gratis kinderopvang. Het is sociaal, omdat we weer geduld gaan betrachten met kinderen en met studenten. Het is progressief, met forse investeringen in cultuur, met ruimte voor de Kamer om antwoord te geven op vragen van leven en dood, zoals de wet voltooid leven en andere medisch-ethische vraagstukken, en met de eerste staatscommissie xtc ter wereld.

Dit is een kabinet dat meer dan ooit eruitziet als Nederland, met de diversiteit die onze kracht is. Daarom worden racisme en vrouwenhaat aangepakt en komt er aandacht voor alle pagina's van onze geschiedenis, met een Nationaal Historisch Museum en een slavernijmuseum. Met de afspraken uit het coalitieakkoord probeert het kabinet in alles wat het uitstraalt ruimte te scheppen voor mensen die anders zijn, die net even wat meer tijd nodig hebben, die verder komen met geduld en aandacht. Dat is ook wat mijn moeder in de kern probeerde te doen, eerst voor mijn broer en toen voor zo veel anderen. Dat is wat mij drijft in de politiek.

De richting is dus goed, maar dat is natuurlijk geen garantie voor resultaat. Dus mijn fractie wil de komende jaren een onafhankelijke aanjager zijn. In onze opvatting van politiek gaat het niet over wie de mooiste plannen kan bedenken of de mooiste akkoorden kan bereiken. Het gaat erom wat je ervan kunt waarmaken. Dus één waarschuwing wil ik het kabinet wel meegeven: mijn fractie is een ongeduldige fractie. Dus vraag ik het kabinet het volgende. Wanneer zet de eerste mega-uitstoter een handtekening onder een afkeercontract met de klimaatminister? Wanneer zet Hugo de Jonge de eerste nieuwe schop in de grond bij Amsterdam, Utrecht of een van die andere steden waar mensen klem zitten door ridicule huizenprijzen? Wanneer heft de minister-president het glas met Macron en Scholz op een autonoom, strategisch sterk Europa? Wanneer krijgt de eerste student zijn basisbeurs bijgeschreven? Wanneer ontvangen leraren op de basisschool hun eerste salarisstrook op gelijk niveau met de collega's van de middelbare school? Wanneer komt die grote stad erbij die mag starten met gereguleerde wietteelt? En als basis voor alles wat we willen bereiken: hoe wil het kabinet de krapte op de arbeidsmarkt oplossen, oftewel hoe zorgen we ervoor dat we snel genoeg mensen opleiden om onze plannen voor de kinderopvang, voor het klimaat en voor het onderwijs ook waar te kunnen maken?

Voorzitter. De democratische rechtsstaat die ons zo dierbaar is, zal alleen blijven bestaan als mensen er vertrouwen in hebben. Vijanden van de democratie vertellen ons dat de democratie geen oplossingen brengt voor mensen. Ze hebben ongelijk. Dat willen wij laten zien. Dat is ook de ambitie die spreekt uit het akkoord en uit de verklaring die het kabinet vandaag heeft gegeven. Dat is ook de opdracht die wij van harte omarmen.

De voorzitter:
Ik zie dat u vindt dat het tijd is voor een interruptie.

De heer Paternotte (D66):
Ik ben aan het einde van mijn betoog, voorzitter. Maar dat betekent waarschijnlijk dat het tijd is voor een interruptie.

De voorzitter:
U heeft nog tijd over. Maar daar gaan we zeker gebruik van maken. Ik heb mevrouw Ploumen gezien. Dan de heer Klaver en dan de heer Van der Staaij. Eerst mevrouw Ploumen namens de PvdA.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dank aan de heer Paternotte. Het was een mooi eerbetoon aan zijn moeder en — als ik zo vrij mag zijn — aan al die vrouwen die opstaan en in actie komen als ze ervan overtuigd zijn dat zij nodig zijn om tot een oplossing te komen. Ik wil de heer Paternotte feliciteren. Dit is zijn eerste debat als fractievoorzitter. Ik kijk uit naar de samenwerking. Hij geeft hoog op van het sociale en progressieve gehalte van deze coalitie. Ik heb daar echt wel vraagtekens bij, maar als ik de heer Paternotte zo hoor, ben ik wel hoopvol dat wij samen met andere bondgenoten het beter kunnen maken voor heel veel mensen in Nederland. Dat kunnen we doen door dit akkoord aan te passen. Ik zal daar straks ook een aantal voorstellen voor doen. Zo hoort dat inderdaad in een volwassen democratie.

Voorzitter. Toen ik het coalitieakkoord las en daarna natuurlijk ook de doorrekeningen zag en het Nibud vanochtend hoorde, moest ik terugdenken aan het debat dat ik had met mevrouw Kaag. Op 8 maart, Internationale Vrouwendag, waren wij in gesprek met elkaar over wat er moest veranderen in Nederland en in de wereld. Wij waren het er al heel snel over eens dat het eerlijker zou moeten, dat vervuilers aangepakt zouden moeten worden en dat vermogende, kapitaalkrachtige, grote bedrijven een extra bijdrage zouden moeten leveren aan wat zo belangrijk is voor ons allemaal. Dus toen mevrouw Kaag aanschoof bij de onderhandelingen, had ik er alle vertrouwen in dat het ook eerlijker zou worden. Ik maak me grote zorgen over de groeiende ongelijkheid, niet alleen maar tussen Senegal en de Verenigde Staten, maar juist ook hier binnen Nederland. Ik ben eigenlijk heel teleurgesteld dat daar niks van terecht is gekomen. Het minimumloon: mensen krijgen er €0,80 per uur bij, over drie jaar geloof ik. De AOW wordt ontkoppeld. Bezuinigingen. We hebben het er net over gehad. Wat is er misgegaan? Is de heer Paternotte bereid om met mij en anderen te zoeken naar mogelijkheden om ons belastingstelsel veel eerlijker te maken, waardoor het veel socialer wordt voor zo veel mensen in ons land?

De heer Paternotte (D66):
Dank voor het compliment en de felicitaties. Ik zie heel erg uit naar de samenwerking. Ik ben het helemaal eens met de stelling dat het gaat om zo veel vrouwen die vanwege wat ze zelf meemaken, in actie kwamen en daarmee later een verschil wisten te maken voor heel veel andere mensen, en die daarmee voor anderen een inspiratie zijn.

Als er voorstellen komen om het akkoord aan te passen, zie ik die natuurlijk tegemoet. Ik wil alleen wel het volgende zeggen. Het gesprek dat u op 8 maart had met mevrouw Kaag, heeft wel degelijk geleid tot allerlei zaken die we in het coalitieakkoord terugzien. Ik noem het feit dat de energiebelasting progressiever gaat worden, dat grootverbruikers zwaarder worden aangeslagen, dat bijvoorbeeld de glastuinbouw er eindelijk een keer aan mee gaat doen, de verhoging van de CO2-heffing, die nodig is om de klimaatopgaven te halen, het feit dat de gratis schenking van €100.000, die mensen die dat kunnen aan hun kinderen kunnen geven, de jubelton, van tafel gaat. Ik noem ook het feit dat we ernaartoe gaan dat je rendementsbelasting niet meer op fictief rendement zet maar op echt rendement. Fictief rendement is namelijk heel nadelig voor mensen die alleen maar sparen en heel voordelig voor mensen die heel lucratief beleggen. Als je gaat belasten op echt rendement, verschuif je daarmee de lasten van de mensen met een kleiner vermogen naar de mensen met een groter vermogen.

Dat zijn allemaal dingen die gebeuren, maar er moet nog meer gebeuren. Ik hoop dat we daar samen in kunnen optrekken. Bijvoorbeeld bij het geld dat nog gevonden moet worden voor de taakstelling om belastingontwijking aan te pakken. Ik meen dat het 1 miljard is. Dat moet allemaal nog gaan gebeuren. Ik denk niet dat mevrouw Ploumen gelijk heeft als zij zegt dat daar niets gebeurt.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik ken D66 als een partij die gaat voor verandering in het systeem; de heer Paternotte zei dat volgens mij zelf ook in zijn inbreng. Juist nu, in tijden van groeiende ongelijkheid, is zo'n verandering nodig. Die ongelijkheid leidt ook tot verdeeldheid. De heer Paternotte noemt voorbeelden van ingrepen. Daar zitten prima maatregelen bij, maar het raakt niet de kern van waar het echt fout gaat in ons land. Ik geef nogmaals het voorbeeld dat als je pakketbezorger bent, je waarschijnlijk een flexcontract hebt. Als je een vast contract hebt, krijg je er €0,80 per uur bij over die drie jaar. Maar de Zuidas wordt ongemoeid gelaten. De mensen die het geluk hebben gehad om een vermogen te erven, worden ongemoeid gelaten. De grote bedrijven, de aandeelhouders, de winstbelasting worden ongemoeid gelaten. Ik had zeer gehoopt — maar de avond is nog lang en we hebben nog drie jaar voor de boeg — dat D66 zich zou scharen onder de partijen die echt het systeem willen veranderen in plaats van de status quo verdedigen, zoals ze nu doet.

De heer Paternotte (D66):
Ik wil daar twee dingen over zeggen. De winstbelasting is een aantal maanden geleden ook nog verhoogd, maar daar zal ik het niet over hebben. Het eerste is dat ik denk dat wij hiermee het systeem veranderen. Wij doen heel veel investeringen in kansengelijkheid en zetten heel gericht in op het bestrijden van de armoede. Dat we de prioriteit leggen bij het verhogen van de bijstand en het minimumloon is natuurlijk ook omdat daar de meeste armoede zit. Waarom willen we die rijke schooldag en steken we ontzettend veel geld in het basisonderwijs? Omdat we willen dat het niet meer uitmaakt wie je ouders zijn voor de kans of je sport of muziek kunt uitproberen. Daardoor wordt de schooldag langer en rijker en ontstaan er meer gelijke kansen. Dat is allemaal bedoeld om een samenleving te creëren waarin het minder uitmaakt waar je wieg staat.

Als u zegt "maar uw inzet was toch om meer te doen op die vermogensbelasting", dan heeft u daar gelijk in. Er werd net gezegd dat het coalitieakkoord het programma van D66 is, maar dat is niet waar. Mevrouw Marijnissen zei terecht dat wij op dingen als vermogensbelasting hogere ambities hadden. Maar ik sta voor alles wat wij hebben gerealiseerd op klimaat, Europa, onderwijs, investeringen op cultuur — ik kan de hele waslijst opsommen. Want het voordeel van dit coalitieakkoord ten opzichte van ons verkiezingsprogramma is dat het niet leunt op 24, maar op 77 zetels. Zelfs dat zal niet genoeg zijn. We zullen uiteindelijk ook anderen moeten overtuigen, zeker als we wetten in de Eerste Kamer willen laten aannemen. Ik hoop dat we daarbij ook naar u zullen kijken en ook over dit soort onderwerpen zullen spreken.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ook namens mijn fractie: van harte gefeliciteerd aan de heer Paternotte met zijn eerste debat hier als fractievoorzitter. Ik had ook een debat over de ongelijkheid. Vanochtend ging het al even over de koopkrachtreparaties die nodig zijn. De coalitie wil dat ook. Heel goed. Maar even voor de goede orde: waar hebben we het dan ongeveer over? Stel dat de 7,5% ook voor de AOW'ers gaat gelden, dan krijgen ze er €6 per dag bij. Dat is belangrijk. Tegelijkertijd zien we dat iedereen die een huis bezit er iedere dag ongeveer €200 bij krijgt. Vermogensongelijkheid is de roze olifant in deze Kamer. Alle partijen die hebben onderhandeld wilden die vermogensongelijkheid aanpakken. De orde van grootte verschilde wat. Het CDA wilde het minste doen, met 2,7 miljard. Jullie wilden het meeste doen, met meer dan 15 miljard. Het compromis is nul geworden. Dat snap ik niet. Wat is daar gebeurd? Is er binnen de afspraken die er nu zijn ruimte om te kijken op welke wijze we vermogen zwaarder gaan belasten? Want dat is uiteindelijk de grote onrechtvaardigheid in Nederland.

De heer Paternotte (D66):
Dank ook. Ik zie uit naar de samenwerking, al heb ik niet de illusie dat ik de chemie die de heer Klaver met de heer Jetten had heel snel kan evenaren, zeker niet op TikTok.

Ik snap de vraag. Volgens mij is het niet nul, maar gaat het eerder richting de 2 miljard. Ik geef u er gelijk in dat dat minder is dan onze ambitie, maar er staan een aantal belangrijke dingen in het akkoord die voortkomen uit de analyse die nodig gemaakt moet worden. Voor belastingontwijking moet nog geld worden ingevuld. We zien bijvoorbeeld dat mensen die een bv oprichten vervolgens geld in die bv stoppen en dat aan zichzelf lenen. Zij kunnen belasting uitstellen dan wel ontwijken. Dat kunnen ze doen op een manier die nog legaal is ook, maar die natuurlijk absoluut niet de bedoeling is. Een belangrijke opdracht aan het kabinet is om belastingontwijking aan te pakken door ook naar dit soort dingen te kijken. Ik denk dat dat wel degelijk een goede start is.

Laten we eerlijk zijn. Vier jaar geleden ging het veel over de ginicoëfficiënt. Ik weet dat de heer Klaver daar op een gegeven moment om bekend kwam te staan. De kansenongelijkheid neemt met dit akkoord af. Ik vind het belangrijk om dat ook met elkaar vast te stellen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Daarom had ik het over de roze olifant in de Kamer, de vermogensongelijkheid. In de inkomensongelijkheid moeten dingen anders en beter, maar complimenten: dat ziet er grosso modo helemaal niet heel verkeerd uit. Het ging mij om de vermogensongelijkheid. U had het over de bv's. Dat gaat over box 2. Daar worden in het regeerakkoord juist verruimingen in voorgesteld. Laten we kijken naar de woningmarkt. U had het over al die jonge mensen die niet aan een woning kunnen komen. We kunnen extra gaan bijbouwen. Hugo de Jonge kan snel een schop in de grond zetten en ervoor zorgen dat er gebouwd gaat worden in een van de grote steden. Maar als woningen opgekocht worden door beleggers of in dit geval misschien wel ministers, komen ze niet bij deze mensen terecht. Dat is met een reden. Als in Nederland de huizen van alle mensen die tweede, derde of vierde huizen bezitten op de markt kwamen en jonge mensen of starters ze konden kopen, dan zou het woningtekort zijn opgelost. Het is veel te lucratief om die woningen te hebben, omdat de inkomsten daaruit amper belast zijn. Het kabinet doet daar veel te weinig aan. Ik snap dat je niet alles hebt kunnen regelen, maar zit hier dan echt ruimte? Is D66 vrij om hierin zelfstandig een afweging te maken, of moet dat altijd in overleg met de coalitiepartijen?

De heer Paternotte (D66):
Juist over de woningmarkt staat er volgens mij heel duidelijk in dat het doel is om betaalbare woningen te realiseren, of dat nou voor senioren, starters of studenten is. Er zullen ook flexwoningen bij moeten komen. Ik vind het op zich mooi als mensen de woning waarin ze wonen kunnen kopen als ze dat willen, en als ze die stap kunnen maken. Wat je niet wil, is dat die woning daarna weer heel snel wordt doorverkocht. Ik ken minister De Jonge als iemand die graag met ingewikkelde dossiers bezig is. Ik denk dat een belangrijke opdracht voor hem wordt om dit wat mij betreft samen met de Kamer heel goed door te spreken en ervoor te zorgen dat dat niet kan gebeuren.

Er zullen nieuwe prestatieafspraken gemaakt moeten worden. Heel veel gemeenten zullen nieuwe samenwerkingsafspraken maken. Daar moet je dit soort dingen in vastleggen. U heeft helemaal gelijk: we moeten absoluut voorkomen dat een impuls in de woningbouw ertoe zou kunnen leiden dat meer mensen meer woningen hebben, terwijl het erom gaat dat meer mensen in een eigen huis kunnen wonen, dat er voor meer mensen betaalbare huurwoningen komen en dat de woningmarkt in Nederland überhaupt weer op gang komt.

De heer Klaver (GroenLinks):
Oké, maar dat is volgens mij niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Dat Hugo de Jonge aan de slag moet als minister, lijkt me helder. Maar het punt blijft staan dat er een reden is — ik heb dat in zijn algemeenheid gezegd, ik spreek geen enkele minister aan — waarom er zo veel tweede huizen en derde huizen in het bezit zijn van ministers. Het is een trend geworden. Als je overwaarde op je hypotheek hebt en je komt bij een hypotheekadviseur, dan krijg je het advies om die overwaarde op te nemen en daar een ander huis voor te kopen. Er zijn mensen die genoeg verdienen en die geld overhebben. Die denken: laten we nog maar een extra huis kopen. Terwijl er mensen in dit land zijn die niet eens één huis hebben, of zich dat niet kunnen veroorloven. Dat is de grote ongelijkheid waarmee we te maken hebben. Daar wordt niks aan gedaan door dit kabinet. Nu vraag ik niet wat Hugo de Jonge gaat doen. Ik vraag of ik in de komende jaren op dit punt samen met D66 kan optrekken en of D66 dan vrij is om hier andere keuzes in te maken dan in het regeerakkoord is afgesproken. Dat is eigenlijk de meest concrete vraag.

De heer Paternotte (D66):
Laat ik duidelijk zijn. We hebben het regeerakkoord net ondertekend; de inkt is net droog aan het worden. Dus als u mij vraagt of ik daar meteen afstand van kan nemen, dan is het antwoord heel simpel nee. Maar in het regeerakkoord is over de woningmarkt een ambitie opgenomen die volgens mij heel goed aansluit bij wat de heer Klaver hier zegt, namelijk dat wonen betaalbaarder wordt voor heel veel mensen en dat er heel veel extra gebouwd gaat worden. Die plannen zijn natuurlijk nog niet helemaal uitgewerkt, maar die uitwerking zal ertoe moeten leiden dat je de waarborgen hebt dat er woningen gebouwd worden, dat het kunnen kopen van een woning waarin je zelf woont niet leidt tot doorverkoop — prins Bernhard werd heel vaak genoemd in de campagne — en dat wonen voor meer mensen betaalbaar wordt. Daarvoor zullen wij met elkaar moeten samenwerken en daarvoor werk ik ook heel graag met u samen.

De voorzitter:
Laatste interruptie.

De heer Klaver (GroenLinks):
Tot slot, heel concreet. Ik vraag u niet om afstand te nemen van het regeerakkoord. Ik vraag of u meer wilt doen. Dat is iets anders.

Nog één ander punt over wonen. Wij hebben het iedere keer over de koopkrachtproblemen die er nu zijn. Dat komt doordat huren enorm stijgen. Daar staat ook nog niks over opgeschreven in het regeerakkoord. Wil D66 er samen met ons aan werken, zoals dat ook in de afgelopen jaren is gebeurd, dat de huurstijgingen nog verder worden gemaximeerd dan nu het geval is? De hoge inflatie kan met de regels die er nu zijn een-op-een worden doorberekend in de huren. Wij weten dat de huur vaak meer dan een kwart van de uitgaven van gezinnen vormt, dus dat zou heel erg helpen in de koopkracht van heel veel mensen. Is de heer Paternotte bereid om op dit punt met ons samen te werken?

De heer Paternotte (D66):
Ik zie uw voorstel wat dat betreft graag tegemoet. U zei iets over de koopkracht. Wat dat betreft staat in het coalitieakkoord dat ons uitgangspunt is dat we graag willen dat voor alle groepen het koopkrachtbeeld positief is. Het is duidelijk — dat is ook vandaag naar voren gekomen — dat er hier nog een uitdaging ligt. Dat zal er ook toe moeten leiden dat mensen hun woonlasten kunnen betalen.

De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van der Staaij, daarna mevrouw Ouwehand en de heer Azarkan. Voor de dinerpauze volgt nog de bijdrage van mevrouw Ploumen. Dan weet iedereen het programma tot aan de dinerpauze. Het woord is aan de heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Allereerst mijn gelukwensen aan de heer Paternotte in zijn nieuwe rol. Tegelijkertijd is hij al een ervaren debater en dat merken wij vandaag ook. Ik was eigenlijk wel onder de indruk van het verhaal van mevrouw Paternotte en hetgeen zij als gewone burger voor elkaar bokste. Mijn vraag is: biedt dit regeerakkoord eigenlijk voldoende ruimte voor mensen als mevrouw Paternotte, die als gewone burgers ook invloed willen hebben op de uitvoering van beleid?

De heer Paternotte (D66):
Dat hoop ik wel, maar dat is niet iets wat je met een regeerakkoord voor elkaar krijgt. Dat krijg je voor elkaar met een houding, waarbij je bij elk onderwerp waarover wij hier met elkaar spreken wilt weten wat het betekent voor mensen. Daarbij ga je eerst naar de mensen in de praktijk om te horen hoe zij erover denken en of zij misschien ideeën hebben hoe het beter kan, en sta je ook open voor die ideeën. En dan mag je nooit, nooit, nooit zeggen: sorry, maar dit is al uitgezocht, wij hebben het op papier gezet, u kunt zeggen wat u wilt, maar we gaan er niet meer over nadenken. Daar moet het volgens mij in zitten. Dat is volgens mij de opdracht aan het kabinet, maar het is ook echt iets waarbij wij onze controlerende taak kunnen waarmaken.

Mijn moeder mocht weleens aanschuiven bij de rondetafelgesprekken hier in de Kamer. Soms kwam ze blij terug, omdat er aandacht was voor problemen, en soms ook minder blij, omdat er dingen werden voorgelegd die toch vanuit een bepaald dogma kwamen. Ze zei daarover: daar kunnen we toch niks mee, we moeten blijven nadenken.

De heer Van der Staaij (SGP):
"Blijven nadenken" klinkt hoopvol. Geldt dat ook voor een onderwerp als het 2G-beleid? Dat heeft heel veel discussie gegeven in de Kamer, maar ook in de samenleving. Je ziet dat er heel makkelijk loopgraven zijn ontstaan in plaats van die oer-Hollandse kring waar de heer Paternotte het ook over had. Als we vandaag de resultaten zien van de wetenschappers die zeggen dat dat eigenlijk niet zo veel doet als men ervan hoopte, is dat dan niet een mooi moment om onze energie beter te besteden en dat plan gewoon te laten varen?

De heer Paternotte (D66):
Complimenten voor het bruggetje van de heer Van der Staaij. Op zich vind ik het erg leuk om ook over dit onderwerp te debatteren. Ik zag die onderzoeken en ik denk dat de nieuwe virusvariant absoluut het speelveld kan veranderen. Je zou kunnen zeggen dat nieuwe inzichten ook tot ander beleid zouden moeten leiden. Tegelijkertijd denk ik: laten we ons alsjeblieft niet beperken tot onderzoeken die hier in Nederland zijn gedaan, maar laten we ook kijken naar wat er in de rest van Europa gebeurt. Vandaag heeft de burgemeester van Venlo gezegd dat hij 2G heel graag ingevoerd wil hebben omdat hij vreest dat straks heel veel mensen uit Duitsland naar de horeca komen, omdat ze er daar wel mee werken. Dat is dan alleen niet 2G. Ze hebben dat namelijk aangepast. Ze hebben gezegd: die nieuwe variant is zo besmettelijk dat mensen die een volle kroeg ingaan, ook een test moeten hebben gedaan. Wat ze in Duitsland hebben gedaan, is eigenlijk het idee van de ChristenUnie, 1G, dat ze hebben samengevoegd met hun 2G-beleid, met als gevolg dat ze in Duitsland, in ieder geval tot nu toe, erin zijn geslaagd om de hele winter de horeca open te houden. Heel veel Nederlanders gaan nu als toerist de grens over.

De heer Van der Staaij zei ook dat je door dit soort moeilijke vraagstukken tegenover elkaar kunt komen te staan. Ik denk dat dat klopt. De coronapandemie heeft opgeleverd dat er heel veel spanningen in de samenleving zijn ontstaan. Maar ik zie ook dat die spanningen vaak komen door de lockdown en door dingen die mensen niet meer kunnen, bij studenten die te lang thuiszitten of bij ondernemers die zich afvragen welk perspectief ze nog hebben. Uiteindelijk is mijn idee altijd geweest, ook bij zoiets als een coronapas, dat je het liefst überhaupt geen coronamaatregelen hebt. Maar een lockdown heeft zo ongelofelijk veel nadelen dat wij liever alternatieven overwegen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De heer Paternotte merkte terecht op dat de Partij voor de Dieren is opgericht om de bio-industrie af te schaffen, en natuurlijk ook om nog meer mooie dingen te doen. Daarin kunnen we goed samenwerken. Sterker nog, we zijn opgericht nadat de op zich mooie plannen van het kabinet-Paars II, waar D66 samen met de VVD in zat, gewoon van tafel werden geveegd door het eerste kabinet-Balkenende. Toen dachten we: nu is de maat vol! We gaan de bio-industrie wel afschaffen. We werken daarop dus samen; dat deden we ook het afgelopen jaar. Maar ik vraag me toch af wat het regeerakkoord nu precies bedoelt met een convenant dat de basis vormt voor wetgeving voor een dierwaardige veehouderij. Dan zou je denken: prima! Maar het geval wil dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamer een wijziging van de Wet dieren hebben vastgesteld, goedgekeurd en aangenomen. Die wet moet gewoon in werking treden. Nu lezen we in de stukken die we vandaag hebben gezien over de onderhandelingen, dat er scenario's zijn verkend om dat niet door te laten gaan. Ik ben dus heel erg benieuwd wat het regeerakkoord hier nu zegt. Blijven de aangenomen wetswijzigingen gewoon van kracht of zegt het regeerakkoord daar iets anders mee te gaan doen?

De heer Paternotte (D66):
Wat het regeerakkoord beoogt, is dat we niet meer de dieren en hun omgeving gaan aanpassen aan de ruimte die er in de stallen is, maar dat we het andersom gaan doen, oftewel dat wat een dier nodig heeft, leidend wordt voor hoe een stal eruit moet zien. Dat is ook het idee van het amendement van uw collega Vestering dat zij heeft ingediend. Daar staat 2023 in. Door het convenant gaan we die exacte datum niet halen, maar het zet wel extra druk op het feit dat we dat willen bereiken. We willen dat er een dierwaardige veehouderij komt. Daarmee zeggen we dat er een einde is gekomen aan de bio-industrie. Hoe zit dat dan precies met de Wet dieren en de uitvoering daarvan? Ik ben bijna door mijn inwerkdossier heen, maar ik ben nog niet op deze bladzijde aangekomen. Ik hoop dat u zich hierover met mijn collega De Groot wilt verstaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou ja, of we komen er in tweede termijn op terug. Het kabinet hoort de vraag nu ook. Ik hoorde de minister-president in zijn toelichting op de regeringsverklaring vanochtend zeggen dat we ons stevig moeten uitspreken als democratisch genomen besluiten worden ondergraven. Dit lijkt me een voorbeeld van een democratisch genomen besluit. Twintig jaar geleden is aangekondigd dat we dit zouden gaan doen. De Tweede Kamer is voor en de Eerste Kamer is voor. Er moet alleen nog eventjes een inwerkingtreding worden geregeld. Ik kan me niet voorstellen dat dit kabinet zich daaronderuit probeert te frommelen.

De heer Paternotte (D66):
Ik denk dat minister Brinkhorst het prachtig zou vinden dat zijn nota Houden van Dieren uit het begin van deze eeuw nog eens wordt aangehaald. Daarin zat inderdaad het perspectief dat we in 2022 een einde gaan maken aan de bio-industrie. We stellen in ieder geval een akkoord met elkaar vast waarin die ambitie voor het eerst zo hard, duidelijk staat opgeschreven. Overigens ben ik van mening dat de bio-industrie beëindigd moet worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Hartstikke mooi. We zijn het eens. Ik heb een laatste vraag en die gaat over de plannen voor klimaat. Uiteraard zijn we enthousiast over het eindelijk verhogen van de doelen en voor de komst van een minister voor Klimaat en Energie. Andere sprekers hebben er ook al op gewezen dat die 35 miljard geen subsidies moeten worden voor grote vervuilers, die eigenlijk gewoon zelf voor hun vervuiling zouden moeten gaan betalen. Dat doen we dan in plaats van deze middelen echt in te zetten voor de transitie die nodig is. Als dat is wat er gaat gebeuren, zijn we natuurlijk verder van huis. We zien dus nog geen fundamentele keuzes in het regeerakkoord, terwijl die er eigenlijk wel bij horen als je eindelijk zegt: we gaan werk maken van die klimaatverandering en we gaan er ook nog eens 35 miljard tegenaan gooien. Daar hoort dan toch ook bij dat Lelystad niet open kan? Schiphol zal moeten krimpen. Er moet echt een hele substantiële CO2-heffing komen. Waarom lezen we die dingen niet?

De heer Paternotte (D66):
U leest wel iets over een CO2-heffing. U zegt dat het niet naar subsidies moet gaan. Maar kijk, het moet naar ongelooflijk veel dingen gaan, want er moet echt heel erg veel gaan gebeuren de komende jaren. U ziet die hele waslijst in het coalitieakkoord staan. Ik heb net ook gevraagd wanneer we de eerste wetten kunnen verwachten. Maar ja, soms zal het wel betekenen dat je ook partijen en bedrijven moet helpen om te verduurzamen. U zegt "grote bedrijven", maar het zullen net zo vaak en misschien wel vaker mkb-bedrijven zijn. We gaan dat ook bij huishoudens doen door hun een aanbod te doen om hun woning geïsoleerd te krijgen of van het gas af te halen. Oftewel, dat geld is er ook om ervoor te zorgen dat mensen dat ook kunnen doen.

Maar aan de andere kant ziet u in dat coalitieakkoord ook heel vaak het woord "normeren" staan, omdat we ook wel een duidelijke regel stellen, namelijk dat dat moet gebeuren en dat dat niet vrijblijvend is. Dat is denk ik gewoon de balans. We moeten het samen doen en we moeten het voor iedereen mogelijk maken, maar het moet hoe dan ook gebeuren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar daar hoor ik dan toch in dat ... We zagen bij de Miljoenennota al dat de ondergrondse opslag van CO2 eigenlijk gewoon Shell betalen is voor de uitstoot die dat bedrijf zelf heeft veroorzaakt. Waarom moet de belastingbetaler daarvoor opdraaien? Dat zijn gewoon geen goede en verstandige keuzes. Waar de angst van de Partij voor de Dieren een beetje zit, is ... Dat merkten we al bij de discussie over dat datacenter in Zeewolde en het nieuws daarna dat er nog 20 of 25 aan komen. De VVD heeft de afgelopen jaren de rode loper uitgelegd voor dit soort energieslurpers, maar dan moet straks wel de D66-minister voor Klimaat en Energie zorgen dat we de doelen gaan halen en dat we ook niet heel Nederland vol zetten met windmolens om al die energie voor die datacenters op te wekken. Ik neem aan dat de heer Paternotte dat ook met me eens is. Er staat wel netjes in het regeerakkoord "daar gaan we kritischer naar kijken", maar dan moet je nu ook een streep trekken. Dat datacenter komt er niet, zou ik dan zeggen.

De heer Paternotte (D66):
Ik ben het er natuurlijk mee eens dat het doel niet moet zijn om Nederland daarmee vol te zetten. We willen zo veel mogelijk duurzame energie. Over dat datacenter hebben collega's van mij zich ook kritisch uitgelaten. Volgens mij heeft dat ook het VVD-Kamerlid gedaan dat ik daar zie zitten. Alleen is het natuurlijk wel zo dat die data worden gebruikt, hè. Die worden op een heleboel manieren gebruikt om te zorgen dat iedereen op internet kan. Als het niet in Nederland staat, staat het in een ander land. Dat betekent niet dat je die per se hier moet hebben, maar wel dat die klimaatopgave internationaal is. Het is ook weer niet de oplossing om dingen over de grens neer te zetten. Daarom vonden wij het ook altijd zo belangrijk dat weglek een onderdeel is van alle doorrekeningen van alle klimaatplannen en dat dat ook zo moet blijven. Oftewel, de klimaatopgave is iets van ons allemaal. Daarom willen wij ook dat wij in Europa in die kopgroep komen te zitten. En met de ambitie die we hebben gesteld, gebeurt dat ook. Dat moet er ook toe leiden dat inderdaad niet alleen heel Nederland helemaal vol komt te staan met windmolens. We willen windmolens op zee. We willen aquathermie. We willen meer zonnepanelen. We willen dat we elektrisch gaan rijden, et cetera, et cetera. Er zijn heel veel dingen die wij willen gaan doen voor de verduurzaming. Maar om te zeggen dat één datacenter in Zeewolde niet door laten gaan de oplossing zou zijn: ik denk dat we er ook eerlijk over moeten zijn dat dat niet zo is.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb niet gezegd dat als we alleen dat ene datacentrum in Zeewolde niet door laten gaan, het klimaatprobleem opgelost is. De heer Paternotte moet zijn frisse start als fractievoorzitter natuurlijk niet flauw beginnen. Ik denk dat dit een reëel probleem is en dat mensen in Nederland zich echt afvragen: ik moet verduurzamen, maar Facebook mag gewoon alle groene energie opslurpen? En dat terwijl windmolens ook omstreden zijn. Ik wil de heer Paternotte eraan herinneren dat het kabinet het steeds heeft over een uitgestoken hand, een nieuwe bestuurscultuur, vertrouwen bladiebla. In de Eerste Kamer zijn alle partijen hiertegen, behalve de coalitie, want die heeft netjes tegen onze motie gestemd. In de Tweede Kamer is eigenlijk ook de ChristenUnie tegen. Als D66 toestaat dat de VVD nog steeds de bully kan uithangen en haar eigen plannetjes erdoorheen kan drukken, dan verandert er natuurlijk nooit wat. Dit is maar één voorbeeld, maar het zegt wel veel over de keuzes die dit kabinet bereid is te maken. We horen de heer Rutte steeds zeggen: "Ik snap dat er geen vertrouwen is. Nederland denkt: laat het eerst maar eens zien." Vandaag is zo'n dag. Wat laten we zien?

De heer Paternotte (D66):
Waarin we elkaar zouden moeten kunnen vinden, is dat we de energiebelasting progressiever willen maken. Het is nu zo dat hoe meer energie je verbruikt, hoe minder energiebelasting je betaalt. Daar valt natuurlijk van alles voor te zeggen, ook omdat heel veel grootverbruikers niet zomaar heel veel gebruiken. Maar door dat progressiever te maken, zorg je er ook voor dat grootverbruikers meer gaan bijdragen. U noemt Facebook, maar er zijn heel veel grootverbruikers. Op die manier wordt het eerlijker, maar nog veel belangrijker: er komt een veel stevigere prikkel voor verduurzaming. Dat is volgens mij de beste aanpak. Alleen een datacenter tegenhouden, dat vervolgens op een andere plek komt, kan ook, maar dat is geen structurele oplossing voor de energievraagstukken waar we voor staan. Maar je moet wel goede prikkels inbouwen en bedrijven soms eventjes helpen met hun energieomslag. Op die manier doe je er alles aan om het doel van 60%, en van 70% vijf jaar later, te halen en om zo snel mogelijk naar een economie toe te gaan die echt duurzaam is.

De voorzitter:
De heer Azarkan van DENK en dan de heer Segers.

De heer Azarkan (DENK):
Ook van mijn kant felicitaties aan de heer Paternotte. Hij doet dit voor het eerst, maar hij is natuurlijk wel buitengewoon ervaren. Je moet altijd goed luisteren, dus dat heb ik net ook gedaan. Hij stelde de vraag en keek daarbij ook naar het kabinet: wanneer krijgt de eerste student een basisbeurs? Toen dacht ik: dat lijkt een soort geveinsde afstandelijkheid en afhankelijkheid. Hier staat de fractievoorzitter van de op één na grootste partij. Daar wordt natuurlijk regelmatig mee overlegd. Bovendien staat gewoon in het regeerakkoord wanneer het wordt ingevoerd, namelijk op z'n vroegst in september 2023. Maar daar gaat mijn vraag niet over. Mijn vraag gaat over de 1 miljard euro die gereserveerd is om alle studenten te compenseren. Dat is echt te mager. Dat gaan de studenten niet accepteren. Ik wil de heer Paternotte vragen of dat eerlijk is. Als je studenten in totaal 12 miljard hebt afgepakt, is het dan eerlijk om 1 miljard te reserveren voor de teruggave?

De heer Paternotte (D66):
Dat is inderdaad niet een volledige dekking voor alle jaren waarin er geen basisbeurs was. Tegelijkertijd is het geld van de basisbeurs natuurlijk ook geïnvesteerd in het onderwijs, zodat er dingen konden gebeuren. Ik ben heel blij dat ik toevallig twee jaar geleden al met collega Bruins van de ChristenUnie heb gezegd: als we iets veranderen aan de studiebeurs, dan moet dat in het onderwijs blijven. De Universiteit Maastricht heeft bijvoorbeeld gezegd dat werkgroepen uit maximaal vijftien studenten mogen bestaan, zodat er echt aandacht voor de studenten kan zijn. Andere gemeenten hebben ervoor gezorgd dat er meer werkplekken voor studenten kwamen. Ik vind het heel belangrijk dat het geld in het onderwijs blijft. Dat 1 miljard komt er bovenop. Dat staat los van het bedrag voor de studievouchers die veel studenten hebben ontvangen. Daar werden ze tot nu toe niet heel gelukkig van, omdat die studievouchers het voor hen alleen mogelijk maakten om op een bepaalde leeftijd terug te gaan naar de hogeschool of universiteit voor bijscholing. Ik vind het heel belangrijk dat er met dat miljard en het bedrag voor de studievouchers de mogelijkheid komt voor studenten om te zeggen: ik wil een korting op mijn studieschuld. Is dat helemaal dekkend voor het bedrag van de basisbeurs, als je het terug zou rekenen? Nee, maar het is wel een mooie stap en ik denk dat de studenten daar meer aan hebben dan wanneer ze dat niet hadden gekregen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ook ik wil collega Paternotte feliciteren met zijn debatdebuut als fractievoorzitter. Hij somde een hele rij op van maatregelen waar hij een zekere urgentie bij voelt. Er zaten maatregelen bij waarvan ik denk: inderdaad, daarom zijn we er ook uitgekomen. Denk aan klimaatbeleid, aan het verhogen van lerarensalarissen en aan de basisbeurs. Er zaten ook een paar elementen bij waarvan ik denk: de totale fusie die mevrouw Marijnissen vreest, zit er nog niet aan te komen. Er is nog voldoende strijd te leveren. Wat mij betreft gaan we dat ook doen.

Maar bij één punt, over de wietexperimenten, ben ik toch wel benieuwd hoe open de heer Paternotte daarin is, aangezien hij zegt dat we moeten blijven nadenken. Als je gaat experimenteren dan kan het twee kanten opgaan. Het kan een enorm succes worden. Het kan ook niet brengen wat bijvoorbeeld de D66-fractie hoopt. Stel dat het niet bijdraagt aan de daling van de criminaliteit, dat het niet bijdraagt aan een vermindering van verslaving en dat het op allerlei manieren geen succes is, staat de D66-fractie er dan voor open om van gedachten te veranderen over legalisering?

De heer Paternotte (D66):
Ik ben er echt van overtuigd dat het een enorm succes wordt. Laat ik daar ook gewoon even heel eerlijk in zijn. Ik heb namelijk jarenlang in de gemeenteraad van Amsterdam rondgelopen, heb in veel coffeeshops gezeten — dat was tijdens werkbezoek, moet ik er trouwens bij zeggen — en heb hier ook met de politie over gesproken. Ook daar was de overtuiging dat het systeem met de gesloten achterdeur en de open voordeur gewoon niet zo heel goed werkt. Daarom zijn wij blij dat we dat experiment gaan doen. Ik weet dat u daar sceptischer naar kijkt, maar daarom vind ik het ook wel weer mooi dat we elkaar er in ieder geval in hebben gevonden dat we het gaan doen. Natuurlijk moet je dan ook eerlijk kijken naar de uitkomsten van die onderzoeken. Maar als u mij vraagt wat ik daar dan van verwacht, dan kijk ik ook naar staten in Amerika die de legalisering hebben doorgevoerd, en naar steeds meer landen in Europa die die stappen zetten. Dat is heel bewust, omdat ze weten dat een crimineel verdienmodel uiteindelijk niet de oplossing is, en omdat het bespreekbaar maken van legalisering, het kunnen geven van voorlichting en het kunnen controleren van kwaliteit echt beter is.

Maar de voorzitter weet daar alles van!

De voorzitter:
Ik wil me er bijna mee bemoeien, moet ik zeggen, dus ik moet me even inhouden. Tot slot de heer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):
Het klinkt alsof jullie samen naar die tenten gaan.

De heer Paternotte (D66):
Op werkbezoek dus.

De heer Segers (ChristenUnie):
O, op werkbezoek.

De voorzitter:
Gaat uw gang.

De heer Segers (ChristenUnie):
Maar toch. U klinkt nu als een gelovige: u heeft enorme hoop dat het een succes gaat worden. Maar een experiment is een experiment. Ik ben het met de heer Paternotte eens dat het model dat we nu hebben, inderdaad een hele twijfelachtige status quo is, met een verschil tussen een voordeur en een achterdeur. Dat is inderdaad moeilijk uit te leggen. Je zult dus iets moeten veranderen, linksom of rechtsom. Ik zou een andere route kiezen, tenminste dat is mijn hoop: een drugsvrije samenleving waarin je jongeren niet met drugs confronteert en waarin die drempel hoger is in plaats van lager. Dat zou mijn route zijn. Maar we gaan inderdaad een experiment aan. Waarom? Omdat we willen weten wat de uitkomsten zijn. Maar dan stel ik toch mijn vraag, rechttoe, rechtaan. Is er openheid voor een uitkomst in de zin van: oei, dit is inderdaad anders dan we hadden gedacht, dus we gaan het heroverwegen?

De heer Paternotte (D66):
De uitspraak dat ik als een gelovige klink, beschouw ik uit uw mond toch als een compliment. Is er ruimte om daarna een andere conclusie te trekken? Kijk, wij gaan dat onderzoek natuurlijk ook lezen en eerlijk beoordelen. Wij hebben het volgende met elkaar afgesproken. Als dat onderzoek laat zien dat het experiment kansen geeft om het in Nederland beter te doen met elkaar, dan gaan wij ervan uit dat we dat gaan doen. Als het onderzoek heel grote twijfels oproept, dan moet je daar ook iets mee. Ik ben er wel echt van overtuigd dat een model van legalisering beter is dan het achter de voordeur, op de zolders en in de kelders telen en het onderdrukken ervan, omdat ik op de wereld nou eenmaal geen enkele plek zie waar dat een doorslaand en daverend succes is.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Paternotte. Dan geef ik het woord aan mevrouw Ploumen van de PvdA. Daarna volgt de dinerschorsing. Alle aandacht voor de inbreng van mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Graag begin ik met felicitaties aan de bewindspersonen van het kabinet-Rutte IV. Velen van hen zijn afwezig, om begrijpelijke redenen, maar ik neem aan dat ze meekijken. Dat u bereid bent om Nederland te dienen, om verantwoordelijkheid te dragen, kan rekenen op respect en waardering van de fractie van de Partij van de Arbeid. Ik moedig u van harte aan om u niets aan te trekken van al die mensen die zeggen: alleen de eerste en de laatste dag van je ministerschap is een mooie dag. Want u gaat natuurlijk hobbels tegenkomen — ik heb ook nog wel wat spreektijd, dus we gaan het ook nog oneens zijn — maar u heeft de kans om de juiste dingen te doen. U heeft de kans om het verschil te maken in het leven van mensen hier en op andere plekken in de wereld. U heeft de kans om ons land te vertegenwoordigen en bijzondere mensen te ontmoeten. Dat is een hele grote eer en een grote verantwoordelijkheid, elke dag weer, niet alleen de eerste en de laatste. Wij wensen u daarbij alle succes en wijsheid toe.

Voorzitter. Nederland heeft wel heel lang moeten wachten op dit kabinet, dat nodig is om de grote opgaven van deze tijd het hoofd te kunnen bieden. Van alle majeure opgaven die er zijn — ik noem het onder de duim krijgen van de pandemie, de omslag naar een duurzame economie en de spanningen aan de Europese buitengrenzen — is er wat de Partij van de Arbeid betreft één de belangrijkste. Dat is de ongelijkheid verkleinen en vooruitgang voor iedereen weer mogelijk maken. We zien het om ons heen: toenemende ongelijkheid leidt tot ontwrichting van de samenleving. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog is er een generatie kinderen die opgroeit in de wetenschap dat ze het niet beter zullen gaan krijgen dan hun ouders. Ook in ons land wordt de kloof almaar groter. De groep mensen die het goed heeft, krijgt steeds meer, ten koste van een andere groep mensen, een groep die groter wordt, die steeds minder krijgt en ook veel minder kansen heeft. Als we er niet in slagen om die verschillen tussen mensen te verkleinen, om die tweedeling tegen te gaan, om de trend te keren dat de rijken rijker worden en de armen armer, dan verschraalt alles wat van waarde is.

Voorzitter. De alarmbellen klinken steeds luider. Ze klinken in Groningen, met de roep om respect. Ze klinken in Valkenburg, waar de mensen murw gebeukt zijn door de watersnood. Ze klinken langs de productielijn van Heineken in Den Bosch, waar de medewerkers in de ploegendiensten zich afvragen hoe het toch kan dat de top van het bedrijf er tot €1.300 per maand op vooruitgaat, terwijl zij een paar tientjes krijgen, die niet eens de stijging van de kosten van het levensonderhoud dekken. Ze klinken in de theaters, van onze cabaretiers, onze acteurs en onze kunstenaars. Die theaters worden in arren moede maar omgebouwd tot kapsalons en schoonheidssalons om hun een manier te geven om toch hun voorstellingen te kunnen opvoeren en ons daarmee plezier, inspiratie en troost te bieden. We zien het in de sociale gevolgen van de coronapandemie, waardoor de ongelijkheid in onze samenleving verder is verdiept. Ik doel op de ongelijkheid tussen mensen die in verschillende wijken wonen, tussen mensen met een groot sociaal netwerk en mensen die heel eenzaam zijn, tussen mensen die in goede gezondheid leven en mensen die heel kwetsbaar blijken te zijn, tussen mensen met een vast contract en mensen met onzeker werk, flexwerkers en zelfstandigen.

Voorzitter. Waar de ongelijkheid groeit, smeult het ongenoegen. Het legt de kiem voor tweedeling, voor tweespalt en voor polarisatie. Dat leidt tot een samenleving waarin mensen eigenlijk alleen nog maar muren aan het bouwen zijn in plaats van bruggen te slaan. Die groeiende ongelijkheid is echt veel te lang genegeerd. Volkshuisvesting kon nog niet zo heel lang geleden op de mestvaalt van de geschiedenis. Het stijgend tij zou ook de kleine bootjes liften. Onze premier maakte nog niet zo lang geleden bezwaar tegen de term "armoede", want armoede zou er niet zijn in Nederland. Vandaag juichen wij de komst van de minister voor Volkshuisvesting toe en we zijn blij dat er een minister komt die de armoede gaat aanpakken. Woorden en titels zijn mooi, maar de samenleving vraagt nu om daden. Dé toetssteen voor dit regeerakkoord is voor de Partij van de Arbeid: wordt de ongelijkheid verkleind, wordt voor iedereen vooruitgang mogelijk en draagt de overheid daar actief aan bij in plaats van dat ze de ongelijkheid door haar beleid vergroot?

Voorzitter. Ondanks dat wij positief zijn over een aantal voornemens van dit kabinet, zoals de erkenning dat de aanpak van de klimaatcrisis niet langer kan wachten, dat de leraren op de basisschool meer verdienen dan ze nu krijgen en dat Nederland een vitale rol te spelen heeft in Europa om grensoverschrijdende problemen aan te pakken, kan bij het opmaken van de balans onze conclusie helaas geen andere zijn dan dat Rutte IV start met een onvoldoende. Ik zal u uit de doeken doen waarom dat onze conclusie is, te beginnen met de valse start in Groningen, waar tegen alle gemaakte beloftes in de gaswinning wordt opgeschroefd, waar het kinderhartcentrum de deuren moet sluiten en waar in een wachtrij duizenden Groningse aardbevingsslachtoffers stonden te wachten op een subsidie waar ze gewoon recht op hebben en die niet meer is dan een recht op compensatie voor geleden leed, om dan aan het einde van de dag al te vaak ook nog eens achter het net te vissen. Ik sprak met Groningers die in de rij hebben gestaan, zoals Lineke. Ze was nog steeds aangedaan. Ze zei: "Weet je, dat ik dat geld ben misgelopen, is tot daaraan toe, maar de vernedering om daar in de rij te moeten staan met al die anderen en je buren ineens als concurrenten te moeten zien, dát is het allerergste en dat gevoel raak ik ook niet meer zomaar kwijt." Aan het einde van die dag presteert de net aangetreden staatssecretaris het te zeggen dat de Groningers die achteraan stonden, pech hebben en dat het geld op is. Toen ik dat hoorde, vroeg ik me af: is er nou niks geleerd? Is er nou niks geleerd van de toeslagenaffaire? Het kabinet zou toch moeten weten dat hardvochtigheid waar compassie en schuldbesef nodig zijn, zowel moreel onjuist als politiek onhoudbaar is? Zoals we bij Rutte III vaker zagen, bezweek ook Rutte IV — ik zeg daarbij: gelukkig — onder de storm van verontwaardiging die niet alleen in Groningen maar in het hele land opstak. Terecht, maar het kwaad was geschied. Het vertrouwen van de mens in de overheid is weer geschaad.

Voorzitter. Wie het regeerakkoord van Rutte IV verder onder de loep neemt, ziet dat de groeiende ongelijkheid blijft voortwoekeren. De vermogenden en de vervuilers worden ontzien, terwijl de inkomenspositie van veel ouderen verslechtert en de jongeren van nu straks de rekening gepresenteerd krijgen. Rutte IV laat de kans liggen om de wooncrisis echt te bezweren. Beleggers wordt geen strobreed in de weg gelegd om geld te blijven verdienen, terwijl starters en woningzoekenden het nakijken hebben. De meest cynische maatregel is eigenlijk de verkoop van sociale huurwoningen, want het geluk van degene die een woning kan kopen, leidt tot het ongeluk van een ander, die zich realiseert dat de wachtlijst van tien jaar nu nog langer gaat worden. Namens al die honderdduizenden mensen die op zoek zijn naar een betaalbaar huis, zeg ik u: die maatregel deugt niet; haal 'm van tafel, net als het voornemen om de huur voor middeninkomens te verhogen tot marktconforme huur. Wat betekent dat? Dat verpleegkundigen, leraren, politieagenten een huurverhoging tegemoet kunnen zien van soms vele honderden euro's.

En wat heeft Rutte IV dan in petto voor ouderen, die hun hele leven hard gewerkt hebben en nu van hun pensioen genieten? Ze horen dat ze niet mee mogen profiteren van een veel te bescheiden verhoging van het minimumloon, omdat de coalitiepartijen de AOW ontkoppelen. Dat is de bijl aan de wortel van de verzorgingsstaat en wat de Partij van de Arbeid betreft ononderhandelbaar. Het lijkt me verstandig als die maatregel, die gewoon echt niet uit te leggen is en die de ongelijkheid vergroot tussen ouderen met en ouderen zonder pensioen en tussen de werkende jongeren van nu en de werkende jongeren van 50 jaar geleden, vandaag gewoon uit de tekst geschrapt wordt. Ook de minieme verhoging van het minimumloon moet worden geschrapt. Wat moet ik daar nou eigenlijk van zeggen? €0,83 per uur krijg je erbij. Dat krijg je niet eens vanaf nu, maar pas over drie jaar. Dat lijkt echt nergens op. Voor de jongeren die het niet getroffen hebben, is de situatie al niet heel veel beter, want kijk eens naar de meest kwetsbare kinderen die in de knel zitten, omdat er ellenlange wachtlijsten zijn in de jeugdzorg. Wat brengt dit nieuwe kabinet hun? Extra bezuinigingen op de jeugdzorg en de invoering van een eigen bijdrage. Ook op de zorg voor ouderen wordt fors bezuinigd. Het CPB zegt het zelf: het leidt tot minder zorg en tot een lagere kwaliteit van de zorg.

Onder het nieuwe leiderschap van Financiën loopt de staatsschuld op tot mythische proporties, omdat het kabinet het nalaat om scheefgegroeide vermogens, multinationals en superrijken extra te belasten. Het kabinet vraagt niks extra's van het groeiend aantal miljonairs, maar beperkt wel de zorg voor kinderen met autisme, met psychische klachten en voor kinderen die de verdrietige pech hebben dat hun ouders niet voor hen kunnen zorgen. Er is sprake van de verkoop van sociale huurwoningen, van de ontkoppeling van de AOW, van een minieme verhoging van het minimumloon en van een eigen bijdrage in de jeugdzorg en in de verpleeghuizen, terwijl het kabinet niks vraagt van exorbitante vermogens en de uit het lood geslagen winsten van multinationals en aandeelhouders ongemoeid laat.

Voorzitter. U begrijpt dat onze teleurstelling, maar vooral onze zorg over deze plannen, heel groot is. Ik had het heel graag anders gezien. Ik had hier heel graag gestaan om te kunnen zeggen dat Nederland met dit akkoord echt stappen vooruitzet, maar we hebben toch gewoon te maken met een coalitie die politieke verschillen afgekocht heeft. De vier partijen zijn bij elkaar gaan zitten, hebben elkaar miljarden toegestoken, maar de politieke meningsverschillen zijn niet overbrugd. Een eerlijker belastingstelsel, wonen, stikstof, klimaat en het toeslagenstelsel: er is blijkbaar geen overeenstemming over bereikt. Het is een vorm van politiek die geen fundamentele keuzes durft te maken, die de rekening niet durft te verdelen; voor elk probleem is er heel veel geld en na ons de zondvloed. De Algemene Rekenkamer en de Raad van State waarschuwen niet voor niks scherp voor het gebrek aan democratische controle. Dat is een taak voor ons als Kamer.

Voorzitter. De coalitiepartijen spreken vandaag warme woorden over een constructieve samenwerking in deze Kamer. Die houding verwelkom ik natuurlijk. Maar die belofte echt gestand doen, vraagt van hen wel een andere houding dan dat we tot dusver hebben gezien. Kiezers hoorden in de campagne Mark Rutte en Wopke Hoekstra namelijk zeggen dat het belangrijk is om snel tot een coalitie te komen en om verschillen te overbruggen, maar de kiezers kregen twee leiders die zonder enig inhoudelijk argument gesprekken weigerden, met schade aan de democratie als gevolg. Die voorgeschiedenis legt een hypotheek op het kabinet en op de samenwerking met sociale en progressieve partijen in deze Kamer. Ik hoop van harte dat het de coalitie menens is met de warme woorden over de samenwerking. Ik hoop dat zij vandaag en morgen openstaat voor fundamentele kritiek uit de samenleving en uit de oppositie. Dan bedoel ik niet het binnen financiële kaders hier aan een knopje draaien en daar een klein veranderingetje aanbrengen, maar het echt openstaan voor dat fundamentele debat en voor fundamenteel andere keuzes.

Voorzitter. Die keuzes zijn mogelijk. Er is een alternatief dat ongelijkheid kleiner maakt en dat vooruitgang voor iedereen tot de norm verheft. Een eerlijke en groene wereld ligt namelijk binnen ons bereik als we keuzes durven te maken met oog voor alles dat voor mensen van waarde is: een goede gezondheid, zeker werk, een fatsoenlijk inkomen en een fijne buurt. Die vooruitgang wordt alleen bereikt als welvaart, welzijn en natuur samen verbeteren met een overheid die er voor iedereen is in een land waar niet de plek waar je geboren bent bepaalt hoe oud je wordt, maar waar iedereen gezond oud kan worden. Het gaat om een land waar alle kinderen hun talenten kunnen ontdekken, waar minder ongelijkheid en meer solidariteit is. Het gaat om een weerbare samenleving met internationale en Europese samenwerking, zoals nu met de nieuwe Duitse coalitie, die ons de weg wijst op veel terreinen.

Voorzitter. Daarom doe ik een aantal voorstellen. Die voorstellen komen voort uit het progressieve oppositieakkoord dat de Partij van de Arbeid en GroenLinks hebben gesloten. Wat ons betreft zijn er forse aanpassingen nodig in het regeerakkoord. Eén. Deel de rekening eerlijk. Voer een nieuw sociaal belastingstelsel in, waarbij lasten worden verschoven van arbeid naar kapitaal, met een progressieve vermogensbelasting en hogere belastingen voor vervuilers en grote bedrijven. Voer een Europese digitax in. Belastingontwijking moet serieus worden aangepakt. Daarmee wordt de rekening niet doorgeschoven naar toekomstige generaties en zorgen we ook dat werk weer loont.

Twee. Het is onze opdracht om de belofte van vooruitgang te herstellen. Alle Nederlanders zouden moeten kunnen profiteren van de economische groei en de miljardeninvesteringen. Daarvoor is een serieus koopkrachtpakket nodig. Behoud de koppeling tussen de AOW en het minimumloon en neem stappen om dat minimumloon te verhogen.

Drie. Zie af van de bezuinigingen in de jeugdzorg en de ouderenzorg. In een tijd waarin er zo fors geïnvesteerd wordt, kan het toch echt niet waar zijn dat er wordt bezuinigd op kwetsbare jongeren of dat ouderen juist minder handen aan het bed krijgen. Medewerkers in de zorg verdienen een loonsverhoging.

Vier. Maak van het onderwijs weer de grote gelijkmaker, met voldoende leraren voor de klas. Zorg voor meer erkenning voor het vak, met een fatsoenlijk salaris, meer collega's en lagere werkdruk. Dan kunnen we ervoor zorgen dat alle kinderen weer goed genoeg kunnen leren lezen en schrijven. Vorm de kinderopvang om tot een publieke voorschool waar alle kinderen naartoe kunnen, zodat we alle kinderen een vliegende start kunnen geven.

Vijf. Stop de wooncrisis. Kies voor volkshuisvesting. Zie af van de geplande huurverhogingen voor middeninkomens en zie af van de bezuinigingen op de huurtoeslag. Voorkom de uitholling van onze sociale huursector. Kies voor bescherming van de huurders en ontmoedig speculatie met vastgoed.

Zes. Meer vertrouwen in de overheid begint bij eerlijke keuzes. Draai het besluit om meer gas te winnen in Groningen terug, en geef de slachtoffers van de aardbevingsschade, van het toeslagenschandaal en van de watersnood in Limburg snel ruimhartig waar ze recht op hebben. Kom dit jaar nog met voorstellen voor het afschaffen van het toeslagenstelsel, waardoor het systeem eenvoudiger en rechtvaardiger wordt.

Voorzitter. Wat mij betreft is de kernvraag van dit debat vandaag en morgen of het ons als Kamer lukt om te doen wat Rutte IV verzuimt: de grote vraagstukken van deze tijd serieus bespreken en voorstellen doen om die vraagstukken van een eerlijke en sociale oplossing te voorzien. Voor Nederland, een land waarin vooruitgang een belofte wordt aan ons allemaal in plaats van een voorrecht voor enkelen en waarin we de ongelijkheid verkleinen, zodat niemand meer kan voordringen en niet het recht van de sterkste geldt. Niet degene met het meeste geld, niet degene met de grootste mond. Een land waarin we allemaal gelijke kansen hebben op een eerlijke toekomst, waarin er bestaanszekerheid is voor elke Nederlander, een fijne plek om te wonen, zeker werk, een goed inkomen, goed onderwijs en zorg dicht in de buurt. Zo kunnen we allemaal vooruit bewegen en zet niemand meer een stap achteruit. Een land waarin niemand wordt vernederd, maar waar de overheid weer naast mensen staat en naar mensen luistert, waarin we elkaar respecteren en omkijken naar elkaar en ook eens een ander voor laten gaan, omdat wat goed is voor mij niet altijd goed is voor een ander. Maar ik weet ook — dat heb ik thuis geleerd — dat wat goed is voor een ander meestal ook goed voor mij is.

Voorzitter. Als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg. Het moet echt een andere kant op met Nederland. Nederland kan zich het gebrek aan politieke keuzes niet langer permitteren. Die keuzes zijn vast niet bij iedereen populair. Maar de groeiende ongelijkheid, de dalende bestaanszekerheid en het tanende vertrouwen in de politiek vragen wel om antwoorden. Als de coalitiepartijen — ik hoop het van harte — de zorgen en de kritiek van de samenleving en de oppositie serieus nemen, is er natuurlijk van onze kant vanzelfsprekend ruimte voor samenwerken. Maar als de vier partijen volharden in hun eigen gelijk — nogmaals, ik hoop van harte van niet — dan zie ik het somber in.

Daarmee sluit ik af. Ongelijkheid is geen natuurwet. Het is geen gegeven. Daarmee is er ook een heel hoopvolle boodschap mogelijk. De tweedeling verkleinen kan, door de goede politieke keuzes te maken. Het begint wel bij het maken van die keuzes. Ik hoop zeer dat het ons vandaag en morgen lukt om het regeerakkoord eerlijker en socialer te maken, want dat is echt wel nodig.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ploumen. Dan stel ik voor dat we een dinerschorsing hebben tot 20.00 uur. Na de dinerpauze gaan we verder met de heer Heerma van het CDA.

De vergadering wordt van 19.12 uur tot 20.00 uur geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is het vervolg van het debat over de regeringsverklaring. Ik vraag de leden hun plaatsen in te nemen zodat wij alle aandacht kunnen geven aan de heer Heerma van het CDA. Het woord is aan de heer Heerma.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Met de ondankbare taak om vlak na de dinerpauze te spreken.

Voorzitter. "Degenen die jarenlang een kabinet van deze signatuur hebben bepleit, hebben dit immer een kabinet van de toekomst genoemd." Deze woorden sprak mijn vader in 1994 als fractievoorzitter van het CDA tijdens het debat over de regeringsverklaring van Paars I. Nu zijn debatten over een regeringsverklaring altijd een moment waarop er naar historisch perspectief wordt gekeken. Marga Klompé werd door de premier aangehaald, Laurens-Jan Brinkhorst begin deze eeuw, door Jan Paternotte en Wilders had het over Den Uyl, maar ik kies dus voor de historie van Paars I. En dat doe ik om meer dan alleen het feit dat mijn vader daar als fractievoorzitter van het CDA stond, want het aantreden van het paarse kabinet was een historisch moment in onze politieke geschiedenis. Het was voor het eerst sinds 1918, sinds het kabinet-Cort van der Linden. Midden jaren negentig was een tijd van groot optimisme, van vooruitgangsdenken. Economisch ging het ons voor de wind. Lasten werden verlicht. Winkeltijden werden verruimd. Staatsbedrijven werden verzelfstandigd. Zoals Frits Bolkestein toen bijna triomfantelijk zei: de ontzuiling was nagenoeg voltooid. Het Paarse regeerakkoord kreeg het etiket "socialistisch liberaal". Een pragmatische politiek die daarna de wereld over zou gaan als de derde weg, een kleinere overheid, meer verantwoordelijk voor mondige, weerbare burgers, gepaard met een vleugje maakbaarheidsdenken langs de lijn "ieder voor zich en de Staat voor ons allen". Interessant genoeg klonk vooral in de woorden van Kok zelf in de regeringsverklaring nog enige zorg door. Hij zei namelijk: "bij zo veel individuele vernieuwingsdrang dreigt het cement uit de samenleving weg te vallen. We moeten de band met het verleden vasthouden en de band met elkaar: weerbaren met kwetsbaren. Er moet aandacht zijn voor continuïteit, voor saamhorigheid en solidariteit."

Er is in de afgelopen bijna 30 jaar veel veranderd. De wereld is er niet overzichtelijker op geworden. Enerzijds hebben we gigantische stappen vooruitgezet: in de economie, in de technologie en in de wetenschap. Wereldwijd hebben we ziektes uitgebannen en armoede teruggedrongen. De wereld is kleiner geworden dan dat die ooit geweest is, en meer verbonden dan ooit. Aan de andere kant werden de schaduwzijdes ook steeds meer zichtbaar. Globalisering en technologisering hebben diepere scheidslijnen getrokken tussen winnaars en verliezers, zowel in de economie als op de arbeidsmarkt. De nadruk op een kleine overheid heeft juist geleid tot bureaucratie en technocratie: een overheid die aan de voorkant te weinig doet en van wie aan de achterkant te veel wordt verwacht. En ja, doorgeslagen individualisering heeft het cement van de samenleving geërodeerd. Veel van deze problemen worden zichtbaar en komen samen in de huidige coronacrisis. Deze crisis confronteert ons met eerder gemaakte keuzes en consequenties daarvan. Het stelt onze manier van samenleven en ons idee van rechtvaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid op de proef.

Als wij als CDA naar dit nieuwe coalitieakkoord kijken, dan zien we een spiegel. We zien een spiegel met het Paarse regeerakkoord van 1994. We zien een spiegelbeeld van een veranderde tijdgeest. We zien weer een belangrijke rol voor een sterke overheid die regie voert in de volkshuisvesting, in de ruimtelijke ordening en in onze economie. We beteugelen de markt en beschermen onze industrie. We versterken het cement van de samenleving met initiatieven als de maatschappelijke diensttijd, het Nationaal Historisch Museum en meer betrokkenheid van burgers in hun eigen leefomgeving. Minder ik en meer wij.

De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Van der Staaij van de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mijn vorige interruptie ging over moeder Paternotte. Ik heb nu een interruptie over vader Heerma.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Dit was geen afgesproken werk met de heer Paternotte.

De heer Van der Staaij (SGP):
Nee, klopt. Ik heb me toevallig pas verdiept in die prachtige Algemene Politieke Beschouwingen van 1995 van Heerma senior. Daarin heeft hij eigenlijk het onderwerp "gezinspolitiek" op de kaart gezet, waarbij er van allerlei kanten vragen kwamen. Hij zei: "als ik het hele beleid zie, ook het belastingstelsel, dan is het toch nog te veel: leve het individu, weg met het gezin. Ik mis een consequente gezinspolitiek, ook in de ondersteuning voor de mogelijkheden voor gezinnen om te wonen en te werken." Hoe kijkt de heer Heerma dan naar het huidige regeerakkoord? Is dat nou echt verbeterd? Is de kritiek van Heerma toen nou helemaal verouderd of zou het huidige regeerakkoord toch ook wel weer een vleugje consequent gezinsbeleid kunnen gebruiken?

De heer Pieter Heerma (CDA):
De heer Van der Staaij spiegelt nu een debat van mijn vader, waar ik mijn maidenspeech over heb gehouden. Dat was bij een debat over sociale zaken. Tijdens dat debat werd mijn vader weggehoond. Er werd gelachen in vak-K. De blijdschap over het gegeven dat het CDA niet in dat kabinet zat, werd met enige hardheid gevierd. Velen hebben nadien gezien dat mijn vader daar een terecht punt had en dat er meer aandacht moest zijn voor gezinnen en gezinspolitiek. Ik denk dat er in die zin überhaupt heel veel veranderd is en dat er ook in dit regeerakkoord op tal van plekken juist wel aandacht is voor gezinnen, voor zorg voor elkaar. Neem alleen al de plannen die er zijn rondom de kinderopvang, om die betaalbaarder te maken voor mensen die in de zorgpiek van hun leven zitten maar vaak ook te maken hebben met een inkomensdal. Dat vind ik een belangrijk voorbeeld. Het is een ander soort gezinspolitiek dan mijn vader in de jaren negentig bepleitte, maar het is wel degelijk gezinspolitiek. Dank dat u dit in het debat aanhaalt, hoewel dat debat in huize Heerma — ik was 17, 18 jaar — niet met heel veel vreugde bekeken is, vooral vanwege de reacties die de Paarse bewindslieden daarop hadden.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik denk toch dat het beleid nog steeds wel een vleugje Heerma kan gebruiken. U noemt het voorbeeld van de kinderopvang. Daarbij gaat het over de bedrijfsmatige opvang van kinderen. Maar er is een veel breder gezinsbeleid, bijvoorbeeld als het gaat om de manier waarop je ouders in staat stelt om voor kinderen te zorgen en hen financieel ondersteunt. Hoe kan die zorgzame samenleving naar de mening van het CDA meer gestalte krijgen? Ik zat in het coalitieakkoord even te googelen op mantelzorg. Dan kom je toch weinig tegen. Als je googelt op gezinnen, kom je bij gezinslocaties, azc's en zo uit. Nou, dat is ook belangrijk, maar dat is toch weer wat anders. Maar hoe kan nou dat gezinsbeleid naar de mening van het CDA nog wat meer handen en voeten krijgen?

De heer Pieter Heerma (CDA):
De heer Van der Staaij pleit voor meer "Heerma" in het beleid. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Ik zal in mijn tekst op verschillende momenten ingaan op de rol van de samenleving en zorgzaamheid voor elkaar. Dat is overigens breder dan alleen gezinsbeleid. Soms is het een enkel zinnetje in een regeerakkoord dat een haakje biedt om daar meer aan te doen. Tegelijkertijd is dat een belangrijke toetssteen voor ons. Dat zit 'm in dat "minder ik en meer wij." Ik zal dus op verschillende punten, als het gaat over volkshuisvesting maar ook over de coöperatieve samenleving waar ik tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen over sprak, hieraan raken. Ik hoop dat de heer Van der Staaij verwantschap ziet in zaken die de SGP ook belangrijk vindt. Zo niet, dan komen er straks op terug.

Als ik kijk naar het regeerakkoord, en dat spiegelbeeld ten opzichte van de veranderde tijdgeest, is er veel in dit coalitieakkoord waar het CDA trots op is. Wij zien veel van onze ideeën terug, of het nu gaat om een nieuw perspectief voor onze boeren, het afschaffen van de verhuurderheffing, het introduceren van ruimtelijkeordeningsbeleid op landelijk niveau, de komst van een minister voor Volkshuisvesting, de terugkeer van de basisbeurs of een stevig budget om de ondermijning door georganiseerde misdaad aan te pakken. We zetten ook gigantische stappen vooruit op het gebied van klimaat en stikstof, om met sectoren nieuwe, haalbare oplossingen te bereiken voor een schone leefomgeving voor onze kinderen en kleinkinderen. En — ik kijk naar de heer Van der Staaij — we benutten de kracht van onze samenleving met tal van initiatieven op lokaal en regionaal niveau, die staan voor die coöperatieve samenleving.

In het kerstnummer van De Groene Amsterdammer stelde historicus Philipp Blom dat de belangrijkste voorwaarde voor een grote maatschappelijke verandering ligt in de erkenning van de noodzaak ervan. Hij stelt: "een echt maatschappelijk nieuw begin gebeurt alleen als het model van daarvoor niet meer werkt". Dit coalitieakkoord markeert voor ons het omslagpunt van die maatschappelijke verandering. Ik kijk naar mevrouw Marijnissen die aangeeft "op sommige punten later dan we misschien met elkaar gewenst hadden". Maar ze zijn er wel. Een nieuw begin biedt mensen hoop, en hoop is iets anders dan optimisme. Een optimist verwacht dat dingen vanzelf beter gaan, terwijl hoop een opdracht is om de schouders eronder te zetten, om de hoop op een betere, eerlijke samenleving waar te maken. De heer Segers zei net in een interruptie ook al: hoop is een opdracht voor ons allemaal. Deze tijd schreeuwt om hoop, om gemeenschapszin, om solidariteit, om samenwerking in plaats van polarisatie, om fatsoen in plaats van redeloos schreeuwen, en om waarachtigheid tegenover nepnieuws en complotten.

Tegelijkertijd besef ik terdege dat dat vertrouwen in een nieuw begin verre van vanzelfsprekend is. Eind vorig jaar verscheen de Atlas van afgehaakt Nederland, een publicatie van Josse de Voogd en René Cuperus. Zij laten in hun document van bijna 120 pagina's met allerlei tabellen en een kaartje van Nederland zien hoe de boosheid en frustratie werkt bij een grote, groeiende groep mensen en hoe het verlies van vertrouwen in de overheid, in de markt en in de samenleving bij hen heeft postgevat. Zij hebben het gevoel er niet bij te horen en maken zich zorgen over hun toekomst en de toekomst van hun kinderen. Zij zijn de onmisbaren uit het boekje van Ron Meyer, onmisbaar maar vaak onzichtbaar. Zij zijn ook de vergeten groepen waar collega Segers het eerder over had.

Wie zijn die mensen? Dat vroeg minister Kaag zich af. Zijn zij medeburgers van Nederland voor wie Nederland niet een onwijs gaaf land is? De Telegraaf kopte hierover bij een artikel "Het tevreden deel van Nederland regeert". Dat kan niet en dat mag natuurlijk ook niet. In onze samenleving, met grote uitdagingen voor de boeg, hebben we iedereen nodig, zij aan zij. Om vooruit te kijken, moeten we omzien naar elkaar. De solidariteit tussen die weerbaren en kwetsbaren, waar Kok het al over had, moeten we herstellen. We moeten maakbaarheid vervangen door maatwerk en regelzucht door vertrouwen. Hoewel er heel veel onderwerpen zijn waarbij we kunnen controleren of het kabinet de afspraken nakomt en of het er goed uitvoering aan geeft, is er voor mijn fractie één hoofdcriterium waarop we het succes van een kabinet gaan afmeten. Dat is: minder ik en meer wij.

Marga Klompé werd door de minister-president aangehaald. Haar motto was: in een samenleving telt elk mens. Dat past hier ook bij. Wij zullen die grote veranderingen moeten vertalen naar de leefwereld van gewone mensen: wat betekent dit voor hen? Als we elke vier jaar het sociaal minimum gaan herijken, dan is dat om te weten of het genoeg is om van rond te komen. Als we de arbeidsmarkt eerlijker gaan maken, dan is dat om zekerheid te bieden over je werk en je inkomen. Als de overheid meer dienstbaar moet worden, dan is dat omdat we niet willen dat mensen aan een loket een nummer of een barcode zijn, maar een medeburger met een probleem of vraag. Als we de basisbeurs herinvoeren, komt dat omdat we willen dat jongeren niet met een schuld aan hun volwassen leven beginnen. De terugkeer van volkshuisvesting is om ervoor te zorgen dat iedereen toegang heeft tot een betaalbare woning. We kunnen dit, als we het samen doen en als we ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen.

Daarbij geldt wel dat elke euro hiervoor wordt opgebracht door burgers en bedrijven. Dat is in dit debat al door meerdere sprekers aangehaald. Daarom is het ook terecht dat het CPB ons waarschuwt voor te grote uitgaven. Nu moet ik zeggen dat er allerlei aannames in de modellen van het CPB zitten. Als het gaat over incidentele bedragen die structureel worden doorgerekend, over veel lagere inverdieneffecten dan waar eerder mee gerekend werd en over het niet toekennen van plannen die nog niet geconcretiseerd zijn, kun je veel afdingen op de 92% waar het CPB op uitkomt.

Tegelijkertijd zijn wij hier als Kamer niet bijeen om het CPB te controleren, maar om het kabinet te controleren. Daarom zou ik willen vragen wat het kabinet gaat doen om ervoor te zorgen dat de staatsschuld niet oploopt tot 92%. Een goed rentmeester voorkomt dat we de klimaatschuld doorschuiven naar toekomstige generaties. Dat geldt ook voor een ondraaglijk hoge staatsschuld. Ook die kan niet doorgeschoven worden naar volgende generaties. We hebben in het coalitieakkoord niet afgesproken dat de staatsschuld naar 92% gaat. Het kabinet moet dat voorkomen, want dat is ook voor het CDA niet acceptabel.

Daarnaast is van belang dat er bij zulke grote bedragen ook goed uitgewerkte plannen komen. Daar hebben volgens mij zowel de Raad van State als de Algemene Rekenkamer op gewezen. Collega Hermans vroeg al om hoofdlijnenbrieven. Dat is een start daarvan. De plannen die er zijn, moeten uitgewerkt worden. Die moeten hier in de Kamer ook gecontroleerd kunnen worden. Het kan niet zo zijn dat, doordat er fondsen zijn, de Kamer zijn werk als controleur niet kan uitvoeren. Ik wil graag van het kabinet een toezegging, maar ook een uiteenzetting. Hoe gaat het kabinet hiervoor zorgen, zowel als het gaat over de staatsschuld als over concrete plannen die door de Kamer gecontroleerd kunnen worden?

Overigens wijst het CPB ook nog op een heel ander risico. Dat is het risico dat de staatsschuld helemaal niet zo hoog gaat oplopen, maar dat we in de komende periode geconfronteerd worden met enorme meevallers voor de staatskas. Dat zijn dan wel meevallers om de verkeerde reden. Dat is dat de ambities op het gebied van bijvoorbeeld klimaat en volkshuisvesting zo veel gekwalificeerd personeel vragen dat hier een tekort in gaat ontstaan, juist als het gaat om technisch geschoolde vmbo'ers en mbo'ers. Collega Paternotte vroeg hier net ook al naar. Wat gaat het kabinet doen om dit te voorkomen? Hoe gaan de ministers Jetten en De Jonge samenwerken om ervoor te zorgen dat er meer opleiding en omscholing komt voor de beroepen waar zo veel vraag naar is? Het UWV gaf gisteren volgens mij al aan dat er 46 verschillende beroepen nodig zijn, waar er nu al een tekort van 45.000 is. De ministers zullen daarin moeten samenwerken, niet alleen omdat opleiding en omscholing moeten plaatsvinden, maar ook omdat voorkomen moet worden dat ze elkaar gaan beconcurreren om dit type personeel. Hoe gaan de bewindspersonen bij SZW en OCW ervoor zorgen dat er snel werk gemaakt wordt van de ambities voor omscholing en een leven lang ontwikkelen, waar ook extra geld voor is uitgetrokken?

Ik ga toch maar even terug naar volkshuisvesting. De heer Wilders voorspelde al dat ik een aanzienlijk deel van mijn spreektekst daaraan zou wijden. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen heb ik aangegeven dat dit mijn eerste prioriteit was. Ik ben trots op het resultaat van de onderhandelingen op dit terrein: de komst van een minister van Volkshuisvesting, de afschaffing van de verhuurderheffing en het herpakken van regie door het Rijk op woningbouw en ruimtelijke ordening. Met enige zelfreflectie — dat raakt aan wat mevrouw Marijnissen zei — kan ik ook zeggen dat we nu het akkoord hebben gesloten dat we eigenlijk in 2017 al hadden moeten sluiten. Dat lukte toen niet. Dat betekent ook dat we er nog lang niet zijn, want de woningnood is niet van de ene op de andere dag opgelost. Wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat er op korte termijn afspraken komen met de woningbouwcorporaties, zodat zij hun rol kunnen gaan pakken om betaalbaar te gaan bouwen, juist in de middenhuur, waar ze dat eerder niet konden? Aedes gaf gisteren aan dat ze dat wil doen en dat ze daar ook ruimte voor ziet, maar dat ze zich ook zorgen maakt of gemeenten daar wel genoeg ruimte voor gaan creëren. Dit speelt ook — ik kijk weer naar de heer Van der Staaij — bij een maatschappelijk initiatief waarvoor ook in het coalitieakkoord in het gedeelte over volkshuisvesting wordt gekozen. Daarin wordt gezegd dat men meer ruimte wil geven aan woonzorginitiatieven, initiatieven zoals knarrenhofjes. Die raken ook aan de zorgbuurthuizen van de SP. Die vormen een heel belangrijk maatschappelijk initiatief, waarin zorg en wonen gecombineerd worden. Maar gemeenten hebben daar lang niet altijd trek in, omdat er met projectontwikkelaars voor iets anders is gekozen. Het coalitieakkoord zet hierop in. Wat gaat het kabinet doen om hier door de weerstand heen te breken die er bij gemeenten te vaak is?

Ik denk sowieso dat het van cruciaal belang is dat we meer vertrouwen en ruimte gaan geven aan de samenleving zelf. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen sprak ik al over de coöperatieve samenleving. In de Atlas van Afgehaakt Nederland waarover ik net al sprak, wordt een heel interessante constatering gedaan over een band die door Nederland loopt waarbinnen substantieel minder sprake is van dat afgehaakt zijn. Die band loopt van het zuidwesten van Nederland naar het noordoosten. Geconstateerd wordt dat daar niet minder sprake is van afgehaakt zijn omdat de mensen daar substantieel rijker zijn, of hoger opgeleid, of het financieel beter hebben, maar omdat daar sprake is van een veel rijker verenigingsleven en van meer vrijwilligerswerk en mantelzorg. Het is toch interessant dat een rijk maatschappelijk leven — samenleven, voorbij de individualisering — een tovermiddel blijkt te zijn voor meer verbondenheid en solidariteit en juist tegen polarisatie en cynisme. Wie had dat gedacht?

Het regeerakkoord bevat meerdere aangrijpingspunten om juist in te spelen op die samenlevingskracht, die samenwerking en grote betrokkenheid van burgers. Ik zou graag van de minister-president willen horen hoe hij het meer actief betrekken van burgers bij grote veranderingen, het meer ruimte geven aan die coöperatieve samenleving, invulling wil geven. Kijk naar voorbeelden in Frankrijk met burgerberaden, of hoe op IJsland de nieuwe grondwet vormgegeven is. Hoe ziet hij deze maatschappelijke beweging, deze coöperatieve samenleving, ook als onderdeel van het nieuwe sociaal contract tussen burger en overheid?

Voorzitter. Zoals ik aangaf, ziet de CDA-fractie veel van haar wensen terug in dit akkoord. Maar natuurlijk — dat was een vraag die de heer Omtzigt stelde aan mevrouw Hermans — zitten er ook onderwerpen in dit coalitieakkoord waar wij minder blij mee zijn en die wij niet zelf bedacht zouden hebben. Daarbij denk ik aan de uitbreiding van drugsexperimenten, maar ook aan het wetsvoorstel inzake voltooid leven. Zo is een coalitieakkoord altijd de resultante van geven en nemen.

Maar ook na het sluiten van een coalitieakkoord komen er onderwerpen op en komen er pijndossiers op. Daar wil ik er ook twee van noemen. De eerste is de valse start — mevrouw Ploumen noemde dat al — met Groningen. Die valse start werd veroorzaakt door een brief die door de vorige minister nog werd verstuurd en waar staatssecretaris Vijlbrief mee werd geconfronteerd. Die is deze week ook meteen naar Groningen gegaan. Die valse start wordt in Groningen heel zwaar beleefd en doorleefd. Die knakt het herstel van vertrouwen, dat al broos was. Ik denk dat het goed is dat het kabinet vrijdag al heeft aangegeven meer geld uit te trekken om die rijen te voorkomen.

Maar er is ook een belofte gedaan om de beweging richting nul in te zetten. In plaats daarvan wordt er nu meer gas gepompt. Mijn vraag aan het kabinet is — die vraag stelde collega Paternotte al heel scherp — wat het kabinet extra kan doen om te voorkomen dat er meer gas wordt opgepompt in plaats van dat de beweging naar nul wordt ingezet? De staatssecretaris heeft aangegeven daarover met de Duitsers te gaan praten, maar ik zou ook naar de minister-president zelf willen kijken. Is ook hij bereid met de Duitsers te gaan praten? We hebben het hier niet over een verre vriend, maar over een goede buur. Na alles wat er gebeurd is in Groningen en ook gelet op de intenties van het coalitieakkoord, denk ik dat het kabinet gewoon de plicht heeft om alles op alles te zetten om te proberen dit voor elkaar te krijgen.

Een tweede onderwerp betreft de positie van de gepensioneerden in relatie tot het minimumloon, maar vooral in relatie tot de koopkrachtplaatjes van het CPB. Er is in dit debat veel over het Nibud gesproken, maar het Nibud bekijkt de koopkracht in 2022. De echte doorrekening is van het CPB en die rekent met een hogere inflatie. Dat is de primaire reden waardoor de koopkrachtplaatjes er veel slechter uitzien dan waarvan de coalitie uitging. Dat maakt dat de afspraak die we met elkaar gemaakt hebben, namelijk dat de koopkracht evenwichtig en gemiddeld positief zou moeten zijn voor iedereen, voor gepensioneerden niet waargemaakt wordt. Dat is niet in lijn met de afspraken die we gemaakt hebben. Het kabinet moet wat het CDA betreft dan ook dit voorjaar nog met een antwoord komen. En dat antwoord moet zijn dat de koopkracht voor gepensioneerden gerepareerd wordt. Collega Hermans had het hier al over. Zij wilde zich nu niet vastleggen op welke manier dat zou moeten gebeuren. Zij noemde de mogelijkheid om de ouderenkorting verder te verhogen of de IOAOW te verhogen, wat eigenlijk een kop op de AOW is die iedereen krijgt. Een andere variant zou kunnen zijn om de AOW zelf te verhogen. Omdat we een afspraak over de koopkracht hebben gemaakt, is mijn vraag aan het kabinet om dit voorjaar bij de voorjaarsbesluitvorming met een reparatie te komen.

Mevrouw de voorzitter. Met dit coalitieakkoord staat de tijd niet stil. Een coalitie is geen huwelijk of samenlevingscontract. Het CDA staat voor zijn handtekening en heeft vertrouwen in een goede samenwerking. We zeggen dus wel ja, maar geen amen. Want dat zou betekenen dat we de komende drie jaar alleen maar passages uit het akkoord zouden hoeven opdragen. Daarvoor zijn we niet gekozen. We zullen steeds opnieuw de ruimte pakken om ons eigen geluid te laten horen en om ons verhaal over saamhorigheid, solidariteit en omzien naar elkaar in dit huis een gezicht te geven, maar ook met voorstellen te komen voor een Nederland voorbij de individualisering. We zullen binnen en buiten de Kamer het debat aangaan over onze ideeën en idealen voor een beter Nederland, zoals we dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan met nieuwe visies op de landbouw, het klimaat en recent op drugs. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar juist in dit versnipperde politieke landschap vind ik dat meer nodig dan ooit. Ik ben ervan overtuigd dat we het debat moeten terugbrengen naar het politieke midden. We moeten daarbij niet bang zijn om verschillen te bespreken. Vervolgens moeten we in gezamenlijkheid kijken hoe we een stap verder kunnen zetten. Dat is de democratie.

De Eindhovense dichteres Merel Morre vroeg zich vorige week op Twitter terecht af waarom we steeds naar de uitersten kijken als de waarheid in het midden ligt. Ik snap echt dat het cynisme en de basale houding van "eerst zien, dan geloven" er zijn. In het debat in 1994 sprak mijn vader uit dat hij het kabinet het voordeel van de twijfel wilde geven. Ik snap dat in dit huis voor veel partijen het voordeel van de twijfel is verschoven naar het nadeel van het wantrouwen. Tegelijkertijd kan ik niet anders dan me indenken bij het lezen van het interview van afgelopen zaterdag van Wouter Koolmees in de Volkskrant, dat niet heel veel parlementariërs in dit huis dachten: het klopt wat hij zegt, we moeten dit echt anders gaan doen met elkaar. Te vaak zien we in dit huis — we hebben dat vanochtend ook weer gezien — partijen kibbelen, schreeuwen en elkaar verdacht maken. Dat draagt niet bij aan het vertrouwen in de politiek. Een nieuwe bestuurscultuur vraagt ook om een nieuwe politieke cultuur. Een cultuur van respect, van waardigheid, van waarachtigheid. Een cultuur van het algemene belang boven deelbelangen. Een cultuur die het compromis waardeert boven het eigen gelijk. In die geest kunnen we daar met elkaar, ook in het politieke debat, een andere koers in kiezen.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Ploumen van de PvdA. Dat is ook haar laatste interruptie.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dank aan de heer Heerma voor zijn betoog. Ik kan me die gezinspolitiek in 1994 nog heel goed herinneren.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Het was in 1995.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Of die gezinspolitiek in 1995. Ik denk dat het goed is om vast te stellen dat anno 2022 gezinspolitiek de rijkdom van regenbooggezinnen en meeroudergezinnen betekent. Ik hoop dan ook zeer dat deze coalitie vaart maakt met een volwaardige meerouderschapswet.

Maar er gebeurde nog iets anders in 1994. Ik houd het kort, want het is geen fijne herinnering voor de heer Heerma. Ook toen wilde het CDA ingrijpen in de AOW. Ook toen viel het hen ongetwijfeld zwaar, maar ze hebben het wel gedaan. Veel ouderen, maar ook het CDA, hebben daar een hoge prijs voor betaald. Ik hoor de heer Heerma zeggen dat er ruimte is. Ik zou hem willen voorhouden om de eerlijke, sociale keuze te maken, die voor de hand ligt, die simpel en eenvoudig is en die geheel in lijn is met wat we nu willen. Zorg dat die ontkoppeling van tafel gaat. Dat is de sociale keuze en u kunt 'm maken.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Laat ik beginnen met het wegnemen van een misverstand, waarvan ik vind dat dat te veel blijft hangen in het debat. De meeste mails die ik krijg, lijken ook te volgen uit dat misverstand. De AOW wordt niet ontkoppeld in de zin dat die niet meer meestijgt met de welvaart. De indexering blijft gewoon in stand. Dat betekent dat het ook de komende jaren net als altijd, ik geloof twee keer per jaar, meestijgt met de lonen. Daar is veel misverstand over en dat misverstand moeten we hier wegnemen. Er is geen sprak van een structurele ontkoppeling.

Waar is wel sprake van? Wij hebben in het coalitieakkoord een eenmalige verhoging langs twee lijnen van het minimumloon opgenomen. Dat volgt op het initiatiefvoorstel van Gijs van Dijk. Ik geloof dat het inmiddels als tweede ondertekenaar is ondertekend door collega Maatoug. Omdat het om het minimumuurloon ging, steeg ook daar de AOW niet in mee. Daarnaast komt er een ophoging van — ik zal niet "de onderkant van de arbeidsmarkt" zeggen — de onderkant van het loongebouw. Dat gebeurt met 7,5%. Er zijn ook partijen die daar meer deden. Wij niet, maar er waren partijen die wel 10% deden. Volgens mij deed de PvdA 14%. Maar dat wordt omhooggelift en dat raakt zo'n 9% van de arbeidsmarkt. Dat is 9% van de mensen die het minst verdienen aan de onderkant van het loongebouw. In dat loongebouw wordt dus een nieuwe bodem gelegd. We hebben de keuze gemaakt om dat te doen, omdat dat leidt tot een eerlijkere arbeidsmarkt.

Het is eigenlijk een aanpassing van het sociaal minimum, omdat de bijstand erin zit. Maar als je de AOW bij die eenmalige verhoging meeneemt, dan ga je iets doen bij 3,5 miljoen ouderen, terwijl het was bedoeld als een maatregel aan de onderkant waar de meeste werkenden ook helemaal geen effect van merken. We hebben gekozen om die ene ophoging niet te koppelen. Wel hebben we ervoor gekozen om 700 miljoen uit te trekken om de ouderenkorting te verhogen. Daarmee proberen we om daar ook juist aan de onderkant aan tegemoet te komen. Ik heb eerder in mijn bijdrage al gezegd: als je nu kijkt naar de cijfers die we terugkrijgen van het CPB en als je kijkt naar de ontwikkeling van de koopkracht, zie je dat ouderen in de min schieten. Collega Hermans zegt "door het ijs zakken", maar ik zeg dus "in de min schieten". Maar dat is dus niet de afspraak die we gemaakt hebben. Dat zal dit voorjaar dan ook gerepareerd moeten worden. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. Dat kan via de ouderenkorting, maar dat kan bijvoorbeeld ook via de IOAOW. Dat is een regeling die als een kop boven op de AOW is gezet, ik meen op initiatief van Gerda Verburg bijna twintig jaar geleden. Dat zijn manieren om ervoor te zorgen dat ook de ouderen net als iedereen recht hebben op die koopkracht, die in evenwicht en gemiddeld voor iedereen positief moet zijn.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Kort, voorzitter. De heer Heerma heeft heel veel woorden nodig om te trachten uit te leggen dat het eigenlijk wel goed komt. Maar het komt niet goed, want er wordt wél ontkoppeld. Er is een minimale verhoging van het minimumloon, zo heb ik net al gezegd, en oudere mensen komen in de min. Een groot deel van de ouderen in Nederland krijgt te maken met die ontkoppeling die nu de facto tot stand komt. Dat zijn er niet een paar. Ik geloof dat het Nibud zei dat het er 1,3 miljoen zijn. Het gaat om heel veel mensen, want die mensen hebben alleen maar AOW en een klein pensioentje. Ze komen dus niet in aanmerking voor al die extra maatregelen die u wil nemen. Het gaat dus echt ergens over. Nogmaals, het kan simpel. Zorg dat de AOW gewoon gekoppeld blijft aan de stijging van het minimumloon! By the way: zorg dat dat minimumloon ook serieus gaat stijgen.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Sowieso moet me van het hart dat zeggen dat iemand een lang antwoord moet geven, ook wel een beetje de oudste politieke truc is die er bestaat.

Er is hier sprake van een misverstand, namelijk dat de AOW structureel ontkoppeld wordt. Dat is niet zo! De AOW stijgt gewoon mee met de welvaart. Daarnaast geldt dat ik in mijn eigen bijdrage, maar ook in het antwoord op mevrouw Ploumen, al heb aangeven dat wij vinden dat het in de min schieten van de koopkracht van gepensioneerden niet kan. Dat is in strijd met de gemaakte afspraken en dat moet daarom dus ook gerepareerd worden. Dat is een deel van de vraag die zij vervolgens daarna stelde. Dat antwoord heb ik al twee keer gegeven.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Heerma. Dan geef ik het woord aan de heer Klaver van GroenLinks voor zijn inbreng.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dank. Het mooiste debat van het jaar zijn de Politieke Beschouwingen. Dit keer boffen we, want we hebben ze gewoon twee keer in één jaar. Dat is zo'n mooi debat omdat eigenlijk alles voorbij kan komen. Maar er schuilt ook een gevaar in, namelijk dat we denken dat we op alles invloed hebben. Het interessante van dit debat is dat we het hebben over het beleid voor de komende drie jaar, in de context en tegen de achtergrond van een zeer onzekere wereld. Aan de oostgrens van Europa dreigt een oorlog. Ik vind het vrij bizar dat wij nu bezig zijn met het beleid voor de komende drie jaar, terwijl er aan het einde van deze week wellicht aan onze grenzen een oorlog begint. Dat is het punt waar ik mee zou willen beginnen. Ik hoop dat de minister-president morgen in zijn beantwoording ook wat uitgebreider wil ingaan op die onzekere wereld. Wat zijn de scenario's waarmee we rekening houden? Ik denk dat de kans dat Poetin daar binnenvalt met een volledig leger niet heel groot is. Ik denk dat ze juist gaan proberen om al onze bondgenootschappen te destabiliseren. Dat zet extra druk op de Europese Unie en de NAVO. Ik wil weten welke extra diplomatieke inspanningen Nederland op dat gebied gaat leveren de komende tijd.

Voorzitter. Tegen die achtergrond debatteren we hier, de achtergrond van een onzekere wereld. We weten niet wat er gaat gebeuren om ons heen, maar toch proberen we het zo goed mogelijk te sturen. Ik vond het moeilijk om voor vandaag de juiste toon te vinden, want om heel eerlijk te zijn: er staan echt hele mooie dingen in dit regeerakkoord. Mijn complimenten daarvoor. Hoe kan je in vredesnaam tegen extra geld voor het onderwijs zijn? Hoe zou ik kritisch moeten zijn op 35 miljard voor klimaat? En toch blijft er een unheimisch gevoel bij mij hangen als ik het geheel lees. Wat is dat en waar komt dat vandaan? Als ik heel eerlijk ben, dan komt dat omdat ik hogere verwachtingen had van wat een nieuwe coalitie zou gaan doen. Na het dieptepunt in april van dit jaar, het debat over de gelekte stukken en de hele discussie die ontstond over de bestuurscultuur, dacht ik: "En nu gaan we het echt een keer anders doen. We gaan hier echt op een hele andere manier met elkaar werken en op een andere manier tot besluitvorming komen. We gaan de problemen die in onze samenleving zitten, fundamenteel aanpakken en niet alleen de symptomen bestrijden." Op dat punt vind ik het tegenvallen.

Ik moest denken aan een boek dat ik een jaar of twaalf geleden las toen ik met de trein door Italië reisde: De tijgerkat. Misschien hebben sommigen van jullie het gelezen. Het is een prachtig boek, dat gaat over de eenwording van Italië. Het speelt aan het einde van de negentiende eeuw en gaat over de vraag hoe de adellijke klasse in het noorden en het zuiden probeert om haar macht te bestendigen. Er zit een prachtige jongeman in, de prins Tancredi. En in één keer had ik het: dat is Mark Rutte! Mark Rutte is Tancredi. Hij doet in dat boek een fantastische en legendarische uitspraak: alles moet veranderen opdat alles blijft zoals het is. De journalist Anne Branbergen heeft ooit in De Groene de Italiaanse politiek prachtig beschreven aan de hand van dat boek. Ik kan het niet mooier vertellen dan zij, dus ik citeer het: "Alles moet veranderen opdat alles blijft zoals het is. Het staat voor (...) even meebuigen met de revolutie, gelijk riet in de storm, om zo snel mogelijk weer je eigen belang op orde te krijgen. Nieuwe idealen, nieuwe tijden, een nieuwe orde, een nieuwe mensheid" — ik voeg daar zelf aan toe: het eerlijke verhaal, nieuw idealisme en nieuw leiderschap — "alles valt te neutraliseren door het welwillend tegemoet te treden. Rustig wachten op het moment dat de naïeveling die de status quo bedreigt even niet oplet om snel onder tafel de ware machtsverhoudingen weer veilig te stellen. Het maakt niet uit welk etiket je erop plakt (...) waar het om gaat is dat de belangen veilig naar de overkant van de rivier worden geloodst."

En in één keer zag ik het weer voor me: toen we in september met Johan Remkes zaten en Mark Rutte het na tien maanden uiterst stilzitten in de formatie toch voor elkaar kreeg en zijn gewenste coalitie er uiteindelijk kwam. Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft. Mijn grote kritiek gaat niet over een puntje meer of een puntje minder in het akkoord.

Ik wacht even, voorzitter.

De voorzitter:
Morgen gaat het kabinet spreken.

De heer Klaver (GroenLinks):
Morgen mag de minister-president spreken. Het mag ook nu. Het is veelzeggend dat hij zich toch geroepen voelt om er nu iets van te zeggen. Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft. Uiteindelijk zie ik een systeem waar ik me zorgen om maak, namelijk dat het kapitaal altijd moet winnen. Dat zie je op heel veel plekken terug. Groeiende vermogensongelijkheid is de grote splijtzwam in onze samenleving. In de verkiezingscampagne werd gezegd: het wordt allemaal linkser, de hele politiek gaat naar links, kijk maar naar de verkiezingsprogramma's! Zelfs Mark Rutte drukte in het debat bij RTL op de knop voor het zwaarder belasten van de hogere vermogens.

Als ik kritiek heb omdat de rekening wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties, dan heb ik het niet over de hoogte van de uitgaven. Het is heel goed dat we veel geld uitgeven, aan de aanpak van klimaatverandering, aan onderwijs en aan het oplossen van het stikstofprobleem. Mijn kritiek is dat er geen inkomsten tegenover staan, dat vermogen niet zwaarder wordt belast. Dat was een belofte in de verkiezingscampagne en die wordt niet nagekomen. Het doorschuiven van de financiële rekening betekent namelijk dat, als je de rekening niet dáár neerlegt, de toekomstige kappers, de toekomstige zorgmedewerkers en de toekomstige docenten die rekening gaan betalen.

Is het dan niet goed dat het minimumloon omhooggaat? Fantastisch, echt waar. Het is niet de stap die wij zouden willen, maar het is een belangrijke stap. Maar laten we het even in perspectief plaatsen: het minimumloon gaat €6 per dag omhoog voor mensen die werken, terwijl je met nietsdoen op papier €200 per dag rijker wordt als je een huis bezit. Dat is de reden waarom mensen meerdere huizen willen bezitten. Dat is de reden waarom onze woningmarkt onder druk staat, en daar gebeurt niks aan. Ik had verwacht en gehoopt dat er niet alleen meer geld zou worden geïnvesteerd, of dat de juiste woorden zouden worden gebruikt, maar dat we structureel iets zouden durven te veranderen. Ik had gehoopt dat we hier in Den Haag zouden zeggen: het inkomen dat je verdient met hard werken, wordt net zo zwaar belast als het inkomen dat je verdient met kapitaal. Het is niet gebeurd. Ik had gehoopt dat we van de allerrijkste mensen, de miljonairs en miljardairs die ook in deze crisis nog rijker zijn geworden, zouden vragen om ieder jaar 2% van hun vermogen aan belasting te betalen. Dat is niet gebeurd.

Ik ben blij dat er wordt gesproken over volkshuisvesting, maar uiteindelijk is het alleen een andere taal als je niet structureel ingrijpt. Alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft. 7,5 miljard investeren is fantastisch. Hartstikke goed. Ik vind het ook hoopgevend dat het kabinet zegt: we moeten zorgen voor huurbescherming voor de middengroepen. Het is niet uit te leggen dat je in een grote stad voor een klein kamertje €1500 per maand moet betalen. Het is onbetaalbaar geworden. Maar ook dit zinnetje stond erbij: we moeten institutionele beleggers niet afschrikken. Ik zie de beelden van Stef Blok nog voor me. Ik meen dat het op een vastgoedbeurs in Hongkong of in Singapore was. Daar probeerden we investeerders hiernaartoe te halen. We zijn een van de allerrijkste landen van de wereld. We zijn, geloof ik, de zeventiende economie van de wereld. En we moeten onze hand ophouden in Dubai, in Singapore en in Hongkong, en vragen of mensen hier willen investeren in de bouw van huizen. Dat is niet nodig. Dat zouden wij zelf moeten doen. Stel je dan de vraag: waarom hebben we sociale woningbouw maar voor een kleine groep? Zou niet alle woningbouw sociaal moeten zijn? Zouden we er niet voor moeten zorgen dat in Nederland de bouw van alle woningen door organisaties — noem het woningbouwcorporaties — zonder winstoogmerk gebeurt?

Dan de aanpak van de coronacrisis. Daarover staat niet zo heel veel in het regeerakkoord, maar één ding wel: de pandemische paraatheid. Is het verkeerd wat daar staat? Nee, het is hartstikke goed dat ernaar wordt gekeken hoe we kunnen opschalen in de zorg, zodat we meer pieken kunnen opvangen. Het is echt uitstekend dat we proberen om mondmaskers niet alleen via de Sywerts van deze wereld uit China te importeren, maar dat we ze ook hier in Nederland en Europa kunnen produceren. Dat we voor onze medicijnen niet afhankelijk zijn van een enkele regio in China en India, maar dat we dat hier in Europa zelf willen doen. Dat is geen pandemische paraatheid, maar dat is strategische onafhankelijkheid. Dat is goed; ik ben daar niet tegen. Maar echte pandemische paraatheid was het geweest als we zouden erkennen dat onze omgang met de natuur volstrekt verstoord is. Dan was er in het regeerakkoord opgeschreven dat Esther Ouwehand al jaren gelijk heeft. Dan was haar boekje als bijlage toegevoegd. Dan was opgeschreven dat we echt een einde maken aan de industriële manier van omgaan met dieren in dit land. Het is niet gebeurd.

Dan klimaat. Echt complimenten voor de hoeveelheid geld die hiervoor wordt uitgetrokken. Jan, ik kijk ontzettend uit naar onze samenwerking. Ik mis Rob, maar als hij dan toch weg moest gaan uit de Kamer, dan maar naar het ministerie van Klimaat. Ik heb buitengewoon veel vertrouwen in deze nieuwe minister. Maar er is niet zo veel afgesproken over de besteding van dit geld. Je kunt ervan zeggen dat het mooi is dat we daarover mogen meepraten. Dank. Dat gaan we doen, maar hoe zorgen we ervoor dat dit niet een grote pretpot met subsidiegeld voor de grootste vervuilers wordt? Het lijkt wel alsof in de plannen van het kabinet niet de grote vervuilers extra moeten gaan betalen maar gaan ontvangen. Ze hebben de afgelopen jaren gratis kunnen uitstoten, en nu gaan wij ze helpen bij die omschakeling. Dan wordt er vaak verwezen naar de plannen van GroenLinks en de groene industriepolitiek. Ja, dat klopt. Maar als je goed leest, hadden wij een CO2-belasting die ook geld hier in Nederland ophaalde. Niet alleen via ETS, niet alleen via margeheffing, maar die gewoon geld ophaalde. Dat geld gaat een-op-een terug naar die bedrijven om ze te helpen. Het gebeurt niet.

Voorzitter. Dan de bestuurscultuur. Dat is een groot onderwerp. Ik zou het willen opsplitsen in drieën. De bestuurscultuur gaat voor mij over de manier waarop we hier in Den Haag tot besluiten komen, over de democratische rechtsstaat en over openheid en transparantie.

Ik begin bij de besluitvorming. Ik heb het al vaak gezegd in deze zaal: iedere keer als er een probleem is, bellen we Herman Tjeenk Willink. Ik vind het een wonder dat hij nog komt opdagen als we bellen, want echt luisteren doen we niet. Hij komt ons dan iets uitleggen. Hij zegt op zijn kenmerkende wijze, heel geduldig, met alle kennis en ervaring die hij heeft: "Luister nou eens goed. Je moet het eerst eens worden over het probleem. Dan moet je het eens worden over de doelen, dan over de middelen die je inzet, en dan over het budget." Maar als ik nu naar het regeerakkoord kijk, zie ik allerlei budgettaire keuzes zonder dat ik weet welk doel wordt nagestreefd of wat de gedeelde analyse is die daaronder ligt.

Neem bijvoorbeeld onderwijs. Ik vind het fantastisch dat er een miljard naar kansenongelijkheid gaat. Maar hoe weet ik of 1 miljard voldoende is, als er geen analyse onder ligt? Misschien is het wel te veel. Hetzelfde geldt voor de compensatie van het leenstelsel. Er is gewoon een bedrag gepakt en er is gezegd: dit is wat we over hebben voor die studenten. Maar wat is de reden dat we het bij een miljard houden? Is het gerechtvaardigd dat het maar 1 miljard is, of moet het veel meer zijn? Of is het onzin dat we daar überhaupt geld naartoe sturen? Er komt 25 miljard voor stikstof. De doelstelling is in ieder geval duidelijk, maar er is geen keuze gemaakt wat betreft de instrumenten. Gaan we uiteindelijk, als het echt moet, nu verplicht uitkopen of niet? Dat is de kant waar we geld uitgeven. Ik ben bang dat we, doordat er geen heldere doelen zijn geformuleerd, uiteindelijk weer koehandel kunnen krijgen hier in de Tweede Kamer. 1 miljard gedeeld door vijf partijen waarmee je misschien zaken moet doen; dat is ieder 200 miljoen. Dan kan je zelf kiezen wat je wil.

Dat is geen nieuwe bestuurscultuur. Ik zal alvast het volgende zeggen. Mijn partij zal daar nooit mee akkoord gaan. Wij willen echte problemen oplossen, geen politieke problemen. Dat betekent: als er meer geld nodig is voor onderwijs, gaan we meer investeren, maar als het met minder kan, moeten we dat ook doen. Ik heb het in interruptiedebatten al vaak gezegd: soms is het tegenovergestelde waar. Dat is niet vaak zo; bij bijna alles komt er geld bij, maar op sommige cruciale plekken niet. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat er 500 miljoen bezuinigd wordt op de jeugdzorg. Ik zou echt willen vragen: alsjeblieft, haal die eraf, niet omdat er nooit bezuinigd zou kunnen worden, maar omdat hier ook geen plan onder ligt. Je moet eerst een plan hebben. Eerst komt de inhoud, en dan moet je bepalen welk bedrag daartegenover kan staan.

Het is deze ochtend al lang gegaan over de democratische rechtsstaat en hoe belangrijk het is dat we die verdedigen. In een samenleving is er een manier om vreedzaam onze meningsverschillen op te lossen. Dat is in die democratische rechtsstaat. Op het moment dat er politieke partijen en andere krachten zijn die die democratische rechtsstaat ondermijnen en aan de stoelpoten zagen, ligt de weg naar geweld open, omdat er geen andere manier is om die meningsverschillen op te lossen. Wij moeten het hier fundamenteel met elkaar oneens zijn, op het scherpst van de snede debatteren en soms zelfs daaroverheen gaan. Maar die grenzen zijn heilig. Het is geen politieke mening wat je daarvan vindt; daar zouden we hier met z'n allen voor moeten staan. We moeten een keiharde grens trekken voor iedereen die daaroverheen gaat.

Voorzitter. Tot slot zou ik iets tegen de nieuwe ploeg willen zeggen. Het is jammer dat ik niet iedereen kan aanspreken, maar ik denk dat alle ministers meekijken. Ik hoop dat ze meekijken, en anders kunnen ze het nalezen. Er is toch ook iets van een angstcultuur ontstaan hier in Den Haag, alsof fouten maken niet mag. Fouten maken is menselijk. Dat moet ook. Overal waar je werkt, worden fouten gemaakt. Ik zou de ministers willen meegeven: wees niet bang om een fout te maken. En als je die fout maakt en er zelf eerlijk mee naar de Tweede Kamer komt, dan mag je van ons redelijkheid verwachten. Dan mag je verwachten dat wij kijken of je er echt iets aan kon doen en wat er nou precies gebeurd is, dat we niet gelijk gaan dreigen, dat we hier niet gelijk om het hoofd van de minister vragen. Tegelijkertijd zeg ik ook: als fouten pas hier in de Tweede Kamer komen na megalang doorvragen, na ellenlange Wob-procedures, dan is wat mij betreft de tijd van laatste waarschuwingen voorbij. Dan is het einde vertrouwen. Maar als u eerlijk bent als u iets tegenkomt op een ministerie, ook als dat van uw voorgangers is, en als u dat eerlijk direct naar de Tweede Kamer brengt, kunt u van mijn fractie alle redelijkheid verwachten.

Voorzitter, tot slot. Er ligt een belangrijke taak voor jullie. Ik wens jullie daar heel veel succes mee en ik kijk uit naar de beantwoording.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik het woord aan de heer Segers van de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Ik heb pas wat laten liggen in de trein. Dat kan weleens gebeuren. Er was iemand die het gevonden had en die zo vriendelijk was om dat ergens te bezorgen, maar het kwam via een enorme omweg weer bij mij terug. Het aardige in de nasleep daarvan was dat kerkhistoricus Paul van Geest zo vriendelijk was om mij een beeldje te geven van Sint-Antonius. Mevrouw Ploumen komt uit Noorbeek, diep in Zuid-Limburg, en weet voor wie Sint-Antonius er is. Dat is de heilige die je aanroept als je op zoek bent naar verloren voorwerpen. Ik heb Sint-Antonius nu dus op mijn bureau staan en die begeleidt mij. Ik ben net even te veel protestant om er helemaal zeker van te zijn dat hij mij helpt bij alles wat ik verlies, maar misschien kan hij ons in de komende periode wel helpen om niet te vergeten. Er zijn mensen die we niet moeten vergeten en er is een manier van werken die we niet moeten vergeten. Laten we dus hopen op de hulp van Sint-Antonius om te blijven onthouden waar het nu op aankomt. Het komt aan op samenwerken, samenwerken met elkaar. Dit land is groot geworden doordat we ondanks hele grote, diepgaande verschillen, politieke strijd en — mevrouw Marijnissen! — ideologische botsingen toch uiteindelijk weer rond die tafel gaan zitten en zeggen: joh, we moeten er toch uitkomen; we zullen toch onze geschillen moeten beslechten. Daarom hebben we bijvoorbeeld ook artikel 23, de onderwijsvrijheid. Dat is niet een speeltje van confessionele partijen en dat is niet de verdediging van scholen die ik toevallig heel erg leuk zou vinden, maar een samenlevingsvisie: die school is niet van de overheid, maar van de ouders. Ruimte voor verschil; daarvoor klopt ons hart en daarvoor heb je samenwerking nodig. Daarom hebben we een polder en daarom zijn we een coalitieland. Daarom hebben we als ChristenUnie na maanden van politieke onvruchtbaarheid en onvermogen om samen te werken gezegd: aan ons mag het niet liggen. Daarom sta ik hier.

Maar ik sta hier niet als lid van de fanclub van het kabinet dat daar zit. Ik sta hier als een van de 150 leden van deze Kamer, die de regering controleert en medewetgever is en die daar ook een verantwoordelijkheid heeft. Daarom hoop ik ook dat er een scherper onderscheid komt tussen de Kamer en het kabinet en dat er een minder scherp onderscheid komt tussen coalitie en oppositie. We zullen moeten samenwerken. Dat vraagt ook iets van onze stijl en dat vraagt ook iets van openheid. Het coalitieakkoord geeft die openheid ook, maar we zullen die vrijheid van het debat moeten zoeken.

Mijn eerste vraag aan het kabinet gaat over de positie van de Kamer ten opzichte van de fondsen. Daar zitten vele miljarden in. Daar zijn ook vragen over gesteld. Ook de Algemene Rekenkamer stelt die vraag: hoe raakt dat het budgetrecht van de Kamer? Ik zou niet anders willen dan dat de Kamer de positie behoudt en dat wij daar allemaal voluit controle op kunnen blijven uitoefenen.

We moeten de mensen die zijn afgehaakt, niet vergeten. Soms ga ik net even te veel met de heer Heerma en lezen wij dezelfde onderzoeken, namelijk de Atlas van Afgehaakt Nederland, van René Cuperus en Josse de Voogd, die eigenlijk heel inzichtelijk maken om wie het gaat. Er zijn hele specifieke plekken; de kaart is ook echt fysiek gemaakt. Daarop zie je donkere plekken, vaak aan de randen van ons land, waar mensen er gewoon niet meer in geloven dat de overheid er voor hen is, niet meer geloven dat je elkaar kunt vertrouwen en dat we hier in dit land voor elkaar zorgen en niet meer geloven dat je door samenwerken sterker wordt. Ze zien dat er anderen zijn, die winnen en dat zij het zijn die verliezen.

Er zijn groepen waarbij eigenlijk alles samenkomt: een laag inkomen, armoede, schulden, een slechtere huisvesting en een slechtere gezondheid — die twee hebben nog weleens met elkaar te maken — minder zekerheid op de arbeidsmarkt en weinig hoop. Er is een middenklasse die onder druk staat. Dat zijn gezinnen die maar net de eindjes aan elkaar kunnen knopen en die nu met angst en beven kijken naar de inflatie en naar de stijgende energierekening. We hebben de doorrekening gezien van het Nibud, met allemaal minnen, die de heer Omtzigt hier zo beeldend voorhield. Ze kijken daar met angst en beven naar. We zien ouderen, die er in koopkracht inderdaad op achteruitgaan.

Mevrouw de voorzitter. In het coalitieakkoord staat: er moet een evenwichtig koopkrachtbeeld zijn, dat goed is voor iedereen. Dat is een belofte en een inspanning. Mijn vraag is of dat inderdaad de leidraad en het anker is als het kabinet keuzes gaat maken ten aanzien van de koopkracht en of Nederland in die zin op ons kan rekenen. Aan deze groepen zal ik blijven denken. Deze groepen zal ik niet vergeten. Wellicht dat Sint-Antonius mij daarbij helpt. Daarom hebben wij deze stap gezet. We zullen het kabinetsbeleid heel specifiek beoordelen op het effect voor deze groepen. Daarom gaan we van een woningmarkt naar volkshuisvesting. Huizen zijn geen winstfabrieken, maar plekken om te wonen, om een gezin te stichten en om te leven. Daarom schaffen we de verhuurderheffing af, zodat woningen, ook huurwoningen, betaalbaar en beschikbaar blijven.

Ik ben heel blij met de ambities in het klimaatbeleid. Dat getuigt namelijk van goede zorg voor de schepping. Maar de dringende, noodzakelijke energietransitie moet wel op een sociale manier plaatsvinden. Ik had het met collega Marijnissen over de dreigende energiearmoede of, zoals zij erover sprak, klimaatrechtvaardigheid. De SP waarschuwt ook voor de dreigende energiearmoede. Daarom gaat er dit jaar veel geld naar de verlaging van de energierekening en gaan we echt aan de slag met isolatie. Dat moet daar aankomen waar dat het hardst nodig is. Daarom verhogen we ook het wettelijk minimumloon en de bijstand. Daarom schaffen we het leenstelsel af en voeren we de basisbeurs weer in, zodat jongeren niet volgehangen worden met schulden, maar weer onbezorgd en met hoop kunnen gaan studeren. Daarom intensiveren we de strijd tegen armoede en schulden en schaffen we bijvoorbeeld de kostendelersnorm af, die mensen niet bij elkaar houdt, maar uit elkaar drijft. Daar moet een einde aan komen. We hebben elkaar nodig. We hebben de zorg voor elkaar nodig. Daarom maken we de keuzes die we maken.

De voorzitter:
Excuus. U heeft geen interrupties meer, mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik heb Sint-Antonius aangeroepen en die zei dat ik een vraag kon stellen!

De voorzitter:
Dit is wel heel creatief, maar ik moet even streng zijn. Dat geldt ook voor de andere collega's. Ik probeer het er echt op te houden dat iedereen een gelijk aantal interrupties heeft. Ik heb u daar net ook over geappt. Excuus, maar ondanks de hulp van boven zeg ik nee.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, ik vind het wel problematisch, want we hebben nu de heer Segers ...

De voorzitter:
Nee, nee, mevrouw Ploumen. Er zijn een aantal andere collega's die het ook al gezegd hebben, dus ik moet echt ergens de lat leggen. Dat is deze. Excuus. Het woord is aan de heer Segers. In de ochtend was er een punt van orde en een persoonlijk feit. Daarvan heb ik ook gezegd dat ik die niet meetel. Die heb ik er allemaal van afgetrokken. U heeft net ook een extra vraag gesteld. Het is nu echt op. Sorry, mevrouw Ploumen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik denk dat we een ander moment moeten vinden om door te praten over Sint-Antonius. Dan moet u als katholiek uit Zuid-Limburg maar eens uitleggen wat voor rol hij speelt in uw leven. We gaan op een ander moment doorspreken.

Mevrouw de voorzitter. Als we denken over delen van Nederland die afgehaakt zijn, dan is er één provincie die ik bij name wil noemen. Dat is Groningen. Ik had gistermiddag een digitale bijeenkomst met leden van onze partij en vertegenwoordigers, voornamelijk uit Groningen en voor een deel uit Friesland en Drenthe. Wat me is bijgebleven, zijn niet zozeer de hele concrete klachten, maar vooral de wanhoop en de diepe teleurstelling die er was: zien ze ons wel? Er was een fakkeltocht voor nodig om het weer duidelijk te maken: "Kijk naar ons. Luister naar ons." Ik vind dat pijnlijk. Ik vind het pijnlijk om dat te zien in mijn eigen partij, om te zien dat mensen eraan twijfelen of we hen zien. Maar ik vind het ook pijnlijk om te zien waar opeens die extra gaswinning vandaan kwam. Was er echt geen alternatief? Het staat zo haaks op de beslissing van het vorige kabinet. Ik vind het ook ingewikkeld wat de minister-president zei, namelijk dat er ook een risico met de veiligheid zou kunnen zijn. Is dat zo? Dat is toch onbestaanbaar? Als we een afweging hebben tussen gaswinning en veiligheid, moet veiligheid toch altijd het primaat hebben? Kan hij dat nog eens toelichten?

Het is goed dat het kabinet het budget voor de subsidieregeling voor de Groningse huizen heeft opgehoogd, maar het was pijnlijk en gênant om te zien hoe mensen in de rij moesten staan. Ze hebben het als vernederend ervaren. Het was pijnlijk dat het nodig was dat er eerst ophef kwam voordat die regeling werd aangevuld. De knelpuntenpot was ontoereikend. Denk ook aan de timing van besluiten. Vlak voor kerst was er het besluit over het verplaatsen van het kinderhartcentrum. En dan was er minister Blok, die op de laatste dag van zijn termijn met de mededeling kwam dat die gaswinning toch omhooggaat. Maak ook hier een nieuwe start.

Ik vind het goed dat er een speciale bewindspersoon is voor Groningen en voor wat dan "Mijnbouw" heet. Staatssecretaris Vijlbrief is naar Groningen gegaan en heeft daar goede gesprekken gevoerd. Daar ben ik blij mee. Maar hoe kan de herstel- en verstevigingsoperatie versneld en verbeterd worden? Dat is de vraag. Zou het niet goed zijn als de bewindspersoon er ook fysiek voor een deel van de week, of delen van het jaar, kantoor houdt? Ik weet bijvoorbeeld dat het gemeentehuis in Slochteren leegstaat, dus dat zou een prachtige plek kunnen zijn.

Mevrouw de voorzitter. Het is veelzeggend dat het vertrouwen het kleinste is en het wantrouwen het grootste is aan de randen van ons land. Daarom ben ik blij dat er bijvoorbeeld perspectief is op de Lelylijn, dat er een fysieke verbinding is tussen regio's. Daarom ben ik blij dat regiodeals mogelijk blijven, dat die opnieuw gesloten gaan worden. Het is cruciaal dat de rijksoverheid investeert in die regio en samen met lokale overheden schouder aan schouder staat voor dat perspectief. Maar maak duidelijk dat dit kabinet er is voor heel Nederland, niet alleen voor de Randstad, niet alleen voor de steden, maar voor iedereen. Dat is mijn hartstochtelijke oproep aan het kabinet. Het is niet alleen een kabinet van en voor tevreden mensen, maar voor elk mens. Een kabinet waarbij elk mens telt.

In de studie van Cuperus en De Voogd wordt duidelijk dat er naast de plekken van wantrouwen ook een strook van vertrouwen is. Collega Heerma wees er ook op. Van Zeeland via delen van Zuid-Holland, Utrecht, de Veluwe, naar andere delen van Gelderland en Overijssel. Inderdaad, er is ook een ander woord voor, namelijk: de Biblebelt. Dat is geen strook waar mensen alleen maar rijk zijn. Het is ook geen regio met alleen maar gelovigen. Maar het is wel een strook waar veel mensen niet vergeten zijn om naar elkaar om te zien, waar mensen elkaar vertrouwen, waar er noaberschap is. Daarom is het zo cruciaal dat die overheid te vertrouwen is en dat die overheid ook haar burgers vertrouwt. Het is cruciaal dat er weer loketten zijn met dienstbare ambtenaren, ambtenaren die luisteren, die iemand bij de hand nemen en net zo lang zoeken tot de oplossing voor het probleem er is, en dat er dienstbare bestuurders zijn. Daarom is het ook zo belangrijk dat dat wat vaak ondergeschikt is gemaakt en vaak niet interessant was, nu een prioriteit van het kabinet is, namelijk: de uitvoering. Het gaat erom dat de basis weer op orde komt en er ruimte is voor de menselijke maat in wetgeving, dat er een uitzondering kan worden gemaakt als het gewoon niet rechtvaardig is, als het niet klopt.

Er moet wel een basis zijn waarop vertrouwen kan bloeien. Daarom is er een goed inkomen nodig. Je moet kunnen wonen en kunnen werken. Het gaat erom dat er meer zekerheid is. Er moet ruimte zijn voor die samenleving. Ik zei het al: de onderwijsvrijheid is niet het speeltje van confessionele partijen, maar is wat Nederland is, namelijk ruimte voor verschil, ruimte voor ouders om hun eigen school te stichten. Een samenleving zonder religiestress. Een overheid die een partner is van de samenleving. Daarom ben ik blij dat we doorgaan met de maatschappelijke diensttijd, de plek waar jongeren leren om iets voor een ander te doen en waar ze worden aangemoedigd om om te zien naar elkaar. Daarom is het goed dat grote advocatenkantoren ook hun deel pakken als het gaat om sociale advocatuur, dat dat niet maar een hobby is van een aantal bevlogen advocaten, maar een verantwoordelijkheid van iedereen. Daarom nemen wij als ChristenUnie-fractie ook in de coronacrisis de pandemie, het virus, even serieus als de sociale en mentale schade in onze samenleving. Dat is ook de reden waarom wij als fractie kritisch zijn op 2G, omdat het mensen uit elkaar drijft en wij veel meer zien in maatregelen die iets van ons allemaal vragen, zoals vaker en op meer plaatsen testen. Vandaag kwam een onderzoek naar buiten dat dit ook onderstreept.

Wat in ieder geval haaks staat op werken aan vertrouwen is het aanjagen van polarisatie. Dat zijn politici die over de democratisch gekozen overheid spreken als een totalitair regime, die badinerend spreken over de instituten van onze rechtstaat, een nepparlement en neprechters, die badinerend spreken over de vrije pers. Polarisatie leidt tot haat, tot bedreigingen, tot extra beveiliging, tot politici die van ellende maar iets anders gaan doen, tot een onleefbare samenleving. Daarom zou ik het kabinet willen vragen en ook willen voorstellen om dieper onderzoek te doen naar die polarisatie in Nederland, naar de kosten ervan maar vooral naar wat ertegen gedaan kan worden. Zo hebben bijvoorbeeld de platforms voor sociale media een verantwoordelijkheid maar nemen ze die onvoldoende. Ik maak mij daar grote zorgen over.

In die strook van vertrouwen resoneert ook een verhaal dat Jezus ooit vertelde. Hij heeft een soort beeldend verhaal waarin er een koning is die rechtvaardigen en onrechtvaardigen voor zich heeft staan. Hij spreekt dan die rechtvaardigen aan en zegt: jullie zijn rechtvaardig, want toen ik dorst had hebben jullie mij te drinken gegeven, toen ik naakt was hebben jullie mij kleren gegeven, toen ik in de gevangenis zat hebben jullie mij bezocht, toen ik ziek was hebben jullie mij bezocht en toen ik een vreemdeling was hebben jullie mij in huis genomen. Maar, vragen die rechtvaardigen dan: wanneer dan? Ze hadden geen idee dat ze dat voor de koning hadden gedaan. Dan zegt die koning: jullie hebben dat gedaan voor de geringste van broers en zussen en dus voor mij. Dat resoneert in een bankje van majoor Bosshardt waar een afbeelding van haar staat voor haar oude huis in Amsterdam, waarin met grote letters staat naast haar beeltenis: God dienen is mensen dienen, mensen dienen is God dienen. Ik ben begonnen met Sint-Antonius. Ik ben via de Biblebelt nu bij het Leger des Heils aanbeland. Ik heb de hele kerkelijke kaart van Nederland inmiddels gehad. Maar dat is niet alleen maar voorbehouden aan christenen. Uiteraard niet. Dit is het kloppend hart van Nederland. Zorg voor elkaar, omzien naar elkaar. Als we dat doen, kunnen we vertrouwen hebben in de toekomst.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers. Er is nog een interruptie van de heer Van der Staaij van de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Niet over Sint-Antonius, want daar moet ik anderen de meerdere in laten zijn, hoewel ik wel weet — hij bekommerde zich ook over kwetsbaren — dat sommige ziekenhuizen zijn vernoemd naar Sint-Antonius. Er is daar tegenwoordig ook een Jellinek Kliniek en dat brengt mij bij het onderwerp drugs, waar de heer Segers net een interruptie over pleegde bij D66, met daarbij de vraag of die experimenten die nu weer uitgebreid worden, ook goed kunnen uitpakken. Dat antwoord was niet heel erg hoopvol. Dat klonk best wel een beetje star bij D66.

De heer Segers (ChristenUnie):
Onvoldoende openheid.

De heer Van der Staaij (SGP):
Onvoldoende openheid.

De heer Segers (ChristenUnie):
Onvoldoende vertrouwen in de wetenschappelijke validiteit …

De heer Van der Staaij (SGP):
Maar in het regeerakkoord staan wel teksten — daar zijn die D66'ers wel slim in — zoals: "op korte termijn moet dit gebeuren", "alvast voorbereidingen getroffen voor" en "direct kunnen handelen" et cetera. De vorige keer ging dat ook best snel met die wietwet. Terwijl als het gaat om een effectieve preventie-aanpak — ook zo'n mooi ChristenUnie-CDA-zinnetje — er niets van die urgentie in staat. Dus hoe kan de ChristenUnie ervoor zorgen dat met stevige urgentie ook werk wordt gemaakt van zo'n preventieve aanpak?

De heer Segers (ChristenUnie):
Als het gaat om de urgentie van de wietexperimenten kan ik mij zomaar voorstellen dat er bij de D66-fractie een andere perceptie is wat betreft de snelheid. Volgens mij hadden ze in de vorige periode iets eerder en meer willen zien dan wat er te zien was. We hebben afgesproken dat we gaan experimenteren en dat we gaan kijken wat het effect is. Dat moet je inderdaad met een open mind doen. Dus andersom kan de vraag ook aan mij worden gesteld. Ik ben er sceptisch over. Dat taxeert de heer Van der Staaij terecht. Maar als je het doet, moet je het serieus doen en dat doen we. Tegelijkertijd is er wel degelijk een begin gemaakt met de preventie van drugsgebruik. Denk bijvoorbeeld ook aan lachgas. Daar werd eerst inderdaad een beetje lacherig over gedaan. Het werd steeds serieuzer genomen. Waarom? Het werd bijvoorbeeld serieus genomen doordat burgemeesters hebben gezegd: kijk eens wat hier nu gebeurt aan gezondheidsschade, wat voor ongelukken er gebeuren, wat een effect het heeft. Dat heeft geleid tot restricties, tot wetgeving, tot beleidsmaatregelen die dat aan banden hebben gelegd. Het mooie van deze afspraken is dat we er allemaal bij zijn. U leest hetzelfde als wat ik lees. Wij zullen inderdaad werk moeten maken van die preventie. Dat zit toevallig bij een staatssecretaris die ik zeer vertrouw. Ik vertrouw iedereen totdat het tegendeel blijkt. Maar deze staatssecretaris vertrouw ik zeer. Die zal daar werk van maken. Dus dat is een opdracht voor ons allemaal, en zeker ook voor u en mij.

De voorzitter:
De heer Van der Staaij, tot slot.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ja, voorzitter, tot slot. Lachgas is inderdaad een voorbeeld van de goede voornemens die zijn geuit, maar het is op dit moment nog steeds geen wet. De procedure loopt. Over dit soort onderwerpen wordt ook weleens gezegd: het zou wel goed zijn om daar nou juist eens door te pakken, om dat problematische gebruik van drugs te voorkomen en intensiever in te zetten op een actieve en effectieve preventieaanpak. Ik zou graag met de ChristenUnie optrekken om daar ook echt stappen te zetten. Ik denk dat u en ik het erover eens zijn dat het wat dat betreft tot nu toe nog veel te traag gaat om dat uit de verf te laten komen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Laat ik tot slot wat verbindende woorden spreken ten aanzien van het geheel van de coalitie. Want als het gaat om preventie van misbruik en verslaving, is er een ernst bij ons allemaal. Iedereen wil dat er een goede toekomst is voor jongeren. Je weet dat verslaving, welke vorm dan ook, altijd afbreuk doet aan je eigen vrijheid en aan je eigen gezondheid. Op dat gebied voel ik wel een ernst bij iedereen. Dus laten we hier in ieder geval werk van maken, hoe we verder ook denken over wat dan de beste aanpak van drugsbeleid is.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers. Dan geef ik het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren. De heer Baudet heeft zich afgemeld, dus dan weet degene die na mevrouw Ouwehand spreekt, de heer Dassen, dat hij daarna het woord voert. Gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Het vertrouwen in de politiek, in het kabinet, is historisch laag. Ik zal zo spreken over een aantal factoren die wat ons betreft kunnen helpen om het vertrouwen te herstellen. Ik wil echter om te beginnen mijn grote zorg uitspreken, want we staan voor ongekende crises die opgelost moeten worden. Het is van het allergrootste belang dat mensen erop kunnen vertrouwen dat hun regering de waarheid spreekt, dat hun regering de problemen waar we voor staan zo goed mogelijk zal proberen op te lossen. Omdat dat vertrouwen zo laag is — we kunnen allemaal aanwijzen waar dat door gebeurd is — beginnen we niet goed. Helaas.

Voorzitter. Maar dan heb ik van de nieuwe coalitie begrepen dat er verandering komt. Dat klinkt ons natuurlijk als muziek in de oren. We hebben begrepen dat de nieuwe coalitie graag complimenten van de oppositie wil als ze dingen doen waar de oppositie het eigenlijk mee eens is. Daar wil ik dus ook gewoon mee beginnen. Ik vind het bijvoorbeeld heel goed dat de helft van de nieuwe bewindspersonen vrouw is. Ik vind het heel goed dat er voor het eerst een biculturele minister is benoemd in dit kabinet. Ik vind het heel goed dat de basisbeurs terugkomt, dat er eindelijk een begin lijkt te worden gemaakt met serieus klimaatbeleid, met de erkenning van stikstof als groot probleem. Ik vind het heel goed dat een aantal wissels worden omgezet. Laat ik het maar even samenvatten.

Het grootste compliment wil ik maken aan de nieuwe minister van OCW, die vanwege de coronamaatregelen helaas niet in vak-K kan zitten. De heer Dijkgraaf toonde zich heel bescheiden toen door de pers werd gevraagd: wat ga je allemaal doen en hoe ga je alles oplossen? Toen zei hij: nou ja, ik kan alleen maar tegenvallen. Ik hou ervan als mensen dat zeggen. Maar hij zei ook: ik ga me bescheiden opstellen, want je moet vooral weten wat je niet weet als je op zo'n nieuw ministerie binnenkomt. Toen dacht ik: dat is mooi, dat is een mooie, bescheiden houding.

Ik dacht ook: er is misschien ook nog wel een volgend stapje nodig, kijkend naar de geschiedenis van twintig jaar kabinetten onder leiding van VVD of CDA. Dat is dat je misschien wel moet willen weten wat je eigenlijk niet wil weten. We moeten bijvoorbeeld weten dat de mens niet als een alleenheerser boven de natuur staat, maar onderdeel is van de natuur en volledig afhankelijk is van hoe wij omgaan met onze ecosystemen. Als we dat niet goed doen, zijn we zelf ook de sjaak. De coronacrisis is daar maar één voorbeeld van. We moeten misschien ook wel willen weten dat oneindige economische groei op een planeet die niet mee zal groeien, een illusie is en dat we dringend ons economische systeem zullen moeten herzien, omdat we vastlopen met onze neus tegen de muur. Je moet misschien ook willen weten welke denkfouten je maakt. Als je de grote jongens aan de bovenkant van de samenleving maar volop faciliteert, gaat de rest van de samenleving daar vanzelf van profiteren. We hebben gezien dat dat keer op keer is gelogenstraft. De heer Dijkhoff zit niet meer namens de VVD in de Tweede Kamer, maar ik moet hem wel complimenteren met iets moois dat hij heeft gezegd, namelijk: als liberale partij hebben we natuurlijk altijd een voorkeur gehad voor liberale instrumenten. Ik kan me voorstellen dat je eerst liberale manieren kiest, maar als de uitkomst niet liberaal is, als je de vrijheden en de perspectieven van toekomstige generaties of de gezondheid van mensen nu in gevaar brengt door die liberale instrumenten, dan moet je misschien iets anders kiezen.

Voorzitter. Die dingen had ik gehoopt van het nieuwe coalitieakkoord. Een reflectie op wat we al geprobeerd hebben om deze problemen op te lossen, zoals technologie, investeringen, convenanten, vrijblijvendheid, afspraakjes maken met bedrijven. Wat is het resultaat geweest? Ongeveer een Mount Everest aan problemen. Er is 25 miljard nodig om de stikstofcrisis op te lossen en 35 miljard voor de klimaatproblemen. Misschien moeten we andere manieren kiezen. Dat is het grote probleem met het regeerakkoord: er is heel veel geld, maar geen fundamentele omslag in hoe we de problemen gaan oplossen, geen reflectie ook. Met name bij stikstof ben ik daar echt verbaasd over. Ik ben echt verbaasd dat deze coalitie, een doorstart van de vorige coalitie, die nota bene een stikstofoplossing had gepresenteerd, nu moet zeggen dat er meer nodig is. Waar is dan de reflectie op wat er verkeerd is gegaan?

Mevrouw Hermans van de VVD zei een aantal mooie dingen in haar bijdrage. Ik hoop dat de VVD-fractie echt gaat luisteren en openstaat voor nieuwe ideeën. Ik denk dat dat nodig is. Ik snap best dat mensen in het land, boeren, die van VVD en CDA altijd te horen hebben gekregen dat er geen problemen zijn, nu denken: 25 miljard voor stikstof, wat is dat eigenlijk, dat valt toch wel mee? De problemen zijn altijd ontkend en nu moet het toch worden opgelost. De plicht die op het kabinet rust, is dat, als je er 25 miljard voor moet uittrekken, je het wel echt moet oplossen. Dat was niet nodig geweest als je op tijd had geluisterd en twintig jaar geleden was begonnen, zodat boeren de tijd hadden gehad om om te schakelen naar die duurzame landbouw. Maar goed, dat is niet gebeurd. De analyses lagen er allang, al vijftien jaar geleden, compleet doorgerekend.

Als je kijkt naar alle problemen in de landbouw, alle doelen die gehaald moeten worden — natuur, klimaat, hoe we onze bevolking gaan voeden — dan zie je dat het aantal dieren met minstens 70% moet krimpen. Als je die keuze niet durft te maken, is 25 miljard een hele hoop geld voor het niet oplossen van het probleem. De rekening wordt doorgeschoven naar de volgende generatie en die moet dan ook nog steeds het probleem oplossen.

Datzelfde geldt uiteraard voor het klimaat. Het is mooi dat er nu ambitie wordt getoond, maar het is geen 1992 meer. Er moeten nu systeemkeuzes worden gemaakt. De grote vervuilers zullen zelf voor hun vervuiling moeten gaan betalen. Het kabinet lijkt precies het tegenovergestelde te doen, op kosten van de belastingbetaler. De volgende generatie moet dus die 35 miljard terugbetalen en de klimaatcrisis is nog steeds gierend uit de hand aan het lopen. Kijk, dat werkt natuurlijk niet.

Voorzitter. Wij missen ook — dat is door de coronacrisis extra pijnlijk geworden — een daadwerkelijke aanpak van het kabinet om de gezondheid op één te zetten. Er is altijd gezegd dat de volksgezondheid op één staat, maar het is eigenlijk nooit waar. Mensen in landbouwgebieden wonen vlak naast akkers waar heel veel gif op gaat. De volksgezondheid van die mensen komt gewoon in gevaar. Waarom mogen die bedrijven de gezondheid van omwonenden in gevaar brengen? Mensen die in de buurt wonen van een geitenhouderij hebben aanmerkelijk meer kans op een longontsteking. Er wordt niet ingegrepen. De Coca Cola's en de McDonald's van deze wereld mogen de leefomgeving van mensen zo inrichten dat er per definitie wordt gestuurd op ongezond voedsel. Zij mogen daar lachend miljarden aan verdienen. Het kabinet laat die bedrijven gewoon hun gang gaan. Het is vervreemdend om een discussie over de zorgkosten te zien zonder deze ingrepen. Mijn vraag aan de minister-president is dus: wat gaat er eigenlijk precies veranderen? Hij zegt steeds dat hij snapt dat mensen geen vertrouwen hebben en dat zij zeggen: laat het eerst maar eens zien. Wat gaan we zien? Volgens mij beginnen we vandaag.

Het gaat dan nadrukkelijk ook over het grote risico op een volgende pandemie. Je kunt niet een regeerakkoord presenteren met alleen maar "pandemische paraatheid". Wat is dat? Dat we nu wel mondkapjes hebben, en ic-bedden? Een goed idee, maar zullen we proberen niet nog een keer deze ellende over ons af te roepen? Alsjeblieft zeg! We zitten in de zwaarste vogelgriepuitbraak ooit. Virologen trekken zich de haren uit het hoofd, omdat ze niet begrijpen dat het kabinet niet ingrijpt. Er ligt nota bene een advies van de commissie-Bekedam. Ik vraag aan de minister-president: heeft de nieuwe minister van VWS de volle bevoegdheid om vandaag al dit soort besluiten te nemen? Als er een nieuwe pandemie is uitgebroken, zijn we dan niet alleen maar bereid om te treden in de burgerrechten, wat het kabinet doet en zoals we bij corona zien, maar ook om te zeggen: om de volksgezondheid te beschermen kunnen niet-commerciële belangen de boventoon voeren? Dat zou een mooi begin zijn van het herstel van vertrouwen.

Ik wil ook opmerken dat dit bij de volksgezondheid eigenlijk nooit echt waar is geweest. Dat geldt ook voor de mensen in Groningen. Zij hebben altijd te horen gekregen dat de veiligheid van Groningers vooropstaat. Als dat niet waar is, moet je dat ook niet zeggen. Dat zei de Partij voor de Dieren destijds al. Dat is namelijk nog schadelijker voor mensen die toch al in de penarie zitten. Helaas hebben we afgelopen week moeten zien dat de veiligheid van de Groningers inderdaad niet vooropstaat, want de contracten met Duitsland zijn belangrijker. Die hadden allang afgebroken kunnen worden. Het zou de minister-president en het kabinet sieren om daarop te reflecteren. Als je de hele tijd dingen tegen de bevolking zegt die niet waar zijn, is dat ondermijnend voor het vertrouwen.

Voorzitter. We hopen dat de veranderingen die ons worden voorgehouden daadwerkelijk worden ingezet, maar we zien er te weinig van. We wijzen op al die experts naar wie al die tijd niet geluisterd is. Ik noem Johan Vollenbroek, die heeft geweten hoe de stikstofcrisis in elkaar zat. Hij waarschuwt nu alweer voor een parlementaire enquête over verspilde stikstofmiljarden. Die fout kan het kabinet niet maken. We wijzen er met de Algemene Rekenkamer en de Raad van State op dat de besteding van de fondsen echt goed moet zijn. Dat is niet alleen omdat de Kamer de fondsen moet kunnen controleren, maar ook omdat er een morele verplichting bestaat om volgende generaties niet met deze miljarden én de klimaat- en de stikstofcrisis op te zadelen. Als je het uitgeeft, moet je het oplossen.

Daar heeft de Partij voor de Dieren een aantal ideeën voor. De fundamentele keuze is om de vervuiler echt te laten betalen. Geef de minister van Klimaat en Energie ook een vetorecht in de ministerraad. Ik vraag me af of dat geregeld is. De minister van Financiën mag van oudsher altijd zeggen: nee, dit gaat niet door; deze plannen zijn te duur en we kunnen ze niet betalen. De minister van Klimaat zou moeten kunnen zeggen: deze plannen gaan ten koste van onze klimaatambities, dus jammerdepammer, ze gaan niet door. Hoe liggen die verhoudingen in het nieuwe kabinet?

Wat ons betreft geldt dat ook voor de minister van Volksgezondheid, die natuurlijk niet mag worden overruled door de belangen van LNV. Dat soort keuzes, voorzitter. Als de minister-president meent dat het vertrouwen terugkomt, omdat we verandering gaan zien, dan is de Partij voor de Dieren zeer benieuwd. We zouden zeggen: begin vandaag.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand. Dan geef ik het woord aan de heer Dassen van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Allereerst namens Volt de felicitaties aan het nieuwe kabinet, in het bijzonder aan de nieuwkomers in het Haagse. Ik wens u en uw collega's veel succes.

Voorzitter. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Wopke Hoekstra, maakte in zijn nieuwe rol een vliegende start. Hij zei: of het nu gaat om klimaatverandering, de gezondheidscrisis of de dreigingen aan de Europese grenzen, de uitdagingen van de 21ste eeuw zijn grensoverschrijdend en vragen om grensoverschrijdende oplossingen. Dit principe geldt natuurlijk voor veel meer collega's — ik zie de heer Rutte al knikken. Of het nu gaat om ongelijkheid, digitalisering, innovatie, criminaliteit of infrastructuur, wij hebben dat de afgelopen tien à twintig jaar te weinig durven toegeven. In de keuzes die we maken, zijn we afhankelijk van Europa en de rest van de wereld. Als we dat niet erkennen, dreigt Nederland vast te lopen.

Voorzitter. Het vertrouwen in de politiek is al laag. De liberale democratie staat onder druk. Er is zorgwekkend veel sprake van geweld richting politieagenten, hulpverleners en zorgverleners. Politici worden bedreigd en geïntimideerd. Dat is onacceptabel en daarover zullen we ons moeten blijven uitspreken. We zullen het vertrouwen in de politiek moeten herstellen. Weer luisteren naar kritische instituties als de Rekenkamer en de Nationale ombudsman. Hen niet als hindermacht zien, maar als een noodzakelijke tegenmacht. Frustreer de Wob-procedures van onze journalistiek niet meer. Informeer journalisten tijdig, zodat ze ons in persconferenties kunnen ondervragen en het ons lastig kunnen maken, oftewel: ons kunnen controleren. Graag een reactie. Gaat het kabinet dit doen en, zo ja, hoe?

Dat er grote potten geld zijn, is positief. Maar ik vraag me wel af of geld de afgelopen tien jaar het probleem is geweest. Wat wel een probleem is geweest, is het gebrek aan uitgewerkte analyses en daaraan verbonden keuzes. U voelt hem al aankomen: ook dat mist vandaag nog steeds.

Voorzitter. We lossen de problemen niet op als we alleen maar vanuit ons nationale zelf blijven denken, als we bezig zijn met rivaliteit, met ruzie maken en met de korte termijn. Als we vergeten om mensen mee te nemen uit de angst om hen het eerlijke verhaal te vertellen. Een groot deel van het regeerakkoord bestaat uit plannen die allang in Brussel gemaakt zijn, mede door Nederland, bijvoorbeeld de uitrol van de laadinfrastructuur of de kerosinebelasting. Mijn fractie is blij om te lezen dat het kabinet de EU-richtlijnen ook gaat uitvoeren — al zijn lidstaten daartoe verplicht, dus dat lijkt mij een beetje een open deur.

Wel belangrijk is of het kabinet zal garanderen dat de Kamer, en daarmee ook de samenleving, tijdig geïnformeerd zal worden over de Europese voorstellen en de onderhandelingen daarover, zodat wij niet meer hier in de Kamer staan en moeten zeggen: oeps, we zijn te vroeg. Of: oeps, we zijn te laat.

Voorzitter. Als we kijken naar klimaatverandering, dan zien we dat die overal in de wereld hard doorzet. We beleefden de zeven warmste jaren ooit. En in Limburg, Duitsland en België zagen we de op één na duurste natuurramp van 2021 van de hele wereld. Deze ramp kostte rond de 38 miljard euro, nog los van de doden en gewonden en van het leed van de bewoners die hun huizen moesten verlaten. Natuurlijk is het heel positief dat de ambitie omhooggaat. Ik denk ook dat dit een compliment waard is. Maar het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwde al dat ook met dit akkoord de doelen niet gehaald gaan worden. Ik wil daarom vragen of het kabinet in navolging van Duits voorbeeld bereid is om een klimaattoets in te voeren.

Verder sluit ik mij aan bij hetgeen al gezegd is door mijn collega's op het gebied van rechtvaardigheid, maar ik wil daar graag nog het Europees perspectief aan toevoegen. Wij hebben een Europese Green Deal, en toch zien we dat veel besluiten nationaal genomen worden. In Nederland gaan we nu twee kerncentrales openen, maar in Duitsland en België gaan ze dicht. Sterker nog, in Nederland moeten we extra gas oppompen omdat Duitsland bij het Nederlandse gas moet blijven. Dit gaat ten koste van de Groningers, die met een indrukwekkende fakkeloptocht hun terechte onvrede uitten. Ik ben benieuwd naar de reactie van het kabinet daarop. Dit laat zien dat we over grenzen heen moeten kijken, omdat het gebrek aan Europese politiek tot lokale problemen leidt. Wordt de 35 miljard van het klimaatfonds ook aangewend om te zorgen dat we grensoverschrijdende projecten aangaan, zoals de waterstofstrategie waarop nu in Nederland wordt ingezet en waar ook Duitsland mee bezig is? En sluiten we ook de energienetten beter op elkaar aan, zodat we een efficiëntere Europese energiemix krijgen, met windmolens in de Noordzee en zonnepanelen in Spanje? Ik wil graag een reactie van het kabinet hoe het hiermee in Europa aan de slag zal gaan.

Voorzitter. De daadkracht en effectiviteit van onze Europese samenwerking moeten omhoog. Dat kan niet als een van de 27 lidstaten in z'n eentje alle vooruitgang kan blokkeren. Daarom ben ik ook blij dat het kabinet af wil van het vetorecht bij internationale sancties en mensenrechtenschendingen. Maar het zal u niet verbazen dat ik dit niet ver genoeg vind gaan. Ook bij de aanpak van belastingontwijking moeten we af van het vetorecht. Het kan niet zo zijn dat grote bedrijven in Europa nog steeds nauwelijks belasting hoeven te betalen. Booking.com, Facebook en andere bedrijven spelen lidstaten tegen elkaar uit. Voer dus een Europese winstbelasting in. Ik ga ervan uit dat de nieuwe staatssecretaris hiermee in Brussel aan de slag gaat.

Voorzitter. Nu Rusland met 100.000 soldaten aan de grens met Oekraïne staat en Zweden al extra troepen in Gotland stationeert, kunnen we er inderdaad niet meer omheen dat we stappen moeten zetten richting verdere defensiesamenwerking. Dat is nodig om onze veiligheid te beschermen. Het is dan ook goed en mooi om te lezen dat er stappen worden genomen om Europees materieel te gaan inkopen. Dat is ook een stuk goedkoper. Hoe gaat het kabinet hier uitvoering aan geven? Welke stappen zullen als eerste worden genomen? Hoe gaat het kabinet zorgen dat andere landen meegaan in de ambitie om dat op een gezamenlijke manier te gaan doen? Wat zijn andere stappen om te zorgen dat er ook vanuit Europees perspectief meer naar die Europese defensiesamenwerking gekeken zal gaan worden?

Maar dan zijn we er nog niet, want als we het systeem willen openbreken, dan moeten we het vertrouwen in de politiek herstellen. We moeten iedereen meenemen in de grote transities waar we voor staan. De keuzes die we maken, moeten rechtvaardig zijn. Het is zoals Gert-Jan Segers het zo mooi zei: zeg me hoe je de schatkist vult en de opbrengst wilt besteden en ik zeg waar je hart klopt en wat voor jou blijkbaar het goede leven is.

Voorzitter. De vermogensongelijkheid groeit al jaren. Toch zie ik in dit akkoord dat het inkomen uit de verhuur van een tweede huis of een aandelenportefeuille nauwelijks extra belast gaat worden. Ook de mensen die slapend rijk worden, hebben hier tegenwoordig bedenkingen bij. Wat Volt betreft gaan we het inkomen uit vermogen meer belasten, zodat we de belasting op arbeid kunnen verlagen. Is het nieuwe kabinet bereid om te praten over een eerlijkere verdeling van de lasten? Als we iedereen willen meenemen, dan moeten we voor de grote vraagstukken de kracht van de samenleving gebruiken. Geef bewoners de zeggenschap terug over hun eigen omgeving, of het nu gaat om de bouw van nieuwe wijken of de aanleg van zonnepanelen en windmolens. Organiseer burgerberaden waar zij samen met experts tot oplossingen kunnen komen. Ik vraag in navolging van de heer Heerma hoe het kabinet hiermee aan de slag gaat. Zorg dat gemeenten, omdat al het beleid dat wij in Europa bedenken lokaal wordt uitgevoerd, zelf weer over voldoende geld beschikken om deze transities vorm te geven. De Europese Unie, de nationale regering en de lokale overheden hebben elkaar daarin heel hard nodig. Het klimaatdoel dat we in Europa afspreken, moet worden uitgevoerd door gemeenten, bijvoorbeeld door het isoleren van huizen. Hoe gaat het kabinet deze bestuurslagen beter met elkaar verbinden en luisteren naar de ideeën die de gemeenten hebben over de uitvoering van deze plannen?

Voorzitter. We staan nu op het punt dat we de keuze hebben: gaan we samenwerken en problemen oplossen of gaan we met modder gooien en krijgen we nog drie jaar stilstand? Gaan we voor een verdeelde of een verenigde samenleving? Ik spreek dan ook mijn hoop uit dat het kabinet het niet bij de 77 Kamerleden van de coalitie zal laten, maar dat het ook met de ideeën van de rest van de Kamer aan de slag zal gaan.

Voorzitter. Ik gaf het al eerder aan: er zijn veel twijfels over de precieze gevolgen van het regeerakkoord. Zou het kabinet daarom een generatietoets willen uitvoeren op dit akkoord, zodat veel duidelijker is wat de effecten zijn voor de toekomstige generaties? Is het kabinet bereid om daarbij ook te kijken naar een eerlijke compensatie voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd, zodat zij niet de dupe worden van een ondoordacht systeem? Graag een reactie. Al deze ideeën en plannen vragen om constructieve samenwerking en het kan en mag niet zo zijn dat waardige en vaardige politici als Bart Snels en Wouter Koolmees mede vanwege de politieke cultuur de politiek verlaten. Daar zijn we allen medeveroorzaker van en we zullen allen in de spiegel moeten kijken. Dan kunnen we toewerken naar een constructieve nieuwe start en dan kunnen we veel bereiken. Ik hoop daar morgen een begin van te zien.

Voorzitter. We staan voor gigantische uitdagingen en we moeten weer politiek durven te bedrijven, sturing durven te geven en mensen mee durven te nemen. De inspanning om tot een oplossing te komen moet net zo groot zijn als de uitdaging. Ik wens premier Rutte als aanvoerder van het nieuwe kabinet veel heldere antwoorden en een goed geheugen toe morgen. En Volt hoopt op een constructieve samenwerking.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan geef ik het woord aan de heer Eerdmans van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, goedenavond. Collega's ook!

De hartelijke felicitaties van JA21 voor alle bewindspersonen: van harte gefeliciteerd. Het spreekwoord gaat: hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Wij denken dat het goed is dat de werklast wordt verdeeld over meer bewindspersonen, maar of het "hoe meer zielen, hoe meer vreugd" wordt, moeten we natuurlijk nog allemaal even gaan zien. Wij zullen de ploeg vanuit JA21 kritische volgen en, meneer Heerma, voor nu geldt wel het voordeel van de twijfel bij JA21. Laat het maar zien! Maar dat die twijfel breed wordt gedeeld in het land is duidelijk. Maar 28% van het electoraat zegt Rutte IV te zien zitten en een kwart denkt nu dat hij de eindstreep gaat halen. Dat zijn natuurlijk niet al te beste startcijfers, maar u kunt, meneer Rutte, ook positief zeggen: het kan alleen nog maar omhoog. Het kan natuurlijk ook nog steeds verder omlaag.

Voorzitter. Op de inhoud hebben wij met Rutte IV een aantal grote problemen. Wij zeiden het eerder: op migratie gaat de roestige auto achteruit. Ik noemde mevrouw Broekers-Knol hier weleens een beetje spottend Madame Tussauds vanwege haar totale stilstand op het asieldossier en dan met name haar starheid als er dingen moesten veranderen. Maar de permanente asielcrisis oplossen met een aantal niks zeggende frases in het asielakkoord en Erik Van der Burg erbij, zien we wel echt als een probleem. Naar de uitspraak van staatssecretaris Van der Burg zo'n vier jaar geleden "hoe meer asielzoekers, hoe beter" ben ik even op zoek gegaan. Misschien was het wel vrolijk cynisme of een beetje uit zijn verband gerukt. Dat kan natuurlijk. Maar nee, het waren helaas hele serieuze uitspraken, die in 2019 nog eens herhaald werden in het Parool. Het is dus niet uit zijn context gehaald. Het werd zelfs aangevuld met de opmerking dat hij zelfs geliefder is bij de PvdA dan bij sommige VVD'ers. We hebben er dus een linkse VVD'er bij op asiel en dat is voor de electorale potentie van JA21 natuurlijk een geschenk uit de hemel, maar voor Nederland een ramp. Voor Nederland een ramp!

Rob Jetten op Klimaat roept ook een aantal vragen bij ons op en niet de vraag of er nog weer meer megawindturbines zullen komen op het land. Dat staat immers in hoofdstuk 1 van de D66-bijbel. Wij zijn vooral bang voor te weinig ambitie en daadkracht op het kernenergiedossier. Of is deze minister nu inmiddels wel bekend met het feit dat je ook huizen kunt verwarmen — echt waar! — met behulp van kerncentrales. Anders moet hij snel een bezoekje gaan brengen aan Borssele. Daar kunnen ze het hem haarfijn uitleggen. Brussel omarmt inmiddels ook officieel kernenergie als groene energie. Het heeft een groen label net als het investeren in schoon aardgas. Steunt minister Jetten dit nu voluit? Ik zou dat graag willen vragen aan het kabinet. Schoon aardgas, schone kernenergie: het is de toekomst in plaats van het land vol zetten met megawindturbines. Ik las vandaag dat ze inmiddels tot 270 meter gaan. Verder kan het in plaats komen van het mensen dwingen om van het aardgas af te gaan.

Voorzitter, als het mag, zou ik via de bode de heer Jetten het kernenergierapport van JA21 willen overhandigen. Dan kan hij zich alvast inlezen. Misschien moet ik het via de premier of via mevrouw Kaag doen, want ik weet niet wie het snelste bij de heer Jetten is of kan zijn. Dan kan hij zich in ieder geval alvast gaan inlezen in deze materie. En ook voor de heer Rutte is het nog wel een goede opfrisser, denk ik. Nu leest u ook het briefje dat ik aan de heer Jetten heb geschreven, begrijp ik.

Het aanstellen van vakministers en staatssecretarissen voor concrete problemen, zoals wonen en de aardgasproblematiek in Groningen, kan onze instemming krijgen. Maar in plaats van een minister voor Stikstof hadden we liever een minister voor Leefbaarheid gezien, voor de menselijke maat, tegen de bureaucratie en voor het beschermen van ouderen en oude wijken tegen voortgaande verloedering. En waarom is er geen minister van Immigratie, zoals in Denemarken? In Denemarken heet hij Mattias Tesfaye. Dat is een zoon van een immigrant uit Ethiopië. Tesfaye zegt dat hij wil voorkomen dat de Deense verzorgingsstaat wordt afgebroken door ongecontroleerde migratie. Dat lijkt ze daar te gaan lukken, binnen Europa, binnen de regels en binnen de verdragen. Is hij een rechts-populist? Nee. Tesfaye is een PvdA'er, zou je kunnen zeggen. Hij is lid van de Deense PvdA, de sociaaldemocraten. Hij zegt: juist de gewone man betaalt de tol voor een compleet opengrenzenbeleid en niet de mensen met de hoge inkomens. Het zijn de lage inkomens, de lage lonen, de arbeiders die de prijs betalen.

Een ander punt waar de sociaaldemocratie van weleer van zou gruwen, is de afnemende welvaart van onze ouderen. De AOW wordt niet langer gekoppeld aan het minimumloon. JA21 zal hier niet mee instemmen. Overigens moeten alle gepensioneerden vrezen voor hun koopkracht, want een indexatie van hun pensioen zit er de komende jaren niet in, net als in de afgelopen tien jaar. De lasten op arbeid stegen in de afgelopen jaren in Nederland harder dan in de rest van de EU. Aan belasting op inkomen en vermogen komt nu bijna 70% meer binnen dan tien jaar geleden. Met de btw halen we 20 miljard euro meer op dan tien jaar geleden. President Reagan sprak in de jaren tachtig al de wijze woorden: het probleem is niet dat mensen te weinig belasting betalen, maar dat de Staat te veel uitgeeft. In Nederland lijkt lastenverzwaring elke keer weer het standaardrecept voor iedere kwaal.

Op het terrein van Justitie wil ik de premier graag om een richtinggevende uitspraak vragen over de positie van slachtoffers. Wat wordt er nu bedoeld met "het borgen van de positie van het slachtoffer"? En is het kabinet bereid om geld opzij te zetten voor privacybescherming en meer schadevergoeding voor slachtoffers van criminaliteit? We lezen heel veel over lhbtiq-slachtoffers en andere slachtoffers, maar weinig over de enorme groep anonieme slachtoffers van criminaliteit. Dat zijn er zo'n 900.000. Daarvan kunnen persoonlijke gegevens bij de daders terechtkomen. Zij kunnen nu niet rekenen op schadevergoeding. Slachtoffers van seksueel geweld moeten nu twee jaar wachten op een uitspraak. 14% van de slachtoffers met de grootste en ingewikkeldste vorderingen wordt afgewezen in het strafproces, omdat het te ingewikkeld is. Dat betekent geen schadevergoeding, geen voorschot en geen invordering. Wat gaat u daar nu concreet aan doen? Alleen al een toezegging aan ons dat het kabinet daar later concreet op terugkomt, zou voor mij al in orde zijn.

Voorzitter. Nu ik toch spreek over slachtoffers wil ik het nog heel even hebben over een van de grootste groepen slachtoffers van deze coronacrisis: onze jongeren. Minister Kuipers noemde het al tijdens de persconferentie: maar liefst twee derde van alle jongeren kampt met eenzaamheid. Dat is een gigantisch aantal. Zij gaan voor een nog grotere belasting van onze jeugd-ggz zorgen, terwijl daar al jaren code zwart heerst. Te midden van al die narigheid denkt het kabinet: we draaien niet alleen de toegezegde bedragen terug, maar we gaan ook nog eens bezuinigen op de jeugdzorg. Dat kunnen wij niet verantwoorden. We sluiten aan bij eerdere sprekers die dat vandaag gezegd hebben. JA21 hoopt dat het kabinet luistert naar de oppositie, die van links tot rechts zegt: doe dit onze jongeren niet aan.

Voorzitter. Nederland is linksaf de sloot ingereden en moet er rechtsaf weer uit zien te kruipen. JA21 wil daarom de problemen aanpakken bij de wortel. We presenteren onze eigen, naar ik meen, constructieve oplossingen. Dat doen we hier, dat doet Annabel Nanninga met haar collega's in de Eerste Kamer, dat doen we in Amsterdam, dat doen we in de Provinciale Staten en dat doen we in Europa. Dat is soms hard knokken, maar wij denken dat het ons gaat lukken.

Voorzitter. Ik wil afsluiten met vijf tips aan het nieuwe kabinet. De eerste tip gaat over de enorme verspilling die dreigt van de miljardenuitgaven. Dat is niet iets wat alleen JA21 zegt, maar wat ook gesteund wordt door economen, door deskundigen. Geef bij elke euro die u uitgeeft aan wat u daarvoor concreet terug wilt zien komen. Minister Kaag heeft in haar leven heel veel geld uitgegeven, bij de VN enzovoorts, maar nu moet zij de schatkist bewaken en beheren. Dat is voorwaar een behoorlijke opdracht. Tip twee. Geef ruimte voor goede voorstellen. Dat lijkt een open deur, maar de minister-president heeft gezegd: de onderlinge verstandhoudingen zijn mij heel veel waard. Daar hoort iets bij, namelijk de voorstellen van de oppositie serieus nemen en in beraad houden, en eraan voldoen waar het kan. Namens 5 miljoen kiezers wil ik u daar alvast dank voor zeggen. Ik denk dat het belangrijker is om dit te doen dan een coalitieoverleg schrappen op maandag, of het Torentjesoverleg. Het gaat eigenlijk om de boter bij de vis.

Drie. Durf de politieke en de maatschappelijke realiteit te aanvaarden, en modder dus niet door met zaken die tot mislukken gedoemd zijn. Het zal u zeker krediet opleveren.

Tip vier is een bericht voor alle ministers. Trekt u zich niet te veel aan van de smurrie, de ellende, de beledigingen en de idioten op internet. Waar u het kan, negeer het. When they go low, you go high. Dat wil ik aan de ministers meegeven. Ik wil mijn vader er ook even bij halen. Mijn vader heeft de spreuk: doch dyn plicht en lit de lju mar rabje. Dan weet meneer Heerma waarschijnlijk wat ik zeg. Nee? Geen Friezen in de zaal? Het betekent: doe je plicht en laat de lui maar kletsen.

Tip vijf. De laatste tip. Wat er in de toekomst ook gebeurt op het gebied van corona, hou de scholen alstublieft open.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Eerdmans. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Staaij van de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mevrouw de voorzitter, herkent u het volgende citaat? "Als een soort slang je huid afwerpen, daar geloof ik helemaal niet in." Voor wie het niet meer scherp heeft: dat zei premier Rutte kort voor kerst in De Telegraaf. Dat was voor mij eigenlijk een beeld dat bleef hangen. De premier zegt nu vanuit vak-K dat dat niet de bedoeling was, maar dat komt omdat ik in de omstandigheid ben geweest dat ik het wonder van een vervellende slang meer dan eens van dichtbij heb meegemaakt. Ter toelichting: een uit de hand gelopen reptielenfeestje bracht ooit twee sierlijke korenslangen in huize Van der Staaij. Pas op met reptielenfeestjes!

Ik kan u vertellen dat het vervellen van zo'n slang echt spectaculair is. Eerst eet zo'n slang niet meer. Die staart lusteloos voor zich uit en ziet er heel treurig, grijs en dof uit. Maar dan ineens, in een wonderlijke kronkelgang, kruipt die slang uit zijn oude huid en komt er een prachtig nieuw glanzend vel tevoorschijn. Het beest vertoont meteen een ongekend nieuwe levenslust en prachtige frisse kleuren. Kortom, je zou zeggen: het ziet eruit als nieuw elan. En anders dan hij met dit citaat doet vermoeden, is premier Rutte juist heel goed in vervellen. Na Rutte I, II en III was vorige week immers het vierde glanzende velletje zichtbaar op het bordes.

Ten aanzien van dat vervellen naar Rutte IV heb ik nog wel wat vragen over de lange duur van de formatie en over de grote huid. Eerst over de lange formatieduur. We zeggen allemaal: dit moet voortaan echt sneller, ook om meer regeertijd over te houden. Maar wat is daar volgens de premier nu voor nodig? Al in april heb ik samen met collega Segers een motie ingediend om bij de evaluaties van deze formatie uitdrukkelijk ook de nieuwe rol voor het staatshoofd, de Koning, te betrekken. Die motie is door de Kamer in het holst van de nacht aanvaard. We zijn benieuwd naar de uitkomst.

Die nieuwe huid is ook wel flink groter geworden: meer ministers dan ooit. Bij een slang is het normaal dat die huid groter is, maar bij een kabinet niet. Mijn vraag aan de formateur is dan ook: hoe bent u daartoe gekomen? Waarom is er niet gekozen voor meer staatssecretarissen in plaats van nieuwe ministers? Want die staatssecretarissen zijn toch eigenlijk juist ook een beetje uitgevonden om ministers te ontlasten.

Mevrouw de voorzitter. De premier had zeker een punt toen hij zei dat we er niet van uit moesten gaan dat alles nu ineens totaal anders zou worden. Tegelijkertijd ligt er wel een enorme opgave om het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid te herwinnen. De vraag is dan ook hoe deze nieuwe ploeg dit gaat aanpakken. Wat is er nu echt nieuw? Wat echt opvallend nieuw is, is het gigantische, astronomische budget dat uitgetrokken is om de problemen te lijf te gaan. Je zou kunnen zeggen: het nieuwe slangenvel glanst van de eurotekens. Nieuw probleem, nieuw fonds. Maar wij zijn wel bezorgd over het prijskaartje dat aan deze plannen hangt. De onpartijdige rekenmeesters legden in de doorrekening, waarvoor dank, al eerlijk de vinger op de zere plek: door de kabinetsplannen stijgen de financiële lasten voor de jongeren van nu en morgen fors. De jongeren van nu en van morgen moeten ook die goede zorg en die veiligheid kunnen krijgen die nodig is, zonder dat dit tot torenhoge lasten leidt. Natuurlijk maakt het kabinet ook keuzes die wij van harte steunen, zoals extra investeren in defensie, in veiligheid en in onderhoud van wegen en bruggen. Dat zeg ik er graag bij. Maar niet alles kan altijd en overal. Geld moet niet de smeerolie zijn om een haperende coalitiemotor te laten draaien. Wij pleiten daarom voor een strakker financieel kader en een goede bewaking van het budgetrecht van de Kamer.

Wat is er nu echt nieuw? Vernieuwing wordt ook beloofd in de bestuurscultuur. Geen coalitieoverleg meer op maandag, maar meer debat in de Kamer zelf. Het zal afwachten zijn of het slangetje zich niet weer gewoon in nieuwe bochten wringt, want googel maar eens even op "torentjesoverleg", zoals het vroeger heette. De kranten stonden er twintig jaar geleden vol mee: "Torentjesoverleg wordt afgeschaft". VVD-leider Zalm was heel helder tijdens een Kamerdebat over een nieuw regeerakkoord: "Ik ga daar niet meer elke week een broodje eten. Als Balkenende iets wil bespreken, dan komt hij maar naar mij toe." Zo! Dingen zijn dus wel meer afgeschaft. Hoe zou dat in de praktijk nou gaan? Je kan er soms hele beschouwingen over hebben, maar ook eens een eenvoudige testvraag stellen. Als er op een gegeven moment een gevoelig onderwerp is waar door het kabinet aan gehecht wordt — neem bijvoorbeeld 2G, waarbij je niet naar binnen mag zonder vaccinatiebewijs of herstelbewijs op zak; ik hoop vurig dat dat er nooit gaat komen — wordt er bij zo'n wet dan ook gezegd: het kabinet ziet uit naar de tegenmacht van het parlement? En komt er dan ook echt geen druk op partijen, op coalitiepartijen, om zich in het gareel te voegen? Ik ben benieuwd.

Voorzitter. Daarmee kom ik op een opvallend kenmerk van het coalitieakkoord, iets wat wel nieuw mag heten. Dat is dat ondanks de dikte van het regeerakkoord op een aantal belangrijke vragen die nu spelen niet duidelijk een richting wordt gekozen en dat er belangrijke open einden aan zitten. Dat geldt voor bepaalde delen van de medische ethiek, voor de precieze reikwijdte van de onderwijsvrijheid, maar zeker ook voor een onderwerp als corona. Ik vroeg me wel af — misschien wil de premier daar nog nader op ingaan — hoe het komt dat er zo weinig over het onderwerp corona is afgesproken, terwijl de keuzes rond corona zo'n vertrouwensdeuk hebben opgeleverd en ongekend ingrijpend zijn. Het gaat om de vraag of je winkel open mag blijven, of je als student naar college mag, en of je zelf mag kiezen voor prikken, ja of nee. Waar blijft de langetermijnvisie die al eerder beloofd was?

Voorzitter. De aanpak van corona vind ik wel een mooi voorbeeld, omdat het over meer gaat dan corona alleen. Het gaat ook over de fundamentele vraag hoe dit kabinet zijn eigen verantwoordelijkheid ziet naast die van de samenleving zelf. Als je hier wat langer rondloopt, zoals voor de premier natuurlijk ook geldt, kom je nog weleens oude citaten tegen waarvan je denkt: dat is eigenlijk wel mooi gezegd. In het debat in 2007 zei oppositieleider Mark Rutte eigenlijk heel mooi: "Een debat over de regeringsverklaring moet vooral gaan over de maatschappijvisie van het zich hier presenterende kabinet." Dat is inderdaad mooi gezegd. Wat is eigenlijk die maatschappijvisie? Kan de premier daarop ingaan? Wij zien in de formulering van het coalitieakkoord best een sterk liberaal, individualistisch stempel. We zijn benieuwd naar de visie op de rol van de gemeenschap, van het gezin als fundamentele leefeenheid. Waaruit blijkt dat omzien naar elkaar en het ruimte bieden aan burgers voor wat zij belangrijk vinden nu meer concreet? Denk bijvoorbeeld aan de mantelzorgers, die toch ook een belangrijke plaats innemen in die zorgzame samenleving.

Voorzitter. Het valt ons daarnaast op — dat gaat niet zozeer alleen over het coalitieakkoord, maar eigenlijk over het hele maatschappelijke en politieke debat — dat er tegenwoordig steeds sneller over "crisis" wordt gesproken bij allerlei onderwerpen: coronacrisis, klimaatcrisis, asielcrisis, wooncrisis, stikstofcrisis. Die crisisinflatie doet wat, want wie in schrille crisistermen spreekt en vol verwachting naar de sterke overheid kijkt als de grote probleemoplosser, lokt een centralistische overheid uit die steeds drastischer maatregelen neemt. Wij pleiten voor meer gematigdheid, meer bescheidenheid, meer maatwerk en meer ruimte voor de samenleving zelf en trouwens ook voor medeoverheden: provincies en gemeenten. Vandaag kwam al een aantal keren naar voren dat gemeenten zich best behoorlijk tegen de schenen voelen geschopt omdat oude afspraken over de jeugdzorg niet nageleefd worden. Hoe gaat het kabinet dit en ook die verhoudingen goedmaken? Hoe wordt voorkomen dat Rutte IV een centralistisch crisiskabinet wordt? Dat is eigenlijk mijn overkoepelende vraag.

Mevrouw de voorzitter. Wat gaan de burger en de ondernemer merken van dit nieuwe kabinet? Gaat de veiligheid echt merkbaar toenemen? Is voor de boer en de visser, die murw zijn van alle veranderingen, de opnieuw aangescherpte stikstofdoelstelling straks niet weer een recept voor frustratie en wantrouwen? Gezinnen, in het bijzonder de eenverdieners en de AOW'ers, kijken bezorgd naar hun portemonnee: weer meer geld kwijt voor energie en voedsel. Hoe gaat het kabinet met de koopkracht om?

Er zijn natuurlijk verschillende kabinetten-Rutte langsgekomen. Bij de presentatie van het kabinet dacht ik even: weet je wie ik eigenlijk mis? Die hardwerkende Nederlander. Die hardwerkende Nederlander, die ook zou gaan delen in de welvaart, kwam bij de presentatie van eerdere kabinetten eigenlijk altijd wel even langslopen. Mijn vraag aan de premier is: hoe laat hij zien dat hij ook deze burgers ziet staan? Veel van die hardwerkende Nederlanders, van die gewone burgers, hebben de laatste keer een beetje rechtser gestemd, omdat ze wel aanpak van klimaatproblemen willen maar dan op een manier die ook op te brengen is, omdat ze wel mensen in nood willen helpen maar geen massale immigratie willen en omdat ze wel problemen willen aanpakken met andere landen maar niet door het steeds maar weer overdragen van bevoegdheden naar Europa. Mijn vraag aan de premier is: hoe laat u zien dat u ook deze burgers ziet staan? En klopt mijn indruk dat op de nieuwe huid de nationale driekleur wat minder zichtbaar is en dat het federale denken sterker is?

Mevrouw de voorzitter. Wat gaat en moet er echt veranderen? In de taal van de Bijbel is er een mooie uitdrukking voor wezenlijke verandering die verdergaat dan een nieuw vel, namelijk een nieuw hart, de oude mens afleggen en een nieuw mens aandoen. Dat is een innerlijke vernieuwing, een gezindheid om God en de naasten lief te hebben, goede leefregels van de Schepper na te leven. Dat is wat we nodig hebben: niet een nieuw vel, maar een nieuw hart; niet alleen omzien naar elkaar en vooruitkijken naar de toekomst, maar ook omhoog zien. In dit licht zullen we als SGP kabinetsplannen zeker steunen, maar zullen er ook plannen zijn waar we niet mee kunnen leven. Zo missen we ook plannen voor betere wettelijke bescherming van kwetsbaar leven en voor het indringender tegengaan van abortus en euthanasie. Op die terreinen zullen wij ook zelf met initiatieven blijven komen.

Voorzitter, tot slot. De SGP wenst het kabinet van harte wijsheid toe in de verantwoordelijke taak. De slang is in de Bijbel vaak een negatief symbool, verbonden met kwaad en zonde. Daartegenover wordt Jezus Christus juist als het medicijn tegen het gif van de slang genoemd, maar Hijzelf nam de slang ook als voorbeeld toen hij zijn volgelingen zei niet alleen oprecht te zijn als de duiven, maar ook voorzichtig als de slang. Die oprechtheid én voorzichtigheid wens ik ook alle kabinetsleden van harte toe.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik het woord aan de heer Azarkan van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's die mij succes wensten en alvast complimenten aan de bewindslieden. Ik merk dat ze heel aandachtig luisteren en ook echt interesse tonen. Dat vind ik mooi.

Voorzitter. De heer Paternotte sprak over zijn moeder; dat vond ik een mooi verhaal. De heer Heerma sprak over zijn vader. Dan kan ik niet achterblijven. Ik heb een ruime keuze: ik kom uit een gezin van negen kinderen en twee ouders. Ik kan daar de komende elf bijdragen dus uit putten.

Voorzitter. Ik heb zes zussen, die allemaal een hoofddoek dragen. Dat doen ze met trots. Die oudste zus van mij is wel een kanjer. Dat zijn ze allemaal, maar zeker de oudste. Naast de zorg voor vijf kinderen werkt ze in een apotheek. De laatste twee jaar werkte ze in een groot ziekenhuis. Ze draait veel dubbele diensten. Ik vind dat mooi, maar ze vertelde me wel dat elke keer dat er in de Tweede Kamer gesproken werd over mensen met een hoofddoek, ze daar altijd last van had. Het gebeurde namelijk nog weleens dat een klant in de rij stond en daar iets van riep. Een tijdje geleden vertelde ze me dat er een klant in de rij stond die haar toesnauwde: ik wil niet geholpen worden door een hoofddoek! Ze schrok. Ze keek hem recht in zijn ogen aan, want mijn zus is wel een baas, dus die redt zich wel. Ze zei: "Meneer De Jong, het is al de zoveelste keer dat u medicijnen komt halen voor uw bloeddruk. Als ik u iets aan had willen doen, had u hier allang niet meer gestaan. Zal ik nu gauw uw medicijnen pakken? Want anders is er niemand die u gaat helpen, vrees ik." Zo gaat dat in Rotterdam: kortaf en gewoon je werk doen. U merkt het: ze redt zich wel. Maar het raakte me wel en het kwam dichtbij. Ik dacht: hoe zouden veel vrouwen met een hoofddoek hebben geluisterd naar het debat van vanmorgen, wetende dat woorden ertoe doen? Hoe zouden die 1,4 miljoen mensen met een dubbele nationaliteit gekeken hebben naar hun Kamer, waarin ze voor de zoveelste keer verdacht werden gemaakt? Dat bleef me bij. Ik was zelf niet heel tevreden en niet heel trots. Ik vond het een lelijk debat. Dan denk ik: kunnen we dat nou ook anders doen? Ik blijf daarmee worstelen. Ik nodig de collega's uit om daar ook af en toe op te reflecteren.

Voorzitter. Ik dacht ook: hoe zou de groep van 150.000 mensen, kinderen en ouders, die vernield werd in de toeslagenmisdaad dit debat hebben ervaren? Want het is eigenlijk ook een jubileum. Een jaar en drie dagen geleden moest het kabinet-Rutte aftreden vanwege Ongekend onrecht. Ik vroeg me af: hoe zou het met al die mensen zijn? Want vandaag maken de hoofdrolspelers, Rutte en Kaag, een doorstart naar Rutte IV. Het is wel pijnlijk. Het is alsof er voor hen niet zo veel is veranderd, maar voor al die ouders en kinderen, althans voor velen, is het wachten op hulp.

Hoe zouden al die Nederlanders die dagelijks lijden onder het woningtekort, vandaag gekeken hebben naar de regeringsverklaring, nu Rutte al twaalf jaar lang met bewust beleid een woningcrisis heeft veroorzaakt die haar weerga niet kent? Sinds ik in de Kamer zit, is er bijna elk jaar gewezen op die omstandigheden. Vanmorgen vertelde hij dat hij gaat zorgen voor voldoende en betaalbare woningen.

Hoe zou het zijn met al die mensen die kapot zijn gemaakt door het keiharde beleid in de Participatiewet? Als je boodschappen krijgt van je moeder of je broer, dan word je gekort. Dan moet je al het geld dat je als uitkering krijgt, teruggeven.

Hoe zou het zijn met al die mensen die in onzekerheid zitten door de doorgeslagen flexibilisering op de arbeidsmarkt? Die mensen zijn door de politiek al jaren in de steek gelaten. Dat zijn zo'n 4 miljoen mensen. Dat zijn de verliezers van de marktwerking, van bv Nederland. Voor hen is ons land geen gaaf land, maar meer een vernederland. Zij moeten lijdzaam toekijken hoe Rutte als een soort politieke kameleon elke keer weer een gedaantewisseling ondergaat. Ik vraag me af: wat brengt dit regeerakkoord voor deze groepen mensen? Krijgen zij eindelijk een eerlijker deel van de welvaart?

Voorzitter. Hebben Nederlanders nou vertrouwen in dit kabinet? De theoloog en filosoof Martin Buber schreef al lang geleden: "De mens die in crisis verkeert, vertrouwt vaak niet meer op een gesprek, omdat de belangrijkste voorwaarde daartoe, het vertrouwen, voor hem is verdwenen." Twaalf jaar lang Rutte en met name zijn gedrag in het laatste jaar hebben ervoor gezorgd dat nog maar drie op de tien Nederlanders dit kabinet vertrouwen. Dat is ook de kern van het debat van vandaag. Hoe kunnen onze leiders daar zitten, terwijl zeven op de tien Nederlanders geen vertrouwen in hen hebben? Wat gaat dit kabinet doen om dit vertrouwen te herstellen? Is dat eigenlijk nog wel realistisch als je ziet dat maar een op de vier Nederlanders dit kabinet de rit ziet uitzitten? In alle eerlijkheid, ook ik ben een van die Nederlanders die zegt: wat daar ook gezegd wordt, wat ze ook beloven, ik vertrouw het gewoon niet. Vind je het gek? Ook ik ben in dit huis jarenlang tegengewerkt, voorgelogen. Dat heeft het eervolle en prachtige werk van volksvertegenwoordiger erg bemoeilijkt. We hebben nu die belofte van een nieuwe manier van werken, van wel eerlijk informeren, van transparant zijn.

Voorzitter. Er zijn nog veel meer groepen die wantrouwend zijn. Neem de studenten. Die worden opgezadeld met €20.000 studieschuld. Zeven jaar lang hebben politieke partijen in dit huis het leenstelsel verdedigd. Ik heb ertegen gestreden vanaf 2016. Zeven jaar lang kregen jongeren van D66 en andere partijen te horen: die €20.000, dat is goed. Pas nu, zoals dat ook ging met de wooncrisis, nu de gevolgen van dat stelsel na zeven jaar pijnlijk zichtbaar worden, omdat onze jongeren lijden aan stress, depressie en burn-outs, is er eindelijk ruimte om dat leenstelsel af te schaffen. Maar dan wel pas over twee jaar, en met een karige compensatie. Voor die slachtoffers van dat schuldenstelsel wordt een karige fooi van 1 miljard euro beschikbaar gesteld. Er is 12 miljard euro over hun ruggen bezuinigd. Tegen alle afspraken in gaat die €20.000 studieschuld ook nog meetellen als je een hypotheek wilt. Ik snap dat jongeren geen vertrouwen hebben in Kaag en Rutte.

Neem de mensen die lijden onder de wooncrisis. Denk aan de mensen die hun huur niet kunnen betalen, die nog thuis wonen omdat de huizen te duur zijn of die opgesloten zitten in een te kleine woning. Die hebben jarenlang van de politieke partijen van de vorige coalitie moeten horen: "We gaan geen huurbescherming invoeren. We gaan die verhuurderheffing niet afschaffen." Pas nu, na zeven jaar, nu er miljarden zijn afgetroggeld van mensen in sociale huurwoningen, is er ruimte om die verhuurderheffing af te schaffen. Waarom pas ingrijpen als het te laat is? Waarom de put dempen als het kalf bijna verdronken is? Het CDA, de VVD, D66 en de ChristenUnie hebben de afgelopen vier jaar zo weinig gedaan, waardoor een ongekende wooncrisis is ontstaan. De VVD heeft de sociale huurwoningen in de uitverkoop gegooid aan buitenlandse sprinkhaanbeleggers, met maar één doel: geld, jarra, floes, doekoe. Jarenlang heeft ze de woningmarkt in de ellende geholpen. Ik snap dat Nederlanders die lijden onder de wooncrisis geen vertrouwen hebben in Kaag en Rutte.

Voorzitter. Je zult maar een gepensioneerde zijn, iemand die dit land heeft helpen opbouwen, een van onze ouderen. Als er nou één groep is die in de afgelopen tien jaar totaal is verwaarloosd, zijn het onze ouderen. Elk jaar weer, bij elke begroting, moesten de Nederlandse ouderen lijdzaam toezien hoe ze er in koopkracht op achteruitgingen. Ze moesten toekijken hoe hun pensioen niet werd geïndexeerd. Ze moesten toekijken hoe leven van een AOW steeds minder mogelijk bleek. Ze moesten toekijken hoe ze door snoeihard VVD-beleid werden gekort als ze bij hun kinderen gingen wonen. We kennen de verhalen in de verzorgingstehuizen over pyjamadagen, omdat er onvoldoende geld was om onze ouderen te wassen en te kleden. En ze worden wéér gepakt. Het is voor DENK onacceptabel dat de koppeling tussen de AOW en het minimumloon wordt losgelaten. Hoe je omgaat met ouderen, is een teken van beschaving. Dat was de basis voor de koppeling in 1980.

Voorzitter. Dan worden de ouderen ook nog eens afgescheept met een verhoging van de ouderenkorting. Volgens het CPB gaat dit de meest kwetsbare groepen, namelijk de groepen met een heel laag inkomen, niet helpen. Wat nou: de ouderen worden gecompenseerd? Het is niet waar. 800.000 mensen worden niet gecompenseerd. Ik snap het dondersgoed dat je als Nederlandse oudere dan geen vertrouwen meer hebt in Kaag en Rutte.

Voorzitter. Neem de mensen die in de zorg werken, mensen die in de afgelopen jaren hier tranentrekkende verhalen in deze Kamer moesten horen van partijen die hun waardering uitspraken; ze werden helden genoemd. Ze hebben gezien hoe er geklapt is in deze Kamer. En nu besluit deze coalitie om doodleuk 4,5 miljard te gaan bezuinigen op de zorg. Dat heet gewoon bezuinigen. Je kunt het noemen wat je wil, je kunt je in allerlei bochten wringen met allerlei Haags jargon, maar een bezuiniging is een bezuiniging. Als geld dat normaal naar de zorg zou gaan, niet meer naar de zorg gaat, dan heet dat een bezuiniging.

De bezettingsnorm in de verpleeghuizen wordt losgelaten. Dat betekent gewoon minder handen aan het bed. Je zou toch zeggen dat we iets hebben geleerd van de coronacrisis, dat we moeten investeren in onze zorg, in onze ic. Het is toch geen beschaving als mensen het ziekenhuis moeten mijden omdat ze kosten moeten maken? Wat we zien is dat het torenhoge eigen risico van €385 gewoon in stand blijft. Dat is net als vier jaar geleden weer ingeleverd door het CDA en de ChristenUnie. Ik snap heel goed dat je als zorgmedewerker dan geen vertrouwen hebt in Kaag en Rutte.

En je zal maar een Nederlander zijn die gediscrimineerd wordt. Ik zie geweldige voornemens. Ik hoorde de heer Rutte — en ik wist niet wat ik hoorde — dat hij een eind wil maken aan de stagemarktdiscriminatie en de woningmarktdiscriminatie. 92% van de makelaars is bereid om te discrimineren. Ik sprak daar schande van, al drie jaar geleden. Het is goed dat politici warme woorden spreken, maar ik denk ook terug aan een ontmoeting met de heer Donner. Van hem leerde ik: geloof niet mijn woorden maar kijk naar mijn begroting. En als je naar die begroting kijkt, dan kom je bedrogen uit. Er wordt geen geld uitgetrokken voor discriminatiebestrijding. Er wordt een schamele half miljoen euro uitgetrokken als bureaukosten. Ik snap donders goed dat mensen die gediscrimineerd worden daar geen vertrouwen in hebben en zeggen: eerst zien, dan geloven.

Hoe moeten Nederlanders nou vertrouwen hebben in een coalitie en een kabinet dat pot loopt te verteren op een manier die ik nog nooit gezien heb in deze Kamer? Want dit coalitieakkoord is in financieel opzicht het meest wonderlijke dat er ooit verschenen is. De coalitiepartijen beloofden in hun verkiezingsprogramma gemiddeld 7 tot 8 miljard euro extra overheidsuitgaven in 2025. Hoe dat dan gegaan is, weet ik niet, maar ineens wordt dat 29 miljard. En gelukkig zegt het CPB: die 3 miljard vinden we niet geloofwaardig, we rekenen met 26. Want in plaats van uitruilen heeft er een wonderbaarlijke vermenigvuldiging plaatsgevonden. Hoezo is dat dan een compromis? Als de een 4 wil en de ander 8, dan kom je toch niet uit op 26? Dat is toch vreemd?

Heel veel uitgaven zonder dekking. Momenteel bedraagt de staatsschuld €30.000 per Nederlander. De coalitie gaat er met dit beleid voor zorgen dat iedere inwoner van Nederland straks opgescheept zit met een schuld van meer dan €100.000. Het CDA schreef in zijn verkiezingsprogramma: gratis geld bestaat niet, we moeten elke euro ooit terugbetalen. Ik geloof dat dit kabinet echt denkt dat gratis geld bestaat. Al die Nederlanders die te maken hebben met hoge lasten, met de stijgende boodschappenprijzen, met de energierekening die niet te betalen is, keken reikhalzend uit toen ze de belofte van de coalitie hoorden dat iedereen erop vooruit zou moeten gaan. Ik hoorde net een collega van de coalitie — ik meen dat het de heer Heerma was — hier zeggen: gemiddeld gaat iedereen erop vooruit. En ik dacht: dat kan natuurlijk niet, iedereen kan er niet gemiddeld op vooruitgaan. Of je gaat er gemiddeld op vooruit of iedereen gaat erop vooruit, maar "gemiddeld gaat iedereen erop vooruit" vind ik ingewikkeld. Ik dacht ook dat ik mevrouw Hermans hoorde zeggen dat iedereen erop vooruitgaat. Dat lijkt mij ook echt ingewikkeld. Dus ik zou dat graag willen weten, maar dat is dan een soort van omgekeerde interruptie.

Dit kabinet kreeg het voor elkaar om met een Nibud-berekening echt elke groep Nederlanders, alle 116 erop achteruit te laten gaan. Dat is volgens mij nog nooit gelukt in de vijf jaar dat ik woordvoerder Financiën ben en ik in deze Kamer zit. Ik snap dat als je dat financieel beleid ziet, dat verantwoord begrotingsbeleid zou moeten zijn, je dan geen vertrouwen hebt in Kaag en Rutte. Het is natuurlijk beschamend. Het is beschamend dat mensen hebben moeten lijden onder het leenstelsel, de verhuurderheffing en de verwaarlozing van de koopkracht. Mensen hebben daar geen vertrouwen in.

Voorzitter, tot slot. Als lid van de constructieve oppositie — ik heb mezelf tot zo iemand benoemd — als positieve kracht in deze Kamer zal ik namens DENK goede plannen steunen en constructieve voorstellen doen om deze nog beter te maken. Waar de plannen slecht zijn, zal DENK met volle overtuiging een alternatief bieden. We zullen strijden voor een eerlijker en rechtvaardig Nederland.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik het woord aan mevrouw Den Haan van de Fractie Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst felicitaties aan het nieuwe kabinet. Ik hoop dat u op een hele prettige en veilige manier uw werk kunt doen, met een heldere blik.

Tegelijkertijd maak ik mij ook zorgen om het kabinet. Ik las het coalitieakkoord en ik denk toch dat er iets qua oogproblemen aan de hand is. De minister-president zei het al in 2017: voor visie moet je naar de oogarts. Maar die afspraak heeft hij kennelijk nog niet gemaakt, want het heldere zicht ontbreekt. Helder zicht op een toekomstvisie voor Nederland. Helder zicht op de integrale verbinding en sociale samenhang tussen beleidsdomeinen. Helder zicht op de demografische ontwikkelingen en de impact ervan. Het is er niet. Helaas is dat niet alleen tekenend voor dit kabinet, maar voor vele kabinetten hiervoor. Daarom zitten we nu met een woningcrisis. Daarom breken we ons hoofd over de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de zorg, de houdbaarheid van ons pensioenstelsel en de enorme problemen rondom het klimaat. Gebrek aan helder zicht breekt ons hier op. Het had allemaal eerder aangepakt moeten worden.

Maar het ergste vind ik dat dit kabinet één grote blinde vlek heeft, namelijk voor 7 miljoen mensen van 50 jaar en ouder, waarvan er ruim 3 miljoen gepensioneerd zijn. In het hele coalitieakkoord wordt het woord "vergrijzing" maar één keer genoemd. Als het om werkenden gaat, vergeet dit kabinet ook de ouderen. Vele ouderen komen door leeftijdsdiscriminatie niet meer aan de bak. Er wordt een ombudsman arbeidsmarktdiscriminatie ingesteld, maar die mag niet naar leeftijdsdiscriminatie kijken. Waarom, vraag ik aan de minister-president.

Het kabinet doet er alles aan om mensen die werken een betere inkomenspositie te geven, en dat is prima. Maar als je niet meer werkt en met pensioen gaat, ben je volledig uit het blikveld van dit kabinet verdwenen. Dat heet tunnelvisie, of wellicht staar. Het is blindstaren op de productiefactor betaalde arbeid in plaats van op de mens.

Overigens ben ik van mening — dat heb ik vandaag ook al tegen mevrouw Hermans van de VVD gezegd — dat mensen die niet meer betaald werken, ook van grote maatschappelijke waarde zijn voor onze samenleving. Zij zijn ook een productiefactor van belang. Als je tenminste zo over mensen wilt spreken. Denk bijvoorbeeld even aan onze mantelzorgers. Ruim 80% van de mantelzorgers, voornamelijk ouderen, vangt op dit moment de afgeschaalde zorg op. Deze mensen zijn van grote maatschappelijke waarde, economisch maar ook sociaal. Maar ook hier ontbreekt een integrale visie. Gaat het kabinet zich nog wel inzetten voor een vervolg op het bestuurlijk akkoord Samen sterk voor mantelzorg en, zo ja, hoe dan?

Voorzitter. Het meest pijnlijke punt in dit coalitieakkoord is mijns inziens echt de wijze waarop er met ouderen wordt omgegaan, of niet wordt omgegaan. Het meest in het oog springende en schrijnende voorbeeld is toch wel dat het kabinet de AOW wil loskoppelen van de uitkeringen. En ook al is dat incidenteel om de verhoging van het minimumloon niet aan de AOW'ers te hoeven geven, het is een zure appel voor oppositiepartijen en zelfs voor de seniorenpartijafdelingen van de coalitiepartijen een kille bezuiniging.

Voorzitter. De tijdelijke Noodwet Ouderdomsvoorziening is in 1947 door minister Drees ingevoerd, gevolgd door de AOW die tien jaar later werd ingevoerd door minister Suurhoff. Vanaf dat moment waren er al zorgen over de houdbaarheid van de AOW, omdat toen al duidelijk was dat de samenleving zou gaan vergrijzen. Daarom werd ook in 1997 het Spaarfonds AOW ingericht. Dat was een fonds om die piek in de vergrijzing die toen al werd voorzien rond 2020, te kunnen opvangen. In dat fonds had nu 135 miljard moeten zitten. "Had" zeg ik, want het Spaarfonds AOW is in 2011 opgeheven. En waarom, zullen de mensen die thuis kijken zich afvragen. Omdat vanaf het instellen van dat Spaarfonds AOW in 1997 geen enkel kabinet in dat fonds geld heeft gestort. En in 2011 bleek het dus een leeg fonds en is het daarom opgeheven.

En nu is het kabinet van plan om de AOW los te koppelen van het minimumloon en de uitkeringen. Op die manier wordt er een heleboel geld afgepakt van gepensioneerden. En ja, er komt 700 miljoen terug in de ouderenkorting, die voor een groot deel van de AOW'ers niets doet. De mensen met alleen AOW of een klein aanvullend pensioentje schieten er niets mee op. Hadden we nu het spaarfonds nog maar gehad.

Mevrouw Hermans van de VVD gaf al aan dat er gekeken moet worden naar de koopkracht van gepensioneerden, omdat de coalitie evenwichtige koopkracht voor iedereen nastreeft. En ook de fractievoorzitters van D66, CDA en ChristenUnie zeiden dat vandaag. Het ontkoppelen van de AOW is dus in mijn optiek helemaal niet nodig. Er gaan miljarden extra naar bijvoorbeeld Defensie, Justitie en Onderwijs, zelfs zo veel dat ik in de stukken lees dat een aantal departementen dit geld niet eens op krijgt de komende kabinetsperiode. Waarom niet wat minder naar deze departementen, zodat we onze ouderen het respect kunnen geven dat ze verdienen? Alles is mogelijk, maar het is een kwestie van keuzes maken, politieke keuzes. We willen de ouderen toch niet weer in het verdomhoekje laten staan? Graag een reflectie hierop van de minister-president.

In 1980 was de koppeling van de AOW aan de uitkeringen een kwestie van beschaving. De AOW na vier decennia loskoppelen van de uitkeringen en gepensioneerden weer op koopkrachtachterstand zetten, kan niet. Dat is niet beschaafd. Ik ben benieuwd waarom vier partijen zo weinig aandacht hebben voor onze ouderen. D66 is voornamelijk op jongeren gericht, maar moet toch ook beseffen dat deze ook een keer oud worden. De VVD is voor de werkenden, maar gepensioneerden hebben ook gewerkt en leveren nog steeds een belangrijke bijdrage aan onze samenleving. Het CDA en de ChristenUnie, toch altijd seniorvriendelijke partijen, hebben in dit coalitieakkoord wat mij betreft echt de juiste afslag gemist. Ik hoor graag van de minister-president wat, als het uitgangspunt voor dit coalitieakkoord is geweest "omzien naar elkaar", de afwegingen zijn geweest om zo weinig aandacht te geven aan onze ouderen. Is dit kabinet eerlijk en oprecht van mening dat je 3,5 miljoen burgers zo kunt behandelen? Mensen met alleen AOW of een klein pensioen zitten vaak al op of onder de armoedegrens.

In de afgelopen jaren is gebleken dat degene die het meeste herrie maakt, bij dit kabinet het meeste gedaan krijgt. Maar gepensioneerden zijn vaak bescheiden en kunnen geen betaald werk neerleggen om te gaan demonstreren. Daarom ben ik afgelopen donderdag een petitie gestart, die nu door ruim 50.000 mensen is ondertekend, en de teller loopt nog hard door. Google "petitie AOW" en u kunt het zelf zien.

Gepensioneerden hebben jarenlang hard gewerkt, en vervullen nog steeds een belangrijke rol in de samenleving. Maar zij hebben niet meer de mogelijkheid om hun inkomen op te vijzelen en zijn in die zin dus ook weerloos. Ze zijn vaak ook nog getroffen door het be"knot"ten — u weet wel, van die meneer van De Nederlandsche Bank — van hun tweedepijlerpensioen door de rigide regels rondom de indexatie. Kennelijk heeft dit kabinet geen idee van wat gepensioneerden voor onze samenleving betekenen. De koepel voor gepensioneerden zei het al: eigenlijk zouden alle ouderen hun vrijwilligerswerk of hun mantelzorgtaken eens een poosje neer moeten leggen. Dat vind ik een goed idee. Dat zien we meteen dat we zonder onze ouderen helemaal nergens zijn.

Voorzitter. U heeft het mij al veel vaker horen zeggen, maar ik zeg het nog een keer: onze ouderen zijn het fundament van onze samenleving. Als zij stoppen met hun inzet voor deze samenleving, hebben we grote problemen. Sportverenigingen komen plat te liggen. Ziekenhuizen en ouderenzorgorganisaties, die zwaar leunen op oudere vrijwilligers, kunnen essentiële zaken niet meer uitvoeren. Dagbesteding voor ouderen met dementie en hospices krijgen hun roosters niet meer rond. En wat dacht u als al die mantelzorgers er de brui aan geven? De arbeidsmarkt in de zorg is toch al nijpend. Dan hebben we helemaal een gigantisch probleem. Of ouderen die oppassen, zodat hun kinderen, de productiefactoren van dit kabinet, hun werk kunnen blijven doen. Als zij hun taken neerleggen, gaan hele sectoren plat. Misschien kan het kabinet eens uitrekenen wat al deze maatschappelijke taken aan kapitaal vertegenwoordigen. Dan blijkt een flinke inkomensverhoging gerechtvaardigd.

Voorzitter. Het coalitieakkoord spreekt ook nog van een goed en fatsoenlijk pensioen voor iedereen. Maar kan de minister-president mij dan uitleggen wat dat is? Goed en fatsoenlijk klinkt mooi, maar praatjes vullen geen gaatjes. Laten we eerlijk zijn: elk jaar weer staan gepensioneerden financieel op achterstand, zeker in vergelijking met de werkenden, werkenden die er de afgelopen jaren zo'n 20% op vooruit zijn gegaan. Niet-werkenden staan keer op keer weer in de min. De rek is er bij gepensioneerden echt allang uit.

Voorzitter. Ik kan het coalitieakkoord helaas niet betrappen op enig generatiebeleid of een meerjarenvisie op de vergrijzing. Dat is echt een gemiste kans. Zoals het Sociaal Cultureel Planbureau zegt in de reflectie op het coalitieakkoord: brede welvaart gaat om kwaliteit, kwaliteit voor de burger en kwaliteit voor de samenleving, een inclusieve samenleving waarin ieder ertoe doet en gelijke kansen heeft, aan persoonlijke ontwikkeling kan en mag doen en volwaardig kan en mag participeren. Wat mij betreft omvat een inclusieve samenleving werkenden en niet-werkenden, armen en rijk, ziek en gezond, jongeren en jawel, ook ouderen. Het kabinet doet er wat mij betreft goed aan om dat bezoekje aan de oogarts toch nog even in te plannen en ervoor te zorgen dat het helder zicht krijgt op alle burgers in Nederland. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Den Haan. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas van BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Allereerst welkom aan de bewindsleden en gefeliciteerd met het nieuwe kabinet. Ook gefeliciteerd aan de nieuwe Kamerleden en de nieuwe fractievoorzitters. Het is vandaag één groot feest in de Kamer.

Voorzitter en beste burgers van Nederland. Als we het hebben over het klimaat en hier doemscenario's schetsen, alsof Maastricht aan zee komt te liggen als we niets doen, dan zeggen we altijd: we moeten denken aan onze kinderen; we doen het voor de toekomst onze kinderen. Uit de doorrekening van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau blijkt dat we de volgende generatie met onbetaalbare schulden opzadelen. Onze kinderen, die zo belangrijk zijn voor de klimaatpartijen in deze Kamer, doen er dan ineens niet meer toe. Sterker nog, over al die miljarden die uitgegeven gaan worden, wordt de loftrompet gestoken.

De jongeren van nu zijn de eerste generatie na de Tweede Wereldoorlog die het economisch slechter hebben en nog krijgen dan hun ouders. Ze hebben meer schulden, mede dankzij het leenstelsel, ze kunnen geen huis krijgen, ze worden opgesloten op hun kamers vanwege de covidmaatregelen en ze kunnen niet meer jong en onbezorgd zijn zoals mijn generatie dat was. Ze hebben vaker psychische klachten, met een verhoogd percentage zelfmoorden als triest dieptepunt. Over structureel geld voor zelfmoordpreventie dienen wij morgen een motie in.

Straks, als ze volwassen zijn, worden ze nog een keer gepakt. Over 20 tot 25 jaar mogen zij de rekening betalen voor de miljarden die een aantal partijen in deze Kamer nu onder meer wil uitgeven aan klimaat- en stikstofmaatregelen. Maatregelen waarvan we nu nog helemaal niet weten of ze überhaupt effect hebben, en waarom we ze precies nemen. Maatregelen om bijvoorbeeld boeren uit te kopen bij natuurgebieden, terwijl we helemaal niet weten of de stikstof die zij daar uitstoten ook daar wel neerslaat, of dat het misschien wel stikstof is van het distributiecentrum van een supermarktketen in de buurt, waarvoor die supermarktketen niet eens een Nb-vergunning nodig heeft. Daardoor hoeft dat distributiecentrum helemaal niet te registreren hoeveel stikstof er wordt uitgestoten. Miljarden voor maatregelen voor natuurherstel, terwijl het PBL al vaker heeft gezegd dat de kritische depositiewaarde, oftewel de mate van neerslag van stikstof op Natura 2000-gebieden, nog steeds te hoog zal zijn, ook al halen we alle vee, alle industrie, alle mensen en alle scheepvaart weg uit Nederland. Er is dan nog steeds een risico dat de kwaliteit van de natuur achteruitgaat.

Het meest schokkende is nog dat vanmiddag opnieuw is gebleken dat het kabinet helemaal niks weet over de exacte staat van de bodem in die natuurgebieden. Dat kan het kabinet ook niet weten, want er zijn geen metingen, maar alleen rekenmodellen. Dat zijn modellen met een prijskaartje van 25.000 miljoen euro, of 25 miljard.

Eén effect van het klimaatbeleid ken ik trouwens wel: Maastricht komt niet aan zee te liggen, nóóit. Maastricht zou ook al niet aan zee komen te liggen als we geen 60 miljard uitgeven aan stikstof en klimaat. En nee, ook Amersfoort komt niet aan zee te liggen. Zelfs Zoetermeer komt niet aan zee te liggen. "Maastricht aan Zee" is gewoon klinkklare nonsens en bangmakerij van voornamelijk onze kinderen, om ons rigoureuze klimaatbeleid te rechtvaardigen. Stop met die rare angstzaaierij, alsof we morgen allemaal verzuipen als we niks doen. Ik zeg niet dat we niets hoeven te doen, maar maak beleid waarvan we weten wat het concrete effect is. Maastricht, Amersfoort en Zoetermeer verzuipen niet.

Maar weet u wie er nu en straks wél verzuipen? De jonge generatie, de mensen die ons land verder moeten opbouwen, en de ouderen, die in de aflopen veertig, vijftig, zestig jaar ons land hebben opgebouwd. De ouderen krijgen de middelvinger nu de AOW losgekoppeld wordt van het minimumloon.

Wie er nu ook al aan het verzuipen zijn, zijn alle burgers die nu al niet meer alle rekeningen kunnen betalen vanwege de stijgende huur en de torenhoge energierekening. Hoe verkoop je aan de burgers dat we 60 miljard euro steken in onder meer klimaat, stikstof en rekeningrijden? Rekeningrijden, nog zo'n gedrocht, waarmee we de hardwerkende burger nog eens extra laten betalen om naar het werk te gaan.

Voorzitter. Ik noemde de ouderen al. Mensen die vaak veertig, vijftig of zestig jaar hebben gewerkt om Nederland draaiende te houden. Mensen die voor het grootste deel arbeider zijn geweest. Tegenwoordig worden zij pensionado's genoemd, implicerend dat ze allemaal witte wijntjes nippend onder de parasol bij hun tweede huis in de Algarve hun geld aan het tellen zijn, of rondtoeren in dure campers. Veel AOW'ers van nu hebben geen camper en hebben geen tweede huis in de Algarve. De kans is groter dat ze een stacaravannetje hebben in, laten we zeggen, Vledder in Drenthe, gespaard van hun zuurverdiende centen, als ze die al hebben.

Voorzitter. Er zijn veel AOW'ers die niet eens een eigen huis hebben. Veel AOW'ers, vooral in de grote steden, wonen in huurhuizen waar ze steeds meer voor hebben moeten betalen. Huurhuizen die vaak ook slecht geïsoleerd zijn, waardoor hun gasrekening als een raket door het dak schiet. De meeste AOW'ers van nu waren hardwerkende arbeiders. Heel gewone mensen met heel gewone wensen. Buschauffeurs, fabriekspersoneel, zorgmedewerkers, bouwvakkers, timmermannen, postbodes, loodgieters, elektriciens, wegwerkers, juffen, meesters, winkelpersoneel, obers, koks, secretaresses, lassers, kappers, noem het maar op. Mensen waarop ons land en onze economie draaiden. De AOW'ers van nu bouwden onze huizen, legden onze treinrails aan, asfalteerden onze wegen, legden onze leidingen en elektra aan en zorgden in de ziekenhuizen voor ons, onze kinderen en onze opa's en oma's. Ze vervoerden ons met de bus of de trein veilig naar onze bestemming, maakten onze spullen in de fabrieken, brachten onze spullen tot op de stoep van onze huizen, onderwezen onze kinderen, bevoorraadden onze winkels, brachten onze post en pasten — of passen nog steeds — op onze kinderen.

Voorzitter. De AOW'ers van nu zijn gewone mensen met gewone wensen. Zij vragen niet veel. Zij willen gezien, gehoord en zeker gewaardeerd worden. Daarom ook onze dringende oproep: koppel de AOW alsjeblieft weer aan het minimumloon. Het is niet omdat het niet kan. Het is een politieke keuze, net zoals de aankoop van De Vaandeldrager van Rembrandt een politieke keuze was. Als je het maar graag genoeg wilt.

Voorzitter. Waarom worden klimaat en stikstof belangrijker gevonden dan armoedebestrijding? Armoede dreigt voor nog veel meer mensen als de energieprijzen zo hoog blijven, de voedselprijzen blijven stijgen en een tank benzine onbetaalbaar is. 28% van de Nederlanders is al financieel kwetsbaar. We praten dan over ruim vijf miljoen mensen. 500 miljoen wordt per jaar uitgegeven aan het hervormen van de arbeidsmarkt, re-integratie en de aanpak van armoede en schulden, en nog eens 300 miljoen aan lastenverlichting voor het mkb en loondoorbetaling bij ziekte. In totaal heb je het dan over 0,8 miljard, tegenover 60 miljard voor klimaat, stikstof en natuur. Een schoffering voor de mensen en de ondernemers in Nederland, als je ziet wat er voor de natuurindustrie uitgetrokken wordt.

Voorzitter. Ik vraag met klem aan dit kabinet om ervoor te zorgen dat we, met alle stijgende prijzen en de hoge kosten die op de burgers afkomen, het geld beter gaan verdelen en meer geld steken in het voorkomen en bestrijden van armoede in ons land en minder in maatregelen waarvan we het effect niet weten, maar waardoor straks onze jonge generatie wel wordt opgezadeld met de rekening.

Dan nog een opmerking over de zorg. Een van de grootste uitdagingen in de komende decennia in de zorg is het vinden van voldoende zorgpersoneel. Het regeerakkoord biedt daar eigenlijk geen oplossingen voor. Innovaties, robotisering, maar ook de inzet van buitenlands personeel lijken noodzakelijk. Het PBL gaf ook al aan zorgen te hebben over het tekort aan vakmensen in de toekomst. We willen van alles, maar hebben we er de mensen voor? Behalve een toezegging om te investeren in opleidingen, komt het kabinet niet met oplossingen. De vraag is dus hoe het kabinet dit probleem denkt te gaan oplossen. Alsjeblieft, lieve mensen in vak-K, we gaan hier toch geen bizarre plannen toestaan zoals in België, waar het zorgpersoneel wordt gedreigd met ontslag als ze zich niet laten vaccineren? Kan de minister-president in ieder geval toezeggen dat dit nooit zal gebeuren?

De regeldruk in de zorg is al vele jaren een groot probleem. De regeldruk moet omlaag, want dat is een van de redenen waarom zorgpersoneel de zorg heeft verlaten en iets anders is gaan doen. In het kader van ontregelde zorg werden in het verleden veel regels geschrapt, maar met covid zijn er weer veel regels bij gekomen. Kan de minister ervoor zorgen dat overbodige bureaucratische regels weer zo snel mogelijk verdwijnen, zodat zorgmedewerkers weer tijd hebben voor de handen aan het bed en het voor nieuwe mensen weer aantrekkelijk wordt om in de zorg te gaan werken? Dit kabinet zou ontregelde zorg weer oppakken. Kan de minister ons vertellen wat daarvan nu de status is?

Voorzitter. Tot slot, de nieuwe bestuurscultuur, het nieuwe elan. Er wordt gigantisch moeilijk over gedaan. Hoe moeten we dat dan doen? Maar het is heel erg simpel: gewoon doen wat je belooft, debatteren met open vizier, spelen op de bal en niet op de man, niet lekken naar de pers maar eerst de Kamer informeren, de Tweede Kamer op tijd stukken toesturen en niet middenin de nacht 800 pagina's over de schutting gooien voor een debat de volgende dag, beleid maken waarvan je van tevoren de gevolgen en effecten in kaart brengt in plaats van het achteraf te moeten corrigeren, vaak — dat is ook heel belangrijk — kruiswoordpuzzels maken en meedoen aan MAX Geheugentrainer, want dat stimuleert de actieve herinneringen ofwel het geheugen en dat kan nog weleens van pas komen in dit huis, niet liegen en fouten durven toegeven. Zoals ik tegen mijn kinderen altijd zei: de waarheid is nooit erger dan de leugen die je over de waarheid vertelt. Mensen zullen misschien zeggen: alsof dat allemaal gaat helpen bij het terugwinnen van het vertrouwen, want het is allemaal een druppel op een gloeiende plaat. Maar mijn uitgangspunt is dat vele druppels de plaat minder gloeiend maken. Bij die vele druppels hoort wat mij betreft niet alleen betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig, dus niet alleen wat wij moeten zijn, maar bij die vele druppels horen ook gezien, gehoord, gewaardeerd en serieus genomen worden. Dan kijken we namelijk niet alleen naar binnen, maar dan kijken we ook naar buiten.

Dank u wel.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Mevrouw Van der Plas en ik hadden beiden vragen aan mevrouw Hermans van de VVD over het stikstofprobleem. Dat was een beetje vreemd, want we stelden beiden dezelfde vraag en toen bleek er een probleem te zijn. Er wordt een hallucinante 25 miljard euro voor vrijgemaakt. De reden waarom er een probleem was, was er een die we wel konden zien, namelijk dat er geen bouwvergunningen worden verstrekt. Dat is natuurlijk totaal bizar, want iedereen weet dat er eigenlijk geen stikstofprobleem is. U heeft dat een beetje geprobeerd uit te leggen. Als je de stikstofdepositie in die Natura 2000-gebieden wilt meten, dan is dat een heel groot probleem. Je hebt natte depositie en droge depositie en er zijn allerlei modellen van het RIVM die niet werken. Ik denk dat de meeste mensen in vak-K het verschil niet weten tussen stikstof, stikstofoxide en ammoniak. Dat wordt dus nog een hele klus. Ik wil graag met u vechten om de grondoorzaken van dit probleem voor het kabinet te bestrijden. Ik zou u graag willen vragen om nog eens klip-en-klaar aan de mensen in vak-K en aan de VVD uit te leggen waarom er geen stikstofprobleem is.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Door te zeggen dat "er geen stikstofprobleem is", krijg je de hele handel over je heen. Je bent dan namelijk een stikstofontkenner. Dat zijn wij niet; dat is meneer Van Haga niet en dat ben ik niet. Stikstof is er gewoon en er wordt stikstof uitgestoten. Maar het is een gecreëerd probleem in Nederland door de doelen die wij onszelf hebben opgelegd. Wij hebben hele hoge doelen voor die kritische depositiewaarden. Dat geeft het PBL ook al heel lang aan. Die kritische depositiewaarden zijn veel te hoog gesteld. Dat is ook wat ik in mijn inbreng net zei. Dat is wat ook het PBL zegt. Ik verzin het niet; het is wat het PBL zegt. Als je alles in Nederland weghaalt, is die kritische depositiewaarde — voor de mensen thuis, nogmaals: dat is de mate van stikstofneerslag op de natuurgebieden — nog steeds te hoog. Dus wij kunnen daaraan eigenlijk nooit voldoen. Dat is één. Wat we hier dus aan het doen zijn, is miljarden uitgeven in die wetenschap. Dat weten we wel. Maar hoe de staat van de natuur is en bodemanalyses zijn? Van de laatste 30 jaar zijn er geen data bekend. Ze liggen wel ergens, maar ze zijn niet bekend, ze zijn er niet. Er zijn geen metingen. Dat is mijn grootste probleem. Ik vraag heel vaak: weten we wel waar we mee bezig zijn? Dat heb ik in coronadebatten ook weleens gevraagd. We moeten eerst weten waar we mee bezig zijn en of het wel gaat helpen, voordat we die miljarden gaan uitgeven. Dat is het punt dat ik steeds probeer te maken. En het heeft er niks mee te maken dat ik vind dat er niks moet gebeuren of dat we meer vlees moeten gaan eten en nog meer en heel veel vee erbij. Dat heb ik nooit gezegd. Ik heb gezegd: we moeten weten waar we het precies over hebben. Vanmiddag is gebleken dat we dat niet weten.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Iemand anders nog?

De voorzitter:
Dit was een mooi een-tweetje, zoals we dat soms noemen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Ouwehand mag ook nog best.

De voorzitter:
Ik dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan geef ik het woord aan mevrouw Simons van BIJ1. Gaat uw gang.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb de indruk dat het vandaag traditie is om familieanekdotes te delen …

De voorzitter:
Kan het iets stiller in de zaal?

Mevrouw Simons (BIJ1):
… en daarbij ook nog te pochen over de grootte, maar voor mij is het zo lastig kiezen met zestien broers en zussen dat ik even oversla. Maar ik dacht: ik moet even de heer Azarkan overtroeven als het gaat over de grootte van de familie waar we vandaan komen. Jawel, er is altijd baas boven baas, meneer Azarkan. Wen daar maar aan!

Mijn bijdrage is van iets serieuzer aard. Ons land wordt geregeerd door een zittende macht.

De voorzitter:
Mag ik de Kamerleden vragen om even wat stiller te zijn en te luisteren naar mevrouw Simons?

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u wel, voorzitter. Ik vind dat zorgelijk: een zittende macht die zich onaantastbaar waant. Ik ben niet de eerste die het vandaag zegt, maar het is een feit. Rutte III gaat door, met een nieuw akkoord en mooie woorden; mooi aan de buitenkant, maar ik maak me zorgen over wat er vanbinnen zit. Ik ben bang. Dat gebeurt ook niet vaak. Maar alles wijst erop dat Rutte 3.2 ons meer van hetzelfde zal brengen.

De term is hier al vaker gevallen en de heer Rutte zei het zelf al tijdens die befaamde "nacht van Rutte". De analyse zal wel wat mager zijn als ik hier zou beweren dat hij alleen het grote probleem van Den Haag vormt, want de heer Rutte is immers slechts het symbool geworden van een onbetrouwbare overheid. Een belangrijk symbool weliswaar, wiens positie in Rutte 3.2 misschien wel de meest omstreden is van alle bewindspersonen, maar het werkelijke probleem gaat natuurlijk dieper.

Den Haag is doordrenkt van een problematische politieke ideologie. Hier regeert het idee dat de manier waarop we onze maatschappij op dit moment hebben ingericht, in de kern wel op orde is, dat de wereld nu eenmaal werkt zoals die werkt. Kortom, het is een ideologie die de bestaande orde der dingen in stand wil houden. Dat verklaart precies waarom Nederland van wooncrisis naar toeslagenschandaal en van klimaatcrisis naar het verder schofferen van de Groningers hopt. Want als je niet kunt kijken naar de fundamentele fouten in de politieke, economische en culturele systemen van onze samenleving, dan zullen er altijd meer crises ontstaan. Een volgend toeslagenschandaal wordt niet voorkomen door de kinderopvang op een andere manier te financieren. Institutioneel racisme en het diepgewortelde wantrouwen van overheid naar burgers blijft dan immers bestaan. De wooncrisis is niet opgelost met "bouwen, bouwen, bouwen" als we de vrije markt nog altijd heilig verklaren en niet durven in te grijpen op buitenlandse beleggers die woningen blijven opkomen of als we de hypotheekrenteaftrek niet afbouwen. De klimaatcrisis gaan we niet te lijf met een kerncentrale of luttele CO2-taks hier en daar, als we weigeren in te zien dat de kapitalistische honger naar winsten en groei onlosmakelijk verbonden is met de uitbuiting van de aarde, dieren en het milieu. Juist in deze tijd, die zo pijnlijk duidelijk maakt waar de systeemfouten zitten, is het zaak dat we op systemisch niveau de problemen onder ogen zien en dat we fundamentele debatten voeren over een toekomstbestendige visie voor het land. Anders koersen we enkel af op steeds nieuwe crises en nieuwe schandalen.

Voorzitter. De politiek is vooral op zoek naar mooie krantenkoppen, zo lijkt het. Ze is in haar sas wanneer ze kan deelnemen aan de koehandel van luttele potjes geld op een begroting. Hier viert men feest als het is gelukt om drie woorden te wijzigen in een paginadik wetsvoorstel. Hier wordt extreemrechts een podium gegund om zonder enige tegenwerking zijn onversneden racisme en islamofobie de Kamer en zo ook de samenleving in te spuwen. Het toont het overmatige maar effectieve zelfvertrouwen van extreemrechts. We weten allemaal dat woorden ertoe doen, dat ze pijn kunnen doen, dat ze diepe wonden kunnen snijden en dat ze hele concrete gevolgen hebben, niet alleen hier in de Kamer, in dit huis, maar in de hele samenleving. De constante antimoslimretoriek en demonisering vormen al tientallen jaren een aanslag op de vrijheid en veiligheid van moslims en mensen van kleur. En toch wordt hun hier geen strobreed in de weg gelegd. Sterker nog, er is een soort usance gekomen. Er zijn slinkse manieren gevonden om het racisme van extreemrechtse partijen te verpakken in hun eigen standpunten en taal. Wie er wat over zegt, is opeens tegen de vrijheid van meningsuiting. Maar of het nu Forum voor Democratie of de PVV is: wie hun een podium verschaft voor haat en complotten is medeplichtig aan hun racisme en fascisme.

En toch is dit de poppenkast van Den Haag, waar de geschiedenis haar eindpunt lijkt te hebben gevonden. We vergaderen eindeloos. Er wordt vergaderd om het vergaderen. We bekvechten om het bekvechten. De echte ideologische tegenstellingen vervagen. Tot slot rest de vraag: wie heeft nog een visie op hoe een radicaal rechtvaardig en gelijkwaardig Nederland eruitziet? Dat is precies waar de scheidslijn tussen de politieke elite en de rest van Nederland zich aftekent. Die scheidslijn zien we helaas ook terug in het regeerakkoord. De slachtoffers van onrechtvaardigheid en ongelijkwaardigheid, van de fouten in ons politieke, economische en culturele systeem, voelen namelijk wel de noodzaak tot radicale verandering.

Het is een politieke keuze om slechts in de marges van de politiek te willen scoren. Het is een politieke keuze om ons neer te leggen bij de manier waarop onze maatschappij nu in elkaar steekt. Het is een politieke keuze om de kieren te kitten in een gebouw waar eigenlijk al de sloopkogel doorheen gehaald moet worden. Die keuzes hebben tot gevolg dat de grote problemen in stand blijven. Het in stand houden van die grote problemen heeft als effect dat politiek Den Haag slechts een kleine groep mensen bedient en uit het oog verliest voor wie verandering een zaak van leven of dood is. Terwijl witteboordencriminelen wegkomen met belastingontduiking zijn het de zwarte jongens en de jongens van kleur die om de haverklap etnisch geprofileerd worden door de politie. Dat staat nog los van het feit dat zij op zo veel meer aspecten van hun dagelijks leven onderworpen zijn aan institutioneel racisme en zijn vele uitwassen.

Terwijl de rijken rijker worden en multinationals dealtjes kunnen maken over belastingconstructies ziet de rest van de samenleving dat ze met argwaan wordt behandeld, dat ze onder het mom van fraudebestrijding op kleur en klasse wordt beoordeeld en gewantrouwd wordt door de Belastingdienst en door uitvoeringsinstanties van de Participatiewet. Wanneer kiest Den Haag voor de belangen van de slachtoffers van die systeemfouten? Wanneer kiezen we hier voor een samenleving die werkt voor iedereen?

Voorzitter. Al het voornoemde is mijn probleem met de bestuurscultuur in Den Haag. Het is een politieke eenheidsworst van conservatisme, die slechts de belangen van enkelen dient en weigert om de fundamentele problemen bij de wortel aan te pakken. Het is de taak van dit kabinet, maar ook van de Kamer om met die rotte bestuurscultuur te breken.

Maar vandaag hebben we het over het kabinet. Het is al een paar keer gezegd, en het doet me ergens ook verdriet dat ik het moet herhalen, maar uit dit akkoord blijkt dat dit een kabinet is met een kortetermijnvisie. Dit kabinet laat de serieuze problemen over aan de waan van de dag, aan de opiniepeilingen. Denk aan het lekken van de coronamaatregelen om alvast de publieke opinie een beetje warm te laten lopen voor de maatregelen voordat ze op de persconferentie worden bekrachtigd. In dit geval gaan wij er pas een week later over debatteren.

BIJ1 gelooft dat het land geen behoefte heeft aan een kortetermijnvisie maar aan een langetermijnvisie. Aan een kabinet dat de grote problemen van onze tijd trefzeker te lijf gaat: het institutioneel racisme, de crisis in de jeugdzorg, de crisis in het onderwijs, de crisis van het kapitalisme. Als het aan ons lag, zouden we de crisis in de jeugdzorg te lijf gaan, niet door extra te bezuinigen maar door te investeren in een radicale hervorming. Dan zouden we ellenlange wachtlijsten in de transzorg aanpakken en zorgen dat transpersonen menselijk worden behandeld. Dan zouden we het recht op zorg garanderen en niet stiekem de zorg nog meer uitkleden. Als het aan BIJ1 ligt zouden we van multinationals en de allerrijksten een eerlijke bijdrage aan de samenleving eisen, en de winst- en dividendbelasting verhogen, evenals de belasting op vermogens en inkomsten van de rijken. Zij zijn de afgelopen twee jaar niet een klein beetje maar behoorlijk rijker geworden. Daarom stellen we voor te beginnen met een eenmalige coronataks op de inkomens van deze mensen.

BIJ1 zou kiezen voor eerlijke lonen, het indexeren van pensioenen en het eerlijk verhogen van de AOW. In tegenstelling tot wat er nu gebeurt mag niemand erop achteruitgaan omdat deze coalitie geld nodig heeft om de door haarzelf veroorzaakte crisis op te lossen. Om te beginnen natuurlijk het minimumloon. We vroegen vorig jaar al om €14, maar dat was in 2021. Dit jaar zien we de inflatie door het dak gaan en daarom zouden we dit jaar kiezen voor een verhoging naar €15. Niet geleidelijk, haast onmerkbaar, maar voluit, omdat het nodig is.

Als het aan ons lag, lag er een gedegen visie voor de bestrijding van institutioneel racisme, te beginnen met de erkenning van en excuses voor de terreur uit het Nederlandse slavernij- en koloniale verleden. Uit het rondetafelgesprek vorige werd namelijk heel duidelijk dat dat verleden de basis vormt voor onze hedendaagse samenleving, dat op ontelbare manieren, ook vandaag nog, doorleeft. Een zin in het akkoord als "zorgen dat etnisch profileren wordt aangepakt", is dus niet genoeg. We moeten onderzoeken en veranderen waar etnisch profileren en racisme in beleid is opgetekend of in de cultuur is doordrenkt. Daarover weten we al zoveel. Beleid dat resulteert in ongelijkwaardige behandeling van burgers op basis van nationaliteit, etniciteit of afkomst zouden wij de deur wijzen. De Inspectie SZW zou verstrekkende bevoegdheden krijgen om in te grijpen bij de constatering van racisme op de werkvloer, bij sollicitatieprocedures en stages.

Als het aan ons ligt, zouden we niet spreken over een migratiecrisis die gestoeld is op de racistische leugen dat migranten banen en huizen inpikken. We zouden spreken over een humanitaire crisis, die is veroorzaakt en in stand wordt gehouden door fataal Europees opvangbeleid en grove mensenrechtenschendingen aan de Europese grenzen. We zouden onmiddellijk humane opvang en betere toegang tot asielprocedures bewerkstelligen. Waar racisme en afbraakbeleid hebben geleid tot leed zouden we onmiddellijk en onvoorwaardelijk inzetten op herstel. Dat betekent dat we de toeslagenouders niet kunnen opschepen met een nieuwe bewindspersoon, die vrolijk aankondigt nog eens met de gedupeerden in gesprek te gaan. Mijn hart brak. Drie generaties gedupeerden zijn intussen wel uitgepraat. Alles is door hen al gezegd en aangegeven.

Ook de studenten zijn gedupeerd. De pechgeneratie heeft zich voor zoiets cruciaals als het volgen van onderwijs diep in de schulden moeten werken. BIJ1 zou hen niet afschepen met een luttele €1.000 maar kiezen voor een eerlijke compensatie. Als we het dan toch voor het zeggen hadden, dan zouden we de rekening van de klimaatcrisis leggen waar die hoort: bij de grote vervuilers, de grote vervuilende bedrijven. Want waar die bedrijven nu economisch worden beloond, zou BIJ1 ze juist verantwoordelijk houden voor de afbraak van natuur en hun aandeel in de vervuiling. Dan zou de aanpak van de klimaatcrisis een nog grotere prioriteit krijgen, omdat de tijd nu eenmaal dringt en klimaatschade steeds permanenter wordt.

Dat zien we ook bij onze rijksgenoten op Aruba, Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Statia en Saba. We mogen hen niet langer als een voetnoot zien, maar we moeten hen zien als essentiële partners die een oprechte en gelijkwaardige stem in de besluitvorming, ook over hun eigen leefomgeving, dienen te hebben.

Dan ter afsluiting het volgende. Als het kabinet weet waar te maken wat de heer Rutte vanmorgen in zijn verklaring uitsprak, hetgeen bekrachtigd werd door mevrouw Hermans, dan vindt hij, dit kabinet, mij op heel veel onderdelen aan zijn zijde. Want het waren mooie woorden, hoopgevende woorden. Ik wens niets liever dan vreselijk ongelijk te krijgen in mijn stelling dat er geen ruimte is voor radicale veranderingen vanuit Den Haag. Ik hoop ontzettend dat Rutte IV mijn aanwezigheid hier totaal overbodig weet te maken. Meneer Rutte mag dat beschouwen als mijn opdracht aan hem. Ik wens het kabinet, alle bewindsleden, succes, met name zij die een lastige portefeuille overnemen. En aan hen doe ik ook de belofte dat BIJ1 iedere stap kritisch en met scepsis zal volgen, maar meer dan bereid is om constructieve plannen die ons allen dienen en in het teken staan van een gelijkwaardig en rechtvaardig Nederland, te steunen en te verdedigen.

Voorzitter. Met die belofte sluit ik af. Maar laat ik nog één ding zeggen.

De voorzitter:
Ik vond het al zo knap dat u precies binnen de tijd bleef.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Precies binnen de tijd, hè? Ik wil niet zeggen dat ik daarom bekendsta, maar ik kan dat.

Ik wil toch heel graag nog één ding zeggen. Dat gaat over het debat dat we hier vandaag gevoerd hebben. Dat vond ik 75%, driekwart, van de tijd een mooi debat, constructief, respectvol en zonder onnodige interrupties en spelen op de persoon. Ik wil mijn mede-Kamerleden bedanken voor het feit dat wij vandaag met elkaar in solidariteit hebben laten zien dat er wel degelijk grenzen zijn aan haatzaaien, ophitsen en polariseren.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Simons. Dan geef ik het woord aan de heer Van Haga van de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Allereerst natuurlijk de hartelijke felicitaties van Belang van Nederland, van BVNL, aan dit kabinet. We zullen constructief proberen te zijn. Laten we hopen dat de schade niet te groot wordt. We zullen u uiteraard zeer kritisch volgen.

Voorzitter. We zijn getuige van een staatsgreep nieuwe stijl. Nieuwe stijl, omdat deze wordt uitgevoerd door een democratisch gelegitimeerd bestuur. Toch is er niets democratisch aan de plannen. Is er een meerderheid in Nederland voor een EU-leger? BVNL denkt van niet. Is er een meerderheid voor het loskoppelen van de AOW van het minimumloon? BVNL denkt van niet. Is er een meerderheid voor het inzetten van crisiswetgeving voor het klimaat of voor het uitkopen van boeren? Natuurlijk niet. Dit zijn enorme besluiten die in geen enkel verkiezingsprogramma stonden. De Nederlanders kregen dus totaal iets anders dan waarvoor ze gestemd hebben. Vindt de premier niet dat een referendum voor dit soort zaken bij uitstek een probaat middel zou zijn?

Voorzitter. Als je onvoldoendes haalt, blijf je zitten. Dat is precies wat het kabinet heeft gedaan. De mensen die verantwoordelijk waren voor de toeslagenaffaire, waarbij tienduizenden gezinnen werden vermorzeld door de Staat, zitten opnieuw in vak-K, zonder schaamte. De mensen die besloten om het gasveld in Groningen te sluiten en de Groningers jaren negeerden en niet compenseerden, gaan gewoon door, zonder berouw. De mensen die aan het hoofd stonden van de chaotische en amateuristische vlucht uit Afghanistan doen alsof er niets is gebeurd, zonder scrupules. En dezelfde mensen die een seizoensvirus hebben laten ontaarden in een ramp voor Nederland door te kiezen voor lockdowns, angst en repressie in plaats van voor gezond verstand en natuurlijke immuniteit, zitten er gewoon weer, alsof ze niet schuldig zijn aan deze ramp. Integendeel: gewoon even twitteren dat je met popcorn op de bank zit te kijken naar de verlenging van de lockdown waardoor menig horecaondernemer inmiddels zelfmoord overweegt.

Voorzitter. In Nederland was het mkb altijd de motor van de economie, de ruggengraat van de samenleving. Met het kabinet-Rutte IV is dat voorgoed voorbij. Dit kabinet zet in op de Staat als waterhoofd van de samenleving. Via extracomptabele gigafondsen wordt in vijf jaar tijd 90 miljard extra geleend en uitgegeven. Dat is kiezersbedrog van een ongekende omvang, want geen enkele coalitiepartij beloofde de kiezers deze enorme schuldenberg, die door onze kinderen zal moeten worden terugbetaald. De staatsschuld gaat volgens het CPB naar een hallucinant percentage van 90% van het bbp in 2060. Kan de premier uitleggen wat dat betekent als de rente straks stijgt naar 2%, 3% of misschien zelfs 5%? Wat gaat hij dan zeggen tegen onze kinderen, die wij met een failliet Nederland achterlaten? En wie gaat dit potverteren betalen? Wordt de overheid de economische motor van Nederland? De overheid is een kostenpost. Het geld wordt verdiend in de reële economie, door bedrijven waar mensen werken. Maar dit kabinet creëert honderdduizend nieuwe banen voor ambtenaren. Het CPB berekende dat de werkgelegenheid in overige sectoren sterk achterblijft. Voor een baan moet je voortaan dus bij de overheid zijn. De gemeenten worden ook gekort. Het lokale bestuur moet wijken voor het landelijke bestuur. Al deze ontwikkelingen wijzen in één richting. De almachtige Staat wordt het waterhoofd van de samenleving. Het is een staatsgreep nieuwe stijl. De machthebbers kiezen hun eigen pad, losgezongen van de beloftes aan hun kiezers. BVNL is fundamenteel tegen deze groeiende overheidsmacht, met gigafondsen en een explosie van het aantal ambtenaren. Kan de minister-president per fonds uitleggen hoe de Kamer haar controlerende taak kan uitvoeren?

Voorzitter. BVNL is voor een zakenkabinet. Dit kabinet lijkt daar niet op. Maar het vreemde is — althans ik vind dat vreemd — dat D66 nog de meeste bewindspersonen levert die gekwalificeerd zijn voor hun nieuwe positie. Robbert Dijkgraaf op Onderwijs, Ernst Kuipers op Volksgezondheid en Gunay Uslu op Cultuur verdient applaus. Met Henk Staghouwer telt dit kabinet slechts één ondernemer. Dat is wat mager. Maar er hebben ook onbegrijpelijke wissels plaatsgevonden: de ijzersterke minister van Financiën Wopke Hoekstra naar Buitenlandse Zaken en topdiplomaat Sigrid Kaag naar Financiën. Ik begrijp dat niet. Waarom? Is dat nou echt in het belang van Nederland? Maar goed, deze minister van Financiën moet juist geld uitgeven. Dat is een stuk makkelijker en dat gaat vast lukken, behalve dan als het om de koopkracht gaat, want de koopkracht voor gepensioneerden gaat achteruit. De AOW volgt de stijging van het minimumloon deels niet. Als de uitkering van een alleenstaande, die nu 70% van het wettelijk minimumloon is, wordt ontkoppeld, blijft er ongeveer 63% over in 2025. Dit kabinet zorgt dus zeer slecht voor onze ouderen en dat is een regelrechte schande. Kan de premier de 2,4 miljard die nodig is om de AOW aan het minimumloon te koppelen, niet gewoon overhevelen, bijvoorbeeld uit het stikstoffonds, waarvan we net hebben betoogd dat het compleet zinloos is?

Voorzitter. Een minister van Defensie die de krijgsmacht niet kent, is helaas geen unicum, maar iemand die het verschil niet weet tussen een sergeant en een majoor, is enigszins beledigend. Laten we hopen dat we de komende paar jaar geen oorlog krijgen. Maar gelukkig zit in dit kabinet ook de gelauwerde Afghanistanveteraan kapitein Hanke Bruins Slot. Dat geeft de burger weer moed, mocht het misgaan in Oekraïne. Maar de belangrijkste zorg op dit dossier is natuurlijk de dreiging van een Europees leger. Kan de premier garanderen dat dat er niet komt en dat hij daar, als hij dat van plan is, in ieder geval een referendum over houdt?

Voorzitter. Dan nog enkele specifieke punten. De coronamaatregelen hebben een enorme schade toegebracht en hebben ons land diep verdeeld. Ondernemers staan aan de rand van de afgrond. RIVM-modellen falen consequent. Vaccinatie blijkt niet de weg naar het beloofde land en toch wil het kabinet 2G invoeren en gezonde kinderen gaan vaccineren. Voor- en tegenstanders staan lijnrecht tegenover elkaar. Kan de premier aangeven hoe dit kabinet verdere polarisatie gaat voorkomen?

Voorzitter. Dan het energiebeleid. Het wanbeleid op het gebied van de energietransitie kent geen grenzen. We hebben miljarden verkwist aan zinloze windmolens, zonneakkers en vervuilende biomassacentrales. Een gewoon huishouden gaat nu honderden euro's per maand meer betalen voor de energierekening. Het Groninger gasveld gaat dicht omdat we te beroerd zijn om de druk in het veld op peil te houden door bijvoorbeeld waterinjectie toe te passen. Het Nederlandse energiebeleid kent alleen maar verliezers. Kan de premier aangeven of hij bereid is te kijken naar oplossingen die technisch wél goed zijn voor het milieu en te stoppen met zaken die aantoonbaar slecht zijn? En praat een keer met een ingenieur. Er zit er één achter u: mevrouw Van Gennip heeft natuurkunde gestudeerd in Delft. Zij kan u vast een bijlesje geven.

Voorzitter. We hebben nu een minister voor Stikstof. In verband met mijn beperkte spreektijd wil ik deze minister verwijzen naar de columns van Ronald Plasterk en de eerdere interruptie van mijzelf en mevrouw Van der Plas. Er is namelijk geen stikstofcrisis, maar gewoon een bestuurscrisis.

Voorzitter, tot slot. Er zijn 2 miljoen ondernemers in Nederland en die hebben last van de overheid, van onnodige regels en oneigenlijke concurrentie door de overheid. Zij hebben last van de bureaucratie rond arbeidsrecht en ziekteverzuim. Het vestigingsklimaat is ronduit slecht en de rekening voor de exorbitante uitgaven wordt grotendeels bij het bedrijfsleven neergelegd. Maar Nederland kan niet zonder ondernemers, niet zonder mensen die risico nemen, hard werken, creatief zijn en dingen maken. Het zou goed zijn als dit kabinet, ook al bestaat het voornamelijk uit mensen die nooit ondernemer zijn geweest, zich dat zou realiseren, in het belang van Nederland.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Haga. Dan gaan we tot slot naar de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Mevrouw de voorzitter. 360 dagen na de val van het kabinet krijg ik 360 seconden om iets te zeggen over een nieuw kabinet, dat qua coalitie identiek is aan het oude en dat zeer weinig vertrouwen bij de burger heeft, en een coalitieakkoord dat gekraakt is door het Centraal Planbureau, het Sociaal en Cultureel Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving, de Rekenkamer en de Raad van State. Alles wordt gecompenseerd met geld om politieke tegenstellingen af te kopen en de rekening wordt doorgeschoven naar de toekomst. Die rekening bleek vandaag al niet te kloppen. In het akkoord staat dat iedereen erop vooruit zou gaan — mevrouw Hermans onderstreepte dat — maar het Nibud wist dat de inflatie geen 2%, maar minstens 3% is. Dan gaat iedereen erop achteruit, alle 116 groepen. Wordt het akkoord al aangepast?

In mijn korte bijdrage wil ik een paar dingen zeggen over het coronabeleid, de financiële onderbouwing van de plannen, de grote schuldenproblemen en het toeslagenschandaal. De verkiezingscampagne was tam vanwege de coronacrisis. Die duurt al bijna twee jaar. Er zijn maar liefst 32.000 Nederlanders meer gestorven dan verwacht. Er is meer dan 82 miljard extra uitgegeven. Honderdduizenden mensen wachten op uitgestelde zorg. Er zijn meer dan 150.000 longcovidpatiënten. Er is geen economisch perspectief voor de horeca, de cultuursector en zzp'ers.

De premier sprak in de regeringsverklaring vanmorgen terecht over de coronacrisis en de impact ervan, maar in het coalitieakkoord staat geen hoofdstuk over corona. Er is geen middellangetermijnplan, geen visie en geen denkrichting. Er is precies 0,3 miljard uitgetrokken voor ic's en pandemische paraatheid. Het CPB zegt dat het niet weet hoe dat bedrag wordt uitgegeven. Er is geen plan voor honderdduizenden uitgestelde operaties. Er is geen perspectief voor de horeca en voor zzp'ers. Wil de regering dus binnen een paar weken een plan maken dat gericht is op preventie, ventilatie en een duurzaam effect op de economie en de volksgezondheid, in plaats van de huidige aanpak van de uitruil van belangen en het constant inperken van burgerrechten? Wil ze rekening houden met de uitgaven voor corona? Midden in een crisis geen plan en geen strategie hebben en geen geld reserveren, is onverantwoord.

Deze Kamer stemde unaniem voor mijn motie voor een onafhankelijk onderzoek naar de oversterfte. Waaraan stierven die 30.000 mensen? Als we dat weten, kunnen we beter beleid maken. Dat plan kregen we, maar de onderzoekers die in the lead zijn, zijn dezelfde onderzoekers als die de regering adviseren. Dat is onverstandig. Wilt u ervoor zorgen dat onafhankelijke onderzoekers in the lead zijn en dat de data voor iedereen beschikbaar zijn, zodat alle zaken getest kunnen worden? Ik was blij met de woorden van de premier dat we de wetenschap in the lead moeten zetten en op basis daarvan beleid moeten maken.

Het nieuwe kabinet geeft ongekend veel geld uit en doet dat via fondsen. Voor elk Nederlands gezin wordt er €8.000 in een klimaatfonds geleend en €6.000 in een stikstoffonds. Het zijn enorme bedragen die geleend worden. Er is natuurlijk — ik liet dit papier al zien bij mevrouw Hermans — een relatie tussen wat je hierin stopt en wat je met de koopkracht hebt. Die is zwaar negatief voor alle 116 groepen dit jaar. Dat hebben we nog nooit gezien. Wat gaan we dus doen met de fondsen en de niet-adequate parlementaire controle? De vorige keer dat we gingen uitgeven zonder plan, gingen we Teslarijders tienduizenden euro's subsidie geven: geen klimaatwinst. Of we gaven miljarden uit aan biomassa. Dat was oliedom. De staatsschuld zal exploderen met dit soort beleid, terwijl de koopkracht afneemt. Is de regering bereid om een aanvulling, een correctie, op het regeerakkoord te schrijven, waarbij geld verstandiger wordt uitgegeven en de rekening niet bij toekomstige generaties wordt neergelegd?

Voorzitter. We hebben een probleem in Europa. Als wij al tegen de 3% aan gaan zitten en deze schulden gaan maken, dan geven we iedereen carte blanche. Dat is leuk voor twee jaar. Dan gaan we feestvieren. Maar daarna komt de schuldencrisis, want de Europese Centrale Bank heeft per gezin in de eurozone al €100.000 opgekocht. €100.000. Dat zijn allemaal staatsleningen die niemand ooit meer van ze wil afnemen. Is de regering bereid met een plan te komen om de eurozone uit dit fiscale en monetaire moeras te krijgen voordat de schuldencrisis een economische crisis wordt met massawerkloosheid en verdere verarming van de middenklasse? Dat moet er komen voor de heronderhandelingen over het SGP.

Voorzitter. Het kan anders. We kunnen belastingontwijking samen aanpakken en zorgen dat buitenlandse beleggers de voormalige huurwoningen niet belastingvrij kunnen verhuren. We kunnen zorgen dat sociale huurwoningen bereikbaar zijn. Kijk hoe ze het in Wenen doen. Je kunt met goed leiderschap, snel ingrijpen en zonder 2G of 3G op het werk lage oversterfte bereiken. Kijk naar Denemarken. Je kunt een langjarig klimaatbeleid voeren en een veel substantiëlere verhoging van het sociaal minimum doorvoeren. Kijk naar het Verenigd Koninkrijk. De Nederlandse samenleving heeft potentie, vrijwilligersorganisaties, nieuwe sociale woningbouwcorporaties en mooie, kleine familiebedrijven. Niet Shell en de brievenbusfirma's. Kijk buiten je eigen bubbel, zeg ik tegen het kabinet. We kunnen burgers echte bescherming bieden tegen de almachtige Staat, zoals in Duitsland met een grondwettelijk hof. Wanneer gaan we dat invoeren?

We kunnen het evenwicht herstellen met een nieuw sociaal contract. Daarvoor zal ik concrete initiatieven nemen en voorstellen doen samen met andere partijen. De regering mag elk plan overnemen. In het regeerakkoord doet ze dat een paar keer, maar nog te weinig. Denk aan de herijking van het sociaal minimum. Hoe kunnen mensen goed rondkomen? Maar als eruit komt dat ze niet kunnen rondkomen, bijvoorbeeld mensen met alleen AOW of in een instelling, is er dan extra geld?

Nog twee kleine puntjes, voorzitter. Nog even terug naar de val van het kabinet.

De voorzitter:
Ik wil wel dat u gaat afronden.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik mag mezelf nog vier keer interrumperen.

Voorzitter. De compensatie is een drama. 1.115 kinderen zijn uit huis geplaatst. De premier beloofde in Brussel plechtig te zoeken naar de onderste steen. Wij vroegen hier Kamerbreed om met een onderzoek te komen en deze ouders te helpen. In de afgelopen drie maanden was er geen enkel onafhankelijk onderzoek en is geen enkel kind herenigd. Hoe kijkt de premier daarnaar?

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
En tot slot, voorzitter, één vraag.

De voorzitter:
Nee, ik wil echt dat u nu gaat … U moet echt wat korter zijn. U bent over uw tijd.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter, dan wil ik graag een keer een brief van u over hoe u het vindt dat ik een halve spreektijd heb in vergelijking met alle anderen, omdat ik zogenaamd vrijwillig afgesplitst zou zijn. Ik heb een serieuze vraag aan de premier. Hij heeft alle ministers een brief laten schrijven dat ze niet ergens anders mogen gaan werken als ze minister zijn. Heeft hij zelf die brief ook ondertekend? Is er op geen enkele manier sprake van dat hij gaat solliciteren naar een andere functie? Daarvoor is deze functie te belangrijk.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Meneer van Haga, stelt u uw vraag.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Hoeveel interrupties heb ik nog?

De voorzitter:
Even kijken. Volgens mij nog twee.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Die laatste telde niet mee, hè. Dan heb ik er nog één. Dan ben ik toch wel heel benieuwd wat de heer Omtzigt nog had willen zeggen. Hij was midden in een zin. Hij wilde nog één vraag stellen. Volgens mij was dit een heel belangrijke vraag.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dat was deze vraag. Die vraag is: al die bewindspersonen hebben een brief moeten tekenen. Dat staat in het blauwe boek. In die brief staat dat je tijdens de periode dat je bewindspersoon bent niet solliciteert naar een andere functie. In het vorige kabinet hebben we een minister en een staatssecretaris gehad die zijn weggegaan. Die hebben duidelijk gesolliciteerd. Staat daar een straf op? Hoe gaan we ons daar nu aan houden? Want ik vind het belangrijk dat bewindspersonen niet naar lobbyorganisaties gaan. Ik heb zojuist het antwoord gehoord. Ik hoop dat dat in de Handelingen komt. Ik hoorde dat de premier zelf beloofde — dat is belangrijk, want het is een belangrijke functie als premier — dat hij tijdens de rit niet ergens anders solliciteert. Ik wil ook graag weten of daar in de breedste zin over gesproken is met de coalitiepartijen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Het kabinet gaat morgen reageren. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Ik sluit deze vergadering. Wij komen trouwens morgen weer bijeen om 10.15 uur om een vervolg te geven aan dit debat.

Sluiting

Sluiting 23.12 uur.

Naar boven