De instrumenten van volksvertegenwoordigers

De leden van de Tweede Kamer hebben rechten om hun taken zo goed mogelijk uit te voeren. Kamerleden kunnen de ministers en staatssecretarissen vragen stellen en ter verantwoording roepen. Ook mogen zij zelf wetsvoorstellen indienen of wijzigingen voorstellen op wetsvoorstellen van de regering. Een aantal begrippen op een rij.

Motie

Kamerleden kunnen tijdens een debat moties indienen om een oordeel te geven over het gevoerde beleid, om de regering te vragen iets te doen of juist niet te doen of om meer in het algemeen een uitspraak te doen over bepaalde zaken of actuele ontwikkelingen. Moties kunnen bij de bespreking van elk onderwerp ingediend worden en ieder Kamerlid kan dat doen. Een motie kan alleen in behandeling komen als de indiener ervan de steun krijgt van ten minste vier Kamerleden. Dit kan door een motie te medeondertekenen of door de hand op te steken als de voorzitter vraagt: "Wordt de indiening van deze motie voldoende ondersteund?". Uiteindelijk worden alle moties in stemming gebracht. Met een motie van wantrouwen kan de Tweede Kamer het vertrouwen in een minister of staatssecretaris opzeggen. Indien zo'n motie na stemming wordt aangenomen, zal de minister of staatssecretaris over het algemeen opstappen.

Recht van initiatief

Tweede Kamerleden hebben het recht om op eigen initiatief een wetsvoorstel in te dienen. Initiatiefvoorstellen worden op dezelfde wijze behandeld als wetsvoorstellen van de regering. Het enige verschil is dat het Kamerlid die het initiatiefvoorstel heeft ingediend het voorstel zelf in de Tweede Kamer verdedigt. Bij het indienen van een wetsvoorstel krijgt het Kamerlid ondersteuning van medewerkers van Bureau Wetgeving. Ook kijken zij bij alle wetsvoorstellen en amendementen of de teksten juridisch juist zijn en of de wens van het Kamerlid daarin goed is verwoord. Kamerleden kunnen voor ondersteuning ook een beroep doen op ambtenaren van ministeries. Zodra de Kamer wetsvoorstellen heeft aangenomen, stuurt het Bureau Wetgeving ze door naar de Eerste Kamer.

Mondelinge vragen

Tijdens vergaderweken van de Kamer is iedere dinsdag aan het begin van de vergadering, van 14.00 tot 15.00 uur, het mondelinge vragenuur. Tijdens het vragenuur worden maximaal zes vragen van Kamerleden behandeld. Een Kamerlid kan een onderwerp aanmelden waarover hij of zij vragen wil stellen aan een minister of staatssecretaris. Hij of zij meldt het onderwerp aan bij de Griffie, die alle vragen verzamelt. Op dinsdagochtend beslist de Voorzitter van de Tweede Kamer welke aangemelde onderwerpen aan bod komen tijdens het vragenuur. De Voorzitter beoordeelt hiervoor de vragen onder andere op actualiteit en onderwerp. Daarna nodigt de Voorzitter de verantwoordelijke ministers of staatssecretarissen uit voor het vragenuur en deelt mee waarover de vragen gaan. Vervolgens maakt de Voorzitter de onderwerpen van de toegekende vragen en de volgorde ervan openbaar. Zij worden op deze website gepubliceerd.

Dertigledendebat

Een dertigledendebat wordt gehouden als een verzoek van een Kamerlid voor het houden van een debat over een bepaald onderwerp wordt gesteund door ten minste 30 Kamerleden, en niet de gebruikelijke meerderheid van 76 Kamerleden. De aanvrager maakt met een verzoek om een dertigledendebat meer kans dat het onderwerp dat hij of zij wil bespreken, spoedig op de plenaire agenda van de Tweede Kamer terechtkomt.

Agenda

De Tweede Kamer bepaalt haar eigen agenda. Dit gebeurt op de plenaire vergaderdagen dinsdag, woensdag en donderdag, tijdens de regeling van werkzaamheden. Kamerleden kunnen dan bijvoorbeeld een verzoek doen om een dertigledendebat op de agenda te plaatsen. Indien voldoende Kamerleden het verzoek steunen, wordt het dertigledendebat toegevoegd aan de agenda. De Voorzitter bepaalt uiteindelijk de dag en het tijdstip waarop de debatten worden gehouden, onder meer gelet op de urgentie van een debat en de beschikbaarheid van bewindspersonen.

Gerelateerde websites