Plenair verslag Tweede Kamer, 102e vergadering
Donderdag 7 juli 2022

  • Begin
    10:15 uur
  • Sluiting
    23:55 uur
  • Status
    Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Martin Bosma

Aanwezig zijn 143 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Azarkan, Van Baarle, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bevers, Bikker, Bontenbal, Martin Bosma, Boswijk, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Ceder, Dassen, Dekker-Abdulaziz, Tony van Dijck, Inge van Dijk, Jasper van Dijk, Eerdmans, El Yassini, Ellemeet, Ellian, Ephraim, Eppink, Erkens, Van Esch, Geurts, Van Ginneken, De Graaf, Van der Graaf, Graus, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Gündoğan, Den Haan, Van Haga, Hagen, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Helder, Hermans, Hijink, De Hoop, Van Houwelingen, Idsinga, Jansen, Léon de Jong, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Kathmann, Van Kent, Kerseboom, Klaver, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, Kops, De Kort, Kröger, Kuiken, Kuzu, Kwint, Van der Laan, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Minhas, Mohandis, Van der Molen, Agnes Mulder, Edgar Mulder, Mutluer, Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Palland, Paternotte, Paul, Paulusma, Peters, Piri, Van der Plas, Podt, Van Raan, Raemakers, Rahimi, Rajkowski, De Roon, Sahla, Segers, Chris Simons, Sylvana Simons, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Sneller, Van der Staaij, Stoffer, Van Strien, Strolenberg, Teunissen, Thijssen, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Vestering, Wassenberg, Van Weerdenburg, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Weyenberg, Van Wijngaarden, Wilders, Van der Woude en Wuite,

en de heer Van der Burg, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de heer Harbers, minister van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Helder, minister voor Langdurige Zorg en Sport, mevrouw Kaag, minister van Financiën, de heer Kuipers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Van der Maat, staatssecretaris van Defensie, mevrouw Schreinemacher, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de heer Staghouwer, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mevrouw Uslu, staatssecretaris Cultuur en Media, mevrouw De Vries, staatssecretaris Toeslagen en Douane, mevrouw Van der Wal-Zeggelink, minister voor Natuur en Stikstof, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, minister van Justitie en Veiligheid.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 7 julij 2022, de laatste dag van dit parlementaire jaar. Het is altijd een leuke, spannende en bijzondere dag. Er zijn heel veel debatjes. Het is gezellig. Mensen zijn nerveus. Af en toe hebben we nog eens een politieke crisis, hoewel die zich vooralsnog niet aandient, maar je weet nooit wat er bij dit debat gebeurt.

Mededelingen


Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Bisschop en De Neef.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Sportbeleid

Sportbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Sportbeleid (CD d.d. 29/06).

De voorzitter:
Een hartelijk woord van welkom aan de minister voor Langdurige Zorg en Sport. Zij bijt het spits af vandaag, maar vanavond komt zij nog een keertje terug. Dat waarderen wij zeer. Aan de orde is thans het tweeminutendebat Sportbeleid. Het commissiedebat vond plaats op 29 juni jongstleden. Wij hebben zeven sprekers van de zijde van de Kamer, die allemaal twee minuten spreektijd hebben. De eerste spreker staat reeds te trappelen van ongeduld en dat is de heer Rudmer Heerema van de VVD. Het woord is aan hem.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter, ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister voornemens is om een deel van de extra middelen voor sport via gemeenten in te zetten;

overwegende dat het regeerakkoord expliciet aangeeft dat extra middelen voor sport bij de sportvereniging terecht moeten komen;

overwegende dat Nederland een unieke sportinfrastructuur heeft waarbij de relatie NOC*NSF, sportbond en sportvereniging centraal staat;

van mening dat de route om middelen te verdelen via de sportbond naar de sportvereniging veel effectiever is dan de route van gemeente naar sportvereniging;

verzoekt het kabinet om met ten minste 5 miljoen euro de sportbonden te versterken, zodat zij voldoende in staat zijn om de sportverenigingen te ondersteunen om klaar te staan om Nederlanders weer aan het sporten te krijgen en dit bedrag te onttrekken aan de voorgenomen investering in het Sportakkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rudmer Heerema, Van der Laan, Rudmer Heerema en Inge van Dijk.

Zij krijgt nr. 306 (30234).

De voorzitter:
Er is één korte vraag van de heer Mohandis. We houden het heel kort vandaag. U krijgt één zinnetje en dan krijgt u een antwoord van één zin.

De heer Mohandis (PvdA):
Zeker. Ik hoor goed "voorgenomen investeringen"? We gaan dus nu niet geld weghalen bij de gemeente, maar het gaat om datgene wat we nog gaan doen. Klopt dat?

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Het gaat om de extra middelen die naar de gemeente gaan. Daarvan gaat de helft naar de gemeenten en de helft naar sportbonden en verenigingen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland topsportaccommodaties op topniveau nodig heeft om de topsportambities van TeamNL vorm te kunnen geven;

overwegende dat het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion in Eindhoven op korte termijn, maar voor oktober 2022, helderheid nodig heeft over een financiële bijdrage als cofinanciering vanuit de rijksoverheid;

verzoekt het kabinet om voor de begrotingsbehandeling 2023 voldoende steun toe te zeggen voor de verbouw van het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion in Eindhoven vanuit de structurele verhoging van het artikel sport bij VWS,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rudmer Heerema, Van der Laan, Rudmer Heerema en Inge van Dijk.

Zij krijgt nr. 307 (30234).

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sporten en bewegen een belangrijke bijdrage leveren aan een fitte, gezonde en weerbare samenleving;

constaterende dat bijna een miljoen Nederlanders minder zijn gaan bewegen en sporten gedurende de coronacrisis;

overwegende dat het bij volgende coronagolven van groot belang is dat mensen blijven sporten en bewegen om fit, gezond en weerbaar te blijven bij volgende besmettingsgolven;

verzoekt de regering om in de aangekondigde maatregelenladder op te nemen dat sporten en bewegen mogelijk blijft tijdens besmettingsgolven en hoe zij dit vorm gaat geven;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rudmer Heerema, Inge van Dijk en Rudmer Heerema.

Zij krijgt nr. 308 (30234).

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Er is één korte vraag van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Mijn vraag gaat over de tweede motie, waarin de heer Heerema vraagt om een specifieke bijdrage voor een zwembad in Eindhoven. Dat gaat dan van het sportbudget af, dus ik zou graag willen weten hoe we voorkomen dat dit ten koste gaat van bijvoorbeeld bedragen die worden geïnvesteerd in breedtesport of gehandicaptensport.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
In de brief van de minister hebben wij kunnen lezen dat er 2,5 miljoen gereserveerd staat voor investeren in topsportaccommodaties. Daarvan is 1 miljoen geoormerkt voor Thialf. Dat betekent dat we structureel nog 1,5 miljoen overhebben om te investeren in topsportaccommodaties. Als je een deel daarvan meerjarig investeert in het zwemstadion in Eindhoven, dan kan je over een periode van 20 of 30 jaar een goed bedrag investeren.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Inge van Dijk van de fractie van het CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Ik heb ook drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet de ambitie heeft 75% van de Nederlanders in 2040 aan de beweegrichtlijnen te laten voldoen;

overwegende dat dit een mooie lat is om overheen te springen, maar dat de inzet nog hoog over en ongericht is;

verzoekt de regering dat bij de verdere uitwerking met een integraal- en departementoverstijgend voorstel gekomen wordt om te voorkomen dat op diverse ministeries iets gebeurt aan sport en bewegen zonder dit van elkaar te weten en er uiteindelijk een onvoldoende effectief verhaal ligt;

verzoekt de regering tevens eind 2022 in beeld te hebben welke initiatieven op andere departementen genomen worden die bijdragen aan sport en bewegen en dit integraal te rapporteren aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Mohandis en Rudmer Heerema.

Zij krijgt nr. 309 (30234).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er met betrekking tot topsportlocaties werk wordt gemaakt van een strategisch vastgoedplan maar dat dit nog niet gereed is;

constaterende dat er nu al een voorstel ligt om budget vrij te maken voor topsportaccommodaties;

verzoekt de regering om bedragen nog niet definitief vast te zetten, maar pas als het inzicht in het gehele strategisch vastgoedplan, en daarmee het financiële plaatje, compleet is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Rudmer Heerema.

Zij krijgt nr. 310 (30234).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de organisatie Signi zoekhonden ten doel heeft vermiste mensen op te sporen met behulp van zoekhonden in combinatie met een gedreven en kundig team van vrijwillige sportduikers;

overwegende dat dit slechts één voorbeeld is van vrijwillige inzet van vrijwillige sportduikers voor watergerelateerde goede doelen;

van mening dat dergelijke vrijwillige inzet aangemoedigd moet worden en dus niet moet worden gehinderd door onnodige regels en bijbehorende boetes;

verzoekt de regering met een voorstel te komen waardoor de vrijwillige inzet van sportduikers voor burgerinitiatieven niet onder duikarbeid valt, zolang de duiken binnen de grenzen van het sportduiken gedaan worden conform de aanpassing van de duikopleidingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Inge van Dijk.

Zij krijgt nr. 311 (30234).

Dank u wel. De heer Van Nispen van de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat momenteel gewerkt wordt aan een voorstel voor een verbod op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen ter uitvoering van een aangenomen Kamermotie (36029, nr. 1;

van mening dat het reclameverbod er ook toe moet leiden dat ongerichte reclames, zoals shirtsponsoring en reclameborden langs de velden, niet langer zijn toegestaan voor onlineaanbieders van risicovolle kansspelen;

verzoekt de regering in dit aanstaande reclameverbod geen uitzondering te maken voor sponsoring,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Bikker, Van Nispen, Mutluer, Azarkan, Koekkoek, Wassenberg, Van der Staaij, Ellemeet, Slootweg en Sylvana Simons.

Zij krijgt nr. 312 (30234).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afgelopen twee jaar is geïnvesteerd in het programma Het Strand Veilig waardoor goede resultaten zijn behaald, zoals betere voorlichting en betere samenwerking tussen kustgemeentes, en dat Reddingsbrigade Nederland, de KNRM en de NRZ een oproep hebben gedaan de financiering van dit programma te continueren vanwege het belang van de strand- en zwemveiligheid;

van mening dat het een vreemde situatie blijft dat leden van reddingsbrigades kosten moeten maken voor bijvoorbeeld contributies, kleding en opleidingen om levensreddend werk te mogen verrichten omdat dit niet overal gefinancierd is en verschilt per gemeente;

verzoekt de regering te onderzoeken welke verschillen hierin zitten tussen gemeentes, welke knelpunten dit oplevert voor het waardevolle werk van de reddingsbrigades en wat eraan gedaan kan worden om dit toekomstbestendig te maken;

verzoekt de regering voorts het programma Het Strand Veilig met €250.000 een structurele plaats op de begroting te geven in afstemming tussen VWS en IenW,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Mohandis, Van Nispen en Maeijer.

Zij krijgt nr. 313 (30234).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de coronacrisis de sociaal-economische gezondheidsverschillen vergroot heeft;

verzoekt de regering met concrete voorstellen te komen om de sport betaalbaar te houden voor iedereen en om de gezondheidsverschillen in beweeg- en sportdeelname terug te dringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Mohandis, Van Nispen en Westerveld.

Zij krijgt nr. 314 (30234).

De heer Van Nispen (SP):
Ten slotte, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen met een beperking soms afhankelijk zijn van sporthulpmiddelen om te kunnen sporten en bewegen, zoals een sportprothese of een sportrolstoel;

constaterende dat in eerder aangenomen moties is opgeroepen over te gaan tot een ruimhartige verstrekking van sporthulpmiddelen en het inrichten van één loket, maar dat de vorderingen traag gaan omdat zorgverzekeraars en gemeenten hiervoor nog onvoldoende verantwoordelijkheid nemen en/of nog niet goed weten hoe de regels in elkaar zitten;

constaterende dat er nu één loket is gerealiseerd maar dit gefinancierd wordt vanuit het budget dat voor sport en bewegen is bestemd;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat uiterlijk 1 januari 2023 zorgverzekeraars en gemeenten zorgen voor de financiering van dat ene loket waar mensen met een aanvraag voor een sporthulpmiddel terechtkunnen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Westerveld, Van Nispen en Van der Laan.

Zij krijgt nr. 315 (30234).

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Die d moet een t zijn, begrijp ik.

De heer Van Nispen (SP):
Ja, dat is helemaal fout.

De voorzitter:
Altijd lastig. U heeft er zin in met z'n allen, want we zitten al op elf moties en de meeste sprekers moeten nog komen. Op deze manier gaat het wel 6.00 uur morgenochtend worden, vrees ik. Mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
En ik heb er maar één.

Voorzitter. Sinds het schoolzwemmen is afgeschaft, hebben niet alle kinderen meer toegang tot zwemles. Dat betekent nu dat maar liefst 45.000 kinderen tussen de 11 en de 16 geen zwemdiploma hebben. Ik vind het gênant dat in een waterrijk land als Nederland sommige kinderen zich niet kunnen redden in het water. We weten dat dit met name kinderen zijn van ouders die wat minder te besteden hebben of kinderen die bijvoorbeeld een handicap hebben. Daar moeten wij wat aan doen. Als dat niet gebeurt, dan vind ik dat de minister er uiteindelijk eindverantwoordelijk voor is dat alle kinderen een zwemdiploma kunnen halen. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat maar liefst 45.000 kinderen tussen de 11 en 16 jaar geen zwemdiploma hebben;

constaterende dat kinderen met een beperking of kinderen van ouders met een kleinere portemonnee vaker geen zwemdiploma hebben;

overwegende dat zwemvaardigheid enorm belangrijk is voor de veiligheid van kinderen in een waterrijk land als Nederland;

verzoekt de regering met alle gemeenten een plan te maken zodat alle kinderen binnen drie jaar hun zwemdiploma kunnen halen, en de Kamer hier voor het WGO Sport over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Van Nispen en Mohandis.

Zij krijgt nr. 316 (30234).

Heel goed, dank u wel. De heer Mohandis van de Partij van de Arbeid.

De heer Mohandis (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Gehoord het debat heb ik de volgende twee moties. Laat alle investeringen geen hagelslag zijn; laat het geld goed terechtkomen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het regeerakkoord, Preventieakkoord en het Sportakkoord veel goede maatregelen worden aangekondigd ter verbetering van de sport en het stimuleren van sport en beweging;

overwegende dat meetbare doelen veelal ontbreken om de effecten van deze middelen inzichtelijk te krijgen;

verzoekt de regering voor het wetgevingsoverleg Sport, eind 2022, met een voorstel te komen met meetbare doelen bij de voorgestelde maatregelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Rudmer Heerema, Mohandis, Westerveld, Van der Laan en Inge van Dijk.

Zij krijgt nr. 317 (30234).

De heer Mohandis (PvdA):
Voorzitter. Mijn volgende motie gaat over het punt dat in het debat meerdere keren naar voren kwam, namelijk over de mogelijk stijgende energielasten voor veel verenigingen, die die straks door het sluiten van nieuwe contracten moeilijk zullen kunnen ophoesten. Deze motie is ook bedoeld om naast de verenigingen te gaan staan die het straks moeilijk gaan hebben. Ik roep de minister daartoe op. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor veel sportverenigingen en sportaccommodaties geldt dat energiecontracten dit jaar aflopen en verduurzaming nog niet voldoende heeft kunnen plaatsvinden;

overwegende dat dit voor sportverenigingen grote financiële gevolgen kan hebben;

verzoekt de regering de Kamer zo snel mogelijk te informeren op welke wijze sportverenigingen en sportaccommodaties die door stijgende energielasten in de problemen komen, zullen worden ondersteund,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Westerveld, Mohandis en Inge van Dijk.

Zij krijgt nr. 318 (30234).

Dank u wel. Dan mevrouw Van der Laan van D66.

Mevrouw Van der Laan (D66):
Voorzitter. Tijdens het turndebat vorig jaar oktober hebben we het gehad over het grensoverschrijdend gedrag binnen de turnsport. Toen hebben we geconcludeerd dat de turnsters opgesloten zaten in en opgevreten werden door het systeem. Een van de manieren om daar een doorbraak in te forceren was een motie die vroeg om het Centrum Veilige Sport volledig onafhankelijk te maken. Helaas bleek tijdens het afgelopen debat dat de minister dit nog niet in gang heeft gezet, dit nog niet in gang wil zetten en zelfs niet de toezegging wil doen dat het meldpunt sowieso onafhankelijk wordt. Daar ben ik erg teleurgesteld in. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motie-Van der Laan c.s. (30234, nr. 281) over dat het Centrum Veilige Sport volledig onafhankelijk moet worden, Kamerbreed is aangenomen, maar nog niet is uitgevoerd;

constaterende dat de minister eerst extra onderzoek laat doen, terwijl zowel het rapport Ongelijke Leggers, als de NOC*NSF en de Kamer pleiten voor een onafhankelijk Centrum Veilige Sport;

constaterende dat de minister ook niet wil toezeggen dat het Centrum Veilige Sport hoe dan ook onafhankelijk wordt;

overwegende dat het nog langer uitstellen van een onafhankelijk Centrum Veilige Sport de onveiligheid voor sporters mogelijk langer in stand houdt;

overwegende dat er in de afgelopen maanden veel misstanden in de sport aan het licht zijn gekomen: turnen, dansen, tennis, handbal, honkbal en het voetbal;

overwegende dat bij grensoverschrijdend gedrag macht en afhankelijkheidsposities vaak een rol spelen;

spreekt uit dat de onafhankelijkheid van het Centrum Veilige Sport niet langer op zich kan laten wachten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Laan, Westerveld, Van Nispen, Inge van Dijk, Rudmer Heerema en Mohandis.

Zij krijgt nr. 319 (30234).

Mevrouw Van der Laan (D66):
Voorzitter. Ik zie dat de minister betrokken is, maar ik vraag ook aan de minister om te gaan besturen.

Dank u wel.

De voorzitter:
De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Maeijer van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister heeft toegezegd in gesprek te gaan met de minister van IenW met als doel ervoor te zorgen dat het project Het Strand Veilig en de Reddingsbrigade van structurele financiering worden voorzien;

verzoekt de regering om de Kamer uiterlijk voor de begrotingsbehandeling VWS dit najaar te informeren over de wijze waarop dit geregeld zal worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Maeijer en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 320 (30234).

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. We gaan er kort en puntig doorheen, want over 50 seconden moet het volgende debat al beginnen. Het woord is aan de minister. Graag stilte in de zaal.

Minister Helder:
Dank, voorzitter. Ik zal de toelichting van twintig minuten achterwege laten. Nee, hoor. Excuus. Ik zal de moties even langslopen.

De motie op stuk nr. 306: ontraden.

De motie op stuk nr. 307: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 308: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 309: overnemen. Dat is reeds aangekondigd in de brief van 24 juni.

De voorzitter:
Ik kijk even of daar bezwaar tegen bestaat. Dat is niet het geval. Dan wordt de motie overgenomen en gaan we er niet over stemmen.

De motie-Inge van Dijk c.s. (30234, nr. () is overgenomen.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 310: overnemen.

De voorzitter:
Is daar bezwaar tegen? Ik stel vast dat dat niet het geval is. De motie wordt overgenomen, dus we gaan er niet over stemmen.

De motie-Inge van Dijk/Rudmer Heerema (30234, nr. () is overgenomen.

Minister Helder:
Dan de motie op stuk nr. 311. Als ik de motie zo mag lezen dat we gaan onderzoeken of vrijwilligers veilig kunnen worden ingezet bij burgerinitiatieven waarbij gedoken moet worden en onder voorwaarden die afwijken van die voor beroepsduikers, dan kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Mevrouw Van Dijk knikt ja. Dan krijgt de motie oordeel Kamer.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 312: aanhouden.

De voorzitter:
Dat is een verzoek. Ik kijk naar de eerste indiener, de heer Van Nispen. Die is in een goede bui vandaag.

De heer Van Nispen (SP):
Ik ben zeker in een goede bui — dat had u scherp geconstateerd — maar ik denk niet dat we de motie moeten aanhouden. Volgens mij is het een dusdanig belangrijk onderwerp dat de Kamer zich daarover uit moet spreken.

De voorzitter:
Oké. Dan wil ik een oordeel van de minister.

Minister Helder:
Dan kan ik niet anders dan de motie ontraden. De toelichting is dat het ontwerpbesluit waarin het reclameverbod geregeld wordt, in een vergevorderd stadium is. Dat heb ik begrepen van mijn collega voor Rechtsbescherming. Het is de planning om dat op korte termijn in consultatie en voorhang te brengen. Ik stel voor dat u met mijn ambtsgenoot op basis van dit ontwerp kijkt naar wat er mogelijk nog gewijzigd zou moeten worden. Vandaar dat ik wilde dat u de motie aanhoudt, maar als u daar niet op wilt wachten, dan kan ik niet anders dan de motie ontraden vanwege procedurele redenen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 313.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 313: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 314: oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 315. Als ik de motie zo mag lezen dat ik in het najaar in gesprek ga met zorgverzekeraars en gemeenten om te kijken of dit haalbaar is — ik denk dat het juridisch onhaalbaar is — dan kan ik de motie oordeel Kamer laten. Maar anders moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:
De heer Van Nispen knikt, dus dat is het geval.

Minister Helder:
Dat is akkoord.

Dan de motie op stuk nr. 316. Als ik de motie zo mag lezen dat ik mijn best ga doen om haalbare en bindende afspraken met de gemeenten te maken — het is echt mijn intentie om dat te doen, maar het is ook ingewikkeld — dan kan ik zeggen: oordeel Kamer.

De voorzitter:
Mevrouw Westerveld knikt ja, dus dat is bij dezen een staatsrechtelijk feit.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 317: overnemen.

De voorzitter:
Is daar bezwaar tegen? Ik stel vast dat dat niet het geval. Dan is de motie overgenomen en gaan we er niet over stemmen.

De motie-Mohandis c.s. (30234, nr. () is overgenomen.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 318: ontraden. De energieprijzen zijn een groter probleem dan alleen in de sport en moeten daarom in een groter verband worden bekeken.

De motie op stuk nr. 319 krijgt oordeel Kamer, met de volgende toelichting ...

De voorzitter:
Als een motie oordeel Kamer krijgt, hoeven we geen toelichting, hoor.

Minister Helder:
Ik moet het even uitspreken van de ambtenaren. Ik begrijp de urgentie van de motie op stuk nr. 319, maar ik ben ook voor zorgvuldigheid en ik wil graag uitzoeken welke vorm de beste optie is. Om die reden loopt de positionering van het Centrum Veilige Sport mee in het onderzoek veilige en integere sport. Voor nu kan ik toezeggen dat dit zal gaan om een onafhankelijk centrum, maar op de vraag hoe dat precies zit, kom ik later terug.

De heer Mohandis (PvdA):
Nog even heel kort over de motie op stuk nr. 318. De vraag aan de minister is: wat gaat u doen om de verenigingen die in moeilijkheden komen, een beetje te helpen? Natuurlijk is het vraagstuk groter, maar wat gaat u wél doen?

De voorzitter:
Helder.

Minister Helder:
We hebben een uitgebreide ondersteuningsstructuur bij VWS en ook veel contact met het veld, dus als er problemen zijn, dan hoor ik dat graag. Maar de energieprijzen an sich zijn een dergelijk breed probleem in de hele maatschappij dat we dat echt met elkaar moeten bekijken, dus ik kan nu niets voor die sportverenigingen doen.

De voorzitter:
Prima. Dan de motie op stuk nr. 320.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 320: oordeel Kamer.

De voorzitter:
Heel goed. Mevrouw Van Dijk, kort.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ja, kort. Nog even over de energieprijzen: we hebben een iets ander debat gehad. De problemen met betrekking tot de sportaccommodaties zouden heel concreet in kaart worden gebracht en worden teruggekoppeld aan de Kamer om zo tot een oplossing te komen.

De voorzitter:
Helder. Tot zover. Ik zeg de hele tijd "helder" en nu denkt de minister: heeft u het tegen mij? Nee hoor, haha.

Minister Helder:
Nee, daar ben ik aan gewend, voorzitter.

De voorzitter:
Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Rond 13.00 uur gaan we stemmen.

Pgb

Pgb

Aan de orde is het tweeminutendebat Pgb (CD d.d. 23/06).

De voorzitter:
Thans is aan de orde het tweeminutendebat Pgb. We hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is de heer Mohandis van de fractie van de Partij van de Arbeid. Het woord is aan hem, als hij wakker is tenminste. Meneer Mohandis? Meneer Mohandis?

De heer Mohandis (PvdA):
Meneer Bosma, wat een tempo. Maar u heeft gelijk. Ik bedoelde: voorzitter, wat een tempo.

De voorzitter:
U kunt het niet bijbenen, hè?

De heer Mohandis (PvdA):
Het gaat heel snel zo! Voorzitter …

De voorzitter:
Stilte in de zaal.

De heer Mohandis (PvdA):
Voorzitter. Naar aanleiding van het pgb-debat hadden wij twee hoofdpunten. Eentje gaat over die vreselijke indicatieduur voor mensen met een beperking, die soms één keer, soms vaker per jaar, moeten bewijzen dat ze nog steeds een bepaalde aandoening of beperking hebben. Aan dat mensonterende — dat werd volgens mij breed gedeeld, zelfs door het kabinet — moet echt een einde komen. Daarover heeft mijn collega Werner straks een motie, mede namens ons. Het andere punt gaat meer over de informele zorg en het sociaal vangnet dat ontbreekt voor familieleden die heel veel van hun uren kwijt zijn, terecht kwijt zijn, aan de zorg voor dierbaren. Wij willen dat daar een sociaal vangnet voor komt, vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het faciliteren van zorg via het pgb door familieleden van meerwaarde is voor hulpbehoevenden en bijdraagt aan het tegengaan van arbeidsmarkttekorten;

constaterende dat deze familieleden voor hun inkomen afhankelijk kunnen zijn van het pgb en dat een sociaal vangnet en bestaanszekerheid, wanneer het pgb wegvalt door een veranderende zorgvraag, voor hen ontbreken;

verzoekt de regering het onderzoek naar een sociaal vangnet voor familieleden breder in te steken dan alleen voor intensieve kindzorg, en te onderzoeken hoe voor alle zorgwetten een sociaal vangnet kan worden geboden, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Werner en Mohandis.

Zij krijgt nr. 342 (25657).

Dank u wel. Dan mevrouw Werner van de fractie van het CDA.

Mevrouw Werner (CDA):
Zo, de voorzitter houdt de vaart erin. Heel goed. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mensen met een langdurige beperking of ziekte elk jaar, en in veel gevallen nog vaker, een herindicatie voor zorg en ondersteuning moeten aanvragen;

overwegende dat het mensonterend is om mensen telkens te laten bewijzen dat zij nog steeds dezelfde langdurige beperking of ziekte hebben en daarom zorg en/of ondersteuning nodig hebben;

van mening dat een evaluatiemoment met een sterk dienstverlenend karakter waar wordt besproken of geleverde ondersteuning nog passend is, waardevol kan zijn;

verzoekt de regering om ernaar te streven om voor de kerst met gemeenten en zorgverzekeraars concrete afspraken te maken om de indicatieduur langer te laten zijn, met als uitgangspunt de duur van een beperking, en een alternatief evaluatiemoment te organiseren waar dienstverlening centraal staat, of in ieder geval een tussenstand naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Werner en Mohandis.

Zij krijgt nr. 343 (25657).

Mevrouw Werner (CDA):
En dan heb ik er nog eentje.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Ik heb toch een korte vraag over deze motie: wat is nou het verschil met wat de minister al aan het doen is en ook heeft toegezegd tijdens het commissiedebat?

Mevrouw Werner (CDA):
De indicatieduur is nu gewoon veel te kort. Mensen met een handicap moeten keer op keer bewijzen dat ze echt geen armen hebben, en die armen zullen er echt nooit aangroeien. Wij hebben nu in een motie verpakt en samengevat hoe wij het voor ons zien. Wij willen dat die op die manier uitgevoerd wordt.

De voorzitter:
Uw tweede motie.

Mevrouw Werner (CDA):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat budgethouders met een levenslange en levensbrede hulpvraag door gemeente, zorgkantoor en zorgverzekeraar vaak van het kastje naar de muur worden gestuurd;

constaterende dat deze budgethouders elke keer weer hun verhaal moeten doen als ze hulp nodig hebben vanuit verschillende zorgwetten en op verschillende levensterreinen;

van mening dat deze budgethouders juist ontlast moeten worden van onnodige bureaucratie;

verzoekt de regering te onderzoeken wat er nodig zou zijn om binnen het huidige stelsel zo spoedig mogelijk één loket — bijvoorbeeld bij de gemeente — in te richten voor persoonsgebonden budgetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Werner en Sahla.

Zij krijgt nr. 344 (25657).

Dank u wel. Dan mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Er kan nogal wat beter aan het pgb. Daarom hebben wij drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat pgb-tarieven in de Jeugdwet en de Wmo niet altijd toereikend zijn;

constaterende dat gemeentelijke tarieven steeds vaker gelijk zijn aan het minimumloon;

verzoekt de regering met gemeenten en belangenorganisaties een uitlegbare en simpele werkwijze uit te werken voor het berekenen van toereikende pgb-tarieven in de Jeugdwet en Wmo 2015,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Hijink en Mohandis.

Zij krijgt nr. 345 (25657).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Dan een éénloketmotie. Die gaat wat verder dan de motie van mevrouw Werner, die vraagt om het te onderzoeken. Wij zeggen: ga het gewoon doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat budgethouders soms meerdere pgb's hebben en dat op verschillende plekken moeten aanvragen, met extra administratieve lasten tot gevolg;

constaterende dat budgethouders soms van het kastje naar de muur worden gestuurd, omdat zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten naar elkaar wijzen;

overwegende dat het voor budgethouders veel simpeler en sneller zou zijn als zij op één plek terecht zouden kunnen;

verzoekt de regering één loket in te richten waar mensen terechtkunnen met hun pgb-aanvraag en waar de financiering aan de achterkant wordt geregeld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Mohandis.

Zij krijgt nr. 346 (25657).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Dan mijn laatste, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ouders die voor hun ernstig zieke kind zorgen veel tijd kwijt zijn aan administratieve lasten;

overwegende dat pgb 2.0 enorm kan helpen bij de administratieve lasten;

overwegende dat de aansluiting op pgb 2.0 voor de Zorgverzekeringswet ook helpt op weg naar een integraal pgb;

verzoekt de regering ook het pgb uit de Zorgverzekeringswet aan te sluiten op pgb 2.0,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Mohandis.

Zij krijgt nr. 347 (25657).

Heel goed, dank u wel. Mevrouw Sahla van de fractie van D66.

Mevrouw Sahla (D66):
Dank u wel, voorzitter. Voor D66 is het pgb een belangrijk instrument om zelf te kunnen kiezen en eigen regie te voeren. We zijn dan ook blij dat de minister heeft besloten om haar eerdere besluit over het pgb terug te draaien, zodat het pgb ook beschikbaar blijft voor kleinschalige wooninitiatieven. De focus moet namelijk niet liggen op wantrouwen maar op vertrouwen, zodat dit instrument ook inclusief blijft, en zonder dat we naïef zijn, want misbruik van het pgb over de rug van kwetsbare mensen moet zeker aangepakt blijven worden.

In het debat heb ik ook aandacht gevraagd voor de indicatiestelling, en dat ga ik hier nog een keertje doen. Collega Werner deed het al, en ook ik vraag de minister of zij in gesprekken met inkopers ook echt kan meegeven dat zij dit in redelijkheid moeten doen. Ze moeten niet van mensen met een duidelijk langdurige zorgvraag vragen om iedere keer weer door dezelfde administratieve hoepel te springen.

We hebben het in het debat al aangegeven: D66 volgt de ontwikkelingen rond pgb 2.0 nauw. Dit is een belangrijk instrument om het pgb makkelijker te maken, maar dan moet wel iedereen erop aangesloten zijn. Een volgende stap zou volgens D66 kunnen zijn om toe te werken naar een meer integraal pgb, dat in dezelfde zorgwetten op dezelfde wijze wordt aangeboden. De minister heeft aangegeven hier geen voorstander van te zijn, maar wil zij in ieder geval wel varianten gaan onderzoeken waarin meer integraal werken met het pgb gerealiseerd kan worden, en de voor- en nadelen daarvan? Graag nog een reactie van de minister hierop.

Dank u wel.

De voorzitter:
De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Agema van de fractie van de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer gemeenten hun lage pgb-tarieven verlagen naar het wettelijk minimumloon (wml), terwijl de krapte op de arbeidsmarkt leidt tot steeds meer bedrijven die hun medewerkers boven het wml betalen, waardoor het tekort aan verzorgers toeneemt en budgethouders zonder verzorgers komen te zitten, wat voor hen een existentieel probleem geeft, en de perverse prikkel ontstaat dat gemeenten geld overhouden, dat ze aan andere zaken kunnen besteden;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat gemeenten marktconforme pgb-tarieven betalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema.

Zij krijgt nr. 348 (25657).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget een degelijke administratie verlangd mag worden;

constaterende dat het werkgeverschap een zeer omvangrijke last voor budgethouders is geworden, waarin zij bijvoorbeeld ook de verantwoordelijkheid dragen voor een correcte uitvoering van onder andere de Wet poortwachter en de Wet arbeidsmarkt in balans en dat dit het werkgeverschap net zo omvangrijk maakt als dat van een bedrijf, terwijl budgethouders niet voor het ondernemerschap gekozen hebben en ertoe veroordeeld zijn wegens levenslange en levensbrede lichamelijke beperkingen;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het werkgeverschap voor budgethouders significant vereenvoudigd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema.

Zij krijgt nr. 349 (25657).

Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors voor drie minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. Het volgende debat moet beginnen over 1 minuut en 30 seconden, dus we houden het kort en puntig.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 342: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 343 … Even kijken … Nu ben ik hem even kwijt. Volgens mij is die oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dat staat genoteerd.

Minister Helder:
Ik hoop dat ik dat goed heb gedaan.

De voorzitter:
Dat hoop ik ook voor u.

Minister Helder:
Dat zien we dan wel weer. Dan de motie op stuk nr. 344. Als ik de oproep om één loket te realiseren vooral mag vertalen als een oproep om de toegang tot het pgb eenvoudiger te maken, dan kan ik de motie oordeel Kamer laten.

De voorzitter:
Mevrouw Werner knikt ja.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 345: overnemen.

De voorzitter:
Bestaat daar bezwaar tegen? Ik stel vast dat dat niet het geval is. Dan is de motie overgenomen en wordt er niet over gestemd.

De motie-Westerveld c.s. (25657, nr. 345) is overgenomen.

Minister Helder:
De motie op stuk nr. 346: ontraden. Dit vraagt een stelselwijziging.

De motie op stuk nr. 347: ontraden; niet uitvoerbaar en zeer hoge kosten.

De motie op stuk nr. 348: overnemen, omdat het staand beleid is.

Ook de motie op stuk nr. 349: overnemen; staand beleid.

En dan heb ik nog de vraag van …

De voorzitter:
Eén seconde. Van de motie op stuk nr. 348 zei u: overnemen. Ik vraag of daar bezwaar tegen bestaat. Dat is niet het geval. Dan gaan we er niet over stemmen.

De motie-Agema (25657, nr. 348) is overgenomen.

Dat is ook uw mening over de motie op stuk nr. 349, dacht ik, hè?

Minister Helder:
Ja. Sorry, beide zijn "overnemen", omdat het staand beleid is.

De voorzitter:
Voor de motie op stuk nr. 349 vraag ik het ook nog even. Bestaat daar bezwaar tegen? Dat is niet het geval.

De motie-Agema (25657, nr. 349) is overgenomen.

Minister Helder:
Dan de vraag van mevrouw Sahla over het onderzoek naar de integrale pgb. Er zijn al eerder onderzoeken geweest; ik heb dat toegelicht in het debat. Op dit moment sta ik niet positief tegenover een nieuw onderzoek, maar ik ben bereid toe te zeggen dat we in gesprek gaan met Per Saldo en de gemeentes om te kijken of een nieuw onderzoek iets gaat opleveren. Dus dat kan ik toezeggen aan mevrouw Sahla.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Rond 13.00 uur vanmiddag gaan we stemmen. Dank aan de minister voor haar aanwezigheid. Blijft zij erbij, bij dit debat? Nee. Dan een hartelijk woord van welkom aan minister Kuipers. We lopen 38 seconden achter op het schema, dus we moeten doorzetten.

Zorgverzekeringswet / Eigen bijdragen in de zorg

Zorgverzekeringswet / Eigen bijdragen in de zorg

Aan de orde is het tweeminutendebat Zorgverzekeringswet / Eigen bijdragen in de zorg (CD d.d. 29/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Zorgverzekeringswet / Eigen bijdragen in de zorg. Het commissiedebat vond plaats op 29 juni jongstleden. We hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is mevrouw Paulusma van de fractie van D66. Het woord is aan haar.

Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u, voorzitter. Ik dien twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een zorgverzekeraar een modelovereenkomst mag aanbieden waarbij hij bepaalde prestaties wegens ethische of levensbeschouwelijke redenen buiten de dekking van de basiszorgverzekering mag houden;

constaterende dat minderjarigen onder de zorgverzekering van hun ouders vallen;

constaterende dat minderjarigen zodoende geen toegang hebben tot zorgprestaties die door de zorgverzekeraar als sterk controversieel worden gekenmerkt;

verzoekt de regering in kaart te laten brengen hoeveel en welke zorgverzekeraars een dergelijke modelovereenkomst aanbieden;

verzoekt de regering te laten onderzoeken welke zorgprestaties buiten de dekking blijven;

verzoekt de regering om de verzekerdenpopulatie van de betreffende modelovereenkomsten in kaart te laten brengen en daarbij te vermelden hoeveel minderjarigen vallen onder dergelijke verzekeringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paulusma en Ellemeet.

Zij krijgt nr. 1151 (29689).

Mevrouw Paulusma (D66):
De tweede motie gaat over het spreiden van het eigen risico.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat patiënten het verplichte eigen risico van €385 veelal na één zorgvraag moeten betalen en er hierdoor een onnodig hoge zorgdrempel ontstaat;

overwegende dat het spreiden van het verplicht eigen risico bijdraagt aan het verlagen van deze drempel en tegelijkertijd een prikkel behoudt op een verantwoord beroep op dure zorg;

van mening dat het spreiden van het verplichte eigen risico tijdig moet worden ingevoerd;

verzoekt de regering om inzichtelijk te maken welke stappen er nodig zijn en welk tijdpad wordt beoogd om de spreiding van het eigen risico zo snel mogelijk maar uiterlijk per januari 2025 in te laten gaan en de Kamer het wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt medio 2023 toe te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paulusma en Tielen.

Zij krijgt nr. 1152 (29689).

Dank u wel. Dan is er een hele korte vraag van de heer Hijink.

De heer Hijink (SP):
Ja, waarom is dit een motie? Dit is toch eigenlijk gewoon een vraag aan de minister die hij kan beantwoorden? Ik snap niet zo goed waarom dit met een motie moet.

Mevrouw Paulusma (D66):
Omdat ik daar graag een motie over wilde indienen, meneer Hijink.

De voorzitter:
Dat lijkt me een sluitende redenatie. Dan de heer Kuzu van de fractie van DENK.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat huisartsen aangeven de tijd voor een consult te willen verhogen naar standaard vijftien minuten;

overwegende dat huisartsen naast medische klachten vaak ook geconfronteerd worden met sociaal-economische en sociaal-maatschappelijke klachten van hun patiëntenpopulatie;

verzoekt de minister de NZa een aanwijzing te geven om de tijd voor een consult te verhogen naar standaard vijftien minuten en daarbij zorg te dragen voor passende financiering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu, Den Haan en Mohandis.

Zij krijgt nr. 1153 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat huisartsen de noodklok luiden ten aanzien van administratievelastendruk, de wachttijden in de tweede lijn, het sociaal domein, de ggz en de druk op de ANW (avond-, nacht- en weekenddiensten);

overwegende dat zorgverzekeraars een grote rol spelen in het ontstaan van administratievelastendruk, een rol hebben in het terugdringen van wachttijden en een bijdrage kunnen leveren aan het verlichten van de druk op de ANW door te sturen op samenwerking tussen huisartsenposten, SEH's en ambulancediensten;

verzoekt de regering om samen met de zorgverzekeraars actief te sturen op verbetering van de punten van zorg die door huisartsen zijn aangedragen, met als doel om voor de zomer van 2023 aanzienlijke en merkbare verbetering te bewerkstelligen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu, Den Haan, Agema, Tielen en Paulusma.

Zij krijgt nr. 1154 (29689).

De heer Kuzu (DENK):
En de laatste, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 190.000 mensen zijn aangemerkt als wanbetaler van de zorgverzekering;

overwegende dat in principe eenieder de premie voor de zorgverzekering moet voldoen en wanbetalers de solidariteit van het zorgstelsel ondermijnen;

voorts overwegende dat zich situaties kunnen voordoen waardoor mensen niet in staat zijn om hun zorgverzekeringspremie te voldoen;

constaterende dat dit in de praktijk kan leiden tot situaties waarbij een achterstallige rekening van €130 door incassokosten en/of deurwaarderskosten kan oplopen tot €650;

overwegende dat dit ertoe kan leiden dat een schuldenaar onmogelijk van de schulden afraakt;

verzoekt de minister van VWS om samen met de minister voor Armoedebeleid, Pensioenen en Participatie, de incassobranche, de Koninklijke Beroepsvereniging van Gerechtsdeurwaarders en zorgverzekeraars te onderzoeken hoe de wanbetalersregeling dusdanig verbeterd kan worden dat een achterstallige rekening niet kan leiden tot een excessieve vermeerdering van het basisbedrag, en de resultaten van dit onderzoek terug te koppelen aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Den Haan.

Zij krijgt nr. 1155 (29689).

Dank u wel. Een korte vraag van mevrouw Tielen.

Mevrouw Tielen (VVD):
Meneer Kuzu ging héél snel, maar volgens mij is de motie op stuk nr. 1154, die hij samen met mevrouw Den Haan indient, wel eentje waar ik ook graag mijn naam onder zou willen zetten. Dus dat zeg ik dan eventjes. Dat doe ik zo meteen buiten de orde van de vergadering even met meneer Kuzu.

De voorzitter:
Mevrouw Paulusma ook.

De heer Kuzu (DENK):
Zou ik die motie dan heel eventjes terug mogen?

De voorzitter:
Het wordt een soort handtekeningenactie nu.

De heer Kuzu (DENK):
O, het wordt gedaan door de griffie.

De voorzitter:
Wij doen dat. Agema, Tielen, Paulusma.

De heer Kuzu (DENK):
Mevrouw Tielen, mevrouw Paulusma, mevrouw Agema. Meneer Hijink, mevrouw Ellemeet, ook geïnteresseerd?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. We hebben een goed debat gehad, een tijdje terug alweer, over de Zorgverzekeringswet. Ik heb daar aandacht gevraagd voor vooral vrouwen die bijvoorbeeld voor kanker behandeld worden en een pruik nodig hebben. Ik ben echt blij dat de minister dit zo oppakt en zegt: ik ga hierover in gesprek. Ik zou nog maar een keer willen benadrukken: het is al erg genoeg als je ziek bent, en als iedereen dat ook nog ziet, is dat nog heftiger. Ik zie nu ook weer in mijn omgeving wat voor een impact dit heeft en hoe belangrijk het is dat je dan een volledige vergoeding hebt voor een pruik. Dat zou toch het minste moeten zijn dat wij in Nederland regelen voor mensen die zo ernstig ziek zijn?

Verder sta ik onder de motie van mevrouw Paulusma, met een goede reden, want we vinden het allebei ontzettend belangrijk dat je ook als je minderjarig bent, toegang hebt tot alle vormen van zorg, en daar niet in beperkt wordt door de keuzes die je ouders maken.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dan mevrouw Den Haan van de Fractie Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de NZa aangeeft dat mensen die op een wachtlijst staan voor een behandeling nog niet genoeg gebruikmaken van zorgbemiddeling door hun zorgverzekeraar zodat ze sneller behandeld kunnen worden in een ander ziekenhuis, omdat ze hier simpelweg niet van op de hoogte zijn;

overwegende dat, naast de al bestaande wachtlijsten, er ook nog steeds inhaalzorg wacht die is ontstaan door de achterstanden die zijn opgelopen in de afgelopen twee jaar van de COVID-19-pandemie;

overwegende dat het van belang is dat deze inhaalzorg snel plaatsvindt en de wachtlijsten drastisch worden verkort;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe binnen de privacyregelgeving de gegevens van wachtenden door zorgaanbieders kunnen worden doorgegeven aan de zorgverzekeraars zodat deze proactief aan wachtlijstbemiddeling kunnen gaan doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan en Kuzu.

Zij krijgt nr. 1156 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat steeds meer mensen die met hoge zorgkosten kampen die niet meer kunnen opbrengen;

verzoekt de regering te komen met voorstellen om hulpmiddelen die door de arts worden voorgeschreven naar beneden te brengen of te maximeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan en Kuzu.

Zij krijgt nr. 1157 (29689).

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Die zien we niet. De heer Hijink.

De heer Hijink (SP):
Twee moties, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit berekeningen van het ministerie van Volksgezondheid blijkt dat de nominale premie komend jaar fors dreigt te stijgen;

overwegende dat veel Nederlanders door de stijgende prijzen al moeite hebben om rond te komen;

verzoekt de regering om een stijging van de nominale premie in 2023 te voorkomen en de stijging van de zorguitgaven in plaats daarvan te financieren via de belastingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hijink en Ellemeet.

Zij krijgt nr. 1158 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel mensen moeite hebben om de kosten van zorg en bijkomende meerkosten te kunnen opbrengen en dat steeds meer mensen in de financiële problemen komen door de huidige inflatie;

van mening dat mensen die een eigen bijdrage voor zorg moeten betalen, financiële ruimte moeten overhouden voor basale zaken als ontspanning, kleding of het lidmaatschap van een vereniging;

verzoekt de regering om in overleg met patiëntenorganisaties de zak- en kleedgeldregeling te verhogen, zodat mensen meer financiële armslag hebben, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 1159 (29689).

Dan mevrouw Agema van de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik heb twee moties, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de coronazorgkosten toe te voegen aan de staatsschuld en niet af te wentelen op de zorgverzekeraars/zorgpremies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema.

Zij krijgt nr. 1160 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de rekening voor de inhaalzorg toe te voegen aan de staatsschuld en niet af te wentelen op de verzekeraars/zorgpremies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema.

Zij krijgt nr. 1161 (29689).

Prima. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors tweeënhalve minuut en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. We gaan er kort en puntig doorheen. Mag ik stilte in de zaal?

Minister Kuipers:
Voorzitter. Mijn appreciatie van de motie op stuk nr. 1151 is oordeel Kamer en dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 1152.

Ten aanzien van de motie op stuk nr. 1153 is mijn verzoek om die aan te houden, wat ook geldt voor de motie op stuk nr. 1154. De argumentatie bij beide moties is dat we op dit moment bezig zijn met de huisartsen, de verzekeraars, de ziekenhuizen en andere partijen om te kijken of we kunnen komen tot een Integraal Zorgakkoord. Ik hoop uw Kamer daar na het reces over te kunnen informeren. Onderwerpen zoals tijd voor een patiënt en de registratielast zijnde een administratieve last zijn nadrukkelijk onderwerp van gesprek in het overleg over dat Integraal Zorgakkoord.

De voorzitter:
Verzoek aan de heer Kuzu om de moties op de stukken nrs. 1153 en 1154 aan te houden.

De heer Kuzu (DENK):
Tijdens het commissiedebat hebben we het inderdaad gehad over het Integraal Zorgakkoord. De minister zei in dat debat het overleg daarover voor de zomer afgerond te hebben. De minister zegt toe dat hij er na de zomer op terugkomt. De motie op stuk nr. 1153 wil ik dan ook aanhouden, maar de motie op stuk nr. 1154 wil ik wel in stemming brengen, omdat die ook verdergaat.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kuzu stel ik voor zijn motie (29689, nr. 1153) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Wat is uw oordeel over de motie op stuk nr. 1154, minister?

Minister Kuipers:
Dan zet ik mezelf klem in het overleg over het Integraal Zorgakkoord. Ik ben het geheel eens dat we moeten zorgen dat de administratieve lasten naar beneden gaan. Dat zal via allerlei verschillende routes moeten, maar waar het gaat om de route die in deze motie specifiek is aangegeven moet ik tot het oordeel ontraden komen.

De voorzitter:
Ja. Dan de motie op stuk nr. 1155.

Minister Kuipers:
De motie op stuk nr. 1155 moet ik eveneens ontraden. Er vindt al een onderzoek plaats naar de effectiviteit van de wanbetalersregeling en de bestuursrechtelijke opslag. In het najaar ontvangt u daar een brief over.

De motie op stuk nr. 1156 geef ik oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1157 is ontraden. Ik ga eerst monitoren wat de effecten zijn van de stapeling. Ik refereer ook aan de brief die in het najaar komt.

De motie op stuk nr. 1158 is ontraden. De motie op stuk nr. 1159 is eveneens ontraden. De motie op stuk nr. 1160 ontraden. Coronakosten zijn zorgkosten. De motie op stuk nr. 1161 is eveneens ontraden. Hetzelfde geldt voor de inhaalzorgkosten; dat zijn zorgkosten.

De voorzitter:
Prima. Een vraag nog van mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
De Tozo, toch snelregelingen, zijn toegevoegd aan de staatsschuld. Daarvan kan ook de redenering zijn: ja, maar dat zijn kosten voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat is gelukkig niet gebeurd, dat is gelukkig niet op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid terechtgekomen maar op de staatsschuld. Dus waarom is dan de redenering bij VWS dat coronazorgkosten zorgkosten zijn en dat ze dan wel bij VWS moeten worden afgetikt?

Minister Kuipers:
Omdat ze ook via de systematiek van de zorgkosten lopen. Het zijn zorgkosten, ze zijn ook als zodanig gefinancierd en ze worden ook voor het komende jaar weer meegenomen in de overall zorgkosten.

De voorzitter:
Prima, dank u wel. Dank ook voor uw bondigheid. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond stemmen wij over deze moties, zoals we vanavond stemmen over alle moties die vandaag zijn ingediend.

Modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem

Modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem

Aan de orde is het tweeminutendebat Modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (29477, nr. 761).

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het tweeminutendebat Modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem. We hebben drie sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks. Het woord is aan haar.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Ik spreek mede namens de heer Mohandis. Soms zijn dingen zo technisch dat je bijna vergeet en niet kan inzien waar het eigenlijk om gaat. Zoiets is het geneesmiddelenvergoedingssysteem. Ik wil een waarschuwing afgeven aan de Kamer. Dit dreigt mis te gaan. We dreigen in te stemmen met een voorstel dat mensen, chronische patiënten, met nog meer zorgkosten gaat opzadelen. Dat mag niet gebeuren. Als je kijkt naar het advies dat aan de Kamer is toegestuurd, blijkt dat veel meer chronisch zieken moeten gaan betalen voor hun geneesmiddelen. Dit kan oplopen tot wel 3 miljoen mensen en de ondergrens wordt geschat op 1,5 miljoen mensen. Zelfs de ambtenaren van de minister waarschuwen dat we te snel nu een nieuw systeem invoeren. De artsen zijn duidelijk, de apothekers zijn duidelijk. Iedereen uit het veld zegt: doe dit niet. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat chronisch zieke patiënten bovengemiddeld vaak financieel kwetsbaar zijn en gezien de hoge inflatie al nauwelijks tot niet kunnen rondkomen;

constaterende dat de "modernisering" van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem chronische patiënten straks voor een duivels dilemma plaatst tussen het betalen van een eigen bijdrage van tot wel €250 of dat zij moeten overstappen naar het goedkoopste geneesmiddel terwijl dat lang niet altijd de beste behandelmethode betreft;

constaterende dat artsen én apothekers zich in groten getale zorgen maken over de medische consequenties voor patiënten en dat de invoering van de "modernisering" tevens een extra werkdruk voor hen oplevert wat naar schatting 37 miljoen euro kost;

overwegende dat uit de beslisnota blijkt dat ambtenaren zich zorgen maken over het "zeer krappe" tijdspad en dat de voorgenomen invoering leidt tot een "minder zorgvuldige uitwerking";

verzoekt de regering af te zien van een invoering van de modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem per 2023;

verzoekt de regering alternatieven uit te werken hoe de kosten op geneesmiddelen kunnen worden gedrukt zonder dat chronische patiënten de rekening hiervoor moeten betalen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet, Mohandis en Hijink.

Zij krijgt nr. 777 (29477).

Heel goed. Dank u wel. Dan mevrouw Den Haan van de Fractie Den Haan. Zij is tevens de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is om het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) per 1 januari 2023 te wijzigen;

overwegende dat er bij apothekers, artsen en patiënten grote zorgen zijn en onzekerheid is over de mogelijke effecten hiervan in de praktijk en zij daarom bij de Kamer zwaarwegende bezwaren hierover uiten;

overwegende dat er onduidelijkheid en zorgen zijn over de risico's op gezondheidseffecten voor patiënten en dat er grote zorgen zijn over de financiële effecten van additionele bijbetalingen voor patiënten en vertrouwensproblemen in geneesmiddelen voor patiënten;

overwegende dat er zorgen zijn over de gevolgen van de herziening per cluster, en met name de uitwisselbaarheid van geneesmiddelen;

overwegende dat zorgverleners benadrukken dat de herziening extra druk legt op de zorg in termen van administratieve lasten en tijdsinvesteringen om de GVS-herziening uit te voeren en uit te leggen;

overwegende dat de Tweede Kamer nog in afwachting is van een rapport over de regeldrukeffecten, en de daarmee gepaard gaande extra werkzaamheden en kosten, voor zorgverleners van deze herziening;

verzoekt de regering om de Tweede Kamer eerst volledig te informeren over alle gevolgen van deze GVS-herziening voordat de regering definitief overgaat tot besluitvorming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Den Haan.

Zij krijgt nr. 778 (29477).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is het Geneesmiddelenvergoedingssysteem per 1 januari 2023 te wijzigen;

constaterende dat onzekerheid bestaat over hoeveel en welke patiëntgroepen te maken krijgen met bijbetalingen;

overwegende dat de reële gevolgen voor specifieke patiëntgroepen pas inzichtelijk worden als de nieuwe vergoedingslimieten bekend zijn;

overwegende dat de Tweede Kamer inzicht wenst in het effect van de GVS-wijziging voor patiëntgroepen;

verzoekt de regering direct na vaststelling van de vergoedingslimieten in overleg te treden met de vertegenwoordigingen van patiënten, apothekers, voorschrijvers en leveranciers om tot een nauwkeuriger schatting te komen van de gevolgen voor specifieke patiëntgroepen, en de Tweede Kamer daarover voor Prinsjesdag te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Den Haan.

Zij krijgt nr. 779 (29477).

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Ook de heer Hijink heeft zich nog aangemeld om te spreken. Het woord is aan hem.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. Ik wil inderdaad twee moties indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer Nederlanders moeite hebben om rond te komen;

overwegende dat de eigen bijdragen hierdoor een steeds grotere drempel voor noodzakelijke geneesmiddelen vormen;

verzoekt de regering om de maximale eigen bijdrage voor geneesmiddelen zo snel mogelijk tot het einde van 2023 te verlagen tot €0,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 780 (29477).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet voornemens is meer ontwikkeling en productie van geneesmiddelen en vaccins in Nederland en de EU te laten plaatsvinden;

verzoekt de regering om om die reden niet over te gaan tot privatisering van vaccinontwikkelaar Intravacc,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 781 (29477).

Dank u wel. Een handgeschreven motie op een half A4'tje: het decorum verdwijnt elke dag iets meer uit de Tweede Kamer. Ik schors voor vijf minuten, en dan gaan we luisteren naar de antwoorden van de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De minister krijgt een bonuspunt, want hij heeft zich aan de vijf minuten gehouden. Het woord is aan hem.

Minister Kuipers:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst heb ik één korte toelichting van mijn kant, want zoals mevrouw Ellemeet terecht aangeeft, zijn er rondom het geneesmiddelenvergoedingssysteem en de modernisering daarvan verschillende belangen te benoemen. Ten aanzien van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen zijn er veel belanghebbenden. Dat begint allereerst bij een patiënt, en daarnaast ook bij de Nederlandse burger en de Nederlandse premiebetaler. Dan heb je degene die de medicatie voorschrijft en degene die dat verstrekt, dus de arts en apotheker. En tot slot is er de farmaceutische industrie, met zowel de fabrikant als de groothandel. Die zijn allemaal onmisbaar, maar er liggen verschillende rapporten van de afgelopen acht jaar waarin er telkens op gewezen wordt dat een revisie van het geneesmiddelenvergoedingssysteem zinvol is en zou kunnen leiden tot een substantiële besparing. Dat brengt mij bij de appreciatie van de moties.

De eerste motie, die op stuk nr. 777, is ontraden.

De voorzitter:
Er is een vraag van mevrouw Ellemeet.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Weet de minister wat het gemiddeld besteedbaar inkomen is van een chronisch patiënt?

Minister Kuipers:
Dat kan ik zo niet uit mijn hoofd zeggen. Ik weet wél dat bijbetaling voor en betaling van medicamenten voor veel patiënten een relevant item is. Dat is ook een reden om de maximale eigen bijdrage ten aanzien van medicatie te maximeren voor het komende jaar.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Met dit voorstel van het kabinet, van deze minister, gaat ongeveer 50% van de kosten opgehoest moeten worden door chronisch patiënten, zo is de inschatting. Dat betekent dat heel veel van hen meer gaan betalen voor hun medicijnen, en dat terwijl hun gemiddeld besteedbaar inkomen al ontzettend laag is. Ik zou het wel willen uitschreeuwen richting deze minister: doe het niet. Kijk naar de samenleving, naar Nederland en naar de situatie waarin heel veel mensen in kwetsbare posities zich bevinden. Kijk naar wat er qua kosten op hen afkomt komend najaar, en misschien ook nog later. Ze kunnen het hoofd bijna niet boven water houden. Nu wil de minister een systeem invoeren waarbij naar inschatting ten minste de helft van de kosten moet worden opgehoest door chronische patiënten. Zo ken ik deze minister niet. Ik vraag hem: doe het niet.

Minister Kuipers:
Ik hoor het pleidooi van mevrouw Ellemeet, maar mevrouw Ellemeet gaat even voorbij aan de opmerkingen die ik maakte in mijn korte inleiding. Al acht jaar lang krijgen we rapportages die suggereren dat wij als Nederlandse burgers, inclusief patiënten en alle premiebetalers, aanzienlijk te veel betalen voor onze medicamenten. Dat zijn de kosten waarover mevrouw Ellemeet het heeft: gewoon de maandelijkse kosten van je zorgpremie. Ik denk dat mevrouw Ellemeet het volledig ondersteunt dat deze minister zich wil inzetten voor het naar beneden krijgen van de zorgkosten en daarbij ook de impact wil beperken voor patiënten die medicatie gebruiken. Daar zet deze revisie op in.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 778.

Minister Kuipers:
De motie op stuk nr. 778 is ontraden.

De motie op stuk nr. 779 is oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 780 is ontraden.

De motie op stuk nr. 781 is eveneens ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid vandaag.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond gaan wij stemmen over al deze moties. Ik schors enkele ogenblikken. De minister van Infrastructuur is onderweg hiernaartoe. Zo gauw hij er is, gaan we beginnen met het volgende debat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regionale luchthavens

Regionale luchthavens

Aan de orde is het tweeminutendebat Regionale luchthavens (CD d.d. 08/06).

De voorzitter:
De minister is gearriveerd. Welkom; fijn dat u bij ons bent. Aan de orde is thans het tweeminutendebat Regionale luchthavens. Het commissiedebat vond plaats op 8 juni. Wij hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is de heer Van Haga van de Groep Van Haga. Het woord is aan hem.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. BVNL staat voor de regionale luchthavens, die de regio een economische impuls geven en van belang zijn om Schiphol te ontlasten. Daarom hebben wij twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de besluitvorming omtrent de opening van Lelystad Airport wederom is uitgesteld;

overwegende dat een snelle opening van Lelystad Airport gezien de chaos op Schiphol in het belang van Nederland is;

verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om een snelle opening van Lelystad Airport mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 964 (31936).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van IenW aangeeft dat hij geen middelen op de begroting heeft ter ondersteuning van regionale luchthavens;

constaterende dat een aantal regionale luchthavens in de toekomst wellicht om financiële steun zal vragen bij het Rijk;

overwegende dat regionale luchthavens van nationaal belang zijn en daarom behouden dienen te worden;

verzoekt de regering op de begroting van IenW voor het jaar 2023 financiële middelen voor regionale luchthavens te reserveren, zodat financiële steun voor regionale luchthavens in ieder geval een mogelijkheid is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 965 (31936).

Dank u wel. Dan de heer Koerhuis van de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter. Eerder is een motie van mij aangenomen om te onderzoeken hoe Eelde economisch rendabel kan worden gemaakt, hoe de continuïteit kan worden gewaarborgd en welke rol Schiphol hierbij kan spelen. Ik wil de minister vragen wat de stand van zaken is en hoe de gesprekken gaan met Eelde en Noord-Nederland. Hierop heb ik dus nog geen motie van mij.

Een andere eerder aangenomen motie van mij ging over het regie pakken op het overplaatsen van vakantievluchten van Schiphol naar Eelde en Maastricht. Wat is de stand van zaken? Ik schrok van een bericht vorige week dat TUI vakantievluchten wilde overplaatsen naar Eelde, maar dat het ministerie niet mee leek te willen werken. Kan de minister hierop ingaan? Ook hierover heb ik nog geen motie.

Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Dan mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter, ik heb een tweetal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met het afhaken van de bewonersvertegenwoorders en de omliggende gemeenten het participatieproces voor de toekomst van Rotterdam The Hague Airport is mislukt;

overwegende dat hiermee niet is voldaan aan een van de belangrijkste voorwaarden;

verzoekt de regering om de uitkomst van het nu lopende proces te negeren en Rotterdam The Hague Airport mede te delen dat een door de omgeving gedragen proces een voorwaarde is voor besluiten over de toekomst van de luchthaven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Van Raan.

Zij krijgt nr. 966 (31936).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de regionale luchthavens, zoals Eelde, Maastricht en Rotterdam, niet financieel te ondersteunen met subsidies, giften, leningen, gratis diensten, kortingen op tarieven, leningen en belastingen, of het overnemen van kosten, direct of via medeoverheden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Van Raan.

Zij krijgt nr. 967 (31936).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van Raan van de fractie van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. We struikelen in dit land over luchthavens die hun vergunningen niet op orde hebben. Daarom gaan wij een eerder aangehouden motie ook in stemming brengen, namelijk de motie op stuk nr. 957.

Dan heb ik nog wat andere moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanwege de drukte op Schiphol er vluchten verplaatst worden van Schiphol naar de regionale luchthavens;

constaterende dat er nog passende natuurvergunningen nodig zijn voor Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Maastricht Aachen Airport en Eindhoven Airport;

constaterende dat er nog luchthavenbesluiten nodig zijn voor Rotterdam The Hague Airport, Maastricht Aachen Airport en Groningen Eelde Airport;

van mening dat regionale luchthavens zonder passende natuurvergunning of actueel luchthavenverkeersbesluit in ieder geval geen extra vluchten kunnen overnemen;

verzoekt de regering op zijn minst te voorkomen dat de genoemde luchthavens meer vluchten gaan uitvoeren of vluchten overnemen van Schiphol,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Kröger.

Zij krijgt nr. 968 (31936).

De heer Van Raan (PvdD):
Ik dacht dat deze mede-ingediend was door mevrouw Kröger, maar ik ben even de kluts kwijt. Klopt dat? Ja? De motie op stuk nr. 968 is mede-ingediend door mevrouw Kröger. Dank je wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de bewonersvertegenwoordigers het participatieproces rondom Rotterdam The Hague Airport hebben verlaten, omdat men weigerde om over krimp van de luchthaven te spreken;

constaterende dat de gemeente Rotterdam om die reden het voorlopig pakket niet wil ondertekenen;

constaterende dat de Provinciale Staten van Zuid-Holland uitspreken dat het proces als mislukt moet worden beschouwd en dat inwoners nu gelijkwaardig betrokken moeten worden;

verzoekt de regering om de directie van Rotterdam The Hague Airport te vragen een krimpscenario uit te werken en de bewonersvertegenwoordigers daar volwaardig bij te betrekken;

verzoekt de regering tot dit scenario is uitgewerkt, geen luchthavenverkeersbesluit voor Rotterdam The Hague Airport vast te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Kröger.

Zij krijgt nr. 969 (31936).

De heer Van Raan (PvdD):
Ook deze motie is mede-ingediend door mevrouw Kröger, die ik wel even aankijk. Ja, ik zie geknik.

Dank u wel, voorzitter. Dat waren ze. Ik heb ook de aangehouden motie.

De voorzitter:
De aangehouden motie?

De heer Van Raan (PvdD):
Ik wil de motie op stuk nr. 957 in stemming brengen voor een appreciatie.

Dank u wel.

De voorzitter:
Oké. Heel goed. Dank u wel. Dan de heer Graus van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering alle regionale luchthavens (inclusief Lelystad Airport) in te zetten ten behoeve van het ontlasten van Schiphol en ter voorkoming van verplaatsing van vluchten naar het buitenland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Koerhuis.

Zij krijgt nr. 970 (31936).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering als medeverantwoordelijke partij in samenwerking met de provincie Limburg zorg te dragen dat de benodigde basisinfrastructuur van Maastricht Aachen Airport als luchthaven van nationaal belang zo spoedig mogelijk toekomstbestendig wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.

Zij krijgt nr. 971 (31936).

De heer Graus (PVV):
Want het nationaal belang, dat dienen wij. Voor de Dienst Verslag en Redactie: dat "dat dienen wij" hoort niet bij de motie.

De laatste motie is ook ten behoeve van mijn echte vaderland, Limburg. Want dát is mijn echte vaderland. Het is een achtergesteld gebied hier in de Tweede Kamer, ook als het gaat om de coronasteun aan het watersnoodgebied en ook aan de ondernemers. We zullen dat vanmiddag bij de stemmingen weer kunnen zien, hopelijk niet.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Maastricht Aachen Airport een essentieel onderdeel is van de Limburgse basisinfrastructuur;

voorts constaterende dat Maastricht Aachen Airport een luchthaven betreft van nationaal belang inzake luchtvracht, overflow in dezen vanuit Schiphol, en hiermede van groot economisch belang, bijdragend aan een beter vestigingsklimaat;

verzoekt de regering waar en indien mogelijk bij te dragen aan de samenwerking met, en eventuele participatie in, Maastricht Aachen Airport door Schiphol,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Koerhuis.

Zij krijgt nr. 972 (31936).

Dank u wel. Mag ik u nog een prettig reces wensen?

De heer Graus (PVV):
U ook, als ik u niet meer zie. Dank u wel, meneer de voorzitter.

De voorzitter:
De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Eerdmans van de fractie van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter. Dat kan langer, want ik dacht dat we vandaag nog niet klaar waren, meneer Graus. Of bent u zover om al richting Limburg te verkassen?

De voorzitter:
We zijn nog lang niet klaar met de heer Graus.

De heer Eerdmans (JA21):
Nee, we zijn nog niet klaar, zeker niet met de heer Graus.

Ik heb vandaag ook twee voorstellen aan de Kamer. Dat doe ik met eer en genoegen ook namens collega Eppink en meneer Koerhuis, dus dat belooft wat te worden. De eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangeeft in gesprek te gaan met de regionale luchthavens op het gebied van het opstellen van een gezamenlijke luchthavenstrategie;

overwegende dat informatievoorziening hierover richting de Kamer zeer wenselijk is;

verzoekt de regering de Kamer tweemaal per jaar per brief op de hoogte te stellen van de voortgang van deze gesprekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Koerhuis.

Zij krijgt nr. 973 (31936).

De heer Eerdmans (JA21):
De tweede gaat als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel jonge aspirant-piloten niet durven te starten met de pilotenopleiding door de hoge kosten;

constaterende dat de overheid de toegankelijkheid van opleidingen wil stimuleren;

constaterende dat er een tekort is aan piloten binnen de luchtvaartsector;

overwegende dat de Nederlandse Staat een bijdrage doet aan andere kostbare praktijkopleidingen die van cruciaal belang zijn voor de veiligheid en de gezondheid;

overwegende dat de pilotenopleidingen een enorme boost geven aan regionale luchthavens en de omliggende regio;

verzoekt de regering om met de betrokkenen in overleg te gaan en te onderzoeken of het mogelijk is om:

  • een situatie te creëren waarin jonge piloten niet langer met onredelijke financiële risico’s worden geconfronteerd;
  • als Staat een bijdrage te doen aan de kosten van de pilotenopleiding;
  • inzichtelijk te maken waarom de kosten van een pilotenopleiding in Nederland hoger zijn dan in de ons omringende landen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans en Eppink.

Zij krijgt nr. 974 (31936).

Ik schors twee minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Harbers:
Dank u wel, voorzitter. Eerst de vragen van de heer Koerhuis. De stand van zaken wat betreft de besprekingen met Groningen Airport Eelde legde ik in het commissiedebat van enkele weken geleden al uit. Er wordt actief gesproken tussen Schiphol Group aan de ene kant en Airport Eelde aan de andere kant. Ook de regio speelt een belangrijke rol, want die is als eerste aan zet om de visie op de toekomst van Groningen Airport Eelde te bepalen en aan de hand daarvan een verzoek te doen voor het luchthavenbesluit. Dus dat is gewoon de stand van zaken. Daar is men druk mee bezig. Schiphol kijkt daarbij mee en is aangehaakt bij die gesprekken.

De voorzitter:
Eén korte vraag van de heer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):
Heel kort; ik weet dat het de laatste dag is. De motie vraagt ook dat het ministerie meedoet aan die gesprekken, dus nogmaals dat verzoek. Ik ga de motie niet nog een keer indienen, maar het ministerie moet wel meedoen aan die gesprekken.

Minister Harbers:
Dat gaf ik ook aan. Ook het ministerie kijkt in ieder geval mee, is betrokken/aanwezig bij die gesprekken. Maar het is in de eerste plaats niet aan ons om dat in te vullen.

Dan het uitplaatsen van vluchten naar Groningen Airport Eelde. Ik informeer u periodiek over de drukte op Schiphol. Het is een zelfstandige beslissing van luchtvaartmaatschappijen om vluchten te verplaatsen naar Eelde. Dat moet wel binnen de bestaande vergunningen en openingstijden. Specifiek lag er een verzoek om de nachturen behoorlijk op te rekken, al dan niet tijdelijk. Er was juridisch geen ruimte en ook geen instrument om dat op deze termijn mogelijk te maken, nog los van de principiële vraag of je dat zou willen.

Dan de moties. Eerst de motie van de heer Van Haga en de heer Smolders op stuk nr. 964. Ik heb in mijn brief van twee weken geleden aangegeven dat het kabinet in 2024 een besluit neemt over de eventuele opening van Lelystad. Dat is het staand kabinetsbeleid. Ik ga er zomaar van uit dat deze motie zegt dat het sneller moet, want er staat ook "een snelle opening van Lelystad Airport". Dat is niet realistisch. Om die reden ontraad ik de motie.

De motie op stuk nr. 965 verzoekt om middelen op de begroting voor het jaar 2023. Die ruimte is er niet op de IenW-begroting en zit ook niet als dekkingsvoorstel in deze motie. Financiële steun van de overheid voor de exploitatie van luchthavens is daarnaast vanwege Europese regelgeving nagenoeg uitgesloten. Het is in de eerste plaats aan luchthavens en aandeelhouders om de exploitatie rond te krijgen door een sluitende businesscase te maken. Om die reden ontraad ik de motie.

De motie op stuk nr. 966 van mevrouw Kröger en de heer Van Raan ontraad ik ook, want die motie vraagt mij om vooruit te lopen op de uitkomst van een proces dat nog niet afgerond is. Bij Rotterdam The Hague Airport ligt wel de opdracht om zich in te spannen om bij de uiteindelijke aanvraag rekening te houden met alle belangen. Dat heeft Rotterdam The Hague Airport ook toegezegd. Ik zal te zijner tijd beoordelen of de aanvraag daaraan voldoet.

De voorzitter:
Eén korte vraag van mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Het participatieproces loopt nu helemaal spaak. Is de minister bereid om aan te geven dat het proces zoals het er nu voorstaat, niet kan leiden tot zorgvuldige besluitvorming?

Minister Harbers:
Dat laatste is jumping to conclusions. Het is de taak van Rotterdam The Hague Airport om met een gedragen participatieproces tot een aanvraag voor het luchthavenbesluit te komen, dus dat is al onderdeel van de opdracht aan Rotterdam The Hague Airport. Het proces is niet afgerond en dat er wat vlot te trekken is, is ook evident.

De voorzitter:
Motie op stuk nr. 967.

Minister Harbers:
De motie op stuk nr. 967 verzoekt geen financiële steun te geven aan regionale luchthavens. Die ontraad ik ook. Het is staand beleid. Het is de verantwoordelijkheid van luchthavens om de exploitatie rond te krijgen. Voor de duurzaamheidstransitie krijgen verschillende vervoersmodaliteiten financiële ondersteuning. Daar moeten we de luchtvaart niet van uitzonderen.

De motie-Van Raan/Kröger op stuk nr. 968 ontraad ik ook. Luchthavens kunnen verkeer accommoderen binnen de vergunning die ze hebben. Dat is voor mij het kader. Ik heb geen instrumenten om daarbinnen het verkeer verder te sturen of te beperken.

De heer Van Raan (PvdD):
Misschien moet de minister zijn eigen woorden nog even terugluisteren. Hij zegt dat hij geen mogelijkheden heeft om binnen de vergunningen te spelen met die getallen, maar het hele punt is, ook van de motie, dat er in sommige gevallen helemaal geen vergunningen zijn. Dan kun je op z'n minst zeggen: niet meer vluchten, want je hebt niet eens een vergunning. Mij lijkt toch dat de minister daar weinig moeite mee kan hebben.

Minister Harbers:
Ik handel binnen het geldende kader dat de luchthavens tot 2024 hebben om tot de bijbehorende natuurbeschermingsvergunning te komen, en het luchthavenbesluit. Dat is voor mij het kader.

De motie-Van Raan/Kröger op stuk nr. 969 over een krimpscenario voor Rotterdam The Hague Airport ontraad ik ook, omdat het echt aan het regionale proces is, aan de omwonenden, de regionale bestuurders en de sector, om te bepalen of krimp onderzocht wordt. Het is niet mijn rol om daarin te treden. Ik beoordeel straks het eindresultaat en of dat al dan niet op draagvlak kan rekenen.

Dan de motie-Graus op stuk nr. 970. Hiervoor geldt ook dat het aan de luchthavens en de luchtvaartmaatschappijen zelf is om eventueel vluchten van Schiphol naar andere luchthavens te verplaatsen. We hebben geen instrumenten om dat te bewerkstelligen. De motie is vrij strikt. Het dictum verzoekt de regering om alle regionale luchthavens in te zetten. Dat kunnen wij niet bewerkstelligen. Dat zou een reden zijn om de motie te ontraden. Als de heer Graus wil dat we in ieder geval de mogelijkheden van regionale luchthavens onder de aandacht brengen, dan zou het oordeel Kamer zijn, want dat is precies wat we hebben gedaan. Maar er is geen enkel instrument om actief te bewerkstelligen wat de heer Graus vraagt.

De voorzitter:
De heer Graus knikt ja en daarmee is het een feit.

Minister Harbers:
De motie-Graus op stuk nr. 971 gaat over Maastricht Aachen Airport als luchthaven van nationaal belang. Die motie ontraad ik, want dit is echt wat we bij alle regionale luchthavens doen. Exploitatie, instandhouding en onderhoud zijn de verantwoordelijkheid van de luchthavens en de aandeelhouders, en niet van het Rijk. Het Rijk wil in de uitwerking van de toekomstvisie komen tot een nieuw luchthavenbesluit en daarin Maastricht Aachen Airport ondersteunen, maar dat betekent wel dat de regio daar een positief besluit over moet nemen en al die input aan het Rijk dient te verstrekken. Maar we hebben geen middelen om financieel bij te dragen aan de exploitatie van de luchthaven.

De heer Graus (PVV):
Van oudsher draagt de regering bij aan bepaalde infrastructuur die van nationaal belang kan zijn. De regering draagt ook bij aan de wegen, om maar wat te noemen, en aan de luchthaven. Dat gebeurt door heel Europa, hoor. Het is allemaal één Europa, maar dan is het opeens weer niet één Europa. Overal dragen regeringen en staten bij aan de basisinfrastructuur van regionale luchthavens.

De voorzitter:
Helder.

Minister Harbers:
Ik wijs kort op de Luchtvaartnota, waarin we dat besluit niet hebben genomen. Dat geldt overigens evenzeer voor Schiphol. Men moet zelf op commerciële wijze in de financiering van de hele infrastructuur voorzien.

Dan de motie-Graus/Koerhuis op stuk nr. 972. Daar staat in wat wij al doen. Om die reden zou ik de motie kunnen overnemen.

De voorzitter:
Bestaat daar bezwaar tegen? Ik stel vast dat dat niet het geval is. Dan wordt de motie overgenomen en gaan we er dus niet over stemmen.

De motie-Graus/Koerhuis (31936, nr. 972) is overgenomen.

Minister Harbers:
De motie-Eerdmans/Koerhuis op stuk nr. 973 verzoekt om twee keer per jaar te informeren over de gezamenlijke luchthavenstrategie. Dat is ook onderdeel van de Luchtvaartnota. Ik informeer de Kamer al periodiek over de samenwerking. Dat zou ik vaker kunnen doen dan twee keer per jaar, maar laat ik afspreken dat ik in ieder geval twee keer per jaar de stand van zaken aangeef in de verzamelbrief luchtvaart. Als de heer Eerdmans daarmee kan leven, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De heer Eerdmans steekt zijn duim omhoog, dus bij dezen.

Minister Harbers:
De motie-Eerdmans/Eppink op stuk nr. 974 gaat wel te ver, omdat die ook uitspreekt om een bijdrage te leveren aan de kosten van de pilotenopleidingen. We hebben het in het debat niet gehad over het vraagstuk daarachter. De motie zelf ontraad ik. Ik kan de heer Eerdmans wel toezeggen dat ik in kaart zal brengen hoe het zit met de pilotenopleidingen. Wat betreft de andere delen van de motie waarin hij hint op een onderzoek: ik kan de Kamer toezeggen dat ik voor het einde van het jaar een brief zal sturen met daarin wat meer inzicht in hoe het staat met de pilotenopleidingen in Nederland.

De voorzitter:
Heel goed. We krijgen die brief, maar ...

Minister Harbers:
De motie zelf ontraad ik, want die gaat twee stappen te ver.

De voorzitter:
De motie zelf is ontraden. Helder, helder. We gaan er gewoon over stemmen. Er is nog een aangehouden motie van de heer Van Raan, maar die hebben wij niet en die heeft de minister ook niet. Het woord is aan de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Wij trekken de motie op stuk nr. 966 in. Die gaat over Rotterdam The Hague Airport.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Kröger/Van Raan (31936, nr. 966) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De heer Graus (PVV):
Allereerst dank aan de minister voor het overnemen van de motie op stuk nr. 972. Die participatie aan die gesprekken zou eerst geen taak van de regering zijn, vandaar dat ik de motie toch heb ingediend. Maar bedankt voor dat herziene inzicht. Ten slotte. De motie op stuk nr. 970 wordt medeondertekend door meneer Koerhuis.

De voorzitter:
Dat voegen we toe.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, meneer de voorzitter.

De voorzitter:
Tot zover. Vanavond … De heer Van Raan nog? Kort, kort, kort.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik heb pardoes een motie van collega Kröger ingetrokken. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik bedoelde de motie op stuk nr. 969 en niet de motie op stuk nr. 966.

De voorzitter:
Oké, dus de motie-Van Raan op stuk nr. 969 wordt ingetrokken, en de motie-Kröger/Van Raan op stuk nr. 966 wordt niet ingetrokken. Het wordt tijd voor vakantie voor u, meneer Van Raan, stel ik vast.

Aangezien de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 969) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Goed. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

Verduurzaming luchtvaart

Verduurzaming luchtvaart

Aan de orde is het tweeminutendebat Verduurzaming luchtvaart (CD d.d. 16/06).

De voorzitter:
We gaan meteen over naar het tweeminutendebat Verduurzaming luchtvaart. We hebben vier deelnemers. De eerste is de heer Boucke van de fractie van D66. Het woord is aan hem.

De heer Boucke (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een verdere afzwakking van het Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (CORSIA) aanleiding kan zijn om het EU Emissions Trading System (ETS) verder aan te scherpen;

constaterende dat de verduurzamingsdoelstellingen voor de luchtvaartsector zo veel mogelijk hand in hand moeten gaan met het waarborgen van een gelijk speelveld;

verzoekt de regering in geval van verdere afzwakking van CORSIA in Europees verband de mogelijkheden te onderzoeken hoe het intercontinentale vliegverkeer onder het ETS gebracht kan worden;

verzoekt de regering bij dit onderzoek de invoering van een grensheffing, bijvoorbeeld door opname in het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) of een CO2-grensheffing te betrekken, en de Kamer hierover voor het einde van 2022 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boucke en Koerhuis.

Zij krijgt nr. 975 (31936).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland een duurzame koploper in de luchtvaart wil worden;

overwegende dat dit vraagt om een visie, een plan en een groeipad voor de productie, opslag en het transport van duurzame luchtvaartbrandstoffen en de productie en import van noodzakelijke duurzame energie in internationale context;

verzoekt de regering een visie, een plan en een groeipad tot 2030 en 2050 op te stellen ten aanzien van de productie, opslag en het transport van duurzame luchtvaartbrandstoffen, en daarbij de internationale context in de energietransitie te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boucke, Koerhuis, Bontenbal en Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 976 (31936).

De heer Boucke (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Dan de heer Koerhuis van de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter. Vliegtuigen kunnen al vliegen op biobrandstoffen en synthetische brandstoffen. We hebben een aantal commissieactiviteiten over duurzame luchtvaart gehad. Telkens eindigden we als commissie met de vraag waar we als land biobrandstoffen en energie voor synthetische brandstoffen vandaan moeten halen. Dat kan van windenergie op de Noordzee en van kernenergie, maar ook van zonne-energie uit Zuid-Europa. De heer Boucke heeft hiervoor een mooie motie ingediend. Ik wil daar nog aan toevoegen dat we als land in de Rotterdamse haven vooroplopen in fossiele brandstoffen, en ik wil dat we dat ook blijven doen bij biobrandstoffen en synthetische brandstoffen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Ik heb een tweetal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat 8% van de Nederlanders verantwoordelijk is voor 40% van onze vluchten;

overwegende dat dit vooral zakelijke vluchten zijn, waarvan een groot deel prima is te vervangen door videobellen;

constaterende dat 4% tot 12% van de beschikbare stoelen wordt aangewend voor beloningen uit frequentflyerprogramma's;

overwegende dat frequentflyerprogramma's vliegen aanmoedigen, zowel om extra punten te verdienen als bij de besteding ervan;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe frequentflyerprogramma's kunnen worden verboden, dan wel extra belast of anderszins effectief worden ontmoedigd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger.

Zij krijgt nr. 977 (31936).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Tot slot een motie over stikstof.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland de uitstoot van stikstofdioxide en ammoniak enorm moet beperken om zo aan rechterlijke uitspraken, wetten en verdragen te voldoen en de vergunningverlening weer op gang te brengen;

spreekt uit dat dit een gezamenlijke opgave voor heel Nederland is en dat alle sectoren van de economie, inclusief de luchtvaart, hier een evenredige bijdrage aan moeten leveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Bromet.

Zij krijgt nr. 978 (31936).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van Raan, van de fractie van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zie dit maar als een herkansing. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.

Ik breng de aangehouden motie op Kamerstuk 31936, nr. 956 in stemming. Die verzoekt de regering in kaart te brengen wat de energetische behoefte van de zee- en luchtvaart is.

Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ook de niet-CO2-effecten van de luchtvaart een significante bijdrage leveren aan de klimaatcrisis;

verzoekt de regering op korte termijn met concreet beleid te komen om de niet-CO2-effecten van de luchtvaart terug te dringen en als dit niet lukt aan te geven in welke andere sector deze additionele reductieopgave toch gerealiseerd gaat worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Kröger.

Zij krijgt nr. 979 (31936).

De heer Van Raan (PvdD):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de media berichten verschijnen dat de Polderbaan mogelijk illegaal is aangelegd;

overwegende dat Schiphol nu moet aantonen dat door de groei van het vliegverkeer en de aanleg van de Polderbaan sinds 2003 de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet is toegenomen en dat kwetsbare flora en fauna niet zijn aangetast;

verzoekt de regering de Kamer uitgebreid te informeren over de aanleg van de Polderbaan, de besluitvorming destijds, een tijdlijn met onderliggende stukken en de relevante (milieu- en natuur)onderzoeken, alsmede de communicatie hierover tussen relevante departementen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Kröger.

Zij krijgt nr. 980 (31936).

De heer Van Raan (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Haga heeft niet meegedaan aan het commissiedebat, maar hij vraagt uw aller toestemming om toch te mogen spreken. Ik stel voor dat wij hem die gelegenheid geven. Het woord is aan hem.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter, het is fantastisch, zo'n cadeau van de collega's. Dank u wel allemaal.

De voorzitter:
Geniet er maar van.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ja, ik sta te genieten. Even dit momentje beleven. Dank u wel.

Goed. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vliegticketbelasting per 2023 met 400 miljoen wordt verhoogd;

overwegende dat vliegen voor iedereen bereikbaar moet blijven;

verzoekt de regering om de verhoging van de vliegticketbelasting te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 981 (31936).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de luchtvaartsector in Nederland na corona diverse financiële tegenvallers te verwerken kreeg die een directe impact hebben op het verdienvermogen van de branche;

constaterende dat deze structureel lagere omzet als gevolg heeft dat er minder geld beschikbaar is om technologische ontwikkelingen door te voeren;

overwegende dat juist deze technologieslag nodig is om vliegen toekomstbestendig te maken;

constaterende dat het kabinet in het coalitieakkoord benoemt dat de opbrengst van de vliegticketbelasting deels aangewend wordt voor verduurzaming van de luchtvaart;

verzoekt de regering om voor de behandeling van het Belastingplan te concretiseren welk substantieel deel van de opbrengsten van de vliegticketbelasting gebruikt wordt om technologische ontwikkelingen in de luchtvaart blijvend te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Smolders.

Zij krijgt nr. 982 (31936).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
U bedankt. Tot zover de Kamer. Ik schors voor twee minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Harbers:
Voorzitter, dank u wel.

De motie op stuk nr. 975 is van de heer Boucke en de heer Koerhuis. Dit zijn elementen die Nederland vaak inbrengt; zeker het punt van de grensheffing. Dat zullen wij ook blijven inbrengen. Ik zeg daarbij dat het realiteitsgehalte op de korte termijn nog niet hoog is; dat weet de Kamer. Maar als ik de motie als inspanningsverplichting mag zien, zeg ik: die inspanning blijf ik leveren. Datzelfde geldt voor het andere verzoek, over vliegverkeer onder het ETS. Dat is ook door de Commissie onderzocht in het impactassessment van Fit for 55 van vorig jaar. Het is vier keer eerder besproken. Vorige week besloot de Milieuraad wederom tot de intra-EU-scope voor het ETS. Dus ik kan de motie oordeel Kamer geven, maar weet dat het zeker op dat ETS-punt niet realistisch is dat dat gaat gebeuren. Het andere beschouw ik als steun in de rug voor de blijvende inspanning rond de grensheffing. Dus echt in die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven; anders moet ik die ontraden.

Over de motie op stuk nr. 976 laat ik het oordeel ook aan de Kamer. Daarbij zal ik het invullen zoals we het in het debat hebben uitgewisseld. Ik zal de informatie die wij aan EZK verstrekken rondom de vraagkant van energie voor de luchtvaartsector, met de Kamer delen. Uiteindelijk zal het Nationaal plan energiesysteem ook kijken naar de beschikbaarheid van energie voor de productie van alle duurzame energiebronnen. Dus binnen die context kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 977, over frequentflyerprogramma's, moet ik ontraden. Het zijn op zichzelf sympathieke suggesties. Wellicht dat bedrijven er op vrijwillige basis iets mee doen, maar wij kunnen dit soort dingen niet afdwingen. Los daarvan gaat het om mondiale programma's, dus de facto zou je hiermee één frequentflyerprogramma stoppen en zouden alle honderden andere blijven. Dus ik kan niet anders dan die motie ontraden.

De voorzitter:
Eén korte vraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Een korte vraag en een korte opmerking. De opmerking is dat lid Van Raan ook graag onder deze motie wil. De korte vraag is deze. De minister doet allerlei dingen in de Duurzame Luchtvaarttafel. Daar zitten Nederlandse luchtvaartmaatschappijen aan tafel. De motie is een onderzoeksmotie. Ik zou de minister toch willen vragen of hij dit aan die Duurzame Luchtvaarttafel als thema vanuit het ministerie in wil brengen.

Minister Harbers:
Nee, voorzitter, ik hou het graag bij suggesties die echt werkbaar zijn. Dit kan ik op deze laatste dag voor de zomer helaas niet toezeggen aan mevrouw Kröger.

De motie op stuk nr. 978 vraagt een uitspraak van de Kamer en vergt dus geen oordeel van mij.

De motie op stuk nr. 979: daar hebben we ook over gesproken in het debat. Ik kan de motie oordeel Kamer geven. Ik wil wel een afspraak maken over wat de Kamer dan verstaat onder "op korte termijn". Ik zou dat begin 2023 concreet inzichtelijk kunnen maken. Daarmee kan de motie oordeel Kamer krijgen.

De motie op stuk nr. 980 gaat over de in behandeling zijnde aanvraag voor een Wnb-vergunning van Schiphol. Ik ontraad deze motie. Het is overigens ook aan de minister voor Natuur en Stikstof om de verstrekking van de natuurvergunning te beoordelen.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 981. Die ontraad ik, want het kabinet heeft het voornemen om de vliegticketbelasting te verhogen.

De motie op stuk nr. 982 ontraad ik ook. De staatssecretaris van Financiën is primair verantwoordelijk voor de vliegbelasting. In het coalitieakkoord wordt wel gesproken over een gedeeltelijke terugsluis, maar daar is nog geen financiële dekking voor opgenomen. Uiteindelijk wordt de Kamer op Prinsjesdag geïnformeerd over de vormgeving van de vliegbelasting via het Belastingplan. In deze vorm ontraad ik de motie.

Dan heb ik nog een appreciatie van de eerder ingediende motie van de heer Van Raan. Die gaat weer net wat verder dan de motie op stuk nr. 976, die ik zojuist oordeel Kamer heb gegeven. In het debat verenigden we ons al op de uitkomst om dat eigenlijk langs de lijnen van de motie op stuk nr. 976 te doen. Deze motie gaat verder en om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 956.

De voorzitter:
Prima, dank u wel. De heer Van Raan, kort.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank voor "oordeel Kamer" op de motie op stuk nr. 979. Ik heb wel een vraag over de motie op stuk nr. 980. Die gaat niet over het lopende vergunningsproces, want ook daar is Schiphol nog druk bezig met de ontbrekende vergunning. Dit gaat echt over de aanleg van de Polderbaan. Het is eigenlijk een informatieverzoek conform artikel 68. Daarom snap ik niet goed dat de minister die motie ontraadt.

Minister Harbers:
Om te beginnen ontraad ik de motie vanwege de constatering "mogelijk illegaal" en "moet aantonen". Dat aantonen is allemaal onderdeel van de huidige procedure voor een vergunning via de Wet natuurbescherming. Ik heb eerder aangegeven dat, als die verstrekt wordt, uiteindelijk de hele onderliggende aannames en criteria daarvoor bekend worden. Los daarvan zijn dit vraagstukken die niet onder mijn ministerie vallen, maar onder het ministerie van LNV. Er zijn dus twee redenen om die motie op dit moment te ontraden.

De voorzitter:
Helder. Tot zover dit debat. Dank aan de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Wij gaan hedenavond ergens laat stemmen over deze moties.

Dank u, minister. Tot zover. Ik schors voor de lunch tot 13.00 uur. Daarna gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 12.20 uur tot 13.00 uur geschorst.

Hamerstukken

Voorzitter: Bergkamp

Verzoekschriften

Aan de orde is de behandeling van:

  • het verslag van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven Verslag over het burgerinitiatief "Stop chemtrails nu en weermanipulatie nu" (35977, nr. 11);
  • het verslag van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven (35977, nr. 12).

De voorzitter:
Ik stel voor overeenkomstig de voorstellen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)


Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Ik geef een aantal mensen het woord. Vervolgens gaan we stemmen. Allereerst geef ik het woord aan de heer Haverkort van de VVD.

De heer Haverkort (VVD):
Voorzitter, dank u vriendelijk. Afgelopen dinsdag hebben wij gestemd over de amendementen en de moties rondom de Wet gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. De implicaties van de amendementen zijn nog niet bekend. We hebben toen ook uitstel van het wetsvoorstel met elkaar afgesproken. Ik zou de Kamer willen vragen om dat nog een keer te doen en daarmee het kabinet de gelegenheid te geven nog met een brief te komen om die consequenties nog eens een keer glashelder voor de Kamer op een rijtje te zetten.

De voorzitter:
Dat gaat over punt 16 op de stemmingslijst. U wilt eerst een brief. Daarna kunnen we vanavond stemmen. Ik geef even een aantal collega's het woord om te horen of daar bezwaar tegen is. Mevrouw Vestering, Partij voor de Dieren.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Namens de Partij voor de Dieren bezwaar tegen dit voorstel. Er is twee keer een plenair debat gevoerd over dit onderwerp, over deze amendementen. Dat het nu is aangenomen en dat deze partijen dat misschien een beetje lastig vinden, wil niet zeggen dat we dan om uitstel moeten vragen. Als ik iedere keer aan de microfoon zou staan om uitstel te vragen over wetten waarbij amendementen zijn aangenomen waar ik het niet mee eens was … Dat lijkt me toch niet een goede democratische besluitvorming.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter, namens GroenLinks hetzelfde verhaal. Ik snap dat er coalitiepartijen zijn die niet gewend zijn dat ze hun zin niet krijgen, maar in dezen zou ik zeggen: gewoon stemmen.

De heer Graus (PVV):
Wij steunen doorgaans dit soort verzoeken als een collega erom vraagt, dus wij willen dat graag van harte steunen.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter, ook steun voor dit verzoek. Ik zeg tegen mevrouw Bromet: u neemt, als u vandaag voorstemt, een wet aan die misgaat bij de rechter.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de collega's: is er bezwaar tegen het verzoek? Dan is er een meerderheid voor uw verzoek, meneer Haverkort. Sorry, mevrouw Kuiken, PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter, we lopen tegen een reces aan. Het kabinet gaat niet voor vanavond een brief sturen, want anders hadden ze die vandaag al geleverd. Dat betekent dat dit dus een proces is om het wetsvoorstel te vertragen en uit te stellen of niet uit te voeren. Dat is natuurlijk niet de bedoeling van een uitstel van een stemming, want als dat de werkwijze is, kunnen we dat met allerlei wetten doen. Als die brief er zeker zou zijn: geen probleem. Maar die komt niet, anders had die er al gelegen.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, het voorstel wordt niet gesteund door D66.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is dus nog geen meerderheid voor uw verzoek, meneer Haverkort. Nee. Dus er moet dan meer steun uitgesproken worden, wilt u een meerderheid hebben. Mevrouw Bikker, ChristenUnie.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, ik had net in gebaar aangegeven dat ik geen bezwaar had tegen het voorstel. Ik wil dat natuurlijk nog een keer bij de microfoon aangeven. In dit huis is het volgens mij goed gebruik, als partijen vragen om uitstel van stemmingen en we ook nog wel een kans hebben, om dat toe te kennen. Dus dat doe ik graag.

De voorzitter:
U steunt het verzoek. De heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Ik stond hier om te steunen, voorzitter. Maar toen concludeerde u dat het toegewezen was. Toen ben ik weer teruggelopen. Dus wij steunen het.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
BVNL steunt het voorstel ook, mede namens JA21 en BBB.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, als de heer Haverkort aangeeft dat we vanavond daarover gaan stemmen, dan steun ik zijn voorstel. Als het over het zomerreces wordt getild, niet.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter, ik zie dat er een meerderheid is, dus ik zal het steunen. Ik hoop ook dat dat betekent dat wanneer andere partijen, die in de minderheid zitten, dat een keer vragen, dat op dat moment ook herinnerd wordt.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik concludeer even dat er een meerderheid is voor uw verzoek, maar wel om vanavond te stemmen. Wij zullen in ieder geval het stenogram doorgeleiden naar het kabinet om ervoor te zorgen dat er een brief komt. De heer Haverkort.

De heer Haverkort (VVD):
Voorzitter, u heeft mijn voorstel goed gehoord. Ik heb het niet over het moment waarop die brief gaat komen gehad. Als die brief er vanavond niet is, dan is dat aan het kabinet, niet aan de fractie van de VVD, en is het verzoek dus ook om te wachten met stemmen totdat die brief er eventueel na het reces is. Laat dat glashelder zijn, zodat ik dat voor de collega's helder heb.

De voorzitter:
Ik kijk nog heel even naar de collega's die hebben ingestemd. Dit is namelijk wel het verzoek, wat betekent dat als de brief vanavond niet komt, we vanavond niet over het wetsvoorstel gaan stemmen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Nou ja, dat is dus wat er gebeurt. We hebben een deugdelijke wetsbehandeling gehad. Als het wetsvoorstel inhoudelijk niet goed genoeg is, dan moet je het kabinet daarop aankijken, maar dit is een proceduretruc om een wetsvoorstel dat je niet bevalt op deze manier twee maanden vooruit te schuiven. Ik ga daar niet mee akkoord.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de collega's die hun steun hebben uitgesproken om na te gaan of er iets is veranderd wat betreft die steunvraag, in de zin dat als de brief er niet komt, we niet over het wetvoorstel gaan stemmen.

De heer Kuzu (DENK):
Ik had aangegeven dat als we er vanavond over zouden kunnen stemmen, ik het steunde. Dus ik trek mijn steun nu in.

De voorzitter:
Ja, maar dan is er nog steeds een meerderheid voor het verzoek van meneer Haverkort.

Dan geef ik het woord aan mevrouw Maatoug van GroenLinks.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Voorzitter, als het kan pak ik altijd de linkermicrofoon!

Ik had twee vragen. Vorige week hebben we een debat gehad over de energietoelage. Vanochtend hebben we een brief en een nota van wijziging gekregen met betrekking tot een wet en een incidentele begroting waarover we vandaag gaan stemmen. In het debat vorige week is het uitgebreid gegaan over de vraag of er hulp is voor studenten. In de beantwoording is toen aangegeven dat de route voor de bijzondere bijstand openstond. We hebben deze week een brief van de VNG gekregen waarin aangegeven wordt dat dit grote uitvoeringsproblemen kent. Het is ons nu onduidelijk wat het betekent voor de energietoelage voor studenten. We zouden daar graag een antwoord op krijgen van het kabinet voordat wij vanavond stemmen.

De tweede vraag, ook op dit onderwerp, gaat over de hoogte van het bedrag. Veel collega's in de Kamer hebben zich ingezet zodat gemeenten hun eigen beleidsvrijheid kunnen gebruiken en het sociaal minimum dat zij hanteren ook boven de 120% kunnen uitkeren. Er lijkt nu extra geld te komen. Een van de vragen die ook in de brief van het kabinet niet beantwoord zijn, is: kunnen gemeenten nu uitkeren en hebben ze middelen voor de hele groep die onder het sociaal minimum valt? Die informatie hebben wij nodig om een en ander te kunnen appreciëren en om over die wetten te kunnen stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dus u vraagt uitstel van de stemmingen onder de punten 17, 18 en 19, zodat u een brief kunt krijgen met antwoord op de door u zo-even gestelde vragen?

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Juist.

De voorzitter:
De heer Omtzigt geef ik hierover het woord.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Over de moties kunnen we best stemmen, want die liggen er. Maar ik zou de stemming over het wetsvoorstel wel graag uitgesteld willen hebben. Nu het kabinet ook besloten heeft om het op te hogen van €800 naar €1.300, komt ook de juridische vraag naar voren of er vanuit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en vanuit de hoogste rechters van Nederland straks akkoord gegaan wordt met de hele harde grens dat je €1.300 toeslag mist als je €1 te veel krijgt. Dan gaan gemeenten te maken krijgen met grote bezwaar-, beroeps- en rechtszaken.

De voorzitter:
Dus die vraag wilt u ook graag …

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik wil graag de vraag beantwoord hebben hoe het juridisch kader er dan uitziet.

De voorzitter:
Ja. Dan is het voorstel om de stemmingen onder de punten 17, 18 en 19 uit te stellen tot vanavond. Is daar bezwaar tegen? Dat is niet het geval. Dan gaan we vanavond stemmen over 17, 18 en 19. We zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet om de gestelde vragen te beantwoorden.

Dan geef ik het woord aan de heer Van der Lee van GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Voorzitter. Ik wil één motie intrekken. Dat is onder punt 21, de stemmingen over moties over gasmarkt en leveringszekerheid, de motie op stuk nr. 319 van de leden Kröger en Thijssen.

De voorzitter:
Ja.

Aangezien de motie-Kröger/Thijssen (29023, nr. 319) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Dan gaan we nu stemmen.

Stemmingen

Stemmingen


Stemmingen moties Arbeidsmigratie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmigratie,

te weten:

  • de motie-El Yassini c.s. over niet meewerken aan het plan van de Europese Commissie om arbeidsmigratie uit Marokko, Tunesië en Egypte te bevorderen (29861, nr. 82);
  • de motie-Piri c.s. over een waarborgsom en een vog voor bestuursleden bij uitzendbureaus (29861, nr. 83);
  • de motie-Piri c.s. over het aanpakken van malafide uitzendbureaus hoog op de agenda zetten in de EU (29861, nr. 85);
  • de motie-Maatoug c.s. over voldoende publieke waarborgen in het toezicht op de certificerende instelling (29861, nr. 86);
  • de motie-Maatoug c.s. over in kaart brengen in hoeverre in cao's afspraken worden gemaakt over toegang tot de werkvloer voor vakbonden (29861, nr. 87);
  • de motie-Léon de Jong over het stoppen van de verdere toestroom van arbeidsmigranten naar Nederland (29861, nr. 88);
  • de motie-Palland/Ceder over criteria ontwikkelen om de bredewelvaartsbenadering te concretiseren in het arbeidsmigratiebeleid (29861, nr. 89);
  • de motie-Ceder over het herhaaldelijk starten van een uitzendbureau na grove overtredingen niet zonder meer mogelijk doen zijn (29861, nr. 90).

(Zie vergadering van 5 juli 2022.)

De voorzitter:
De motie-Ceder (29861, nr. 90) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ceder en El Yassini.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 90 (29861).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-El Yassini c.s. (29861, nr. 82).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (29861, nr. 83).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (29861, nr. 85).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maatoug c.s. (29861, nr. 86).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maatoug c.s. (29861, nr. 87).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Léon de Jong (29861, nr. 88).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De voorzitter:
De heer Dassen.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Ik zou graag nog een motie willen aanhouden, de motie op stuk nr. 36120, nr. 24.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Dassen stel ik voor zijn motie (36120, nr. 24) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik hoorde niet de naam van BBB als voorstemmer bij de motie-Léon de Jong op stuk nr. 88. Het zou kunnen dat ik het niet heb gehoord.

De voorzitter:
Ja, ik heb u genoemd, dus dat komt helemaal goed.

In stemming komt de motie-Palland/Ceder (29861, nr. 89).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder/El Yassini (29861, nr. ??, was nr. 90).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen moties Coronasteunpakket

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Coronasteunpakket,

te weten:

  • de motie-Romke de Jong c.s. over de BMKB-regeling beter laten aansluiten bij de behoefte van het mkb (35420, nr. 494);
  • de motie-Romke de Jong c.s. over onderzoek naar de introductie van één loket voor ondernemers (35420, nr. 495);
  • de motie-Van Haga over bij steunpakketten geen onderscheid in salaris maken tussen werknemers en eigenaar (35420, nr. 496);
  • de motie-Van Haga over bij steunmaatregelen van tevoren een economische impactanalyse maken voor de betreffende sector (35420, nr. 497);
  • de motie-Van Haga over bij levensvatbare bedrijven maatwerk leveren met het oog op een doorstart (35420, nr. 498);
  • de motie-Van Haga over financiële steun aan bedrijven wanneer beperkende maatregelen leiden tot schade (35420, nr. 499);
  • de motie-Van Haga/Smolders over het opschorten van de verplichte transitievergoeding voor medewerkers (35420, nr. 500);
  • de motie-Graus over het vergoeden van alle kosten vanwege door de regering opgelegde sluiting (35420, nr. 501);
  • de motie-Graus over het integraal bezien van schulden en kosten door gedwongen sluiting (35420, nr. 502);
  • de motie-Graus over de schaderegeling ook laten gelden voor Limburgse ondernemers zonder fysieke waterschade die hun bedrijfsactiviteiten moesten staken (35420, nr. 504);
  • de motie-Aartsen c.s. over extra uitstel tot zeven jaar voor belastingschuld door corona (35420, nr. 505);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over rekening houden met de administratieve last van de motiveringsplicht (35420, nr. 506);
  • de motie-Maatoug c.s. over de Subsidieregeling Evenementengarantie 2022 doortrekken tot en met het vierde kwartaal (35420, nr. 507);
  • de motie-Maatoug/Kathmann over onderzoeken in hoeverre het geheel van de sociale zekerheid en de instrumenten tegen een volgende crisis opgewassen zijn (35420, nr. 508).

(Zie vergadering van 5 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Romke de Jong c.s. (35420, nr. 494).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Romke de Jong c.s. (35420, nr. 495).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (35420, nr. 496).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Lid Gündoğan, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (35420, nr. 497).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (35420, nr. 498).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (35420, nr. 499).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (35420, nr. 500).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (35420, nr. 501).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (35420, nr. 502).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (35420, nr. 504).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Aartsen c.s. (35420, nr. 505).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (35420, nr. 506).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maatoug c.s. (35420, nr. 507).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Maatoug/Kathmann (35420, nr. 508).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Contouren box 3-heffing op basis van werkelijk rendement

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Contouren box 3-heffing op basis van werkelijk rendement,

te weten:

  • de motie-Nijboer/Maatoug over vermogensongelijkheid tegengaan door de tarieven in box 3 te verhogen (32140, nr. 122);
  • de motie-Nijboer/Maatoug over alternatieven om ook het rendement op vastgoed direct mee te nemen bij de start van het nieuwe stelsel (32140, nr. 123);
  • de motie-Nijboer/Maatoug over de voorgenomen budgetneutraliteit bij de hervorming van box 3 loslaten (32140, nr. 124);
  • de motie-Grinwis over bij de verdere uitwerking van de vermogensbelasting op basis van werkelijk rendement uitgaan van de werkelijke waarde van vastgoed (32140, nr. 125);
  • de motie-Alkaya over bij het uitwerken van een vermogensaanwasbelasting de vermogensongelijkheid zo veel mogelijk verkleinen (32140, nr. 126);
  • de motie-Romke de Jong/Kat over rekening houden met de doelstellingen van schuldhulpverlening (32140, nr. 127);
  • de motie-Omtzigt over rekening houden met een forse inflatie bij de uitwerking van de plannen voor box 3 (32140, nr. 128);
  • de motie-Omtzigt over in kaart brengen hoe verschillende vormen van vermogen belast worden (32140, nr. 129).

(Zie vergadering van 5 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Nijboer/Maatoug (32140, nr. 122).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer/Maatoug (32140, nr. 123).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer/Maatoug (32140, nr. 124).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en Lid Gündoğan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis (32140, nr. 125).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (32140, nr. 126).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Romke de Jong/Kat (32140, nr. 127).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (32140, nr. 128).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, Volt, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (32140, nr. 129).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Opties voor rechtsherstel box 3

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het tweeminutendebat Opties voor rechtsherstel box 3,

te weten:

  • de motie-Alkaya over alle belastingplichtigen in gelijke situaties gelijk behandelen zonder onderscheid tussen bezwaarmakers en niet-bezwaarmakers (32140, nr. 110);
  • de motie-Grinwis c.s. over bij de uitwerking van de vermogensaanwasbelasting opties in kaart brengen om liquiditeitsproblemen te voorkomen (32140, nr. 115).

(Zie vergadering van 2 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Alkaya (32140, nr. 110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Ik zei per ongeluk "mevrouw Omtzigt" in plaats van "mevrouw Gündoğan", maar ik zag niets moois opbloeien, hoor! Het was een geheel onschuldige opmerking.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (32140, nr. 115).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen moties Voorjaarsnota 2022

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2022,

te weten:

  • de motie-Wilders/Marijnissen over het opzeggen van het vertrouwen in het kabinet (36120, nr. 6);
  • de motie-Hermans c.s. over zich met sociale partners inspannen voor koopkrachtafspraken (36120, nr. 7);
  • de motie-Marijnissen over de winstbelasting verhogen en dit geld inzetten voor kostenverlaging (36120, nr. 8);
  • de motie-Marijnissen over het verlagen van de belasting op arbeid (36120, nr. 9);
  • de motie-Marijnissen over 3 miljard euro aan extra btw-inkomsten inzetten voor koopkrachtverbetering (36120, nr. 10);
  • de motie-Van Weyenberg c.s. over het in kaart brengen van de optie van een verhoging van de mijnbouwheffingen (36120, nr. 11);
  • de motie-Van Weyenberg/Segers over het onderzoeken van een verzilverbare heffingskorting (36120, nr. 12);
  • de motie-Segers/Pieter Heerma over met energiebedrijven werken aan een adequate informatievoorziening over voorschotbedragen en een sociale wijze van incasseren (36120, nr. 13);
  • de motie-Van Raan/Sylvana Simons over het toetsen van uitgaven op een positief effect op het klimaat (36120, nr. 14);
  • de motie-Van Raan c.s. over het ontwikkelen van een visie waarin de economie binnen de grenzen van de planeet blijft (36120, nr. 15);
  • de motie-Van Raan c.s. over een klimaatplicht voor bedrijven die profiteren van gelden uit het klimaatfonds (36120, nr. 16);
  • de motie-Eerdmans over scenario's om hoger dan begrote btw-inkomsten als lastenverlichtingen te laten terugvloeien naar de middeninkomens (36120, nr. 17);
  • de motie-Eerdmans over ook de IO-AOW, de verhoging van de ouderenkorting en de fiscale oudedagsreserve in stand houden (36120, nr. 18);
  • de motie-Stoffer/Marijnissen over het verlagen van het tarief van de eerste schijf in de inkomensbelasting (36120, nr. 19);
  • de motie-Azarkan c.s. over bezien hoe het besteedbaar inkomen van lagere inkomens structureel kan worden verhoogd (36120, nr. 21);
  • de motie-Azarkan c.s. over het verhogen van de belastingen op winst en vermogen (36120, nr. 22);
  • de motie-Azarkan/Den Haan over het inzetten van de btw-meevaller voor koopkrachtreparatie (36120, nr. 23);
  • de motie-Dassen over het verhogen van de zorgtoeslag via een verdubbeling aan zorgtoeslagontvangers (36120, nr. 25);
  • de motie-Den Haan c.s. over mensen die nu IO-AOW ontvangen na afschaffing alsnog compenseren (36120, nr. 26);
  • de motie-Den Haan/Azarkan over maatregelen uit het eerste en tweede koopkrachtpakket doortrekken naar 2023 (36120, nr. 27);
  • de motie-Van Haga over een verhoging van de arbeidskorting voor diverse scenario's onderzoeken (36120, nr. 28);
  • de motie-Van Haga over onderzoeken hoe de lonen van werknemers kostenneutraal voor werkgevers kunnen stijgen (36120, nr. 29);
  • de motie-Van Haga over onderzoeken hoe de armoedeval opgeheven kan worden (36120, nr. 30);
  • de motie-Van Haga over de kostendelersnorm ook schrappen voor mensen boven de 27 jaar (36120, nr. 31);
  • de motie-Omtzigt c.s. over een plan om problemen te voorkomen bij gezinnen met achterstanden op de energierekening (36120, nr. 32).

(Zie vergadering van 5 juli 2022.)

De voorzitter:
De motie-Dassen (36120, nr. 25) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens het CPB tot 1,2 miljoen Nederlanders in financiële problemen kunnen komen door de energieprijzen en de hoge inflatie;

constaterende dat de zorgtoeslagsystematiek van uitkeren een gerichte manier van compenseren creëert;

constaterende dat het mogelijk is om in 2022 via de zorgtoeslag een maximale extra uitkering te genereren van €412;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een wettelijke regeling te realiseren voor het verhogen van de zorgtoeslag via een verdubbeling van zorgtoeslagontvangers en ervoor te zorgen dat in deze regeling de juridische houdbaarheid en de risico's van hogere terugvorderingen worden weggenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 25 (36120).

De motie-Omtzigt c.s. (36120, nr. 32) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Omtzigt, Klaver, Kuiken, Wilders, Van der Plas, Azarkan, Den Haan, Van Haga, Marijnissen, Eerdmans, Dassen, Van Raan, Stoffer en Gündoğan.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 32 (36120).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

Maar voordat we gaan stemmen, geef ik het woord aan de heer Omtzigt voor een stemverklaring.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dank u wel, voorzitter. Het is soms best lastig: nu zeventien pagina's stemmingen en vanavond nog twintig. Ik hoop dat mensen straks bij de rode en groene bolletjes niet denken dat ik alles precies gelezen heb.

Ik sta hier voor een stemverklaring over de motie-Wilders/Marijnissen (36120, nr. 6). De belangrijkste taak van de regering is de bestaanszekerheid van mensen te garanderen. Dat is niet zomaar een taak; het is een grondwettelijke taak. We leven in tijden waarin het Centraal Planbureau heeft berekend dat 1,2 miljoen huishoudens, als ze alles afzeggen, te weinig geld hebben om zowel de energierekening als het eten te betalen. Nu worden er overal miljarden voor uitgetrokken, maar slechts een zeer beperkte groep krijgt hiervoor compensatie. Een alleenstaande met 85% van het minimumloon krijgt nul compensatie en haalt het eind van de maand niet meer. Dit kabinet heeft nog alle macht, maar heeft niet meer het gezag. Daarom zal ik de motie van wantrouwen steunen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Dan gaan we stemmen.

In stemming komt de motie-Wilders/Marijnissen (36120, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hermans c.s. (36120, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Marijnissen (36120, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Marijnissen (36120, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Marijnissen (36120, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg c.s. (36120, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg/Segers (36120, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Segers/Pieter Heerma (36120, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Aartsen, VVD.

De heer Aartsen (VVD):
Voorzitter. Er was een kleine omissie aan onze kant bij punt 2, de stemmingen over het coronasteunpakket, de motie op stuk nr. 502 (35420) van de heer Graus. De VVD wordt graag geacht voor te stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit opnemen in de Handelingen.

We gaan verder met de motie-Van Raan/Sylvia … Ik noem u voortaan Sylvia!

In stemming komt de motie-Van Raan/Sylvana Simons (36120, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (36120, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (36120, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD en Lid Gündoğan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (36120, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de VVD, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (36120, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Marijnissen (36120, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (36120, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (36120, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Den Haan (36120, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen (36120, nr. ??, was nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (36120, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Azarkan (36120, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (36120, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de VVD, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (36120, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de PvdD, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (36120, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (36120, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Omtzigt c.s. (36120, nr. ??, was nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Eerdmans, JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter. Omdat mijn motie over de btw en de middeninkomens (36120, nr. 17) is aangenomen, wil ik graag vragen of het kabinet een brief kan sturen over hoe deze motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Helemaal goed. Wij zullen dit doorgeleiden naar het kabinet. Dank u wel.


Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over jaarverslag en slotwet van Koninkrijksrelaties voor het jaar 2021,

te weten:

  • de motie-Wuite/Van Raan over het organiseren van een Koninkrijksconferentie in 2023 (36100-IV, nr. 11);
  • de motie-Wuite over het toevoegen van een beleidsartikel klimaatadaptatie en -mitigatie in het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (36100-IV, nr. 12);
  • de motie-Van Raan over een neutrale rol voor de gezaghebber(s) bij vergunningverleningen en bestemmingsplanwijzigingen (36100-IV, nr. 13);
  • de motie-Van Raan/Sylvana Simons over het terugkopen van Plantage Bolivia voor behoud van de unieke natuur (36100-IV, nr. 15);
  • de motie-Van Raan over in 2022 een gelijkwaardig sociaal minimum vaststellen voor Bonaire, Statia en Saba (36100-IV, nr. 16).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 juli 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Wuite stel ik voor haar motie (36100-IV, nr. 12) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Wuite/Van Raan (36100-IV, nr. 11) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote uitdagingen zijn binnen het Koninkrijk der Nederlanden;

constaterende dat een langeretermijnvisie over de toekomst van het Koninkrijk en het Statuut ontbreekt;

overwegende dat naast het Interparlementair Koninkrijksoverleg en het Vierlandenoverleg, het wenselijk is om periodiek bij elkaar te komen om een langeretermijnvisie voor het Koninkrijk te formuleren en te monitoren;

van mening dat periodiek overleg over de toekomst van het Koninkrijk tussen de bijzondere gemeenten en alle vier de landen kan bijdragen aan wederzijds begrip, versterking van de democratische beleving en de rechtsstaat, en onderlinge samenwerking bevordert;

roept de regering op in overleg te treden met de Caribische eilanden om in 2023 een Koninkrijksconferentie te organiseren met onderwerpen zoals het Statuut, het Unierecht in relatie tot het Koninkrijk, mensenrechten, klimaatverandering, economische versterking en regionale/internationale samenwerking,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 11 (36100-IV).

De motie-Van Raan (36100-IV, nr. 13) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Raan, Wuite en Sylvana Simons, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gezaghebbers van de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius in de geest van de WolBES een neutrale rol dienen te hebben bij vergunningverlening en/of wijziging van bestemmingsplannen;

spreekt uit dat gezaghebbers bij het verlenen van vergunningen en het wijzigen van bestemmingsplannen daadwerkelijk een neutrale rol dienen te vervullen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 13 (36100-IV).

De motie-Van Raan (36100-IV, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Raan en Sylvana Simons, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens artikel 20 van de Nederlandse Grondwet de overheid verantwoordelijkheid draagt voor de bestaanszekerheid der bevolking en Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege dient te geven;

constaterende dat reeds in 2016 zowel in de Eerste en Tweede Kamer moties zijn aangenomen die de regering oproepen een sociaal minimum vast te stellen op basis van de kosten voor levensonderhoud;

constaterende dat meer dan 40% van de huishoudens op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba moet rondkomen van een inkomen dat ver onder de noodzakelijke kosten van levensonderhoud ligt;

verzoekt de regering voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba om in 2023 een aan Europees Nederland gelijkwaardig sociaal minimum in te voeren op basis van de noodzakelijke kosten van het levensonderhoud,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (36100-IV).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

We starten met de motie op stuk nr. 13, de gewijzigde motie-Van Raan c.s. over ... Met de motie op stuk nr. 11? Daar zat bij mij een klein streepje door, maar we gaan gewoon stemmen over nr. 11.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wuite/Van Raan (36100-IV, nr. ??, was nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan c.s. (36100-IV, nr. ??, was nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Sylvana Simons (36100-IV, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan/Sylvana Simons (36100-IV, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming Wijziging begrotingsstaat Buitenlandse Zaken 2022

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2022 (Eerste incidentele suppletoire begroting inzake mutaties in de huisvestingsportefeuille) (36097).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemming Wet geen rente bij hervatting invordering toeslagschulden

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met het tijdelijk achterwege laten van de rente bij bepaalde hervattingen van de invordering van toeslagschulden (Wet geen rente bij hervatting invordering toeslagschulden) (36103).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen Wijziging van de Zorgverzekeringswet

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met het ongewijzigd laten van het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering (36135).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 juli 2022.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Hijink (stuk nr. 13, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, BBB en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 13 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Hijink (stuk nr. 12, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 12 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Ellemeet/Mohandis (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD en BBB voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 11 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.


Stemming Wijziging begrotingsstaten Economische Zaken en Klimaat 2022

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het jaar 2022 (Vierde incidentele suppletoire begroting inzake IPCEI waterstof) (36035).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemming Wijziging begrotingsstaat Defensie 2022

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2022 (Tweede incidentele suppletoire begroting) (36143).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 juli 2022.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemming Wijziging begrotingsstaat Defensiematerieelbegrotingsfonds 2022

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2022 (Tweede incidentele suppletoire begroting) (36144).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 juli 2022.)

De voorzitter:
Ik denk dat er bij dit punt bijzondere aandacht is van de staatssecretaris.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Defensiematerieelbegrotingsfonds

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel de Tweede incidentele suppletoire begroting Defensiematerieelbegrotingsfonds,

te weten:

  • de motie-Jasper van Dijk over de aanschaf van F-35's en Reaperdrones via de reguliere begroting behandelen (36144, nr. 4);
  • de motie-Fritsma over afzien van de voorgenomen aankoop van zes extra F-35-vliegtuigen (36144, nr. 5).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (36144, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdD, Lid Gündoğan en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Fritsma (36144, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie Informele JBZ-Raad d.d. 3 en 4 februari 2022 (vreemdelingen- en asielonderwerpen)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Informele JBZ-Raad d.d. 3 en 4 februari 2022 (vreemdelingen- en asielonderwerpen),

te weten:

  • de motie-Kröger over het belang van openheid bij het functioneren van Frontex blijven benadrukken (32317, nr. 739).

(Zie vergadering van 2 februari 2022.)

In stemming komt de motie-Kröger (32317, nr. 739).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie Langeretermijncoronabeleid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Langeretermijncoronabeleid,

te weten:

  • de motie-Agema over voorkomen dat de ic-bedden in het LangeLand Ziekenhuis verdwijnen (25295, nr. 1907).

(Zie vergadering van 28 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Agema (25295, nr. 1907).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

We slaan wat over. We gaan nu naar agendapunt 20. Dat is op pagina 9, in ieder geval bij mij.


Stemmingen moties Hoofdlijnenbeleid Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Hoofdlijnenbeleid Ministerie van Buitenlandse Zaken,

te weten:

  • de motie-Agnes Mulder/Ceder over de steun voor verzoeningsprojecten voor Israëlische en Palestijnse jongeren intensiveren (35925-V, nr. 93);
  • de motie-Kuzu over nederlandse inzet voor onderzoek naar de dood van Shireen Abu Akleh (35925-V, nr. 94);
  • de motie-Kuzu over in EU-verband pleiten voor maatregelen tegen het nederzettingenbeleid (35925-V, nr. 95);
  • de motie-Kuzu over uitspreken dat Israël zich schuldig maakt aan apartheid (35925-V, nr. 96);
  • de motie-Brekelmans/Agnes Mulder over een interdepartementale taskforce om strategische afhankelijkheden te verminderen (35925-V, nr. 97);
  • de motie-Van der Lee/Piri over bevorderen dat de EU samen met de G7-landen overgaat tot een importverbod van Russisch goud (35925-V, nr. 98);
  • de motie-De Roon over uit de VN-Mensenrechtenraad stappen (35925-V, nr. 99);
  • de motie-De Roon over de erkenning van genocides niet afhankelijk maken van het oordeel van andere landen daarover (35925-V, nr. 100);
  • de motie-De Roon over vasthouden aan besluitvorming bij unanimiteit (35925-V, nr. 101);
  • de motie-Piri/Van der Lee over een VS-strategie (35925-V, nr. 102);
  • de motie-Piri c.s. over de bescherming van mensenrechten in Marokko actief blijven uitdragen (35925-V, nr. 103);
  • de motie-Ceder c.s. over samen met andere EU-lidstaten de Armeense en de Oeigoerse genocide erkennen (35925-V, nr. 104);
  • de motie-Van der Plas over een internationale leiderschapsrol in de coördinatie van de evacuatie van graan uit Oekraïne (35925-V, nr. 105);
  • de motie-Jasper van Dijk over europese maatregelen om Israël en Palestina tot onderhandelingen aan te zetten (35925-V, nr. 107);
  • de motie-Jasper van Dijk over zich inzetten voor de zaak van de gedode journaliste Shireen Abu Akleh (35925-V, nr. 108).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kuzu stel ik voor zijn motie (35925-V, nr. 96) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Jasper van Dijk (35925-V, nr. 108) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Jasper van Dijk en Agnes Mulder.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 108 (35925-V).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder/Ceder (35925-V, nr. 93).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu (35925-V, nr. 94).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (35925-V, nr. 95).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Brekelmans/Agnes Mulder (35925-V, nr. 97).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Gündoğan.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):
Ik heb tegen de motie op stuk nr. 96 gestemd, maar …

De voorzitter:
Die is aangehouden.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):
O, wacht even. Ik heb ergens tegen gestemd. Welke was dat ook alweer? Ik begin nu scheel te kijken met al die moties.

De voorzitter:
Motie op stuk nr. 95.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):
De motie op stuk nr. 95; daar heb ik tegen gestemd.

De voorzitter:
We zullen dit opnemen in de Handelingen. Dat lijkt me het beste.

Mevrouw Gündoğan (Lid Gündoğan):
Dank u wel.

In stemming komt de motie-Van der Lee/Piri (35925-V, nr. 98).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Roon (35925-V, nr. 99).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon (35925-V, nr. 100).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon (35925-V, nr. 101).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Piri/Van der Lee (35925-V, nr. 102).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (35925-V, nr. 103).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Misschien mag ik u vragen, mevrouw Gündoğan, om uw arm een beetje naar de andere kant te doen, want u zit soms wel en soms niet net verborgen achter de Partij voor de Dieren. Dat gaat soms mis, in ieder geval bij mij.

In stemming komt de motie-Ceder c.s. (35925-V, nr. 104).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (35925-V, nr. 105).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (35925-V, nr. 107).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de VVD, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Jasper van Dijk/Agnes Mulder (35925-V, nr. ??, was nr. 108).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties (Internationale) Gasmarkt/Leveringszekerheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat (Internationale) Gasmarkt/Leveringszekerheid,

te weten:

  • de motie-Kops over het advies van de Mijnraad volgen om de gasopslagen maximaal te vullen (29023, nr. 313);
  • de motie-Kops over stoppen met het exporteren van gas (29023, nr. 314);
  • de motie-Leijten/Van Raan over geen nadeelcompensatie als blijkt dat de kolencentrales hun gebruikelijke winst maken over 2022 (29023, nr. 315);
  • de motie-Leijten over het nationaliseren van de gasopslagen (29023, nr. 316);
  • de motie-Erkens/Kröger over de gewenste vulgraad van Bergermeer verhogen naar 90% (29023, nr. 317);
  • de motie-Kröger/Erkens over juridische mogelijkheden om Gazprom uit het Nederlandse energiesysteem te weren (29023, nr. 318);
  • de motie-Kröger/Thijssen over de vrijstellingen in de kolenbelasting weer wegnemen (29023, nr. 319);
  • de motie-Kröger/Thijssen over een concreet noodpakket energiebesparing bij de Miljoenennota (29023, nr. 320);
  • de motie-Grinwis/Bontenbal over bij het bevorderen van energiebesparing door huishoudens samenwerken met vrijwilligersorganisaties en religieuze gemeenschappen (29023, nr. 321);
  • de motie-Grinwis/Erkens over een tijdelijke correctieregeling duurzame warmte in het leven roepen (29023, nr. 322);
  • de motie-Thijssen/Kröger over een noodpakket om lage- en middeninkomensgroepen te beschermen tegen grote prijsstijgingen van gas (29023, nr. 323);
  • de motie-Thijssen/Kröger over alle gemeenten in staat stellen om Fix It-achtige brigades op te richten (29023, nr. 324);
  • de motie-Jansen over de gaswinning in Groningen hervatten en hiermee de gasopslagen maximaal vullen (29023, nr. 325);
  • de motie-Jansen over garanderen dat het Rijk de regie op het aanleggen van wind- en zonneparken niet overneemt (29023, nr. 326);
  • de motie-Boucke/Kröger over mogelijkheden om de snelheid op de auto(snel)wegen te verlagen bij een ernstige verstoring van de olieaanvoer (29023, nr. 327);
  • de motie-Boucke over het voortouw nemen bij een Europees gecoördineerde aanpak bij een ernstig gastekort (29023, nr. 328);
  • de motie-Boucke c.s. over opties uitwerken om het aandeel van Gazprom in Bergermeer te verminderen (29023, nr. 329);
  • de motie-Eerdmans over tot nader order afzien van sluiting van het Groningenveld (29023, nr. 330);
  • de motie-Van Raan over in het Bescherm- en Herstelplan Gas het afschakelplan vanaf stap 2 in werking stellen (29023, nr. 331);
  • de motie-Van Raan c.s. over het afschaffen van de belastingvrijstelling op kolen (29023, nr. 332).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Boucke stel ik voor zijn motie (29023, nr. 327) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van Raan (29023, nr. 332) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Raan, Kröger, Leijten en Thijssen.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 332 (29023).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Kops (29023, nr. 313).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kops (29023, nr. 314).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Er stond "Koops", maar het moet "Kops" zijn. Ik dacht al: we hebben een nieuwe collega! Dat kan zomaar gebeuren, maar dat is niet het geval.

In stemming komt de motie-Leijten/Van Raan (29023, nr. 315).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Leijten (29023, nr. 316).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Erkens/Kröger (29023, nr. 317).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger/Erkens (29023, nr. 318).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger/Thijssen (29023, nr. 320).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Bontenbal (29023, nr. 321).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Agema van de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Wij wensen geacht te worden tegen de motie op stuk nr. 320 gestemd te hebben.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Agema. We zullen dit opnemen in de Handelingen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Erkens (29023, nr. 322).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Even een correctie: de PVV is tegen de motie op stuk nr. 322.

In stemming komt de motie-Thijssen/Kröger (29023, nr. 323).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Thijssen/Kröger (29023, nr. 324).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jansen (29023, nr. 325).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (29023, nr. 326).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boucke (29023, nr. 328).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boucke c.s. (29023, nr. 329).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (29023, nr. 330).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (29023, nr. 331).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD en Lid Gündoğan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan c.s. (29023, nr. ??, was nr. 332).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Belhaj, D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik wil toch nog even terugkomen op de motie op stuk nr. 320. We hadden de indruk voor te hebben gestemd, maar twijfelden of we zijn genoemd. Dus bij dezen: we waren voor en zijn nog steeds voor.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit opnemen in de Handelingen. We hadden ook al geconcludeerd dat de motie was aangenomen.


Stemmingen moties Klimaat en Energie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Klimaat en Energie,

te weten:

  • de motie-Thijssen/Kröger over een groslijst van alle mogelijke extra klimaatmaatregelen (32813, nr. 1065);
  • de motie-Thijssen/Kröger over een onderzoek naar de effecten van een verbod op fossiele reclame en lobby (32813, nr. 1066);
  • de motie-Van Haga over geen extra miljoenen uitgeven aan toezicht op de energiebesparingsverplichting (32813, nr. 1067);
  • de motie-Van Haga over een tijdelijke regeling invoeren waarin de warmteprijs wordt losgekoppeld van de gasprijs (32813, nr. 1068);
  • de motie-Van Haga over een onderzoek naar de praktische haalbaarheid van het verplichten van een warmtepomp bij vervanging (32813, nr. 1069);
  • de motie-Kröger/Thijssen over voorafgaand aan de COP27 vaststellen welke klimaatdoelen voor Nederland en de EU in lijn zijn met 1,5 graden opwarming (32813, nr. 1070);
  • de motie-Kröger/Thijssen over overleg met de energiecoöperaties om te bezien of beschikkingen uit het verleden dienen te worden herzien (32813, nr. 1071);
  • de motie-Kröger/Thijssen over vastleggen hoeveel CO2 Nederland gaat reduceren additioneel aan het Urgendavonnis van 25% in 2020 (32813, nr. 1072);
  • de motie-Erkens/Boucke over het kleine mkb nog dit jaar toegang geven tot het warmtefonds (32813, nr. 1073);
  • de motie-Boucke over het versnellen van de maatwerkafspraken met de industrie (32813, nr. 1075);
  • de motie-Dassen over opschalen naar de alarmfase en mensen actief voorbereiden op de winter (32813, nr. 1076);
  • de motie-Dassen over energiebesparingsafspraken toevoegen aan de maatwerkafspraken (32813, nr. 1077);
  • de motie-Dassen c.s. over geen langetermijncontracten met aanbieders van Amerikaans lng sluiten ter vervanging van Russisch gas (32813, nr. 1078);
  • de motie-Erkens/Grinwis over een onafhankelijk onderzoek naar het elektriciteitsnet in Noord-Brabant en Limburg (32813, nr. 1074).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Boucke stel ik voor zijn motie (32813, nr. 1075) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Thijssen/Kröger (32813, nr. 1065).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66 en Lid Omtzigt voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Thijssen/Kröger (32813, nr. 1066).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (32813, nr. 1067).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (32813, nr. 1068).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (32813, nr. 1069).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Thijssen (32813, nr. 1070).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger/Thijssen (32813, nr. 1071).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Thijssen (32813, nr. 1072).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Erkens/Boucke (32813, nr. 1073).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Door niemand ingefluisterd word ik geacht tegen de motie op stuk nr. 1072 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit opnemen in de Handelingen.

In stemming komt de motie-Dassen (32813, nr. 1076).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dassen (32813, nr. 1077).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dassen c.s. (32813, nr. 1078).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD en Lid Gündoğan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Gevangeniswezen en tbs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Gevangeniswezen en tbs,

te weten:

  • de motie-Ellian over per direct nadere maatregelen invoeren in de ebi in Vught (24587, nr. 844);
  • de motie-Markuszower over veroordeelden van gewelds- of zedenmisdrijven langdurig in de cel opsluiten en daarover nooit in gesprek te gaan met de reclassering (24587, nr. 845);
  • de motie-Markuszower over in kaart brengen hoeveel daders van zedendelicten vrij rondlopen en deze per direct vastzetten (24587, nr. 846);
  • de motie-Van Nispen/Mutluer over uitsluiten dat bezuinigingen worden doorgevoerd in het gevangeniswezen (24587, nr. 847);
  • de motie-Van Nispen over een verbod op het uitkeren van winsten voor forensische zorginstellingen (24587, nr. 848);
  • de motie-Mutluer over naar het voorbeeld van de commissie-Schneiders bij de politie een onafhankelijke externe commissie instellen (24587, nr. 849);
  • de motie-Sneller c.s. over slimmere straffen uitwerken in de aangekondigde plannen voor de oplossing van de financiële problemen bij DJI (24587, nr. 850);
  • de motie-Knops/Van Nispen over onafhankelijk onderzoek naar de mogelijke pensioenschade die oud-SBF'ers hebben geleden (24587, nr. 852).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Ellian (24587, nr. 844).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Ellian.

De heer Ellian (VVD):
De motie die zojuist is aangenomen, was ontraden door het kabinet. Aangezien de motie vraagt, verzoekt, om zo snel mogelijk nadere maatregelen te nemen, ontvang ik graag een brief over hoe deze motie uitgevoerd gaat worden. Daarbij heb ik begrip voor het feit dat dat voor het reces niet lukt, maar wel graag zo snel mogelijk.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Markuszower (24587, nr. 845).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower (24587, nr. 846).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Mutluer (24587, nr. 847).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga … CDA niet? Of wel? Ja, het CDA wel. Dan is de motie verworpen … Nee, aangenomen toch? We doen deze even opnieuw, want er is even verwarring.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Mutluer (24587, nr. 847).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (24587, nr. 848).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Mutluer (24587, nr. 849).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sneller c.s. (24587, nr. 850).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, BBB: verworpen. CDA ook? Verworpen. Nee, dan is de motie aangenomen. Jongens, excuus, we gaan deze toch even overdoen. Het gaat niet om de breedte, maar om de snelheid!

In stemming komt de motie-Sneller c.s. (24587, nr. 850).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Knops/Van Nispen (24587, nr. 852).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Adoptie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Adoptie,

te weten:

  • de motie-Mutluer/Van Nispen over slachtoffers door het expertisecentrum laten ondersteunen bij het maken van persoonlijke herstelplannen (31265, nr. 105);
  • de motie-Van Nispen over de uitkomsten van landenanalyses in beginsel leidend laten zijn bij de beoordeling van interlandelijke adoptie (31265, nr. 106).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Mutluer/Van Nispen (31265, nr. 105).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (31265, nr. 106).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Arbitrage, mediation en herstelrecht

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Arbitrage, mediation en herstelrecht,

te weten:

  • de motie-Ellian/Knops over het ontwikkelen van één centraal mediatorsregister (29279, nr. 724);
  • de motie-Van Nispen over het structureel verhogen van het budget voor mediation in strafzaken (29279, nr. 725);
  • de motie-Mutluer over middelen om de ambities ten aanzien van herstelrecht waar te maken (29279, nr. 726);
  • de motie-Mutluer over bevorderen dat de politie eenvoudige en veelvoorkomende strafzaken gaat beoordelen op "herstelrechtwaardigheid" (29279, nr. 727).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Ellian/Knops (29279, nr. 724).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (29279, nr. 725).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Mutluer (29279, nr. 726).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mutluer (29279, nr. 727).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Duurzaam vervoer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Duurzaam vervoer,

te weten:

  • de motie-Koerhuis over huiseigenaren en huurders met een eigen garagebox en vve's met een parkeergarage uit de ladder van laden halen (31305, nr. 354);
  • de motie-Alkaya c.s. over alles in het werk stellen om een verdere verschraling van de dienstregeling in het openbaar vervoer te voorkomen (31305, nr. 355);
  • de motie-Van Ginneken over inventariseren of meer gemeenten bereid zijn een zero-emissiezone in te voeren (31305, nr. 356);
  • de motie-De Hoop c.s. over in kaart brengen hoeveel steun er per regio nodig is om de dienstregeling overeind te houden (31305, nr. 357);
  • de motie-De Hoop/Alkaya over voorkomen dat inwoners van landelijke gebieden onevenredig hoge kosten moeten betalen ten opzichte van het huidige systeem (31305, nr. 358).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

De voorzitter:
De motie-Alkaya c.s. (31305, nr. 355) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tientallen vervoerders, vakbonden, milieuorganisaties en lokale bestuurders waarschuwen voor het verdwijnen van tot wel een derde van het openbaar vervoer in ons land, indien er geen nationaal vangnet komt voor het jaar 2023;

overwegende dat er nog voor het zomerreces van de Tweede Kamer een duidelijk politiek signaal nodig is om te voorkomen dat dienstregelingen ernstig verschralen, onder meer vanwege de planning van dienstregelingen;

spreekt uit dat ernstige verschraling van de dienstregeling in het openbaar vervoer onwenselijk is;

verzoekt de regering alles in het werk te stellen om dit te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 355 (31305).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (31305, nr. 354).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, Volt, DENK, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Alkaya c.s. (31305, nr. ??, was nr. 355).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ginneken (31305, nr. 356).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Hoop c.s. (31305, nr. 357).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer De Hoop, nu uw motie is aangenomen.

De heer De Hoop (PvdA):
Ik zou graag horen hoe het kabinet deze motie gaat uitvoeren, omdat die ontraden was.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-De Hoop/Alkaya (31305, nr. 358).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Beckerman/Nijboer over een totaaloverzicht van de huidige stand van zaken (33529, nr. 1045);
  • de motie-Beckerman/Nijboer over het overlaadstation aardgascondensaat in Roodeschool verplaatsen (33529, nr. 1046);
  • de motie-Beckerman/Nijboer over het bewijsvermoeden van toepassing laten zijn in relatie tot de gasopslag bij Grijpskerk (33529, nr. 1047);
  • de motie-Beckerman/Nijboer over nog dit jaar een goede regeling voor ondernemers met waardedaling als gevolg van mijnbouw (33529, nr. 1048);
  • de motie-Van Haga/Smolders over minimaal een waakvlamscenario nastreven (33529, nr. 1049);
  • de motie-Van Haga/Smolders over extra gas winnen uit het Groningenveld als bedrijven afgesloten dreigen te worden (33529, nr. 1050);
  • de motie-Kröger/Thijssen over slechts tijdelijke winningsvergunningen uitgeven (33529, nr. 1051);
  • de motie-Kröger/Thijssen over een wetenschappelijk onderbouwd afbouwpad voor fossiele winning (33529, nr. 1052);
  • de motie-Boulakjar/Paulusma over onderzoek naar in 2023 opvolging geven aan de JongerenTop Groningen 2019 (33529, nr. 1053).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

De voorzitter:
De motie-Beckerman/Nijboer (33529, nr. 1047) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gasopslag bij Grijpskerk extra ingezet zal gaan worden;

constaterende dat omwonenden, waarvan velen al schade hebben, zich grote zorgen maken over de gevolgen;

verzoekt de regering dit najaar de noodzakelijke wetswijzigingen om het bewijsvermoeden van toepassing te laten zijn, aan te bieden aan de Raad van State, en te zorgen dat dit door IMG correct wordt toegepast;

verzoekt de regering voorts met omwonenden in gesprek te gaan over de door hen gewenste (frequente) metingen, zoals bodemdalingmetingen aan de randen van het veld, drukmetingen en tiltmetingen, en de milieu-effecten op de leefomgeving, en de Kamer daarover te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1047 (33529).

De motie-Van Haga/Smolders (33529, nr. 1049) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat besloten is om, vanwege de seismische activiteit, de gasproductie van het Groninger gasveld te stoppen;

overwegende dat het strategisch verantwoord is om de installaties niet af te breken maar te blijven onderhouden;

overwegende dat de oorlog in Oekraïne heeft geleid tot een andere situatie op de gasmarkt;

verzoekt de regering een waakvlamscenario na te streven waarbij er genoeg gas geproduceerd wordt om de installaties en de infrastructuur in stand te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1049 (33529).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Nijboer (33529, nr. 1045).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Nijboer (33529, nr. 1046).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman/Nijboer (33529, nr. ??, was nr. 1047).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Nijboer (33529, nr. 1048).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Haga/Smolders (33529, nr. ??, was nr. 1049).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Gündoğan niet? Wel? Nee. Het lijkt wel een onderhandeling. Ik kijk even naar de heer Omtzigt. Ook niet, hè? Ja, wel!

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (33529, nr. 1050).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Thijssen (33529, nr. 1051).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger/Thijssen (33529, nr. 1052).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boulakjar/Paulusma (33529, nr. 1053).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Jeugdbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Jeugdbeleid,

te weten:

  • de motie-Westerveld c.s. over de plannen voor het invoeren van een eigen bijdrage in de jeugdzorg schrappen (31839, nr. 858);
  • de motie-Kwint/Westerveld over een verbod op private-equity opnemen in de komende Wet integere bedrijfsvoering zorg (31839, nr. 859);
  • de motie-Kwint over de professionele autonomie van hulpverleners niet van bovenaf inperken (31839, nr. 860);
  • de motie-Raemakers over voor 1 november gesprekken voeren met aanbieders van gesloten jeugdzorg en de bijbehorende onderwijspartners (31839, nr. 861);
  • de motie-Den Haan/Westerveld over door het hele land lokale teams met voldoende expertise voor hoogwaardige triage inrichten (31839, nr. 862);
  • de motie-Den Haan/Westerveld over de hele integrale keten binnen de jeugd-ggz regionaal inzichtelijk maken (31839, nr. 863);
  • de motie-Ceder/Raemakers over de werving van pleegouders en de ondersteuning van pleeggezinnen intensiveren (31839, nr. 864);
  • de motie-Ceder/Maeijer over het opstellen van een familiegroepsplan (31839, nr. 865);
  • de motie-Ceder/Peters over de randvoorwaarden voor het overhevelen van dyslexiezorg naar het onderwijs (31839, nr. 866);
  • de motie-Maeijer over geen spoeduithuisplaatsingen op basis van een melding van een derde (31839, nr. 867);
  • de motie-Sylvana Simons over het beloofde plan voor de afbouw van de gesloten jeugdzorg dit jaar afronden (31839, nr. 868);
  • de motie-Sylvana Simons over excuses van de minister aan jongeren die in de gesloten jeugdzorg en jji's zijn opgesloten (31839, nr. 869);
  • de motie-De Neef over de beschikbaarheid van laagdrempelige inloopvoorzieningen voor jongeren bij verschillende gemeenten (31839, nr. 870).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31839, nr. 858).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint/Westerveld (31839, nr. 859).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint (31839, nr. 860).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raemakers (31839, nr. 861).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, Volt, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Westerveld (31839, nr. 862).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Westerveld (31839, nr. 863).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceder/Raemakers (31839, nr. 864).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Maeijer (31839, nr. 865).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Peters (31839, nr. 866).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (31839, nr. 867).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sylvana Simons (31839, nr. 868).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sylvana Simons (31839, nr. 869).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Neef (31839, nr. 870).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Nog twee pagina's te gaan, zeg ik maar even. De heer Mohandis, PvdA.

De heer Mohandis (PvdA):
Voorzitter. De motie op stuk nr. 617 onder 29, over medische preventie, verslavingszorg en drugspreventie, zouden we nog even willen aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Mohandis stel ik voor zijn motie (32793, nr. 617) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Simons, BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter. Ik wil graag doorgeven dat ik bij de motie op stuk nr. 861 wens te hebben tegengestemd.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit opnemen in de Handelingen.


29. Stemmingen moties Medische preventie / Verslavingszorg/ Drugspreventie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Medische preventie / Verslavingszorg/ Drugspreventie,

te weten:

  • de motie-Mohandis/Westerveld over de CEM zo snel mogelijk aanbieden (32793, nr. 618);
  • de motie-Den Haan/Rudmer Heerema over de doorlooptijd voor vaccins van EMA-goedkeuring tot inzet in de praktijk drastisch terugbrengen (32793, nr. 619);
  • de motie-Den Haan/Kuzu over beter inzetten op de preventieve opsporing van beroertes (32793, nr. 620);
  • de motie-Den Haan/Kuzu over screening op en dieetbehandeling van ziektegerelateerde ondervoeding als onderdeel van de intakegesprekken (32793, nr. 621);
  • de motie-Kuzu/Den Haan over onderzoek naar de ontmoediging van softdrugsgebruik door belastingen en heffingen (32793, nr. 622);
  • de motie-Kuzu c.s. over wetgeving die het voor iedereen die in 2010 of later is geboren verbiedt om tabaksproducten te kopen (32793, nr. 623);
  • de motie-Bikker c.s. over onderzoek naar aanvullende preventieve maatregelen om het gebruik van synthetische drugs terug te dringen (32793, nr. 624);
  • de motie-Slootweg over aandacht voor maximale gezondheidswinst en de mogelijke rol van polyvalente vaccins bij de nieuwe aanbesteding voor een HPV-vaccin (32793, nr. 625);
  • de motie-Slootweg/Bikker over de voorlichting over drugsbeleid ook op ouders richten (32793, nr. 626);
  • de motie-Agema over de bestrijding van teken via vogels en schimmels (32793, nr. 627).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Mohandis/Westerveld (32793, nr. 618).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Rudmer Heerema (32793, nr. 619).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Kuzu (32793, nr. 620).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de VVD, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Voordat we stemmen over de motie op stuk nr. 621, gaan we naar mevrouw Den Haan van de Fractie Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de collega's. Deze motie is al een keer eerder aangenomen. De staatssecretaris heeft de motie ontraden, maar die is nu weer aangenomen. Ik hoor van de staatssecretaris hoe hij hieraan uitvoering gaat geven.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit opnemen in de Handelingen. Nee, niet in de Handelingen; we gaan het doorgeven aan het kabinet, want anders gebeurt er niks mee. Dus we geven het direct door aan het kabinet.

In stemming komt de motie-Den Haan/Kuzu (32793, nr. 621).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu/Den Haan (32793, nr. 622).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD en Lid Gündoğan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu c.s. (32793, nr. 623).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, de PvdA en Lid Gündoğan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bikker c.s. (32793, nr. 624).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Slootweg (32793, nr. 625).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Slootweg/Bikker (32793, nr. 626).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema (32793, nr. 627).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Agema, PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank mijn collega's hartelijk voor het aannemen van deze motie. Er worden per jaar heel veel mensen ziek door een tekenbeet. De motie was ontraden door de staatssecretaris, dus ik zou graag een brief willen ontvangen over de uitvoering.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.


Stemming motie Onderzoek veiligheidsbeleving onder jongeren in jeugdzorg met verblijf

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Onderzoek veiligheidsbeleving onder jongeren in jeugdzorg met verblijf,

te weten:

  • de motie-Westerveld over de aanbevelingen van de commissie-De Winter en de commissie-Samsom opvolgen. (31015, nr. 260).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

De voorzitter:
De motie-Westerveld (31015, nr. 260) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een van de aanbevelingen van commissie-De Winter was om onderzoek te doen naar de prevalentie van geweld in de huidige jeugdzorg;

constaterende dat er naar aanleiding van deze aanbeveling een onderzoek is gedaan naar de veiligheidsbeleving van jongeren in jeugdzorg naar verblijf;

overwegende dat dit onderzoek zo weinig respondenten had dat er terughoudendheid geboden is bij het trekken van conclusies;

overwegende dat dit onderzoek niet voldoet aan de maatstaven van prevalentieonderzoek zoals aanbevolen door commissie-De Winter;

verzoekt de regering om bij het vervolgonderzoek naar veiligheidsbeleving prevalentieonderzoek een grotere rol te geven zoals ook is aanbevolen in de rapporten van commissie-De Winter en commissie-Samson,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 260 (31015).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld (31015, nr. ??, was nr. 260).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Ontwikkeling inzake de tarieven van tolken en vertalers

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwikkeling inzake de tarieven van tolken en vertalers,

te weten:

  • de motie-Van Nispen over het minimumuurtarief van gerechtstolken verhogen en de voorrijkosten niet afschaffen (29936, nr. 66);
  • de motie-Van Nispen over een aanvullend onderzoek op de vertaalmarkt (29936, nr. 67);
  • de motie-Van Nispen over verhoging van de afname van tolken en vertalers op C1-niveau (29936, nr. 68);
  • de motie-Sneller/Ellian over aanpassing van de aanbestedingsvoorwaarden voor gerechtstolken om het schrappen van de voorrijkosten te ondervangen (29936, nr. 69).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Van Nispen (29936, nr. 66).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (29936, nr. 67).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (29936, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sneller/Ellian (29936, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Van Nispen, SP

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Nu de moties op de stukken nrs. 67 en 68 zijn aangenomen, zou ik graag een brief willen, maar ook over de motie op stuk nr. 69, want ook dat is goed nieuws. Dus graag een brief van het kabinet over hoe het deze moties gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.


Stemming motie Ontwikkeling koopkracht en stijgende energieprijzen

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkeling van de koopkracht en de stijgende energieprijzen,

te weten:

  • de motie-Dassen/Nijboer over een nultarief voor duurzame energiebronnen in het Belastingplan 2023 (35925-XV, nr. 138).

(Zie vergadering van 30 maart 2022.)

De voorzitter:
De motie-Dassen/Nijboer (35925-XV, nr. 138) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de installatie en aanschaf van warmtepompen in Nederland niet onder het nultarief vallen;

overwegende dat het gebruik van warmtepompen het gebruik van gas significant kan terugdringen en dat dit huishoudens helpt hun energierekening betaalbaar te maken of te houden;

verzoekt de regering om in het Belastingplan 2023 tijdelijk de aankoop en installatie van warmtepompen onder het nultarief in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 138 (35925-XV).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dassen/Nijboer (35925-XV, nr. ??, was nr. 138).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wvb Wet verplaatsing bevolking

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Regels over het voortduren van de werking van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking en tot wijziging van die wet (Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wvb) (36081).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wvb Wet verplaatsing bevolking

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Regels over het voortduren van de werking van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking en tot wijziging van die wet (Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wvb),

te weten:

  • de motie-Van Haga over topprioriteit maken van het uitzetten van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen (36081, nr. 8);
  • de motie-Van Haga over gemeenten niet dwingen om asielzoekers op te vangen (36081, nr. 9);
  • de motie-Van Haga over tweede woningen niet gedwongen tijdelijk afstaan voor asielopvang (36081, nr. 10);
  • de motie-Stoffer over terughoudend omgaan met staatsnoodrecht (36081, nr. 11);
  • de motie-Stoffer over afzien van dwang bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen en reguliere asielzoekers (36081, nr. 12);
  • de motie-Van der Plas over een maandelijkse analyse van het noodrecht onder de Voortduringswet (36081, nr. 13);
  • de motie-Kröger over de opvang van ontheemde Oekraïners en asielzoekers in samenhang bezien (36081, nr. 14).

(Zie vergadering van 6 juli 2022.)

In stemming komt de motie-Van Haga (36081, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (36081, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (36081, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (36081, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (36081, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (36081, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (36081, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming motie Landbouw, klimaat en voedsel

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Landbouw, klimaat en voedsel,

te weten:

  • de motie-Tjeerd de Groot/Boswijk over een onafhankelijke registratie van het gebruik van gewasbescherming (35925-XIV, nr. 135).

(Zie vergadering van 19 april 2022.)

In stemming komt de motie-Tjeerd de Groot/Boswijk (35925-XIV, nr. 135).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, het CDA en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen motie Luchtvaart

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het tweeminutendebat Luchtvaart,

te weten:

  • de motie-Van Raan/Kröger over een plan over de omvang van de energievraag van de lucht- en scheepvaart (31936, nr. 956);
  • de motie-Van Raan/Kröger over bij luchthavens handhaven op ontbrekende natuurvergunningen (31936, nr. 957).

(Zie vergadering van 9 juni 2022.)

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 956).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 957).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Daarmee zijn we aan het eind gekomen van deze stemmingen. Ik schors de vergadering voor een enkel moment en dan gaan we daarna weer verder met een aantal tweeminutendebatten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen


Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is een korte regeling van werkzaamheden. Ik deel aan de Kamer mee dat tijdelijk verlof is verleend aan:

  • mevrouw Tellegen met ingang van 8 juli 2022;
  • mevrouw Becker met ingang van 8 augustus 2022 en
  • mevrouw Kerseboom met ingang van 16 augustus 2022.

Ik stel voor mevrouw Kamminga te benoemen als eerste ondervoorzitter in de vacature.

Ik stel voor hedenavond ook te stemmen over twee brieven van de commissie voor de Rijksuitgaven (36100, nr. 26 en 31865, nr. 211).

Ik stel voor de volgende wetsvoorstellen toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • Wijziging van enige bepalingen in Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van Bonaire, Sint Eustatius en Saba met betrekking tot de keuze van de geslachtsnaam (introductie gecombineerde geslachtsnaam) (35990);
  • Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2022 (Zesde incidentele suppletoire begroting) (36086);
  • Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake de opvang van ontheemden uit Oekraïne) (36083);
  • Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake de opvang van ontheemden uit Oekraïne) (36115);
  • Regels omtrent de oprichting en inrichting van een kiescollege voor de Eerste Kamer voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn alsmede wijziging van de Kieswet ten behoeve van de verkiezing van de leden van het kiescollege voor Nederlanders die geen ingezetenen zijn en de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer door de leden van dit kiescollege (Wet kiescollege niet-ingezetenen) (36071).

Ik deel mee dat de volgende debatten komen te vervallen:

  • het debat over energiearmoede in Nederland;
  • het dertigledendebat over een handleiding bij de Belastingdienst met discriminerende instructies;
  • het dertigledendebat over exportkredietverzekeringen.

Ik deel mee dat de volgende stukken van de stand van werkzaamheden worden afgevoerd: 31066-987; 26643-803; 30985-51; 26643-842; 26643-794; 26643-755; 31765-613; 35925-XVI-185; 35925-XVI-183; 35925-XVI-28; 29279-691; 29279-684; 35925-VII-103; 35925-VII-142; 2022Z05285; 35475-13; 32824-358; 25295-1815; 32620-274; 29282-460; 29282-459; 29282-458; 29282-457; 29282-456; 29515-462; 33628-89; 29282-455; 29282-454; 29282-453; 29282-443; 29282-437; 29282-448; 29282-451; 25295-1701; 33628-84; 29282-449; 29282-432; 2022Z07313; 32847-880; 29453-550; 27926-364; 32847-883; 32847-881; 21501-28-241; 2022Z09161 en 21501-07-1851.

Ik deel mee dat de volgende aangehouden moties komen te vervallen: 35788-143; 31288-954; 35766-6; 19637-2843; 19637-2853; 22112-3364; 31239-351 en 30950-294.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze korte regeling van werkzaamheden. Ik wil de staatssecretaris bedanken voor zijn aanwezigheid bij de lange stemmingen. Ik schors de vergadering voor een enkel moment.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Materieel Defensie

Voorzitter: Nijboer

Materieel Defensie

Aan de orde is het tweeminutendebat Materieel Defensie (CD d.d. 29/06).

De voorzitter:
We gaan verder met de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Materieel Defensie. We hanteren het kerstregime, net als gisteren. Er zijn 30 tweeminutendebatten, dus het verzoek is om alleen de moties voor te lezen. Ik heb ook het verzoek aan de staatssecretaris om de moties daarna kort van een appreciatie te voorzien. Ik geef het woord aan de heer Van Haga. Hij spreekt namens de Groep Van Haga. Ja, dat staat hier, meneer Van Haga. Dan moet u eerst met uw nieuwe titel de verkiezingen in gaan.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Door wanbeleid zijn er immense tekorten aan materieel en personeel. We houden het nog geen drie dagen vol als we worden aangevallen. En ondertussen geven we alles weg, zoals pantserhouwitsers, en leasen we tanks van Duitsland. Wij, BVNL, willen graag een volwaardige, onafhankelijke krijgsmacht die niet bij andere landen hoeft aan te kloppen voor materieel.

Daarom de volgende moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om te streven naar een volwaardig defensieapparaat, onafhankelijk van andere landen en de Europese Unie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 362 (27830).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote tekorten zijn aan materieel bij Defensie;

verzoekt de regering om geen materieel weg te geven aan andere landen totdat onze eigen krijgsmacht op orde is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 363 (27830).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Tot slot hoop ik dat het kabinet nu wél luistert naar de Kamer en een alternatieve locatie zoekt voor de SMART-L-radar, die op dit moment in Herwijnen lijkt te zullen worden geplaatst.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de motie-Van Helvert c.s. (35570-X-24) op 30 november 2020 en de motie Van Helvert c.s. (27830, nr. 332) op 3 februari 2021 heeft aangenomen waarin zij de staatssecretaris opdraagt om een andere locatie te zoeken voor de SMART-L-radar;

verzoekt de regering om een andere locatie te zoeken voor de SMART-L-radar dan de locatie in Herwijnen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga, Fritsma en Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 364 (27830).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Hammelburg. Hij zal spreken namens D66.

De heer Hammelburg (D66):
Dank, voorzitter. We hebben gesproken over de beoogde versnelling van de aanschaf van de onderzeeboten door de staatssecretaris, waarvoor heel veel respect. We willen namelijk allemaal dat die onderzeeboten er zo snel mogelijk komen. We willen tegelijkertijd ook voorkomen dat er een capability gap ontstaat door het proces te versnellen. Daarover hebben we in de commissie onze zorgen geuit. Ik ben heel blij met de toezegging van de staatssecretaris dat we nog eens goed mee worden genomen in de veranderende risicoprofielen, die over korte tijd, van de zomer, met ons worden gedeeld. Daarom dien ik geen motie in, maar herhaal ik wel deze toezegging, die voor ons echt essentieel is om verder te gaan in dit proces.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer. Hij zal spreken namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij de vervanging van de onderzeebootcapaciteit het waarborgen van Nederlandse strategische autonomie van groot belang is;

overwegende dat tijdige en wezenlijke betrokkenheid van de Nederlandse maritieme- en defensie-industrie bij het ontwerp, de bouw en de instandhouding van de onderzeeboten van belang is voor het behoud van maritieme kennis en kunde en voor het creëren van economische toegevoegde waarde en werkgelegenheid in Nederland;

voorts overwegende dat de "knip" tussen bouw en instandhouding een zeker risico inhoudt voor die betrokkenheid van de Nederlandse industrie, en dat onduidelijk is hoe de beoogde gebruiksrechten bijdragen aan het mitigeren van dit risico;

verzoekt de regering bij de uiteindelijke offerteaanvraag robuuste criteria op te nemen voor een tijdige en zo groot mogelijke betrokkenheid van de Nederlandse maritieme- en defensie-industrie bij ontwerp, bouw en instandhouding van de onderzeeboten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.

Zij krijgt nr. 365 (27830).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Dijk. Hij spreekt namens de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter, dank.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de motie op stuk nr. 332 (27830) en de motie op stuk nr. 24 door een Kamermeerderheid zijn aangenomen en dat de SMART-L-radar daarom niet in Herwijnen kan worden geplaatst;

van mening dat de rijkscoördinatieregeling niet door de Kamer is overgenomen;

tevens overwegende dat de risico's rond straling niet zijn weggenomen;

verzoekt de regering de beslissing over de plaatsing van de SMART-L-radar voor een periode van drie maanden aan te houden en in die periode verder onderzoek te doen naar een alternatieve locatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 366 (27830).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Eppink. Hij spreekt namens JA21.

De heer Eppink (JA21):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland onder andere wapens, munitie en uitrusting aan Oekraïne levert;

overwegende dat een robuuste eigen voorraad in Nederland van groot strategisch belang is;

verzoekt de regering bij de levering van militaire goederen aan Oekraïne de voorraad in Nederland evenredig weer aan te vullen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eppink.

Zij krijgt nr. 367 (27830).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Defensie de offerteaanvraag voor de nieuwe onderzeeboten dit jaar nog wil versturen;

constaterende dat de Nederlandse maritieme maakindustrie van groot strategisch belang is voor het NAVO-bondgenootschap;

verzoekt de regering bij de aanschaf van de onderzeeboten oog te hebben voor het strategische belang en de noodzaak van de Nederlandse maritieme maakindustrie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eppink.

Zij krijgt nr. 368 (27830).

Dank u wel. Tot slot van de zijde van de Kamer is het woord aan de heer Valstar. Hij spreekt namens de VVD.

De heer Valstar (VVD):
Voorzitter. Met de dag neemt het risico toe dat de bijna 50 jaar oude radar in Nieuw Milligen uitvalt. Dat is voor mijn fractie een onverantwoord groot risico. Het is net zo onverantwoord dat de rijkscoördinatieregeling wordt stopgezet en de vervanging van de radar verdere vertraging oploopt. Tegelijkertijd ontslaat dat Defensie niet van de zorgplicht om de omwonenden blijvend te informeren. Daarom dien ik deze motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat adequate radardekking boven het Nederlandse luchtruim essentieel is voor uitvoeren van de uit de Grondwet afgeleide eerste hoofdtaak, te weten bescherming van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied;

constaterende dat de plaatsing van de radar tot zorgen leidt bij omwonenden in Herwijnen;

verzoekt het kabinet na plaatsing van de radar in Herwijnen metingen uit te voeren en te toetsen aan de hand van geldende gezondheidsnormen, en omwonenden, de gemeente en de Tweede Kamer hier jaarlijks over te informeren;

verzoekt het kabinet vijf jaar na realisatie van de radar te evalueren en te bezien of er gelijkwaardige alternatieven voorhanden zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Valstar en Stoffer.

Zij krijgt nr. 369 (27830).

De heer Van Dijk heeft één vraag.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik vind dit wel een opmerkelijke motie. We hebben een uitgebreid debat gevoerd en vastgesteld dat de Kamer twee keer heeft gezegd: geen radar in Herwijnen. De rijkscoördinatieregeling is niet goedgekeurd door de Kamer. Nu komt de VVD met een motie om de radar wel daar te plaatsen en eventueel na vijf jaar weg te halen. Wat is dit voor iets?

De heer Valstar (VVD):
Volgens mij weet de heer Van Dijk na het debat van vorige week wat het standpunt van de VVD is, namelijk dat het plaatsen van de SMART-L-radar in Herwijnen geen verdere vertraging kan oplopen. Tegelijkertijd hoorde u in mijn betoog van zonet dat ik vind dat Defensie na plaatsing de verantwoordelijkheid heeft om de omwonenden, de gemeente en de Tweede Kamer te blijven informeren, en niet alleen over de geldende gezondheidsnormen. Dat dus.

De voorzitter:
De heer Van Dijk, heel kort nog.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Is de passage dat de radar eventueel na vijf jaar kan worden weggehaald, niet ongelofelijke mosterd na de maaltijd?

De heer Valstar (VVD):
Nee, dat is geen ongelofelijke mosterd na de maaltijd. U heeft de vergelijkingen met de andere locaties kunnen zien. Herwijnen staat daar nog steeds bovenaan. Herwijnen voldoet aan alle vier de geschetste factoren. Er zijn nog geen gelijkwaardige alternatieven voorhanden, maar het is niet uitgesloten dat dat bijvoorbeeld over vijf jaar bij de evaluatie wel het geval blijkt te zijn. Ik sluit eveneens niet uit dat dat niet het geval is.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het eind van de inbreng van de zijde van de Kamer. Ik schors enkele minuten, waarna de staatssecretaris de moties van een oordeel zal voorzien.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Defensie.

Staatssecretaris Van der Maat:
Dank u wel, voorzitter. Op uw verzoek een korte en bondige reactie op de moties, in volgorde. Daar gaan we.

De motie op stuk nr. 362, ingediend door de heer Van Haga, verzoekt de regering om te streven naar een volwaardig defensieapparaat. Uiteraard, maar niet onafhankelijk van andere landen en de Europese Unie, want we bevinden ons natuurlijk in een belangrijk samenspel met de NAVO-partners. Daarom ontraad ik deze motie.

De motie op stuk nr. 363 van de heer Van Haga constateert dat er grote tekorten zijn en verzoekt de regering om geen materieel weg te geven aan andere landen. Wij ontraden de motie, want we moeten niet blind zijn voor wat er in Oekraïne gebeurt.

De motie op stuk nr. 364 over de SMART-L-radar verzoekt de regering om een andere locatie te zoeken voor de SMART-L-radar. Verwijzend naar het debat dat we van de week hebben gehad, ontraad ik die. We hebben uitvoerig onderzoek gedaan en Herwijnen is de meest geschikte locatie. Deze motie biedt geen alternatief en heeft daarmee drie jaar vertraging als implicatie. Dat kan ons luchtruim niet aan, dus ik ontraad de motie op stuk nr. 364.

De motie op stuk nr. 365 verzoekt ten aanzien van de onderzeeboten om robuuste criteria op te nemen. Wanneer ik het woord "robuust" zo mag duiden dat we dat als eis opnemen bij de uitvraag, kan ik de motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Ik zie de heer Stoffer met een duim omhoog, dus de motie op stuk nr. 365 krijgt oordeel Kamer met deze uitleg.

Staatssecretaris Van der Maat:
De motie op stuk nr. 366 gaat ook over de radar. Die ontraad ik ook. Daarmee wordt eigenlijk gevraagd om de besluitvorming aan te houden, terwijl in de beleving van het kabinet nu alle informatie voorhanden is om een besluit te nemen. Daar vraagt ons luchtruim ook om, dus ik ontraad de motie.

De motie op stuk nr. 367 van de heer Eppink verzoekt de regering bij de levering van militaire goederen aan Oekraïne de voorraad in Nederland evenredig weer aan te vullen. Die geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 368 geef ik ook oordeel Kamer. Die verzoekt de regering bij de aanschaf van de onderzeeboten oog te hebben voor het strategische belang en de noodzaak van de Nederlandse maritieme maakindustrie. Zeer zeker. Oordeel Kamer.

De motie-Valstar/Stoffer op stuk nr. 369 geef ik ook oordeel Kamer. Daarbij plaats ik de belangrijke opmerking dat wanneer de Kamer instemt met deze motie, het kabinet dat beschouwt als instemming van de Tweede Kamer met de keuze voor Herwijnen als locatie en met de voortzetting van de RCR-procedure voor Herwijnen.

De heer Valstar (VVD):
Ik heb een vraag over de motie op stuk nr 367 van de heer Eppink. De staatssecretaris geeft die oordeel Kamer, maar ik wil daar wel bij aantekenen dat er ook een aantal zaken zijn geleverd die op de lijst van af te stoten goederen stonden. Ik kan me voorstellen dat dat verouderd materieel is en ga er toch gemakshalve een beetje van uit dat wij verouderd materieel niet een-op-een weer gaan toevoegen aan de voorraad. Het zou dan hopelijk materieel betreffen dat wij daadwerkelijk nodig hebben.

Staatssecretaris Van der Maat:
Een zeer terechte aanscherping. Ik zie deze motie ook als een steunverklaring voor de zin die u in de Tweede Kamerbrief heeft gelezen die anderhalf à twee uur geleden naar u toe is gekomen, waarin inderdaad aangegeven is dat we natuurlijk naar vervanging streven van het materiaal dat we ook in de toekomst nodig hebben. In die geest heb ik ook de motie van de heer Eppink gelezen, maar dank voor deze aanscherping.

De voorzitter:
Dan dank ik de staatssecretaris van Defensie voor zijn snelle en heldere oordelen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors een enkel ogenblik voordat we verdergaan met het tweeminutendebat Hoofdlijnenbrief Cultuur.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022

Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022

Aan de orde is het tweeminutendebat Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022 (CD d.d. 22/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Hoofdlijnenbrief Cultuur. Ik heet de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom in ons midden. Wij hanteren het kerstregime. Dat betekent alleen de moties voorlezen, geen inleidingen geven, want er zijn 30 tweeminutendebatten en anders komen we niet tot een einde. Ik geef het woord aan de heer Kwint van de SP.

De heer Kwint (SP):
Sorry, voorzitter, ik wil natuurlijk niet meteen uw autoriteit ondermijnen, maar ik heb wel één vraag.

De voorzitter:
U mag wel een korte vraag stellen, maar ga niet allemaal twee minuten volpraten, want dan gaan we het echt niet redden.

De heer Kwint (SP):
Dat gaat mij zeker lukken. Ik was benieuwd naar een update over De Parade. De minister ging overleg voeren om te zien wat daar is misgegaan, wat daar beter kan en wat de toekomst daarvan is. Daar ben ik benieuwd naar. Verder zijn er een hoop dingen doorgeschoven naar na de zomer, dus daar komen we dan wel op terug. Er blijft nog wel één punt over. Dat is het gebrek aan personeel om de podia heen, zal ik maar zeggen. Er zijn een hoop opleidingsplekken verdwenen. Dat is wat ons betreft onverstandig.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een groot tekort is aan podiumbouwers, geluids- en lichttechnici en ander personeel in de evenementensector;

constaterende dat onder het mom van "macrodoelmatigheid" mbo-opleidingen in deze sector onder druk staan;

verzoekt het kabinet met de evenementensector en mbo-instellingen in gesprek te gaan om een plan te maken om de personeelstekorten op te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint.

Zij krijgt nr. 471 (32820).

De heer Kwint (SP):
Dat was 'm, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Helemaal goed. Dan is het woord aan mevrouw Westerveld. Zij zal spreken namens GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter, ik hoor wat u buiten de microfoon om zegt en ik ga proberen om het kort te houden. Ik heb geen moties, dus dat scheelt weer iets. Ik wil de staatssecretaris toch wel iets meegeven en vragen voordat het reces ingaat. We hebben deze week de maatregelenladder ontvangen van de culturele en creatieve sector. Die gaat over corona. "Maatregelenladder" is trouwens een vreselijk woord, maar ik begrijp ook wel dat het moeilijk is om andere woorden te vinden. Het idee is dus dat de sector veilig open kan blijven, ook als corona dit najaar weer de kop opsteekt. Ik wil graag van de staatssecretaris weten wat zij daar nu mee gaat doen en hoe zij ervoor zorgt dat dit ook bij de collega's van VWS onder de aandacht komt. Want hier moeten natuurlijk ook mensen over meepraten die verstand hebben van hoe we een pandemie onder controle houden. Ik ben heel benieuwd wat hier gaat gebeuren, want vanuit het kabinet mist een goede strategie; dat heb ik ook al in het coronadebat gezegd. Ik wil graag van de staatssecretaris weten of ze hier voordat het najaar begint over kan spreken met de sector, en of er ook voor het najaar afspraken zijn over compensatie- en steunmaatregelen voor als er mogelijk toch weer delen van de sector gesloten moeten worden — en laten we hopen dat dat niet hoeft — want er is behoefte aan duidelijkheid.

Voorzitter. Nog één punt. Dat gaat over arbeidsmarktpilots. Wij krijgen in de zomer een brief met de uitwerking daarvan, maar ik vind dat dit te traag gaat. Ik wil ook graag van de staatssecretaris weten wat er structureel gaat gebeuren omdat er natuurlijk behoefte is aan duidelijkheid op de lange termijn. En ik ben benieuwd naar het concrete plan met die pilots.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Werner. Zij spreekt namens het CDA.

Mevrouw Werner (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering culturele programmering bij de publieke omroep wil vergroten, waarmee een breder publiek wordt gestimuleerd terug te keren naar theaters, musea en bioscopen;

overwegende dat een herkenbaar mediamoment, vergelijkbaar met het NOS Sportjournaal, van belang kan zijn voor de culturele en creatieve sector;

verzoekt de regering in overleg te treden met de culturele en creatieve sector en de publieke omroep om de mogelijkheden te verkennen van een vaste televisierubriek met het belangrijkste landelijke en regionale cultuurnieuws van de dag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Werner.

Zij krijgt nr. 472 (32820).

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van Strien. Hij zal spreken namens de VVD.

De heer Van Strien (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb meteen een motie, die al gloedvol van zichzelf is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de culturele en creatieve sector met zijn verbeeldingskracht en ontwerpende vermogen op een unieke manier kan bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en het verwezenlijken van de transitieopgaven;

constaterende dat innovatie in de culturele sector toegejuicht en aangejaagd moet worden om cultuur aantrekkelijk en toegankelijk te houden voor alle Nederlanders, in het bijzonder de jongere generaties;

constaterende dat cultureel ondernemerschap van groot belang is om de culturele sector ook in de toekomst vitaal te houden;

overwegende dat de huidige eisen binnen de culturele basisinfrastructuur (BIS en Rijkscultuurfondsen) instellingen en gezelschappen niet expliciet belonen voor het hebben van maatschappelijke impact die aansluit op maatschappelijke opgaven, voor het succesvol doorvoeren van innovatie of het entameren van cultureel ondernemerschap;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze prestatieafspraken verruimd en flexibeler kunnen worden zodat maatschappelijke impact, cultureel ondernemerschap en innovatie mee kunnen wegen bij de aanvraag en verantwoording in de nieuwe BIS-periode, waarbij extra administratieve druk beperkt blijft, en de Kamer hierover ruim voor besluitvorming van de volgende BlS-ronde te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Strien.

Zij krijgt nr. 473 (32820).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Mohandis. Hij zal spreken namens de PvdA.

De heer Mohandis (PvdA):
Voorzitter, dank. Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging wat betreft de bibliotheekbrief, die na het reces komt. We hebben een debat gevoerd over het behoud van bibliotheken in elke gemeente. Er was wat aarzeling over wel of geen wetsaanscherping. Wat ons betreft komt die er. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal bibliotheken steeds verder afneemt waardoor de toegankelijkheid onder druk staat;

constaterende dat er momenteel invulling wordt gegeven aan de ambitie om tot een toekomstbestendige bibliotheekvoorziening in elke gemeente te komen;

verzoekt de regering te komen tot een wetswijziging die de toegang tot een volwaardige bibliotheek voor elke inwoner van Nederland garandeert, en deze uiterlijk in 2023 aan de Kamer te doen toekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis, Werner en Westerveld.

Zij krijgt nr. 474 (32820).

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Wuite. Zij zal spreken namens D66.

Mevrouw Wuite (D66):
Voorzitter, dank u wel. In het belang van de versterking van de positie van culturele makers hebben wij het over heel veel zaken gehad, waaronder de aanpak van de pilots. Daar hebben we het met de staatssecretaris over gehad. De planning is duidelijk, maar ik heb daar toch nog één vraag over. Kan de staatssecretaris toezeggen dat de resultaten van deze pilots beschikbaar worden gesteld en betrokken zullen worden bij de stelselherziening van de culturele sector? Want dat was nog niet helemaal helder. Ik heb hierover een motie overwogen, maar ik denk dat het toegezegd kan worden. Dat scheelt vanavond ook weer tijd met de veelheid aan moties die we zullen uitspreken.

Ik heb één motie en die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat artikel 1 in de Wet op het specifiek cultuurbeleid benoemt dat deze wet ook van toepassing is op Saba, Bonaire en Sint-Eustatius;

van mening dat culturele instellingen op de eilanden een belangrijke maatschappelijke rol vervullen;

van mening dat de instellingen op de eilanden daarom ook goede toegang moeten hebben tot subsidiemogelijkheden;

verzoekt de regering voor Caribisch Nederland de uitgangspunten van de hoofdlijnenbrief cultuur ook mee te nemen in de gezamenlijk op te stellen cultuuragenda's behorende bij de spoedig af te sluiten cultuurconvenanten en daarvoor de middelen in de hoofdlijnenbrief ook expliciet voor Caribisch Nederland beschikbaar te stellen;

en verzoekt de regering om Caribisch Nederland ook te betrekken in de uitvoering en de evaluatie van de fair practice pilots en de maatregelen gericht op jongerencultuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wuite.

Zij krijgt nr. 475 (32820).

Dank u wel. Dan is tot slot aan de zijde van de Kamer het woord aan de heer Bosma, die zich nog heeft gemeld. Hij zal spreken namens de PVV.

De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Het was een alleraardigst commissiedebat dat we mochten hebben met de staatssecretaris. Het had een hele leuke uitkomst. Het betaalt zich toch terug dat de staatssecretaris niet helemaal van de Staat is, maar een gepromoveerd cultuurhistorica. Zij heeft duidelijkheid gebracht over de vraag of er slaven op de Gouden Koets staan. Zij heeft duidelijk gezegd: er staan sporen op van onze koloniale geschiedenis. Kortom, er staan geen slaven op de Gouden Koets. Dat is nu voor eens en altijd duidelijk. Jarenlang werd er gehetzt en werd er van alles geroepen, maar er staan geen slaven op de Gouden Koets. De stedenmaagd, de Hollandse maagd, staat er wel op. Dat is een symbool van verheffing. Dat is prachtig. Kortom, de Gouden Koets kan weer gaan rijden, want al dat gedram en gehetz zijn nu voor eens en altijd naar het rijk der fabelen verwezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit het debat met de staatssecretaris van OCW is gebleken dat er geen slaven staan afgebeeld op de Gouden Koets;

van mening dat de Gouden Koets een belangrijke onderdeel is van ons nationale erfgoed;

verzoekt de regering voortaan de Gouden Koets weer in te zetten op Prinsjesdag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Martin Bosma.

Zij krijgt nr. 476 (32820).

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de Kamer. Ik schors voor enkele minuten — ik denk ruim een minuut of vijf — voor de beantwoording door de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 14.59 uur tot 15.04 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het beantwoorden van een enkele vraag en haar oordeel over de moties.

Staatssecretaris Uslu:
Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag is van meneer Kwint en gaat over De Parade. Ik heb dit nog even nagevraagd bij EZK: de procedure loopt nog en er ligt een aanvraag voor de editie in Rotterdam. Het lijkt erop dat die gehonoreerd gaat worden. Voor de editie in Amsterdam loopt een bezwaarprocedure. Dat bezwaar is in juni ingediend, dus we wachten nog even op de uitslag.

Mevrouw Westerveld stelde een vraag over de arbeidsmarktpilots en de zzp'ers. Ik kan u daarover het volgende zeggen. We zijn heel druk met de uitwerking van die pilots. Daarbij wordt de sector zelf betrokken. Morgen is hierover zelfs een heel breed overleg met alle betrokken partijen. Verder is het van belang dat we met die pilots aansluiten bij het beleid van SZW, zodat we ook werken aan een structureel sterkere arbeidsmarkt. In de brief na Prinsjesdag ga ik niet alleen in op de pilots, maar ook op de structurele plannen voor de arbeidsmarkt.

Mevrouw Westerveld vroeg vervolgens naar de stand van zaken rond de coronaladder. Ik heb het sectorplan van de taskforce inderdaad ontvangen. Alle sectorplannen worden in de zomer behandeld. Uw Kamer wordt hierover door de minister van VWS begin september geïnformeerd. Zoals u weet ben ik in dit proces de stem van de cultuur. Ik zal wat dat betreft de belangen zo goed mogelijk behartigen. Ik zal mij er ook voor inzetten dat dat snel en goed verloopt.

Mevrouw Wuite heeft mij gevraagd of de regering Caribisch Nederland bij de uitvoering en de evaluatie van de arbeidsmarktpilots en de fairpracticepilots betrekt. Ik kan daar positief op antwoorden, dus dat kan ik haar toezeggen.

Dan ga ik naar de moties. De motie op stuk nr. 471 van de heer Kwint vraagt om te komen tot voldoende opleidingsplekken. Deze motie is gericht aan mijn collega Dijkgraaf. Daarom kan ik hier zo eigenlijk niet op antwoorden. Ik vraag u daarom om de motie aan te houden, zodat ik daarover kan overleggen en daar schriftelijk op kan terugkomen.

De heer Kwint (SP):
U zit zo een paar uur naast elkaar geloof ik, dus misschien ziet u daar een gelegenheid om het er even over te hebben. Ik houd de motie aan. Mocht die nu al meekunnen, dan is dat handig voor vanavond, maar er gaan ook geen levens verloren op het moment dat we na de zomer stemmen.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kwint stel ik voor zijn motie (32820, nr. 471) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
We gaan naar de motie op stuk nr. 472.

Staatssecretaris Uslu:
De motie op stuk nr. 472 is van mevrouw Werner. Zij vraagt naar de mogelijkheden voor een cultuurjournaal. Deze motie wil ik ontraden. Wel wil ik in gesprek gaan met de NPO over de zichtbaarheid van cultuur, maar ik kan niet in de programmering van de publieke omroep treden. Daarom ontraad ik deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 473 van de heer Van Strien. Hij vraagt te onderzoeken op welke wijze prestatieafspraken verruimd en flexibeler kunnen worden, zodat maatschappelijke impact, cultureel ondernemerschap en innovatie mee kunnen wegen bij de aanvraag in de nieuwe BIS-periode. Dat wil ik doen, dus ik laat het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 474 van meneer Mohandis van de PvdA over bibliotheken. Ook bij die motie kan ik het oordeel aan de Kamer laten. Ik zeg er wel even bij dat 2023 héél ambitieus is, maar ik ga mijn best doen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 474 krijgt oordeel Kamer, met die opmerking erbij. Dan de motie op stuk nr. 475.

Staatssecretaris Uslu:
De motie op stuk nr. 475 is van het lid Wuite. Ze vraagt om alle maatregelen uit de hoofdlijnenbrief van toepassing te laten zijn op de openbare lichamen van Caribisch Nederland. Ook bij die motie laat ik het oordeel aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 476 van meneer Bosma gaat over de gouden koets. Ik ontraad de motie, want ik spreek mij niet uit over een vervoermiddel van de Koning.

Dat waren de moties.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de staatssecretaris voor de snelle beantwoording. Ik zie mevrouw Wuite nog in de startblokken staan, dus ik geef haar nog de gelegenheid voor één korte vraag.

Mevrouw Wuite (D66):
Ik merkte even dat er een mix-up was, want de toezeggingen die ik in mijn intro had benoemd, hadden betrekking op de toezegging om de resultaten van de pilots met betrekking tot de culturele makers beschikbaar te stellen en ook te betrekken bij de stelselherziening van de culturele sector. Kan de staatssecretaris dat nog toezeggen? Daar was, denk ik, even een mix-up over.

Staatssecretaris Uslu:
Bedoelt u dan de twee lopende pilots over zzp'ers en of ik die wil betrekken bij Caribisch Nederland?

Mevrouw Wuite (D66):
Nee, het heeft niets te maken met Caribisch Nederland.

Staatssecretaris Uslu:
Nog één keer dan alstublieft.

Mevrouw Wuite (D66):
Het heeft te maken met de versterking van de positie van de zelfstandige makers. Om de resultaten daarvan mee te nemen bij de structurele stelselherziening van de BIS.

De voorzitter:
Wilt u dat doen, is de vraag.

Staatssecretaris Uslu:
Uiteraard. Dat zeg ik toe.

De voorzitter:
Dat wordt bij dezen toegezegd. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor haar snelle beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemmingen over de moties zijn voor vanavond voorzien. Daarom doen we het allemaal vandaag. Ik schors voor een enkel moment en dan gaan we verder met het debat over het bericht dat een topambtenaar van het ministerie van OCW een klokkenluider over misstanden bij de NPO in de kou heeft gezet.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Bericht dat topambtenaar ministerie OCW een klokkenluider over misstanden bij de NPO in de kou heeft gezet

Voorzitter: Bergkamp

Bericht dat topambtenaar ministerie OCW een klokkenluider over misstanden bij de NPO in de kou heeft gezet

Aan de orde is het debat over het bericht dat een topambtenaar van het ministerie van OCW een klokkenluider over misstanden bij de NPO in de kou heeft gezet.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over het bericht dat een topambtenaar van het ministerie van OCW een klokkenluider over misstanden bij de NPO in de kou heeft gezet. Ik heet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom, en ook de staatssecretaris, de woordvoerders en de mensen die het debat volgen op de publieke tribune en op een andere wijze. Ik wil met de Kamerleden afspreken: vier vragen of opmerkingen aan elkaar en zes aan de bewindspersonen.

Ik geef nu als eerste het woord aan de heer Bosma, de aanvrager van het debat. Hij is van de PVV.

De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. Waarom zijn de liefdesnachten van de NPO-voorzitter met de hoogste media-ambtenaar, waarom zijn de zwoele capriolen in Hotel de ABDIJ te Dokkum, waarom is deze intieme belangenverstrengeling van staatsrechtelijk belang? Dat is de vraag. Het antwoord luidt: netwerkcorruptie.

Er was eens een klokkenluider, zeer goed ingevoerd in Hilversum, die alles wist over de duistere constructies inzake topsalarissen. De Jeroen Pauwen, Paul de Leeuwen, Matthijs van Nieuwkerken en Floortje Dessings van deze wereld moeten wettelijk betaald worden onder de balkenendenorm. Maar van dat karige geld kunnen ze de huur natuurlijk nooit betalen. Komt tijd, komt raad: er werd iets op gevonden. Omroepverenigingen, zoals de VARA, sluiten deals met de productiebedrijven van die presentatoren. Het zijn afspraken over een gegarandeerd aantal miljoenen omzet. Kassa. Twee Kamerleden tipten de minister. Minister Slob gaf vervolgens zijn persoonlijke garantie de anonimiteit van de klokkenluider te zullen beschermen. Vervolgens zette hij zijn hoogste media-ambtenaar erop en vond er een gesprek plaats, dus van de topambtenaar met de klokkenluider. Het moet heel veel schokkende informatie hebben bevat. De schimmige deals kwamen op tafel. Eindelijk kon dit slepende dossier, waar we hier in de Tweede Kamer al vijftien jaar over praten, worden aangepakt. Vreemd: de klokkenluider heeft daarna nooit meer iets gehoord. Vreemd. Wat bleek? De ambtenaar had één ding verzwegen, namelijk haar intieme vriendschap met de NPO-voorzitter, het D66-kopstuk Shula Rijxman. Ik heb hier de mailwisseling inzake hun gezamenlijke hoteluitstapje. "Ik kan niet wachten tot het zaterdag is, xx." Eerste vraag aan de minister. Wie betaalt deze liefdesnachten in Hotel de ABDIJ te Dokkum? Is dat de NPO of het ministerie?

De topambtenaar claimt na 2016 geen werkrelatie meer met de NPO-baas te hebben gehad. Raar, want ik meen haar hier toch regelmatig in het Kamergebouw te hebben gezien in het gevolg van de minister bij debatten over de NPO. Het was haar taak om de NPO te controleren. Het gaat om een uitgave van 900 miljoen euro per jaar.

We krijgen nu een onderzoek naar de NPO-baas, van deze minister. Die is van D66. En van de staatssecretaris Media. Zij is van D66. De hoogste media-ambtenaar is van D66. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de auditdienst. Die valt onder minister Kaag van … D66. Staat en omroep liggen dus lepeltje-lepeltje in een hotelbed! Nachtenlang worden belangen verstrengeld. We wisten al van de mediareis, waarop de directeur-generaal Media en Cultuur, lid van D66, door de Verenigde Staten reisde met de top van de NPO. Maar de podcast van journalisten Mark Koster en Ton F. van Dijk komt vandaag met nog meer schokkend nieuws. Nu blijkt dat de NPO-voorzitter op vakantie is geweest met de toenmalige mediastaatssecretaris Sander Dekker, die dus toen over de NPO ging. Ik begrijp nu wel waarom ik jarenlang door hem met een kluitje in het riet ben gestuurd. Want in Kamerdebatten stelde ik regelmatig vragen over wat dus in de praktijk zijn vakantievriendinnetje blijkt te zijn. Achter een cocktailtje in Tel Aviv zullen ze wel hard hebben gelachen om al die Kamerleden die die domme vragen stelden. Vraag aan de minister. Wie financierde deze reis?

Voorzitter. Dit kan allemaal echt niet. Stel je voor dat Dick Benschop van Schiphol in bed zou liggen met een topambtenaar van het ministerie van Infrastructuur. Stel je voor dat meneer Van Dissel op vakantie zou gaan met iemand van het ministerie van Volksgezondheid. De wereld zou te klein zijn, en terecht! Daarom spreekt het Commissariaat voor de Media over "belangenverstrengeling". Ik heb een beter woord: netwerkcorruptie.

Voorzitter. Wat moet er nu gebeuren? Eén: de klokkenluider moet beschermd worden. Twee: dat onderzoek van de Auditdienst moet veel breder worden. Ook Sander Dekker moet eronder vallen. Drie: er moet nu een goed onderzoek komen naar die gekke, duistere salarisconstructies in Hilversum. Ik pleit daarom straks in tweede termijn voor een parlementaire ondervraging. Dan kunnen we ze allemaal onder ede horen: Jeroen Pauw, Paul de Leeuw, Shula Rijxman, Frans Klein. Als ze de waarheid niet spreken, dan komen ze gewoon achter de tralies.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Jansen, Forum voor Democratie.

De heer Jansen (FVD):
Ik vroeg mij af: hoe denkt de heer Bosma dat dit nou zo kan ontstaan? Hoe gebeurt dit nou allemaal?

De heer Martin Bosma (PVV):
Het is gewoon de essentie van netwerkcorruptie. Het is ons kent ons; het zijn vriendjes die elkaar kennen. Ook de reactie vandaag van de voorzitter van de NPO was weer kenmerkend. Die zei: "Hoezo? Moet ik dan registers gaan bijhouden van wie ik allemaal ken? Ik heb nu eenmaal een groot netwerk." Ze vindt het dus heel raar dat er kritische vragen worden gesteld over dit soort duistere zaken. De essentie van netwerkcorruptie is dat er een klein ploegje mensen is dat elkaar kent, dat elkaar door en door steunt en elkaar constant de bal toespeelt. Dat is precies wat hier gebeurt. Het is één grote NPO66-beerput, een NPO-D66-beerput en die moet eens goed open.

De heer Jansen (FVD):
Ik vroeg mij af of de heer Bosma ook gedachten heeft over hoe dit misschien samenhangt met de documentaire die werd gemaakt over Sigrid Kaag, waar toch ook politieke inmenging mee lijkt te zijn geweest.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ja, inderdaad. De campagneleider van D66, meneer Sjoerdsma, die vandaag aanwezig is, kon gewoon de inhoud van die reclamespot van anderhalf uur bepalen. Dus het ene shot moest erin, het andere shot moest eruit. Bijvoorbeeld beelden waarop mevrouw Kaag champagne drinkt in Niger wilden ze er niet in, want dat was misschien een beetje raar. Er moesten meer dingen in op het gebied van polemiseren versus Geert Wilders. Dat is ook een voorbeeld van netwerkcorruptie. Blijkbaar is D66 in staat om op microniveau de programmering van de NPO te regelen. De campagneleider, meneer Sjoerdsma, kon dus ook gewoon meepraten over het tijdstip van uitzenden. Dat moment was vlak voor de verkiezingen. Zo ver en zo diep gaan de banden, zo ver is de belangenverstrengeling in Hilversum bij NPO66.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Van Haga. Nog een interruptie? De heer Van Haga, Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Wat mij eigenlijk zo verbaast in al die netwerkcorruptiezaken, is dat we altijd moeten wachten op iemand die een Wob-verzoek doet of op een Ton F. van Dijk die er een podcast over maakt. De eerste vraag die ik aan de heer Bosma zou willen stellen, is wat er hier misgaat. Wat gaat er daar, in vak-K, mis waardoor wij die informatie dus blijkbaar altijd via een derde band moeten krijgen?

De heer Martin Bosma (PVV):
We moeten niet vergeten dat de staatsomroep een uitvoeringsorganisatie is. De overheid heeft 200 uitvoeringsorganisaties. De Belastingdienst, het UWV, de Dienst voor het IJkwezen, de Dienst van het Loodswezen … De NPO is er daar ook één van. We hebben hier in de Tweede Kamer een tijdelijke commissie gehad die daarover ging, de commissie-Bosman. Die heeft gekeken: wat gaat er nou mis? Wat er misgaat, is dat de aansturing niet helder is. De aansturing is niet rationeel, niet transparant. Het feit dat ze met elkaar op vakantie gaan, dat ze met elkaar nachten doorbrengen in hotels, is daar alleen maar een bewijs van. Maar de verwevenheid is gewoon te groot en die is gewoon te eng. O, dat woord mocht ik niet meer gebruiken, geloof ik.

De voorzitter:
Wel als het gaat over beleid, maar niet als het gaat over mensen.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Die verwevenheid stopt helemaal niet hier. Want nu gaat de ADR een enorm onderzoek doen. Dat is gewoon weer een intern onderzoek: wij van WC-Eend. Daar komt dan over een halfjaar een conclusie uit. Ik zou willen vragen wat de PVV vindt dat er nú moet gebeuren. Moeten we niet gewoon mevrouw Shula Rijxman en mevrouw Marjan Hammersma op de een of andere manier op non-actief zetten? Ik weet niet of dat juridisch kan, maar er moet toch een gebaar gemaakt worden voordat WC-Eend een oordeel geeft over WC-Eend?

De heer Martin Bosma (PVV):
Het is vrij simpel. De WC-Eend wordt gewoon wethouder in Amsterdam. Ze rollen altijd door binnen het D66-baantjescircuit. Ze nemen elkaar in dienst. De NPO-voorzitter wordt gewoon gedumpt door de voorzitter van de raad van toezicht. Dan krijgt ze nog een diversiteitsbaantje, zodat ze nog een paar maanden wat inclusiewerk kan doen, maar ze is gewoon afgezet. En dan word je gewoon wethouder van de hoofdstad van Nederland. Dat is zoals het gaat. Dat is gewoon het D66-baantjescircuit. Het is ons kent ons.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosma. Ik geef het woord aan de heer Van Haga van de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter. Als de overheid niet integer is, dan zijn de burgers vogelvrij. Het schort aan integriteit bij deze overheid. Ik noem de toeslagenaffaire, het Groninger gasveld, de beïnvloeding van de OMT-adviezen, de Sywertdeal en de stikstofwaanzin.

Voorzitter. Klokkenluiders zijn integriteitsbewakers. De kwestie met de NPO-klokkenluider is geen incident, maar die is exemplarisch voor hoe onze overheid op dit moment opereert. Nederland en de NPO in het bijzonder hangen aan elkaar van netwerkcorruptie en vriendjespolitiek. Ook nu weer wordt het onderzoek gedaan door de zogenaamde onafhankelijke controleurs van het Rijk, de ADR. De slager keurt opnieuw zijn eigen vlees. Op mijn schriftelijke vragen in deze kwestie antwoordt de staatssecretaris steevast: naar de feitelijke gang van zaken rond deze melding wordt door de ADR onderzoek gedaan. Maar we zijn inmiddels twee jaar na de melding. Wat gaan wij hier vandaag dus doen? Krijgen we vandaag dan wel antwoorden? Gaat de minister of de staatssecretaris vandaag wél een oordeel vellen over secretaris-generaal Marjan Hammersma, die haar liefdesrelatie met Shula Rijxman niet meldde aan de klokkenluider? Gaat de minister uitspraken doen over de schimmige salarisfraude bij de NPO? Kan de minister aangeven wanneer de Wet bescherming klokkenluiders dan wel operationeel wordt? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat deze wet ook in de praktijk wordt nagekomen?

Kan de minister aangeven hoe vaak soortgelijke meldingen gedaan zijn bij het ministerie van OCW en bij de publieke omroep? Iedereen is tegen wil en dank lid van deze publieke omroep. De dikbetaalde presentatoren staan dus bij de burgers op de loonlijst. Het is het zoveelste voorbeeld van de burger die betaalt, maar helemaal niets bepaalt. Waarom schaffen we die subsidie aan de NPO eigenlijk niet gewoon af? Dan zijn we van dit hele probleem af.

Voorzitter. BVNL wil dat de D66-wethouder en de secretaris-generaal van OCW op non-actief worden gesteld en er een echt onafhankelijk onderzoek komt naar de gang van zaken binnen de NPO. Hiermee kan een eerste stap gezet worden op de lange weg terug naar het vertrouwen, in het belang van Nederland.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Haga. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Voorzitter, burgers van Nederland en mensen op de tribune. We hebben hier vandaag een belangrijk debat. Het is niet alleen een debat over de behandeling van de klokkenluider van de NPO, maar in onze ogen ook een breder debat, een debat waar een betrouwbare overheid centraal staat en een debat waarin de onafhankelijkheid van de NPO centraal staat. Want de NPO is, zoals de naam al aangeeft, een publieke omroep. Daarbij zouden transparantie en onafhankelijkheid hoog in het vaandel moeten staan. De antwoorden op de schriftelijke vragen van de heer Omtzigt en mijzelf zijn duidelijk. We kunnen hier tientallen vragen gaan stellen over de zaak, maar hier gaan we geen antwoorden op krijgen, althans geen feitelijke, want daar wordt momenteel door de Auditdienst Rijk onderzoek naar gedaan.

Om toch wat verduidelijking te krijgen, heb ik een paar concrete vragen aan de staatssecretaris. Laten we daarvoor bij het begin beginnen. In het NRC Handelsblad van 28 mei stond een interview met de voormalige NPO-bestuursvoorzitter Rijxman, nu wethouder in Amsterdam voor D66. In het NRC stond dat zij zich destijds heeft bemoeid met de campagne van D66 en adviezen heeft gegeven aan minister Kaag, de huidige minister van Financiën. Ook vond de NPO-bestuursvoorzitter dat onder andere D66 te hard werd aangepakt in interviews bij Nieuwsuur. Als dit zo blijkt te zijn, als de bestuursvoorzitter zich zó inzet voor een bepaalde politieke partij en zich niet compleet onafhankelijk opstelt, kan de staatssecretaris zich met deze informatie dan voorstellen dat mensen op z'n minst vraagtekens zetten bij de onafhankelijkheid van de NPO?

Voorzitter. De NPO zegt de gang van zaken rondom de klokkenluider te betreuren. Volgens de NPO zelf handelde de voormalige bestuursvoorzitter mogelijk in strijd met de interne gedragsregels, want — zo stelt de gedragscode — in bepaalde gevallen van mogelijke verstrengeling van belangen moet er altijd melding gedaan worden. Is dit dan ook gebeurd? Deze gedragscode is nota bene door mevrouw Rijxman zelf geïntroduceerd. Kan de staatssecretaris aangeven hoe deze gedragscode binnen de NPO gewaarborgd wordt en hoe deze verbeterd kan worden? Als er geen controle is, wat stelt een gedragscode dan voor?

Voorzitter. Zojuist is ook bekend geworden dat het Commissariaat voor de Media een onderzoek gaat starten naar processen bij de NPO en landelijke publieke omroepen, die belangenverstrengeling moeten voorkomen. Dit kan, zoals het Commissariaat al aangeeft, gecombineerd worden met het lopende onderzoek van de Auditdienst Rijk. Kan de staatssecretaris aangeven wanneer zij de antwoorden uit het onderzoek kan verwachten?

Voorzitter. Het Nederlands Juristenblad schreef het volgende. "Klokkenluiders zijn kampioenen van de samenleving." Daar ben ik het hartgrondig mee eens. Het maatschappelijk belang van het voorkomen en bekend worden van misstanden moet worden verdedigd. Het is niet de eerste keer dat een klokkenluider door de overheid niet goed gehoord is. Een klokkenluider mag en moet verwachten, zeker van de overheid, dat hij of zij in bescherming genomen wordt en alle vrijheid krijgt om zijn of haar kennis te kunnen delen. Ik vind het dan ook stuitend dat een klokkenluider van de NPO bij een hoge functionaris van het ministerie het verhaal mag komen doen, maar dat die hoge functionaris dan weer innige relaties heeft met de bestuursvoorzitter van de NPO. Men kan leuzen uitspreken dat werk en privé gescheiden blijven, maar dat is natuurlijk complete nonsens als je dit zo hoort, zeker als het gaat om het belang van de bescherming van klokkenluiders.

Voorzitter. Ik rond af. De NPO is van ons allemaal. Dat zou altijd zo moeten zijn. We wachten het onderzoek af en zullen er dan ook pas echte conclusies aan verbinden, maar één ding is duidelijk: de NPO dient altijd onafhankelijk te zijn en de overheid is er voor burgers, en niet andersom.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Mohandis, PvdA.

De heer Mohandis (PvdA):
Dat laatste stuk van mevrouw Van der Plas spreekt me aan: krijgen we wel antwoorden op al die vragen? Ook wij hebben vragen. In de beantwoording op de vraag van collega Van Haga wordt gezegd: dat feitenonderzoek komt nog. Dan lijkt het me heel ingewikkeld. Ik ga die vraag straks ook aan meerdere collega's stellen en ben benieuwd waar het kabinet mee komt, maar ik denk dat we het debat na de eerste termijn moeilijk kunnen voortzetten. Als er geen feitenrelaas ligt, wordt dat heel ingewikkeld. Deelt mijn collega dat met mij?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Niet per se. Dat zullen we straks wel even zien. Kijk, we voeren hier een debat om vragen te kunnen stellen. Dat gebeurt vaker, ook als er andere onderzoeken zijn. Dat vind ik goed, want dat gebeurt mooi in de openbaarheid. Iedereen kan dat volgen. Inderdaad, we wachten de antwoorden van de minister en de staatssecretaris af. Dan moeten we volgende stappen zetten. Ik ga niet op de zaken vooruitlopen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas. Dan geef ik het woord aan de heer Kwint van de SP.

De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter. In dit debat komen drie zaken waar de SP al langer mee in de weer is op een zeer wonderlijke wijze bij mekaar: de positie van klokkenluiders, het aanpakken van grootverdieners op het Mediapark en de bestuurlijke integriteit van onze overheid. Want wat zegt het over de politieke sensitiviteit van de ambtelijke top dat er geen alarmbellen gaan rinkelen wanneer het gaat over het aanhoren van een klokkenluider, die, als wij de onthullingen mogen geloven, de klok luidde over iets wat een goede kennis betrof? Wat zegt dit hele verhaal sowieso over de politieke sensitiviteit van de boven ons gestelden?

Vandaag was het nieuws dat de toenmalige NPO-voorzitter mogelijk in strijd met de regels een privévakantie met Sander Dekker, die toen over media ging, niet meldde. Andersom is het natuurlijk net zo goed waar. Voor zover ik weet, heeft Sander Dekker die vakantie ook niet gemeld. Is dat mogelijk ook niet in strijd met de gedragsregels voor bewindspersonen? Zelfs als er geen gedragsregel is overtreden ergens: de bestuurlijke klasse van dit land bestaat toch niet uit volkomen halvegaren? Ik heb thuis geen expliciete gedragsregel met mijn dochter afgesproken dat zij niet al onze borden op de grond kapot gooit. Toch is het de afgelopen vier jaar prima gelukt om haar ervan te overtuigen dat het niet normaal is om borden op de grond te gooien. Dat snapt ze. Daar heeft ze geen gedragsregel voor nodig.

Dat een topambtenaar, een bewindspersoon en een voorzitter van onze nationale publieke omroep niet begrijpen dat het niet zo handig is om samen vakantietjes, weekends weg, yogasessies of wat dan ook te boeken, vind ik echt moeilijk te begrijpen. Hoe is er door het ministerie gehandeld om een klokkenluider te beschermen? Zou het niet beter zijn om in dit soort gevallen altijd de hulp van het Huis voor Klokkenluiders te raadplegen en dus assistentie te krijgen, zodat de positie van een klokkenluider beter beschermd kan worden?

En wat is volgens het kabinet eigenlijk de verklaring dat dit verhaal pas na zo lang naar buiten kwam? De melding en het gesprek zijn van een forse tijd geleden. Is er in die tussentijd op het ministerie iets gebeurd met de inhoud van de klacht? Daar wil ik ook nog wel even bij stilstaan. We zijn al jarenlang bezig met het aanpakken van de grootste graaiers op het Mediapark. Uiteindelijk, na tijden leuren, krijgen we steun voor een strengere aanpak. Daarna hebben we keer op keer aandacht gevraagd voor precies het punt dat in de BNR-podcast naar voren komt, namelijk verhalen over presentatoren die via productiemaatschappijen de vastgestelde salarisnormen proberen te omzeilen. Er meldt zich iemand bij het ministerie, die zegt hier meer over te kunnen vertellen en aanwijzingen te hebben dat hetgeen wij zeggen inderdaad al jarenlang gebeurt, terwijl toenmalig minister Slob zei dat het bij zijn weten niet gebeurde. Wat is hier dus mee gebeurd? Is dit uiteindelijk uitgezocht? Wat was de uitkomst van het onderzoek? Bestaan die schijnconstructies? Wordt dan alsnog, vier jaar na dato, mijn voorstel uit 2018 uitgevoerd, namelijk: weg met die salarisconstructies?

Uiteindelijk zijn er dus twee vragen die overblijven. Een. Hoe gaat dit kabinet ervoor zorgen dat er bij het ministerie van OCW en bij de organen die direct of indirect onder OCW vallen gewoon een gezond besef van bestuurlijke integriteit bestaat en dat je dus niet dit soort situaties krijgt? Twee. Hoe gaat dit kabinet ervoor zorgen dat conform mijn voorstel er daadwerkelijk niemand meer op het Mediapark rondloopt die, betaald met publiek geld, meer verdient dan onze premier?

De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Kwint heeft helemaal gelijk. Hij heeft zich enorm ingezet voor de zaak van de grootverdieners op het Mediapark en vóór hem zijn gewaardeerde collega de heer Jasper van Dijk. Alles bij elkaar zijn de SP'ers en ikzelf daar vijftien jaar mee bezig maar we zijn geen millimeter vooruitgekomen. Want het is vrij simpel, elke bewindspersoon zal altijd zeggen: er is misschien een salarisconstructie met die productiebedrijven maar dat ligt bij die omroepverenigingen en daar heb ik geen zicht op; er is eigenlijk een soort beschermingsconstructie gekomen en juridisch klopt dat. Zou het dan een idee zijn om dat toch te doorbreken door een parlementaire ondervraging te organiseren, zodat we wel al die mensen — de heer Kwint noemde er een aantal — onder ede kunnen horen en we aan de baas van de NPO, de baas van de VARA en de baas van TVBV om uitleg kunnen vragen en we ze kunnen vragen of dat soort constructies bestaan?

De heer Kwint (SP):
Dat zou een optie kunnen zijn. Ik ben het niet helemaal met de heer Bosma eens dat er niets veranderd is. De wijdverspreidheid van dit fenomeen is de afgelopen jaren wel degelijk afgenomen. De salarissen zijn naar beneden gegaan. Ik geloof inderdaad — daar ben ik dus benieuwd naar, want dat weet ik niet zeker, dat deel ik met u — dat er gebruik wordt gemaakt van constructies om die te omzeilen maar het is altijd nog minder dan het in het verleden was. U stelt een parlementaire ondervraging voor. Ik til zelf niet zo zwaar aan wat de manier is om er achter te komen. Ik zou wel graag willen weten of er ook iets mee kan gebeuren. Als u straks iemand gaat ondervragen die zegt "ja, dat klopt, maar het mag", zijn we nog geen stap verder.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Kwint (SP):
Nee hoor, ik was klaar, voorzitter.

De voorzitter:
Kijk eens aan. Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Van Strien van de VVD.

De heer Van Strien (VVD):
Voorzitter. Het vereist een bepaald soort moed om een klokkenluider te zijn. Vaak tegen de stroom en de machinaties in vechten zij om onrecht aan de kaak te stellen of misstanden tegen te gaan in het algemeen belang. Wanneer iemand zich als klokkenluider meldt, moet diegene er dan ook voor de volle honderd procent van uit kunnen gaan dat er serieus en vertrouwelijk naar zijn of haar verhaal wordt geluisterd en dat de identiteit van hem of haar ook veilig is. Doen we dat niet, dan schrikt dat toekomstige klokkenluiders af en dreigen misstanden onbesproken te blijven, wat slecht is voor de integriteit van het bestuur en het vertrouwen van de burgers in de overheid. Goed dus dat we dit debat hebben om een duidelijk signaal af te geven aan al die klokkenluiders dat ze veilig moeten zijn en dat als het mis lijkt te gaan, we ons als politiek inzetten voor een zorgvuldige omgang en zorgvuldige afhandeling.

Voorzitter. We spreken vandaag over een specifiek geval bij de NPO waarbij juist die belofte van veiligheid en verantwoordelijkheid niet voldoende geborgd lijkt te zijn geweest. Ik zeg "lijkt" omdat het bij dit soort zaken essentieel en van belang is dat we de zaak zorgvuldig aanvliegen op basis van de correcte feiten. De Auditdienst Rijk heeft nu de opdracht gekregen een feitenonderzoek uit te voeren naar de vraag hoe er is gehandeld in deze situatie en hoe dit zich verhoudt tot de rijksbrede en departementale regels, procedures en codes bij dergelijke meldingen. Het is goed dat de bewindspersonen nu voortvarend aan de slag zijn gegaan met de ADR. In de toon van de beantwoording is duidelijk te merken dat deze twee bewindspersonen de situatie serieus nemen. Eveneens ben ik blij op basis van de reacties die ik via de media heb mogen lezen, dat ook de huidige voorzitter van de NPO voortvarend en transparant dit dossier oppakt. Dit gezegd hebbende, moeten we nu de uitslag van het onderzoek dat halverwege juli al komt en dus niet ergens aan het eind van het jaar, afwachten. Pas daarna kunnen we verdere conclusies trekken. Ik wil de minister in ieder geval alvast vragen om zo snel mogelijk en in ieder geval deze zomer met een inhoudelijke reactie op dat onderzoek te komen.

Rest de VVD-fractie nu nog een aantal vragen te stellen over de veiligheid van klokkenluiders bij het ministerie en de NPO, om er zeker van te zijn dat het proces vanaf nu ook zuiver loopt. Als een klokkenluider zich meldt, welke stappen worden dan bij het ministerie genomen om zijn of haar identiteit te beschermen? En hoe wordt gegarandeerd dat niet ook maar één persoon meer dan absoluut noodzakelijk is die identiteit van een klokkenluider kent? Hoe wordt verzekerd dat diegenen die de identiteit van een klokkenluider kennen zelf geen belanghebbenden zijn? Ook een goede vraag voor de toekomst: wanneer zijn ambtenaren nu precies verplicht om potentiële belangenverstrengelingen proactief te vermelden? Want de meesten zijn natuurlijk gewoon van goede wil.

Voorzitter. Er is ook beschikbare expertise. Er werd al gerefereerd aan de omgang met klokkenluiders, bijvoorbeeld in het Huis voor Klokkenluiders. Gebruikt het ministerie die beschikbare expertise ook en wordt er ook proactief advies ingewonnen?

Tot slot, hoe gaat deze minister in de toekomst garanderen dat een klokkenluider veilig is?

Voorzitter. De veiligheid van klokkenluiders moet wat de VVD betreft bij elke melding prioriteit één zijn. Via deze weg wil ik ten slotte ook mijn collega's Harry van der Molen en Zohair El Yassini bedanken voor hun scherpte, hun doelgerichtheid en hun inzet om de klokkenluider in dit proces te ondersteunen. Laten we hopen dat het dossier een snel, passend en zorgvuldig vervolg krijgt.

De heer Martin Bosma (PVV):
Die laatste woorden van de collega van de VVD zijn inderdaad zeer raak, want de VVD speelt natuurlijk ook zelf een rol in dit hele dossier. Het was meneer El Yassini, samen met meneer Van der Molen, die die klokkenluider hebben doorverwezen naar de minister. En de minister heeft een persoonlijke garantie gegeven dat dit allemaal goed geregeld zou zijn. Het is niet goed geregeld. Wellicht loopt ook de identiteit van die klokkenluider gevaar, die zou nu naar buiten kunnen komen omdat dit zo'n drama aan het worden is. Wat is de politieke appreciatie van de VVD-fractie van het feit dat er een persoonlijke garantie is gegeven door een minister en dat hij die persoonlijke garantie, ik wil niet zeggen, niet gestand heeft gedaan maar dat die op zijn minst wankel is?

De heer Van Strien (VVD):
Het oogt allemaal niet fraai, op zijn best. Dat is ook de reden dat we dit debat hebben, om er zeker van te zijn dat dit proces vanaf nu zorgvuldig en zuiver is.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Strien. De heer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):
Wat een raar antwoord. Ik vraag gewoon een appreciatie ...

De heer Van Strien (VVD):
Die geef ik.

De heer Martin Bosma (PVV):
… over hoe dat in het verleden gegaan is. Het is nogal wat. Iemand heeft zijn nek uitgestoken, die is klokkenluider, de VVD-fractie wijst iemand door naar de minister, en vervolgens ontaardt het in een zwoele liefdesnacht in hotel De ABDIJ te Dokkum. Dat is niet zoals je moet omgaan met een klokkenluider. Dus er is iets beloofd aan de heer El Yassini, aan de heer Van der Molen. Wat is nou de politieke inschatting van hetgeen daar gebeurd is?

De heer Van Strien (VVD):
Volgens mij heb ik dat antwoord aan de heer Bosma gegeven. Het is niet fraai, het oogt niet fraai. Dat is ook de reden waarom wij hebben gezegd: het is zo belangrijk dat wij nog voor het reces dit debat hebben om er ook zeker van te zijn dat het vanaf nu zuiver en zorgvuldig loopt. Dus de appreciatie heeft u, u heeft ons handelingsperspectief. Dat is de reden dat wij nu, op dit moment, dit debat hebben.

De heer Mohandis (PvdA):
Het is goed dat we dit debat hebben voor het reces. Mijn vraag aan de collega van de VVD is deze. U zegt, via de voorzitter: het is goed dat we dit debat hebben, want dan krijg ik duidelijkheid. Krijgen we die duidelijkheid dan vandaag, volgens u?

De heer Van Strien (VVD):
De officiële kwalificatie van dit debat is dat we praten over de klokkenluider die bij OCW is aangedragen. Volgens mij zijn nu twee dingen van belang: dat we een duidelijk signaal afgeven naar alle klokkenluiders in het land dat als het niet goed dreigt te gaan, we hier als politiek achter hen gaan staan om ervoor te zorgen dat het alsnog zorgvuldig en zuiver gaat. En ik wacht natuurlijk de beantwoording van de eerste termijn af, in ieder geval hopelijk de garantie krijgend dát het vanaf nu zuiver en zorgvuldig zal gaan. Dus in ieder geval die helderheid krijgen we ook in het debat. Daarna is het natuurlijk aan de ADR om met het rapport reeds in juli, zeg ik in de richting van de heer Van Haga, te komen, en dan hebben we hopelijk ook snel daarna een appreciatie.

De heer Mohandis (PvdA):
Vol verwachting klopt mijn hart. Wellicht komt het hele feitenrelaas straks in de eerste termijn van het kabinet, we gaan het horen. Maar ik ben daar een beetje ongerust over, want ik heb de antwoorden op de Kamervragen van collega Van Haga gelezen en daar wordt gewoon gezegd: heel veel van die vragen die gesteld zijn door meerdere collega's komen allemaal terug in dat feitenonderzoek. Dus het wordt nog best wel ingewikkeld om daar een beeld van te krijgen. En het tweede punt, daar heb ik wel een vraag over aan de VVD, moest ik ontrafelen uit de antwoorden op de Kamervragen. Dat was toch ook dat Kamerleden volgens de brief geen extern meldpunt zijn voor klokkenluiders; dat staat daar. Dat roept dan de vraag op: hoe serieus nemen we dan signalen van klokkenluiders die via een Kamerlid worden doorgeleid? Dat blijft open, dat is niet helder. Ik ben heel benieuwd naar uw opvatting daarover.

De heer Van Strien (VVD):
Dat is een goede vraag, ook aan het kabinet. Volgens mij geeft het feit dat we hier met z'n allen staan aan hoe serieus we het nemen als er een signaal niet goed wordt opgepakt.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ik ken de VVD nu al een tijdje. Voor de VVD geldt de laatste jaren dat integriteit verder gaat dan wetten en regels. Ik vond van niet. Ik vind gewoon dat de grens bepaald moet worden door de wet. Daar ben ik dan ook het slachtoffer van geworden, met veel plezier overigens. De VVD vindt van wél; er is een grote integriteitscommissie en daar zitten allemaal bobo's in. Maar als je dat doortrekt, dan vind ik het antwoord op de heer Bosma toch een beetje zwak. Uiteindelijk is er namelijk wél iets aan de hand. Er komt natuurlijk een commissie. Maar als integriteit verder gaat dan wetten en regels, dan moet de VVD toch nu het standpunt in kunnen nemen dat er een consequentie moet volgen, in ieder geval tijdelijk — je kan allerlei tijdelijke maatregelen nemen — in afwachting van zo'n onderzoek? Maar nu gebeurt er helemaal niets. De melding is inmiddels twee jaar geleden. Wat gaat de VVD nu doen?

De heer Van Strien (VVD):
Ik sluit me, gek genoeg in dit debat, aan bij de woorden van de heer Kwint: het is niet zo dat er niks gebeurd is. Op het hele dossier zijn er al stappen gezet en nu ligt voor dat we erachter zijn gekomen dat het niet goed lijkt te zijn gegaan. Nu staan we met z'n allen hier in het debat. Dat hebben we ook gesteund. Volgens mij is het dus niet zo dat we het geen belangrijk punt vinden of dat we nu vinden dat er niets aan gedaan zou moeten worden. Nee, we hebben ook gevraagd om een onderzoek. Dat komt er. We wachten eerst af wat er precies heeft plaatsgevonden, het feitenonderzoek. En dan kunnen we met elkaar een nieuw debat hebben, maar het is nogal gek om nu op basis van een nog incompleet feitenrelaas conclusies te gaan trekken. Zo ver willen wij niet gaan.

De voorzitter:
Dan de laatste interruptie van de heer Van Haga. Daar ziet hij van af. De heer Kwint, SP.

De heer Kwint (SP):
De heer Van Haga heeft nu al zo mooi een voorschot genomen op het doornemen van de veranderende integriteitsrichtlijnen bij de VVD. Vandaag kwam er in het nieuws dat de voorzitter van de publieke omroep ook op vakantie zou zijn geweest met de toenmalige bewindspersoon. Dan wordt er gezegd: het zou weleens kunnen dat de voorzitter van de publieke omroep heeft gehandeld in strijd met een gedragscode, want ze had dat moeten melden. Dat zou kunnen; ik ken die gedragscode niet uit mijn hoofd. Zou dat andersom niet precies hetzelfde moeten zijn? Als bewindspersoon zou je misschien sowieso niet op vakantie moeten gaan met de voorzitter van een instantie waar je direct verantwoordelijk voor bent. Maar zou je, als je daar dan toe besluit, daar dan niet ten minste melding van moeten maken?

De heer Van Strien (VVD):
Ik snap de vraag heel goed. Laten we het even platslaan. Ik snap dat het in de beeldvorming buitengewoon belabberd is, zeker op dit moment. Maar laten we even platslaan wat er gebeurd is: de heer Dekker en mevrouw Rijxman zijn op reis gegaan naar het holocaustmuseum Yad Vashem. Ze hebben dat bezocht in 2017. Dat is drie jaar voordat deze klokkenluider op de radar kwam. De staatssecretaris was op dat moment ook demissionair, dus misschien zijn er zorgen over het kunnen aansturen van allerlei geldstromen en zo, maar dat gebeurt niet in een demissionaire periode. Een van de twee reisgenoten had het moeten melden, maar heeft dat niet gedaan. Voor de andere, de staatssecretaris, staat in het blauwe boek niet dat het gemeld moet worden. De feiten geven mij, puur platgeslagen, geen aanleiding om te denken dat er allerlei zaken zijn gebeurd die niet integer zijn. Bovendien wordt u op uw wenken bediend, want het Commissariaat voor de Media doet een onderzoek, zo hebben ze zojuist aangekondigd. Volgens mij kunnen we daar dus op wachten.

De heer Kwint (SP):
Dat doet onderzoek naar de publieke omroep, maar niet naar de bewindspersonenkant hiervan. En dat is nou juist hetgeen waarin ik geïnteresseerd ben. Het zou best kunnen dat het niet meldingsplichtig is voor een bewindspersoon — u kent die regels mogelijk beter dan ik — maar je zou dit toch gewoon niet moeten doen? Je moet toch slimmer zijn dan dit? Behalve het bewaken van de regels, heb je ook nog de bewaking van de integriteit van het ambt.

De heer Van Strien (VVD):
U noemde hem net een halvegare. Ik vind dat nogal een forse kwalificatie. Als ik u nu de feiten geef en zeg wat er feitelijk aan de hand was op dat moment, vraag ik me af waarop u baseert dat het een "halvegare" is geweest die op reis is geweest naar dat holocaustmuseum in Jerusalem. Die kwalificatie laat ik verder aan u. Er wordt nu een onderzoek naar gedaan en volgens mij moeten we daarnaar kijken. Nogmaals, de beeldvorming, geef ik aan u toe, is belabberd. Maar laten we even platslaan wat hier nou feitelijk aan de hand is. Het is ook weleens fijn als we dat doen in deze zaal en niet meteen meegaan met de mediahype. Ik zie geen reden of aanleiding om te denken dat het niet integer zou zijn.

De heer Kwint (SP):
Er werd mij een vraag gesteld. Het klopt inderdaad dat ik dat gezegd heb. Ik zou het werkelijk van de zotte vinden als je er als bewindspersoon een gedragscode voor nodig zou hebben om tot het besef te komen dat je misschien beter niet op vakantie kunt gaan met degene waar je toezicht op houdt. Waar die vakantie dan naartoe is, maakt mij niet zo veel uit. Het was geen werkreisje, dus is het vakantie en dus is het gewoon dom. En als we het dan even platslaan, kom ik terug bij het punt dat ik juist probeerde te benadrukken. Niemand zegt dat er sprake is van beïnvloeding van geldstromen en dat soort dingen. Het gaat, vanuit toenmalig staatssecretaris Dekker, ook om de integriteit van het publieke ambt. Dat heeft hij op deze manier beschadigd. Is de VVD dat met me eens?

De heer Van Strien (VVD):
Ik heb geen aanleiding om die conclusie van de heer Kwint te onderschrijven. Er wordt nu een onderzoek gedaan, dus laten we kijken wat daaruit komt.

De voorzitter:
De laatste vraag van de heer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Van Strien verwijst nu naar onderzoeken, maar ik vraag hem gewoon wat hij er zelf van vindt. Wat vindt de VVD-fractie er nou van dat de staatssecretaris die gaat over de media en die dus verantwoordelijk is voor het uitgeven van 900 miljoen euro per jaar, waarbij je zou verwachten dat hij een zekere distantie houdt van het onderwerp waaraan hij geld geeft … Die distantie is er niet. Die distantie is dus gewoon nul. Ze gaan gewoon gezellig met elkaar op vakantie. Ze zitten gewoon op het terras in Tel Aviv gezellig een cocktail te drinken. Dan is er toch geen enkele distantie? Dat hoeft geen corruptie te zijn; niemand gebruikt dat soort grote woorden. Maar die distantie en die transparantie zijn er op dat moment toch niet? Je moet toch niet willen dat een bewindspersoon zo dicht op de huid zit van het voorwerp dat gesubsidieerd wordt, in dit geval de NPO?

De heer Van Strien (VVD):
"Cocktails", "op de huid", "dicht bij elkaar"; het zijn allemaal kwalificaties. Misschien was de heer Bosma erbij. Dat maakt de dynamiek van dit debat misschien nog wel interessanter. Nogmaals, er wordt nu onderzoek naar gedaan. Ik heb u zonet de feiten gegeven zoals ze zijn. Ik heb geen enkele aanleiding om aan te nemen dat dat niet integer zou zijn geweest. De hele zaak heb ik reeds de kwalificatie "niet fraai" gegeven.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Werner voor haar bijdrage. Zij is van het CDA.

Mevrouw Werner (CDA):
Dank u, voorzitter. Waar gaat dit debat vandaag over, of waar zou het over moeten gaan? Iemand meldt zich bij Tweede Kamerleden met een verhaal over misstanden bij de NPO. De Kamerleden lichten de minister in met de vraag een en ander uit te zoeken. Er vindt een gesprek plaats tussen de sg van het departement en de baas van de NPO. Dat is wat we zeker weten. Door allerlei verhalen die nu de ronde doen, ontstaat er uiteraard een bijzonder lelijk beeld. Op dit moment vindt er een diepgravend onderzoek plaats. We weten niet wat de uitkomsten van dat onderzoek zijn. De verleiding is groot om nu een debat met grote woorden te houden op basis van podcasts en artikelen uit de krant en social media, en te komen met conclusies dat het een grote janboel is op het ministerie en ook bij de NPO. Dat scoort wellicht, maar is het wel verstandig? Ik denk van niet. De politiek moet het goede voorbeeld geven. Als wij al geen gedegen onderzoek meer nodig hebben omdat we de conclusies zelf wel kunnen verzinnen, dan is het einde zoek. Maar vragen aan de minister heb ik wel.

Voorzitter. Klokkenluiders steken hun nek uit en alarmeren als er spelregels worden overtreden bij een persoon of binnen een organisatie. Ze onthullen iets omdat ze zich zorgen maken over het algemeen belang of het lot van belanghebbenden. Zo komen misstanden naar buiten die anders verborgen blijven. Daarom moet hun moed op waarde worden geschat en moet hun bescherming gegarandeerd zijn.

Voorzitter. In 2020 meldde iemand zich bij fractiegenoot Van der Molen en collega El Yassini. De melding was zodanig dat de betreffende Kamerleden contact opnamen met voormalig minister Slob. Het was een zaak die de minister beslist moest horen. Er volgde een gesprek met de hoogste ambtenaar. De informant schijnt daarna niets meer gehoord te hebben. Ik wil graag van de minister weten wat er sindsdien is gebeurd. In de pers is gemeld dat de hoogste ambtenaar van OCW naar verluidt ook in de tijd van de melding een privérelatie onderhield met de toenmalige bestuursvoorzitter van de NPO. Wist de vorige minister van OCW van de persoonlijke banden tussen beiden? Is de minister het met mij eens dat de topambtenaar in kwestie duidelijkheid had moeten geven over haar relatie met de NPO-bestuurder, voordat het gesprek zou plaatsvinden?

Voorzitter. Ik kan mij goed voorstellen dat de klokkenluider nu met zorgen zit. In de BNR-podcast Koster en Van Dijk wordt verteld dat de klokkenluider nooit heeft geweten wat de innige relatie was tussen de voormalige bestuursvoorzitter van de NPO en de topambtenaar bij OCW. Als dat wél zo was geweest, had de klokkenluider het gesprek namelijk nooit gevoerd. Hoe vertrouwelijk is, achteraf gezien, het gesprek dan geweest, vraag ik de minister.

Voorzitter. Het is een pijnlijke gang van zaken. Kan de minister de procedure schetsen hoe er binnen het ministerie van OCW wordt omgegaan met meldingen van klokkenluiders en hoe hierbij optimale veiligheid wordt geboden? In de brief aan de Kamer geeft de minister aan open te staan voor een gesprek met de klokkenluider. Kan hij aangeven of er vanuit het departement sindsdien contact is geweest met deze persoon?

Voorzitter. We weten inmiddels dat de Auditdienst Rijk een extern onderzoek is gestart. Kan de minister duidelijkheid geven over wat precies de onderzoeksopdracht is die aan de ADR verleend is en de wijze waarop dit onderzoek wordt gedaan? Wordt binnen het onderzoek ook de klokkenluider gehoord? Hoe wordt hiermee omgegaan? Speelt deze persoon er dus een rol in? Wanneer kunnen de resultaten van het onderzoek en de reactie daarop van de minister verwacht worden? Dat is mijn laatste vraag.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een laatste interruptie van de heer Van Haga, Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Het beeld is inderdaad verschrikkelijk lelijk. Er wordt gezegd: we moeten niet afgaan op social media en de podcast van Koster en Van Dijk. Maar ja, zonder die podcast hadden we dit hele debat natuurlijk niet gehad. Dan is mijn vraag, die ik al eerder heb gesteld: is het om een heel goed onderzoek te hebben — dat gaan we dan afwachten, want tot die tijd kunnen we niks doen — niet beter om niet de Auditdienst Rijk, de ADR, dat te laten doen, maar gewoon een echt onafhankelijk onderzoekscommissieteam?

Mevrouw Werner (CDA):
Ik begrijp de vraag van de heer Van Haga, maar het ADR-onderzoek ís een onafhankelijk onderzoek. Dat is onafhankelijk.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Mohandis van de PvdA. Dank u wel, mevrouw Werner.

De heer Mohandis (PvdA):
Voorzitter, dank. Iedereen mag ervan uitgaan, als een klokkenluider zich meldt bij Kamerleden en deze dat doorgeleiden naar de op dat moment verantwoordelijke minister, dat het wordt opgepakt, dat het serieus wordt genomen, dat er wordt geluisterd. We weten niet alles, want bij veel vragen blijft een groot vraagteken overeind. Toch is het een lelijk beeld, niet fraai hoe er met deze klokkenluider is omgegaan. Dat beeld is er nu. Wij zijn dus heel erg benieuwd wat het huidige kabinet precies weet. Er zijn best wel veel vragen gesteld door de collega's voor mij over wat de klokkenluider heeft gemeld en wat daarmee is gedaan. Stel nou dat de klokkenluider door wat er gemeld is, denkt: ik vertrouw het niet meer, ik kom niet meer opdagen. Wat gebeurt er dan met die signalen? Wat is er onderhands gedaan met de inhoudelijke punten van de klokkenluider?

Het gaat volgens het goede werk van de heren Koster en Van Dijk om — ik zeg het maar even in mijn eigen woorden — schimmige salarisconstructies bij de publieke omroep. We hebben in dit huis meerdere debatten gehad over de WNT, de inkadering daarvan en het beloningskader presentatoren. Het lijkt erop dat dat continu wordt geschonden, dat er allerlei omwegen worden gevonden. Het Commissariaat voor de Media moet daarop toezien. Loopt dat onderzoek? Dan heb ik het specifiek over de signalen die de klokkenluider heeft overgebracht. In hoeverre zijn er nog allerlei schimmige constructies? Welke reikwijdte is er nog in het beloningskader voor presentatoren, als het gaat om allerlei bepalingen waardoor er toch meer kan worden verdiend dan is afgesproken? En als er presentatoren zijn die meer willen verdienen dan is afgesproken binnen de publieke omroep — dat heb ik ook eerder gezegd in 2016 en 2017 — dan ga je maar ergens anders werken. De publieke omroep is gewoon ingekaderd en daarmee is het basta. Ik ben dus oprecht benieuwd wat er alsnog gaat gebeuren met de inhoudelijke signalen van de klokkenluider.

Voorzitter. Het interruptiedebatje met collega Van der Plas en de VVD had er alles mee te maken dat ik een beetje chagrijnig werd toen ik las dat er bij heel veel vragen die zijn gesteld, werd gezegd: dat komt nog. Daarmee wordt het een heel lastig debat, dus ik ben oprecht benieuwd waar het kabinet mee gaat komen en of we dit debat ordentelijk kunnen voortzetten na de eerste termijn. Dat gaan we gewoon afwachten, maar het zou toch heel lastig zijn als het antwoord is "u heeft hele goede vragen gesteld" of "dank u wel, maar we komen erop terug". Daarmee doen we niet alleen dit debat geen recht, maar ook de klokkenluider niet.

Dan heb ik nog even iets over een onderdeel dat ik ontrafelde in de antwoorden op de vragen van collega Van Haga, namelijk over het gegeven dat Kamerleden geen officieel extern meldpunt zijn. Ik begrijp wat er wordt gezegd, maar door het zo op te schrijven, lijkt het toch alsof een doorverwijzing van Kamerleden anders telt, minder telt. De vraag aan het kabinet is: hoe zorgen ze ervoor dat er altijd een andere route mogelijk is als klokkenluiders het als een te hoge drempel ervaren om het in de organisatie, aan een NPO-baas, aan een omroepbaas te melden? We zullen dat signaal altijd serieus moeten nemen, dus ik ben benieuwd hoe het kabinet die zinspassage duidt. Ik vind het een verkeerd signaal afgeven. Deelt het kabinet dat met mij?

Voorzitter. Wij wachten graag af hoe het kabinet gaat antwoorden en zijn heel erg benieuwd of we dit debat ordentelijk kunnen voortzetten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Mohandis. Ik wil nog wel even aangeven dat het de wens van de Kamer was, in meerderheid, om dit debat nog voor de zomer te hebben. Dus dat was de wens van de Kamer; daarom hebben we het ook vandaag gepland.

De heer Mohandis (PvdA):
Zeker, zeker. Daarbij was ook gevraagd om de feitelijke vragen die door deze en gene gesteld zijn te hebben. We zullen zien waar het kabinet mee komt. We wachten het gewoon af.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Sjoerdsma van D66. Daarna komt, tot slot, de heer Omtzigt.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Ik vond dat mevrouw Werner het net mooi zei: laten we ons beperken tot de feiten. Dat zal ik ook proberen te doen vandaag. Een klokkenluider meldde zich in 2020 bij het ministerie van OCW om misstanden aan te kaarten over de salarisplafonds voor presentatoren, die omzeild zouden worden. Daar is schijnbaar niks mee gedaan, ondanks de inzet van twee Kamerleden van de zijde van de VVD en het CDA. Bovendien zijn er serieuze vragen gerezen over de wijze waarop deze melding is behandeld. Dat doet terecht de wenkbrauwen fronsen. D66 wil niet alleen dat de salarisplafonds netjes worden gehandhaafd, maar ook dat er zo snel mogelijk opheldering komt over wat zich in deze casus heeft afgespeeld. Daarom is het ook goed en terecht dat de minister besloten heeft om een feitenonderzoek uit te voeren om te beoordelen hoe de ontstane situatie zich verhoudt tot de rijksbrede departementale regels en procedures bij dergelijke meldingen. De ADR voert dat onderzoek uit om de objectiviteit optimaal te waarborgen. Ik denk dat dat een zorgvuldige gang van zaken is. Tegelijkertijd snap ik ook de collega's die benoemen dat de klokkenluider nu ook zorgen heeft over de veiligheid. Geldt de door de vorige minister persoonlijk afgegeven garantie van veiligheid nog steeds? Dat zou mijn hoop zijn.

Dit ging over het proces; nu naar de inhoud. Ik zou ook willen vragen of de inhoud van de melding reden geeft tot actie of dat de inhoud wellicht opnieuw gewogen moet worden. Als de inhoud niet bekend is bij deze bewindspersonen maar enkel bij de hoogste ambtenaar van het ministerie, is de klokkenluider dan ingegaan op de terechte uitnodiging om deze zaak opnieuw aanhangig te maken op het hoogste niveau? Ik snap ook het lichte ongemak van collega Kwint, die het heeft over minister Dekker. Het mag volgens het Blauwe Boekje. Dat is het antwoord, dus het valt niet te verwijten. Ik denk ook niet dat we een minister nu iets moeten gaan verwijten, maar ik snap wel de vraag of we, als het niet evident is, het dan toch niet in de regels zouden moeten vervatten. Dat is ook een beetje mijn vraag: zou het Blauwe Boekje niet moeten worden geüpdatet om te reflecteren dat het verstandig is voor politieke bewindspersonen om zich niet op een dergelijke wijze te verhouden tot de grootste subsidieafnemers?

Voorzitter. Tot slot iets over de bescherming van klokkenluiders in het algemeen. De wet en het Huis voor Klokkenluiders bieden op dit moment nog niet het gewenste niveau van bescherming. Klokkenluiders verdienen betere, juridische, financiële en emotionele bescherming. De Europese richtlijn moet dan ook zo snel mogelijk worden geïmplementeerd. Daar hebben wij al vaak voor gepleit. Dat doe ik vandaag opnieuw. Ik besef dat de vandaag aanwezige minister en staatssecretaris daar niet over gaan, maar ik vraag hun wel met klem om aan de overige leden van het kabinet over te brengen om deze maatregelen zo snel mogelijk ter hand te nemen.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Begrijp ik nou goed van de heer Sjoerdsma dat er geen conclusies getrokken mogen worden, geen oordelen gegeven moeten worden, dat de objectiviteit bewaard moet worden en dat daarom een onderzoek heel goed is? Heb ik dat goed gehoord?

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is dat dit onderzoek er komt, dat het op afstand is gezet, dat het onafhankelijk kan gebeuren en dat er wordt gekeken naar hoe datgene wat is gebeurd, zich verhoudt tot de rijksbrede departementale regels en procedures bij dergelijke meldingen. Ik denk echt dat dat cruciaal is. Ook andere leden van dit huis hebben terecht gezegd dat als je als klokkenluider de moed hebt om over die grote drempel heen te stappen en je te melden met een zaak waarmee je evident zit en waarvan je vermoedt dat het een misstand is die je wilt oplossen, wij ervoor moeten zorgen dat die persoon veilig is. Dat is echt cruciaal voor het functioneren van onze democratie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil graag een tweet citeren van de heer Sjoerdsma van drie dagen geleden: "Het Mediapark wordt geblokkeerd door boeren. Wegwezen daar: geen blokkades, intimidaties of bedreigingen richting journalisten (en anderen)!" Ten eerste is er helemaal niet gebleken dat er sprake was van intimidaties of bedreigingen. Zou de heer Sjoerdsma zo'n tweet niet beter achterwege kunnen laten en gewoon een onderzoek kunnen afwachten? Want het is heel belangrijk dat de objectiviteit wordt gewaarborgd, dat er een onderzoek komt en dat er vooraf geen conclusies of oordelen zijn. Ik vraag me altijd af hoe dat werkt in het hoofd van de heer Sjoerdsma. Waarom zegt hij over het een dat we zorgvuldig moeten zijn, dat we dat niet moeten doen en dat we rustig moeten blijven, terwijl hij bij het ander direct volle bak erop gaat zonder dat hij weet wat er precies is gebeurd?

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik zou juist hopen dat mevrouw Van der Plas die verontwaardiging met mij deelt. Ik ken de klokkenluider in dit geval niet. Ik ken ook de hoogste ambtenaar van OCW niet. Ik weet niet hoe dit is gegaan, dus ik moet mij verlaten op een onafhankelijk onderzoek. Ik denk dat dat verstandig is. Wat betreft het geval waar mevrouw Van der Plas naar verwijst: daar was gewoon bewijs voor. Er lagen gewoon foto's waarop live te zien was hoe boeren met boomstammen het Media Park, het kloppend hart van onze journalistiek, blokkeerden. In een tijd waarin journalisten in toenemende mate te maken krijgen met bedreigingen, intimidatie, blokkades en pogingen tot censuur — je schrikt je dood van de cijfers — vind ik dat politici zich moeten uitspreken om ervoor te zorgen dat journalisten zich gesteund en vrij voelen om alles te kunnen zeggen. Ik hoop echt dat mevrouw Van der Plas ziet dat dit twee totaal verschillende instanties zijn en dat zij mij daarin voortaan steunt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer Sjoerdsma koppelt de blokkades op het Media Park — er waren overigens meerdere ingangen nog gewoon open; het Media Park was dus niet helemaal afgesloten — aan het feit dat er intimidaties en bedreigingen plaatsvinden richting journalisten. Maar dat blijkt helemaal niet uit de berichtgeving. Ik blijf bij mijn vraag hoe het werkt in het hoofd van de heer Sjoerdsma. Waarom mag de ene groep wel gelijk veroordeeld worden en mag daarover wel meteen worden gezegd wat er allemaal is gebeurd, zonder dat daar een objectief onderzoek aan vastzit? We krijgen nog een onderzoek over de rellen in Kootwijkerbroek en in de buurt van Stroe. Dat onderzoek moet nog komen. De halve Kamer had zijn oordelen al klaar, over wie dat waren en wat er allemaal was gebeurd. Waarom mag het bij de een wel en bij de ander niet?

De voorzitter:
De heer Sjoerdsma.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Heeft de heer Sjoerdsma bijvoorbeeld ook afstand genomen van de blokkades door Extinction Rebellion die gisteren in Den Haag plaatsvonden?

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik snap eigenlijk niet zo goed waarom mevrouw Van der Plas dit wil bagatelliseren door te zeggen "er zijn toch ook andere ingangen" en "wat maakt het uit dat er een paar boomstammen voor de ingang van het Media Park worden gelegd?". Mevrouw Van der Plas, dat maakt enorm veel uit. Dat maakt enorm veel uit. Dit soort zaken zijn evident een glijdende schaal. Als u met journalisten zou praten — er zit er eentje achter u — over wat zij dagelijks meemaken bij demonstraties, of dat nu met boeren of corona te maken heeft, en over wat zij meemaken in termen van bedreigingen en intimidatie ... Afgelopen week vond het proces plaats van iemand die een molotovcocktail door de ruit van een journalist heeft gegooid. Die heeft moeten rennen voor zijn leven omdat er maar één uitgang was. Eergisteren kwam het nieuws over twee verdachten die betrokken waren bij de moord op Peter R. de Vries. Zij zouden het hebben gefilmd. Ik zou echt hopen dat mevrouw Van der Plas dat soort zaken niet wil bagatelliseren of ontkennen, zeker als er overduidelijk fotomateriaal is van wat daar is gebeurd. En ja, dat is een volstrekt andere zaak dan deze, waarvoor nog onderzoek nodig is. De hele Kamer, inclusief mevrouw Van der Plas, vindt overigens zelf ook dat er onderzoek nodig is, dus ik snap het betoog echt helemaal niet.

De voorzitter:
Dit is uw laatste interruptie, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik snap het betoog wel, maar de heer Sjoerdsma draait het heel handig naar andere dingen. Ten eerste heb ik helemaal niet gezegd: joh, wat maakt het uit dat ze die boomstammen daar neerleggen. Heeft de heer Sjoerdsma mij dat horen zeggen? Dan gaan we straks de beelden terugkijken. Dat heb ik helemaal niet gezegd. Wat ik heb gezegd — daar geeft de heer Sjoerdsma helaas geen antwoord op — is dat hij vindt dat er gedegen onderzoek moet komen, dat je geen conclusies moet trekken en dat je geen oordelen moet vellen. Daar ben ik het mee eens, zeker. Ik vind ook zeker — dat heb ik hier al 10 miljoen keer gezegd — dat het niet kies is als de wet overtreden wordt, dat je dat niet moet doen en dat ik daar ook afstand van neem. Ik heb ook gezegd dat ik geen knop op mijn rug heb waarmee ik overal afstand van kan nemen waarvan D66 vindt dat ik afstand moet nemen. Dat ga ik gewoon niet doen. In een tweet wordt gezegd dat er tijdens die blokkades bij het Mediapark bedreigingen en intimidaties zijn geuit. Het gaat nu even niet om wat ik van die blokkades van het Mediapark vindt. Mijn vraag is: waarom mag dát wel zonder proces, zonder oordeel of zonder onderzoek zomaar geroepen worden, en waarom mag je dat niet bij het andere doen? Ik vind dus dat het allebei niet mag.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Waarom vindt de heer Sjoerdsma dat het bij het een wel mag en bij het andere niet? Dat is mijn vraag. Dáár wil ik heel graag antwoord op.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik denk dat ik dat goed heb uitgelegd. Ik denk dat ik heb uitgelegd dat er van de ene situatie fotobewijsmaterieel bestaat dat door iedereen te vinden en te verifiëren was, en dat er in de andere situatie een onderzoek nodig is om de feiten boven tafel te halen. Dat zijn twee totaal verschillende zaken. Als ik heel eerlijk moet zijn, mevrouw Van der Plas, moet mij wel iets van het hart. Ik heb geprobeerd in deze laatste Kamerweek nog een debat te houden over de veiligheid van journalisten, vanwege dit soort misstanden. Denk aan de misstanden die ik net noemde, zoals met de molotovcocktails. Ik ga ze niet allemaal opnoemen, maar sommige zijn echt te verschrikkelijk voor woorden. In dit land! Ik had gerekend op steun van uw fractie, maar die steun was er niet. Het gaat niet alleen over achter een klokkenluider staan of voor een NPO staan die vrij is van een salarisplafond. Het gaat ook over persveiligheid. Nu wéér hebt u de kans om daar iets over te zeggen en u doet het niet. U hoeft dat ook niet te doen, mevrouw Van der Plas, maar ik vind het wel jammer.

De voorzitter:
Een persoonlijk feit?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, ik wil even een persoonlijk feit maken. Want hier gaat de heer Sjoerdsma echt helemaal de fout in. Enkele maanden geleden heb ik in een debat over persveiligheid een heel verhaal over persveiligheid gehouden. Ik ben zelf journalist geweest, mijn vader was journalist en mijn oma was journalist. Ik kom uit een journalistengezin. Ik vind het verschrikkelijk als journalisten worden bedreigd of geïntimideerd.

De heer Sjoerdsma (D66):
Mooi.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan kan de heer Sjoerdsma wel een beetje badinerend "mooi" zeggen, maar dat is zo. Ik heb in datzelfde debat over persveiligheid gevraagd om, als we het hebben over bedreigingen en intimidatie van journalisten, het dan wel van alle kanten te bekijken, dus van zowel links als rechts.

De heer Sjoerdsma (D66):
Is dit een persoonlijk feit?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een journalist moet gewoon zijn werk in vrijheid kunnen doen. Daar heb ik voor gepleit.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vind niet dat hier gezegd kan worden: daar hoor ik mevrouw Van der Plas nooit over. Ik ben zelf journalist geweest. Ik ben zeer vaak bedreigd en geïntimideerd door dierenactivisten. Daar hoor ik eigenlijk nooit iemand over. Dat is ook prima, want ik kan mezelf wel redden.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Maar ik wil wel graag dat de heer Sjoerdsma afstand neemt van de woorden die hij net heeft gebruikt.

De voorzitter:
U heeft uw persoonlijk feit gemaakt. Ik geef het woord aan de heer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):
Om even heel duidelijk te zijn: ik heb gezegd dat mevrouw Van der Plas mijn verzoek om hier een debat te houden over persveiligheid, deze week nog, gezien de ernst van de situatie, niet heeft gesteund. Dat is zo. Dat kunt u teruglezen in de Handelingen van de regeling van werkzaamheden van vorige week.

De voorzitter:
De heer Kwint, tot slot, de laatste interruptie.

De heer Kwint (SP):
Enige tijd geleden, een poosje terug, zei de heer Sjoerdsma — dat stemt mij altijd vrolijk — dat hij begrip had voor mijn woorden. Dat was dus een mooi begin. Maar vervolgens zei hij iets waardoor ik daar toch een beetje aan ging twijfelen. De vraag was: had voormalig staatssecretaris Dekker dit niet moeten melden, en was het volgens de regels? U verbond daar de conclusie aan dat we misschien die regels zouden moeten aanpassen. Prima. Maar we hebben nu een staatssecretaris die … We hebben ook een voormalig voorzitter van de NPO die een verklaring heeft doen uitgaan waarin die zegt: ik heb niet gehandeld in strijd met de regels, dus het is prima. We hebben een topambtenaar van wie wij horen dat die ook al op het ministerie heeft gezegd: nee, ik heb mij gehouden aan de regels. Mijn punt is juist het volgende. Moeten wij niet een hogere standaard stellen voor de mensen die de integriteit van het overheidshandelen dienen te waarborgen? Je hebt helemaal geen gedragscode nodig om te bedenken dat het misschien een slecht idee is om, als je toezicht houdt op elkaar, samen op vakantie te gaan.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik snap heel goed wat de heer Kwint zegt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook wel gecharmeerd was van de niet-bestaande regels die hij hanteert in zijn eigen huishouden. Ik heb zelf ook geen afspraken gemaakt met mijn dochters over hun gedrag, maar toch kan ik af en toe constateren dat zij de regels die de heer Kwint en ikzelf graag zouden zien totaal aan hun laars lappen. Dat gezegd hebbende, bevinden we ons hier in een situatie waarin — laten we die casus van de staatssecretaris nemen — hem formeel niks te verwijten valt; en toch is er ongemak bij de heer Kwint. Ik zie dat. Er is ook ongemak bij mijzelf, want ik kan mij voorstellen dat als de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking uitgebreid op vakantie zou gaan met de directeur van hulporganisatie Oxfam, dat vraagtekens zou oproepen. Want de een krijgt gewoon enorm veel subsidie van de ander. En dat geldt natuurlijk eigenlijk ook hier, in deze situatie. Dus als die regels kennelijk niet duidelijk genoeg zijn voor de "boven ons gestelden" — zo noemt de heer Kwint ze, maar ik denk zelf dat wij als parlement het hoogste orgaan zijn — in ieder geval voor de bestuurders van dit land, dan moeten we die wellicht toch verhelderen in dat blauwe boekje. Dat is eigenlijk mijn vraag aan deze bewindspersonen. Als ze daar niet zelf over gaan, laten we die vraag dan doorgeleiden aan het ministerie dat daarover gaat. Want het zou wel helder moeten zijn, en het zou dit soort situaties moeten voorkomen. Dat is mijn pleidooi.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Het is zeer uitzonderlijk dat wij vandaag maar één debat hebben — met alle crises die er aan de gang zijn, met honderdduizenden mensen die hun energierekening niet kunnen betalen en de versnelde toetreding van Finland en Zweden tot de NAVO — en dat we praten over deze klokkenluiderszaak waar het onderzoek nog naar loopt. Dat had niet bepaald mijn voorkeur.

Nu we het toch hebben over deze klokkenluiderszaak: het is zeer belangrijk dat klokkenluiders in Nederland heel veel beter beschermd worden. Daarom heb ik in de weinige tijd die ik hier heb, een initiatiefnota geschreven — die zal ik ook aan beide bewindspersonen geven — over hoe klokkenluiders beter beschermd kunnen worden in Nederland. Want ik ben me rot geschrokken van de antwoorden. Er zijn nul klokkenluiders dit jaar bij OCW en de publieke omroep. Dat zou op twee dingen kunnen duiden: het gebrek aan misstanden of het gebrek aan veiligheid om ze te melden. Ik concludeer voorzichtig dat het dat tweede is. Ik zou graag willen weten hoe het voor de hele rijksoverheid zit. Hoeveel klokkenluiders melden zich nou eigenlijk? Ik heb namelijk het gevoel dat je je nergens veilig kunt melden.

Het tweede wat ik graag zou willen weten, is of topambtenaren en staatssecretarissen of ministers nou vaker samen op vakantie gaan. Geef mij een overzicht van de laatste vijf, zes jaar. Is de staatssecretaris van Financiën met zijn topambtenaar op vakantie geweest? Dit is niet een vraag die ik zomaar stel.

Voorzitter. Dan deze zaak zelf. Wat is nou precies de vraag die de ADR gegeven heeft? Dat luistert natuurlijk heel nauw, en ik had die eigenlijk voor het debat hier verwacht. Ik vroeg: is de sg nu een meldpunt onder het Huis voor Klokkenluiders? Die vraag werd aan de ADR overgelaten, maar ik wil u best het antwoord geven hoor. De sg is geen meldpunt. Wie ook bedacht heeft dat je iemand naar de sg kunt toesturen, het kan niet. En die klokkenluider, doet die nou mee aan het ADR-onderzoek? In de podcast waar hier aan gerefereerd is, is duidelijk geworden, of wordt in ieder geval beweerd door Koster en Van Dijk, dat de sg contact moest opnemen met de klokkenluider. Wie bedenkt dat? Had even de twee Kamerleden gebeld, zou ik zeggen. Ook wordt beweerd dat dat dat per e-mail is gegaan, waardoor het ook nog onder de Wet open overheid gaat vallen, en dat de klokkenluider zich subiet heeft teruggetrokken uit het onderzoek. Als dat gebeurd is, wil ik echt uitleg over wie bedacht heeft dat je op die manier een klokkenluider benadert. Dan heeft hij hier een paar indicaties voor hoe je het beter kunt doen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Een laatste vraag van de heer Mohandis, PvdA.

De heer Mohandis (PvdA):
Ik begrijp heel goed wat collega Omtzigt zegt. In de beantwoording op andere Kamervragen wordt gezegd dat Kamerleden geen extern meldpunt zijn. Daarmee wordt ook de suggestie gewekt dat het op een andere manier zou moeten. Kunt u schetsen wat dan de mogelijke verbetervoorstellen kunnen zijn, om te voorkomen dat als een klokkenluider zich bij een Kamerlid meldt, hij of zij daarna gewoon een beetje het bos in wordt gestuurd? Hoe gaan we er dus voor zorgen dat het in ieder geval iets ordentelijker verloopt? Ik ben het met u eens over de sg. Volgens mij heeft de heer Slob dat dan gedaan in zijn vorige rol. Dat lijkt me heel knullig. Deelt u dat?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Een van de voorstellen hier — ik had dat al geschreven voordat dit speelde — is inderdaad dat Kamerleden een extern meldpunt moeten zijn. Dan moet je je wel eerst elders gemeld hebben. In uitzonderlijke gevallen moet dat ook. Ik denk ook dat het goed is dat die bescherming er komt. Dan moeten daar wel procedures voor komen. We hebben ook weleens een brief gehad die door de Kamervoorzitter — een andere — door de shredder gegooid is. Maar ik vind zeker dat deze persoon als klokkenluider behandeld had moeten worden. Over de antwoorden op de Kamervragen blijft een zweem hangen van de vraag of dit wel een klokkenluidersmelding was. Dit wás een klokkenluidersmelding, en dit hád niet naar de sg gestuurd moeten worden. En de sg had op het moment dat deze persoon binnenkwam en duidelijk werd waarover deze melding ging gewoon het besef moeten hebben: ik ben niet de juiste persoon voor deze melding; ik verschoon mij. Dat zal allemaal niet formeel zo zijn, maar iedereen heeft dat besef.

Ik noem gewoon een voorbeeld. Ik heb hier in een commissie gezeten waarbij er een onderzoeksvoorstel lag en ik een van de drie personen kende aan wie het toegekend moest worden. Ik zag het er liggen en heb tegen de drie collega's gezegd: sorry jongens, ik ken een van deze drie personen heel goed vanuit de privésfeer; dit is wat er aan de hand is, dus zoek alsjeblieft even een derde lid van de commissie. Er was niks spannends aan wat er gebeurde, maar ik wilde er gewoon niet mee gezien worden. Ik bedoel, dat staat niet in de regels, maar je hebt hier toch gewoon het besef dat je dat even moet doen?

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn aan de kant van de Kamer. De bewindspersonen hebben aangegeven ongeveer twintig minuten nodig te hebben om zich voor te bereiden. Ik schors de vergadering tot ongeveer 16.40 uur.

De vergadering wordt van 16.18 uur tot 16.40 uur geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is het vervolg van het debat over het bericht dat een topambtenaar van het ministerie van OCW een klokkenluider over misstanden bij de NPO in de kou heeft gezet. De minister heeft aangegeven dat hij start met de beantwoording en daarna de staatssecretaris. Het woord is aan de minister.

Minister Dijkgraaf:
Mevrouw de voorzitter. Het is een genoegen om hier te kunnen spreken over deze belangrijke zaak: de afhandeling van een melding bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over een toestand bij de NPO. Ik snap heel goed dat hier de vragen leven of er alles aan gedaan is om de identiteit van deze persoon te beschermen, of er zorgvuldig gehandeld is met de informatie die deze persoon heeft gemeld. Met uw Kamer deel ik dat iedereen die een melding doet van een vermeende misstand, dat op een veilige manier moet doen. Dat geldt niet alleen voor mijn ministerie, maar voor alle ministeries. Het is ook al duidelijk geworden dat we hier te maken hebben met een ingewikkelde situatie. Een deel van de vragen die hier vandaag zijn gesteld, veronderstellen dat er in technische zin sprake is van een klokkenluider, maar in deze technisch-juridische zin is dat eigenlijk niet het geval. Dat kan namelijk alleen maar als je je meldt óf bij je eigen organisatie óf bij het Huis voor Klokkenluiders. We hebben het hier zowel over de vraag welke procedures precies hadden moeten worden gevolgd als over de vraag of die ook daadwerkelijk zijn gevolgd. Ik weet niet wat er precies afgesproken is in deze zaak. We weten ook niet of deze afspraken zijn nagekomen. We weten ook niet wat er afgesproken is over de procedures. We weten dan ook niet hoe deze afspraken vervolgens weer zijn nagekomen. Door deze vele vragen heb ik juist de Auditdienst Rijk gevraagd om de gang van zaken te onderzoeken en nauwkeurig antwoord te geven op al deze vragen.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Nou breekt mijn klomp. Deze persoon verwacht namelijk als klokkenluider behandeld te worden. Deze persoon werd als klokkenluider aangesproken, door iedereen. Nu gaan we ons als Rijk er even met een soort onderuitbeweging onderuitwurmen, zo van: nou, formeel was diegene geen klokkenluider, want hij of zij zat aan het verkeerde loket. Het gevolg daarvan is dat we daarna kunnen zeggen: we hebben allemaal goed gehandeld. Maar zo werkt het niet. Als er een klokkenluidersmelding komt, dan is een bepaalde vorm van privacy en anonimiteit gegarandeerd. Als dit gedaan was, en het ministerie en de regering vinden dat deze persoon geen klokkenluider was, dan hadden ze dat moeten melden en diegene moeten doorsturen naar het Huis voor Klokkenluiders of naar de functionaris voor klokkenluiders bij de publieke omroep. Zo staat het ook in de wet. Zo staat het echt in de wet. Dan moet u doorverwijzen.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Mijn vraag is: waarom is er op dat moment niet doorverwezen?

Minister Dijkgraaf:
Ik denk dat dat terechte vragen zijn. Die gaan in op wat er precies gebeurd is en wat de afspraken zijn die zijn gemaakt. Het punt dat ik maak, en weer zal maken, is dat het belangrijk is dat we dat precies weten te achterhalen. Ik heb deze informatie niet. Ik deel met de heer Omtzigt de mening dat er natuurlijk uiterst zorgvuldig moet worden gehandeld. Dat geldt voor iedere melding. Maar als we hier gaan praten over de vraag of de regels precies zijn gevolgd, dan is voor mij ook heel erg belangrijk — ik hoop via dit rapport deze informatie te krijgen — welke toezeggingen er zijn gedaan en welke regels gevolgd hadden moeten worden, omdat we praten over een zaak waarbij heel veel van dit soort wezenlijke vragen op dit moment nog niet beantwoord zijn. Ik heb die informatie op dit moment niet. Daarom hoop ik ook dat deze informatie met dat feitenonderzoek allemaal wel op tafel komt. Daar kunnen we dan vervolgens het gesprek over hebben.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Het is gewoon de wet dat als er een klokkenluidersmelding gedaan wordt, er bepaalde garanties zijn. Het valt me echt heel erg tegen dat de regering op de Kamervragen, nu ook in het debat, zegt: dit was geen klokkenluidersmelding, want hij stond aan het verkeerde loket. Dan had die persoon doorgestuurd moeten worden naar de persoon waar een klokkenluidersmelding gedaan kon worden, met de waarborgen die er aan een klokkenluidersmelding verbonden zijn. Dit is precies wat er misgaat in al die klokkenluiderszaken. Ik kan u vertellen: dit is ook precies de reden waarom niemand in dit land zich ooit als klokkenluider meldt. Als je nota bene via Kamerleden bij de minister komt, dan nog komt er een U-bocht dat je niet beschermd bent. Wat dacht je dat er dan onderin de organisatie gebeurde? Dan gaat het toch helemaal mis? Dan kan er geen enkele misstand gemeld worden. Dan blijft die rotzooi bij de Belastingdienst, dan blijven die zelfmoorden bij het ministerie van Justitie, dan blijven die topsalarissen en misstanden bij de publieke omroep allemaal gaande, omdat mensen geen melding kunnen doen. Dus wilt u ervoor zorgen dat ik hoor hoeveel succesvolle klokkenluidersmeldingen er nou geweest zijn bij de rijksoverheid de afgelopen drie jaar — want het waren er dus nul bij OCW en nul bij de publieke omroep — en dat we vanaf nu weten dat ze altijd doorgestuurd worden naar een plek waar de melding in ieder geval conform de wet gedaan kan worden?

Minister Dijkgraaf:
Ik kan zeker toezeggen dat we heel nauwkeurig gaan kijken of gehandeld is volgens alle processen en procedures, inclusief wat daarover in de wet ligt vastgelegd, absoluut. Daarvoor hebben we al die informatie nodig. Dat zeg ik u ook. We weten dat op dit moment niet. Daarom denk ik dat we hier ook allemaal graag die informatie hebben. De Auditdienst Rijk gaat dat nauwkeurig onderzoeken. Ik kom straks nog even terug op de vraag over het aantal meldingen.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
De minister begint met te zeggen dat er hier twee vragen voorliggen, dat we de antwoorden daarop willen weten en dat we daardoor een onafhankelijk onderzoek nodig hebben. Maar dat onafhankelijke onderzoek roept wat mij betreft meteen een derde vraag op: hoe onafhankelijk is die Auditdienst Rijk? Want die valt onder het ministerie van Financiën. Die valt onder minister Kaag, die ook van D66 is. De twee personen die onderzocht worden, zijn ook van D66. Ik neem aan dat de klokkenluider niet van D66 is, dus die ontspringt dan de dans. Maar is de minister het niet met mij eens dat in ieder geval de schijn van politieke afhankelijkheid hier wel in zit en dat er in ieder geval de schijn van een gebrek aan onafhankelijkheid is voor wat betreft deze commissie?

Minister Dijkgraaf:
Ik wou zo de vragen afhandelen. Deze vraag is ook door de heer Bosma gesteld. Als u even geduld heeft, dan beantwoord ik de vraag over de ADR ieder moment.

De voorzitter:
De minister was net van start gegaan, dus het is misschien sowieso goed als de minister eerst de vragen beantwoordt. Wellicht stelt u een vraag die al gesteld is en waar nog geen antwoord op gegeven is. Het woord is aan de minister.

Minister Dijkgraaf:
Ik wil nog een tweede punt maken. Dat is dat ik de ambtenaren van mijn ministerie, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, waaronder de secretaris-generaal, de afgelopen maanden heb leren kennen als kundig en integer. Die integriteit is van groot belang, voor uw Kamer, voor mij, voor iedereen in het land. Het uitgangspunt is dat iedere ambtenaar zakelijk en privé goed weet te scheiden. Een ambtenaar belooft dit ook aan de start van zijn of haar dienstverband binnen de rijksoverheid. Dat is de zogeheten eed of belofte. Onderdeel van die eed of belofte is dat een ambtenaar aan niemand beloften doet, van niemand giften ontvangt en vertrouwelijke informatie alleen gedeeld wordt met degenen die hier beroepshalve van moeten weten. Die belofte of eed is niet gratis.

Juist vanuit het oogpunt van integriteit — hoe belangrijk die integriteit van de rijksoverheid is, is door iedereen hier bevestigd, denk ik — is het belangrijk dat de Auditdienst Rijk nu onderzoek doet naar de melding van de klokkenluider aan de sg van mijn ministerie, en dat dat in grote zorgvuldigheid kan plaatsvinden. Dus nogmaals, in het debat dat we vandaag met elkaar hebben, wil ik daarom ook niet vooruitlopen op delen van het onderzoek of eventuele uitkomsten. Ik denk dat we dat debat pas moeten hebben als de onderdelen van dat onderzoek uiteindelijk op tafel liggen en ik het rapport in handen heb.

Dan een paar verdere vragen rondom de procedure. Er is door een aantal leden, de heer Van Strien, mevrouw Werner en mevrouw Van der Plas, gevraagd: wat zijn nou de procedures rondom klokkenluiders en de bescherming van hun identiteit? Ik kan u weer in zijn algemeenheid melden hoe de interne procedure luidt als er sprake is van een melding van een vermoeden van een misstand in de zin van de Wet Huis voor klokkenluiders. Ik zeg nogmaals dat we hier een speciaal geval hebben. We moeten kijken wat daarop precies van toepassing is, maar als er sprake is van deze procedure, dan ziet de procedure er als volgt uit. Een melder meldt het vermoeden bij zijn directe leidinggevende, een hogere leidinggevende of een vertrouwenspersoon. Vervolgens wordt de hoogste leidinggevende op de hoogte gesteld van die melding. Dan bevestigt die de ontvangst van de melding aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon, alsook aan de persoon of de personen op wie de melding betrekking heeft. De hoogste leidinggevende stelt dan vervolgens een onderzoek in. Dat onderzoek wordt verricht door iemand die niet betrokken is bij de kwestie waarover gemeld is. Die hoogste leidinggevende stelt dan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon, binnen twaalf weken schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte van de bevindingen van het onderzoek, het oordeel van de bevindingen en de consequenties die hieraan verbonden worden. Hierbij wordt dan ook gewezen op de mogelijkheid om extern te melden bij het Huis voor Klokkenluiders. Dat staat allemaal beschreven in de cao Rijk. Ik kan u de precieze hoofdstukken en paragrafen noemen.

De procedure is zo ingericht dat bij de behandeling van vermoedens van misstanden de identiteit van de melder beperkt wordt tot het strikt noodzakelijke. Die kan beperkt blijven tot de vertrouwenspersoon die door de melder is benaderd. Nogmaals, het gaat hier om een procedure waarbij sprake is van een melding van een vermoeden van een misstand in de zin van de Wet Huis voor klokkenluiders. Die procedure is zo ingericht dat degene bij wie gemeld wordt, zich moet verschonen indien er sprake is van een belangenverstrengeling of anderszins van conflicterende belangen. Die melding moet dan ook worden behandeld door iemand die niet betrokken is bij de kwestie waarover gemeld wordt. Ook hierbij geldt weer dat het gaat om een procedure rond een melding in de zin van de Wet Huis voor klokkenluiders. Ik zei al dat hier op z'n minst ambiguïteit over is ontstaan. Daarom hebben we het onderzoek ook nodig.

In navolging hiervan vroeg de heer Van Haga naar de inwerkingtreding van de Wet Huis voor klokkenluiders. Die is op 1 juli 2016 in werking getreden. Maar er is een wetsvoorstel ingediend die de huidige wet, en ook de naam daarvan, wijzigt. Dat wetsvoorstel is op 1 juni 2021 door de minister van BZK ingediend bij de Tweede Kamer. De inzet van de minister van BZK is erop gericht om dat wetsvoorstel zo spoedig mogelijk in werking te laten treden. Dus daar zitten we op dit moment.

Mevrouw Van der Plas vroeg: hoe is de veiligheid van klokkenluiders bij OCW geborgd? En mevrouw Werner vroeg: hoe is in die procedure de veiligheid van klokkenluiders binnen OCW geregeld? Wat ik al zei: melders van vermoedens van misstanden genieten de bescherming die de wet hun biedt. Het gaat in de eerste plaats om vertrouwelijkheid. De identiteit van de melder wordt niet bekendgemaakt. De behandelaar dient ook vertrouwelijk met de melding om te gaan. Wanneer er sprake is van een ambtsmisdrijf, is het ministerie wettelijk gehouden om ook aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie. En daarnaast mag de melder niet benadeeld worden vanwege het doen van de melding.

Binnen OCW zijn meerdere vertrouwenspersonen aanwezig bij wie melders dan ook terechtkunnen. En de taken van die vertrouwenspersonen zijn uitgewerkt in een ministeriële regeling.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ik had inderdaad gevraagd wanneer die nieuwe wet in werking treedt. En ik ben me er echt van bewust dat we op 90% van de gestelde vragen geen antwoord gaan krijgen omdat die commissie nog allerlei onderzoek gaat doen. Maar ik had gevraagd: wanneer wordt die wet nou operationeel? Nou, "zo spoedig mogelijk" vind ik niet echt een goede indicatie, want dan kan het oneindig lang duren. Ik hoor dus graag een wat meer precieze aanduiding. En ik had ook gevraagd hoe de minister ervoor gaat zorgen dat de wet ook wordt nagekomen en dat er ook daadwerkelijk bescherming is. Want daar ontbreekt het vaak aan. We zijn heel erg goed in het maken van wetten, en vervolgens handhaven we helemaal niks.

Minister Dijkgraaf:
De vraag wat precies het tijdpad is voor de inwerkingtreding van de wet, is gericht aan de minister van BZK. Ik wil die vraag met alle plezier doorgeleiden.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Minister Dijkgraaf:
Ja. De heer Mohandis van de PvdA vroeg: is de minister het met mij eens dat een melding ook serieus behandeld moet worden als een klokkenluider op een andere plek meldt omdat intern melden een te hoge drempel is? Absoluut. Iedere melding van het vermoeden van een misstand die het ministerie ontvangt, dient natuurlijk zorgvuldig en vertrouwelijk behandeld te worden. Dat ben ik volstrekt met de heer Mohandis eens. En als iemand een drempel ervaart bij de eigen organisatie, dan kan hij terecht bij het Huis voor Klokkenluiders. Precies daarvoor hebben we dat Huis voor Klokkenluiders. Het is er voor advies en ook om er, onder bepaalde omstandigheden, rechtstreeks de melding te doen. Zo is dat in de wet geregeld. Als een burger melding doet bij het ministerie, kan het ministerie de melder adviseren over de te volgen route en daarbij de melder verder ondersteunen.

De voorzitter:
Dit was volgens mij een antwoord op een vraag van de heer Mohandis.

Minister Dijkgraaf:
Ja.

De voorzitter:
Dan geef ik eerst even het woord aan de heer Mohandis en dan aan de heer Bosma.

De heer Mohandis (PvdA):
De minister legt uit hoe het uiteindelijk dan in de wet is geregeld. De wet borgt het een en ander. Het voorbeeld dat mede de aanleiding is voor dit debat, gaat juist over Kamerleden die een klokkenluider doorverwijzen naar een minister. De minister geleidt dat weer door naar een ambtenaar, naar een sg. Hoe borgen we nou dat dat een serieus signaal is, dat dat de behandeling krijgt die het verdient? We weten hoe het in de wet zit, maar uiteindelijk gaat het erom hoe dingen in de praktijk gaan.

De voorzitter:
De minister.

De heer Mohandis (PvdA):
Tot slot vraag ik, voordat ik het antwoord krijg dat "we dat meenemen in het onderzoek", hoe de huidige minister zelf reflecteert op deze gang van zaken.

Minister Dijkgraaf:
Ik denk dat we het allemaal met elkaar eens zijn dat dit op dit moment gewoon een onduidelijke situatie is. Nogmaals: we weten niet wat er is toegezegd, welke procedures gevolgd hadden moeten worden, welke procedures er zijn toegezegd. Ik denk dat we met elkaar veel kunnen leren uit de uitkomst van dit onderzoek. En ik denk dat het aan mij is om, als de resultaten van het onderzoek bekend zijn, erop te reflecteren. Ik ga dat onderzoek uitvoerig bestuderen en kom natuurlijk daarna terug bij uw Kamer om daar verder over in gesprek te gaan.

De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter, ik weet niet zo goed wat we hier nu met z'n allen aan het doen zijn vandaag. Er is nogal wat aan de hand. De minister is nu een kwartier aan het woord en geeft een soort overzicht van alle procedures, alle regels en de geschiedenis van het Huis voor Klokkenluiders. Dat is allemaal zeer interessant, maar zullen we ook eens een keer ter zake komen? Het is nogal wat, wat er gebeurd is. De hoogste media-ambtenaar heeft een intieme relatie met de opperbaas van de NPO. Een bewindspersoon gaat op vakantie met de opperbaas van de NPO. Dat is netwerkcorruptie! Dat is nogal was. Dit gaat niet om allemaal procedures. Er is in politieke zin nogal iets aan de hand. Zou de minister dáárover eens iets kunnen zeggen?

Minister Dijkgraaf:
We praten hier over een specifiek geval van een melding van een klokkenluider over een zaak die ook van groot belang is. We hebben allemaal vragen over hoe dit precies is gegaan. Die vragen zijn allemaal terecht. Het punt is dat ik op dit moment ook niet kan overzien wat er precies gebeurd is in de afhandeling van deze melding. Ik weet niet welke keuzes zijn gemaakt. Ik weet niet wie wat aan wie heeft beloofd. Ik weet ook niet wat de precieze rol is geweest van alle spelers. Daarom heb ik de ADR gevraagd om dat onderzoek te doen, om de feiten op papier te zetten. Die kan ik bestuderen. Ik zal de uitslagen analyseren. Daarna kan ik daar een gesprek met u over voeren.

De heer Martin Bosma (PVV):
Wat gaan we de rest van deze middag dan doen?

Minister Dijkgraaf:
Ik wil graag nog wat concrete vragen beantwoorden.

De voorzitter:
Dat klopt. Er zijn nog een aantal vragen gesteld. Ik geef de minister dus de kans om die te beantwoorden.

Minister Dijkgraaf:
Ik begin bij een vraag van onder anderen de heer Bosma over de onafhankelijkheid van de ADR. De ADR valt beheersmatig onder het ministerie van Financiën, maar is wel volstrekt onafhankelijk. Het voorkomt elke vorm van belangenverstrengeling in wezen en in schijn. De auditors die werkzaam zijn bij of verbonden zijn aan de ADR dienen jaarlijks een schriftelijke bevestiging van hun persoonlijke onafhankelijkheid te tekenen.

Het opstellen van het feitenonderzoek wordt gedaan door onderzoekers die normaal gesproken niet werkzaam zijn binnen de beleidsterreinen van het ministerie van OCW. Zij zijn daar dus niet bij voorbaat bij betrokken. De rapportage wordt alleen binnen de ADR zelf gelezen. Het feitenonderzoek wordt rechtstreeks aan de opdrachtgever, de minister van OCW, aangeboden. Volgens vaste kabinetsbesluitvorming wordt dat feitenonderzoek ook openbaar.

Er zijn eerder situaties geweest bij de rijksoverheid waarbij de ADR onderzoek heeft gedaan naar andere complexe situaties. Daarin hadden we ook de objectiviteit en de onafhankelijkheid van de ADR nodig. Daarom was de ADR in mijn ogen de aangewezen partij om dit onderzoek te doen. Het onderzoek is extern. Het ligt dus buiten het departement van OCW.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Dit is natuurlijk een aardig antwoord, maar het klinkt toch een beetje als een leuk D66-carrouselletje. De ene D66 heeft de verantwoordelijkheid over een auditing. Dat rapporteert die D66'er aan een andere D66'er. Het gaat dus over twee D66'ers die met elkaar in een hotelletje hebben gelegen. De enige niet-D66'er in dit hele verhaal is waarschijnlijk de klokkenluider. Is er in ieder geval niet de schijn van politieke afhankelijkheid? Die moet je toch wegnemen als je een onderzoek over zo'n precair punt laat uitvoeren?

Minister Dijkgraaf:
De ADR speelt een heel belangrijke rol binnen de rijksoverheid. De ADR doet heel veel controlerend werk. Voor vele ministeries is de ADR een belangrijke externe partij die kijkt of alles goed en keurig gedaan is. Ook in dit geval is de ADR, in mijn ogen, de aangewezen partij om dit onderzoek te doen.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Ik trek ook niet de kwaliteit van de ADR in twijfel. Ik vraag of er een schijn van politieke afhankelijkheid is, omdat alle betrokken poppetjes lid zijn van D66.

Minister Dijkgraaf:
Ik heb geen enkele reden om te veronderstellen dat het onderzoek van de ADR, op welke wijze dan ook, politiek gekleurd zal zijn.

Mevrouw Werner (CDA):
Ik wil de minister graag het volgende vragen. Is de klokkenluider op dit moment veilig? En is die veiligheid te garanderen?

Minister Dijkgraaf:
Ik kom zo nog op wat andere vragen van mevrouw Werner, maar de klokkenluider is zeker veilig. Ik kan u garanderen dat wij — dat ligt in veilige handen bij de ADR — er alles aan doen om de veiligheid van deze klokkenluider te garanderen.

De heer Mohandis (PvdA):
In antwoord op een Kamervraag van collega Werner werd gezegd dat dit onderdeel is van het onderzoek. Nu horen we dat er toch contact is. Die conclusie trek ik hieruit. Klopt dat? Is er nog contact met de klokkenluider? Wordt zijn of haar klacht serieus genomen? Loopt dat proces nu?

Minister Dijkgraaf:
Ik scheid hier even twee zaken. Het ene punt is of de klokkenluider betrokken is bij het ADR-onderzoek. Daar kan ik eigenlijk niets over zeggen, want ik weet niets van het onderzoek. Ik weet wel dat de ADR in gesprek is met alle relevante partijen. Maar ik kan niets zeggen over de precieze wijze waarop de klokkenluider op dit moment bij het onderzoek van de ADR betrokken is. Het tweede punt is de opvolging van de melding. Daarvoor verwijs ik dan toch naar de staatssecretaris, want dat gaat eigenlijk over de situatie rondom de NPO.

Ik kom even op de vragen van mevrouw Werner. Zij heeft veel vragen gesteld. Het zijn in zekere zin allemaal vragen die ik ook stel en die precies onderdeel zijn van het onderzoek dat de Auditdienst Rijk aan het doen is. Het is trouwens al gezegd dat in de opdrachtverlening is afgesproken dat het feitenonderzoek medio juli wordt opgeleverd. Ik heb volgende week, als het goed is, nader overleg met de ADR of ze inderdaad voldoende informatie hebben om dat tijdpad van medio juli te redden. Dan weet ik dus meer. Veel vragen die werden gesteld, kan ik niet beantwoorden, want die zijn onderdeel van het onderzoek.

Ik kan u nog wel even kort zeggen — dat heb ik eigenlijk ook in de brief naar de Kamer genoemd — wat de opdracht was, dus de opdrachtverlening aan de Auditdienst Rijk. Ik citeer even; deze tekst heeft u ook al eerder gezien: "Het opstellen van een kort en zakelijk feitenrelaas over de melding die destijds is gedaan en hoe daarop is gehandeld, waarbij wordt nagegaan hoe dit zich verhoudt tot de OCW- en rijksbrede regelgeving en procedures." Er is natuurlijk ook een meer gedetailleerde wijze waarop de ADR in de opdrachtbevestiging gereageerd heeft. Ik citeer even: "De onderzoeksvraag is onder andere de volgende. Welke feitelijke handelingen hebben zich voorgedaan tijdens en na de melding bij OCW? Dat wil zeggen, welke handelingen en acties hebben plaatsgevonden? Door wie zijn die handelingen geïnitieerd? Door wie zijn ze uitgevoerd? Met welke redenen zijn deze handelingen uitgevoerd? Wanneer en waar heeft dat plaatsgevonden? Hoe verliepen de informatiestromen? Wie waren betrokken en op de hoogte? Hoe verhouden de handelingen zich tot de rijksbrede regelgeving, departementale regels, procedures en codes bij dergelijke meldingen? Welke bewijsstukken zijn aanwezig?" Het onderzoek bestrijkt de periode vanaf de melding in 2020 tot juli 2022. Er zal uiteindelijk een logboek van gebeurtenissen worden opgesteld, waarin alle waargenomen feiten chronologisch worden opgesteld in de tegenwoordige tijd. Dat is de opdrachtbevestiging die ik heb gekregen van de ADR.

Ik ga door met nog een paar vragen over integriteit. Er waren vragen over de vakantie van een oud-bewindspersoon.

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, is er over het laatste onderwerp nog een vraag.

De heer Mohandis (PvdA):
Wat mij betreft kunnen die vragen nog worden beantwoord. Ik zit nu pas weer een maand in de Kamer, dus ik heb het Reglement van Orde niet helemaal tot op de komma uit mijn hoofd geleerd. Ik weet niet of het een punt van orde is of niet. Ik zou willen voorstellen, gezien de hoeveelheid aan vragen die gesteld zijn en de hoeveelheid aan vragen die meegenomen worden in het onderzoek — ik schat dat zo'n 80% van de vragen die hier zijn gesteld, toch ergens in de zomer in onze mailbox verschijnt — om dit debat te schorsen tot na het reces, nadat ze wellicht nog andere vragen wel gaan beantwoorden. Dat zou ik aan mijn collega's vragen.

De voorzitter:
Dat is een ordevoorstel. Zo noemen we dat. Dan leg ik dat even voor aan de collega's om te kijken of daar een meerderheid voor is.

De heer Kwint (SP):
Dit is natuurlijk niet heel verrassend, want dit zat er deels aan te komen. Ik denk wel dat het verstandig is om de vragen die nu beantwoord kunnen worden, nu te beantwoorden, en dat we het debat inderdaad later voortzetten. Ik heb nog een specifieke vraag over de onderzoekbevestiging van de ADR. Daar was de minister net over aan het woord. Kan hij misschien dit blokje eerst even afmaken? Die vraag zou ik namelijk nog wel graag willen stellen voor we het debat beëindigen.

De voorzitter:
Ik heb eerst nog even een vraag aan de heer Mohandis, voordat ik de collega's hoor. Uw voorstel is om de tweede termijn op een ander moment te doen, maar de eerste termijn van het kabinet wel af te ronden?

De heer Mohandis (PvdA):
Ja, dat is misschien wel zuiver. Ik weet dat er nog vragen zijn, wellicht ook aan de staatssecretaris. Mijn punt is helder: laten we daarna doorgaan na het reces.

De voorzitter:
Dat is uw voorstel: de tweede termijn op een ander moment. Dat wordt in ieder geval gesteund door de heer Kwint en de heer Omtzigt. Of niet?

De heer Kwint (SP):
Ter correctie: als wij straks een rapport hebben en alleen nog maar een tweede termijn, dan wordt dat wel ingewikkeld. Dan doen wij onszelf tekort, denk ik. Dus ja, ik steun het dat wij nu de vragen beantwoorden of het debat afsluiten voor dit moment, maar alleen een tweede termijn lijkt mij heel mager.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik zou ook de bewindspersonen de vragen die ze nu kunnen beantwoorden, gewoon laten beantwoorden. Als er nog vragen zijn over de opdrachtverlening aan de ADR, lijkt het mij buitengewoon zinnig om die nu te stellen en niet wanneer het onderzoek klaar is. Daarna zijn er twee opties. Ik voel eigenlijk het meest voor de optie van de heer Bosma om daarna een ultrakorte tweede termijn te hebben, zodat mensen nog een minuut kunnen vragen naar aanleiding van de nieuwe informatie die er is, en een derde termijn, zodat je niet helemaal opnieuw begint. En anders begin je met een verlengde eerste termijn van het kabinet, maar ik heb er wel een voorkeur voor om dan eerst weer met een paar vragen van de Kamer te kunnen beginnen.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ja, en als we dan later gaan doorpraten, zou ik erop willen aandringen dat de vragen die wij gesteld hebben — wie heeft het hotel betaald, wie heeft de reis naar Israël betaald — ook echt worden beantwoord in het rapport van de ADR.

De voorzitter:
Maar uw voorstel, meneer Bosma, is om een derde termijn te doen.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
We weten helemaal niet wat er uit dat rapport gaat komen. Dat is wel ontzettend beladen. Ik zou zeggen: laten we gewoon schorsen en dan een verlengde eerste termijn hebben. Dan gaan we straks verder met de eerste termijn van het kabinet. Dan zou ik willen voorstellen dat alle vragen die net door de heer Bosma zijn gesteld, gewoon schriftelijk worden beantwoord. Die hoeven wat mij betreft niet in dat rapport, maar die kunnen allemaal schriftelijk gedaan worden.

Mevrouw Werner (CDA):
Ik denk inderdaad dat het weinig zin heeft om door te gaan, dus ik steun ook de lijn van de heer Kwint. Steun.

De voorzitter:
Steun voor wat? Er zijn nu een paar voorstellen: een derde termijn of schorsing in de eerste termijn.

Mevrouw Werner (CDA):
Ja, steun daarvoor.

De voorzitter:
Voor welke?

Mevrouw Werner (CDA):
Voor de schorsing en een derde termijn.

De voorzitter:
Steun voor de derde termijn.

De heer Sjoerdsma (D66):
Dit voelt een beetje ingewikkeld. Ik stel voor dat de bewindspersonen gewoon hun beantwoording afmaken, dat we dan het debat schorsen en stopzetten en dat we als het onderzoek terug is, een volwaardig debat kunnen voeren over de resultaten van het onderzoek. We maken het zelf veel te ingewikkeld. We zijn nu gewoon waar we zijn gekomen. We hadden dit ook kunnen zien aankomen, zeg ik tegen mijn collega's, want we wisten allemaal dat dit onderzoek gaande was, dus dat kan geen verrassing zijn. Laten we dan na de beantwoording van deze beide bewindspersonen het debat sluiten. Als het onderzoek er komt — dat is midden juli — dan kunnen we na het reces gewoon weer een volwaardig nieuw debat voeren, met een eerste en een tweede termijn.

De voorzitter:
Een nieuw debat. Dat is weer een variatie.

De heer Van Strien (VVD):
Een variatie waar ik mij goed in kan vinden. Ik denk dat het goed is geweest dat we dit debat nu hadden, dat we de klokkenluiders van Nederland hebben kunnen tonen dat we dat serieus nemen en dat we ook het gevoel hebben dat de huidige bewindspersonen het zorgvuldig oppakken. Wat mij betreft ronden we het debat zo dadelijk af en doen we een nieuw, volwaardig debat. Ik nodig ook alle collega's die hier nu staan, uit om een keer mee te doen aan een mediadebat van de commissie, want dat hebben we vaak. Dan kunnen we dit soort zaken gezamenlijk bespreken.

De voorzitter:
Ja, maar dit is nu een ordevoorstel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat doe ik graag, meneer Van Strien. Als er nieuwe verkiezingen zijn, hebben wij meer mensen in de Kamer, dus dan kunnen we ook bij wat meer debatten zijn.

De voorzitter:
En uw reactie op het voorstel?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn reactie op het voorstel: een nieuw debat, daar voel ik op zich ook wel wat voor, eerlijk gezegd.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk naar mevrouw Werner.

Mevrouw Werner (CDA):
Er waren zo veel smaken en suggesties. Laten we inderdaad gaan voor een nieuw debat. Dat wil het CDA graag.

De voorzitter:
Ik ga het even proberen samen te vatten, meneer Mohandis, want u heeft een ordevoorstel gedaan. Volgens mij is er in ieder geval behoefte om een aantal vragen beantwoord te krijgen, dus we willen de eerste termijn afronden en vervolgens heeft iedereen gezegd: dan willen we eigenlijk als het rapport er is, weer een normaal debat hebben, met een eerste en tweede termijn. Dat zou ik willen afconcluderen.

De heer Mohandis (PvdA):
Prima. Het ordevoorstel is gedaan en goed geamendeerd door collega's, waaruit een nieuw voorstel is gekomen om het debat te hervatten, met alle termijnen die erbij horen. Mijn vraag is, maar misschien is dat ook weer een beginnersvraag, of het debat nu ook wordt ingepland. Is nu ook besloten dat er een plenair meerderheidsdebat na het reces ingepland gaat worden? Klopt dat? O, het is geen beginnersvraag, hoor ik, maar een goede vraag. Dank.

De voorzitter:
Dan moet een nieuw debat worden aangevraagd, maar aangezien nu zo veel collega's aangeven dat ze dat steunen, wordt het een meerderheidsdebat.

De heer Mohandis (PvdA):
Plenair.

De voorzitter:
Voor de formele procedure is het belangrijk dat dit na het reces bij de regeling wordt vastgesteld. Dan is het rapport er ook. Er is in ieder geval een meerderheid voor; dat heb ik nu gehoord. Dit ligt ook vast. Het moet nog wel even worden aangevraagd. Ik kijk even naar de heer Bosma. Kan hij dat na de zomer doen? Ik hoor dat hij in zijn agenda zal kijken. Kijk, dat vind ik netjes, want de heer Bosma is ook de eerste aanvrager van dit debat. Dan gaan we dat zo doen.

Ik stel voor dat ik nu even de kans geef om de vragen die gesteld zijn … De heer Kwint, SP.

De heer Kwint (SP):
Het lijkt alweer heel lang geleden, maar juist over de onderzoeksvraag had ik een specifieke vraag. De minister zegt dat de Auditdienst Rijk spreekt over "het moment van de melding". Op basis van de mediaberichten kan ik een paar momenten aanwijzen: het moment dat de klokkenluider contact opneemt met Kamerleden, het moment dat de Kamerleden contact opnemen met een bewindspersoon, het moment dat er een afspraak wordt ingepland, het moment dat de bewindspersoon de sg informeert. Ik zou het fijn vinden als de ADR een zo vroeg mogelijk moment zou hanteren. Dat is dus het moment dat de klokkenluider zich meldt bij de Kamerleden.

Minister Dijkgraaf:
Ja. Het is ook mijn veronderstelling dat dit het volledige traject bestrijkt en dat er niet een stuk buiten beeld valt.

De voorzitter:
De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Dijkgraaf:
Ja. Ik wil nog een paar vragen over integriteit beantwoorden. De heer Van Strien vroeg bijvoorbeeld wanneer ambtenaren privécontacten moeten melden. Ik noemde al de eed of belofte die ambtenaren afleggen. Daarnaast zijn gedragsregels rondom integriteit opgenomen in de Gedragscode Integriteit Rijk, van 63 bladzijdes. Daarin staan veel interessante dingen vermeld. In die gedragscode is geen harde regel opgenomen, maar wordt wel aan ambtenaren de aanbeveling gedaan om vragen of een dilemma rondom de relatie tussen zakelijke contacten en privécontacten zo mogelijk te bespreken met een leidinggevende of vertrouwenspersoon. Het is daarbij de eigen verantwoordelijkheid van de ambtenaar om in te schatten of een bepaald privécontact het noodzakelijk maakt daarop te acteren. Dat is de feitelijke situatie.

Onder anderen de heren Bosma en Kwint hebben vragen gesteld over de vakantie van een oud-bewindspersoon. Het is hier al vermeld: voor een privérelatie in de vorm van een vakantie zijn in het zogeheten blauwe boek voor bewindspersonen — eigenlijk liggen alle regels vast — geen specifieke regels opgenomen. Het uitgangspunt is wederom dat bewindspersonen zakelijk en privé goed en strikt weten te scheiden. Dat is ook iets wat iedere bewindspersoon belooft bij de start van de kabinetsperiode in, wederom, de zogeheten eed of belofte. De afweging of een vakantie kan en wat hierin verstandig is, is er ook een die elke bewindspersoon individueel moet maken. Voor mij geldt trouwens wel dat iedereen, ook bewindspersonen, het vertrouwen zou moeten genieten dat hij of zij dat op een juiste manier doet, natuurlijk tenzij het tegenovergestelde is bewezen. Op dit moment heb ik geen signalen gezien of gehoord die ertoe leiden dat vertrouwen niet te hebben.

De vraag wie de vakanties betaalde, werd zowel gesteld voor de secretaris-generaal als voor de toenmalige staatssecretaris. Dat zijn privéaangelegenheden geweest. Die zijn dus niet vanuit OCW betaald.

De heer Martin Bosma (PVV):
Het zal best dat het blauwe boekje van alles stelt. Dat begrijp ik allemaal wel, maar de vraag is gewoon: is dit nou politiek handig, is dit slim voor een bewindspersoon, is dit nou de manier waarop we politiek moeten bedrijven? Het schuurt tegen elkaar aan. Ze liggen samen op het strand, ze drinken een gezellig cocktailtje, ze reizen het halve land door. Het is een prachtig land, Israël. Ik kan het iedereen aanbevelen. Maar is het nou handig dat je, als je elk jaar 900 miljoen geeft aan een organisatie waarvan je een zekere distantie moet hebben, met de voorzitter van die club op vakantie gaat? Dat is een politieke vraag; ik vraag het niet in juridische zin. Is dat nou slim? Is dat nou de manier waarop wij dat moeten willen in Nederland?

Minister Dijkgraaf:
Die afweging, die soms moeilijke en subtiele afweging tussen privé en zakelijk, is iets wat behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de bewindspersonen. En nogmaals, ze hebben de eed of belofte gedaan om zich op geen enkele wijze in hun onafhankelijke gedrag te laten beïnvloeden. Vandaar dat die vraag, en het antwoord op de vraag, ook bij de individuele bewindspersonen ligt.

De heer Kwint (SP):
Dat argument is mij iets te kort door de bocht. Als de eed of gelofte voldoende zou zijn, dan zouden we dat hele blauwe boekje niet nodig hebben. Schijnbaar was er buiten de eed of belofte nog steeds behoefte aan om een aantal afspraken op papier te zetten voor wat er wel en niet mag. Dus we zijn het er met z'n allen over eens dat de eed, de gelofte, hoe men die ook aflegt, niet voldoende is. En dan vind ik eigenlijk de vraag naar wat er wel of niet in het boekje hoort, nog minder interessant dan de onderliggende vraag: zou het niet, gezien het belang dat wij hechten aan die bestuurlijke integriteit en ook aan het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling ... Ik bedoel, volgens mij kunnen we het redelijk uittekenen. Sander Dekker was niet de grootste vriend van de publieke omroep. Dus als zij heel erg vrienden zijn geweest, dan heeft de publieke omroep er niet heel veel miljoenen extra aan overgehouden. Tuurlijk, dat is niet aan de hand. Het gaat om het beschermen van de integriteit van het ambt, en daar zou een minister verstandiger in moeten zijn. Is de minister dat met mij eens?

Minister Dijkgraaf:
Er zijn hier veel vragen gesteld over hoe de overheid breed, maar ook het kabinet, omgaat met integriteit. Het is, denk ik, belangrijk dat we die vragen stellen. Het is ook iets wat in ontwikkeling is. Dus de ontwikkeling van het integriteitsbeleid heeft de aandacht van het kabinet. Binnen het kabinet is integriteit van de politieke ambtsdragers, waaronder de bewindspersonen, belegd bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het is dus niet aan mij om daar antwoord op te geven. Maar begin mei hebben de leden Dassen en Omtzigt een aantal voorstellen gedaan voor wettelijke maatregelen om de integriteit te bevorderen, zowel bij bewindspersonen als bij de ambtelijke top. Ik kan u aangeven dat de minister van BZK hard aan het werk is aan een kabinetsreactie, en hij hoopt die kabinetsreactie dan ook binnen korte termijn aan uw Kamer te kunnen toesturen. En ik begreep ook dat begin september hierover een notaoverleg met uw Kamer is gepland. Dit is dus wel een zaak waar we ook vanuit het kabinet graag over in gesprek blijven met uw Kamer, want dit is iets van zorg. En nog even kort: zowel voor ambtenaren als voor bewindspersonen is er de eed en gelofte, maar dan is er ook een uitwerking. En natuurlijk, in die integriteitscode voor het Rijk worden heel veel dingen vastgelegd. In het blauwe boek worden heel veel dingen vastgelegd, en dat gaat trouwens veel verder dan afwegingen tussen zakelijk en privé. Maar er zal altijd een gebied zijn waar iets een persoonlijke afweging is, en op dat moment — denk ik — ligt de integriteit van het individu aan de keuze die men dan maakt. Dus er zal altijd zo'n gebied zijn. En nogmaals, we moeten ervan uitgaan, en we moeten onze ambtenaren en ook onze bewindspersonen en ook onze oud-bewindspersonen het vertrouwen geven, dat ze die afweging op een juiste, correcte en integere manier hebben gedaan.

De heer Kwint (SP):
We gaan hier niet die hele discussie doen. De minister heeft gelijk: dat hoort inderdaad voor een groot deel bij Binnenlandse Zaken. Ik zou het dan wel fijn vinden als, wanneer er een reactie komt op de overigens lezenswaardige nota van de heer Omtzigt en de heer Dassen, de vragen zoals die hier geformuleerd zijn, daarin meegenomen worden, dus bijvoorbeeld over hoe die afweging zit en een aantal vragen zoals ik die net stelde aan de hand van de casus van voormalig staatssecretaris Dekker. Dus als de minister dat kan doorgeleiden, dan heel graag.

Minister Dijkgraaf:
Ja.

Voorzitter. Nog een paar vragen. De heer Omtzigt vroeg: is de secretaris-generaal een meldpunt voor klokkenluiders? Het antwoord is eigenlijk, heel kort: ja, als het intern is; en nee, als het extern is. Een melder van een vermoeden van een misstand kan melding doen bij de directe leidinggevende of een hoge leidinggevende; dat heb ik al gezegd. Binnen het departement van OCW is de secretaris-generaal op grond van de organisatie en het mandaatsbesluit van OCW uiteindelijk verantwoordelijk voor de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand. Maar het is natuurlijk iets anders als die melding van buitenaf komt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Hier zitten we in de klem waar we vaak mee zitten met integriteitsregels, en dat is dat 90% à 95% van de mensen, de ministers, de ambtenaren echt ontzettend zijn best doet om loyaal binnen de grenzen van de integriteitsregels te blijven. En soms gaat het ook gewoon per ongeluk mis. Dus echt waar, dat wordt gedaan. Maar wanneer iemand zich daar best wel ver buiten begeeft, dan is dat idee van "we moeten vertrouwen dat ze het integer doen" er niet. We hebben hier het geval gehad van een minister die bij haar aanstelling de brief ondertekende waarin stond: ik ga geen afspraken maken over het aanvaarden van functies. Vervolgens zat ze in het kabinet en maakte een afspraak over het aanvaarden van een functie, een lobbyfunctie nog wel. Ze ging recht tegen de belofte in. Daar werd geen actie op ondernomen. Dat is de reden dat we hier constant die discussies hebben. We weten ook dat de rest van de ministers zich daar nog redelijk voor schaamde. Zij dachten: dit zouden wij nooit doen. Ik ben ervan overtuigd dat de meerderheid van de ministers het nooit zou doen.

De voorzitter:
En wat is uw vraag aan de minister?

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Mijn vraag is dus of de minister, als hij terugkomt, ook in wil gaan op die casussen over vakantie. Wat vindt de regering geoorloofd? Ik had het over bewindspersonen, niet alleen over ministers. Wat is er in het verleden, in de afgelopen vijf jaar, gebeurd? Wat is ongeveer de beleidslijn die het kabinet verstandig vindt?

Minister Dijkgraaf:
Dat zijn een paar vragen. Laat ik proberen om ze uit elkaar te trekken. Allereerst sta ik hier echt om het geval te beschrijven van de klokkenluider die zich bij het ministerie van het OCW heeft gemeld en waarvan de minister het wijs heeft geacht om de secretaris-generaal aan te wijzen als de contactpersoon. We zijn het met elkaar eens dat er daardoor veel vragen gerezen zijn. We kunnen die op dit moment niet beantwoorden, omdat niemand van ons hier weet wat er precies is gebeurd en wat er precies is afgesproken. U krijgt daar een feitenrelaas van. Op grond van dat onderzoek kunnen we dan het gesprek met elkaar hebben. Er is een veel breder punt. Die vraag is nu ook gesteld. Is het toegestaan of verstandig dat topambtenaren of bewindspersonen op vakantie gaan? Ik heb op dat punt gezegd: dat is uiteindelijk een persoonlijke afweging.

De voorzitter:
Met elkaar, bedoelt u?

Minister Dijkgraaf:
Precies: als topambtenaren of bewindspersonen op vakantie gaan met mensen die mogelijkerwijs een belang hebben. Uiteindelijk is dat een persoonlijke afweging. De regels die we daarbij hebben, de integriteitscode voor ambtenaren en het blauwe boek voor bewindspersonen, geven daar geen uitsluitsel over. Maar ik heb ook gezegd dat het kabinet zeer geïnteresseerd is in deze discussie over integriteit. Het kabinet is ook een kabinetsreactie aan het voorbereiden. Het kabinet gaat daarover ook met u in gesprek. Ik denk dat u terecht aangeeft dat dat een gesprek is dat we met elkaar moeten blijven voeren. Maar het gaat natuurlijk niet alleen maar om wat de regels zijn, maar ook om hoe je met dat stuk omgaat waar de regels geen uitspraken over doen. Ik vind het dus heel goed om daarover met elkaar in gesprek te gaan, maar ik sta hier nu even voor die ene specifieke casus: hoe is die afgehandeld? Er zijn heel veel essentiële vragen rondom dit geval. We gaan het uitzoeken. Dan hebben we de feiten. Die ga ik dan bestuderen. Dan ga ik op grond van die feiten verder met u in gesprek.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dat snap ik. Dat is het ook: je hebt nooit een uitputtend overzicht of een lijstje met do's and don'ts dat de precieze grens stelt. Daarom vind ik het belangrijk dat de regering, in die brief die er komt, ingaat op de vraag: wat vinden we ongeveer verstandig? Dan hebben we gewoon een idee van hoe het zou moeten. Daarin kan ook ingegaan worden op hoe het in het verleden is gegaan. Dat is het lijstje waar ik naar vroeg. Dan krijgen we dat. Het was strikt genomen inderdaad niet verboden. Er staat niet in het blauwe boek dat het verboden is, maar er kunnen omstandigheden zijn dat het onverstandig is. Het idee was juist om daarop enige reflectie te laten plaatsvinden. Voor degenen die willen zien hoe onverstandig het soms kan zijn om in het verkeerde vakantiehuis te zijn: kijk naar de hoorzitting van Boris Johnson van gisteren.

Minister Dijkgraaf:
Ik kan al toezeggen dat ik rondom dit specifieke geval naar aanleiding van het rapport verder met u in gesprek ga. Ik heb ook al gezegd dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met u in gesprek gaat over het integriteitsbeleid. Dat zijn twee momenten om het gesprek verder voort te zetten.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Ik heb die feitelijke vraag gesteld. Ik neem aan dat ik nog hoor wie van de twee hem gaat beantwoorden.

Minister Dijkgraaf:
Dan nog een paar andere vragen. De heer Omtzigt vroeg hoeveel ...

De voorzitter:
Minister, volgens mij wilde de heer Sjoerdsma nog op dat andere punt ingaan.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ja. De minister zegt volgens mij terecht dat het kabinet met interesse kijkt naar het integriteitsbeleid en dat het integriteitsbeleid in ontwikkeling is. Er komt een kabinetsreactie op voorstellen vanuit de Kamer. Ik zou aan de minister willen vragen of in die kabinetsreactie kan worden meegenomen of dit soort voorbeelden verstandig zijn, bijvoorbeeld dat een bewindspersoon op vakantie gaat met een subsidienemer van de overheid. Ik zeg het zo maar even; het lijkt mij een heel algemene formulering. Zou dat verwerkt moeten worden in het blauwe boekje of niet? Ik krijg graag een reflectie vanuit het ministerie van BZK en als het nodig is ook vanuit AZ. Ik vraag de minister niet om daar nu over te oordelen, want ik snap dat dat misschien buiten zijn beleidsterrein ligt, maar ik zou hem willen vragen om dat mee te nemen in die kabinetsreactie.

Minister Dijkgraaf:
Ik zal dat verzoek doorgeleiden aan mijn collega van BZK. Nogmaals, ik denk dat het heel goed is als we met elkaar afspreken dat we deze discussies rondom integriteit blijven voeren. Dat is heel erg belangrijk. Het raakt echt de kern van het vertrouwen dat de burgers hebben in de rijksoverheid en in het kabinet.

De heer Omtzigt vroeg ook: hoeveel klokkenluiders hebben zich gemeld bij de rijksoverheid in de afgelopen vijf jaar? Ik moet zeggen dat dat terug te vinden is in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Ik heb die cijfers hier nu niet, maar we kunnen die ongetwijfeld vinden en u doen toekomen.

Op de initiatiefnota heeft volgens mijn informatie de minister van BZK al op 29 juni per Kamerbrief gereageerd. Ik laat dit dus bij haar.

Ten slotte de vraag van de heer Omtzigt of ik een overzicht heb van alle vakanties van bewindspersonen en oud-bewindspersonen van de afgelopen vijf jaar, waarin ook staat met wie ze precies op vakantie zijn geweest. Zo'n overzicht is er zeker niet. Ik zie ook geen reden om mijn collega, de minister van BZK te vragen om zo'n overzicht op te stellen. Ik vind ook dat dit niet nodig is. Het gaat hier echt om de persoonlijke afwegingen die bewindspersonen maken. Daar wil ik het bij laten.

Dat waren mijn antwoorden.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de minister voor zijn beantwoording in eerste termijn en geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Uslu:
Dank u wel, voorzitter. Uw Kamer heeft ook een aantal vragen specifiek aan mij gesteld. Ik zal proberen die te beantwoorden. De leden Van Haga en Kwint vroegen naar constructies bij de publieke omroep. Dat punt is in uw Kamer vaker gemaakt. Daar is actie op ondernomen. Ten eerste is het WNT-maximum voor de media-instellingen verlaagd.

Ten tweede houdt het Commissariaat sinds vorig jaar toezicht op de naleving van het BPPO, het Beloningskader Presentatoren in de Publieke Omroep. Het Commissariaat heeft mij laten weten, zeg ik ook tegen de heer Mohandis, dat het onderzoek gaat doen naar het financiële toezicht op dit BPPO.

Tot slot is er, onder andere naar aanleiding van Kamervragen, een rapport van de Algemene Rekenkamer verschenen van een onderzoek naar mogelijke constructies, oftewel opdrachtovereenkomsten met private mediabedrijven. Destijds bleek dat niet moedwillig de WNT en het BPPO werden omzeild, maar dat er vooral behoefte was aan transparantie. Die wordt door de NPO en de omroepen ook gegeven. Ik rapporteer daar jaarlijks over.

Toch snap ik de gevoelens die in de Kamer over dit onderwerp leven. Daarom is het goed dat het Commissariaat hiernaar onderzoek doet en dat het ook toezicht houdt op de naleving van het BPPO. Ik zal uw Kamer in de komende mediabegrotingsbrief op de hoogte houden van de voortgang van dit onderzoek en van de precieze aantallen.

De heer Kwint (SP):
Ik wil de staatssecretaris deelgenoot maken van mijn ongemak bij dit onderwerp. Het speelt nu al een paar jaar, en dat valt deze staatssecretaris niet aan te rekenen. Er wordt elke keer gezegd: we hebben ernaar gekeken, we kunnen het niet hardmaken, het lijkt er niet op, het is niet bewust of het gaat per ongeluk. Vervolgens loop je op het Media Park, en ongeveer om de andere persoon die je spreekt, heeft het over deze constructies. Die heeft het over presentatoren en productiemaatschappijen. Die heeft het over het doelbewust omzeilen van die €180.000 tot €200.000 die presentatoren verdienen. Ik ben een groot pleitbezorger van de publieke omroep. Ik vind het heel erg goed, de publieke omroep, maar ze ondermijnen hiermee hun eigen draagvlak. Ik zou het dus fijn vinden dat er een manier wordt gevonden waarop het Commissariaat of een andere instantie — dat is mij om het even — echt uitzoekt hoe dit nou loopt en of er niet via winstuitkeringen van die bedrijven of aandelenopbouw uiteindelijk alsnog geld van de publieke omroep te veel bij een aantal grootverdieners terechtkomt.

Staatssecretaris Uslu:
Meneer Kwint heeft helemaal gelijk. Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht en ik ga ervan uit dat dit toezicht goed wordt uitgevoerd en dat het onderzoek resultaten laat zien.

De heer Martin Bosma (PVV):
Maar het Commissariaat kan het helemaal niet weten. Die deals worden gesloten met de individuele omroepverenigingen. De VARA sluit gewoon een deal met TVBV, het bedrijf van Jeroen Pauw. Het Commissariaat kan helemaal niet in de boeken kijken bij de VARA. Dat is nou precies de beschermingsconstructie waar we steeds op stuiten. Er zijn laatst ook weer Kamervragen gesteld over de balkenendenorm. Er wordt perfect betaald onder de WNT. Dat snap ik allemaal wel, maar dat was de vraag niet. De essentie van het hele verhaal is dat er constructies bestaan, maar die zijn onvindbaar, omdat de minister, de staatssecretaris en het Commissariaat niet in de boeken kunnen kijken bij die omroepverenigingen. Dus hoe wil zij dat dan gaan doen?

Staatssecretaris Uslu:
Ik zal dit bespreken met het Commissariaat voor de Media. Ik begrijp wel dat het onderzoek kan worden gedaan, maar zo specifiek heb ik dat niet besproken. Ik zal dit dus bespreken met het Commissariaat voor de Media.

De voorzitter:
Er is sowieso al een brief met informatie aangekondigd, dus wellicht dat daar ... Dan krijgt u tenminste antwoord op uw vraag.

De heer Mohandis (PvdA):
Aanvullend op de vragen van de collega's Bosma en Kwint. Uiteindelijk gaat het erom dat de bevindingen van het Commissariaat voor de Media ertoe leiden dat zij, ook als het niet kan worden hardgemaakt, inzichtelijk maken waar de mogelijke ruimte zit. Hierdoor kunnen wij als Kamer de wet aanscherpen om hardere afspraken te maken over allerlei contracten die er uiteindelijk via een omweg toe leiden dat mensen veel meer verdienen dan we met elkaar hebben afgesproken. We moeten volgens mij voorkomen dat het Commissariaat alleen gaat kijken naar waarvoor ze op aarde zijn en dan zegt: dit kunnen we wel en dit kunnen we niet. Welke achterdeurtjes zijn er waar zij zich niet voor kunnen hardmaken, maar waar wel dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen? Ik ben dus heel benieuwd naar die opbrengsten. Dat moet echt iets meer zijn.

Ik heb nog een tweede vraag. De staatssecretaris zei dat het debat na het reces komt, richting het wetgevingsoverleg. Het zou natuurlijk heel fijn zijn als we het kunnen betrekken in de verdere behandeling van het debat na het reces. Mijn vraag is dus: kan dit eerder?

Staatssecretaris Uslu:
Het laatste stukje heb ik niet begrepen. Bedoelt u of het eerder kan na het onderzoek?

De voorzitter:
In het debat dat nog moet worden gepland.

De heer Mohandis (PvdA):
Het debat wordt gepland na het reces. Mijn gevoel zegt dat dit debat eerder gaat zijn dan het wetgevingsoverleg dat traditioneel aan het einde van het jaar is. Het zou fijn zijn als we de bevindingen van het Commissariaat voor de Media kunnen betrekken bij het plenaire debat dat wat ons betreft vlak na het reces gaat plaatsvinden.

Staatssecretaris Uslu:
Ik weet natuurljk niet wat het schema is van het Commissariaat voor de Media, hoeveel tijd nodig is voor dit onderzoek en wat de exacte probleemstelling en de deelvragen zijn. Ik kan wat dat betreft dus geen beloften en toezeggingen doen. Uiteindelijk gaat het echter om transparantie. Het gaat ook over het in kaart brengen van problemen en van hoe deze het beste kunnen worden opgelost. De wil is er, maar ik kan nu niet garanderen dat dit op korte termijn kan gebeuren.

De voorzitter:
29 november is de behandeling van de begroting Media, het wetgevingsoverleg. Dan weet u dat.

Staatssecretaris Uslu:
Voorzitter. Mevrouw Van der Plas vroeg naar de onafhankelijkheid en de integriteit bij de NPO. Ik ken de NPO als onafhankelijke en integere organisatie. Er is inmiddels een nieuwe bestuursvoorzitter aangetreden. Ik ga ervan uit dat zij integer handelt. Ik zie dat in ieder geval wel in haar uitspraken in de media. Ook in mijn gesprekken met haar merk ik dat het belang van integriteit door haar wordt onderkend. Het Commissariaat voor de Media heeft bovendien aangekondigd — het werd net ook al genoemd — dat er een onderzoek komt naar integriteit binnen de publieke omroep en de media. Eigenlijk komt het erop neer dat de interne controlemechanismen dus hun werk doen. Dat geeft ergens ook wel een goed gevoel. Ik wacht dat onderzoek af. De uitkomsten deel ik uiteraard met u.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het gebeurt heel vaak in debatten dat ik iets vraag, maar dat totaal niet begrepen wordt wat ik vraag of dat ik totaal andere antwoorden krijg. Ik had niet gevraagd naar de integriteit en de onafhankelijkheid van de NPO. Dat heb ik niet gevraagd. Ik had een vraag naar aanleiding van een aantal zaken die ik daarvoor opnoemde. Ik vroeg: kan de staatssecretaris zich met deze informatie voorstellen dat mensen vraagtekens zetten bij de onafhankelijkheid van de NPO als de bestuursvoorzitter zich zo inzet voor een bepaalde politieke partij en zich niet compleet onafhankelijk opstelt? Dat was mijn vraag. Kunt u zich voorstellen dat mensen er vraagtekens bij zetten?

Staatssecretaris Uslu:
Ik kan ingaan op de onderbuikgevoelens en de emoties, maar ik wil eigenlijk naar het nu en naar de toekomst kijken. Er is een nieuwe voorzitter. Ik wil daar in de komende dagen wel hoopvol en krachtig mee aan de slag gaan. Die voorzitter wil dat ook. Ook doet het Commissariaat voor de Media onderzoek. Dat zijn heel goede ontwikkelingen die ik wel benoemd wil hebben. Ik wil eigenlijk niet ingaan op die onderbuikgevoelens. Ik moet wel naar het nu en naar de toekomst kijken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Natuurlijk moet het onderzoek worden afgewacht. Dat vind ik ook. Je moet daar nog geen oordelen over hebben, door te zeggen: de NPO is niet betrouwbaar, niet onafhankelijk of niet integer. Zeker niet. Je kunt dit afdoen als onderbuikgevoelens. Sinds ik in de Kamer zit, merk ik dat gevoelens, oprechte zorgen, oprechte vragen — die misschien niet welgevallig zijn — en twijfels, gewoon van mensen in het land, heel vaak worden afgedaan als onderbuikgevoelens. Daar kun je je best makkelijk van afmaken met: dat is verjaardagspraat en dat zijn onderbuikgevoelens. Maar dat is waar mensen het in Nederland over hebben. Ik vind het dan een beetje vreemd dat dat wordt afgedaan als onderbuikgevoelens.

De voorzitter:
Is uw concrete vraag aan de staatssecretaris of ze daarop wil reflecteren?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Precies, en of je je kunt voorstellen dat die vragen er zijn. Of ze terecht zijn, is een tweede. Kunt u zich dat voorstellen?

Staatssecretaris Uslu:
Uiteraard neem ik alle vragen serieus. Ik hoor ze en ik begrijp ze. Ik kan me dat uiteraard voorstellen. Wel wil ik benoemen dat de NPO een goede organisatie is. We moeten ook vertrouwen en hoop hebben en kijken naar wat nu de situatie is.

Ik heb nog één vraag van mevrouw Van der Plas. Zij vroeg hoe de gedragscode en de naleving daarvan gewaarborgd worden. In 2020 is er een wetsvoorstel aangenomen waarin het toezicht op deze gedragscode bij het Commissariaat voor de Media is belegd. Het Commissariaat houdt dus als onafhankelijk toezichthouder toezicht op de naleving van de code. Zoals mevrouw Van der Plas noemde, heeft het Commissariaat laten weten, en ik net ook, dat er een onderzoek komt. Het toezicht ligt dus bij het Commissariaat.

Ik ben door mijn vragen heen.

De voorzitter:
Er is nog een vraag van de heer Van Strien, VVD.

De heer Van Strien (VVD):
Een korte vraag aan de staatssecretaris. Eerder zei ze dat het Commissariaat voor de Media een onderzoek doet naar de financiële constructies. Dat is mooi. Is er een mogelijkheid om ervoor te zorgen dat de informatie die kennelijk bij de klokkenluider ligt ook door het Commissariaat wordt meegenomen? Ik snap dat het misschien lastig is om die twee met elkaar in contact te brengen, maar het zou zonde zijn als we straks tot de conclusie moeten komen dat het Commissariaat niets kan vinden, terwijl die informatie kennelijk wel bij de klokkenluider ligt.

Staatssecretaris Uslu:
Als ik het goed begrijp, is de vraag of het onderzoek dat nu loopt, het ADR-onderzoek …

De voorzitter:
Misschien u het nog even toelichten, meneer Van Strien.

De heer Van Strien (VVD):
Net gaf u aan dat het Commissariaat voor de Media een onderzoek doet. Dat is niet het ADR-onderzoek en ook niet specifiek het onderzoek dat vandaag is aangekondigd. Het Commissariaat voor de Media doet een onderzoek naar de financiële constructies op het Media Park. De VVD heeft lang geprobeerd om die gegevens naar boven te krijgen. Dat lukte niet altijd. Nu is er via de klokkenluider kennelijk een pakket aan informatie dat het Commissariaat voor de Media goed zou kunnen gebruiken om dat onderzoek nu een keer goed te doen. Mijn vraag is of zij bij elkaar gebracht kunnen worden.

Staatssecretaris Uslu:
Als die informatie openbaar wordt gemaakt, neem ik sowieso aan dat ze als bron onderdeel wordt van een onderzoek. Ik kan me niet voorstellen dat dat dan niet wordt meegenomen.

De heer Van Strien (VVD):
Het is verontrustend dat u zegt dat het zou kunnen dat de informatie van de klokkenluider openbaar wordt.

Staatssecretaris Uslu:
Ik bedoel het ADR-onderzoek. Dat is toch een gegeven dat kan worden meegenomen? Misschien ben ik de enige die het niet begrijpt.

De heer Van Strien (VVD):
Het ADR-onderzoek gaat niet over de inhoud van de melding van de klokkenluider.

Staatssecretaris Uslu:
Nee. Ik begrijp uw vraag dus niet zo goed.

De heer Van Strien (VVD):
Vandaag is bekend geworden dat de klokkenluider zegt allerlei informatie te hebben over de financiële constructies. Meerdere partijen in deze Kamer, en ook mijn voorgangers op dit dossier van de VVD, hebben geprobeerd om dit boven water te krijgen. Dat is niet altijd goed gelukt. Nu ligt er kennelijk informatie die dat inzichtelijk zou kunnen maken. Het zou zonde zijn als het Commissariaat voor de Media daar in het onderzoek dat het doet geen beschikking over zou hebben.

Staatssecretaris Uslu:
Meneer Van Strien zegt: kennelijk ligt er informatie. Ik ben heel erg nieuwsgierig wat de heer Van Strien daarmee bedoelt. Waar ligt die informatie?

De voorzitter:
Bedoelt meneer Van Strien de informatie van de klokkenluider?

De heer Van Strien (VVD):
Ja.

Staatssecretaris Uslu:
We hebben het over onthullingen in de media.

De heer Van Strien (VVD):
Dit debat vloeit grotendeels voort uit onthullingen die in een podcast zijn gedaan. Vandaag was er een nieuwe onthulling, waaruit blijkt dat er inhoudelijke informatie over die constructies is. Mijn vraag is: kan die worden meegenomen in het onderzoek dat het Commissariaat voor de Media doet naar de financiële constructies op het Media Park?

Staatssecretaris Uslu:
Ik begrijp het nu. Ik zal dat vragen aan het Commissariaat voor de Media.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Werner, CDA.

Mevrouw Werner (CDA):
Ik heb toch even een vraag over het onderzoek naar financiële constructies. Je hebt hier namelijk ook te maken met buitenproducenten. Hoe worden de constructies met deze buitenproducenten onderzocht? Want daar heb je wel mee te maken.

Staatssecretaris Uslu:
Dat klopt, voorzitter. Het onderzoek gaat ook over de constructies en de buitenproducenten. Hoe dat onderzoek wordt gedaan? We zouden dan even de probleemstelling van het onderzoek erbij moeten halen. Ik weet niet precies de methode waarmee ze dat gaan doen. Maar volgens mij is dat wel op te vragen.

Mevrouw Werner (CDA):
Dus de buitenproducenten worden hierin meegenomen?

Staatssecretaris Uslu:
Dat is onderdeel van het BPPO. Het onderzoek is toezicht op het BPPO, dus dat is onderdeel daarvan.

De heer Kwint (SP):
De staatssecretaris is klaar met haar beantwoording, toch? Ja. Dan heb ik eigenlijk meer richting de collega's een verzoek. Er wordt nu afgesproken dat wij het debat na de zomer hervatten, maar dan moet er een apart debat worden aangevraagd. Hopelijk mag ik, of de heer Bosma, rekenen op coulance als het gaat om een snelle inplanning van dat debat. Hopelijk laat dat niet onnodig lang op zich wachten wanneer de gegevens beschikbaar zijn. Voor mij hoeft niet iedereen daar nu op te reageren, maar ik zou het graag willen meegeven.

De voorzitter:
Nee, dat lijkt me niet. Dit is een nieuw soort ordevoorstel.

De heer Martin Bosma (PVV):
We gaan nu een beetje onderling overleggen. Fijn dat u er nog bij bent, voorzitter. Ik ga er wel van uit dat op dat moment het ADR-rapport en het rapport van het Commissariaat er zijn, want anders gaan we het niet doen, althans niet op dat moment. Dan gaan we het later doen.

De voorzitter:
Dat betekent dus dat er nog een tweede informatieverzoek is. Na het reces komt er een regeling. Dan wordt er een debat aangevraagd. We kijken wanneer we dat kunnen inplannen na ommekomst van de informatie.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging. Ik dank de minister en de staatssecretaris.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Na het zomerreces zal bij de regeling van werkzaamheden door de heer Bosma een nieuw debat worden aangevraagd. Wij zullen dat inplannen na ommekomst van de gevraagde informatie.

De vergadering wordt van 17.45 uur tot 18.17 uur geschorst.

Nederlandse inzet VN-Biodiversiteitsverdrag

Voorzitter: Martin Bosma

Nederlandse inzet VN-Biodiversiteitsverdrag

Aan de orde is het tweeminutendebat Nederlandse inzet met betrekking tot het VN-Biodiversiteitsverdrag (CD d.d. 13/04).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Nederlandse inzet met betrekking tot het VN-Biodiversiteitsverdrag. Het commissiedebat vond plaats op 13 april jongstleden. Dat is alweer een tijdje geleden. We hebben vier sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is mevrouw Teunissen van de fractie van de Partij voor de Dieren. Zij heeft, zoals iedereen, twee minuten spreektijd. Ik heet de minister voor Natuur en Stikstof en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking natuurlijk van harte welkom. Fijn dat u bij ons bent. Het woord is aan mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Het Biodiversiteitsverdrag is als het klimaatakkoord van Parijs. Het is van belang voor de hele wereld. Het is van belang dat wij onze voetafdruk drastisch verminderen om het grote verlies aan biodiversiteit terug te dringen, een halt toe te roepen, en de biodiversiteit te verbeteren. Helaas is de inzet van Nederland voor een goed verdrag nog steeds veel te mager, vindt de Partij voor de Dieren. In het debat hebben we ertoe opgeroepen om echt met afrekenbare doelen te komen. Die ontbreken nu. Ook via moties wil ik proberen om de inzet van Nederland voor het verdrag te vergroten. Daarom allereerst deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering van plan is de Nederlandse voetafdruk te halveren maar dat er nog te weinig duidelijk is over hoe zij dit gaat doen;

overwegende dat de Nederlandse consumptie en productie een impact hebben op de mondiale biodiversiteit, klimaat, water, klimaatrechtvaardigheid en leefomstandigheden;

verzoekt de regering met een roadmap te komen, met duidelijke tussenstappen die zij gaat zetten om ten minste tot halvering van de mondiale voetafdruk van Nederland te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 141 (26407).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
De tweede motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de geïndustrialiseerde veehouderij en overmatige vleesconsumptie belangrijke aanjagers zijn van de mondiale biodiversiteitscrisis;

constaterende dat het bevorderen van een plantaardig voedselpatroon een van de hoofdoplossingen is in de strijd tegen de mondiale biodiversiteitscrisis;

verzoekt de regering om tijdens de onderhandelingen over het VN-Biodiversiteitsverdrag actief te pleiten voor het opnemen van een transitie naar een meer plantaardig dieet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 142 (26407).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
U bedankt. Dan de heer Tjeerd de Groot van de fractie van D66.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Voorzitter. We hebben geen tijd te verliezen. Begin 2019 werd een motie van D66 aangenomen die pleit voor een "Parijs voor de natuur". Jammer genoeg is dit akkoord er drie jaar later nog steeds niet. De onderhandelingen gaan niet zoals gehoopt. Dat is zorgelijk. Ik ben wel blij om te vernemen dat dit niet ligt aan de inzet van de minister. Daarom geen moties van de kant van D66, maar wel een aantal vragen.

In de eerste plaats: delegatie. De minister heeft toegezegd met een passende kabinetsdelegatie naar de VN-top te gaan. Helaas hebben de minister-president en de minister voor Buitenlandse Handel geen tijd om mee te gaan. Dat was niet de strekking van deze toezegging. Is de minister bereid nogmaals bij de minister-president aan te dringen om aan te sluiten bij de delegatie?

Twee: de subsidies. Het is mooi dat de minister onderzoekt of schadelijke subsidies voor natuur en biodiversiteit kunnen worden beëindigd. Hulde daarvoor. Er wordt nu eerst gekeken wat de definitie van "schadelijk" is. Dat is begrijpelijk, maar ik ben toch benieuwd naar een tijdpad. Hoe snel kunnen we de beëindiging van deze subsidies verwachten?

Voorzitter. Dan de nationale implementatie, want ook in Nederland is het nodige te doen, zeker na afloop van COP15. Wat D66 betreft kan de minister nu al voorbereidingen treffen om het verdrag zo snel mogelijk te implementeren. Over bepaalde voorstellen is immers nu al overeenstemming. Is de minister bereid de voorbereidingen nu al in gang te zetten?

Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Dan de heer Van Campen van de fractie van de VVD. Hij ziet af van zijn spreektijd. Dan zijn we meteen door de termijn van de Kamer heen. Daar schrikken we zelf ook van. Zal ik een enkel ogenblik schorsen tot de moties, minister? Of hebben we helemaal geen moties? O, we hebben er twee natuurlijk. Kan ik het woord aan de minister geven? Ja? Het woord is aan mevrouw Van der Wal.

Minister Van der Wal-Zeggelink:
Voorzitter. We hebben twee moties en daarna doe ik de vragen. Is dat akkoord?

De motie op stuk nr. 141 over de mondiale voetafdruk is oordeel Kamer, want ik ben bereid om inzichtelijk te maken welke stappen nodig zijn om de Nederlandse voetafdruk te verminderen en hoe het kabinet dit wil aanpakken. Ik wil dit opnemen in het National Biodiversity Strategy and Action Plan, het NBSAP, en u in het voorjaar van 2023 over de voortgang informeren.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 142 over de eiwittransitie. Ik deel de mening dat het van belang is om toe te werken naar een veel betere verhouding tussen plantaardige eiwitten en dierlijke eiwitten in de consumptie, ter behoud en verbetering van onze mondiale biodiversiteit. De minister van LNV heeft in zijn Voedselbrief van 30 maart aangegeven naar een meer fiftyfifty-verhouding te willen gaan. Deze motie is dus oordeel Kamer. Ik geef er wel een winstwaarschuwing bij dat "actief inbrengen" geen resultaatverplichting betekent, want daar ben ik natuurlijk van afhankelijk, maar deze motie is ook oordeel Kamer.

Voorzitter. Dan heb ik drie vragen van D66. De eerste vraag ging over de delegatie. Ik ben vanzelfsprekend van harte bereid om erop aan te dringen dat collega Schreinemacher en onze minister-president met mij meereizen naar de VN-top, maar dit is echt een agendatechnische kwestie. Ik kan het aandragen en ik kan erop aandringen, maar ik weet ook het antwoord al. Dat is ook wel hoe het is. We vinden het wel heel belangrijk. Daarom ga ik ook zelf, zeg ik er dan maar bij.

Er is gevraagd hoe snel we de beëindiging van de subsidies kunnen verwachten. Zoals ik ook in het debat heb aangegeven, willen we als LNV ook zelf vooral het hele goede voorbeeld geven. Daarom hebben we na het debat een uitvraag gedaan bij RVO. Aan het einde van dit jaar verwachten we de uitkomsten. Maar goed, het was natuurlijk breder, ook interdepartementaal, dus daar hebben we ook een uitvraag gedaan. Het is bespreekbaar gemaakt. Er is inmiddels draagvlak voor om dit op te pakken. Nu zijn we in fase dat we kijken hoe we dat gaan doen en hoe we het uitwerken. Daarvoor hebben we natuurlijk eenduidige definities nodig. In die fase zitten we nu. Ik ben van plan om dit in het NBSAP mee te nemen en dan ook de stand van zaken en het tijdpad mee te nemen. Dat wil ik dus integreren.

Tot slot de nationale implementatie. Zijn we bereid de voorbereidingen nu al in gang te zetten? Daarop is het antwoord ja. De voorbereidingen zijn inmiddels gestart. Er is natuurlijk ook overlap met de EU-biodiversiteitsstrategie, dus in die zin zijn we al bezig met de voorbereidingen. Zo hebben we onlangs ook al een stakeholderbijeenkomst gehad, omdat dit natuurlijk niet alleen iets van LNV is; het is echt voor alle stakeholders. Dus de voorbereidingen zijn gestart.

De voorzitter:
Prima. Heeft de minister voor BuHa-OS nog iets mede te delen? Dat is niet het geval. Dan danken we haar voor haar aanwezigheid vandaag. Zonder haar hadden we het niet gered. Ik dank ook de minister voor Stikstof en nog iets. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond stemmen wij over de moties. Hartelijk dank.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Herijking aanpak hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Herijking aanpak hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Aan de orde is het tweeminutendebat Herijking aanpak hersteloperatie kinderopvangtoeslag (31066, nr. 1026).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Herijking aanpak hersteloperatie kinderopvangtoeslag, Kamerstuk 31066, nr. 1026. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Financiën. Fijn dat u bij ons bent. We hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is de heer Alkaya van de fractie van de SP. Hij heeft, zoals iedereen, twee minuten spreektijd. Het woord is aan hem.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een duidelijk debat gehad, waarin naar voren is gekomen dat er ruim een jaar tijd en miljoenen gemeenschapsgeld zijn verspild aan een herijking van een proces dat al was vastgelopen. Ik heb het over het herstel van een schandaal waarover een kabinet is gevallen en waarbij nog steeds tienduizenden mensen, gedupeerden, in een herstelproces zitten dat is vastgelopen. Een jaar lang heeft het kabinet gekeken of dat beter zou kunnen. Het resultaat is: eigenlijk niet. Er zijn geen wezenlijke verbetervoorstellen. Dat is uiterst teleurstellend. Mijn fractie, de SP, vindt het in het bijzonder teleurstellend dat de pilots die zijn uitgevoerd in verschillende gemeenten, waarbij is gekeken of er een herstelproces binnen één dag mogelijk is voor een bepaalde doelgroep, ook niet tot echte verbeteringen van het proces hebben geleid, terwijl wel uit die pilots is gebleken dat het voor een belangrijk deel van de ouders een oplossing kan bieden.

Eenzelfde soort lot mag een pilot met vaststellingsovereenkomsten die nu aan de gang is, niet overkomen. Daarom heb ik één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de pilot om te bezien of het treffen van vaststellingsovereenkomsten versnellend werkt in het afhandelen van langlopende dossiers van toeslagengedupeerden een échte kans te geven om te slagen en de leerpunten daaruit zo snel mogelijk te implementeren in het herstelproces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya.

Zij krijgt nr. 1069 (31066).

De heer Alkaya (SP):
En dan hoop ik dat de pilots die nu lopen, zo snel mogelijk ook tot versnelling van het proces kunnen leiden. Want in de brief konden we lezen dat dat op z'n vroegst pas over ongeveer een halfjaar zou kunnen, bij de twaalfde voortgangsrapportage. Dat moeten we zien te voorkomen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Paul, van de fractie van de VVD.

Mevrouw Paul (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van contacten met getroffen ouders en een heel waardevol werkbezoek aan de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen dien ik de volgende twee moties in. Zij zijn gericht op versnelling van het herstelproces en het oplossen van knelpunten. Ik heb in die moties een met de heer Alkaya gedeeld thema. Hij had het net ook over de vaststellingsovereenkomst.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er ouders zijn die hebben aangegeven door middel van een vaststellingsovereenkomst (vso) geholpen te willen worden;

overwegende dat op dit moment de pilot loopt met de vso;

van mening dat de route met de vso mogelijk kan leiden tot versnelling van de gehele hersteloperatie, terwijl tegelijkertijd tegemoet wordt gekomen aan de wens van individuele ouders om het proces voor hen definitief af te ronden;

overwegende dat het van belang is bij de vso-route de rechtsgelijkheid tussen ouders en de zorgvuldigheid van de hersteloperatie te blijven borgen;

verzoekt de regering om de proef met de vso, bij positieve afronding voor zowel ouders als de UHT, zo snel mogelijk substantieel op te schalen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paul en Kat.

Zij krijgt nr. 1070 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de tiende voortgangsrapportage is gemeld dat onder andere het proces van bezwaar en de Bezwaarschriftenadviescommissie (BAC) met grote uitdagingen kampen;

constaterende dat hierdoor doorlooptijden bij behandeling van bezwaren te lang zijn en de wettelijke termijnen worden overschreden;

van mening dat het niet altijd eenvoudig is om hiervoor snelle oplossingen te vinden;

verzoekt de regering om onorthodoxe maatregelen/scenario's te onderzoeken voor versnellingen van het proces of het oplossen van knelpunten in de termijnen en bezwaarprocedures, en hierover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paul, Inge van Dijk, Kat en Grinwis.

Zij krijgt nr. 1071 (31066).

Mevrouw Paul (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Inge van Dijk van de fractie van het CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. De twee vorige sprekers hebben allebei gesproken over de vaststellingsovereenkomst. Daar raakt een van mijn moties deels ook aan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de UHT op dit moment bezig is met een pilot mediation bij bezwaar;

constaterende dat de Nationale ombudsman pleit voor mediation en bemiddeling aan het begin van het herstelproces in de vorm van gesprekken onder professionele begeleiding en met perspectief op korte termijn;

overwegende dat met een dergelijke interventie vroegtijdig, samen met de ouders, een beeld kan worden gevormd wie het beste geholpen zijn met een integrale beoordeling en alle daarbij behorende regelingen, en wie met een vaststellingsovereenkomst;

overwegende dat €30.000 het vertrekpunt is met betrekking tot de vaststellingsovereenkomst;

verzoekt de regering om mediation vroeg in het proces een vaste plek te geven en om ouders de mogelijkheid te bieden te kiezen voor een vaststellingsovereenkomst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Van Raan.

Zij krijgt nr. 1072 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor veel gedupeerde ouders brede hulp voor hun kinderen de hoogste prioriteit heeft binnen het herstelproces;

overwegende dat met name kinderen ouder dan 18 jaar en de groep die binnen afzienbare tijd 18 jaar wordt, tussen wal en schip dreigen te vallen;

overwegende dat het kabinet heeft aangekondigd brede ondersteuning te willen bieden aan kinderen en (jong)volwassenen die de toeslagenproblematiek als kind aan den lijve hebben ondervonden;

verzoekt te regering om de Kamer te informeren over hoe brede hulp aan deze kinderen verloopt, waar knelpunten zitten en met oplossingen voor deze knelpunten te komen voor 1 januari 2023,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Van Raan.

Zij krijgt nr. 1073 (31066).

Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Kat van D66. Zij ziet af van het woord. Mevrouw Maatoug van GroenLinks is niet in de zaal aanwezig. O, ze zwaait vanuit de coulissen. De heer Omtzigt is er ook niet. Meneer Azarkan, dan zult u het moeten doen. Alleen de allersterksten blijven over.

De heer Azarkan (DENK):
Dank u, voorzitter. Het is een ware slijtageslag vandaag, maar u hoeft geen medelijden te hebben met de Kamerleden, hoor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de herijking volgens het kabinet er niet toe heeft geleid dat het herstelproces fundamenteel beter of snellers gaat verlopen;

overwegende dat er een heel jaar is gezocht naar versnellingsmogelijkheden, dat daarop capaciteit is ingezet, maar dat er nu gesproken wordt over 2026 als mogelijke einddatum van het herstelproces;

spreekt hierover haar afkeuring uit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan.

Zij krijgt nr. 1074 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kinderopvangtoeslagschandaal mede veroorzaakt werd door onvoldoende toegang tot het recht;

overwegende dat de commissie-Van Dam concludeerde dat de grondbeginselen van de rechtsstaat zijn geschonden;

overweegt dat er nu bij het UHT grote vertragingen zijn ontstaan bij bezwaarschriften, ingebrekestellingen en het samenstellen van dossiers, waardoor opnieuw onvoldoende rechtsbescherming wordt geboden;

verzoekt de regering alles op alles te zetten om hier een einde aan te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan, Arib en Van Haga.

Zij krijgt nr. 1075 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat de herijking van de hersteloperatie cruciaal is en dat er gestreefd wordt naar versnelling en verbetering van het herstelproces;

overwegende dat nu, een halfjaar later, de herijking nog altijd niet is geïmplementeerd en nog steeds onduidelijk is of versnelling en verbetering daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden, en het herstelproces mogelijk nog tot 2026 zal gaan duren;

verzoekt de regering op dit specifieke punt het coalitieakkoord na te leven en daadwerkelijke versnelling en verbetering te realiseren in het herstelproces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan.

Zij krijgt nr. 1076 (31066).

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er positieve ervaringen zijn opgedaan met de gemeente als vast aanspreekpunt voor de ouders;

overwegende dat de gemeente op één specifiek punt de ouders niet verder kan helpen, namelijk met vragen over de planning per casus van het herstelproces, terwijl ouders hier juist de meeste vragen over hebben, en op een aantal andere punten die te maken hebben met privacyaspecten;

verzoekt de regering linksom of rechtsom deze obstakels op te lossen, zodat ouders adequaat door de gemeente geïnformeerd kunnen worden over wanneer zij aan de beurt zijn voor herstel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan.

Zij krijgt nr. 1077 (31066).

Mooi, dat "linksom of rechtsom".

De heer Azarkan (DENK):
Mooi, hè. Dat is inclusieve taal!

De voorzitter:
Ja, dat vinden we fijn.

Kan de staatssecretaris meteen antwoorden? Nee? Dan schors ik de vergadering voor twee minuutjes.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris De Vries:
Dank u wel, voorzitter. Ik begin direct met de moties.

Allereerst de motie op stuk nr. 1069 van de heer Alkaya over de vaststellingsovereenkomsten. Ik denk dat we allemaal onderstrepen dat het een belangrijke ontwikkeling kan zijn. Daarom doen we deze zomer ook een pilot. Ik hoop echt dat die tot positieve resultaten leidt en dat we dat als uitvoering naast het bestaande proces kunnen zetten. Wat mij betreft krijgt de motie dus oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 1070 van mevrouw Paul van de VVD. Die gaat ook over de vso, dus wat mij betreft krijgt die ook oordeel Kamer. Ik denk dat we allemaal hopen dat dat een groot succes gaat worden.

De motie op stuk nr. 1071 verzoekt de regering om onorthodoxe maatregelen en scenario's voor versnellingen te onderzoeken. Ik ben altijd op zoek naar verbeteringen en versnellingen van het proces ten gunste van de ouders en de kinderen in deze hersteloperatie. Wat mij betreft is het een aanmoediging om daar voortvarend mee verder te gaan, dus oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 1072 van mevrouw Inge van Dijk en de heer Van Raan. Hier moet ik helaas ietsje meer tekst aan wijden, voorzitter. Er lopen twee dingen naast elkaar: mediation, waar we een pilot mee doen in het bezwaarproces, en de vaststellingsovereenkomst, waar we deze zomer ook een pilot mee draaien. Ik hoop dat beide succesvol kunnen zijn, want ik denk dat het ouders kan helpen in het proces van de hersteloperatie. Deze motie vraagt echter mediation in een nog eerder traject. Ik ben daar een beetje zoekende in. Ik zou mevrouw Inge van Dijk en de heer Van Raan willen vragen om de motie aan te houden. Dan kom ik er op een later moment op terug, zodat ik kan kijken of dit een begaanbare weg is, want ik vind dat we rekening moeten houden met wat de organisatie aankan. Laten we de twee pilots goed draaien, dus de mediation bij het bezwaarproces en de vaststellingsovereenkomst. Dan kom ik er na het zomerreces op terug.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik ben naar iets concreets op zoek, dus wanneer ongeveer na het zomerreces? Is dat september? Is dat december? Het liefst is dat natuurlijk september.

Staatssecretaris De Vries:
Laat ik september proberen, maar ik wil nog wel even een slag om de arm houden, omdat er op dit moment heel veel processen lopen en we naar heel veel verbeteringen kijken. We moeten ook een heleboel zaken uit de herijking en de verbeteringen die daaruit voortgekomen zijn, implementeren. Ik wil ook dat het behapbaar blijft voor de organisatie, zodat die niet alleen maar met dit soort processen bezig is. Ik zeg sowieso toe dat we in september een update, een tussenrapportage of misschien al wel de resultaten geven.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Inge van Dijk stel ik voor haar motie (31066, nr. 1072) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris De Vries:
De motie op stuk nr. 1073 verzoekt de Kamer te informeren over brede hulp aan deze kinderen. Wij willen inderdaad in de herstelwet gaan regelen dat ook kinderen die ouder dan 18 zijn, voor brede ondersteuning door gemeenten in aanmerking komen. Daar moet nog een uitvoeringstoets voor plaatsvinden. Ik hoop natuurlijk dat die succesvol is. Wat mij betreft kan ik deze motie oordeel Kamer geven, omdat ik het belangrijk vind om continu te blijven kijken waar de behoefte zit van de ouders en kinderen en waar ondersteuning moet zijn.

Dan de motie op stuk nr. 1074. Daar hoef ik volgens mij geen oordeel over te geven.

Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 1075. Die verzoekt de regering om alles op alles te zetten om een einde te maken aan de vertragingen. Ik wil deze oordeel Kamer geven, omdat ik vind dat we ernaar moeten streven om zo veel mogelijk te verbeteren, bijvoorbeeld het niet halen van de termijnen Maar het gaat ook over het kunnen oppakken van de dossiers die we met verbetermaatregelen moeten proberen op te lossen. Dat is mijn inzet. Ik wil daarbij wel de voorwaarschuwing afgeven dat het behapbaar moet zijn voor de organisatie. De opschalingscapaciteit is bijvoorbeeld al beperkt door de arbeidsmarktkrapte. Wij zitten met een aantal beperkingen in de uitvoering van een aantal van deze verbetermaatregelen. Wat mij betreft is het een goed streven, dus oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1076 verzoekt de regering het specifieke punt uit het coalitieakkoord na te leven en daadwerkelijke versnelling en verbetering in het herstelproces te realiseren. Er staat volgens mij net iets anders in het coalitieakkoord, maar ik snap de intentie van de heer Azarkan. We zijn echt continu bezig om te kijken waar we versnellingen of verbeteringen in het proces kunnen realiseren. Ik vind het ook belangrijk dat we dat als gezamenlijk doel met elkaar hebben. Ik houd me ook aanbevolen als er nog andere opties zijn waar we nog naar zouden kunnen kijken. Als ik de motie op die manier mag interpreteren, kan ik deze oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De heer Azarkan knikt ja.

Staatssecretaris De Vries:
Dan de motie van de heer Azarkan op stuk nr. 1077: verzoekt de regering linksom of rechtsom de obstakels voor de gegevensuitwisseling aan de gemeenten weg te nemen, waarbij er zicht komt op de planning. Ik denk dat iedereen heel graag duidelijkheid zou willen geven aan de ouders wanneer zij in aanmerking komen voor de integrale beoordeling. Maar ik denk ook dat alle leden in de Kamer weten dat wij tegen een aantal problemen aanlopen met de beroepen, niet tijdig, dat wij daardoor ook gedwongen zijn om de rechterlijke uitspraken uit te voeren en dat wij daardoor lastig een planning kunnen aangeven. Ik wil ook graag de obstakels wegnemen, maar ik moet dan wel de informatie hebben. Dus helaas, hoe graag ik het ook zou willen, deze motie is wat mij betreft onuitvoerbaar.

De voorzitter:
En dus?

Staatssecretaris De Vries:
Ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond laat gaan wij over deze moties stemmen.

Toeslagen

Toeslagen

Aan de orde is het tweeminutendebat Toeslagen (CD d.d. 22/06).

De voorzitter:
We gaan door met het tweeminutendebat Toeslagen. Het commissiedebat vond plaats op 22 juni jongstleden. We hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Azarkan van de fractie van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat slechts 81% van de bezwaarschriften op tijd wordt afgehandeld, terwijl de norm 90% is;

overwegende dat het zeer onwenselijk is dat de bezwaarschriften niet binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld;

verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe een versterkte prikkel ingevoerd kan worden, waardoor de DG Toeslagen substantieel meer bezwaarschiften binnen de wettelijke termijn zal afhandelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Haga.

Zij krijgt nr. 1078 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 79.000 mensen voor een handmatige controle zijn geselecteerd door het risicoselectiemodel Toeslagen, onder andere op het kenmerk nationaliteit;

overwegende dat hier nader onderzoek naar gedaan wordt en een mogelijke schadevergoeding wordt overwogen;

overwegende dat bij de FSV-lijsten degenen die op deze lijsten stonden, hierover zijn geïnformeerd naar aanleiding van een aangenomen Kamermotie;

verzoekt de regering diegenen die zijn geselecteerd door het risicoselectiemodel Toeslagen, hierover te informeren middels een brief, en hen te informeren over de mogelijke vervolgstappen, analoog aan de FSV-brieven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Raan.

Zij krijgt nr. 1079 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de nieuwe Inspectie belastingen, toeslagen en douane haar eerste werkverkenning heeft gepubliceerd, met daarin diverse adviezen over het functioneren van deze diensten;

overwegende dat niet duidelijk genoeg is welke status deze adviezen hebben;

verzoekt de regering de adviezen van de IBTD standaard in behandeling te nemen, en slechts gemotiveerd hiervan af te wijken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Raan.

Zij krijgt nr. 1080 (31066).

De heer Azarkan (DENK):
En tot slot, voorzitter. Ik heb nog alle tijd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat staatssecretaris Van Rij eerder aangegeven heeft geen uitspraak te kunnen doen over institutioneel racisme, omdat hier nader onderzoek voor nodig zou zijn;

overwegende dat het College voor de Rechten van de Mens op verzoek van de Kamer inmiddels een advies heeft gegeven over institutioneel racisme;

overwegende dat dit volgens het College neerkomt op het verschijnsel dat processen, beleid of regels van instituten leiden tot structurele discriminatie op grond van ras;

spreekt uit dat voor institutioneel racisme binnen de Belastingdienst Toeslagen en alle andere onderdelen van de overheid geen plaats is en dat het met kracht bestreden moet worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Raan.

Zij krijgt nr. 1081 (31066).

U heeft per motie eigenlijk steeds een andere medeondertekenaar, geloof ik.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, dat is heel divers.

De voorzitter:
Dat vind ik hartstikke leuk. De heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet het voornemen heeft om per 2025 het vermogen binnen box 3 te belasten op basis van werkelijk rendement;

overwegende dat dit nieuwe box 3-stelsel mogelijk gevolgen heeft voor het verzamelinkomen en daarmee ook doorwerkt naar de toeslagen;

overwegende dat het werkelijk rendement als belastinggrondslag in potentie volatieler is dan de huidige grondslag in box 3 en dat het verzamelinkomen dus sterker zal gaan fluctueren;

verzoekt de regering de interacties tussen de toeslagen en de aankomende vermogensbelasting op basis van werkelijk rendement in kaart te brengen, en de Kamer over deze effecten en mogelijke oplossingsrichtingen te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Grinwis.

Zij krijgt nr. 1082 (31066).

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tot zover alweer, voorzitter.

De voorzitter:
Het vliegt voorbij. Mevrouw Maatoug van GroenLinks.

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Dank, voorzitter. Ik begin even met de minister te bedanken voor de beantwoording van de vragen tijdens het commissiedebat.

Voorzitter. Collega Van Dijk zal zo een motie indienen die ik heb medeondertekend. Gelet op het aftellende klokje, rest mij niks anders dan mijn eigen motie voor te lezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet van plan is de toeslagen af te schaffen;

overwegende dat toeslagen voor veel mensen op dit moment nog nodig zijn om basale levensbehoeften, zoals zorg en wonen, te kunnen betalen;

overwegende dat het waarborgen van deze levensbehoeften een grondwettelijke taak is;

overwegende dat het probleem is dat de inkomens van deze mensen niet toereikend zijn om de huidige prijzen van deze levensbehoeften te betalen;

verzoekt de regering om met een concreet plan te komen om de toeslagen af te schaffen en daarbij ofwel de laagste inkomens zodanig te verhogen dat iedereen zorg, wonen en kinderopvang kan betalen, ofwel iets te doen aan de betaalbaarheid van deze levensbehoeften of een combinatie van beide,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maatoug.

Zij krijgt nr. 1083 (31066).

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Deze motie is alleen door mijzelf ondertekend, voorzitter.

De voorzitter:
Het leven is hard.

Mevrouw Inge van Dijk van het CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het coalitieakkoord de ambitie wordt uitgesproken om de toeslagen op termijn af te schaffen en een start te maken met de hervorming van de huurtoeslag en de kinderopvangtoeslag;

overwegende dat een dergelijke stelselherziening zeer complex is en meerdere kabinetsperiodes beslaat, maar dat het juist daarom belangrijk is om tijdig de benodigde beleidsinformatie beschikbaar te hebben;

verzoekt de regering om een contourennota op te stellen waarin ten minste wordt meegenomen:

  • een heldere analyse van de problemen met het huidige toeslagenstelsel;
  • een actualisatie van varianten inclusief een tijdspad op hoofdlijnen om te komen tot uiteindelijk het afschaffen van het toeslagenstelsel;
  • het samen optrekken met alle betrokken beleidsdepartementen;
  • het centraal stellen van de leefwereld van inwoners in de uitwerking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Maatoug.

Zij krijgt nr. 1084 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sprake is van ondergebruik van inkomensvoorzieningen zoals toeslagen en dat veel inwoners die deze hulp wel hard nodig hebben, moeite hebben met het aanvragen van financiële hulp bij de overheid;

constaterende dat in het coalitieakkoord staat dat deze kabinetsperiode invulling gegeven wordt aan de maatschappelijke diensttijd;

verzoekt de regering om bij de invulling van de maatschappelijke diensttijd deze problematiek mee te nemen en te verkennen of en hoe jongeren ingezet kunnen worden om ondersteuning te bieden aan financieel kwetsbare inwoners met als doel hun financiële zelfredzaamheid te versterken en daarmee onder andere ondergebruik van inkomensvoorzieningen terug te dringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk en Werner.

Zij krijgt nr. 1085 (31066).

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank u wel.

De voorzitter:
U bedankt. De laatste spreker is de heer Romke de Jong van de fractie van D66.

De heer Romke de Jong (D66):
Voorzitter, dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het belastingen- en toeslagenstelsel zeer complex is en vele Nederlanders geconfronteerd worden met diens hardheden;

constaterende dat in het coalitieakkoord is afgesproken om in afwachting van de afschaffing van het toeslagenstelsel door te gaan met de verbeteringen in het huidige toeslagenstelsel;

overwegende dat ieder jaar dat onrechtvaardige hardheden in het toeslagenstelsel blijven bestaan, er een te veel is;

verzoekt de regering voortvarend aan de slag te gaan met de door haar geïnventariseerde quick fixes in het toeslagenstelsel, opdat per 2023 verdere knelpunten uit het stelsel gehaald kunnen worden;

verzoekt de regering in het najaar van 2022 de Kamer schriftelijk te informeren over hoe verdere opvolging gegeven wordt aan de quick fixes in het toeslagenstelsel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Romke de Jong.

Zij krijgt nr. 1086 (31066).

De heer Romke de Jong (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
Bedankt. Ik schors vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 18.56 uur tot 19.01 uur geschorst.

De voorzitter:
We hadden al één minuut klaar moeten zijn met dit debat, dus ik hoop dat de staatssecretaris het kort en puntig kan doen. Als het oordeel aan de Kamer is, is de mededeling gewoon "oordeel Kamer", en dan de volgende motie.

Staatssecretaris De Vries:
Voorzitter, dat lijkt me een prima plan. Tenzij ik daar nog een interpretatie bij wil geven.

De eerste motie, die op stuk nr. 1078. Wat mij betreft ontraden. Er is al een prikkel voor het zo snel mogelijk afhandelen van bezwaarschriften, want er zijn dwangsommen die al opgelegd kunnen worden.

Motie twee, die op stuk nr. 1079. Die is wat mij betreft ontraden. Er wordt nu eerst een extern onderzoek gedaan. We kijken naar de gevolgen van de gegevens die gebruikt zijn in het risicoclassificatiemodel voor burgers. En ja, anders weten we ook eigenlijk niet waar we mensen over moeten informeren, en dat lijkt ons niet een wenselijke zaak.

Dan motie drie, die op stuk nr. 1080: oordeel Kamer.

Motie vier, die op stuk nr. 1081, is een spreekt-uitmotie, dus daar hoef ik niets over te zeggen.

Motie vijf, die op stuk nr. 1082, verzoekt de regering "de interacties tussen de toeslagen en de aankomende vermogensbelasting op basis van werkelijk rendement in kaart te brengen". Wat mij betreft oordeel Kamer. Het lijkt ons belangrijk de effecten te laten zien, en daar een verkenning naar uit te voeren.

Dan motie zes, die op stuk nr. 1083. Die vraagt om een concreet plan voor het afschaffen van de toeslagen. Ik heb toegezegd dat ik een actualisatie van alle opties in beeld zou brengen in de tweede helft van deze kabinetsperiode, en daarom ga ik deze ontraden.

Dan motie nummer zeven, die op stuk nr. 1084, van mevrouw Van Dijk en mevrouw Maatoug. Die gaat over een contourennota opstellen. Die geef ik oordeel Kamer.

Motie nummer acht, die op stuk nr. 1085, verzoekt de regering om bij de invulling van de maatschappelijke diensttijd de problematiek van niet-gebruik te verkennen. Die krijgt wat mij betreft oordeel Kamer. Wij denken dat het belangrijk is om alles op alles te zetten om niet-gebruik tegen te gaan.

Motie nummer negen, die op stuk nr. 1086, verzoekt de regering om "voortvarend aan de slag te gaan" met de geïnventariseerde punten. Dat gaan we doen. We hebben wel gezegd dat we met prioriteit er een drietal gaan uitvoeren. Die gaan we eerst oppakken. Met die interpretatie kan ik deze oordeel Kamer geven, voorzitter.

De voorzitter:
Dan hebben we de toestemming nodig van de indiener, de heer Romke de Jong, en die zie ik niet. Ik kijk goed, maar hij is er niet. Dus dan wil ik toch een oordeel van u hebben.

Staatssecretaris De Vries:
Dan doe ik deze oordeel Kamer, maar ik blijf bij mijn interpretatie.

De voorzitter:
Oké, dan doen we het zo. Dan is er nog een vraag van mevrouw Maatoug. Kort, want ik wil door naar het volgende debat. Uw vraag?

Mevrouw Maatoug (GroenLinks):
Nog een vraag over motie zes, die op stuk nr. 1083. Die was ontraden, want de staatssecretaris gaf aan dat er al een plan komt. Maar dan kan dat verzoek toch gewoon daarin worden meegenomen, en dan kan ze oordeel Kamer krijgen, dunkt mij.

Staatssecretaris De Vries:
Nee, ik heb toegezegd dat wij alle beleidsopties die er liggen, gaan actualiseren. Als ik met een concreet plan moet komen, moet ik het hele belastingstelsel en de hele sociale zekerheid meenemen. Wij zijn als dit kabinet al heel ambitieus om te kijken naar de aanpassing van de kinderopvangtoeslag en naar de huurtoeslag. Dat zijn echt grote ambities. Daar komen nog bij de quick fixes in het stelsel om op korte termijn te verbeteren. We zijn nog met allerlei zaken op het gebied van dienstverlening bezig. Dus deze gaat net even een stapje verder dan wat ik wenselijk vind.

De heer Azarkan (DENK):
Nog over motie een, die op stuk nr. 1078. Bezwaarschriften, zaken die gewoon ver onder de maat zijn. De minister geeft aan dat er al een prikkel is, namelijk een boete of tegemoetkoming. Maar als dat nou betekent dat de staatssecretaris — niet "de minister" — 70 miljoen euro uittrekt, reserveert en daarmee eigenlijk feitelijk zegt "we gaan die bezwaarschriften toch eens even niet binnen de tijd afhandelen", dan is dat toch geen prikkel?

Staatssecretaris De Vries:
Ja, ik kan het hele debat nog overnieuw gaan doen en ook aangeven dat wij echt verbetermaatregelen willen doen om die termijnen te gaan halen. Daar heb ik in de tiende Voortgangsrapportage ook al een aantal zaken voor aangegeven. Belangrijk wat mij betreft. Het is echt niet zo dat we, omdat we 70 miljoen euro gereserveerd hebben, dan maar zeggen: dat laten we allemaal gebeuren. We zetten een aantal concrete verbetermaatregelen in. Maar die prikkel is er al.

De voorzitter:
Prima. De heer De Jong.

De heer Romke de Jong (D66):
Ja, voorzitter. Dit kan heel kort. Ik was net buiten de zaal, maar ik hoorde de interpretatie van de motie, en daar zijn we mee akkoord. Dus dank aan de staatssecretaris.

De voorzitter:
Heel goed. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond stemmen wij over de moties. Dank aan de staatssecretaris. We wensen haar een prettig reces toe, en zien haar in september weer terug. Tot zover.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kinderopvangtoeslag

Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kinderopvangtoeslag

Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kinderopvangtoeslag (31322, nr. 459).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kinderopvangtoeslag (31322, nr. 459). We hebben slechts één deelnemer aan dit debat; dat is de heer Stoffer zelf. Ik verwelkom eerst natuurlijk nog even de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; fijn dat u bij ons bent. Het woord is aan de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties en die luiden als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de koppeling gewerkte uren voor de kinderopvangtoeslag los te laten;

overwegende dat daarmee de toegankelijkheid van de kinderopvang wordt verkleind, met name voor de lagere inkomens;

overwegende dat het risico op fraude als gevolg van deze wijziging zal toenemen;

overwegende dat er sectorbreed kritiek is op dit voornemen;

verzoekt de regering het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag aan te passen zodat het volledig loslaten van de koppeling gewerkte uren daar geen onderdeel meer van is en te komen tot een gerichte oplossing voor ouders met een flexibel inkomen, waarbij de toegankelijkheid voor ouders uit de lagere inkomensgroepen niet wordt verkleind,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.

Zij krijgt nr. 460 (31322).

De heer Stoffer (SGP):
De tweede motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de dekking voor intensivering van het toezicht op gastouderopvang wordt bekostigd door een lagere verhoging van de maximale uurprijs voor gastouderopvang dan bij andere opvangsoorten het geval is;

constaterende dat in de beslisnota ook wordt gesproken over mogelijke dekkingsopties waarbij niet één opvangsoort getroffen wordt, zoals het verlagen van de maximumuurprijzen voor alle opvangsoorten;

overwegende dat met de keuze de maximumuurprijs van alleen de gastouderopvang te verlagen de kloof tussen gastouderopvang en de andere opvangsoorten wordt vergroot en de toegankelijkheid van de gastouderopvang wordt verkleind, zeker voor ouders met een laag inkomen;

verzoekt de regering het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag zodanig aan te passen dat de toegankelijkheid van de gastouderopvang niet verslechtert ten opzichte van de andere opvangsoorten door de maximumuurprijs voor alle opvangvormen te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.

Zij krijgt nr. 461 (31322).

De heer Stoffer (SGP):
Dat was het. Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Tot zover. Kan de minister al antwoorden? Dat is niet het geval.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Van Gennip:
Dank u wel, voorzitter. Mag het spreekgestoelte nog iets hoger? Dank.

De eerste motie, op stuk nr. 460, gaat over het loslaten van de koppeling gewerkte uren. Wij hebben juist gemeend die koppeling los te moeten laten om daarmee de toegankelijkheid te vergroten. Dat is ook breed als een goede maatregel ontvangen. Wij zijn dus niet van plan om dat terug te draaien. Daarmee moet ik deze motie ontraden.

De tweede motie, op stuk nr. 461, gaat over de dekking voor intensivering van het toezicht op gastouderopvang. Wij zijn voornemens het toezicht op de gastouderopvang te intensiveren. Dat hebt u ook kunnen lezen. Dat moet ook bekostigd worden. Dat bekostigen wij door het lager indiceren van de tarieven voor de gastouderopvang. Wij willen daarmee niet de maximumuurprijs voor alle opvangvormen verlagen. Daarmee moet ik ook deze motie ontraden.

De voorzitter:
Prima. Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor haar aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor vier minuten.

De vergadering wordt van 19.11 uur tot 19.16 uur geschorst.

Eurogroep/Ecofin-Raad van 11 en 12 juli 2022

Eurogroep/Ecofin-Raad van 11 en 12 juli 2022

Aan de orde is het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 11 en 12 juli 2022 (CD d.d. 07/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 11 en 12 juli 2022. Het commissiedebat vond plaats op 7 juli. Dat is vandaag; we zijn er bijtijds bij. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Financiën. Fijn dat u bij ons bent. We hebben vijf sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Tony van Dijck. Hij spreekt zoals iedereen twee minuten. Het woord is aan hem.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Kroatië een overheidsschuld heeft van 75,3% bbp;

overwegende dat Nederland 1,5 miljard euro aan extra kapitaal moet inleggen bij het ESM als gevolg van de toetreding van Kroatië tot de eurozone;

verzoekt de regering niet in te stemmen met een toetreding van Kroatië tot de eurozone,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck.

Zij krijgt nr. 1870 (21501-07).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland voornemens is om honderden miljoenen euro's aan begrotingssteun aan Oekraïne over te maken of hiervoor garant te staan;

overwegende dat Nederland zich op dit moment in een koopkrachtcrisis bevindt, waarbij meer dan een miljoen Nederlandse gezinnen hun rekeningen niet meer kunnen betalen;

verzoekt de regering geen geld meer naar Oekraïne over te maken of hiervoor garant te staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck.

Zij krijgt nr. 1871 (21501-07).

De heer Tony van Dijck (PVV):
De derde motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ECB een antifragmentatie-instrument wil oprichten om gericht Italiaanse staatsobligaties op te kopen, om te voorkomen dat de spreads nog verder oplopen;

overwegende dat dit instrument monetaire financiering is en daarmee in strijd met het mandaat van de ECB en het EU-Verdrag;

verzoekt de regering een duidelijk signaal af te geven dat dit instrument door Nederland niet wordt getolereerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck.

Zij krijgt nr. 1872 (21501-07).

Prima. Dan de heer Heinen van de VVD.

De heer Heinen (VVD):
Voorzitter. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Centrale Bank een nieuw fragmentatie-instrument heeft aangekondigd om gericht schulden op te kopen van landen met een hoge staatsschuld, met als doel renteverschillen tussen eurolanden te verkleinen;

overwegende dat het bewaken van prijsstabiliteit het primaire doel van de ECB is en niet het verkleinen van renteverschillen tussen eurolanden;

overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie eerdere programma's toelaatbaar achtte zolang deze in de ogen van het Hof gericht waren op prijsstabiliteit in de eurozone, niet gericht waren op de financieringsbehoefte van specifieke landen en niet het verbod op monetaire financiering omzeilden;

overwegende dat er reële zorgen zijn dat het nieuw aangekondigde instrument niet aan deze juridische eisen voldoet;

constaterende dat de ECB reeds crisisinstrumenten tot zijn beschikking heeft, waaronder het OMT-programma, dat samen met het Europese Stabiliteitsmechanisme onder strikte voorwaarde van hervormingen ingezet kan worden voor probleemlanden;

spreekt uit dat een fragmentatie-instrument gericht op het verkleinen van renteverschillen tussen eurolanden zeer onwenselijk is en op gespannen voet staat met het mandaat van de ECB en het verbod op monetaire financiering;

verzoekt de regering in de eurogroep met gelijkgezinde landen in sterke bewoordingen kenbaar te maken dat op geen enkele wijze het verdragsrechtelijke mandaat en verbod op monetaire financiering door de ECB geschonden mag worden en gezond begrotingsbeleid voorop moet blijven staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Heinen.

Zij krijgt nr. 1873 (21501-07).

Er is een korte vraag van de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik snap uw tijdsdruk, voorzitter. Wat ik zelf lastig vind bij het beoordelen van deze motie is het volgende. U heeft het over "het instrument", maar ik heb nog geen publicatie van het instrument gezien. Hoewel ik dingen als "geen monetaire financiering" en het verdrag respecteer en vanzelfsprekend steun, weet ik nog niet of het instrument daaraan voldoet, want ik ken het nog niet. Dat vind ik wel lastig. Hoe ziet u dat?

De heer Heinen (VVD):
Een goede vraag. Ik heb het over het aangekondigde instrument. Anders moet ik zeggen: een instrument dat gericht is op het verkleinen van verschillen. Als ik u met die kleine aanpassing kan overtuigen, pas ik de motie nog aan.

Voorzitter, dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Europees verband wordt gewerkt aan een digitale euro waarbij vroegtijdig al ontwerpkeuzes worden gemaakt;

overwegende dat het onwenselijk is dat een digitale euro programmeerbaar wordt waarbij bijvoorbeeld vervaldata of bestedingsdoelen kunnen worden toegevoegd;

overwegende dat de kamer zich eerder met de motie-Alkaya/Heinen heeft uitgesproken voor een digitale euro waarbij anonieme betalingen mogelijk moeten zijn;

verzoekt de regering in aanvulling op deze voorwaarde zich in Europa tevens in te zetten voor een neutrale, toegankelijke digitale euro, die niet programmeerbaar is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Heinen en Alkaya.

Zij krijgt nr. 1874 (21501-07).

De heer Heinen (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Prima, dank u wel. Dan de heer Eppink van de fractie van JA21.

De heer Eppink (JA21):
Voorzitter. Een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Europese Commissie investeringen in kernenergie als duurzaam in de groene taxonomie heeft aangemerkt;

overwegende dat de meerderheid van het Europees Parlement kernenergie het groene label gaf;

overwegende dat de deur is geopend voor grotere investeringen in kernenergie;

verzoekt de regering de middelen, al dan niet uit het coronaherstelfonds, voor kernenergie open te stellen en ook bedrijven en beleggers aan te sporen tot meer investeringen in deze groene energie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eppink.

Zij krijgt nr. 1875 (21501-07).

Dank u wel. De heer Alkaya van de SP. Hij is tevens de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter, dank u wel. Ik houd het heel kort. Ik sluit me kortheidshalve aan bij de kritiek die onder andere door de VVD en de PVV is geuit op het aangekondigde instrument van de Europese Centrale Bank. Ik ben benieuwd wat het kabinet te zeggen heeft over die moties.

Tot slot noem ik de digitale euro. Ik sta natuurlijk onder de motie van de VVD over programmeerbaarheid. Ik heb nog één vraag aan het kabinet. Allereerst dank voor de toezegging om coalitievorming te doen over de eerder aangenomen motie over anonimiteit. Vanzelfsprekend ga ik ervan uit dat als deze motie over programmeerbaarheid wordt aangenomen, we ook toewerken naar een coalitie in Europees verband om programmeerbaarheid van de digitale euro te voorkomen en dat dit ook wordt betrokken bij de toegezegde brief over het krachtenveld.

De voorzitter:
Prima. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors een paar minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Kaag:
Dank, meneer de voorzitter. We hebben vanochtend een heel goed debat gehad. Ik heb ook genoten van het debat tussen de Kamerleden onderling. Ik zal nu mijn appreciatie geven van de moties.

De motie op stuk nr. 1870 van de heer Van Dijck. Zoals de heer Van Dijck vanochtend ook heeft gehoord, voldoet Kroatië aan de vooraf gestelde criteria en eisen. Op basis daarvan ontraad ik deze motie.

De motie op stuk nr. 1871 van de heer Van Dijck. Oekraïne verdient onze politieke, humanitaire en militaire steun. Ook verdient Oekraïne onze steun qua liquiditeit of voor de mogelijke wederopbouw wanneer dat gepast is. Ik ontraad daarom ook deze motie.

De motie op stuk nr. 1872. We kennen het instrument simpelweg nog niet. Er wordt veel over geschreven, maar niet op basis van feiten of details. Het instrument moet nog worden gepresenteerd. Op basis daarvan ontraad ik deze motie.

Over de motie op stuk nr. 1873 zeg ik het volgende richting de heer Heinen. We hebben daar vanochtend ook heel goed over kunnen wisselen. U heeft gehoord dat het kabinet altijd blijft onderstrepen dat de ECB onafhankelijk is. Maar we zijn natuurlijk ook helder — dat zijn alle lidstaten; de ECB zelf ook — voor wat betreft het verbod op monetaire financiering. In de context van een kleine woordelijke aanpassing of de verduidelijking die de heer Heinen heeft gegeven in het debat met de heer Van Weyenberg kan ik deze motie volgens mij oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 1874. Ik denk dat het heel belangrijk is om de digitale euro niet programmeerbaar te maken. De motie ondersteunt het kabinetsbeleid. Ik heb het ook eerder benoemd in de brief. Ik begrijp de motie zo dat het niet de bedoeling is dat de overheid of de Centrale Bank allerlei restricties in een digitale euro kan bouwen, zoals tijdslimieten of bestedingsdoelen. Dan denken we natuurlijk ook aan privacy en andere aspecten. Ik vind dat het mogelijk moet zijn dat je bijvoorbeeld als gebruiker automatische betalingen moet kunnen uitvoeren met een digitale euro. Het gaat echter om de programmeerbaarheid door anderen. Er zijn natuurlijk ook bestaande manieren van betalingen. Als ik de motie zo kan invullen, dan geef ik de motie natuurlijk ook oordeel Kamer. Het is een heel belangrijke motie.

De voorzitter:
Dat wordt bevestigd door de leden.

Minister Kaag:
De motie op stuk nr. 1875 is van de heer Eppink. Meneer Eppink, u weet dat in het Herstel- en Veerkrachtplan dat morgen formeel wordt ingediend een introductie van kernenergie niet meer mogelijk is. Maar het kabinet heeft de bouw van twee kerncentrales al in het coalitieakkoord staan. Daar wordt ook hard aan gewerkt door mijn collega, de minister voor Klimaat en Energie. Het is natuurlijk ook zo dat er andere middelen beschikbaar zijn. Dat indachtig, beschouw ik dit als ondersteuning van het beleid. Richting de heer Eppink kan ik de motie echter ook oordeel Kamer geven. Er wordt al werk van gemaakt door het kabinet.

De voorzitter:
U kunt haar ook overnemen.

Minister Kaag:
Ik gun de heer Eppink zijn motie. Ik geef de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dat is heel coulant op het randje van het parlementaire jaar.

Tot zover.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond laat gaan we stemmen over de moties. We wensen de minister een prettig reces toe. Ik schors enkele minuten.

De vergadering wordt van 19.26 uur tot 19.30 uur geschorst.

Vreemdelingen- en asielbeleid

Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid (CD d.d. 06/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid. Het commissiedebat vond gisteren plaats. We hebben maar liefst elf deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste aanwezige is de heer Van Haga van de Groep Van Haga. Het woord is aan hem.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat illegaal verblijf in Nederland tot grote problemen leidt;

verzoekt de regering illegaal verblijf in Nederland strafbaar te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Ephraim.

Zij krijgt nr. 2916 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat landen aan de buitengrenzen van Europa zich niet houden aan de afspraken die binnen de Europese Unie gemaakt zijn;

verzoekt de regering om (mobiel) grenstoezicht te intensiveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Ephraim.

Zij krijgt nr. 2917 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ons land afkoerst op een migratierecord;

verzoekt de regering om een onmiddellijke asielstop in te voeren, met uitzondering van directe oorlogsvluchtelingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Ephraim.

Zij krijgt nr. 2918 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel migranten doorlopen naar Nederland, terwijl twee derde geen recht heeft op asiel;

verzoekt de regering om met omliggende landen (Duitsland, België, Luxemburg) te komen tot gezamenlijke grensbewaking (mini-Schengenzone),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Ephraim.

Zij krijgt nr. 2919 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veiligelanders hier niks te zoeken hebben en bovendien vaker betrokken zijn bij incidenten op COA-locaties;

verzoekt de regering om veiligelanders direct uit te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Ephraim.

Zij krijgt nr. 2920 (19637).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Dan de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ons land afkoerst op een migratierecord;

verzoekt de regering om een onmiddellijke asielstop in te voeren, met uitzondering van directe oorlogsvluchtelingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Ephraim.

Zij krijgt nr. 2921 (19637).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Die heb ik volgens mij al ingediend.

De voorzitter:
U gaat moties nu twee keer indienen?

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Misschien heb ik de stapel een beetje door elkaar gehaald.

De voorzitter:
Een beetje opletten als u aan het fotokopiëren bent. De heer Brekelmans, één korte vraag. Daarna gaan we door.

De heer Brekelmans (VVD):
Puur om het te begrijpen: hoe kun je een asielstop invoeren behalve voor directe oorlogsvluchtelingen? Dan moet je eerst weten of iemand een oorlogsvluchteling is, en dan moet je een asielaanvraag in behandeling nemen.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Om te beginnen zou ik het Vluchtelingenverdrag uit 1951 opzeggen. De VVD zou eens moeten beginnen om, als het iets in het verkiezingsprogramma zet, dat uit te voeren als ze aan de macht komt. Ik denk dat de heer Brekelmans daarmee moet beginnen.

De voorzitter:
Heel goed. Dan gaan we luisteren naar de heer Eerdmans van de fractie van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Voorzitter, dank u wel. We hebben in de commissie het asieldebat gevoerd. Wij constateren dat het asielbeleid een puinhoop is geworden. Dat werd door zowel links als rechts in de commissie onderschreven. Dat is in feite heel bijzonder. Wij zien ook geen enkel perspectief. Wij zien geen signaal of bericht dat het ten goede zal keren. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door het opengrenzenbeleid van het kabinet alle asielrecords gebroken worden;

constaterende dat de staatssecretaris geen grens aan de instroom wil zien en tevens niets doet om de massale instroom van asielzoekers naar Nederland in te dammen;

overwegende dat dit asielbeleid desastreus is en niet gedragen wordt door de bevolking;

zegt het vertrouwen in de staatssecretaris van Asiel en Migratie op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.

Zij krijgt nr. 2922 (19637).

Dank u wel. Dat klinkt als een motie van wantrouwen. De heer Brekelmans van de VVD.

De heer Brekelmans (VVD):
Ik dank de staatssecretaris voor de toezeggingen die hij in het debat heeft gedaan. Ik wil daarnaast één motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland te maken heeft met een asielcrisis en een aanhoudend hoge instroom van asielzoekers;

overwegende dat ook België en andere landen in Noord- en West-Europa te maken hebben met een overbelasting van het asielsysteem;

overwegende dat het intensiveren van binnengrenscontroles in de EU, het naleven van Dublinafspraken en het maken van migratie-afspraken met derde landen kunnen leiden tot een afname van de asielinstroom;

verzoekt de regering in contact te treden met Duitsland, België, Frankrijk en andere gelijkgezinde EU-landen om te zien of er draagvlak is voor bilaterale afspraken om meer grip te krijgen op de instroom, om gezamenlijk richting EU-landen aan de buitengrens aan te dringen op het naleven van Dublinafspraken, en om gezamenlijk de EU aan te sporen tot meer migratie-afspraken met derde landen;

verzoekt de regering de Kamer voor de JBZ-Raad medio oktober over de voortgang van deze gesprekken te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Brekelmans en Slootweg.

Zij krijgt nr. 2923 (19637).

Hartstikke goed. Mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) constateren dat de huidige financieringssystematiek voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers in belangrijke mate aan de basis staat van de gecreëerde crisis waarin het asielstelsel zich telkens weer bevindt;

overwegende dat het voor een stabiel en flexibel opvangstelsel essentieel is dat voor het COA een meerjarige, stabiele en toereikende financieringssystematiek wordt ontwikkeld;

verzoekt de regering om voorstellen te doen voor een COA-financieringssystematiek die in lijn is met de adviezen van ACVZ en ROB, en de Kamer hierover voor de komende begroting voor Justitie en Veiligheid te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Koekkoek en Piri.

Zij krijgt nr. 2924 (19637).

De heer Slootweg van het CDA.

De heer Slootweg (CDA):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 22 burgemeesters in de Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland de noodklok luiden;

constaterende dat zij aangeven dat momenteel de helft van de grotere opvanglocaties bestemd voor Oekraïense ontheemden bezet worden door derdelanders afkomstig uit veilige landen;

overwegende dat deze burgemeesters dit doen met een beroep op behoud van draagvlak voor de opvang van Oekraïners en uitlegbaarheid van het beleid;

verzoekt de regering gehoor te geven aan de roep van de burgemeesters en te onderzoeken hoe de toepassing van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor derdelanders uit Oekraïne zo kan worden aangepast dat aan derdelanders enkel bescherming wordt geboden onder de richtlijn als daartoe voldoende noodzaak bestaat, in het bijzonder waar het gaat om derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Slootweg en Brekelmans.

Zij krijgt nr. 2925 (19637).

De heer Slootweg (CDA):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Mevrouw Podt van D66.

Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er onder Oekraïense vluchtelingen veel vraag is naar mentale zorg en dat deze zorg op gemeentelijke opvanglocaties vaak niet adequaat kan worden geboden;

constaterende dat onder de vluchtelingen zich ook Oekraïense psychologen bevinden die deze zorg zouden kunnen bieden, maar dat zij door regelgeving niet gemachtigd zijn hun beroep uit te oefenen en dat Oekraïense vluchtelingen niet als zzp'er mogen werken;

overwegende dat deze psychologen mogelijk door middel van training en/of door te werken onder supervisie van Nederlandse professionals wel aan het werk kunnen;

overwegende dat het gebruikmaken van de kennis en vaardigheden van Oekraïense professionals kan bijdragen aan het mentale welzijn van Oekraïense vluchtelingen in de eigen taal, zonder veel extra druk te leggen op de reguliere ggz;

verzoekt het kabinet te bezien hoe Oekraïense psychologen zo snel mogelijk aan het werk kunnen voor snelle hulp aan Oekraïners die dit nodig hebben;

verzoekt het kabinet hierover in gesprek te gaan met bestaande initiatieven op het gebied van Mental Health and Psychosocial Support (MHPSS) vanuit organisaties zoals Trauma Support Ukraine en de UACBT en de Oekraïense gemeenschap,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Podt, Slootweg, Brekelmans, Ceder en Koekkoek.

Zij krijgt nr. 2926 (19637).

Dank u wel. Mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het besluit- en vertrekmoratorium omtrent Afghanistan wordt beëindigd en asielverzoeken van Afghaanse vluchtelingen dus weer in behandeling worden genomen en kunnen resulteren in negatieve beoordelingen en uitzettingen;

constaterende dat de staatssecretaris zich hierbij heeft beroepen op een ambtsbericht waaruit blijkt dat het nog altijd lastig is om een compleet beeld te schetsen van de veiligheidssituatie in Afghanistan;

overwegende dat het daarom onverantwoord is om mensen terug te sturen naar Afghanistan, des te meer nu het land onder andere geconfronteerd wordt met een gebrek aan humanitaire hulp voor de bevolking;

overwegende dat het besluit- en vertrekmoratorium Afghaanse vluchtelingen bijna een jaar in onzekerheid en onder erbarmelijke toestanden heeft laten leven, wat bestaande psychologische klachten of trauma's heeft versterkt;

verzoekt de regering om bij het hervatten van de beslispraktijk ervoor te zorgen dat geen enkele Afghaanse vluchteling wordt teruggestuurd, en dat niet alleen verwesterde vrouwen, gemarginaliseerde minderheden of niet(-praktiserende) moslims eerder het voordeel van de twijfel krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Sylvana Simons.

Zij krijgt nr. 2927 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Adviesraad Migratie (ACVZ) in hun rapport Asielopvang uit de crisis er onder andere voor pleiten om asielopvang in Nederland niet langer te beschouwen als een incidentele crisis maar als voortdurende maatschappelijke verantwoordelijkheid;

constaterende dat de ROB en de ACVZ tevens hebben geconcludeerd dat structurele financiering voor het opvangen van asielzoekers in de gemeenten met ruimte voor buffers minder kostbaar is dan de kosten voor het ad hoc op- en afschalen van opvanglocaties;

overwegende dat migratie een van de fundamenten van onze samenleving vormt en dat de internationale geopolitiek, klimaatverandering en imperialisme mensen blijven dwingen hun land van herkomst te verlaten;

overwegende dat het vasthouden aan de huidige crisisaanpak ten koste gaat van de kwaliteit van de opvanglocaties, die al maanden door de humanitaire ondergrens zakt, en bijdraagt aan mensenrechtenschendingen in Nederland;

verzoekt de regering de huidige crisisaanpak en financieringssystematiek van de asielopvang in Nederland los te laten en in plaats daarvan het beleid omtrent asielopvang in te richten op basis van structurele financiering met ruimte voor buffers, de voortdurende maatschappelijke verantwoordelijkheid ter bescherming van mensenrechten en het naar rato verdelen van asielopvang onder Nederlandse gemeenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Sylvana Simons.

Zij krijgt nr. 2928 (19637).

Mevrouw Piri van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Piri (PvdA):
Dank, voorzitter. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat asielzoekers te maken krijgen met vele verhuizingen tussen (nood)opvanglocaties, en dat deze verhuizingen in de huidige opvangcrisis zijn verveelvoudigd;

constaterende dat dit voor eenieder, maar met name voor kinderen, tot aantoonbare ontwikkelingsschade leidt en het aanbieden van goede zorg en onderwijs vermoeilijkt;

constaterende dat in de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen de ambitie wordt uitgesproken om het aantal verhuisbewegingen voor asielzoekers te verminderen, maar dat een concreet plan hiervoor ontbreekt;

verzoekt de regering in het toewerken naar de flexibiliseringsagenda een concreet plan voor de middellange termijn uit te werken voor het beperken van het aantal verhuizingen als onderdeel van de integrale aanpak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Kröger en Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 2929 (19637).

Mevrouw Piri (PvdA):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het beslis- en vertrekmoratorium voor Afghanistan is verlopen en dat op basis van het nieuwe landenbeleid Afghanen kunnen worden uitgezet;

constaterende dat de humanitaire en mensenrechtensituatie door toedoen van het talibanregime onverminderd slecht blijft;

verzoekt de regering van het beslis- en vertrekmoratorium uitsluitend het vertrekmoratorium voor ten minste een halfjaar te verlengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Jasper van Dijk en Kröger.

Zij krijgt nr. 2930 (19637).

Mevrouw Piri (PvdA):
Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Markuszower van de fractie van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Deze staatssecretaris van VVD-huize maakt samen met zijn VVD-fractie wat ketelmuziek voor de bühne over dat de asielinstroom maar moet verminderen, maar wat doet deze staatssecretaris uiteindelijk? Hij gaat een heel nieuw asielcentrum openen. Hij wil een heel nieuw Ter Apel laten bouwen in Flevoland, in de Noordoostpolder. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is een extra aanmeldcentrum voor asielzoekers te openen in het dorp Bant in de gemeente Noordoostpolder;

overwegende dat de mogelijke komst van een aanmeldcentrum in Bant op veel verzet stuit bij de lokale bevolking;

overwegende dat het kabinet van plan is om desnoods tegen de wil van de gemeenteraad van Noordoostpolder een aanmeldcentrum in Bant door te drukken;

verzoekt de regering de plannen van een aanmeldcentrum in Bant in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Markuszower en Wilders.

Zij krijgt nr. 2931 (19637).

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van der Plas van de fractie van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de staatssecretaris het azc in Budel langer open wil houden middels een financiële injectie om de omstandigheden daar te verbeteren;

overwegende dat deze financiële injectie, aldus de staatssecretaris, over tientallen miljoenen euro's kan gaan;

overwegende dat dit geen garantie is dat de overlast stopt;

constaterende dat dit in goede samenspraak met de lokale burgers en de gemeenteraad van de gemeente Cranendonck besproken dient te worden;

verzoekt het kabinet om in samenspraak met de burgers, het azc Budel en de gemeente Cranendonck tot een pakket aan maatregelen te komen om de overlast zo snel mogelijk te verhelpen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 2932 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er met urgentie ruimte nodig is voor opvang van asielzoekers;

overwegende dat meer aanmeldlocaties helpen in een betere doorstroom van asielzoekers;

constaterende dat Lelystad Airport de komende twee jaar niet opengaat en mogelijk helemaal niet opengaat;

constaterende dat Lelystad Airport een centraal gelegen locatie is met veel ruimte tot opvang die niet gebruikt wordt;

constaterende dat Lelystad Airport faciliteiten biedt voor goede beveiliging;

verzoekt het kabinet om zo snel mogelijk een onderzoek te starten naar de mogelijkheid om Lelystad Airport in te gaan zetten als een aanmeldlocatie en/of een asielzoekerscentrum,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 2933 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland nieuwe gesprekken voert met Marokko over het terugnemen van veiligelanders;

overwegende dat Marokko en de Europese Unie een associatieverdrag hebben gesloten, de Europese Unie actief nabuurschapsbeleid voert richting Marokko en er momenteel onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst lopende zijn;

verzoekt de regering, als de onderhandelingen over het terugnemen van veiligelanders door Marokko opnieuw spaak lopen, zich in de Europese Unie in te zetten om het associatieverdrag en het nabuurschapsbeleid te herzien en zich te verzetten tegen een vrijhandelsovereenkomst met Marokko,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 2934 (19637).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Kuzu van de fractie van DENK. Daarna heb ik een vraag aan de heer Van Haga. O, we hebben de heer Van Dijk en de heer Ceder ook nog. Ja, die zijn op het laatste moment binnengekomen. Neem me niet kwalijk.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat asielzoekers geregeld in tenten slapen;

constaterende dat een aantal gemeenten in de afgelopen tien jaar geen enkele asielzoeker heeft opgevangen;

constaterende dat uit verschillende inspecties blijkt dat de opvangplaatsen die gerealiseerd zijn voor Oekraïners, niet volledig worden benut;

overwegende dat verschillende gemeenten aangeven bereid te zijn om Oekraïners op te vangen, maar zogenaamd geen plek zeggen te hebben voor asielzoekers;

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met gemeenten om de niet-benutte opvangplaatsen voor Oekraïners, al dan niet tijdelijk, ter beschikking te stellen voor asielzoekers en, indien gemeenten daar niet toe bereid zijn, dwingend instrumentarium te ontwikkelen om dat wel te doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu.

Zij krijgt nr. 2935 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Vluchtelingenwerk de rijksoverheid inmiddels een ultimatum heeft gesteld om de opvang voor asielzoekers goed te regelen;

overwegende dat Nederland een beschaafd land is dat waarde hecht aan de rechtsstaat;

verzoekt de regering om voor 1 augustus 2022 te voldoen aan de minimumeisen voor opvang, zoals één slaapkamer per gezin, een bed met matras, kussen en schone lakens, drie keer per dag een maaltijd en bescherming tegen hitte, kou, regen en geluidsoverlast,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu.

Zij krijgt nr. 2936 (19637).

Dank u wel. Dan de heer Van Dijk van de fractie van de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. Direct na het debat hoorden we dat het draagvlak voor het tweede aanmeldcentrum in de Noordoostpolder uiterst onzeker is, maar dat het mogelijk is dat het ministerie het wil doorduwen. Is dat wel toegestaan en is dat wel verstandig, vraag ik retorisch.

Voorzitter. Verder heb ik één motie, want dat is het maximum per debat, toch?

De voorzitter:
Een halve, eigenlijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Een halve, kijk.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Afghanistan zeer gevaarlijk is vanwege het talibanregime, zeker voor de zogenaamde risicogroepen;

overwegende dat Afghaanse asielzoekers die langere tijd in Nederland verbleven, moeilijk in staat zijn om het gevaar op vervolging in Afghanistan aan te tonen vanwege hun afwezigheid in Afghanistan;

van mening dat de risicogroepen aangemerkt moeten worden als systematisch vervolgde groep, teneinde bewijsnood te verlichten;

verzoekt de regering alle Afghaanse vrouwen en meisjes als risicogroep aan te wijzen vanwege het terreurbewind van de taliban, en de genoemde risicogroepen inclusief vrouwen en meisjes in het landenbeleid Afghanistan als systematisch vervolgde groep te beschouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jasper van Dijk en Piri.

Zij krijgt nr. 2937 (19637).

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Ceder van de fractie van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit een rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie blijkt dat zaken waarin een vreemdeling zich beroept op een seksuele oriëntatie en zaken waarin de vreemdeling bekering tot een andere religie of afvalligheid als asielmotief aanvoert, door medewerkers worden ervaren als complexe zaken;

overwegende dat ook de IND zelf aangeeft dat de behandeling van lhbti- en bekeringsaanvragen complex is;

overwegende dat de Procedurerichtlijn de mogelijkheid biedt externe deskundigen te raadplegen;

overwegende dat in het coalitieakkoord afgesproken is de expertise bij de IND inzake de beoordeling van lhbti'ers en bekeerlingen te versterken en dat daarbij externe expertise wordt betrokken;

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met stakeholders en externe experts en zo concreet mogelijk invulling te geven aan de versterking van deze expertise om individuele beoordelingen door de IND te verbeteren, en de uitwerking hiervan voor de begrotingsbehandeling 2023 naar de Kamer toe te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 2938 (19637).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er signalen zijn dat vrijwillig aanbod van gemeenten om kleinschalige asielopvang te bieden worden afgewezen of niet in overweging worden genomen;

constaterende dat gemeenten die wel opvang realiseren, steeds meer druk ervaren;

overwegende dat het gevolg van deze situatie is dat het draagvlak voor lokale asielopvang minder wordt en dit de asielopgave niet ten goede komt;

verzoekt de regering om samen met het COA de interne capaciteit zo te organiseren dat kleinschalig aanbod van gemeenten serieus wordt gewogen en waar mogelijk gerealiseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 2939 (19637).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Heel goed. Tot zover de termijn van de Kamer. De vraag aan de heer Van Haga is even de volgende. Hij heeft twee keer dezelfde motie ingediend: de moties op stukken nrs. 2918 en 2921. Is hij bereid om een van deze twee moties in te trekken? Zo ja, welke?

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Nu twijfel ik er alleen over of ik de motie op stuk nr. 2918 of de motie op stuk nr. 2921 moet laten vervallen.

De voorzitter:
Ja, de spanningen nemen toe.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
We laten de motie op stuk nr. 2921 vervallen.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Van Haga/Ephraim (19637, nr. 2921) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Kan de staatssecretaris alle moties al becommentariëren? Zal ik vijf minuten schorsen? Oké.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het volgende debat had op dit moment eigenlijk al moeten beginnen. Ik geef graag het woord aan de staatssecretaris. Ik hoop dat hij er kort en puntig doorheen kan gaan.

Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter, dat zal ik doen. In de motie op stuk nr. 2916 wordt voorgesteld om illegaal verblijf in Nederland strafbaar te stellen. Die motie krijgt een negatief advies. U ziet dat we in het coalitieakkoord hebben aangegeven dat bepaalde mensen op een gegeven moment ongewenst kunnen worden verklaard als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Strafbaarstelling wil het kabinet nadrukkelijk niet.

De voorzitter:
En daarmee is deze motie op stuk nr. 2916 ontraden?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ontraden, voorzitter.

De motie op stuk nr. 2917 wordt ook ontraden. Wij moeten voor mobiel grenstoezicht afspraken maken binnen Europa. Dat hebben we gedaan tijdens de laatste JBZ-Raad. Dat gaat nu richting het Europees Parlement. Maar vooralsnog ontraad ik de motie.

De motie op stuk nr. 2918 gaat over een asielstop. Los van het feit dat dit niet kan, staat er ook in de motie: "met uitzondering van directe oorlogsvluchtelingen". Daarover heeft de heer Brekelmans al gezegd dat je dan wel eerst moet vaststellen wie er onder dat begrip "directe oorlogsvluchtelingen" valt. Dus ik ontraad de motie.

De motie op stuk nr. 2919 gaat over de mini-Schengenzone. Dat moeten we niet doen. Die motie wordt dus wat mij betreft ontraden. Via de Schengencode moeten we het een en ander met elkaar afspreken. Maar we moeten niet nu overgaan tot een mini-Schengenzone.

In de motie op stuk nr. 2920 wordt de regering verzocht om veiligelanders direct uit te zetten. Dat kan alleen al niet op basis van de internationale verdragen die we hebben.

De motie op stuk nr. 2921 is bij mijn weten ingetrokken ten behoeve van de motie op stuk nr. 2918.

De motie op stuk nr. 2922 is een motie van wantrouwen, dus daar heb ik geen oordeel over. Dat is overigens niet hetzelfde als "oordeel Kamer", zeg ik voor de helderheid.

De voorzitter:
Zo hebben wij haar inmiddels wel in de boeken staan. Maar goed. Op die manier heeft u wel langer vakantie.

Staatssecretaris Van der Burg:
Dat is waar, voorzitter, maar dat is slechts het geval als de motie wordt aangenomen. Verder heb ik er geen oordeel over.

De motie op stuk nr. 2923 krijgt wat mij betreft oordeel Kamer.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 2924. Op dit moment zou ik deze motie willen ontraden, omdat ik eerst nog gewoon een reactie ga uitbrengen op de adviezen die ik heb gekregen. We komen daar later op terug.

De motie op stuk nr. 2925 krijgt oordeel Kamer, evenals de motie op stuk nr. 2926.

De voorzitter:
Mevrouw Kröger stelt kort één vraag.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Mijn vraag is of de reactie van het kabinet op de adviezen van de ACVZ dan nog voor de behandeling van de begroting van Justitie komt, zodat we het daar over die nieuwe financieringssystematiek kunnen hebben.

Staatssecretaris Van der Burg:
Ja.

De voorzitter:
Prima. Wilt u de motie aanhouden?

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ja, dan houd ik mijn motie op stuk nr. 2924 aan.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (19637, nr. 2924) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik heb een korte vraag, voorzitter. Ik zou wel graag willen dat de staatssecretaris even wat duiding geeft bij het ontraden van moties. Voor de andere Kamerleden is dat soms wel handig. Bij twijfel kunnen zij door die duiding net wel of net niet overgehaald worden. Het is dus wel fijn als even kort wordt uitgelegd waarom een motie wordt ontraden.

Staatssecretaris Van der Burg:
Volgens mij deed ik dat als ik een motie ontraadde, maar deed ik het niet als ik een motie overnam. Dat is volgens mij conform de wens van de voorzitter.

De voorzitter:
Ja, dat lijkt mij heel logisch. Als een motie "oordeel Kamer" krijgt, dan weten we genoeg.

Staatssecretaris Van der Burg:
Ja. Ik zal dat dus doen, mevrouw Van der Plas, maar bij "oordeel Kamer" houd ik het bij "oordeel Kamer". Dan komt er geen toelichting, conform de wens van u aller voorzitter.

Ik dacht dat ik bij de motie op stuk nr. 2927 was, voorzitter. Dat denkt u ook? Ja. Die motie ontraad ik. We hebben gewoon een landenbrief uitgegeven waarin de beleidsregel staat over wie er wel in Nederland kunnen blijven en wie er niet in Nederland kunnen blijven. Ik wil die beleidsregel niet op basis van wat er in deze motie staat nu gaan aanpassen. Dat zou namelijk betekenen dat deze hele groep niet teruggestuurd kan worden.

"Dat is ook de bedoeling" hoor ik mevrouw Simons in de zaal zeggen.

De voorzitter:
Nee, niet reageren, staatssecretaris.

Staatssecretaris Van der Burg:
Dat is ook de bedoeling van mevrouw Simons, maar ik heb niet dezelfde bedoeling als mevrouw Simons.

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 2928.

Staatssecretaris Van der Burg:
Ook de motie op stuk nr. 2928 ontraad ik. Ik denk dat het goed is als wij over de financiering komen te spreken, maar dat moeten we niet op dit moment doen. We moeten daar op een later moment bij stilstaan, bijvoorbeeld bij de behandeling van de begroting.

De motie op stuk nr. 2929 krijgt oordeel Kamer.

In de motie op stuk nr. 2930 wordt de regering verzocht om het vertrekmoratorium te verlengen. Dit sluit eigenlijk aan bij wat ik net heb gezegd over de motie van mevrouw Simons. Dus ik ontraad deze motie op stuk nr. 2930. Dit zou betekenen dat we het moratorium verlengen, en dat wil ik op dit punt juist niet doen.

Voorzitter. De motie-Markuszower/Wilders op stuk nr. 2931 verzoekt de regering de plannen voor een aanmeldcentrum in Bant in te trekken. Daar kijk ik uiteraard negatief tegen aan, zou ik bijna willen zeggen. We hebben die vraag gisteren aan de gemeente Noordoostpolder gesteld. Daar gaan we nu mee in gesprek. Afhankelijk van hoe dat gesprek gaat, kom ik al dan niet verder in het vinden van een extra aanmeldcentrum. Je moet dit niet voordat je een reactie hebt alweer gaan intrekken.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 2931 is dus ontraden?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, de motie op stuk nr. 2931 is ontraden.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 2932 van mevrouw Van der Plas. Als ik die zo mag lezen dat de burgers van Budel vertegenwoordigd worden door de gemeenteraad van Cranendonck — daar ligt Budel in — dan geef ik die motie oordeel Kamer. Ik praat namelijk met het gemeentebestuur. Dat heb ik toevallig vandaag ook gedaan. Ik heb met hen afgesproken dat wij dingen gaan doen op het gebied van een pakket van maatregelen. Als ik de motie zo mag lezen, krijgt die oordeel Kamer.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas knikt enthousiast ja.

Staatssecretaris Van der Burg:
Voorzitter. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 2933. Op zich kan deze motie oordeel Kamer krijgen, als mevrouw Van der Plas hier maar niet de conclusie uit trekt dat we dit ook op deze manier gaan realiseren. We willen het wel onderzoeken. We willen altijd kijken en met partijen in gesprek gaan. Het is echter wel alleen in gesprek gaan, want uiteindelijk gaat ook hier weer hetzelfde proces gelden als voor andere azc's het geval is.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas knikt weer ja.

Staatssecretaris Van der Burg:
Dan de motie op stuk nr. 2934. Het spijt me voor mevrouw Van der Plas, maar die zou ik willen ontraden. Wat hier staat, helpt niet voor het diplomatieke proces. We willen tot afspraken komen. Daar zijn we mee bezig. In een goed gesprek moet je niet gaan dreigen. Dat verpest namelijk het goede gesprek.

Voorzitter. Dan de motie-Kuzu op stuk nr. 2935. Ik ga al in gesprek met … O, de heer Kuzu is er niet.

De voorzitter:
Nee, hij is er niet, dus u kunt het puntig houden.

Staatssecretaris Van der Burg:
Toch geef ik er wel een reactie op, voorzitter. Ik ben al in gesprek met gemeenten om niet-benutte opvangplaatsen voor Oekraïners te gebruiken voor reguliere asielzoekers. Een dwingend instrumentarium ontwikkelen kan echter niet. U weet wel dat ik met een wetsvoorstel bezig ben. Sterker nog, u krijgt daar morgen een brief over. Mijn oordeel is dus negatief.

De voorzitter:
Betekent een negatief oordeel dan dat u de motie ontraadt?

Staatssecretaris Van der Burg:
Ja, de motie wordt ontraden. Excuses.

De motie-Kuzu op stuk nr. 2936 wil ik ook ontraden. Hetgeen daar staat, gaan we gewoon op geen enkele wijze realiseren. We zitten met crisisnoodopvang. Die motie gaan we gewoon niet waarmaken.

Voorzitter. Dan de motie-Van Dijk/Piri op stuk nr. 2937. Uiteraard wil ik die ook ontraden. Het ambtsbericht heeft hier duidelijke uitspraken over gedaan. Die heb ik vertaald in een brief. Die heeft u vorige week gekregen.

Voorzitter. De motie-Ceder op stuk nr. 2938 gaat over externe expertise. Die krijgt oordeel Kamer.

Voorzitter. Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 2939. Ook die kan oordeel Kamer krijgen.

De voorzitter:
Prima, dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond stemmen we over de moties. Dank aan de staatssecretaris. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we praten over Oekraïne.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Herstel en wederopbouw Oekraïne

Herstel en wederopbouw Oekraïne

Aan de orde is het tweeminutendebat Herstel en wederopbouw Oekraïne (CD d.d. 07/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Herstel en wederopbouw Oekraïne. Vandaag vond ook het commissiedebat plaats. Nogmaals een hartelijk woord van welkom aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. We hebben drie sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste staat reeds te trappelen van ongeduld. Dat is de heer Hammelburg van de fractie van D66.

De heer Hammelburg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Onder uw voorzitterschap ben ik altijd vol geluk, natuurlijk! Ik dank de minister voor het debat dat we zojuist nog in de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben kunnen voeren, niet alleen over de noodhulp en wederopbouw van Oekraïne, maar ook over de acute herstelhulp die we als Nederland aan Oekraïne kunnen bieden. We weten dat bedrijven maar ook publieke diensten, zoals gemeenten, staan te popelen om wat te doen. Hetzelfde geldt voor ngo's. Ik wil iets meer comfort. Daarom heb ik een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de informatie aan de Kamer over herstel en wederopbouw van Oekraïne geen helder onderscheid maakt tussen noodhulp, acute herstelhulp en de latere fase van wederopbouw;

overwegende dat de Oekraïense autoriteiten via vele kanalen de behoeften voor deze drie verschillende fases hebben uitgedrukt;

verzoekt de minister nog deze zomer uitvoering te geven aan de motie Hammelburg cum suis (36045, nr. 77);

verzoekt de minister samen met Oekraïense autoriteiten de specifieke behoefte voor acuut herstel van vitale infrastructuur en graanuitvoer in kaart te brengen, en de Kamer voor het einde van het reces te informeren wat deze behoeften zijn en waar Nederlandse publieke diensten en bedrijven in kunnen voorzien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hammelburg, Van der Graaf, Van der Plas, Van der Lee, Thijssen, Jasper van Dijk, Gündoğan, Sylvana Simons, Klink, Den Haan en Amhaouch.

Zij krijgt nr. 98 (36045).

De heer Hammelburg (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan de heer Van der Lee van GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister voor het debat dat we hebben gehad. Ik kon het laatste stukje niet meemaken vanwege een wetgevingsoverleg over de toetreding van Zweden en Finland tot de NAVO. Ik had een vraag gesteld die nog niet was beantwoord, maar ik heb daar inmiddels een motie over geformuleerd. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vier multinationals, wetende ADM, Bunge, Cargill en Louis Dreyfus vrijwel uitsluitend verantwoordelijk zijn voor de wereldwijde handel in granen en dat er signalen bestaan dat deze bedrijven extra granen opslaan om de voedselprijzen op te drijven;

constaterende dat ook op Europese beurzen steeds meer speculatie plaatsvindt op commodity's als graan;

constaterende dat wetenschappelijke instituten zoals de universiteit van Bonn waarschuwen voor de rol van speculanten in het opdrijven van voedselprijzen en voor door de industrie gecreëerde schaarste;

verzoekt de regering om te onderzoeken welke maatregelen in EU-verband kunnen worden getroffen om de speculatie op commodity's, zoals granen, kan worden tegengegaan;

verzoekt de regering tevens te laten onderzoeken wat de rol van de grote vier multinationals is in de voedselprijzencrisis en of er geen sprake is van monopolievorming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee en Thijssen.

Zij krijgt nr. 99 (36045).

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dat was het.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Thijssen.

De heer Thijssen (PvdA):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor het debat dat we eerder vandaag hadden. We hebben het hier natuurlijk over een oorlog die onverwacht is ontstaan en die voor allerlei extra problemen en kosten zorgt. Daarom vindt mijn fractie het belangrijk dat we ervoor zorgen dat er extra middelen komen om dit op te lossen, want de andere crisissen in de wereld zijn er niet kleiner op geworden. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het herstel en de wederopbouw van Oekraïne internationale inspanning en financiering vergt en dat de kosten van de wederopbouw reeds worden geschat op 750 miljard en blijven oplopen;

constaterende dat andere noden in de wereld onverminderd hulp behoeven en sommige, zoals de mondiale voedselcrisis, zijn versterkt door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne;

constaterende dat de ODA-middelen beperkt zijn;

verzoekt de regering om de financiële steun die wordt verstrekt voor de wederopbouw van Oekraïne voor het overgrote deel uit additionele middelen te financieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 100 (36045).

Dan de heer Klink van de VVD.

De heer Klink (VVD):
Voorzitter. Van mijn kant geen moties. We hebben zojuist, echt nog maar heel kort geleden, het debat gehad. Daarin heeft de minister twee toezeggingen gedaan. Zij stuurt een overzicht aan de Kamer gebaseerd op geverifieerde data van wat Nederland en de andere Europese Unie-landen multilateraal en bilateraal, financieel en niet-financieel hebben gestuurd aan Oekraïne voor hulp, herstel en wederopbouw. En de minister heeft de toezegging gedaan om de Landbouwraden in de Afrikaanse landen een rapport op te laten stellen over concreet handelingsperspectief vanuit Nederland om de voedselonzekerheid te reduceren. Beide brieven zal de minister naar de Kamer sturen en ontvangen we voor de behandeling van de beleidsnota Buitenlandse Handel en Onwikkelingssamenwerking op 28 september. Ik kijk uiteraard met zeer veel belangstelling uit naar deze brieven.

De voorzitter:
Prima. Ik schors twee minuten. Dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef graag het woord aan de minister. Ik hoop dat ze het kort en puntig kan doen. Als het "oordeel Kamer" is, behoeft dat verder geen toelichting. Ik hoop verder dat ze er als een speer doorheen gaat. Het woord is aan haar.

Minister Schreinemacher:
Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen dank voor het debat van vandaag. Om maar meteen op de moties in te gaan, te weten de eerste motie, van de heer Hammelburg op stuk nr. 98. We hebben vandaag al eerder gewisseld dat ik wacht op de needs assessment van de Wereldbank die eind deze zomer is. Ik wil heel graag wachten op die needs assessment, want heel concreet is wat is gepresenteerd in Lugano door de Oekraïense overheid, daarin verwerkt door de Wereldbank. Ik kan daarvan een appreciatie geven en die binnen drie weken naar uw Kamer sturen, met daarin dus ook wat Nederland op basis van die needs assessment kan doen in Oekraïne. Dan wordt dat niet bilateraal met de Oekraïense autoriteiten maar op basis van de needs assessment die de Wereldbank heeft gedaan. Als ik de motie zo kan lezen, zou ik deze oordeel Kamer kunnen geven, ook om het bilateraal met alleen de Oekraïense autoriteiten te doen, juist om dubbelingen tegen te gaan. Dat zou mijn voorstel zijn voor die motie.

De voorzitter:
De heer Hammelburg, kort.

De heer Hammelburg (D66):
Als de minister zegt dat zij die needs assessment erbij wil betrekken en ondertussen ook nu al met de Oekraïense autoriteiten vooruit wil kijken naar wat de bilaterale behoefte is, en dat samen wil voegen, dan vind ik dat prima, maar alleen een needs assessment, zonder contact te hebben met de Oekraïense autoriteiten, vind ik echt te mager. Ik wil echt proactiviteit hierop.

Minister Schreinemacher:
Dan wordt er nog aan toegevoegd: een appreciatie op basis van de needs assessment. Oké, nou, dan is het oordeel Kamer.

Dan de tweede motie, de motie-Van der Lee/Thijssen op stuk nr. 99. Deze verzoekt de regering om in EU-verband de speculatie op commodities te onderzoeken. Dat eerste verzoek kan ik oordeel Kamer geven. Het tweede is om dat te laten onderzoeken. Het gaat hier natuurlijk om mededinging. Dat ligt wel in Europa. Als ik de motie zo mag lezen dat ik hiermee naar Brussel kan om de Europese Commissie aan te sporen om hiernaar onderzoek te doen, zeg ik: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De heer Van der Lee knikt, dus bij dezen.

Minister Schreinemacher:
De derde motie Thijssen/Van der Lee, op stuk nr. 100, maakt deel uit van de najaarsbesluitvorming, dus daar gaan wij het in het kabinet over hebben. Ik zou zeggen: we hebben die generale regeling al, dus ook hier "oordeel Kamer".

De voorzitter:
Of is het ondersteuning beleid, zodat u die over kunt nemen. Nee? Dan is het gewoon oordeel Kamer. Tot zover. Dank aan de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond gaan we stemmen over de moties. Ik schors een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Aan de orde is het tweeminutendebat Arbeidsmarktbeleid in de zorg (CD d.d. 06/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Arbeidsmarktbeleid in de zorg. Het commissiedebat vond gister plaats. Minister Helder zagen we vanochtend vroeg ook al, maar ze is gewoon weer bij ons verschenen. Dat waarderen wij bijzonder. We hebben vier sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is mevrouw Van den Berg van de fractie van het CDA. Het woord is aan haar.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben twee moties. Een over de plaatsing van huisartsen in opleiding en de tweede over zzp'ers in de zorg. De eerste:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een groeiend tekort aan huisartsen is, en dat dit tekort in sommige regio's aanzienlijk groter is dan in andere regio's;

van mening dat toekomstige huisartsen niet onnodig afgeschrikt moeten worden omdat er in de eigen regio geen huisartsopleiding is;

overwegende dat de praktijk laat zien dat huisartsen vaak in de buurt waar zij opgeleid zijn blijven werken;

constaterende dat het huidige systeem van alloceren van opleidingsplekken voor huisartsen niet flexibel is in het bijeen brengen van vraag en aanbod;

verzoekt de regering te bezien op welke wijze het systeem van alloceren van opleidingsplaatsen voor huisartsen verbeterd kan worden zodat ook in de grootste tekortregio's huisartsen opgeleid kunnen worden, hierop zo nodig ook zelf regie in te nemen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Van den Hil.

Zij krijgt nr. 474 (29282).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dan de tweede, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een toenemend aantal zzp'ers in de zorg werkzaam is die evident schijnzelfstandig zijn en dat mede hierdoor de kosten voor zorgpersoneel enorm zijn gestegen door btw en hoge tarieven van (buitenlandse) bemiddelingsbureaus;

constaterende dat alleen gehandhaafd wordt bij evidente kwaadwilligheid waarvoor de bewijslast moeilijk is;

overwegende dat zorgaanbieders door samenwerking het werkgeverschap moderner invulling willen geven zodat er meer keuzemogelijkheden voor werknemers zijn maar dat zij tegen problemen in verband met de btw en de ACM aanlopen;

verzoekt de regering te bezien hoe zorgaanbieders ruimte hebben om het werkgeverschap moderner invulling te geven en hoe deze problemen het best aangepakt kunnen worden zodat zorgaanbieders minder genoodzaakt zijn zzp'ers in dienst te nemen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Palland, Bikker en Ellemeet.

Zij krijgt nr. 475 (29282).

Heel mooi. De heer Hijink van de SP.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. Het is niet mijn gewoonte, maar ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de conceptwetgeving met betrekking tot medisch specialisten in loondienst op hoofdlijnen uiterlijk eind 2022 ter informatie aan de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 476 (29282).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het verlagen van de inzet van personeel tot een nog hogere werkdruk kan leiden voor zorgverleners in verpleeghuizen;

overwegende dat het kabinet het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg verder wil ontwikkelen;

van mening dat het onwenselijk is om deze doorontwikkeling vooraf in te perken door te eisen dat de personeelsinzet omlaag moet;

verzoekt de regering om het schrappen van de huidige personeelsnorm niet als uitgangspunt te nemen bij de doorontwikkeling van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 477 (29282).

De heer Hijink (SP):
En de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat al geruime tijd gesproken wordt over het vormgeven van een fonds ter compensatie voor longcovidpatiënten;

constaterende dat het kabinet de gesprekken, zoals met de vakbonden, over de vaststelling van dit fonds wil verdagen tot na het zomerreces;

verzoekt de regering om binnen twee weken de gesprekken over het vormgeven van dit fonds te voeren, en de Kamer direct na afloop van deze gesprekken te informeren over de uitkomsten van deze gesprekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hijink, Kuiken en Ellemeet.

Zij krijgt nr. 478 (29282).

Heel goed. Dank u wel.

Mevrouw Den Haan van de Fractie Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de Miljoenennota 2019 de toezegging is opgenomen om met het veld en Verenso in gesprek te gaan om na te gaan of in de studie geneeskunde een verplicht coschap bij een specialist ouderengeneeskunde opgenomen kan worden, maar dat deze toezegging niet heeft geleid tot een onderzoek;

overwegende dat de nieuwe Arbeidsmarktprognose 2022 wederom laat zien dat het verwachte personeelstekort de komende tien jaar onverminderd groot blijft en dat het tekort van specialisten ouderengeneeskunde relatief groot is;

overwegende dat in 2021 151 aio's zijn gestart aan de opleiding, terwijl er 260 opleidingsplaatsen waren;

overwegende dat studenten geneeskunde tijdens hun studie niet via coschappen in aanraking komen met de ouderengeneeskunde en dus niet kunnen onderzoeken of ze hier enthousiast van worden;

verzoekt de regering om samen met de minister van OCW zich in te zetten om aandacht te vragen voor coschappen ouderengeneeskunde in de studie geneeskunde, zodat geneeskundestudenten kunnen kennismaken met dit vakgebied en er meer specialisten ouderengeneeskunde worden opgeleid en hierover voor 1 oktober 2022 in gesprek te gaan met de directies van de geneeskundeopleidingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan, Van den Hil, Van der Staaij, Van den Berg en Ellemeet.

Zij krijgt nr. 479 (29282).

Ik wil niet een heel debat openen.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Nee. Ik zou de motie graag willen medeondertekenen, voorzitter.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Ik ook.

De voorzitter:
Dan voegen we de twee namen even toe.

Mevrouw Tielen van de fractie van de VVD.

Mevrouw Tielen (VVD):
Ik heb er drie, dus ik ga snel van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat avond-, nacht-, en weekenddiensten bijdragen aan de hoge werkdruk waar huisartsen mee kampen;

constaterende dat het gemiddeld aantal ANW-diensten per normpraktijk gemiddeld 230 uur per jaar is terwijl waarnemende huisartsen slechts 40 uur per jaar aan ANW-diensten hoeven te draaien om hun accreditatie te behouden;

overwegende dat er hierdoor een ongelijk speelveld ontstaat waardoor zelfstandig ondernemerschap onder huisartsen wordt geremd en er daarom voornamelijk in plattelandsgebieden een tekort dreigt aan praktijkhoudende huisartsen;

verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om de accreditatie-eis voor huisartsen met betrekking tot het aantal ANW-diensten meer in evenwicht te brengen met het aantal ANW-diensten per normpraktijk om zo de werkdruk eerlijker te verdelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tielen, Van den Hil en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 480 (29282).

Mevrouw Tielen (VVD):
Mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er creatieve oplossingen nodig zijn om de nijpende personeelstekorten in de zorg aan te pakken;

overwegende dat effectief gebruik van medicijnen kan bijdragen aan het verlagen van de werkdruk voor zorgpersoneel;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met relevante veldpartijen over hoe effectiever gebruik van geneesmiddelen bij kan dragen aan zowel het verhogen van de kwaliteit van zorg alsook aan het oplossen van de personeelstekorten in de zorg, en dit ook expliciet te verankeren in de arbeidsmarktagenda,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tielen en Van den Hil.

Zij krijgt nr. 481 (29282).

Mevrouw Tielen (VVD):
Mijn derde motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat geweld en mishandeling van hulpverleners in Nederland toeneemt;

van mening dat agressie jegens hulpverleners nooit mag worden getolereerd:

constaterende dat ambulancepersoneel niet is vertegenwoordigd in de nationale Taskforce Onze hulpverleners veilig, terwijl deze beroepsgroep regelmatig te maken heeft met geweldsincidenten;

overwegende dat de expertise en ervaring van ambulancepersoneel bij de taskforce moet worden betrokken om agressie jegens hulpverleners in Nederland terug te dringen;

verzoekt de regering een vertegenwoordiger van ambulancepersoneel een structurele rol te geven in de Taskforce Onze hulpverleners veilig,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tielen, Van den Hil en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 482 (29282).

Heel goed, dank u wel. Mevrouw Paulusma van D66.

Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik ga geen moties indienen, maar ik heb nog wel een vraag voor de minister. We hebben gisteren uitgebreid gesproken over de arbeidsmarkt in de zorg, een onderwerp dat velen aan het hart gaat. En we hebben toen ook gesproken over de afspraken die we gemaakt hebben in het coalitieakkoord, en de afspraken die er liggen als we een aantal dingen met elkaar hebben uitgezocht. Ik vroeg gisteren ook om een duidelijke toezegging om de Kamer te informeren over het proces dat we met elkaar in zouden kunnen gaan. Ik zou graag van de minister daar een duidelijker ja op willen hebben dan we gisteren met elkaar konden krijgen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ja, dank u wel. Ik schors even drie minuten, en dan gaan we luisteren naar de minister. Mevrouw Ellemeet?

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Ik heb net gevraagd of ik onder de zzp-motie van mevrouw Van den Berg mag. Dat is wat haar betreft oké, dus ik doe het even via deze ronde.

De voorzitter:
Maar dat was toch al gebeurd? Ja, gebeurd. Dank u wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
We proberen de vaart erin te houden, want mevrouw Agema moet het vliegtuig nog halen. Het woord is aan de minister.

Minister Helder:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 474: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 475: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 476: ontraden.

De motie op stuk nr. 477: ontraden.

Bij de motie op stuk nr. 478 wil ik nog wel opmerken dat wij graag met de vakbonden het gesprek aangaan, omdat wij het ook belangrijk vinden. Voor aanstaande woensdag staat er een gesprek met zowel VWS als met SZW, ambtelijk. Maar de motie op stuk nr. 478 wordt ontraden.

De voorzitter:
Mevrouw Tielen, één seconde.

Mevrouw Tielen (VVD):
De Kamerleden hebben nog geen kopietjes. Ik vind het heel fijn dat we de vaart erin houden, maar ik vind het ook fijn als we straks zorgvuldig kunnen stemmen.

De voorzitter:
Dan zal ik het personeel even opjutten.

Minister Helder:
Dit is wel memorabel, voorzitter!

De voorzitter:
De laatste dag is altijd memorabel. Het loopt altijd wel ergens uit de hand.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
We hebben allemaal de liederenbundel gekregen. O, toch niet? Dan wachten we nog even.

Nu is iedereen wel voorzien. Misschien wil de minister nog even overnieuw beginnen, maar wel graag met dezelfde snelheid als net!

Minister Helder:
Met dezelfde snelheid!

De motie op stuk nr. 474: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 475: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 476: ontraden.

De motie op stuk nr. 477: ontraden.

Bij de motie op stuk nr. 478 wil ik even aantekenen dat er woensdag een gesprek plaatsvindt tussen de vakbonden, het ministerie van Sociale Zaken en VWS. Wij vinden het ook belangrijk, maar deze motie ga ik ontraden.

De motie op stuk nr. 479: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 480: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 481: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 482: oordeel Kamer.

Dan heb ik alleen nog een vraag van mevrouw Paulusma. Zij vraagt mij de stappen in kaart te brengen. Dat zeg ik toe.

De voorzitter:
De heer Hijink heeft nog even één vraag.

De heer Hijink (SP):
Eén vraag. Volgens onze informatie is een gesprek over het compensatiefonds voor longcovidpatiënten, dat voor vandaag gepland stond, op verzoek van het ministerie verplaatst naar na de zomer. De minister zegt nu dat er volgende week een gesprek gaat plaatsvinden. Ik ben dan benieuwd of dat hetzelfde gesprek is als het gesprek dat voor vandaag gepland stond. Ik snap ook niet dat als de minister zegt dat er een gesprek komt, waarom zij dan niet, zoals de motie vraagt, de Kamer kan informeren over de uitkomsten van die gesprekken. Dat is toch niet te veel gevraagd?

Minister Helder:
Er stond voor vandaag geen gesprek over een longcovidfonds gepland. Ik had gezegd dat ik binnen drie weken terug zou komen op de voortgang. Er lopen een flink aantal gesprekken over de mogelijkheden: hoe en met welke maatregelen kunnen we mensen tegemoetkomen? Eerder is hier ook al een motie over geweest. We hebben afgesproken om daar na de zomer op terug te komen, want dan heb ik daar pas uitsluitsel over. We hadden toegezegd om een soort voortgangsgesprek te hebben. Dat was wel de bedoeling. Dat gesprek gaat woensdag plaatsvinden.

De voorzitter:
Dank aan de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond laat stemmen wij over deze moties. We wensen de minister een prettige vakantie. We danken haar voor haar aanwezigheid. Ik schors een enkel ogenblik, en dan gaan we praten over de politie.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Politie

Politie

Aan de orde is het tweeminutendebat Politie (CD d.d. 07/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Politie. Het commissiedebat vond eerder vandaag plaats. We hebben acht deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Azarkan zelf, van de fractie van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Zeker, voorzitter. Ik ben er klaar voor. Dank aan de minister voor de beantwoording vandaag in het debat dat we hebben gevoerd. Ik heb een drietal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de eerste fase van de klachtenprocedure ruim 90% wordt afgehandeld door de politie zonder dat de klachtencommissie hieraan te pas komt;

overwegende dat veel burgers weinig vertrouwen hebben in de klachtenprocedure en vinden dat de huidige klachtenprocedure een hoog "de slager keurt zijn eigen vlees"-gehalte heeft;

verzoekt de regering om te onderzoeken op welke wijze de klachtenprocedure onafhankelijker gemaakt kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan.

Zij krijgt nr. 1103 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer motie 29628, nr. 1036, over tweemaal per jaar de Kamer informeren over een analyse van de door Proco-app verzamelde gegevens ten aanzien van "professioneel controleren" heeft aangenomen en de politie en het CBS stellen dat het mogelijk is om hun datasets aan elkaar te koppelen ten behoeve van een dergelijke analyse;

overwegende dat de minister zich onvoldoende heeft ingezet om deze motie met prioriteit uit te voeren en het argument dat "de politie beziet op welke termijn zij hier prioriteit aan zullen geven" geen accurate uitvoering van de aangenomen motie is;

verzoekt de regering om erop toe te zien dat de door de Kamer aangenomen motie 29628, nr. 1036, met prioriteit door de politie wordt uitgevoerd en om de eerste analyse van de door de Proco-app verzamelde gegevens ten aanzien van "professioneel controleren" voor het begrotingsdebat JenV te delen met de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan.

Zij krijgt nr. 1104 (29628).

De heer Azarkan (DENK):
Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek van de Politieacademie is gebleken dat slechts 4 op de 100 agenten het handelingskader professioneel controleren kent en dit onderzoek naar de bekendheid van het handelingskader eind 2022 herhaald zal worden;

overwegende dat de minister onvoldoende inspanning heeft verricht om de bekendheid van het handelingskader structureel te verhogen en af te raken van het vrijblijvende karakter van het handelingskader;

verzoekt de regering om meer inspanning te verrichten, om op de kortst mogelijke termijn te bewerkstelligen dat iedere agent het handelingskader professioneel controleren kent en de Proco-app gebruikt en om met een plan van aanpak te komen hierover, en dit voor het JenV-begrotingsdebat te delen met de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan.

Zij krijgt nr. 1105 (29628).

De heer Azarkan (DENK):
Dat was mijn bijdrage voor vandaag. Dank ook voor het voorzitten.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Werf van de fractie van D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Voorziter. Ik wil de minister allereerst bedanken voor het constructieve debat vanochtend en voor een aantal toezeggingen die zij gedaan heeft over het verbreden en vergroten van de politiecapaciteit. Ik wil graag één motie indienen. Daarbij heb ik nog de korte vraag aan de minister dat ik hoop dat wij hier echt zo snel mogelijk werk van kunnen maken en dat wij wellicht voor de begroting van volgend jaar al hierover al geïnformeerd kunnen worden.

Dan nu de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de politie al jaren worstelt met grote personeelstekorten en naar verwachting pas in 2024-2025 weer op sterkte zal zijn, waarbij de beloofde extra 700 fte nog niet zijn meegerekend;

van mening dat de politie tot die tijd alles zou moeten doen om enerzijds zijinstroom te verhogen en anderzijds om bestaande krachten vast te houden;

constaterende dat er nu geen ruimte is om af te wijken van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP), waardoor tal van potentiële zijinstromers die niet geheel aan de functieprofielen uit het LFNP voldoen, nu uit de organisatie geweerd worden en waardoor agenten die niet kunnen doorgroeien, de organisatie verlaten;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke manier meer maatwerk en flexibiliteit gecreëerd kan worden in het personeelsbeleid en het LFNP, en daarbij expliciet te onderzoeken of er naar voorbeeld van Defensie een Bureau Bijzondere Instroom kan worden ingesteld, dat zich specifiek richt op kandidaten met potentie voor de politie die niet binnen de reguliere trajecten passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Werf.

Zij krijgt nr. 1106 (29628).

Dank u wel. Mevrouw Mutluer van de fractie van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Dank je wel, voorzitter. De politiemensen gaan ons erg aan het hart. Daarom dien ik twee moties in om de politieorganisatie verder te optimaliseren en te verbeteren. De eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de Hogeschool Leiden recent onderzoek is gedaan onder de jonge aanwas bij de politie naar de motieven om bij de politie te vertrekken, en deze bevindingen in het rapport Daarom stappen ze op zijn opgenomen;

constaterende dat uit dit rapport blijkt dat nieuwkomers met een migratieachtergrond zich buitengesloten voelen;

van mening dat er nooit iemand op grond van kleur, afkomst of geaardheid mag worden uitgesloten;

constaterende dat in het rapport aanbevelingen staan om het vroegtijdig stoppen van deze nieuwkomers met de opleiding te voorkomen, zoals het verbeteren van de kwaliteit van de docenten en de begeleiders van agenten in opleiding, en het in de opleiding meer aandacht geven aan diversiteit;

verzoekt de regering om in samenspraak met de politieorganisatie de aanbevelingen uit het rapport Daarom stappen ze op uit te werken in het plan van aanpak discriminatie, en de Kamer daarover het liefst voor het discriminatiedebat te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer, Azarkan, Ellemeet en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 1107 (29628).

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Voorzitter. Dan mijn volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Landelijke Eenheid wordt opgesplitst in twee gelijkwaardige eenheden: een voor de landelijke operaties en een voor de opsporing;

constaterende dat we naast de Landelijke Eenheid Opsporing sinds kort ook een Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit hebben, het afgeschaalde MIT;

van mening dat met de Landelijke Eenheid Opsporing naast de Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit een versnippering kan ontstaan met eigen sturing en middelen;

constaterende dat de politieorganisatie in het najaar met een transitieplan komt;

verzoekt de regering om de politieorganisatie op te dragen om in het transitieplan tevens mee te nemen of en in hoeverre de Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit kan worden geïntegreerd in de Landelijke Eenheid Opsporing dan wel hoe die samenwerking concreet vorm krijgt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer en Ellemeet.

Zij krijgt nr. 1108 (29628).

Dank u wel. Dan mevrouw Simons van de fractie van BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de politie naar aanleiding van de documentaire De blauwe familie heeft besloten om over te gaan naar een "one strike out"-beleid, waarin geen ruimte mag zijn voor racisme en andere vormen van discriminatie en deze misstanden directe consequenties moeten krijgen;

overwegende dat het voor de veiligheid van mensen binnen en buiten de organisatie van groot belang is dat dit geen holle frase blijkt en dat dergelijk beleid actief wordt gehandhaafd;

verzoekt de regering om actief toe te zien op de implementatie en handhaving van het aangekondigde "one strike out"-beleid binnen de politieorganisatie en hier met enige regelmaat over te rapporteren aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Sylvana Simons.

Zij krijgt nr. 1109 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het eindrapport van de commissie-Schneiders met verschillende aanbevelingen is gekomen die door de minister worden geïmplementeerd;

van mening dat er naar aanleiding van recente bevindingen meer nodig is om de veiligheid van mensen binnen en buiten de organisatie te waarborgen;

verzoekt de regering om tijdens de aanbevolen en aankomende transitie binnen de politieorganisatie de kennis van maatschappelijke organisaties als Controle Alt Delete en ervaringsdeskundigen zoals gezien in De blauwe familie als uitgangspunt te nemen ter bevordering van de interne veiligheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Sylvana Simons.

Zij krijgt nr. 1110 (29628).

Dank u wel. Mevrouw Helder van de fractie van de PVV.

Mevrouw Helder (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Vanaf deze plek wil ik mijn respect en waardering uitspreken voor alle agenten die dag in, dag uit in deze roerige tijd hun uiterste best doen om ons allen veilig te houden en soms zelfs diensten van 21 uur draaien.

Voorzitter. Ik heb zelf geen moties, want de moties die ik eerder heb ingediend of mede heb ingediend, zijn aangenomen. Daar ben ik natuurlijk heel blij mee. Minder blij ben ik met het feit dat deze moties nodig zijn geweest. Dat verwijt ik de korpsleiding. Als zij voor hun mensen hadden gestaan, dan waren deze moties niet nodig geweest. Ik zal de nakoming daarvan dan ook scherp in de gaten blijven houden.

In dat kader heb ik nog wel een vraag aan de minister. Ik heb deze vraag vanochtend niet gesteld. Kan de minister garanderen dat de huidige politiechef van de Landelijke Eenheid alle ruimte krijgt om aan de conclusies en aanbevelingen in de diverse rapporten te kunnen voldoen, zonder dat daar vanuit de korpsleiding beperkingen worden opgelegd?

Dank u wel.

De voorzitter:
Prima, dank u wel. De heer Van Nispen van de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de beoogde instroomcijfers niet gehaald worden en de uitstroom naar verwachting hoger zal zijn dan verwacht;

constaterende dat het politiekorps in de aankomende jaren een andere samenstelling zal hebben omdat er meer aspiranten zullen zijn en minder ervaren agenten;

constaterende dat vanwege de toenemende spanningen in de samenleving en diverse extra werkzaamheden zoals rondom cybercrime en bewaken en beveiligen de taken van de politie in de afgelopen jaren zijn veranderd;

verzoekt de regering met een realistische visie te komen over hoe de politie er in 2024 uit zal zien, waarbij onder meer de samenstelling van het korps, de huidige druk op de Politieacademie en het huidige en gewenste takenpakket worden meegenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Nispen.

Zij krijgt nr. 1111 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de commissie-Schneiders in het onderzoek naar problemen binnen de Landelijke Eenheid aanbevelingen doet over een cultuurverandering binnen de politietop en de regering bevestigt dat er binnen de politietop mensen zullen moeten worden ontslagen;

overwegende dat meerdere rapporten en incidenten structurele problemen hebben blootgelegd met betrekking tot de leiderschapscultuur binnen de nationale politie;

overwegende dat bij goed bestuur transparantie hoort over welke netwerken er betrokken zijn bij het maken van beleidsmatige keuzes;

constaterende dat onder andere door Hogeschool Saxion, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het RIEC een project met weerbaarheidsscans is ontwikkeld voor decentrale overheden om netwerken in kaart te brengen zodat netwerkcorruptie kan worden voorkomen;

verzoekt de regering deze weerbaarheidsscan ook uit te voeren bij de politie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Mutluer.

Zij krijgt nr. 1112 (29628).

De heer Van Nispen (SP):
Ten slotte, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de commissie-Schneiders tot de conclusie komt dat een deel van de problemen bij de Landelijke Eenheid te herleiden zijn tot de periode van de vorming van de nationale politie;

constaterende dat ook vele onderzoeken laten zien dat de politieorganisatie nog altijd niet op orde is en ook daarin veelal wordt verwezen naar de vorming van de nationale politie;

overwegende dat onafhankelijk onderzoek naar de vorming van de nationale politie inzicht kan geven in hoe problemen binnen de huidige politieorganisatie zijn ontstaan en eventueel een oplossingsrichting kunnen bieden om dergelijke problemen op te lossen en/of te voorkomen;

verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek uit te laten voeren naar de vorming van de nationale politie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Nispen.

Zij krijgt nr. 1113 (29628).

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Van der Plas van de fractie van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Als ik mijn leesbril op heb en die trap afloop, dan voel ik me net of ik dronken ben. Dit is dus ook een leesbril en geen gewone bril. Zo loop ik dus altijd een beetje.

De voorzitter:
Klinken uw moties ook alsof u dronken bent?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee. Nou ja, let maar op.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Landelijke Eenheid een grote herstructurering en herschikking tegemoetgaat;

overwegende dat dit kosten met zich meebrengt;

constaterende dat deze kosten kunnen drukken op de gelden die beschikbaar en nodig zijn voor de reguliere werkzaamheden van de Landelijke Eenheid;

verzoekt het kabinet om er bij de eerstvolgende begroting voor te zorgen dat er extra financiële middelen beschikbaar worden gesteld, zodat de reguliere werkzaamheden van de Landelijke Eenheid niet onder druk komen te staan gedurende de herschikking en herstructurering van de Landelijke Eenheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1114 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het rapport van de commissie-Schneiders over de Landelijke Eenheid van de politie ook aanbevelingen doet richting de organisatie op het gebied van bewaken en beveiligen van bewindspersonen, politici en kwetsbare personen;

overwegende dat de uitwerking van de aanbevelingen in dit rapport een lang proces is, maar er door recente ontwikkelingen een verhoogde behoefte is om dit snel op orde te hebben;

verzoekt de regering de aanbevelingen van de commissie-Schneiders op het gebied van bewaken en beveiligen op de snelst mogelijke termijn te evalueren en zo nodig over te nemen en tot uitvoering te brengen, en de Kamer hier voor 1 september over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1115 (29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het uitvoeren van stikstofreductieplannen van het kabinet zal resulteren in mogelijke leegstand van agrarische bedrijven;

overwegende dat dit zal leiden tot meer afgelegen leegstaande panden;

overwegende dat er in deze gebieden vaak al weinig handhaving is;

constaterende dat de combinatie van leegstand en weinig handhaving ondermijning en criminaliteit in de hand kan werken;

verzoekt de regering om de provincies te stimuleren in de plannen tot stikstofreductie per gebied rekening te houden met de gevolgen die leegloop/leegstand van agrarische bedrijven gaat hebben op de regionale veiligheid, ondermijning en sociale controle,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 1116 (29628).

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mijn laatste seconde wil ik graag gebruiken om het Openbaar Ministerie te complimenteren met het zeer snelle en zorgvuldige onderzoek naar Jouke, de Friese jonge boer. Ik heb begrepen dat de zaak tegen hem geseponeerd wordt, omdat er geen strafbare feiten zijn geconstateerd. Heel goed dat dat zo snel duidelijk is geworden, en dat die familie op dit moment rust kan krijgen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Hoeveel tijd heeft de minister nodig? Ik schors vijf minuten. Dat komt goed uit, want onze fotokopieerapparaten zijn opgeblazen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de moties. Ik ga er snel doorheen, als dat mag. De eerste motie, de motie op stuk nr. 1103, van de heer Azarkan krijgt oordeel Kamer, met de opmerking erbij dat dit al onderdeel is van beleid. Eigenlijk zou ik de motie willen overnemen; volgens mij is dat de bedoeling als iets al staand beleid is. Het betreft in ieder geval Veiligheid, Integriteit en Klachten, de VIK. Ik zou de motie dus het liefst willen overnemen. Als de heer Azarkan dat goedvindt, dan doe ik dat.

De voorzitter:
De heer Azarkan zegt "zeker". Niemand heeft daar bezwaar tegen, dus dan gaan we er niet over stemmen.

De motie-Azarkan (29628, nr. 1103) is overgenomen.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dat scheelt straks misschien nog voor u.

Dan de motie op stuk nr. 1104 van de heer Azarkan. Deze krijgt oordeel Kamer. Dit gaat alleen niet lukken voor het begrotingsdebat, want het onderzoek wordt voorjaar 2023 opgeleverd. Daar zal dus iets meer tijd voor nodig zijn. Ik kan het dictum dus niet letterlijk uitvoeren, maar oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1105 krijgt ook oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1106 van mevrouw Van der Werf krijgt oordeel Kamer. Zij vroeg of dat lukt voor de begroting. We kunnen dan in ieder geval de contouren leveren. Als mevrouw Van der Werf accepteert dat we dan kijken hoever we zijn, dan gaan wij ons best doen om voor de begroting de contouren te leveren. Zoals vanochtend in het debat gezegd — maar dat is niet haar vraag geweest — zal dat niet een kopie zijn van Bureau Bijzondere Instroom, maar gaan we kijken hoe we het voor de politie kunnen onderzoeken en toepasbaar kunnen maken. Als ik die ruimte heb, lever ik in ieder geval de contouren voor de begroting. Ik streef ernaar om dat dan zo concreet mogelijk te hebben. Dan kijken we hoever we zijn en wat daarna nog nodig is.

De motie op stuk nr. 1107 van mevrouw Mutluer en collega's krijgt oordeel Kamer. De algemene aanbevelingen nemen we mee in het Plan van aanpak discriminatie. Dat zal niet per se voor het discriminatiedebat zijn. Ik dacht dat dat wel de vraag was in de inbreng. Dit even voor de context. Aan het plan van aanpak wordt hard gewerkt.

De motie op stuk nr. 1108 wordt ontraden. Het is goed om daar even drie zinnen aan te wijden. De Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit bestaat uit zes moederorganisaties: politie, OM, Douane, KMar, FIOD en Belastingdienst. Als je die zou integreren in de LE, dan bestaat het weer alleen uit politie. De bedoeling van de NSOC is juist dat ze apart werk doen, wat van toegevoegde waarde is voor de opsporing bij de Landelijke Eenheid. Dat is ook nadrukkelijk wat men bij de Landelijke Eenheid vraagt en nodig heeft, en ook bij de andere moederorganisaties. De hele functie van de NSOC zou hiermee dus verdwijnen. Het is echt een samenwerkingsverband, waarmee informatie gedeeld kan worden en waarmee fenomenen in kaart gebracht kunnen worden, die dan weer bij de politie, maar ook bij de Douane en de Belastingdienst, gebruikt kunnen worden. Als je dit zou doen, verdwijnt eigenlijk het hele doel. Dat zal ons niet helpen in de aanpak van ondermijning. De motie krijgt dus het oordeel "ontraden".

De motie op stuk nr. 1109 van mevrouw Simons krijgt oordeel Kamer. We komen daarop terug in het halfjaarbericht.

De voorzitter:
Mevrouw Mutluer alsnog.

Mevrouw Mutluer (PvdA):
Ja, ik heb nog heel kort een vraag aan de minister. Wij als Kamer hebben wel het recht om dat verschil tussen de NSOC, de Nationale Samenwerking, en de nieuwe Landelijke Eenheid opsporing, die de FBI van Nederland wordt, te kennen. Het is zaak om die samenwerking goed te hebben en het is zaak dat er geen eilandjes en koninkrijkjes komen. Eigenlijk was dat de vraag van Schneiders: ik wil dat u dat in beeld brengt. Dat is het enige verzoek middels deze motie.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
De motie helpt daar dan niet bij. De motie werkt de hele opzet van de NSOC en van de opsporingstak van de Landelijke Eenheid juist tegen. Op dit moment wordt door de Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit de aanpak in kaart gebracht. Zij hebben heel duidelijk gedefinieerd welke onderdelen zij zullen gaan onderzoeken, waar zij zich komend anderhalf jaar op zullen richten en met wat voor soort resultaten zij zullen komen om bijvoorbeeld de opsporing te helpen. Zij zijn nu dus bezig met een nieuw plan. Mevrouw Mutluer weet dat daar een directeur bij wordt gezocht. Op het moment dat dat er is, worden die twee dingen naast elkaar gelegd, niet alleen bij de Landelijke Eenheid, maar ook bij de FIOD, de Douane en de Belastingdienst, en dan zien we de toegevoegde waarde. Dat is de afspraak die we met elkaar hebben. Ik voeg daar één zin aan toe: als we op een gegeven moment merken dat het niet goed werkt, dan gaan we bijsturen of het anders doen. Daar zijn we zelf allemaal bij. Ik zou haar eigenlijk willen aanraden om deze motie niet in te dienen, als haar bedoeling was dat wat zij zegt.

De voorzitter:
Maar die is wel ingediend. Dan de motie op stuk nr. 1110.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Ik doe maar wat suggesties.

Dan de motie op stuk nr. 1109 van mevrouw Simons. Ik had al gezegd: oordeel Kamer, halfjaarbericht.

Dan de motie op stuk nr. 1110. Die krijgt van mij ontraden, ook om de formulering. Ze zegt "om als uitgangspunt te nemen". Er wordt uiteraard, moet ik zeggen, gesproken met stakeholders, ook met stakeholders die hier genoemd worden, maar dat is niet het enige uitgangspunt. Dus de motie is in die zin te beperkt of te strak geformuleerd.

Dan de motie van de heer Van Nispen. Die krijgt oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 1111 …

De voorzitter:
Er is nog even een vraag van mevrouw Simons.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Als ik de minister goed begrijp, zou zij heel blij zijn als ik het woord "mede" toevoeg, dus "mede als uitgangspunt". Ik ben natuurlijk niet bekend met de andere uitgangspunten die zij wil nemen om tot deze actie te komen, maar als ik op die manier een positief oordeel kan krijgen, dan ben ik daartoe zeker bereid.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Als we het woord "uitgangspunt" weglaten en "mede" betrekken — want er zijn natuurlijk veel meer stakeholders en veel meer afwegingen die je moet nemen — dan begrijp ik, denk ik, waar ze naar op zoek is. Daar zou ik dan iets meer mee kunnen.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Wat is in dit geval dan de beste route, als ik inderdaad genegen ben dat aan te passen? Ik moet nog even nadenken over deze suggestie, maar wat doe ik dan?

De voorzitter:
Dan moet u heel snel een aangepaste motie onze kant op laten gaan.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Wat ook een optie is — even als suggestie — is om haar nu even aan te houden en haar vlak na het reces in te dienen, want dan heb ik ook kunnen kijken en er nog een reactie op kunnen geven als de motie heel erg aangepast is. Dat is dus ook nog een optie, maar dat laat ik aan mevrouw Simons.

De voorzitter:
Wat gaat u doen?

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Ik ga deze motie herformuleren en dan breng ik haar z.s.m. bij u.

De voorzitter:
Heel snel, want we gaan over een uurtje natuurlijk stemmen.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Als het "mede meegewogen" wordt, dan geef ik 'r oordeel Kamer. Is het een hele andere formulering, dan houd ik het oordeel op "ontraden". Dan doen we het even zo.

Dan de motie op stuk nr. 1111 van de heer Van Nispen. Die krijgt oordeel Kamer. Ik zal proberen die voor de begrotingsbehandeling vorm te geven.

Dan de motie op stuk nr. 1112. Die krijgt ontraden. In de eerste overweging spreekt de heer Van Nispen over ontslag. Zo stellig kunnen we dat niet zeggen. Zo hebben we het vanochtend niet besproken en zo staat het ook niet in de aanbevelingen. Ik hecht er dus wel aan om dat zo te zeggen. We hebben ook vanochtend met elkaar gedeeld: ook dit gaat over mensen met wie we zorgvuldig moeten omgaan. Als de heer Van Nispen dat deel zou willen aanpassen — dan gaan we volgens mij ook wat zorgvuldiger om met dit onderwerp — dan kan ik oordeel Kamer geven. De scan wordt nu in een pilot namelijk beproefd. Daar kan ik een heel eind in mee komen.

De heer Van Nispen (SP):
Ik denk dat ik de minister gelijk moet geven. Dit gaat over een constatering, dus het dictum blijft staan. Bij de eerste constatering zou ik willen eindigen met "mensen zullen moeten vertrekken", of iets in die richting. Het gaat inderdaad niet om ontslag in juridische zin; dat is correct.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Maar, als ik mag, voorzitter, dat is nog steeds te stellig. Het gaat over mensen. Kunnen we niet doen … Kan het niet gewoon …

De heer Van Nispen (SP):
Ik schrap de hele …

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
… aanbevelingen en cultuurverandering; punt.

De heer Van Nispen (SP):
Ik heb een oplossing. Ik kan die eerste constatering in zijn geheel schrappen. Dan blijft de motie nog steeds overeind.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Eens.

De heer Van Nispen (SP):
Kan het dan ter plekke of moet ik dat per mail bevestigen?

De voorzitter:
Wij zorgen voor de gewijzigde motie.

De motie-Van Nispen/Mutluer (29628, nr. 1112) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat meerdere rapporten en incidenten structurele problemen hebben blootgelegd met betrekking tot de leiderschapscultuur binnen de nationale politie;

overwegende dat bij goed bestuur transparantie hoort over welke netwerken er betrokken zijn bij het maken van beleidsmatige keuzes;

constaterende dat er onder andere door Hogeschool Saxion, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het RIEC een project met weerbaarheidsscans is ontwikkeld voor decentrale overheden om netwerken in kaart te brengen zodat netwerkcorruptie kan worden voorkomen;

verzoekt de regering deze weerbaarheidsscan ook uit te voeren bij de politie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 117, was nr. 112 (29628).

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dan verdwijnt de hele eerste constatering. Daarmee geef ik oordeel Kamer.

Dan hebben we de motie op stuk nr. 1113. Die ga ik ontraden. Er is een evaluatie geweest van de commissie Politiewet in november 2017. Wij zijn nu terecht bezig met vooruitkijken, denk ik.

Dan de motie op stuk nr. 1114 van mevrouw Van der Plas. Er zijn drie elementen waardoor ik deze motie ontraad. Ten eerste is vanuit de motie-Hermans 20 miljoen gereserveerd voor de aanpassing van de Landelijke Eenheid, dus daar hebben we nu geld voor. Dit najaar, na de zomer, verwacht ik van de korpschef de transitieplannen: hoe gaan we het vormgeven? Dan heb ik ook scherper wat het überhaupt zou gaan kosten. Er is dus al geld. Ik weet ook niet precies wat het gaat kosten. In de transitieplannen krijg ik meer houvast daarbij. Dan weten we of het binnen die 20 miljoen kan of niet. Zo niet, dan moeten we kijken hoe je het wel passend krijgt of waar we het dan met elkaar over hebben. Ten slotte heb ik hier ook geen dekking meegekregen van de Kamer. Maar er is dus al geld en we hebben de transitieplannen nog niet. Om die reden zou ik dus zeggen: nu ontraden; laten we eerst eens kijken hoever we komen met die 20 miljoen en wat de plannen zijn.

Mevrouw Van der Plas vraagt in de motie op stuk nr. 1115 om het hele stelsel bewaken en beveiligen zo snel mogelijk te evalueren. Dat is al voor ons gedaan door de commissie-Bos, zeg ik richting mevrouw Van der Plas. Dat was vorig jaar, meen ik, bij mijn voorganger. Ik heb met een brief in april al de eerste contouren met uw Kamer gedeeld van hoe we daarmee omgaan. Daar komt na de zomer een vervolg op vanuit mij. Daarin zitten de aanbevelingen uit die evaluatie. Dat komt simpel gezegd neer op het moderniseren en passend maken voor de tijd waarin we nu zitten, waarbij je ziet dat er steeds meer mensen in het stelsel komen en dergelijke, en hoe we dat het beste kunnen aanpassen. In de brief van april heb ik al heel veel stappen gezet. In september/oktober kom ik weer met nieuwe. Om die reden is deze motie ontraden. De evaluatie ligt er al en we zijn er juist al mee bezig.

Dan heb ik de laatste motie. Dat is de motie op stuk nr. 1116, ook van mevrouw Van der Plas. Deze gaat zo buiten de scope van het debat dat ik haar ook "ontraden" moet geven, omdat ik geen idee heb en niet kan overzien hoe het precies staat met de stikstofreductie per gebied en per provincie, en de elementen die mijn domein zouden raken. Om die reden geef ik de motie "ontraden".

De voorzitter:
Eén korte vraag, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De motie hiervoor houd ik aan.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (29628, nr. 1115) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voor de rest ga ik met deze minister inderdaad niet over stikstof discussiëren, op dit moment.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Dank voor die dreigende woorden, maar ...

De voorzitter:
Heel goed. Tot zover over …

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
Nee, nee, sorry, ik heb nog één vraag van mevrouw Helder. Die wil graag de bevestiging dat de politiechef van de Landelijke Eenheid alle ruimte en vrijheid krijgt om zijn werk goed te doen, als ik het zo mag interpreteren, want uiteindelijk zal hij dat natuurlijk ook in overleg met de korpsleiding en met mij moeten doen. Maar ik zie dat mevrouw Helder graag een bevestiging wil dat er alle ruimte voor is om met die aanbevelingen aan de slag te gaan. Mede namens de korpsleiding kan ik ja zeggen. Het is ontzettend belangrijk dat dat kan.

De voorzitter:
Eén korte vraag van mevrouw Helder nog.

Mevrouw Helder (PVV):
Ik had expliciet gevraagd om ruimte voor de conclusies en de aanbevelingen.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:
We gaan ze omarmen en daar vol mee aan de slag.

De voorzitter:
Prima. Dan gaat mevrouw Helder ook weer fluitend het reces in. Hartelijk dank aan de minister. Fijn dat u bij ons was. We wensen u een prettig reces.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond nog gaan wij stemmen over de moties. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we het historische laatste debat doen van dit jaar.

De vergadering wordt van 21.09 uur tot 21.11 uur geschorst.

Visserij en tuinbouw

Visserij en tuinbouw

Aan de orde is het tweeminutendebat Visserij en tuinbouw (CD d.d. 06/07).

De voorzitter:
Ja, dames en heren, dan zijn we toch mooi aangekomen bij het allerlaatste debat van dit parlementaire jaar. Een speciaal woord van welkom aan de minister, niet alleen omdat hij bij dit debat is en straks zijn licht zal doen schijnen op de moties, maar ook omdat hij zich bereid heeft verklaard om bij de stemmingen aanwezig te zijn. Niemand had hem verteld dat hij eerst een uur moet wachten voordat we gaan stemmen en dat we dan nog een klein uur bezig zijn met de stemmingen. Daar vragen ze altijd beginnende bewindspersonen voor. Ik vind het heel makkelijk, maar er is altijd wel iemand die erin tuint en dat is de heer Staghouwer vandaag. Alvast hartelijk dank daarvoor.

Het historisch laatste debat van dit jaar wordt afgetrapt door de heer Stoffer. Het woord is aan hem. O ja, ik vertel ook nog even dat dit het tweeminutendebat Visserij en tuinbouw is. Het woord is aan de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter. Twee moties. De eerste luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is een deel van de Noordzeeakkoordmiddelen te schrappen, omdat sanering van de kottervloot gefinancierd wordt vanuit de BAR-regelingen;

overwegende dat de garnalenvisserij geen aanspraak kan maken op die BAR-regelingen;

overwegende dat de garnalenvisserij op de Noordzee op termijn ook in de knel komt door toenemende drukte op de Noordzee;

overwegende dat de kabinetsvisie op de garnalenvisserij eind 2022 naar de Kamer gestuurd zal worden en er nog onzekerheid is over de vergunningverlening voor de garnalenvisserij in verband met de stikstofproblematiek;

overwegende dat de voorzitter van het Noordzeeoverleg heeft opgeroepen om de genoemde Noordzeeakkoordmiddelen ten minste beschikbaar te houden tot de midterm review van het transitiefonds is afgerond;

verzoekt de regering in overleg met de sector ten minste een deel van de genoemde Noordzeeakkoordmiddelen voorlopig beschikbaar te houden voor onder meer een eventuele saneringsregeling voor de garnalenvisserij op de Noordzee,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.

Zij krijgt nr. 211 (29675).

De heer Stoffer (SGP):
De volgende motie luidt als volgt. Dit is gelijk mijn laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer heeft gevraagd om een overbruggingsregeling voor tijdelijke steun aan de kottervisserij op de kortst mogelijke termijn (motie-Grinwis, Kamerstuk 21501-32, nr. 1448), en de regering aangeeft tijd nodig te hebben voor Europese goedkeuring;

overwegende dat voor de-minimissteun in de visserij geen Europese goedkeuring nodig is;

overwegende dat de nood groot is en in omliggende landen al steunregelingen voor visserijbedrijven van kracht zijn;

verzoekt de regering de overbruggingsregeling voor de kottervisserij naar voren te halen door financiële middelen zodanig in te zetten dat geen goedkeuringsprocedure nodig is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 212 (29675).

De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
U bedankt. Dan de heer Wassenberg van de fractie van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank, voorzitter. Gisteren hadden we het commissiedebat over visserij en tuinbouw. Door verplichtingen in de plenaire zaal — ik mocht ook een aantal tweeminutendebatten voorzitten — kon ik niet bij de antwoorden van de minister zijn. Toen ik ze terugkeek, zag ik dat helaas niet al mijn vragen beantwoord zijn. Dat vind ik jammer, want ik stelde de vragen aan de minister niet voor niets. Daarom moet ik ze opnieuw stellen.

Ik hoor graag het antwoord van de minister op de volgende eenvoudige vraag. Hoe verdedigt de minister dat in tijden van een klimaatcrisis en grote zorgen over de leveringszekerheid van aardgas nog steeds rozen en chrysanten worden gekweekt op aardgas? Dat is toch niet uit te leggen? Vindt de minister niet dat dat moet stoppen? En wat gaat de minister doen om ondernemers te steunen bij het omvormen naar een écht duurzame bedrijfsvoering, namelijk voedselproductie in onverwarmde kassen?

Kan de minister ook antwoord geven op mijn vraag over de visserij? Onderzoek laat zien dat bodemberoerende visserij mondiaal net zoveel CO2 uitstoot als de luchtvaart op mondiale schaal. Is de minister het ermee eens dat het tegenstrijdig beleid is om bijna 200 miljoen uit het klimaatfonds te halen om door te gaan met die bodemberoerende visserij en dus met CO2-uitstoot? Het artikel over de mondiale uitstoot van de bodemberoerende visserij en de luchtvaart zou ik graag aan de minister willen geven. Dat doe ik via de bode.

Dan heb ik nog één motie. Die gaat over hetzelfde.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kabinetslijn is om geen brandstofcompensatie te bieden omdat dit het risico verhoogt dat bedrijven met de meeste uitstoot in stand gehouden worden;

constaterende dat het kabinet desondanks een overgangsregeling optuigt voor vissers waarbij brandstof ook gecompenseerd kan worden;

verzoekt de regering om brandstof niet te compenseren via de overgangsregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg.

Zij krijgt nr. 213 (29675).

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is mevrouw Van der Plas van de fractie van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er Kamerleden zijn die voedselproductie niet zien als een publiek belang;

overwegende dat voedsel, naast zuurstof en water, een van de drie eerste levensbehoeften is;

overwegende dat je zonder voedsel doodgaat;

spreekt uit dat voedselproductie een publiek belang is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.

Zij krijgt nr. 214 (29675).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de visserij in zwaar weer verkeert en veel regelingen te lang op zich laten wachten;

overwegende dat de verwachting is dat de aanvragen voor de stilligregeling fors het beschikbare budget overstijgen;

constaterende dat er 1 miljard extra budget is vrijgemaakt uit het EFMZV van de EU, onder andere voor stilliggen;

verzoekt de regering het huidige budget van 33 miljoen voor de stilligregeling maximaal op te hogen met middelen vanuit het EFMZV, zodat overschrijding zo veel mogelijk voorkomen wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Stoffer.

Zij krijgt nr. 215 (29675).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de glastuinbouw een belangrijk onderdeel vormt van het landelijk gebied;

overwegende dat modernisering van het teeltareaal glastuinbouw, herstructurering van glastuinbouwgebieden rondom veenweide of verplaatsing van solitair gelegen glastuinbouwbedrijven in de doelen van het Transitiefonds landelijk gebied en natuur passen;

constaterende dat de emissiereductie die op deze wijze kan worden gerealiseerd vaak over gebiedsgrenzen heen reikt en daarom in de gebiedsgerichte aanpakken geen plaats heeft;

verzoekt de regering de glastuinbouwsector toegang te geven tot de landelijke maatregelen in het Transitiefonds landelijk gebied en natuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Stoffer.

Zij krijgt nr. 216 (29675).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederlandse telers als gevolg van de oorlog in Oekraïne worden geconfronteerd met enorme kostenstijgingen;

overwegende dat de Europese Commissie in maart 2022 het pakket crisisreserve van het GLB heeft opengesteld en een aantal EU-lidstaten dit al maximaal benut en hun telers met passende maatregelen voor de stijgende energieprijzen ondersteunt;

constaterende dat Nederland nog geen gebruikmaakt van deze Europese maatregelen;

verzoekt de regering oneerlijke concurrentie op de interne markt tegen te gaan en het EU-steunpakket open te stellen voor snellere verduurzaming van de Nederlandse tuinbouw;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Stoffer.

Zij krijgt nr. 217 (29675).

Prima. Tot zover. De laatste spreker van dit jaar is de heer Tjeerd de Groot van D66. Hij verzorgt dit jaar de jaarsluiting.

Ik kondig u wat dramatischer aan.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
En nu verwacht u, voorzitter, natuurlijk dat ik eindig met een stichtelijk woord.

De voorzitter:
Graag.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Maar in die traditie ben ik niet zo grootgebracht. Ik heb echter wel begrepen dat de minister van koken houdt. Het kookt hier ook weleens in de Kamer. En je kunt ook zeggen dat sommige Kamerleden er weleens een potje van maken. Maar ik wil eigenlijk de minister vooral een goede zomer wensen, waarin hij eindelijk ook weer eens aan koken zal toekomen. Wat dat koken zal er de laatste maanden niet van gekomen zijn.

Ik wens jullie allemaal een goede zomer. Tot in de pruimentijd.

De voorzitter:
Kijk, dat is nou een jaarsluiting die we willen hebben. U heeft dit namens de hele Kamer gedaan.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
U krijgt een dankbare roffel.

Ik schors voor vijf minuten. Dan gaan we luisteren naar de antwoorden van de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. Ik hoop dat hij ons kort en puntig door de vragen en de moties kan geleiden. Daarna hebben we namelijk een uurtje pauze voor hem in petto.

Minister Staghouwer:
Eén moment nog, voorzitter.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Heeft u alles, minister?

Minister Staghouwer:
Ja, zeker. Dank u, voorzitter. Ik miste de antwoorden op de vragen van de heer Wassenberg. Hij heeft daar natuurlijk recht op.

De heer Wassenberg vraagt mij naar op aardgas geteelde snijbloemen. Dat zou onuitlegbaar zijn. Het antwoord daarop is dat ik geen onderscheid maak tussen sierteelt en voedingstuinbouw. Beide sectoren moeten echt doorpakken op het gebied van energietransitie. De glastuinbouw kan natuurlijk fors inzetten op energiebesparing. Zo probeer ik dat, samen met mijn collega Jetten, ook maximaal te accommoderen. Dat heb ik gisteren ook in het debat gezegd.

Dan de vraag van heer Wassenberg over de bodemberoerende visserij. Ik heb een rapport van hem gekregen. Ik heb dat net gekregen, dus ik moet dat eerst bestuderen. Ik ga daarnaar kijken. Ik zeg de heer Wassenberg toe dat ik laat weten wat mijn reactie daarop is.

De voorzitter:
Prima. Dan de moties.

Minister Staghouwer:
Ja, dan de moties.

De motie-Stoffer op stuk nr. 211 …

De voorzitter:
Meneer Wassenberg heeft nog een korte vraag. We gaan namelijk niet het hele debat overdoen.

De heer Wassenberg (PvdD):
Nee, maar ik had de minister echt gevraagd: ziet hij een verschil tussen de sierteelt en de voedselteelt? Dat was mijn vraag.

Minister Staghouwer:
Natuurlijk zie ik verschil, maar ik maak geen onderscheid tussen sierteelt en voedingstuinbouw. Beide moeten doorpakken op het gebied van energiebesparing. Daar zet ik op in.

Dan de motie-Stoffer op stuk nr. 211. Deze motie ontraad ik, omdat de Noordzeeakkoordmiddelen niet kunnen worden ingezet voor een sanering, vanwege de staatssteunkaders.

De motie-Stoffer/Van der Plas op stuk nr. 212 gaat over een toezegging die ik gisteren in het debat heb gedaan. Ik heb gezegd dat ik de uitvoering van een motie zo snel mogelijk ter hand zal nemen. Ik begrijp de zorgen over vissers. Daar moet natuurlijk snel een regeling voor komen. Ik werk daar nu hard aan. Ik kijk wat er zo snel mogelijk beschikbaar is. Mijn verwachting is dat dat op korte termijn kan leiden tot een regeling. Ik onderzoek welke regeling het snelst is. Dat vergt echter afstemming met het kabinet. Ik laat u zo snel mogelijk weten wanneer ik de regeling open kan stellen. Daarom stel ik voor om deze motie aan te houden.

De voorzitter:
Maar dat moet de heer Stoffer doen.

Minister Staghouwer:
Dat moet de heer Stoffer doen. Ik geef alleen maar een advies.

Dan de motie op stuk nr. 213.

De voorzitter:
Ja, maar hij moet daar wel even iets over gaan zeggen.

De heer Stoffer (SGP):
Ik ben daar op zich toe bereid.

De voorzitter:
Heel mooi.

De heer Stoffer (SGP):
Maar ik heb twee vragen. Eén. Waarom de afstemming in het kabinet? Is dat niet gewoon het mandaat van de minister? Twee. Zou de terugkoppeling van hoe het ervoor staat, voor het eind van deze maand richting de Kamer kunnen komen?

Minister Staghouwer:
Eind van deze maand gaat zeker niet lukken, want wij zitten natuurlijk net als uw Kamer in het zomerreces. Ik heb de heer Stoffer net aangegeven dat ik daar zo snel mogelijk kond van wil doen, maar ik kan hem absoluut niet toezeggen dat dat eind van deze maand kan.

De heer Stoffer (SGP):
Kunnen we wel een datum afspreken? Want "zo snel mogelijk" is een heel rekbaar begrip.

Minister Staghouwer:
Ik heb gisteren in het debat duidelijk gemaakt dat ik zie dat de verduurzaming van de vloot alleen maar kan als er ook nog een vloot over is, en dat ik alles erop inzet om dat te realiseren. Ik ben graag bereid om het voor 1 september te doen, maar ik weet niet of ik het kan waarmaken.

De voorzitter:
Prima.

Minister Staghouwer:
Dus ik zeg u toe dat ik het zo snel mogelijk doe. Ik kom daarover met informatie naar uw Kamer toe.

De voorzitter:
Meneer Stoffer, wat gaan we doen?

De heer Stoffer (SGP):
Ik overweeg het heel even, voorzitter. Ik kom daar tussen nu en voor de stemmingen op terug.

De voorzitter:
Ja. Als de motie niet wordt aangehouden, wil ik wel een appreciatie van de minister hebben.

Minister Staghouwer:
Dan ga ik haar ontraden.

De voorzitter:
Helder. De motie op stuk nr. 212.

Minister Staghouwer:
De motie op stuk nr. 213, want dit ging over de motie op stuk nr. 212. Dat is de motie van de heer Wassenberg. Die verzoekt om brandstof niet te compenseren via de overgangsregeling. Ik heb gezegd een overbruggingsregeling uit te werken als steuntje in de rug. Ik werk dat uit zoals ik dat net heb gezegd. Deze motie is dan ook niet nodig, dus ontraad ik haar.

Dan de motie op stuk nr. 214 van de BoerBurgerBeweging. Dat is een spreekt-uitmotie. Er is geen reactie nodig van het kabinet.

De motie op stuk nr. 215 vraagt om het huidige budget van 33 miljoen maximaal op te hogen vanuit het EFMZV. Het kabinet ontraadt deze motie, want ik heb deze besteding voorzien voor alle middelen vanuit dit fonds.

Dan de motie op stuk nr. 216 over de glastuinbouw toegang geven tot de middelen van het transitiefonds. Deze motie ontraad ik, omdat de glastuinbouw gebruik kan maken van de klimaatgelden.

Meneer de voorzitter, dan de laatste motie. Dat is de motie op stuk nr. 217 van mevrouw Van der Plas. Die verzoekt om een regeling om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Deze motie ontraden wij.

De voorzitter:
Prima. Heel goed. Dan zijn we erdoorheen. De heer Wassenberg nog even.

De heer Wassenberg (PvdD):
De minister zegt: de motie is niet nodig, dus ik ontraad haar. Waarom zegt de minister dan niet: de motie is niet nodig, dus ik neem haar over? Want als het gaat om een steuntje in de rug, moet het natuurlijk geen steuntje in de verkeerde richting zijn.

Minister Staghouwer:
Nee, zeker niet. Het is een steuntje in de rug om te verduurzamen en om naar een duurzame visserij te gaan, net als ik net heb aangegeven richting de heer Stoffer. Dat is ook de reden waarom ik daarop inzet.

De heer Valstar (VVD):
Sorry, ik moet toch nog teruggaan naar de motie op stuk nr. 212 van de heer Stoffer. Ik heb net het debat tussen de heer Stoffer en de minister ook gevolgd. Ik zou de minister toch echt op het hart willen drukken om in ieder geval voor 5 september — dat is de dag voordat wij weer een nieuw parlementair jaar beginnen — een brief naar de Tweede Kamer te sturen en aan te geven wat de tussenstand is. Ik begreep net dat de toezegging "zo snel mogelijk" was. Dat is eigenlijk geen toezegging. Ik zou toch echt willen vragen om daar voor 5 september een brief over te sturen.

Minister Staghouwer:
Dat zeg ik de heer Valstar toe. Een tussenstand zeg ik toe.

De voorzitter:
Prima. Heel goed.

Minister Staghouwer:
En voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Ja. De heer Stoffer nog even. Heel kort, want we zijn er nu wel uit.

De heer Stoffer (SGP):
Dan hou ik de motie aan. Er hangt nu in ieder geval een datum aan vast.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (29675, nr. 212) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Staghouwer:
Voorzitter. Het is mij een eer om dit parlementaire jaar te mogen afsluiten als lid van het kabinet. Dank u wel.

De voorzitter:
Wilt u daar nog een mooi stichtelijk woord aan toevoegen?

Minister Staghouwer:
Nee, dat ga ik niet doen.

De voorzitter:
Hè, jammer, jammer, jammer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Om 22.30 uur gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 22.22 uur tot 22.32 uur geschorst.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)


Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Ik wil aan de leden vragen om hun plaats weer in te nemen. De laatste keer voor het reces een korte regeling van werkzaamheden.

Ik deel aan de Kamer mee dat de tijdelijke commissie Corona tot haar voorzitter heeft gekozen het lid Arib en tot haar ondervoorzitter het lid Ellian.

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Stoffer/Van der Plas (36120, nr. 20), de aangehouden motie-De Hoop/Westerveld (36100-VIII, nr. 13) en een brief van het Presidium (36045, nr. 97).

Voordat we gaan stemmen geef ik het woord aan de heer Jasper van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. Mag ik de motie-Jasper van Dijk/Piri op stuk nr. 2937, bij punt 22, aanhouden?

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor zijn motie (19637, nr. 2937) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dank u wel.

Stemmingen

Stemmingen


Stemming brief Dechargeverlening voor het gevoerde financieel beheer in het jaar 2021

Aan de orde is de stemming over de brief van de commissie voor de Rijksuitgaven inzake de dechargeverlening voor het door de ministers gevoerde financieel beheer in het jaar 2021 (36100, nr. 26).

De voorzitter:
Ik stel voor de slotwetten over het jaar 2021, Kamerstukken 36100, hoofdstukken I t/m X, XII t/m XVII en XIX, en de fondsen A t/m C en J en K zonder stemming aan te nemen en conform het voorstel van de vaste commissie voor de Rijksuitgaven te besluiten en de desbetreffende ministers, met inachtneming van de diverse toezeggingen ter verbetering van het financieel beheer, decharge te verlenen voor het gevoerde beleid onder de aantekening dat de heer Omtzigt geacht wenst te worden tegen de dechargeverlening te hebben gestemd.

Daartoe wordt besloten.


Stemming Voorjaarsnota 2022

Aan de orde is de stemming in verband met de Voorjaarsnota 2022.

(Zie vergadering van 5 juli 2022.)

De voorzitter:
Ik stel voor de Kamerstukken 36120, hoofdstukken I t/m VI, VIII t/m X, XII, XIII, XVII en XIX en de fondsen C, J en K zonder stemming aan te nemen onder de aantekening dat de fracties van de SP en DENK geacht wensen te worden tegen hoofdstuk X te hebben gestemd en de fractie van JA21 tegen de hoofdstukken X, VI en XIII.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Gaat uw gang, mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
De fractie van de PVV wenst geacht te worden tegen hoofdstuk V, XVII en XIX te hebben gestemd en tegen hoofdstuk VI, maar voor artikel 36 en artikel 92 van hoofdstuk VI. Het was even uitpluizen.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga het niet herhalen. We nemen dit op in de Handelingen.


Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2022

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36120-VII).

In stemming komt het amendement-Wilders (stuk nr. 3, I) tot het invoegen van een artikel 3a.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 3 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kuiken/Klaver (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Beckerman/Marijnissen (stuk nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2022

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36120-XIV).

In stemming komt het amendement-Bisschop (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2022

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36120-XVI).

In stemming komt het amendement-Hijink (stuk nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21 en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Klaver c.s. (stuk nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Dassen (stuk nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, de PVV en FVD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen Wijziging begrotingsstaten ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2022

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36120-XV).

In stemming komt het amendement-Wilders (stuk nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen Wijziging begrotingsstaat Mobiliteitsfonds 2022

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36120-A).

De voorzitter:
Het amendement-Stoffer (stuk nr. 3) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het amendement-Alkaya c.s. (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen Wijziging begrotingsstaat Gemeentefonds 2022

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2022 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36120-B).

In stemming komt het amendement-Wilders (stuk nr. 3, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 3 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en FVD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemmingen moties Sportbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Sportbeleid,

te weten:

  • de motie-Rudmer Heerema c.s. over de sportbonden met 5 miljoen euro versterken om de sportverenigingen te ondersteunen (30234, nr. 306);
  • de motie-Rudmer Heerema c.s. over voor de begrotingsbehandeling 2023 voldoende steun toezeggen voor de verbouw van het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion (30234, nr. 307);
  • de motie-Rudmer Heerema c.s. over in de maatregelenladder opnemen dat sporten en bewegen mogelijk blijft tijdens besmettingsgolven (30234, nr. 308);
  • de motie-Inge van Dijk over de vrijwillige inzet van sportduikers voor burgerinitiatieven niet onder duikarbeid laten vallen (30234, nr. 311);
  • de motie-Van Nispen c.s. over geen uitzondering maken voor sponsoring in het reclameverbod voor risicovolle kansspelen (30234, nr. 312);
  • de motie-Van Nispen c.s. over het programma Het Strand Veilig een structurele plaats op de begroting geven (30234, nr. 313);
  • de motie-Van Nispen c.s. over voorstellen om de sport betaalbaar te houden voor iedereen (30234, nr. 314);
  • de motie-Van Nispen c.s. over de financiering van het ene loket waar mensen met een aanvraag voor een sporthulpmiddel terechtkunnen (30234, nr. 315);
  • de motie-Westerveld c.s. over een plan zodat alle kinderen binnen drie jaar hun zwemdiploma kunnen halen (30234, nr. 316);
  • de motie-Mohandis c.s. over het ondersteunen van sportverenigingen en sportaccommodaties die door stijgende energielasten in de problemen komen (30234, nr. 318);
  • de motie-Van der Laan c.s. over de onafhankelijkheid van het Centrum Veilige Sport (30234, nr. 319);
  • de motie-Maeijer/Van Nispen over de Kamer uiterlijk voor de begrotingsbehandeling VWS informeren over structurele financiering van het project Het Strand Veilig en de Reddingsbrigade (30234, nr. 320).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Mohandis c.s. (30234, nr. 318) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor veel sportverenigingen en sportaccommodaties geldt dat energiecontracten dit jaar aflopen en verduurzaming nog niet voldoende heeft kunnen plaatsvinden;

overwegende dat dit voor sportverenigingen grote financiële gevolgen kan hebben;

verzoekt de regering de Kamer zo snel mogelijk te informeren op welke wijze sportverenigingen en sportaccommodaties die door stijgende energielasten in de problemen komen, kunnen worden ondersteund,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 318 (30234).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema c.s. (30234, nr. 306).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de VVD, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema c.s. (30234, nr. 307).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema c.s. (30234, nr. 308).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk (30234, nr. 311).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (30234, nr. 312).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (30234, nr. 313).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (30234, nr. 314).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Mag ik nog heel even iets meer stilte in de zaal? Dank u wel. Mevrouw Agema, PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
We wensen geacht te worden tegen de motie op stuk nr. 312 (30234) gestemd te hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen dit opnemen in de Handelingen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (30234, nr. 315).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (30234, nr. 316).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Mohandis c.s. (30234, nr. ??, was nr. 318).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Mohandis, PvdA.

De heer Mohandis (PvdA):
Voorzitter. Gehoord het debat over deze motie en de redelijke actualiteit zou ik graag van het kabinet willen horen hoe het de motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet. De heer Dassen van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Voorzitter. Onder de stemmingen bij punt 6, over de wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het jaar 2022, hadden wij voor het wetsvoorstel moeten stemmen.

De voorzitter:
Dat lijkt me vrij belangrijk. We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Van der Laan c.s. (30234, nr. 319).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer/Van Nispen (30234, nr. 320).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Rudmer Heerema.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter. De motie op stuk nr. 306 onder dit agendapunt 9 is aangenomen. Dit is een forse ingreep op de keuze van de minister om tot besteding van de extra middelen in het regeerakkoord te komen. Ze had 'm ontraden. De motie is met hele ruime stemmen aangenomen. Ik wil graag een brief van de minister hebben over hoe ze dit gaat verwerken in haar beleidsbrief.

De voorzitter:
We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.


Stemmingen moties Pgb

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Pgb,

te weten:

  • de motie-Mohandis c.s. over het onderzoek naar een sociaal vangnet voor familieleden breder insteken dan alleen voor intensieve kindzorg (25657, nr. 342);
  • de motie-Werner/Mohandis over concrete afspraken over de indicatieduur (25657, nr. 343);
  • de motie-Werner/Sahla over binnen het huidige stelsel zo spoedig mogelijk één loket inrichten voor persoonsgebonden budgetten (25657, nr. 344);
  • de motie-Westerveld/Mohandis over één loket inrichten waar mensen terechtkunnen met hun pgb-aanvraag (25657, nr. 346);
  • de motie-Westerveld/Mohandis over ook het pgb uit de Zorgverzekeringswet laten aansluiten op pgb 2.0 (25657, nr. 347).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Mohandis c.s. (25657, nr. 342).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Werner/Mohandis (25657, nr. 343).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Werner/Sahla (25657, nr. 344).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Mohandis (25657, nr. 346).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Mohandis (25657, nr. 347).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Zorgverzekeringswet / Eigen bijdragen in de zorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Zorgverzekeringswet / Eigen bijdragen in de zorg,

te weten:

  • de motie-Paulusma/Ellemeet over in kaart brengen welke zorgverzekeraars een modelovereenkomst aanbieden waarbij bepaalde prestaties buiten de dekking van de basiszorgverzekering vallen (29689, nr. 1151);
  • de motie-Paulusma/Tielen over stappen om de spreiding van het eigen risico zo snel mogelijk in te laten gaan (29689, nr. 1152);
  • de motie-Kuzu c.s. over actief sturen op verbetering van de punten van zorg die door huisartsen zijn aangedragen (29689, nr. 1154);
  • de motie-Kuzu/Den Haan over het verbeteren van de wanbetalersregeling (29689, nr. 1155);
  • de motie-Den Haan/Kuzu over onderzoeken hoe zorgverzekeraars, binnen de privacyregelgeving, proactief aan wachtlijstbemiddeling kunnen doen (29689, nr. 1156);
  • de motie-Den Haan/Kuzu over voorstellen om de prijs van hulpmiddelen die door de arts worden voorgeschreven naar beneden te brengen of te maximeren (29689, nr. 1157);
  • de motie-Hijink/Ellemeet over een stijging van de nominale premie in 2023 voorkomen (29689, nr. 1158);
  • de motie-Hijink over het verhogen van de zak- en kleedgeldregeling (29689, nr. 1159);
  • de motie-Agema over het toevoegen van de coronazorgkosten aan de staatsschuld (29689, nr. 1160);
  • de motie-Agema over de rekening voor de inhaalzorg toevoegen aan de staatsschuld (29689, nr. 1161).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Kuzu c.s. (29689, nr. 1154) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kuzu, Den Haan, Agema, Tielen, Paulusma en Van den Berg.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1154 (29689).

De motie-Den Haan/Kuzu (29689, nr. 1157) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat steeds meer mensen die met hoge zorgkosten kampen die niet meer kunnen opbrengen;

verzoekt de regering te komen met voorstellen om de eigen bijdragen van hulpmiddelen die door de arts worden voorgeschreven naar beneden te brengen of te maximeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1157 (29689).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Paulusma/Ellemeet (29689, nr. 1151).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de VVD, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Voordat we over de volgende motie gaan stemmen, kijk ik even naar de heer Van der Staaij, SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. Ik dacht dat u onze naam bij de vorige motie ook noemde, maar wij hadden daar niet voor gestemd.

De voorzitter:
Dat heb ik gecorrigeerd.

In stemming komt de motie-Paulusma/Tielen (29689, nr. 1152).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuzu c.s. (29689, nr. ??, was nr. 1154).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Kuzu van DENK.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. De minister had deze motie ontraden. Ik zou graag van hem willen weten hoe hij deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik zal dit doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Kuzu/Den Haan (29689, nr. 1155).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Kuzu (29689, nr. 1156).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Den Haan/Kuzu (29689, nr. ??, was nr. 1157).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink/Ellemeet (29689, nr. 1158).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (29689, nr. 1159).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (29689, nr. 1160).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (29689, nr. 1161).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem,

te weten:

  • de motie-Ellemeet c.s. over afzien van de modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem per 2023 (29477, nr. 777);
  • de motie-Den Haan over de Kamer volledig informeren over de gevolgen van de GVS-herziening voordat de regering definitief overgaat tot besluitvorming (29477, nr. 778);
  • de motie-Den Haan over een nauwkeurige schatting van de gevolgen van de GVS-wijziging voor specifieke patiëntgroepen (29477, nr. 779);
  • de motie-Hijink over de maximale eigen bijdrage voor geneesmiddelen tot einde 2023 verlagen tot nul euro (29477, nr. 780);
  • de motie-Hijink over niet overgaan tot privatisering van vaccinontwikkelaar Intravacc (29477, nr. 781).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Ellemeet c.s. (29477, nr. 777).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan (29477, nr. 778).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan (29477, nr. 779).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink (29477, nr. 780).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (29477, nr. 781).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Regionale luchthavens

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Regionale luchthavens,

te weten:

  • de motie-Van Haga/Smolders over een snelle opening van Lelystad Airport mogelijk maken (31936, nr. 964);
  • de motie-Van Haga/Smolders over op de begroting van IenW middelen reserveren voor regionale luchthavens (31936, nr. 965);
  • de motie-Kröger/Van Raan over een door de omgeving gedragen proces als voorwaarde voor besluiten over de toekomst van Rotterdam The Hague Airport (31936, nr. 966);
  • de motie-Kröger/Van Raan over de regionale luchthavens niet financieel ondersteunen, direct of via medeoverheden (31936, nr. 967);
  • de motie-Van Raan/Kröger over voorkomen dat de regionale luchthavens meer vluchten uitvoeren of vluchten overnemen van Schiphol (31936, nr. 968);
  • de motie-Graus/Koerhuis over alle regionale luchthavens inzetten ten behoeve van het ontlasten van Schiphol (31936, nr. 970);
  • de motie-Graus over samen met de provincie Limburg zorg dragen voor de benodigde infrastructuur van Maastricht Aachen Airport (31936, nr. 971);
  • de motie-Eerdmans/Koerhuis over de Kamer tweemaal per jaar per brief op de hoogte stellen van de voortgang van de gesprekken met de regionale luchthavens (31936, nr. 973);
  • de motie-Eerdmans/Eppink over het creëren van een situatie waarin jonge piloten niet langer met onredelijke financiële risico's worden geconfronteerd (31936, nr. 974).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 968) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Van Raan.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 968 (31936).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (31936, nr. 964).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (31936, nr. 965).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Van Raan (31936, nr. 966).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Van Raan (31936, nr. 967).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan (31936, nr. ??, was nr. 968).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdD en Lid Gündoğan voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus/Koerhuis (31936, nr. 970).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (31936, nr. 971).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans/Koerhuis (31936, nr. 973).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eerdmans/Eppink (31936, nr. 974).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Verduurzaming luchtvaart

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Verduurzaming luchtvaart,

te weten:

  • de motie-Boucke/Koerhuis over aanscherping van het ETS in geval van een verdere afzwakking van CORSIA (31936, nr. 975);
  • de motie-Boucke c.s. over een visie, een plan en een groeipad ten aanzien van de productie, de opslag en het transport van duurzame luchtvaartbrandstoffen (31936, nr. 976);
  • de motie-Kröger over onderzoeken hoe "frequent flyer"-programma's kunnen worden verboden (31936, nr. 977);
  • de motie-Kröger/Bromet over uitspreken dat alle sectoren, inclusief de luchtvaart, een evenredige bijdrage moeten leveren aan het reduceren van de uitstoot van stikstofdioxide en ammoniak (31936, nr. 978);
  • de motie-Van Raan/Kröger over concreet beleid om de niet-CO2-effecten van de luchtvaart terug te dringen (31936, nr. 979);
  • de motie-Van Haga/Smolders over concretiseren welk deel van de opbrengst van de vliegticketbelasting aangewend wordt voor technologische ontwikkelingen in de luchtvaart (31936, nr. 982);
  • de motie-Van Raan/Kröger over de Kamer uitgebreid informeren over de aanleg van de Polderbaan (31936, nr. 980);
  • de motie-Van Haga/Smolders over het schrappen van de verhoging van de vliegticketbelasting (31936, nr. 981).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (31936, nr. 977) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Kröger/Bromet (31936, nr. 978) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

In stemming komt de motie-Boucke/Koerhuis (31936, nr. 975).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boucke c.s. (31936, nr. 976).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 979).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 980).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (31936, nr. 981).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Sylvana Simons (BIJ1):
Voorzitter. Ik zou graag met betrekking tot de motie op stuk nr. 979 te boek staan als te hebben voorgestemd.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Simons. We zullen dit opnemen in de Handelingen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Smolders (31936, nr. 982).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, DENK, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Materieel Defensie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Materieel Defensie,

te weten:

  • de motie-Van Haga over het streven naar een volwaardig defensieapparaat, onafhankelijk van andere landen en de Europese Unie (27830, nr. 362);
  • de motie-Van Haga over geen materieel weggeven aan andere landen totdat de Nederlandse krijgsmacht op orde is (27830, nr. 363);
  • de motie-Van Haga c.s. over een andere locatie zoeken voor de SMART-L-radar dan de locatie Herwijnen (27830, nr. 364);
  • de motie-Stoffer over een zo groot mogelijke betrokkenheid van de Nederlandse maritieme en defensie-industrie bij ontwerp, bouw en instandhouding van de onderzeeboten (27830, nr. 365);
  • de motie-Jasper van Dijk over de beslissing over de plaatsing van de SMART-L-radar drie maanden aanhouden (27830, nr. 366);
  • de motie-Eppink over de voorraad in Nederland evenredig aanvullen bij de levering van militaire goederen aan Oekraïne (27830, nr. 367);
  • de motie-Eppink over bij de aanschaf van de onderzeeboten oog hebben voor het strategische belang en de noodzaak van de Nederlandse maritieme maakindustrie (27830, nr. 368);
  • de motie-Valstar/Stoffer over een evaluatie vijf jaar na plaatsing van de radar in Herwijnen (27830, nr. 369).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Eppink (27830, nr. 367) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Eppink en Van der Plas.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 367 (27830).

De motie-Eppink (27830, nr. 368) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Eppink en Van der Plas.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 368 (27830).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Haga (27830, nr. 362).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (27830, nr. 363).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga c.s. (27830, nr. 364).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer (27830, nr. 365).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (27830, nr. 366).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Eppink/Van der Plas (27830, nr. ??, was nr. 367).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Eppink/Van der Plas (27830, nr. ??, was nr. 368).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Valstar/Stoffer (27830, nr. 369).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Hoofdlijnenbrief Cultuur 2022,

te weten:

  • de motie-Werner over een vaste televisierubriek met het belangrijkste landelijke en regionale cultuurnieuws (32820, nr. 472);
  • de motie-Van Strien over innovatie, ondernemerschap en maatschappelijke impact meewegen bij de aanvraag en verantwoording in de nieuwe BIS-periode (32820, nr. 473);
  • de motie-Mohandis c.s. over een wetswijziging die de toegang tot een volwaardige bibliotheek voor elke inwoner van Nederland garandeert (32820, nr. 474);
  • de motie-Wuite over de uitgangspunten van de Hoofdlijnenbrief Cultuur meenemen in de gezamenlijk op te stellen cultuuragenda's voor Caribisch Nederland (32820, nr. 475);
  • de motie-Martin Bosma over de Gouden Koets weer inzetten op Prinsjesdag (32820, nr. 476).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Werner (32820, nr. 472).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, Volt, Lid Omtzigt, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Strien (32820, nr. 473).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mohandis c.s. (32820, nr. 474).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wuite (32820, nr. 475).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Martin Bosma (32820, nr. 476).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Nederlandse inzet met betrekking tot het VN-Biodiversiteitsverdrag

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Nederlandse inzet met betrekking tot het VN-Biodiversiteitsverdrag,

te weten:

  • de motie-Teunissen over een roadmap om ten minste tot halvering van de mondiale voetafdruk van Nederland te komen (26407, nr. 141);
  • de motie-Teunissen over actief pleiten voor het opnemen van een transitie naar een meer plantaardig dieet (26407, nr. 142).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Teunissen (26407, nr. 141).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen (26407, nr. 142).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Herijking aanpak hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Herijking aanpak hersteloperatie kinderopvangtoeslag,

te weten:

  • de motie-Alkaya over de pilot om te bezien of het treffen van vaststellingsovereenkomsten versnellend werkt in het afhandelen van langlopende dossiers van toeslagengedupeerden een echte kans geven om te slagen (31066, nr. 1069);
  • de motie-Paul/Kat over de proef met de vso bij positieve afronding zo snel mogelijk substantieel opschalen (31066, nr. 1070);
  • de motie-Paul c.s. over onderzoeken van onorthodoxe maatregelen/scenario's voor versnellingen van het proces (31066, nr. 1071);
  • de motie-Inge van Dijk/Van Raan over de Kamer informeren hoe de brede hulp aan kinderen ouder dan 18 jaar en de groep die binnen afzienbare tijd 18 jaar wordt verloopt (31066, nr. 1073);
  • de motie-Azarkan over het uitspreken van afkeuring over het verloop van het herstelproces (31066, nr. 1074);
  • de motie-Azarkan c.s. over een einde maken aan onvoldoende rechtsbescherming (31066, nr. 1075);
  • de motie-Azarkan over het coalitieakkoord naleven op het specifieke punt van de herijking van de hersteloperatie (31066, nr. 1076);
  • de motie-Azarkan over de gemeente als vast aanspreekpunt voor de ouders (31066, nr. 1077).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Alkaya (31066, nr. 1069).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paul/Kat (31066, nr. 1070).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Lid Omtzigt ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paul c.s. (31066, nr. 1071).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk/Van Raan (31066, nr. 1073).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (31066, nr. 1074).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (31066, nr. 1075).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (31066, nr. 1076).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (31066, nr. 1077).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Toeslagen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Toeslagen,

te weten:

  • de motie-Azarkan/Van Haga over invoeren van een versterkte prikkel waardoor de DG Toeslagen substantieel meer bezwaarschiften binnen de wettelijke termijn zal afhandelen (31066, nr. 1078);
  • de motie-Azarkan/Van Raan over diegenen die zijn geselecteerd door het risicoselectiemodel Toeslagen hierover te informeren middels een brief (31066, nr. 1079);
  • de motie-Azarkan/Van Raan over de adviezen van de IBTD standaard in behandeling te nemen (31066, nr. 1080);
  • de motie-Azarkan/Van Raan over uitspreken dat voor institutioneel racisme binnen de Belastingdienst Toeslagen en alle andere onderdelen van de overheid geen plaats is (31066, nr. 1081);
  • de motie-Grinwis over de interacties tussen de toeslagen en de aankomende vermogensbelasting op basis van werkelijk rendement in kaart brengen (31066, nr. 1082);
  • de motie-Maatoug over een concreet plan om de toeslagen af te schaffen (31066, nr. 1083);
  • de motie-Inge van Dijk/Maatoug over opstellen van een contourennota (31066, nr. 1084);
  • de motie-Inge van Dijk/Werner over bij de invulling van de maatschappelijke diensttijd verkennen of en hoe jongeren ingezet kunnen worden om ondersteuning te bieden aan financieel kwetsbare inwoners (31066, nr. 1085);
  • de motie-Romke de Jong over voortvarend aan de slag gaan met de geïnventariseerde quick fixes in het toeslagenstelsel (31066, nr. 1086).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Maatoug stel ik voor haar motie (31066, nr. 1083) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Haga (31066, nr. 1078).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Raan (31066, nr. 1079).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Raan (31066, nr. 1080).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Raan (31066, nr. 1081).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis (31066, nr. 1082).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk/Maatoug (31066, nr. 1084).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk/Werner (31066, nr. 1085).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Romke de Jong (31066, nr. 1086).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen moties Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kinderopvangtoeslag

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kinderopvangtoeslag,

te weten:

  • de motie-Stoffer over het ontwerpbesluit aanpassen zodat het volledig loslaten van de koppeling gewerkte uren daar geen onderdeel meer van is (31322, nr. 460);
  • de motie-Stoffer over het ontwerpbesluit aanpassen opdat de toegankelijkheid van de gastouderopvang niet verslechtert ten opzichte van de andere opvangsoorten door de maximumuurprijs voor alle opvangvormen te verlagen (31066, nr. 461).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Stoffer (31322, nr. 460).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, DENK, PvdA … Niet? Volgens mij werd daar een selfie gemaakt. Dat leidt een beetje af, zeg ik maar!

We doen het even opnieuw.

In stemming komt de motie-Stoffer (31322, nr. 460).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer (31066, nr. 461).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemmingen moties Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

  • de motie-Van Haga/Ephraim over illegaal verblijf in Nederland strafbaar stellen (19637, nr. 2916);
  • de motie-Van Haga/Ephraim over intensiveren van (mobiel) grenstoezicht (19637, nr. 2917);
  • de motie-Van Haga/Ephraim over een onmiddellijke asielstop invoeren met uitzondering van directe oorlogsvluchtelingen (19637, nr. 2918);
  • de motie-Van Haga/Ephraim over met omliggende landen komen tot gezamenlijke grensbewaking (19637, nr. 2919);
  • de motie-Van Haga/Ephraim over veiligelanders direct uitzetten (19637, nr. 2920);
  • de motie-Eerdmans over het opzeggen van het vertrouwen in de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (19637, nr. 2922);
  • de motie-Brekelmans/Slootweg over bezien of er draagvlak is voor bilaterale afspraken om meer grip te krijgen op de asielinstroom (19637, nr. 2923);
  • de motie-Slootweg/Brekelmans over de toepassing van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor derdelanders uit de Oekraïne zo aanpassen dat aan derdelanders enkel bescherming wordt geboden onder de richtlijn als daartoe voldoende noodzaak voor bestaat (19637, nr. 2925);
  • de motie-Podt c.s. over bezien hoe Oekraïense psychologen zo snel mogelijk aan het werk kunnen (19637, nr. 2926);
  • de motie-Sylvana Simons over bij hervatten van de beslispraktijk ervoor zorgen dat geen enkele Afghaanse vluchteling wordt teruggestuurd (19637, nr. 2927);
  • de motie-Sylvana Simons over de huidige crisisaanpak en financieringssystematiek van asielopvang in Nederland loslaten (19637, nr. 2928);
  • de motie-Piri c.s. over een concreet plan voor de middellange termijn uitwerken voor het beperken van het aantal verhuizingen als onderdeel van de integrale aanpak (19637, nr. 2929);
  • de motie-Piri over van het beslis- en vertrekmoratorium uitsluitend het vertrekmoratorium voor ten minste een halfjaar verlengen (19637, nr. 2930);
  • de motie-Markuszower/Wilders over de plannen voor een aanmeldcentrum in Bant intrekken (19637, nr. 2931);
  • de motie-Van der Plas over in samenspraak met burgers, het azc Budel en de gemeente Cranendonck tot een pakket aan maatregelen komen om de overlast zo snel mogelijk te verhelpen (19637, nr. 2932);
  • de motie-Van der Plas over een onderzoek starten naar de mogelijkheid om Lelystad Airport in te zetten als een aanmeldlocatie en/of een asielzoekerscentrum (19637, nr. 2933);
  • de motie-Van der Plas over zich in de Europese Unie inzetten om het associatieverdrag en het nabuurschapsbeleid te herzien en zich te verzetten tegen een vrijhandelsovereenkomst met Marokko (19637, nr. 2934);
  • de motie-Kuzu over in gesprek gaan met gemeenten om de niet-benutte opvangplaatsen voor Oekraïners ter beschikking te stellen voor asielzoekers (19637, nr. 2935);
  • de motie-Kuzu over voor 1 augustus 2022 voldoen aan de minimumeisen voor opvang (19637, nr. 2936);
  • de motie-Ceder met stakeholders en externe experts zo concreet mogelijk invulling geven aan de versterking van expertise om individuele beoordelingen door de IND te verbeteren (19637, nr. 2938);
  • de motie-Ceder over samen met het COA de interne capaciteit zo organiseren dat kleinschalig aanbod van gemeenten serieus wordt gewogen en waar mogelijk gerealiseerd (19637, nr. 2939).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Haga/Ephraim (19637, nr. 2916).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Ephraim (19637, nr. 2917).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Ephraim (19637, nr. 2918).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Ephraim (19637, nr. 2919).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Ephraim (19637, nr. 2920).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (19637, nr. 2922).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Brekelmans/Slootweg (19637, nr. 2923).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Slootweg/Brekelmans (19637, nr. 2925).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Podt c.s. (19637, nr. 2926).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sylvana Simons (19637, nr. 2927).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sylvana Simons (19637, nr. 2928).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (19637, nr. 2929).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (19637, nr. 2930).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower/Wilders (19637, nr. 2931).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (19637, nr. 2932).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (19637, nr. 2933).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (19637, nr. 2934).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Ik ben trouwens blij met degene die elke keer "sst" zegt. Dat helpt mij. Dat scheelt mij ook weer een paar seconden, dus dank aan de collega's die helpen het soms wat stiller te krijgen. Dat wordt gewaardeerd hier.

Motie 2935 … Ik hoor nu van heel veel kanten "sst".

(Hilariteit)

De voorzitter:
Het is toch soms ook wel een vreselijke groep, hè. Ik zeg het maar even. Ik hou van u, maar het is soms ook wel een uitdaging.

In stemming komt de motie-Kuzu (19637, nr. 2935).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en Lid Omtzigt voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (19637, nr. 2936).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceder (19637, nr. 2938).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (19637, nr. 2939).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Arbeidsmarktbeleid in de zorg,

te weten:

  • de motie-Van den Berg/Van den Hil over bezien op welke wijze het systeem van alloceren van opleidingsplaatsen voor huisartsen verbeterd kan worden (29282, nr. 474);
  • de motie-Van den Berg c.s. over bezien hoe zorgaanbieders ruimte hebben om het werkgeverschap moderner invulling te geven (29282, nr. 475);
  • de motie-Hijink over de conceptwetgeving met betrekking tot medisch specialisten in loondienst op hoofdlijnen uiterlijk eind 2022 ter informatie aan de Kamer sturen (29282, nr. 476);
  • de motie-Hijink over het schrappen van de huidige personeelsnorm niet als uitgangspunt nemen bij de doorontwikkeling van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg (29282, nr. 477);
  • de motie-Hijink c.s. over binnen twee weken de gesprekken over het vormgeven van een fonds ter compensatie voor longcovidpatiënten voeren (29282, nr. 478);
  • de motie-Den Haan c.s. over zich samen met de minister van OCW inzetten om aandacht te vragen voor coschappen ouderengeneeskunde in de studie geneeskunde (29282, nr. 479);
  • de motie-Tielen c.s. over onderzoeken of het mogelijk is om de accreditatie-eis voor huisartsen met betrekking tot het aantal ANW-diensten meer in evenwicht te brengen met het aantal ANW-diensten per normpraktijk (29282, nr. 480);
  • de motie-Tielen/Van den Hil over in gesprek gaan met relevante veldpartijen over hoe effectiever gebruik van geneesmiddelen bij kan dragen aan zowel het verhogen van de kwaliteit van zorg als aan het oplossen van personeelstekorten in de zorg (29282, nr. 481);
  • de motie-Tielen over een vertegenwoordiger van ambulancepersoneel een structurele rol geven in de Taskforce Onze hulpverleners veilig (29282, nr. 482).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van den Berg/Van den Hil (29282, nr. 474).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (29282, nr. 475).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink (29282, nr. 476).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (29282, nr. 477).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink c.s. (29282, nr. 478).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (29282, nr. 479).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tielen c.s. (29282, nr. 480).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tielen/Van den Hil (29282, nr. 481).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tielen c.s. (29282, nr. 482).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen moties Visserij en tuinbouw

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Visserij en tuinbouw,

te weten:

  • de motie-Stoffer over een deel van de Noordzeeakkoordmiddelen voorlopig beschikbaar houden voor een eventuele saneringsregeling voor de garnalenvisserij op de Noordzee (29675, nr. 211);
  • de motie-Wassenberg over brandstof niet compenseren via de overgangsregeling (29675, nr. 213);
  • de motie-Van der Plas over uitspreken dat voedselproductie een publiek belang is (29675, nr. 214);
  • de motie-Van der Plas/Stoffer over het budget van 33 miljoen euro voor de stilligregeling maximaal ophogen met middelen vanuit het ERMZV (29675, nr. 215);
  • de motie-Van der Plas/Stoffer over de glastuinbouwsector toegang geven tot de landelijke maatregelen in het Transitiefonds Landelijk gebied en natuur (29675, nr. 216);
  • de motie-Van der Plas/Stoffer over oneerlijke concurrentie op de interne markt tegengaan en het EU-steunpakket openstellen voor snellere verduurzaming van de Nederlandse tuinbouw (29675, nr. 217).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Stoffer (29675, nr. 211).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg (29675, nr. 213).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (29675, nr. 214).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, de PvdA, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Stoffer (29675, nr. 215).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Stoffer (29675, nr. 216).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas/Stoffer (29675, nr. 217).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming brief Focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2022

Aan de orde is de stemming over de brief van de commissie voor de Rijksuitgaven over het focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2022 (31865, nr. 211).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van de commissie voor de Rijksuitgaven te besluiten en het thema "Terugkeer naar een regulier en voorspelbaar begrotingsproces" als focusonderwerp aan te merken.

Daartoe wordt besloten.


Stemming Tweede incidentele suppletoire begroting inzake de opvang van ontheemden uit Oekraïne

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake de opvang van ontheemden uit Oekraïne) (36083).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemming Derde incidentele suppletoire begroting inzake de opvang van ontheemden uit Oekraïne

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake de opvang van ontheemden uit Oekraïne) (36115).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.


Stemming Tweede Incidentele suppletoire begroting inzake Energietoelage

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2022 (Tweede Incidentele suppletoire begroting inzake Energietoelage) (36064).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen moties Tweede Incidentele suppletoire begroting inzake Energietoelage

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Tweede Incidentele suppletoire begroting inzake Energietoelage,

te weten:

  • de motie-Kathmann c.s. over ook studenten recht geven op de energietoeslag (36064, nr. 4);
  • de motie-Van Baarle/Kuzu over studenten met een eigen energierekening niet uitsluiten van de energietoelage (36064, nr. 5);
  • de motie-Van Baarle c.s. over een uitputtend overzicht van de gemeentelijke eisen aan de energietoelage (36064, nr. 6);
  • de motie-Maatoug/Kathmann over financiële compensatie voor gemeenten die de energietoeslag uitkeren aan inkomens boven 120% van het sociaal minimum (36064, nr. 7);
  • de motie-Stoffer/Maatoug over het monitoren van de armoede- en schuldenproblematiek als gevolg van de energieprijzen (36064, nr. 8);
  • de motie-Eerdmans/Omtzigt over een breed onderzoek naar de financiële risico’s van inflatie voor middeninkomens (36064, nr. 9);
  • de motie-Podt over laagdrempelige ondersteuning van studenten voor de gestegen energierekening (36064, nr. 10);
  • de motie-Omtzigt c.s. over een langjarige strategie voor voedselzekerheid en energiezekerheid van Nederlandse huishoudens (36064, nr. 11);
  • de motie-Omtzigt c.s. over geen volledige uitkering voor gemeentes die een bovengrens hanteren van minder dan 120% van het sociaal minimum (36064, nr. 12);
  • de motie-Omtzigt c.s. over uitwonende studenten meenemen in de plannen voor energiecompensatie (36064, nr. 13);
  • de motie-Omtzigt c.s. over de regeling aanpassen en uitbreiden ten behoeve van mensen die er nu buiten vallen (36064, nr. 14).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

De voorzitter:
De motie-Podt (36064, nr. 10) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat studentenhuishoudens in een financieel kwetsbare situatie in de problemen kunnen geraken door de gestegen energierekening;

overwegende dat zij geen aanspraak kunnen maken op de energietoeslag via de categoriale bijzondere bijstand;

van mening dat deze studenten op een laagdrempelige manier terecht moeten kunnen bij hun gemeente voor ondersteuning via de individuele bijzondere bijstand;

van mening dat laagdrempeligheid wil zeggen dat waar bij de categoriale bijzondere bijstand geen vermogenstoets is opgenomen, voor studenten vergelijkbare ruimte gewenst is ten aanzien van voorliggende voorzieningen;

verzoekt de regering om zeer actief uit te dragen waar studenten terechtkunnen voor ondersteuning, in gesprek met gemeenten te bekijken of het lukt studenten te bereiken, en met steden met een grote studentenpopulatie te blijven monitoren of zij uitkomen met het beschikbare budget;

verzoekt de regering er bij gemeenten op aan te dringen om de ruimte die er is om te beoordelen of een voorliggende voorziening passend en toereikend is te benutten om te voorkomen dat studenten altijd maximaal moeten lenen voordat zij in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 10 (36064).

De motie-Omtzigt (36064, nr. 14) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een grote groep burgers in grote problemen komt, maar geen gebruik kan maken van de regeling, zoals bijvoorbeeld alleenstaanden die 85% van het minimumloon verdienen;
ERROR
constaterende dat er een onwenselijke hardheid zit in de regeling, namelijk dat je ofwel €1.300 krijgt ofwel €0 wanneer je net "te veel" inkomen hebt;
ERROR
verzoekt de regering de regeling langs de volgende lijnen aan te passen en uit te breiden:
– een tweede schijf te introduceren van €650 voor een volgende inkomenscategorie (zeg tot 150% van het wettelijk sociaal minimum);
– de gemeentes relatief royaal middelen beschikbaar te stellen voor een energietoeslag voor mensen die buiten de regeling vallen, maar toch geconfronteerd worden met niet te dragen kosten, zodat zij relatief vaak maatwerk kunnen bieden bij schrijnende gevallen (indicatief: voor 2% van de huishoudens in de gemeente),

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 15, was nr. 14 (36064).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

De heer Eerdmans verzoekt zijn aangehouden motie op stuk nr. 9 (36064) alsnog in stemming te brengen.

De heer Omtzigt verzoekt om een hoofdelijke stemming over zijn motie op stuk nr. 14 (36064). Daar gaan we straks hoofdelijk over stemmen.

In stemming komt de motie-Kathmann c.s. (36064, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Kuzu (36064, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle c.s. (36064, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maatoug/Kathmann (36064, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Maatoug (36064, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eerdmans/Omtzigt (36064, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Podt (36064, nr. ??, was nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de SGP, het CDA, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (36064, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (36064, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (36064, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Omtzigt c.s. (36064, nr. 15, was nr. 14).

Vóór stemmen de leden: Kuiken, Kuzu, Kwint, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meijeren, Mohandis, Mutluer, Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Piri, Van der Plas, Van Raan, De Roon, Sylvana Simons, Van der Staaij, Stoffer, Teunissen, Thijssen, Vestering, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Wilders, Agema, Alkaya, Azarkan, Van Baarle, Baudet, Beckerman, Beertema, Van Beukering-Huijbregts, Martin Bosma, Bouchallikh, Dassen, Tony van Dijck, Jasper van Dijk, Eerdmans, Eppink, Van Esch, De Graaf, Graus, Gündoğan, Den Haan, Van Haga, Helder, Hijink, De Hoop, Van Houwelingen, Jansen, Léon de Jong, Kathmann, Van Kent, Kerseboom, Klaver, Koekkoek, Kops en Kröger.

Tegen stemmen de leden: Van der Laan, Van Meenen, Michon-Derkzen, Minhas, Agnes Mulder, Palland, Paternotte, Paul, Paulusma, Peters, Podt, Raemakers, Rahimi, Rajkowski, Sahla, Segers, Chris Simons, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Sneller, Van Strien, Strolenberg, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Van der Werf, Werner, Van Weyenberg, Van Wijngaarden, Van der Woude, Wuite, Aartsen, Amhaouch, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Bevers, Bikker, Bontenbal, Boswijk, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Van Campen, Ceder, Dekker-Abdulaziz, Inge van Dijk, El Yassini, Ellian, Erkens, Geurts, Van Ginneken, Van der Graaf, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Hagen, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Hermans, Idsinga, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Klink, Knops, Koerhuis en De Kort.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met 64 stemmen voor en 72 stemmen tegen is verworpen.


Stemming motie Voorjaarsnota 2022

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2022,

te weten:

  • de motie-Stoffer/Van der Plas over het tolvrij maken van de Westerscheldetunnel per 2025 (36120, nr. 20).

(Zie vergadering van 5 juli 2022.)

De voorzitter:
De motie-Stoffer/Van der Plas (36120, nr. 20) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer heeft gevraagd om het zo spoedig mogelijk beëindigen van de tolheffing bij de Westerscheldetunnel (motie-Alkaya/Van der Plas, Kamerstuk 35570, nr. 67);

overwegende dat voor de Westerscheldetunnel geen redelijke alternatieve route voorhanden is;

overwegende dat het vervroegd tolvrij maken van de Westerscheldetunnel een positief kosten-bateneffect heeft en bijdraagt aan de sociaal-economische ontwikkeling van de regio Zuidwest-Nederland;

verzoekt de regering uiterlijk op Prinsjesdag 2022 met een voorstel te komen voor het tolvrij maken van de Westerscheldetunnel per 2025 of zo snel als mogelijk, en de dekking hiervoor bijvoorbeeld te zoeken in de beschikbare middelen voor nieuwe Regio Deals, of door het inzetten van een deel van de hoger dan verwachte btw-opbrengsten, of door het inzetten van een deel van de verwachte hogere gasbaten, dan wel een alternatieve dekking te vinden tijdens de augustusbesluitvorming,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 20 (36120).

Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn gewijzigde motie (36120, nr. ??, was nr. 20) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen Wijziging van de Participatiewet inzake energietoeslag

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen (36057).

(Zie vergadering van 29 juni 2022.)

In stemming komt het amendement-Van Baarle/Kuzu (stuk nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.


Stemmingen moties Eurogroep/Ecofin-Raad van 11 en 12 juli 2022

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Eurogroep/Ecofin-Raad van 11 en 12 juli 2022,

te weten:

  • de motie-Tony van Dijck over niet instemmen met een toetreding van Kroatië tot de eurozone (21501-07, nr. 1870);
  • de motie-Tony van Dijck over geen geld meer naar Oekraïne overmaken of hiervoor garant staan (21501-07, nr. 1871);
  • de motie-Tony van Dijck over een duidelijk signaal afgeven dat een antifragmentatie-instrument door Nederland niet wordt getolereerd (21501-07, nr. 1872);
  • de motie-Heinen over in sterke bewoordingen kenbaar maken dat het verdragsrechtelijke mandaat en verbod op monetaire financiering op geen enkele wijze door de ECB geschonden mag worden (21501-07, nr. 1873);
  • de motie-Heinen/Alkaya over zich tevens inzetten voor een neutrale, toegankelijke digitale euro, die niet programmeerbaar is (21501-07, nr. 1874);
  • de motie-Eppink over de middelen voor kernenergie openstellen (21501-07, nr. 1875).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (21501-07, nr. 1870).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (21501-07, nr. 1871).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (21501-07, nr. 1872).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Heinen (21501-07, nr. 1873).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heinen/Alkaya (21501-07, nr. 1874).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eppink (21501-07, nr. 1875).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemmingen moties Politie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Politie,

te weten:

  • de motie-Azarkan over er op toe zien dat de aangenomen motie over een halfjaarlijkse rapportage over de door de Proco-app verzamelde gegevens met prioriteit door de politie wordt uitgevoerd (29628, nr. 1104);
  • de motie-Azarkan over een plan van aanpak om te bewerkstelligen dat iedere agent het handelingskader professioneel controleren kent en de Proco-app gebruikt (29628, nr. 1105);
  • de motie-Van der Werf over onderzoeken op welke manier meer maatwerk en flexibiliteit gecreëerd kan worden in het personeelsbeleid en het LFNP (29628, nr. 1106);
  • de motie-Mutluer c.s. over in samenspraak met de politieorganisatie de aanbevelingen uit het rapport 'Daarom stappen ze op' uitwerken in het plan van aanpak discriminatie (29628, nr. 1107);
  • de motie-Mutluer/Ellemeet over in het transitieplan meenemen of en in hoeverre de Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit (NSOC) kan worden geïntegreerd in de Landelijke eenheid opsporing (29628, nr. 1108);
  • de motie-Sylvana Simons over actief toezien op de implementatie en handhaving van het aangekondigde 'one strike out' beleid binnen de politieorganisatie (29628, nr. 1109);
  • de motie-Sylvana Simons over tijdens de transitie binnen de politieorganisatie de kennis van maatschappelijke organisaties en ervaringsdeskundigen als uitgangspunt nemen (29628, nr. 1110);
  • de motie-Van Nispen over met een realistische visie komen over hoe de politie er in 2024 uit zal zien (29628, nr. 1111);
  • de motie-Van Nispen over een onafhankelijk onderzoek naar de vorming van de Nationale Politie (29628, nr. 1113);
  • de motie-Van der Plas over extra financiële middelen beschikbaar stellen zodat de reguliere werkzaamheden van de Landelijke Eenheid niet onder druk komen te staan gedurende de herschikking en herstructurering van de Landelijke Eenheid (29628, nr. 1114);
  • de motie-Van de Plas over provincies stimuleren in de plannen tot (29628, nr. 1116);
  • de gewijzigde motie-Van Nispen/Mutluer over de weerbaarheidsscan voor decentrale overheden ook uitvoeren bij de politie (29628, nr. 117, was nr. 112).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Mutluer stel ik voor haar motie (29628, nr. 1108) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Sylvana Simons (29628, nr. 1110) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het eindrapport van de commissie-Schneiders met verschillende aanbevelingen is gekomen die door de minister worden geïmplementeerd;

van mening dat er naar aanleiding van recente bevindingen meer nodig is om de veiligheid van mensen binnen en buiten de organisatie te waarborgen;

verzoekt de regering om tijdens de aanbevolen en aankomende transitie binnen de politieorganisatie de kennis van maatschappelijke organisaties als Controle Alt Delete en ervaringsdeskundigen zoals gezien in De blauwe familie mede te betrekken, ter bevordering van de interne veiligheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1110 (29628).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Azarkan (29628, nr. 1104).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (29628, nr. 1105).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Werf (29628, nr. 1106).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mutluer c.s. (29628, nr. 1107).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sylvana Simons (29628, nr. 1109).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Sylvana Simons (29628, nr. ??, was nr. 1110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (29628, nr. 1111).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Nispen/Mutluer (29628, nr. 117, was nr. 112).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (29628, nr. 1113).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (29628, nr. 1114).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van de Plas (29628, nr. 1116).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Lid Omtzigt, de SGP, BBB, JA21, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Stemming motie Jaarverslag en slotwet ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2021

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het jaar 2021,

te weten:

  • de motie-De Hoop/Westerveld over coulance bij het onderwijsresultatenmodel vanwege achterstanden opgelopen tijdens de coronacrisis (36100-VIII, nr. 13).

(Zie wetgevingsoverleg van 27 juni 2022.)

In stemming komt de motie-De Hoop/Westerveld (36100-VIII, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de SGP, BBB, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer De Hoop van de PvdA.

De heer De Hoop (PvdA):
Voorzitter. Ik zou graag horen van het kabinet hoe het deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
We zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.


Stemming brief adviesaanvraag inzake de impact van de Russische aanvalsoorlog

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een adviesaanvraag aan de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) inzake de impact van de Russische aanvalsoorlog (36045, nr. 97).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.

Daartoe wordt besloten.


Stemmingen moties Herstel en wederopbouw van Oekraïne

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Herstel en wederopbouw van Oekraïne,

te weten:

  • de motie-Hammelburg c.s. over met de Oekraïense autoriteiten de specifieke behoefte voor acuut herstel van vitale infrastructuur en graanuitvoer in kaart brengen (36045, nr. 98);
  • de motie-Van der Lee/Thijssen over onderzoeken welke maatregelen in EU-verband kunnen worden getroffen om de speculatie op commodities tegen te gaan (36045, nr. 99);
  • de motie-Thijssen/Van der Lee over financiële steun voor de wederopbouw van Oekraïne voor het overgrote deel uit additionele middelen financieren (36045, nr. 100).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Hammelburg c.s. (36045, nr. 98).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee/Thijssen (36045, nr. 99).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Thijssen/Van der Lee (36045, nr. 100).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.


Stemming Toetreding Finland en Zweden tot de NAVO

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 5 juli 2022 te Brussel tot stand gekomen Protocollen bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden (Trb. 2022, 58) (36162).

(Zie wetgevingsoverleg van 7 juli 2022.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, de PvdA, de PvdD, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, JA21 en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze stemmingen. Voordat u de zaal verlaat, heb ik een zomerspeechje voor u. Ik hoop dat u dat leuk vindt. Het hoort er een beetje bij.

Dank aan de ondersteuning voor het begeleiden bij de stemmingen. Dat is heel fijn.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Collega's. Dan is het nu bijna reces, tijd voor slow politics, want we blijven natuurlijk volksvertegenwoordigers, maar dan zonder de dwingende agenda van de Kamer. Na hard rennen kunnen we weer even wandelen, en ik moet zeggen dat we dat ook echt wel een beetje nodig hebben, zeker na deze verhitte eindsprint in een turbulent parlementair jaar.

Elk politiek seizoen heeft zijn vloedgolven, maar dit parlementaire jaar leek geen eb te kennen. Tijd om op adem te komen was er eigenlijk nauwelijks. Corona, de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne, de verhoogde energieprijzen, de gasproblematiek in Groningen, de nog steeds bestaande problemen met de toeslagen, de lange formatie en, tot slot, de maatschappelijke onrust rondom stikstof: soms lijkt het erop dat dit jaar alle grote problemen samenkomen, de perfecte storm waarbij alles wat tegen kan zitten ook daadwerkelijk tegenzit, en dat die gebeurtenissen elkaar ook nog eens versterken. Het is traditie om in deze recesspeech het voorbije jaar een beetje luchtig te doorlopen — ik zie inderdaad ook heel veel serieuze gezichten — en dat ga ik vanaf nu ook wel proberen, al sluit ik niet uit dat ik toch nog wel een aantal serieuze woorden ga gebruiken.

Het goede nieuws is dat we inmiddels gewend zijn aan dit nieuwe gebouw. De eerste weken keken we elkaar nog een beetje glazig aan, stapten we de verkeerde lift in, liepen we tegen ramen op en kwamen we elkaar soms tegen in een vreemd trappenhuis, maar nu zijn we redelijk genesteld in onze nieuwe, tijdelijke habitat. Ik kijk ook even naar de heer Graus. Ik weet niet of de heer Graus er nog is. Ja! Ons bijenvolk is er ook weer. Ik kijk ook naar mevrouw Van der Plas. We hebben een heel mooie bijeenkomst gehad toen de bijen terugkeerden. En daarmee heeft nu ook echt iedereen zijn intrek genomen.

Ter voorbereiding op deze toespraak sloeg ik de woorden van mijn voorgangers er ook nog eens op na.

O, ik was de heer Van Campen net vergeten te noemen! Hij was ook bij de net genoemde bijeenkomst.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Je moet hier zo passen op je woorden!

Bij de voorbereiding van deze toespraak sloeg ik de woorden van mijn voorgangers er nog even op na, want terugkijken, geschiedenis, relativeert soms. Dat is geen overbodige luxe in het oog van de perfecte storm. Zo las ik bijvoorbeeld dat Frans Weisglas aan de vooravond van een zomerreces intens verzuchtte: "Vaak wordt opgemerkt dat wij zo overduidelijk begrip voor elkaar hebben, begrip voor een minister die geen ijzer met handen kan breken, begrip voor een medelid dat nu eenmaal een motie op zijn naam wil krijgen, ook al is zij geheel overbodig, begrip voor de interruptie die de loop van ons verhaal ontregelt, begrip voor elkaars geweten, begrip voor elkaars hobby's. Wij zouden te aardig voor elkaar zijn en dat zouden de kijkers niet waarderen." Laat ik u één ding zeggen: dat is een probleem dat wij dit jaar niet hebben gehad. Een scherp en stevig debat waarin de uitersten worden uitvergroot, is onmisbaar en heel belangrijk voor een gezond democratisch proces. Daar zijn we het allemaal over eens. Maar soms zijn er ook grenzen aan de omgangsvormen. Daar hebben we het dit jaar ook met elkaar over gehad.

In deze perfecte storm stond ook onze veiligheid zeer groot in de schijnwerpers. Als er iemand is die daar, helaas, al heel lang ervaring mee heeft en last van heeft, dan is dat collega Geert Wilders. Sommigen van u hebben dit jaar voor het eerst ook te maken gehad met bedreigingen. Laat ik zeggen dat wij het als Kamer nooit moeten accepteren dat een Kamerlid bedreigd wordt. Eén voor allen, allen voor één. Ondertussen gaan we hoe dan ook door met ons werk, want dat hoort in een weerbare democratie. We draaien ook aan andere of nieuwe knoppen om problemen op te lossen, buiten het zicht van de camera's. Het is misschien niet al te sexy voor de socials, maar zo van grote waarde voor de kwaliteit van ons werk, want ondanks de perfecte storm zochten we ook elkaar op en werkten we ook samen aan verbetering, waarbij we laten zien dat we samen de schouders eronder kunnen zetten om ons werk beter te doen, los van onze politieke overtuigingen. In dat verband zou ik misschien wel 150 Kamerleden kunnen noemen — ik moet oppassen dat ik niemand vergeet — maar ik ga ze toch niet alle 150 noemen. Ik kies er een paar uit, een aantal leden die dit jaar flink onder onze motorkap gewerkt hebben.

De heer Van der Staaij en de leden Kamminga, Leijten, Geurts en Van der Plas. U stelde samen een praktische werkagenda op om onze wetgevende en controlerende taak te versterken.

Maar ook de heer Aartsen en de andere leden van de Bouwbegeleidingscommissie: mevrouw Bromet en mevrouw Van Ginneken, de heren Geurts, Kops, Thijssen en Stoffer. U zorgt ervoor dat wij, en de bijen, straks weer terug kunnen naar een gerenoveerd Binnenhof. Deze week hebben we als Presidium het definitieve ontwerp vastgesteld van het Binnenhof, een hele belangrijke stap.

De leden Belhaj, Van der Woude en Stoffer: u evalueerde voor ons de parlementaire ondervraging, een van de belangrijkste onderzoeksinstrumenten van de Kamer.

En natuurlijk de leden van het Presidium. En ook dank aan alle commissievoorzitters. Maar ook aan de leden Ceder en Tielen, de geestelijke ouders van de Dag van de Publieke Dienstverlening, zodat de Kamer de banden met de uitvoeringsorganisaties kan aanhalen.

Natuurlijk mag u nu eigenlijk best wel even klappen voor uzelf.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Natuurlijk is dit ook een moment voor heel veel dank aan onze Kamermedewerkers, die zich dag in, dag uit hebben ingezet voor ons werk.

(Applaus)

De voorzitter:
Zo te horen was u dit jaar extra blij — en terecht denk ik — met onze medewerkers in de Kamerorganisatie!

Ik noem ook de journalisten: onvermoeibaar in het duiden, tegels lichten, spiegels voorhouden; onmisbaar voor het zelfreinigende vermogen van de democratische politiek. Ik zie ook op de publieke tribune zitten Merel en Hannah Warnar, beiden van CBS. Eh, SBS!

(Hilariteit)

De voorzitter:
Het wordt gewaardeerd dat u hier vanavond ook aanwezig bent. We gaan er dus wel van uit dat we allemaal vanavond of morgen bij SBS in het programma zitten.

Ik wil ook iemand memoreren: een van de bekendste Haagse journalisten, die het afgelopen jaar is afgezwaaid. De afgelopen acht jaar duidde hij bijna dagelijks vanaf het dak van de Haagse NOS-redactie de politiek. Op 22 april deed hij dat voor het laatst. Ron Fresen, ik wens je alle goeds.

Ben ik nog iets vergeten? Ja, de lijstjes! Ze zijn er hoor: het aantal moties; de hoeveelheid gedronken cappuccino's, genuttigde vegaburgers, gehaktballetjes; hoelang we bezig zijn geweest. Maar toch sla ik ze dit jaar over. Liever dan met een cijfermatige output, eindig ik met onze gezamenlijke inzet. Een van mijn voorgangers, de heer Kortenhorst, die de recestoespraak als het ware uitvond, zei hierover in 1956: "Het Kamerlidmaatschap eist de gehele mens voor zich op. Het vult niet alleen vele uren en vele jaren van ons leven, maar het wordt geleidelijk aan een integrerend deel van onze geest, onze ziel en ons hart. De toewijding en het verantwoordelijkheidsbesef die aan het goed vervullen van deze taak verbonden zijn, drukken een stempel op onze persoonlijkheid."

En zo is het, in deze tijd ook. We voelen ons allemaal zeer verantwoordelijk. En laten we tijdens de perfecte storm in ieder geval de samenwerking blijven vinden; misschien gaat die storm dan een keer liggen.

Maar nu even rust, geen dwingende Kameragenda — althans, daar gaan we nu even van uit. Ik kijk nu ook even naar een aantal mensen hier. Geniet ervan. Ik wens u gezond weer op. En voordat ik echt afsluit, ik heb iemand wat beloofd. Er is nog een feest in Nieuwspoort, waar iedereen welkom bij is. Daar zijn DJ Jopie Joost, oftewel Joost Eerdmans, en DJ Braille, onze Daan de Kort. Als u daarheen gaat: heel veel plezier!

Ik wens u een goed reces en hoop u over een aantal weken in gezonde toestand weer terug te zien. Dank u wel.

(Geroffel op de bankjes)

Sluiting

Sluiting 23.55 uur.