Plenair verslag

Tweede Kamer, 99e vergadering
Donderdag 8 juli 2021

  • Aanvang 09:45 uur
  • Sluiting 01:19 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Martin Bosma

Aanwezig zijn 141 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Van Ark, Azarkan, Van Baarle, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bikker, Bisschop, Bontenbal, Martin Bosma, Boswijk, Bouchallikh, Boucke, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Ceder, Dassen, Tony van Dijck, Gijs van Dijk, Inge van Dijk, Jasper van Dijk, Eerdmans, El Yassini, Ellemeet, Ellian, Ephraim, Eppink, Erkens, Van Esch, Fritsma, Geurts, Van Ginneken, De Graaf, Grinwis, Peter de Groot, Tjeerd de Groot, Den Haan, Van Haga, Hagen, Hammelburg, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Hermans, Hijink, Van den Hil, De Hoop, Van Houwelingen, Idsinga, Jansen, Jetten, Romke de Jong, Kaag, Kamminga, Kat, Kathmann, Van Kent, Kerseboom, Klaver, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, Kops, De Kort, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Van der Laan, Van der Lee, Leijten, Maatoug, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Minhas, Agnes Mulder, Edgar Mulder, De Neef, Nijboer, Van Nispen, Ouwehand, Palland, Paternotte, Paul, Paulusma, Peters, Piri, Van der Plas, Ploumen, Pouw-Verweij, Van Raan, Raemakers, Rajkowski, De Roon, Rutte, Schouten, Segers, Simons, Sjoerdsma, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Teunissen, Thijssen, Tielen, Valstar, Vestering, Vijlbrief, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wilders, Wuite en Yeşilgöz-Zegerius,

en mevrouw Van Ark, minister voor Medische Zorg en Sport, mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Kaag, minister van Buitenlandse Zaken, de heer Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de heer Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de heer Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, en mevrouw Yeşilgöz-Zegerius, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat – Klimaat en Energie.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 8 julij 2021. Het is een dag vol weemoed en historie, want het Binnenhof was al vanaf de veertiende eeuw — we gaan lang terug, meneer Nijboer — het bestuurlijke centrum van eerst Holland en later Nederland, toen de Staten-Generaal hier neerstreken. Daar komt vandaag in ieder geval tijdelijk een einde aan. Tenminste, dat hopen we dan maar. Vanavond trekken wij de deur achter ons dicht en dan komt er een einde aan een hele lange periode vol met geschiedenis. We verhuizen dan naar de Bezuidenhoutseweg voor vijfenhalf jaar, zegt men. We zijn hier dus weer in 2027.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
We hebben vandaag een hele drukke agenda, dus we houden het kort en puntig.

Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Van der Woude.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Belastingen

Belastingen

Aan de orde is het tweeminutendebat Belastingen (CD d.d. 30/06).

De voorzitter:
Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Financiën. Het is fijn dat u bij ons bent.

Thans is aan de orde het tweeminutendebat Belastingen. U heeft al een prachtige commissievergadering daarover gehad. Daar spreken de mensen nog over na, dus we kunnen ook dit kort en puntig houden. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Ephraim van de Groep Van Haga. Hij heeft thans het woord. Ik hoor van niet. Het moet tenslotte niet. Dan gaan we maar de heer Edgar Mulder van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Hij spreekt twee minuten. Het woord is aan hem.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het was een heel mooi debat. Het was niet echt historisch, maar we kregen wel een goede toezegging van de staatsecretaris over de kansspelbelasting. Ik heb nog niks gehoord, maar we hebben nog een paar uurtjes, dus ik hou vandaag de telefoon aan. Dan gaan ook buitenlandse aanbieders belasting betalen. Dat is hartstikke goed. Het is ook fijn dat de staatssecretaris met reparatiewetgeving komt voor de IACK. Het verzoek aan de staatsecretaris is eigenlijk om een kop koffie te gaan drinken met uw collega-staatssecretaris, want hetzelfde speelt bij de alo-kop. Dan kunt u die reparatiewetgeving in één keer voor beide zaken meenemen. Dat is efficiënt en dan hoeft het niet bij het Belastingplan, dus dan gaat het lekker snel. Naast dat het efficiënt is, is het goed dat er een eind wordt gemaakt aan de discriminatie van Nederlanders ten opzichte van statushouders.

Dan heb ik op verzoek van vele collega's hier de benzinemotie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de benzineprijs historisch hoog is;

constaterende dat het verschil met de benzineprijs die gehanteerd wordt in buurlanden, disproportioneel hoog is;

constaterende dat meer dan de helft van de benzineprijs bestaat uit accijnzen en belastingen;

overwegende dat de hoge benzineprijs de koopkracht van burgers schaadt;

overwegende dat ondernemers in de grensregio door de hoge benzineprijs hard getroffen worden;

verzoekt het kabinet de accijnzen op benzine per liter te verlagen met €0,30 en ter dekking afdrachten aan bijvoorbeeld NextGenerationEU geheel te staken dan wel dienovereenkomstig te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Edgar Mulder en Wilders.

Zij krijgt nr. 89 (32140).

De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik mag deze motie mede indienen uit naam van de heer Wilders.

De voorzitter:
Boft u even. Dank u wel. Tot zover. Dan gaan we luisteren naar de heer Stoffer van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Ik vertel nog even dat wij vandaag het neo-kerstregime aanhouden. Dat houdt in dat ik in de termijn van de Kamer geen interrupties toesta. Als u straks de ministers of andere bewindspersonen gaat bevragen, dan sta ik alleen vragen toe van de eerste indiener van de moties en die mag alleen één vraag stellen. Het woord is aan de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Dank, voorzitter. Het stelt mij gerust dat ik niet geïnterrumpeerd kan worden.

De voorzitter:
Ik zag de spanning van uw schouders glijden.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, ja. Dank daarvoor. Ik heb twee moties. Die luiden als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de belastingkloof tussen een- en tweeverdieners de afgelopen jaren niet is verkleind;

constaterende dat er in de afgelopen jaren diverse fiscale maatregelen zijn genomen die mede als doel hadden om de arbeidsparticipatie te verhogen;

overwegende dat er grenzen zitten aan het verhogen van de arbeidsparticipatie en dat diverse rapporten en onderzoeken aantonen dat er tevens grenzen zitten aan de effectiviteit van maatregelen die beogen de arbeidsparticipatie te verhogen;

verzoekt de regering bij het Belastingplan 2022 geen voorstellen te doen die de belastingkloof tussen een- en tweeverdieners vergroten en tevens geen voorstellen te doen om de arbeidsparticipatie te verhogen met maatregelen waarvan de effectiviteit naar verwachting beperkt zal zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.

Zij krijgt nr. 90 (32140).

De heer Stoffer (SGP):
De tweede motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit het onderzoek naar de praktische uitvoerbaarheid van een heffing in box 3 op basis van werkelijk rendement naar voren komt dat deze heffing voor de categorie "bank- en spaartegoeden" mogelijk blijkt, maar dat het onderzoek aangeeft dat de uitvoerbaarheid voor andere categorieën nog verbeterd kan worden;

overwegende dat een zo snel mogelijke invoering van een heffing op basis van werkelijk rendement voor zo veel mogelijk categorieën van vermogensbestanddelen wenselijk is;

verzoekt de regering te bezien hoe de uitvoerbaarheid van alle categorieën van vermogensbestanddelen verbeterd kan worden, en de Kamer daar voor 2022 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer.

Zij krijgt nr. 91 (32140).

De heer Stoffer (SGP):
Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Inge van Dijk van de fractie van het CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Dank je wel, voorzitter. Aangezien de helft van mijn spreektijd tijdens het debat ging over box 3, heb ik ook een motie over box 3. Die lijkt wel op de motie van de vorige spreker.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het systeem van heffing op basis van een forfaitair rendement op spaargeld en vermogen in box 3 steeds onhoudbaarder wordt gezien de lage, zelfs negatieve rentestanden en inflatie, waardoor het huidige box 3-systeem onrechtvaardig is;

overwegende dat een heffing op basis van werkelijk rendement leidt tot een eerlijker systeem en hierover al jaren discussie plaatsvindt;

overwegende dat een recent onderzoek laat zien dat een heffing op basis van werkelijk rendement mogelijk praktisch uitvoerbaar is, met name voor bank- en spaartegoeden, beleggingen in financiële instrumenten, kapitaal- en lijfrenteverzekeringen en schulden en vorderingen;

overwegende dat het onderzoek ook laat zien dat de praktische uitvoerbaarheid van een heffing op werkelijk rendement voor onroerende zaken en overige bezittingen complexer is;

overwegende dat er concrete beloften zijn gedaan aan burgers om te komen tot een heffing op werkelijk rendement in het coalitieakkoord 2017-2021, maar deze beloften nog steeds niet zijn nagekomen;

overwegende dat we zo snel mogelijk voortgang willen op dit dossier en willen dat een nieuw kabinet deze heffing op werkelijk rendement zo snel mogelijk invoert;

verzoekt het (demissionaire) kabinet nog in 2021 een contourennota op te stellen voor de vormgeving van een heffing op werkelijk rendement, zodat een nieuw kabinet deze contouren in 2022 kan omzetten in een voorstel van wet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Inge van Dijk, Idsinga en Grinwis.

Zij krijgt nr. 92 (32140).

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Idsinga van de fractie van de VVD.

De heer Idsinga (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag drie moties indienen, dus ik moet snel praten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het onderzoek dat het kabinet heeft laten uitvoeren naar de praktische mogelijkheden van een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement is afgerond;

overwegende dat het onderzoek een goede basis biedt waarmee het volgende kabinet een stelsel van werkelijk rendement verder kan uitwerken;

verzoekt de regering dat reeds ingezette voorbereidende werk door te zetten, zodat de Belastingdienst technisch gezien in staat zal zijn om een heffing op reëel rendement op termijn te kunnen implementeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Idsinga, Inge van Dijk, Van Weyenberg en Grinwis.

Zij krijgt nr. 94 (32140).

De heer Idsinga (VVD):
Motie twee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met name spaarders met geld op de spaarrekening, waaronder pensioengeld, momenteel onevenredig hard worden getroffen door een combinatie van negatieve rente, inflatie en de huidige heffing van box 3 op basis van een fictief positief rendement;

verzoekt de regering om, in afwachting van een nieuwe definitieve regeling op basis van heffing op reëel rendement, tussentijdse oplossingen voor spaargeld binnen box 3 te verkennen, en de Kamer daarover te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Idsinga, Inge van Dijk en Grinwis.

Zij krijgt nr. 93 (32140).

De heer Idsinga (VVD):
De laatste ziet op de levensloopregeling.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in 2006 een levensloopregeling werd ingevoerd, waarbij werknemers konden sparen voor bijvoorbeeld vervangend inkomen voor een periode van onbetaald verlof, zoals pensioen;

overwegende dat deze regeling in 2011 alweer werd afgeschaft;

overwegende dat ongeveer 40.000 mensen per eind dit jaar uit het overgangsrecht dreigen te lopen met, vanwege een eenmalige hoge "uitkering", mogelijke gevolgen voor toeslagen en belastingprogressie;

overwegende dat dit voor velen betekent dat zij, in plaats van met het gespaarde geld eerder van hun pensioen kunnen genieten, nog jaren langer moeten doorwerken;

overwegende dat dit voor hen een teken is van een wispelturige en dus niet betrouwbare overheid, aangezien zij zo geen financiële planning en levensplanning konden maken;

verzoekt de regering om voor deze groep mensen een eenmalige en laatste overgangsoplossing te verkennen, en de Kamer daarover te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Idsinga.

Zij krijgt nr. 95 (32140).

De heer Idsinga (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Grinwis van de fractie van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb één motie meegebracht. Die gaat over de handhaving van de Wet DBA. De staatssecretaris heeft natuurlijk een smetteloze carrière, maar daar zat één zwarte bladzijde in, zo zei hij aan het eind van het commissiedebat. Dat was toch wel het hele debacle rondom de Wet DBA. Daarom dien ik de volgende motie in. Volgens mij waren we namelijk geheel eensgezind om hem het zetje in de goede richting te geven, en ook zijn opvolgers.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het huidige handhavingsmoratorium van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA) ten minste tot 1 oktober 2021 van kracht is, maar in principe op enig moment moet worden afgebouwd;

constaterende dat het met het huidige handhavingsmoratorium voor opdrachtgevers mogelijk is om bestaande overeenkomsten van opdracht voort te zetten zonder toename van het risico op naheffingen van de Belastingdienst;

overwegende dat er nog geen concrete voorstellen tot een redelijk en handhaafbaar alternatief voor de Wet DBA zijn en deze opdracht doorgeschoven wordt naar een volgend kabinet;

overwegende dat er ondertussen evident knelpunten in de uitvoeringspraktijk zijn ontstaan en toezicht tekortschiet;

verzoekt de regering om voor 1 oktober — tot dan loopt ten minste het handhavingsmoratorium — uit te werken hoe knelpunten in de uitvoering van de Wet DBA aan te pakken, zodat geleidelijk stappen kunnen worden gezet richting het uitoefenen van regulier toezicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Grinwis.

Zij krijgt nr. 96 (32140).

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Tot zover.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Alkaya van de fractie van de SP.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een goed debat gehad met de staatssecretaris. Het ging inderdaad veel over de manier waarop de regering vermogen belast. Dat gaat niet op een eerlijke manier. Dat heeft de voorganger van mijn voorganger al in een motie gezet die in 2015 is aangenomen. Dat was de heer Bashir. Sindsdien is er vrij weinig gebeurd. Er zijn wel onderzoeken gedaan en dergelijke. De moties die vandaag ingediend worden, zal ik hoogstwaarschijnlijk gewoon allemaal steunen, maar eigenlijk zou je gewoon kunnen zeggen: regering, voer het uit; schiet op. Dat was ook eigenlijk wel de afdronk van het debat: laten we dit nou eindelijk eens doen. Dat is natuurlijk ook een boodschap aan de partijen die direct of indirect aan de onderhandelingstafel zitten.

We hebben het ook gehad over belastingontwijking. Die moeten we internationaal aanpakken en daarover zou een akkoord bereikt worden. Dat is ondertussen bereikt. Maar ik heb toen al aangegeven dat de details daarin natuurlijk wel heel belangrijk zijn. Helaas zijn er in die details toch weer een aantal uitzonderingen geslopen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een akkoord is gesloten over een herziening van het wereldwijde belastingsysteem;

constaterende dat er uitzonderingen op de nieuwe regels zijn opgenomen, onder andere ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen en gereguleerde financiële diensten;

van mening dat uitzonderingen de regels minder effectief maken;

verzoekt de regering onderdeel van Nederlandse diplomatieke inzet te laten zijn om die uitzonderingen in de toekomst te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya.

Zij krijgt nr. 97 (32140).

Dank u wel. Dan de heer Eppink van de fractie van JA21.

De heer Eppink (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de aangenomen motie-Bashir (34302, nr. 97) in 2015 al opriep om niet het fictieve maar het werkelijke rendement op inkomsten uit box 3 te belasten;

overwegende dat het kabinet-Rutte III in zijn regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst voornemens was "een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement" uit te werken;

constaterende dat er tot dusver geen resultaten zijn geboekt om het box 3-stelsel te hervormen opdat burgers enkel over hun werkelijke rendement belast worden;

constaterende dat staatssecretaris Vijlbrief de aanpassing van box 3 aan een volgend kabinet wil overlaten;

verzoekt het kabinet alsnog vóór het einde van 2021 werk te maken van het hervormen van het box 3-stelsel, zodat burgers in 2022 enkel belast worden over hun werkelijke rendement uit spaarvermogen op de bank, en niet over een veel hoger percentage door een fictief rendement;

verzoekt het kabinet een voorstel hiervoor op te nemen in het Belastingplan 2022,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eppink, Ephraim, Stoffer en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 98 (32140).

De heer Eppink (JA21):
Voorzitter, u refereerde aan dit gebouw. Toen het werd ingehuldigd op 28 april 1992, zat ik op de perstribune en heb ik dat gezien. Het heeft toch een zekere historie, want het heeft bijna tien kabinetten meegemaakt.

De voorzitter:
U kunt verhalen vertellen. Dan de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid, die meteen afziet van zijn spreektijd. De heer Ephraim van de Groep Van Haga is inmiddels gearriveerd. Hij sluit de termijn van de Kamer af.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Dank u, voorzitter. De eerste motie, die is medeondertekend door de heer Eppink, gaat over box 3.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er reeds geruime tijd een brede voorkeur in de Kamer bestaat om in box 3 het werkelijk behaalde rendement op vermogens te belasten en de staatssecretaris geen politiek besluit kan en wil nemen in verband met de demissionaire status van het kabinet;

verzoekt de staatssecretaris zo spoedig mogelijk een operationeel plan van aanpak aan de Kamer aan te bieden waarin alle relevante aspecten en een schatting van de tijdpaden inzake het voorbereiden van regelgeving zijn opgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ephraim en Eppink.

Zij krijgt nr. 99 (32140).

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
De tweede motie gaat over dga's die excessief lenen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de overheid fatsoen, rechtszekerheid en betrouwbaarheid aan haar burgers dient te bieden;

overwegende dat veel dga's in het verleden hun financiële planning op bestaande regelgeving inzake financiering in privé door hun onderneming via box 2 hebben gebaseerd en thans buiten hun schuld in financiële problemen dreigen te raken;

verzoekt de staatssecretaris om de terugwerkende kracht die voortvloeit uit het onderhavige wetsvoorstel te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ephraim en Eppink.

Zij krijgt nr. 100 (32140).

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
De derde motie gaat over invorderingsrente.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vele mkb'ers en andere ondernemingen door de coronacrisis omvangrijke schulden bij de Belastingdienst hebben opgebouwd en dat de invorderingsrente in 2024 naar 4% zal gaan en voor een slechter economisch herstel voor het mkb en andere ondernemers zal zorgen;

verzoekt de staatssecretaris om de invorderingsrente tot 2025 ongewijzigd op 0,01% te houden en hiervoor een budgettaire dekking uit een van de coronaherstelfondsen zoals de RRF dan wel het Nationaal Groeifonds te verkrijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ephraim en Eppink.

Zij krijgt nr. 101 (32140).

Dat lijkt me allemaal helder.

Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors twee minuten en daarna gaan we luisteren naar de staatssecretaris.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris. Hij zal zittend het woord voeren. Het woord is aan hem.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de leden van de Kamer voor hun moties.

De voorzitter:
De staatssecretaris wordt verzocht even de microfoon op zichzelf te richten. Dank u wel.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Dank aan de Kamerleden voor de moties. De motie van de heer Mulder op stuk nr. 89 verzoekt om de accijnzen op de benzine te verlagen en dit te financieren door de bijdrage aan de EU te verlagen. Die motie moet ik ontraden. De accijnzen op de benzine zijn niet de oorzaak van de huidige hoge benzineprijzen. Dat is het gevolg van bewegingen op de oliemarkt. Accijnzen zijn bedoeld om de externe effecten van de uitstoot van verbrandingsmotoren te dekken. Deze motie moet ik dus ontraden.

De motie-Stoffer op stuk nr. 90 verzoekt de kloof tussen een- en tweeverdieners niet te vergroten in het Belastingplan 2022. We hebben in dit land de prachtige traditie dat we in augustus kijken naar een evenwichtig koopkrachtbeeld voor álle groepen. Ik had twee dagen geleden in de Eerste Kamer een kort debat hierover met de heer Van Rooijen, die ook al het instrument verzonnen had om te bereiken wat de heer Stoffer wil bereiken. Ik moet deze motie ontraden, omdat die zich op een specifieke groep richt. Daarbij speelt een rol, zoals ik al in het debat heb gezegd tegen de heer Stoffer, dat het waar is dat de instrumenten die je hebt om de arbeidsparticipatie te vergroten, steeds minder effectief beginnen te worden. Dat heet "afnemend grensnut" in economietermen. Dus dat is waar. Het is ook waar dat er draagkrachtproblemen en overwegingen zijn tussen een- en tweeverdieners. Maar deze motie is te precies, in de zin dat die al een richting geeft aan wat we evenwichtig zouden moeten geven. Ik kan haar daarmee geen oordeel Kamer geven. Ik moet haar ontraden.

Dat geldt niet voor de motie van de heer Stoffer op stuk nr. 91: uitvoerbaarheid box 3 naar werkelijk rendement. Een korte toelichting. Het onderzoek van PwC biedt goede aanknopingspunten voor een dergelijk stelsel voor bepaalde categorieën vermogen, maar niet, zoals de heer Stoffer ook weet, voor onroerende zaken en overige vermogensbestanddelen. Ik heb in mijn brief van vorige week, of de week daarvoor, gezegd dat je moet kijken hoe je dat voor de verschillende vermogenscategorieën gaat regelen. We hebben daar een debat over gehad. Daar wordt aan gewerkt. Er komen straks moties waar ik ook iets over zal zeggen, die dezelfde strekking hebben. Maar deze kan ik dus oordeel Kamer geven, want dit is precies wat ik van plan was te doen.

Dat brengt me bij de motie op stuk nr. 92 van mevrouw Van Dijk van het CDA: contourennota box 3 naar werkelijk rendement. Die zou ik ook graag oordeel Kamer willen geven, want dit is inderdaad wel het goede idee, denk ik. Het komende kabinet of het nieuwe kabinet komt met een contourennota hoe nou precies de boel vorm te geven, zodat we kunnen overgaan naar werkelijk rendement, ook in de tijd. Dus die motie zou ik graag oordeel Kamer willen geven.

Datzelfde geldt ook voor de motie op stuk nr. 93 van de heer Idsinga. Die heeft eigenlijk ook weer dezelfde strekking: werkt u door aan een stelsel naar werkelijk rendement. Die zou ik ook graag oordeel Kamer willen geven. Deze moties komen allemaal eigenlijk op hetzelfde neer.

Daarmee kan ik dan ook de motie op stuk nr. 94 van de heer Idsinga, belastingen box 3 korte termijn, oordeel Kamer geven. Dat kan ik gewoon meenemen in de contourennota. Dat doe ik graag. Deze motie vroeg om de specifieke behandeling van spaargeld.

De motie op stuk nr. 95 over de levensloopregeling moet ik ontraden. Er is een overgangsperiode van tien jaar geweest. Ik vind de kwalificatie "wiebelbeleid" of zoiets — ik weet niet welke kwalificatie de heer Idsinga precies gebruikte — hier niet helemaal van toepassing, als er een overgangsperiode is geweest van tien jaar. Ik zie wel dat er altijd problemen overblijven — dat heb ik ook in het debat gezegd — maar ik vrees dat ik deze motie moet ontraden, omdat ik niet goed zie hoe je dit in het vat zou moeten gieten, als je het al zou willen. Dat kun je eigenlijk niet goed meer doen na een overgangstermijn van tien jaar.

Dat brengt mij bij de motie van de heer Grinwis op stuk nr. 96 over het handhavingsmoratorium van de Wet DBA. Daar wil ik even iets meer over zeggen. De heer Grinwis zei terecht dat het een smet is op het blazoen van het kabinet dat we dit niet hebben kunnen oplossen. Dat vind ik zelf ook. Maar het is ook waar dat het erg ingewikkeld is. Daarom is het ook niet makkelijk oplosbaar. Ik wil deze motie oordeel Kamer geven. Er is wat onduidelijkheid over, ook in de pers, dus dat kan ik op deze manier ook gelijk oplossen. Het handhavingsmoratorium loopt niet af in oktober. Het loopt minimaal tot oktober en dan zullen we kijken wat we gaan doen. Ik hoop op dat moment samen met collega Koolmees van Sociale Zaken te beschikken over de uitkomsten van de zogenaamde ... Hoe heet dat ding ook alweer? Ik begin echt moe te worden. De pilot met de webmodule. Die zou meer inzicht moeten geven in de soort arbeidsrelatie die je hebt. Ik geef dus oordeel Kamer. Ik ben het eens met wat de heer Grinwis probeerde te zeggen, namelijk: probeer een weg te vinden waarop je de wet toch kunt handhaven op een nette manier. Ik ben het daar eigenlijk gewoon mee eens.

De heer Alkaya van de Socialistische Partij had het in zijn motie op stuk nr. 97 over de uitzonderingen in de ontwerpovereenkomst die dit weekend op de G20 in Venetië zal worden besproken, over een minimumwinstbelasting. Wat betreft de uitzonderingen in pijler 1: ik heb in het debat gezegd dat ik mijn best zal doen — ik neem aan dat dat ook voor de minister en het kabinet geldt — om te zorgen dat die uitzonderingen zo veel mogelijk beperkt worden. Ik heb in het debat gezegd — ik herhaal dat hier nog een keer — dat er 130 landen aan tafel zitten. Het belang van een overeenkomst hierover is altijd heel groot, maar tegelijkertijd kan het niet de bedoeling zijn dat er alleen maar een overeenkomst komt met heel veel verwatering. Dat zei ik ook al in het debat tegen de heer Alkaya. Inhoudelijk zijn we het eens, dus daarom geef ik oordeel Kamer. Het kabinet zal zich daarvoor inzetten. Oordeel Kamer.

De motie-Eppink c.s. op stuk nr. 98 is een beetje ingewikkeld. Ik geloof dat de gist, de kern, van de motie is om te doen wat mevrouw Van Dijk, de heer Grinwis en de heer Idsinga vragen, namelijk: maak een contourennota en geef aan hoe je dit gaat doen. Er zit één ding in de motie die het mij onmogelijk maakt om haar oordeel Kamer te geven. U zegt namelijk: doe het per 1 januari 2022; doe dat nu in het Belastingplan. Dat gaat niet. Technisch kan dat niet. Het is onuitvoerbaar, dus ik moet de motie ontraden in deze vorm, zo zeg ik tegen de heer Eppink. Als hij het dictum aanpast en dat zou schrappen, kan ik de motie oordeel Kamer geven, maar dan begint de motie wel heel erg te lijken op de vele andere over box 3.

Dat brengt mij bij de moties van de heer Ephraim. Dat zijn de drie laatste. Die krijg ik net aangeleverd, dus daar moet ik nog heel snel naar kijken. De eerste motie op stuk nr. 99 gaat wederom over box 3 en over het werkelijk behaalde rendement. Ik denk dat een "operationeel plan van aanpak" andere taal is voor een "contourennota". Dat laatste klinkt veel ambtelijker dan een "operationeel plan van aanpak", dus u heeft de prijs gewonnen voor de betere naam. Mevrouw Van Dijk vindt dat niet fijn. Ik geef oordeel Kamer, want volgens mij bedoelt u hetzelfde.

Voorzitter. De motie-Ephraim/Eppink op stuk nr. 100 over de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap en het nu schrappen van de terugwerkende kracht moet ik ontraden. Daar is het kabinet geen voorstander van. Ik hoop dat ik nog eens de kans krijg om dit wetsvoorstel met de Kamer te behandelen. Ik hoop dat ik dat nog mag doen, want het is een heel interessant wetsvoorstel. Dan zullen we ongetwijfeld weer over de terugwerkende kracht praten, maar het kabinet vindt het niet verstandig om de terugwerkende kracht nu te schrappen.

Dat geldt helaas ook voor de, op zichzelf sympathieke, motie-Ephraim/Eppink op stuk nr. 101 over het permanent op nul houden van de invorderingsrente op schulden aan de Belastingdienst. Dat willen we echt niet. De reden daarvoor is eigenlijk heel simpel. Je kunt praten over het niveau van de invorderingsrente, maar die is er natuurlijk om een prikkel in te bouwen zodat mensen ook gaan terugbetalen. Ik wil best tegen de heer Ephraim zeggen dat je een discussie kunt voeren over de vraag of die 4% moet zijn. Dus deze motie moet ik ontraden omdat die niet zal bijdragen aan de belastinginkomsten. Daar hoort de staatssecretaris van Financiën niet oordeel Kamer op te geven.

Voorzitter. Daarmee ben ik klaar.

De voorzitter:
Fijn dat u scherp blijft. Dank voor uw aanwezigheid, zeg ik tegen de staatssecretaris. Fijn dat u bij ons bent.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond stemmen wij over al deze moties. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan wij met de minister van Binnenlandse Zaken praten over de inlichtingendiensten. Op weg daarnaartoe doe ik nog een aantal huishoudelijke mededelingen.

Hamerstukken

Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Uitvoering van Deel III van de op 30 december 2020 te Brussel en Londen tot stand gekomen Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland anderzijds (PbEU 2020, L 444 en PbEU 2021, L 149) (Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU - VK Justitie en Veiligheid) (35852);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het gemeentefonds (B) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake coronamaatregelen) (35679);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het gemeentefonds (B) voor het jaar 2021 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake coronamaatregelen) (35731);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2021 (Zesde incidentele suppletoire begroting inzake Coronamaatregelen) (35815);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet dieren in verband met de uitvoering van de herziene Europese wetgeving over diergeneesmiddelen en gemedicineerde diervoeders (35661);
  • verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven (35586).

Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:
Ik schors een enkel momentje.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

IVD

IVD

Aan de orde is het tweeminutendebat IVD (CD d.d. 09/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat IVD. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Defensie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Wij hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. Ik deel nog even mede dat wij vandaag het neo-kerstregime hebben. Dat betekent dat ik in de termijn van de Kamer geen interrupties toesta en in de termijn van de regering de interrupties beperk tot het stellen van één vraag door de eerste indiener van de motie. Ja, we zitten op een zeer strak regime vandaag.

De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Leijten, die het volgens mij gisteravond heel laat heeft gemaakt, maar hier gewoon weer fris en fruitig staat. Het woord is aan haar.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Op deze memorabele laatste dag toch nog de afronding van het debat over de inlichtingendiensten en de commissie-stiekem. Ik heb drie moties. Twee daarvan heb ik aangekondigd en de laatste is een principiële uitspraak die we als Kamer volgens mij moeten doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is opvolging te geven aan de aanbevelingen van de commissie-Jones en de toezichthouders zich daar grote zorgen over maken;

constaterende dat de toezichthouder Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (de TIB) in het jaarverslag aangeeft dat zij meermaals onjuist is geïnformeerd door de diensten;

overwegende dat de toezichthouder aangeeft dat een theoretisch verschil tussen verwerven en verwerken van gegevens in de praktijk onwerkbaar is;

verzoekt de regering de bevoegdheden van de TIB bij de toetsing vooraf van verzoeken op geen enkele manier in te perken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten.

Zij krijgt nr. 214 (29924).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is opvolging te geven aan de aanbevelingen van de commissie-Jones en de toezichthouders zich daar grote zorgen over maken;

constaterende dat beide toezichthouders in hun jaarverslagen, in de Tweede Kamer en in de media vele zorgen hebben geuit;

overwegende dat de toezichthouders een essentiële rol vervullen bij de correcte uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat de toezichthouders in de ambtelijke voorbereiding van de aangekondigde wetswijziging voldoende betrokken worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten.

Zij krijgt nr. 215 (29924).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de CIVD, de commissie-stiekem, is bedoeld voor actuele operationele informatie die niet openbaar gedeeld kan worden vanwege opsporingsbelangen of nationale veiligheid;

overwegende dat alles dat in de CIVD besproken wordt valt onder geheimhouding;

constaterende dat uit de jaarverslagen van de CIVD blijkt dat er niet alleen actuele operationele informatie wordt gedeeld maar bijvoorbeeld ook wordt gesproken over begrotingen van diensten of andere niet dringende zaken die ook in de openbaarheid kunnen;

spreekt uit dat er in de CIVD alleen gesproken kan worden over actuele operationele informatie die niet in de openbaarheid gedeeld kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten.

Zij krijgt nr. 216 (29924).

Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Rajkowski van de fractie van de VVD.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Het kabinet komt nog met een voorstel richting de Kamer. Ik wil daarvoor graag nog twee punten benadrukken. Ik heb daar ook in het commissiedebat over gesproken, maar misschien is het toch goed om die hier nog even concreet neer te zetten. Ten eerste hechten wij er zeer aan dat er in het vervolg een uitvoeringstoets wordt gedaan, dus dat ernaar wordt gekeken wat de impact is van het voorstel op de capaciteit van de diensten. In het debat beaamden de ministers dit gelukkig ook te gaan doen, maar ik wil dat hier toch nog even benadrukt hebben, mede omdat de Algemene Rekenkamer heeft aangegeven dat dit zo belangrijk is.

Dan het tweede punt. Ik heb gevraagd naar de veiligheidseisen voor leveranciers en samenwerkingspartners van de rijksoverheid en Nederlandse bedrijven die voor de wereld unieke kennis bezitten. Het gaat hier om bedrijven en organisaties waarbij het stelen van kennis en informatie aantrekkelijk is voor kwaadwillenden. De minister gaf al aan een en ander aan het uitzoeken te zijn voor de rijksoverheid. De VVD zou daar dus graag nog veel verder in willen gaan. Het moet niet alleen bij de rijksoverheid gebeuren, maar ook bij belangrijke sectoren en organisaties. Wij wachten het voorstel van de minister af en komen hier dan ook nog op terug. Wij kijken uit naar het voorstel van de minister.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van Baarle van de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Goedemorgen. Zo terugkijkend op het commissiedebat namens de fractie van DENK, moet ik u eerlijk bekennen dat ik buikpijn heb van de aanbeveling om de bevoegdheden van bindende controle vooraf op de verwerkende taak bij de TIB weg te halen. Ik maak me daar ernstig zorgen over. Vandaar dat ik twee moties heb. Die liggen wat in het verlengde van die van mevrouw Leijten, maar daar kunnen we later altijd nog naar kijken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering aangeeft dat zij alle conclusies en aanbevelingen uit het rapport van de evaluatiecommissie Wiv omarmt;

overwegende dat er grote zorgen bestaan over de zogenoemde "takenscheiding" tussen de TIB en de CTIVD, waarbij bindend toezicht vooraf op de verwerkingsfase van data verdwijnt;

verzoekt de regering om deze aanbeveling niet onverkort in wetgeving vast te leggen, maar hier eerst consultatie over te plegen met toezichthouders, mensenrechtenorganisaties, wetenschappers, de Autoriteit Persoonsgegevens en juristen, en de Kamer van de uitkomsten hiervan op de hoogte te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 217 (29924).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de zogenoemde "takenscheiding" tussen de TIB en de CTIVD bindend toezicht vooraf op de verwerkingsfase van data verdwijnt;

verzoekt de regering om bij de eventuele uitwerking en opvolging van deze conclusie uit het rapport van de evaluatiecommissie Wiv waarborgen in te bouwen zodat dit in de praktijk geen afschaling van toezicht op de verwerkingsfase inhoudt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 218 (29924).

De heer Van Baarle (DENK):
Ik dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Ceder van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. We hebben een uitvoerig en kritisch debat met elkaar gehad, waarbij er ook zorgen zijn geuit over de signalen die de toezichthouders hebben afgegeven. Ik zie het wetsvoorstel tegemoet en ik sluit me erbij aan dat het goed zou zijn om ook van tevoren te consulteren en advies in te winnen, met name bij de toezichthouders zelf.

Ik heb nog één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de TIB en CTIVD een belangrijke toezichthoudende taak hebben;

overwegende dat snelheid en goede afstemming belangrijke aandachtspunten zijn die voortvloeien uit de evaluatie van de Wiv 2017;

verzoekt de regering om te inventariseren bij de veiligheidsdiensten en toezichthouders welke voor- en nadelen er zijn om de twee toezichthouders tot een krachtige toezichthouder te maken en mogelijke knelpunten aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 219 (29924).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb mevrouw Bromet overgeslagen. Wilt u nog iets zeggen, mevrouw Bromet? Nee, dat is niet het geval. Tot zover dan de termijn van de Kamer. Ik schors voor vijf minuten en daarna gaan we luisteren naar de beide bewindspersonen.

Het is vandaag een historische dag, want na eeuwen vertrekken wij van het Binnenhof. Maar het is ook een historische dag omdat het de laatste werkdag is van de heer Frank Hendrickx, die zich 39 jaar lang heeft ingezet voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij heeft heel veel voor de commissie Binnenlandse Zaken gewerkt en heeft ministers en Kamerleden zien komen en gaan. Zijn eerste kabinet was het kabinet-Van Agt/Den Uyl; of kabinetje, want het heeft niet zo lang gezeten. Meneer Hendrickx heeft zich ook ingezet voor de commissie voor de geloofsbrieven en voor de Contactgroep Duitsland. Hij zal onze nieuwe locatie, B67 in het Bezuidenhout, alleen maar van een afstandje kunnen zien. Hij zal nooit het beloofde land binnenlopen, zal ik maar zeggen. Wij danken met z'n allen de heer Hendrickx voor zijn 39 jaren trouwe dienst aan de parlementaire democratie en wensen hem niets dan goeds toe.

(Applaus)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het kabinet spreekt letterlijk met één mond vandaag. Oftewel: de minister van Defensie is met stomheid geslagen. Maar de minister van Binnenlandse Zaken zal de moties dus recenseren. En nogmaals, het is nu al kerstregime, dus interrupties: slechts één per motie. Het woord is aan de minister.

Minister Ollongren:
Dank u wel. Wij dachten inderdaad de Kamer daarmee van dienst te zijn, of nog sterker te kunnen reageren.

De eerste motie, die van mevrouw Leijten op stuk nr. 214, is een motie die ingaat op de wetswijziging die eraan komt. En u zult horen straks, als ik de andere moties apprecieer, dat wij echt heel goed hebben geluisterd, ook in het debat met de Kamer, en dat er nog een heel traject te gaan is op weg naar die wetswijziging. Dat hebben we ook geschetst in onze brief: we zullen eerst komen met een hoofdlijnennotitie en we zullen uitvoerig overleg hebben, onder anderen met de toezichthouders omdat wij dat erg belangrijk vinden; dat hebben we in het debat ook gezegd. Dus het uitgangspunt is de evaluatiecommissie-plus: dus de Rekenkamer, de appreciatie van de Europese uitspraken — de jurisprudentie bedoel ik daarmee — en ook de Kamer, en de wensen die daar zijn geuit. Desalniettemin vind ik dat deze motie echt vooruitloopt op de wetgeving die daarna volgt. Ik zou daarom tegen mevrouw Leijten willen zeggen dat we de motie moeten ontraden op grond daarvan, dus het echt al vastleggen van een uitkomst in een proces dat we heel zorgvuldig gaan doorlopen, ook met de toezichthouders, maar zonder vooraf te zeggen dat het maar één uitkomst kan hebben. Dus ik ontraad de motie.

De voorzitter:
Eén vraag van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter, als u dat zo streng zegt, dan durf ik al helemáál niet de grens op te zoeken. Maar de minister zegt hier "wacht op het proces", terwijl zijzelf al heeft aangekondigd dat ze de wet gaat wijzigen. Dus dit is hét moment om te zeggen: je hoeft niet aan de slag te gaan en die wet te gaan wijzigen. En dat is wat deze motie doet, en daarom breng ik die toch in stemming, voorzitter.

Minister Ollongren:
Ik begrijp het, maar het kabinet hecht eraan om te zeggen dat we ook komen met de hoofdlijnennotitie. Daar zullen we ook een debat over voeren met de Kamer en dan is de Kamer in staat om te beoordelen welke richting wij op willen met de wetswijziging. En daarom vinden wij het toch ontijdig.

De tweede motie, ook van mevrouw Leijten, op stuk nr. 215 vraagt om de toezichthouders in de ambtelijke voorbereiding op de aangekondigde wetswijziging voldoende te betrekken. Dat hebben wij in het debat al toegezegd en ik zeg dat graag vandaag opnieuw toe. Er wordt al overlegd met ze gevoerd. Sinds het debat hebben de collega en ik met de twee toezichthouders gesproken. Dat was een constructief overleg. Ik geef graag het oordeel van de motie aan de Kamer.

Motie nummer drie, die op stuk nr. 216, is een spreekt-uitmotie, dus daar spreekt het kabinet zich niet over uit.

Dan ben ik bij de vraag van mevrouw Rajkowski over de uitvoeringstoets. Ik zeg hier graag nogmaals expliciet toe namens het kabinet dat ook wij het heel belangrijk vinden om een goede uitvoeringstoets te doen, dus dat zal onderdeel worden van het proces.

Dan ben ik bij de moties van de heer Van Baarle van DENK. Die vraagt in de vierde motie, die op stuk nr. 217, om een brede consultatie voordat de wet wordt ingediend; zo vat ik het maar even samen. Ik hecht er hier wel aan om te zeggen dat het niet zo kan zijn dat we wijzigingen doen aan het wetsproces. Dus ik moet even kijken of ik de heer Van Baarle nou goed begrijp. We doen altijd consultatie. We hebben gezegd dat we op weg naar de hoofdlijnennotitie de toezichthouders erin betrekken, de Rekenkamer et cetera. Als wij straks, na met uw Kamer te hebben gesproken over de hoofdlijnennotitie, overgaan tot een wetswijziging — wij of onze opvolgers — dan is er een wetsvoorstel. Dat wetsvoorstel zal worden geconsulteerd. Zo werken we, en daar wilden we gewoon, tja, mee doorgaan. Dus als ik de heer Van Baarle zo mag begrijpen, kan ik oordeel Kamer geven. Als hij zegt "nee, we willen deze hele brede consultatie al in de fase van de hoofdlijnennotitie" — ik hoop niet dat dat de bedoeling is — dan ligt dat weer anders.

De voorzitter:
Hij kan ook knikken, hoor. Ja, de heer Van Baarle knikt.

Minister Ollongren:
Nou, dan ga ik ervan uit dat mijn interpretatie ook de interpretatie van de heer Van Baarle is en de bedoeling van DENK, en dan geven wij oordeel Kamer aan deze motie.

Motie nummer vijf, die van de heer Van Baarle op stuk nr. 218, is wat problematischer, zo zeg ik er maar meteen bij, want in de constatering zit al een kwestie over het bindend toezicht. Wij hebben in het debat erg benadrukt dat wij het hele stelsel van toezicht van begin tot eind heel belangrijk vinden en waar nodig ook willen verbeteren, op grond van de aanbevelingen en bevindingen. Maar binnen dat stelsel zou je natuurlijk keuzes kunnen maken. De ECW maakt daar een keuze in. Het kabinet moet die keuze nog maken. Die zullen we ook baseren op alle andere zaken die we nog te doen hebben. Maar ook deze motie, net als de motie van mevrouw Leijten, zet op één punt eigenlijk al iets vast, waardoor die overweging niet meer mogelijk zou zijn. Omdat die daarmee vooruitloopt op de wetswijziging, moeten we deze motie ontraden.

Tot slot de motie op stuk nr. 219. Die verzoekt de regering te inventariseren bij de veiligheidsdiensten en de toezichthouders welke voor- en nadelen er zijn om tot een krachtige toezichthouder te komen. Ik lees in deze motie van de heer Ceder eigenlijk een uitwerking van hetgeen we in het debat al met elkaar hebben besproken. Ik heb toen gezegd dat je natuurlijk altijd kunt kijken naar organisatorische mogelijkheden. Het is natuurlijk wel zo dat bij de CTIVD en bij de TIB echt verschillende taken zijn belegd. Dat blijft zo, of het nu twee organisaties zijn of één. In het theoretische geval dat je zou kiezen voor één organisatie — het kabinet is best bereid om dat te betrekken bij de voorbereidingen — moet je er echt een Chinese muur tussen zetten. De ECW heeft ook aanbevolen om de samenwerking te intensiveren tussen de twee, zonder er één organisatie van te maken. Maar als ik de motie zo mag interpreteren dat de keuzemogelijkheid voor de inrichting moet worden meegenomen in de hoofdlijnennotitie, laat het kabinet het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:
De heer Ceder heeft één keer geknikt. Het is mager, maar het is wel als zodanig genoteerd. Dank aan de minister voor het becommentariëren van de moties. Dank ook aan de minister van Defensie voor haar actieve rol vandaag. Ik dank ook de heren Swillens en Akerboom van respectievelijk de MIVD en de AIVD nog even voor hun aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond stemmen wij over deze moties. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we door met het volgende debat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Reactie op aangenomen moties en amendementen van de afgelopen begrotingsbehandeling, het cultuurbegrotingsdebat en het mediabegrotingsdebat

Reactie op aangenomen moties en amendementen van de afgelopen begrotingsbehandeling, het cultuurbegrotingsdebat en het mediabegrotingsdebat

Aan de orde is het tweeminutendebat Reactie op aangenomen moties en amendementen van de afgelopen begrotingsbehandeling, het cultuurbegrotingsdebat en het mediabegrotingsdebat (35570-VIII, nr. 247).

De voorzitter:
Frank Hendrickx verlaat voor de laatste keer de zaal, dames en heren. Een stukje parlementaire geschiedenis loopt de deur uit.

Aan de orde is het tweeminutendebat moties en amendementen begroting OCW en WGO Media en cultuur. Een hartelijk woord van welkom aan de beide bewindspersonen. Fijn dat u bij ons bent. Het is een dag vol weemoed. Mensen halen herinneringen op: "Ik weet nog van de opening." We hebben hier allemaal heel veel jaartjes liggen. Dat is toch mooi om mee te maken vandaag.

De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Rudmer Heerema van de fractie van de VVD. Hij heeft, zoals iedereen, twee minuten spreektijd. Het woord is aan hem.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter, dank. Naar aanleiding van het terugkrijgen van de reacties op de moties in de begrotingsbehandeling heb ik één vraag en één motie. Allereerst de vraag. Er is een motie ingediend door Rudmer Heerema samen met collega Rog, die nu in Haarlem vertoeft, over toezicht op de b4-scholen. Het lukt de minister niet om inhoudelijk te reageren op het onderzoek waar we om gevraagd hadden. Dit gaat op een later moment gebeuren. Puur even de vraag aan de minister: wanneer kunnen we die inhoudelijke reactie verwachten? Want we willen niet dat dit op de lange termijn geschoven wordt.

Voorzitter. Dan de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het amendement-Rudmer Heerema/Van Nispen (35102, nr. 23) regelt dat per 2023 het geven van minimaal twee uur bewegingsonderwijs aan elke leerling in het basisonderwijs verplicht wordt gesteld;

constaterende dat het risico bestaat dat niet alle basisscholen op tijd aan deze wettelijke eis kunnen voldoen, doordat gemeenten onvoldoende zicht hebben en voorbereid zijn op de benodigde beschikbaarheid van sportaccommodaties voor scholen;

constaterende dat aan het Gemeentefonds reeds een bedrag van 61 miljoen euro is toegevoegd om extra in te zetten op het versterken van sport- en beweegaanbieders en het ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit van het bewegingsonderwijs;

overwegende dat gemeenten reeds de wettelijke verplichting hebben om voldoende accommodatie te regelen voor twee uur bewegingsonderwijs per week voor basisschoolscholieren;

van mening dat het belangrijk is dat er voor leerlingen voldoende veilige sportaccommodaties aanwezig zijn, zodat zij het aantal uren bewegingsonderwijs krijgen waar ze recht op hebben;

verzoekt de regering om in overleg te treden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en hen actief te wijzen op de naderende wettelijke verplichting conform het amendement-Rudmer Heerema/Van Nispen (35102, nr. 23) met betrekking tot het geven van twee uur bewegingsonderwijs per week, te laten inventariseren wat er beschikbaar is, wat er nodig is en wat er ontbreekt aan accommodaties om te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichting van twee uur bewegingsonderwijs, en hen te wijzen op de gemeentelijke verantwoordelijkheid in het bieden van voldoende sportaccommodaties om dit mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rudmer Heerema en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 272 (35570-VIII).

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Peters van de fractie van het CDA.

De heer Peters (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik sta hier namens Harry van der Molen, die gelukkig binnenkort weer terugkomt. Twee vragen zijn naar ons weten nog niet beantwoord. Kan de minister aangeven wat de huidige situatie is rondom de internationale positie van de Nederlandse taal en in hoeverre deze positie in Europese hoofdsteden als Parijs, Berlijn, Londen en Wenen in gevaar zou zijn? Kan de minister garanderen dat de extra middelen die zijn vrijgemaakt met het amendement van de leden Van der Molen en Wiersma — dat gaat over middelen voor de internationale neerlandistiekinfrastructuur — conform het amendement daadwerkelijk besteed gaan worden aan de speerpunten die opgesteld zijn door de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek?

Uit de antwoorden van de minister hebben wij begrepen dat zij op 28 juni jongstleden weer een overleg heeft gehad met het Comité van Ministers. Graag wil ik deze korte tijd nog gebruiken om daar twee vragen over te stellen. Ten eerste. Heeft Vlaanderen tijdens het overleg van 28 juni jongstleden duidelijkheid kunnen geven over hun bijdrage? Zo nee, wanneer verwacht de minister dat er dan duidelijkheid komt? Ten tweede. In het schriftelijk overleg hebben wij gevraagd naar een gezamenlijke visie op de internationale neerlandistiek, opgesteld door het Comité van Ministers. De minister gaf aan dat er gewerkt wordt aan een toekomstperspectief voor de internationale neerlandistiek. Kan zij toezeggen dat zij deze visie voor de begrotingsbehandeling aan de Kamer stuurt en daarbij aangeeft wat de financiële consequenties zijn van deze visie?

Tot zover.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Kunnen we meteen antwoorden? Ja, hè? Dan gaan we luisteren naar de minister. Het woord is aan haar.

Minister Van Engelshoven:
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de heer Peters voor zijn vragen over de internationale neerlandistiek. Ik kan mij goed voorstellen dat er naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording toch nog wel behoefte was aan nadere vragen. Inmiddels zijn we daar ook een stap verder mee.

U vroeg naar een visie voor de begrotingsbehandeling. Ik kan u hierbij toezeggen dat ik op zeer korte termijn in overleg treed met Vlaanderen om te bevorderen dat de impactanalyse van de bestaande activiteiten, het toekomstperspectief en het voorgestelde impulstraject, waar wij de amendementsgelden voor gebruiken, voor de begrotingsbehandeling naar de Kamer gestuurd worden. Dat traject gaat dan wel uit van een eenmalige bijdrage van €600.000. De Taalunie onderzoekt op verzoek van het Comité van Ministers, dus mijn Vlaamse collega's en mijzelf, hoe binnen de bestaande budgetten een zo groot mogelijke ondersteuning geleverd kan worden aan de internationale neerlandistiek. De Taalunie heeft een toekomstperspectief opgesteld, waarbij gekeken wordt hoe die eenmalige middelen ingezet kunnen worden als hefboom voor het versterken van reeds bestaande initiatieven. Dat toekomstperspectief is inmiddels verder uitgewerkt en is vorige week gepresenteerd aan het Comité van Ministers. De bijdrage hiervoor komt vanuit het eerder aangenomen Nederlandse amendement. Ik heb met mijn Vlaamse collega's besproken of zij bereid zijn om daaraan hun bijdrage te leveren. De Taalunie werkt altijd in gezamenlijkheid, dus als Nederland daar een bijdrage aan levert, moet de Vlaamse overheid daar eigenlijk ook een bijdrage aan leveren. De heer Jambon heeft mij toegezegd dat hij daar zijn best voor zal doen. Om 10.00 uur is in het Vlaams Parlement het debat daarover gestart. Daar wordt dus vandaag over vergaderd; ik hoop met een positieve uitkomst. Maar van Vlaamse zijde is mij toegezegd dat zij zich daarvoor zullen inzetten. Zodra er meer duidelijkheid over is, zal ik u dat in ieder geval voor de begrotingsbehandeling laten weten.

De voorzitter:
Dat lijkt me een mooi antwoord. Heel kort, puntig.

De heer Peters (CDA):
Heel kort. Zou dat enkel om incidentele of ook om structurele middelen gaan?

Minister Van Engelshoven:
Volgens mij gaat die vier ton echt om een impuls. Ik kan geen uitsluitsel geven over wat de Vlamingen gaan doen, want het is heel erg afhankelijk van hoe zij dat gaan doen.

De heer Peters had ook nog een vraag over de internationale positie van de Nederlandse taal in andere belangrijke Europese hoofdsteden. Dat beeld is heel genuanceerd. In bepaalde opzichten gaat het beter met de internationale neerlandistiek dan met de neerlandistiek binnen ons eigen taalgebied. In landen zoals Polen en Hongarije studeren meer mensen Nederlands dan in Nederland zelf, maar tegelijkertijd hebben we ook wel reden tot zorg. De afgelopen decennia zien we ook wereldwijd een langzame daling van het aantal studenten dat Nederlands studeert. Maar dat past ook in een bredere, algemene trend in de talenstudies. Een heel mooi initiatief, waar ik gisteren op bezoek ben geweest, is Alfa4all, waarin we ook aandacht voor het onderwijs in de Nederlandse taal en het docentschap willen bevorderen.

Het beeld is dus heel genuanceerd. Het lijkt mij voor dit tweeminutendebat te ver gaan om de situatie in elke hoofdstad te schetsen, maar het is ook iets wat we in het kader van de Taalunie hebben besproken. Daar sluit nu gelukkig ook — goed om dat hier te vermelden — de Surinaamse minister inmiddels weer aan. Het was heel prettig om haar daar welkom te heten.

Tot slot vroeg u mij de garantie dat die extra middelen die middels amendementen zijn vrijgemaakt, ook echt worden ingezet voor de internationale Neerlandistiek. Wij maken deze over aan de Nederlandse Taalunie als geoormerkte middelen. Dus dan moeten ze echt voor dat doel worden ingezet. Op die manier zal er ook aan u over gerapporteerd zijn. U kunt erop vertrouwen dat ze echt voor dat doel worden ingezet en alleen voor dat doel.

Voorzitter. Dan heb ik volgens mij de vragen van de heer Peters beantwoord.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan minister Slob.

Minister Slob:
Voorzitter. Allereerst heel veel dank voor de uitnodiging om vandaag nog één keer in deze zaal te kunnen zijn, de zaal waar ik meer dan twintig jaar geleden voor het eerst binnenwandelde. Misschien is het mijn leeftijd, maar ik voel toch enige weemoed over mij neerdalen.

Dat gezegd hebbende, de heer Heerema heeft een vraag gesteld over de b4-scholen. Het klopt dat het rapport inmiddels al bij u is, maar door de enorme hoeveelheid werkzaamheden, de aanpak van corona, maar ook het Nationaal Programma Onderwijs, is er gewoon even onvoldoende capaciteit geweest om ook de verdere uitwerking en een goede beleidsreactie op ons te nemen. Dat gaan we natuurlijk ook na het reces oppakken. Ik kan niet beloven dat dat dit kalenderjaar al bij u ligt, maar we doen echt wat we kunnen. Het is niet zo dat we hier iets laten liggen, maar er is zo'n ongelofelijke hoeveelheid werk dat de eerlijkheid me ook gewoon gebiedt te zeggen dat we soms even moeten prioriteren. Dat heb ik u uiteraard ook gemeld in de brief, die overigens niet voor vandaag geagendeerd staat maar waar u nu wel naar verwijst, die we deze week hebben gestuurd.

De voorzitter:
Gaat dit ook over de motie van de heer Heerema?

Minister Slob:
Nee, de motie komt hierna.

De voorzitter:
Oké. Het is neo-kerstregime vandaag, dus één hele korte, puntige vraag.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Dat kan, want ik zeg helemaal niet "foei" tegen de minister dat het niet geleverd is, maar ik heb wel een vraag. We hebben natuurlijk een begrotingsbehandeling aan het eind van het jaar. Ik zou de minister toch willen vragen om in ieder geval te zorgen dat dat het er vóór de begrotingsbehandeling is, want daar kunnen we dan aan de slag.

Minister Slob:
Voorzitter. Ik kan dat niet beloven, maar wel dat wij het op zullen gaan pakken en uiteraard, als wij vinden dat het een rijpe reactie is, dat die naar de Kamer gaat. Dus we doen wat we kunnen, maar nogmaals, ik vrees dat dat dit kalenderjaar mogelijk niet gaat lukken. Maar we gaan het zien.

Over de motie op stuk nr. 272 kan ik iets vrolijker teksten uiten. Die is mede ingediend namens wat u uw "partner in crime" noemde, de heer Van Nispen. Goed dat dat nu in de Handelingen vastligt, want we hadden al zo'n vermoeden. Ik kan u melden dat we met de VNG al in intensief overleg zijn, want uiteraard weten we dat dit eraan gaat komen. Het is overigens zelfs nog een bredere club waar we mee spreken, want we spreken ook met de Vereniging Sport en Gemeenten en ook VWS is erbij betrokken. Als het gaat om wat concretere uitwerkingen — want u heeft via motie ook gevraagd om een subsidieregeling — hebben we uiteraard ook contacten met de ALO, met de KVLO en met de PO-Raad. Dus het is een heel breed gezelschap. De regeling ligt inmiddels klaar, die conform uw motie en de uitwerking ervan voor twee jaar ook nog extra geld beschikbaar zal gaan stellen. Dus we zijn er volop mee bezig. Maar u vraagt nu ook nog om in kaart te brengen waar eventueel nog tekortkomingen zitten. Dat zullen we gaan doen, dus ik geef deze motie oordeel Kamer. Maar ter geruststelling in uw richting, het past ook bij het onderwerp. Hier zijn we vol in beweging.

De voorzitter:
Prima. Dank u wel. Dank aan de beide bewindspersonen vandaag, dat zij voor de laatste keer hier nog even aanwezig wilden zijn. Een dag vol weemoed, inderdaad.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor een enkel ogenblik en dan gaan we praten over inburgering en integratie.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Inburgering en integratie

Inburgering en integratie

Aan de orde is het tweeminutendebat Inburgering en integratie (CD d.d. 28/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Inburgering en integratie. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Sociale Zaken. Fijn dat u bij ons bent. Er zijn tien sprekers van de zijde van de Kamer, die onderling nog het hoogste woord hebben. Ik hoop dat ze nog een beetje stil worden vandaag. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Van Baarle van de fractie van DENK. Die is er alvast niet. De tweede spreker is de heer De Graaf van de fractie van de PVV. Die is er ook niet. De heer Stoffer van de Staatkundig Gereformeerde Partij is er wel. Ik vertel nog even dat we vandaag het neo-kerstregime hebben. Dat betekent: geen interrupties in de termijn van de Kamer en alleen interrupties in de termijn van de regering na een motie en alleen door de eerste indiener. Anders wordt het nachtwerk. De heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik trek me niets aan van wat er allemaal om mij heen klinkt en ik ga gewoon mijn motie voorlezen. Ik hoop op een goed oordeel. De motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) wordt gevraagd om breed in kaart te brengen welke mogelijkheden er zijn voor nadere sturing van verschillende vormen van migratie;

constaterende dat daarbij het hanteren van het beleidsmatige richtgetal en het aan dit vraagstuk rakende incorporatievermogen van de samenleving worden meegenomen;

overwegende dat Nederland in de komende jaren naar verwachting te maken zal krijgen met een substantiële toename van het aantal migranten;

overwegende dat een brede verkenning ook vraagt om het verkennen van minder vrijblijvende varianten met een duidelijke bovengrens, zoals een migratiequotum, waarbij vluchtelingen prioriteit genieten, om grip te krijgen op migratie;

verzoekt de regering de ACVZ te verzoeken ook de mogelijkheid, de verschillende varianten en voor- en nadelen van een migratiequotum te onderzoeken, en de Kamer over de uitkomsten hiervan te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Eerdmans.

Zij krijgt nr. 330 (32824).

Heel goed. Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Van der Plas, maar die zie ik evenmin. De heer Heerma van het CDA is er wel. Het woord is aan hem.

De heer Pieter Heerma (CDA):
De heer Heerma is wel iets groter dan de heer Stoffer!

De voorzitter:
Heeft u nog wat weemoedige, sentimentele ideeën over het feit dat het vandaag de laatste dag is? U heeft hier ook uw uurtjes liggen.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik ben best weemoedig, maar daar heb ik meer spreektijd voor nodig dan twee minuten. U was aan het begin zo streng, voorzitter, dat ik mij ga inhouden. Ik beperk mij dus tot het voorlezen van de motie naar aanleiding van het punt dat ik heb gemaakt in het commissiedebat met de minister, een week of twee, drie geleden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de WRR in het rapport Samenleven in verscheidenheid concludeert dat de sociale samenhang onder druk staat;

constaterende dat bepleit wordt om de sociale infrastructuur te versterken;

van mening dat de maatschappelijke diensttijd jongeren de gelegenheid biedt om een positieve bijdrage te leveren aan zowel de inburgering van nieuwkomers als het versterken van de sociale samenhang;

verzoekt de regering om waardevolle lokale initiatieven die de maatschappelijke diensttijd inzetten in combinatie met inburgering te inventariseren en daarbij tevens te bezien hoe dergelijke initiatieven gestimuleerd kunnen worden, en de Kamer hierover te informeren voor het einde van 2021,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Pieter Heerma.

Zij krijgt nr. 331 (32824).

Hartstikke goed. Dank u wel. De heer Eerdmans van de fractie van JA21 ziet af van zijn spreektijd. Zo houden we het nog beperkt! Mevrouw Simons van de fractie van BIJ1 spreekt wel. Het woord is aan haar.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Goedemorgen. Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de oude inburgeringswet desastreus was;

constaterende dat de nieuwe wet gemeenten in staat moet stellen om inburgeraars met maatwerk zo snel mogelijk te begeleiden naar werk of studie;

constaterende dat de VNG, de MBO Raad, arbeidsmarktregio's, het UAF en andere partijen in het veld constateren dat de beschikbare budgetten ontoereikend zijn;

constaterende dat gemeenten aanbestedingstrajecten voor taalschakeltrajecten stop gaan zetten, vanwege een gebrek aan inschrijvingen;

overwegende dat de minister een onderzoek is gestart naar de belemmeringen bij aanbestedingen van de onderwijsroute, waaronder de bekostiging van de taalschakeltrajecten;

verzoekt de minister de budgetten voor deze trajecten te verhogen wanneer het onderzoek daartoe aanleiding geeft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Simons.

Zij krijgt nr. 335 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de oude inburgeringswet desastreus was;

constaterende dat er extra middelen zijn vrijgemaakt voor de ondertussengroep;

overwegende dat ook deze groep heeft geleden onder de gevolgen van de coronacrisis;

verzoekt de minister de extra middelen niet in te zetten voor het opvangen van de gevolgen van corona, maar in te zetten voor het opvangen van de slecht functionerende wet en hun de mogelijkheid te geven vrijwillig mee te doen aan de leerroutes van de nieuwe wet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Simons.

Zij krijgt nr. 334 (32824).

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik heb er nog twee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de oude inburgeringswet desastreus was;

constaterende dat de inburgeraars ernstig lijden onder de covidcrisis;

constaterende dat er de afgelopen tijd langeafstandsonderwijs is geweest waarvan de opbrengst veel minder is dan men zou mogen verwachten;

constaterende dat de regering van deze mensen verwacht dat zij een ontheffingsaanvraag doen;

overwegende dat ook deze wet hardvochtig is, terwijl deze doelgroep niet voldoende is geëquipeerd om aan de harde eisen te voldoen;

verzoekt de minister om het inburgeringsonderwijs te behandelen zoals wij het reguliere onderwijs behandelen, met een uitgebreid pakket aan maatregelen met extra geld voor aangepaste examens, extra begeleiding en nazorg, inhaal- en ondersteuningsprogramma's, extra hulp voor de klas en daarnaast coulanceregelingen en maatwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Simons.

Zij krijgt nr. 333 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de nieuwe inburgeringswet het COA wettelijk verplicht wordt om in alle asielzoekerscentra te zorgen voor een aanbod voorinburgering;

overwegende dat de covidcrisis nog niet voorbij is;

verzoekt de minister om voldoende te investeren in faciliteiten, zoals ruime leslokalen en digitale infrastructuur en -middelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Simons.

Zij krijgt nr. 332 (32824).

Heel goed. Dank u wel. Dan is nu mevrouw Becker van de fractie van de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Taal en werk zijn de sleutel tot meedoen in Nederland. Ik heb in het debat wat zorgen geuit over hoe taal en werk uiteindelijk echt voldoende geborgd worden in de uitvoering van de nieuwe inburgeringswet. Maar ik heb ook goed nieuws, want ten aanzien van taal heeft de minister mij toegezegd dat hij de vinger aan de pols gaat houden bij Blik op Werk en het aanbestedingsproces en hij in het onderzoek naar onafhankelijk toezicht op de taalmarkt ook een aantal vragen van mij meeneemt over de borging van de kwaliteit van taaldocenten. Hij heeft mij ook een toezegging gedaan ten aanzien van werk. Hij gaat ons een brief sturen over de Taskforce Werk en Integratie en hoe deze ervoor gaat zorgen dat bij de inburgering iedereen ook echt die werkervaringsplek krijgt zoals wij bedoeld hebben. Ook krijgen wij meer informatie over de arbeidsmarktgerichte uitplaatsing door het COA van statushouders naar regio's die passen bij wat deze mensen ook echt kunnen.

Voorzitter. We hebben gisteren een oproep gehad van onze nieuwe Voorzitter in een brief om ons wat te matigen met de moties. Ik wilde maar zeggen dat ik zeer blij ben met deze toezeggingen en qua moties ga ik het daarom erbij laten vandaag. Ik ben wel een e-mailprocedure gestart in de commissie voor Sociale Zaken. Dat is niet voor moties, maar ik denk wel dat het goed is dat we in het najaar een commissiedebat voeren. We hadden het namelijk graag willen hebben over ongewenste buitenlandse beïnvloeding, maar die brief is gewoon te laat binnengekomen om bij dit debat aan de orde te hebben. Maar het is wel heel belangrijk. Wij willen graag iets kunnen doen voor bijvoorbeeld een arbeidsmarktoets voor buitenlandse imams, wij willen graag publiek toezicht op informeel onderwijs en wij willen een betere juridische grondslag voor de taskforce. Nou, ik heb het allemaal genoemd. Ik hoop echt dat wij dat snel een stap dichterbij kunnen brengen, dus ik kijk uit naar het nieuwe jaar in een nieuw gebouw.

Dank dat ik hier nog even mocht staan vandaag.

De voorzitter:
Mooi hè? Omdat u zich beperkt heeft in het aantal moties, mag u een gratis gevulde koek afhalen in het ledenrestaurant.

Mevrouw Becker (VVD):
Dan ga ik het gerucht verspreiden dat het zo werkt vandaag.

De voorzitter:
Op kosten van mevrouw Bergkamp. U noemt gewoon haar naam.

Mevrouw Belhaj van de fractie van D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Gisteren heb ik gezien dat een van onze collega's heel hard een naam riep tijdens een commissiedebat. Ik kreeg dus bijna de neiging om heel hard "Wouter!" te roepen, maar dat doe ik natuurlijk niet, want dat zou heel raar zijn. Bij dezen heb ik dat natuurlijk gedaan.

De voorzitter:
O, dat mag best, hoor. Het is de laatste dag, dus dan doen we wel meer gekke dingen.

Mevrouw Belhaj (D66):
Ja, precies.

Het commissiedebat over integratie en inburgering hebben we recent gehad. Daar is veel gesproken en gedebatteerd. Het is, denk ik, goed om dat nog extra te benoemen. In de samenleving, in de krant en op de televisie wordt er namelijk ook volop gediscussieerd, dus het zou vreemd zijn als we dat niet in de Kamer zouden doen. Ik ben niet nieuw in deze Kamer, maar wel nieuw op dit onderwerp. Dat bedoel ik niet in persoonlijke zin, want ik integreer al mijn hele leven. Ik vind het belangrijk om hier nogmaals te benadrukken dat integratie wat D66 betreft meer is dan discussies over tot welk collectief je behoort. Het gaat er met name om dat je honderd procent jezelf kunt zijn, honderd procent, met je eigen identiteit, met je eigen waarden en met de verschillende elementen die je hebt meegekregen uit je leven. Dat is het allerbelangrijkste voor D66. Mensen moeten zich vrij voelen en moeten op een individualistische manier worden benaderd, zodat ze op geen enkele wijze ooit gedwongen kunnen worden om in een bepaalde groepsdynamiek terecht te komen die geen recht doet aan de persoonlijke wens over hoe in het leven te staan.

Voorzitter. Aangaande de inburgering heb ik nog één motie, over iets waar D66 zich zorgen over maakt. De minister kan helpen om die zorgen bij D66 weg te nemen. Het is de motie Afronden leertraject leerlingen in praktijkonderwijs.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jongvolwassenen die praktijkonderwijs volgen kwetsbaar zijn vanwege beperkte cognitieve functies en een verhoogd risico hebben op dakloosheid en schuldenproblematiek;

overwegende dat onderwijs volgen voor die groep al een grote uitdaging is;

constaterende dat voor een groep jongvolwassenen die nu praktijkonderwijs volgt onverwachts de vrijstelling van de inburgeringsplicht wordt beëindigd;

verzoekt de regering zich ervoor in te spannen dat jongvolwassenen in het praktijkonderwijs hun leertraject ook na het bereiken van hun 18de levensjaar afronden wanneer zij geconfronteerd worden door de inburgeringsplicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj.

Zij krijgt nr. 336 (32824).

Dank u wel.

Mevrouw Belhaj (D66):
U ook bedankt.

De voorzitter:
Dan de heer Van Baarle van de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel. In het commissiedebat heb ik het standpunt van DENK naar voren gebracht dat de tijd van integratie voorbij is en dat we voor Nederlanders die hier zijn geboren en getogen, niet meer moeten spreken van integratie. Zij zijn gewoon Nederlanders. Zij horen erbij en hoeven niet meer te integreren. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om zowel beleidsmatig als inhoudelijk niet meer te spreken over "integratie" bij Nederlanders die hier zijn geboren en getogen, en voortaan te spreken over "samenleven",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 337 (32824).

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Het WRR-rapport heeft ons het belang van samenleven geleerd. In het commissiedebat bleek dat het beleidsterrein "samenleven" nogal versnipperd is over een aantal bewindspersonen. Het lijkt mij goed om dat belang te onderschrijven en om dat in de toekomst neer te leggen bij één coördinerende bewindspersoon. Dat zou ook een opdracht kunnen zijn aan de volgende regering. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit WRR-onderzoek het belang blijkt van een adequate infrastructuur om samenleven te faciliteren;

verzoekt de regering om in de toekomst de verantwoordelijkheid voor de portefeuille "samenleven" te beleggen bij één coördinerend bewindspersoon,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 338 (32824).

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dan een motie over vluchtelingen en vluchtelingenonderwijs.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het inburgeringsonderwijs in Nederland al sinds maart is stilgelegd en ook andere procedures en activiteiten voor asielzoekers in de knel zijn gekomen door de coronamaatregelen;

overwegende dat het langdurig verblijf in een azc de participatie van statushouders flink heeft belemmerd en ook onlineonderwijs in veel azc's nagenoeg onmogelijk was door de gebrekkige netwerkcapaciteit;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk aan de Kamer te doen toekomen zowel de omvang van de onderwijsachterstanden die vluchtelingen als gevolg van de coronacrisis hebben opgelopen, alsook een concreet plan van aanpak met hoe en wanneer deze achterstanden weggewerkt worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 339 (32824).

De heer Van Baarle (DENK):
Voor mijn laatste motie heb ik niet voldoende tijd meer.

Ik dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Heel goed. Dan de heer De Graaf van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer De Graaf (PVV):
Voorzitter. Geen moties van de kant van de Partij voor de Vrijheid, wel een kleine observatie. Eerder deze week kwam ik een kleinzoon tegen van een reder. Die reder heeft ooit mijn opa uitgebuit en ook getracht mijn vader uit te buiten. Ik was niet boos op hem. Ik heb hem leuk gegroet en ik heb geen herstelbetalingen van hem geëist. Sterker nog, ik wens hem een heel goed leven, want hij kan er niks aan doen dat zijn opa gedaan heeft wat zijn opa gedaan heeft, en ik heb er ook geen last van. Dat is een deel van samenleven, het woord dat hier al een aantal keren gevallen is. Samenleven in een "parallelleving", die we op dit moment hebben.

Dan ga ik terug naar vanmorgen. Vanmorgen startte ik mijn dag heel vroeg met gewoon met mijn dochters een repetitie doornemen zo vlak voor de zomervakantie. Daarna naar de Kamer om in te loggen zodat we vroeg konden beginnen. We hebben elkaar hartelijk gegroet, de heer Heerma en ik. Ik heb leuke gesprekken gehad met iemand van Antilliaanse, iemand van Surinaamse en iemand van Marokkaanse afkomst. Dat was allerhartelijkst en toekomstgericht. En toen ging ik naar het strand. Wie kom ik op het strand tegen? Iemand die nieuw was, uit Warschau. Die heb ik de eerste Scheveningse woordjes bijgebracht. Dat is ook samenleven. Vervolgens kreeg ik een knuffel van iemand uit Brazilië. Ik kreeg een high five van iemand uit Portugal. Vervolgens kwam ik een Spanjaard tegen die surfles ging geven. Die gaf me ook een high five. Toen had ik wat koffie gedronken en kreeg ik een hele leuke omhelzing van een jonge Poolse dame uit het zuiden van Polen.

Wat ikzelf nou het mooie van dit verhaal vind, is dat dit allemaal kan door de plek waarop dat gebeurt en de manier waarop ik dat doe. Dat is wat echt samenleven is. Dat samenleven komt doordat de Nederlandse cultuur als leidende cultuur wordt omarmd door al die mensen die ik vanmorgen al heb ontmoet. Dat zijn er heel veel geweest. Dat maakt een dag mooi. Ik zou, omdat het de allerlaatste keer is dat ik vanaf deze plek zal spreken ... We gaan immers niet vijf jaar weg, maar het zal wel tien jaar worden, met een flinke overschrijding van de kosten. Nou, daarna ben ik niet meer terug, dus het is de laatste keer. Daarom wilde ik die mogelijkheid toch te baat nemen, zonder sentiment maar toekomstgericht, om dit verhaal te houden, iedereen die wijsheid mee te geven, om erover na te denken en misschien een stukje te helen in het hart, om het even netjes te zeggen, en om te zeggen: de Nederlandse cultuur is de leidende cultuur en iedereen die die omarmt, werkt mee aan de samenleving. En ik zei in het commissiedebat: tuig moeten we eruit flikkeren. Toen was mevrouw Belhaj voorzitter en die zei: nou, dat woord moet je misschien niet gebruiken. Misschien had ik "optiefen" moeten gebruiken. Ik weet het niet. Dat klinkt misschien wat netter. Maar we weten met z'n allen wat wij willen als PVV. Ik weet nog steeds heel diep vanbinnen dat dit het allerbeste en allermooiste recept is waarmee we Nederland weer op de rails kunnen krijgen.

Voorzitter. Dank dat ik deze woorden hier dus nog even mocht spreken. We gaan na de zomer weer verder met samen strijden tegen iedere cultuur die de Nederlandse cultuur wil verdringen, die tegen het samenleven is en die dus uitsluitend is. Als we het over inclusie hebben, hebben we het dus niet over een cultuur die de originele cultuur uitsluit.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee, nee, we stellen geen vragen en interrupties. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Ceder van de fractie van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb in het commissiedebat aandacht gevraagd voor de leerlingen in het praktijkonderwijs die 18 worden. Tot nu toe zijn ze vrijgesteld van de inburgeringsplicht, maar de minister wil hen nu toch inburgeringsplichtig maken, omdat het praktijkonderwijs niet leidt tot een startkwalificatie en dus formeel gezien niet vrijstellend is. Opeens is dit blijkbaar een probleem, terwijl het jarenlang gewoon de praktijk was. Het besluit van de minister heeft veel onrust opgeleverd in de sector, maar ook bij leerlingen zelf. Het gaat hier om heel kwetsbare leerlingen, die op het praktijkonderwijs goede begeleiding en taalles krijgen. Mijn fractie wil dat deze leerlingen hun vrijstelling behouden totdat het nieuwe stelsel ingaat. Dat is over een paar maanden. Daarom de volgende motie, mede ingediend namens collega Maatoug van GroenLinks.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vrijstelling voor inburgering voor 18-jarige leerlingen op het praktijkonderwijs vervalt op 1 augustus 2021;

constaterende dat de nieuwe inburgeringswet op 1 januari 2022 ingaat, waardoor er vanaf dan meer maatwerk aan deze doelgroep geboden kan worden via de Z-route;

overwegende dat voor deze leerlingen de reguliere inburgeringscursussen in het algemeen te hoog gegrepen zijn en dat het opleggen van de inburgeringsplicht ertoe kan leiden dat jongeren van het praktijkonderwijs af gaan en daardoor essentiële begeleiding en taalles op hun niveau missen;

verzoekt de regering om de tijdelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht tot 1 januari 2022 te behouden voor jongeren op het praktijkonderwijs van boven de 18 jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Maatoug.

Zij krijgt nr. 340 (32824).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik heb ook nog een tweede motie en die gaat over het inventariseren van de knelpunten als het gaat om gemotiveerde nieuwkomers en gemotiveerde werkgevers.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er veel nieuwkomers zijn die graag willen werken en dat werkgevers om personeel staan te springen, maar dat er regelmatig praktische belemmeringen zijn zoals diploma's die niet erkend worden, lange procedures of het ontbreken van een rijbewijs;

overwegende dat recente rapporten constateren dat nieuwkomers een belangrijke rol kunnen spelen in onder andere tekortsectoren, maar dat zij daarvoor beter moeten worden begeleid naar de arbeidsmarkt;

verzoekt de regering te inventariseren welke praktische knelpunten er zijn die gemotiveerde nieuwkomers en gemotiveerde werkgevers belemmeren bij het aangaan van werk en de Kamer hierover binnen een jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.

Zij krijgt nr. 341 (32824).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Net binnen de tijd.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors vier minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt van 11.15 uur tot 11.19 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen. Ik herinner er nog even aan dat het vandaag de hele dag neo-kerstregime is. In de termijn van de regering doe ik alleen interrupties na een motie en alleen door de eerste indiener. Het woord is aan de minister.

Minister Koolmees:
Dank, voorzitter. Dank ook voor de moties. Als mevrouw Becker alle toezeggingen opleest, dan heb ik in het debat heel veel toezeggingen gedaan in haar richting. Dat is ook confronterend.

De motie op stuk nr. 330 van de heer Stoffer en de heer Eerdmans gaat over een adviesaanvraag aan de ACVZ over een quotum toevoegen. Deze motie wil ik ontraden. Het gaat over opvolging van een WRR-advies over het Duitse voorbeeld met het richtgetal. Ook in het WRR-onderzoek zelf is al het een en ander gezegd over quota en welke belemmeringen daaraan hangen. Dat is niet onze invulling daarvan en daarom ontraad ik deze motie.

De motie op stuk nr. 331 van de heer Heerma gaat over maatschappelijke diensttijd en de samenhang met inburgering. Onder verwijzing naar het debat: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 332 van mevrouw Simons gaat over de COA-faciliteiten. Er zijn bij ons geen signalen bekend dat daar problemen zouden zijn. Tegen die achtergrond wil ik deze motie ontraden.

De motie op stuk nr. 333 ... Ik wacht even, want in mijn ooghoeken zie ik mevrouw Simons aan komen rennen.

De voorzitter:
Mevrouw Simons, één vraag.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik zou de minister willen vragen of hij op het moment dat hij wél signalen ontvangt, die ik hem eventueel zou kunnen doen toekomen, alsnog naar de motie zou willen kijken. Dan kan ik haar nu aanhouden.

Minister Koolmees:
Als u ze heeft, houd ik me zeer aanbevolen voor dat soort signalen. Als u ze wilt toesturen, graag. Ik heb er regelmatig overleg over met het COA. De signalen zijn mij niet bekend.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Simons stel ik voor haar motie (32824, nr. 332) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Koolmees:
Een paar zinnen bij de motie op stuk nr. 333 van mevrouw Simons. We hebben de afgelopen periode echt het nodige gedaan om bijvoorbeeld termijnen te verlengen om te voorkomen dat mensen slachtoffer worden van corona, van covid, bijvoorbeeld van het feit dat er geen examens mogelijk waren of dat er langeafstandsonderwijs was met mogelijke vertraging. We houden de vinger aan de pols en zien nu geen reden om daar aanvullende dingen te starten. Tegen die achtergrond ontraad ik deze motie. Ook hier geldt dat we de vinger aan de pols houden. Als het noodzakelijk mocht zijn, acteren we wel. Dat hebben we ook steeds gedaan in de afgelopen maanden en het afgelopen jaar.

De motie op stuk nr. 334 van mevrouw Simons over de "ondertussengroep". Het is een verschrikkelijke term, maar dat terzijde. We hebben in verschillende fases extra geld vrijgemaakt voor de gemeenten om deze groep in de tussentijd extra te ondersteunen. We zagen dat er een groep tussen wal en schip dreigde te vallen. De ELIP's, de "einde lening"-groep, hebben we in kaart gebracht. We ondersteunen dus de gemeenten en we gaan daar ook mee door in aanloop naar het nieuwe stelsel. We gaan ook zo veel mogelijk in de geest van de nieuwe wet handelen. We gaan samen met de gemeenten de trajecten starten: de combinatie taal en arbeidsmarkt, dat soort elementen.

De voorzitter:
Ja!

Minister Koolmees:
Dus tegen die achtergrond ontraad ik de motie. Ik hoor de onrust van de voorzitter.

De voorzitter:
Dat lijkt maar zo.

Minister Koolmees:
En ik wil ook een gevulde koek straks.

De motie op stuk nr. 335 van mevrouw Simons. Dat onderzoek loopt. Ik zou mevrouw Simons willen vragen om deze aan te houden tot het onderzoek beschikbaar is. Dan ga ik zelf nadenken over hoe ik hiermee omga, als dat uit het onderzoek zou komen. Dan heb ik het over die mbo-leerroute.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Simons stel ik voor haar motie (32824, nr. 335) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Koolmees:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 336 van mevrouw Belhaj wil ik oordeel Kamer geven, met een paar woorden nog toegevoegd. Vorige week heeft er namelijk overleg plaatsgevonden met belanghebbenden over wat we voor deze jongeren kunnen betekenen. Het gaat om de jongeren uit het praktijkonderwijs, waar ook de heer Ceder een motie over heeft ingediend. Naar aanleiding daarvan is besloten de datum van de intrekking van de tijdelijke vrijstelling te verschuiven naar 1 september. Ook zal ik onderzoeken of de uren praktijkonderwijs kunnen meetellen voor een ontheffing. Ik vind het van belang om mij in te spannen voor deze jongeren om te bezien hoe we ze het beste kunnen informeren en begeleiden bij de inburgeringsplicht; dus een warme begeleiding daarvan. Tegen die achtergrond geef ik de motie van mevrouw Belhaj oordeel Kamer.

De voorzitter:
Mevrouw Simons nog over motie op stuk nr. 335.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik houd de motie aan, maar ben wel benieuwd naar wanneer we de resultaten van dat onderzoek kunnen verwachten.

Minister Koolmees:
Ik heb na vlak na het zomerreces in mijn hoofd, omdat we natuurlijk voor 1 januari hier duidelijkheid over moeten hebben, omdat dan de mbo-leerroute moet ontstaan.

De voorzitter:
Mevrouw Becker houdt alle toezeggingen bij. Dus dat lezen we wel terug.

Minister Koolmees:
Maar deze toezegging is niet aan mevrouw Becker. Die zien we dan waarschijnlijk niet terug.

De motie op stuk nr. 337 van de heer Van Baarle over integratie en samenleven wil ik ontraden, met verwijzing naar het debat dat we daarover hebben gevoerd twee weken geleden. De heer Van Baarle kent mijn standpunt daarover.

De motie op stuk nr. 338 van de heer Van Baarle vind ik ingewikkeld. Ik sta er sympathiek tegenover. Sterker nog, u weet dat er een apart traject op mijn departement loopt dat "Samenleven" heet. Dat vind ik naar de toekomst toe namelijk een belangrijk thema om mee door te gaan. Dat gezegd hebbend, is het eigenlijk een verzoek aan een nieuwe regering over hoe je een minister noemt. Daar gaat deze regering niet meer over. Daar gaat de Kamer over. Aangezien het een verzoek aan de regering is, moet ik de motie ontraden. Als u het anders had gemotiveerd, had ik "geen oordeel" kunnen zeggen.

Mijn reactie op de motie op stuk nr. 339 ligt in het verlengde van die op de motie van mevrouw Simons. De termijnen zijn verlengd. We hebben langeafstandsonderwijs gefaciliteerd. We zijn ook weer volledig open. We hebben ook langere uitsteltermijnen gehanteerd. Tegen die achtergrond ontraad ik de motie.

De motie op stuk nr. 340 van de heer Ceder en mevrouw Maatoug gaat over dezelfde jongeren uit het praktijkonderwijs waar mevrouw Belhaj een motie over heeft ingediend. Met verwijzing naar de woorden die ik heb gebruikt bij de motie van mevrouw Belhaj, wil ik deze ontraden. Dit is namelijk gewoon tegen de wet. Dat kan ik natuurlijk niet doen. Ik ben wel bereid om me in te spannen voor een zachte landing en begeleiding van deze groep, zoals ik net heb aangegeven richting mevrouw Belhaj, maar ik moet de motie ontraden.

De motie op stuk nr. 341 van de heer Ceder over het inventariseren welke knelpunten er zijn, wil ik graag oordeel Kamer geven. Er is veel bekend. Ook over veel deelonderwerpen is al veel bekend, mede naar aanleiding van moties van de Kamer. Daarom wil ik die graag inventariseren. Daarom oordeel Kamer.

De voorzitter:
Kort, puntig, de heer Ceder, één zinnetje.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank voor de oordeel Kamer op de laatste motie. Over de motie daarvoor zegt u dat u die ontraadt omdat die tegen de wet zou zijn. Maar dit doen we al een tijd lang. Dat weet u ook. Het gaat over de overbruggingsperiode van drie maanden, waarvan de sector aangeeft dat je het gedogend kunt voortzetten. Dat is gewoon een keuze. Ik vraag u niet om tegen de wet te handelen, alleen om de situatie nog voor drie maanden te gedogen. Ziet de minister in dat kader, in dat licht, in dat bredere perspectief dat we al langer gedogen, een overbruggingsperiode van drie maanden als haalbaar?

Minister Koolmees:
Nee. In de brief die ik naar de Kamer heb gestuurd, heb ik uitgebreid geschetst hoe we dat gewogen hebben in de afgelopen periode. Ik zie het dilemma dat hier naar boven komt. Vandaar dat we ons inspannen voor wat de "zachte landing" heet: de begeleiding bij en het helpen van deze groep met de inburgeringsplicht. Anders krijg je echt gelijke monniken, ongelijke kappen. Dat vind ik kwetsbaar in de uitleg.

De voorzitter:
De heer Stoffer over de motie op stuk nr. 330.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, over de motie op stuk nr. 330. Ik zat nog even te kijken naar het oordeel. Ik begrijp niet waarom de minister niet de wil heeft om de voor- en nadelen van een migratiequotum überhaupt in kaart te brengen. Het is onderzoek. Je moet dit toch weten? Als dit een van de grootste problemen van de samenleving is, moet je dit toch in kaart willen brengen?

De voorzitter:
Helder.

De heer Stoffer (SGP):
Dus vanwaar de onwil?

Minister Koolmees:
Dan moet ik even in mijn eigen geheugen gaan graven. In mijn herinnering wordt in het WRR-rapport aanbevolen om het Duitse voorbeeld van een richtgetal te onderzoeken en om daar de ACVZ voor te vragen. Daar zitten ook een aantal juridische beperkingen in ten aanzien van zo'n quotum. De WRR heeft dat al in kaart gebracht. Die heeft daar al naar gekeken. We gaan nu de ACVZ vragen om een advies te geven over hoe we dat kunnen invullen. Aangezien daarin het Duitse voorbeeld van een richtgetal staat, nemen we dat advies over. Ik zou het niet wenselijk vinden om daar nu een aanvullend advies over een quotum aan te hangen. Dat zou eigenlijk een herhaling van zetten zijn. Vandaar het oordeel ontraden.

De voorzitter:
Afrondend, meneer Van Baarle. Kort en puntig. Eén zinnetje.

De heer Van Baarle (DENK):
Eén zin, voorzitter. Naar aanleiding van de appreciatie van de minister van de motie over een coördinerend bewindspersoon op het thema "samenleven" kondig ik aan dat ik die motie zal wijzigen om daar een uitspraak in de richting van de nieuwe regering van te maken.

Minister Koolmees:
Als het een spreekt-uitmotie is, mag ik daar geen oordeel over vellen.

De voorzitter:
Nee. Heel goed. Dank aan de minister.

Minister Koolmees:
Dank. Nog wat sentimentele woorden of niet?

De voorzitter:
Graag.

Minister Koolmees:
Ik vond het heel leuk. Dank u wel.

De voorzitter:
Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond stemmen wij over de moties. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid. Ik schors voor een enkel ogenblik en dan gaan we praten over klimaat en energie.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Klimaat en energie

Klimaat en energie

Aan de orde is het tweeminutendebat Klimaat en energie (CD d.d. 10/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Klimaat en energie. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris. Fijn dat u gekomen bent op deze mooie, historische, melancholische dag. Wij hebben twaalf sprekers van de zijde van de Kamer. Ik wijs er nog even op dat er vandaag neo-kerstregime heerst. Dat betekent geen interrupties in de termijn van de Kamer en in de termijn van de regering alleen per motie één vraag door de eerste indiener van de motie. Het woord is aan de heer Bontenbal van de fractie van het CDA.

De heer Bontenbal (CDA):
Dank, voorzitter. Ik heb drie moties en een korte vraag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de toekomst ook negatieve emissies nodig zijn om klimaatverandering te beperken;

verzoekt de regering in samenspraak met onderzoeksinstellingen en bedrijven te bezien of, en zo ja, gericht op welke technologieën een onderzoeksprogramma opgezet kan worden om te werken aan technologieën voor het realiseren van negatieve emissies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bontenbal en Amhaouch.

Zij krijgt nr. 781 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het convenant energiebesparing bij huishoudens en kleine bedrijven niet de 10 petajoule heeft opgeleverd die was beloofd, maar slechts 2 petajoule;

constaterende dat een systeem van "witte certificaten" als invulling van een energiebesparingsverplichting in andere landen succesvol wordt toegepast;

verzoekt de regering te onderzoeken onder welke voorwaarden energiecertificaten in Nederland tot een effectieve bijdrage aan energiebesparing in de gebouwde omgeving kunnen leiden en daarbij aandacht te besteden aan de effecten op de draagkracht van lage inkomens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bontenbal en Grinwis.

Zij krijgt nr. 782 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het project WarmtelinQ een belangrijke pijler is voor de verduurzaming van de warmtevraag van woningen en bedrijven in Zuid-Holland;

constaterende dat het partijen nog niet gelukt is om een definitieve investeringsbeslissing te nemen;

verzoekt de regering met betrokken partijen de knelpunten te inventariseren en zich maximaal in te spannen om het project WarmtelinQ tot een positief besluit te brengen, uiterlijk 1 oktober;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bontenbal en Stoffer.

Zij krijgt nr. 783 (32813).

De heer Bontenbal (CDA):
Ik heb tijdens het debat gisteren wat vragen gesteld over datacenters en het verzoek gedaan voor een inventarisatie van wat er allemaal nog in de pijplijn zit en het energieverbruik dat daarbij hoort. Kunt u dat in een brief of iets dergelijks aan mij doen toekomen?

De voorzitter:
"Kan de staatssecretaris dat doen toekomen?". Want ik ga u geen brieven sturen.

De heer Bontenbal (CDA):
Excuus.

De voorzitter:
Dan de heer Erkens van de fractie van de VVD.

De heer Erkens (VVD):
Voorzitter. We willen ons land schoon, veilig en leefbaar doorgeven, en de generaties na ons beschermen tegen klimaatverandering. Dat is een grote opgave. Gelukkig kan klimaatbeleid ons duurzamer en welvarender maken. Economische groei en duurzaamheid hoeven niet haaks op elkaar te staan. Wat de VVD betreft liggen de grootste kansen bij de verduurzaming van de industrie. Wij kunnen daarin wereldwijd pionier zijn. Die innovaties kunnen ook in het buitenland het verschil gaan maken.

Daarnaast was er gisteravond verborgen op de website van de rijksoverheid nog goed nieuws, wat de VVD betreft. De marktconsultatie kernenergie toonde aan dat de marktpartijen erin geïnteresseerd zijn om te investeren in nieuwe centrales en ook dat er geschikte locaties in Nederland zijn. Dat stemt ons positief. In de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening kunnen we geen duurzame energiebron uitsluiten. Het is goed dat de staatssecretaris hiermee dan ook actief aan de slag gaat. Ik heb daar een vraag over. Hoe staat het daarbij met de huidige centrale van Borssele? Kan de staatssecretaris onderzoeken wat nodig is om de levensduur daarvan mogelijk te verlengen?

Daarnaast heb ik nog een vraag aan de staatssecretaris over de industrie. De industrie heeft zelf veel plannen gemaakt, die volgens mij nu ook allemaal geïnventariseerd worden bij EZK. Daarnaast hebben we een plafond op het gebruik van CCS gezet. Ik ben nu wel benieuwd wat al die opgetelde plannen van de industrie rondom CCS voor betekenis hebben, zowel voor het gebruik van waterstof als directe CCS in de overgang naar groene waterstof. Wat betekent dat in totaal en hoe relateert dat aan het plafond?

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Teunissen van de fractie van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Gisteren bespraken we het Urgendavonnis. Midden in een klimaatcrisis kiest het kabinet er wéér voor om niets extra's te doen. Waar haalt het kabinet het idee vandaan dat het dit vonnis niet hoeft uit te voeren? Jaartallen in de verre toekomst gooien zand in de ogen van de regering. De Partij voor de Dieren vindt het volstrekt onverantwoord. Er is nú extra actie nodig. Ik roep daarom ook iedereen op om vanmiddag mijn motie voor extra maatregelen te steunen.

Voorzitter. Dan heb ik nog twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet het rekenen met echte CO2-winst heeft omarmd in het Klimaatakkoord en in de reactie op het advies van de SER;

constaterende dat het kabinet, conform de aangenomen motie-Van Raan/Leijten (35668, nr. 27), nu ook voornemens is om jaarlijks over de CO2-emissies van de bij- en meestook van biomassa te rapporteren;

constaterende dat de Europese Unie nog steeds niet rekent met de werkelijke uitstoot van houtige biomassa en deze als administratief nul beschouwt;

overwegende dat houtige biomassa hierdoor nog steeds als klimaatvriendelijke bron wordt aangemerkt;

verzoekt de regering om er in Europa voor te pleiten om bij de herziening van de RED II te rekenen met de werkelijke uitstoot van houtige biomassa,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Van Raan en Teunissen.

Zij krijgt nr. 784 (32813).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende de in de Eerste Kamer aangenomen motie-Koffeman c.s. (35668, F) die de regering verzoekt definitief geen nieuwe of verlengde subsidies te geven op het stoken van houtige biomassa;

constaterende dat het onderzoeksrapport van SOMO "Wood Pellet Damage: How Dutch government subsidies for Estonian biomass aggravate the biodiversity and climate crisis" bevestigt dat de productie van biomassa voor Nederland ernstige natuurschade in Estland veroorzaakt, bijvoorbeeld doordat er oerbos met honderden jaren oude dennenbomen en bedreigde schimmelsoorten worden gekapt;

verzoekt de regering om biomassa niet alleen uit te sluiten van de SDE++, maar ook van eventuele toekomstige subsidies voor CO2-vrij regelbaar vermogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Van Raan.

Zij krijgt nr. 785 (32813).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is de heer Van der Lee van de fractie van GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Fijn dat de voorzitter zo geconcentreerd is. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een groot potentieel is voor hybride warmtepompen;

overwegende dat het vervangen van cv-ketels en hr-ketels door hybride warmtepompen op relatief eenvoudige en efficiënte wijze veel gasverbruik bespaart;

overwegende dat het aanpassen van de normering rondom warmte-installaties dit bewerkstelligt;

verzoekt de regering een normering voor te bereiden die de uitrol van hybride warmtepompen stimuleert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee en Bontenbal.

Zij krijgt nr. 786 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet erop wijst dat elektriciteit uit water een interessante bijdrage kan leveren aan een volledig duurzaam energiesysteem;

overwegende dat energie uit water bij uitstek een mogelijkheid is voor innovatie en de export van kennis, en Nederland zichzelf hiermee internationaal kan onderscheiden;

verzoekt de regering om te verkennen welke kennislacunes voor EuW-technologieën moeten worden ingevuld om op een kostenefficiënte wijze bij te dragen aan de nationale energietransitie;

verzoekt de regering tevens hiertoe te bewerkstelligen dat indien na invulling van de kennislacunes gebleken is dat een kostenefficiënt nationaal potentieel wel aanwezig blijkt, te overwegen die technologieën op te nemen in de Meerjarige Missiegedreven Innovatieprogramma's en in de integrale kennis- en innovatieagenda van het Klimaatakkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.

Zij krijgt nr. 787 (32813).

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Voor de volledigheid meld ik, zoals ik gisteren in het debat ook al deed, dat als ik het heb over "kostenefficiency" het niet alleen gaat over de hele korte termijn, maar juist ook over het perspectief op 2050, zoals de voorganger van de huidige staatssecretaris, minister Wiebes, in de afgelopen jaren dikwijls vanuit vak-K heeft gezegd.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Niks te danken. Dan de heer Van Haga van de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de energieplannen van alle Nederlandse regio's blijkt dat uiterlijk in 2030 3.180 windmolens en 68.900 voetbalvelden vol zonnepanelen worden gerealiseerd;

constaterende dat hier onder de bevolking nauwelijks draagvlak voor is;

verzoekt de regering om zonder draagvlak geen windmolenparken en zonneakkers meer te bouwen, ook niet in de Noordzee of het IJsselmeer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 788 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de uitslag van de Kamerverkiezingen de politieke meerderheid voor kernenergie groter is geworden;

verzoekt de regering om een locatieonderzoek naar een nieuwe kerncentrale te doen en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 789 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat slechts 10% van de daken van bedrijven en woningen bedekt zijn met zonnepanelen;

constaterende dat we met zonnepanelen op daken vier keer winst boeken:

  • behoud van het landschap,
  • schone energie,
  • lagere energierekening,
  • geen verzwaring elektriciteitsinfrastructuur;

verzoekt de regering te stoppen met zonneakkers in weilanden en in te zetten op zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 790 (32813).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):
En nu merk ik dat ik nog tien seconden over heb, dus ik had eigenlijk nóg een motie kunnen indienen. Dat spijt mij.

De voorzitter:
Stom, stom, stom, stom, stom. Nou ja. Het woord is aan de heer Grinwis van de fractie van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank. Twee keer eentje met Bontenbal en één keer met Stoffer. Daar gaan we.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat door de huidige inrichting van de SDE++ innovatieve warmteprojecten, waaronder geothermie, vanwege het criterium kosteneffectiviteit onvoldoende kans hebben gekregen om zich te ontwikkelen;

verzoekt de regering de voor- en nadelen van een schot voor warmte in de SDE++ in kaart te brengen, en de Kamer hier in het najaar over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Bontenbal.

Zij krijgt nr. 791 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat TenneT recent heeft aangegeven dat het stroomnet in steeds meer delen van Nederland vol raakt, terwijl de elektrificatie, met name in de vorm van zonne-energie, in hoog tempo doorgaat;

overwegende dat een buurt- of thuisbatterij de druk op het elektriciteitsnet vermindert en dat er in diverse steden al succesvolle pilots zijn geweest met een buurtbatterij;

verzoekt de regering te verkennen of en hoe buurtbatterijen een effectieve, kostenefficiënte en veilige bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie en specifiek aan het oplossen van het tekort aan netcapaciteit en op basis van deze verkenning aan de Kamer voor te leggen hoe daar gevolg aan wordt gegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Bontenbal.

Zij krijgt nr. 792 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Dynamic Tidal Power (DTP) een veelbelovende innovatieve vorm van energieopwekking is in zee, met een opbrengst tot wel 50% van de Nederlandse vraag naar elektriciteit, en dat de Stichting DTP Netherlands hier veel kennis over heeft;

overwegende dat de opbrengst van de DTP-energiedammen een voorspelbare energieopbrengst leveren zonder pieken en dalen en dat daarmee significante systeemkosten kunnen worden vermeden in het elektriciteitsnet;

overwegende dat de DTP-energiedam minder ruimte inneemt dan wind op zee en de productie van waterstof met energiedammen goedkoper is dan met de intermitterende stroom van zon en wind;

overwegende dat het verder ontwikkelen van deze innovatieve duurzame vorm van energie financiële ondersteuning van de overheid verdient, zeker voor de benodigde aanvullende wetenschappelijke validatie en de proof of principle;

verzoekt de regering onderzoek te ondersteunen naar validatie van de potentiële opbrengst van Dynamic Tidal Power-energiedammen in zee, daarbij onder meer Deltares en de TU Delft te betrekken en de potentie in een waterloopkundig laboratorium te toetsen, en de Kamer over de voortgang binnen een jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Stoffer.

Zij krijgt nr. 793 (32813).

Dank u wel. Dan mevrouw Van der Plas van de fractie BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er de komende jaren veel druk is op de beschikbare ruimte in Nederland, waaronder door de behoefte aan meer energie uit zonnepanelen;

constaterende dat we in een dichtbevolkt land leven, waarin het cruciaal is dat we efficiënt om zullen moeten gaan met de beschikbare grond;

overwegende dat het onwenselijk is om vruchtbare landbouwgrond of natuurgronden op te offeren voor de energietransitie;

overwegende dat het de voorkeur heeft dubbeldoellocaties te ontwikkelen waar energieproductie samengaat met andere al bestaande functies;

verzoekt het kabinet in kaart te brengen wat de potentie is van het opwekken van energie uit zonnepanelen op vangrails en in wegbermen langs snelwegen, alsmede door het overkappen van snelwegen en parkeerterreinen met zonnedaken;

voorts gaan wij verder met het verspreiden van gezond verstand in de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas, Stoffer, Van Haga en Den Haan.

Zij krijgt nr. 794 (32813).

Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Eerdmans van de fractie van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Wij hebben het naast de zon ook over wind gehad in het debat, namelijk windmolens, windturbines. We hebben de staatssecretaris gewezen op een belangrijke uitspraak: dat je niet zomaar windturbines mag plaatsen. Want de Raad van State zegt: voordat je die normen gaat hanteren, zou je eerst een milieubeoordeling moeten hebben voordat wij kunnen gaan plaatsen. Dus dat vonden wij een vrij verstrekkende en ook wel, tja, redelijk spannende ontwikkeling: mogen we eigenlijk wel die windturbines plaatsen? Toen zei de staatssecretaris: ja, voor de huidige windturbines verandert er niet zo veel, en eigenlijk ook niet voor de toekomst. Maar wat wél open bleef staan, was het punt: mogen gemeenten dan allemaal hun eigen normen gaan stellen voor het alsnog plaatsen van die windturbines? En gaan ze daarmee eigenlijk de Raad van State-uitspraak omzeilen? Om dit tegen te gaan hebben wij de volgende motie bedacht. Ik hoop op brede steun van alle collega's hier ter plaatse.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Raad van State heeft bepaald dat de algemene windturbinenormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet gehanteerd mogen worden voor windturbineparken zolang er geen milieubeoordeling is gemaakt;

constaterende dat als gevolg hiervan een grote druk ontstaat op en/of eigen initiatieven ontplooid gaan worden door decentrale overheden, die buiten de Abm en Arm om eigen normen kunnen opstellen;

overwegende dat deze route onoverzichtelijkheid en willekeur in de hand werkt en dat bewoners hier niet bij gebaat zijn;

verzoekt de regering decentrale overheden te verzoeken ook de besluitvorming over de plaatsing van windturbines buiten de kaders van de Abm en Arm op te schorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Eerdmans.

Zij krijgt nr. 795 (32813).

De heer Eerdmans (JA21):
Dat is 'm.

De voorzitter:
Heel goed. Dan mevrouw Leijten van de fractie van de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Vandaag zouden wij een debat voeren over de fabrieken van de Hoogovens die in handen zijn van Tata Steel, waarvan de omgeving al jaren ontzettend ziek wordt. De omgeving wordt niet beschermd tegen die uitstoot. Die normen worden niet gehandhaafd. De GGD haalt het zelfs uit een rapport. En weet u wie daar uiteindelijk nog de grootste schade van ondervindt? Tata Steel, de Hoogovens en de werknemers zelf, want als de fabriek zo vies is dat niemand haar nog wil en niemand nog een uitweg ziet om haar te verduurzamen, gaat die zeker dicht. Ik vind dus dat we het erover hadden moeten hebben dat de overheid je niet beschermt op het moment dat je vervuilende industrie in de buurt hebt en dat de overheid haar taak niet vervult. We zullen straks een uitspraak krijgen van de rechter, die dit zal corrigeren. Maar ik vind wel dat we iets moeten doen. Het debat is van de agenda gehaald door een meerderheid van de Kamer. Dat vind ik zeer betreurenswaardig, maar dan dien ik hier de motie in. Ik heb het er in het debat ook over gehad, dus ik voel ook dat het gerechtvaardigd is om dat te doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Tata Steel milieuvergunningen overtreedt en dat grafietregens, fijnstof en ultrafijnstof ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken voor omwonenden;

constaterende dat de Kooksfabriek 2 in grote mate verantwoordelijk is voor de overlast vanwege het lekken van teer en methaan en dat lokaal sterk de wens leeft deze fabriek per direct te sluiten;

van mening dat als er veel eerder goede handhaving op de gezondheid voor de omgeving was geweest, de giftige uitstoot van de Kooksfabriek 2 allang opgelost was geweest;

constaterende dat Tata Steel veel subsidie ontvangt en andere financiële steun van de overheid krijgt;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat bij financiële steun aan Tata Steel de voorwaarde wordt gesteld dat de gezondheidsnormen voor omwonenden gerespecteerd worden en dat de Kooksfabriek op korte termijn sluit dan wel een structurele oplossing voor de giftige uitstoot wordt gevonden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten.

Zij krijgt nr. 796 (32813).

Mevrouw Leijten (SP):
Ik reken op steun van de hele Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Stoffer van de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb drie moties. Die luiden als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat energie uit water, zoals Dynamic Tidal Power, op termijn een significante bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de energievoorziening en veel exportkansen biedt;

overwegende dat energie uit water een stabiele en betrouwbare energiebron is en daarom een belangrijke bijdrage kan leveren aan de leveringszekerheid en het binnen de perken houden van de systeemkosten in een duurzame energievoorziening;

verzoekt de regering zich in te zetten voor een innovatieprogramma energie uit water, inclusief grootschalige demonstratieprojecten en aantrekking van Europese financiering hiervoor,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Bontenbal, Van der Plas en Grinwis.

Zij krijgt nr. 797 (32813).

De heer Stoffer (SGP):
De volgende motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat energiebronnen met een sterk fluctuerende productie relatief hoge systeemkosten, zoals investeringen in netverzwaring en energieopslag, met zich meebrengen en dat hier bij de vormgeving van de SDE++-regeling geen rekening mee gehouden wordt;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe bij de vormgeving van de SDE++-regeling rekening gehouden kan worden met de systeemkosten die energiebronnen met zich meebrengen en die via de transporttarieven gefinancierd worden, en de Kamer hierover voor de komende begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Bontenbal, Van der Plas, Grinwis en Erkens.

Zij krijgt nr. 798 (32813).

De heer Stoffer (SGP):
Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ODE-heffing voor het mkb sterk is opgelopen en de overheid in 2020 zelfs tientallen miljoenen euroꞋs meer opleverde dan begroot, terwijl compensatieregelingen beperkt zijn en in het geval van de glastuinbouw zelfs niet van de grond komen;

overwegende dat de gestegen ODE-heffing op elektriciteit de gewenste elektrificatie afremt in plaats van stimuleert;

verzoekt de regering bij het komende belastingplan een voorstel te doen voor verlaging van de ODE-heffing op elektriciteit en ten minste de niet gerealiseerde compensatie terug te geven via lagere tarieven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 799 (32813).

De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed, dank u wel. Dan de heer Jansen van Forum voor Democratie.

De heer Jansen (FVD):
Dank u wel, meneer de voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de voorzitter van de klimaattafel gebouwde omgeving adviseert huizen gedwongen van het gas te halen;

overwegende dat dit een ernstige schending is van de persoonlijke keuzevrijheid en inbreuk maakt op de persoonlijke leefomgeving van Nederlanders;

spreekt uit dat het onwenselijk is om mensen te dwingen hun huis van het gas te halen;

roept voorts de regering op nooit maatregelen te nemen — noch wetten voor te stellen — die het gedwongen gasloos maken van woningen ten doeleinde zouden hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen.

Zij krijgt nr. 800 (32813).

Mevrouw Leijten (SP):
Ik vraag toch een uitzondering voor een interruptie. Het debat ging er niet over, dus daarom vind ik het al niet terecht dat je daar dan een motie over indient. Maar er ligt vanmiddag al een motie van de heer Eerdmans met precies dezelfde strekking en precies dezelfde oproep. Laten we ons dan beperken tot één motie van de heer Eerdmans.

De voorzitter:
Helder. De heer Jansen.

De heer Jansen (FVD):
Ik ga die motie bekijken, maar als de strekking niet precies hetzelfde is, dan zal ik mijn motie alsnog behouden.

De voorzitter:
Prima. U continueert.

De heer Jansen (FVD):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Programma Aardgasvrije Wijken al 220 miljoen euro heeft gekost;

overwegende dat slechts 600 woningen tot nu toe van het gas zijn gehaald;

constaterende dat dit aantoont dat het gasloos maken van woningen een heilloos plan is;

constaterende dat deze honderden miljoen beter hadden kunnen worden uitgegeven aan woningen, zorg, veiligheid, onderwijs en defensie;

roept de regering op te stoppen met het Programma Aardgasvrije Wijken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen.

Zij krijgt nr. 801 (32813).

De heer Jansen (FVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Prima. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Thijssen van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Thijssen (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het klimaat verandert, en dus veranderen wij mee. Als we in dit parlement de juiste besluiten nemen, dan kunnen we zorgen dat we daar beter uitkomen en dat de brede welvaart in Nederland, die al heel goed is, nog verder verbetert en dan kunnen we dus zorgen voor een veilig klimaat. Daar hebben we gisteren over gedebatteerd met de staatssecretaris. We moesten met een motie komen over Urgenda, waarover al zes jaar een vonnis ligt, om te zorgen dat de staatssecretaris nu echt maatregelen neemt zodat aan dat vonnis wordt voldaan. Er moest een motie komen om te zorgen dat de staatssecretaris zich echt gaat bemoeien met het onderzoek naar de verduurzaming van Tata en dat er geen onomkeerbare stappen gezet worden. Blijkbaar is daar dus geen tijd of gevoel van urgentie voor.

Ik werd vanochtend wakker, en wat zie ik dan? Dat de staatssecretaris wel tijd had om onderzoek te doen naar kernenergie. In het nieuwbericht zelf staat dat er de komende elf tot vijftien jaar van een kerncentrale geen kilowattuur komt dat onze lampen laat branden. Dat vind ik dus een gevaarlijke afleiding van de discussie die we echt moeten hebben. We zijn al zes jaar bezig met het halen van een doelstelling voor de gevaarlijke klimaatverandering die we vorig jaar hadden moeten halen. En nu zijn we bezig met een onderzoek naar iets wat misschien over vijftien jaar gebeurt. Bovendien is kernenergie gevaarlijk, duur en overbodig.

Als de staatssecretaris hier dan toch op ingaat, heb ik één vraag voor haar. Kan de staatssecretaris mij vertellen waar de eindberging van het levensgevaarlijke kernafval gaat plaatsvinden in Nederland? Want voordat we een besluit nemen over een nieuwe kerncentrale, heeft die gemeente in Nederland er denk ik recht op om te weten dat zij dat kernafval in haar onderbodem moet opslaan.

We hebben het gisteren ook gehad over biomassa. Ik ben blij met de toezegging van de staatssecretaris dat zij het rapport van SOMO, dat gisteren is gepubliceerd, gaat onderzoeken. Want er lijkt sprake van kaalslag te zijn met Nederlands belastinggeld. Daarom heb ik nog één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek van SOMO blijkt dat de Nederlandse duurzaamheidscriteria voor biomassa niet worden nageleefd;

verzoekt de regering bij haar onderzoek naar de productie van biomassa de milieuorganisaties uit Estland te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Thijssen en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 802 (32813).

Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors tien minuten en dan gaan we luisteren naar de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 11.56 uur tot 12.09 uur geschorst.

De voorzitter:
We zitten op een heel druk schema vandaag, want anders wordt het nachtwerk en dat willen we met z'n allen niet. Daarom hebben we vandaag het neo-kerstregime, wat inhoudt dat ik in de termijn van de regering alleen interrupties doe na een motie en alleen door de eerste indiener. Ik hoop dat we er snel en puntig doorheen kunnen. Ik kijk ook even naar de staatssecretaris om daaraan mee te werken. Het woord is aan haar.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Dank u wel, voorzitter. Ik ga mijn best doen. Dank ook voor de gelegenheid om hier nog één keer te kunnen staan op de laatste dag. Ik ga eerst door de twintig moties en dan ga ik in op een aantal vragen die er nog waren.

De motie op stuk nr. 781 is van de heren Bontenbal en Amhaouch. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.

Voorzitter, ik ga proberen om het een beetje beknopt te doen. Dat is niet heel beleefd richting de indieners, maar ...

De voorzitter:
Dat is heel beleefd.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ik hoop op begrip. Ik heb goede verhalen over waarom oordeel Kamer, en ook over waarom ontraden af en toe.

De motie op stuk nr. 782, van de heren Bontenbal en Grinwis, geef ik ook oordeel Kamer. Die motie gaat over Warmtelinq. We zijn momenteel met de betrokken partijen bezig om tot besluitvorming te komen, eind oktober. Ik kom in oktober met meer duidelijkheid en informatie hierover.

De derde motie, op stuk nr. 783, is ook van de heer Bontenbal en van de heer Stoffer. Haal ik ze nu door elkaar? Nee, of wel?

De voorzitter:
Bontenbal/Stoffer.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Nu gaat het mis. Ik heb twee keer dezelfde, of niet?

De voorzitter:
Twee keer dezelfde motie?

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Laat het me even checken. Nee, nr. 782 ging over die energiecertificaten. Die krijgt ook oordeel Kamer. En Warmtelinq op stuk nr. 783 krijgt ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 784 …

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Over beide komt in oktober meer duidelijkheid. Vandaar dat ik even daarmee in de war was.

Dan hebben we de motie op stuk nr. 784 van mevrouw Teunissen en de heer Van Raan. Die vraagt om in Europa te pleiten voor herziening van de RED II. Ik verzoek om deze motie aan te houden omdat we volgende week juist die plannen vanuit Europa verwachten. Dan komen die twaalf of dertien wetsvoorstellen. Dan zien we ook waar men vanuit Brussel mee komt en wat de Nederlandse inzet zou kunnen zijn. Dus graag aanhouden en anders om die reden ontraden.

De voorzitter:
Ik wil wel even weten of mevrouw Teunissen dat daadwerkelijk gaat doen. Knikken kan ook.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het is wat mij betreft niet afhankelijk van die voorstellen om in Europa te pleiten voor rekenen met de werkelijke uitstoot. Dus wat mij betreft breng ik de motie gewoon in stemming.

De voorzitter:
Heel goed. Dan is de motie ontraden, neem ik aan.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ja, ontraden. De afspraken over de CO2-gevolgen van de inzet van biomassa zijn internationaal op IPCC-niveau vastgesteld, dus daar moeten we niet als Nederland apart in lopen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 785.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
De motie op stuk nr. 785 over de SDE++ ontraad ik. Dit gaat over de toekomstige subsidies voor CO2-vrij regelbaar vermogen. Het is niet verstandig om dit te beperken en uit te sluiten voor innovatiesubsidies. Er is nog geen gebruik van gemaakt, maar de motie vraagt mij om alles uit te sluiten. Dat zou ik nu niet willen doen.

De motie op stuk nr. 786 is van de heer Van der Lee en de heer Bontenbal, en vraagt om de uitrol van hybride warmtepompen. Dat lijkt mij ondersteuning van beleid; goed idee, gaan we doen. Dat deden we al.

De voorzitter:
Oordeel Kamer?

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ja.

De motie op stuk nr. 787 van de heer Van der Lee vraagt om de kennislacunes over elektriciteit uit water aan te pakken en daarmee aan de slag te gaan. Die krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 788 is van de heer Van Haga en mevrouw Van der Plas, en verzoekt de regering om zonder draagvlak geen windmolenparken en zonneakkers meer te bouwen. Zoals het hier geformuleerd staat, ontraad ik de motie. Draagvlak vinden we juist heel erg belangrijk, alleen is dit niet een concreet meetbaar criterium. Ik zou dit juist op lokaal niveau willen laten, zodat de lokale overheden dit gezamenlijk kunnen doen met de omwonenden. Ik heb al eerder, in het vorige debat en op andere plekken, gezegd: ga nou niet vanuit het Rijk invullen wat de definitie en wat de afbakening daarvan zijn. Die regionale energiestrategieën zetten juist maximaal in op draagvlak. Wij krijgen daar ook vanuit allerlei partners het verzoek: ga dat nou niet in Den Haag voor ons invullen, laat het vooral regionaal gebeuren. Dus om die reden zou ik dit echt niet aanraden.

De motie op stuk nr. 789 is van de heer Van Haga, die vraagt naar locatieonderzoek voor een nieuwe kerncentrale. Vanuit mijn demissionaire status moet ik deze sowieso ontraden. Er is net een marktconsultatie naar buiten gegaan. Daarin geven ook twee regio's aan dat zij op zich mogelijk interesse zouden kunnen hebben, maar nu moeten we wat mij betreft in ieder geval een scenariostudie uitvoeren. Die heb ik aangekondigd, dus laat me eerst eens kijken wat dit in de energiemix van Nederland zou kunnen betekenen en hoe dat eruit zou kunnen zien voordat we al die stappen overslaan, wat ik niet eens kan als demissionair staatssecretaris. Dus om die reden is de motie ontraden.

Dan hebben we de motie op stuk nr. 790, ook van de heer Van Haga en mevrouw Van der Plas. Die zegt: stop met zonneakkers in weilanden. Die motie ontraad ik, met name vanwege de strakke formulering daarvan. Zonneakkers dragen natuurlijk wel bij aan een kosteneffectieve transitie. Met de zonneladder — dat was ook een grote wens van de Kamer in de afgelopen jaren — sturen we echt maximaal aan op zon op dak. We zien in de SDE dat dat ook echt heel goed gaat. De meeste projecten die binnenkomen, zijn al op het dak, dus dat is een beweging die al heel duidelijk is ingezet. Nu even kijken of het goed gaat.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 791, zou ik zeggen.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ja. Meneer Grinwis en meneer Bontenbal vragen een schot voor warmte in de SDE++. Ik snap de vraag. Ik ga deze motie oordeel Kamer geven, met de mededeling dat we na de openstelling in oktober zullen terugkomen op de lessen en hoe we daar het beste mee kunnen omgaan. We hebben het daar gisteren over gehad. Ik zie geknik, dus volgens mij was dat ook de interpretatie van de indieners.

Dan de motie op stuk nr. 792 van de heer Grinwis en de heer Bontenbal over buurtbatterijen. Die kan ik oordeel Kamer geven.

Dan ben ik al bij de motie op stuk nr. 793 van de heer Grinwis en de heer Stoffer. Ik vraag de indieners om deze motie aan te houden. Er is een onafhankelijk onderzoek van TNO. Samen met IenW zet ik me op dit moment in om met topconsortia voor kennis en innovatie en met kennisinstellingen de door TNO aangehaalde kennislacunes verder in te vullen. Deze gesprekken vinden de komende maanden plaats, ook in de zomer. De tijdopbouw wordt in die beschouwing meegenomen. In die zin zou het helpen als de indieners de motie aanhouden, zodat we het even in die volgorde kunnen doen.

De voorzitter:
De heer Grinwis, één korte opmerking.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ook al geloof ik heel graag dat het goed gaat tussen IenW en EZK, toch is het voor de indieners helder wat er nodig is. We houden de motie dus niet aan, maar brengen haar in stemming. Dit mag geen vertraging oplopen.

De voorzitter:
Heel goed. Dan wil ik een appreciatie van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
In dat geval ontraad ik haar. Als de indieners ermee bedoelen om te verkennen welk onderzoek wenselijk zou zijn om de lacunes in te vullen, dan past dat heel erg bij wat ik doe. Maar zoals het er staat, worden de hele onderzoeksfase en de beschouwing overgeslagen. Dat zou ik niet de juiste volgorde vinden. Wellicht wordt de motie nog aangepast. Dan hoor ik dat graag; mijn appreciatie kan dan wijzigen.

Nu ben ik bij de motie op stuk nr. 794 van een aantal Kamerleden. Mevrouw Van der Plas is de eerste indiener. Zij vraagt mij om in kaart te brengen wat de potentie is van het opwekken van energie uit zonnepanelen op vangrails en in wegbermen langs snelwegen, alsmede door het overkappen van snelwegen en parkeerterreinen met zonnedaken. Dat onderzoek is er eigenlijk al. Ik zou deze motie dus willen beschouwen als ondersteuning van het beleid en de inzet. Ik wil het onderzoek nogmaals toezenden. Wellicht kunnen we het dan hebben over wat daarin staat en wat mevrouw Van der Plas en de andere indieners daarmee zouden willen. Ik maak daarbij wel de opmerking dat ik het eens ben met de overweging dat het onwenselijk is om vruchtbare landbouwgrond of natuurgronden op te offeren voor de energietransitie, maar dat we daar de zonneladder voor hebben. Ik vind die overweging dus een beetje ingewikkeld, omdat dat niet de praktijk is van hoe we het nu inrichten. We hebben de zonneladder juist om dat te voorkomen, maar dat terzijde. Het dictum is ondersteuning van beleid en ik stuur het onderzoek graag toe.

De voorzitter:
Het is dus "oordeel Kamer".

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ja. Overnemen kan ook.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, één korte opmerking.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is prima. Alleen even over de zonneladder: dat kan zijn, maar ik weet uit ervaring dat gemeenten zich daar in enkele gevallen helemaal niet aan houden. In de gemeente Wijhe houdt men zich bijvoorbeeld helemaal niet aan de zonneladder en worden burgers helemaal niet betrokken bij inspraak. Dat wilde ik even als toevoeging noemen.

De voorzitter:
Prima, heel goed. Dan de motie op stuk nr. 795.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ik vermoed dat we daar nog over komen te spreken.

Ik ga door naar de motie op stuk nr. 795 van de heer Eerdmans over de uitspraak van de Raad van State, waarin staat dat de decentrale overheden nu niet aan de slag moeten met de besluitvorming over het verplaatsen van windturbines. Ik ontraad deze motie, want datgene wat hier staat, vraagt een wetswijziging om de bevoegdheden daar weg te halen. De huidige praktijk is dat de decentrale overheden daarnaar kijken. De huidige praktijk is dus ook dat je lokaal verschillen kunt krijgen, bijvoorbeeld in het afstandscriterium. Daar gaat de lokale bevoegdheid nou net over. Ik begrijp dat de heer Eerdmans zegt dat je dan hele grote verschillen kunt krijgen, maar dat is al de praktijk, omdat je lokaal kijkt wat inpasbaar is. Om die reden ontraad ik de motie. Ik denk dat we onze energie beter kunnen steken in een plan-MER voor de landelijke normen, waarover ik het gisteren uitvoerig heb gehad en waarop we nog gaan terugkomen. Ik ontraad de motie in die zin, maar ik zou haar ook niet kunnen uitvoeren omdat dit om een wetswijziging vraagt. Ik kan de bevoegdheden niet zomaar weghalen.

Dan hebben we de motie op stuk nr. 796 van mevrouw Leijten over een aantal aspecten van Tata. Ik begrijp dat heel goed, maar ik ga daar niet over. Dit valt primair onder IenW. Mevrouw Leijten weet dat ik deze motie om die reden moet laten doorgeleiden via een andere manier of moet ontraden. Maar dit valt niet onder mij.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten, één opmerking. Gaat uw gang.

Mevrouw Leijten (SP):
Dit afschuifspelletje is dus precies wat Tata en de omgeving al jaren meemaken. Er gaan onwijs veel subsidies van deze staatssecretaris voor vergroening en verduurzaming naar Tata. Ik heb het opgevraagd. Het was onderdeel van het debat. Die voorwaarde dat aan de gezondheidseisen wordt voldaan, kan deze staatssecretaris stellen.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ik vind het echt oprecht jammer als er dingen worden doorgeschoven. Daar hebben we het in debat uitvoerig over gehad. Ik heb heel erg laten blijken dat het mij raakt wat er gebeurt. We zitten met Tata aan tafel. Ik vind dat er onafhankelijk onderzoek moet komen samen met FNV over de plannen die er liggen. Dat zijn allemaal elementen die onder mij vallen en waar ik erg actief een rol in speel, maar deze gezondheidsnormen vallen niet onder mij. Ik ben het niet aan het doorschuiven. Ik geef juist advies over de bewindspersoon die daar wel over gaat. Zeker als mevrouw Leijten concrete ideeën heeft, leg die dan alsjeblieft daar neer, want ik kan het niet uitvoeren.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 797.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
De motie op stuk nr. 797 is van de heer Stoffer en collega's. Die vraagt om een innovatieprogramma voor energie uit water. Daar hebben we het net in het debat over gehad. Ik ontraad deze motie, omdat TNO-onderzoek toch echt duidelijk laat zien dat daar niet de potentie ligt. Maar mij lukt het niet om nou dat onderzoek over te slaan en te zeggen: wij nemen er kennis van, maar wij vinden dat het niet klopt. De potentie ligt niet daar. De potentie ligt wel bij de export van kennis. We hebben het ook met elkaar erover gehad dat we daar echt wel in kunnen investeren. Maar dit is op deze wijze geen kostenefficiënte manier om onze aandacht en geld te besteden.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 18 van de heer Stoffer en een aantal collega's. Die vraagt om bij de SDE++-regeling rekening te houden met de systeemkosten die energiebronnen met zich meebrengen en die via de transporttarieven te financieren. Deze motie ontraad ik, maar dat is eigenlijk om de praktische reden dat daar bij de begrotingsbehandeling op terug wordt gekomen. Wij nemen dit al mee bij de evaluatie van de SDE++, maar die komt later. Die komt in oktober of november, dus ik krijg dat niet voor de begrotingsbehandeling bij u. Dat is dus eigenlijk een praktische reden om te zeggen: ik begrijp wat u vraagt, maar ik heb dat niet in september. Om die reden ontraad ik de motie dus. Maar wellicht kan deze motie aangehouden worden totdat wij het er met elkaar over hebben. Dan staat de inhoud weer centraal.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 799 van de heer Stoffer en mevrouw Van der Plas. Die motie vraagt om bij het komende Belastingplan een voorstel te doen over de inrichting van de ODE-heffing, maar dat is echt aan een volgend kabinet. Om die reden ontraad ik die ook.

Even kijken ...

De voorzitter:
We zijn bij de motie-Jansen op stuk nr. 800. De heer Stoffer heeft nog één korte vraag over de vorige motie.

De heer Stoffer (SGP):
Het Belastingplan 2022 zal toch gemaakt en voorbereid moeten worden door dit kabinet. Het is dus niet aan een volgend kabinet.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Hoe het demissionaire kabinet daar op dit moment mee omgaat en wat daar wel of niet binnen valt, is al helemaal niet aan mij hier. Deze motie vraagt wel heel erg concreet om een voorstel bij het Belastingplan over een verlaging van de ODE-heffing. Ik zou dus zeggen: laat dat nou een integrale afweging voor een nieuw kabinet zijn, zodat je in zijn geheel kan zien wat dat betekent voor de lasten van burgers en mkb'ers. Volgens mij delen wij die inzet wel, maar is dat niet iets wat je hier apart moet gaan regelen. Sowieso kan ik dat demissionair niet regelen.

De voorzitter:
Prima. We gaan door met de motie op stuk nr. 800.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
De motie op stuk nr. 800 van de heer Jansen vraagt of we een afspraak uit het Klimaatakkoord willen beëindigen. Dat gaat niet, dus ik ontraad de motie.

De motie op stuk nr. 801 gaat over het Programma Aardgasvrije Wijken. Dat is eigenlijk een uitvloeisel vanuit het Klimaatakkoord, waarbij wij hebben gezegd: dit programma is bedoeld om te leren. Dat betekent niet dat alles in een keer goed gaat, maar juist dat we lessen daaruit trekken. Ik ontraad haar dus. Mocht de heer Jansen er inhoudelijk over willen praten: ook dit valt niet onder mij, maar onder BZK.

De laatste motie, de motie op stuk nr. 802 van de heer Thijssen, vraagt mij bij het onderzoek naar de productie van biomassa de milieuorganisaties uit Estland te betrekken. Deze ontraad ik, omdat het onderzoek juist gebeurt door de Nederlandse Emissieautoriteit, op een onafhankelijke wijze. Het lijkt mij dus goed dat wij niet vanuit de Tweede Kamer gaan invullen wie daar dan nog meer aan tafel zouden moeten. Laat het nou onafhankelijk gebeuren door de deskundigen. Daarna kan iedereen wat van dat onderzoek vinden.

De voorzitter:
Ontraden, denk ik.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:
Ontraden om die reden.

Dan heb ik hier nog enkele vragen, allereerst die van meneer Bontenbal. Gisteren kwam ik niet toe aan de beantwoording van de vragen over die datacenters, dus er komt een brief waarin ik op al die vragen inga. Technisch gezien vallen datacenters niet onder mij. Volgens mij had de heer Bontenbal vragen over het energiegebruik en hoe we daarmee omgaan. Ik zal even kijken in hoeverre ik en andere bewindspersonen, onder wie de minister, daar een rol in spelen. Maar die brief komt eraan.

Meneer Erkens vroeg, als ik het goed heb begrepen: wat is nou eigenlijk het potentieel van CCS als je die begrenzing niet zou hebben? In het Klimaatakkoord hebben we begrenzingen afgesproken. Als het er niet zou zijn, hoe zou het er dan uitzien? Daar kan ik een brief over sturen. Dat zal ik uiterlijk na de openstelling van de SDE++ doen, want dan zien we wat er allemaal binnen is gekomen en wat we door die caps die we hebben, niet hebben kunnen honoreren of niet hebben kunnen behandelen.

Meneer Thijssen vroeg: waar is de eindberging van nucleair afval? We hebben een kerncentrale en kernreactors in Nederland. Na marktconsultatie beginnen we met een scenariostudie. Er is verder niks concreets. Er staat nog geen nieuwe kerncentrale. Het afval wordt op dit moment veilig opgeborgen bij COVRA in Zeeland. De eeuwigdurende eindberging is voorzien voor 2130. Maar dit zijn nou juist allerlei zaken die je goed mee kunt nemen in zo'n scenariostudie.

Volgens mij waren dit de vragen. O nee, er is nog één vraag, van de heer Erkens, over de levensduurverlenging van de kerncentrale in Borssele. In de Kernenergiewet is een bepaling opgenomen waarin staat dat de vergunning voor het in werking houden van de kerncentrale in 2033 zal vervallen. We hebben de motie-Mulder/Harbers van vorig jaar, die ons verzoekt om een aanpassing van de Kernenergiewet voor te bereiden, waarmee de centrale langer open zou kunnen blijven. Daar ben ik nu mee bezig met het ministerie van IenW. We moeten nu kijken welke taken en werkzaamheden daarvoor nodig zijn. Uiteindelijk moet ik daar dan nog op terug gaan komen. Dat onderzoek loopt dus.

Als laatste wil ik nog het volgende zeggen. Ik hoorde het net ook in de inbrengen en zag het her en der ook online. We hebben gisteren een debat gehad van een x-aantal uur over waar we voor staan, de dilemma's waar we voor staan, de grote stappen die we nog moeten nemen, terwijl we tegelijkertijd demissionair zijn, en noem maar op. Daar ging het uren over. Ik heb mijn dilemma's open en eerlijk gedeeld en ik heb aangegeven dat ik vanuit mijn demissionaire mandaat alles eraan zal doen om dingen in voorbereiding te brengen. Nu hoor ik dat ik daartoe gedwongen moest worden. Ik lees online dat woordvoerders die aanwezig waren mij quoten en menen dat ik gezegd zou hebben dat Urgenda geen halszaak is voor het kabinet. Dat vind ik jammer na zo'n debat waarin ik heel erg open en eerlijk het dilemma probeerde te schetsen. Ik heb geprobeerd aan te geven wat juist de inzet is en heb gezegd dat ik binnen mijn mandaat alles eraan ga doen om alles voor te bereiden.

Dat zat mij nog een beetje dwars, voorzitter. Dat zijn dan mijn laatste woorden hier.

De voorzitter:
Fijn dat u dat nog even met ons gedeeld heeft, want zo willen we niet samen het zomerreces in gaan met z'n allen.

Hartelijk dank aan de staatssecretaris.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond laat stemmen wij over de 22 moties. Tot zover. Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we praten over openbaar vervoer en taxi.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Openbaar vervoer en taxi

Openbaar vervoer en taxi

Aan de orde is het tweeminutendebat Openbaar vervoer en taxi (CD d.d. 19/05).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Openbaar vervoer en taxi. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Ik begrijp dat de staatssecretaris aan het eind van deze dag nog even terugkomt — dat hebben we goed voor u weten te plannen — en dat zij dan ook nog eens even bij de stemmingen gaat zitten. Namens de gehele parlementaire democratie gefeliciteerd met het feit dat u geschiedenis gaat schrijven. We hebben tien sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Van Baarle van de fractie van DENK. Ik vertel nog even dat we het neo-kerstregime hebben. Daarom is er in de termijn van de Kamer geen mogelijkheid tot interrumperen. Het woord is aan de heer Van Baarle.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Drie punten. Het eerste punt is tijdens het commissiedebat uitgebreid gewisseld, namelijk de kwestie van taxichauffeurs in coronatijd. Het gaat om de problemen die taxichauffeurs in de coronatijd met steunmaatregelen hebben ervaren, maar gewoon ook om de moeilijke situatie die er was. Er zijn een aantal signalen overgebracht aan de staatssecretaris. Ik wil haar graag vragen wat zij voornemens is om met dit punt te doen in de toekomst.

Dan nog twee moties. Mijn eerste motie gaat over vervoersarmoede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het CBS een indicator voor vervoersarmoede heeft opgesteld op basis van twee gemeenten;

van mening dat mobiliteit een basisbehoefte is die voor iedereen gegarandeerd moet zijn;

verzoekt de regering om op basis van de opgestelde indicator voor vervoersarmoede een breder onderzoek te doen naar waar, onder welke groepen en in welke mate vervoersarmoede voorkomt in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 756 (23645).

De heer Van Baarle (DENK):
Hier is tijdens het commissiedebat al een toezegging op gegeven. Hier geven we met deze motie wat richting aan.

Voorzitter. Tot slot de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Rotterdamse lokale vervoersbedrijf als gevolg van de coronacrisis bezuinigt op de sociale veiligheid in het openbaar vervoer en dat hierdoor een derde minder toezichthouders worden ingezet;

overwegende dat branchevereniging OV-NL eerder de bredere zorg uitte over bezuinigingen op sociale veiligheid in het ov;

verzoekt de regering om te inventariseren in hoeverre vervoersbedrijven als gevolg van de coronacrisis bezuinigen op de sociale veiligheid in het ov en welke effecten dit zou kunnen hebben op de objectieve en subjectieve veiligheid in het openbaar vervoer;

verzoekt de regering tevens, daar waar de objectieve en subjectieve veiligheid onder druk zou kunnen komen te staan, zich ervoor in te zetten dat er compenserende maatregelen worden genomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 757 (23645).

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Geurts van de fractie van het CDA.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter. Eén motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de coronapandemie grote financiële gevolgen heeft voor vervoersbedrijven;

overwegende dat vervoerders in het openbaar vervoer, samen met de rijksoverheid en de lokale overheden, op dit moment werken aan transitieplannen voor het openbaar vervoer;

constaterende dat vervoersbedrijven in juli aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat rapporteren hoeveel budget zij vanaf 2022 nodig hebben om maatschappelijk verantwoord openbaar vervoer in stand te houden;

constaterende dat in bijna alle transitieplannen regionale buslijnen gaan verdwijnen;

overwegende dat goed openbaar vervoer van cruciaal belang is voor de leefbaarheid in de regio en vergrijzing in de regio tegengaat;

verzoekt de regering de verschraling van het openbaar vervoer in de regio tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts.

Zij krijgt nr. 758 (23645).

Dank u wel. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Bouchallikh van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Bouchallikh (GroenLinks):
Voorzitter. Vandaag geen motie, wel een vraag, naar aanleiding van wat zorgen die we hebben. Bij het commissiedebat hebben we het uitgebreid gehad over de beschikbaarheidsvergoedingen. We zijn echt heel blij dat die zijn verlengd tot september 2022. Dat is heel fijn, want het was ook voor ons een belangrijk punt bij het debat. Wij krijgen echter signalen dat sommige ov-bedrijven alsnog bepaalde buslijnen schrappen. Corona wordt daarbij als reden genoemd. Een concreet voorbeeld is Brabant. Daar hebben onze lokale GroenLinksfracties samen met Lokaal FNV en DWARS een petitie gestart. We willen natuurlijk niet dat dit gaat gebeuren. Minder busritten betekent ook minder bereikbaarheid en meer vervoersarmoede. Het zou dus erg jammer zijn als ondanks de beschikbaarheidsvergoedingen alsnog busritten worden geschrapt. We willen de staatssecretaris graag vragen om te inventariseren in hoeverre hier echt een grootschalig probleem aan de orde is. Wanneer dit geen probleem is, zijn we heel blij. Daarom heb ik ook geen motie. Blijkt er wel een probleem te zijn, dan moet dit natuurlijk worden aangepakt. Ik heb dus de volgende vraag: is de staatssecretaris bereid om deze inventarisatie te doen en actie te ondernemen wanneer er onnodig ov-diensten worden afgeschaald?

Dat was het. Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Dan de heer Alkaya van de fractie van de SP.

De heer Alkaya (SP):
Dank u wel, voorzitter. We hebben een goed debat gehad. Ik heb geen vragen meer, wel nog één motie. Een van de onderwerpen die ik heb aangesneden — de fractie van DENK begon daar ook al over — betreft natuurlijk de taxichauffeurs maar ook de oneerlijke concurrentie die zij ondervinden van Uber, bedrijven als Uber.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris onderzoek gaat verrichten naar de gesteldheid van de taxibranche;

overwegende dat Uber regelmatig negatief in het nieuws komt omtrent ontwijking van belastingen en ontduiking van de taxi-cao;

verzoekt de regering de naleving van belasting- en werkgeversverplichtingen mee te nemen in het aangekondigde onderzoek;

verzoekt de regering tevens in gesprek te gaan met alternatieven voor platforms als Uber, zoals taxicoöperaties, en die waar mogelijk te ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya.

Zij krijgt nr. 759 (23645).

De voorzitter:
Dank u wel. Dank ook voor uw beknoptheid. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Boulakjar van de fractie van D66.

De heer Boulakjar (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen motie en ook geen vraag, maar ik dacht: ik ga hier toch nog één keer staan nu het nog kan. Ik wil hierbij een compliment uitdelen aan het ov-personeel, dat ons in de coronacrisis mobiel heeft gehouden, in beweging heeft gehouden. Dat compliment wil ik geven, maar ook een compliment aan de staatssecretaris voor het doorzetten van de afspraken over de beschikbaarheidsvergoeding. Dank u wel.

De voorzitter:
Bij dezen. Tot zover de termijn van de Kamer. Kan de staatssecretaris meteen antwoord geven? Nee? Ik schors voor drie minuten.

De vergadering wordt van 12.36 uur tot 12.42 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris. Nogmaals, we hebben het neo-kerstregime vandaag, dus alleen interrupties meteen na een motie en alleen door de eerste indiener van de motie. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Meneer Van Baarle had de vraag gesteld: wat gaan we doen met de signalen in de sector? Ik heb in het commissiedebat op 19 mei toegezegd om een onderzoek te laten uitvoeren. Wat ik wil doen, is op basis van objectieve data een "foto" laten maken van de financiële situatie van taxichauffeurs en -ondernemers als gevolg van corona. We gaan dit breed doen. Delen daarvan liggen dan ook buiten mijn eigen mandaat. Daarvoor ben ik afhankelijk van andere partijen, zoals de collega's van Financiën en SZW. De afstemming met hen vergt nog wat tijd, maar het is juist belangrijk dat we het taxiverhaal eens in de breedte bekijken. Dat was ook onderdeel van de discussie die we hadden. "Omdat het versnipperd is", verzuchtte u in dat debat. We willen dat nu bij elkaar brengen, maar dat vraagt dus nog enige afstemming. Ik zal u direct na het zomerreces informeren over de contouren van het onderzoek en u krijgt de resultaten voor het einde van dit jaar. Ik betrek ze natuurlijk vervolgens ook bij de bredere evaluatie van de Taxiwet die al voorzien is. Dat ten aanzien van de vraag.

Dan de moties. We hebben een heel goed debat gehad. Daar refereerden de Kamerleden ook aan. Sommige van de moties lopen vooruit op de uitkomst van een toezegging die ik daar heb gedaan. Ik begrijp dat goed, maar ik ga toch verzoeken om aanhouding. Die waarschuwing vooraf geef ik u maar alvast. Dat geldt bijvoorbeeld voor de motie op stuk nr. 756. Ik verzoek om die aan te houden. Ik heb in het commissiedebat inderdaad toegezegd eind van het jaar met een reactie te komen op de onderzoeken van het CBS en het PBL over vervoersarmoede die in het najaar gepubliceerd worden. Ik wil even kijken wat daaruit komt en welk beeld we dan nog missen. Dan kunnen we altijd aanvullend onderzoek doen. We zullen daarbij zeker de gesuggereerde punten in het achterhoofd houden, maar ik kan er nog niet op vooruitlopen. Daarom verzoek ik om de motie aan te houden.

De voorzitter:
Maar dat gebeurt vooralsnog niet, dus ik wil een oordeel hebben.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dan moet ik haar nu ontraden, omdat ze vooruitloopt. Ik wil niet op voorhand dubbel werk gaan doen. Ik vind het heel sympathiek en dat weet de heer Van Baarle ook. Daarom heb ik dat onderzoek ook toegezegd. Maar we moeten het wel een beetje netjes volgens de regels van de kunst met elkaar blijven doen.

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 757.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 757 gaat over bezuinigen op sociale veiligheid. Hier is voor een deel sprake van een misverstand. De zorgen, bijvoorbeeld in Rotterdam, over die sociale veiligheid waren gebaseerd op de situatie voordat de beschikbaarheidsvergoeding voor 2022 bekend was. Toen zijn er transitieplannen gemaakt die uitgingen van geen financiële ondersteuning. Dat moesten die bedrijven wel, want de zekerheid was er nog niet. Die zekerheid is er nu wel. Daarom zou ik er niet van uit willen gaan dat het zo is. Nu bekend is dat er ook in 2022 een beschikbaarheidsvergoeding ov zal zijn, hebben we met alle partijen afgesproken dat zij hun transitieplannen zullen actualiseren. De uitkomsten daarvan krijgt u in het najaar, zoals ik in het debat heb toegezegd. Natuurlijk monitoren we daarnaast de ontwikkelingen van de objectieve en subjectieve sociale veiligheid ook periodiek. Ook deze motie loopt dus vooruit op conclusies die nu nog niet te trekken zijn, maar het is wel een belangrijk onderwerp. We verzoeken ook deze motie aan te houden.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Van Baarle. Anders wil ik een appreciatie van u.

De heer Van Baarle (DENK):
Ik ben in een heel constructieve bui. Laten we ze inderdaad even aanhouden en afwachten wat eruit rolt op latere termijn.

De voorzitter:
Heeft u het over motie op stuk nr. 756 of die op stuk nr. 757?

De heer Van Baarle (DENK):
Dit gaat zowel om de motie op stuk nr. 756 als die op stuk nr. 757.

De voorzitter:
Helder.

Op verzoek van de heer Van Baarle stel ik voor zijn moties (23645, nrs. 756 en 757) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Veel dank. Dat is inderdaad precies in de geest van de constructieve sfeer in het debat. Die zetten we dan verder mooi voort.

Voorzitter. Ook voor motie op stuk nr. 758 zou ik dat dus willen vragen. In het kader van de Beschikbaarheidsvergoeding 2022 heb ik reeds met de sector afgesproken dat het ov niet verschraald wordt. Sterker nog, als een van de letterlijke voorwaarden voor uitkering van de Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer 2022 is in de afspraken met de vervoerders opgenomen dat het vervoer gelijkwaardig moet zijn aan datgeen er in 2019 werd aangeboden. Anders krijgen ze gewoon hun geld niet, zeg ik maar even simpel. Dus dat lijkt me een goede stok achter de deur. Dat is wat anders — dat is misschien ook de vraag van mevrouw Bouchallikh — dan dat er nooit ergens een optimalisatie plaats zou mogen vinden. En 100% garantie dat er nooit ergens een bus zal verdwijnen, was er voor corona niet en die is er nu ook niet. Dat wil ik ook in eerlijkheid zeggen. Maar die gelijkwaardigheid en die hoogwaardigheid hebben we natuurlijk juist zo ingericht in de Beschikbaarheidsvergoeding OV om te voorkomen dat er een disproportionele kaalslag zou zijn, bijvoorbeeld op het platteland, waar de heer Geurts terecht aan refereert. Dus ik snap zijn zorgpunt. We moeten bij de nieuwe transitieplannen ook goed monitoren hoe het uitpakt. Daarom niet een ontrading, maar een verzoek om de motie aan te houden, zodat we wel met elkaar hier de blik erop blijven houden. Dan informeren we in het najaar over de vervoersplannen en hebben we een reëel beeld.

De heer Geurts (CDA):
Ik snap dat het nooit 100% kan blijven, maar als we hier geen statement maken, dan wordt het wel heel makkelijk gemaakt om buslijnen te schrappen et cetera. Dus ik breng de motie wel in stemming.

De voorzitter:
Dan is de motie ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap de heer Geurts daarin ook, hoor. Dat is de hele reden waarom we de Beschikbaarheidsvergoeding Openbaar Vervoer hebben opgesteld. Ik zou alleen geen recht doen aan de afspraken die ik heb gemaakt en het vertrouwen dat ik ook heb in de verantwoordelijkheid die de concessieverleners in de regio nemen, door nu te zeggen: ik vind dat de Kamer daar maar een uitspraak over moet doen. Dat is de reden waarom ik verzoek om de motie aan te houden: vanuit mijn vertrouwen in de zorgvuldige afweging die ook in de regio gemaakt kán worden, nu er geld is.

De voorzitter:
De heer Geurts gaat de motie niet aanhouden. Dan is die dus ontraden.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, omdat ik het signaal niet wil afgeven dat de decentrale overheden hun verantwoordelijkheid daar niet in nemen. Maar ik deel wel het feit dat het gewenst is dat het niet gebeurt. Dat delen we allemaal.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 759 verzoekt de regering om coöperatieve taxi-initiatieven te ondersteunen. Ik vind het heel goed om te zien dat de taxibranche zich op verschillende manieren organiseert. Dat leidt tot een breder aanbod. Het taxibeleid gaat uit van een vrije markt, gestuurd door vraag en aanbod. Zolang er voldaan wordt aan de wettelijke voorwaarden, mag iedereen taxivervoer aanbieden. Ik zie in de motie eigenlijk twee delen. "Verzoekt de regering de naleving van belasting- en werkgeversverplichtingen mee te nemen in het aangekondigde onderzoek": dat kan ik doen in overleg met mijn collega's in het onderzoek dat ik al in gang heb gezet in reactie op de heer Van Baarle. Maar het tweede verzoek kan ik niet doen. Dus als u de motie integraal indient, moet ik haar ontraden. Als u het tweede verzoek schrapt, zou ik de motie oordeel Kamer kunnen geven. Wat wel zo is, is dat ik voornemens ben volgend jaar de werking van de Taxiwet te evalueren in de breedte. Dan zal natuurlijk ook naar deze aspecten gekeken worden. Maar dit is mijn oordeel op dit moment over deze motie.

De voorzitter:
De heer Alkaya, het verlossende woord.

De heer Alkaya (SP):
De motie spreekt natuurlijk aan alle kanten uit dat wij Uber willen ontmoedigen en alternatieven willen stimuleren. Er zijn subsidiemaatregelen voor allerlei sectoren in de private sector. Ik vraag eigenlijk om iets soortgelijks, om met die partijen in gesprek te gaan en ze waar mogelijk te ondersteunen. Dat zou in de vorm van een subsidie kunnen zijn of door partijen bij elkaar te brengen. Dat hoort wel bij elkaar, dus ik wil het zo houden.

De voorzitter:
Dus u dient de motie gewoon in ter stemming?

De heer Alkaya (SP):
Ja. Het staat de staatssecretaris natuurlijk vrij om het eerste verzoek sowieso al over te nemen.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Het eerste verzoek ga ik sowieso doen. Dat is geen enkel probleem, maar dat tweede verzoek ligt niet bij mij. De ondersteuning van coöperatievorming in het mkb ligt bij de collega van EZK. Ik kan haar wel vragen om op dat deel van het verzoek te reageren. Als zij daar niet positief op reageert, is de motie om die reden ontraden. Maar de eerste elementen zal ik zeker met de collega bespreken om te zien of die onderdeel uit kunnen maken van dat onderzoek ...

De voorzitter:
Prima.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
... maar dat zullen we zien. Ik ontraad de motie in deze vorm.

Voorzitter. Er was nog een vraag van mevrouw Boulakjar. Ik hoop dat ik daarop geantwoord heb. Ik heb de letterlijke tekst er nog even bij gepakt, over de voorwaarden voor aanpassing van de vervoersconcessie. Er staat: "De concessiehouder voert in de subsidiabele periode een met de ontvanger overeengekomen dienstregeling uit met inachtneming van de kabinetsrichtlijnen voor het openbaar vervoer. Vervoerders optimaliseren de dienstregeling door het aanbod aan te passen aan de vraag, zonder dat de beschikbaarheid en veiligheid van het regionaal openbaar vervoer daar op termijn onder lijdt." Dat is de heldere randvoorwaarde die we hebben meegegeven. Dat zeg ik ook nog even tegen de heer Geurts. Dat is het kader waarin de decentrale overheden hun afweging gaan maken.

De voorzitter:
Ik denk dat uw antwoord richting mevrouw Bouchallikh was.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Jazeker. Maar dat had ik ook al een beetje meegenomen in een eerder antwoord.

Samen met de heer Boulakjar wil ik inderdaad graag complimenten uitdelen aan de ov-sector, want die heeft het alles bij elkaar fantastisch gedaan in moeilijke omstandigheden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dank aan de staatssecretaris.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond laat stemmen wij over deze moties, in aanwezigheid van de staatssecretaris zelf. Mooier kan het niet. Ik schors een halfuur voor de lunch en daarna gaan we stemmen. We stemmen om 13.20 uur en daar zijn we wel even zoet mee.

De vergadering wordt van 12.51 uur tot 13.21 uur geschorst.

Voorzitter: Bergkamp

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de stemmingen. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Van der Plas van BBB. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Wij willen onze motie die is ingediend bij de Voorjaarsnota — ik heb het nummer even niet bij de hand — graag aanhouden tot vanavond. Die motie gaat over een onderzoek naar de gevolgen van het opdoeken van de landbouw, even kort door de bocht.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat is de motie op stuk nr. 13 onder punt 12.

Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (35850, nr. 13) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u zeer.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank, voorzitter. Ik heb de nummers wél bij de hand. Ik zou graag bij de stemmingen onder 22 de motie op stuk nr. 270 aanhouden.

De voorzitter:
Is dat bij punt 22?

De heer Wassenberg (PvdD):
Bij de stemmingen onder 22, over onderwijs en corona mbo en h.o..

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor zijn motie (35570-VIII, nr. 270) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank. De aangehouden motie op stuk nr. 700 (32813) onder 37, de stemming over de motie ingediend bij het tweeminutendebat Klimaatakkoord en gebouwde omgeving, wordt toch nog een tijdje aangehouden, dus bij dezen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat betreft dus de motie op stuk nr. 700 bij punt 37.

Op verzoek van de heer Grinwis stel ik voor zijn motie (32813, nr. 700) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Voordat we gaan stemmen, wachten we heel even totdat er een bewindspersoon aanwezig is in vak-K. Ik hoorde net dat iemand van het kabinet onderweg is.

Ik wil eigenlijk starten met de stemmingen, als u daar geen bezwaar tegen hebt. Ik hoor net dat er een bewindspersoon onderweg is, maar het lijkt me goed om meteen te beginnen. Ik zie dat er geen bezwaar tegen is.

Aan de orde zijn de stemmingen van donderdag 8 juli 2021. Dit is het eerste stemmingsmoment. Aan het einde van de avond gaan we nog een keer stemmen.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming Vijfde incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2021 (Vijfde incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden) (35796).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Achtste incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden en studiefinancieringsraming

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (Achtste incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden en studiefinancieringsraming) (35797).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Tweede incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden en diverse corona gerelateerde maatregelen

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2021 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden en diverse corona gerelateerde maatregelen) (35798).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Tweede incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2021 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden) (35799).

(Zie wetgevingsoverleg van 26 juli 2021.)

De voorzitter:
Een hartelijk welkom aan de minister in vak-K.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Derde incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2021 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden) (35800).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake kwijtschelding publieke schulden toeslagengedupeerden) (35801).

(Zie wetgevingsoverleg van 26 juli 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Negende incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen zelftesten mbo en ho in verband met COVID-19

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (Negende incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen zelftesten mbo en ho in verband met COVID-19) (35806).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 juli 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming Derde incidentele suppletoire begroting inzake Kwijtschelding private schulden Toeslagengedupeerden in WSNP/MSNP-trajecten

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2021 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake Kwijtschelding private schulden Toeslagengedupeerden in WSNP/MSNP-trajecten) (35812).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Vierde incidentele suppletoire begroting inzake Kwijtschelding private schulden Toeslagengedupeerden

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2021 (Vierde incidentele suppletoire begroting inzake Kwijtschelding private schulden Toeslagengedupeerden) (35866).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 juni 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen voor coronabanen in het hoger onderwijs in verband met COVID-19

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (Incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen voor coronabanen in het hoger onderwijs in verband met COVID-19) (35682).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 juli 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming Derde incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen voor sneltesten in het vo, mbo en ho in verband met COVID-19

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen voor sneltesten in het vo, mbo en ho in verband met COVID-19) (35716).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 juli 2021.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Voorjaarsnota 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2021,

te weten:

  • de motie-Heinen over verplichte financiële dekking van beleidsvoorstellen (35850, nr. 5);
  • de motie-Alkaya/Van Kent over afzien van de verlaging van de AWf-premies (35850, nr. 6);
  • de motie-Nijboer over het Volkshuisvestingsfonds een jaar verlengen (35850, nr. 7);
  • de motie-Nijboer over de Woningbouwimpuls volgend jaar voortzetten (35850, nr. 8);
  • de motie-Inge van Dijk over geen taken overdragen aan gemeenten zonder bijbehorende financiën (35850, nr. 9);
  • de motie-Grinwis/Inge van Dijk over structurele compensatie van de woningcorporaties (35850, nr. 10);
  • de motie-Stoffer over duidelijke kaders voor financieel degelijk beleid (35850, nr. 11);
  • de motie-Stoffer over de SPV-bestedingstermijn verlengen naar eind 2022 (35850, nr. 12).

(Zie vergadering van 6 juli 2021.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Heinen stel ik voor zijn motie (35850, nr. 5) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Alkaya/Van Kent (35850, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer (35850, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer (35850, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk (35850, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Inge van Dijk (35850, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35850, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35850, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Voorjaarsnota 2021

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met de Voorjaarsnota 2021.

De voorzitter:
Ik stel voor, de Kamerstukken 35850, Hoofdstukken I t/m VI, IX, XII, XIV, XVII, IXX en de fondsen A, C, J en K zonder stemming aan te nemen. En X.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Vooral X, inderdaad.

Stemmingen Jaarverslag en slotwet ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2020

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35850-VII).

(Zie wetgevingsoverleg van 17 juni 2021.)

In stemming komt het amendement-Westerveld c.s. (stuk nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35850-VIII).

In stemming komt het amendement-Van Weyenberg c.s. (stuk nr. 8, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 8 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kwint/Alkaya (stuk nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, de SGP, BBB en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Kwint/Westerveld (stuk nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Nijboer (stuk nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Van Weyenberg c.s. (stuk nrs. 8, I tot en met III) en het amendement-Nijboer (stuk nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35850-XIII).

In stemming komt het amendement-Nijboer (stuk nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Snels/Van der Lee (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

En DENK. O, DENK niet. "Denk niet": dat is misschien een naam voor een nieuwe partij. Laat ik dat maar niet suggereren.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Nijboer (stuk nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35850-XV).

In stemming komt het amendement-Maatoug/Snels (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35850-XVI).

In stemming komt het amendement-Marijnissen/Alkaya (stuk nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2021 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35850-B).

In stemming komt het amendement-Van Kent (stuk nr. 3, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 3 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Snels/Van der Lee (stuk nr. 5, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en BBB voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 5 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming Taakdifferentiatie brandweer en crisisbeheersing

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Taakdifferentiatie brandweer en crisisbeheersing,

te weten:

- de motie-Van Nispen over afzien van het harde maximum van twintig jaar (29517, nr. 203).

(Zie vergadering van 1 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Van Nispen (29517, nr. 203).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming Fiscale verzamelwet 2022

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten (Fiscale verzamelwet 2022) (35708).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Onderwijs en corona mbo en h.o.

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over onderwijs en corona mbo en h.o.,

te weten:

  • de motie-Paternotte/Peters over bewezen effectieve maatregelen ter bevordering van het studentenwelzijn (35570-VIII, nr. 260);
  • de motie-Kwint over het collegegeld volledig compenseren (35570-VIII, nr. 261);
  • de motie-Kwint c.s. over ervoor zorgen dat fysiek onderwijs de norm is (35570-VIII, nr. 262);
  • de motie-Kwint/Wassenberg over formuleren onder welke uitzonderlijke voorwaarden online proctoring kan worden ingezet (35570-VIII, nr. 263);
  • de motie-Peters/Van der Woude over ook rapporteren over de voortgang van de individuele instellingen (35570-VIII, nr. 265);
  • de motie-Van der Woude/Peters over de onderbouwing door instellingen bij afwijking van de keuzelijst (35570-VIII, nr. 266);
  • de motie-Gündoğan over geld uit het RRF oormerken voor onderwijs, onderzoek en innovatie (35570-VIII, nr. 267);
  • de motie-Wassenberg/Kwint over ondersteuning bij het zo veel mogelijk fysiek organiseren van onderwijs en tentamens (35570-VIII, nr. 268);
  • de motie-Wassenberg over de systemische factoren die bijdragen aan het ontstaan van psychische problemen bij studenten (35570-VIII, nr. 269);
  • de motie-Westerveld/Wassenberg over stagediscriminatie bij studenten met een functiebeperking in beeld brengen (35570-VIII, nr. 271).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 juli 2021.)

De voorzitter:
Mevrouw Gündoğan verzoekt haar aangehouden motie op stuk nr. 267 alsnog in stemming te brengen.

De motie-Peters/Van der Woude (35570-VIII, nr. 265) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er 368 miljoen naar de mbo- en h.o.-instellingen gaat om uitval en achterstand in brede zin van studenten als gevolg van de coronamaatregelen tegen te gaan;

constaterende dat er monitoringsafspraken gemaakt zijn waarin afgesproken is dat de rapportage niet rechtstreeks herleidbaar is tot de individuele instellingen en dat in deze afspraken niks staat over de financiële verantwoording;

van mening dat we discussies over een goede besteding van middelen, zoals tijdens de voorinvesteringen, moeten voorkomen;

verzoekt de regering om bij de rapportage aan de Kamer de voortgang van de individuele instellingen en de financiële voortgang hierin mee te nemen indien de jaarverslagen daartoe aanleiding geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 265 (35570-VIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Peters (35570-VIII, nr. 260).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint (35570-VIII, nr. 261).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, de PvdD, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint c.s. (35570-VIII, nr. 262).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint/Wassenberg (35570-VIII, nr. 263).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Peters/Van der Woude (35570-VIII, nr. ??, was nr. 265).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Woude/Peters (35570-VIII, nr. 266).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Fractie Den Haan, de PvdD, en BIJ1 ... Mevrouw Simons.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik vrees dat u mij bij de vorige motie niet heeft meegerekend. Zij is weliswaar aangenomen, maar het zou fijn zijn als wij daarbij als "voor" te boek staan.

De voorzitter:
Zeker. Wij zullen uw opmerking meenemen in de Handelingen. We gaan wel even opnieuw stemmen over de motie op stuk nr. 266.

In stemming komt de motie-Van der Woude/Peters (35570-VIII, nr. 266).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Gündoğan (35570-VIII, nr. 267).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Kwint (35570-VIII, nr. 268).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg (35570-VIII, nr. 269).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Wassenberg (35570-VIII, nr. 271).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Advies van de Raad van State inzake ministeriële verantwoordelijkheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het advies van de Raad van State inzake ministeriële verantwoordelijkheid,

te weten:

  • de motie-Leijten over een register waarin duidelijk staat welke actuele overheidsinformatie waar beschikbaar is (35570, nr. 61);
  • de motie-Leijten over geen ongevraagde adviezen van de Raad van State die de constitutionele verhouding tussen parlement en regering aangaan (35570, nr. 62);
  • de motie-Ellian over "trouw aan de publieke taak" toevoegen aan de eed of belofte die ambtenaren afleggen (35570, nr. 63);
  • de motie-Arib c.s. over een jaarlijks debat over de Staat van de Rechtsstaat (35570, nr. 64).

(Zie notaoverleg van 5 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Leijten (35570, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Leijten (35570, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ellian (35570, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Arib c.s. (35570, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Strafrechtelijke onderwerpen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Strafrechtelijke onderwerpen,

te weten:

  • de motie-Van Nispen over een richtlijn voor zelfonderzoek (29279, nr. 664);
  • de motie-Van Nispen over een betere weging van draagkracht bij boeteoplegging (29279, nr. 665);
  • de motie-Azarkan over het bevorderen van ketensamenwerking bij de bekostiging van de politie, het OM en de rechtspraak (29279, nr. 666);
  • de motie-Ellian over het eerste wetsvoorstel tot vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering zo spoedig mogelijk naar de Kamer sturen (29279, nr. 667);
  • de motie-Eerdmans/Van der Plas over zedendelinquenten niet laten terugkeren naar hun oude woonomgeving om confrontatie met hun slachtoffers te voorkomen (29279, nr. 668).

(Zie vergadering van 6 juli 2021.)

De voorzitter:
De motie-Eerdmans/Van der Plas (29279, nr. 668) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Eerdmans, Van der Plas en Ellian.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 668 (29279).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (29279, nr. 664).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (29279, nr. 665).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (29279, nr. 666).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ellian (29279, nr. 667).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Eerdmans c.s. (29279, nr. ??, was nr. 668).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties JBZ-Raad 7-8 juni 2021 (algemeen deel)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat JBZ-raad 7-8 juni 2021 (algemeen deel),

te weten:

  • de motie-Van Nispen over onderzoeken hoe justitiële autoriteiten in de EU het kaderbesluit uitvoeren (32317, nr. 696);
  • de motie-Van Nispen over garanties over grondrechten kunnen vragen bij een uitvaardigende lidstaat (32317, nr. 697);
  • de motie-Van Nispen over binnen de EU afspraken maken over betaling van parkeerboetes door buitenlandse kentekenhouders (32317, nr. 698).

(Zie vergadering van 6 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Van Nispen (32317, nr. 696).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (32317, nr. 697).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (32317, nr. 698).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Jeugdbeleid/Huiselijk geweld en kindermishandeling

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Jeugdbeleid/Huiselijk geweld en kindermishandeling,

te weten:

  • de motie-Kwint c.s. over de escalatieladder herzien (31839, nr. 787);
  • de motie-Kwint/Kuiken over eventuele uitbreiding van de capaciteit voor jeugdgevangenissen realiseren in Cadier en Keer en Veenhuizen (31839, nr. 788);
  • de motie-Kwint c.s. over een ondergrens aan het landelijk noodzakelijke aantal specialistische plekken (31839, nr. 789);
  • de motie-Westerveld/Ceder over afspraken met schuldeisers om vordering van financiële compensatie te voorkomen (31839, nr. 790);
  • de motie-Maeijer/Agema over een wettelijk verbod op maagdenvlieshersteloperaties (31839, nr. 791);
  • de motie-Maeijer/Agema over een actiever opsporingsbeleid betreffende besnijdenis bij meisjes (31839, nr. 792);
  • de motie-Raemakers over de wervingscampagne Ik Zorg hernieuwd onder de aandacht brengen van werkgevers in de jeugdbescherming (31839, nr. 793);
  • de motie-Raemakers over het onderzoeken van een fusie van de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis (31839, nr. 794);
  • de motie-Peters/Kuiken over een eenduidig minimumtarief en een eenduidige verantwoordingsvorm voor gemeenten (31839, nr. 796);
  • de motie-Peters/Simons over van álle partners in de jeugdzorg een constructieve houding verlangen (31839, nr. 797);
  • de motie-Ceder/Simons over partijen uit de praktijk betrekken bij de hervormingsagenda (31839, nr. 798);
  • de motie-Ceder over het Istanbulverdrag zo snel mogelijk bekrachtigen voor Caribisch Nederland (31839, nr. 799).

(Zie vergadering van 6 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Kwint c.s. (31839, nr. 787).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint/Kuiken (31839, nr. 788).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint c.s. (31839, nr. 789).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Ceder (31839, nr. 790).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer/Agema (31839, nr. 791).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer/Agema (31839, nr. 792).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raemakers (31839, nr. 793).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raemakers (31839, nr. 794).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters/Kuiken (31839, nr. 796).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters/Simons (31839, nr. 797).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Simons (31839, nr. 798).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (31839, nr. 799).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Simons.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Voorzitter. Ik word geacht om tegen de motie-Peters/Kuiken op stuk nr. 796 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Simons. We zullen uw opmerking opnemen in de Handelingen.

Stemmingen moties Financiële markten

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Financiële markten,

te weten:

  • de motie-Nijboer c.s. over kosteloos geld kunnen blijven opnemen (32545, nr. 140);
  • de motie-Nijboer over een voorstel om polishouders te compenseren (32545, nr. 141);
  • de motie-Heinen/Alkaya over negatieve rentes voor kleine spaarders voorkomen (32545, nr. 142).

(Zie vergadering van 6 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (32545, nr. 140).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer (32545, nr. 141).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Heinen/Alkaya (32545, nr. 142).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Maritiem

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het tweeminutendebat Maritiem,

te weten:

  • de motie-Van Raan over geen vergunning verlenen voor aardgaswinning in gasveld N05-A (31409, nr. 327);
  • de motie-Van Raan over geen lozingen van productiewater toestaan bij het herstelde schelpdierrif bij Schiermonnikoog (31409, nr. 328);
  • de motie-Tjeerd de Groot/Rudmer Heerema over replica's in aanmerking laten komen voor de regeling continuïteit bruine vloot (31409, nr. 329).

(Zie vergadering van 24 juni 2021.)

De voorzitter:
De motie-Tjeerd de Groot/Rudmer Heerema (31409, nr. 329) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een goede regeling is voor de bruine vloot, maar dat er twee groepen buiten de regeling vallen, namelijk replica's en starters;

overwegende dat het over circa negen replica's en tien starters gaat;

overwegende dat er ruimte is binnen het budget van de regeling continuïteit bruine vloot;

overwegende dat op grond van de Europese binnenvaartregels een door de overheid erkende stichting Adviesorgaan Traditionele Vaartuigen als taak heeft te beoordelen wat traditionele schepen dan wel replica's zijn en dat hier ook een welomschreven wettelijke definitie van bestaat;

van mening dat de overheid moet borgen dat startende ondernemers desgewenst gebruik kunnen maken van de omzetcijfers van de vorige eigenaar;

overwegende dat het de voorkeur heeft dat een starter omzetverlies kan aantonen aan de hand van de omzetgegevens van de vorige eigenaar;

overwegende voorts dat met een eventueel faillissement van starters het behoud van hun schepen voor de Nederlandse vloot in gevaar komt en daarmee de cultuur rondom deze schepen;

verzoekt de regering er alles aan te doen om starters en erkende replica's in aanmerking te laten komen voor de regeling continuïteit bruine vloot,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 329 (31409).

In stemming komt de motie-Van Raan (31409, nr. 327).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (31409, nr. 328).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tjeerd de Groot/Rudmer Heerema (31409, nr. ??, was nr. 329).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Hersteloperatie kinderopvangtoeslag,

te weten:

  • de motie-Inge van Dijk c.s. over een signalerende rol voor gemeenten in de urgentie van dossiers (31066, nr. 858);
  • de motie-Inge van Dijk c.s. over het initiëren en bevorderen van samenwerking tussen alle betrokken partijen (31066, nr. 859);
  • de motie-Kat c.s. over het advies van de kinderen en jongeren van gedupeerde ouders overnemen (31066, nr. 860);
  • de motie-Azarkan c.s. over de haalbaarheid van de doelstelling om voor het eind van het jaar 8.300 ouders integraal beoordeeld te hebben (31066, nr. 861);
  • de motie-Azarkan c.s. over de capaciteit van de Commissie Werkelijke Schade (31066, nr. 862);
  • de motie-Azarkan c.s. over de groep van 10.000 ouders een beschikking geven in de zin van de Awb (31066, nr. 863);
  • de motie-Idsinga c.s. over waar nodig prioriteiten stellen en dat duidelijk communiceren aan alle mensen die wachten op herstel (31066, nr. 864);
  • de motie-Grinwis c.s. over een denktank om te komen tot een advies voor een goed uitvoerbare schadeafhandelings- en hersteloperatie (31066, nr. 865);
  • de motie-Alkaya over een regeling voor gedupeerden van andere toeslagen dan de kinderopvangtoeslag (31066, nr. 866);
  • de motie-Van Raan/Simons over initiatieven uit de groep gedupeerden deze zomer meenemen in de herijking (31066, nr. 867);
  • de motie-Van Raan/Simons over gesprekken met de culturele sector over het terugbrengen van de menselijke maat bij de Belastingdienst (31066, nr. 868);
  • de motie-Van Raan/Simons over het benadrukken van ambtelijke ethiek bij de Belastingdienst (31066, nr. 869);
  • de motie-Nijboer c.s. over het uitwerken van een evenwichtiger voorstel om schulden over te nemen en ouders gelijker te behandelen (31066, nr. 870).

(Zie vergadering van 7 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (31066, nr. 858).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Grinwis, ChristenUnie. Gaat uw gang.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Bij het vorige agendapunt worden wij geacht voor de gewijzigde motie op stuk nr. 329 (31409) te hebben gestemd. Volgens mij staken wij onze handen net niet genoeg op.

De voorzitter:
Dat zou best kunnen. We gaan het teruglezen in de Handelingen, waarin uw opmerking zal worden genoteerd.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (31066, nr. 859).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kat c.s. (31066, nr. 860).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (31066, nr. 861).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (31066, nr. 862).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (31066, nr. 863).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Ik probeer het af en toe een beetje te variëren voor u.

In stemming komt de motie-Idsinga c.s. (31066, nr. 864).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (31066, nr. 865).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (31066, nr. 866).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Simons (31066, nr. 867).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Simons (31066, nr. 868).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Simons (31066, nr. 869).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Van der Plas van BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
In de snelheid van het geheel weet ik het niet meer zeker, maar voor de zekerheid wil ik zeggen dat BBB geacht wenst te worden tegen de motie op stuk nr. 868 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen uw opmerkingen meenemen in de Handelingen. De heer Eerdmans van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik wil iets vragen — dat gaat ook even terug — over de motie die minister Dekker opdraagt om slachtoffers niet te confronteren met de daders van zedendelicten die terugkeren na hun straf. Die is hier aangenomen. Minister Dekker was er nogal duidelijk over dat hij dat niet wilde gaan doen. Mijn vraag is dus of hij er zo snel mogelijk op kan terugkomen hoe we toch in werking gaan stellen dat daders van ernstige misdaden niet naar hun slachtoffers terugkeren.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Eerdmans. We zullen het stenogram van dit onderdeel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (31066, nr. 870).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Woningbouwopgave

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Woningbouwopgave,

te weten:

  • de motie-Pieter Heerma c.s. over het beschikbaar stellen van vastgoed voor huisvesting van spoedzoekers (32847, nr. 767);
  • de motie-Beckerman c.s. over pas bouwvergunningen verlenen als er een gedegen regionaal behoefteonderzoek beschikbaar is (32847, nr. 768);
  • de motie-Beckerman c.s. over het afschaffen van de verhuurderheffing (32847, nr. 769);
  • de motie-Beckerman c.s. over bij het verlenen van financiële steun eisen dat zeggenschap van bewoners goed geregeld is (32847, nr. 770);
  • de motie-Den Haan c.s. over onderzoek naar geclusterde woonvormen voor ouderen (32847, nr. 771);
  • de motie-Koerhuis over opnieuw ingrijpen in de woningcrisis (32847, nr. 772);
  • de motie-Koerhuis over in de derde tranche van de Woningbouwimpuls opnemen dat de gemiddelde koopprijs niet hoger mag zijn dan de NHG-grens (32847, nr. 773);
  • de motie-Bromet c.s. over de mogelijkheden uit de Wet voorkeursrecht gemeenten onder de aandacht van gemeenten brengen (32847, nr. 774);
  • de motie-Boulakjar over het beter benutten van de bestaande voorraad woningen (32847, nr. 775);
  • de motie-Van Baarle c.s. over een wettelijke grondslag voor wat als "redelijke borg" en "redelijke borgvoorwaarden" gezien kan worden (32847, nr. 776);
  • de motie-Van Baarle over het mysteryguestonderzoek naar discriminatie op de woningmarkt jaarlijks herhalen (32847, nr. 777);
  • de motie-Van Baarle/Beckerman over het afkeuren van de sloop van de Tweebosbuurt (32847, nr. 778);
  • de motie-Van Baarle/Beckerman over een toets op discriminatoire beleidsvoornemens bij van rijkswege gefinancierde woningbouwprojecten (32847, nr. 779);
  • de motie-Grinwis over wateropgaven een sturend onderdeel laten zijn bij ruimtelijkeordenings- en woningbouwvraagstukken (32847, nr. 780);
  • de motie-Grinwis over het trekken van lessen uit de bouw van buitendijkse woningen voor het bouwen van binnendijkse woningen (32847, nr. 781);
  • de motie-Grinwis c.s. over het oplossen van de financiële knelpunten bij de gebiedsontwikkeling Valkenhorst (32847, nr. 782);
  • de motie-Bisschop over tegemoetkomen aan bezwaren tegen meer permanente bewoning van recreatiewoningen (32847, nr. 783);
  • de motie-Bisschop/Grinwis over in de systematiek van het Gemeentefonds meer rekening houden met de groeipotentie van gemeenten (32847, nr. 784);
  • de motie-Nijboer c.s. over het stevig beboeten van overtredingen van de Woningwet (32847, nr. 785);
  • de motie-Jansen over het schrappen van de huisvestingsopgave van statushouders voor gemeenten (32847, nr. 786);
  • de motie-Jansen over de effecten van verdere verlaging van de wegingsfactor van studieschuld op de leencapaciteit (32847, nr. 787).

(Zie vergadering van 7 juli 2021.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Baarle stel ik voor zijn motie (32847, nr. 779) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van Baarle c.s. (32847, nr. 776) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er veel misgaat rondom de terugbetaling van de borg bij (tijdelijke) huurcontracten;

constaterende dat verhuurders de borg steeds meer als verdienmodel zijn gaan zien;

verzoekt de regering een wettelijke grondslag te onderzoeken voor wat als "redelijke borg" en "redelijke borgvoorwaarden" gezien kan worden, teneinde misstanden te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 776 (32847).

De motie-Koerhuis (32847, nr. 773) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Utrecht tussenwoningen laat bouwen voor €750.000;

overwegende dat er niet met landelijke subsidies tussenwoningen horen te worden gebouwd voor €750.000;

verzoekt de regering om in de derde tranche van de woningbouwimpuls zo veel mogelijk te bewerkstelligen dat de gemiddelde koopprijs niet hoger is dan de NHG-grens, en de Kamer hierover achteraf te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 773 (32847).

De motie-Jansen (32847, nr. 786) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat starters nauwelijks nog een woning kunnen krijgen;

overwegende dat wachtlijsten voor sociale huurwoningen extreem lang zijn geworden;

constaterende dat statushouders in de meeste gemeenten nog altijd voorrang krijgen op sociale huurwoningen;

roept de regering op de huisvestingsopgave van statushouders voor gemeenten te schrappen en statushouders op regionale of centrale locaties te huisvesten, opdat woningen in eerste instantie weer aan Nederlanders kunnen worden toegewezen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 786 (32847).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Pieter Heerma c.s. (32847, nr. 767).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32847, nr. 768).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32847, nr. 769).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32847, nr. 770).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (32847, nr. 771).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (32847, nr. 772).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Koerhuis (32847, nr. ??, was nr. 773).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet c.s. (32847, nr. 774).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boulakjar (32847, nr. 775).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle c.s. (32847, nr. ??, was nr. 776).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (32847, nr. 777).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle/Beckerman (32847, nr. 778).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, de PvdD, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis (32847, nr. 780).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis (32847, nr. 781).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (32847, nr. 782).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop (32847, nr. 783).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop/Grinwis (32847, nr. 784).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (32847, nr. 785).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, het CDA, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Jansen (32847, nr. ??, was nr. 786).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (32847, nr. 787).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015,

te weten:

  • de motie-Koerhuis over het versterken van de positie van de vve (32847, nr. 788);
  • de motie-Koerhuis over de rechtsbescherming van woningzoekenden (32847, nr. 789);
  • de motie-Beckerman c.s. over huurders instemmingsrecht geven bij verkoop van hun woning (32847, nr. 790).

(Zie vergadering van 7 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Koerhuis (32847, nr. 788).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (32847, nr. 789).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Ik noemde BIJ1 bij de voorstanders maar heb dat even later weer hersteld, mevrouw Simons. Het klopt dus helemaal en het is heel goed gegaan. We begrijpen elkaar.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32847, nr. 790).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Wonen en corona

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Wonen en corona,

te weten:

  • de motie-Beckerman c.s. over sloop, liberalisatie en verkoop van sociale huurwoningen (32847, nr. 791);
  • de motie-Koerhuis over het tegemoetkomen van flexwerkers vanwege de coronacrisis (32847, nr. 792);
  • de motie-Koerhuis over in gesprek gaan met de NHG over langer uitstel van hypotheekaflossingen (32847, nr. 793);
  • de motie-Koerhuis over in gesprek gaan met de NHG over hoe schuldsaneerders de overwaarde van woningen kunnen gebruiken na de coronacrisis (32847, nr. 794);
  • de motie-Van Baarle over geen onnodige procedurele hordes bij aanvragen voor huurverlaging op grond van een inkomensdaling (32847, nr. 795);
  • de motie-Van Baarle over de effecten van de kostendelersnorm op de beschikbaarheid van woonruimte (32847, nr. 796);
  • de motie-Van Baarle over een Europese lobby om woningbouwcorporaties uit te sluiten van de ATAD (32847, nr. 797);
  • de motie-Van Baarle over de uitfasering van de verhuurderheffing uitwerken in de fiches voor de kabinetsformatie (32847, nr. 798);
  • de motie-Boulakjar/Grinwis over de uitkomsten van de inventarisatie van de transformatiebrigades (32847, nr. 799);
  • de motie-Bromet c.s. over huren tot ten minste €1.000 onder het puntenstelsel laten vallen (32847, nr. 800);
  • de motie-Grinwis/Pieter Heerma over varianten voor uitbreiding van het woningwaarderingsstelsel (32847, nr. 801);
  • de motie-Grinwis/Den Haan over obstakels wegnemen om geclusterde woonvormen voor ouderen gemakkelijker te realiseren (32847, nr. 802);
  • de motie-Nijboer c.s. over de uitspraak dat vaste huurcontracten de norm moeten zijn (32847, nr. 803).

(Zie vergadering van 7 juli 2021.)

De voorzitter:
De motie-Van Baarle (32847, nr. 797) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat woningcorporaties onder de ATAD vallen en dit de woningcorporaties miljoenen kost;

overwegende dat het DAEB-vrijstellingsbesluit (2012/21/EU) de mogelijkheid biedt aan de regering om woningcorporaties uit te sluiten van de ATAD zonder dat dit strijdig is met Europese staatssteunregels;

verzoekt de regering om woningcorporaties uit te sluiten van de ATAD,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 797 (32847).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32847, nr. 791).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (32847, nr. 792).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (32847, nr. 793).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (32847, nr. 794).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (32847, nr. 795).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (32847, nr. 796).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle (32847, nr. ??, was nr. 797).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (32847, nr. 798).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boulakjar/Grinwis (32847, nr. 799).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet c.s. (32847, nr. 800).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Pieter Heerma (32847, nr. 801).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Den Haan (32847, nr. 802).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (32847, nr. 803).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Kerseboom, gaat uw gang.

Mevrouw Kerseboom (FVD):
Dank, voorzitter. De motie op stuk nr. 787 (32847), de motie-Jansen over de effecten van verdere verlaging, is aangenomen, maar die was blijkbaar ontraden door de minister. Dus wij zouden graag een brief ontvangen over hij deze motie uit gaat voeren.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik zal het stenogram van dit onderdeel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. En heel fijn dat u dat tussendoor doet, want dan kan ik een slok water nemen!

Stemming motie Voorhang wijziging Bouwbesluit 2012 en het Besluit Bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Voorhang wijziging Bouwbesluit 2012 en het Besluit Bouwwerken leefomgeving in verband met hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie,

te weten:

  • de motie-Koerhuis over huiseigenaren niet verplichten tot het nemen van hernieuwbare energiemaatregelen (32757, nr. 181).

(Zie vergadering van 7 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Koerhuis (32757, nr. 181).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming brief Beëindigen van het groot project Mainportontwikkeling Rotterdam

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat over beëindigen van het groot project Mainportontwikkeling Rotterdam (24691, nr. 139).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van de vaste commissie van Infrastructuur en Waterstaat te besluiten en de status van groot project van het project Mainportontwikkeling Rotterdam te beëindigen.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Verslag parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag "Ongekend onrecht",

te weten:

  • de motie-Leijten/Inge van Dijk over een analyse of de vordering van de ondervragingscommissie compleet is geweest (35510, nr. 62);
  • de motie-Azarkan over alle overheidslagen ervan doordringen dat de Staat er voor de burger is (35510, nr. 63);
  • de motie-Azarkan over erkennen dat regeringsambtenaren meerdere wetten hebben overtreden (35510, nr. 64);
  • de motie-Azarkan/Van Raan over ieder kwartaal onderzoek doen naar het vertrouwen in de overheid bij getroffen ouders (35510, nr. 65);
  • de motie-Azarkan over een verbod op het gebruik van etniciteit en nationaliteit bij risicoprofilering (35510, nr. 66);
  • de motie-Azarkan/Van Raan over het delen van alle stukken die betrekking hebben op het memo-Palmen (35510, nr. 67);
  • de motie-Snels/Kat over voldoende capaciteit bij de Autoriteit Persoonsgegevens voor toezicht op algoritmes (35510, nr. 69);
  • de motie-Van Raan c.s. over een plan van aanpak waarin maatwerk en heling centraal staan (35510, nr. 70);
  • de motie-Van Raan c.s. over uitspreken dat voor schadeafhandeling en heling kosten noch moeite gespaard mogen worden (35510, nr. 71);
  • de motie-Van Raan/Simons over een periode van vrijheid en rust voor alle gedupeerden (35510, nr. 72);
  • de motie-Grinwis/Leijten over een telefoonnummer van een ter zake kundige medewerker op alle relevante brieven van overheidsinstanties (35510, nr. 73);
  • de motie-Inge van Dijk/Kat over onderzoek naar een orgaan dat directe fiscale bijstand kan leveren (35510, nr. 74);
  • de motie-Idsinga c.s. over meer ruimte voor maatwerk en beslissingen door ambtenaren van de Belastingdienst (35510, nr. 75);
  • de motie-Simons/Van Raan over een tijdelijke vrijstelling van het schuldenbewind voor gedupeerde ouders (35510, nr. 76).

(Zie vergadering van 7 juli 2021.)

De voorzitter:
Aangezien de motie-Van Raan/Simons (35510, nr. 72) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De motie-Van Raan c.s. (35510, nr. 70) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Bestuurlijke Adviesraad Kinderopvangtoeslag (BAK) vaststelt dat de hersteloperatie vast dreigt te lopen omdat maatwerk en snelheid onverenigbaar zijn;

overwegende dat een zorgvuldige, individuele, integrale schadeafhandeling voorop moet blijven staan;

overwegende dat het voor het proces van heling juist belangrijk is dat de gedupeerde ouders zo veel tijd krijgen als ze nodig hebben;

verzoekt de regering om in samenspraak met de ouders tot een plan of plannen van aanpak te komen waarbij maatwerk en heling centraal staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 70 (35510).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Leijten/Inge van Dijk (35510, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35510, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35510, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Raan (35510, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35510, nr. 66).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Raan (35510, nr. 67).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Snels/Kat (35510, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan c.s. (35510, nr. ??, was nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21 en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (35510, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Leijten (35510, nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk/Kat (35510, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Idsinga c.s. (35510, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Simons/Van Raan (35510, nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Arbeidsmarkt

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Arbeidsmarkt (arbeidsmarktbeleid/ arbeidsmarktdiscriminatie/ jongeren op de arbeidsmarkt),

te weten:

  • de motie-Van Baarle over een zichtbaardere naming-and-shaming van onherroepelijk veroordeelde bedrijven (29544, nr. 1049).

(Zie vergadering van 20 mei 2021.)

De voorzitter:
De motie-Van Baarle (29544, nr. 1049) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de uitspraken van onherroepelijk veroordeelde bedrijven enkel worden gepubliceerd op rechtspraak.nl;

van mening dat het instrument naming-and-shaming effectiever en zichtbaarder kan;

verzoekt de regering om naming-and-shaming van onherroepelijk veroordeelde bedrijven op een effectievere en zichtbaardere wijze toe te passen, bijvoorbeeld een website voor veroordeelde bedrijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1049 (29544).

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle (29544, nr. ??, was nr. 1049).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en de VVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Raad Algemene Zaken

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het tweeminutendebat Raad Algemene Zaken,

te weten:

  • de motie-Piri/Van der Lee over minstens 50 studiebeurzen ter beschikking stellen voor Belarussische studenten in Nederland (21501-02, nr. 2362).

(Zie vergadering van 17 juni 2021.)

De voorzitter:
De motie-Piri/Van der Lee (21501-02, nr. 2362) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vele jongeren in Belarus worden vervolgd of weggestuurd van scholen en universiteiten vanwege vreedzaam activisme tegen het regime van Loekasjenko;

van mening dat naast sancties tegen het regime het ook van belang is om de Belarussische bevolking te steunen;

verzoekt de regering om minstens 50 studiebeurzen ter beschikking te stellen voor Belarussische studenten, in Nederland of in andere EU-lidstaten, en in EU-verband te pleiten voor uitbreiding van het Erasmusprogramma met jongeren in Belarus,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 2362 (21501-02).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Piri/Van der Lee (21501-02, nr. ??, was nr. 2362).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste stemmingsronde. Ik geef nog even het woord aan de heer Van Baarle. Gaat uw gang.

De heer Van Baarle (DENK):
Ja, voorzitter, even voor de paperassen. Mijn motie op stuk nr. 1049 (29544) is aangenomen. Ik zou graag een brief ontvangen van de regering over de manier waarop zij deze motie gaat uitvoeren. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het stenogram van dit deel van de vergadering zullen wij doorgeleiden naar het kabinet.

Ik schors de vergadering voor een enkel moment en dan gaan we door naar het volgende onderdeel van vandaag. Succes allemaal.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Voorzitter: Martin Bosma

De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van na het reces:

  • het tweeminutendebat Arbeidsmigratie — het commissiedebat was 7 juli — met als eerste spreker het lid Van Kent van de SP.

Ik deel aan de Kamer mee dat de tijdelijke commissie Fraudebeleid en Dienstverlening het lid Belhaj tot voorzitter heeft gekozen en het lid Van Nispen tot ondervoorzitter. Gefeliciteerd!

Ik stel voor hedenavond ook te stemmen over:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2021 (Vijfde incidentele suppletoire begroting inzake COVID-testen reizen) (35864);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in verband met regeling van het vereiste van goedkeuring bij wet van een koninklijk besluit tot verlenging als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (35874);
  • de ingediende moties bij het notaoverleg over Ontwikkelingen rondom het coronavirus.

Ik stel aan de Kamer voor in te stemmen met het volgende schema voor de begrotingsbehandelingen in het najaar van 2021 — agenda's tevoorschijn, dames en heren:

  • de week van 5 oktober: de Algemene Financiële Beschouwingen;
  • de week van 12 oktober: Algemene Zaken, de Koning en Koninkrijksrelaties;
  • de week van 26 oktober: Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
  • de week van 2 november: Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat;
  • de week van 9 november: Defensie;
  • de week van 16 november: Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • de week van 23 november: Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
  • de week van 30 november: Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
  • 7 december: stemmingen over alle begrotingen.

En dat allemaal op onze nieuwe locatie, dames en heren.

Ik stel voor daarbij de volgende spreektijden aan de fracties voor de begrotingsbehandelingen toe te kennen:

  • VVD 352 minuten
  • D66 272 minuten
  • PVV 216 minuten
  • CDA 200 minuten
  • SP 152 minuten
  • PvdA 152 minuten
  • GroenLinks 144 minuten en 3 seconden, nee dat laatste verzin ik
  • Partij voor de Dieren 128 minuten
  • ChristenUnie 120 minuten
  • FVD 120 minuten
  • Volt 104 minuten
  • JA21 104 minuten
  • SGP 104 minuten
  • DENK 104 minuten
  • Fractie Den Haan 88 minuten
  • BBB 88 minuten
  • BIJ1 88 minuten
  • Groep Van Haga 44 minuten, jammer.

Tot slot stel ik aan de Kamer voor de volgende spreektijden in eerste termijn aan de fracties toe te kennen voor de Algemene Politieke Beschouwingen:

  • VVD 33 minuten
  • D66 29 minuten
  • PVV 25 minuten
  • CDA 25 minuten
  • SP 21 minuten
  • PvdA 21 minuten
  • GroenLinks 20 minuten
  • Partij voor de Dieren 18 minuten
  • ChristenUnie 17 minuten
  • FVD 17 minuten
  • Volt 17 minuten
  • JA21 15 minuten
  • SGP 15 minuten
  • DENK 15 minuten
  • Fractie Den Haan 12 minuten
  • BBB 12 minuten
  • BIJ1 12 minuten
  • Groep Van Haga 7,5 minuut en geen seconde langer.

Ingekomen is een tweetal beschikkingen inzake aanwijzing van Eerste en Tweede Kamerleden:

  • in de interparlementaire commissie inzake de Nederlandse Taalunie het lid De Hoop tot lid in de bestaande vacature;
  • in de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad het lid Karakus tot lid en het lid Crone tot plaatsvervangend lid.

Aangezien voor de volgende stukken de termijn is verstreken, stel ik voor deze goed te keuren en voor kennisgeving aan te nemen: 24493 (R1557)-93 en 35847 (R2156)-1.

Ik stel voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden afvoeren: 28362-56; 2021Z11283; 27926-340; 33997-162; 2021Z10828; 35570-X-92; 35570-X-91; 35570-X-90; 26488-464; 35570-X-89; 2020Z04136; 2020Z04133; 2020Z02110; 35663-5; 21501-02-2347; 21501-02-2350; 21501-02-2351; 35632-5; 33529-865; 35570-XIII-81; 32813-683; 30196-752; 32813-482; 35420-263; 28165-349; 34700-77; 21501-33-856; 24095-534; 35572-86; 31066-817; 33406-8; 31066-809; 31066-820; 31066-816; 31066-814; 31066-811; 31066-808; 26834-51; 31066-787; 31066-800; 31066-798; 31935-70; 31066-803; 27926-334; 31066-764; 31935-66; 31066-755; 32140-80; 21501-20-1490; 21501-20-1474; 31066-682; 31066-720; 31066-681; 31066-650; 25087-252; 31066-637; 31066-632; 25087-225; 35570-IX-45; 25087-273; 31066-821; 32140-86; 32140-84; 35572-83; 32140-82; 35572-82; 35830-IX-1; 31066-823; 21501-07-1757; 21501-07-1758; 21501-07-1754; 35570-IX-46; 31865-186; 35830-IV-2; 25087-272; 32813-690; 31865-189; 31865-184; 35570-IX-33; 31865-142; 31865-181; 35322-1; 35322-2; 35322-3.

Aangezien voor de volgende stukken de termijn is verstreken stel ik voor deze voor kennisgeving aan te nemen: 35590-25 en 32440-116.

U kunt niet meer terug, dames en heren. Poeh, poeh.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

Intensieve kindzorg

Intensieve kindzorg

Aan de orde is het tweeminutendebat Intensieve kindzorg (CD d.d. 23/06).

De voorzitter:
Aan de orde is thans het tweeminutendebat Intensieve kindzorg. We hebben zes deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Hijink van de fractie van de SP, maar niet voordat ik de minister van Volksgezondheid welkom heb geheten. Hij zat er al een tijdje, maar toch fijn dat u bij ons bent. De heer Hijink.

De heer Hijink (SP):
Dank voorzitter. Het wordt tijd dat we de problemen tussen verzekeraars en de ouders die voor ernstig zieke kinderen zorgen, gaan oplossen. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 60% van de indicaties die door zorgverleners worden gesteld bij gezinnen met een ernstig ziek kind, uiteindelijk naar beneden wordt bijgesteld door zorgverzekeraars;

spreekt uit dat voorkomen moet worden dat vanwege financiële redenen er bezuinigd wordt op de zorg aan ernstig zieke kinderen door zorgverzekeraars;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat zorgverzekeraars handelen in lijn met de aangenomen motie van de leden Van Gerven en Hijink over regelen dat zorgverzekeraars zich niet mengen in indicaties van ernstig zieke kinderen die gesteld zijn door kinderartsen in overleg met ouders (34104, nr. 329),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hijink, Kwint en Westerveld.

Zij krijgt nr. 335 (34104).

Heel goed. Dank u wel. Mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Agema (PVV):
Discipline, voorzitter. Zo klein ben ik nou toch ook weer niet.

De voorzitter:
Ik schatte u groter.

Mevrouw Agema (PVV):
En ik heb ook nog een cilinder, dus dan wordt het lezen lastig.

Ik heb hier een door de Kamer aangenomen motie over de aparte handreiking. Tijdens het commissiedebat zei de minister dat hij die niet wilde uitvoeren. Hij wees erop dat het veld dat niet zou willen. Nou zijn wij natuurlijk de gekozen volksvertegenwoordiging, en niet het veld.

Dan het tweede. Ik heb een ondertekende brief over deze aparte handreiking, waarin een heel aantal organisaties uit het veld schrijven dat ze wél een aparte handreiking willen. Ik kan ze allemaal opnoemen, maar het zijn er — twee, vier, zes, acht, tien, twaalf, veertien, zestien, achttien … — meer dan twintig. Ik zou de minister er dus toe willen oproepen de motie uit te voeren.

Hetzelfde geldt voor de Kamerbreed aangenomen motie waarin staat dat het zelf kunnen uitvoeren van medische handelingen bij een kind niet mag leiden tot minder uren. Wij horen daar nog steeds signalen over. Wij willen deze motie graag uitgevoerd zien.

Ten slotte de geheimhouding inzake de mediationtrajecten. De minister zegt: dit zijn heel speciale trajecten en die moeten we geheimhouden. Daar kan ik op zich nog wel in meegaan, maar ik wil wel dat de Kamer wordt geïnformeerd, desnoods in vertrouwelijke sessies of wat dan ook. Ik wil de minister vragen om op dat punt toe te zeggen dat wij in dezen minstens vertrouwelijk geïnformeerd worden.

De voorzitter:
Prima. Dank u wel. Dan mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik ben niet heel veel groter, voorzitter. Dank u wel.

Voorzitter. In de afgelopen jaren hebben we het een heel aantal keren gehad over ouders met heel erg zieke kinderen. Ik wil hier nogmaals de oproep doen: we moeten er echt ook in deze Kamer voor zorgen dat we achter deze ouders staan. Soms moeten zij elk jaar opnieuw bewijzen dat hun kind nog steeds zo heftig ziek is en nog steeds die zorg nodig heeft. Dat is heel krom. Ik sluit mij daarom aan bij de oproep, ook van mevrouw Agema, aan deze minister: zorg nou dat moties die door deze Kamer zijn aangenomen, worden uitgevoerd.

Voorzitter. Ik heb nog een andere motie en die gaat over het delen van gegevens met derden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zorgverzekeraars derde partijen inschakelen om de indicatie te controleren op doelmatigheid en rechtmatigheid;

overwegende dat het onwenselijk is dat de medische gegevens die in handen zijn van een verzekeraar met een derde partij worden gedeeld;

van mening dat, als verzekeraars willen controleren op doelmatigheid en rechtmatigheid, zij dat zelf moeten doen;

verzoekt de regering verzekeraars te verbieden medische gegevens van verzekerden te delen met derde partijen en verzekeraars op te dragen zelf de indicaties te controleren op doelmatigheid en rechtmatigheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Kuiken.

Zij krijgt nr. 336 (34104).

Dank u wel. Dan mevrouw Tellegen van de fractie van de VVD.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat chronisch zieke kinderen en hun ouders baat hebben bij zo min mogelijk administratieve druk als het gaat om het organiseren van intensieve zorg;

constaterende dat de zorgvraag van chronisch zieke kinderen vaak nauwelijks verandert;

constaterende dat zorgverzekeraars indicaties toekennen voor een periode van maximaal twee jaar;

verzoekt de regering afspraken te maken met zorgverzekeraars over het toekennen van pgb's aan kinderen die medisch intensieve zorg nodig hebben voor langer dan twee jaar, waarbij de zorgvraag tussentijds vereenvoudigd geëvalueerd wordt in plaats van een volledig nieuwe pgb-aanvraag, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling 2021 te informeren over deze afspraken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tellegen, Werner, Kuiken en Van der Laan.

Zij krijgt nr. 337 (34104).

Heel goed, dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Kuiken van de fractie van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Er zijn wel 2.000 ouders die een pgb ontvangen voor hun zorgintensieve kind, maar er zijn maar een handjevol ouders die dat ook doen om superintensieve zorg te realiseren. Ik denk dat we daar met name de strijd voor voeren, om dat op een goede manier te regelen. Ik zou me kortheidshalve aan willen sluiten bij alle opmerkingen die daarover zijn gemaakt. Vooruitzichten zijn vaak slecht, ze worden nooit meer beter of gaan eigenlijk alleen maar achteruit of komen te overlijden. Dus daarom heb ik ook eerdere moties van harte gesteund, ook om te kijken of je de indicatie kunt verlengen, zodat het ook allemaal minder zwaar getoetst wordt en het gewoon op een manier gaat die we onszelf ook allemaal zouden toewensen.

Maar ik loop nog wel vast om tot een handreiking te komen, althans het duurt al een tijd, dus daarom ook de volgende motie, omdat ik denk dat dat belangrijk is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ouders zich op individueel niveau onvoldoende gezien en gehoord voelen bij de uitdagingen die zij ervaren rondom de organisatie van de intensieve zorg voor hun kind;

overwegende dat bij de indicatiestelling en pgb-toekenning sprake is van maatwerk en bij intensieve kindzorg vaak sprake is van complexe casuïstiek;

verzoekt de regering om voor casuïstiek waarbij ouders aangeven vast te lopen in de reguliere procedures, een vertrouwelijke en praktische werkvorm in te richten, waarbij de betrokken en uitvoerende partijen in een gezamenlijk commitment aan de slag kunnen gaan en zoeken naar een passende oplossing,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuiken en Westerveld.

Zij krijgt nr. 338 (34104).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik mag hopen dat we er snel uit komen, in het belang van kinderen en hun ouders, iets wat we allemaal zouden willen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Kan de minister meteen antwoorden? Ja, hè? Vijf minuten? Ik schors voor vijf minuten. En mevrouw Kuiken wordt nog even verzocht haar motie te overhandigen, want we hebben meegeschreven, maar niet alles.

De vergadering wordt van 14.33 uur tot 14.42 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik herinner er nog even aan dat wij het neo-kerstregime hebben vandaag. Dat betekent dat ik in de termijn van de regering alleen interrupties doe na een motie, en alleen door de eerste indiener. Het woord is aan de minister.

Minister De Jonge:
Mooi die strengheid ook, voorzitter.

De voorzitter:
Keihard vandaag.

Minister De Jonge:
Nou, ik merk het. Meedogenloos.

De voorzitter:
Wacht maar tot mevrouw Tellegen er straks zit. Dan wordt het nog erger.

Minister De Jonge:
Het wordt alleen maar erger. Ik ga dan heel rap van start. De motie op stuk nr. 335 van de leden Hijink, Kwint en Westerveld verzoekt de regering ervoor te zorgen dat zorgverzekeraars handelen in lijn met de aangenomen motie, et cetera. Dat debat hebben we echt een aantal keren gehad. Daarin heb ik ook toegelicht dat zorgverzekeraars zich niet mengen in indicaties, maar natuurlijk wel over de toekenning gaan. Dat is een subtiel evenwicht, maar daar hebben we het echt vaker over gehad. Dus om allerlei misverstanden te voorkomen: ik ontraad deze motie.

Mevrouw Agema refereerde in haar drie vragen aan de eerder aangenomen motie, maar ook heel erg sterk aan het debat. Dus laat ik ze kort nalopen, zonder weer het hele debat over te doen, zeker gezien de strenge mood van de voorzitter op deze dag. De motie over de aparte handreiking kan ik niet uitvoeren, omdat wij niet handreikingen bestellen die gaan over professioneel handelen. Wij bestellen ook niet de manier waarop artsen een knieoperatie uitvoeren, dus ook niet de manier waarop verpleegkundigen tot indicatiestelling komen. Naar aanleiding van die motie hebben we natuurlijk wel in het veld getoetst hoe dit ligt. Er is een brede coalitie van veldpartijen die echt vindt dat de handreiking voldoet voor de indicatiestelling in den brede en dat er dus geen aparte handreiking voor intensieve kindzorg hoeft te volgen. Dan heb ik het bijvoorbeeld over V&VN en over tal van andere organisaties. Dus dat kan ik niet doen.

Dan over niet minder uren bij een herindicatie. Ik denk dat het Zorginstituut een heel heldere uitspraak heeft gedaan. Iets wat aanvankelijk als informele zorg is toegekend, kan vervolgens bij een herindicatie niet tot ouderlijke zorg worden gebombardeerd. Ik denk dat we het ook bij die interpretatie moeten houden. Daarmee is namelijk een langlopende discussie beslecht.

Dan de mediation. U wilt daarover geïnformeerd worden, maar dat gaat niet, want mediation werkt alleen als je je houdt aan de vertrouwelijkheid van de afspraken. We moeten dat proces nu echt de rust geven die het nodig heeft om tot een succes te komen.

Mevrouw Agema (PVV):
Dit onderwerp speelt natuurlijk al heel erg lang, en de Kamer heeft wel een controlerende taak. Dus ik vraag de minister naar een opening, zodat de betrokkenen binnen de geheimhouding toch met ons mogen praten, ons toch mogen informeren. Naar zoiets ben ik op zoek, dat die geheimhouding niet betekent dat wij hier allemaal verstoken zijn van informatie, want wij moeten onze controlerende taak wel kunnen uitvoeren.

Minister De Jonge:
Maar dat kan ook, want u controleert mij. U controleert het kabinet; u controleert niet allerlei partijen in het veld. U heeft destijds bij motie gevraagd … Of het was de PvdA die met die motie kwam; dat weet ik eerlijk gezegd niet meer helemaal precies. In die motie werd gevraagd om ervoor te zorgen dat de relaties in het veld weer worden hersteld. Toen heb ik gezegd dat ik dat niet kan afdwingen. Ik zou willen dat ik dat kon, maar dat kan ik niet afdwingen. Wat ik wel kan doen, is de partijen die het betreft uitnodigen om met elkaar een mediationtraject in te gaan. Dat hebben ze ook gedaan. Daarvoor is natuurlijk geheimhouding noodzakelijk. Als ik dat nu ga vertalen in de vorm van een actieve informatieplicht of een passieve informatieplicht van het kabinet in de richting van de Kamer, is die mediation gewoon kapot. Dan weten we gewoon.

Voorzitter. In de motie op stuk nr. 336 van Westerveld en Kuiken wordt de regering verzocht verzekeraars te verbieden medische gegevens van verzekerden te delen met derde partijen. Dat is dan naar aanleiding van een kwestie waarbij kennelijk een derde partij is ingehuurd. Kijk, de AVG is gewoon van toepassing op alle verwerking van alle persoonsgegevens. Die wet verandert niet, dus die is gewoon van toepassing. Vervolgens staat het een zorgverzekeraar op zichzelf vrij om een partij, een uitzendbureau of een detacheringsbureau, in te huren om voor hem te laten werken. Als ze meer mensen nodig hebben, zullen ze wel moeten. Dus ik kan deze motie echt alleen maar ontraden, want mensen inhuren mag natuurlijk. Maar wat natuurlijk niet mag, is je niet aan de AVG houden, dus deze motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 337 verzoekt de regering om afspraken te maken met zorgverzekeraars over het toekennen van pgb's aan kinderen die medische intensieve zorg nodig hebben voor langer dan twee jaar, waarbij de zorgvraag tussentijds vereenvoudigd wordt geëvalueerd in plaats van een volledig nieuwe pgb-aanvraag, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling 2021 te informeren. Volgens mij stelt de Kamer hier twee vragen. De eerste is dat de pgb-toekenningen langer dan twee jaar zouden moeten duren. Ik snap waarom u dat zegt. Kinderen zijn helaas nou eenmaal niet allemaal weer opgeknapt na twee jaar. Dat begrijp ik. Daarnaast vraagt u om het toepassen van tussentijdse evaluaties. Dat is natuurlijk zinvol, sowieso als de indicatie wat langer duurt. Ik begrijp dat een evaluatie, ook in het licht van het debat dat we hebben gehad, dan niet een uitgebreide papierwinkel is, maar een soort toetsgesprek of het nog gaat zoals we dachten dat het zou gaan. Ik wil op beide punten met zorgverzekeraars in gesprek, zij het dat ik niet hun pgb-regeling kan dicteren, want zo werkt het niet. Maar wat ik natuurlijk wil doen, is met deze inzet met zorgverzekeraars in gesprek gaan. Ik denk namelijk echt wel dat het voor een deel van de kinderen en ouders echt een uitkomst zou zijn.

De motie op stuk nr. 338 verzoekt de regering om vastgelopen casuïstiek beet te pakken. Daar voel ik heel erg voor, omdat ik de frustratie — zo zie, hoor en lees ik het — van de Kamer deel dat het maar niet wil lukken om een klein aantal casussen op te lossen. Dat gaan we langs de kant van nog meer beleid ook niet oplossen. Ik begrijp de opdracht uit de motie van mevrouw Kuiken en mevrouw Westerveld als volgt: ga gewoon met de casuïstiek aan de slag en zorg dat je het opgelost krijgt, om daar vervolgens van te leren, maar vooral ook om het voor de ouders en kinderen op te lossen. Ik kan die opdracht heel goed plaatsen. Dat wil ik ook heel graag doen.

De voorzitter:
En dus?

Minister De Jonge:
Oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:
Ik wil nog even expliciet horen wat uw mening over de motie op stuk nr. 337 is.

Minister De Jonge:
Ook daarover zou ik het oordeel aan de Kamer willen laten.

De voorzitter:
Heel goed. Tot zover dit debat. Dank aan de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanavond laat stemmen wij over deze moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Criminaliteitsbestrijding en georganiseerde criminaliteit/ondermijning

Criminaliteitsbestrijding en georganiseerde criminaliteit/ondermijning

Aan de orde is het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding en georganiseerde criminaliteit/ondermijning (CD d.d. 16/06).

Voorzitter: Tellegen

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding en georganiseerde criminaliteit/ondermijning. Dat tweeminutendebat komt in een week van een vreselijke aanslag op een journalist, Peter R. de Vries. In dat kader wil ik de minister kort het woord geven, voordat we aan de inbreng van de Kamer gaan beginnen. Aan u het woord.

Minister Grapperhaus:
Dank u wel, voorzitter. Terwijl we hier staan en bij elkaar zijn, zijn mijn gedachten bij Peter R. de Vries. Een laffe aanslag heeft hem zwaar getroffen. Ik leef mee met zijn familie en vrienden. Over het onderzoek kan ik geen mededelingen doen. Wanneer daarvoor ruimte en aanleiding is, zal ik dat richting uw Kamer direct doen.

Al zolang ik me kan heugen, spoort Peter R. de Vries onrecht op. Hij bekommert zich om slachtoffers en nabestaanden. Maar hij houdt ook ons, de autoriteiten, scherp. Door altijd kritisch en vasthoudend te zijn, levert Peter een grote bijdrage aan onze democratische rechtsstaat. Ik wil toch echt even in herinnering roepen dat de herzieningsprocedure in ons strafrecht dankzij hem rechtvaardiger is geworden. En zo zijn er meer voorbeelden.

De aanslag op zijn leven toont maar weer eens aan wat we al jaren weten: in het criminele circuit zijn grof geweld en gewetenloosheid de afgelopen jaren alom aanwezig. Maar het mag ons niet afschrikken. We staan voor een zware opgave om de meedogenloze criminaliteit die er is ontstaan in de afgelopen jaren, definitief eronder te krijgen. Daar moeten we met elkaar op blijven inzetten; een langdurige opgave, voor de overheid, maar ook voor ons allemaal als samenleving. Het motto van Peter R. de Vries is: liever staande sterven dan op je knieën leven. Laten wij als samenleving nooit buigen voor criminelen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu naar de Kamer, met als eerste spreker mevrouw Michon-Derkzen van de VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor zijn mooie en terechte woorden over Peter R. de Vries. Ook mijn gedachten en die van mijn fractie zijn bij hem. We hebben gisteren in de procedurevergadering aan de minister gevraagd om ons op een geëigend moment te informeren. Ik ga ervan uit dat we later ook over de zaak spreken. Dank in ieder geval aan de minister.

Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ondermijnende criminaliteit werkt als betonrot voor onze samenleving en effectief moet worden aangepakt;

constaterende dat het kabinet een Multidisciplinair Interventie Team inricht om ondermijning aan te pakken maar dat meer duidelijkheid nodig is hoe dit samenwerkingsverband of deze zelfstandige entiteit zich gaat verhouden tot bestaande diensten om ondermijnende criminaliteit te bestrijden;

van mening dat het MIT een aanvulling is op, en niet in de plaats mag komen van, goed functionerende diensten die ondermijnende criminaliteit bestrijden;

verzoekt het kabinet het conceptinstellingsbesluit van het MIT vooraf met de Kamer te delen en daarbij expliciet aan te geven hoe het MIT zich gaat verhouden tot bestaande diensten, zodat de Kamer zich hierover uit kan spreken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Michon-Derkzen.

Zij krijgt nr. 320 (29911).

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Mijn tweede motie ziet op Whatsappfraude.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er afgelopen jaar een sterke toename was van vriend-in-noodfraude en dat daardoor gemiddeld €300 schade per persoon werd geleden;

constaterende dat de overheid samen met de Nederlandse Vereniging van Banken voorlichting maakt om slachtofferschap te voorkomen, maar dit nog onvoldoende effect heeft;

overwegende dat dit grote impact heeft op het slachtoffer, net als andere vormen van onlinefraude, maar dat hier nog geen coulancekader voor bestaat zoals bij spoofing in de vorm van bankhelpdeskfraude;

verzoekt het kabinet in gesprek te gaan met Nederlandse banken om te komen tot een coulancekader voor vriend-in-noodfraude voor slachtoffers te goeder trouw die aangifte hebben gedaan bij de politie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Michon-Derkzen.

Zij krijgt nr. 321 (29911).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Werf, D66. Aan u het woord.

Mevrouw Van der Werf (D66):
Dank, voorzitter. Twee dagen na de brute aanslag op Peter R. de Vries vecht hij nog steeds voor zijn leven. En al die tijd gaan zijn geliefden door een hel. Ik wil dan ook beginnen met hun namens mijn hele fractie ons medeleven te betuigen en hun heel veel sterkte te wensen in deze tijd. Want in de eerste plaats gaat het hier om een vader, een vriend en een geliefde. Een man bij wie het motto "On bended knee is no way to be free" letterlijk en figuurlijk op het lijf is geschreven. Op dit moment kunnen wij niet veel meer dan hopen dat deze eigenzinnige en karakteristieke man, een uitmuntend journalist, dit overleeft.

Mijn complimenten voor het snelle optreden van de politie en van het OM, waardoor er nu twee verdachten vastzitten. Ik dank ook minister Grapperhaus voor het snelle informeren van de Kamer. In de brief schrijft hij over de versterking van het stelsel bewaken en beveiligen en laat hij weten het advies daarover uiterlijk 1 oktober te verwachten. Nu kan ik mij voorstellen dat we hier al ruim voor die tijd over zullen spreken; collega Michon refereerde daar ook al aan. Dus ik zou de minister willen vragen om dat mee te wegen in zijn afspraken met de evaluatiecommissie. Dan bedoel ik de timing van die brief.

Voorzitter. Vandaag zouden we spreken over georganiseerde criminaliteit en ondermijning, maar het is nog onduidelijk uit welke hoek de aanslag die is gepleegd, precies komt. Van ondermijning van de rechtsstaat is per definitie sprake bij een moordaanslag op een journalist, een gewetenloze aanval op het vrije woord. Het vrije woord waar we ook in deze Kamer elke dag dankbaar gebruik van maken en waar wij dus allemaal voor op moeten komen. Advocaten, journalisten, alle anderen die onze vrije rechtsstaat in stand houden, moeten weten dat wij pal achter hen staan. Het zou niet uit moeten maken welk beroep je hebt, iedereen moet in vrijheid en veiligheid zijn werk kunnen doen.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Nispen, SP. Gaat uw gang.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. De aanslag op Peter R. de Vries heeft ons allemaal geschokt. Onze gedachtes zijn natuurlijk bij hem, bij zijn familieleden en bij zijn collega's. Het is prematuur om nu al veel te zeggen, want we weten nog zo weinig over het hoe, het waarom en het "wat nu". Laat ik wel dit zeggen. Ik hoor de minister-president en de minister van Justitie en Veiligheid zeggen, ook in de media, dat zij vinden dat de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit moet worden opgevoerd, dat dat een belangrijke kwestie is voor de formatie en dat er meer geïnvesteerd moet worden. Ik vind daar dan wel wat van, want hoelang hadden zij nu al de kans? Minister-president Rutte heeft tien jaar lang de kans gehad om er meer aan te doen. Hoe vaak hebben wij geen voorstellen gedaan om juist meer te investeren? In de kabinetten-Rutte I en II is er juist vooral veel bezuinigd op veiligheid. Ik vind het nogal wat om dan nu te zeggen dat dat allemaal anders moet. Afgelopen dinsdag nog is er een motie van ons weggestemd die voorstelde om meer te gaan investeren in justitie en veiligheid. Dat was afgelopen dinsdagmiddag. De minister ontraadde die motie en de Kamer beet niet door. Nu horen we de minister zeggen dat er vooral veel meer geïnvesteerd moet worden.

Voorzitter. Ik ga hier nu geen motie over indienen. Ik doe dat niet. Ik zei al dat het prematuur is om nu te speculeren, dus ik ga dat ook niet doen. Ik wil wel het volgende zeggen. Ik zei dat afgelopen dinsdagmiddag al, ik zei het vorige week ook, ik zei het twee weken geleden ook en een maand geleden ook al. Ik wil dat er meer geïnvesteerd gaat worden in de Justitiebegroting. Van deze minister mogen we verwachten — daarom ga ik hem aankijken en hem dat vragen — dat hij alles op alles gaat zetten om de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit op te voeren. Daarbij hoort wat mij betreft dan ook dat er in de komende begroting meer geïnvesteerd wordt in de politie, in het Openbaar Ministerie en in de rechtspraak.

Ik heb wel een motie van heel andere aard, namelijk over het toezicht op de trustsector. Dat heeft te maken met het afpakken van crimineel geld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de Nederlandse trustsector vele duizenden miljarden euro's omgaan maar De Nederlandsche Bank slechts met ongeveer 20 fte toezicht houdt op deze sector;

overwegende dat trustkantoren een zogenaamde poortwachtersrol hebben en in die hoedanigheid er alles aan moeten doen om criminelen buiten de deur te houden en hun geen kans te geven crimineel geld weg te sluizen en wit te wassen;

van mening dat het huidige toezicht op de trustsector veel te wensen overlaat;

verzoekt de regering fors te investeren in meer en beter toezicht op de trustsector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Alkaya.

Zij krijgt nr. 322 (29911).

Dank. Het woord is aan de heer Eerdmans van JA21.

De heer Eerdmans (JA21):
Dank u, voorzitter. Mooie woorden van de minister over Peter R. de Vries en de aanslag op zijn leven. Als fractie van JA21 denken wij ook aan hem. De minister gaf op de televisie een terechte analyse van de strijd die moet worden gevoerd. Wij hebben daar een voorstel voor dat we vandaag aan de Kamer voorleggen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt haar afschuw uit over de schokkende en weerzinwekkende aanslag op misdaadverslaggever Peter R. de Vries;

overwegende dat de georganiseerde (drugs)criminaliteit ons land in ernstige mate ontwricht en een potentieel gevaar vormt voor iedere Nederlander;

overwegende dat de diepgewortelde invloed van de zware (drugs)criminaliteit de samenleving ondermijnt en dat die invloed met kracht bestreden moet worden;

verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn een brief aan de Kamer te sturen waarin aanvullende voorstellen worden gepresenteerd die onze strijd tegen de georganiseerde misdaad verder kunnen intensiveren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Eerdmans, Van der Staaij, Van Haga en Den Haan.

Zij krijgt nr. 323 (29911).

De heer Eerdmans (JA21):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot mevrouw Kuik, CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter, dank. Ik sluit me aan bij de woorden van de minister. Onze fractie is ook geschokt. Ik denk dat iedereen ermee bezig is en een naar gevoel heeft. In gedachten zijn we bij hem en bij zijn geliefden.

De criminaliteit in Nederland verhardt en criminelen lijken nergens meer voor terug te deinzen. De minister stuurde gistermiddag naar aanleiding van de gruwelijke daad een brief. Daarin schrijft de minister dat de commissie die het stelsel van bewaken en beveiligen tegen het licht houdt, in oktober komt met haar rapport met aanbevelingen.

Het stelsel van bewaken en beveiligen kan letterlijk van levensbelang zijn voor mensen. We zien namelijk een algehele verruwing in de ondermijnende criminaliteit. In het debat hebben we het daarom bijvoorbeeld gehad over het fruitbedrijf in Hedel. Het is meer dan urgent om dit stelsel op orde te brengen. Daarom vraag ik de minister of het rapport en de aanbevelingen niet eerder afgerond kunnen worden. Zou dit per september kunnen en is de minister verder bereid om met een uitgebreide beleidsreactie op het rapport te komen, zodat het voor de Tweede Kamer en het land duidelijk is of en wat er nodig is om het stelsel beter op orde te hebben? Hopelijk kunnen we kort daarna op basis hiervan in gesprek.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de bijdrage van de kant van de Kamer. Ik schors voor enkele ogenblikken of kan de minister direct antwoorden? Ja, dat kan hij als ik het zo zie.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Ik zal eerst de vraagpunten die aan de orde zijn geweest, snel behandelen en dan op de moties ingaan.

Het eerste vraagpunt is dat van de leden Van der Werf en Kuik over het adviesrapport van de commissie die kijkt naar de versterking van bewaken en beveiligen. Het is natuurlijk een onafhankelijke adviescommissie, maar ik zeg toe dat ik echt alles op alles zal zetten om binnen de grenzen van die onafhankelijkheid te kijken of dat adviesrapport ons eerder kan bereiken. Ik zou het zelf echt heel belangrijk vinden om het al wat eerder met uw Kamer te kunnen bespreken. Ik kom daar zo bij de bespreking van de motie van de heer Eerdmans ook nog even op terug.

Het punt van de heer van Nispen. De heer Van Nispen weet dat dit kabinet vanaf dag één, 26 oktober 2017, veel extra middelen heeft vrijgemaakt ter bestrijding van de georganiseerde misdaad. Daarna is er in de loop van de tijd door mij aan het kabinet gevraagd om nog meer extra middelen. De gedachten die zijn ontvouwd in het Pact voor de Rechtsstaat, namelijk dat er nog meer nodig is, onderschrijf ik ook.

Er is veel actie genomen. Ik heb een overzicht laten maken van alle acties die de afgelopen tijd zijn uitgevoerd en in brieven aan uw Kamer zijn gemeld. Ik wil dat overzicht met alle plezier begin volgende week aan de Kamer sturen, want dat is heel overzichtelijk voor eenieder. Het kan de gedachtevorming alleen maar nog beter maken. Ik erken dat de heer Van Nispen een van de Kamerleden is die hier telkens aandacht voor vraagt. Ik deel dat ook met hem en waar ik zelf geen actie zou ondernemen, spoort hij mij daartoe aan. Maar dit is een veelkoppig monster waar we — ik heb het gisteren nog gezegd — wel tien jaar mee bezig zullen zijn om het helemaal weg te krijgen. Dat is ellendig, maar we doen dat samen. Dat briefje met dat overzicht is puur dienstverlening, maar ik vind dat we met elkaar alle dingen die gedaan zijn, nog eens op een rij moeten zetten. We kunnen dan bekijken wat we willen evalueren en wat we daarnaast nog meer willen doen.

Voorzitter. Dan kom ik bij de moties. De eerste motie op stuk nr. 320 gaat over het Multidisciplinair Interventie Team. We hebben daar laatst goed over gedebatteerd en ik onderschrijf de gedachte van de indienster dat het een aanvulling is en niet in de plaats mag komen van de goed functionerende diensten die de ondermijnende criminaliteit nu al bestrijden. Bij de landelijke eenheid van de politie en het landelijk parket zijn de afgelopen tijd uitstekende voorbeelden te zien van hoe ze dat doen. Ik vind het een goed idee om dat conceptinstellingsbesluit vooraf met uw Kamer te delen. Ik ga er dan wel van uit dat ik dat aankondig op een termijn in de zin van: nou, dit is het conceptbesluit en het idee is om dat over 30 dagen tot een besluit te maken. Dan is er ruim de tijd om, als uw Kamer dat wenst, over dat besluit met elkaar in debat te gaan. Ik laat de motie op stuk nr. 320 daarom oordeel Kamer.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 321 van mevrouw Michon-Derkzen, over die WhatsAppfraude, moet ik ontraden. Bij vriend-in-noodfraude is geen sprake van bancaire fraude. Er wordt dan geen misbruik gemaakt van bankproducten. Ook al handelt het slachtoffer te goeder trouw, het slachtoffer verricht zelf de betaling. Het is niet logisch en ook rechtens niet hoe het zou moeten zijn, om van banken te verwachten dat ze de schade van dat soort oplichting voor hun rekening nemen. Financiële schadelast moet eerst op de daders kunnen worden verhaald en niet op de banken. Overigens verstrekken banken sinds januari 2021 de naw-gegevens van fraudeurs aan slachtoffers, zodat ze een civiele procedure kunnen starten tegen die fraudeplegers. Dat is iets wat ik, ook na overleg met uw Kamer, in onderhandelingen met de banken tot stand heb gebracht.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 321 wordt ontraden.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Ik heb hier één vraag over. Kun je, zelfs als je te goeder trouw bent, niet gewoon zeggen dat je geld naar iemand hebt gestort, maar dat dat niet de bedoeling was, of het nou een verkeerd nummer is geweest of dat het, zoals in dit geval, een fraudeur is geweest? Kun je dan niet gewoon zeggen: mag ik mijn eigen geld terug? U zegt: de banken hoeven de schade niet te vergoeden. Maar die persoon zegt: ik heb gewoon geld aan iemand gegeven en ik wil graag dat geld, mijn geld, terug. Uw manier van uitleg maakt het iets groter dan ik eigenlijk bedoeld heb. Ik wil gewoon dat degene die dat geld verkeerd heeft overgemaakt, zijn eigen geld terug kan krijgen.

Minister Grapperhaus:
Dat vind ik een sympathieke gedachte, maar daarbij moeten we natuurlijk wel in de gaten houden hoe de verhoudingen, de contractuele verhoudingen, tussen de partijen zijn. Ik wil nog wel toezeggen dat ik nog eens met de banken in gesprek ga over hoe we nog een extra beveiligingsmechanisme op kunnen zetten. Maar, zoals ik net al zei, het feit dat iemand die te goeder trouw is, iets doet wat hem schade berokkent, betekent niet dat degene die daar louter faciliterend bij betrokken is geweest voor die schade opdraait. Daar kan ik niets aan veranderen. Maar ik wil bij dezen wel toezeggen dat ik daarover nog eens in gesprek ga met de banken, want dat van die naw-gegevens heb ik ook in gesprekken voor elkaar gekregen, ook een beetje dankzij druk vanuit uw Kamer.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 322.

Minister Grapperhaus:
Ja, de motie op stuk nr. 322 van de heer Van Nispen. Ik zou tegen de heer Van Nispen willen zeggen dat die motie bij Financiën terecht moet komen. Er zijn heel veel dingen, zo merk ik telkens weer, die in mijn portefeuille vallen, maar dit niet. Ik wil dus eigenlijk kijken of die door de SP kan worden ingebracht bij de collega van Financiën.

De voorzitter:
Ja, of kan worden aangehouden.

De heer Van Nispen (SP):
Ik ben hier in het debat over begonnen. Ik ben hier een jaar geleden al over begonnen. Volgens mij heeft het wel te maken van het afplakken van misdaadgeld en het vermengen van de onderwereld en de bovenwereld. Het is een verzoek aan de regering. Ik zeg niet dat deze minister de motie uit moet voeren — ik vind het ook prima als de minister van Financiën die uit gaat voeren — maar ik stel wel voor dat we erover gaan stemmen.

Minister Grapperhaus:
Mag ik daar toch nog iets over zeggen, voorzitter?

De voorzitter:
Ja.

Minister Grapperhaus:
Op 9 september heeft mijn collega van Financiën met uw Kamer een debat over de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. Het lijkt me het beste om het er dan nog een keer over te hebben en de motie daarna in stemming te brengen.

De voorzitter:
U kunt deze motie dus niet van een oordeel voorzien?

Minister Grapperhaus:
Ja, dan moet ik haar gaan ontraden. Dat moeten we niet doen. Dat is zonde, want het is wel een begrijpelijke motie.

De voorzitter:
De heer Van Nispen denkt er nog eventjes over na. De motie op stuk nr. 322 krijgt dus geen oordeel. Dan tot slot de motie op stuk nr. 323 van de heer Eerdmans.

Minister Grapperhaus:
Ja. Ik heb veel sympathie voor die motie. Ik wil maandag in een kort briefje een overzicht sturen van wat de afgelopen jaren is gedaan aan maatregelen en aanpak tegen de ondermijnende criminaliteit, maar wat helaas door corona is gestagneerd. "Een brief aan de Kamer sturen": mag ik dat zo lezen dat daar "verzoekt de regering direct na de zomer een brief aan de Kamer te sturen" staat? Waarom zeg ik "direct na de zomer"? Dat gaat dan congrueren, samenlopen, met dat rapport van de commissie over stelselherziening bewaken en beveiligen. Het is voor mij een verstandige termijn om dat dan in te brengen.

De voorzitter:
De heer Eerdmans, een voorstel van de minister.

De heer Eerdmans (JA21):
Ik begrijp dat u zegt: na het zomerreces.

Minister Grapperhaus:
Direct na de zomer.

De heer Eerdmans (JA21):
Direct na de zomer. Er gebeurt veel, maar het gaat mij vooral om wat we zien bij de bevoegdheden, misschien ook de straffen en de onorthodoxe middelen die wij nog niet toepassen, maar waar je wel over na kunt denken. Het is aan de Kamer om daarover te besluiten en misschien aan een volgend kabinet, maar we moeten, denk ik, tegen de georganiseerde misdaad verder gaan dan we nu doen. Ik denk dat u dat ook wilt. Dan is het voor mij niet zozeer belangrijk dat het een week of twee langer duurt, maar er is wel haast nodig en vooral heel veel nieuwe energie voor het grote vraagstuk, want we zijn er inderdaad voorlopig niet mee klaar.

De voorzitter:
Dus u houdt ...

De heer Eerdmans (JA21):
Kortom, ik houd die motie inderdaad staande, maar dit is een prima aanvulling waar ik ook mee uit de voeten kan.

Minister Grapperhaus:
Ja, en daar wil ik dit nog over zeggen: de energie is bij mij, ondanks de demissionaire status, nog steeds aanwezig om hier echt mee door te gaan. Voorzitter, u krijgt maandag of dinsdag dat overzicht. Dan ziet men ook een aantal dingen die de afgelopen tijd zijn gebeurd; dat zetten we nog eens op een rij. En dan sturen we die brief direct na de zomer waarin staat bij welke zaken we echt nog moeten doorpakken. Dan zien we ook wat dat voor overige consequenties heeft.

De voorzitter:
Dus de heer Eerdmans houdt zijn motie aan? Ja.

De heer Eerdmans (JA21):
Ja. Maar ik vind het goed, want de misdaad is niet demissionair en gaat ook niet met reces. Dat zeggen we wel vaker, maar in dit geval ben ik blij dat de houding van de minister zo is dat dit totaal urgent is en blijft, dus die toezegging omarm ik.

De voorzitter:
Ja.

Op verzoek van de heer Eerdmans stel ik voor zijn motie (29911, nr. 323) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dank aan de heer Eerdmans.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de drie overige moties — we horen nog wat de heer Van Nispen met zijn motie doet — wordt vanavond later gestemd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Discriminatie en racisme

Discriminatie en racisme

Aan de orde is het tweeminutendebat Discriminatie en racisme (CD d.d. 30/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat over discriminatie en racisme. Er hebben zich maar liefst dertien sprekers gemeld. Misschien heeft u al van uw collega's gehoord dat wij vandaag werken met een zogeheten neo-kerstregime. Mijn collega Bosma heeft dat vanochtend al gehanteerd, en het loopt super. Het betekent dat ik geen interrupties in de eerste termijn van de kant van de Kamer toesta, en dat in de termijn van de regering alleen de mensen die de motie hebben ingediend, één vraag aan het kabinet kunnen stellen. Ik hoop dat we daarmee een beetje vaart in de agenda houden.

Wij gaan snel beginnen. De eerste spreker is mevrouw Belhaj van D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Het is goed dat we het commissiedebat Discriminatie en racisme hebben gehad en hier vandaag ook plenair nog aandacht aan besteden. Ik heb hier een petitie van drie verschillende organisaties, met 60.960 handtekeningen van mensen die pleiten voor een nationale herdenkings- en feestdag op Keti Koti, 1 juli. In de Kamer zijn daar natuurlijk ook gedachtes over. Ik dank de indieners voor deze petitie. Zij zal niet verloren gaan. Sterker nog, de petitie is een goede stimulans om hiermee door te gaan.

Ik heb daarom vandaag twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de slavenhandel en de slavernij die tussen de zeventiende eeuw en 1 juli 1873 direct of indirect onder Nederlands gezag hebben plaatsgevonden, misdrijven tegen de menselijkheid waren;

overwegende dat om tot herstel te komen, zodat een gezamenlijke toekomst mogelijk is, erkenning van het leed noodzakelijk is;

constaterende dat het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden heeft geadviseerd dat de Nederlandse Staat verantwoordelijkheid neemt om de misstanden van het slavernijverleden onder ogen te zien;

spreekt uit dat de Nederlandse Staat excuses zou moeten aanbieden voor het slavernijverleden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Belhaj, Van Baarle, Leijten, Simons, Ceder, Den Haan, Kathmann en Van Esch.

Zij krijgt nr. 252 (30950).

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik vind het belangrijk hierbij ook te benoemen dat de fractie van DENK volgens mij al een jaar geleden een soortgelijke motie heeft ingediend. Die haalde het toen niet. Ik vind het belangrijk om te benoemen dat DENK dit eerder al heeft geprobeerd in de Kamer. We blijven het proberen.

Voorzitter. Mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gedurende lange tijd een roep uit de samenleving is om van 1 juli een nationale herdenking en feestdag te maken;

overwegende dat het instellen van 1 juli als nationale herdenking en feestdag van belang is om een speciale dag te maken voor bezinning, dialoog en brede aandacht voor het gedeelde verleden in de Nederlandse samenleving;

spreekt uit dat 1 juli 2022 een nationale herdenking en feestdag wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Belhaj, Van Baarle, Leijten, Simons, Ceder, Den Haan, Kathmann en Van Esch.

Zij krijgt nr. 253 (30950).

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Ik realiseer me dat er op het papier hier voor me een foute datum staat. Dat zal ik direct even corrigeren, met uw goedvinden.

De voorzitter:
Oké. Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Westerveld. Zij geeft aan geen spreektijd te wensen. De heer Bosma zie ik niet. Dan is het woord aan de heer Van Baarle van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Voorzitter. Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat naar aanleiding van een aangenomen Kamermotie er een Nationaal Coördinator Discriminatiebestrijding en Racisme wordt aangesteld;

overwegende dat deze motie tevens verzocht om deze coördinator voldoende middelen te geven;

overwegende dat verkennend onderzoek heeft opgeleverd dat voor de instelling van de NCDR een structureel meerjarig budget van circa 5 miljoen euro nodig is met een startbudget van 2 miljoen euro opbouwend;

verzoekt de regering bij de begrotingsbehandeling een voorstel te doen hoe de NCDR meerjarig wordt gefinancierd en hierbij uit te gaan van het adviesbedrag uit de verkenning,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 254 (30950).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de NCDR jaarlijks onafhankelijk aan de Kamer te laten rapporteren over de activiteiten en de resultaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 255 (30950).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de meldingsbereidheid van discriminatie niet jaarlijks wordt bijgehouden en — wanneer deze wel wordt gemeten — niet per grond wordt uitgesplitst;

verzoekt de regering de meldingsbereidheid van discriminatie jaarlijks te meten en uit te splitsen naar discriminatiegrond,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 256 (30950).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de systemen van de Raad voor de rechtspraak geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende typen taakstraffen die door de rechter worden opgelegd inzake discriminatie;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de taakstraffen die bij discriminatie worden opgelegd in de rapportage, en het effect hiervan, en hierover te rapporteren aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 257 (30950).

De heer Van Baarle (DENK):
Mevrouw Belhaj heeft namens D66 net gememoreerd aan het erkennen van Keti Koti als nationale feestdag en aan de excuses die eindelijk moeten komen van de zijde van de regering voor ons slavernijverleden. Wij zijn haar erkentelijk dat ze ons heeft genoemd en tekenen haar motie dus ook vol overtuiging mee. Maar naar aanleiding van het advies van de Dialooggroep hebben wij ook nog een motie. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Dialooggroep Slavernijverleden adviseert om in de wet op te nemen dat de slavernij en slavenhandel die tussen de zeventiende eeuw en 1 juli 1863 direct of indirect onder Nederlands gezag hebben plaatsgevonden, misdaden tegen de menselijkheid waren;

spreekt uit dat het Nederlands slavernijverleden een misdaad tegen de mensheid was,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Simons.

Zij krijgt nr. 258 (30950).

Dank. Meneer Eerdmans? Niet. Dan de heer Ceder, ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik dien een aantal moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Nederlandse slavernijverleden binnen het Koninkrijk een blijvend maatschappelijk gesprek behoeft;

overwegende het rapport van bevindingen van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden;

overwegende dat het in 2023 150 jaar geleden is dat afschaffing van de slavernij daadwerkelijk vrijheid betekende;

verzoekt de regering om in navolging van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden uiterlijk in januari 2023 de uitkomsten van een onafhankelijke nationaal onderzoek naar het slavernijverleden te presenteren en inzichtelijk te maken wat er heeft plaatsgevonden ten tijde van de slavernij, namens wie en hoe, met als uiteindelijk doel te komen tot een proces dat de maatschappelijke eenheid binnen het Koninkrijk der Nederlanden versterkt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Inge van Dijk, Van Baarle, Belhaj, Den Haan, Kathmann, Van Esch en Simons.

Zij krijgt nr. 259 (30950).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende het rapport van bevindingen van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden;

verzoekt de regering om in haar kabinetsreactie op het rapport van bevindingen in te gaan op het onderwerp verzoening en een proces dat de maatschappelijke eenheid binnen het Koninkrijk der Nederlanden versterkt en hoe het draagvlak hiervoor kan worden vergroot,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Belhaj.

Zij krijgt nr. 260 (30950).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik heb nog een motie naar aanleiding van de discussie over de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding en het gebrek aan financiering, ondanks een motie en een uitspraak van de Kamer.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding vooralsnog slechts voor één jaar heeft aangesteld en dit afbreuk doet aan de kwaliteit van werkzaamheden van de coördinator alsook aan de wens van de Kamer;

overwegende dat in het amendement-Van der Graaf/Yeşilgöz-Zegerius en de motie-Van der Graaf c.s. geld wordt vrijgemaakt voor de aanstelling van deze coördinator voor de duur van twee jaar;

verzoekt de regering de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding alsnog voor de periode van ten minste twee jaar aan te stellen en hiertoe bij de begroting met voorstellen te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder en Ellian.

Zij krijgt nr. 261 (30950).

Dank u wel. Mevrouw Van Esch, Partij voor de Dieren. Excuses, mevrouw Den Haan. Ik heb een verouderde spreeklijst. Het spijt mij. Ik heb u gewoon overgeslagen. Een groot excuus.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Ik heb met mevrouw Van Esch afgesproken dat ik eerst zou gaan. Ik dacht: dan ziet u het vanzelf wel, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, excuus.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Geeft niks.

Ik heb één motie en een vraag nog aan minister Ollongren. Ik had in het commissiedebat gevraagd naar de positie van Roze ouderen en de Roze Loper. Daarover zou u contact opnemen met uw collega De Jonge. Ik ben benieuwd of daar al iets over bekend is.

Dan de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een opgave ligt om discriminatie op de woningmarkt tegen te gaan;

overwegende dat het landelijk onderzoek door Artikel 1 en Radar inzicht geeft in de discriminatie op de woningmarkt en laat zien dat bij het toewijzen van woningen uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van ongelijke behandeling op grond van etniciteit;

overwegende dat gemeenten hun eigen onderzoeken doen maar deze onderzoeken zeer verschillend zijn van opzet, methodiek en uitvoering en er daarom ook diverse uitkomsten zijn die niet met elkaar kunnen worden vergeleken;

overwegende dat ook de minister aangeeft dat, ondanks dat we nu meer weten dan vier jaar geleden, het landelijk onderzoek herhaald zou moeten worden om beter onderzoeksresultaten met elkaar te kunnen vergelijken;

verzoekt de regering om te onderzoeken of, in samenwerking met de VNG, door alle gemeenten eenzelfde onderzoek uitgevoerd kan gaan worden teneinde een goed en eenduidig beeld te krijgen van discriminatie op de woningmarkt en op basis daarvan de Kamer geïnformeerd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan, Simons, Van Baarle, Van Esch en Ceder.

Zij krijgt nr. 262 (30950).

Dank u wel, mevrouw Den Haan, en nogmaals excuses. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Esch, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u, voorzitter. Ik heb één motie meegenomen en ik heb nog een aantal vragen of opmerkingen. Eerst de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden adviseert dat de Staat der Nederlanden overgaat tot erkenning, excuses en herstel voor het slavernijverleden;

constaterende dat miljoenen mensen over de hele wereld in situaties van extreme uitbuiting of gedwongen arbeid verkeren, ook wel getypeerd als moderne slavernij, en dat zowel Nederlandse bedrijven als het Nederlandse handelsbeleid hier direct en indirect aan bijdragen;

overwegende dat erkenning van het verleden aan kracht wint als ook moderne slavernij actief wordt bestreden;

verzoekt de regering de actieve bestrijding van moderne slavernij een van de prioriteiten te maken van het Nederlandse beleid tegen discriminatie en racisme,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch, Simons, Den Haan, Ceder en Westerveld.

Zij krijgt nr. 263 (30950).

Dank u wel.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dan heb ik nog een opmerking. Vorig jaar in een plenair debat over racisme en discriminatie hebben wij een motie ingediend over de Gouden Koets. Wij hadden die motie toentertijd aangehouden. Het leek ons het moment om deze motie vanavond wel in stemming te brengen. Het is een spreekt-uitmotie geworden, zeg ik bij dezen, maar dan weet iedereen dat die vanavond op de stemmingslijst staat en dat we daar dus ook over kunnen stemmen.

Ik wil ook aangeven dat ik vandaag meerdere moties heb ondertekend. Die worden straks nog ingediend door BIJ1.

Ik wil ook aangeven dat ik van harte de moties van D66 over Keti Koti als nationale feestdag en over de excuses voor het slavernijverleden heb ondersteund. Wat ons betreft is het enorm tijd daar nu werk van te gaan maken.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Leijten, SP.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Dat iets lang geleden is gebeurd, maar toen wel ernstig ingreep in de menselijke waardigheid, namelijk de slavernij, is geen reden om daar niet bij stil te staan en het niet te erkennen. Ik vroeg deze bewindspersonen in het commissiedebat waarom het zo moeilijk is om dat een goede plek te geven, zodat we dat ons met elkaar kunnen gaan herinneren en het niet voor één bepaalde groep in onze samenleving is. Waarom is het zo moeilijk om dat gezamenlijk te doen? Want de strijd tegen discriminatie en racisme is volgens mij juist iets wat we samen moeten doen. Ik heb daar gewoon geen antwoord op gekregen. Dat vind ik echt zo ontzettend jammer. Daarom heb ik de moties ondertekend die mevrouw Belhaj heeft ingediend; ik vrees het ergste met de stemming. Ik ben er blij om dat we wel hebben afgesproken dat we het nog goed gaan hebben over het advies dat we op 1 juli hebben gekregen. Ik hoop dan wel antwoorden te krijgen op de vragen die ik toen stelde. Ik weet namelijk ook dat u vandaag met dat nieuwe regime zit en dat we erdoorheen moeten, maar dat gesprek gaan we voeren. Ik vind het ook belangrijk dat we dat voeren. Het is niet alleen maar van één bepaalde groep; het is van ons allemaal. Zo zou ik het graag willen aanvliegen.

Voorzitter. Het is wel erkend dat er veel sprake is van discriminatie. Nou komt er een coördinator die dat gaat coördineren. Het is mij totáál onduidelijk wat die nou precies gaat doen. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nog onduidelijk is wat voor rol de nationaal coördinator discriminatie en racismebestrijding precies moet gaan vervullen en de profielschets hier geen voldoende antwoord op geeft;

overwegende dat het instellen van een nieuwe functie ook daadwerkelijk iets moet bijdragen in de belangrijke strijd tegen racisme en discriminatie en dat daarbij doelmatig en praktisch gewerkt zal moeten worden zodat het geen lege huls wordt;

verzoekt de regering met een nieuwe profielschets te komen waarbij de taken en bevoegdheden van de nationaal coördinator duidelijk en gericht omschreven worden en waarbij ook de rol van en de verhouding tussen de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding wordt meegenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten.

Zij krijgt nr. 264 (30950).

Dank aan mevrouw Leijten. Het woord is aan mevrouw Simons van BIJ1.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter. Ook ik wil beginnen met een woord van dank aan alle partijen in deze Kamer die zich al jarenlang inzetten om af te rekenen met het gif dat racisme heet. Inderdaad ben ik ook heel erg blij met DENK, die dit al heeft gedaan middels de motie waar ook mevrouw Belhaj al naar verwees. Natuurlijk dank ik ook de Partij voor de Dieren en D66 voor hun opmerkingen tot dit moment.

Dan drie moties, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gouden koets en bijbehorende afbeeldingen een symbool en direct product zijn van het wrede koloniale verleden van Nederland;

overwegende dat de openbare ruimte ons aller eigendom is en dergelijke symbolen afbreuk doen aan het gedeelde recht op die ruimte;

verzoekt de regering er bij de Koning op aan te dringen de gouden koets permanent te huisvesten in een museum waar de juiste en volledige historische context geboden kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons, Van Baarle, Kathmann, Westerveld en Koekkoek.

Zij krijgt nr. 265 (30950).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme een eerste stap is in het bieden van een structurele plek aan het naleven van het eerste artikel van onze Grondwet;

overwegende dat alleen een coördinator echter niet voldoende is voor het bestrijden van een dermate groot institutioneel probleem in onze samenleving;

overwegende dat de bestrijding van discriminatie en racisme topprioriteit moet zijn en daarom een volwaardig uitvoerend ministerie verdient;

verzoekt de regering de mogelijkheid voor een ministerie van Gelijkwaardigheid te verkennen in het formatieproces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons, Van Baarle en Van Esch.

Zij krijgt nr. 266 (30950).

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik sluit me aan bij wat mevrouw Leijten over de coördinator zei, namelijk dat die zeker met dit profiel niet voldoende is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Zwart Manifest een uitgebreid document is waarin op verschillende thema's voorstellen worden gedaan om anti-Zwart racisme tegen te gaan;

constaterende dat dit manifest een belangrijke rol kan spelen in de totstandkoming van daadkrachtig beleid tegen racisme en discriminatie;

verzoekt de regering het Zwart Manifest de leidraad te maken voor beleid tegen anti-Zwart racisme en haar makers actief te betrekken bij de ontwikkeling van dergelijk beleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons, Van Baarle en Van Esch.

Zij krijgt nr. 267 (30950).

Dank. Tot slot mevrouw Kathmann, PvdA.

Mevrouw Kathmann (PvdA):
Voorzitter. We hadden het commissiedebat op een bijzondere dag: 30 juni. Veel mensen moesten ook wegrennen om de herdenking van de trans-Atlantische slavenhandel mee te maken. Dat heb ik ook gedaan. En het kwam met bakken uit de hemel. Het werd door heel veel sprekers ook gemarkeerd: de natuur huilt met ons mee. En de natuur huilde ook mee omdat er nog geen excuses waren en omdat 1 juli nog niet erkend is. Ongelofelijk mooi dat die moties vandaag allemaal worden ingediend en dat ze breed ondersteund worden, zodat de tranen de volgende keer in ieder geval niet daarover zijn.

Die confrontatie met ons verleden die ons altijd leert om de toekomst beter vorm te geven, moeten we niet alleen hebben om excuses te maken of te herdenken of om dat met elkaar te vieren, maar die moet blijvend zijn. Daarom dienen wij een motie in voor een nationaal slavernijmuseum, want alleen in een museum kan je die confrontatie blijvend aangaan met elkaar en zo die toekomst beter inrichten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het slavernijverleden onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis van Nederland;

overwegende dat het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden vraagt om de oprichting van een museum gewijd aan het slavernijverleden;

overwegende dat de gemeente Amsterdam al positief geoordeeld heeft over de wenselijkheid van een dergelijk museum;

van mening dat een museum kan helpen in de kennis over ons slavernijverleden en daarmee tevens kan bijdragen aan de bewustwording ten aanzien van hedendaags racisme;

verzoekt de regering om in overleg met de gemeente Amsterdam plannen inclusief de financiering uit te werken om op zo kort mogelijke termijn te komen tot de oprichting van een nationaal museum waarin het slavernijverleden en de doorwerking daarvan worden getoond,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kathmann, Van Baarle, Simons, Westerveld, Koekkoek en Van Esch.

Zij krijgt nr. 268 (30950).

Er zijn zeventien moties ingediend, als ik goed heb geteld. Ik schors voor enkele ogenblikken, zodat het kabinet ze van een oordeel kan voorzien.

De vergadering wordt van 15.35 uur tot 15.44 uur geschorst.

De voorzitter:
Voordat wij gaan luisteren naar de beantwoording door het kabinet, geef ik de heer Van Meijeren van Forum voor Democratie het woord. Hij stond per abuis niet op de sprekerslijst.

De heer Van Meijeren (FVD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Sinds vorige week worden grote groepen Nederlanders openlijk gediscrimineerd op grond van hun medische persoonskenmerken. Voor wie niet door middel van een QR-code kan of wil bewijzen dat hij of zij is gevaccineerd of getest, is toegang tot grote delen van het sociaal-maatschappelijk leven verboden. Voor de toegang tot discotheken, sportwedstrijden, festivals en bepaalde evenementen heeft de overheid het gebruik van de app al verplicht gesteld, maar organisatoren van overige bijeenkomsten kunnen er ook gebruik van maken. Dat leidt er nu al toe dat mensen die weigeren om mee te werken aan deze tirannie, niet meer welkom zijn op bruiloften van hun naasten of op de wekelijkse vrijdagmiddagborrel op hun werk. Er is definitief een staat van medische apartheid gecreëerd die met de dag verder wordt uitgebreid. Wat een jaar geleden nog een complottheorie werd genoemd, is nu de keiharde dagelijkse realiteit. Forum voor Democratie zal zich met hand en tand blijven verzetten tegen de akelige samenleving die we hiermee worden. Wij spreken ons uit tegen iedere vorm van discriminatie op grond van ras, geslacht en godsdienst en zeker tegen discriminatie op grond van medische persoonskenmerken. Wij roepen de Kamer op om ons hierin te steunen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat discriminatie op grond van medische persoonskenmerken niet is toegestaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meijeren.

Zij krijgt nr. 269 (30950).

De heer Van Meijeren (FVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan geef ik nu het woord aan minister Ollongren. U spreekt eerst? Ja. Gaat uw gang.

Minister Ollongren:
Voorzitter, dank. Ik begin graag. Als ik een motie oversla, dan zal collega Grapperhaus die doen. Daar kunt u op rekenen.

Allereerst: mevrouw Den Haan stelde ook een vraag. Ik dacht dat zij de enige was die een vraag stelde. Die ging over de Roze ouderen en de Roze Loper. Ik heb dat natuurlijk genoteerd. Die toezegging is gedaan, maar in alle drukte heb ik niet meer kunnen doen dan constateren dat ook de minister van VWS dit een belangrijk onderwerp vindt. Inhoudelijk kan ik daar nu geen verdere berichten over geven, maar dat houden we natuurlijk wel in de gaten. Na het reces kunnen wij daar dus bij gelegenheid op terugkomen.

Voorzitter, dan de moties.

De motie op stuk nr. 252 is een spreekt-uitmotie en de motie op stuk nr. 253 ook.

De motie op stuk nr. 254 van de heer Van Baarle van DENK gaat over het budget voor de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Op basis van de verkenning die indertijd is gedaan, constateert hij dat er wellicht meer geld nodig is. Mijn voorstel zou zijn om nu gewoon te starten. Er is een structureel budget van 2 miljoen per jaar. Wij denken dat dat kan. We gaan evalueren na drie jaar en daarbij wil ik ook de financiering meenemen. Dus ik ontraad de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 254 wordt ontraden.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 255 verzoekt de regering om de NCDR jaarlijks onafhankelijk aan de Kamer te laten rapporteren. Dat is ook mijn bedoeling. In het overleg heb ik gezegd dat ik het model van de deltacommissaris wil volgen. Hij rapporteert jaarlijks, voert gesprekken met Kamerleden en maakt een programma. Hij kan dat met een grote zelfstandigheid doen, niet gehinderd door wie dan ook, ook niet door een minister, maar dit valt wel onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Als we het erover eens zijn dat ik het woord "onafhankelijk" kan lezen als "zelfstandig", dan laat ik het oordeel graag aan de Kamer.

De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Van Baarle. Hij knikt.

Minister Ollongren:
Mooi.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 255 krijgt dus oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 256.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 256 is ook van de heer Van Baarle. Daarin wordt gevraagd de meldingsbereidheid goed in de gaten te houden. Ik vind dat heel sympathiek. Ik vind ook dat daar behoefte aan is. Dat vind ik heel belangrijk. Ik wil de heer Van Baarle vragen of hij het heel erg zou vinden om het woord "jaarlijks" uit de motie te halen. Ik weet niet of het haalbaar is om dit jaarlijks te onderzoeken, maar ik wil dit wel heel graag onderzoeken en ik wil het ook periodiek onderzoeken.

De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, de heer Van Baarle? U mag ook knikken. Dat scheelt u een loopje naar de microfoon.

De heer Van Baarle (DENK):
Heel kort. Kijk, naar mijn weten gebeurt dat nu vierjaarlijks, bij het terugkerende SCP-onderzoek. Als we het zo mogen begrijpen dat, als jaarlijks niet haalbaar is, we gaan proberen om het vaker te doen dan vierjaarlijks, dan gaan we akkoord.

De voorzitter:
En dan past u uw motie aan door "jaarlijks" te schrappen.

De heer Van Baarle (DENK):
Ja.

Minister Ollongren:
Dan zeg ik graag toe dat we het vaker dan vierjaarlijks gaan doen, en dan gaan we kijken wat de beste frequentie is.

De voorzitter:
Daarmee krijgt de motie een aangepast oordeel Kamer.

Minister Ollongren:
Precies. Dan ga ik naar de zevende motie ... O nee, daar ga ik niet naartoe, want dat is een spreekt-uitmotie.

Over de achtste motie daarentegen, die op stuk nr. 259, wil ik wel graag wat zeggen. De motie vraagt om eigenlijk nu al te zeggen of aan te kondigen dat wij een onafhankelijk onderzoek gaan doen, een historisch onderzoek, een wetenschappelijk onderzoek naar het slavernijverleden. Dat is natuurlijk een van de aanbevelingen van de Dialoogcommissie. Het kabinet moet natuurlijk reageren op het rapport van de Dialoogcommissie. Daar hoort dit dan eigenlijk ook bij. Daar staat tegenover dat we allemaal hebben gezegd: het jaar 2023 willen we de herdenking doen, nationaal, groots en waardig. Daar hoort dan wel bij dat zo'n onderzoek ook gedaan zal zijn. Dus het ligt voor de hand om op dit specifieke punt, vanwege dat herdenkingsjaar, wel al te starten met zo'n onderzoek. Om die reden zou ik deze motie graag oordeel Kamer willen geven.

De voorzitter:
Deze motie op stuk nr. 259 krijgt oordeel Kamer.

Minister Ollongren:
De negende motie, op stuk nr. 260, gaat ook over het rapport van het adviescollege. Hier geef ik een iets andere beoordeling aan, want de commissie adviseert eigenlijk een drieslag: erkenning, excuses en herstel. Over de onderbouwing daarvan en de concrete adviezen daaraan gekoppeld, moet nog een kabinetsreactie komen, dus daar wil ik dan niet op vooruitlopen. En ik vind dat dit specifiek gaat over één onderdeel, namelijk herstel, en verzoening zou daar onderdeel van kunnen zijn, of niet. Maar ik kan mij voorstellen dat de heer Ceder toch denkt: nou, zou ik dit maar even laten liggen tot het moment dat we wel over die kabinetsreactie gaan spreken, want dan is dat het moment om ook over dit soort zaken met elkaar te spreken. Ik vind het nu dus wat vroeg om dat te doen. Maar ik weet niet of hij zijn motie zou willen aanhouden tot dat moment.

De voorzitter:
Bent u bereid om die aan te houden? Ja, de heer Ceder knikt, dus deze motie op stuk nr. 260 wordt aangehouden. Veel dank.

Op verzoek van de heer Ceder stel ik voor zijn motie (30950, nr. 260) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ollongren:
Dank. De tiende motie, de motie op stuk nr. 261, sla ik even over.

Dan kom ik bij de elfde motie, op stuk nr. 262, die gaat over discriminatie op de woningmarkt. We hebben al een landelijk onderzoek gedaan. We treden in overleg met partijen voor een uniforme aanpak. Dus als ik de motie zo mag uitleggen dat ze past in hetgeen we hebben ingezet, laat ik het oordeel graag aan de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 262: oordeel Kamer.

Minister Ollongren:
De twaalfde motie is die van mevrouw Van Esch c.s. op stuk nr. 263. We hadden in het commissiedebat een wat specifieker onderdeel waar we een discussie over hadden, maar zoals de motie dit schetst, "actieve bestrijding van moderne slavernij", hoort het natuurlijk gewoon Nederlands beleid te zijn en Nederlands internationaal beleid. Ik vind dat dat op de agenda moet staan. Er staat niet dat dat bij de nationaal coördinator moet gebeuren, maar dat het gewoon regeringsbeleid moet zijn. Ik kan dan het oordeel aan de Kamer geven.

De voorzitter:
Oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 263.

Minister Ollongren:
De dertiende motie, die van mevrouw Leijten op stuk nr. 264, vraagt om een nieuwe profielschets. Daar ben ik echt geen voorstander van. Ik wil juist zo snel mogelijk een nationaal coördinator kunnen aanstellen. Het is urgent, het profiel hebben we op basis van de verkenning opgesteld. Ik ontraad deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 264 wordt ontraden.

Minister Ollongren:
De veertiende motie, op stuk nr. 265, lijkt misschien wel op een andere motie, die ik niet voor me heb maar die blijkbaar ook in stemming wordt gebracht, over de Gouden Koets. Nu is het natuurlijk best lastig voor mij om hier deze motie te becommentariëren. "Er bij de koning op aan te dringen" ... De Koning maakt deel uit van de regering, zoals u weet. Dit onderwerp wordt altijd besproken, of in ieder geval regelmatig, bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Algemene Zaken. Dus ik vind eigenlijk dat die motie dan misschien ook daar thuishoort. Ik weet niet of de indiener, mevrouw Simons, geneigd zou zijn om haar aan te houden tot het najaar, als er weer wordt gesproken met de minister-president over de begroting voor Algemene Zaken. Maar zo niet, dan ben ik echt niet in de positie om hier een oordeel over uit te spreken, hoe mooi ik het ook vind dat de koets staat in het Amsterdam Museum.

De voorzitter:
Mevrouw Simons, op deze veertiende motie.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u. Ik heb helaas het eerste stukje van het verzoek van de minister gemist.

De voorzitter:
Of u bereid bent om de motie aan te houden tot die begrotingsbehandeling.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dat heb ik wel gehoord, maar er was iets met het woordje "najaar".

Minister Ollongren:
Ja. Bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Algemene Zaken worden eigenlijk altijd de kwesties besproken die zien op dingen rond het Koninklijk Huis. Daar gaat het dan vaak ook over de Gouden Koets, en andere zaken. Dus dat zou een moment zijn om dit weer eens te kunnen hernemen.

De voorzitter:
En anders wordt de motie ontraden, mevrouw Simons.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dan kijk ik heel even om mij heen, naar de mede-indieners. Eén seconde, voorzitter.

De voorzitter:
Mevrouw Simons?

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u voor uw coulance, voorzitter. Ik heb het met alle mede-indieners besproken. Wij gaan haar aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Simons stel ik voor haar motie (30950, nr. 265) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ollongren:
Veel dank. De motie op stuk nr. 266 verzoekt de regering — dat is het bijzondere van deze motie — de mogelijkheid van een ministerie van gelijkwaardigheid te verkennen in het formatieproces. Mijn algemene stelling zou zijn dat alle ministeries dit uitgangspunt moeten hanteren. Dat kan niet anders. Zie artikel 1 in de Grondwet. Maar wat er in het formatieproces gebeurt, vind ik toch echt iets wat bij de Kamer hoort. Dus …

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 266 wordt ontraden.

Minister Ollongren:
Dan moet ik haar om die reden ontraden.

De voorzitter:
Dan 267.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 267, over het Zwart Manifest de leidraad maken voor beleid tegen antizwart racisme. Ik heb al gezegd dat het kabinet gesprekken heeft met Black Lives Matter en heel actief is geworden in het omzetten daarvan in beleid. Ik geef het oordeel over de motie graag aan de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 267 krijgt oordeel Kamer.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 268 gaat over het slavernijmuseum. De Kamer weet dat de gemeente Amsterdam daar heel actief mee is. De collega van OCW heeft daar ook een financiële bijdrage aan geleverd. Het maakt onderdeel uit van het rapport van de dialoogcommissie en dus van de kabinetsreactie. Dus ook hierover zeg ik dat het eigenlijk te vroeg is om deze motie in te dienen. Misschien wil de indiener, mevrouw Kathmann, haar aanhouden tot het moment waarop met OCW gesproken wordt over de musea.

De voorzitter:
Mevrouw Kathmann, bent u daartoe bereid? Even in conclaaf met alle indieners, zie ik. Aanhouden? Eenmaal, andermaal …

Mevrouw Kathmann (PvdA):
Ik zie duimen omhoog in dit snelle overleg, dus aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kathmann stel ik voor haar motie (30950, nr. 268) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Dan hebben we nog een motie van de heer Van Meijeren, maar die is waarschijnlijk voor …

Minister Ollongren:
Ik dacht dat dat een spreekt-uitmotie was. U daagt mij natuurlijk wel uit om dan iets te zeggen.

De voorzitter:
Klopt. U heeft helemaal gelijk. Daar hoeft ook geen oordeel op te komen.

Minister Ollongren:
Anders verleidt u mij tot zeggen wat ik al eerder heb gezegd daarover.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw snelle beantwoording. We wachten heel eventjes tot er is schoongemaakt. Dan hebben we nog twee moties die een oordeel moeten krijgen, de motie op stuk nr. 257 en de motie op stuk nr. 261, als ik het goed heb.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 257 van de heer Van Baarle moet ik ontraden. De strafrechtsystemen bij de rechtspraak zijn zo ingericht dat gezocht kan worden op ten laste gelegde en bewezen verklaarde wetsartikelen. De rechtspraak gaat zelf over de wijze van registratie. Klassieke discriminatie is aan de hand van wetsartikelen goed uit de systemen te halen, maar een ander strafbaar feit dat gepleegd wordt met een discriminatoir oogmerk, is vaak geen onderdeel van de delictsomschrijving van het strafbare feit. Dat wordt niet ten laste gelegd en bewezen verklaard en kan dan niet uit de systemen worden gehaald. De strafrechtsystemen zijn er dus niet op ontworpen om te zoeken naar een andere dan de klassieke discriminatie. Herinrichting ervan is een stevige operatie, zowel technisch als organisatorisch. Dat speelt zeker ook als je al die elementen achter de tenlastelegging vandaan zou moeten halen. Nogmaals, de rechtspraak gaat zelf over de wijze van registratie, dus ik moet die motie daarom ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 257 wordt ontraden. En dan de motie op stuk nr. 261.

Minister Grapperhaus:
De motie op stuk nr. 261 van de heer Ceder, over de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, moet ik ook ontraden. In de eerste plaats is bij de aanstelling van de NCAB uitdrukkelijk bepaald dat de functie eerst zal worden geëvalueerd. Dat zal volgend jaar gebeuren. Ik heb ook in het debat uitgelegd dat we moeten kijken — dat is ook aan de Kamer bericht — in hoeverre er een samenvoeging moet plaatsvinden met de algemene nationaal coördinator discriminatiebestrijding. Afgezien daarvan is er op dit moment ook geen budgettaire ruimte voor voorzien. Om die redenen moet ik deze motie ontraden, maar we komen er bij de evaluatie zeker op terug.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 261 wordt ook ontraden. Ik dank de beide bewindspersonen voor hun beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over deze achttien moties wordt vanavond laat gestemd. Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Drugsbeleid

Drugsbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Drugsbeleid (CD d.d. 02/06).

De voorzitter:
Ik hervat de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Drugsbeleid. Hartelijk welkom aan de minister, die er nog niet is. Even wachten nog.

Daar is de minister. Wij gaan beginnen met mevrouw Bikker van de ChristenUnie als eerste spreker. Gaat uw gang.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Allereerst sluit ik me zeer aan bij de woorden die de minister van Justitie sprak over de ernstige moordaanslag op Peter R. de Vries eerder deze week. Mijn gedachten en gebeden zijn voor hem en ook voor zijn familie.

Voorzitter. Dan dit tweeminutendebat over drugs, waarover we al met de minister hebben gesproken. We hebben ook zeer uitgebreid gesproken over een aantal dingen die gewoon echt niet goed gaan in Nederland. Een van die dingen is het gebruik van lachgas en synthetische drugs. Over dat punt dient mevrouw Kuik straks mede namens de ChristenUnie-fractie een motie in. Ik heb zelf nog twee andere moties.

Allereerst.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland wereldwijd nummer één exporteur is van synthetische drugs;

overwegende dat naast chemische stoffen ook specifieke voorwerpen worden gebruikt voor de productie van deze drugs, zoals gemodificeerde ketels, pillenstempelmachines en centrifuges;

overwegende dat binnen de reeds bestaande strafbepaling in artikel 10a, lid 1, sub 3 Opiumwet voor het voorhanden hebben van dergelijke voorwerpen voor voorbereidingshandelingen de bewijslast hoog is;

overwegende dat een omgekeerde bewijslast voor het bezit van deze voorwerpen denkbaar zou zijn gezien het specifieke doel dat dergelijke voorwerpen kunnen hebben;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het in bezit hebben van voorwerpen die vooral gebruikt worden voor de productie van synthetische drugs strafrechtelijk effectiever kan worden aangepakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Michon-Derkzen.

Zij krijgt nr. 476 (24077).

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat synthetische drugs voor minderjarigen en andere jonge mensen eenvoudig online te bestellen zijn via bijvoorbeeld webshops en andere sociale media;

overwegende dat het in voorbereiding zijnde verbod op nieuwe psychoactieve stoffen gepaard moet gaan met maatregelen om gebruik van deze middelen terug te dringen;

verzoekt de regering onderzoek te laten doen via welke kanalen jonge mensen op dit moment aan synthetische drugs komen en met strafrechtelijke en preventieve voorstellen te komen om dit aanbod en daarmee het gebruik van deze drugs terug te dringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker, Van der Staaij, Kuik en Pouw-Verweij.

Zij krijgt nr. 477 (24077).

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Nispen, SP.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Gisteren heeft de Raad van State nog uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor het belang van het evenredigheidsbeginsel en het belang van proportioneel handelen door de overheid. Daarover gaat de eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de oorspronkelijke bedoeling van de Wet Damocles was om overlast te bestrijden en het dealen van drugs vanuit huizen te stoppen, maar het niet de bedoeling was om de maatregel als straf te gebruiken;

overwegende dat de Raad van State, lokale rekenkamers en ombudsmannen stevige kritiek uiten op de manier waarop burgemeesters op dit moment omgaan met hun bevoegdheid panden te mogen sluiten;

van mening dat het belang van maatwerk en proportionaliteit verloren lijkt te zijn gegaan in de strijd tegen drugscriminaliteit;

verzoekt de regering in overleg te treden met burgemeesters en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en met hen te bespreken wat de oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever waren bij de Wet Damocles, namelijk dat de sluitingsbevoegdheid bedoeld was om overlast te bestrijden en het dealen van drugs vanuit huizen te stoppen, en het belang van maatwerk en proportionaliteit hierbij nog eens goed te benadrukken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Sneller.

Zij krijgt nr. 478 (24077).

De heer Van Nispen (SP):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige verdeling van drugs in soft- en harddrugs vele jaren geleden tot stand is gekomen, maar in de tussentijd door wetenschappelijke ontwikkelingen en andere inzichten er discussies zijn ontstaan over de juistheid van het bestempelen van sommige drugs als softdrugs dan wel harddrugs;

van mening dat bij een onderverdeling van drugs in bepaalde categorieën de toxiciteit (de giftigheid), verslavingsgevoeligheid en de mate van (sociale) schade die een drug veroorzaakt centraal zouden moeten staan, in combinatie met criminaliteitsbestrijding en de algemene volksgezondheid;

verzoekt de regering te onderzoeken of de huidige omgang met typen drugs en de indeling in lijsten nog wel objectief wetenschappelijk te rechtvaardigen is op basis van de hierboven genoemde criteria, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Nispen.

Zij krijgt nr. 479 (24077).

Dank aan de heer Van Nispen. Dan mevrouw Michon-Derkzen. Niet? Dan de heer Van der Staaij, SGP. Aan u het woord.

De heer Van der Staaij (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat lachgas, net als 3-MMC, zeer schadelijk is voor de volksgezondheid en dat het uiterst onwenselijk is dat deze middelen nog steeds eenvoudig verkrijgbaar zijn;

overwegende dat het evident is dat hoe meer en hoe vaker een gebruiker lachgas als recreatieve drug gebruikt, hoe groter de kans is dat serieuze risico's intreden;

overwegende dat is gebleken dat ook beperkt gebruik al risicovol kan zijn en er geen veilige bovengrens voor het gebruik van lachgas als drugs bekend is;

constaterende dat gemeenten het gebruik van lachgas verbieden in de algemene plaatselijke verordening, maar dat zij in groten getale oproepen tot een eensluidend landelijk verbod op lachgas om de lokale aanpak te versterken;

overwegende dat de regering 3-MMC, vooruitlopend op het wetsvoorstel NPS en lachgas, op lijst II van de Opiumwet geplaatst heeft;

verzoekt de regering het bezitten, gebruiken, verkopen, verwerken en afleveren van lachgas strafbaar te stellen en te plaatsen op lijst I of II van de Opiumwet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Staaij.

Zij krijgt nr. 480 (24077).

Dank.

De heer Van der Staaij (SGP):
Dank.

De voorzitter:
Tot slot mevrouw Kuik, CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):
Dank, voorzitter. Het festivalseizoen begint weer. Verslavingsartsen maken zich ernstig zorgen over het gebruik van lachgas onder jongeren en ook over de designerdrugs die elke keer van samenstelling veranderen, waardoor ze niet onder de verboden lijst vallen. Daarom hebben wij al eerder een motie ingediend bij een wetsvoorstel. De minister vroeg toen om die aan te houden, bij het debat aangaande drugs te herhalen en daar te behandelen. Vandaar dat wij hier nog een keer dit punt maken en de motie enigszins hebben aangepast. Wij verzoeken de minister om beide voorstellen voor 1 september verder te brengen in het wetstraject. Dat gaat dus niet alleen om lachgas, maar ook om te zorgen dat die nieuwe psychoactieve stoffen onder lijst II van de Opiumwet komen. Het zou aardig zijn als de minister daar nog even op kan reageren.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we luisteren naar de beantwoording door het kabinet.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik wil bij dezen alweer onze bodes danken voor het geren en gerace met alle moties vandaag. Dat gaan we nog vaker doen vandaag om de moed erin te houden.

Ik geef de minister het woord.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Ik wacht even tot de collega ook de gelegenheid heeft om bij ons te zijn. Goed dat het lid Bikker nog even refereerde aan wat er dinsdagavond voor verschrikkelijks is gebeurd.

De motie op stuk nr. 476 van het lid Bikker en mevrouw Michon-Derkzen gaat over synthetische drugs. Die laat ik oordeel Kamer. De regering kan het inderdaad in samenspraak met de betrokken opsporingsdiensten doen.

De motie op stuk nr. 477 over synthetischedrugspreventie ontraad ik, want reeds verboden synthetische drugs zijn niet eenvoudig online verkrijgbaar en de relatief eenvoudige verkrijgbaarheid van legale NPS zoals 3-MMC wordt aangepakt met het voorgestelde stofgroepenverbod dat strafrechtelijke handhaving mogelijk maakt.

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, mevrouw Bikker, een korte vraag? De motie op stuk nr. 477 wordt ontraden.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Eigenlijk een korte opmerking, want er is een klein foutje in de motie geslopen. Daar staat "strafrechtelijke en preventieve aanpak" — zeg ik even uit mijn hoofd — waarin ik het woord "strafrechtelijke" zou willen schrappen. Het gaat mij puur om de preventie. Wellicht geeft dat ook een iets andere beoordeling van de minister, want ik snap zijn redenatie. Hij heeft die NPS- wet in voorbereiding. Daarmee zit strafrechtelijk ook alles wel in de koker, maar het gaat met name om die preventie.

Minister Grapperhaus:
Als het puur om het preventieve gaat, dan zal collega Van Ark mede namens collega Blokhuis op dat punt reageren. Maar dan ga ik er in ieder geval van uit dat "strafrechtelijke en" uit de motie is vervallen.

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 478?

Minister Grapperhaus:
Als ik de motie op stuk nr. 478 van de heer Van Nispen en de heer Sneller zo mag interpreteren dat ik op basis van de evaluatie van artikel 13b Opiumwet, die na de zomer gereedkomt, en van de recente uitspraken van de Raad van State met de burgemeesters en de VNG in gesprek ga, dan laat ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ik zie de heer Van Nispen instemmend knikken, dus de motie op stuk nr. 478 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 479.

Minister Grapperhaus:
De motie op stuk nr. 479 is voor de collega, minister Van Ark.

De motie op stuk nr. 480 van de heer Van der Staaij ga ik toch een beetje samen nemen met de motie op stuk nr. 6.

De motie op stuk nr. 480 ga ik ontraden, want daar heb ik uw Kamer inmiddels toch een aantal keren uitleg en verantwoording over gegeven. Daar haakte mevrouw Kuiken ook bij aan, namelijk dat ik, hoe we het ook wenden of keren, op dit moment samen met collega Blokhuis vastloop op extra structurele middelen. Dit wetsvoorstel ligt gereed, maar ik weet precies hoe dat gaat, daar hebben we het in het commissiedebat uitvoerig over gehad. Ik kom niet langs de poorten van Financiën als ik het bij de Raad van State wil brengen als ik niet de financiering rond heb.

Motie 6 daarentegen, en ik hoop dus …

De voorzitter:
Wacht even, de motie op stuk nr. 480 wordt …

Minister Grapperhaus:
Die ontraad ik.

De voorzitter:
En de motie op stuk nr. 6?

Minister Grapperhaus:
Ik hoop dat de heer Van der Staaij zich toch kan aansluiten bij de motie op stuk nr. 6.

De voorzitter:
Die hebben we niet voor onze neus. Dat is een aangehouden motie die al eerder door mevrouw Kuiken is ingediend als ik het goed begrijp. Die hebben wij niet voor onze neus. Als u ons het oordeel geeft, dan zoeken wij haar op.

Minister Grapperhaus:
Dan ga ik heel snel even de motie voorlezen, niet de hele considerans: "verzoekt de regering zich in te spannen om beide voorstellen voor 1 september verder te brengen in het wetstraject en zich hiertoe in te spannen door op korte termijn structurele extra middelen beschikbaar te stellen." Dat is het lijf van de motie. Daar sta ik positief tegenover. Ik heb samen met collega Blokhuis van VWS mijn uiterste best gedaan. Dat van die begroting heb ik uiteengezet. Als ik de motie mag interpreteren als oproep aan ons beiden om samen met onze collega's in het kabinet nog een uiterste inspanning te leveren om dit structureel gefinancierd te krijgen, geef ik de motie, gezien de urgentie die ik er zelf ook in zie, zonder meer oordeel Kamer.

De voorzitter:
De aangehouden motie-Kuik/Bikker die in stemming wordt gebracht, krijgt dus oordeel Kamer. De heer Van der Staaij heeft een vraag over de motie op stuk nr. 480, denk ik.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik heb gehoord wat de minister zei. De aangehouden motie-Kuik/Bikker sloeg in mijn herinnering alleen op NPS, maar het gaat ook om lachgas. Als zij op beide betrekking heeft, zal ik mijn motie intrekken ten gunste van deze motie.

De voorzitter:
Waarvoor dank. Dat betreft dus de motie op stuk nr. 480.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Van der Staaij (24077, nr. 480) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Grapperhaus:
Dan trek ik ook mijn oordeel over de motie in.

De voorzitter:
Dat lijkt me prachtig. Dan geef ik nu het woord aan de minister voor Medische Zorg voor de andere twee moties. We moeten even wachten.

Minister Van Ark:
Voorzitter, dank u wel. Ik was ook bij het debat aanwezig, maar de twee moties die ik hier heb op het terrein van VWS behoren tot de portefeuille van de staatssecretaris. Ik zal ze van een appreciatie voorzien.

Ik ontraad de motie op stuk nr. 477 over preventie. Het preventiebeleid, dat er wel degelijk is, is gericht op ontmoediging; denk bijvoorbeeld aan voorlichting op scholen en aan ouders. Daarmee gebeurt al het nodige aan preventie. Daarmee is de motie overbodig en ontraad ik haar.

De motie op stuk nr. 479 ontraad ik ook. Dat is de motie van de heer Van Nispen over onderzoek naar de typen drugs en de indeling in de lijsten. Dat is een stelseldiscussie. Het kabinet is demissionair, dus een oordeel over het huidige stelsel en eventuele wijzigingen is aan een volgend kabinet.

De voorzitter:
De heer Van Nispen heeft hier nog een korte vraag over.

De heer Van Nispen (SP):
Meer een correctie, want ik start hier geen stelseldiscussie. Ik denk alleen dat als je wilt kijken of er een stelseldiscussie moet komen, je eerst onderzoek nodig hebt. Daar vraagt de motie om.

Minister Van Ark:
Hier hebben wij in het debat inderdaad ook over van gedachten gewisseld, maar dit is de appreciatie die ik kan geven.

De voorzitter:
Oké. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken, waarna we doorgaan met het tweeminutendebat Medisch specialistische zorg.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Medisch-specialistische zorg/ziekenhuiszorg

Medisch-specialistische zorg/ziekenhuiszorg

Aan de orde is het tweeminutendebat Medisch-specialistische zorg/ziekenhuiszorg (CD d.d. 05/07).

De voorzitter:
Wij gaan verder met het tweeminutendebat over medisch-specialistische zorg en ziekenhuiszorg met als eerste spreker mevrouw Van den Berg, CDA. Ik zie dat zij nog bezig is met het regelen van ondersteuning voor haar motie!

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het project Zinnige Zorg niet heeft opgebracht wat ervan werd verwacht, omdat er te weinig stuurmechanismen voor zorgverzekeraars zijn en het Zorginstituut niet volledig gebruikmaakt van zijn stuurmechanismen;

constaterende dat de zorg "te veel een verdienmodel geworden" is en de voorwaarden voor financiering van behandelingen op de schop moeten om tot meer zinnige zorg te komen;

overwegende dat de Zorgverzekeringswet een solidaire wet moet blijven waar gezonden voor zieken betalen, jongeren voor ouderen en hogere inkomens voor lagere inkomens;

verzoekt de regering verschillende scenario's uit te werken om tot betere voorwaarden voor financiering van behandelingen te komen en op deze manier tot meer zinnige zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 587 (31765).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dan de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegend dat iedere zorginstelling zijn eigen medische protocollen heeft voor bijvoorbeeld wondverzorging;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe deze protocollen meer eenduidig opgesteld kunnen worden in plaats van per zorginstelling en hoe deze openbaar gemaakt kunnen worden om een lerende cultuur te bevorderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Paulusma.

Zij krijgt nr. 588 (31765).

Ik zag u net mevrouw Paulusma vragen de motie te ondertekenen.

Meneer Hijink, SP, aan u het woord.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. Ik wil een aantal moties indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat alle medisch specialisten in loondienst gebracht moeten worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 589 (31765).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de fusie van het AMC en het VUmc de acute spoedzorg verplaatst wordt naar het AMC en de spoedeisendehulppost bij het VUmc mogelijk gaat verdwijnen;

verzoekt de regering om bij de eventuele concentratie van acute zorg in Amsterdam te zorgen dat er geen capaciteit verloren gaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 590 (31765).

De heer Hijink (SP):
En tot slot de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Noordwest Ziekenhuisgroep voornemens is om de polikliniek bijzondere tandheelkunde te sluiten;

constaterende dat de Noordwest Ziekenhuisgroep een van de weinige ziekenhuizen in Nederland is die bijzondere tandheelkunde aanbiedt;

verzoekt de regering alles op alles te zetten om de bijzondere tandheelkunde in Alkmaar te behouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink.

Zij krijgt nr. 591 (31765).

Dank voor deze drie korte moties. Ik had mevrouw Simons op de lijst staan, maar ik zie haar niet. Daarom nu mevrouw De Vries, VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel. Het is een beetje een zoekplaatje bij welk tweeminutendebat we wat doen.

Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het kader van de juiste zorg op de juiste plek ook digitale zorg, digitaal consult of behandeling thuis, als de patiënt dat wil, van belang is voor de patiënt;

constaterende dat de coronacrisis heeft geleerd dat digitale zorg, digitale consulten, monitoring thuis en e-health prima werken en positief kunnen zijn voor de patiënt;

verzoekt de regering om in kaart te brengen welke initiatieven veldpartijen hebben genomen om de transformatie naar digitale en hybride zorg te versnellen, welke initiatieven uit de coronacrisis een vervolg zouden moeten krijgen en welke lacunes er nog zijn voor veldpartijen om door te pakken tijdens en na de coronacrisis om digitale en hybride zorg, waar wenselijk en mogelijk op basis van samen beslissen, regulier onderdeel te maken van het reguliere aanbod van zorg, en de Tweede Kamer over de uitkomsten van het overleg voor 1 oktober 2021 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Aukje de Vries.

Zij krijgt nr. 592 (31765).

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Ellemeet, GroenLinks.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog steeds lange wachtlijsten zijn voor transgenderzorg, zowel voor kinderen als volwassenen;

overwegende dat transgenderpubers toegang moeten hebben tot hormoonremmers, omdat er anders onomkeerbare verandering plaatsvinden;

overwegende dat huisartsen kunnen bijdragen in het terugdringen van de wachtlijsten;

verzoekt de regering om samen met de kwartiermaker en de huisartsen te onderzoeken hoe huisartsen een belangrijkere rol kunnen krijgen bij het geven van hormoontherapie en bij de nazorg voor transgenderpersonen na een behandeling bij een specialist,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Simons.

Zij krijgt nr. 593 (31765).

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dank.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Agema, PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het CPB al bij de doorrekening van het regeerakkoord 2017-2021 meldde dat nóg een hoofdlijnenakkoord zou leiden tot minder zorg of een lagere kwaliteit van zorg in onze ziekenhuizen, maar dat Rutte III er toch voor koos om weer een hoofdlijnenakkoord te sluiten;

verzoekt de regering de volumegroeibeperking van 0% in 2022 voor de ziekenhuizen te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema.

Zij krijgt nr. 594 (31765).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat we in 2020 maar liefst 915 minder ic-verpleegkundigen hadden dan in 2013;

constaterende dat het afgelopen jaar ook nog eens 100 ic-verpleegkundigen stopten;

verzoekt de regering een concreet en afrekenbaar doel te stellen voor het aantal extra aan te trekken en op te leiden ic-verpleegkundigen, teneinde beter voorbereid te zijn op een toekomstige pandemie, ramp of terreuraanslag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema.

Zij krijgt nr. 595 (31765).

Mevrouw Agema (PVV):
Dan heb ik er nog eentje voor het pakket.

De voorzitter:
Die doen we straks, dus die bewaart u nog even. Wilt u die andere twee moties nog even indienen? Dank, mevrouw Agema. Mevrouw Paulusma, gaat uw gang.

Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sinds de uitbraak van de pandemie digitale zorg in een stroomversnelling is gekomen;

constaterende dat ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving adviseert om de ontwikkeling van digitale zorg na de coronacrisis vast te houden;

constaterende dat digitale zorg naar schatting meer dan 1 miljard euro aan zorgkosten kan besparen;

overwegende dat hybride zorg — digitaal waar het kan, fysiek waar het moet — voor heel veel patiënten ook als zeer prettig wordt ervaren omdat het laagdrempelig kan zijn en het de reistijd verkort;

overwegende dat de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) toeziet op wat goede zorg inhoudt;

verzoekt de regering om, naast de bestaande afspraken met zorgaanbieders, met een voorstel te komen hoe het keuzerecht op hybride en/of digitale zorg onderdeel kan zijn van wetgeving, bijvoorbeeld de Wkkgz, zodat dit ten goede komt aan de wens van veel patiënten om meer gebruik te maken van digitale zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paulusma en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 596 (31765).

Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Kuiken. Nee? Ik zie mevrouw Simons nog binnenkomen. Ik kan me voorstellen dat het een hectisch dagje is voor u. Ik geef u het woord. Ik krijg ingefluisterd dat u niet bij het debat aanwezig was. Klopt dat? Niet? Oké, dan is het woord aan u. Gaat uw gang.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u, voorzitter. Voordat ik mijn moties indien, wil ik mevrouw Van Ark graag aanspraken op de genderraad waar zij in het debat, waar ik zeker bij aanwezig was, aan refereerde. Die raad is zonder open oproep samengesteld. Dat is mijns inziens niet hoe je een onafhankelijk en kritisch adviesorgaan vormgeeft, dus ik wil vragen of ze dit kan herzien en of ze de genderraad via een open oproep opnieuw kan samenstellen.

Dan de moties, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat cisgenderpersonen niet langer mogen pretenderen te weten wat transgenderpersonen nodig hebben, en het de hoogste is tijd dat we de regie van de transitiezorg in handen leggen van transgenderpersonen zelf;

constaterende dat psychologische zorg momenteel niet het welzijn van zorgvragers centraal stelt, maar eerder een beslissende poortwachtersrol vervult in de toegang naar transitiezorg;

verzoekt de regering om de keuringspsycholoog en toelatingsexamens in de transgenderzorg af te schaffen en het welzijn van zorgvragers centraal te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons en Paulusma.

Zij krijgt nr. 597 (31765).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zowel de transgendergemeenschap als chirurgen pleiten voor het veranderen van de transitiezorg naar tweedelijnszorg;

constaterende dat die verandering kansen biedt voor verdere decentralisatie van de transgenderzorg, depathologisering en het verkorten van de wachtlijsten;

verzoekt de regering om er bij de medische sector op aan te dringen dat de transgenderzorg uit de derdelijns- naar de tweedelijnszorg wordt gehaald,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons, Kuiken, Ellemeet en Paulusma.

Zij krijgt nr. 598 (31765).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ervaringsdeskundigheid in de praktijk wordt geweerd uit de transgenderzorg;

overwegende dat niemand de belangen en behoeftes van de zorgvragers zo goed kan vertegenwoordigen als de zorgvrager zelf;

verzoekt de regering om ervaringsdeskundigheid een leidende rol te geven binnen de transgenderzorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Simons, Kuiken en Ellemeet.

Zij krijgt nr. 599 (31765).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat enorme wachtlijsten in de transgenderzorg leiden tot veel onzekerheid, pijn en leed;

constaterende dat de gevolgen desastreus zijn en veel mensen de hoop op een uitweg verliezen, met alle gevolgen van dien;

constaterende dat de oorzaak hiervan voor een heel groot deel ligt bij de monopolies op de transgenderzorg;

constaterende dat dit het gevolg is van de centralisatie van deze zorg;

overwegende dat deze kritische situatie vraagt om snelle actie en drastische maatregelen;

verzoekt de regering de decentralisatie van de transgenderzorg te faciliteren door de autonomie en zelfbeschikking van zorgvragers zelf centraal te stellen in al het relevante beleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Simons.

Zij krijgt nr. 600 (31765).

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik dank u voor de extra seconden, voorzitter.

De voorzitter:
Dank aan mevrouw Simons. Dan schors ik voor maximaal vijf minuten, begrijp ik, waarna we gaan luisteren naar de oordelen van de minister over deze moties.

De vergadering wordt van 16.28 uur tot 16.33 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister.

Ik hoor mevrouw Kuiken iets roepen. Zijn de moties er al? Ze zullen worden rondgedeeld. Ik heb net al complimenten gemaakt aan onze bodes. Zij hebben geen abonnement op de sportschool meer nodig na deze weken. De minister kan heel langzaamaan al beginnen met de beantwoording.

Minister Van Ark:
Voorzitter. Er zijn veertien moties ingediend. Veel onderwerpen die daarin aan de orde komen, zijn ook uitgebreid besproken in het debat. Ik zal daar dus ook naar verwijzen als ik de moties van een appreciatie voorzie.

De motie op stuk nr. 587 van mevrouw Van den Berg, over zinnige zorg, geef ik oordeel Kamer.

De motie van mevrouw Van den Berg op stuk nr. 588 gaat over de interne protocollen van zorginstellingen. Ik zou bijna zeggen: dat is wat ieder in zijn eigen huishouden zelf kan bepalen. Dus deze motie ontraad ik.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 588 wordt ontraden.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 589 is een spreekt-uitmotie.

De voorzitter:
Over de motie op stuk nr. 588 heeft mevrouw Van den Berg nog een hele korte vraag.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Het is een onderzoeksmotie. Wij vragen de minister dus niet om iets te veranderen, maar we vragen haar om dingen in kaart te brengen. Dat is nogal een verschil.

Minister Van Ark:
Laat ik het dan als volgt zeggen. Ik zei in het debat al dat we centraal richtlijnen hebben vastgesteld. Dat lijkt me ook van belang. Protocollen gaan over een lokale situatie. Ik vind niet dat je dat van bovenaf moet opleggen. Ook een onderzoek daarnaar gaat toch een hoop extra administratie opleveren. Daarom zou mijn advies aan de Kamer zijn om dit niet te doen.

De voorzitter:
Het oordeel over de motie op stuk nr. 588 blijft: ontraden.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 589 is een spreekt-uitmotie. Daar mag ik niks over zeggen.

De voorzitter:
Ik zie de heer Hijink een hele dikke duim omhoogsteken, maar de minister hoeft hier geen oordeel over te geven.

Minister Van Ark:
Ik mag het niet eens, geloof ik.

De voorzitter:
Nee.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 590 is ook van de heer Hijink. Die motie ontraad ik. Daar zeg ik wel bij dat het doel is dat de zorg beschikbaar is. Hoe, dat kan soms veranderen. Maar deze motie ontraad ik.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 590 wordt ontraden.

Minister Van Ark:
Voor de motie op stuk nr. 591 geldt eigenlijk hetzelfde. Wij gaan niet over de lokalisering van de zorg. De zorgverzekeraars hebben daar ook een rol in. Daarom ontraad ik ook deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 591 wordt ontraden.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 592, van mevrouw De Vries, geef ik oordeel Kamer onder verwijzing naar het debat.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 592 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 593, van mevrouw Ellemeet en mevrouw Simons, over de rol van de huisartsen, geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 593 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Ark:
Over de motie op stuk nr. 594 van mevrouw Agema zeg ik: dat is afgesproken in de hoofdlijnakkoorden. Wij passen bij als het nodig is. Daarmee ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 594 wordt ontraden.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 595 van mevrouw Agema gaat over ic-verpleegkundigen. Het is aan het Capaciteitsorgaan om de behoefte vast te stellen. VWS levert dan een kostendekkende financiering en de ziekenhuizen leiden vervolgens op. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 595 wordt ontraden.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 596, van mevrouw Paulusma en mevrouw Van den Berg, vraagt om een keuzerecht. Ik zal hier straks, bij de appreciatie van een aantal moties van mevrouw Simons, ook naar verwijzen. Ik ontraad deze motie omdat het gaat om samen beslissen. Want het recht van de cliënt of patiënt is dan ook de plicht van de zorgverlener. Die heeft ook een professionaliteit in het tripartiete stelsel dat wij hebben. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 596 wordt ontraden. Mevrouw Paulusma.

Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter, kort. Ik hoor wat de minister zegt. Stel dat we het verzoek wat minder dwingend zouden maken, bijvoorbeeld door te vragen om "mogelijkheden in kaart te brengen". Als we de motie zo veranderen, wordt het dan wellicht een motie die de minister wel oordeel Kamer geeft?

Minister Van Ark:
Kijk, we willen natuurlijk allemaal de beweging richting een voorkeur voor digitale zorg als het kan, als je er prijs op stelt en als je er samen toe beslist. Een patiënt heeft ook het recht op samen beslissen op grond van de WGBO. Dan moet de zorgaanbieder volgens de Wkkgz ook cliëntgerichte zorg leveren. Dus volgens mij kun je op dit moment al op grond van de wet verzoeken aan de zorgverlener om van digitale zorg gebruik te maken. In mijn ogen is deze motie dan overbodig.

De voorzitter:
Mevrouw Paulusma, heel kort.

Mevrouw Paulusma (D66):
Heel kort. Het is in het verlengde van het debat, waarin ik de minister hoorde zeggen: we moeten dat wat we tijdens coronazorg zijn gaan doen, ook alle nieuwe ontwikkelingen, stimuleren en ook aanjagen. Deze motie verzoekt om dat in kaart te brengen, zodat we dat kunnen borgen en aanjagen.

Minister Van Ark:
Dan zou mevrouw Paulusma het woord "keuzerecht" uit de motie halen?

De voorzitter:
Ik heb er een beetje moeite mee om hier aan de interruptiemicrofoon te onderhandelen. Misschien is het een wijs idee om de motie op stuk nr. 596 ... Zoals de motie nu is, krijgt ze het oordeel ontraden. Als mevrouw Paulusma nog een gewijzigde motie in stemming kan brengen, moet een-op-een met de minister worden bekeken welk oordeel daar dan bij komt, maar in deze vorm wordt ze ontraden.

Minister Van Ark:
Dat kan altijd, voorzitter.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 597.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 597 van mevrouw Simons en mevrouw Paulusma ontraad ik ook. Zoals we ook in het debat hebben gewisseld, staat het welzijn inderdaad centraal, maar zijn er wel degelijk ook protocollen die in het tripartiete stelsel van beroepsgroep, patiënten en verzekeraars worden vastgesteld.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 597: ontraden.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 598 is van mevrouw Simons, mevrouw Kuiken, mevrouw Ellemeet en mevrouw Paulusma. Ik probeer bij de moties te kijken wat wel kan. Als ik deze motie zo mag lezen dat ik deze beweging stimuleer — ik teken daarbij wel aan dat de derde lijn soms echt wel van belang kan zijn — dan kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 598: oordeel Kamer.

Minister Van Ark:
Wat betreft de motie op stuk nr. 599: ik vind het betrekken van ervaringsdeskundigen zeer belangrijk, maar een leidende rol vind ik in het tripartiete stelsel te ver gaan en daarmee ontraad ik de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 599 wordt ontraden. Mevrouw Simons, een korte vraag.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dan ben ik toch benieuwd of de minister ruimte ziet bij een andere formulering om wel oordeel Kamer te geven.

Minister Van Ark:
Een van de mooie dingen van hoe wij de zorg inrichten, vind ik juist het zoeken van evenwicht in wat de zorgvragers, de patiënten, de zorgverleners, de beroepsgroep, en de zorgverzekeraars met elkaar afspreken. Dat is ook het traject dat bij ZonMw loopt, zoals ik in het debat heb aangegeven. In september krijgen wij een terugkoppeling van hoe ze dat verder voor zich zien. Zeker bij deze zorg is ervaringsdeskundigheid zeer van belang. Maar een leidende rol? Ik zou een voorstel van mevrouw Simons moeten hebben over hoe zij dit ziet.

De voorzitter:
Ik ga tegen u hetzelfde zeggen als tegen mevrouw Paulusma. De motie zoals ze nu is geformuleerd, krijgt het oordeel ontraden. Als u nog een mooier plan heeft, moet u dat eventjes buiten de vergadering om opnieuw onder de aandacht van de minister brengen, en van onze collega's natuurlijk.

Tot slot is er nog een motie op stuk nr. 600 van mevrouw Simons.

Minister Van Ark:
De decentralisatie die mevrouw Simons in de motie met onder anderen mevrouw Ellemeet had genoemd, heb ik oordeel Kamer kunnen geven en hier geldt eigenlijk hetzelfde: centraal stellen. We zijn in het maken van het beleid altijd op zoek naar de balans tussen de drie partijen, dus deze motie ontraad ik ook.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 600: ontraden. Ik dank de minister voor haar snelle en compacte beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de veertien moties gaan we vanavond stemmen. Ik schors kort en dan gaan we door met het tweeminutendebat Sportbeleid.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Sportbeleid

Sportbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Sportbeleid (CD d.d. 29/06).

De voorzitter:
We gaan door met het tweeminutendebat Sportbeleid, met als eerste spreker de heer Heerema van de VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter, dank u wel. We hebben het leukste debat van het jaar net gehad. Dat is het algemeen overleg over sport, tegenwoordig commissiedebat Sport. Dat leidt altijd tot een aantal moties van verschillende partijen in deze Kamer. Het mooie is dat we elkaar daar ook heel vaak breed op kunnen vinden.

Ik heb dit keer maar één motie en die wil ik graag aan de Kamer voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat adequate financiering van de Nederlandse topsport van belang is voor een sportief en gezond Nederland;

overwegende dat een strikte uitwerking van twee eerdere moties in de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen tot gevolg heeft dat de financiering van de sport ernstig onder druk komt;

overwegende dat het beperken van wervings- en reclameactiviteiten an sich geen kerndoelstelling is van het Nederlandse kansspelbeleid;

overwegende dat een algemeen verbod op het inzetten van beroepssporters in werving en reclame voor kansspelen op gespannen voet staat met het onderscheid tussen risicovolle — waarvoor het heel logisch is — en risicoarme kansspelen zoals loterijen;

verzoekt de regering de regelgeving op korte termijn zodanig aan te passen, dat het verbod op reclame door beroepssporters alleen van toepassing is op risicovolle kansspelen;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rudmer Heerema.

Zij krijgt nr. 267 (30234).

Dank u wel. Mevrouw Van der Laan, D66.

Mevrouw Van der Laan (D66):
Voorzitter. Sport is de reden waarom ik de politiek in ben gegaan, dus het is heel leuk om hier over dit onderwerp ook een motie te mogen indienen. Ik heb er één.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat iedereen in Nederland de kans moet hebben om te kunnen sporten en bewegen in een veilige en toegankelijke omgeving;

overwegende dat een Sportwet van meerwaarde kan zijn om meer mensen aan het sporten en bewegen te krijgen om daarmee Nederland fitter, gezonder en weerbaarder te maken;

spreekt uit deze Kamerperiode toe te willen werken naar een Sportwet;

verzoekt de regering alvorens voorbereidingen te treffen voor een Sportwet, uiterlijk voor het eerstvolgende wetgevingsoverleg sport met organisaties in de sportwereld zoals sportbonden en de commerciële sportsector een verdiepingsslag naar de mogelijke reikwijdte en effecten van deze Sportwet te maken;

verzoekt de regering bij deze verdiepingsslag ten minste duidelijk te krijgen:

  • wat de reikwijdte van een Sportwet zou moeten zijn met betrekking tot de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van sport;
  • hoe de verschillende overheden, ondernemers, sportbonden en -verenigingen zich tot elkaar verhouden;
  • wat de aansluiting is met bestaande wetgeving zoals de Wet publieke gezondheid (Wpg) en het Burgerlijk Wetboek (BW);

verzoekt de regering tevens om de Kamer mee te nemen in dit proces en periodiek te informeren over de voortgang, de planning en de richting van deze Sportwet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Laan, Rudmer Heerema, Kuiken, Van Nispen en Westerveld.

Zij krijgt nr. 268 (30234).

We hebben een regime, heeft u het al gehoord, mevrouw Kuiken? We doen geen interrupties vanuit de Kamer.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik heb een vraag, of dan heb ik een ordevoorstel.

De voorzitter:
Dat is altijd een mooi achterommetje. Ik wil u geen vraag toestaan, want als ik dat ga doen, gaan we dat de rest van de dag ook doen. Het spijt me heel erg. U moet misschien even om opheldering vragen, want ik zie verwondering in uw ogen over de motie die net is ingediend.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik wilde alleen vragen of we mee mogen tekenen.

De voorzitter:
U wilt meetekenen. Reach out and touch.

Mevrouw Van der Laan (D66):
Ik heb het in de commissie aangekondigd, dus welkom.

De voorzitter:
Kijk, u vindt elkaar hier. Er komen nog meer namen onder; dat is heel mooi. Excuses dat ik zo streng ben, mevrouw Kuiken, maar we hebben hier het neo-kerstregime.

De heer Van Nispen, SP.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Wie cynisch is over politiek, zou eens het commissiedebat Sportbeleid moeten terugkijken. Er is naar elkaar geluisterd en we kwamen tot goede oplossingen en voorstellen. Er zaten bevlogen woordvoerders, een goede voorzitter en een minister die echt ook wat wil veranderen. Hartstikke goed.

Dat betekent niet dat we over alles tevreden zijn. We hebben nog wel wat wensen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat buitenspelen van groot belang is voor de ontwikkeling van kinderen;

constaterende dat het een lokale verantwoordelijkheid is om het speelruimtebeleid vorm te geven, dat hier dus sterke lokale verschillen zijn, en het per gemeente verschilt of er veel of weinig kwalitatief uitdagende speeltuinen zijn en of deze wel of niet toegankelijk zijn voor bijvoorbeeld kinderen met een beperking;

constaterende dat uit onderzoeken blijkt dat speeltuinen niet slechts geld kosten maar op langere termijn opbrengsten hebben omdat dit leidt tot betere gezondheid, minder obesitas en meer sociale cohesie;

verzoekt de regering te onderzoeken of een wettelijke verankering van buitenspelen en buitenspeelruimte als verantwoordelijkheid van de (lagere) overheid meerwaarde kan hebben, al dan niet als onderdeel van de toekomstige Sportwet, en hierover de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Westerveld.

Zij krijgt nr. 269 (30234).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sport en bewegen voor mensen met een beperking nog steeds niet vanzelfsprekend is, dat er nog te veel belemmeringen en knelpunten zijn, maar ook dat er veel voorstellen en plannen liggen om hier iets aan te doen;

herbevestigt het uitgangspunt dat in 2030 sport en bewegen voor mensen met een beperking vanzelfsprekend moet zijn en de beweegkloof tussen mensen met en zonder beperking opgeheven zou moeten zijn;

verzoekt de regering jaarlijks te rapporteren over deze ambitie en de voortgang en ontwikkelingen met betrekking tot sport en bewegen voor gehandicaptensport, zodat eventuele knelpunten en belemmeringen tijdig gesignaleerd en weggenomen kunnen worden en de voortgang structureel besproken kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Westerveld en Van der Laan.

Zij krijgt nr. 270 (30234).

De heer Van Nispen (SP):
Iedereen mag deze motie meeondertekenen, want zo zijn we als sportwoordvoerders. Ik heb haar ook aan iedereen toegestuurd.

We hadden nog een motie, over het probleem bij de wielerwegwedstrijden. Er is namelijk een tekort aan motoragenten. Het tekort bij de politie leidt er dus toe dat bepaalde wielerwedstrijden onder druk staan en niet meer georganiseerd mogen worden. We zijn hiervoor verwezen naar de minister van Verkeer en toen naar de minister van Justitie. En de minister van Sport heeft natuurlijk ook die passie voor wielerwedstrijden. We willen gewoon een oplossing. Die motie zullen we straks indienen bij het tweeminutendebat over verkeersveiligheid. Dus daar komt de motie uiteindelijk aan de orde.

Dank u wel.

De voorzitter:
Het is een vooraankondiging. Dank aan de heer Van Nispen.

Mevrouw Westerveld, GroenLinks. Mevrouw Westerveld, gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Dank, voorzitter. We hadden een heel goed commissiedebat over sport. Ik ben blij met een heel aantal toezeggingen die de minister deed. Ze zei onder andere toe dat ze met de KNVB en met voetbalverenigingen in gesprek gaat over het weren van racistische en discriminerende spreekkoren.

We hebben een aantal moties van de heer Van Nispen medeondertekend, omdat we er echt het belang van inzien dat iedereen kan sporten. Ik wil over dat onderwerp nog een motie indienen. Zij gaat over sporthulpmiddelen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 34% van de mensen met een auditieve, visuele of motorische beperking doet aan sport en bewegen, tegenover 59% van de mensen zonder aandoening;

overwegende dat mensen met een beperking een sporthulpmiddel nodig hebben om aan sport en bewegen te kunnen doen;

overwegende dat er geen duidelijkheid bestaat over welke partij welke sporthulpmiddelen dient te vergoeden, waardoor sporters vaak helemaal geen hulpmiddel krijgen;

verzoekt de regering samen met Uniek Sporten tot één sporthulpmiddelenloket te komen, waar sporters terechtkunnen voor het aanvragen en de uitleen van sporthulpmiddelen;

verzoekt de regering op korte termijn in overleg te treden met zorgverzekeraars en gemeenten om te verduidelijken welke financier voor welk sporthulpmiddel verantwoordelijk is, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van VWS te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Van der Laan, Van Nispen en Kuiken.

Zij krijgt nr. 271 (30234).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
En dan een motie over zwemles, want zwemmen is natuurlijk belangrijk voor alle kinderen. We weten dat te veel kinderen nog geen zwemdiploma hebben en dat het voor kinderen die een beperking hebben nog moeilijker is om aan een zwemdiploma te komen omdat er geen dekkend aanbod is. Daarover gaat deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kinderen met een beperking veel minder vaak een zwemdiploma halen, mede doordat er niet voldoende gespecialiseerd aanbod is;

overwegende dat zelfredzaamheid in het water van kinderen met een beperking superbelangrijk is;

verzoekt de regering om met aanbieders van speciaal onderwijs en zwemles een plan te maken om tot een dekkend aanbod van zwemonderwijs te komen voor kinderen met een beperking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 272 (30234).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Daar heb ik nog één snelle vraag over. Wil de minister op de wat langere termijn, als er een dekkend aanbod is, met gemeenten en zorgkantoren in gesprek gaan over de kosten daarvan? Die zijn voor ouders van kinderen met een beperking namelijk vaak veel hoger.

De voorzitter:
Dank. Dan is nu het woord aan mevrouw Kuiken van de PvdA. Gaat uw gang.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Sport verbindt, verbroedert en overbrugt verschillen. Ik ben dus blij dat wij de motie samen met mevrouw Van der Laan hebben kunnen ondertekenen en indienen. We erkennen dat belang gezamenlijk.

Sporten maakt gezond, gelukkig, fit en met een beetje mazzel ook een klein beetje slank. Het is mijn nieuwe onderwerp en ik hoop dat ook het nieuwe kabinet hier echt de schouders onder gaat zetten. Het budget voor zowel sport als preventie is relatief klein. Als wij nou echt naar een gezonde samenleving toe willen, dan is dat echt essentieel, juist in coronatijden.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de kant van de Kamer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Van Ark:
Voorzitter. Of het echt het leukste debat was, durf ik natuurlijk niet te zeggen, maar ik vond het wel een heel prettig debat. Ik heb er vele meegemaakt. De heer Heerema en zijn collega's hebben gelijk: het is een buitengewoon mooi onderwerp om met elkaar over te spreken. Er worden inderdaad bruggen geslagen. Ik zou zeggen: een sportieve commissie.

Ik ga de moties van een appreciatie voorzien. Ik begin met de motie op stuk nr. 267 van de heer Heerema. Daarbij geef ik aan dat ik hierover in contact sta met de minister voor Rechtsbescherming. Daarom kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

Over de motie op stuk nr. 268, waarin de sportiviteit van de commissie zich uit door de brede ondertekening, heb ik een vraag. Over het spreekt-uitgedeelte zal ik me niet uitlaten. Ik zou de motie oordeel Kamer kunnen geven, maar ik kan niet beloven dat de deadline die erin staat, namelijk "uiterlijk voor het eerstvolgende wetgevingsoverleg sport", wordt gehaald. Ik snap dat ik snel aan de slag moet en dat ik de Kamer periodiek moet informeren. Ik ben gemotiveerd om dat te doen. Ik kan wel bij het WGO laten weten waar we staan. Als ik de motie zo mag opvatten, kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Ik zie instemmend geknik. De motie op stuk nr. 269.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 269 gaat over het buiten spelen. Het is een heel sympathieke motie, maar ik ga haar toch ontraden. Ik vind dat dit echt iets voor de gemeente is. Ik las vandaag in de krant over een gemeenteraadslid, volgens mij hier in Den Haag, dat een plan had ingediend. Dat vind ik ook precies waar het hoort. Ik ga deze motie dus ontraden, hoewel ik het onderwerp zeer van belang vind.

De heer Van Nispen (SP):
Ik begrijp wat de minister zegt. Ik zeg ook niet dat de landelijke overheid opeens overal speeltuinen moet gaan bouwen. We laten juist de verantwoordelijkheid waar die ligt. Het gaat erom of er misschien een wettelijke grondslag, een wettelijke basis moet komen, waardoor de lagere overheid verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld voldoende of kwalitatieve buitenspeelruimte. Dat kan allemaal nog ingevuld worden in de totstandkoming van de Sportwet waar we het over hebben. Deze motie vraagt dus om een onderzoek naar de mogelijke meerwaarde van een wettelijke verankering, waarbij de verantwoordelijkheid bij de lagere overheid blijft.

Minister Van Ark:
Ik heb in het debat wel aangegeven dat we ervoor zorgen dat er een kennisagenda wordt ontwikkeld, in het verlengde van het uitgebrachte rapport Buitenspelen van het Mulier Instituut. Daardoor kunnen we ook handvatten krijgen voor effectiever landelijk en lokaal beleid. Daarvan heb ik gezegd: dat is aan mijn opvolger. Daarom heb ik de motie ook ontraden. Als we de verdiepingsslag gaan maken in de Sportwet en we alles erbij doen, dan wordt die wel heel zwaar. Daarom handhaaf ik mijn oordeel.

De voorzitter:
Het blijft bij ontraden. De motie op stuk nr. 270, ook van Van Nispen.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 270 van de heer Van Nispen geef ik daarentegen oordeel Kamer. Ik heb ook in het debat aangegeven dat ik jaarlijks zal rapporteren over de voortgang en de ontwikkelingen binnen de gehandicaptensport.

De motie op stuk nr. 271 van mevrouw Westerveld over het sporthulpmiddelenloket geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
Tot slot, de motie op stuk nr. 272.

Minister Van Ark:
Bij de motie op stuk nr. 272 van mevrouw Westerveld en de heer Van Nispen heb ik een verzoek. Ik heb in het debat aangegeven dat ik een onderzoek doe naar de belemmeringen. Het zou heel wel een oplossing kunnen zijn om met het speciaal onderwijs in gesprek te gaan. Maar dat onderzoek loopt nog. Ik zou dus willen vragen om deze motie aan te houden. Ik kan voor het wetgevingsoverleg dat onderzoek laten zien. Dan zouden we kunnen kijken welke richting passend is.

De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, mevrouw Westerveld?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Het is prima om de motie aan te houden, voorzitter.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar motie (30234, nr. 272) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar snelle beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Geneesmiddelenbeleid

Geneesmiddelenbeleid

Aan de orde is het tweeminutendebat Geneesmiddelenbeleid (CD d.d. 16/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat over geneesmiddelenbeleid, met als eerste spreker mevrouw Ellemeet van GroenLinks.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de bijbetalingen voor medicijnen uit het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) in de afgelopen kabinetsperiode zijn gemaximeerd op €250 per jaar per verzekerde;

overwegende dat de maximeringsregeling per 1 januari 2022 afloopt en dat het aflopen van deze regeling tot hoge eigen bijdragen kan leiden;

verzoekt de regering de regeling voor het maximeren van eigen bijdragen voor medicijnen uit het Geneesmiddelenvergoedingssysteem op €250 per jaar per verzekerde te verlengen tot 1 januari 2023,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet, Kuiken, Aukje de Vries, Den Haan, Maeijer, Paulusma en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 714 (29477).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het onderzoek van de Acces To Medicine Foundation constateert dat de nieuwe pandemie van antibioticaresistentie een grotere globale gezondheidscrisis zal kunnen betekenen dan COVID-19;

constaterende dat er momenteel slechts 55 nieuwe varianten van antibiotica in het laatste stadium van ontwikkeling verkeren;

constaterende dat het achterblijvende aantal nieuwe varianten van antibiotica onder andere samenhangt met het onaantrekkelijke verdienmodel voor antibiotica voor de farmaceutische industrie;

overwegende dat het Verenigd Koninkrijk en Zweden initiatieven hebben geïntroduceerd om onderzoek naar nieuwe vormen van antibiotica aan te moedigen en het bestaande aanbod te behouden;

verzoekt de regering om de bijdragen vanuit de overheid voor nieuwe vormen van antibiotica op zodanige wijze te construeren dat de kans op nieuwe effectieve oplossingen wordt vergroot, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren;

verzoekt de regering zich ook op Europees niveau in te zetten voor vernieuwende vormen van investeringen in (onderzoek naar) nieuwe varianten van antibiotica,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet, Kuiken, Paulusma, Hijink, Aukje de Vries, Den Haan en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 715 (29477).

Dank u wel. Mevrouw Den Haan. Ik zal u deze keer niet overslaan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel. Ik heb drie moties, dus ik zal heel snel praten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

kennisgenomen hebbend van de mededeling van de minister dat in tegenstelling tot haar eerdere bericht, uitbehandelde kankerpatiënten met een nog goede conditie geen toegang hebben tot gefinancierde uitgebreide moleculaire diagnostiek;

overwegende dat de initiatiefnota én motie van Van Brenk en Sazias (35383, nr. 4) over dit onderwerp er juist op gericht waren om te regelen dat deze groep patiënten die toegang krijgt, ongeacht het verdere onderzoekstraject van het Zorginstituut;

constaterende dat er bij het uitblijven van die gefinancierde toegang sprake is van door de Kamer en de minister zelf onwenselijk geachte postcodezorg;

verzoekt de regering uitvoering te geven aan de met algemene stemmen aangenomen motie van Van Brenk en Sazias en de vergoeding zo spoedig mogelijk te regelen, waardoor uitbehandelde kankerpatiënten met een nog goede conditie toegang krijgen tot uitgebreide moleculaire diagnostiek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan en Kuiken.

Zij krijgt nr. 716 (29477).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EFPIA Patients W.A.I.T. Indicator laat zien dat van de 152 nieuwe onderzochte medicijnen maar 96 medicijnen beschikbaar waren in Nederland voor de patiënt;

constaterende dat in Duitsland er van de 152 medicijnen al 133 medicijnen beschikbaar zijn voor de patiënt;

overwegende dat om ook in de toekomst patiënten de beste zorg te kunnen garanderen een balans gevonden moet worden tussen uitgaven aan geneesmiddelen enerzijds en toegang van patiënten tot nieuwe innovatie geneesmiddelen anderzijds;

verzoekt de regering in overleg met onder andere patiëntenorganisaties en farmaceuten knelpunten rond de toegang van patiënten tot geneesmiddelen in kaart te brengen, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan, Van der Plas, Kuiken en Pouw-Verweij.

Zij krijgt nr. 718 (29477).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een medicatiebeoordeling het welbevinden kan verhogen en gezondheidsproblemen kan voorkomen bij mensen die veel medicijnen tegelijkertijd slikken;

constaterende dat de inzet van medicatiebeoordelingen zorgkosten op de lange termijn kan verminderen;

verzoekt de regering te onderzoeken hoeveel mensen die volgens de richtlijnen recht hebben op een intensieve medicatiebeoordeling er daadwerkelijk een krijgen;

verzoekt de regering tevens om te onderzoeken hoeveel mensen die meerdere medicijnen slikken, maar volgens de richtlijnen geen recht hebben op een intensieve medicatiebeoordeling, bijvoorbeeld mensen die een medicijnrol gebruiken, een andere vorm van een medicatie-evaluatie krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Den Haan, Kuiken en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 717 (29477).

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Paulusma, D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter. Vandaag dien ik geen motie in, maar ik zou graag nog één initiatief op het gebied van geneesmiddelen onder de aandacht van de minister willen brengen. Het UMCG gaat samenwerken, of doet dat al, met het Erasmus MC, Radboudumc, het Catharina Ziekenhuis en de bereidingsapotheek A15 om geneesmiddelenkaping door commerciële partijen te voorkomen. Daar ben ik ontzettend blij mee, omdat het zonde is als farmaceuten deze middelen snel gaan registreren en daar heel veel geld aan verdienen, terwijl het veel kostenefficiënter kan. Ik heb vandaag schriftelijke vragen ingediend over dit initiatief. Ik zou de minister vooral willen vragen om met een open blik te kijken op welke manier we dit initiatief kunnen ondersteunen en we drempels kunnen wegnemen. Wat mij betreft is de route namelijk echt om te kijken waar de kennis al in huis is en om daar goed gebruik van te maken, zonder dat de markt daar altijd heel veel geld aan hoeft te verdienen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Van den Berg, CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat digitalisering veel noodzakelijke hervormingen kan ondersteunen waarmee de zorg voor patiënten gunstiger wordt;

verzoekt de regering bij nieuwe producten (devices en geneesmiddelen) te gaan werken met voorwaardelijke toelating en met het oog op dataverzameling een netwerk met aanbieders op te zetten dat de effectiviteit en gepastheid van behandelingen in kaart brengt;

verzoekt de regering het Zorginstituut te vragen in kaart te brengen welke goede praktijken er zijn en welke aanbieders wel en niet volgens deze wijze werken;

verzoekt de regering een methode te ontwerpen waardoor ook patiënten inzicht krijgen in deze praktijkvariatie en de keuzes die zij daarbij kunnen maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 719 (29477).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dan de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met de aangenomen motie-Van den Berg c.s. (29477, nr. 668) verzocht is te onderzoeken of gepast gebruik van nieuwe, innovatieve geneesmiddelen en behandelingen vergroot kan worden door het Zorginstituut te laten beoordelen of het nodig is de effectiviteit en bijwerkingen in de praktijk te volgen;

overwegende dat de minister als reactie hierop aangeeft dit met het Zorginstituut te verkennen;

verzoekt de regering voor de behandeling van de begroting VWS in het najaar van 2021 de Kamer een overzicht te sturen van de instrumenten die het Zorginstituut voor maatwerk in de toelating van innovatieve geneesmiddelen gebruikt of gaat gebruiken, inclusief enkele voorbeelden waar deze al worden toegepast,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 720 (29477).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Maeijer, PVV. Gaat uw gang.

Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Eén motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de toegang tot geneesmiddelen in Nederland achterop dreigt te raken en patiënten steeds langer moeten wachten op nieuwe innovatieve geneesmiddelen;

constaterende dat het tijdens de coronacrisis gelukt is om coronavaccins versneld goed te keuren en toe te laten op de Nederlandse markt;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het goedkeuringsproces van geneesmiddelen versneld kan worden en hierbij ook te kijken naar de rol van de verschillende toezichthouders en de goedkeuringsprocessen in andere landen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.

Zij krijgt nr. 721 (29477).

Dank u wel. Mevrouw Kuiken, PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Hierbij mijn moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onder andere het Zorginstituut en NZa hebben aangegeven dat de kosten van geneesmiddelen de komende jaren alleen maar zullen toenemen en integraal beleid om deze kosten te beteugelen op dit moment onvoldoende lukt;

van mening dat structureel overleg tussen Zorginstituut, NZa en ACM kan bijdragen aan een meer integraal geneesmiddelenbeleid;

verzoekt de regering deze partijen te vragen voor de begrotingsbehandeling van het najaar 2021 te adviseren op welke wijze tot een zwaarwegend integraal beleidsadvies kan worden gekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken.

Zij krijgt nr. 722 (29477).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Algemene Rekenkamer constateert dat de onderhandelingsresultaten over dure geneesmiddelen wisselend zijn en de minister niet sterk staat bij middelen waarvoor geen alternatief bestaat;

verzoekt de regering de Kamer voor 1 oktober 2021, na overleg met de Algemene Rekenkamer, te informeren over de voor-en nadelen en de mogelijkheden van een TTP en daarbij aan te geven op welke wijze deze ingevuld kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken.

Zij krijgt nr. 723 (29477).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw De Vries, VVD.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het belangrijk is om productieprikkels te verminderen, en meer te kijken naar de uitkomst van de zorg voor de patiënt;

overwegende dat er al gekeken wordt naar mogelijkheden van pay-for-performance bij medicijnen;

constaterende dat het Zorginstituut voor Zolgensma heeft geadviseerd dat de prijs moet worden gehalveerd en dat de farmaceut moet instemmen met vergoeding op basis van behandelresultaat;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe er concreet meer kan worden gewerkt met bekostiging op basis van behandelresultaat in brede zin, en de Kamer daarover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Aukje de Vries.

Zij krijgt nr. 724 (29477).

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Tot slot de heer Hijink, SP.

De heer Hijink (SP):
Voorzitter. We hebben het in het debat gehad over het kapen van geneesmiddelen. Mevrouw Paulusma sprak daar net ook over. Dit betekent dat een farmaceut eigenlijk de registratie op zich neemt van een geneesmiddel dat door ziekenhuizen en apothekers zelf is ontwikkeld. Dat is een foute zaak, want het betekent dat een farmaceut heel veel geld gaat verdienen aan een geneesmiddel dat publiek door een ziekenhuis of door apotheken zelf is gemaakt. Dat moeten wij zien te voorkomen, dus wij zijn heel blij met het initiatief dat er nu is van ziekenhuizen en apothekers om het zelf te gaan doen.

Mevrouw Paulusma had het daar ook over, dus ik heb het snel even op een akkoordje gegooid met mevrouw Paulusma om de volgende motie te kunnen indienen. Ik had haar al klaar en de naam van mevrouw Paulusma komt er nu ook onder. Daar ben ik blij mee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat farmaceutische bedrijven regelmatig een registratietraject starten voor eigen bereidingen van Nederlandse ziekenhuizen en op die manier deze geneesmiddelen kapen;

overwegende dat het onwenselijk is dat farmaceutische bedrijven enorme winsten opstrijken voor geneesmiddelen die door ziekenhuizen zijn ontwikkeld;

constaterende dat enkele ziekenhuizen daarom het initiatief hebben genomen om zelf hun eigen bereidingen te registreren;

verzoekt de regering om te onderzoeken op welke manier ziekenhuizen kunnen worden ondersteund om hun eigen bereidingen zelf te registreren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hijink en Paulusma.

Zij krijgt nr. 725 (29477).

De heer Hijink (SP):
Deze motie is dus mede ingediend door mevrouw Paulusma.

Ik zou nog tegen de minister willen zeggen: ik zie deze motie als een aanvulling op de toezegging die zij al heeft gedaan in het debat om een soort overzicht aan ons te presenteren van geneesmiddelen die in het basispakket zitten en die in beginsel gekaapt zijn, en waar we misschien wel een veel te hoge prijs voor betalen. Zo kunnen we deze motie dan opvatten.

De voorzitter:
Dank aan de heer Hijink. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de kant van de Kamer. Ik schors kort en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Van Ark:
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de Kamer voor het debat en voor de moties. Ik wil bij de motie op stuk nr. 714 iets langer stilstaan dan u van mij gewoon bent uit de vorige tweeminutendebatten, maar door de rest kan ik wat sneller heen.

De motie op stuk nr. 714 is breed ondertekend en we hebben er in het debat echt bij stilgestaan. De motie gaat over de maximering van de eigen bijdrage. Ik heb aangegeven dat ik er graag met de Kamer over van gedachten wissel. Dat heeft de Kamer mij op deze wijze met een motie teruggegeven. Ik verwijs naar het regeerakkoord van het nu demissionaire kabinet, waarin de eigen bijdragen gemaximeerd zijn tot en met 2021. Ze zouden inderdaad vanaf 2022 weer onbegrensd zijn. Aan de ministeriële regeling die daarvoor nodig is, zit een deadline. Vanuit mijn demissionaire positie vind ik dat de formerende partijen wel de ruimte moeten hebben om over 2023 te onderhandelen, of na te denken over de modernisering van het systeem voor geneesmiddelenvergoedingen. Ik herken zeker de zorgen van de patiënten, die ook door de Kamer in het debat zijn ingebracht. Ik vind het een heel mooie opdracht die ik van de Kamer meekrijg. Daarom geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 714 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 715 geef ik ook oordeel Kamer. Het is ongelooflijk van belang om met het thema antibiotica en resistentie tegen antibiotica bezig te zijn. Oordeel Kamer dus.

De motie op stuk nr. 716 is van mevrouw Den Haan. Ik heb gisteren contact gehad met mevrouw Sazias, want zij had in een van de laatste weken dat zij Kamerlid was de initiatiefnota ingediend, samen met de heer Veldman en mevrouw Van den Berg. De brief die ik daarover aan de Kamer had gestuurd, heb ik haar ook toegestuurd. Ik heb gisteren met haar gesproken. Ik heb aangegeven dat we met een patiëntengroep te maken hebben die wat meer tijd vraagt in het proces. Naar aanleiding van het gesprek gisteren met mevrouw Sazias, waarbij ook het Zorginstituut aanwezig was, hebben we echter gevraagd waar het Zorginstituut dit verder kan versnellen. Ik heb in de brief aan de Kamer aangegeven dat 2023 wel laat voelt, maar dat we dit ook in stukken opknippen. We willen dit graag versnellen, dus ik geef deze motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 716 was dat.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 717 van mevrouw Den Haan, mevrouw Van der Plas en mevrouw Kuiken over de medicatiebeoordeling geef ik oordeel Kamer. We doen hier onderzoek naar met het Zorginstituut. Dit is een belangrijk onderwerp.

De motie op stuk nr. 718 gaat over het bijhouden van de cijfers van wat we doen. Ik geef deze motie oordeel Kamer.

Over de motie op stuk nr. 719 van mevrouw Van den Berg heb ik een vraag. Ik meen haar goed te beluisteren als zij zegt: ga nou op zoek naar scherpe randvoorwaarden. Maar tegelijkertijd ken ik mevrouw Van den Berg ook zo dat ze tegen me zegt: werp nou geen muur op, want dat is ook niet de bedoeling. Als ik de motie zo mag opvatten — wel scherpe randvoorwaarden, maar geen muur — dan geef ik deze oordeel Kamer.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dat gaan we accepteren. Even terzijde: soms vindt mevrouw Van den Berg het wel fijn dat er een muur wordt opgeworpen, maar ik accepteer de lezing van de minister.

De voorzitter:
Maar deze keer niet. De motie krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 720 is ook van mevrouw Van den Berg. Daarin wordt gevraagd of ik het overzicht voor de behandeling van de begroting van VWS wil toesturen. Dat is niet te realiseren. Ik kan het wel in het eerste kwartaal van 2022 doen. Als ze daarmee akkoord is, geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ik zie mevrouw Van den Berg instemmend knikken. De motie op stuk nr. 720 krijgt dus oordeel Kamer.

Minister Van Ark:
De motie op stuk nr. 721 van mevrouw Maeijer geef ik oordeel Kamer vanuit de gedachte dat we inderdaad bezig zijn met een parallelle procedure tussen het CBG en het Zorginstituut. Dit is ondersteuning van beleid, dus oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 722 van mevrouw Kuiken over een zwaarwegend advies over het geneesmiddelenbeleid geef ik oordeel Kamer.

Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 723.

De motie op stuk nr. 724 van mevrouw De Vries geef ik ook oordeel Kamer.

En kortheidshalve geef ik de motie op stuk nr. 725 van de heer Hijink en mevrouw Paulusma ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
Heb ik goed geteld en hebben alle moties die hier vandaag zijn ingediend dan oordeel Kamer gekregen?

Minister Van Ark:
Dan heb ik iets niet goed gedaan.

De voorzitter:
Ergens in dit tweeminutendebat is dan iets bijzonders gebeurd, maar daar gaan we het een andere keer over hebben.

Minister Van Ark:
Het is niet eens het sportdebat, voorzitter. Wie vertelt het de heer Heerema?

De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar constructieve bijdrage en beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik ga schorsen en dan gaan we zo door met het tweeminutendebat Pakketbeheer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Pakketbeheer

Pakketbeheer

Aan de orde is het tweeminutendebat Pakketbeheer (CD d.d. 30/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het tweeminutendebat Pakketbeheer. Als eerste is het woord aan mevrouw Paulusma van D66.

Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter. Ik heb twee moties vanmiddag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat leefstijlinterventies ziektes kunnen behandelen, klachten van ziektes kunnen verminderen of verergering voorkomen;

overwegende dat voorwaardelijke toegang tot het basispakket kan helpen om nieuwe behandelmethodes te vergoeden en te onderzoeken;

van mening dat dit nog onvoldoende gebeurt voor medische preventie en leefstijlinterventies;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze medische preventie en leefstijlinterventies bij aandoeningen, zoals gericht op voeding of beweging, versneld toegelaten kunnen worden tot het basispakket, bijvoorbeeld met behulp van de systematiek voor voorwaardelijke toelating of een versnelde toelatingsprocedure bij het Zorginstituut, en hierover in gesprek te gaan met het Zorginstituut en de NZa;

verzoekt de regering uiterlijk 1 januari 2022 de Kamer te informeren over de uitkomsten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paulusma, Ellemeet en Kuiken.

Zij krijgt nr. 1110 (29689).

Mevrouw Paulusma (D66):
Dan de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er voor 2021 een enorme toename was van het aantal polissen binnen de zorgverzekering van 55 naar 57 terwijl een daling was beoogd;

constaterende dat de ACM onlangs heeft geconcludeerd dat overstappers vaker gezond, jong, man en hoogopgeleid zijn;

van mening dat het aantal polissen niet bijdraagt aan een overzichtelijk en begrijpelijk aanbod;

verzoekt de regering zo spoedig mogelijk met elke verzekeraar duidelijke resultaatafspraken te maken ten aanzien van het aantal polissen per concern en hoe de zogenoemde kloonpolissen kunnen worden beëindigd;

verzoekt de regering de Kamer hierover dit najaar, voor de begrotingsbehandeling van VWS, te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paulusma en Kuiken.

Zij krijgt nr. 1111 (29689).

Dank. Ik hoor dat er iets gezegd wordt, maar het is goed dat sommige dingen buiten de microfoon worden gezegd. Ik geef het woord aan mevrouw Ellemeet van GroenLinks.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Het is geen clownpolis maar kloonpolis.

De voorzitter:
Kloonpolis. Dat is een goeie. Ik onthoud 'm.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat van een groot deel van de zorg die wordt geleverd niet duidelijk is of deze effectief is;

overwegende dat de kwaliteit van zorg toeneemt als patiënten alleen zorg krijgen die effectief is;

overwegende dat de kosten in de zorg beter worden beheerst als patiënten geen zorg krijgen die niet effectief is;

verzoekt de regering om samen met zorgverleners en patiënten een werkwijze te ontwerpen waarbij alle niet bewezen effectieve zorg altijd in een onderzoeksetting wordt geleverd, om zo beter inzicht te krijgen in welke zorg voor wie effectief is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Van den Berg.

Zij krijgt nr. 1112 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de prijs voor een pruik vaak vele malen hoger ligt dan de vergoeding;

overwegende dat pruiken kankerpatiënten of mensen met aandoeningen waardoor het haar uitvalt, kunnen helpen zich zekerder te laten voelen, en het hen helpt om zo veel mogelijk te blijven deelnemen aan het dagdagelijkse leven;

verzoekt de regering te onderzoeken wat de prijs voor verschillende typen pruiken is en de vergoeding in 2022 voor pruiken gelijk te trekken met de daadwerkelijk gemaakte kosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellemeet.

Zij krijgt nr. 1113 (29689).

Dank u wel, mevrouw Ellemeet. Het woord is aan mevrouw De Vries van de VVD.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer het programma Zinnige Zorg, dat bedoeld is om de collectieve zorguitgaven te beheersen, heeft bekeken;

overwegende dat passende en zinnige zorg belangrijk is en dus niet-gepast gebruik moeten worden geïdentificeerd, net als zorg waarvan het beter is om het niet te doen dan wel die niet bewezen effectief is;

constaterende dat de Algemene Rekenkamer aangeeft dat het Zorginstituut terughoudend is met de inzet van haar bevoegdheden om niet-gepast gebruik van zorg tegen te gaan;

verzoekt de regering om in overleg te gaan met het Zorginstituut om haar bevoegdheden meer en gericht in te zetten voor meer passende en zinnige zorg, en de Tweede Kamer over de uitkomsten van het overleg voor de behandeling van de begroting 2022 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries, Bikker en Paulusma.

Zij krijgt nr. 1114 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Zorginstituut jaarlijks adviseert over het pakket in het kader van de Zorgverzekeringswet;

constaterende dat het wenselijk is dat de zorg, waar mogelijk, thuis en/of digitaal geleverd kan worden en dat dit zorgt voor nieuwe uitdagingen en afwegingen als het gaat om het pakketbeheer;

overwegende dat in 2022 de elektriciteitskosten bij mechanische ademhalingsondersteuning in de thuissituatie worden opgenomen in het pakket en dit een redelijke ad-hocafweging is;

verzoekt de regering aan de hand van de casuïstiek in kaart te brengen welke dilemma's er komen kijken bij de kosten in de thuissituatie in plaats van in een ziekenhuis en op basis daarvan met schetsen te komen voor een toekomstige lijn en/of afwegingskader hiervoor, en de Tweede Kamer daarover voor 1 januari 2022 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Aukje de Vries.

Zij krijgt nr. 1115 (29689).

Dank u wel. Het woord is aan de heer Hijink, SP.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. In het debat hebben wij het gehad over de vergoeding van de pil en andere vormen van anticonceptie. Er was discussie over de vraag of anticonceptie in het basispakket zou moeten of dat het op een andere manier gefinancierd zou moeten worden, zodat het voor iedereen vrij toegankelijk is. Om aan die discussie een einde te maken dien ik de volgende motie in, want daarmee kunnen we het op welke manier dan ook gaan regelen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat anticonceptie momenteel niet gratis beschikbaar is voor vrouwen van 21 jaar en ouder;

van mening dat de gewenste vorm van anticonceptie voor iedereen in Nederland beschikbaar moet zijn;

van mening dat seksuele gezondheid een groot goed is;

van mening dat zelfbeschikking bij gezinsvorming en zwangerschap voorop moet staan;

van mening dat de toegankelijkheid van anticonceptie zeer belangrijk is;

verzoekt de regering om anticonceptie met publieke middelen te vergoeden, waardoor iedereen anticonceptie gratis mee krijgt bij de apotheek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hijink, Ellemeet en Kuiken.

Zij krijgt nr. 1116 (29689).

Wilt u meetekenen, mevrouw Agema? Is dat uw vraag?

Mevrouw Agema (PVV):
Het is niet een vraag die ik al gesteld heb.

De voorzitter:
Nee, maar ik sta überhaupt geen vragen toe. Ik ben heel streng.

Mevrouw Agema (PVV):
Maar wij willen wel weten of wij voor kunnen gaan stemmen of niet en dat is afhankelijk van wat het gaat kosten. Dit gaat om anticonceptie voor mannen, vrouwen: pillen, spiralen, enzovoort. Heeft de heer Hijink enig idee van wat dit gaat kosten?

De heer Hijink (SP):
Anticonceptie wordt nu betaald door vrouwen zelf. Ik weet niet wat het totale bedrag is. Het is gewoon vestzak-broekzak. Nu wordt anticonceptie betaald door vrouwen die er gebruik van maken en de pil niet vergoed krijgen. Die moeten of een aanvullende verzekering afsluiten of het helemaal uit eigen zak betalen. Uiteindelijk gaan de kosten dus niet omhoog. We gaan alleen de kosten eerlijker verdelen, doordat mannen en vrouwen gaan meebetalen aan de rekening. Dat lijkt ons heel eerlijk, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Van den Berg van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ook op andere momenten hebben wij gezegd dat wij het heel belangrijk vinden dat de inwoners betrokken worden bij de ontwikkelingen in de zorg. Daarover gaat onze eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij het opstellen van regiobeelden die de zorgbehoefte in kaart brengen en daarna regiovisies inwoners en burgerinitiatieven als Zorg Zoals de Westfries het Wil niet betrokken worden;

overwegende dat als inwoners betrokken worden, plannen op meer draagvlak kunnen rekenen;

verzoekt de regering te borgen dat inwoners actief worden betrokken bij het opstellen van regiobeelden dan wel regiovisies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 1117 (29689).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dan de tweede motie. Wij stimuleren dat er meer zorg van de tweede lijn naar de eerste lijn gaat. De huisarts in de eerste lijn valt niet onder het eigen risico. Wij willen graag weten wat deze ontwikkeling betekent voor de ontwikkeling van het eigen risico bij de huisarts.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er substitutie van zorg plaatsvindt van de tweede naar de eerste lijn om de zorg op de lange termijn betaalbaar te houden;

verzoekt de regering verschillende scenario's uit te werken over de ontwikkeling en de toepassing van het eigen risico bij substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.

Zij krijgt nr. 1118 (29689).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Mevrouw Agema, PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het is niet oké dat verzekeraars voor een hersteloperatie blootfoto's vragen aan een vrouw die borstkanker heeft doorgemaakt of aan iemand die brandwonden heeft. Ik vind dat ze dat maar op een andere manier moeten doen als ze dingen willen controleren. Ze zoeken dan maar een andere weg dan blootfoto's. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de vergoeding van hersteloperaties in het kader van verminkingen na doorgemaakte kanker, brandwonden, een ongeluk of andere ziekte onder het basispakket vallen en zorgverzekeraars hier geen extra voorwaarden aan mogen te stellen;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat zorgverzekeraars geen blootfoto's meer verlangen van verzekerden bij hersteloperaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Agema, Kuiken, Kuzu, Pouw-Verweij, Van der Plas, Den Haan, Hijink, Bikker, Van Haga, Van den Berg, Van der Staaij, Paulusma, Ellemeet en Gündoğan.

Zij krijgt nr. 1119 (29689).

Mevrouw Agema (PVV):
Deze motie is ondertekend door de leden Kuiken, Kuzu, Pouw-Verweij, Van der Plas, Den Haan, Hijink, Bikker, Van Haga, Van den Berg, Van der Staaij, Paulusma, Ellemeet en Gündoğan. Dat zijn veertien van de achttien fracties, maar mochten de andere vier fracties ook willen meetekenen, dan zijn ze van harte welkom.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Agema. Tot slot mevrouw Kuiken, PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dank, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat eerder al werd aangetoond dat siliconenborstimplantaten kunnen leiden tot ernstige gezondheidsschade;

verzoekt de regering €300.000 ter beschikking te stellen voor vervolgonderzoek door de Radboud Universiteit naar celschade als gevolg van siliconenimplantaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken.

Zij krijgt nr. 1120 (29689).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Dit was mijn laatste motie hier in dit huis. Ik maak toch even van de gelegenheid gebruik. Ik heb hier vijftien jaar rond gehobbeld. Ik kwam vanochtend binnen en zag de foto van de bode die de laatste dag van de scheurkalender aftrok en werd toch al licht emotioneel. Ik denk dat dit voor ons allemaal een hele rare en bijzondere dag is. Ik ga dit huis ontzettend missen. Het wordt ook weer mooi op de andere plek, maar: jongens, wat hebben we hier veel meegemaakt! Gelachen, gehuild, alles gedeeld. En nu op naar een volgende, een nieuwe geschiedenis die we met elkaar gaan schrijven.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank, mevrouw Kuiken, voor uw mooie woorden. Het is inderdaad een hele bijzondere dag. Kunt u nog uw motie hier inleveren? Dan nemen we haar mee. Ze is met haar hoofd al bij heel andere dingen.

Ik zou u even een tussenstand willen doorgeven. Dat is misschien ook leuk op deze bijzondere dag. Er zijn al 140 moties ingediend vandaag. Slechts 140, dus u doet uw naam eer aan. In dit tweeminutendebat zijn het er alweer 11 die daar nog bij komen. Tel uit je winst, het wordt een mooie stemming vanavond.

Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De minister neemt nog even een slokje en gaat ons dan voorzien van oordelen bij de ingediende moties. Ik geef het woord aan de minister.

Minister Van Ark:
Voorzitter. Dat zal ik doen. Ik begin met uiteraard dankzegging aan de Kamer voor het debat en de ingediende moties.

De motie op stuk nr. 1110 van mevrouw Paulusma, mevrouw Ellemeet en mevrouw Kuiken geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1111 van mevrouw Paulusma en mevrouw Kuiken ontraad ik, hoewel ik natuurlijk wel hecht aan een overzichtelijk polisaanbod. Maar het maken van resultaatafspraken met verzekeraars over de polismarkt, die een vrije markt is, valt niet onder mijn bevoegdheid, dus die motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 1112 van mevrouw Ellemeet en mevrouw Van den Berg geef ik oordeel Kamer. Daarbij moet wel aangetekend worden dat het een traject van lange adem is. Ook het nieuwe kabinet zal keuzes moeten maken. De considerans gaat over het bestaande verzekerde pakket. Ik pak die handschoen graag op.

De motie op stuk nr. 1113 van mevrouw Ellemeet ontraad ik, omdat die raakt aan een bredere vraag. Waar wil je bijbetalingen accepteren en waar niet? We laten wel een onderzoek uitvoeren door Nivel naar de stapeling van eigen betalingen voor hulpmiddelengebruikers, waarin we ook aandacht besteden aan pruiken. Maar ik wil de uitkomsten van het onderzoek afwachten en daarom ontraad ik deze motie. Dat is ook aan een nieuw kabinet.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1114 van mevrouw De Vries, mevrouw Bikker en mevrouw Paulusma geef ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1115 van mevrouw De Vries geef ik ook oordeel Kamer. Ik denk dat het goed is — maar dat hebben we ook tijdens het commissiedebat al aangegeven, dus ik zal er niet heel diep meer op ingaan — en dat het wel belangrijk is om te kijken hoe je met die kosten omgaat.

De motie op stuk nr. 1116 van de heer Hijink over anticonceptie ontraad ik. Ik vind dat dit onderwerp op de formatietafel ligt. De kosten zijn naar schatting tussen de 25 miljoen en de 60 miljoen euro. Ik verwijs naar de brief die ik heb gestuurd aan de Kamer over alternatieven voor het pakket als je praat over collectieve financiering, maar deze motie ontraad ik.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1117 van mevrouw Van den Berg over het betrekken van inwoners bij de regiobeelden geef ik oordeel Kamer.

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 1118 van mevrouw Van den Berg over de substitutie van de tweede naar de eerste lijn.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 1119 van mevrouw Agema. Daar wil ik even iets langer bij stilstaan, want ik ben naar aanleiding van het debat nog eens even goed in de regelgeving gedoken. Ik zal ook maar eerlijk zeggen: het zat me gewoon niet lekker. Wat doen we nu wel en wat doen we nu niet? Wat mag een verzekeraar wel of niet? Als er sprake is van een reconstructie, bijvoorbeeld bij een kankerbehandeling, omdat die onderdeel is van een grotere behandeling, dan checkt de verzekeraar niet. De reconstructie is dan onderdeel van het leveren van de zorg. Foto's zijn dan überhaupt niet aan de orde. Als iemand niet tevreden is over de reconstructie of daar vragen over heeft, dan heeft de zorgverzekeraar, ook als poortwachter van de zorgverzekering, wel de verantwoordelijkheid en de taak om te checken: is dit cosmetisch of niet? Maar dat is dus niet in eerste instantie. Ik ben het eens met mevrouw Agema, die daar aandacht voor heeft gevraagd in het debat en die daar ook breed de Kamer achter zich vindt: dat moet dan niet via een blootfoto. Daarom geef ik deze motie oordeel Kamer.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 1120 van mevrouw Kuiken ontraad ik. Het onderzoek loopt via ZonMw. We hebben afspraken over en spelregels voor hoe daarmee om te gaan. Het is niet aan mij om hier specifieke onderzoeksmiddelen toe te wijzen, maar ik ga wel in overleg met ZonMw kijken wat de mogelijkheden zijn.

De voorzitter:
Ik dank … O, er is nog een vraag? Nee. Ik dank de minister voor haar zorgvuldige en snelle beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Raad Buitenlandse Zaken

Raad Buitenlandse Zaken

Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken (CD 08/07).

De voorzitter:
Ik hervat de vergadering. Aan de orde is een tweeminutendebat over de Raad Buitenlandse Zaken met als eerste spreker de heer Jasper van Dijk van de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. Ik ben geen sentimenteel type, maar het feit dat dit de laatste keer is dat ik hier mag staan vandaag in dit gebouw, na vijftien jaar Kamerlidmaatschap, doet me toch wel wat.

Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse pensioenfondsen beleggen in bedrijven die actief zijn in de illegale nederzettingen in bezet Palestijns gebied;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met deze beleggers om erop aan te dringen deze investeringen terug te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 2379 (21501-02).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat afgelopen jaren honderdduizenden mensen zijn overleden in Jemen, als gevolg van het oorlogsgeweld, maar ook omdat in het land door de strijdende partijen honger als wapen wordt ingezet;

overwegende dat de Kamer uitspreekt dat deze verantwoordelijken voor de inzet van honger in Jemen aangepakt dienen te worden;

verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken om in EU-verband te komen tot maatregelen tegen de verantwoordelijken voor de inzet van honger in Jemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 2380 (21501-02).

De heer Jasper van Dijk (SP):
Tot slot kan ik u melden dat mevrouw Piri straks met een mooie motie zal komen inzake de Afghaanse tolken, die ik medeondertekende.

De voorzitter:
Dank aan de heer Jasper van Dijk. Er zijn al vele andere collega's die weemoedige woorden hebben gesproken vandaag. U bent zeker niet de enige.

De heer Kuzu, DENK, aan u het woord. Gaat uw gang.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Na negen jaar hier te hebben gestaan … Nee, ik stop er direct mee. Het is te vaak gebeurd vandaag volgens mij, maar het doet me natuurlijk wel wat.

Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Myanmarese junta zich schuldig heeft gemaakt aan mensenrechtenschendingen jegens de Rohingya;

constaterende dat de Myanmarese junta per 1 februari een staatsgreep heeft gepleegd, zichzelf met geweld in stand houdt en niemand van de oppositie spaart;

van mening dat het van belang is om de economische structuren die de Myanmarese junta in staat stelt om zichzelf te verrijken en hun kwaadaardige activiteiten door te zetten, te stoppen;

verzoekt de regering om tijdens de aankomende Raad Buitenlandse Zaken steun te vergaren voor internationale sancties, zoals het bevriezen van tegoeden en het verbieden van samenwerking, tegen economische entiteiten die aantoonbaar gelieerd zijn aan het Myanmarese leger, zoals de Myanmar Economic Corporation en Myanma Economic Holdings Limited;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Piri.

Zij krijgt nr. 2381 (21501-02).

De heer Kuzu (DENK):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat landen zoals Rusland en China door middel van het beschikbaar stellen van vaccinaties aan landen in Latijns-Amerika en Afrika vergaande invloed proberen te vergaren in het geopolitieke speelveld;

overwegende dat daarmee voornamelijk in het postpandemietijdperk de invloedssferen van deze landen vergroot kunnen worden;

overwegende dat Nederland een van de koplopers is in het doneren van vaccinaties aan landen zoals Suriname en Indonesië, maar ook aan het COVAX-programma, maar dat tal van andere lidstaten hier niet aan bijdragen;

van mening dat de Europese Unie zich bewuster moet opstellen van de dreiging van het verliezen van de slag om de zogenaamde vaccinatiediplomatie;

verzoekt de regering om tijdens de volgende Raad Buitenlandse Zaken zo veel mogelijk lidstaten te bewegen om een strategie op te stellen tegen de vaccinatiediplomatie waarmee Rusland en China hun invloedssfeer proberen te vergroten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu.

Zij krijgt nr. 2382 (21501-02).

De heer Kuzu (DENK):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Brekelmans, VVD. Gaat uw gang.

De heer Brekelmans (VVD):
Dank, voorzitter. We staan aan de rand van de zomermaanden, maar voor de VVD zijn er drie uitdagingen in de buitenlandpolitiek waarop onze aandacht niet mag verslappen. Dat zijn: één, het verminderen van onze strategische afhankelijkheden van China, twee, het vinden van tegenmaatregelen tegen digitale aanvallen van Russische hackersgroepen en, drie, het voorbereiden van aanvullende sancties tegen Wit-Rusland, zeker nu ze migranten laten overvliegen uit Irak en deze inzetten als drukmiddel tegen de EU. Om het kabinet aan te sporen om op deze drie punten actie te ondernemen, dien ik de volgende drie moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU voor diverse zeldzame grondstoffen, essentiële producten en sleuteltechnologieën in hoge mate afhankelijk is van China;

constaterende dat China een agressieve strategie voert om zo snel mogelijk zelfvoorzienend te worden en afhankelijkheden van het Westen te verminderen;

overwegende dat er op nationaal en Europees niveau diverse initiatieven zijn om strategische afhankelijkheden te verminderen;

van mening dat deze initiatieven niet genoeg urgentie bevatten en dat versnelling noodzakelijk is om de strategische afhankelijkheden van China te verminderen;

verzoekt de regering te inventariseren welke opties er zijn om de afname in strategische afhankelijkheden van China te versnellen, en de Kamer kort na het zomerreces over deze versnellingsopties te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Brekelmans.

Zij krijgt nr. 2383 (21501-02).

De heer Brekelmans (VVD):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Russische hackersgroepen grote ransomwareaanvallen uitvoeren op westerse bedrijven en instellingen;

constaterende dat deze hackersgroepen onvoldoende worden aangepakt door de Russische overheid en mogelijk zelfs worden beschermd;

overwegende dat het juridisch ingewikkeld is om een staat aansprakelijk te stellen voor het handelen van private actoren;

verzoekt de regering te inventariseren welke tegenmaatregelen (op het terrein van diplomatie en cyber) er mogelijk zijn tegen Rusland voor ransomwareaanvallen van hackersgroepen, hierbij eventuele belemmeringen en oplossingen aan te geven, en de Kamer hierover kort na het zomerreces te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Brekelmans en Agnes Mulder.

Zij krijgt nr. 2384 (21501-02).

De heer Brekelmans (VVD):
Tot slot, de derde motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Wit-Rusland migranten laat overvliegen uit diverse landen, met name Irak, en hen vervolgens over de grens van EU-lidstaat Litouwen zet om asiel aan te vragen;

van mening dat het inzetten van migranten als drukmiddel een onacceptabele provocatie van Wit-Rusland vormt na het onlangs door de EU ingevoerde sanctiepakket;

constaterende dat het ongeveer een maand tijd heeft gekost voor de EU om het vorige sanctiepakket op stellen;

overwegende dat een duidelijke escalatieladder met sancties ontbreekt om verdere provocaties van Wit-Rusland te ontmoedigen;

verzoekt de regering binnen de EU te pleiten voor het voorbereiden van een aanvullend sanctiepakket tegen Wit-Rusland om verdere provocaties te ontmoedigen en deze snel in te kunnen zetten bij verdere provocaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Brekelmans.

Zij krijgt nr. 2385 (21501-02).

Dank u wel. Dan kijk ik naar mevrouw Piri, PvdA.

Mevrouw Piri (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de veiligheidssituatie in Afghanistan in rap tempo verslechtert;

constaterende dat ruim 80 aanvragen van Afghaanse tolken nog in behandeling zijn terwijl zij nog in Afghanistan verblijven;

verzoekt de regering zo snel mogelijk reisvisa te verstrekken aan de resterende tolken en hun gezinnen die in aanmerking komen voor de tolkenregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Jasper van Dijk, Belhaj, Van der Lee en Kuzu.

Zij krijgt nr. 2386 (21501-02).

Mevrouw Piri (PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de kant van de Kamer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Per abuis stond de heer De Roon niet op de sprekerslijst. Dat ga ik herstellen. Ik geef hem bij dezen alsnog het woord, zodat hij ook kan bijdragen aan de motiehoeveelheid van vandaag. Het zijn er al meer dan 150, kan ik u vertellen. Aan u het woord.

De heer De Roon (PVV):
Ik ga u geruststellen: ik ga dat niet doen. Maar ik ga wel wat zeggen hier, namelijk het volgende.

In september 2021 hebben de Verenigde Naties de conferentie Durban IV op de rol staan. Nou had Nederland de voorgaande conferenties Durban II in 2009 en Durban III in 2011 al geboycot wegens het virulente antisemitisme en de Israëlhaat op deze bijeenkomsten. Het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië, de Verenigde Staten, Israël en Algerije hebben al aangegeven: wij gaan om die reden niet naar die Durban IV-conferentie dit najaar. Ik had de minister een paar weken geleden gevraagd om ook Nederland daar niet naartoe te laten gaan. Gelukkig kregen we gisteren aan het einde van de dag een brief van de minister: Nederland gaat inderdaad niet naar die Durban IV-conferentie, om diezelfde redenen. Ze heeft het vandaag ook bevestigd in het debat. Ik denk dat dat het enige juiste besluit is. Het is verstandig om ver te blijven van de anti-Joodse en anti-Israëlstemming die die Durbansessies, die -bijeenkomsten, kenmerkt.

Een ander punt is nog dat de geharde islamist en massamoordenaar Ebrahim Raisi de nieuwe president van Iran is geworden. Hij is als lid van de doodscommissie verantwoordelijk voor de executie van duizenden Iraanse burgers. Ik heb de minister gevraagd om de bewindslieden verre te houden van deze man. De minister heeft vandaag — ik vat het in mijn eigen woorden samen — gezegd dat de regering geen contacten heeft met deze man en ook geen plannen daartoe heeft. Ik vraag de minister om dat vooral vol te houden. Ik vraag de minister hier ook of ze haar collega's in de Raad Buitenlandse Zaken ervan wil proberen te overtuigen om eenzelfde standpunt in te nemen, want het is natuurlijk perfect als binnen de EU één lijn kan worden getrokken.

Voorzitter. Het is goed om vandaag, op de laatste dag van een Buitenlandse Zakenvergadering in dit gebouw, te kunnen constateren dat de regering op het terrein van Buitenlandse Zaken twee moreel juiste besluiten heeft genomen. We weten allemaal dat dat niet eenvoudig is, want zeker op het terrein van Buitenlandse Zaken is er een spanningsveld tussen wat ideaal is en wat reëel is. Hier staan we met beide besluiten in ieder geval aan de kant van het ideale.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij naar de minister voor haar beoordeling van de moties. Aan u het woord.

Minister Kaag:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De motie op stuk nr. 2379 van de heer Van Dijk: als ik de motie zo lees dat dit een voorzetting is van al bestaand beleid voor wat betreft internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, waarbij het kabinet bedrijven oproept om zich te houden aan de richtlijnen en de eisen die door het kabinet maar ook op Europees niveau worden gesteld, dan zal ik zeker weer in gesprek gaan met deze beleggers om hen te wijzen op de imvo- en de OESO-richtlijnen. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 2380 van de heer Van Dijk: ook oordeel Kamer. Het vloeit ook voort uit de inzet van het kabinet. Zie ook de VN-resolutie op Nederlands initiatief betreffende conflict en honger die is aangenomen. Ook wordt sinds een aantal jaren werk verzet in de Mensenrechtenraad door de groep van experts betreffende de situatie in Jemen. We zullen dit actief meenemen; het is zeer belangrijk.

De motie op stuk nr. 2381 van de heer Kuzu en mevrouw Piri geef ik ook oordeel Kamer. Het is een belangrijk signaal. Wij gaan daarmee aan de slag. We moeten de situatie in Myanmar zo veel mogelijk zien te kantelen. Dat doen we natuurlijk ook juist door middel van sancties tegen bedrijven die aan de junta gelieerd zijn.

De motie op stuk nr. 2382 van de heer Kuzu ontraad ik, want wij zetten in op internationale beschikbaarheid van vaccins door middel van financiering, door het vergroten van de productie en ook door onze opstelling in de Wereldhandelsorganisatie. Maar het is geen concurrentie. Vanuit een contrastrategie zouden we ook landen de mogelijkheid ontnemen om zich te laten vaccineren. Uiteindelijk willen we dat de zwakste schakel ook wordt versterkt. Als landen ervoor kiezen Chinese of Russische vaccins te nemen, dan is dat aan hen. Ik denk dat wij moeten inzetten op een zo groot mogelijke beschikbaarheid van vaccins en daar zijn nog wat meters te maken.

De motie op stuk nr. 2383 van de heer Brekelmans geef ik oordeel Kamer. Na het reces informeert het kabinet uw Kamer of versnelling nodig is en welke opties er zijn voor versnelling.

In de motie op stuk nr. 2384 van meneer Brekelmans en mevrouw Mulder wordt gesteld dat Russische hackgroepen achter de ransomewareaanvallen van het afgelopen weekend zaten, en ook in het verleden. Op dit moment kunnen we dit niet met zekerheid vaststellen. We kunnen ook niet de link leggen met een statelijke actor, dat hebben we vanochtend ook besproken in het commissiedebat. Maar we zijn niet tandeloos, dit om de heer Brekelmans gerust te stellen. Er is een cybersanctieregime en cyberdiplomatie hoort er ook bij. Wij gaan erachteraan, maar gezien het dictum moet ik de motie ontraden.

De motie-Brekelmans op stuk nr. 2385 beschouw ik als een aanmoediging van het kabinetsbeleid. Ik geef deze oordeel Kamer. Er is in feite een escalatieladder, want we werken alweer aan het vijfde sanctiepakket, zoals vanochtend besproken. Ik zal de Kamer zo snel mogelijk informeren, ook tijdens het reces, wanneer dat aan de orde is. Ik begrijp de oproep van de heer Brekelmans om te handelen in anticipatie — helaas — van verdere ontregelende acties van Loekasjenko.

De voorzitter:
Er is een vraag van de heer Brekelmans over de motie op stuk nr. 2384.

De heer Brekelmans (VVD):
Dat klopt. Ik begrijp de ingewikkeldheid, omdat niet officieel is vastgesteld dat Rusland erachter zit. Als we de verwijzing naar Rusland zouden weghalen en in algemene zin spreken over hackersgroepen en in het dictum "tegen Rusland" weghalen, dus meer in algemene zin, zou de motie dan wel oordeel Kamer kunnen krijgen?

Minister Kaag:
Als ik de motie zo mag interpreteren dat u vraagt om te inventariseren of tegenmaatregelen tegen niet-statelijke actoren mogelijk zijn en, zo ja, wat dat dan behelst, dan kan het antwoord aan het eind van het reces ook zijn dat er niets mogelijk is, want dat heb ik nu gezegd. Ik vind het altijd goed om te kijken wat er nodig is, om de 360 te doen, zoals ze dat noemen, vanuit het oogpunt van veiligheid en inderdaad de toekomst.

De voorzitter:
Maar dan moet de heer Brekelmans een gewijzigde motie indienen, gezien de wijziging in het dictum, en dan krijgt deze oordeel Kamer.

De heer Brekelmans (VVD):
Ja, dat zal ik doen.

De voorzitter:
De motie-Brekelmans/Agnes Mulder (21501-02, nr. 2384) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat hackersgroepen grote ransomwareaanvallen uitvoeren op westerse bedrijven en instellingen;

constaterende dat deze hackersgroepen onvoldoende worden aangepakt door de verantwoordelijke statelijke actor en mogelijk zelfs worden beschermd;

overwegende dat het juridisch ingewikkeld is om een staat aansprakelijk te stellen voor het handelen van private actoren;

verzoekt de regering te inventariseren of en welke tegenmaatregelen (op het terrein van diplomatie en cyber) er mogelijk zijn voor ransomwareaanvallen van hackersgroepen, hierbij eventuele belemmeringen en oplossingen aan te geven, en de Kamer hierover kort na het zomerreces te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 2387, was nr. 2384 (21502-02).

Minister Kaag:
De laatste motie, op stuk nr. 2386, ondertekend door mevrouw Piri, de heer Van Dijk, mevrouw Belhaj, de heer Van der Lee en de heer Kuzu, geef ik gaarne oordeel Kamer. Ik onderstreep nogmaals ook dat het kabinet dit zo snel mogelijk wil afronden, in het kader van de veiligheid. Wij zijn ook dankbaar richting de mensen die zoveel belangrijk werk voor Nederland en hun eigen land hebben verricht.

Veel dank aan u, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank aan u voor uw snelle beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over deze moties zal ook vanavond worden gestemd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Verkeersveiligheid (CD d.d. 01/06).

De voorzitter:
Hartelijk welkom aan de minister. Wij zijn heel goed bezig met z'n allen. We hebben al ruim 150 moties ingediend, dus het wordt een lange zit vanavond. Daar gaat u ongetwijfeld weer een bijdrage aan leveren in dit tweeminutendebat over Verkeersveiligheid. De eerste spreker is de heer Geurts van het CDA.

De heer Geurts (CDA):
Ik heb wel drie bijdragen, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zelfs in het coronajaar 2020 er 610 verkeersdoden vielen en het aantal ernstige verkeersgewonden al jaren boven de 20.000 ligt;

constaterende dat Nederland als ambitie heeft om nul verkeersslachtoffers te hebben in 2050;

overwegende dat zowel de Europese Unie als de Verenigde Naties streven naar een halvering van het aantal verkeersslachtoffers in 2030 ten opzichte van 2020;

overwegende dat de SWOV aangeeft dat landen met een concrete verkeersveiligheidsdoelstelling betere verkeersveiligheidswinst boeken;

verzoekt de regering de tussendoelstelling te hanteren om in 2030 een halvering van het aantal verkeersslachtoffers te bewerkstelligen en de Kamer voor het volgende commissiedebat Verkeersveiligheid te informeren over de precieze vormgeving en invulling van deze doelstelling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts.

Zij krijgt nr. 946 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wegverkeer en de scheepvaart bij de Haringvlietbrug forse beperkingen worden opgelegd omwille van de veiligheid;

overwegende dat de verlaging van de maximumsnelheid naar 50 km/u en sluiting van een rijbaan ingrijpende gevolgen hebben voor het bedrijfsleven, werknemers, scholieren en vakantieverkeer in de regio;

verzoekt de regering om bij een monitoring te bezien of het mogelijk is de maatregelen voor het wegverkeer te verlichten, bijvoorbeeld met maatwerk in de spits, uitzonderingen voor hulpdiensten en het ov of trajectcontrole, binnen de grenzen van wat veilig mogelijk is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Peter de Groot.

Zij krijgt nr. 947 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een ruime Kamermeerderheid de motie-De Pater-Postma c.s. (35300-XII, nr. 54) heeft gesteund over het waar mogelijk standaard aangeven van de maximumsnelheid op de matrixborden;

overwegende dat uit onderzoek blijkt dat 73,5% van de respondenten het een goed tot een heel goed idee vindt;

overwegende dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat wil afzien van een toegezegde pilottraject;

overwegende dat het systeem al wordt toegepast op bijvoorbeeld de ringweg A10 in Amsterdam Nieuw-West en de Tweede Kamer pas een goed oordeel kan vellen als alle onderzoeken zijn afgerond;

verzoekt de regering alsnog een pilottraject betreffende de maximumsnelheid op matrixborden uit te voeren op het moment dat het verkeersbeeld representatief genoeg is, en de Kamer over de resultaten in de praktijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Geurts.

Zij krijgt nr. 948 (29398).

De heer Geurts (CDA):
Tot zover.

De voorzitter:
Dank aan de heer Geurts.

Dan is nu het woord aan mevrouw Hagen. Nee, haar spreektijd was nul minuten. Excuses. De heer Madlener zie ik niet.

De heer Peter de Groot, VVD. Aan u het woord.

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. In het commissiedebat van begin juni stonden wij stil bij het vreselijke ongeval op de N34. Afgelopen week was het weer raak en zijn we opgeschrikt door onder andere het dodelijke ongeval van een motoragent in Waalhaven. Allereerst wil ik mijn steun betuigen aan de nabestaanden. Het geeft steeds weer aan dat verkeersveiligheid niet vanzelfsprekend is en dat we overtreders hard moeten aanpakken. Ik heb daar al eerder aandacht voor gevraagd. In het geval van deze motoragent zal ik samen mevrouw Michon-Derkzen vragen stellen om helder te krijgen hoe deze bestuurder bij herhaling ongevallen kan veroorzaken.

Verder heb ik in het commissiedebat en in eerdere schriftelijke vragen aandacht gevraagd voor het oplopend aantal verkeerslachtoffers onder fietsers. Daarover heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in 2020 229 fietsers omkwamen in het verkeer, 26 meer dan in 2019, dat een veelvoud aan fietsongevallen plaatsvindt en dat dit niet bijdraagt aan de ambities uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid;

overwegende dat onder deze fietsers steeds meer e-bikers zijn en dit de komende jaren zal toenemen;

overwegende dat het landelijk programma Doortrappen en de communicatiecampagne "Een ervaren rijder, kan risico's mijden" voornamelijk zijn gericht op bestuurders van (elektrische) fietsen;

overwegende dat ook andere verkeersdeelnemers, zoals automobilisten, (brom)fietsers en voetgangers, betrokken zijn bij verkeersongelukken met fietsers op bijvoorbeeld een e-bike;

overwegende dat de e-bike specifieke eigenschappen kent, zoals een hoge snelheid in combinatie met weinig geluid, die overige verkeersdeelnemers vragen anders te reageren op de e-bike;

verzoekt de regering om samen met de fietsersbond, fietsleveranciers en andere stakeholders te onderzoeken welke invloed andere weggebruikers hebben op de veiligheid van fietsers in het algemeen en e-bikers in het bijzonder, en hierover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot en Geurts.

Zij krijgt nr. 949 (29398).

De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank.

De heer Grinwis, ChristenUnie. Aan u het woord.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Iedere keer als we over verkeersveiligheid spreken, staat er wel een ernstig ongeluk op ons netvlies, zoals collega De Groot net ook zei. Dat was bij ons commissiedebat het geval met het ongeluk op de N34, en nu opnieuw. Terugdenkend: ik kom uit een gebied zonder grote snelwegen, maar met veel N-wegen en veel rijks-N-wegen. Die wegen stonden in de regio al snel bekend als dodenwegen. Er is sinds de tijd dat ik echt jong was veel gebeurd, maar nog steeds niet genoeg. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat slechts 6% van het Nederlandse weggennet uit N-wegen bestaat, maar dat deze wegen het meer dan drievoudige aandeel aan dodelijke slachtoffers kosten;

constaterende dat via het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid reeds geïnvesteerd is in de verkeersveiligheid van provinciale N-wegen;

overwegende dat de verkeersveiligheid op verschillende rijks-N-wegen in diverse regio's, zoals de N33, N36, N48, N57 en de N59, onder druk staat;

overwegende dat het kabinet in de Brede maatschappelijke heroverwegingen een beleidsoptie heeft aangegeven om bestaande veiligheidsknelpunten op onder meer rijks-N-wegen op te lossen door middel van gescheiden rijbanen en veilige berminrichting, waarvoor tot 2030 20 miljoen euro per jaar aanvullende middelen benodigd zijn;

verzoekt de regering om vooruitlopend op een besluit over het toekennen van aanvullende middelen een stappenplan verkeersveiligheid rijks-N-wegen uit te werken, met daarin een geprioriteerde lijst van gevaarlijke knelpunten die het eerst aangepakt zouden moeten worden, en dit voor de begrotingsbehandeling aan de Kamer te verstrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Stoffer.

Zij krijgt nr. 950 (29398).

Dank. Tot slot is het woord aan de heer Alkaya van de SP.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een goed debat gehad, ook met de minister van Justitie, die er nu helaas niet bij is. Hij speelt natuurlijk ook een belangrijke rol in het bevorderen van de verkeersveiligheid. We hebben het met hem onder andere gehad over de capaciteit bij de politie. Op basis daarvan heb ik een motie. De aanleiding van de motie is ook een andere. Mijn partijgenoot Michiel van Nispen heeft namelijk hierover gesproken met de minister van Sport. Die minister heeft ons verwezen naar de minister van Justitie, die er dus vandaag helaas niet bij is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wielerwegwedstrijden onder druk staan, omdat er een capaciteitsgebrek is bij de politie waardoor er onvoldoende motoragenten beschikbaar zijn;

van mening dat tekorten bij de politie er niet toe zouden moeten leiden dat wielerwegwedstrijden ingekort of geannuleerd dreigen te worden;

constaterende dat er al diverse onderzoeken zijn uitgevoerd en er besprekingen zijn geweest om alternatieve oplossingen te bedenken, bijvoorbeeld door het inzetten van goed opgeleide, gecertificeerde burgermotorverkeersregelaars die de politie-inzet bij de begeleiding van wedstrijden gedeeltelijk of zelfs grotendeels kunnen verminderen;

verzoekt de regering hier een oplossing voor te vinden, bijvoorbeeld door een wijziging van de Wegenverkeerswet te overwegen voor de langere termijn en voor de korte termijn te bezien of een gereguleerde pilot uitkomst kan bieden, zodat gebrek aan politie-motorondersteuning bij wielerwedstrijden er niet toe hoeft te leiden dat wedstrijden geannuleerd hoeven te worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Alkaya en Rudmer Heerema.

Zij krijgt nr. 951 (29398).

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de kant van de Kamer. Ik schors voor enkele ogenblikken. Daarna gaan we luisteren naar de inbreng van de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen vragen meer genoteerd, dus ik zal alleen de moties even langslopen. De motie op stuk nr. 946 is van de hand van de heer Geurts. Daarin wordt de regering verzocht om een tussendoelstelling te hanteren in 2020 om een halvering van het aantal verkeersslachtoffers te bewerkstelligen. Hoewel ik deze motie zeer sympathiek vind, moet ik haar toch ontraden, want het is natuurlijk aan een nieuw kabinet om nieuwe doelstellingen voor verkeersveiligheidsbeleid en, überhaupt, ander beleid vast te stellen. Ik kan daar geen voorschot op nemen. Dat is de reden dat ik deze motie ontraad, ondanks dat ik natuurlijk zeer meevoel met de bedoeling die de heer Geurts hiermee heeft.

De motie op stuk nr. 947 is ook van de heer Geurts. Daarin wordt de regering verzocht om bij een monitoring te bezien of het mogelijk is de maatregelen voor het wegverkeer te verlichten, bijvoorbeeld met maatwerk in de spits, uitzonderingen voor hulpdiensten en het ov, of trajectcontrole, binnen de grenzen van wat veilig mogelijk is. Dat gaat dan over de Haringvlietbrug. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 948 van de heer Geurts, waarin de regering wordt verzocht om een pilottraject betreffende de maximumsnelheid op matrixborden toch uit te voeren. Die motie wil ik ontraden. Gezien de expertise van de hoogleraren en de gerenommeerde status van de universiteiten en onderzoeksinstituten voel ik mij er als minister niet senang bij om ertegen in te gaan als zij zeggen dat de verkeersveiligheid hier niet mee gediend is. Dat is de reden dat ik deze motie ontraad.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 949, van de hand van de heer De Groot. Daarin wordt de regering verzocht om samen met de Fietsersbond, fietsleveranciers en andere stakeholders te onderzoeken welke invloed andere weggebruikers hebben op de veiligheid van fietsers in het algemeen en e-bikers in het bijzonder. Dit is een waardevolle aanvulling op het beleid dat we in gang hebben gezet, dus deze motie kan ik ook oordeel Kamer geven.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 950, van de hand van de heer Grinwis. Daarin wordt de regering verzocht om, vooruitlopend op, geen besluit te nemen maar verder in kaart te brengen wat een prioritering zou kunnen zijn bij de rijks-N-wegen ten aanzien van gevaarlijke knelpunten. Daar kan ik me ook in vinden, dus ik laat deze motie aan het oordeel van de Kamer.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 951, van de heer Alkaya, die hij samen met de heer Heerema heeft ingediend. Die motie heeft betrekking op de wielerwegwedstrijden. De regering wordt verzocht om een oplossing te vinden, onder andere door een wijziging van de Wegenverkeerswet te overwegen. Het dictum is vrij lang, maar ik zal er kort over zijn: ik wil deze motie ook oordeel Kamer geven, omdat ik het probleem herken en omdat het goed is om hiernaar te kijken. Ik kan niks beloven, maar we gaan wel onderzoeken wat de motie vraagt.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Luchtvaart

Luchtvaart

Aan de orde is het tweeminutendebat Luchtvaart (CD d.d. 24/06).

De voorzitter:
We beginnen met het tweeminutendebat Luchtvaart met als eerste spreker de heer Van Raan, Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Drie moties om de minister weer te helpen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nederlandse broeikasgasreductiedoelen volledig tekortschieten om in lijn te blijven met het doel om de opwarming van de aarde onder de 1,5°C te houden;

constaterende dat in relatie tot de tekortschietende Nederlandse broeikasgasreductie wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat, om het emissiebudget van de luchtvaartsector in balans te brengen met de uitstoot door andere sectoren, dit emissiebudget in 2030 niet hoger zou mogen zijn dan 2,5 megaton CO2-equivalenten;

constaterende dat alle uitstoot boven deze 2,5 megaton CO2-equivalenten ten koste zal gaan van de emissiebudgetten van andere sectoren, zoals bijvoorbeeld de landbouw en de gebouwde omgeving;

constaterende dat de Luchtvaartnota uitgaat van een emissiebudget voor de luchtvaartsector van circa 11 megaton CO2-equivalenten in 2030;

verzoekt de regering de gevolgen van deze onhoudbare claim van de luchtvaartsector op de toekomstige emissiebudgetten van andere sectoren in kaart te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan.

Zij krijgt nr. 861 (31936).

De heer Van Raan (PvdD):
Kortom, het grote ruilen tussen sectoren is begonnen. Het is goed als de minister zich daarop voorbereidt. Vandaar die motie.

Dan de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van IenW bij Rotterdam The Hague Airport het startschot heeft gegeven voor de aanleg van een zonnepark van 37.000 zonnepanelen;

overwegende dat het plaatsen van zonnepanelen niet alleen een reclamestunt zou moeten zijn en/of als greenwashing gebruikt zou moeten worden;

verzoekt de regering te onderzoeken hoeveel zonnepanelen er nodig zijn om de energie op te wekken die nu wordt verbruikt door de luchtvaartsector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan.

Zij krijgt nr. 862 (31936).

De heer Van Raan (PvdD):
Want het is ook de intentie van de luchtvaartsector om te vergroenen, met name en mede door zonnepanelen. Dan is het dus belangrijk om te weten hoeveel je nodig hebt.

Dan de laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister op advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur heeft aangekondigd dat ze de luchtvaartsector voortaan zal behandelen als alle andere sectoren;

constaterende dat de conclusies uit de wetenschappelijke factsheet Toekomst verduurzaming luchtvaart zijn dat de luchtvaart in haar huidige vorm te veel uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt en dat, om in balans te komen met alle andere vervoerssectoren, er in 2030 nog ruimte is voor maximaal 200.000 vliegtuigbewegingen per jaar;

verzoekt de regering om een krimpscenario voor de luchtvaartsector uit te werken dat de luchtvaart in lijn brengt met het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5°C,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan.

Zij krijgt nr. 863 (31936).

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank voor uw clementie.

De voorzitter:
Dank. Het woord is aan mevrouw Bouchallikh van GroenLinks. Gaat uw gang.

Mevrouw Bouchallikh (GroenLinks):
Dank, voorzitter. Twee moties vandaag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ingenieursbureau To70 heeft onderzocht dat er potentieel 70.000 tot 150.000 extra woningen gebouwd kunnen worden wanneer er rondom Schiphol andere keuzes worden gemaakt;

overwegende dat er een enorm woningtekort is;

verzoekt de regering dit onderzoek nader uit te werken en de mogelijkheden te schetsen om dit plan te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bouchallikh en Bromet.

Zij krijgt nr. 864 (31936).

Mevrouw Bouchallikh (GroenLinks):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de blootstelling van de medewerkers op Schiphol aan ultrafijnstof;

verzoekt de regering snel een onafhankelijk onderzoek op te starten naar de blootstelling aan ultrafijnstof door platformmedewerkers op luchthaven Schiphol, en om maatregelen in kaart brengen die de blootstelling aan ultrafijnstof doen verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bouchallikh en Alkaya.

Zij krijgt nr. 865 (31936).

Mevrouw Bouchallikh (GroenLinks):
Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Bontenbal van het CDA. Aan u het woord.

De heer Bontenbal (CDA):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering aangeeft dat een klein deel van de laagvliegroutes bij Lelystad Airport niet zal verdwijnen bij het eerste deel van de herziening van het luchtruim in de winter 2021/2022 in verband met de vliegveiligheid;

overwegende dat nog onduidelijk is of Lelystad Airport opengaat, het onderwerp op dit moment controversieel is en Lelystad Airport niet open kan voordat de voorhang door het parlement is afgerond;

van mening dat het van groot belang is dat de laagvliegroutes verdwijnen op zodanige wijze dat de vliegveiligheid geborgd blijft;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het laatste stukje laagvliegroutes toch op een veilige en tijdige wijze kan verdwijnen, en de Kamer hierover voor 1 november 2021 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bontenbal.

Zij krijgt nr. 866 (31936).

De heer Bontenbal (CDA):
Voorzitter. We gaan het zomerreces in. Dat is ook een tijd van bezinning en van even de waan van de dag ontstijgen. Mijn laatste minuut spreektijd wil ik daarom gebruiken om mijn collega's hier in dit huis een paar gedachten mee te geven van Dag Hammarskjöld. Hammarskjöld was tot 1961 secretaris-generaal van de Verenigde Naties en zette zich daadkrachtig in voor het stichten van vrede in de brandhaarden van de wereld. In 1961 kwam hij om bij een vliegtuigongeluk. Na zijn dood vonden zijn vrienden zijn dagboekaantekeningen, die getuigen van een diep doorleefde spiritualiteit. Hammaskjöld had een sterk gevoel van een roeping die zin geeft aan het leven. Een opdracht om verantwoordelijkheid te nemen en te werken aan een rechtvaardige wereld. In een van zijn toespraken zei Hammarsköld: ons werk voor vrede moet beginnen in de innerlijke wereld van ieder van ons. Om een wereld zonder angst te bouwen, moeten we zelf zonder vrees zijn. Om een rechtvaardige wereld te bouwen, moeten we zelf rechtvaardig zijn. Als we een wereld van eenheid willen bouwen, zullen we zelf tot een eenheid moeten komen. Hammarskjöld spreekt van een inzet waaraan je trouw bent. Hij schrijft: de inzet zoekt ons. Niet wij de inzet. Daarom ben je er trouw aan. Als je wacht in bereidheid en handelt als de vraag gesteld wordt.

Voorzitter. Ik wens iedereen een goed reces.

De voorzitter:
Dank. Dan is het woord aan de heer Alkaya, SP. Ik heb de heer Van Raan net toegelicht dat wij vandaag een ontzettend ongezellig "hernieuwd kerstregime" voeren, waarbij er geen interrupties worden toegestaan, helaas.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter. Ik heb in het commissiedebat over de luchtvaart aangegeven dat dit typisch een onderwerp is met heel veel belanghebbenden. Je hebt de werknemers en de mensen die er gebruik van maken en graag op vakantie gaan. Je hebt de omwonenden en dan heb je ook nog abstracte belangen, die wel belangrijk zijn, zoals het klimaat en de economie. Ik heb in dat hele krachtenveld proberen te schetsen dat de werknemers niet het kind van de rekening mogen worden. Zij mogen tussen al die belangen niet vermorzeld worden en zij mogen ook niet in onzekerheid komen met betrekking tot hun baan. In de coronacrisis is dat hier en daar helaas wel gebeurd. Het gaat bijvoorbeeld ook over de veiligheid van werk. Daarom heb ik samen met GroenLinks de motie over ultrafijnstof ingediend.

Ik heb nog een andere motie, die meer gaat over de ontslagen die helaas zijn gevallen in de coronapandemie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de luchtvaart hard is geraakt door de coronacrisis;

overwegende dat veel werknemers in de sector hun baan verloren en werden vervangen door onervaren krachten op basis van tijdelijke contracten;

constaterende dat het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) waarschuwt dat hierdoor risicovolle situaties op de werkvloer dreigen;

van mening dat onveilige omstandigheden in de luchtvaart onacceptabel zijn, evenals loondump;

verzoekt de regering om met KLM en Schiphol in gesprek te gaan om haar zorgen te uiten over de waarschuwing van EASA, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya.

Zij krijgt nr. 867 (31936).

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Heerema, VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter. Van mij geen motie, maar een vraag aan de minister. Wij hebben in het commissiedebat gesproken over de technische briefing die we hebben gekregen met een expertopinie van twee mannen die over duurzaam vliegen iets aan ons meegaven. Dat werd direct in twijfel getroffen door bijvoorbeeld de Technische Universiteit Delft. We hebben toen gevraagd of we een soort second opinion kunnen krijgen om die kennis en informatie op twee routes tot ons te kunnen nemen. Vervolgens mailden mensen mij met de opmerking dat we wel heel veel informatie zouden missen van andere technische universiteiten als alleen de TU Delft dat mag doen. Ik heb Technische Universiteit Delft als voorbeeld genomen. Ik heb bedoeld: kunnen we niet voldoende expertise en kennis uit die wereld loslaten op de stellingen die geponeerd waren door de opinie-experts, zodat we een gedegen beeld krijgen van datgene waar wij het meest aan hebben om beslissingen te nemen?

Hierbij dus eigenlijk de verduidelijkende vraag aan de minister: kan naast de TU Delft ook bijvoorbeeld TU Eindhoven of TU Twente, misschien ook wel Wageningen, meedenken over de juiste informatie en de juiste wetenschappelijke onderbouwing bij de expertopinie die wij tot ons gekregen hebben? De second opinion bedoel ik dan.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt van 18.43 uur tot 18.48 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Er ligt één vraag en daarna zal ik overgaan op de moties. De vraag was van de heer Heerema en had betrekking op de technische briefing. Hij had verzocht om een second opinion en daarbij werd de TU Delft als voorbeeld genoemd. Zijn verzoek is nu om breder te kijken dan alleen de TU Delft. Dat is iets wat ik zeker graag doe. We zullen geen enkele universiteit uitsluiten en misschien zelfs in het buitenland kijken, om te zorgen dat we zo veel mogelijk expertise verzamelen.

Dan kom ik bij de moties. De motie op stuk nr. 861 van de heer Van Raan wil ik ontraden, want deze verzoekt de regering om een claim van de luchtvaartsector op toekomstige emissiebudgetten van andere sectoren in kaart te brengen. Er komt een heel Fit for 55-proces in Europa. Daar is dit allemaal onderdeel van. Ik verwijs daarnaar en dat is de reden waarom ik de motie ontraad.

De voorzitter:
Meneer Van Raan, mag ik u het advies geven om even de oordelen van de andere moties af te wachten? Dan krijgt u daarna van mij de kans om een vraag te stellen.

De heer Van Raan (PvdD):
Per motie een vraag?

De voorzitter:
Ja.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 862 verzoekt de regering te onderzoeken hoeveel zonnepanelen er nodig zijn om de energie op te wekken die nu wordt verbruikt door de luchtvaartsector. Die motie ontraad ik ook. Dit soort berekeningen doen we ook niet voor andere, normale, sectoren.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 863. Dat is de classic, de evergreen, zou ik bijna zeggen. Het is een verzoek om het krimpscenario uit te werken. Het zal de heer Van Raan niet verbazen dat ik die ook deze keer weer ontraad.

De voorzitter:
U bent denk ik niet verbaasd, maar u gaat per motie één vraag stellen. Het mogen er ook minder zijn.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik ben niet verbaasd, maar ik ben verbitterd. Nee, ook niet.

De voorzitter:
Gaat u door.

De heer Van Raan (PvdD):
De reden om die eerste motie te ontraden, is dat er gekeken wordt naar Fit for 55. Maar dat gaat over Europa. Daar gaat nog van alles gebeuren. Het gaat er hier juist om dat je vast meeneemt wat de wetenschap heeft verteld en hoe groot het budget is voor de sector. Wat de minister erkend heeft, klopt: we gaan de sector als een normale sector behandelen en volgens wat de sector, gesteund door de minister, zelf aangeeft nodig te hebben. Er zit een verschil tussen van 8 megaton in 2030; dat is geen kattenpis. De minister doet er verstandig aan om zich daarop voor te bereiden. Waar ga ik dat vandaan halen, uit welke sectoren?

De voorzitter:
Helder.

De heer Van Raan (PvdD):
Dan kun je niet zeggen: we gaan naar Fit for 55 kijken. Kan de minister het niet opvatten als steuntje de rug, omdat ze dat scenario toch moet maken?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De heer Van Raan probeert creatief te zijn door mij een bepaalde kant op te duwen. Ik heb net in de richting van de heer Heerema aangegeven dat we hier eerst ook nog andere universiteiten, kennis en expertise op loslaten. Laten we dat dan eerst afwachten. Ik blijf dus bij het ontraden.

De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 862. Meneer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Over de motie op stuk nr. 862 heb ik geen vragen. Dat komt vanzelf aan de orde, want dat gaat toch een keer gebeuren.

De voorzitter:
Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 863.

De heer Van Raan (PvdD):
De motie op stuk nr. 863 zit in hetzelfde scenario. De minister kan zich maar beter voorbereiden op de krimp die het wetenschappelijke factsheet voorschrijft. Ze kan toch niet zeggen: omdat het een evergreen is, ga ik de motie ontraden? Dat moment komt steeds dichterbij. Eigenlijk stelt de minister zich hier erg roekeloos op. Dat wil ik toch even meegeven.

De voorzitter:
Het was geen vraag, maar u mag reageren.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan toch for the record: het kabinet heeft het standpunt dat krimp op zich nooit een doel kan zijn. Wij sturen op publieke doelen en die staan voorop. Het verkeersvolume op zich is niet een doel.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 864.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 864 is van mevrouw Bouchallikh. Daarin wordt verzocht om het onderzoek naar extra woningen, dat is gedaan door To70, nader uit te werken. Die motie ontraad ik ook, want de kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Luchtvaartnota. Daarin is ook dit onderdeel aan de orde, in samenspraak met BZK. Ik ontraad dus deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 864 wordt ontraden.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat doe ik ook ten aanzien van de motie op stuk nr. 865 van mevrouw Bouchallikh. Die ontraad ik ook, want die is overbodig. Ik steun wel het doel dat hierin aan de orde wordt gesteld, maar dit onderzoek wordt op dit moment al gedaan door het RIVM. Daarnaast heeft de staatssecretaris ook al advies gevraagd over ultrafijnstof aan de Gezondheidsraad. Ik kan u dus wel geruststellen dat het onderzoek al loopt.

De voorzitter:
Maar de motie op stuk nr. 865 wordt ontraden.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 866 van de heer Bontenbal verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het laatste stukje laagvliegroutes toch op een veilige en tijdige wijze kan verdwijnen. Die motie kan ik het oordeel Kamer geven.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 867 van de hand van de heer Alkaya. Die motie verzoekt om met KLM en Schiphol in gesprek te gaan over de zorgen die EASA heeft geuit. Die motie kan ik ook oordeel Kamer geven.

Voorzitter, dan rest mij nog te zeggen dat ik toch met enige weemoed dit pand ga verlaten. Ik heb hier heel wat uren doorgebracht, overigens ook met een aantal van de leden hier vandaag, en niet in de laatste plaats met u, voorzitter. Ik wens iedereen een heel fijn reces. Het is toch een heel bijzondere en gedenkwaardige dag. Ik zal deze omgeving ook wel missen. We zien elkaar na de zomer weer terug in een hele andere setting. Ik wens iedereen een hele fijne zomervakantie.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor de mooie woorden en voor haar komst naar de Kamer in dit gebouw. We zien u terug in het andere gebouw.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors de vergadering tot 19.45 uur en dan gaan wij verder.

De vergadering wordt van 18.54 uur tot 19.47 uur geschorst.

Informele Landbouw- en Visserijraad 13-15 juni 2021

Informele Landbouw- en Visserijraad 13-15 juni 2021

Aan de orde is het tweeminutendebat Informele Landbouw- en Visserijraad 13-15 juni 2021 (21501-32, nr. 1306).

De voorzitter:
Wij gaan snel door, want we hebben nog een aantal tweeminutendebatten te doen. Er komt zelfs nog een wetsbehandeling, ook al hoop ik dat we die snel kunnen doen. Aan de orde is het tweeminutendebat Informele Landbouw- en Visserijraad.

U heeft het vast wel gehoord — velen van u hebben vandaag al hier in de zaal gestaan — maar we hebben het zogeheten "nieuwe kerstregime". Dat betekent geen interrupties van de kant van de Kamer. Alleen op het moment dat de minister een reactie geeft op een motie, is er één vraag toegestaan. Met dat regime zijn we op dit moment gewoon helemaal in de tijd aan het lopen, dus dat is hartstikke mooi.

Meneer Boswijk, aan u het woord.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Wij hebben twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat turf een van de grootste bestanddelen van potgrond is en dat bij het winnen en gebruik van turf CO2 vrijkomt;

constaterende dat we in Nederland 4,7 miljoen kuub turf per jaar importeren, waarmee we de grootste importeur van turf in Europa zijn;

constaterende dat het gehalte turf in al onze groeisubstraten 86% is, terwijl in andere landen zoals Zwitserland, in zakken potgrond, dit maar 4% is;

verzoekt de regering om toe te werken naar volledig turfvrije potgrond voor particulieren;

verzoekt de regering om in samenwerking met VNG en de tuinbouwsector te onderzoeken hoe en op welke termijn het gebruik van turf en turfproducten in de professionele sector voor in ieder geval de gemeenten en de sierteelt kan worden uitgefaseerd en vervangen kan worden door alternatieven;

verzoekt de regering om de Kamer voor de begrotingsbehandeling te informeren over de stand van zaken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk en Bromet.

Zij krijgt nr. 1324 (21501-32).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onvoldoende zeggenschap en grip van boeren over data tot nieuwe afhankelijkheden van boeren aan externe dienstverleners, verlies van autonomie, aantasting van privacy en marktmanipulatie kan leiden;

overwegende dat een sterke datapositie van boeren juist kan leiden tot nieuwe, duurzame, verdienmodellen;

constaterende dat actie op Europees niveau, zoals aanpassing van de Europese Code of conduct on agricultural data sharing by contractual agreement, de datapositie van boeren zou kunnen versterken door meer bescherming en ondersteuning te bieden voor de datasoevereiniteit van de boer;

verzoekt de regering in EU-verband in te zetten op het versterken van de datapositie van boeren en daarbij in ieder geval aandacht te besteden aan bescherming en ondersteuning van de datasoevereiniteit van agrariërs, zodat zij grip houden op hun eigen data en hun innovatief vermogen wordt vergroot;

verzoekt de regering de Kamer voor het einde van 2021 te informeren over de vorderingen die op dit vlak zijn gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boswijk.

Zij krijgt nr. 1325 (21501-32).

De heer Boswijk (CDA):
De motie dien ik in namens mezelf.

De voorzitter:
Namens uzelf, dat klinkt mooi. Ik kijk even naar mijn lijstje. Dan komt mevrouw van der Plas. Nee? Dan de heer Van Campen. Nee, ook niet? Kijk, dit schiet op. De heer Bisschop. Nee? Nou, wat een enthousiasme. Het is niet dat ik u opgeroepen heb om niks meer te zeggen, hè. De heer Wassenberg? Ja, we hebben iemand die geïnteresseerd is! Nee, dat klinkt negatief; zo bedoel ik het niet. Gaat uw gang.

De heer Wassenberg (PvdD):
Jammer, voorzitter, dat er geen interrupties mogelijk zijn. Dan wordt het toch meer een tweeminutenvoorleeswedstrijd dan een tweeminutendebat. Maar ik ga m'n best doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vissen leed ondervinden tijdens de vangst en doding aan boord van schepen;

constaterende dat er mogelijkheden zijn om dit leed te beperken door de vangst- en dodingmethoden aan te passen;

constaterende dat er inmiddels op één schip schol wordt bedwelmd, alvorens de dieren worden geslacht;

overwegende dat er echter nog geen praktijktesten zijn uitgevoerd om het bedwelmen aan boord wetenschappelijk te testen;

constaterende dat er wel laboratoriumonderzoek heeft plaatsgevonden naar bedwelming van schol voor de slacht door de WUR (Wageningen University & Research) in opdracht van het ministerie van LNV, maar dat deze gegevens nooit openbaar zijn gemaakt;

verzoekt de regering om de data van dit onderzoek te publiceren;

en verzoekt de regering om de bedwelming van schol aan boord te onderzoeken via wetenschappelijke praktijktesten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg.

Zij krijgt nr. 1326 (21501-32).

De heer Wassenberg (PvdD):
En dan de tweede en tevens laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat lidstaten verplicht zijn om een vergelijkende beoordeling uit te voeren bij de toelating van een landbouwgif dat op de Europese lijst staat om vervangen te worden vanwege de giftigheid of omdat het slecht afbreekbaar is of zich ophoopt in het milieu, mens of dier;

constaterende dat landbouwgif niet wordt toegelaten indien uit de vergelijkende beoordeling blijkt dat er een geschikt alternatief is;

constaterende dat daarbij ook gekeken moet worden naar niet-chemische alternatieven;

constaterende dat Nederland nog geen enkele van deze landbouwgiffen heeft verboden;

constaterende dat de minister stelt dat alternatieve teeltsystemen nog in ontwikkeling zijn en daarom geen geschikt alternatief vormen;

overwegende dat veel boeren inmiddels al werken met alternatieve teeltsystemen en dat dit het gifgebruik op die bedrijven in de praktijk voorkomt;

verzoekt de regering om bij lopende en komende vergelijkende beoordelingen niet-chemische alternatieven nadrukkelijk mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Vestering.

Zij krijgt nr. 1327 (21501-32).

Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. De eerste motie, over de turf, op stuk nr. 1324 kan ik oordeel Kamer geven. We onderschrijven dat de winning van veen voor de productie van potgrond negatieve gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit en het klimaat. De sector is zich hier overigens ook van bewust, zo heb ik vernomen. Het is goed om daar verder naar te kijken. De sector streeft er zelf ook al naar dat het veen dat in 2025 wordt gebruikt in potgrond voor 100% verantwoord geproduceerd is, maar ik ga graag met de tuinbouwsector en de VNG in gesprek over hoe we deze ambities verder kunnen brengen.

De motie op stuk nr. 1325 kan ik ook oordeel Kamer geven, voorzitter. De Kamer, en ook de heer Boswijk, heeft het versterken van de datapositie van de boer altijd terecht als een belangrijk thema genoemd. We wisselen in Europees verband op dit moment ook van gedachten over de bijdrage van de initiatieven die er zijn om die datapositie en die datasoevereiniteit van de boer, de teler en de tuinder te versterken. In dat licht kan ik de motie oordeel Kamer geven. Uw Kamer heeft overigens 3 februari vragen gesteld over de datapositie van de boeren. Het antwoord daarop zal ik u zeer binnenkort doen toekomen, dan weet u dat ook.

Dan de motie-Wassenberg op stuk nr. 1326. Dat onderzoek loopt nog. In de motie staat dat het onderzoek al heeft plaatsgevonden en dat die gegevens nooit openbaar zijn gemaakt, maar het onderzoek loopt, heb ik begrepen. Zodra dat is afgerond, zullen wij uiteraard die gegevens openbaar maken, althans dat zal de WUR doen. Daar is niks raars aan. Op basis van de uitkomst van dat onderzoek kijken we ook wat de vervolgstappen zullen zijn. Dat kan zijn dat we inderdaad praktijktesten gaan doen, maar ik wil wel graag even dat onderzoek afwachten. Dat vind ik de goede volgorde der dingen. Als ik de motie dus zo mag lezen dat we, als het onderzoek is afgerond, het publiceren en dat we op basis daarvan kijken wat er dan gebeurt en dat de praktijktesten daar nadrukkelijk onderdeel van uitmaken of ook een optie zijn, dan kan ik die motie oordeel Kamer geven.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dan vraag ik me af of we het over hetzelfde onderzoek hebben. Ik snap wat de minister zegt, maar ik had begrepen dat dat onderzoek al in elk geval in 2012 liep. Dat is lang geleden, dat is negen jaar geleden. Misschien kan de minister nagaan of er inderdaad een onderzoek is geweest uit 2012 war geen gegevens van gepubliceerd zijn. Anders zou ik het hoe dan ook fijn vinden om later nog even via een brief geïnformeerd te worden over dat lopende onderzoek, want ik had begrepen dat het onderzoek uit 2012 echt was afgerond. Maar het kan zijn dat ik niet over alle informatie beschik.

Minister Schouten:
Wij hebben gewoon gekeken naar wat er nu loopt. Nu loopt er een onderzoek waarvan we verwachten dat het eind van het jaar is afgerond. Dan zullen we het aan de Kamer doen toekomen. Ik weet niet of het dan nog belangrijk is om te kijken wat er in 2012 is onderzocht. Ik kan daar navraag naar doen, maar ik denk dat het belangrijker is om te kijken wat er straks uit dit onderzoek gaat komen.

De heer Wassenberg (PvdD):
Als dat inderdaad eind 2021 is afgerond, dan kan de minister mijn motie op deze manier interpreteren.

Minister Schouten:
Dan doen we het zo. En als ik de motie zo mag interpreteren, kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Oordeel Kamer voor de motie-Wassenberg op stuk nr. 1326.

Minister Schouten:
Dat geldt ook voor de motie-Wassenberg/Vestering op stuk nr. 1327. Die kan ik ook oordeel Kamer geven. Het is namelijk zo dat op dit moment al bij de lopende en vergelijkende beoordelingen de niet-chemische alternatieven meegewogen worden. Dat is nu ook al beleid. In die zin zie ik die motie ook als ondersteuning van het beleid.

De voorzitter:
Dank.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voortgang verbetering van het slachtsysteem

Voortgang verbetering van het slachtsysteem

Aan de orde is het tweeminutendebat Voortgang verbetering van het slachtsysteem (28286, nr. 1199).

De voorzitter:
Wij gaan door met het tweeminutendebat Verbeteren van het slachtssysteem, met als eerste spreker mevrouw Vestering van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Vorige week sprak de Kamer zich hard uit tegen de vreselijke dierenmishandeling bij slachterij Gosschalk in Epe. Ook de minister was duidelijk: dit wordt niet getolereerd en de hele sector moet wat haar betreft serieus aan het werk. Binnenkort hebben we hierover een plenair debat, waarin we uitgebreider stil zullen staan bij de manier waarop dieren in ons land worden geslacht. Dat is hard nodig, want wat we zien op de beelden zijn geen incidenten. De Kamer heeft herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat het slachttempo omlaag moet en ik roep de minister nogmaals op om hier zo snel mogelijk werk van te maken. Volgens Europese wetgeving is het sowieso niet toegestaan om dieren in zo'n tempo aan te voeren dat ze worden opgejaagd. Erkent de minister dat dit in het overgrote deel van de slachthuizen structureel wordt overtreden?

Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij herhaling is geconstateerd dat dieren in slachthuizen pijnlijke stroomschokken krijgen en hard worden geslagen met peddels om ze sneller door het slachthuis te jagen;

overwegende dat wetgeving voorschrijft dat er moet worden gezorgd voor een "gestage toevoer van dieren voor de bedwelming en het doden, zodat wordt voorkomen dat dierenbegeleiders dieren moeten opjagen vanuit de wachthokken";

verzoekt de regering een verbod in te stellen op het gebruik van drijfmiddelen die pijn of veel stress kunnen veroorzaken bij dieren, zoals elektrische prikkers waarmee stroomschokken worden gegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vestering en Beckerman.

Zij krijgt nr. 1202 (28286).

Mevrouw Vestering (PvdD):
Dan een laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat telkens weer ernstige misstanden aan het licht komen door undercoverbeelden uit slachthuizen, ook in slachthuizen met permanent toezicht door de NVWA-dierenartsen en ook in slachthuizen met cameratoezicht;

constaterende dat de beelden van het cameratoezicht in het bezit blijven van slachthuizen;

verzoekt de regering te zorgen dat de camerabeelden uit slachthuizen eigendom worden van de overheid en te allen tijde kunnen worden beoordeeld door een onafhankelijke toezichthouder,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vestering en Beckerman.

Zij krijgt nr. 1203 (28286).

Dank u wel, mevrouw Vestering. Het woord is aan de heer De Groot van D66.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dank, voorzitter. Een motie en een vraag. De motie gaat over het slachthuis Gosschalk.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het huidige cameratoezicht geen dierenwelzijnsmisstanden kan voorkomen zoals bij Gosschalk;

overwegende dat er al slimme camera's zijn die dierenwelzijnsrisico's makkelijker kunnen detecteren;

verzoekt de regering als voorwaarde voor heropening van de slachterij Gosschalk te stellen dat slimme camera's worden geïnstalleerd die het toezicht op dierenwelzijn voor de NVWA vergemakkelijken;

verzoekt de regering tevens een plan van aanpak op te stellen om het cameratoezicht in slachthuizen in Nederland effectiever te maken in het voorkomen van dierenwelzijnsmisstanden, waarbij de mogelijkheden van slimme camera's worden meegenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tjeerd de Groot.

Zij krijgt nr. 1204 (28286).

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Voorzitter, dan een vraag. De minister is bezig met een onderzoek naar de bandsnelheid. Dat is een belangrijke factor in het garanderen van goed toezicht, maar ook in het dierenwelzijn. Tegelijkertijd stelt de minister als voorwaarde voor Gosschalk om weer open te kunnen, dat het slachthuis een onderbouwing moet geven van die bandsnelheid die nodig is voor een diervriendelijke manier van slachten. Ik zie niet helemaal hoe dat rijmt met elkaar. Hoe kijkt de minister zelf tegen die slachtsnelheid aan? Waarom duurt dat onderzoek zo lang? En als ze dat weet bij Gosschalk, waarom brengt ze dan de slachtsnelheid in andere slachthuizen niet omlaag? Een andere vraag is: moet de slachterij Gosschalk niet dicht totdat dat onderzoek is afgerond?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Beckerman, SP. Nee? Dan kijk ik verder. Mevrouw Van der Plas. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. De beelden staan inderdaad nog steeds op ons netvlies. Ik denk dat zonder uitzondering iedereen hier zijn walging heeft uitgesproken over wat we op die beelden hebben gezien. We zien ook dat slachterijen … Ik weet in ieder geval van Westfort — daar ben ik geweest in het verleden, nadat ook daarvan beelden van dierenmishandeling waren getoond — welke stappen zij hebben ondernomen. Ik wil ook gezegd hebben dat slachterijen in staat zijn om echt wel hun verantwoordelijkheid te nemen, en terecht. Ik kreeg een berichtje van iemand uit de sector. Die maakte zich er ook zorgen over dat er illegaal gefilmd werd. Ja, kijk, daar kan je een discussie over hebben, maar je kan ook gewoon zeggen: stop met dierenmishandeling. Dat lijkt mij veel beter en veel effectiever.

Ik wil een motie indienen, omdat we ook bezig zijn met mobiele dodingsunits, kleine mobiele slachterijen. Daar gaat de motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese wetgeving ingevoerd op 12 april het mogelijk maakt om mobiele dodingsunits in te zetten;

constaterende dat de inzet van de NVWA een beperkende factor is bij de invoering van de mobiele dodingsunits;

overwegende dat mobiele dodingsunits een positieve bijdrage kunnen leveren aan het dierenwelzijn binnen het slachtsysteem;

verzoekt het kabinet om uiterlijk 1 oktober 2021 capaciteit bij de NVWA beschikbaar te maken voor de inzet van mobiele dodingsunits;

voorts gaan we verder met het verspreiden van gezond verstand in de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Van Haga.

Zij krijgt nr. 1205 (28286).

Dank u wel. Tot slot de heer Van Campen, VVD. Aan u het woord.

De heer Van Campen (VVD):
Voorzitter, dank u wel. We allemaal ontzettend geschrokken van de beelden uit het slachthuis Gosschalk, waar echt onacceptabele dingen gebeuren in de richting van dieren. Het is ook goed dat de minister — daar wil ik een compliment voor geven aan haar — daar consequenties uit heeft getrokken. Ik hoop ook dat iedereen die actief is in het slachtwezen ziet dat dit soort acties consequenties hebben. Het is niet alleen in het belang van de dieren goed dat dit gevolgen heeft, ook voor de reputatie van de slachthuizen an sich, van mensen die daar werkzaam zijn en die zich wel netjes aan de regels houden, is het goed dat daar wordt ingegrepen.

Ik heb twee vragen aan de minister. De eerste vraag gaat over het cameratoezicht. Mijn voorgangster, mevrouw Lodders, heeft hier met de heer Geurts eerder een motie ingediend, vorig jaar al, die vraagt om te kijken naar een intelligent camerasysteem, waarmee je real-time, direct op het moment, kunt uitlezen wat er gebeurt in die slachthuizen. Als de NVWA dat direct kan uitlezen, kan er direct worden ingegrepen als er misstanden zijn en hoeft het dus niet zo ver te komen als op de beelden die we hebben gezien. Op dit moment hebben we daar nog niets over terug gehoord. Die motie is wel aangenomen. Ik zou graag van de minister horen hoe het daarmee staat en of zij inderdaad overgaat tot het inzetten van deze instrumenten, die wat de VVD betreft echt nodig zijn om ervoor te zorgen dat men zich er in de slachthuizen van bewust is dat er wordt meegekeken en dat er wordt gelet op dierenwelzijn en de richtlijnen, die heel duidelijk zijn geformuleerd.

Mijn tweede vraag gaat over een systeem voor wanneer slachthuizen herhaaldelijk in de fout gaan. Ik zou de minister willen vragen hoe zij aan zou kijken tegen een "three strikes out"-systeem, een systeem in de wetgeving. We kennen het uit de tabakswetgeving en uit de infrastructuurwet- en regelgeving. Als slachthuizen nou keer op keer zulke grote overtredingen begaan, zouden ze dan niet bij de derde keer gewoon het definitieve slot op de deur kunnen krijgen, via een "three strikes out"-systeem in de wetgeving? Ik hoor daarop graag een reactie van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Ik ga eerst in op de moties en daarna zal ik nog antwoorden op de resterende vragen.

Ik kom eerst op de motie op stuk nr. 1202 van mevrouw Vestering en mevrouw Beckerman. Daarin wordt mij gevraagd het gebruik van drijfmiddelen te verbieden die pijn of stress kunnen veroorzaken. In de Europese wetgeving zijn deze middelen toegestaan. Dit is dus ook echt iets dat in het Europese traject zit. Ik snap wel heel goed wat mevrouw Vestering vraagt. We hebben afgelopen week gezien in de beelden van Gosschalk hoezeer je die middelen ook echt verkeerd kunt gebruiken, met heel veel pijn en stress tot gevolg. Ik ben wel bereid om met die slachthuizen in gesprek te gaan, waarbij ik zal zeggen dat zij die middelen gewoon goed moeten inzetten, zoals ze zijn bedoeld. En ik ga ook in gesprek om te horen of zij zelf ook nog opties zien om de middelen te gaan uitfaseren. Laten we op die manier proberen er echt druk op te houden, zodat men de middelen óf niet gebruikt, óf alleen maar gebruikt voor waar ze voor bedoeld zijn. Maar omdat de middelen toegestaan zijn in de Europese regelgeving kan ik ze op dit moment niet zomaar gaan verbieden.

De voorzitter:
Dus de motie op stuk nr. 1202 wordt ontraden?

Minister Schouten:
Niet als ik haar zo mag uitleggen dat ik het gesprek aanga met die slachthuizen zoals ik zojuist schetste. Ik wil er best een dringend en dwingend gesprek met de slachthuizen over aangaan. Daarbij wil ik ook kijken wat ze er zelf mee kunnen doen als ze weten dat hier beter op gelet gaat worden en als ze weten dat ze grotere kans lopen dat ze erop beoordeeld gaan worden als ze die middelen inzetten. Zo'n gesprek wil ik best met de slachthuizen aangaan.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Dank voor de reactie van de minister. Ik wil wel één ding heel helder hebben over de stroomstootmiddelen die gebruikt kunnen worden bij dieren voordat ze geslacht worden. De minister heeft het over een foute manier of een verkeerde manier waarop die stroomstootmiddelen kunnen worden ingezet. Maar op welke manier kan dan volgens de minister een stroomstootmiddel op een goede manier worden ingezet bij dieren?

Minister Schouten:
Voor zover ik het nu heb begrepen, kan je deze middelen volgens de Europese wetgeving gebruiken als het gebruik bijvoorbeeld eenmalig is. We zagen bij Gosschalk dat ze meerdere keren achter elkaar worden gebruikt, waardoor er dus ongelofelijk veel pijn en stress bij die dieren is. Het zit hem dus echt puur in de toepassing in de praktijk. Je moet de middelen die je hebt, toepassen conform de regelgeving. We hebben deze week gezien dat er gewoon ook consequenties aan verbonden zijn als je je daar niet aan houdt. Dat zijn de middelen die ik sowieso heb, maar ik kan deze middelen niet nú ineens niet meer toestaan. In de Europese wetgeving zijn ze wél toegestaan. Ik kan ze niet zomaar op eigen houtje verbieden, want dan is er weer een grond voor bedrijven waardoor ze kunnen zeggen: het staat in de verordening dat het kan.

De voorzitter:
Ik kijk nog even naar mevrouw Vestering. Kunt u leven met de lezing van de minister van de motie op stuk nr. 1202? Ja? Dan krijgt de motie oordeel Kamer.

Minister Schouten:
Oké, maar dan leg ik deze motie ook echt op die manier uit, en dan wil ik ook dat het in de communicatie en dergelijke helder is dat zij op die manier wordt uitgelegd.

Dan kom ik bij de motie over de camerabeelden uit de slachthuizen. In deze motie, op stuk nr. 1203, wordt gesteld dat die beelden eigendom moeten worden van de overheid en dat ze moeten kunnen worden beoordeeld door de onafhankelijk toezichthouder. Ik vind dit een interessante motie, maar er zitten ook een aantal juridische haken en ogen aan. Ik ga een procesvoorstel doen. Wij hebben 9 september een algemeen overleg over de NVWA. Eind deze zomer krijgt de Kamer de evaluatie van het cameratoezicht naar aanleiding van de motie-Geurts/Lodders. In die motie is ook gevraag om te bezien of we dat cameratoezicht breder kunnen inzetten. Ik zeg dat ook in reactie op een vraag van de heer Van Campen. Mag ik mevrouw Vestering vragen om deze motie aan te houden? Ik ga dan ondertussen in mijn appreciatie van die evaluatie bekijken hoe ik dit onderwerp daar ook in kan meenemen? Als we dan op 9 september het debat hebben, kunnen we zien of het voor mevrouw Vestering voldoende is of niet.

De voorzitter:
Mevrouw Vestering, bent u bereid om de motie aan te houden? Ik zie dat dat het geval is.

Op verzoek van mevrouw Vestering stel ik voor haar motie (28286, nr. 1203) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schouten:
Ja.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 1204, van de heer De Groot. Die gaat ook weer over de slimme camera's en over het cameratoezicht. Hierbij zou ik ook willen vragen: mag ik dit alsjeblieft meenemen in de reactie op de evaluatie die ik eind van deze zomer naar de Kamer stuur? Dan kunnen we ook zien hoe die middelen breder ingezet kunnen gaan worden. Wij hebben verder eens even gekeken wat in dit geval de firma Gosschalk zelf heeft gezegd op de website. Daarop staat dat men daar zelf aan deze slimme camera's wil. Dat lijkt mij toch een schot voor open doel. Als zij het plan van aanpak indienen, zullen wij ook bekijken of zij dit voorstel hebben opgenomen zoals zij dat op de website hebben gecommuniceerd. Als zij dat zelf hebben toegezegd, ga ik daar zeker naar kijken als ze het plan van aanpak bij ons neerleggen.

De voorzitter:
Dus uw voorstel is om de motie aan te houden?

Minister Schouten:
Het voorstel is eigenlijk om de motie aan te houden, maar wel met de toezegging dat wij bij de beoordeling van het plan van Gosschalk kijken of zij ook gaan doen wat zij zelf hebben gezegd dat zij zullen gaan doen.

De voorzitter:
Bent u daartoe bereid? Ja, ik zie de heer De Groot instemmend knikken.

Op verzoek van de heer Tjeerd de Groot stel ik voor zijn motie (28286, nr. 1204) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Tot slot de motie op stuk nr. 1205.

Minister Schouten:
Ja, de motie op stuk nr. 1205. Ik heb gezegd dat wij vanaf volgend jaar daarvoor capaciteit kunnen vrijmaken. Dat heeft er ook mee te maken dat op 1 oktober de brexit nog in volle omvang doorkomt, want dan is er weer een belangrijk moment in de hele brexitfase. Het lukt me dus gewoon echt niet om dat per 1 oktober te doen en daarom moet ik de motie ontraden. We hebben wel gezegd dat we het vanaf begin volgend jaar zullen gaan doen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1205 wordt ontraden en daar wil mevrouw Van der Plas iets over vragen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
En als ik van 1 oktober "op zo kort mogelijke termijn" maak?

Minister Schouten:
Dan wordt het toch 1 januari. Omdat we weten dat de brexit een tijd is opgeschoven en 1 oktober best een cruciaal moment wordt, heb ik, hoewel we daar al heel veel capaciteit op hebben ingezet, capaciteit nodig om achter de hand te houden vanwege alles wat er gaat komen. Tussen 1 oktober en 1 januari zit niet zo heel veel tijd, dus de praktijk zal zijn dat het dan toch per 1 januari wordt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Oké. Ik overweeg het eventjes. Wellicht houd ik de motie aan.

Minister Schouten:
Dat is goed.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas.

Minister Schouten:
Dan zijn er nog een aantal vragen gesteld door de leden. Mevrouw Vestering had vragen over het slachttempo omlaag. Ze zei dat dat opjagen een overtreding is. Inderdaad, je mag dieren niet onder grote druk opjagen. Je mag wel zorgen dat ze doorlopen, maar er zit natuurlijk wel een verschil in hoe je dat doet, op welke manier. Dat hebben we net al besproken. Over het slachttempo heb ik gezegd dat ik daar een onderzoek naar heb lopen. Dat zeg ik ook in reactie op de vraag van de heer De Groot. Dat onderzoek loopt op dit moment. Daar zit ook een praktijktoets in. We gaan kijken hoe we dat goed onderbouwd kunnen doen, zodat we de zaken ook juridisch goed rond kunnen krijgen als zij de bandsnelheid op een bepaald tempo willen krijgen. Ik snap zijn vraag of het straks bijvoorbeeld bij Gosschalk business as usual is als zij weer opengaan en het tempo weer op het oude niveau ligt. Dat is wat mij betreft niet het geval. Wij zullen dat onderdeel in het plan dat zij aanleveren, ook beoordelen: wat is de bandsnelheid? Ik kan u zeggen dat het zeker niet zomaar terug naar af is, want daarvoor is er te veel gebeurd. We zullen daar op gaan toetsen.

De voorzitter:
Een hele korte vraag, echt een hele korte.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Kan de minister aangeven wanneer dat onderzoek naar die bandsnelheid is afgerond?

Minister Schouten:
Omdat er ook een praktijktoets in zit, wil ik dat voor het eind van het jaar naar de Kamer toesturen.

De heer Van Campen vroeg naar het cameratoezicht. Wanneer komt de evaluatie? De evaluatie komt aan het eind van de zomer. Deze Kamer heeft al een aantal onderwerpen aangedragen die ik daarin mee zal nemen.

Dat geldt ook voor zijn vraag over "three strikes out". Dan is het goed om te bepalen wat dan de strikes zijn waarop je gaat beoordelen. Hoe moet dat er precies uitzien? Dat moet ik nog wat beter doordenken, maar ik wil er graag op terugkomen in de brief naar aanleiding van de evaluatie van het cameratoezicht. Dat is dus ook eind deze zomer.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar snelle beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Visserij

Visserij

Aan de orde is het tweeminutendebat Visserij (CD d.d. 30/06).

De voorzitter:
Wij gaan snel door met het tweeminutendebat Visserij, met als eerste spreker de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank, voorzitter. Vorige week hebben we uitgebreid met de minister gesproken over de visserij. Het ging voor een groot deel over pulsvisserij. De NOS had die ochtend een aantal stukken gepubliceerd waaruit bleek dat het toenmalige ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie — zo heette het ministerie van Landbouw toen — de boel echt belazerd had met pulsvisserij-ontheffingen. Het aantal ontheffingen werd veel te hoog ingesteld en nog twee keer kunstmatig verdubbeld; van 22 naar 42 en van 42 naar 84. En zelfs die 22 was al te veel.

Afgelopen zaterdag stond er een groot stuk in de Volkskrant, waarin nog een aantal details bekend werden. "Hoe Bleker met listen en blufpoker de vissers matste", heet het stuk. Ik schrok ervan en ik werd er kwaad van. De minister zal het ook gelezen hebben en ik kan me voorstellen dat zij daar ook boos om is geworden. Het was duidelijk dat haar ambtsvoorganger, de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, echt een hele dubieuze hoofdrol heeft gespeeld. Daarover spreekt de Partij voor de Dieren haar afkeuring uit.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit gewobde documenten blijkt dat sinds 2010 het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het aantal pulsvisserijontheffingen verschillende malen heeft gemanipuleerd om tot een zo hoog mogelijk aantal ontheffingen te komen;

constaterende dat hiermee de wet is overtreden;

constaterende dat uit de Wob-documenten tevens blijkt dat in 2014 de nieuw aangetreden bewindspersoon hierover bewust is voorgelogen, met als doel om het aantal afgegeven pulsvisserijontheffingen op illegale wijze nog een keer te verdubbelen;

overwegende dat het ministerie met dit bedrog de vissers heeft aangezet tot het doen van onverantwoorde investeringen in pulsvisserijapparatuur;

keurt deze handelswijze af,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg.

Zij krijgt nr. 202 (29675).

Dank, meneer Wassenberg. Het woord is aan de heer De Groot, D66. Niet. Dan kijk ik verder op mijn lijstje. De heer Edgar Mulder. Ik ben blij dat u er bent. Gaat uw gang.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. De pulsvisserij is al kapotgemaakt en nu nog de rest van de vissers, dat lijkt het motto van deze minister, want de minister kiest voor foute clubs als Greenpeace en Natuur & Milieu. Als je complimenten krijgt van dat soort clubs, dan doe je iets niet goed.

De vissers hebben dan ook geheel terecht geen vertrouwen meer in deze minister en hebben het Noordzeeoverleg verlaten. De minister wil dat ze terugkomen, want ze zegt: dan heb je invloed. Maar op mijn vraag of de vissers nog invloed kunnen hebben op het eindresultaat, geeft de minister gewoon toe dat alles mogelijk is, als de uitkomst maar is: meer windmolenparken en minder vissers. We zijn een heel raar land geworden.

Iets anders. Bij het visserijdebat vertelde de minister dat zij een aangenomen motie, de motie-Lodders, met betrekking tot visserijvrije zones niet gaat uitvoeren, want er zou een wetswijziging nodig zijn. Maar in 2019 is het Reglement voor de binnenvisserij nu juist gewijzigd om maatwerk mogelijk te maken. En laat de motie-Lodders nu verzoeken om maatwerk … Goed nieuws, minister: een wetswijziging is niet nodig en u kunt de motie gewoon uitvoeren. Mijn collega van de SGP zal daartoe straks een enthousiasmerend en motiverend voorstel doen. We hebben niet meegetekend, maar we gaan hem van harte steunen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Dan zie ik dat meneer De Groot bij nader inzien toch heel graag het woord wil voeren. Aan u het woord.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Excuus, voorzitter. Ik heb een motie en een vraag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vispluis al jaren het meest gevonden plastic afval is op de Nederlandse stranden volgens de gegevens van landelijk strandafvalonderzoek;

constaterende dat de Europese drempelwaarde van twintig stuks per 100 meter strand nog steeds niet behaald is;

constaterende dat een ambitie is benoemd in het Ontwerp Programma Noordzee om vispluisverontreiniging aan te pakken en een onderzoek loopt naar alternatieven in het project Vispluisvrij, maar aan beide nog geen heldere agenda voor uitfasering verbonden is;

constaterende dat het zowel voor de industrie als voor de vissers belangrijk is om snel duidelijkheid te creëren over de gestelde doelen en hen te ondersteunen aan deze doelen te voldoen;

verzoekt de regering om een heldere routekaart voor de volledige uitfasering tot 2027 te formuleren, inclusief ambitieus tussendoel;

verzoekt de regering tevens om vissers en de industrie voldoende te ondersteunen in de transitie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tjeerd de Groot.

Zij krijgt nr. 203 (29675).

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Voorzitter. Dan een vraag over garnalenvisserij. Recent is door de NVWA aangegeven dat slecht kan worden gehandhaafd op het niet-vissen in gesloten gebieden. Zoals bekend, is dat heel slecht voor de daar aanwezige biodiversiteit of mosselbanken. Ook heeft zij aangegeven dat er wel van uit moet worden gegaan dat in alle gesloten gebieden stiekem toch wordt gevist. Dat is toch een ernstige zaak, gelet op de bescherming van onze natuur. Is de minister het met D66 eens dat hiertegen actief moet worden opgetreden voor de bescherming van de natuur en het herstel van het bodemleven? Hoe verklaart de minister dat dit zo slecht gehandhaafd kan worden? En hoe groot is dit probleem? Kan de minister dat aangeven?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik verder op mijn lijstje. Ik zie mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik heb één motie.

Ja, dat is ook fijn.

De voorzitter:
Dat is beter, hè?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Het spreekgestoelte stond weleens te hoog.

De voorzitter:
Staat het nu misschien weer een beetje laag?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is net als op de kleuterschool: als je ging kijken in de klas van groep acht, dan leken de tafels heel hoog. Maar als je een keer terugkomt als je 18 bent en dan gaat kijken, dan zijn het echt van die hele piepkleine tafeltjes. Nou ja, goed. Dat terzijde. Ik heb twee minuten, dus …

De voorzitter:
Ik zat te denken: ik weet niet of u diezelfde ervaring heeft als we hier over vijfenhalf jaar terugkomen. Maar we gaan het zien.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wie weet, wie weet. Ik wilde iets zeggen, maar ik ga het niet doen. Dat gaat over mezelf, hoor. Dat doet er dus verder niet toe. Ja, ik denk: ik heb twee minuten, dus ik kan gewoon nog wat babbelen hier, hè?

De voorzitter:
U kunt van alles zeggen, inderdaad. Dat is helemaal aan u.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja. Ik heb een heel korte motie, maar wel een belangrijke.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet generiek visserijvrije zones bij vismigratievoorzieningen wil instellen;

overwegende dat het onderliggende besluit tot wijziging van het Reglement voor de binnenvisserij uitgaat van maatwerk, zodat recht gedaan kan worden aan de lokale situatie en visserij;

verzoekt de regering af te zien van een generieke instelling van visserijvrije zones bij vismigratievoorzieningen, maar in overleg met waterbeheerders te kiezen voor visserijvrije zones bij aantoonbare knelpunten voor de vismigratie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas, Bisschop, Boswijk en Van Haga.

Zij krijgt nr. 204 (29675).

Dank u wel.

Tot slot is het woord aan de heer Bisschop, SGP. De motie is al aangekondigd door de heer Mulder.

De heer Bisschop (SGP):
Zeker! En dat is dan nog maar één van de beide moties.

Voorzitter. Laat ik proberen om binnen de twee minuten te blijven. Ik dien als eerste de twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat recent een motie is aangenomen waarin gevraagd is om een praktijktoets voor de invoering van de wijziging op de controleverordening;

constaterende dat de minister de komende tijd aan de slag wil gaan om met de NVWA en de visserijsector de praktische uitvoerbaarheid nader te toetsen;

verzoekt de regering om met de visserijsector niet alleen een praktijktoets uit te voeren voor wat betreft CCTV-controle door de NVWA, maar ook een praktijktoets uit te voeren met een systeem met optische herkenning en registratie van vangsten zonder CCTV-controle;

verzoekt de regering om de Kamer per kwartaal op de hoogte te houden van de vorderingen rondom de praktijktoetsen en hoe deze resultaten in de trilogen meegenomen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop en Boswijk.

Zij krijgt nr. 205 (29675).

De heer Bisschop (SGP):
CCTV-controle is een live cameracontrole.

De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet het aantal dagen per zegenrecht voor de visserij op het IJsselmeer en het Markermeer wil terugbrengen van zeven naar twee;

van mening dat deze vangstreductie niet in lijn is met de motie-Bisschop (33450, nr. 88) die de regering opdraagt geen generieke reductie van vangstrechten door te voeren zolang het visstandonderzoek nog loopt en bestandsschattingen herzien moeten worden;

overwegende dat er serieuze aanwijzingen zijn dat de brasemstand wordt onderschat, terwijl met de voorgestelde reductie van dagen per zegenrecht wel het voortbestaan van de zegenvisserij in gevaar komt;

verzoekt de regering het aantal dagen per zegenrecht voor het komende visseizoen terug te brengen naar vijf in plaats van twee en daarna verder te kijken op basis van de dan beschikbare gegevens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 206 (29675).

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Precies binnen de twee minuten.

De voorzitter:
Heel mooi. Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. De motie van de heer Wassenberg op stuk nr. 202 is een uitspraak van de Tweede Kamer. Daarvan ga ik verder geen appreciatie geven.

Dan de motie van de heer De Groot op stuk nr. 203 over het vispluis. Die kan ik oordeel Kamer geven. Wij zullen ook samen met de minister van IenW bekijken hoe we hier verder handen en voeten aan kunnen gaan geven.

Dan de motie op stuk nr. 204 over de visserijvrije zones. Er lag een motie van mevrouw Lodders die zei: geef de waterschappen een rol in het instellen van die visserijvrije zones. Daarvan heb ik gezegd dat dat een wetswijziging vereist, want de waterschappen hebben die functie nu niet. Dat is nogal een traject. Dat laat ik dan aan mijn ambtsopvolger over. Nu wordt deze motie ingediend, die vraagt om bij al die zones te gaan bekijken wat de situatie is. Om het even beeldend te maken: dan moet ik dus op honderden plekken gaan bekijken wat de visstand is. Dan moet ik gaan bekijken of daar ruimte is om maatwerk te leveren. Vervolgens moet ik daar in de handhaving dan ook nog handen en voeten aan gaan geven. Dat is nogal een klus. Ik herhaal nogmaals mijn lijn: die vismigratiepunten hebben we ook met een reden. Die zijn er om ervoor te zorgen dat die vissen goed van A naar B kunnen komen en dat ze hun weg op een gezonde manier kunnen vervolgen. Gaan vissen naast een vismigratiepunt, waar al die vissen in de file liggen, heb ik in het verleden nog weleens een wat luie manier van vissen genoemd. Misschien is dat wat prikkelend geformuleerd. Maar ik vind echt dat we op het moment dat we vismigratiepunten maken, er ook voor moeten zorgen dat vissen daar goed doorheen kunnen trekken. Dat is steeds mijn inzet geweest. Deze motie vraagt om daarbij maatwerk te leveren. Ik heb net geschetst hoeveel werk daarbij komt kijken en dat ik handhavingtechnisch niet eens zou weten hoe ik dat allemaal vorm zou moeten geven. Ik blijf deze motie dus ontraden.

De voorzitter:
Meneer Bisschop, dit is niet uw motie, toch?

De heer Bisschop (SGP):
We doen het samen, voorzitter.

De voorzitter:
Het gaat over visfiles. Een korte vraag.

De heer Bisschop (SGP):
Ik wijs de minister op de overweging, die er niet voor niets in staat: overwegende dat het onderliggende besluit tot wijziging van het Reglement voor de binnenvisserij uitgaat van maatwerk. Dan zegt de minister: dan moeten we alles in kaart brengen. Ja, dat zegt het reglement; daar gaan we van uit. De minister zegt: dat is zo moeilijk, dan gaan we toch maar generieke maatregelen nemen. Dat is dus niet zuiver. Krachtens het reglement naar maatwerk toegaan, dat is wat deze motie beoogt.

Minister Schouten:
Ik ben er steeds vrij helder over geweest dat ik van mening ben dat wij visserijvrije zones in moeten stellen daar waar er vismigratiepunten zijn. Daarover heb ik volgens mij nooit een woord Spaans gesproken. Dat weet de heer Bisschop ook. Dat is niet voor niets. Juist om ervoor te zorgen dat die vissen kunnen migreren, moeten we er ook voor zorgen dat ze daar niet allemaal weggevist worden. Vanuit het oogpunt van een eerlijk speelveld tussen alle vissers vind ik daar ook nog wel wat van, maar dat terzijde.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 204 wordt dus ontraden.

Minister Schouten:
Ik herhaal mijn punt: deze motie vraagt om dat op honderden plekken allemaal inzichtelijk te maken, onderzoek te gaan doen naar wat wel en wat niet verantwoord is, en dat ook nog eens te handhaven. Dat is een bijkomend argument om deze motie te ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 205.

Minister Schouten:
De motie op stuk nr. 205 gaat over … Even kijken, nu ben ik mijn stapeltje kwijt. Ik ben de motie kwijt, voorzitter.

De voorzitter:
Het is de motie over de trilogen en de praktijktoetsen. "Verzoekt de regering om de Kamer per kwartaal op de hoogte te houden …"

Minister Schouten:
Ja, excuus, ik heb de motie hier inderdaad. Sorry dat ik die niet bij de hand had. Die motie kan ik oordeel Kamer geven. Die zie ik ook als ondersteuning van het beleid. Ik heb eerder al aangegeven dat ik vind dat dat cameratoezicht via CCTV zorgvuldig in de praktijk onderzocht moet worden. Ik zal uw Kamer informeren over hoe dat gaat.

Dan is er nog een motie van de heer Bisschop op stuk nr. 206, over de zegenvisserij. Deze discussie loopt ook al heel lang. Toen ik net was aangetreden als minister, werd gevraagd om te bekijken wij kunnen doen om de visstand in het IJsselmeer te verbeteren. Dat was een vrij brede oproep uit de Kamer. Dat wil ik ook nog maar even terugleggen. Dat hebben wij gedaan. Wij hebben gezien dat de brasem er gewoon niet goed voor staat. Dat is in onderzoek na onderzoek aangetoond. Dan vind ik het mijn plicht, ook bestuurlijk gezien, om te zorgen dat we die visstand weer op peil krijgen. We hebben het altijd over rentmeesterschap. Als je mag leven van de rente die iets oplevert, ga je niet het kapitaal aantasten. En als wij hier zo doorgaan, dan tasten wij het kapitaal aan. Dat heeft consequenties voor de toekomstige generaties. We hebben met alle betrokkenen gekeken — want dit loopt al eventjes — waar we dan op uit zouden komen. Eerst zei WML: je zou naar nul zegenvisdagen moeten. Wij hebben uiteindelijk gezegd: we brengen het terug naar twee. Dat is eigenlijk ook in lijn met wat de Kamer mij al jaren vraagt, namelijk om hier wat aan te doen. Dat heb ik gedaan. Dus ik ontraad wederom deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 206 wordt ontraden. Mevrouw Bromet heeft daar een vraag over. Heel kort.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter, ik heb nog nergens het woord over gevoerd …

De voorzitter:
Maar we hebben hier …

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
We mogen één vraag stellen, toch?

De voorzitter:
Ja, door de indiener van de motie. Het is dus nog strenger.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Eén vraag dan. Ik heb een vraag over de vorige motie, de motie op stuk nr. 205. Daar staat in: registratie van vangsten zonder CCTV-controle. De minister geeft in haar oordeel aan dat ze altijd voor die CCTV-controle is geweest. Ik weet niet of zij zich vergist in haar oordeel?

De voorzitter:
De vraag gaat over de motie op stuk nr. 205, begrijp ik.

Minister Schouten:
Ik lees de motie zo dat u mij vraagt om ook andere opties dan CCTV mee te nemen. Ik ben niet getrouwd met CCTV. Ik wil gewoon dat er effectieve controle is. En een middel om daartoe te komen is CCTV. Ik heb gezegd dat ik daar niet tegen ben, maar ik wil wel dat we goed kijken naar de praktische uitvoerbaarheid daarvan. Het doel is om te zorgen dat we echt een effectieve, efficiënte controle van de aanlandplicht kunnen vormgeven. Daar is al het beleid op gericht. Dat kan misschien nog wel meer zijn dan CCTV. Dat weet mevrouw Bromet ook niet.

De voorzitter:
Oké. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

Minister Schouten:
Er ligt nog een vraag van de heer De Groot, die ik nog wil proberen te beantwoorden. Die gaat over de garnalenvisserij. Hij vroeg wat ik ervan vind dat daar overtredingen plaatsvinden. Dat vind ik echt niet acceptabel, ook vanuit het oogpunt van collegialiteit. We hebben met iedereen afspraken. Er zijn heel veel vissers die zich gewoon netjes aan de afspraken houden. Als er dan een aantal zijn die dat niet doen, vind ik dat we daar zicht op moeten hebben en dat we stappen moeten zetten als daar overtredingen plaatsvinden. Dat is in het belang van het natuurgebied, maar ook in het belang van een eerlijk speelveld ten opzichte van de andere vissers.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Wij zullen later op de avond stemmen over de ingediende moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Jaarverslag en slotwet ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2020

Jaarverslag en slotwet ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2020

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2020 (35830-XIV).

De voorzitter:
Waar wij de hele dag al hebben gevuld met tweeminutendebatten, gaan we nu zowaar ook nog het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds (35830-XIV) behandelen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
De eerste spreker is mevrouw Vestering van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Voorzitter. Ik zie dat er 25 minuten op de klok wordt gezet, dus het wordt een 25 minutendebat.

Voorzitter. Stilstaan doe je soms om vooruit te komen. Vandaag wil ik stilstaan bij het afgelopen jaar, het begin van de roerige jaren twintig, het beslissende decennium als het gaat om dier, natuur en milieu. Ik blik terug op het jaar waarin we een crisis moesten gaan oplossen; de grootste crisis die de premier in zijn carrière had meegemaakt, namelijk de stikstofcrisis. Maar het stikstofprobleem, dat eigenlijk een natuurcrisis is, werd niet opgelost. Het raakte uit beeld door de coronacrisis. Ondertussen holt de biodiversiteit achteruit met gevaar voor ons welzijn en onze welvaart. De Nederlandse natuur is dusdanig verslechterd dat we niet alleen de wet overtreden, maar ook op het punt zijn beland dat ecosystemen onherstelbaar in dreigen te storten. Dat zijn ecosystemen waar we allemaal afhankelijk van zijn.

Het punt waarover ik de minister ter verantwoording wil roepen, is dat het jaar 2020, waar wij vandaag op terugblikken, een verspild jaar was voor de stikstofcrisis. Die tijd hebben we helemaal niet. Echte keuzes om de natuur overeind te houden, maakte de minister van LNV niet. Ze kwam met een stikstofwet die niets meer was dan een politiek compromis. Iedereen, zelfs het CDA, erkent nu dat die wet bij lange na niet voldoende doet om de verslechtering van de natuur tegen te gaan. Het is toch moeilijk te geloven dat de minister dat niet allang wist? Zelfs topambtenaren stelden onomwonden vast dat de wet van de minister niet ver genoeg gaat. Ik wil graag van de minister weten of deze ambtenaren haar destijds hebben gewezen op het feit dat de stikstofwet niet doet wat nodig is voor de natuur en wat wettelijk noodzakelijk is. Want de minister verdedigde haar wet waarin ze de boeren in de klem houdt tussen de hoge schulden en de lage prijzen. Ze presenteert de belastingbetaler de rekening die iedere dag hoger en hoger en hoger wordt wanneer de krimp van het aantal dieren in de veehouderij wordt uitgesteld. Door decennialang noodzakelijke maatregelen vooruit te schuiven en te kiezen voor de economische kortetermijnbelangen zijn natuur- en klimaatdoelen zó ver buiten beeld geraakt dat steeds drastischere ingrepen nodig zijn om deze te halen, tot je op een punt belandt dat zelfs het Planbureau voor de Leefomgeving zegt: de veehouderij is in drie provincies niet langer houdbaar. Dat is een krimp van 100%.

De minister bleef met haar stikstofwet goeddeels inzetten op technische lapmiddelen waarbij boeren worden opgezadeld met hoge schulden en een groot deel van hen het faillissement in wordt gejaagd. Inzet op vrijblijvende maatregelen en technologische lapmiddelen heeft ervoor gezorgd dat het aantal boerenbedrijven in Nederland sinds 2001 is gehalveerd, terwijl het aantal dieren in de veehouderij vrijwel gelijk is gebleven. Dat is boerenbedrog. We hebben gisteren opnieuw gezien tot welke frustratie dat leidt. De partijen die niet het aantal dieren in de veehouderij willen krimpen, zijn verantwoordelijk voor een krimp van het aantal boeren, zo ook de minister. Gelukkig is het PBL daar deze week in het nieuwe rapport erg duidelijk over geweest: zet niet in op dure, technische stallen als je weet dat je die later toch weer moet gaan uitkopen. En: wees eerlijk. Waarom heeft de minister niet het eerlijke verhaal verteld? Natuurlijk kijk ik daarbij ook naar de rol van de Kamer, die deze verwerpelijke wet heeft aangenomen. Waar was de minister van Natuur in 2020?

Terwijl de urgentie van de klimaatcrisis, het natuur- en biodiversiteitsverlies, de puinhoop in het stikstofbeleid, de mestfraude en de ernst van het georganiseerde leed dat dieren in de veehouderij wordt aangedaan, schreeuwt om spoedig en ingrijpend handelen, bleek 2020 toch weer een jaar van achter de feiten aanlopen en brandjes blussen. Dat is niet alleen in figuurlijke zin. In 2020 kwamen er meer dan 100.000 dieren om tijdens stalbranden. Ze verbrandden levend of verstikten in de rook. Jaar in, jaar uit is dit een terugkerend feit en worden we steeds opnieuw opgeschrikt door gruwelijke beelden van stallen waar de vlammen door het dak heen breken, terwijl we weten dat in de stallen vele duizenden dieren worden gehouden met geen enkele mogelijkheid om te ontsnappen. De minister schrijft in haar jaarverslag dat ze stalbranden heeft willen voorkomen door brandveiligheid op te nemen als subsidievoorwaarde voor nieuwe stallen. Kan de minister uitleggen waarom ze niets heeft gedaan om brandveiligheidsmaatregelen te treffen — of beter gezegd: brandveiligheidseisen te stellen — om deze dieren te beschermen? Stilzitten is geen vooruitgang. Hoe blikt de minister zelf terug op het gebrek aan bescherming onder haar bewind, nu we ook uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid weten dat de brandveiligheid voor dieren in de veehouderij alleen maar is afgenomen, met vele slachtoffers als gevolg? Waarom? Omdat het kabinet vond dat het te veel geld kostte om deze dieren beter te beschermen. We roepen de minister dan ook op om snel invulling te geven aan de wettelijke mogelijkheid die zij nu heeft gekregen van de Kamer om dieren daadwerkelijk te beschermen tegen stalbranden.

Voorzitter. Economische belangen prevaleerden boven die van de dieren, maar ook boven het belang van de volksgezondheid. Nadat vorig jaar de coronapandemie was uitgebroken en het leven van vele mensen ingrijpend veranderde of zelfs ophield, zou je verwachten dat het kabinet wel wat voorzichtiger zou omspringen met zoönosen. Zeker nu het kabinet zich laat adviseren door virologen die waarschuwen dat Nederland als meest veedichte land ter wereld een tikkende tijdbom is voor de verspreiding van dierziektes naar mensen. Ook in het rapport van de expertgroep zoönosen, dat deze week verscheen, wordt gesteld dat Nederland een potentiële hotspot is voor zoönose-uitbraken.

Maar toen Nederland de primeur had dat er corona uitbrak in de veehouderij, in een nertsenhouderij, reageerde de minister op z'n janboerenfluitjes. Waar in Denemarken direct fors werd ingegrepen toen bleek dat de nertsenfokkerij een broedplaats was voor de virusmutaties, mochten Nederlandse nertsenfokkers de dieren gewoon laten doorgroeien, om ze in november het vel over de oren te trekken om er een jas van te maken. Tenzij bedrijven besmet raakten met het coronavirus. En dat gebeurde. Bij 70 nertsenfokkerijen, meer dan de helft van het aantal bedrijven, werden alle nertsen vroegtijdig vergast: bijna 3 miljoen dieren.

Onlangs bleek dat bij maar liefst 42 van deze bedrijven ook mensen zijn besmet met een coronavariant die is ontstaan door mutaties in de nertsenfokkerij. Ook buiten de nertsenfokkerij blijken toch mensen te zijn besmet met de nertsenvariant van het virus. Mensen die dus niets met deze sector te maken hebben, maar er wel ziek van zijn geworden. Iets wat het afgelopen jaar telkens werd weggewuifd, omdat dit risico vrijwel nihil zou zijn. Hoe kijkt de minister hierop terug? Erkent zij dat er flink risico is genomen door zolang te wachten met ingrijpen? Was dit het wel waard volgens de minister?

Voorzitter. De nertsenhouderij en de nertsenfokkerij zijn uiteindelijk gelukkig beëindigd. Een moreel verwerpelijke sector die overigens wat de Partij voor de Dieren betreft ook zonder corona geen dag langer had mogen bestaan.

Nertsen waren echter niet de enige dieren die vanwege zoönose met duizenden tegelijk werden vergast in 2020. Ook het afgelopen jaar werd opnieuw vogelgriep aangetroffen in de pluimveehouderij. Daardoor zijn meer dan 800.000 kippen, eenden en kalkoenen vergast. De ophokplicht volgde. De lockdown voor honderden miljoenen dieren, die geen 1,5 meter afstand kunnen houden, werd deze week na achtenhalve maand eindelijk opgeheven. Het vooruitzicht is echter niet rooskleurig. Als je doet wat je altijd deed, dan krijg je wat je altijd kreeg. De aanpak is sinds jaar en dag hetzelfde. We laten het gebeuren en als het misgaat, vergassen we alle dieren in de hele stal plus de dieren in de nabijgelegen stallen. Dit najaar zullen opnieuw kieren in stallen worden dichtgemaakt met purschuim, gasinstallaties worden neergezet, en de stallen volgespoten worden met gas, wanneer de dieren met duizenden tegelijk geruimd, vergast worden. Want zo gaat dat, om de stallen vervolgens weer vrolijk te kunnen vullen met duizenden jonge dieren die weer hetzelfde risico lopen.

Het virus is inmiddels van vogels naar vossen overgesprongen en ook mensen kunnen van bepaalde vogelgriepvirussen ziek worden. Ze kunnen er zelfs aan overlijden. Virologen waarschuwen ons dat het een kwestie van tijd is tot het vogelgriepvirus zich zodanig verder muteert dat het niet alleen van dier op mens besmettelijk is, maar ook van mens op mens. En dan, voorzitter? Waarom luistert het kabinet pas naar de deskundigen als we midden in een gezondheidscrisis zitten? Waarom neemt de minister nu de waarschuwingen niet ter harte en treft zij geen voorzorgsmaatregelen, zoals het verlagen van het aantal dieren in de pluimveehouderij, van het aantal dieren per stal en van het aantal dieren en bedrijven in een gebied? Dat adviseert ook de expertgroep zoönosen. Het terugbrengen van het aantal pluimveebedrijven in waterrijke gebieden is ook een advies van de expertgroep. Of een stop op de export van broedeieren, waarmee de pluimvee-industrie ook in beruchte vogelgrieplanden in de benen wordt gehouden. Of het sluiten van besmette kippenstallen, om te voorkomen dat er nieuwe, voor de mens gevaarlijke, infecties ontstaan.

De minister zegt steeds dat volksgezondheid op de eerste plaats staat, maar waarom zien we dat niet terug in het handelen van het kabinet? Waarom sluit de minister niet de eendenhouderijen die 23 keer meer kans lopen om vogelgriep te krijgen dan stallen met kippen?

Ook op het gebied van de geitenhouderij is in het afgelopen jaar stilgezeten. Na de Q-koorts spreekt het RIVM van een mogelijk nieuwe zoönose in de geitenhouderij. Al tien jaar blijkt uit onderzoeken dat omwonenden in een straal van 2 kilometer rondom een geitenbedrijf een groter risico lopen op longontstekingen. De GGD waarschuwt dat het opheffen van provinciale geitenstops medisch onaanvaardbaar zou zijn. Het kabinet doet nog steeds niets om het aantal geiten in de geitenhouderij te begrenzen. En het doet niets om de provinciale geitenstops te behouden. In welk woordenboek valt dat onder het voorzorgsprincipe?

Voorzitter. Over voorzorgsmaatregelen gesproken. Er was er een die de minister vorig jaar wel nam. Na aaneengesloten jaren met warme zomers tellen we jaarlijks tienduizenden dieren die sterven door de hitte. In de extreem warme zomer van 2019 stierven minstens 163.000 dieren door de hitte. Exacte aantallen worden niet eens geregistreerd. Er volgde vorig jaar wederom een extreem hete zomer. Dit jaar zal dat niet anders zijn. Ik roep de minister op om deze cijfers voortaan bij te houden en ze openbaar te maken. Bijvoorbeeld de cijfers van Rendac, die iedere zomer extra ritten maakt om alle dieren op te halen die zijn gestorven in de stallen.

Dieren worden in Nederland ook tijdens hittegolven naar slachthuizen afgevoerd in veewagens zonder ventilatie en waarin de temperatuur al snel extreem hoog oploopt. Als het buiten bijna 35 graden is, kan het in een vrachtwagen wel 40 tot 45 graden worden. Dieren kunnen hun hitte niet kwijt. Ze hebben nauwelijks ruimte om zich te bewegen of om überhaupt te liggen. Ze gaan hijgen en drogen uit. Een flink aantal dieren sterft van ellende. Ieder jaar belooft de minister aanvullende maatregelen te treffen om dierenleed tijdens hittegolven te voorkomen. Dan worden sectorplannen opnieuw bekeken en soms worden ze wat aangescherpt. Dan komen er onzalige voorstellen bij, zoals de suggestie om dieren eerder af te voeren naar het slachthuis, of om ze minder eten te geven. Dit zijn voorbeelden van maatregelen om hittestress te voorkomen uit het hitteprotocol van de varkenssector, waar de Kamer zich vorig jaar tegen uitsprak.

Inmiddels is wel duidelijk dat vrijblijvende afspraken onvoldoende werken. Dit concludeerden ook de Dierenbescherming en Eyes on Animals onlangs nog. Slecht één maatregel werd niet vrijwillig maar wettelijk vastgelegd. Nadat met name de pluimveesector zich niet wilde houden aan een vrijblijvende afspraak om geen dieren te vervoeren bij een temperatuur boven de 35 graden, heeft de minister dit vorig jaar wettelijk vastgelegd. Dat was een hele belangrijke stap. Maar het vervoeren van vleeskuikens — een akelig woord — in vrachtwagens bij een buitentemperatuur van 34 graden, is nog altijd doffe ellende, zeker omdat deze transporten plaatsvinden zonder mechanische ventilatie of airco, waardoor de temperatuur in de vrachtwagens 5 graden tot zelfs 10 graden hoger ligt. Vleeskuikens hebben, doordat ze worden gefokt op hun zware gewicht, sneller last van hittestress en ze produceren zelf ook meer warmte door hun stofwisseling. Hierdoor kunnen deze dieren al bij een buitentemperatuur van 20 graden last krijgen van hittestress. De door de minister ingestelde temperatuurgrens van 35 graden is dus veel en veel te hoog.

Dat geldt ook voor andere diersoorten, bijvoorbeeld varkens. Zij kunnen ook moeilijk hun warmte kwijt. Ze koelen van nature af door in de modder te rollen om zo, via verdamping, hun warmte kwijt te raken. Dat lukt niet in een vrachtwagen. En dus kunnen de dieren hun warmte niet kwijt tot ze er beroerd van raken. Niet voor niets zet de minister zich in Europa in om een einde te maken aan niet-geventileerde langeafstandsdiertransporten bij buitentemperaturen van 30 graden of meer. Dat gaat dus om 30 graden. Maar waarom zouden we dan in Nederland een temperatuur van maximaal 35 graden aanhouden? Ik wil de minister vragen om niet alleen in Europa te pleiten voor een maximale temperatuur van 30 graden, maar daar ook in Nederland mee te beginnen, bij alle diertransporten. Ik dien hiervoor in de tweede termijn een motie in.

Voorzitter. De dieren die wel levend aankomen bij het slachthuis, staan vervolgens ellenlang voor de deur te wachten in hete vrachtwagens. Of de vrachtwagens moeten rondjes blijven rijden totdat ze aan de beurt zijn. Verlaag de slachtsnelheid in slachthuizen, zodat er minder dieren hoeven te worden aangevoerd. Is de minister bereid om een maximale wachttijd van 15 minuten vast te leggen? Ook voor de hoeveelheid dieren die wordt ingeladen in vrachtwagens op hete dagen, gelden slechts vrijblijvende richtlijnen, die tekortschieten voor een aantal diertransporten. Zorg voor een wettelijke plicht om het aantal dieren te verlagen dat per vrachtwagen mag worden vervoerd. Zorg voor een structureel lagere stalbezetting in de maanden waarin de kans dat het heet wordt, erg groot is. Dan voorkom je dat dieren in snikhete stallen komen te zitten of dat ze in bloedhete vrachtwagens naar het slachthuis worden afgevoerd. Begin tegen te gaan dat de sector in die bloedhete dagen meer dieren houdt dan anders. Waarom heeft de minister vorig jaar niet voor deze maatregelen gekozen? Ook hiervoor dien ik een motie in. Nu de zomer op ons ligt te wachten, kijk ook ik met vrees uit naar alle ellende die dit met zich meebrengt voor de dieren.

Voorzitter. Dan de varkensrechten. Dat is een woord, waarvan in eerste instantie mijn hart sneller gaat kloppen. Wat zou het mooi zijn als varkens rechten zouden hebben. Maar in dit geval zijn varkensrechten rechten van mensen. Hoeveel varkens door een varkenshouder mogen worden gefokt of gedood, is vastgelegd in een hoeveelheid varkensrechten. Omdat we te veel varkens houden in Nederland, hebben we een stikstofprobleem, is er sprake van stankoverlast en zijn er gezondheidsrisico's.

Voorzitter. Wat kun je dan doen? Dan kun je als overheid varkensrechten opkopen om het aantal varkens in de veehouderij te verminderen. En dat gebeurde, in de regio's Zuid en Oost, waar de meeste stankoverlast is, betaald met een belastinggeld en een dikke lening. Toen zat de minister met varkensrechten in haar maag, want om de lening weer terug te kunnen betalen, aan de Rabobank in dit geval, moesten de varkensrechten in andere regio's verkocht worden, maar bijna niemand wilde ze kopen. Dus wat deed de minister? In plaats van te kiezen voor de natuur, en de rechten uit de markt te halen, koos de minister voor de belangen van de Rabobank. Ze gaf hen toestemming om de varkensrechten weer te verkopen, aan precies dezelfde regio's, regio Zuid en Oost, waarvan de rechten net waren vrijgekocht. En ze verkocht ze met korting.

Dat is een raar verhaal. We hebben net de rechten opgekocht met belastinggeld, en het stinkt nog steeds. Dat is raar, maar het wordt nog erger. De minister had nóg een opdracht om varkensrechten op te kopen. Want ja, het stonk nog steeds. De klimaatdoelen werden niet gehaald, en de stikstofdoelen ook niet. Dus zei de minister: we gaan varkensrechten opkopen, in de regio's Zuid en Oost. Er we vroegen nog aan de minister: u gaat de rechten toch niet verkopen aan dezelfde regio? Nee, dat was niet het geval, zo werd de Kamer geïnformeerd. Maar de Algemene Rekenkamer kwam erachter dat daar niets van klopte. Waarom is de minister hier niet eerlijk over geweest? En waarom koos de minister voor de belangen van de Rabobank in plaats van de belangen van de natuur, klimaat en stikstof, waar zij verantwoordelijk voor is? Wat vindt de minister er zelf van, dat door dit ondoordachte beleid boeren goedkoop hebben kunnen uitbreiden, terwijl de belastingbetaler er dubbel voor opdraaide? En kan de minister uitsluiten dat varkenshouders die op dit moment worden uitgekocht nog altijd een deel van hun rechten kunnen doorverkopen?

Voorzitter. Ik wil het ook nog even hebben over de geitenbokjes. Bokjes worden geboren als bijproduct, als restafval van een melkgeitenhouderij. Een aantal jaar geleden, in 2017, kwam dankzij Eyes on Animals aan het licht dat de sterfte onder bokjes bij bokkenmesterijen schrikbarend hoog was. De sector mocht een verbeterplan maken, maar echte verbetering bleef uit, en vorig jaar zorgde corona voor nog meer ellende voor de bokjes. Het is tijd om nu in te grijpen. Wij zullen hier vanavond een aangehouden motie over in stemming brengen, die de regering oproept om zelf te komen met een plan van aanpak om ziekte en sterfte onder de bokjes te voorkomen.

Voorzitter. Waar de minister echt tekort in schiet, is de uitvoering van de vorig jaar aangenomen motie van de Partij voor de Dieren om de haas en het konijn niet langer voor de lol dood te schieten. De Tweede Kamer vroeg om een jachtstop — het gaat om de plezierjacht, welteverstaan — en de minister komt met een onderzoek naar de staat van instandhouding. Heeft de Kamer hierom gevraagd? Nee. En is die kennis al voorhanden? Ja. Waar wacht de minister dan nog op? Het gaat niet goed met de haas en het konijn, mede door hoe we ons land inrichten, en voornamelijk door de intensieve landbouw. Sinds vorig jaar zijn deze beide soorten op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten komen te staan, omdat de populaties met 60% tot 70% zijn afgenomen sinds 1950. Dat is zorgelijk, en dat vond de minister ook. Desondanks konden jagers het afgelopen jaar gewoon doorgaan met het voor de lol bejagen van de haas en het konijn, dus zonder redelijk doel. De plezierjacht op konijnen kan nu, deze zomer, alweer plaatsvinden. Waarom zouden we soorten waarvan we weten dat het er slecht mee gaat, nog verder onder druk zetten door ze te gebruiken als schietschijf voor de jagers? En waarom voert de minister de motie niet gewoon uit waarin duidelijk de opdracht wordt gegeven om de haas en het konijn van de lijst met vrij bejaagbare soorten te halen? Deelt de minister de mening dat het doden van dieren voor het plezier niet te rechtvaardigen is wanneer er geen enkele noodzaak toe is? Deelt de minister het inzicht dat het doden van dieren zonder nut of noodzaak afwijkt van het voorzorgsbeginsel wanneer het slecht gaat met deze soorten, en afwijkt van de wettelijk erkende intrinsieke waarde van dieren?

Meer mensen delen de mening dat dieren niet voor hun plezier geschoten mogen worden. Bijna 45.000 mensen ondertekenden dit jaar de petitie van de Dierenbescherming om de jacht voor het plezier te stoppen, zoals de jacht op de haas en het konijn. Nader onderzoek naar de staat van instandhouding vindt de Partij voor de Dieren prima, maar dat kan en dat moet parallel lopen aan de uitvoering van een aangenomen motie. Kan de minister daarom toezeggen dat ze de motie per direct zal uitvoeren, voordat deze dieren opnieuw het haasje zijn? Is het nodig om de minister eraan te helpen herinneren dat een wens, een opdracht, van de Tweede Kamer serieus genomen dient te worden?

Tot slot, voorzitter, sluit ik af met nog meer jacht, de Oostvaardersplassen. Dat is een schiettent waar weerloze gezonde dieren in bosjes worden doodgeschoten, sommige pas geboren en sommige zelfs drachtig. Konikpaarden staan wekenlang in de brandende zon te wachten tot ze naar het slachthuis worden gebracht en ook de jacht op de heckrunderen is inmiddels geopend. En de dieren? Die kunnen geen kant op. Als ik geboren was in 1983 en de Partij voor de Dieren toen zou hebben bestaan, dan zouden we tegen het plan voor de Oostvaardersplassen hebben gestemd. Maar nu de dieren daar zijn, moeten we zorgen dat de dieren de rust, de ruimte en de beschutting krijgen die ze nodig hebben. Hekken weg van de Oostvaardersplassen! Het was bijna gelukt, ware het niet dat voormalig staatssecretaris Bleker er een streep door trok en de dieren achterliet. En we weten allemaal wat dat voor een puinhoop is geworden en wat voor een puinhoop hij überhaupt van het natuurbeleid heeft gemaakt.

Inmiddels heeft ook de minister haar handen van het dossier af getrokken, nu de beleidsverantwoordelijkheid voor het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen is overgeheveld naar de provincie Flevoland. En, voorzitter, dit kan zo niet langer! Flevoland, mijn eigen provincie, heeft herhaaldelijk bewezen niet met deze grote verantwoordelijkheid om te kunnen gaan. Is de minister bereid de overeenkomst met de provincie Flevoland te evalueren en de Kamer hierover te informeren? Hierover zal ik een motie indienen.

Voorzitter. Vooruitgang boek je wanneer elke fout een nieuwe is. Laten we leren van de gemaakte fouten, zodat ze niet steeds opnieuw gemaakt worden. We hebben deze week gezien dat het CDA daar in ieder geval een poging toe doet.

Dus, voorzitter, ik ben hoopvol gestemd. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Boswijk van het CDA.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dacht dat meneer De Groot er nog tussendoor zou komen, maar ...

De voorzitter:
Die heeft het opgegeven.

De heer Boswijk (CDA):
Ja. Ik wou iets zeggen, maar laat ik dat maar niet doen!

De voorzitter:
De nacht is nog lang. We hebben straks nog 200 moties om over te stemmen. Er moet nog afscheid genomen worden van dit huis. We krijgen nog een afscheidsspeech van de voorzitter. Dus, meneer Boswijk, brand los!

De heer Boswijk (CDA):
Dan zal ik het maar iets inkorten.

Voorzitter. Als iets zorgt voor wantrouwen in de agrarische sector dan is dat vooral de overheid zelf en dat boeren niet meer op de overheid kunnen en soms ook niet meer durven rekenen. Gisteren was er op het Malieveld een jonge boer uit Brabant die mij vertelde dat hij op het punt stond om een machine te kopen om minder gewasbeschermingsmiddelen te kunnen gaan gebruiken. Dat was een hele grote beslissing van meer dan 3,5 ton. En we hebben het dan dus over een boerenjongen van midden 20. Hij zei eigenlijk heel treffend tegen mij: niemand kan mij garanderen dat ik deze machine over drie weken nog mag gebruiken.

Voorzitter. Neem Marije Klever. Na mijn aantreden als landbouwwoordvoerder was dat de eerste boerin bij wie ik op stage ging. Zij heeft een nieuwe stal gebouwd met een emissiearme vloer, een vloer die momenteel onder vuur ligt. Wie biedt deze jonge boeren nog houvast? Stabiel en langjarig beleid, dat mag wat het CDA betreft best ambitieus zijn. Het is daarom ook een van de kernpunten in de visie die wij de afgelopen week hebben gepresenteerd. Toen ik deze visie overhandigde aan diezelfde Marije Klever en aan Roy Meijer, de voorzitter van de DAJK, deden zij nogmaals de oproep om zekerheid te bieden. Als die zekerheid er is, willen zij heel graag onderdeel uitmaken van de uitdagingen waar we voor staan. Maar we moeten ook zekerheid bieden aan de vele interimmers die op dit moment niet weten waar ze aan toe zijn, omdat ze bijvoorbeeld geen financiering kunnen krijgen om hun bedrijf te verduurzamen. En dat is wel iets wat wij met z'n allen heel graag willen.

Voorzitter. Van de week hebben we onze landbouwvisie gepresenteerd en hierbij heb ik aangegeven dat de afgelopen jaren het landbouwdebat in versneld tempo is gepolariseerd. Visies worden ongelezen afgebrand en velen blijven in hun eigen loopgraven, in hun eigen gelijk. Het gevolg is dat we niets doen, en toch zal het handhaven van de status quo ons niet verder helpen. Dat is niet in het belang van de natuur en het klimaat, maar ook zeker niet in het belang van de boer. Als we namelijk niets doen om het perspectief voor de boeren te verbeteren, zal over tien tot vijftien jaar de helft van de boeren zijn gestopt. Dit zijn geen makkelijke keuzes die we moeten maken, maar juist nu moeten we leiderschap tonen en ook die duidelijkheid verschaffen.

Voorzitter. De landbouwsector staat voor behoorlijk wat uitdagingen. In de eerste plaats staat het bestaansrecht van de boeren onder druk. Boeren zitten in feite gevangen in een niet toekomstbestendig productiesysteem en in een complex regelgevingssysteem.

De voorzitter:
Mevrouw Bromet, ik zie u bij de interruptiemicrofoon staan, maar ik heb u niet op de lijst staan van deelnemers aan dit debat. Klopt dat?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ja, maar, voorzitter, als je nul minuten spreektijd opgeeft, mag je volgens mij wel interrupties plegen.

De voorzitter:
Ik heb u hier helemaal niet staan.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
O, ik sta er helemaal niet? Nou, dat is jammer, want ik had een hele goeie vraag.

De heer Boswijk (CDA):
U heeft altijd goeie vragen! U mag hem zo aan mij stellen, off the record.

De voorzitter:
Het spijt me. Meneer Boswijk, gaat u verder.

De heer Boswijk (CDA):
Het motto is altijd geweest: meer, meer, meer, aangezet door overheden, banken, exporteurs en supermarkten. In de landbouw ontbreekt de normale marktwerking. Een tekort is maatschappelijk gezien geen optie; het zou namelijk honger betekenen. Maar dit systeem gaat ten koste van het bestaansrecht van boeren. Alleen dankzij hun drijfveren en hun motivatie, ondanks alle negativiteit en ondanks alle tegenslagen die zij continu te verwerken krijgen, blijft de voedselvoorziening tot op heden in stand. Ten tweede zien wij grote uitdagingen op het gebied van klimaat en milieu, en op sommige plekken in ons land staat de bodemkwaliteit en de waterkwaliteit onder druk. In de derde plaats staat ook de ruimte in het buitengebied onder druk. Met 17 miljoen mensen op een klein stukje aarde is het woekeren met de schaarse ruimte.

Voorzitter. We zullen moeten zoeken naar een nieuwe balans, een die recht doet aan de waarde van de agrarische sector én aan het draagkracht van de aarde. Nu staan landbouw en natuur vaak nog tegenover elkaar. Onze stip op de horizon is een landbouw die bloeit als innovatieve en schone toptechnologie in handen van onze rentmeesters.

Voorzitter. De term "rentmeesters" wil ik graag toelichten. Het optreden van rentmeesters bestaat wat ons betreft uit een evenwichtige mix van drie elementen. Ten eerste moet een rentmeester met gezond verstand te werk gaan. Hij gebruikt elke dag zijn boerenverstand. Hij weegt alles nuchter af en laat zich niet meeslepen in de waan van de dag en houdt zijn oog gericht op de lange termijn. Ten tweede heeft de rentmeester historisch besef. Hij weet dat hij niet in een vacuüm leeft en heeft voeling met de geschiedenis, de mensen, de natuur en het land dat hij in bruikleen heeft. Ten derde heeft de rentmeester empathie met de ander. Hij heeft hart voor degene die hij op zijn weg ontmoet en die het moeilijk heeft. Hij houdt rekening met de draagkracht van mensen en hun leefomgeving. Dát is werkelijke duurzaamheid. Echt duurzaam betekent immers: vervlochten met de menselijke leefomgeving, inspelend op haar mogelijkheden en rekening houdend met haar beperkingen.

Voorzitter. Vanuit dit perspectief van rentmeesterschap pleiten we voor het aanjagen en het versterken van drie hoopvolle vernieuwingsbewegingen, namelijk van regelzucht naar ademruimte, van marktwaarde naar maatschappelijke waarde, van bodemuitputting naar bodemgezondheid. Vandaag wil ik het tweede aspect uitlichten: van marktwaarde naar maatschappelijke waarde. Wij willen dat we niet alleen kijken naar de direct toegevoegde waarde van de agrarische sector aan onze economie — die is groot — maar dat we ook de indirecte maatschappelijke effecten, positief én negatief, mee laten wegen. Denk aan de waarde die de landbouwsector heeft bij het behoud van ons cultuurlandschap, onze voedselzekerheid en het opwekken van duurzame energie, maar ook aan het verlies van bodemkwaliteit, biodiversiteit en de uitstoot. Wij willen de toekomst van de landbouw zo inrichten dat de bijdrage van de agrarische sector aan de gemeenschappelijke goeden een plek krijgt in het businessmodel van de boer. Als boeren publieke diensten leveren, moeten ze daar ook voor worden beloond. Denk aan bijvoorbeeld natuur- en landschapsbeheer, waterzuivering, koolstofvastlegging en andere ecosysteemdiensten.

Voorzitter. Vandaag wil ik daarom twee concrete voorstellen doen. Als eerste het scherpe onderscheid tussen landbouwgrond en natuurgrond. Met name in de buurt van natuurgebieden lijkt erop te worden gekoerst dat er buffers moeten komen te staan tussen natuur en landbouw, waar in toenemende mate natuurinclusieve landbouw uitgeoefend kan worden. Nu is het gekke dat we in Nederland maar twee opties kennen, die hun eigen wet- en regelgeving kennen, namelijk landbouwgrond en natuurgrond. Eigenlijk zouden we een soort tussenvariant moeten vinden, waarin bijvoorbeeld meer dieren gehouden kunnen worden dan nu op natuurgrond, maar wel minder dan op landbouwgrond. Wij noemen deze variant "landschapsgrond". Op deze manier kan er aan het bestaansrecht voor de boeren een goede invulling worden gegeven in de bufferzones tussen natuur en landbouw. Graag een reactie van de minister hierop.

Voorzitter. Een tweede voorstel gaat over het verdienmodel van de natuurgrond. Wat ik veelal hoor, is dat grote terreinbeherende organisaties een vergoeding krijgen vanuit overheden voor het beheren van natuurgronden. Vervolgens verpachten zij de grond aan een boer. De boer doet vervolgens het daadwerkelijke beheer. Die boer betaalt de terreinbeherende organisatie ook nog pachtgeld. Dit komt eigenlijk best wel bijzonder over. De terreinbeherende organisatie ontvangt twee keer geld en de boer betaalt geld om beheer uit te voeren. Net zoals bij de supermarkt is de rol van een boer in relatie tot terreinbeherende organisaties ingewikkeld. Ze zijn immers ook afhankelijk. Ik wil daarom graag dat de minister een verkenning gaat doen naar de houdbaarheid van dit systeem en of het mogelijk is om ervoor te zorgen dat de beheersgelden die de terreinbeherende organisaties ontvangen, doorgezet kunnen worden naar degenen die daadwerkelijk het beheer doen. Graag een reactie van de minister hierop.

Ten slotte, voorzitter. In het PBL-rapport werd afgelopen week een conclusie getrokken die wij al eerder hadden getrokken in schriftelijke vragen. Het CDA vindt natuur enorm belangrijk. Daar moeten we ook veel meer aan doen dan we hebben gedaan, maar we moeten ook erkennen dat de schepping veel ingenieuzer in elkaar zit en dat de kwaliteit van de natuur niet is te meten op basis van één indicator, de KDW. Er zijn meerdere facetten die invloed hebben op de kwaliteit van de natuur: de samenstelling van de grond, de stand van het grondwater, de kwaliteit van het water, de kwaliteit van de lucht, maar ook nog bijvoorbeeld de effecten van klimaatverandering. We willen graag beleid dat slaagt, dat effectief is en dat echt bijdraagt aan meer en betere natuur. Daarom willen wij met een voorstel komen om niet blind te varen op de stikstofdoelstellingen, maar de brede natuurdoelstellingen en de toekomst van de landbouw voor ogen te houden. Want als we ons alleen maar blindstaren op de stikstofdoelstellingen, hebben we straks een leeg landschap en niet de natuurkwaliteit die wij voor ogen hadden.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank aan de heer Boswijk. Het woord is aan mevrouw Van der Plas, BBB. Even checken of het tafeltje van het spreekgestoelte goed staat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het staat goed, ja.

De voorzitter:
Mooi. Aan u het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Deze laatste dag voor het reces — wat overigens niet vakantie betekent, althans niet voor mij — kijk ik ook terug naar de afgelopen periode. De slotwet die voor ons ligt, geeft daar een inkijk in. We zien bijvoorbeeld dat een aantal subsidieregelingen niet helemaal is gebruikt. Zo is bijvoorbeeld het subsidiebedrag voor de Regeling brongerichte aanpak emissies niet helemaal besteed. Ook bleek de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen, die overigens bedoeld was om geur te verminderen en geen stikstof, minder succesvol dan gehoopt. De Subsidieregeling sanering varkenshouderijen is overigens door de sector zelf bedacht en is niet opgelegd door welk ministerie dan ook. De varkenshouders hadden er al voor gewaarschuwd: niet alle aanvragers zouden er gebruik van maken. Maar ja, wie luistert er nou naar de vakmensen, de boeren in dit geval? Die hebben er geen verstand van, lijken we hier weleens te denken. Wij kijken dan naar experts, zoals bijvoorbeeld recent experts uit de humane gezondheid, die ook gaan oordelen over de diergezondheid en over de zogenaamde noodgedwongen krimp van de veestapel. Dat is prima, maar dan gaan we ook dierenartsen laten meekijken met de intensieve menshouderij en dan laten we dierenartsen ook maar eens adviseren over de krimp van de mensstapel. Dat zou iedereen heel raar vinden. Nou, andersom is het net zo raar. Maar het zijn wel signalen die aangeven dat er een kloof ligt tussen wat wij hier bedenken en waar boeren en tuinders behoefte aan hebben.

Die kloof werd gisteren op het Malieveld ook weer pijnlijk duidelijk. Politici beweren dat ze de pijn van de boer voelen. Er is hier geen enkel Kamerlid, geen enkele minister, geen enkele staatssecretaris en geen enkele ambtenaar die de pijn van de boeren voelt. Ook ik kan die pijn niet voelen. Ik kan wel luisteren naar de verhalen over de pijn die zij voelen en die pijn hier proberen te verwoorden. En al ga je nog zo vaak op vrijdagochtend melken op de boerderij en al bezoek je 100 boeren in 100 dagen — dat vind ik echt een enorm knappe prestatie met het drukke Kamerwerk in Den Haag erbij, want dat betekent één boer per dag — dat maakt je nog geen boer. Dat maakt nog niet dat je de pijn voelt van al jaren beschuldigd worden van alles wat niet goed gaat in Nederland en dat maakt nog niet dat je de pijn voelt van weggezet worden als subsidievreter, als dierenbeul, als gifspuiter en als milieucrimineel, terwijl je bezig bent met mensen van die eerste levensbehoefte te voorzien: voedsel. Dat je daar niet eens je inkomen uit kan halen, omdat de prijzen al jaren te laag zijn. De supermarkten die al twintig jaar stunten met voedsel en burgers elke dag een perverse prikkel geven: voor voedsel hoef je niet veel te betalen, voedsel is goedkoop. Supermarkten die fair trade producten verkopen waarvoor boeren in Afrika en Azië een eerlijke prijs krijgen, fair trade. En met onze eigen boeren wordt aan fail trade gedaan. Het scheelt één letter, maar het is een wereld van verschil.

Ook voelen wij hier in de Kamer niet de pijn van de torenhoge boetes als je in de enorme stapel van de administratie per ongeluk een vinkje verkeerd hebt gezet of een verkeerde mestcode hebt ingevuld. Wij voelen niet de pijn van het betalen van de rekening van de bedrijfsadviseur die vergeten is om op een knop te drukken waardoor de boer de inkomenstoeslag misloopt, met als gevolg dat diezelfde boer geen idee heeft hoe hij dat jaar moet rondkomen. De inkomenstoeslag is, hoe triest het ook klinkt, voor veel boeren keihard nodig om rond te kunnen komen. Ja, maar alle boeren zijn miljonair. Nee, boeren zijn niet allemaal miljonair. Kapitaal zit vaak in hun grond en stenen, maar we weten allemaal dat je grond en stenen niet kunt eten. We moeten kijken wat het besteedbare inkomen is van een boer. Gisteren op het Malieveld sprak ik twee boeren die moeten rondkomen van €1.200 tot €1.300 in de maand. Ze werken 80 uur per week.

Een derde van de boeren leeft zelfs onder de armoedegrens en dan hoor ik hier mensen praten over pijn voelen, over verdienvermogen en over bijbaantjes in landschapsbeheer. Dat is beheer waar ze met subsidies voor betaald zouden moeten worden en vervolgens zijn die boeren dan weer afhankelijk van de overheid voor hoeveel ze voor dat landschapsbeheer krijgen en of dat bedrag altijd zo zal blijven. Intussen wordt maar geroepen door sommige partijen dat boeren alleen maar subsidies willen, dat ze aan het subsidie-infuus liggen. Je zult maar 80 uur in de week werken, daar te weinig mee verdienen en dan te horen krijgen dat je gesubsidieerd het landschap kunt gaan beheren. Alsof dat een schande is. Als de plaatselijke cafébaas het plein hiervoor moet gaan onderhouden, verlangen wij dan ook dat hij dat onderhoud zelf gaat betalen?

Voorzitter. Ik snap ook wel dat er wordt ingezet op landschapsbeheer, want daar vallen vele miljoenen aan subsidiegeld op te strijken. Dat gebeurt ook, maar met name door ngo's. Zij weten de weg naar de subsidiepotten heel goed te vinden. Subsidie voor boeren is een vies woord, terwijl zij dankzij subsidies betaalbaar voedsel kunnen maken voor ons. Subsidies voor ngo's staan nooit ter discussie. Ik stel dat wel ter discussie.

Elk jaar krijgen die organisaties tientallen miljoenen euro's aan donaties van bijvoorbeeld de Postcodeloterij, die soms wel het 151ste Kamerlid lijkt te zijn met het sponsoren van de groene lobby die bij sommige politieke partijen vervolgens kind aan huis zijn, partijen die de groene agenda van diezelfde ngo's uitvoeren. Let wel, alleen al van de Postcodeloterij kregen natuur-, milieu- en dierenorganisaties sinds 1990 1 miljard euro. En wat doen die landschapsbeheerders nu eigenlijk? Krijgen we wel waar voor ons geld? Want het gaat volgens hen kennelijk alleen maar slechter met de natuur. Is dat de reden dat zij zo hard wijzen naar de boeren en daarmee hun eigen falen verhullen? Beste voorzitter, deze week leerde ik bijvoorbeeld het woord "kletskoekbomen". Het woord duidt op het lukraak planten van bomen die helemaal niet horen op de plek waar ze geplant worden. Vervolgens wil die boom niet groeien en krijgt iedereen de schuld, behalve degenen die die boom daar nooit hadden moeten neerzetten.

Voorzitter. Er is geen kloof tussen boer en burger. Er is een kloof tussen boeren en de overheid. Die kloof lijkt alleen maar te groeien. Het is noodzakelijk dat we in samenspraak met de sectoren regels opstellen, maar vooral ook overbodige en bureaucratische regels gaan schrappen. Het is noodzakelijk dat we goed kijken naar de doelen van de subsidieregels. De varkenshouderij heeft bijvoorbeeld meerdere keren gewaarschuwd voor het misbruiken van de saneringsregeling voor stikstofdoelen. De subsidieregeling ging oorspronkelijk niet om stikstof, maar om geur. Ik zeg nogmaals: het is een regeling die door de varkenshouderij zelf is ontworpen. Men voelt zich daar namelijk wel degelijk verantwoordelijk voor een goede leefomgeving. Uiteindelijk wordt het doel niet bereikt en staat niet de minister, maar de varkenshouderij in een slecht daglicht. Waarom luisteren we niet beter naar elkaar? De boeren zijn onze experts. Zij hebben ideeën, maar ze worden lamgeslagen, ze zijn moe, ze weten niet waar ze aan toe zijn en ze voelen zich niet gehoord.

Voorzitter. "Hoe minder boeren, hoe beter": ik weet dat er partijen zijn die het prachtig zouden vinden. Zij denken dat ons land beter af is zonder boeren. Ik voorspel dat het zonder boeren hard achteruitgaat. De relatief goedkope boerengrond wordt straks dure bouwgrond. Ons land slibt dicht, de milieubelasting neemt alleen maar toe, het landschapsbeheer wordt onbetaalbaar en het platteland verdwijnt. Elk jaar verliest Nederland 7.000 hectare landbouwgrond, vooral aan verstedelijking en wegen. Vinden we het gek dat biodiversiteit minder wordt met de komst van woningen, industrie en allemaal tegeltuinen? Boerenlandvogels en weidevogels heten niet voor niks zo.

De laatste decennia is het areaal landbouwgrond hard achteruitgegaan. Sinds 1950 verloor Nederland 525.000 hectare landbouwgrond. En als het zo doorgaat, komt daar tot 2050 nog eens 300.000 hectare verlies aan landbouwgrond bij. Deels is het ook voor de natuur, maar weidevogels vind je niet in een eikenboom, en een grutto vind je ook niet op de heidevelden. Of denken we dat er meer weidevogels komen als je elk jaar duizenden hectares landbouwgrond omzet in wegen, bouwgrond of natuur?

Voor biodiversiteit is niet stikstof de bepalende factor, maar in eerste instantie het leefgebied. Een te klein leefgebied doet soorten verdwijnen. Gek genoeg horen we die boodschap amper, want dit houdt in dat we juist meer platteland nodig hebben in plaats van minder. Dat is voor sommige partijen een ongemakkelijke waarheid.

Voorzitter. Ik kom terug op de Slotwet. Laten we het geld dat we beschikbaar hebben, goed gebruiken. Het is slecht nieuws dat een subsidieregeling voor brongerichte aanpak van emissies niet wordt opgebruikt. Wat gaat de minister doen om de sector beter te betrekken? Of laat ik het anders zeggen. Gaat de minister beter luisteren naar de input vanuit de sector, om er samen voor te zorgen dat we stappen kunnen zetten? De boeren hebben onze hulp daarbij hard nodig en kunnen dat niet alleen.

Ik kom even terug op het PBL-verhaal. Het Planbureau voor de Leefomgeving zegt niet dat de veehouderij onhoudbaar is. Het PBL zegt dat krampachtig vasthouden aan kritische depositiewaardes — voor de leken: dat is de neerslag in de natuurgebieden — ertoe leidt dat open veeteelt en akkerbouw uit Nederland verdwijnen. Dát is wat het PBL zegt. Als we daaraan vasthouden, zal open veeteelt en akkerbouw verdwijnen. Het PBL heeft niet gezegd: de veehouderij moet weg uit de Gelderse Vallei, het Groene Hart en Noord-Brabant. Dat staat helemaal niet in dat rapport.

Martijn Vink, senior onderzoeker van PBL, en hoofdauteur, zegt zelfs dat een focus op die kritische depositiewaarden onnodig is. In de Vogel- en Habitatrichtlijn wordt het woord stikstof helemaal niet eens genoemd. Er staat dat Nederland natuurgebieden goed moet onderhouden. Er staat in die Vogel- en Habitatrichtlijn helemaal niet hoe Nederland dat moet doen. Dat is aan de politiek; die keuze is aan óns. Wíj kiezen daarvoor. Je kunt ook zeggen ...

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, ik wil u even onderbreken. U bent aan een onderwerp begonnen dat naar mijn idee niet helemaal past bij de behandeling van de Slotwet.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou ja, het kwam hier voorbij, dus ik dacht: ik zal er ook wat over zeggen.

De voorzitter:
U kunt nog één zin toevoegen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil inderdaad nog één zin toevoegen. Diezelfde hoofdauteur van het PBL zegt ook: stel niet de laagste KDW's als langetermijndoel, maar doe wat de Vogel- en Habitatrichtlijn ook voorschrijft, namelijk de natuurkwaliteit verbeteren. Het is niet de natuur die lijdt onder de boeren, het zijn de boeren die lijden onder de politiek.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Boswijk heeft nog een hele korte vraag aan u.

De heer Boswijk (CDA):
Voorzitter. Ik hou het bij één interruptie vanavond, maar wel een fundamentele. We zitten hier nu 100 dagen en ik hoor beschrijvingen van de sector ... Er zijn hele grote uitdagingen, dat zie ik ook. Maar als we helemaal niks doen, dan halveert de sector automatisch. En waar ik me zo aan stoor, is dat u continu mensen zit af te fakkelen. Neem LTO. Die kwam op 25 mei met een ambitieus plan kwam. Ze steken hun nek uit en mevrouw Van der Plas reageert als volgt: "BBB is verbijsterd dat nota bene een boerenorganisatie met zo'n plan komt." Op die dag heb ik op Twitter — ik ben het niet met hele plan eens — het voor ze opgenomen, want ik vind het moedig dat ze in deze tijd de status quo doorbreken. Vervolgens krijg ik daarop een reactie van mevrouw Van der Plas: "Misschien moeten ze eens eisen gaan stellen dat er meer gemeten gaat worden." Nou, het mooie is: dit staat exact in het LTO-plan. Vervolgens is de tweet gewist. Ik had hem gelukkig nog opgeslagen. Een paar dagen later ...

De voorzitter:
Meneer Boswijk, alstublieft ...

De heer Boswijk (CDA):
Excuus voorzitter, maar ik maak het toch even af. Mijn vraag is: leest u alstublieft eerst en fakkelt u niet elke keer alles af, want dat polariseert alleen en brengt een oplossing niet verder. Op 25 juni zette mevrouw Van der Plas een filmpje online op Facebook: "Beste meneer Veerman, beste meneer Erisman, ik heb uw plan gelezen via de media dat de boeren weggejaagd moeten worden uit de Veluwe en de Gelderse Vallei." Allereerst, lees rapporten zelf ...

De voorzitter:
Nee, uw vraag is helder, uw boodschap is helder.

De heer Boswijk (CDA):
... en niet via de media. Er is geen plan van ...

De voorzitter:
Meneer Boswijk!

De heer Boswijk (CDA):
... meneer Veerman en meneer Erisman en er stond ook helemaal niet in dat er moet worden leeggeveegd. Vervolgens stond u gisteren op het podium.

De voorzitter:
Meneer Boswijk!

De heer Boswijk (CDA):
Ik heb mijn nek uitgestoken. U stond gisteren op het podium. U zegt zelf: ik heb geen pasklare oplossingen. Dat maakt mij ...

De voorzitter:
Nee, ik vind dit echt vervelend. Ja, het maakt u heel woest, maar u weet ook welke avond het is. Dan kunnen uw interrupties een heel stuk korter en een heel stuk bondiger. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is jammer: Derk, de heer Boswijk en ik zouden gisteren koffiedrinken, maar dat kon niet doorgaan vanwege debatten.

De voorzitter:
Misschien moet u dat vanavond nog even doen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk dat het een goed idee is om dat te doen. Ik wil wel op één ding reageren. Ik maak wel bezwaar tegen het woord "affakkelen", want ik fakkel niet af, ik ben kritisch. Iedereen mag kritisch zijn in dit land. We leven hier in een democratische rechtsstaat en ik mag gewoon kritisch zijn op plannen. Daar kunt u het niet mee eens zijn; dat vind ik helemaal prima. Maar nogmaals, ik fakkel niks af. Ik ben kritisch. Sterker nog, over het hele stikstofgebeuren: het staat gewoon in ons verkiezingsprogramma dat wij vinden dat die hele stikstofwet van tafel moet. Dus u zult mij nooit horen zeggen bij een plan dat wij meegaan in de stikstofmaatregelen. U zult nooit horen dat wij dat goedvinden, want die hele stikstofwet moet van tafel, omdat ...

De voorzitter:
Meneer Boswijk.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
... de metingen niet deugen, omdat er aannames en modellen zijn. Dat is wat wij willen: eerst terug naar de tekentafel.

De voorzitter:
Ik denk dat het beste is dat u een kopje koffie gaat drinken met elkaar, in plaats van hier ... Want dit kan nog eindeloos doorgaan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat lijkt mij ook.

De heer Boswijk (CDA):
Nog een laatste punt. Ik denk dat het niet alleen over stikstof gaat. Er zijn hele grote uitdagingen ...

De voorzitter:
Uw punt is duidelijk.

De heer Boswijk (CDA):
... en de sector rekent op perspectief en niet op polarisatie. Onze woorden doen ertoe en daarom noem ik het toch echt "affakkelen".

De voorzitter:
Uw punt is duidelijk. Daar gaat u een kopje koffie over drinken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Een laatste opmerking daarover. Onze woorden doen ertoe? Niemand heeft gezegd dat uw woorden er niet toe doen. Ook ik mag gewoon kritisch zijn op die woorden.

De voorzitter:
Oké, punt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat lijkt me trouwens een heel gezonde verstandhouding in Nederland, dat we kritisch zijn op elkaar. We hoeven het nooit met elkaar eens te zijn. Je kan ook zeggen: let's agree to disagree.

De voorzitter:
Kijk, en dat in volmondig Nederlands. We gaan tot slot naar de heer Van Campen. Ik ben benieuwd naar uw bijdrage na dit intermezzo. Nog even het haar goed.

De heer Van Campen (VVD):
Dat is altijd belangrijk, voorzitter.

Voorzitter, dank u wel. De emoties lopen hoog op en dat is niet zo gek. Dat hebben we gisteren ook kunnen zien op het Malieveld; een aantal collega's verwees er ook naar. Stuk voor stuk ondernemers, boeren — jong, oud, extensief, intensief, biologisch en in welke vormen de landbouw verder nog rijk is — die opkwamen en zich lieten horen over hun toekomst. Ik mocht daar bij zijn en ik vond dat heel inspirerend. Ik zag daar mensen die zich stuk voor stuk zorgen maakten over hun bedrijf, over de opgaven waarover wij hier met elkaar — nu slechts 100 dagen in dit mandaat en nog honderden dagen voor ons, als het goed is — van gedachten moeten wisselen. We lezen rapport na rapport. Een aantal van de rapporten is vanavond al voorbijgekomen. Ik hoop dat er gelegenheid is om daar als commissie nog eens nader, in detail, met elkaar over te kunnen spreken, omdat de rapporten zo technisch zijn dat ze nuance vragen. Die zijn niet te vervatten in een krantenkop die gaat over het voortbestaan van een hele sector, want het is niet alleen een sector, het gaat om het leven van boerenfamilies. Het gaat om gesprekken die gevoerd worden aan de keukentafel. Neem ik het bedrijf van mijn ouders over? Durf ik het aan om nu die verplichting aan te gaan? En zo ja, kan ik dan de komende 20, 30 jaar nog een boterham verdienen in die agrarische sector, op dat boerenbedrijf?

Dat zijn urgente vraagstukken waarover wij in dit huis de komende jaren het gesprek moeten voeren. Het gaat niet alleen over de boerenbedrijven, het gaat over gemeenschappen, over noaberschap, over omzien naar elkaar en over het platteland en de landbouw als onderdeel van de Nederlandse cultuur.

Maar we moeten wel op een verantwoorde manier omgaan met de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt. We moeten ook constateren, zie de stikstofproblematiek, dat we ons de afgelopen vijf, tien, twintig jaar misschien niet hebben gerealiseerd wat we ons op de hals hebben gehaald. Misschien moeten we de komende jaren oplossingen zoeken voor problemen die we eigenlijk al eerder hadden moeten oplossen. Daar zijn we allemaal misschien een beetje eigenaar van. Maar dat schept ook de verantwoordelijkheid om elkaar daarover in de ogen te kijken.

Dat is wat ik collega Boswijk hoor zeggen, wat ik collega Van der Plas hoor zeggen, wat ik collega De Groot hoor zeggen, ieder op zijn eigen manier, met zijn eigen oplossingen, maar wel zoekend naar dat eerlijke verhaal. Dat hoor ik de minister zeggen en dat zie ik de minister doen bij het schrijven en verdedigen van de stikstofwet en bij de slotwet. Hoe gaan we om met de middelen voor de warme sanering van de varkenshouderij? Kan dat iets betekenen voor stoppende kalverboeren, zodat dat misschien ruimte geeft om andere boeren binnen die sector perspectief en ruimte te geven?

Ik denk dat dat de dure plicht is die ons te wachten staat, om met elkaar te kijken naar de opgave die voor ons ligt, om de ruimte te zoeken, om de maatregelen te nemen die perspectief schetsen voor de landbouwsector, waar we allemaal wel wat bij voelen, maar gewone boerengezinnen, mensen aan de keukentafel, het gesprek voeren over hun toekomst. Veel wijsheid wens ik de minister toe.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De minister heeft aangegeven dat ze vijf minuten nodig heeft voor het overgaan tot de beantwoording.

De vergadering wordt van 21.47 uur tot 21.52 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord. Ik hoop dat zij bondig de vele vragen van met name de Partij voor de Dieren kan beantwoorden. Ik heb met de Partij voor de Dieren afgesproken dat maximaal drie interrupties worden gepleegd. Eens kijken hoever we komen.

Minister Schouten:
Voorzitter. Ik weet niet hoe het met u is, maar zo'n laatste avond, net voordat je met reces gaat, maakt mij altijd een klein beetje melancholisch. Dan ga je inderdaad terugblikken: hoe is het jaar eigenlijk geweest, is het goed gegaan of is het minder goed gegaan? Voor velen van u is het inderdaad ook nog de eerste keer dat u in deze bankjes zit. Het is best bijzonder. Ik heb ze niet meegeteld, jullie wel. 100 dagen. Ik kan me best voorstellen dat je op zo'n avond — ik doe dat wel — nog eens even terugkijkt naar alles wat er is gebeurd. Vanavond is dat extra bijzonder, want het is ook echt de laatste keer dat we hier staan. Het maakt mij een beetje weemoedig, moet ik zeggen. Ik loop hier sinds 2006 rond. Er zijn er die hier nog veel langer rondlopen, maar …

De voorzitter:
Nou, dan bent u wel een van de ouderen onder ons.

Minister Schouten:
Nou, wrijf het er nog maar een even in, voorzitter. Dank u wel. Haha.

De voorzitter:
2006?

Minister Schouten:
Ja, als medewerker, hè. Ik moet wel even eerlijk zijn, voorzitter. Toen was ik medewerker.

Er is letterlijk heel veel historie in dit gebouw. Vanavond hebben we eigenlijk ook een soort van terugkijkdebat. Tenminste, het gaat over de slotwet en het jaarverslag en dan kijk je ook terug, maar dat is door een aantal van uw leden ook letterlijk gedaan.

Voorzitter. Toen ik dat hoorde, moest ik even teruggaan naar toen ik hier drie, bijna vier jaar geleden stond. In een van de eerste debatten heb ik toen een soort van mijn geloofsbrieven op tafel gelegd. Wat was nou mijn doel als minister van Landbouw? Wat wilde ik graag gaan bereiken? Als nieuwe minister heb je alle goede ideeën en goede moed om ervoor te gaan. Wat ik toen in een van de eerste debatten heb gezegd, was: het is mijn ambitie om partijen niet uit elkaar te gaan spelen, maar om te kijken wat ons verbindt, om te kijken hoe je in een toch al gepolariseerd veld met elkaar verder kunt komen in plaats van dat je kunt benoemen wat die ander allemaal niet goed doet. Volgens mij heb ik het toen letterlijk zo genoemd: hebben wij het in ons, hebben wij het vermogen om van de eigen tegel af te komen, op de tegel van de ander te stappen en te bedenken wat die ander nou precies drijft? Niet om het daar dan meteen mee eens te zijn, want dat is, denk ik, heel vaak niet het geval. Maar in het leven gaat het heel vaak om eerst begrijpen om daarna ook begrepen te worden.

Juist als volksvertegenwoordigers hebben wij — ik ben nu minister, dus ik ben geen volksvertegenwoordiger; overigens ben ik het op dit moment formeel allebei, maar ik sta hier maar even als minister — aan de ene kant de mogelijkheid om scherp het debat te voeren en elkaar echt uit te dagen: waar sta je en wat wil je eigenlijk? Maar volgens mij hebben wij als volksvertegenwoordigers ook allemaal de dure plicht om te zoeken naar hoe we met elkaar verder komen. En dat schoot vanavond wel even door mij heen toen ik alle verhalen hoorde. Toen dacht ik wel: zijn we nou in die vier jaar, ben ik nou in die vier jaar — laat ik het maar bij mezelf houden — zoveel verder gekomen? Ik ga die vraag niet beantwoorden. Overigens heb ik vanavond voor mijn gevoel heel veel retorische vragen gehad. Ik weet niet of ik geacht werd om op elke vraag een inhoudelijk antwoord te geven, want ik had het idee dat de antwoorden allemaal al vaststonden — ik zal straks nog een poging doen om een aantal vragen wel te beantwoorden — maar dat wil niet zeggen dat die scherpe vragen niet aan mij gesteld mogen worden. Helemaal niet. Ik ben hier om verantwoording af te leggen. Ik ben hier om te zeggen wat er misschien niet goed ging, maar ook om te zeggen wat er wel goed ging en, in ieder geval, wat ik heb geprobeerd.

Het enige wat ik wil zeggen, is: als u deze zomer nog wat tijd over heeft, bedenkt u zich dan hoe wij met dit land verder komen. Bedenkt u zich hoe wij hier met de landbouw en de natuur verder komen. Bedenkt u zich wat misschien die ander drijft waar je het helemaal niet mee eens bent. Vraag die ander misschien inderdaad eens om dat kopje koffie, om daar eens beter achter te komen. Maar bedenk vooral: wat heeft dit land nodig en hoe kunnen we daar met elkaar onze rol in vervullen? Dat is het enige wat ik eigenlijk hoop naar aanleiding van dit debat.

Dan heb ik nog een aantal vragen gekregen. Ik moet die van de voorzitter heel kort en bondig beantwoorden. Ik ga een poging doen. Dat zal allemaal niet lukken en weer scherpe vragen opleveren, die ik dan allemaal met liefde zal proberen te beantwoorden.

Mevrouw Vestering vraagt naar de stikstofwet. Gaat die wel ver genoeg? Is daar nooit op gewezen? Sterker nog, ik heb de Kamer daar zelf op gewezen. Ik heb gezegd dat we wisten dat de doelen in de wet, die initieel voor 2030 en daarna ook nog voor 2035 vaststonden, niet voldoende waren. Ik ben dus zelf degene geweest die heeft gezegd dat die wet niet ver genoeg gaat en dat we daar nog nadere invulling aan moeten gaan geven. Ik wil er wel op wijzen dat er echt stappen zijn gezet — de een kan die te ver vinden gaan, de ander weer niet — in een dossier dat jarenlang misschien wel als een probleem werd gezien, maar waarbij werd geprobeerd dat probleem te omzeilen, om het zo maar te zeggen. Dan zeg ik het ook de heer Van Campen na: we hebben op sommige punten soms ook te veel weggekeken en we moeten nu erkennen dat er een aantal zaken opgepakt moeten worden. Deze wet heeft een begin daarmee gemaakt. Dat was ook broodnodig.

Dan kom ik op de vraag of er geleerd is op het terrein van het verbeteren van de brandveiligheid. Hoe kijk ik daarop terug? Ik heb al vaker gezegd dat elke stalbrand vreselijk is. Het is vreselijk voor de dieren. Het is ook vreselijk voor de boeren. Ik ken geen boer die denkt: nou, jammer dan, we gaan zo maar weer door. Het raakt iedereen. Ik heb, ook naar aanleiding van het rapport van de OVV, de hand in eigen boezem gestoken. Ik heb gezegd: ja, ik had daar misschien scherper op moeten zijn en ik had daar meer stappen moeten zetten. Ik heb ook aangegeven dat wij nu werken aan een reactie op het OVV-rapport en dat ik met die blik de reactie zal formuleren. Die komt zeer binnenkort naar uw Kamer toe. Dan kunt u weer beoordelen of die voldoende is of niet.

De nertsenfokkerij. Ik parafraseer even wat mevrouw Vestering daarover zei, dus neem het niet te letterlijk. Ze zei dat ik grote risico's heb gelopen door mijn beleid rondom de nertsenfokkerij. Zij verwees daarbij ook nog naar Denemarken. Ik heb toevallig vorige week nog even de Deense collega gesproken om nog eens terug te blikken op dit dossier. We kwamen elkaar tegen in Luxemburg. De Denen hebben daarbij een heel groot probleem gehad. Dat probleem hebben ze nog maar nauwelijks kunnen oplossen. Daar zijn nertsen begraven. Die moesten weer opgegraven worden, omdat het de waterkwaliteit raakte. Je kunt het als voorbeeld nemen van een land waar het allemaal heel goed is gegaan. Dat mag. Ik denk dat we op de manier waarop wij het hebben aangepakt, ervoor hebben gezorgd dat risico's van covid in de nertsenfokkerij zijn weggenomen. Ik denk dat we dat, zoals de Kamer heeft gevraagd, op een manier hebben gedaan die recht deed aan de boeren die dat betrof. We hebben dat op een zeer korte, maar nette manier afgewikkeld. Dat zal allemaal te weinig zijn geweest voor mevrouw Vestering, maar als ik het dan vergelijk met andere landen, denk ik: er zijn momenten dat ik meer van mezelf baal. Ik denk dat we hier toch echt wel stappen hebben gezet die juist aan allebei die zaken recht hebben gedaan.

Dan de hittestress. We weten niet hoe het deze zomer gaat, maar we zien steeds meer zomers waarin dat een probleem oplevert en waarin er telkens echt dierenwelzijnsproblemen optreden. Vandaar ook mijn pleidooi in Brussel, in Europa, om juist ook bij dat vervoer, bij die langeafstandstransporten, echt meer maatregelen te nemen. Het is een stroperige weg, maar we komen stapje voor stapje verder. Ik wijs er overigens op dat het niet alleen gaat over transport per weg, maar ook over transport per boot. We hebben de afgelopen weken heel hard gewerkt om stappen vooruit te zetten in Europa om de langeafstandstransporten per schip aan strengere regels te laten voldoen. Ik mag er toch wel even op wijzen dat het dankzij Nederland is geweest dat dit is gebeurd, want heel veel lidstaten vonden het wel prima zoals het was. Ook hier heb ik al eerder aangegeven dat we steeds weer kijken welke maatregelen er nodig zijn. Dat gaat bijvoorbeeld om het hitteplan, om de inzet van de NVWA om bij hoge temperaturen te controleren hoe er met dierenwelzijn wordt omgegaan. Er is heel specifiek gevraagd waarom er in Nederland pas bij 35 graden wordt opgetreden en niet bij 30 graden, zoals in Europa. Dat is omdat het in Nederland om kortere transporten gaat. In Europa gaat het over transporten van acht uur. Dat is niet de lengte van de transporten die wij in Nederland binnen het land hebben. Zodra je langere transporten hebt, geldt die grens van 30 graden.

Mevrouw Vestering heeft een aantal moties aangekondigd. Die wacht ik gewoon maar eventjes af. Die zal zij zo meteen wel indienen. Zij heeft nog een aantal opmerkingen gemaakt, waaronder die over de motie over de haas en het konijn. Zij vroeg: waarom voert de minister die niet uit? Ik heb gezegd hoe ik die uitvoer. Daar is de Kamer ook over geïnformeerd, dus u weet precies wat ik daarin aan het doen ben.

Dan kom ik bij de heer Boswijk.

De voorzitter:
Maar niet dan nadat mevrouw Vestering een vraag heeft gesteld.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Dank voor de uitgebreide reactie op de gestelde vragen, de scherpe vragen zoals de minister zei. Ik heb een concrete vraag over de uitvoering van de motie over de haas en het konijn. De Kamer vraagt daarin vrij duidelijk om deze twee diersoorten van de lijst met vrij bejaagbare soorten af te halen. We vragen niet om een onderzoek, we vragen niks ingewikkelds, we vragen puur en alleen: minister, haal deze twee diersoorten van die lijst af. De minister doet dat niet. Voordat ik hier in tweede termijn op terugkom, wil ik heel graag weten of de minister dit alsnog gaat doen. Vanaf 15 augustus mag er weer geschoten en gejaagd worden op het konijn. Gaat de minister deze motie alsnog uitvoeren zoals deze is bedoeld door de Kamer?

Minister Schouten:
De hazen en konijnen zijn op de lijst terechtgekomen in de laagste categorie "gevoelig", omdat hun populaties zijn afgenomen. De populaties hazen en konijnen zijn echter nog wel talrijk. Het is niet zo dat er nu geen hazen en konijnen meer rondlopen. Een Rode Lijstvermelding is niet gelijk aan een slechte staat van instandhouding. Als ik de jacht zou sluiten — dat is een wetswijziging — dan moet ik aantonen dat de staat van instandhouding in het geding is. Vandaar dat ik dat onderzoek. Als blijkt dat de staat van instandhouding in het geding is, dan zal ik stappen ondernemen.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Ik vind het prachtig dat de minister nog verder onderzoek wil doen naar hoe het nu daadwerkelijk staat met de haas en het konijn, maar dat is niet de opdracht van de Kamer. Ik vraag de minister nogmaals om die serieus op te pakken om te voorkomen dat we vanaf 15 augustus weer op konijnen kunnen schieten. Anders zullen we weer de situatie krijgen dat de Partij voor de Dieren op een vooravond moties of amendementen moet gaan indienen om de wet zelf te wijzigen en deze twee diersoorten van de lijst af te halen. Dus nogmaals de vraag: gaat de minister die motie uitvoeren?

Minister Schouten:
Voorzitter, ik heb net aangegeven hoe ik die uitvoer.

De voorzitter:
Dan zijn jullie het niet eens.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Nog een laatste vraag. Ik heb ook nadrukkelijk gevraagd hoe het nu zit met de varkensrechten. Ik heb gezegd dat …

De voorzitter:
Daar is de minister geloof ik nog niet aan toegekomen in haar bewoording, of wel?

Minister Schouten:
Nou, ik moest kort op alle vragen ingaan. Ik doe een poging, maar …

De voorzitter:
Dat is waar. Wat is uw vraag, mevrouw Vestering?

Mevrouw Vestering (PvdD):
Ik heb duidelijk uitgelegd dat er een heel raar soort kringloopsysteem is ontstaan bij de minister bij het vrijkopen van de varkensrechten. In de regio zuidoost worden varkensrechten vrijgekocht. Elders raakt zij ze nog niet aan de straatstenen kwijt. Dan worden ze weer verkocht aan regio zuidoost. Nu zijn we weer in dezelfde situatie terechtgekomen en worden er uit dezelfde regio weer varkensrechten opgekocht. Dat lijkt me toch niet de kringloop die de minister voorziet.

Minister Schouten:
De varkensrechten waar mevrouw Vestering het over heeft, komen uit de zogenaamde ROK-regeling. De ROK-regeling is van voor de tijd van dit kabinet. Die was van een vorig kabinet. In de jaren 2016 en 2017 is de regeling opgezet. Die werd gevuld met crisismiddelen, crisisgelden, vanuit Europa die daar toen vrij zijn gekomen. De uitvoering van de regeling is destijds belegd bij een ontwikkelbedrijf. Dat ontwikkelbedrijf kocht die rechten op. Die konden vervolgens tegen een vergoeding weer uitgegeven worden aan duurzame bedrijven. Dat zat in de ROK-regeling. Nogmaals, die is niet van mij. Die is van voor die tijd, maar die bestond wel. Met ROK-regeling kon je de rechten gewoon weer uitgeven. De varkensprijzen zijn daarna gekelderd. Daarom kwam fase twee van die regeling in gevaar. Dat was het weer uitgeven van de rechten aan duurzame bedrijven. Daarom is besloten dat de rechten in fase twee doorverkocht konden gaan worden. Dat was allemaal binnen een regeling die al bestond. Dat was voordat wij begonnen met de Srv, de huidige regeling voor de opkoop van de varkensrechten. Daar hebben we ook van geleerd, want de warme sanering van de varkenshouderij heeft een hele andere opzet. Daar is besloten om rechten door te halen, zoals mevrouw Vestering ook weet. Dat is heel wat anders dan wat de ROK-regeling betrof. Nogmaals, dat was een regeling die al bestond toen ik aantrad.

De voorzitter:
Mevrouw Vestering, kort op dit onderwerp.

Mevrouw Vestering (PvdD):
De minister heeft zelf toestemming gegeven om de rechten die zijn vrijgekocht weer te verkopen in het gebied waar ze eerder zijn opgekocht, nota bene met korting. Dat is dubbel belastinggeld dat betaald is voor deze varkensrechten. Mijn vraag is dus: waarom heeft de minister daar toestemming voor gegeven? Gaat het bij de varkensrechten die nu van de markt af worden gehaald om de volledige 100%? Of is het nu nog steeds het geval dat op het moment dat varkensrechten worden opgekocht met belastinggeld varkenshouderijen elders gewoon kunnen uitbreiden?

Minister Schouten:
De varkensrechten die worden opgekocht, worden doorgehaald. Het is wel zo dat door sommige bedrijven varkensrechten geleased worden. Die kan ik niet opkopen, want die zijn van iemand anders en die worden weer teruggegeven aan degene die de rechten heeft verleased. De rechten die in het bezit zijn van de varkenshouder van wie ze worden opgekocht, worden doorgehaald.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Schouten:
Ja. Dan kom ik bij de heer Boswijk. De heer Boswijk deed een poging tot een verbindend betoog. Hij heeft de afgelopen periode ook steeds gezocht naar: hoe kun je eigenlijk oplossingen formuleren voor de grote problemen die er zijn? Dan heb ik het niet alleen over de grote problemen op het gebied van milieu, klimaat of wat dan ook, maar ook over grote problemen voor de boeren. Ik onderken met de heer Boswijk dat eigenlijk het ergste wat de boeren overkomt, is dat ze heel veel onzekerheid hebben. Dat ze niet meer weten waar ze aan toe zijn. Dat trek ik me ook aan. Ik vind ook dat we daar meer duidelijkheid over moeten gaan bieden en dus ook meer richting moeten gaan geven aan de manier waarop je verder komt in een aantal discussies. Dat betreft dan onder andere klimaat, bodem, water en stikstof.

Ik zie dat de heer Boswijk dat ook doet, ook met zijn visie. Ik heb die nog niet helemaal gelezen, moet ik eerlijk bekennen. Ik had wat drukke dagen, maar die ligt klaar voor het weekend. De heer Boswijk heeft vanavond zelf al wel geformuleerd in zijn bijdrage wat hem daarbij heeft gedreven. Dat is wat ik vanavond heb proberen te zeggen: als je eerst je motivatie en je drijfveren neerlegt, kun je zoeken naar wat verbindt met de ander en naar datgene waarop je elkaar af en toe misschien ook flink moet bevragen, om te kijken of je verder kunt komen. Ik herken veel van wat de heer Boswijk zegt, bijvoorbeeld over rentmeester zijn, over het oog op de lange termijn en over het historisch perspectief in het oog houden. Maar ook: oog hebben voor de leefomgeving.

Wat ik moedig van hem vind — sta mij toe om dat zo te formuleren, voorzitter — is dat hij zegt: het systeem waar we in zitten, brengt eigenlijk niemand verder. Dat is best een ingewikkelde boodschap als mensen niet anders weten dan dat ze in dat systeem moeten werken. Dan kom ik weer terug op mijn beginpleidooi: het is onze taak om ervoor te zorgen dat we de goede stappen zetten om dat systeem zo aan te passen. Dat is echt een proces van zoeken naar de goede stappen die daarvoor nodig zijn. Aan de ene kant moeten we er wel voor zorgen dat de boer weer een betere prijs krijgt voor het waardevolle voedsel dat hij maakt en dat hij de erkenning daarvoor krijgt. Aan de andere kant moeten we recht doen aan de natuur en aan bodem, lucht, water en leefomgeving. Zolang het mij gegeven is om op deze plek te zitten, ga ik graag de zoektocht met de heer Boswijk aan.

Hij had nog een aantal concrete vragen, onder andere over de landschapsgronden, zoals hij het noemde. Hij noemde het als een soort tussenvorm tussen gronden die echt voor de landbouw zijn en gronden die alleen voor natuur worden aangemerkt. Ik ben wel geïnteresseerd in de ideeën die de heer Boswijk daarover heeft. Wij hebben natuurlijk al gezegd dat je ook overgangszones gaat krijgen in het natuurtraject dat rondom de hele stikstofaanpak zit. Dat zijn zones waarin je landbouw en natuur veel meer in elkaar laat overgaan. Er zijn ideeën over hoe je dat zou kunnen doen, maar ik ben ook zeer geïnteresseerd in de ideeën die de heer Boswijk heeft om daar functies te kunnen combineren. Op sommige plekken in het land zal dat nodig zijn. Je kunt daarbij zoeken naar én perspectief bieden aan de boer, misschien op een andere manier dan hij altijd heeft gedaan, én een bijdrage leveren aan de natuur.

De heer Boswijk koppelde daar gelijk de beheervergoeding aan. Hij vraagt of ik zou willen onderzoeken of je die beheergelden, die nu bijvoorbeeld bij de TBO's, de terreinbeherende organisaties, terechtkomen, meer bij de boer terecht kunt laten komen als hij daar werk voor verricht. Ik vind dat een interessante gedachte. Ik wil wel gaan kijken wat daar de mogelijkheden voor zijn. We moeten wel even goed kijken naar de hoogte van de bedragen, want daar zit ook vaak het probleem. Dat zeg ik maar meteen, niet om het gelijk dood te slaan, maar staatssteunproblematiek komt hier wel vaak om de hoek kijken. Maar ik vind het wel een uitdaging om te kijken hoe je daar meer combinaties kunt zoeken. Ik ben ertoe bereid om dat te gaan doen.

Tot slot. Het lijkt wat klef vanavond met de heer Boswijk, maar ik deel ook dat het PBL-rapport dat is uitgekomen, de indruk kan wekken dat er in drie provincies geen boer meer overblijft. Dat hoorde ik mevrouw Van der Plas overigens ook zeggen. Volgens mij is dat echter niet het punt dat het PBL wilde maken. Het PBL zei: ga in je aanpak niet alleen uit van stikstofuitstoot en van depositie, de neerslag dus, maar kijk naar de staat van de instandhouding van de natuur, want dat is wat gevraagd wordt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. Dat is precies waar wij met ons beleid op inzetten. Ik heb ook 5 miljard vrijgemaakt voor natuuraanpak. Dat zit 'm daarin. Dat gaat bijvoorbeeld over de hoogte van het waterpeil. Wat ik als antwoord op de Kamervragen al zei: op het moment dat er enorme verdroging is en ik heb mijn stikstof helemaal gereduceerd, wordt de natuur er ook niet beter van. Je zult naar het totale complex van de staat van instandhouding moeten kijken. Ja, daar is stikstof een onderdeel van, maar er zijn veel meer zaken onderdeel van. Juist in die combinatie moet je de oplossingen zoeken. Daarmee heb ik gelijk op een opmerking van mevrouw Van der Plas gereageerd, want zij had er ook vragen over gesteld.

Mevrouw Van der Plas had nog een concrete vraag over de subsidies die niet allemaal zijn gebruikt. Ben ik nou eens een keer van plan om die subsidies met de boeren vorm te gaan geven? Ik moet haar even op een kleine inconsistentie in haar betoog wijzen. Ze zei namelijk ook dat de Svb, de sanering van de varkenshouderij, een regeling van de sector is. Dit ging nu juist over de niet-gebruikte middelen voor de Svb. Ik denk dat het wel aantoont dat we die regeling echt wel in gesprekken met de sector hebben vormgegeven. Het is dus niet helemaal waar dat wij de contacten niet zoeken. Volgens mij onderkent mevrouw Van der Plas dat ook als zij zegt dat die regeling eigenlijk van de sector afkomstig was.

De middelen die nu niet allemaal gebruikt worden, bijvoorbeeld voor de emissiearme stallen, zijn daarmee niet weg. Toen wij een aantal programma's opzetten, wisten wij al dat het van veel factoren afhankelijk was of boeren eraan willen meedoen. Bijvoorbeeld bij de aanpassing van de stallen. Dat heeft te maken met onzekerheid, zoals ik net al noemde. Als je niet precies weet wat de plannen zijn of hoe je toekomst eruitziet, dan ga je ook geen grote investeringen aan en ga je daar ook geen subsidie voor aanvragen. Het onderstreept voor mij nog een keer dat wij dat perspectief wel moeten gaan bieden en ook meer duidelijkheid moeten gaan geven, omdat we anders die boeren in het ongewisse laten met alle gevolgen van dien.

Over de kloof die zij constateert, heb ik in mijn inleiding al wat gezegd. Ik heb er in mijn beleid altijd naar gezocht dat we respect hebben voor wat de boeren doen en dat we op waarde schatten dat ons voedsel wordt geproduceerd. Soms staan we misschien te weinig stil bij wat voor een voorrecht het is dat wij zo veel voedsel hebben. Soms vergeten we ook weleens waar het vandaan komt. Maar er zijn ook uitdagingen die we met elkaar moeten aangaan, waaronder stikstof. Mevrouw Van der Plas is daar kritisch over. Ze zegt die wet helemaal niks te vinden en daar nooit in mee te gaan. Ik zou haar toch willen oproepen om mee te gaan denken over hoe het volgens haar dan wel moet en hoe de stikstof dan wel gereduceerd moet worden. Dat is niet alleen door de landbouw, want er zijn ook andere sectoren, maar óók door de landbouw. Die boodschap moeten we gaan vertalen. Ik hoop dat mevrouw Van der Plas met mij gaat meedenken over hoe dat zou kunnen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Meedenken kan natuurlijk altijd; daar sta ik altijd voor open. Net zoals ik ervoor opensta om koffie te drinken met mensen. Ik ben de kwaadste niet wat dat betreft en ook niet wat andere dingen betreft trouwens. Nog even over die onzekerheid: het is niet dat die onzekerheid zo erg is omdat boeren niet weten wanneer ze moeten stoppen of hoeveel geld ze krijgen als ze worden uitgekocht. De onzekerheid zit 'm erin dat boeren nadenken over de vraag: mag ik überhaupt nog wel boer zijn? Dat is het. Mag ik hier nog zijn? Ben ik nog gewenst? Daarover gaat het, en niet over de termijn waarop of over de vraag of hun kind nog wel het bedrijf kan overnemen. Dat speelt natuurlijk ook, maar meer nog speelt het gevoel: mag het nog? Willen mensen ons nog wel? Dat is wat er speelt. Dat wilde ik nog even verduidelijken na het antwoord van de minister.

Minister Schouten:
Dat is óók een van de vragen over de onzekerheid. Er komen weleens boeren naar mij toe die niet zo heel blij zijn met wat ik allemaal aan het doen ben. Dat is hun recht. Dat mag en dat gebeurt. Die boeren zijn er en die kom ik weleens tegen. Maar tegelijkertijd vragen ze mij ook of ik ze kan vertellen wat het gaat worden. Eigenlijk vinden ze dat nog belangrijker, ook al is het niet zo'n leuke boodschap. Ze weten dan in ieder geval of ze een bepaalde keuze wel of niet moeten maken. Dat is ook het eerlijke verhaal. Als we net doen alsof er niks aan de hand is en er niks hoeft te veranderen, dan rekken we die onzekerheid misschien wel net zo veel op, waardoor ze niet meer weten of ze een bedrijf kunnen overnemen, of ze moeten investeren in hun bedrijf of wat dan ook. Soms kun je dan beter duidelijk zijn en meedenken over de opties in plaats van zeggen dat het niet hoeft en dat er niks aan de hand is, want dat is gewoon niet zo.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas nog kort.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat kan zo zijn. Die discussie kunnen we heel lang blijven voeren, maar het stapelt zich allemaal op. Dat is ook de reden waarom de boeren gisteren op het Malieveld stonden. Dat was eigenlijk om een heel andere reden dan die op 1 oktober 2019, want toen ging het puur om de stikstofregels. Waarom ze er gisteren stonden, is omdat rapport na rapport na rapport uitkomt, ook in de afgelopen bijna twee jaar, en het voor hen steeds duidelijker wordt dat ze echt weg moeten. Dan kan iedereen zeggen dat er helemaal niet minder boeren hoeven te komen, maar zo voelen zij dat wel, of dat nu terecht is of niet. Maar die gevoelens zijn wel terecht. Daarom is dat protest gisteren gehouden. Ik hoop dat andere mensen dat ook inzien. Ze willen daar niet een discussie hebben op een podium over een visie A of een visie B. Ze voelen dat het steeds erger wordt. Ze dachten dat het al erg was, maar het wordt elk jaar erger. Dat is wat zij voelen. Ik wil wel — dat is het laatste wat ik erover zeg - dat dat gevoel serieus genomen wordt. Het aantal zelfdodingen in de agrarische sector loopt gewoon op.

De voorzitter:
Sorry, mevrouw Van der Plas, ik ga u echt onderbreken, want ik heb het idee dat de minister heel goed hoort en begrijpt wat u hier zegt. Dus ik wil het echt afronden, want dit is niet zomaar een avond, helaas. Ik geloof dat uw punt wel goed overkomt. Ik kijk nog even naar de minister.

Minister Schouten:
Ik onderschrijf hetgeen wat mevrouw Van der Plas zegt, namelijk dat je woorden ertoe doen, en dat wat erover geschreven wordt er ook toe doet. Dat geldt voor iedereen. Dan is het aan de ene kant zaak dat wij dus met inlevingsvermogen die discussie aangaan, maar die discussie ook niet uit de weg gaan. Dat is de combinatie die ik zoek.

De voorzitter:
Oké.

Minister Schouten:
De heer Van Campen heeft denk ik ook vanuit dat perspectief een aantal overwegingen meegegeven. Het gaat hem met name ook om het bieden van perspectief voor de sector. Er liggen grote opgaven. Ik dank hem ook voor de meer collectieve zelfreflectie die hij probeerde te plegen: hebben we niet soms weggekeken van grote problemen, en zijn we er soms niet te laat mee begonnen? Dat zijn ook vragen die ik mijzelf stel. Dus dat is niet alleen een vraag voor de Kamer, maar, denk ik, voor alle betrokkenen. Tegelijkertijd is het enige antwoord dat we daarop kunnen geven om wél de goede stappen te gaan zetten.

Voorzitter. Dan kom ik tot een slot. Ik zie er ook naar uit; ik weet niet hoe lang het nog gaat duren. Maar zo lang als het duurt, zie ik er ook naar uit om met uw Kamer die opgaves aan te gaan.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw beantwoording. Dan gaan we naar een korte tweede termijn, want ik begrijp dat er moties moeten worden ingediend. Dus mevrouw Vestering, aan u als eerste het woord.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in totaal 483,4 miljoen euro belastinggeld beschikbaar wordt gesteld voor de Regeling provinciale aankoop veehouderijlocaties en dat er waarschijnlijk meer uitkoopregelingen zullen volgen;

constaterende dat nog niet duidelijk is of bij deze uitkoopregelingen alle productierechten uit de markt gehaald zullen worden of dat deze zullen mogen worden doorverkocht, zodat elders weer kan worden uitgebreid;

spreekt uit dat het onzinnig zou zijn om bijna een half miljard euro belastinggeld te steken in het verplaatsen van een probleem,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 9 (35830-XIV).

Mevrouw Vestering (PvdD):
De volgende, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister vorig jaar een verbod heeft ingesteld op het transport van dieren bij een temperatuur van 35 graden Celsius of hoger;

overwegende dat dieren in de veehouderij al bij 24 graden last kunnen krijgen van de warmte en al ernstig kunnen lijden door hittestress tussen de 26 graden en 29 graden, waardoor de norm van 35 graden veel te hoog is;

constaterende dat de minister in Europa pleit voor een verbod op langeafstandstransporten als het ergens tijdens het transport 30 graden of warmer is, tenzij er gebruik wordt gemaakt van klimaatgestuurde transportwagens;

verzoekt de regering de maximale temperatuur voor diertransporten te verlagen naar 30 graden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 10 (35830-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat dieren ook op hete dagen nog altijd ellenlang in hete vrachtwagens voor de deur van slachthuizen moeten wachten, of rondjes moeten blijven rijden tot ze worden uitgeladen;

verzoekt de regering om wettelijk vast te leggen dat de wachttijd bij het slachthuis tot de start van het uitladen maximaal vijftien minuten mag bedragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 11 (35830-XIV).

Mevrouw Vestering (PvdD):
Een vierde motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om wettelijk vast te leggen dat bij een buitentemperatuur vanaf 21 graden Celsius ten minste 10% en bij een temperatuur vanaf 25 graden Celsius 25% minder dieren per vrachtwagen mogen worden vervoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 12 (35830-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat naar schatting jaarlijks tientallen duizenden dieren sterven door de hitte tijdens transport en in stallen;

verzoekt de regering te komen met een plan van aanpak om te zorgen voor een structureel lagere stalbezetting in de maanden waarin de kans op hete dagen het grootst is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 13 (35830-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de beleidsverantwoordelijkheid voor het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen eind 2016 is overgedragen van het Rijk aan het college van de provincie Flevoland;

overwegende dat sindsdien de zorgen over het welzijn en meldingen van ernstig leed van de grote grazers niet zijn afgenomen, maar fors zijn toegenomen;

van mening dat de verantwoordelijkheid voor het welzijn van dieren de belangen van de provincie overstijgen;

verzoekt de regering om de overdracht van de beleidsverantwoordelijkheid van het welzijn van de grote grazers in de Oostvaardersplassen te evalueren, en de Kamer hierover voor de winter van 2021 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vestering.

Zij krijgt nr. 14 (35830-XIV).

Mevrouw Vestering (PvdD):
Voorzitter, tot zover.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk naar de heer Boswijk.

De heer Boswijk (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties, maar voordat ik die indien, bedank ik eerst de minister voor haar inzet en de moeilijke tijd die ze heeft gehad. Ik ga zeker met mevrouw Van der Plas een kopje koffie bij haar drinken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het huidige stelsel van subsidie voor natuur en landschapsbeheer van de provincies slechts de beheerkosten van natuurterreinen gedeeltelijk vergoedt en dat dit stelsel daarmee geen prikkel bevat om aan natuurbeheer te doen voor boeren die bij de terreinbeherende organisaties percelen pachten;

verzoekt de regering om een nadere verkenning te doen samen met de provincies, terreinbeherende organisaties en boerenorganisaties naar wat de juridische mogelijkheden zijn wat, naast het huidige stelsel van subsidiering van natuurbeheer, rendabel is voor boeren om aan natuurbeheer te doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boswijk.

Zij krijgt nr. 15 (35830-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het PBL constateert dat een keuze voor strikte stikstofdoelen, zoals het in 2040 of 2050 overal in Nederland halen van de KDW's, een historisch ongeëvenaarde transformatie van "landbouwland Nederland" met zich mee zou brengen;

overwegende dat de nadruk de afgelopen tijd enorm is komen te liggen op alleen het terugdringen van stikstof, waardoor onvoldoende integraal naar de toekomst van de natuur en de landbouw wordt gekeken;

overwegende dat in de stikstofdiscussie juist extensieve bedrijven waar de koeien buiten lopen een bedreiging lijken te vormen;

van mening dat draagvlak voor en handelingsperspectief bij een mogelijk verregaande beleidsaanpak belangrijk zijn gezien de in potentie zeer verregaande consequenties voor het landelijk gebied;

verzoekt de regering om bij de gebiedsgerichte aanpak niet blind te varen op de stikstofdoelstellingen, maar de brede natuurdoelstellingen en de toekomst van de landbouw voor ogen te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Boswijk en Bisschop.

Zij krijgt nr. 16 (35830-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er momenteel twee opties zijn, namelijk dat er sprake is van landbouwgrond of van natuurgrond;

overwegende dat voor de toekomst van de landbouw in Nederland het van belang is dat landbouw en natuur dichter bij elkaar worden gebracht;

overwegende dat boeren wel aan natuurbeheer willen doen maar ook de agrarische waarde van de grond willen behouden;

verzoekt de regering om een voorstel uit te werken voor een derde optie waarbij landbouwgrond in natuurlijk beheer komt en in dit voorstel mee te nemen hoe de bestemming geregeld wordt, hoe er een optimale balans gevonden wordt tussen natuur en agrarisch en hoe het verdienmodel voor de boer eruit kan komen te zien;

verzoekt de regering om dit voorstel voor de begrotingsbehandeling naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boswijk.

Zij krijgt nr. 17 (35830-XIV).

Dank u. Ik kijk naar mevrouw Van der Plas. Nee? Ik kijk naar meneer Van Campen. Nee? Dan schors ik voor enkele ogenblikken, zodat de minister de moties van een oordeel kan voorzien.

De vergadering wordt van 22.34 uur tot 22.39 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Ik ga kort de moties langs en ik heb nog één appreciatie te geven van een motie die mevrouw Van der Plas eergisteravond heeft ingediend. Ik weet geeneens meer in welk debat dat was, maar ik weet wel dat het met de minister van Financiën was. De Voorjaarsnota, hoor ik. Oké. Ik heb die appreciatie nog niet gegeven en dat spijt mij. Ik zal proberen dat vanavond recht te zetten.

De motie-Vestering op stuk nr. 9 is een spreekt-uitmotie. Die is niet aan mij.

De motie-Vestering op stuk nr. 10 ontraad ik. Wij hebben die regeling vorig jaar net vastgesteld.

De motie-Vestering op stuk nr. 11 ontraad ik.

De motie-Vestering op stuk nr. 12 ontraad ik.

De voorzitter:
Mevrouw Vestering, ik wil even de oordelen over alle moties horen en dan geef ik u het woord, als u dat goedvindt.

Minister Schouten:
De motie-Vestering op stuk nr. 13 ontraad ik.

De motie-Vestering op stuk nr. 14 ontraad ik.

De motie-Boswijk op stuk nr. 15 — ik moet er even mijn administratie bij halen — kan ik oordeel Kamer geven.

De motie-Boswijk/Bisschop op stuk nr. 16 kan ik ook oordeel Kamer geven. Sturen op brede natuurdoelstellingen is wat wij doen, maar daar hoort stikstof ook bij, zeg ik tegelijkertijd. Het is niet zo dat hier geen stikstofproblematiek in zit, maar we zijn hier juist aan het redeneren vanuit de natuurdoelen. Het is ook niet zo dat sociaaleconomische redenen er niet toe mogen leiden dat deze doelstellingen niet worden gehaald of naar beneden worden bijgesteld. Daar moeten bij de keuze van maatregelen ook gewoon rekening mee houden. Als ik de motie zo mag uitleggen, dan kan ik haar oordeel Kamer geven.

De motie-Boswijk op stuk nr. 17 — ik heb dat net al laten doorschemeren in mijn reactie op de vragen van de heer Boswijk — kan ik ook oordeel Kamer geven. Grond is een belangrijk onderwerp. Als uw Kamer de motie aanneemt, zal het kabinet het voorstel als onderdeel van een breder voorstel meenemen om te kijken hoe je kan komen tot een duurzaam perspectief voor de landbouw. Dat zal ik dan ook aan uw Kamer voorleggen.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Ik begrijp dat iedereen toe is aan reces, maar ik wil de minister wel graag uitnodigen om in het kader van de tegeltjeswijsheid ook op ons tegeltje te komen staan, en om, op het moment dat zij moties ontraadt, daar iets meer uitleg bij te geven dan puur en alleen "die ontraad ik".

Minister Schouten:
Ik heb volgens mij in het debat al een aantal zaken benoemd. Ik hoor mevrouw Vestering vooral zeggen wat er allemaal niet goed genoeg is. Ik kan mij voorstellen dat er vanuit haar perspectief allemaal meer moet gebeuren, maar ik heb net ook al aangegeven dat er echt al wel stappen vooruit zijn gezet, bijvoorbeeld rondom de diertransporten, de verlaging, dat we bij 35 graden echt de grens trekken. Zij vraagt om 30 graden. Dat mag. Dan moeten we dat weer allemaal gaan uitsplitsen per diercategorie, want het is per diercategorie weer verschillend. Het zit hem ook in de lengte van het transport. Dat heb ik net ook al uitgelegd in mijn betoog en we hebben de regeling vorig jaar net vastgesteld. Daarom ontraad ik die motie.

Mevrouw Vestering (PvdD):
Dat is geen inhoudelijke reactie. Het is vooral: "We hebben het vorig jaar al gedaan en nu moet ik helemaal voor al die diersoorten …"

Minister Schouten:
Nee, ik heb …

De voorzitter:
Nou, ik heb meegeluisterd en bij de …

Minister Schouten:
Voorzitter, ik wil nu toch even bezwaar maken, want ik heb toch wel de indruk dat ik inhoudelijk aan het reageren ben op mevrouw Vestering. Ik heb gezegd dat het dan per diercategorie vastgesteld moet worden welke temperatuur op welk moment. Ik geloof dat ik een inhoudelijk oordeel geef. Ik geloof alleen dat mevrouw Vestering ook niet van plan is om dingen soms vanuit mijn perspectief te benaderen. Dat hoeft ze niet te doen, maar dat verwijt neem ik dan ook niet tot mij.

De voorzitter:
Mevrouw Vestering, tot slot.

Mevrouw Vestering (PvdD):
We hebben het hier over miljoenen dieren en ik heb het nu over de benadering vanuit het perspectief van het dier. Die moet hierin centraal staan.

De voorzitter:
Dank u wel. De minister.

Minister Schouten:
Voorzitter. Dan kijk ik nog naar de motie van mevrouw Van der Plas. Zij heeft een motie ingediend — het is misschien goed om dat hier even te zeggen voor de Handelingen — om de sociaaleconomische en financiële gevolgen van het mogelijk verdwijnen van tienduizend veehouderij- en akkerbouwbedrijven in de provincies Gelderland, Overijssel, het Groene Hart en Noord-Brabant …

De voorzitter:
Heeft u misschien een nummer, vraag ik de minister.

Minister Schouten:
Dat is de motie op stuk nr. 13 (35850).

De voorzitter:
Oké. Ingediend bij de Voorjaarsnota?

Minister Schouten:
Bij de Voorjaarsnota, ja. Mevrouw Van der Plas wil graag doorgerekend hebben wat daar alle consequenties van zijn, zoals in het rapport Naar een ontspannen Nederland van de heren Strootman en Erisman en een PBL-advies … Nee, Naar een ontspannen Nederland is het PBL … Nee, het PBL-advies is 5 juli uitgekomen en Naar een ontspannen Nederland is van de heren Strootman en Erisman. Zij wil dat de consequenties daarvan allemaal inzichtelijk worden gemaakt.

Voorzitter. Laat ik duidelijk zijn. Het zijn niet allemaal per se rapporten die ik vraag of iets dergelijks. PBL levert gewoon ook zelf rapporten op. Voor Erisman en Strootman hebben wij wel subsidie gegeven, maar het is echt op hun eigen initiatief geweest dat ze dat zijn gaan doen. Ik kan er ook nog helemaal niet op vooruitlopen of we wat met die rapporten gaan doen en zo ja, wat we daarmee gaan doen. Ik heb ze net gekregen. Ze liggen ook nog even op het stapeltje "goed te bestuderen", net als de visie van de heer Boswijk. Ik deel met mevrouw Van der Plas dat ik het essentieel vind dat in de vervolgstappen die wij zetten ook een duurzaam perspectief en ondersteuning voor de landbouwsector zit, maar ik kan me nog geen oordeel vormen over deze rapporten. Daar moeten we echt nader naar kijken. Daarom zou ik haar willen vragen om deze motie aan te houden. Als wij nog verder gaan kijken naar wat er in die rapporten staat en stel dat het kabinet ook nog verder beleid gaat vormgeven, dan denk ik dat dat de discussie is die mevrouw Van der Plas wil voeren. Als er beleid komt, wat heeft dat dan voor impact? Dit zijn rapporten die richtingen schetsen, maar zoals gezegd heeft het kabinet daar nog geen richting in gekozen en heeft het kabinet niet gezegd "hier gaan we nu direct iets mee doen", of iets dergelijks.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Van der Plas. Bent u bereid om de motie aan te houden?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik wil de motie op zich wel wijzigen om dezelfde gevolgen zoals ik die noem in de motie in kaart te brengen in het geval van tienduizenden bedrijven — daar wil ik ook nog wel een getal aan hangen — en wat dat dan voor gevolgen zou hebben. Ik zie ook dat bijvoorbeeld het CBS daar al op reageert en zegt: de sector is goed voor zoveel miljard economische waarde; het zou grote gevolgen hebben voor de banen, want er zijn alleen al in de veehouderij 300.000 banen. Er wordt dus ook al wel wat over gezegd.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, maar dan stelt u dus voor om uw motie echt te wijzigen.

Minister Schouten:
Volgens mij wil mevrouw Van der Plas het volgende weten: als wij al beleid zouden maken, wat voor mogelijke impact heeft dat beleid dan? Want er komen op dit moment best veel rapporten door, die ook weer allemaal vanuit een andere benadering komen. Ik heb daarvan net gezegd: het kabinet moet daar nog een oordeel over vellen. Ik zou haar willen adviseren dat zij vraagt wat de impact is op het moment dat er beleid ligt of voorgesteld wordt. Maar ja, om te gaan berekenen wat 10.000 bedrijven doen, lijkt me …

De voorzitter:
De minister wil heel graag dat u de motie aanhoudt. U kunt er ook voor kiezen om de motie in stemming te brengen, maar dan wordt ze ontraden, zo lees ik het.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Waar het mij om gaat, is dat het goed is dat deze Kamer, voordat er beleid gemaakt wordt, geïnformeerd wordt over de eventuele gevolgen, of met een factsheet met feiten en cijfers, dus dat deze Kamer daarover gewoon goed geïnformeerd wordt voordat er beleid wordt gemaakt.

De voorzitter:
Ik ga naar de minister.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
We gaan zeven weken met reces, dus het lijkt me ook nog mooi leesvoer voor de komende weken. Ik snap wel dat het niet morgen op tafel ligt, hoor. Dat begrijp ik ook.

De voorzitter:
Tot slot, de minister.

Minister Schouten:
Ik zou toch echt willen vragen om de motie aan te houden. Ik hoor mevrouw Van der Plas goed. Zij zegt: als er stappen worden gezet, wil ik ook weten wat mogelijke effecten daarvan zijn. Maar zoals de motie nu geformuleerd is, zouden we dat ook moeten doen op basis van dingen die misschien helemaal geen beleid worden. Als ik op elk rapport een reactie moet gaan geven, wordt dat best veel werk. Dat ga ik niet doen.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, het is aan u. Of u houdt de motie aan, of u brengt haar in stemming.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik denk er altijd even over na.

De voorzitter:
Heel goed. Als u de motie in stemming brengt, dan krijgt ze het oordeel ontraden.

Minister Schouten:
Zeker. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor haar beantwoording, voor haar komst naar de Kamer en nog voor haar mooie woorden over dit gebouw, dat wij straks achter ons dicht gaan doen.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we naar het laatste tweeminutendebat voor dit reces.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Tweeminutendebat Externe veiligheid

Tweeminutendebat Externe veiligheid

Aan de orde is het tweeminutendebat Externe veiligheid (CD d.d. 01/07).

De voorzitter:
Ik hervat de vergadering en dan is het moment daar dat wij het laatste tweeminutendebat van dit seizoen, van dit jaar, gaan voeren. Een hartelijk welkom aan de staatssecretaris. U valt in de prijzen vanavond. Ik heb gehoord dat u vanavond ook aanwezig bent bij de stemmingen. Ik geloof dat wij straks bijna 200 moties in stemming gaan brengen, dus ik hoop dat u dat leuk gaat vinden.

Als eerste spreker staat op mijn briefje mevrouw Hagen, D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Hagen (D66):
Voorzitter, dank. Milieucriminaliteit kost onze samenleving jaarlijks 4 miljard. Het schaadt onze gezondheid, onze natuur en ons milieu. Daarom vraag ik tijdens dit laatste debat van dit parlementaire jaar hiervoor aandacht. Daartoe een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat milieucriminaliteit en -overtredingen zorgen voor meer dan 4 miljard euro schade per jaar;

overwegende dat met de uitvoeringsagenda vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en het actieplan aanpak milieucriminaliteit wordt gewerkt aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving waarbij milieuschade wordt voorkomen in plaats van achteraf hersteld;

overwegende dat de aard en omvang van het genoemde probleem onvoldoende inzichtelijk is, er geen integraal overzicht is van toezicht en handhaving en hierdoor verminderd zicht is op de effectiviteit van de aanpak;

verzoekt de regering een uniform systeem op te zetten waarmee een valide informatiebeeld ontstaat over de omvang van milieucriminaliteit en -overtredingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hagen.

Zij krijgt nr. 191 (28089).

Mevrouw Hagen (D66):
Voorzitter. Tata Steel komt met regelmaat in het nieuws. Er is een onevenredige balans tussen een gezonde leefomgeving, de verduurzaming van de sector en werk en inkomen voor de regio.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de provincie Noord-Holland een motie is aangenomen en breed wordt gesteund welke het Rijk oproept om op korte termijn te komen tot een haalbaarheidsonderzoek voor het FNV/Zeester-plan bij Tata Steel en vraagt geen definitief besluit te nemen over ondergrondse CO2-opslag van Tata voor de uitkomsten van dit onderzoek bekend zijn;

verzoekt de regering het aangekondigde onafhankelijke onderzoek naar de gevolgen voor gezondheid en milieu van de verschillende scenario's voor Tata Steel parallel uit te voeren aan de haalbaarheidsstudie naar het FNV-plan, en de Kamer te informeren over de uitkomsten hiervan voor het debat over Tata Steel dit najaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hagen en Boucke.

Zij krijgt nr. 192 (28089).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Bouchallikh van GroenLinks.

Mevrouw Bouchallikh (GroenLinks):
Dank, voorzitter. Ook wij hebben een motie over Tata Steel, want vorig weekend bleek dat de directeur van de GGD meerdere keren persoonlijk heeft ingegrepen om ervoor te zorgen dat Tata Steel niet werd genoemd als mogelijke oorzaak van het grote aantal longkankergevallen in Beverwijk. Ook bleek dat de GGD tweemaal per jaar overleg heeft met het management van Tata Steel en dat Tata het kankerincidentierapport een dag eerder kon inzien. Wat mij hier ontzettend bij raakt, zijn de omwonenden. Ik ben onlangs bij hen op bezoek geweest en zij vragen zich af wat de sterke lobby van Tata Steel voor gevolgen heeft gehad voor andere rapporten en het handhavingsbeleid dat daaruit voortvloeide. Hoe kunnen we garanderen dat hun gezondheid altijd boven economische belangen staat?

Wij hebben hier al schriftelijke vragen over gesteld en gelukkig wordt er ook al een onafhankelijk onderzoek gedaan naar de totstandkoming van dit specifieke GGD-rapport. Wij denken echter dat het belangrijk is om op korte termijn breder te kijken naar de invloed van Tata Steel om te kijken of sprake is geweest van dit soort situaties op meerdere niveaus en om het vertrouwen van de omwonenden te herstellen, wat ontzettend nodig is. Dit is inderdaad beleidsoverstijgend — daar hebben we het eerder over gehad, ook in de commissiedebatten — maar wij willen toch graag deze motie indienen. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er wantrouwen is ontstaan in de overheid wegens het incident waarbij de naam van Tata Steel moedwillig uit een kankerincidentierapport van de GGD Kennemerland is geschrapt;

constaterende dat er een onafhankelijk onderzoek is aangekondigd naar de totstandkoming van dit rapport, maar dat dit voorval tevens voor veel wantrouwen heeft gezorgd bij omwonenden over de betrouwbaarheid van andere rapporten en het daaruit voortvloeiende handhavingsbeleid;

overwegende dat Nederlandse burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid hun gezondheid te allen tijde boven economische belangen stelt;

verzoekt de regering om een onafhankelijke commissie in te stellen die onderzoek doet naar de invloed van Tata Steel op de gezondheidsrapporten en het handhavingsbeleid van de overheid en overheidsdiensten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bouchallikh, Van Esch en Beckerman.

Zij krijgt nr. 193 (28089).

Mevrouw Bouchallikh (GroenLinks):
Dank.

De voorzitter:
Dank. Tot slot is het woord aan mevrouw Van Esch van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u, voorzitter. Ik heb drie moties, dus ik ga ze snel voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ILT-rapportage uit 2018 laat zien dat in Nederland op grote schaal kankerverwekkende stoffen worden weggemengd in brandstoffen;

constaterende dat dit, zoals de sector zegt, "op specificatie brengen" van brandstoffen slechts is toegestaan omdat voldoende beschermende normen op open zee en in West-Afrika ontbreken;

constaterende dat de TNO-rapportage uit 2021 laat zien dat de in Nederland gemengde brandstoffen gezondheidsschade en milieuschade veroorzaken in Afrika;

van mening dat het onwenselijk is dat gevaarlijk afval wordt weggemengd in brandstoffen;

verzoekt de regering te onderzoeken met welke (nationale) juridische middelen een einde kan worden gemaakt aan deze wegmengpraktijken, bijvoorbeeld door een minimumnorm op te stellen voor brandstoffen die geëxporteerd worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Esch.

Zij krijgt nr. 194 (28089).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat niet onderzocht is welke grondstoffen vereist zijn voor een echt duurzame transitie van industriecomplex Chemelot;

constaterende dat de regering voornemens is ruim 1 miljard euro te besteden aan het aanleggen van nieuwe buisleidingen naar Chemelot;

spreekt uit dat het onwenselijk is om de groei van plasticfabrieken of kunstmestfabrieken te subsidiëren;

verzoekt de regering, voordat een besluit genomen wordt over de buisleidingen naar Chemelot, te onderzoeken welke bedrijven met welke grondstof in welk volume thuishoren bij een echt duurzaam industriecomplex,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Esch.

Zij krijgt nr. 195 (28089).

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Mijn laatste motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Tata Steel gebruikmaakt van verouderde installaties en dat deze een negatief effect hebben op het milieu en de gezondheid van omwonenden;

constaterende dat de in 1972 gebouwde Kooksfabriek 2 al lang over de levensduur heen is;

overwegende dat de wanden van de oven lekken bij productie;

overwegende dat Kooksfabriek 2 een bron van veel geuroverlast en uitstootoverlast is, en zelfs flinke gezondheidsschade oplevert;

verzoekt de regering om nog dit jaar de sluiting van Kooksfabriek 2 te eisen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Esch.

Zij krijgt nr. 196 (28089).

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Volgens mij, voorzitter, spreek ik hiermee mijn laatste woorden uit in deze zaal van de Tweede Kamer, en dien ik hierbij in deze zaal echt de laatste moties in, althans voorlopig.

De voorzitter:
Jazeker. Helemaal.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Nou, bij dezen.

De voorzitter:
Dit is een historisch moment.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Volgens mij ook, hè. Dat is het! Ik ga de moties dan nu maar indienen.

De voorzitter:
Dient u ze maar in. Dank.

Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken. Daarna gaan wij luisteren naar de antwoorden van de staatssecretaris.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Wij gaan snel luisteren naar de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. De motie op stuk nr. 191 van mevrouw Hagen: ik sta achter de intentie van de motie, maar het is niet zo dat er geen enkele informatie over de overtredingen bij Brzo-bedrijven bekend is. Dat wil ik wel eventjes rechtzetten. Dat heb ik ook in het debat gedaan. De Staat van de Veiligheid biedt hierover namelijk informatie. Het is een terecht aandachtspunt geweest in het rapport van de Rekenkamer: is er voldoende? Nogmaals, ik sta achter de intentie van de motie. Ik ga aan de slag om te komen tot een goed werkend systeem waarin het eenvoudiger is om de verschillende data van verschillende instanties te monitoren en te analyseren. Hierdoor wordt het ook eenvoudiger om gegevens over de omvang en aard van milieuovertredingen en criminaliteit te verstrekken, want in de inspectieview zit niet altijd criminaliteit. Dat is dus wel een punt dat eraan wordt toegevoegd. Het is helaas niet haalbaar om voor het eind van het jaar zo'n totaalsysteem goed op te zetten. Maar goed, de motie vraagt om een uniform systeem en daarom kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 191 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 192.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
De motie op stuk nr. 192 vraagt om een onafhankelijk onderzoek parallel aan de haalbaarheidsstudie van het FNV-plan uit te laten voeren en de Kamer voor het debat in het najaar te informeren. Ik werk met partijen om dat onderzoek zo snel mogelijk te laten uitvoeren. Het is wel afhankelijk van de haalbaarheidsstudie, dus deels kan het parallel, maar niet volledig, omdat we de invulling van de haalbaarheidsstudie nodig hebben om vervolgens de effecten ervan te kunnen beoordelen. Wat betreft de vraag of ik het voor het debat kan leveren: dat is afhankelijk van wanneer u het debat plant. Op 9 september zal het nog niet gereed zijn. Ik zie het als een inspanningsverplichting om het zo spoedig mogelijk te doen, maar daarmee geef ik uw Kamer ook in overweging om het debat zo te plannen dat het rapport kan worden meegenomen. Ik zal het zo snel mogelijk doen. Daarmee laat ik het oordeel over aan de Kamer. Een inspanningsverplichting, zo snel mogelijk, maar wel een winstwaarschuwing: 9 september zal niet lukken.

Dan de motie op stuk nr. 193. Die moet ik ontraden. Recent is er een rapport van de Rekenkamer geweest. Er is gekeken naar de handhaving en in het rapport zijn kritische noten gekraakt. Daar wordt ook opvolging aan gegeven. Maar het andere onderzoek is de verantwoordelijkheid van VWS. Daar wordt nu onderzoek naar gedaan, dat erkent mevrouw Bouchallikh ook, maar eigenlijk gaat deze motie ervan uit dat er dingen uitkomen die een follow-up moeten krijgen. Dat vind ik te zijner tijd aan mijn collega van VWS om te beoordelen. Ik kan er nu niet op vooruitlopen. Ik snap het punt dat u wilt maken. Als er echt iets aan de hand is, vind ik dat daar serieus naar moet worden gekeken, maar dat moet u dan op dat moment met de collega van VWS bespreken. Daarom ontraad ik deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 194 van mevrouw Van Esch. Daarover zijn ook Kamervragen ingediend. Ik ben bereid om alle juridische mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart te brengen. Ik zal dit meenemen in de beantwoording van de Kamervragen. Ik vraag haar dus om deze motie aan te houden.

De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, mevrouw Van Esch? Dat is zij.

Op verzoek van mevrouw Van Esch stel ik voor haar motie (28089, nr. 194) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter.

Dan de motie op stuk nr. 195. Enerzijds is het niet aan mij om te bepalen welke grondstoffen thuishoren in een duurzaam industriecomplex. Het bedrijfsleven is zelf verantwoordelijk voor een duurzame ontwikkeling van de eigen productie. Deze motie moet ik dus ontraden.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 196: verzoekt de regering om nog dit jaar de Kooksfabriek te sluiten. Staal maken mag in Nederland, maar dan moet je je wel aan de regels houden en dat geldt ook voor Tata. Dat is waar wij op sturen, op die regels, en niet op een individueel onderdeel van een fabriekscomplex. Maar ik begrijp heel goed de zorgen die hierover zijn en daarom ben ik ook blij met de alternatieve plannen die er zijn. Nogmaals, daarom laat ik ook de gezondheidseffecten parallel daaraan doorrekenen, ook als toezegging na mijn werkbezoek aan de bewoners daar die mij over hun omstandigheden hebben verteld. Dat heeft me geraakt. Ik hoop dat ik met dit onderzoek recht kan doen aan hun zorgen.

De voorzitter:
Dus ...

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dus ik ontraad deze motie, voorzitter. Dank dat ik in het laatste debat bij de laatste motie op de laatste avond in dit huis, waar ik zelf ook met veel plezier heb gewerkt, het met u over het milieu mocht hebben, waarvoor ik me met veel plezier heb ingezet in dit huis. Het was een eer om met u het parlementaire jaar af te sluiten.

De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Wij zien u straks nog terug bij de stemmingen, die zullen plaatsvinden om 00.00 uur. Dit was inderdaad het laatste debat. We zullen vanavond de deuren hier dichttrekken. Maar eerst hebben we om 23.15 uur beneden in de Statenpassage een kort afscheid van het Binnenhof met z'n allen en een fotomoment. Ik schors de vergadering tot 00.00 uur.

De vergadering wordt van 23.10 uur tot 00.03 uur geschorst.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de stemmingen, de tweede lijst van donderdag ... Nee, het is vrijdag 9 juli, maar het is de vergadering van 8 juli. We beginnen met 35830, nr. 39, de brief van de commissie … Nee, ik geef eerst mevrouw Van der Plas het woord, want ze wilde nog iets zeggen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wat een eer, dat ik op deze laatste avond als eerste het woord mag hebben. Ik heb niks bijzonders. Ik wil graag de motie op stuk nr. 13 aanhouden onder agendapunt 27, de stemming over een aangehouden motie ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2021.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (35850, nr. 13) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Plas.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming Brief van de commissie voor de Rijksuitgaven inzake de dechargeverlening voor het door de ministers gevoerde financieel beheer in het jaar 2020

Aan de orde is de stemming over de de brief van de commissie voor de Rijksuitgaven inzake de dechargeverlening voor het door de ministers gevoerde financieel beheer in het jaar 2020.

De voorzitter:
Ik stel voor de slotwetten over het jaar 2020, Kamerstuk 35830, hoofdstuk I t/m X en XII t/m XVII en de fondsen A t/m C en J zonder stemming aan te nemen en conform het voorstel van de vaste commissie voor Financiën te besluiten en de desbetreffende ministers met inachtneming van de diverse toezeggingen ter verbetering van het financieel beheer decharge te verlenen voor het gevoerde beleid.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2020

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2020,

te weten:

  • de motie-Vestering over de 483,4 miljoen euro belastinggeld voor de Regeling provinciale aankoop veehouderijlocaties (35830-XIV, nr. 9);
  • de motie-Vestering over de maximale temperatuur voor diertransporten verlagen naar 30 graden (35830-XIV, nr. 10);
  • de motie-Vestering over wettelijk vastleggen dat de wachttijd bij het slachthuis tot de start van het uitladen maximaal 15 minuten mag bedragen (35830-XIV, nr. 11);
  • de motie-Vestering over wettelijk vastleggen dat bij een buitentemperatuur vanaf 21 graden Celsius tenminste 10% en bij een temperatuur vanaf 25 graden Celsius 25% minder dieren per vrachtwagen mogen worden vervoerd (35830-XIV, nr. 12);
  • de motie-Vestering over een plan van aanpak voor een structureel lagere stalbezetting in de maanden waarin de kans op hete dagen groot is (35830-XIV, nr. 13);
  • de motie-Vestering over evalueren van de overdracht van de beleidsverantwoordelijkheid van het welzijn van grote grazers in de Oostvaardersplassen (35830-XIV, nr. 14);
  • de motie-Boswijk over een verkenning van de (juridische) mogelijkheden van wat rendabel is voor boeren om aan natuurbeheer te doen (35830-XIV, nr. 15);
  • de motie-Boswijk/Bisschop over bij de gebiedsgerichte aanpak de brede natuurdoelstellingen en de toekomst van de landbouw voor ogen houden (35830-XIV, nr. 16);
  • de motie-Boswijk over een voorstel uitwerken voor een derde optie waarbij landbouwgrond in natuurlijk beheer komt (35830-XIV, nr. 17).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Vestering (35830-XIV, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, zoals u het vanmiddag zei: DENK niet, want ik stak mijn hand niet op.

De voorzitter:
Ah, kijk eens aan.

In stemming komt de motie-Vestering (35830-XIV, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vestering (35830-XIV, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Vestering (35830-XIV, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vestering (35830-XIV, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vestering (35830-XIV, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boswijk (35830-XIV, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boswijk/Bisschop (35830-XIV, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boswijk (35830-XIV, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Het zou fijn zijn als de leden van DENK bij elkaar zitten. Het is inderdaad even wennen, maar als u hetzelfde stemt, dan helpt dat mij.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, excuus, maar de ChristenUnie wil geacht worden tegen de motie-Vestering op stuk nr. 9 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen uw opmerking meenemen in de Handelingen.

Stemmingen moties Ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over ontwikkelingen rondom het coronavirus,

te weten:

  • de motie-Van Haga/Van der Plas over elke drie maanden opnieuw bekijken of de indeling van COVID-19 in groep A nog terecht is (25295, nr. 1345);
  • de motie-Van Haga/Van der Plas over de geldigheidsduur van coronatesten verlengen in lijn met de ons omringende landen (25295, nr. 1346);
  • de motie-Paternotte/Kuiken over het OMT vragen welke interventies kunnen helpen om de besmettingscijfers stabiel te krijgen (25295, nr. 1347);
  • de motie-Kuzu/Van Haga over het instellen van ziekenhuisopnames als leidende indicator (25295, nr. 1348);
  • de motie-Kuzu over een onderzoek naar de vaccinatiestatus van coronapatiënten in ziekenhuizen (25295, nr. 1349);
  • de motie-Westerveld over PCR-screening op varianten (25295, nr. 1350);
  • de motie-Westerveld/Kuiken over overnemen van het advies met betrekking tot de geldigheidsduur van toegangstesten (25295, nr. 1351);
  • de motie-Agema c.s. over onderzoeken of de huidige ventilatierichtlijnen toereikend zijn (25295, nr. 1352);
  • de motie-Agema/Wilders over extra registraties door verplichte toegangstesten buiten het oordeel van de ECDC laten (25295, nr. 1353);
  • de motie-Agema/Wilders over jongeren van 12 tot 17 jaar alleen vrijwillig vaccineren met instemming van beide ouders (25295, nr. 1354).

(Zie notaoverleg van 7 juli 2021.)

In stemming komt de motie-Van Haga/Van der Plas (25295, nr. 1345).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Van der Plas (25295, nr. 1346).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Kuiken (25295, nr. 1347).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu/Van Haga (25295, nr. 1348).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu (25295, nr. 1349).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (25295, nr. 1350).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Kuiken (25295, nr. 1351).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema c.s. (25295, nr. 1352).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema/Wilders (25295, nr. 1353).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
BBB wil geacht worden tegen de motie-Westerveld/Kuiken op stuk nr. 1351 (25295) te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen uw opmerking noteren in de Handelingen.

In stemming komt de motie-Agema/Wilders (25295, nr. 1354).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Wijziging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in verband met regeling van het vereiste van goedkeuring bij wet van een koninklijk besluit tot verlenging als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (35874).

(Zie wetgevingsoverleg van 7 juli 2021.)

In stemming komt het amendement-Hijink c.s. (stuk nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Klimaat en energie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over klimaat en energie,

te weten:

  • de motie-Eerdmans over het niet implementeren van de adviezen van de voorzitter van de klimaattafel gebouwde omgeving (32813, nr. 760);
  • de motie-Erkens/Thijssen over een onafhankelijk onderzoek starten om te komen tot duurzaam staal (32813, nr. 761);
  • de motie-Erkens/Bontenbal over nagaan hoe emissies van geïmporteerde en geëxporteerde elektriciteit worden verwerkt in de nationale Klimaatwet (32813, nr. 762);
  • de motie-Thijssen c.s. over onderzoek naar het versnellen van de bestaande doorlooptijden voor netuitbreidingen (32813, nr. 763);
  • de motie-Thijssen c.s. over het mogelijk maken van de ontwikkeling van een landelijk waterstofnetwerk (32813, nr. 764);
  • de motie-Thijssen c.s. over het versneld afbouwen van het aantal dispensatierechten (32813, nr. 765);
  • de motie-Thijssen c.s. over het per direct beëindigen van de subsidiëring van bij- en meestook van biomassa in kolencentrales (32813, nr. 766);
  • de motie-Boucke c.s. over een uiterste inspanning om dwangsommen te voorkomen (32813, nr. 767);
  • de motie-Boucke/Erkens over no-regretmaatregelen voor verduurzaming van de industrie (32813, nr. 768);
  • de motie-Kops over het volledig openhouden van de kolencentrales (32813, nr. 769);
  • de motie-Kops over het uitbannen van energiearmoede (32813, nr. 770);
  • de motie-Kops over het onmiddellijk schrappen van alle windturbineplannen (32813, nr. 771);
  • de motie-Bontenbal/Grinwis over gerichte ambitieuze maatwerkafspraken met de twaalf grootste uitstoters (32813, nr. 772);
  • de motie-Bontenbal/Erkens over inzicht in een kostenoptimale energiemix in 2050 (32813, nr. 773);
  • de motie-Bontenbal/Boucke over het PBL vragen om de Klimaat- en Energieverkenning tot 2050 te laten rekenen (32813, nr. 774);
  • de motie-Bontenbal/Thijssen over onderzoeken of een prioriteringskader duidelijkheid kan bieden bij een gebrek aan netcapaciteit (32813, nr. 775);
  • de motie-Teunissen over aanvullende maatregelen om het Urgendadoel dit jaar en de komende jaren met zekerheid te halen (32813, nr. 776);
  • de motie-Teunissen/Van Raan over grootschalige import van houtige biomassa verbieden (32813, nr. 777);
  • de motie-Teunissen over het niet afbouwen van de salderingsregeling voor zelfopgewekte stroom met zonnepanelen (32813, nr. 778);
  • de motie-Van der Lee c.s. over het zo optimaal mogelijk matchen van transitieplannen van de grootste CO2-uitstoters met het bestaande instrumentarium (32813, nr. 779).

(Zie notaoverleg van 7 juli 2021.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Teunissen stel ik voor haar motie (32813, nr. 778) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Teunissen (32813, nr. 776) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Urgendadoel — dat vanaf eind 2020 jaarlijks met zekerheid gehaald moest worden, zoals bekrachtigd door de Hoge Raad — verder uit zicht dreigt te raken door de stijgende uitstoot in het jaar 2021;

constaterende de aangenomen motie-Ouwehand (35788, nr. 28) waarin de Kamer uitspreekt dat het respecteren van de rechtsstaat een niet-onderhandelbare voorwaarde vormt voor de formatie van een kabinet;

verzoekt de regering zo snel mogelijk aanvullende maatregelen te treffen om het Urgendadoel dit jaar en structureel in de daaropvolgende jaren met zekerheid te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 776 (32813).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (32813, nr. 760).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Erkens/Thijssen (32813, nr. 761).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Erkens/Bontenbal (32813, nr. 762).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Thijssen c.s. (32813, nr. 763).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Thijssen c.s. (32813, nr. 764).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Thijssen c.s. (32813, nr. 765).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Thijssen c.s. (32813, nr. 766).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boucke c.s. (32813, nr. 767).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boucke/Erkens (32813, nr. 768).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kops (32813, nr. 769).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (32813, nr. 770).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (32813, nr. 771).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bontenbal/Grinwis (32813, nr. 772).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bontenbal/Erkens (32813, nr. 773).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bontenbal/Boucke (32813, nr. 774).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bontenbal/Thijssen (32813, nr. 775).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Teunissen (32813, nr. ??, was nr. 776).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en D66 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Teunissen/Van Raan (32813, nr. 777).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (32813, nr. 779).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Van Meijeren.

De heer Van Meijeren (FVD):
Bij de motie op stuk nr. 766 willen wij geacht worden voor te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Meijeren. Deze opmerking komt in de Handelingen.

Stemmingen moties Belastingen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Belastingen,

te weten:

  • de motie-Edgar Mulder/Wilders over het verlagen van de accijnzen op benzine met €0,30 per liter (32140, nr. 89);
  • de motie-Stoffer over het niet vergroten van de belastingkloof tussen een- en tweeverdieners in het Belastingplan 2022 (32140, nr. 90);
  • de motie-Stoffer over het verbeteren van de uitvoerbaarheid van alle categorieën van vermogensbestanddelen (32140, nr. 91);
  • de motie-Inge van Dijk c.s. over een contourennota voor de vormgeving van een heffing op werkelijk rendement (32140, nr. 92);
  • de motie-Idsinga c.s. over tussentijdse oplossingen voor spaargeld binnen box 3 (32140, nr. 93);
  • de motie-Idsinga c.s. over het doorzetten van het werk aan een stelsel van werkelijk rendement (32140, nr. 94);
  • de motie-Idsinga over een overgangsregeling naar aanleiding van afschaffing van de levensloopregeling (32140, nr. 95);
  • de motie-Grinwis over de aanpak van knelpunten in de uitvoering van de Wet DBA (32140, nr. 96);
  • de motie-Alkaya over geen uitzonderingen bij toekomstige herziening van de mondiale belastingregels (32140, nr. 97);
  • de motie-Eppink c.s. over het enkel belasten van werkelijk rendement in 2022 (32140, nr. 98);
  • de motie-Ephraim/Eppink over een operationeel plan van aanpak voor het belasten van werkelijk rendement (32140, nr. 99);
  • de motie-Ephraim/Eppink over geen terugwerkende kracht in de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (32140, nr. 100);
  • de motie-Ephraim/Eppink over de invorderingsrente op schulden bij de Belastingdienst op 0,01% houden tot 2025 (32140, nr. 101).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Eppink c.s. (32140, nr. 98) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de aangenomen motie-Bashir (34302, nr. 97) in 2015 al opriep om niet het fictieve maar het werkelijke rendement op inkomsten uit box 3 te belasten;

overwegende dat het kabinet-Rutte III in haar regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst voornemens was "een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement" uit te werken;

constaterende dat er tot dusver geen resultaten zijn geboekt om het box 3-stelsel te hervormen opdat burgers enkel over hun werkelijke rendement belast worden;

constaterende dat staatssecretaris Vijlbrief de aanpassing van box 3 aan een volgend kabinet wil overlaten;

verzoekt het kabinet alsnog werk te maken om het box 3-stelsel te hervormen, zodat burgers in 2022 enkel belast worden over hun werkelijke rendement uit spaarvermogen op de bank en niet over een veel hoger percentage door een fictief rendement;

verzoekt het kabinet een voorstel hiervoor op te nemen in het Belastingplan 2022,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 98 (32140).

De motie-Ephraim/Eppink (32140, nr. 100) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Ephraim.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 100 (32140).

De motie-Ephraim/Eppink (32140, nr. 101) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door het lid Ephraim.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 101 (32140).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder/Wilders (32140, nr. 89).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer (32140, nr. 90).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de ChristenUnie, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer (32140, nr. 91).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Inge van Dijk c.s. (32140, nr. 92).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Idsinga c.s. (32140, nr. 93).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Idsinga c.s. (32140, nr. 94).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Idsinga (32140, nr. 95).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis (32140, nr. 96).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De PVV is tegen, hoor ik. De opmerking dat de PVV tegen de motie op stuk nr. 96 is, wordt in de Handelingen opgenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (32140, nr. 97).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Eppink c.s. (32140, nr. ??, was nr. 98).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ephraim/Eppink (32140, nr. 99).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ephraim (32140, nr. ??, was nr. 100).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ephraim (32140, nr. ??, was nr. 101).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties IVD

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat IVD,

te weten:

  • de motie-Leijten over het niet inperken van de bevoegdheden van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (29924, nr. 214);
  • de motie-Leijten over toezichthouders voldoende betrekken bij de voorbereiding van de wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (29924, nr. 215);
  • de motie-Leijten over in de CIVD alleen spreken over actuele operationele informatie die niet openbaar gedeeld kan worden (29924, nr. 216);
  • de motie-Van Baarle over een consultatie over takenscheiding tussen TIB en CTIVD (29924, nr. 217);
  • de motie-Van Baarle over geen afschaling van toezicht op de verwerkingsfase van data (29924, nr. 218);
  • de motie-Ceder over een inventarisatie van de voor- en nadelen van het samenvoegen van TIB en CTIVD (29924, nr. 219).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Leijten (29924, nr. 214) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is opvolging te geven aan de aanbevelingen van de commissie-Jones en de toezichthouders zich daar grote zorgen over maken;

constaterende dat de toezichthouder Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (de TIB) in het jaarverslag aangeeft dat zij meermaals onjuist in geïnformeerd door de diensten;

overwegende dat de toezichthouder aangeeft dat een theoretisch verschil tussen verwerven en verwerken van gegevens in de praktijk onwerkbaar is;

verzoekt de regering de bevoegdheden van de TIB bij de toetsing vooraf van verzoeken op geen enkele manier in te perken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 214 (29924).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Hoe heeft dit allemaal vanavond kunnen plaatsvinden, vraag ik me opeens af. Vroeger ging het over een hele week, maar nu gaat het over een middag of avond. Maar daar gaan we na het reces hopelijk iets aan doen met elkaar.

In stemming komt de gewijzigde motie-Leijten (29924, nr. ??, was nr. 214).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de SGP, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Leijten (29924, nr. 215).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Leijten (29924, nr. 216).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, de ChristenUnie, de SGP, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (29924, nr. 217).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (29924, nr. 218).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder (29924, nr. 219).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Reactie moties en amendementen begroting OCW en WGO Media/Cultuur

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het tweeminutendebat Reactie op aangenomen moties en amendementen van de afgelopen begrotingsbehandeling, het cultuurbegrotingsdebat en het mediabegrotingsdebat ,

te weten:

  • de motie-Rudmer Heerema/Van Nispen over gemeenten wijzen op de wettelijke verplichting van twee uur bewegingsonderwijs per week (35570-VIII, nr. 272).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema/Van Nispen (35570-VIII, nr. 272).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Inburgering en integratie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Inburgering en integratie,

te weten:

  • de motie-Stoffer/Eerdmans over onderzoek naar een migratiequotum (32824, nr. 330);
  • de motie-Pieter Heerma over lokale initiatieven voor maatschappelijke diensttijd (32824, nr. 331);
  • de motie-Simons over investeren in faciliteiten voor voorinburgering in asielzoekerscentra (32824, nr. 332);
  • de motie-Simons over een uitgebreid pakket aan maatregelen voor inburgeringsonderwijs (32824, nr. 333);
  • de motie-Simons over de extra middelen inzetten voor het opvangen van de slecht functionerende inburgeringswet (32824, nr. 334);
  • de motie-Belhaj over jongvolwassenen in het praktijkonderwijs hun leertraject laten afronden (32824, nr. 336);
  • de motie-Van Baarle over niet spreken over "integratie" maar over "samenleven" (32824, nr. 337);
  • de motie-Van Baarle over één coördinerend bewindspersoon voor de portefeuille samenleven (32824, nr. 338);
  • de motie-Van Baarle over onderwijsachterstanden bij vluchtelingen (32824, nr. 339);
  • de motie-Ceder/Maatoug over de vrijstelling van de inburgeringsplicht voor jongeren van boven de 18 jaar op het praktijkonderwijs behouden tot 1 januari 2022 (32824, nr. 340);
  • de motie-Ceder over praktische belemmeringen voor nieuwkomers bij het aangaan van werk (32824, nr. 341).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Simons stel ik voor haar motie (32824, nr. 332) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van Baarle (32824, nr. 338) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit WRR-onderzoek het belang blijkt van een adequate infrastructuur om samenleven te faciliteren;

spreekt uit de wens dat de nieuwe regering de verantwoordelijkheid voor de portefeuille "samenleven" belegt bij één coördinerend bewindspersoon,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 338 (32824).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Eerdmans (32824, nr. 330).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Pieter Heerma (32824, nr. 331).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Simons (32824, nr. 333).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Simons (32824, nr. 334).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Belhaj (32824, nr. 336).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (32824, nr. 337).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle (32824, nr. ??, was nr. 338).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, de PvdD, Fractie Den Haan en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (32824, nr. 339).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceder/Maatoug (32824, nr. 340).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ceder (32824, nr. 341).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Klimaat en energie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Klimaat en energie,

te weten:

  • de motie-Bontenbal/Amhaouch over technologieën voor het realiseren van negatieve emissies (32813, nr. 781);
  • de motie-Bontenbal/Grinwis over voorwaarden voor effectieve bijdrage van energiecertificaten aan energiebesparing (32813, nr. 782);
  • de motie-Bontenbal/Stoffer over het project WarmtelinQ tot een positief besluit brengen (32813, nr. 783);
  • de motie-Teunissen c.s. over bij de herziening van RED II rekenen met de werkelijke uitstoot van houtige biomassa (32813, nr. 784);
  • de motie-Teunissen/Van Raan over biomassa uitsluiten van toekomstige subsidies voor CO2-vrij regelbaar vermogen (32813, nr. 785);
  • de motie-Van der Lee/Bontenbal over normering die de uitrol van hybride warmtepompen stimuleert (32813, nr. 786);
  • de motie-Van der Lee over technologieën voor energie uit water (32813, nr. 787);
  • de motie-Van Haga/Van der Plas over zonder draagvlak geen windmolenparken en zonneakkers meer bouwen (32813, nr. 788);
  • de motie-Van Haga over een locatieonderzoek naar een nieuwe kerncentrale (32813, nr. 789);
  • de motie-Van Haga/Van der Plas over stoppen met zonneakkers in weilanden en inzetten op zonnepanelen op daken (32813, nr. 790);
  • de motie-Grinwis/Bontenbal over de voor- en nadelen van een schot voor warmte in de SDE++ in kaart brengen (32813, nr. 791);
  • de motie-Grinwis/Bontenbal over een verkenning naar buurtbatterijen (32813, nr. 792);
  • de motie-Grinwis/Stoffer over onderzoek naar de opbrengst van Dynamic Tidal Power-energiedammen in zee (32813, nr. 793);
  • de motie-Van der Plas c.s. over de potentie van zonnepanelen op vangrails, in wegbermen en op overkappingen in kaart brengen (32813, nr. 794);
  • de motie-Eerdmans over het opschorten van de besluitvorming over de plaatsing van windturbines buiten de kaders van de Abm en Arm (32813, nr. 795);
  • de motie-Leijten over respect voor de gezondheidsnormen als voorwaarde voor financiële steun aan Tata Steel (32813, nr. 796);
  • de motie-Stoffer c.s. over een innovatieprogramma energie uit water (32813, nr. 797);
  • de motie-Stoffer c.s. over rekening houden met de systeemkosten van energiebronnen bij de vormgeving van de SDE++-regeling (32813, nr. 798);
  • de motie-Stoffer/Van der Plas over verlaging van de ODE-heffing op elektriciteit (32813, nr. 799);
  • de motie-Jansen over woningen niet gedwongen gasloos maken (32813, nr. 800);
  • de motie-Jansen over stoppen met het Programma Aardgasvrije Wijken (32813, nr. 801);
  • de motie-Thijssen/Van der Lee over de milieuorganisaties uit Estland betrekken bij het onderzoek naar de productie van biomassa (32813, nr. 802).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Stoffer c.s. (32813, nr. 798) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat energiebronnen met een sterk fluctuerende productie relatief hoge systeemkosten, zoals investeringen in netverzwaring en energieopslag, met zich meebrengen en dat hier bij de vormgeving van de SDE++-regeling geen rekening mee gehouden wordt;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe bij de vormgeving van de SDE++-regeling rekening gehouden kan worden met de systeemkosten die energiebronnen met zich meebrengen en die via de transporttarieven gefinancierd worden, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 798 (32813).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Bontenbal/Amhaouch (32813, nr. 781).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bontenbal/Grinwis (32813, nr. 782).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bontenbal/Stoffer (32813, nr. 783).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Teunissen c.s. (32813, nr. 784).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Teunissen/Van Raan (32813, nr. 785).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Lee/Bontenbal (32813, nr. 786).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee (32813, nr. 787).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Van der Plas (32813, nr. 788).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (32813, nr. 789).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Van der Plas (32813, nr. 790).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Bontenbal (32813, nr. 791).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Bontenbal (32813, nr. 792).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Stoffer (32813, nr. 793).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (32813, nr. 794).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Eerdmans (32813, nr. 795).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Leijten (32813, nr. 796).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (32813, nr. 797).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Stoffer c.s. (32813, nr. ??, was nr. 798).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Van der Plas (32813, nr. 799).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (32813, nr. 800).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (32813, nr. 801).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Thijssen/Van der Lee (32813, nr. 802).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, JA21 en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Openbaar vervoer en taxi

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Openbaar vervoer en taxi,

te weten:

  • de motie-Geurts over de verschraling van het openbaar vervoer in de regio tegengaan (23645, nr. 758);
  • de motie-Alkaya over de naleving van belasting- en werkgeversverplichtingen meenemen in het onderzoek naar de taxibranche (23645, nr. 759).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Geurts (23645, nr. 758).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (23645, nr. 759).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Intensieve kindzorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Intensieve kindzorg,

te weten:

  • de motie-Hijink c.s. over zorgverzekeraars zich niet laten mengen in indicaties van ernstig zieke kinderen (34104, nr. 335);
  • de motie-Westerveld/Kuiken over verzekeraars verbieden medische gegevens van verzekerden te delen met derde partijen (34104, nr. 336);
  • de motie-Tellegen c.s. over een vereenvoudigde tussentijdse evaluatie van het pgb bij chronisch zieke kinderen (34104, nr. 337);
  • de motie-Kuiken/Westerveld over een vertrouwelijke en praktische werkvorm voor complexe casuïstiek waarbij ouders vastlopen (34104, nr. 338).

(Zie vergadering van heden.)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zorgverzekeraars derde partijen inschakelen om de indicatie te controleren op doelmatigheid en rechtmatigheid;

overwegende dat het onwenselijk is dat de medische gegevens die in handen zijn van een verzekeraar met een derde partij worden gedeeld;

van mening dat, als verzekeraars willen controleren op doelmatigheid en rechtmatigheid, zij dat zelf moeten doen;

Verzoekt de regering het delen van medische gegevens door verzekeraars, ten behoeve van een controle op rechtmatigheid en doelmatigheid, alleen toe te staan als verzekerden hier expliciet toestemming voor hebben gegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
De motie-Westerveld/Kuiken (34104, nr. 336) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Zij krijgt nr. ??, was nr. 336 (34104).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Hijink c.s. (34104, nr. 335).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Kuiken (34104, nr. 336).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tellegen c.s. (34104, nr. 337).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken/Westerveld (34104, nr. 338).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Criminaliteitsbestrijding en georganiseerde criminaliteit/ondermijning

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Criminaliteitsbestrijding en georganiseerde criminaliteit/ondermijning,

te weten:

  • de motie-Michon-Derkzen over aangeven hoe het Multidisciplinair Interventie Team zich verhoudt tot bestaande diensten (29911, nr. 320);
  • de motie-Michon-Derkzen over een coulancekader voor vriend-in-noodfraude (29911, nr. 321);
  • de motie-Van Nispen/Alkaya over fors investeren in toezicht op de trustsector (29911, nr. 322);
  • de motie-Eerdmans c.s. over het intensiveren van de strijd tegen de georganiseerde misdaad (29911, nr. 323).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De heer Eerdmans verzoekt zijn aangehouden motie op stuk nr. 323 alsnog in stemming te brengen.

Op verzoek van mevrouw Michon-Derkzen stel ik voor haar motie (29911, nr. 321) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Michon-Derkzen (29911, nr. 320).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Alkaya (29911, nr. 322).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Eerdmans c.s. (29911, nr. 323).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van BIJ1 ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Discriminatie en racisme

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Discriminatie en racisme,

te weten:

  • de motie-Belhaj c.s. over excuses van de Nederlandse Staat voor het slavernijverleden (30950, nr. 252);
  • de motie-Belhaj c.s. over 1 juli 2022 als nationale herdenking en feestdag (30950, nr. 253);
  • de motie-Van Baarle over meerjarige financiering van de Nationaal Coördinator Discriminatiebestrijding en Racisme (30950, nr. 254);
  • de motie-Van Baarle over de Nationaal Coördinator Discriminatiebestrijding en Racisme jaarlijks onafhankelijk aan de Kamer laten rapporteren (30950, nr. 255);
  • de motie-Van Baarle over de meldingsbereidheid van discriminatie jaarlijks meten en uitsplitsen naar discriminatiegrond (30950, nr. 256);
  • de motie-Van Baarle over onderscheid maken tussen de verschillende typen taakstraffen bij discriminatie (30950, nr. 257);
  • de motie-Van Baarle/Simons over het Nederlands slavernijverleden als misdaad tegen de mensheid (30950, nr. 258);
  • de motie-Ceder c.s. over een onafhankelijke nationaal onderzoek naar het slavernijverleden (30950, nr. 259);
  • de motie-Ceder/Ellian over de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding alsnog voor ten minste twee jaar aanstellen (30950, nr. 261);
  • de motie-Den Haan c.s. over één onderzoek door alle gemeenten naar discriminatie op de woningmarkt (30950, nr. 262);
  • de motie-Van Esch c.s. over actieve bestrijding van moderne slavernij (30950, nr. 263);
  • de motie-Leijten over een nieuwe profielschets voor de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racismebestrijding (30950, nr. 264);
  • de motie-Simons c.s. over een ministerie van Gelijkwaardigheid (30950, nr. 266);
  • de motie-Simons c.s. over het Zwart Manifest als leidraad voor beleid tegen anti-Zwart racisme (30950, nr. 267);
  • de motie-Van Meijeren over geen discriminatie op grond van medische persoonskenmerken (30950, nr. 269).

(Zie vergadering van heden.)

De motie-Van Baarle (30950, nr. 256) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Baarle en Ceder, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de meldingsbereidheid niet jaarlijks wordt bijgehouden en wanneer deze wel wordt gemeten, niet per grond wordt uitgesplitst;

verzoekt de regering de meldingsbereidheid van discriminatie vaker periodiek te meten en uit te splitsen naar discriminatiegrond,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 256 (30950).

De motie-Van Baarle/Simons (30950, nr. 258) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de dialooggroep slavernijverleden adviseert om in de wet op te nemen dat de slavernij en slavenhandel die tussen de zeventiende eeuw en 1 juli 1873 direct of indirect onder Nederlands gezag hebben plaatsgevonden, misdaden tegen de menselijkheid waren;

spreekt uit dat het Nederlands slavernijverleden een misdaad tegen de mensheid was,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 258 (30950).

De motie-Ceder c.s. (30950, nr. 259) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ceder, Inge van Dijk, Van Baarle, Belhaj, Den Haan, Kathmann, Van Esch, Simons, Koekkoek en Westerveld.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 259 (30950).

De motie-Simons c.s. (30950, nr. 266) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme een eerste stap is in het bieden van een structurele plek aan het naleven van het eerste artikel van onze Grondwet;

overwegende dat alleen een coördinator echter niet voldoende is voor het bestrijden van een dermate groot institutioneel probleem in onze samenleving;

overwegende dat de bestrijding van discriminatie en racisme topprioriteit moet zijn en daarom een volwaardig uitvoerend ministerie verdient;

spreekt uit dat een ministerie van Gelijkwaardigheid tijdens het formatieproces verkend dient te worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 266 (30950).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

Op verzoek van mevrouw Belhaj stel ik voor haar moties (30950, nrs. 252 en 253) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 254).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 255).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle/Ceder (30950, nr. ??, was nr. 256).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Baarle (30950, nr. 257).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Baarle/Simons (30950, nr. ??, was nr. 258).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ceder c.s. (30950, nr. ??, was nr. 259).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ceder/Ellian (30950, nr. 261).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (30950, nr. 262).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch c.s. (30950, nr. 263).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Leijten (30950, nr. 264).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Simons c.s. (30950, nr. ??, was nr. 266).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK en de PvdD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Simons c.s. (30950, nr. 267).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Ik moet even een slokje water nemen. Soms voel je opeens een kriebel opkomen!

In stemming komt de motie-Van Meijeren (30950, nr. 269).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de SGP, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Drugsbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Drugsbeleid,

te weten:

  • de motie-Bikker/Michon-Derkzen over bezit van voorwerpen voor de productie van synthetische drugs effectiever aanpakken (24077, nr. 476);
  • de motie-Bikker c.s. over onderzoek naar kanalen waarlangs jongeren aan synthetische drugs komen (24077, nr. 477);
  • de motie-Van Nispen/Sneller over het benadrukken van maatwerk en proportionaliteit in de uitvoering van de Wet Damocles (24077, nr. 478);
  • de motie-Van Nispen over onderzoek naar de wetenschappelijke rechtvaardiging van de huidige omgang met typen drugs (24077, nr. 479).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Bikker c.s. (24077, nr. 477) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat synthetische drugs voor minderjarigen en andere jonge mensen eenvoudig online te bestellen zijn via bijvoorbeeld webshops en sociale media;

overwegende dat het in voorbereiding zijnde verbod op nieuwe psychoactieve stoffen gepaard moet gaan met maatregelen om gebruik van deze middelen terug te dringen;

verzoekt de regering onderzoek te laten doen via welke kanalen jonge mensen op dit moment aan synthetische drugs komen en met preventieve voorstellen te komen om dit aanbod en daarmee het gebruik van deze drugs terug te dringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 477 (24077).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Bikker/Michon-Derkzen (24077, nr. 476).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bikker c.s. (24077, nr. ??, was nr. 477).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Sneller (24077, nr. 478).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (24077, nr. 479).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Medisch-specialistische zorg/ziekenhuiszorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Medisch-specialistische zorg/ziekenhuiszorg,

te weten:

  • de motie-Van den Berg over verschillende scenario's voor betere voorwaarden voor financiering van behandelingen (31765, nr. 587);
  • de motie-Van den Berg/Paulusma over openbare en meer eenduidige protocollen voor zorginstellingen (31765, nr. 588);
  • de motie-Hijink over alle medisch specialisten in loondienst brengen (31765, nr. 589);
  • de motie-Hijink over geen verlies van capaciteit bij de eventuele concentratie van acute zorg in Amsterdam (31765, nr. 590);
  • de motie-Hijink over het behouden van de bijzondere tandheelkunde in Alkmaar (31765, nr. 591);
  • de motie-Aukje de Vries over initiatieven voor digitale en hybride zorg (31765, nr. 592);
  • de motie-Ellemeet/Simons over een belangrijker rol voor huisartsen bij hormoontherapie en nazorg voor transgenderpersonen (31765, nr. 593);
  • de motie-Agema over de volumegroeibeperking van 0% in 2022 voor de ziekenhuizen schrappen (31765, nr. 594);
  • de motie-Agema over een concreet en afrekenbaar doel voor extra ic-verpleegkundigen (31765, nr. 595);
  • de motie-Paulusma/Van den Berg over het keuzerecht op hybride en/of digitale zorg onderdeel maken van wetgeving (31765, nr. 596);
  • de motie-Simons/Paulusma over de keuringspsycholoog en toelatingsexamens in de transgenderzorg afschaffen (31765, nr. 597);
  • de motie-Simons c.s. over transgenderzorg uit de derdelijns- naar de tweedelijnszorg halen (31765, nr. 598);
  • de motie-Simons c.s. over ervaringsdeskundigheid een leidende rol geven binnen de transgenderzorg (31765, nr. 599);
  • de motie-Simons over decentralisatie van de transgenderzorg (31765, nr. 600).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Ellemeet/Simons (31765, nr. 593) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ellemeet, Simons, Kuiken en Paulusma.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 593 (31765).

De motie-Paulusma/Van den Berg (31765, nr. 596) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sinds de uitbraak van de pandemie digitale zorg in een stroomversnelling is gekomen;

constaterende dat ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving adviseert om de ontwikkeling van digitale zorg na de coronacrisis vast te houden;

constaterende dat digitale zorg naar schatting meer dan een miljard euro aan zorgkosten kan besparen;

overwegende dat hybride zorg — digitaal waar het kan, fysiek waar het moet — voor heel veel patiënten ook als zeer prettig wordt ervaren omdat het laagdrempelig kan zijn en het de reistijd verkort;

overwegende dat de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) toeziet op wat goede zorg precies inhoudt;

verzoekt de regering om, naast de bestaande afspraken met zorgaanbieders, mogelijkheden in kaart te brengen hoe een keuzemogelijkheid voor hybride en/of digitale zorg onderdeel kan zijn van wetgeving, bijvoorbeeld de Wkkgz, zodat dit ten goede komt aan de wens van veel patiënten om meer gebruik te maken van digitale zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 596 (31765).

De motie-Simons c.s. (31765, nr. 599) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ervaringsdeskundigheid in de praktijk wordt geweerd uit de transgenderzorg;

overwegende dat niemand de belangen en behoeftes van de zorgvragers zo goed kan vertegenwoordigen als de zorgvrager zelf;

verzoekt de regering om, met oog op de balans tussen zorgvragers, -verleners en -verzekeraars, het belang van de ervaringsdeskundigheid in de transgenderzorg van zorgvragers te benadrukken en te beschermen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 599 (31765).

De motie-Simons (31765, nr. 600) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat enorme wachtlijsten in de transgenderzorg leiden tot veel onzekerheid, pijn en leed;

constaterende dat de gevolgen desastreus zijn en veel mensen de hoop op een uitweg verliezen, met alle gevolgen van dien;

constaterende dat de oorzaak hiervan voor een heel groot deel ligt bij de monopolies op de transgenderzorg;

constaterende dat dit het gevolg is van de centralisatie van de transgenderzorg;

overwegende dat deze kritische situatie vraagt om snelle actie en drastische maatregelen;

verzoekt de regering zorgverzekeraars aan te moedigen om kleinere zorgcentra te faciliteren en daarmee de decentralisatie van de transgenderzorg te versnellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 600 (31765).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

Op verzoek van mevrouw Simons stel ik voor haar motie (31765, nr. 597) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van den Berg (31765, nr. 587).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg/Paulusma (31765, nr. 588).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, D66, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (31765, nr. 589).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink (31765, nr. 590).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (31765, nr. 591).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Aukje de Vries (31765, nr. 592).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ellemeet c.s. (31765, nr. ??, was nr. 593).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de VVD, het CDA en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema (31765, nr. 594).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (31765, nr. 595).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Gaat uw gang, mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik dank mijn collega's heel hartelijk voor het aannemen van deze motie. De motie was ontraden en ik zou daarom graag een reactie krijgen van de minister.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen het stenogram van dit deel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Paulusma/Van den Berg (31765, nr. ??, was nr. 596).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Simons c.s. (31765, nr. 598).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de VVD, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Simons c.s. (31765, nr. ??, was nr. 599).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de VVD en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Simons (31765, nr. ??, was nr. 600).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en D66 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Sportbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Sportbeleid,

te weten:

  • de motie-Rudmer Heerema over alleen een verbod op reclame door beroepssporters bij risicovolle kansspelen (30234, nr. 267);
  • de motie-Van der Laan c.s. over een sportwet (30234, nr. 268);
  • de motie-Van Nispen/Westerveld over een wettelijke verankering van buitenspelen en buitenspeelruimte als verantwoordelijkheid van de (lagere) overheid (30234, nr. 269);
  • de motie-Van Nispen c.s. over een jaarlijkse voortgangsrapportage over de ontwikkelingen op het gebied van gehandicaptensport (30234, nr. 270);
  • de motie-Westerveld c.s. over de financiering van sporthulpmiddelen (30234, nr. 271).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema (30234, nr. 267).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de VVD, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Laan c.s. (30234, nr. 268).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de VVD, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Westerveld (30234, nr. 269).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de SGP, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (30234, nr. 270).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (30234, nr. 271).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Geneesmiddelenbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Geneesmiddelenbeleid,

te weten:

  • de motie-Ellemeet c.s. over het maximeren van de eigen bijdrage op €250 per jaar verlengen tot 1 januari 2023 (29477, nr. 714);
  • de motie-Ellemeet c.s. over investeren in onderzoek naar nieuwe varianten van antibiotica (29477, nr. 715);
  • de motie-Den Haan/Kuiken over uitbehandelde kankerpatiënten met een nog goede conditie toegang geven tot uitgebreide moleculaire diagnostiek (29477, nr. 716);
  • de motie-Den Haan c.s. over onderzoek naar intensieve medicatiebeoordeling en andere medicatie-evaluatie (29477, nr. 717);
  • de motie-Den Haan c.s. over knelpunten rond de toegang van patiënten tot geneesmiddelen in kaart brengen (29477, nr. 718);
  • de motie-Van den Berg over goede praktijken omtrent digitalisering in kaart brengen (29477, nr. 719);
  • de motie-Van den Berg over instrumenten van het Zorginstituut voor maatwerk in de toelating van innovatieve geneesmiddelen (29477, nr. 720);
  • de motie-Maeijer over het goedkeuringsproces van geneesmiddelen versnellen (29477, nr. 721);
  • de motie-Kuiken over een zwaarwegend integraal beleidsadvies inzake het geneesmiddelenbeleid (29477, nr. 722);
  • de motie-Kuiken over een TTP bij onderhandelingen over dure geneesmiddelen (29477, nr. 723);
  • de motie-Aukje de Vries over meer werken met bekostiging op basis van behandelresultaat (29477, nr. 724);
  • de motie-Hijink/Paulusma over ziekenhuizen ondersteunen in het registreren van hun eigen bereidingen (29477, nr. 725).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Ellemeet c.s. (29477, nr. 714).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet c.s. (29477, nr. 715).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Kuiken (29477, nr. 716).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (29477, nr. 717).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Den Haan c.s. (29477, nr. 718).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (29477, nr. 719).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (29477, nr. 720).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Maeijer (29477, nr. 721).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Volt ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken (29477, nr. 722).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken (29477, nr. 723).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Aukje de Vries (29477, nr. 724).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink/Paulusma (29477, nr. 725).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Pakketbeheer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Pakketbeheer,

te weten:

  • de motie-Paulusma c.s. over medische preventie en leefstijlinterventies toelaten tot het basispakket (29689, nr. 1110);
  • de motie-Paulusma/Kuiken over duidelijke resultaatafspraken ten aanzien van het aantal polissen per concern (29689, nr. 1111);
  • de motie-Ellemeet/Van den Berg over niet bewezen effectieve zorg altijd in een onderzoeksetting leveren (29689, nr. 1112);
  • de motie-Ellemeet over de vergoeding voor pruiken gelijktrekken met de kosten (29689, nr. 1113);
  • de motie-Aukje de Vries c.s. over meer inzet van bevoegdheden door het Zorginstituut voor meer passende en zinnige zorg (29689, nr. 1114);
  • de motie-Aukje de Vries over dilemma's rondom kosten in de thuissituatie (29689, nr. 1115);
  • de motie-Hijink c.s. over anticonceptie met publieke middelen vergoeden (29689, nr. 1116);
  • de motie-Van den Berg over inwoners actief betrekken bij het opstellen van regiobeelden c.q. regiovisies (29689, nr. 1117);
  • de motie-Van den Berg over het eigen risico bij substitutie van zorg van de tweede naar de eerste lijn (29689, nr. 1118);
  • de motie-Agema c.s. over geen blootfoto's verlangen bij hersteloperaties (29689, nr. 1119);
  • de motie-Kuiken over €300.000 voor vervolgonderzoek naar siliconenimplantaten (29689, nr. 1120).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Agema c.s. (29689, nr. 1119) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Agema, Kuiken, Kuzu, Pouw-Verweij, Van der Plas, Den Haan, Hijink, Bikker, Van Haga, Van den Berg, Van der Staaij, Paulusma, Ellemeet, Gündoğan, Aukje de Vries, Simons en Van Esch.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1119 (29689).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Paulusma c.s. (29689, nr. 1110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paulusma/Kuiken (29689, nr. 1111).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, JA21, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Van den Berg (29689, nr. 1112).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet (29689, nr. 1113).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Aukje de Vries c.s. (29689, nr. 1114).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Aukje de Vries (29689, nr. 1115).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, Volt, DENK, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink c.s. (29689, nr. 1116).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (29689, nr. 1117).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (29689, nr. 1118).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Agema c.s. (29689, nr. ??, was nr. 1119).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken (29689, nr. 1120).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Raad Buitenlandse Zaken

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken,

te weten:

  • de motie-Jasper van Dijk over terugtrekken van investeringen van Nederlandse pensioenfondsen in bezet Palestijns gebied (21501-02, nr. 2379);
  • de motie-Jasper van Dijk over EU-maatregelen tegen de inzet van honger als wapen in Jemen (21501-02, nr. 2380);
  • de motie-Kuzu/Piri over internationale sancties tegen economische entiteiten die gelieerd zijn aan het Myanmarese leger (21501-02, nr. 2381);
  • de motie-Kuzu over een strategie tegen de vaccinatiediplomatie van Rusland en China (21501-02, nr. 2382);
  • de motie-Brekelmans over een snellere afname van strategische afhankelijkheden van China (21501-02, nr. 2383);
  • de gewijzigde motie-Brekelmans/Agnes Mulder over maatregelen tegen ransomwareaanvallen van hackersgroepen (21501-02, nr. 2387, was nr. 2384);
  • de motie-Brekelmans over aanvullende sancties tegen Wit-Rusland voorbereiden (21501-02, nr. 2385);
  • de motie-Piri c.s. over zo snel mogelijk reisvisums verstrekken aan Afghaanse tolken (21501-02, nr. 2386).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (21501-02, nr. 2379).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (21501-02, nr. 2380).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu/Piri (21501-02, nr. 2381).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu (21501-02, nr. 2382).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66 en de VVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Brekelmans (21501-02, nr. 2383).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Brekelmans/Agnes Mulder (21501-02, nr. 2387, was nr. 2384).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. De minister had de motie op stuk nr. 2382 van mijn hand ontraden. Ik zou graag een brief willen ontvangen nog voor de Raad Buitenlandse Zaken, die volgens mij op maandag plaatsvindt. Dat zou dus morgen nog even kunnen, liefst. Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen het stenogram van dit onderdeel van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Brekelmans (21501-02, nr. 2385).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Piri c.s. (21501-02, nr. 2386).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21 en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Dassen van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank u, voorzitter. Bij de stemmingen onder 17, over geneesmiddelenbeleid, willen wij geacht worden voor de motie-Maeijer op stuk nr. 721 (29477) gestemd te hebben.

De voorzitter:
Dan gaan we dat opnemen in de Handelingen. Dank u wel.

Stemmingen moties Verkeersveiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Verkeersveiligheid,

te weten:

  • de motie-Geurts over een halvering van het aantal verkeersslachtoffers in 2030 (29398, nr. 946);
  • de motie-Geurts/Peter de Groot over het verlichten van de maatregelen voor het wegverkeer bij de Haringvlietbrug (29398, nr. 947);
  • de motie-Geurts over een pilottraject voor het aangeven van de maximumsnelheid op de matrixborden (29398, nr. 948);
  • de motie-Peter de Groot/Geurts over een onderzoek naar de invloed van andere weggebruikers op de veiligheid van fietsers (29398, nr. 949);
  • de motie-Grinwis/Stoffer over het uitwerken van een stappenplan verkeersveiligheid rijks-N-wegen (29398, nr. 950);
  • de motie-Alkaya/Rudmer Heerema over de ondersteuning door motoragenten bij wielerwegwedstrijden (29398, nr. 951).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Geurts (29398, nr. 946).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Geurts/Peter de Groot (29398, nr. 947).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Geurts (29398, nr. 948).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peter de Groot/Geurts (29398, nr. 949).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Stoffer (29398, nr. 950).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya/Rudmer Heerema (29398, nr. 951).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Luchtvaart

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Luchtvaart,

te weten:

  • de motie-Van Raan over de gevolgen van de claim van de luchtvaartsector op de toekomstige emissiebudgetten (31936, nr. 861);
  • de motie-Van Raan over het aantal zonnepanelen dat nodig is voor het energieverbruik door de luchtvaartsector (31936, nr. 862);
  • de motie-Van Raan over een krimpscenario voor de luchtvaartsector (31936, nr. 863);
  • de motie-Bouchallikh/Bromet over het onderzoek naar de bouw van extra woningen indien rondom Schiphol andere keuzes worden gemaakt (31936, nr. 864);
  • de motie-Bouchallikh/Alkaya over een onderzoek naar blootstelling aan ultrafijnstof door platformmedewerkers op luchthaven Schiphol (31936, nr. 865);
  • de motie-Bontenbal over onderzoeken hoe alle laagvliegroutes kunnen verdwijnen (31936, nr. 866);
  • de motie-Alkaya over met KLM en Schiphol in gesprek gaan over de zorgen over de waarschuwing van EASA (31936, nr. 867).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Bouchallikh stel ik voor haar motie (31936, nr. 865) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Raan (31936, nr. 861).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (31936, nr. 862).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (31936, nr. 863).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh/Bromet (31936, nr. 864).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bontenbal (31936, nr. 866).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Volt, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (31936, nr. 867).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Informele Landbouw- en Visserijraad 13-15 juni 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Informele Landbouw- en Visserijraad 13-15 juni 2021,

te weten:

  • de motie-Boswijk/Bromet over onderzoeken hoe het gebruik van turf en turfproducten in de professionele sector kan worden uitgefaseerd (21501-32, nr. 1324);
  • de motie-Boswijk over in EU-verband inzetten op het versterken van de datapositie van boeren (21501-32, nr. 1325);
  • de motie-Wassenberg over de data van het laboratoriumonderzoek naar bedwelming van schol voor de slacht door de WUR publiceren (21501-32, nr. 1326);
  • de motie-Wassenberg/Vestering over bij lopende en komende vergelijkende beoordelingen van toelating van landbouwgif niet-chemische alternatieven nadrukkelijk meenemen (21501-32, nr. 1327).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Boswijk/Bromet (21501-32, nr. 1324).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Boswijk (21501-32, nr. 1325).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg (21501-32, nr. 1326).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Vestering (21501-32, nr. 1327).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Voortgang verbetering slachtsysteem

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Voortgang verbetering slachtsysteem,

te weten:

  • de motie-Vestering/Beckerman over een verbod op het gebruik van drijfmiddelen die pijn of stress kunnen veroorzaken bij dieren (28286, nr. 1202);
  • de motie-Van der Plas/Van Haga over uiterlijk 1 oktober 2021 capaciteit bij de NVWA beschikbaar maken voor de inzet van mobiele dodingsunits (28286, nr. 1205).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Van der Plas/Van Haga (28286, nr. 1205) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van der Plas, Van Haga, Van Campen en Boswijk, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese wetgeving ingevoerd op 12 april het mogelijk maakt om mobiele dodingsunits in te zetten;

constaterende dat de inzet van NVWA een beperkende factor is bij de invoering van de mobiele dodingsunits;

overwegende dat mobiele dodingsunits een positieve bijdrage kunnen leveren aan het dierenwelzijn binnen het slachtsysteem;

verzoekt het kabinet om niet later dan 1 januari 2022 capaciteit bij de NVWA beschikbaar te maken voor de inzet van mobiele dodingsunits;

voorts gaan we verder met het verspreiden van gezond verstand in de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1205 (28286).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Vestering/Beckerman (28286, nr. 1202).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas c.s. (28286, nr. ??, was nr. 1205).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Visserij

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Visserij,

te weten:

  • de motie-Wassenberg over afkeuren van de handelswijze van het ministerie (29675, nr. 202);
  • de motie-Tjeerd de Groot over een heldere routekaart voor de volledige uitfasering van vispluis (29675, nr. 203);
  • de motie-Van der Plas c.s. over afzien van een generieke instelling van visserijvrije zones bij vismigratievoorzieningen (29675, nr. 204);
  • de motie-Bisschop/Boswijk over een praktijktoets met een systeem met optische herkenning en registratie van vangsten zonder CCTV-controle (29675, nr. 205);
  • de motie-Bisschop/Van der Plas over het aantal dagen per zegenrecht voor het komende visseizoen terugbrengen naar vijf (29675, nr. 206).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Wassenberg (29675, nr. 202).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, DENK, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tjeerd de Groot (29675, nr. 203).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas c.s. (29675, nr. 204).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 205, de motie-Bisschop/Boswijk over een praktijktoets met een systeem met optische herkenning en registratie van vangsten zonder CCTV-controle. Wie is voor deze motie? CDA. SGP. En Christenunie. En Fractie Den Haan. DENK. Volt. En VVD. Ik doe nu een heel raar rondje! Ik begin te hallucineren, geloof ik. U steekt gewoon te laat uw vinger op. Dan ben ik al verder en gaan er nog vingers omhoog. Dat zie ik nu.

We doen deze nog een keer overnieuw. Het is de motie op stuk nr. 205.

In stemming komt de motie-Bisschop/Boswijk (29675, nr. 205).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop/Van der Plas (29675, nr. 206).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Externe veiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Externe veiligheid,

te weten:

  • de motie-Hagen over een uniform systeem over de omvang van milieucriminaliteit en -overtredingen (28089, nr. 191);
  • de motie-Hagen/Boucke over het onderzoek naar gevolgen voor gezondheid en milieu van de verschillende scenario's voor Tata Steel parallel uitvoeren aan de haalbaarheidsstudie naar het FNV-plan (28089, nr. 192);
  • de motie-Bouchallikh over onderzoek naar de invloed van Tata Steel op gezondheidsrapporten en handhavingsbeleid van overheid en overheidsdiensten (28089, nr. 193);
  • de motie-Van Esch over het besluit over de buisleidingen naar Chemelot (28089, nr. 195);
  • de motie-Van Esch over nog dit jaar de sluiting van Kooksfabriek 2 van Tata Steel eisen (28089, nr. 196).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Hagen (28089, nr. 191).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Ik zie dat er verwarring is, ook bij de fractie van D66. De volgende motie is van de heer Boucke, en ik denk dat hij het op prijs stelt als zijn fractie voor is.

In stemming komt de motie-Hagen/Boucke (28089, nr. 192).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bouchallikh c.s. (28089, nr. 193).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch (28089, nr. 195).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch (28089, nr. 196).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, BIJ1, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming Vijfde incidentele suppletoire begroting inzake COVID-testen reizen

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2021 (Vijfde incidentele suppletoire begroting inzake COVID-testen reizen) (35864).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming motie Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten,

te weten:

  • de motie-Kuik/Bikker over het wetsvoorstel NPS en het ontwerpbesluit voor het zomerreces verder brengen in het wetgevingstraject (35564, nr. 19).

(Zie vergadering van 27 mei 2021.)

De voorzitter:
De motie-Kuik/Bikker (35564, nr. 19) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een wet klaar ligt om nieuwe psychoactieve stoffen (NPS), ook wel designerdrugs genoemd, onder de Opiumwet te kunnen brengen en dat ook het ontwerpbesluit om lachgas aan lijst II bij de Opiumwet toe te voegen klaarligt;

overwegende dat zowel designerdrugs als lachgas aanzienlijke schade aan de samenleving en gezondheid toebrengen;

overwegende dat het wetsvoorstel NPS voor advies naar de Raad van State en het ontwerpbesluit in de voorhangprocedure kan;

overwegende dat de ministeries van JenV en VWS voor een financiële opgave staan vanwege uitvoerings- en handhavingskosten die beide voorstellen met zich mee brengen;

verzoekt de regering om zich in te spannen om beide voorstellen voor 1 september verder te brengen in het wetstraject door op korte termijn structurele extra middelen beschikbaar te stellen;

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 19 (35564).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuik/Bikker (35564, nr. ??, was nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Institutioneel racisme in Nederland

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over institutioneel racisme in Nederland,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over de gouden koets niet meer in de oude hoedanigheid inzetten (30950, nr. 207).

(Zie vergadering van 1 juli 2020.)

De voorzitter:
De motie-Ouwehand (30950, nr. 207) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ouwehand en Ceder, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gouden koets een prominente plaats in onze samenleving inneemt, maar symbolen draagt van de Nederlandse koloniale geschiedenis;

constaterende dat de gouden koets is gerestaureerd en de komende maanden in het Amsterdam Museum staat;

overwegende dat Prinsjesdag een feest van de democratie van alle Nederlanders behoort te zijn en dat de inzet van de gouden koets daaraan dienstbaar zou moeten zijn;

overwegende dat het aan de koning is om een keuze te maken voor zijn vervoersmiddel op Prinsjesdag;

spreekt uit dat de gouden koets niet past bij het samenbindende karakter van Prinsjesdag,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 207 (30950).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Maar voordat we dat doen, geef ik het woord aan mevrouw Simons van BIJ1. Gaat uw gang.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Ik moet bekennen, voorzitter, dat ik even kwijt ben waar we nu zijn en net over gestemd hebben, want ik had graag voor willen stemmen.

De voorzitter:
Weet u ook waarvoor?

Mevrouw Simons (BIJ1):
Voor de laatste motie waarover we gestemd hebben.

De voorzitter:
Dat is de motie-Kuik/Bikker op stuk nr. 19.

Mevrouw Simons (BIJ1):
Dank u wel.

De voorzitter:
We zullen uw opmerking meenemen in de Handelingen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand/Ceder (30950, nr. ??, was nr. 207).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66 en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Verdere behandeling van aanhangige stukken

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met de verdere behandeling van aanhangige stukken (35718).

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid tot het toevoegen van brieven (stuk nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het voorstel van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tot het toevoegen van een brief (stuk nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel voor om de lijst vast te stellen zoals deze nu is komen te luiden.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Dieren in de veehouderij

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Dieren in de veehouderij,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over een plan van aanpak voor het voorkomen van ziekte en sterfte onder bokjes (28286, nr. 1156).

(Zie vergadering van 8 december 2020.)

De voorzitter:
Ik geloof het niet, maar opeens ben je bij het einde.

In stemming komt de motie-Ouwehand (28286, nr. 1156).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, BIJ1, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Bij agendapunt 8, de stemmingen over inburgering en integratie, wordt de PVV-fractie geacht tegen de motie op stuk nr. 338 (32824) gestemd te hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen deze opmerking opnemen in de Handelingen.

De heer Van Meijeren (FVD):
Voorzitter. Er zijn maar liefst vier moties waar wij volgens mijn informatie genoteerd staan als tegen, maar waar wij graag worden geacht voor te hebben gestemd. Dat is bij agendapunt 2, over de ontwikkelingen rondom het coronavirus, de motie op stuk nr. 1349 (25295), agendapunt 4, de stemmingen over moties ingediend bij het notaoverleg over klimaat en energie, de motie op stuk nr. 766 (32813), …

De voorzitter:
Kunt u het nog ietsje rustiger zeggen? Dan wordt het allemaal goed genoteerd.

De heer Van Meijeren (FVD):
Heeft u ze tot nu toe? Ja? En tot slot: bij agendapunt 9, de stemmingen over moties ingediend bij het tweeminutendebat Klimaat en energie, de moties op de stukken nrs. 784 en 785 (32813).

De voorzitter:
Dank u wel. We zullen zorgen dat dit goed in de Handelingen komt.

Dank u wel. Daarmee is het zover. We zijn aan het einde gekomen van deze stemmingen, ook de laatste stemmingen in deze zaal. Kijkt u nog even goed om u heen, want dit is de laatste keer. Ik wens u een fijne zomer toe, ook het publiek en natuurlijk de journalisten op de publieke tribune en eventuele kijkers nog thuis. Heel fijn dat de journalisten er nog zijn op de publieke tribune. Ik zal straks samen met de Kamerbewaarders en de bodes letterlijk het licht uitdoen in deze zaal. Ik hoop dat ik u allen op 7 september terugzie in deze zaal, maar dan in B67. Ik wil de minister ook bedanken voor haar aanwezigheid hier, of de staatssecretaris. Er wordt best wel wat gewisseld van portefeuilles! Mevrouw Stientje van Veldhoven, dank voor de lange aanwezigheid in deze plenaire zaal.

Ik sluit af met de nuchtere woorden die wij net ook gezien hebben in het filmpje, van de oud-voorzitter, de heer Deetman, die dat uitsprak in 1992, toen hij de laatste vergadering sloot in de plenaire zaal. Ik doe dat op dezelfde manier. "Ik neem tijdelijk afscheid van je namens allen hier, met hetzelfde gebruik waarmee mijn verre voorganger twee eeuwen terug op het Binnenhof begon, met een sobere, Nederlandse, democratische hamerslag." Deze hamer neem ik trouwens mee!

Ik sluit deze vergadering.

(Applaus)

Sluiting

Sluiting 01.19 uur.