Terugkijken

Een basisschoolleerlinge steekt haar hand op in de klas

Hoe wordt het onderwijsgeld besteed?

Scholen en andere onderwijsinstellingen krijgen van de rijksoverheid elk jaar een vergoeding voor de personele en materiële kosten, bestaande uit één budget, de ‘lumpsum’. Instellingen bepalen zelf hoe ze deze lumpsum besteden. Dit geeft scholen bestedingsvrijheid. Tegelijkertijd wil de overheid wel sturing en verantwoording over de beleidsdoelen houden én wil de Tweede Kamer de minister kunnen controleren. Dit levert een spanningsveld op.

Inzicht verkrijgen

De leden van de commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap willen een breder en dieper inzicht krijgen in de voor- en nadelen van de lumpsumbekostigingssystematiek in met name het primair en voortgezet onderwijs en mogelijke verbeteringen daarin. Deze informatie kan de commissie meenemen in toekomstige debatten over dit onderwerp. Daarom wilde de commissie graag de mening van mensen horen over de lumpsum en mogelijke veranderingen. Mensen konden hun reactie tot en met 29 oktober 2017 e-mailen naar de Tweede Kamer. In het rondetafelgesprek kregen wetenschappers en deskundigen de kans om hun mening te geven over de onderwijsbekostiging, mede aan de hand van de inzichten die uit de internetconsultatie naar voren zijn gekomen.

Vijf alternatieven

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft in reactie op een verzoek van de Kamer vijf alternatieven geschetst binnen de lumpsumbekostigingssystematiek.

  1. Schotten of oormerken. Zo kan er bijvoorbeeld een onderverdeling worden aangebracht tussen gebouwen en salariskosten binnen de lumpsum.
  2. Vaker gebruik maken van doelsubsidies. Scholen krijgen dan subsidie om een specifiek doel te bereiken, waarover zij zich dan expliciet moeten verantwoorden.
  3. Geen verandering in bekostigingswijze, wel meer openbare informatie. Met meer openbare informatie kunnen bijvoorbeeld de prestatiegegevens en uitgaven van scholen beter worden vergelijken.
  4. Informatie-uitvraag waarbij gedifferentieerd wordt naar capaciteit van degene die de informatie moet leveren. In dat geval wordt specifiek informatie uitgevraagd bij scholen, waarbij de administratieve lasten minder zijn voor kleine scholen (informatie-uitvraag is proportioneel aan de capaciteit van de school)
  5. Vaker gebruik maken van resultaatafhankelijke bekostiging. In dat geval wordt het geld alleen uitgekeerd als aantoonbaar een bepaald doel is behaald. Dit is al gebruikelijk in het mbo en in het hoger onderwijs wordt hiermee geëxperimenteerd.

U kunt meer informatie over deze vijf alternatieven vinden in de brief via het Kamerstuk II 2015/16, 34 300-VIII, nr. 143.

Rondetafelgesprekken

Met enige regelmaat organiseren Kamercommissies een rondetafelgesprek over onderwerpen die op hun terrein liggen. Zo krijgen Kamerleden van verschillende kanten informatie en adviezen over de plannen van het kabinet. Een bijkomend voordeel is dat de deskundigen niet met alle Kamerleden afzonderlijk een gesprek hoeven te voeren.