Plenair verslag

Tweede Kamer, 62e vergadering
Dinsdag 22 maart 2022

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 18:37 uur
  • Status Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Bergkamp

Aanwezig zijn 125 leden der Kamer, te weten:

Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Van Baarle, Becker, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bevers, Bikker, Bisschop, Bontenbal, Martin Bosma, Boswijk, Bouchallikh, Boulakjar, Brekelmans, Bromet, Van Campen, Dassen, Dekker-Abdulaziz, Tony van Dijck, Inge van Dijk, Jasper van Dijk, Ellian, Ephraim, Eppink, Erkens, Van Esch, Fritsma, Geurts, Van Ginneken, Goudzwaard, De Graaf, Van der Graaf, Graus, Grinwis, Tjeerd de Groot, Den Haan, Van Haga, Hammelburg, Haverkort, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Heinen, Helder, Van den Hil, De Hoop, Van Houwelingen, Idsinga, Jansen, Léon de Jong, Romke de Jong, Kamminga, Kat, Kathmann, Klaver, Klink, Knops, Koekkoek, Koerhuis, Kops, De Kort, Kröger, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Van der Laan, Van der Lee, Leijten, Madlener, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Van Meijeren, Michon-Derkzen, Minhas, Edgar Mulder, Mutluer, De Neef, Nijboer, Van Nispen, Omtzigt, Ouwehand, Palland, Paternotte, Paul, Paulusma, Peters, Piri, Van der Plas, Ploumen, Podt, Van Raan, Raemakers, Rajkowski, De Roon, Sahla, Chris Simons, Sjoerdsma, Smals, Smolders, Sneller, Stoffer, Van Strien, Strolenberg, Teunissen, Thijssen, Tielen, Valstar, Verkuijlen, Wassenberg, Van Weerdenburg, Van der Werf, Werner, Westerveld, Van Weyenberg, Wilders, Van der Woude en Wuite,

en de heer Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw Van Gennip, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Heijnen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Kaag, minister van Financiën, de heer Van Rij, staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, en mevrouw Uslu, staatssecretaris Cultuur en Media,

alsmede mevrouw Kalverboer, substituut-ombudsman.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 22 maart 2022.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Tjeerd de Groot

Vragen van het lid Tjeerd de Groot aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij afwezigheid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, over het bericht "Nederland riskeert watercrisis in 2027".

De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef als eerste het woord aan de heer Tjeerd de Groot van D66. Ik heet de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van harte welkom. De heer Tjeerd de Groot heeft haar een vraag gesteld, bij afwezigheid van de minister, over het bericht "Nederland riskeert watercrisis in 2027". Ik heet natuurlijk ook de mensen op de publieke tribune van harte welkom en de mensen die op een andere manier het mondelinge vragenuur volgen. Het woord is aan de heer Tjeerd de Groot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Dank u, voorzitter. Vandaag is het Wereldwaterdag. Dat is eigenlijk een hele trieste dag, want het gaat niet alleen slecht met onze natuur, maar het gaat ook heel erg slecht met ons water. Slechts 1% van ons water is in een goede staat. Ons water verstikt. Dat komt door medicijnresten, door intensieve landbouw en door bedrijfsafval. Nederland is hier weer in Europa, net als bij natuur, het slechtste jongetje van de klas. Ik hoor de twijfelbrigade al zeggen "we meten veel meer in Nederland" en "Nederland is het putje van Europa", maar we moeten hier zorgen dat we aan de wet voldoen. Het zijn problemen die we hier in Nederland hebben.

Moet Nederland dan weer een tik op de vingers krijgen van Europa om ons er bewust van te worden dat we voor de natuur moeten zorgen en voor de kwaliteit van ons water? D66 waarschuwde er al eerder voor: als we hier niet voldoende aan de wet, als we hier niet oppassen, dan krijgen we een PAS 2.0 en dan gaat het land weer op slot.

Voorzitter. Ik hoop dus dat het kabinet de signalen over de watercrisis serieus neemt. De vraag is dan ook: wat gaat het kabinet doen om te voorkomen dat Nederland weer op slot gaat? De tweede vraag is: heeft het kabinet al een crisisstaf ingericht om deze problematiek te lijf te gaan?

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Heijnen:
Voorzitter. Allereerst zou ik de heer De Groot willen bedanken voor deze vragen. Hij heeft helemaal gelijk. We moeten vol aan de bak, want een goede waterkwaliteit is belangrijk en veilig drinkwater is een eerste levensbehoefte. De natuur leeft van water en onze economie draait erop. Het is alle hens aan dek om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. Dat weet ik, en dat weten ook de waterschappen en andere waterbeheerders in Nederland.

We zijn dan ook volop aan de slag. Afgelopen vrijdag heeft de ministerraad een vuistdik plan aangenomen met maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. In het coalitieakkoord is 811 miljoen euro extra uitgetrokken specifiek voor de waterkwaliteit bij de landbouwopgave waar de heer De Groot ook al naar verwees.

We zijn er nog lang niet, maar het gaat wel beter. De otter en de visarend zijn bijvoorbeeld weer terug in ons land. Uit de analyses zoals aangehaald in het NRC-artikel en eind vorig jaar aan uw Kamer gestuurd, bleek dat de waterkwaliteit de komende jaren verder verbetert, maar nog niet voldoende om overal in Nederland ook de doelen te halen. We verwachten met deze plannen dan ook eind 2027 aan de eisen van de kaderrichtlijn te voldoen, mits het lukt om de plannen tijdig uit te voeren.

Dat vraagt wel veel, van het departement, maar ook van alle waterbeheerders in Nederland. Er zal een tussenevaluatie worden uitgevoerd in 2024. Ik heb begrepen — het is namelijk niet mijn dossier; ik vervang de minister hier vandaag zoals u weet — dat u binnenkort met de verantwoordelijk minister hierover in debat gaat. Ik heb begrepen dat dit in juni zou zijn.

Dat was mijn reactie in de eerste termijn.

De voorzitter:
De heer De Groot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
De staatssecretaris zegt het al: mits we de plannen kunnen gaan uitvoeren. Dan moet ik toch echt kwijt dat deze minister en dit kabinet toch een beetje in yoghurt schaatsen als het hierom gaat. Papier is namelijk geduldig; het gaat om actie. Wat doet de minister, en het kabinet, met gemeenten die gewoon doorgaan met vergunningen? Wat doe je met provincies die toch vaak ook nog de zaak wat op z'n beloop laten? En wat doet de minister met haar collega van LNV, waar we te maken hebben met een frauduleus mestbeleid dat al jarenlang achter de feiten aanloopt en met een toelatingsbeleid van bestrijdingsmiddelen waarover je kunt zeggen dat de waterrichtlijn veel strengere eisen stelt dan de minister van LNV doet? Het is dus heel fijn dat de minister en het kabinet het gaan uitvoeren, maar willen we een watercrisis voorkomen, dan moeten we nu aan de slag. Als u dit niet kunt oplossen, dan blijft het toch dweilen met de kraan open.

Staatssecretaris Heijnen:
We verwachten eind 2027 aan de eisen van de kaderrichtlijn te voldoen, mits we de maatregelen van de stroomgebiedbeheerplannen tijdig uitvoeren, mits de transitie landelijk gebied tijdig is en mits we gebruikmaken van de uitzonderingen die de richtlijn biedt. De doelen, dus de gewenste waterkwaliteit, halen we niet overal in 2027. Er zit altijd een verschil tussen eisen en doelen. Dat komt doordat het effect van de maatregelen niet direct zichtbaar is, maar het kost ook tijd voor planten en vissen om zich bijvoorbeeld aan te passen. Dat mag volgens de Kaderrichtlijn Water ook. Alle benodigde maatregelen moet je wel voor 2027 inzetten. De doelen mag je later halen.

Wat gaan we allemaal doen om het te halen? Afgelopen vrijdag zijn de stroomgebiedbeheerplannen voor de KW vastgesteld in de ministerraad. Daarin staat een stevig maatregelenpakket van alle waterbeheerders tot en met 2027. Daarnaast hebben wij in het coalitieakkoord een bedrag van 811 miljoen euro extra beschikbaar gesteld dat ingezet wordt voor de grootste opgaven. Het gaat dan bijvoorbeeld met name om grootschalig beekdalherstel in de zandgebieden. En de minister van LNV heeft uw Kamer onlangs geïnformeerd over het addendum op het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn.

Dan nog een antwoord op de vraag wat we doen met gemeenten en provincies die maar vergunningen blijven uitgeven. Er wordt nu al rekening gehouden met de KW bij vergunningen. Ook daarin hebben we natuurlijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid, dus het is heel belangrijk om daar scherp op te zijn.

De voorzitter:
De heer De Groot tot slot.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Goed dat het kabinet nu is begonnen, maar het is natuurlijk wel ontzettend laat. Dat geeft alleen maar weer hoe urgent het is. Ik denk dat we er met z'n allen de schouders onder moeten zetten om te voorkomen dat we hier in 2027 een watercrisis hebben.

De voorzitter:
Excuus. Er ging een telefoon af. Misschien kunt u uw laatste zin nog even herhalen.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Het is goed dat de minister nu begint, dat het kabinet nu begint, maar de minister heeft ook een voorbehoud ingebouwd door te zeggen: als de plannen worden uitgevoerd. Daar zit precies de zorg van D66.

De voorzitter:
De staatssecretaris tot slot en dan gaan we naar een aantal vervolgvragen.

Staatssecretaris Heijnen:
Zoals gezegd delen wij het belang. We weten dat we vol aan de bak moeten. Ik beschouw de oproep om dat samen met de partners te doen als een hele serieuze. Ik zal ook aan mijn collega doorgeven om daar nog extra aandacht voor te hebben.

De voorzitter:
Er is een aantal vervolgvragen. Dat betekent een korte vraag zonder een inleiding. Allereerst mevrouw Van Esch van de Partij voor de Dieren, dan mevrouw Bromet van GroenLinks en dan de heer Stoffer van de SGP. Daarna gaan we weer een volgende tranche doen. Allereerst mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik zou wel een analyse van deze staatssecretaris willen hebben over de vraag hoe het nou komt dat we 22 jaar na dato begonnen zijn met deze Kaderrichtlijn Water en waarom we pas 1% op orde hebben. Hoe kan dat nou? Zou dat misschien kunnen zijn doordat het vorige kabinet een aantal jaren geleden nog gewoon bezig was om de richtlijn af te zwakken? Ik wil dus graag een analyse van de vraag hoe het kan dat we er 22 jaar later nog steeds niet zijn.

Staatssecretaris Heijnen:
Ik ben het met mevrouw Van Esch eens dat het heel voornaam is om ervoor te zorgen dat we de regels goed naleven. Er ligt nu een vuistdik plan. Dat is pas vrijdag vastgesteld, dus ik kan me voorstellen dat er nog geen gelegenheid is geweest om dat helemaal te analyseren. Maar het is belangrijk dat we maatregelen nemen. We gaan ervan uit dat we in 2027 bepaalde maatregelen hebben geïmplementeerd — daar zijn alle ambities op gericht — en dat er in de jaren daarna echt nog slagen worden gemaakt in de waterkwaliteit. Je hebt natuurlijk niet alles in de hand op het gebied van water. Water stroomt ook soms op een andere manier het land binnen. Je hebt bijvoorbeeld ook te maken met zaken die in het water terechtkomen in andere landen. Meneer De Groot zei net ook al dat er in Nederland heel goed gemeten wordt. Dat is ook heel belangrijk. Ik hoop dat u weet dat ik nog geen expert op dit gebied ben — dat laat ik graag aan minister Harbers over — maar ik heb me zojuist laten vertellen dat, als je de waterkwaliteit meet en op één onderdeel slecht scoort en op andere onderdelen goed, je toch het label "slecht" krijgt. Als je überhaupt niet test, dan krijg je het label "goed". Dat is natuurlijk heel erg krom. Dat moeten we ook niet willen. Ik heb in elk geval liever dat we meten, zodat we weten wat we nog wel beter kunnen doen, dan dat we het überhaupt niet weten en vervolgens …

De voorzitter:
Dank u wel.

Staatssecretaris Heijnen:
Oké. Ik zal stoppen.

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Van Esch, Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik wil ook mijn tweede vraag stellen, over landbouwgif. Daar ging de heer De Groot al op in. Ik weet dat er een plan rondom de Nitraatrichtlijn en mest ligt, maar we zouden eigenlijk in 2023 al het doel moeten halen om de normoverschrijding van 90% bij landbouwgif naar beneden te brengen. Die doelen zijn gewoon vastgelegd in de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Hoewel deze nota bij LNV ligt, is die wel essentieel. Het naar beneden halen van die normoverschrijding gaan we in 2023 niet halen. Ik ben toch benieuwd hoe deze staatssecretaris en misschien ook wel deze minister het ministerie van LNV gaan aanspreken. Deze nota ligt er. Anders halen we het zeker op het gebied van gifstoffen niet in 2027.

De voorzitter:
U moet echt iets korter zijn, mevrouw Van Esch. Het gaat echt om één vraag. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Heijnen:
Ik heb begrepen dat er goed overleg is geweest, ook met het ministerie van LNV, om te komen tot het actieprogramma Nitraatrichtlijn. Ik ga ervan uit dat er gedeelde ambities zijn op die punten. Ons doel is om die eisen van de kaderrichtlijn eind 2027 wel echt te halen.

De voorzitter:
Er is allereerst een interruptie van mevrouw Bromet, daarna van de heer Stoffer, de heer Minhas en dan de heer Madlener. Allereerst mevrouw Bromet, GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Mijn collega van de Partij voor de Dieren heeft het over 22 jaar waarin vrij weinig gebeurd is. Ik zou het graag willen hebben over de afgelopen vier jaar waarin ik woordvoerder water ben en waarin ook niets gebeurd is. Over enkele jaren hebben we als bij een wonder opeens aan de richtlijn voldaan. Dikke stapels papier zijn door de ministerraad besproken. Er komt veel geld beschikbaar.

De voorzitter:
Wat is uw vraag aan de staatssecretaris?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Mijn vraag gaat over het volgende. Het gaat om politieke keuzes. Welke politieke keuzes gaat dit kabinet maken? Gaan we de veestapel halveren? Gaan we het gifgebruik in de landbouw tot nul brengen? Of gaan we gewoon door met alles en hopen we als een wonder dat het water schoon is in 2027?

Staatssecretaris Heijnen:
Het plan is kakelvers. Het is vrijdag in de ministerraad besproken. Ik kan me voorstellen dat de Kamer ook wel mee richting wil geven in hoe je dan uiteindelijk komt tot goed beleid. Er is in juni een bespreking met de minister. Ik kan me voorstellen dat daarbij ook andere disciplines, die het rechtstreeks aangaat, betrokken worden.

De heer Stoffer (SGP):
Ik woon vlakbij de Hierdense Beek. Toen ik een jongetje was, was dat een gierstroom. Nu durf ik er wel uit te drinken, zo schoon is dat water. Dat ter illustratie hoeveel er in dit land ook gebeurd is aan waterkwaliteit.

Mijn vraag is een andere. De staatssecretaris heeft zojuist al gerefereerd aan hoe wij meten en de normen die wij hanteren. Mijn vraag is: zou het niet goed zijn om in Europees verband eens te kijken of onze normstelling niet veel te strak is en of we niet te veel parameters meten? Zou de staatssecretaris of de minister daarop terug willen komen voordat we dat debat binnenkort hebben?

Staatssecretaris Heijnen:
Ik heb de oproep van de heer Stoffer gehoord. Ik zal dat ook aan de minister doorgeven en hem vragen om een reactie aan u te geven over de vraag of het wenselijk is om naar dat normenkader te kijken. Ik weet dat er een normenkader is, volgens mij uit 2005. Daar houden we ons in elk geval aan. Ik denk ook dat het heel belangrijk is om stappen te zetten om de waterkwaliteit verder te verbeteren. We doen het namelijk niet goed in de lijstjes. Het moet beter, sowieso op papier, maar ook in de praktijk. Ik stel voor dat de minister er nog eventjes schriftelijk bij u op terugkomt om te kijken wat daar eventueel de voor- en nadelen van zouden zijn.

De heer Minhas (VVD):
Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe ze wil voorkomen dat Nederland het risico loopt dat de economische activiteiten worden belemmerd door de achteruitgang van de kwaliteit van de beschermde wateren, zeker in verhouding tot de normen die we hebben in Nederland.

Staatssecretaris Heijnen:
Nederland heeft tot eind 2027 om de verbetermaatregelen te nemen, die moeten leiden tot doelbereik. Het risico van bijvoorbeeld generiek op slot gaan, zoals we dat nu bij stikstof hebben, wordt minder groot ingeschat. Dat is zo, omdat de doelen van de KRW veel diverser zijn en het doelbereik heel erg verschillend is, en effecten van projecten vaak niet landelijk optreden. Dan is het zo dat het bijvoorbeeld op de ene plek wel kan en op een andere plek niet. Maar als het op één plek niet kan, dan betekent dat niet dat het generiek nergens meer kan.

De heer Minhas (VVD):
Is de staatssecretaris het wel met mij eens dat we juist op Europees niveau uniforme normen moeten hanteren voor waterkwaliteit? Dat zagen we ook bij de stikstofcrisis. Omdat we hier heel goed meten, komt naar voren dat de waterkwaliteit hier slecht is. Maar omdat de metingen in het buitenland op een andere manier worden gedaan, weten we niet wat de waterkwaliteit daar is. De staatssecretaris gaf dat zelf ook al aan. Het is daarom heel belangrijk dat we pleiten voor uniforme metingen, juist in deze casus, om te voorkomen dat het land straks ook op slot gaat vanwege de waterkwaliteit.

Staatssecretaris Heijnen:
We moeten sowieso zorgen dat de waterkwaliteit beter wordt. Dat staat voorop. We zijn goede stappen aan het zetten om daartoe te komen. In de meest ideale situatie meet je allemaal op dezelfde manier, maar ik denk wel dat het goed is dat Nederland kritisch is op het eigen meetsysteem en ervoor zorgt dat we in kaart brengen waar de verbeterpunten zitten.

De heer Madlener (PVV):
De inleidende beschietingen zijn al begonnen vanuit de milieufundamentalisten, die hier nu al voor waarschuwen. Straks staan we weer voor de rechter en worden delen van de economie weer lamgelegd en de boeren weer weggejaagd. Je ziet het nu al aankomen. Nederland is vaak het braafste jongetje van de klas. Dat bleek ook weer uit dit artikel. Nederland meet meer dan andere landen. Maar wij liggen aan het einde van het stroomgebied. Het risico daarvan is dat het vervuilde water in Frankrijk naar Nederland stroomt. Wij doen er een klein schepje bij ...

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Madlener (PVV):
... maar de rechtszaken staan al gepland.

De voorzitter:
En uw vraag aan de staatssecretaris?

De heer Madlener (PVV):
Mijn vraag is: wat gaat het kabinet doen? Onderkent het kabinet de kwetsbaarheid van Nederland, juist als het gaat om dit sterke milieufundamentalisme? En wat gaat het kabinet doen om ervoor te zorgen dat het scenario van de stikstofcrisis niet ook hierbij gaat plaatsvinden?

Staatssecretaris Heijnen:
Voor ons is het ontzettend belangrijk dat we hoofdzakelijk de waterkwaliteit gaan verbeteren. Hoe andere landen meten, is voor een deel aan die landen zelf. Maar ik denk wel dat het belangrijk is dat je probeert om daar wat uniformiteit in aan te brengen. Daar kunnen we altijd het gesprek over hebben, maar uiteindelijk is goede waterkwaliteit heel erg belangrijk, bijvoorbeeld voor het drinkwater. Het is een eerste levensbehoefte, dus het is heel erg voornaam dat we ervoor zorgen dat de waterkwaliteit verbetert. Daar zijn in de komende jaren onze inspanningen op gericht.

De voorzitter:
De heer Grinwis van de ChristenUnie en dan mevrouw Beckerman van de SP.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Gisteren kreeg ik van de leerlingen van basisschool De Burcht uit Veenendaal een prachtige petitie: Power to the Paling. Wat is het geval? Die paling komt er in onze binnenwateren eigenlijk niet in, want er liggen sluizen en dammen voor. Bijna een jaar geleden is in de Kamer een motie aangenomen om ze veel meer doorlaatbaar te maken bij het onderhoud dat gepleegd wordt. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: wanneer wordt deze motie uitgevoerd? Wil ze hier alsjeblieft werk van maken? Want een van de beste methodes om te meten of de waterkwaliteit goed is, is kijken naar de visstand in het water.

Staatssecretaris Heijnen:
Ik hoop op begrip van de heer Grinwis dat ik aan de minister zal vragen wanneer de motie over Power to the Paling wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Beckerman, SP.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik hoor van de rechterzijde dat, als we nou niet meer meten, het water magischerwijs misschien wel van betere kwaliteit wordt. Dat lijkt me nogal een naïeve manier van naar statistiek kijken. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus: hoe voorkomen we nou dat die problemen ontstaan, zodat we die niet, zoals bij de stikstofcrisis, achteraf moeten oplossen? De staatssecretaris zegt dat het alleen in bepaalde gebieden kan en niet meer zo massaal als bij stikstof, maar hoe voorkomt het kabinet dat midden in zo'n wooncrisis bijvoorbeeld wéér bouwprojecten stilgelegd worden?

Staatssecretaris Heijnen:
Het is heel belangrijk dat we goed in beeld hebben waar ruimte zit en waar geen ruimte zit. Daar begint het al mee. Daarnaast hebben we nood aan goed toezicht en goede handhaving — dat dossier gaan we nog op een ander moment met elkaar bespreken — en moeten we met alle partners in de keten, dus ook met lokale bevoegde gezagen, kijken hoe op een goede manier wordt toegezien dat de waterkwaliteit geborgd of verbeterd wordt. Daar zijn veel inspanningen op gericht. Het plan wordt binnenkort wat meer in detail met de Kamer besproken door de minister. Dat lijkt me ook een goed moment om dit soort vragen met elkaar wat verder uit te diepen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik de staatssecretaris van harte bedanken voor haar aanwezigheid hier en voor het vervangen van de minister.

Vragen Kwint

Vragen van het lid Kwint aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht dat toekomstige studenten hun aanmelding bij hogescholen uitstellen.

De voorzitter:
Dan komen we bij de mondelinge vraag van de heer Kwint van de SP. Die is gesteld aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik weer van harte welkom heet in ons midden. De heer Kwint heeft een vraag gesteld over het bericht dat toekomstige studenten hun aanmelding bij hogescholen uitstellen. Het woord is aan de heer Kwint.

De heer Kwint (SP):
Dank u wel, voorzitter. Het is de eerste keer dat ik deze minister tref, dus laat ik positief beginnen. Ik zou zeggen: wen daar niet aan. Dit kabinet heeft namelijk een verstandig voornemen geuit: het stopt met het idiote schuldenstelsel dat studenten jarenlang op kosten jaagde, ze een half leven lang hun schulden laat aflossen en ze minder kansen geeft op een huis. Het stelsel heeft niets gedaan wat het beloofde, namelijk zorgen voor een forse verbetering van de kwaliteit van ons hoger onderwijs. Dat is het goede nieuws.

Dan het minder goede nieuws. Dit kabinet heeft voor de huidige schuldengeneratie een volstrekt ontoereikende compensatie in het vooruitzicht gesteld, maar daar ga ik het binnenkort nog wel langer over hebben met de minister. Het andere slechte nieuws konden wij onder meer in dagblad Trouw lezen: een nieuwe studiefinanciering, hoe die er ook uit gaat zien, gaat niet komend collegejaar, maar het jaar daarna pas in. De opleidingen in Nederland zien nu wat daar de gevolgen van zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld 10% minder aanmeldingen voor onze lerarenopleidingen en 5% minder aanmeldingen voor onze zorgopleidingen. Het is nou niet alsof we daar al genoeg mensen hebben.

Mijn eerste vraag aan de minister is dus: snapt hij scholieren die massaal een tussenjaar lijken te gaan nemen? Ik begrijp het namelijk wel. Je weet dat er een beter systeem komt. In ieder geval mag je leven in de hoop dat er een beter systeem komt. Je weet dat de compensatie niet zo heel veel gaat voorstellen en dat je dus zeer waarschijnlijk goedkoper uit bent als je eerst een jaar wat anders gaat doen. Daarmee veroorzaakt het kabinet alleen wel, mogelijk onbedoeld, een gigantisch probleem. Deze minister gaat er toch niet in zijn eerste maanden voor zorgen dat bijvoorbeeld het lerarentekort over vier jaar een stuk groter is, omdat studenten nu niet aan die opleiding beginnen, en dat er nog minder mensen zijn die iemand kunnen verzorgen in een verpleeghuis, omdat zij een jaar wachten met het starten van die opleiding? En wat denkt hij dat het doet met onze hogeronderwijsinstellingen als er volgend jaar ineens duizenden studenten minder zijn, die er het jaar daarna weer bij komen? Dat wordt chaos. Dat leidt tot ontslagen in de onderwijzende staf, tot lege of overvolle zalen en tot meer uitval in ons onderwijs. Volgens ons kunt u twee dingen doen. Bent u bereid om studenten volledig te compenseren voor dit schuldenstelsel, dat nu gelukkig wordt afgeschaft, inclusief de groep studenten die volgend jaar gaat studeren? Of bent u ten minste bereid om voor de scholieren die volgend jaar willen gaan studeren te regelen dat zij al volledig onder de nieuwe studiefinanciering gaan vallen, zodat zij weten dat ze geen financieel nadeel ondervinden wanneer zij volgend jaar besluiten te gaan studeren in plaats van het jaar daarna?

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de minister.

Minister Dijkgraaf:
Mevrouw de voorzitter. Ik dank de heer Kwint voor zijn vragen. Die stelt hij naar aanleiding van berichtgeving over terugloop van het aantal aanmeldingen in het hoger beroepsonderwijs, om precies te zijn met 3,7%. Laat ik allereerst zeggen dat ik begrip heb voor die zorgen. Ik denk dat we het allemaal met elkaar eens zijn dat de hbo-sector ontzettend belangrijk is voor onze samenleving, zeker als het gaat over opleidingen in de zorg en het onderwijs. Dat zijn sectoren waarin we de vakmensen heel hard nodig hebben. Het is belangrijk dat daar veel nieuwe studenten in gaan starten, omdat er zo veel vraag is op die arbeidsmarkt. Dat delen we met elkaar.

In reactie op het aantal aanmeldingen zou ik toch even een paar opmerkingen willen maken. Ten eerste fluctueert dat aantal aanmeldingen jaarlijks. De stand tot en met maart zegt dus ook niet zo heel veel. Pas per 1 mei hebben we een iets beter beeld van het aantal aanmeldingen. Pas rond oktober krijgen we een goed beeld van hoe mensen ook daadwerkelijk zijn ingestroomd, en de definitieve cijfers daarvoor zien we in februari. Als je die aantallen volgt door de tijd heen, dan zie je dat het voorspellen daarvan wel hoge schoolkunde is, no pun intended. Om een voorbeeld te geven: als we op dit moment kijken naar de aantallen van één jaar geleden, zien we dat het er toen 87.000 waren. Nu zijn het er ongeveer 84.000. Drie jaar geleden, in 2019-2020, was het aantal 79.000, dus nog eens 4.000 minder dan nu. De totale instroom in die twee jaren, dus 2019-2020, het jaar voor corona, en het jaar 2021-2022, het tweede coronajaar, was ongeveer even groot: 114.000. Er zat dus 8.000 verschil in de aanmeldingen rond half maart, maar de uiteindelijke aantallen waren hetzelfde. Ik denk we het er allemaal wel mee eens zijn dat we gedurende de coronapandemie een soort golf hebben gezien. Dat was trouwens met name het geval bij de pabo's. Daar hebben we een aanmelding gezien die was toe te juichen, zou ik zeggen, maar die is nu, ongetwijfeld om vele redenen, aan het afnemen. Ik zou willen dat ik ook de aantallen voor het wetenschappelijk onderwijs had. Die heb ik nog niet. Volgens mij komen die eind deze week.

Wat mij betreft laten deze cijfers een diffuus beeld zien. Het geldt zeker niet over de gehele linie. Er zijn een aantal factoren die daar een rol in spelen. Demografie is al genoemd. Er zijn krimpregio's in Nederland. Dat laat onverlet dat de hbo-instroomcijfers tot voor kort wel ieder jaar toenamen. Er is een aantrekkende arbeidsmarkt die concurreert. We hebben al een tijd gezien dat de instroom vanuit het mbo in het hbo afneemt, waarschijnlijk voornamelijk om positieve redenen. Er is namelijk een enorme vraag naar mbo'ers, met name in die sectoren die voor ons land zo belangrijk zijn. We zien ook dit jaar trouwens een vergrote uitval in het mbo, waarschijnlijk ook vanwege wat soms wel de "groene pluk" wordt genoemd, waarbij men de studenten al banen aanbiedt voordat ze afgestudeerd zijn. Al deze factoren spelen dus een rol. Eerlijk gezegd vind ik het bijna onmogelijk om daarin oorzaak en gevolg kenbaar te maken.

De voorzitter:
Wilt u afronden?

Minister Dijkgraaf:
Ja.

De heer Kwint (SP):
Bij voorkeur wel nadat hij ook antwoord heeft gegeven op mijn vragen. Dat zou echt helpen.

De voorzitter:
Zeker. Dat gaat nu gebeuren.

Minister Dijkgraaf:
Ik schetste even het probleem. Ik snap ook dat u de herinvoering van de basisbeurs hier wilt agenderen. Ik heb er goede hoop op dat ik u snel, waarschijnlijk deze vrijdag, een hoofdlijnenbrief kan sturen. Ik begrijp dat we, als alles goed gaat, een debat hebben gepland op 4 april. Omdat het eerst nog in de ministerraad moet komen, kan ik nu niet vooruitlopen op die plannen, maar zoals ik al zei kan ik me heel goed voorstellen dat er meerdere redenen zijn die invloed hebben op het aantal hbo-studenten dat instroomt. Wat ik al zei: ik zie op dit moment nog geen reden tot zorg, maar ik ga deze aantallen wel met grote aandacht volgen.

De heer Kwint (SP):
De minister zegt: dat zegt niet alles en in oktober weten we pas precies wat de inschrijvingscijfers voor deze opleidingen zijn. In oktober kan je er niks meer aan doen. Dan zijn ze al ingeschreven en begonnen, juist terwijl we mensen in de zorg en het onderwijs zo hard nodig hebben. Ik vind het toch een beetje ironisch dat ik nu als SP'er een D66-minister moet uitleggen dat regeren vooruitzien is. Je moet nu iets doen om ervoor te zorgen dat er niet onnodig mensen niet gaan studeren. Erkent de minister dat het belangrijk is dat er voor de zomer duidelijkheid komt onder welk regime de studenten volgend jaar gaan vallen en op welke compensatie zij recht hebben, als hij nog enige invloed op de instroom van bijvoorbeeld leraren- of zorgopleidingen wil kunnen uitoefenen?

Minister Dijkgraaf:
Ik wil graag benadrukken dat ik binnenkort in debat hoop te gaan over de invoering van de basisbeurs en de tegemoetkoming. Ik heb al aangegeven dat ik deze aantallen met aandacht volg, maar lessen uit het verleden laten zien dat de uiteindelijke uitkomsten heel erg kunnen verschillen als we dit peilmoment als start nemen. Wat betreft de instroom in de docentenopleidingen, met name de pabo, is er in november een brief naar de Kamer gestuurd waarin wij een aantal maatregelen hebben voorgesteld. Daarover zijn ook schriftelijke vragen gesteld, waarop u snel de antwoorden gaat krijgen. Zij dienen de toegankelijkheid van de pabo-opleidingen te vergroten. Dat is dus een concrete maatregel die voorligt: een voorgenomen AMvB. Dat is één ding. Dus nogmaals, ik volg het met aandacht, maar ik zie graag eerst meer cijfers tegemoet.

De voorzitter:
De heer Kwint, tot slot.

De heer Kwint (SP):
Ik heb nog 40 seconden, toch? Ik verwacht van een minister niet alleen dat hij het met aandacht volgt. Dat is goed. Maar op welk moment denkt hij hier nog invloed op te kunnen uitoefenen? Het is toch niet zo gek dat er door de Vereniging Hogescholen, door studentenvakbonden en door mijzelf een verband gesuggereerd wordt dat, wanneer studenten volgend jaar niet weten hoeveel geld zij moeten betalen voor een opleiding, maar wel weten dat het het jaar daarna goedkoper is, de kans dan wel heel groot wordt dat ze denken: ik ga een jaartje wat leuks doen? Ook als dat betekent dat ze pas een jaar later als docent of als verpleegkundige aan de slag kunnen gaan. Daar kunt u nu nog wat aan doen, maar in oktober niet meer. Als vrijdag die brief komt, kunt u dit er misschien meteen in meenemen en met een voorstel daartoe komen, want we kunnen die mensen niet missen.

Minister Dijkgraaf:
Ik dank de heer Kwint voor deze suggestie om hierop terug te komen als we het debat hebben over de basisbeurs. Nogmaals, er is een veelheid aan factoren die op dit moment op de studentenaantallen aangrijpen. Ik heb er een aantal genoemd. Ik denk dat het belangrijkste is dat we uit de coronapandemie gaan komen. De fluctuaties in deze cijfers zijn in het algemeen groot. Ik deel ook de frustratie dat je waarschijnlijk pas veel later kan zien wat het eigenlijke effect is. Dus nogmaals, ik volg het met aandacht. Ik zie op dit moment nog geen reden om in te grijpen.

De voorzitter:
Dank u wel. En dank aan de heer Kwint. Er zijn een aantal vervolgvragen, allereerst van de heer Bisschop van de SGP, dan van de heer Ceder van de ChristenUnie, van mevrouw Van der Laan van D66 en dan van de heer De Hoop van de PvdA.

De heer Bisschop (SGP):
Ik denk dat collega Kwint een terecht punt aanroert. Ik begrijp ook de reactie van de minister. Hij kijkt naar de cijfers en zegt dat het elkaar niet eens zo heel erg gek veel ontloopt. Ja, maar als je je oor te luisteren legt in de hbo-sector zelf, hoor je dat die aanmeldingen weliswaar door examenleerlingen gedaan worden om zeker te zijn van een plek, maar als er onduidelijkheid blijft over de studiefinanciering, is het maar de vraag of ze die aanmeldingen gaan effectueren. Daar ligt een belangrijk knelpunt.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Bisschop (SGP):
Ik hoop dat de minister mijn vraag kan beantwoorden. Dat voorkomt dat we de schriftelijke vragen moeten stellen die we aan het voorbereiden waren. Is de minister bereid om de aankomende studenten te garanderen dat zij zullen kunnen gaan profiteren — dat zal dan waarschijnlijk met terugwerkende kracht zijn — van het beurzenstelsel of leenstelsel nieuwe stijl of hoe we dat ook willen noemen? Dan haalt de minister de angel uit de grote spanning die er is.

Minister Dijkgraaf:
Ik dank de heer Bisschop voor deze vraag. Nogmaals, ik vind het de juiste volgorde om eerst de hoofdlijnenbrief rondom de invoering van de studiebeurs met u te bespreken en niet om nu deze toezegging te doen, zeker omdat ik deze hoofdlijnenbrief eerst nog met mijn collega's in het kabinet moet bespreken.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter, ik wil toch even doorvragen op dit punt. Als er nu onduidelijkheid is en als er angsten zijn die niet bewaarheid worden, dan is het ontzettend jammer als we daarmee toekomstige leraren, toekomstige technici of mensen in de zorg missen en over vier jaar een tekort hebben. Dat kan nu worden voorkomen door snel goede voorlichting te geven. Ik begrijp dat die brief komt, dat die vrijdag voorligt. Ik begrijp dat dat de juiste volgorde is. Mijn aanmoediging zou dan wel zijn om zo snel mogelijk over te gaan tot heldere voorlichting, want er zijn studenten die nu denken: als ik nu instroom, betekent dit dat ik vier of zes jaar lang geen basisbeurs heb. Het zou jammer zijn als we inderdaad mensen in de zorg en het onderwijs tekortkomen op grond van informatie die achteraf gezien onjuist blijkt te zijn.

Minister Dijkgraaf:
Dank u wel voor deze aanmoediging. Ik ben het daar volledig mee eens. Ik zou zelf natuurlijk ook liefst zo snel mogelijk duidelijkheid willen geven. Zoals u ook weet, is het hele traject voor het wetsvoorstel uiteindelijk lang. Daar heb ik de Kamer zeker bij nodig, dus ik hoop dat wij met elkaar snel stappen kunnen maken. Maar ik ben het met u eens: naarmate we meer details van ons voorstel kenbaar kunnen maken, gaat dat ongetwijfeld helpen. Ik voel dus de druk en de zorg.

Mevrouw Van der Laan (D66):
Ik denk dat het goed is dat er binnenkort duidelijkheid komt over de nieuwe studiefinanciering. Ik deel wel enigszins de zorgen over de voorlopige aanmeldingscijfers. Ik focus even op de lerarenopleiding. Het lerarentekort is niet van vandaag of gisteren; dat weet u ook. Mijn vraag gaat daarover. Kunnen we de komende drie maanden niet extra aandacht daaraan besteden om zo veel mogelijk instroom te krijgen? Ik denk dan aan een publiekscampagne en extra open dagen. Welke kansen ziet de minister daarin?

Minister Dijkgraaf:
Dank u wel voor deze suggestie. Ik denk dat het heel goed is om die mee te nemen, want de aanmeldingen bij met name de pabo springen er inderdaad het meest uit op dit moment. Ik zei al dat we hier ook de vergrote toegankelijkheid als mogelijkheid hebben. Ik moet daar trouwens aan toevoegen dat we ook de duimregeling hebben. Collega Wiersma heeft die al uitgelegd. In zekere zin is het ook wat makkelijker om dit jaar je examen te halen. Het idee om hier nog extra veel aandacht aan te schenken, vind ik heel goed. Dat neem ik zeker mee. Het is een fijne suggestie.

De heer De Hoop (PvdA):
Ik verbaas mij in die zin dat de minister toch redelijk onverschillig is, al is dat misschien het verkeerde woord. Maar toch, de alarmbellen gaan nog niet heel erg af. Die zouden bij mij wel afgaan, zeg ik heel eerlijk. De instroom is nu al veel minder. Studenten zijn gewoon hartstikke rationeel. Het is logisch om volgend jaar pas te gaan studeren. Een aantal studenten heeft zich al ingeschreven, maar een stuk minder dan normaal gesproken. Maar die gaan natuurlijk ook wachten tot september om te zien of er dan meer duidelijkheid is. Dan kunnen ze waarschijnlijk ook nog de beslissing nemen om uiteindelijk niet te gaan studeren. Bij mij zouden de alarmbellen echt afgaan, zeg ik tegen de minister. Hoe gaat de minister zich voorbereiden op de toekomstige boeggolf van toestroom die er misschien wel kan komen?

Minister Dijkgraaf:
Dank u wel voor deze vraag. Waarom gaat er bij mij nog geen alarmbel af? Dat heeft ermee te maken dat ik een blik werp op de cijfers van de afgelopen jaren. Drie jaar geleden was het aantal aanmeldingen 10% minder dan vorig jaar, terwijl het aantal inschrijvingen uiteindelijk hetzelfde was. Dat leert mij dat er grote fluctuaties zijn om welke reden dan ook. Ik snap de zorgen. Ik snap de argumentatie ook. Op dit moment ben ik nog niet op het punt waarop ik een oorzakelijk verband durf te leggen, want dan kan ik het ook voor mijzelf heel makkelijk problematiseren. Ik begrijp uw punt dus. Nogmaals, wij gaan binnenkort praten over de invoering van de studiebeurs, maar bij mij gaat nog geen alarmbel af.

De heer De Hoop (PvdA):
De minister hoeft dat niet van mij aan te nemen. Ik ben zelf 23 en spreek elke dag met studenten die willen gaan studeren. Maar los daarvan wil ik het hebben over de werkdruk van docenten op hogescholen. Die is gigantisch. Scholen kunnen niet zomaar weer opschalen als de toestroom gigantisch toeneemt. Hoe bereidt u de scholen daarop voor? Want de werkdruk is al gigantisch en scholen hebben ook duidelijkheid nodig, juist voor de docenten. Hoe gaat u dat doen?

Minister Dijkgraaf:
Dit is een ander mooi onderwerp, waarover ik ook binnenkort een hoofdlijnenbrief naar u hoop te zenden. Daarbij gaan we praten over het hoger onderwijs, de werkdruk en de studiedruk van studenten. De plannen zijn in voorbereiding. Ik spreek graag dan verder met u. Maar nogmaals, ik begrijp de argumentatie heel goed. Ik begrijp ook uw zorg. Ik ga het nauwkeurig volgen. Een van de dingen die ik nog wel wil doen … We doen altijd rond deze tijd een enquête onder eindexamenkandidaten. We gaan dan ook nog eens heel nadrukkelijk vragen in hoeverre deze argumenten een rol spelen in hun afweging.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
In de inleiding van de heer Kwint, maar ook in de antwoorden van de minister, kwamen een aantal keren de grote tekorten in de zorg en het onderwijs voorbij. Studenten die een eerste opleiding in de zorg of het onderwijs volgen en daaropvolgend een tweede doen, betalen daarvoor het hoge collegegeld, het instellingscollegegeld. Dat is mij en enkele andere collega's al een aantal jaren een doorn in het oog. Ik zou deze nieuwe minister van Onderwijs willen vragen of hij daar eens specifiek naar wil kijken. Kunnen we dat hoge instellingscollegegeld terugbrengen naar het wettelijke tarief, het tarief dat ook andere studenten betalen, juist om studenten de gelegenheid te geven om zich verder te ontwikkelen en om deze studenten te behouden voor het onderwijs en de zorg?

Minister Dijkgraaf:
Ik dank mevrouw Westerveld voor deze suggestie. Ik wil daar zeker verder naar kijken. Ik wil in de toekomst ook wel verder met uw Kamer discussiëren over wat we kunnen doen op specifieke terreinen. Veel van ons beleid is generiek. We zien dat op de arbeidsmarkt specifieke sectoren in de zorg heel acuut zijn. Dus de vraag is of we het beleid meer kunnen toesnijden op die gebieden waar we misschien een terugloop zien van het aantal studentenaanmeldingen, terwijl er tegelijkertijd een toegenomen vraag is in de samenleving. Dat geldt voor heel veel domeinen. Ik zag hier vaak vele onderwerpen waar u met mijn collega's over praat: prachtige plannen over zorg en klimaat. Die moeten uiteindelijk wel door de volgende generatie worden opgepakt. Die moet wel opgeleid worden, dus ik heb die zorg ook. Ik ben ook wel op zoek naar instrumenten die we kunnen gebruiken om die specifieke problemen aan te pakken.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Kwint, SP.

De heer Kwint (SP):
De minister zegt een paar keer dat hij daar binnenkort op terugkomt. Uiteraard heb ik begrip daarvoor, maar de werkelijkheid wacht niet. Hij zegt: bij mij gaan de alarmbellen nog niet rinkelen, maar ik houd het in de gaten. Wanneer zegt hij dan: dit is het moment waarop ik wel het probleem zie, ik wel ga ingrijpen en ook nog op tijd ben om het probleem voor volgend jaar en het jaar daarna te voorkomen?

Minister Dijkgraaf:
Dank u voor deze vervolgvraag. Ik denk, ik hoop, dat we elkaar snel treffen bij de bespreking over de herinvoering van de basisbeurs. Dat lijkt me een goede gelegenheid om dit gesprek voort te zetten.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan dank ik de minister voor zijn aanwezigheid hier.

Vragen Van Strien

Vragen van het lid Van Strien aan de staatssecretaris Cultuur en Media over de rol en positie van lokale journalistiek naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen.

De voorzitter:
Ik nodig de heer Van Strien van de VVD uit om zijn mondelinge vraag te stellen aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zijn vraag gaat over de rol en positie van lokale journalistiek naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen. Het woord is aan de heer Van Strien.

De heer Van Strien (VVD):
Dank, voorzitter. De gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest. De nieuwe gemeenteraden treden aan en de collegevorming zal in 332 gemeenten op gang komen. Laten we hopen dat in de meeste raden de perstribune niet leeg blijft, want voor een goed functionerende lokale democratie zijn goed functionerende en controlerende lokale media cruciaal.

Rond de verkiezingen hebben we echter een keur aan zorgwekkende signalen en artikelen kunnen lezen, over dat er steeds minder journalistieke controle is op het gemeentebestuur door versplintering en de terugloop van gelden, dat de relatie in sommige gemeenten tussen media en politiek beklemmend is en dat er een wereld te winnen is als er meer samenwerking plaats heeft tussen lokale en regionale media.

Ik heb in dat licht de volgende vragen aan de staatssecretaris voor Media. Hoe ziet zij de rol, de positie en de staat van de lokale journalistiek? Is zij het met de VVD eens dat de lokale journalistiek onder druk staat? Is zij het tevens eens met de VVD dat sterke, lokale journalistiek essentieel is voor het democratische proces? En zo ja, wat is zij bereid om korte termijn structureel te doen?

Mevrouw de voorzitter. Net voor het kerstreces heeft de Kamer de voorganger van deze staatssecretaris welhaast moeten dwingen om pilots ter versteviging van de lokale media te verlengen. In het coalitieakkoord staan warme woorden over en bijbehorende gelden voor de lokale journalistiek en voor de broodnodige lokale en regionale samenwerking. In haar laatste brief stelt de staatssecretaris dat ze richting de zomer met de eerste pennenstreken gaat komen. Ik heb er alle begrip voor dat de staatssecretaris nog wat tijd nodig heeft om zich in te werken in de dossiers, maar de 332 gemeenten wachten niet. En zoals de berichtgeving en mijn eigen ronde langs de lokale media laten zien: urgentie is nodig. Dus welke actie onderneemt zij, niet in splendid isolation maar met de sector, om op korte termijn de lokale journalistiek te versterken en hen in staat te stellen hun democratische rol te vervullen? Gaat ze ook om de tafel met lokale media om te komen tot een versterkingsplan? Op welke termijn ontvangen we dat?

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Uslu:
Voorzitter. Het is voor mij de eerste keer in deze Kamer. Het is een bijzondere ervaring.

Dank voor de vraag van de heer Van Strien. Onafhankelijke journalistiek is een groot goed en cruciaal voor een gezonde democratie. Het is ongelofelijk belangrijk voor een kritische samenleving en voor de controle van besturen, van politiek: landelijk, regionaal en lokaal. Dat moeten we elke dag onderstrepen. Wat dat betreft kunt u er dus van uitgaan dat ik dat ontzettend belangrijk vind, niet alleen persoonlijk, maar ook omdat het echt ontzettend belangrijk is voor een democratie.

Het regeerakkoord biedt middelen om te investeren in lokale journalistiek en om de onafhankelijkheid van omroepen en journalisten te verbeteren. Ik wil dat gaan doen door de financiering van de lokale omroepen over te hevelen van het Gemeentefonds naar de rijksbegroting. Dat staat ook in het regeerakkoord en ik ben al bezig met de voorbereidingen daarvan. Het is een complexe, uitdagende klus, een moeilijke opgave. Ik ga hiervoor in gesprek met de gemeenten, lokale omroepen en de NLPO. Het doel is de versterking van de onderzoeksjournalistiek en de lokale omroepen en journalistiek.

In de vorige periode zijn er twee pilots gestart. De eerste pilot betreft de professionalisering van lokale mediadiensten. Die is op 1 maart afgelopen. Het is misschien goed om hier te melden dat het om 20 plannen en 26 omroepen gaat. Er zijn plannen ingediend en verschillende initiatieven gecreëerd. Dat was op 1 maart afgelopen en wij zijn dat nu aan het evalueren. Ik heb op 25 februari ook een brief naar uw Kamer gestuurd. Aan de hand van die evaluatie wil ik breder investeren in de professionele lokale journalistiek.

De tweede pilot betreft de versterking van lokale journalistiek door samenwerking. Die samenwerking is hierbij erg belangrijk en is verlengd tot medio 2023. Die voortzetting is ook gevraagd en bevestigd door het bestuur van de NLPO, de RPO en de NOS. Het is een gemeenschappelijk gedragen pilot, die nu dus verlengd is. Met deze pilot wordt het journalistieke netwerk versterkt en wordt er van elkaar geleerd. Daarom is die samenwerking tussen de NOS, de lokale omroepen en de regionale omroepen zo belangrijk. Die samenwerking wordt nu dus voortgezet tot 2023. Voor 1 juni informeer ik u in de hoofdlijnenbrief over het verdere proces en de inzet. Daar ben ik nu mee bezig. U kunt van mij verwachten dat de maatregelen en regelingen ingericht zullen worden op basis van gesprekken met gemeenten, lokale omroepen en de NLPO. Ik zal hierbij met name de lokale omroepen spreken. Dus de plannen zijn nu in voorbereiding. Pilots laten wel zien dat sommige onderdelen meer werken dan andere, maar een pilot is er natuurlijk om van te leren.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik weer het woord aan de heer Van Strien.

De heer Van Strien (VVD):
Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik ben blij dat ook zij inziet dat lokale media cruciaal zijn. Het is ook goed om te horen dat er een brief komt. Ik constateer alleen wel dat het allemaal niet erg rap gaat. Dat is misschien omdat, zoals de staatssecretaris ook zegt, het een complex en uitdagende taak is om de boel te verstevigen. Ik vraag haar dus nogmaals: deelt zij wel de mening dat er haast geboden is? Het op 1 juni krijgen van pennenstreken die een voorschot nemen op beleid, is wat de VVD betreft gewoon te laat.

Daarbij, de staatssecretaris zegt: ik doe dat met de sector. Ik krijg toch signalen vanuit de VNG en de NLPO dat zij juist niet betrokken zijn bij de plannen die momenteel wel of niet worden opgesteld. Bijvoorbeeld: de staatssecretaris refereert aan de brief van 25 februari. Waarom komt zij in die brief weer met een projectregeling, terwijl de sector heel duidelijk aangeeft — en ik erken die zorg — dat ze niet gebaat zijn bij weer plannen, weer evaluaties en weer projecten. Ze willen gewoon echt structurele financiering. Hoe reageert de staatssecretaris daarop? Laat ik het concreet maken. Kan de staatssecretaris toezeggen dat ze binnen een maand met de sector, dus met de NLPO, de VNG et cetera, om de tafel gaat om te komen tot een structureel versterkingsplan en dat zij de uitkomsten van dat overleg aan de Kamer meedeelt voordat zij de hoofdlijnenbrief stuurt?

Staatssecretaris Uslu:
Ik neem het heel serieus dat gedacht wordt dat er geen betrokkenheid is. Dat lijkt me een goed argument om dat gesprek weer aan te gaan en om te kijken waar dat gevoel vandaan komt dat er geen betrokkenheid is. Dat wil ik graag veranderen. Binnen een maand zal ik heel ver zijn en ook de gesprekken voor een groot deel gevoerd hebben, maar het lukt mij niet om binnen een maand met een structureel plan te komen. Het is nu eind maart. Binnen een maand is het eind april. Ik vermoed dat ik ergens medio mei al wel een stuk verder zal zijn. Dus ik heb iets meer tijd nodig.

De heer Van Strien (VVD):
De toezegging dat de staatsecretaris binnen een jaar met een structureel versterkingsplan komt, hebben we dan in ieder geval binnen, dus dat is mooi. Mijn vraag was ook niet om dit binnen een maand te doen, maar om binnen een maand in ieder geval met die betrokken sectoren om de tafel te gaan zitten omdat het haast heeft.

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Strien. Dan geef ik het woord aan de heer Sjoerdsma voor een vervolgvraag.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. De staatssecretaris heeft een aantal belangrijke dingen gezegd over de waarde van de lokale journalistiek. Nu zou mijn fractie ook graag iets willen veranderen in de manier waarop de lokale journalistiek wordt gefinancierd, omdat dat nu uit het Gemeentefonds komt en de gemeenteraad erover beslist, terwijl diezelfde lokale journalistiek natuurlijk eigenlijk die gemeenteraad controleert. Wij zouden daar dus liever landelijke financiering zien. Ik hoop dat de staatssecretaris bereid is dat nadrukkelijk mee te nemen in de plannen die zij dan hopelijk half mei kan presenteren.

Staatssecretaris Uslu:
Ik wil meneer Sjoerdsma bedanken voor deze vraag. Die afhankelijkheid is gevaarlijk, dat moeten we hier benadrukken en onderstrepen. Elke vorm van afhankelijkheid, op welke manier dan ook, moeten we voorkomen. Dus in die zin is die overheveling van de partij waarvan je afhankelijk zou moeten zijn naar een onafhankelijker partij ongelofelijk belangrijk. Dat is ingezet en zullen we de komende tijd ook gaan doen. In die zin kan ik alleen maar zeggen dat ik dat meeneem en ook zal uitvoeren.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wil ik de staatssecretaris bedanken voor haar eerste aanwezigheid bij ons in de plenaire zaal. Ik verwacht dat hier meerdere debatten zullen worden gevoerd. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur en dan starten we met de beëdiging van een nieuwe collega.

De vergadering wordt van 14.52 uur tot 15.00 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat mevrouw Tellegen met ingang van 18 maart tijdelijk verlof is verleend.

Beëdiging van de heer C. Simons (VVD)

Beëdiging van de heer C. Simons (VVD)

Aan de orde is de beëdiging van de heer C. Simons (VVD).

De voorzitter:
Aan de orde is de beëdiging van een nieuwe collega. Zoals te doen gebruikelijk geef ik het woord aan mevrouw Leijten tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (fungerend voorzitter van de commissie):
Voorzitter. Onze commissie onderzoekt of iemand die benoemd is of tijdelijk benoemd is ook toegelaten kan worden in onze vergadering, in onze Kamer. Dat is gelukkig weer gelukt. Voordat we het heugelijke moment voor de heer Simons organiseren, wil ik vanaf hier mevrouw Tellegen van harte beterschap wensen.

(Geroffel op de bankjes)

Mevrouw Leijten (fungerend voorzitter van de commissie):
Voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer C. Simons te Middelburg. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de heer C. Simons te Middelburg terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor hem toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient hij wel eerst de verklaringen en beloften zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120, af te leggen.

Wij verzoeken u tot slot het volledige rapport op te nemen in de Handelingen.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Ik verzoek de leden en de overige aanwezigen in de zaal, voor zover mogelijk, te gaan staan. De heer Simons is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven verklaringen en beloften af te leggen.

Ik verzoek de Griffier hem binnen te leiden.

(De heer Simons wordt binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:
De door u af te leggen verklaringen en beloften luiden als volgt:

"Ik verklaar en beloof dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik beloof trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet."

De heer Chris Simons (VVD):
Dat verklaar en beloof ik.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan feliciteer ik u met het onderdeel zijn van de Tweede Kamer. Heel veel succes. Ondanks het feit dat het tijdelijk is en dat we mevrouw Tellegen het beste wensen, wens ik u heel veel succes in de Tweede Kamer. Ik schors de vergadering voor een enkel moment, zodat u de felicitaties in ontvangst kunt nemen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Beëdiging van de substituut-ombudsman, mevrouw Kalverboer

Beëdiging van de substituut-ombudsman, mevrouw Kalverboer

Aan de orde is de beëdiging van de substituut-ombudsman, mevrouw Kalverboer.

De voorzitter:
Aan de orde is de beëdiging van de substituut-ombudsman, mevrouw Kalverboer. Mag ik iets van stilte in de zaal? Ik snap het: het is de eerste dag dat we weer met velen hier aanwezig zijn, en het is ook ontzettend leuk om iedereen hier weer te zien. Ik ga daar straks voor de stemmingen nog even aandacht aan besteden. Maar eerst gaan we nog even het formele gedeelte doen.

Ik heet de gasten van mevrouw Kalverboer van harte welkom. Allereerst Reinier van Zutphen, de Nationale ombudsman; Karin Kalverboer, de zus van Margrite Kalverboer; en Hanneke van Essen, de directeur van de organisatie Nationale ombudsman.

Aan de orde is de beëdiging van mevrouw M. Kalverboer tot substituut-ombudsman, tevens Kinderombudsman. Ik verzoek de leden en de overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune voor zover mogelijk weer te gaan staan.

Mevrouw Kalverboer is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven verklaringen en beloften af te leggen.

Ik verzoek de Griffier haar binnen te leiden.

(Mevrouw Kalverboer wordt binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:
De door u af te leggen verklaringen en beloften luiden als volgt:

"Ik verklaar en beloof dat ik, om tot substituut-ombudsman te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand iets heb gegeven of beloofd.

Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik beloof trouw aan de Grondwet."

Mevrouw Kalverboer:
Dat verklaar en beloof ik.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan feliciteer ik u met uw herbenoeming. Heel erg gefeliciteerd! Heel veel succes de komende periode.

(Applaus)

De voorzitter:
Kijk, instemming van de Kamer. Ik schors de vergadering voor een enkel moment, zodat u ook de felicitaties van deze Kamer in ontvangst kan nemen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Voordat we gaan stemmen nog even dit: wat is het fantastisch dat we weer met elkaar in de plenaire zaal kunnen zitten.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
De laatste keer dat we hier voltallig aanwezig waren bij de stemmingen was op donderdag 12 maart 2020. Dat is dus al bijna twee jaar geleden en dat was nota bene ook nog over moties ingediend tijdens het coronadebat.

Hoewel we natuurlijk niet precies weten hoe corona zich gaat ontwikkelen, vind ik het toch belangrijk om dit moment te markeren. Er gaat straks weer één bel, als dat nodig is, voor de hoofdelijke stemmingen. U zit weer op uw vaste plek in de plenaire zaal. Dat is voor sommige mensen nog even wennen, maar we hebben natuurlijk wel een plaatsindeling met elkaar afgesproken. Ik verwacht ook dat er bij de interruptiemicrofoons wel weer file kan ontstaan, omdat we met meer in deze zaal zijn.

Voor wie het helemaal weer wennen wordt, zijn de Kamerbewaarders en de bodes, zeg ik in positieve zin.

(Applaus)

De voorzitter:
Jullie hebben de afgelopen tijd liters schoonmaakmiddel gebruikt, honderden poetsdoeken gebruikt en van heel veel mensen ongevraagd advies gekregen over hoe schoon te maken. Volgens mij was de meest bijzondere vraag of er onder het spreekgestoelte ook werd schoongemaakt. Dat was een van de vragen, omdat daar toch ook wel handen en zo wapperden. Maar jullie zijn er doorheen gekomen. Jullie hebben twee jaar lang jullie stinkende best gedaan om te zorgen voor onze gezondheid en veiligheid. Dus nogmaals, heel erg bedankt voor wat jullie allemaal gedaan hebben.

(Applaus)

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Gündoğan, Hermans en Hijink, voor de hele week;

Van Kent, voor vandaag;

Sylvana Simons, vandaag en morgen.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van Volt mij heeft laten weten dat het lid Gündoğan geen deel meer uitmaakt van de fractie.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen Wet vrachtwagenheffing

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Regels voor het in rekening brengen van een vrachtwagenheffing voor het rijden met een vrachtwagen op aangewezen wegvakken (Wet vrachtwagenheffing) (35910).

(Zie wetgevingsoverleg van 14 maart 2022.)

Het amendement-Grinwis c.s. (stuk nr. 9) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

De voorzitter:
Het amendement-Koerhuis/Van Ginneken (stuk nr. 11) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

De voorzitter:
Voordat we verdergaan met de stemmingen, zeg ik u wel even dat het voor mij even wennen zal zijn, omdat niet iedereen op dezelfde plek zit. Ik kan u dus niet beloven dat ik het zo snel doe als de afgelopen keren. Ik moet er een beetje in komen, denk ik.

In stemming komt het amendement-Grinwis c.s. (stuk nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Grinwis c.s. (stuk nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt en het CDA voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet vrachtwagenheffing

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Regels voor het in rekening brengen van een vrachtwagenheffing voor het rijden met een vrachtwagen op aangewezen wegvakken (Wet vrachtwagenheffing),

te weten:

  • de motie-Koerhuis over gebruik van dezelfde mautkastjes als in Duitsland en België (35910, nr. 12);
  • de motie-Koerhuis/Van Ginneken over het in kaart brengen van elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur in 2030 (35910, nr. 13);
  • de motie-Koerhuis/Van der Molen over oplossingen voor sluiproutes van vrachtwagens op de N-wegen (35910, nr. 14);
  • de motie-Van Ginneken c.s. over voorfinanciering van de verduurzaming van de transportsector (35910, nr. 15);
  • de motie-Kröger over in de terugsluisregeling focussen op projecten die bijdragen aan zero-emissietechnologie of het voorkomen van vermijdbare transportbewegingen (35910, nr. 17);
  • de motie-Grinwis c.s. over bij merkbare uitwijk door vrachtverkeer snel om tafel gaan met decentrale overheden (35910, nr. 18);
  • de motie-Grinwis c.s. over de maximale korting op basis van de herziene Eurovignetrichtlijn instellen voor zero-emissievoertuigen (35910, nr. 19);
  • de motie-Grinwis/Van Ginneken over een specifieke aanpak voor laadlocaties voor vrachtwagens (35910, nr. 20).

(Zie wetgevingsoverleg van 14 maart 2022.)

In stemming komt de motie-Koerhuis (35910, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Van Ginneken (35910, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Misschien mag ik aan DENK vragen om zó de hand op te houden en aan de fractie Den Haan om de hand zó op te houden. Als het synchroon is, zie ik het namelijk niet. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Van der Molen (35910, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ginneken c.s. (35910, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (35910, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (35910, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (35910, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Grinwis/Van Ginneken (35910, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Initiatiefnota van het lid Ploumen "De noodzaak van gendersensitieve zorg: ongelijke behandeling = betere zorg"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van het lid Ploumen over "De noodzaak van gendersensitieve zorg: ongelijke behandeling = betere zorg",

te weten:

  • de motie-Rudmer Heerema c.s. over meer aandacht voor gender- en man-vrouwverschillen in onderzoek (35560, nr. 4);
  • de motie-Paulusma over onderzoek naar gender- en sekseverschillen bij het postcovidsyndroom (35560, nr. 5);
  • de motie-Kuiken over de financiering van voortzetting van het programma Gender en Gezondheid (35560, nr. 6);
  • de motie-Kuiken over een financiële bijdrage van de farmaceutische industrie aan een fonds voor sekse- en genderverschillen bij geneesmiddelen (35560, nr. 7).

(Zie notaoverleg van 14 maart 2022.)

De voorzitter:
De motie-Kuiken (35560, nr. 7) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog steeds onvoldoende onderzoek is naar sekse- en genderverschillen bij bestaande geneesmiddelen;

overwegende dat de farmaceutische industrie de afgelopen jaren miljarden extra winst gemaakt heeft dankzij COVID-19-geneesmiddelen en -vaccins;

van mening dat de farmaceutische industrie een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft in het op de markt brengen van geneesmiddelen die veilig zijn voor mannen én vrouwen;

verzoekt de regering om het gesprek aan te gaan met de farmaceutische industrie over hoe de industrie financieel kan bijdragen aan onderzoek naar sekse- en genderverschillen bij bestaande en te ontwikkelen geneesmiddelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 8, was nr. 7 (35560).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema c.s. (35560, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paulusma (35560, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken (35560, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, JA21, BBB en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuiken (35560, nr. 8, was nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Natuur

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Natuur,

te weten:

  • de motie-Wassenberg over een juridische analyse over de rechtmatigheid van de kap van het Sterrebos (33576, nr. 261);
  • de motie-Bisschop over het benutten van telgegevens van alle partijen die taken hebben op het gebied van monitoring (33576, nr. 262);
  • de motie-Van der Plas over een monitoringssysteem met databank voor bodemmonsters in natuurgebieden (33576, nr. 263).

(Zie vergadering van 15 maart 2022.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Bisschop stel ik voor zijn motie (33576, nr. 262) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Wassenberg (33576, nr. 261).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (33576, nr. 263).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, Lid Omtzigt, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Uitvoering motie-Vestering/Van Raan over geen stikstofdepositieruimte reserveren voor de uitbreiding van Lelystad Airport

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Uitvoering motie-Vestering/Van Raan over geen stikstofdepositieruimte reserveren voor de uitbreiding van Lelystad Airport,

te weten:

  • de motie-Van Raan/Kröger over de PAS-meldingen uit 2016 en 2019 mét onderliggende stukken delen met de Kamer (35600, nr. 72);
  • de motie-Van Raan over forensisch accountantsonderzoek naar alle stikstofdepositieberekeningen rondom Lelystad Airport van 2014 tot en met 2020 (35600, nr. 73);
  • de motie-Van Raan/Kröger over Lelystad Airport definitief niet openen (35600, nr. 74);
  • de motie-Kröger/Van Raan over een stikstofreductiedoel voor de luchtvaart vaststellen voordat een integraal besluit over Lelystad Airport en Schiphol genomen wordt (35600, nr. 75).

(Zie vergadering van 15 maart 2022.)

De voorzitter:
De motie-Van Raan/Kröger (35600, nr. 72) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister vanwege de grove fouten die ontdekt zijn, terecht tot de conclusie is gekomen dat Lelystad Airport geen natuurvergunning kan krijgen op basis van de gedane PAS-melding(en);

verzoekt de regering om de PAS-melding uit 2016 en de geactualiseerde PAS-melding uit 2019 (inclusief onderliggende stukken) met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 76, was nr. 72 (35600).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan/Kröger (35600, nr. 76, was nr. 72).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, BBB en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35600, nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (35600, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Van Raan (35600, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Wadden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Wadden,

te weten:

  • de motie-Tjeerd de Groot/Bevers over een beleidskader opstellen vanuit de hoofddoelstelling natuur (29684, nr. 224);
  • de motie-Wassenberg/Van Raan over geen onomkeerbare stappen nemen wat betreft de gaswinning bij Ternaard totdat het IUCN-advies met de Kamer is gedeeld (29684, nr. 225);
  • de motie-Wassenberg/Van Raan over een oordeel vragen aan UNESCO/IUCN over zandsuppletie (29684, nr. 226).

(Zie vergadering van 15 maart 2022.)

In stemming komt de motie-Tjeerd de Groot/Bevers (29684, nr. 224).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, Lid Omtzigt, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Van Raan (29684, nr. 225).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, Lid Omtzigt, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Van Raan (29684, nr. 226).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Luchtvaart

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Luchtvaart,

te weten:

  • de motie-Koerhuis c.s. over onderzoeken hoe Groningen Airport Eelde economisch rendabel kan worden gemaakt (31936, nr. 915);
  • de motie-Koerhuis over onderzoeken hoe Istanbul Airport en Turkish Airlines aan de Europese klimaatregels kunnen worden gehouden (31936, nr. 916);
  • de motie-Koerhuis over laten onderzoeken hoeveel ruimte er nog is in havengelden om vliegoverlast aan te pakken (31936, nr. 917);
  • de motie-Van Raan/Kröger over een herziene Luchtvaartnota maken (31936, nr. 918);
  • de motie-Van Raan/Kröger over geen onomkeerbare stappen door de Schiphol Group met betrekking tot Maastricht Aachen Airport (31936, nr. 919);
  • de motie-Van Raan over het volgend jaar inhouden van het teveel aan uitgegeven rechten (31936, nr. 920);
  • de motie-Van Raan/Kröger over een minimaal evenredig en afdwingbaar stikstofreductiedoel voor de Nederlandse luchtvaartsector (31936, nr. 921);
  • de motie-Van Raan/Kröger over het delen van de aan Schiphol medegedeelde referentiesituatie met de Staten-Generaal (31936, nr. 922);
  • de motie-Kröger/Van Raan over het met de Kamer delen van de uitgangspunten en de gekozen methode voor het bepalen van emissierechten (31936, nr. 923);
  • de motie-Kröger over het onderzoeken hoeveel woningen extra gebouwd kunnen worden bij krimp van het aantal vliegbewegingen op Schiphol (31936, nr. 924);
  • de motie-Van der Molen over de Maatschappelijke Raad Schiphol betrekken bij de integrale afweging inzake Schiphol (31936, nr. 925);
  • de motie-Graus c.s. over het belang van Maastricht Aachen Airport en Schiphol waarborgen wat betreft luchtvracht (31936, nr. 927);
  • de motie-Eppink over onderzoeken of aan Qatar Airways door de staat Qatar subsidie wordt verleend (31936, nr. 928);
  • de motie-Boucke over het annuleren van de ruimtereservering voor de parallelle Kaagbaan (31936, nr. 929).

(Zie vergadering van 15 maart 2022.)

De voorzitter:
De motie-Van der Molen (31936, nr. 925) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een integrale afweging inzake Schiphol in gang is gezet, waardoor zekerheid en perspectief kunnen worden geboden voor Schiphol, nadrukkelijk in relatie tot de omgeving van de luchthaven;

verzoekt de regering de Maatschappelijke Raad Schiphol bij deze afweging te betrekken en hen daarover te consulteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 931, was nr. 925 (31936).

De motie-Eppink (31936, nr. 928) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Qatar Airways met het EU-Qatar-luchtvaartverdrag oneerlijk concurreert met Europese luchtvaartmaatschappijen;

overwegende dat het Nederlandse kabinet in het coalitieakkoord inzake luchtvaart oproept tot een "gelijk speelveld binnen de EU en van de EU ten opzichte van derde landen";

overwegende dat Nederland op basis van artikel 7 van het verdrag binnen het Gemengd Comité kan vragen om controle op financiële ondersteuning van Qatar Airways;

overwegende dat vakbonden van KLM zich per brief hebben uitgesproken over de oneerlijke concurrentie die door dit verdrag ontstaat;

verzoekt de regering binnen het Gemengd Comité van het verdrag een strikte naleving en handhaving van artikel 7 naar inbreuk op oneerlijke concurrentie te waarborgen en te onderzoeken of Qatar Airways door de staat Qatar subsidie wordt verleend,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 932, was nr. 928 (31936).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Koerhuis c.s. (31936, nr. 915).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA en de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (31936, nr. 916).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (31936, nr. 917).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, de PVV en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 918).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 919).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, de VVD, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (31936, nr. 920).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 921).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, de SGP, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 922).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, de SGP, Lid Omtzigt, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Van Raan (31936, nr. 923).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, Lid Omtzigt, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (31936, nr. 924).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, de SGP, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Molen (31936, nr. 931, was nr. 925).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus c.s. (31936, nr. 927).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie en JA21 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Eppink (31936, nr. 932, was nr. 928).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, Lid Omtzigt, JA21, BBB, de PVV en FVD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Boucke (31936, nr. 929).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de SGP en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, de ChristenUnie, de VVD, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Hoofdlijnendebat Infrastructuur en Waterstaat

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Hoofdlijnendebat Infrastructuur en Waterstaat,

te weten:

  • de motie-Koerhuis over een handleiding voor een uniforme en herkenbare inrichting van schoolzones (35925-XII, nr. 82);
  • de motie-Van Raan/Van Esch over een algeheel verbod op wegwerpplastic (35925-XII, nr. 84);
  • de motie-Van Raan/Van Esch over snelheidsbeperkingen instellen boven het kappen van bomen (35925-XII, nr. 85);
  • de motie-Van Raan/Van Esch over minimalisatie- en informatieplicht voor zeer zorgwekkende stoffen die vrijkomen tijdens taxiën, opstijgen en landen (35925-XII, nr. 86);
  • de motie-Van der Molen/Koerhuis over inzichtelijk maken welke specifieke infrastructuurprojecten prioriteit krijgen voor vervanging en onderhoud (35925-XII, nr. 88);
  • de motie-Alkaya over maatregelen om zakelijke veelvliegers te ontmoedigen (35925-XII, nr. 89);
  • de motie-Alkaya over geen lastenverhogingen voor mensen die geen goed alternatief hebben voor autogebruik (35925-XII, nr. 90);
  • de motie-Hagen/Van Ginneken over een concrete aanpak om het thuiswerken te stimuleren (35925-XII, nr. 91);
  • de motie-Madlener over de maximumsnelheid op de autosnelwegen per direct naar 130 kilometer per uur verhogen (35925-XII, nr. 92);
  • de motie-Madlener over het afzien van dure projecten zoals de Lelylijn en het fors verlagen van de treintarieven (35925-XII, nr. 93);
  • de motie-Madlener over het realiseren van voldoende parkeerplekken bij nieuwbouwprojecten (35925-XII, nr. 94).

(Zie vergadering van 15 maart 2022.)

De voorzitter:
De motie-Van Raan/Van Esch (35925-XII, nr. 84) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de planetaire grens op het gebied van chemicaliën en plastic inmiddels al is overschreden;

constaterende dat er met de Single-Use Plasticsrichtlijn stappen worden gezet om plastic afval in het milieu te verminderen, maar dat dit niet genoeg is gezien de verwachting dat de productie van plastic rond 2040 meer dan zal verdubbelen;

constaterende dat 71% van de Nederlanders voorstander is van zo snel mogelijk een verbod op wegwerpplastic;

verzoekt de regering zo snel mogelijk te komen met een algeheel verbod op wegwerpplastic, met een uitzondering voor bijvoorbeeld de gezondheidszorg als essentiële sector;

verzoekt de regering om bij het maken van uitzonderingen actief in te zetten op onderzoek naar herbruikbare alternatieven, zodat uitzonderingen uiteindelijk kunnen worden opgeheven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 95, was nr. 84 (35925-XII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (35925-XII, nr. 82).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan/Van Esch (35925-XII, nr. 95, was nr. 84).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt en BBB voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Van Esch (35925-XII, nr. 85).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Van Esch (35925-XII, nr. 86).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, de SGP, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Koerhuis (35925-XII, nr. 88).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35925-XII, nr. 89).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35925-XII, nr. 90).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hagen/Van Ginneken (35925-XII, nr. 91).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Madlener (35925-XII, nr. 92).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Agema van de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
We wensen geacht te worden tegen de motie op stuk nr. 91 gestemd te hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Dat was de thuiswerkmotie.

In stemming komt de motie-Madlener (35925-XII, nr. 93).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21 en FVD ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Madlener (35925-XII, nr. 94).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, de VVD, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, D66, de ChristenUnie, de SGP, Lid Omtzigt en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Externe veiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Externe veiligheid,

te weten:

  • de motie-Kröger c.s. over in kaart brengen wat nodig is voor sluiting van de Kooks 2-fabriek op korte termijn (28089, nr. 217);
  • de motie-Kröger over de verschillende scenario's betreffende de toekomst van Tata Steel in kaart brengen (28089, nr. 218);
  • de motie-Van Esch/Teunissen over ook het scenario onderzoeken dat Tata Steel zich beperkt tot het recyclen van staal (28089, nr. 219);
  • de motie-Van Esch/Teunissen over het toezicht op Tata Steel onderbrengen bij de ILT (28089, nr. 220);
  • de motie-Van Esch/Teunissen over de export van cokes zo spoedig mogelijk verbieden (28089, nr. 221).

(Zie vergadering van 15 maart 2022.)

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (28089, nr. 217).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (28089, nr. 218).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Teunissen (28089, nr. 219).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Teunissen (28089, nr. 220).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de PvdD, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt en JA21 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van GroenLinks, Volt, de PvdA, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Teunissen (28089, nr. 221).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21 en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Vaststelling Regeling groenprojecten 2022

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Vaststelling Regeling groenprojecten 2022,

te weten:

  • de motie-Van Esch over het schrappen van monomestvergisters uit de Regeling groenprojecten 2022 (30196, nr. 783);
  • de motie-Van Esch over het verhogen van de bruto vloeroppervlaktebedragen die in aanmerking komen voor een groenverklaring (30196, nr. 784);
  • de motie-Van Esch/Van Raan over een vermogensgarantie van 80% na 25 jaar en een productgarantie van ten minste 10 jaar op zonnepanelen (30196, nr. 785);
  • de motie-Kröger over het beperken van de eisen voor zonnepanelen (30196, nr. 786).

(Zie vergadering van 15 maart 2022.)

De voorzitter:
Mevrouw Van Esch verzoekt haar aangehouden motie op stuk nr. 783 alsnog in stemming te brengen.

In stemming komt de motie-Van Esch (30196, nr. 783).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch (30196, nr. 784).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Van Raan (30196, nr. 785).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (30196, nr. 786).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, de SGP, Lid Omtzigt en BBB voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, het CDA, JA21, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Kieswet in verband met de aanpassing van de procedure voor de vaststelling van verkiezingsuitslagen alsmede regeling van enkele andere onderwerpen in die wet, de Waterschapswet, de Mediawet 2008 en de Mediawet BES (Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen) (35489).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK en FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming Uitvoeringswet herziening Verordening producten voor tweeërlei gebruik

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet strategische diensten voor de uitvoering van de Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206) (Uitvoeringswet herziening Verordening producten voor tweeërlei gebruik) (35904).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Hoofdlijnendebat VWS

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Hoofdlijnendebat VWS,

te weten:

  • de motie-Agema over de tekorten aan medewerkers in de verpleeghuizen inlopen en de extra bezuiniging op personeel schrappen (35925-XVI, nr. 171);
  • de motie-Agema over investeren in ziekenhuizen en extra bezuiniging middels nieuwe hoofdlijnenakkoorden schrappen (35925-XVI, nr. 172);
  • de motie-Agema/Maeijer over de majeure problemen in de jeugdzorg oplossen en de extra bezuiniging schrappen (35925-XVI, nr. 173);
  • de motie-Agema/Maeijer over een plan van aanpak om de kankerbehandelingen in Nederland te verbeteren (35925-XVI, nr. 174);
  • de motie-Hijink over de bezuiniging op de verpleeghuiszorg schrappen en alle medisch specialisten in loondienst brengen (35925-XVI, nr. 175);
  • de motie-Den Haan/Kuzu over aandacht besteden aan een aantal specifieke zaken in de nota cultuursensitieve zorg (35925-XVI, nr. 176);
  • de motie-Van der Plas over het concentreren van spoedeisende hulp niet laten leiden tot het sluiten van ziekenhuizen (35925-XVI, nr. 177);
  • de motie-Van der Plas over prioriteit geven aan de transitie naar een gezonde samenleving (35925-XVI, nr. 178).

(Zie vergadering van 17 maart 2022.)

De voorzitter:
De motie-Van der Plas (35925-XVI, nr. 178) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van der Plas en Van der Laan.

Zij krijgt nr. 181, was nr. 178 (35925-XVI).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Agema (35925-XVI, nr. 171).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (35925-XVI, nr. 172).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema/Maeijer (35925-XVI, nr. 173).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, Lid Omtzigt, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema/Maeijer (35925-XVI, nr. 174).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, de SGP, Lid Omtzigt, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (35925-XVI, nr. 175).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Lid Omtzigt, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA en JA21 ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Den Haan/Kuzu (35925-XVI, nr. 176).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (35925-XVI, nr. 177).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, de SGP, Lid Omtzigt, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Plas/Van der Laan (35925-XVI, nr. 181, was nr. 178).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Zoönosen en dierziekten

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het tweeminutendebat Zoönosen en dierziekten,

te weten:

  • de motie-Tjeerd de Groot c.s. over het onderzoeken en monitoren van de effecten van vogelgriep op wilde soorten in de natuur (28807, nr. 247);
  • de motie-Tjeerd de Groot/Van Campen over protocollen en communicatie over wie verantwoordelijk is voor de vondst van besmette dieren (28807, nr. 248);
  • de motie-Ouwehand over een effectief maatregelenpakket om per direct de risico's van het vogelgriepvirus te verminderen (28807, nr. 249);
  • de motie-Ouwehand over een monitoringssysteem voor zoönosen in de varkenshouderij (28807, nr. 250);
  • de motie-Van Campen/Boswijk over bij de ontwikkeling van nieuwe natuur de risico's op zoönosen als extra afwegingskader meenemen (28807, nr. 252);
  • de motie-Beckerman over onderzoek naar de Nederlandse en Europese omvang en grootte van bushmeat en traditionele medicijnen waarin bedreigde wilde dieren zijn verwerkt (28807, nr. 253);
  • de motie-Thijssen/Bromet over de dichtheid van veehouderijen zo terugbrengen dat efficiënte overdracht van zoönotische ziektekiemen tussen bedrijven wordt verhinderd (28807, nr. 254);
  • de motie-Thijssen/Bromet over het hanteren van een minimumafstand in de gebiedsgerichte aanpak (28807, nr. 255);
  • de motie-Van der Plas over een wettelijk kader om bij het aanleggen van nieuwe natte natuur extra risico's op besmettingen te voorkomen (28807, nr. 256);
  • de motie-Van der Plas over pas overgaan tot een vaccinatieplicht als in Europees verband afspraken zijn gemaakt over de afzet van pluimveevlees (28807, nr. 257).

(Zie vergadering van 17 maart 2022.)

De voorzitter:
De motie-Ouwehand (28807, nr. 250) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ouwehand en Tjeerd de Groot.

Zij krijgt nr. 258, was nr. 250 (28807).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Tjeerd de Groot c.s. (28807, nr. 247).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tjeerd de Groot/Van Campen (28807, nr. 248).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (28807, nr. 249).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, Lid Omtzigt en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van DENK, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand/Tjeerd de Groot (28807, nr. 258, was nr. 250).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, de PVV en Groep Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fracties van BBB en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Campen/Boswijk (28807, nr. 252).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Fractie Den Haan, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD en D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman (28807, nr. 253).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, BBB, de PVV en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van JA21 en FVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Thijssen/Bromet (28807, nr. 254).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Thijssen/Bromet (28807, nr. 255).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, DENK, de PvdA, de PvdD en Fractie Den Haan voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van D66, de ChristenUnie, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (28807, nr. 256).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, JA21, BBB, de PVV, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie, de VVD, Lid Omtzigt en het CDA ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Plas (28807, nr. 257).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, Lid Omtzigt, het CDA, JA21, BBB, FVD en Groep Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, Volt, de PvdA, de PvdD, Fractie Den Haan, D66, de ChristenUnie en de PVV ertegen, zodat zij is verworpen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze stemmingen. Maar ik geef mevrouw Van der Plas van BBB nog heel even het woord. Graag nog even uw aandacht en stilte in de zaal. Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Er zijn twee moties aangenomen: bij Hoofdlijnendebat VWS de motie op stuk nr. 178 (35925-XVI).

De voorzitter:
Mag het iets stiller in de zaal?

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik praat gewoon door hoor. Daarnaast de motie op stuk nr. 257 (28807), de laatste motie. Voor beide moties zou ik graag een brief willen krijgen over hoe ze worden uitgevoerd.

De voorzitter:
De laatste is verworpen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
O! Serieus? Ik keek naar de handen van het CDA en de VVD en toen dacht ik: die is in the pocket!

De voorzitter:
Maar voor de eerste ...

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De eerste wel!

De voorzitter:
... gaan we het verzoek doorgeleiden naar het kabinet.

Daarmee zijn we het aan einde gekomen van de stemmingen. Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid hier. U heeft al veel meegemaakt vandaag. Normaal is het iets anders. Maar heel fijn dat u aanwezig was. Ik schors de vergadering voor een enkel moment en dan gaan we over tot de regeling.

De vergadering wordt van 15.47 uur tot 15.52 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aangezien alle ingeschreven sprekers zich hebben teruggetrokken, worden het tweeminutendebat Monitor Arbeidsvoorwaarden Promovendi 2019 en het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken van de agenda afgevoerd.

Ingekomen zijn de volgende beschikkingen van de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake:

  • aanwijzing van de Eerste Kamerleden Knapen en Beukering tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures van de NAVO Parlementaire Assemblee;
  • aanwijzing van de Tweede Kamerleden Knops en Van der Molen tot lid in de bestaande vacatures van de Benelux Interparlementaire Assemblee.

Ik stel voor toestemming te verlenen voor het houden van een wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag:

  • aan de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op maandag 4 april van 11.00 uur tot 18.00 uur over het leenstelsel, en op maandag 11 april van 9.30 uur tot 14.30 uur over hoger onderwijs en wetenschapsbeleid;
  • aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken op maandag 20 juni van 11.00 uur tot 17.00 uur over de Raming voor het jaar 2023;
  • aan de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid op maandag 27 juni van 10.00 uur tot 17.00 uur over de Wet uitvoering breed offensief (35394).

Ik stel aan de Kamer voor om de Oekraïense president Zelensky op donderdag 31 maart om 10.15 uur de Tweede Kamer te laten toespreken.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • het tweeminutendebat Evaluatie Wet versterking bestuurskracht (34251, nr. 96), met als eerste spreker het lid De Hoop van de PvdA;
  • het tweeminutendebat Onderzoeksrapport Eindevaluatie experiment flexstuderen (31288, nr. 947), met als eerste spreker het lid Van der Woude van de VVD;
  • het tweeminutendebat Aanvragen en ouderverklaringen in het kader van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen (35050, nr. 48), met als eerste spreker het lid Van Meenen van D66;
  • het tweeminutendebat Hoofdlijnen Defensiebeleid (CD d.d. 17/03), met als eerste spreker het lid Hammelburg van D66;
  • het tweeminutendebat Armoede- en schuldenbeleid (CD d.d. 17/03), met als eerste spreker het lid Léon de Jong van de PVV.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Klaver van GroenLinks voor zijn verzoek.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dank. In de week van 18 april zit het kabinet er 100 dagen. Ik vind het tijd om dan een 100 dagendebat te voeren. Het is altijd belangrijk om dat met kabinetten te doen — dat hebben we al vaker gedaan — maar zeker nu, omdat er heel veel zaken nog niet uitgewerkt waren in het coalitieakkoord. Er is aangegeven dat dat ergens in de komende 100 dagen zou gebeuren, dus ik verzoek de collega's graag om steun voor dit verzoek. Dat debat zou dan moeten plaatsvinden met de minister-president.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk of daar steun voor is. Mevrouw Ouwehand, Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik steun dat. De minister-president heeft zelf gezegd dat mensen zeggen: nou, laat het maar zien. Ik ga er dus ook van uit dat coalitiepartijen dit verzoek steunen.

De voorzitter:
Maar u steunt het in ieder geval.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker.

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter. We hebben van alle bewindspersonen een planningsbrief gevraagd. We hebben in alle verschillende commissies commissiedebatten over de hoofdlijnen en de uitwerking daarvan. Het lijkt ons goed dat we dat zorgvuldig doen. We vinden nú een debat met de minister-president dus niet opportuun; dan zijn we dingen dubbel aan het doen. We hebben net ook met elkaar geconstateerd dat het belangrijk is om op het plenaire schema ruimte te houden voor andere belangrijke onderwerpen, bijvoorbeeld wetgeving.

De voorzitter:
Dus geen steun?

Mevrouw Becker (VVD):
Op dit moment geen steun.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Wetgeving gaan we op woensdag doen, dus dan blijft er ruimte over. Ik denk dat het juist een heel goed idee is. Juist nu we de hoofdlijnendebatten in de commissies achter de rug hebben, is het denk ik heel verstandig om weer een algemeen debat te voeren met de minister-president.

De voorzitter:
U steunt het.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Wetgeving komt ook niet uit de lucht vallen. Die komt vaak uit afspraken in het regeerakkoord voort. Dat moet op de helling, ook gezien de situatie in de wereld. Dus: van harte steun voor dit debat.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Goed voorstel. Steun voor dit verzoek.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. We hebben volgens mij algemene debatten gehad. We willen juist graag met vakministers over de concrete plannen praten, dus: geen steun.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk ook even naar de heer Wilders, PVV.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, steun natuurlijk. Het is een hartstikke goed idee. Mocht het de coalitiepartijen helpen, dan mag het van mij ook de week na het meireces. Dan heeft de heer Rutte twee weken langer om zich voor te bereiden, maar het is prima als we het doen.

De voorzitter:
De heer Omtzigt en dan mevrouw Van der Plas, BBB.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter, steun voor dit debat. Ik zou in ieder geval een brief van de minister-president willen hebben over welke plannen hij in de afgelopen 100 dagen veranderd heeft. Want er zou ruimte zijn om te praten met de oppositie, en dan zou hij openstaan om bepaalde dingen te veranderen. Er is ook nog best veel in de wereld gebeurd, ook veel waar hij geen invloed op heeft. Dus ik zou graag de aanpassingen op het regeerakkoord zien.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik steun dit van harte.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Er worden natuurlijk hoofdlijnendebatten gevoerd. Dat maakt dat ik aarzelingen heb bij dit voorstel. Ik zou het liever in het najaar hebben, want dan heb je het wat verder weg en worden de contouren van de uitvoering wat duidelijker. Dus op dit moment geen steun.

De heer Dassen (Volt):
Steun, ook namens de collega's van DENK en Fractie Den Haan.

De heer Goudzwaard (JA21):
Steun.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Alhoewel ik het mooi vind dat de heer Klaver de dagen van het kabinet-Rutte telt — dat is toch altijd iets kostbaars — steunen wij dit verzoek niet.

De heer Bontenbal (CDA):
Geen steun. We zijn nog druk bezig met al die hoofdlijnendebatten, en die zijn hartstikke goed. Geen steun voor dit voorstel.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid voor uw verzoek, maar we zullen wel het stenogram doorgeleiden.

De heer Klaver (GroenLinks):
Allereerst ... Het is bijzonder om dit mee te maken. De hoofdlijnendebatten met alle verschillende bewindspersonen gaan er juist om een totaalbeeld te krijgen. Ik zou graag voor die week van 18 april een brief ontvangen van de minister-president waarin wordt ingegaan op alle toezeggingen die zijn gedaan bij de regeringsverklaring over alles wat in de eerste 100 dagen uitgewerkt zou worden en welke consequenties dat heeft voor het verdere beleid. Bij een volgende regeling zal ik hier weer op terugkomen. Dat de coalitie dit tegenhoudt, vind ik echt alle perken te buiten gaan. Dus ik blijf dit verzoek de komende weken gewoon doen. Ik kijk ernaar uit.

De voorzitter:
Wij zullen uw verzoek om informatie in ieder geval doorgeleiden naar het kabinet.

Dan geef ik het woord aan de heer Markuszower van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):
Voorzitter. Er komen massa's en massa's asielzoekers naar Nederland toe en tegelijkertijd hebben we een staatssecretaris die weigert al die nepvluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten ons land uit te zetten. Graag een debat, want Nederland gaat natuurlijk helemaal kapot zo.

De heer Kuzu (DENK):
Ik nodig de heer Markuszower graag uit voor het commissiedebat over de JBZ-Raad, morgenochtend om 10.00 uur. Dan kunnen we het hier uitgebreid over hebben. Voor nu geen steun, ook namens collega Den Haan.

Mevrouw Podt (D66):
De intro was niet helemaal de mijne, maar ik kan wel steun geven aan dit debat. Er staat ook een technische briefing over dit onderwerp geagendeerd. Het lijkt me wel goed als we dat een beetje in samenhang doen.

De heer Van Nispen (SP):
Geen steun. Er is morgen een commissiedebat.

De heer Brekelmans (VVD):
Daar sluit ik me bij aan. Geen steun. Morgen is er een commissiedebat.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
De heer Markuszower heeft inderdaad altijd een wonderlijke introductie, maar ik steun het debat wel, want deze opvang gaat ook echt wel gevolgen hebben op de langere termijn. Ik denk dat het goed is dat we daar een debat over voeren.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Het lijkt me een goede zaak om hier een debat over te hebben. Dat hoeft niet helemaal op korte termijn, maar zo in de loop van april graag wel.

De voorzitter:
Steun.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter, geen steun. Dit kan in het commissiedebat nog deze week. Dan is de heer Markuszower op z'n allersnelst bediend.

De heer Bontenbal (CDA):
Geen steun. Dit kan morgen.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Steun voor dit verzoek.

De heer Dassen (Volt):
Geen steun.

De heer Goudzwaard (JA21):
Steun.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):
Maar wel 30 leden, dacht ik, voorzitter.

De voorzitter:
Ja.

De heer Markuszower (PVV):
Dus als ik het op de lijst zou mogen zetten?

De voorzitter:
Dat gaan we doen.

De heer Markuszower (PVV):
Misschien kunt u in uw achterhoofd houden dat er al heel veel debatverzoeken over dit onderwerp zijn geweest. Als u het dus snel kunt inplannen, ben ik u zeer erkentelijk.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan geef ik het woord aan uw collega, de heer Kops.

De heer Kops (PVV):
Voorzitter. Terwijl de mensen thuis de torenhoge energierekening niet meer kunnen betalen, is het kabinet van plan om de hoeveelheid windenergie op zee te verdubbelen. De Noordzee wordt dus zo'n beetje volgeplempt met afgrijselijke windturbines. Die zijn onbetrouwbaar, funest voor de visserij en funest voor het zeeleven. Dat moeten we niet doen. Daarom graag een debat met de minister voor Klimaat en Energie.

De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Boulakjar (D66):
Dit is een belangrijk thema. Volgende week staat er een commissiedebat Klimaat en energie. Daar past dit prima bij, dus geen steun.

De heer Bontenbal (CDA):
Er is vanavond een commissiedebat. Er is donderdagavond een commissiedebat. Er is volgende week donderdag een commissiedebat. Het zal vast in een van die debatten een plek kunnen krijgen.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Het kan inderdaad in het commissiedebat. Geen steun, ook namens de collega van DENK.

De heer Erkens (VVD):
Dit kan in het commissiedebat. Geen steun.

De heer Van Nispen (SP):
Eens dat het in het commissiedebat kan.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sluit mij aan bij de voorgaande sprekers.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Geen steun.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Er zijn inderdaad voldoende commissiedebatten om dit te doen. Geen steun.

De heer Goudzwaard (JA21):
Steun voor dit debat.

De heer Dassen (Volt):
Geen steun.

De heer Bisschop (SGP):
Het lijkt me goed om dat met een commissiedebat te combineren.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Steun.

De voorzitter:
Er is geen steun voor uw verzoek.

De heer Kops (PVV):
Dat is duidelijk.

De voorzitter:
Dan geef ik het stokje weer door aan uw andere collega, mevrouw Agema van de PVV, voor twee verzoeken.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Op 18 december lagen er 2.345 coronapatiënten in het ziekenhuis. Dat was toen reden voor een harde lockdown. Nu loopt het weer op. We zitten op 2.017 coronapatiënten in het ziekenhuis. Natuurlijk ga ik nu niet oproepen tot een panieklockdown. Gelukkig ligt dat achter ons. Maar tegelijk met het aantal patiënten dat oploopt, neemt ook de reguliere zorg weer af. Daar heb ik wel heel veel zorgen om. Vorige week bleek al dat een kwart van de ziekenhuizen nog niet op volle kracht terug is. Ik zou daar graag een debat over willen voeren. Ook hebben ruim 5 miljoen Nederlanders hun boosterprik niet gehaald. De minister heeft het DCC, de digitale reispas, verlengd. Ook daar gaan de komende weken enorme problemen ontstaan, met Nederlanders die op vakantie willen.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter. We hebben twee weken geleden in de procedurevergadering met elkaar afgesproken dat we de coronadebatten in commissies laten plaatsvinden. We hebben morgen een procedurevergadering, dus laten we morgen kijken wanneer we dit debat in een commissiedebat kunnen laten plaatsvinden.

De voorzitter:
Geen steun.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. We hebben inderdaad afgesproken dat we zo veel mogelijk coronadebatten in commissieverband doen, maar dat moet niet een reden zijn dat we het hier in deze zaal niet meer over onderwerpen en over corona kunnen hebben. Dus wat mij betreft steun. Als dat eerder in een commissiezaal kan, dan is dat ook prima, maar het lijkt me goed om wel op korte termijn weer een debat over dit onderwerp te hebben.

De voorzitter:
Steun dus.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik sluit me helemaal aan bij mevrouw Westerveld. Steun voor het verzoek.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Geen steun. We kunnen morgen bij de procedurevergadering kijken wanneer een notaoverleg gepland kan worden.

De heer Goudzwaard (JA21):
Steun voor dit debat.

De heer Bisschop (SGP):
Het lijkt mij dat dit in de procedurevergadering uitstekend afgekaart kan worden.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Terecht dat mevrouw Agema hier enige urgentie naar voren brengt, maar wij hebben daar dus wel in de procedurevergadering eerder over gesproken en ik zou daar morgen concrete afspraken over willen maken. Dus geen steun.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik sluit me aan bij mevrouw Westerveld.

De heer Dassen (Volt):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik sluit me ook aan bij de verklaring van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dan sluit ik me aan bij collega Bisschop.

De voorzitter:
Meneer van Nispen, waar sluit u zich bij aan?

De heer Van Nispen (SP):
Dan ook bij mevrouw Westerveld, als u het zo stelt. Dus steun, tenzij er morgen in de procedurevergadering tot een ander debat wordt besloten.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek. Sorry, mevrouw Den Haan nog.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Steun, ook namens DENK.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

Mevrouw Agema (PVV):
Nee, dan zien we het wel.

De voorzitter:
Uw tweede verzoek, mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Het tweede verzoek gaat over de woonruimte voor ouderen, de ouderenhuisvesting. We hebben tot 2040 zo'n 164.000 nieuwe ouderenwoningen nodig. In verkiezingstijd heeft de voormalige minister van VWS daar nog een bestuurlijk akkoord over gesloten met de gemeentes. Nu las ik dat de huidige minister dat weer overboord wil gooien. Dat is problematisch. De huisvesting voor ouderen is een enorm probleem. Omdat wij hier in verkiezingstijd een prachtig debat over hebben gehad met de vorige minister, zou ik daar nu graag weer een debat over willen voeren.

De voorzitter:
Ik kijk of daar steun voor is.

De heer Van Nispen (SP):
Dat debat willen wij ook hebben. Steun.

De voorzitter:
Dus steun.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Op 21 april hebben we hier een commissiedebat over gepland staan. Daar zouden wij het graag bij willen betrekken.

De voorzitter:
Dus geen steun.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik sluit me graag aan bij m'n voorganger.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Steun. Ook namens de PvdA.

De heer Goudzwaard (JA21):
Steun, ook namens BBB.

De heer Kuzu (DENK):
Steun namens DENK, maar ook namens de Fractie Den Haan.

Mevrouw Sahla (D66):
Ik sluit me aan bij mevrouw Van den Berg van het CDA.

De heer Dassen (Volt):
Steun.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Geen steun; dit kan bij het commissiedebat.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Als er een commissiedebat staat, dan snap ik niet goed waarom er een apart debat voor wordt gevraagd. Dus geen steun.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Steun, voorzitter.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Het debat van 21 april is mij ontgaan, zeg ik in de richting van de heer Bisschop. Mijn ervaring leert mij wel dat, iedere keer als ik hier sta en er wordt verwezen naar een debat dat op de rol staat, de onderwerpen die ik hier probeer te agenderen daar niet aan bod komen. Daaronder is ook het debat over agressie in de ziekenhuizen, dat nu alsnog plenair geagendeerd gaat worden. Dus excuses als er wel een debat over wonen en ouderenhuisvesting staat gepland op 21 april. Dan heb ik dat gemist.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan de heer Tjeerd de Groot, D66.

De heer Tjeerd de Groot (D66):
Voorzitter. Het is vandaag Wereldwaterdag en we hebben net bij het vragenuur gemerkt dat het kabinet in ieder geval wel plannen heeft, maar dat die zeer kwetsbaar zijn in de uitvoering, met de potentie dat het land in 2027 weer op slot gaat. Daarom vraag ik namens D66 een debat aan om zo snel mogelijk na het meireces hierover met elkaar van gedachten te wisselen.

De heer Bontenbal (CDA):
Steun, want hierover is geen commissiedebat gepland. Dus wij steunen dit plenaire debat.

De heer Minhas (VVD):
Geen steun. We hebben een commissiedebat Water. Dat staat in juni gepland, maar we hebben morgen een procedurevergadering en dan kunnen we voorstellen om dat debat te vervroegen.

De heer Madlener (PVV):
Geen steun. Het commissiedebat staat gepland.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Steun, voorzitter. Ik wil daar wel bij vragen of richting de regering ook kan worden gevraagd om de minister van LNV en de twee bewindspersonen van IenW bij het debat uit te nodigen, want het lijkt me terecht om dit debat te voeren met iedereen die daarbij betrokken is, in ieder geval met minimaal deze drie bewindspersonen.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Zojuist is dit bij de mondelinge vragen ook aan de orde geweest. Dat lijkt me op dit moment even voldoende en het thema kunnen we uitstekend aan het eerstvolgende commissiedebat koppelen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Geen steun. Gewoon in de commissie.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Steun namens ons en de PvdA.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, geen steun, ook namens de Fractie Den Haan. Dit kan uitstekend bij een commissiedebat over water.

De heer Dassen (Volt):
Steun.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Geen steun. Het kan bij het commissiedebat.

De heer Van Nispen (SP):
Daar sluit ik me bij aan.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid voor uw verzoek, meneer De Groot.

Ik geef het stokje over aan mevrouw Westerveld van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Dank, voorzitter. Ik stond hier vorige week ook om een debat aan te vragen over de situatie in de jeugdzorg, omdat het niet goed gaat en de gesprekken over de hervormingsagenda stilliggen. Toen werd er vanuit een aantal coalitiepartijen gezegd: laten we wachten op een brief. Die brief is gekomen. Die hebben we afgelopen vrijdag gezien. Ik zou hier dus graag opnieuw een aanvraag doen voor een debat met de staatssecretaris van VWS over de situatie in de jeugdzorg. Dat moet er ook over gaan dat de gesprekken over de hervormingsagenda op dit moment stilliggen.

De heer Van Nispen (SP):
Opnieuw steun van de SP voor dit verzoek.

De heer Raemakers (D66):
Mevrouw Westerveld heeft ook een verzoek gedaan tot een commissiedebat via de commissie voor VWS. Wij hebben de voorkeur om het via de commissie op te pakken. Dat gaat sneller. Geen steun dus voor een plenair debat.

De heer Van Houwelingen (FVD):
Het is een uitstekend voorstel. Wij krijgen ook veel verontrustende signalen uit de jeugdzorg, dus van harte steun.

De heer De Neef (VVD):
Geen steun voor een plenair debat, maar in de lijn van de heer Raemakers willen we wel snel een commissiedebat.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Van harte steun.

De heer Goudzwaard (JA21):
Steun voor dit debat.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, als u dit op afstand een beetje volgt, dan ziet u dat complete rampen zich hier voltrekken. Ik denk dat het goed is om daar op korte termijn een debat over te hebben. Steun.

De heer Peters (CDA):
Op korte termijn: ja. Via de commissie: ook ja.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Ik sluit mij van harte aan bij de woorden van collega Bisschop, dus steun voor dit debat, ook namens DENK.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Voorzitter. Om dit debat snel te hebben, willen wij het juist in de commissie. Dus geen steun voor dit verzoek, maar wel voor een debat.

Mevrouw Maeijer (PVV):
Ook van de PVV van harte steun voor een debat.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Bikker. In ieder geval geen steun voor een debat, maar wel via de commissie? Ja. Dan heb ik u goed begrepen. De heer Dassen van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Steun voor het verzoek.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Steun voor het verzoek.

De heer Nijboer (PvdA):
Steun van de PvdA en de heer Omtzigt.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter, ik wil graag nog één opmerking maken, want …

De voorzitter:
Ja, misschien moet ik even concluderen dat er geen meerderheid voor uw verzoek is. Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Excuses. Dat had ik zelf ook geconcludeerd; vandaar mijn opmerking. Ik héb namelijk vorige week in de commissie gevraagd of er een commissiedebat gepland kon worden. Daar was toen vanuit dezelfde coalitiepartijen geen steun voor. Daarom vind ik het wat vervelend om hier te moeten staan en hier dan wel naar commissies verwezen te worden. Het is immers zo'n ontzettend belangrijk onderwerp.

De voorzitter:
Ik denk dat er nu misschien wel steun is via de commissie, als ik de geluiden zo beluister.

Dan geef ik het woord aan de heer Brekelmans van de VVD.

De heer Brekelmans (VVD):
Volgende week donderdag spreekt president Zelensky ons parlement toe. Dat is een unieke gebeurtenis. Het gaat om een land dat in oorlog is, dat letterlijk onder vuur ligt, en een president die bereid is om ons als parlement toe te spreken. Ik denk dat dat een unieke gebeurtenis is en dat het goed is als wij als parlement die woorden in ontvangst nemen. Mijn voorstel is om dat te doen via een kort debat waarin iedere partij de mogelijkheid heeft om twee minuten te spreken, waarna het aan minister Hoekstra is om daar een reactie op te geven. Ik dien dit verzoek niet alleen namens mijzelf in, maar met brede steun van de Kamer, dus ook namens de partijen D66, PVV, CDA, PvdA, SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren, ChristenUnie, DENK, Groep Van Haga, JA21, SGP, Volt, BBB, BIJ1, Fractie Den Haan en het lid Omtzigt.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we dat op die manier organiseren. Ik dank u wel.

Dan geef ik het woord aan de heer Omtzigt voor zijn verzoek. Gaat uw gang.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. Ik zou hierop wel willen vragen om even een kwartier of twintig minuten te schorsen na wat de heer Zelensky gezegd heeft, want ik vermoed dat hij nogal wat voorstellen zal doen waar we even over na moeten denken voordat we onmiddellijk in debat gaan.

De voorzitter:
Ik zeg u maar dat ik daar al rekening mee hield. Dat gaan we dus op die manier organiseren.

Uw verzoek, meneer Omtzigt.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Dank u wel, voorzitter. We hebben deze week een debat over de Europese top en over de NAVO-top. België heeft al meer dan 10 miljard euro aan tegoeden bevroren naar aanleiding van de sancties. Volgens de brief van vanmorgen is het in Nederland 0,4 miljard. Een gedeelte van de bedrijven moet zelfs delen van het vermogen bevriezen, lazen wij in de brief. Dit is een zeer wonderlijke gang van zaken. Ik zou vóór het debat graag een update willen hebben, en willen weten waarom maar 0,5% van het vermeende vermogen van 80 miljard — dat gaat in de pers rond — bevroren is en hoe bedrijven hun eigen tegoeden moeten bevriezen.

Als tweede verzoek zou ik ook willen dat er in de brief wordt ingegaan op de motie die drie weken geleden is aangenomen, om de bevroren tegoeden in te kunnen zetten voor een trust fund dat eventueel klaar is voor de wederopbouw van Oekraïne. Andere regeringsleiders, van Italië en Frankrijk, hebben er ook op gehint dat ze dat zien zitten. Dus ik zou graag voor de Europese top willen weten hoe die plannen zijn en hoe die motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Dank u wel. Wij zullen dit doorgeleiden naar het kabinet.

Dan geef ik het woord aan mevrouw Van den Berg van het CDA voor een vooraankondiging.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, een vooraankondiging voor een tweeminutendebat deze week, inclusief stemmingen, over de EU-Gezondheidsraad, uiteraard in afwachting van de antwoorden van de minister.

De voorzitter:
Ik denk niet dat daar bezwaar tegen is. Dan gaan we dat op die manier organiseren. Mevrouw Agema, PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Voor de Handelingen, voorzitter: er staat op 21 april dus geen debat geagendeerd in de commissie VWS over de ouderenhuisvesting. Dit kunstje wordt me nu iedere keer geflikt. Er staat een debat gepland over gehandicaptenbeleid, verpleeghuiszorg en Wlz. Dat gaat over de zorg in de verpleeghuizen. Dit gebeurt echt iedere keer bij de regeling.

De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt. Dan schors ik de vergadering tot 16.30 uur. Dan gaan we van start met het debat over de ontwikkeling van de koopkracht en de stijgende energieprijzen.

De vergadering wordt van 16.15 uur tot 16.31 uur geschorst.

Ontwikkeling koopkracht en stijgende energieprijzen

Ontwikkeling koopkracht en stijgende energieprijzen

Aan de orde is het debat over de ontwikkeling van de koopkracht en de stijgende energieprijzen.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de ontwikkeling van de koopkracht en de stijgende energieprijzen. Ik heet de drie bewindspersonen van harte welkom in vak-K: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Financiën en de staatssecretaris van Financiën. Ik heet ook de Kamerleden van harte welkom, evenals de mensen op de publieke tribune en de mensen die op een andere manier het debat volgen. We hebben met elkaar afgesproken dat we vandaag de eerste termijn van de Kamer doen. Morgen doen we de rest van het debat. Ik wil met de leden vier vragen en/of opmerkingen onderling afspreken voor vandaag. Een interruptie is kort en krachtig.

Ik geef allereerst het woord aan de heer Klaver van GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dank. Tijdens de politieke beschouwingen dit najaar citeerde ik Édouard Louis, die, zo zeg ik vrij naar zijn woorden, schetst dat als je veel geld hebt en als je het goed voor elkaar hebt, dat politiek iets zegt over je identiteit, over wie je bent en waar je voor staat in het leven. Maar als je het zwaar hebt, als je het moeilijk hebt, als je geen baan hebt of als je wel een baan hebt, maar het minste verdient van iedereen in Nederland of in jouw land, dan doet het ertoe welke keuzes de politiek maakt. Dat is precies waar het vandaag voor mij over gaat. Niet een debatje over €50 meer aan de ene kant of €100 minder aan de andere kant. De vraag die we ons met elkaar moeten stellen, is: doen we er alles aan om de mensen die de prijsstijgingen die we zien, zoals die van de energieprijzen en de boodschappenprijzen, er niet bij kunnen hebben, te helpen? Het harde antwoord op die vraag is: nee, we doen niet alles om hen te helpen; we laten hen vallen. Dat is hard, maar dat is wel de keuze die dit kabinet heeft gemaakt. Ik vind dat dat aanpassing behoeft.

Voorzitter. In de plannen van het kabinet wordt nog gerekend met cijfers uit januari, waarbij bij een standaardenergieverbruik, een gemiddeld energieverbruik, wordt uitgegaan van een energierekening die €100 hoger ligt dan een jaar eerder. Ook in alle brieven die we krijgen, wordt daarnaar verwezen. Maar als je vandaag naar de website van een willekeurige energieaanbieder gaat, dan zie je dat het maandbedrag nu €423 is. De prijzen zijn veel harder doorgestegen. De politiek is bezig met tekentafelpolitiek: we pinnen ons vast op cijfers die allang niet meer de waarheid zijn. Dat is precies de reden waarom GroenLinks heeft voorgesteld om de prijzen te bevriezen. Want als je de prijzen niet bevriest, ben je problemen vooruit aan het schuiven: dan kun je er nu wat geld bij doen, maar dan heb je volgende maand weer een groter probleem. Daarom nogmaals de oproep: bevries de prijzen.

Zorg ervoor dat niet alleen de mensen met de allerlaagste inkomens, dus de mensen met een uitkering, worden geholpen. De regeling die nu is opgetuigd, geldt voor mensen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Dat kunnen gemeenten nog met 10% opplussen. Maar heel veel mensen vallen daarbuiten. Gisteren stelde ik op Instagram aan mensen de vraag: kan je iets vertellen over jouw situatie, kom je in de problemen of juist niet? Binnen een uur had ik honderden reacties, bijvoorbeeld: ik werk in de thuiszorg en mijn partner werkt in de bouw; wij verdienen net te veel om bij de gemeente te kunnen aankloppen, maar we komen gewoon niet meer rond. Voor deze mensen gebeurt nu veel te weinig. Hier is extra actie nodig. Is het kabinet bereid om nogmaals te kijken of er via de zorgtoeslag iets kan worden gedaan? Het kabinet heeft de ambitie om de ongelijkheid, de armoede, onder kinderen aan te pakken. Is er gekeken op welke wijze we wat kunnen bijplussen bij het kindgebonden budget, desnoods bij de kinderbijslag?

Voorzitter. Er moet meer gebeuren. Dat geldt ook voor huizen. De mensen die het meest in de problemen komen, zijn de mensen die huurhuizen hebben waarvan de kwaliteit te laag is. Die mensen hebben geen enkele mogelijkheid om hun huis te verduurzamen, geen enkele. Welke concrete plannen van het kabinet liggen er nu om ervoor te zorgen dat huisbazen kunnen worden gedwongen tot een huurkorting op het moment dat ze niet tot verduurzaming overgaan? Dat is een hele directe manier om ervoor te zorgen dat deze mensen hun rekening kunnen blijven betalen.

Tot slot, voorzitter. Ik hoop op een open debat en een wat meer open houding van de coalitie. Tot nu toe beperkt het zich vooral, zag ik online, tot reacties op de voorstellen die mijn fractie heeft gedaan: er wordt geprobeerd om die allemaal met de grond gelijk te maken. Laten we hier het debat met elkaar hebben. Ik zou willen zeggen: stop met het controleren van de oppositie en de voorstellen die zij doet en begin eens met je echte werk, met het controleren van de regering. Als je eerlijk bent, dan zie je dat de plannen die deze regering presenteert te weinig zijn om echt iets te doen om de middengroepen in Nederland te helpen. Ik hoop dat de oppositie en de coalitie vandaag de handen ineen kunnen slaan om ervoor te zorgen dat we een extra stap zetten en dat ik hier niet opnieuw een uitleg krijg van coalitiepartners over wat het kabinet heeft bedoeld. Ik hoop dat jullie je beperken tot jullie taak als volksvertegenwoordiger: doen wat Nederland nodig heeft.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Jansen van Forum voor Democratie.

De heer Jansen (FVD):
De heer Klaver doet een oproep aan de hele oppositie en de coalitie, maar doet hij ook een oproep aan zichzelf? Het is niet zo dat deze prijzen ineens uit de lucht zijn komen vallen. Het is niet zo dat de energierekening niet al jaren aan het stijgen was. Het grote probleem met de energierekening is de gasprijs. Ik heb laatst een motie ingediend om de gasbelasting te verlagen, net als de stroombelasting, die wel verlaagd is. Is de heer Klaver bereid om daar de volgende keer voor te stemmen?

De heer Klaver (GroenLinks):
Nee, want dat is niet nodig. De kortingen die er nu al zijn, hebben het meeste effect op de laagste inkomens, omdat we de belastingvrije voet hebben verhoogd. Er zijn andere manieren om mensen te compenseren. Dus wat dit voorstel betreft: daar was ik niet voor en daar ben ik nog steeds niet voor.

De heer Jansen (FVD):
Maar het grootste probleem met de energierekening is dat de gasprijs nu ontzettend hoog is. Die is in het afgelopen jaar gewoon vervijfvoudigd à vertienvoudigd. We kunnen nu heel acuut verlichting geven voor heel veel mensen. 32% van de huishoudens zit aan het gas. Ik snap niet hoe u dat niet kunt zien. Hoe kunt u zichzelf niet aanrekenen dat het klimaatbeleid van de afgelopen tien jaar hier direct toe heeft geleid?

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik snap niet dat u hier met droge ogen …

De voorzitter:
Graag via de voorzitter. Dat geldt voor u allebei.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik snap niet dat de heer Jansen hier met droge ogen staat te beweren dat dit met klimaatbeleid te maken zou hebben. Ik zal het nog sterker vertellen. Als we de afgelopen jaren echt werk hadden gemaakt van klimaatbeleid, als we er echt voor hadden gezorgd dat al die pandjesbazen en alle woningbouwcorporaties hun huizen gewoon fatsoenlijk hadden verduurzaamd, dan waren die rekeningen niet geëxplodeerd. Dus hadden we maar iets gedaan aan klimaatbeleid. Dan waren we niet zo afhankelijk geweest van Poetin. Het probleem is juist dat we veel te weinig hebben gedaan, waardoor we afhankelijk zijn van Poetin en waardoor huishoudens veel te veel energie verbruiken. Dat is het grote probleem.

Dan de vraag: hoe kan je op korte termijn zorgen dat de prijzen betaalbaar blijven? We kunnen een paar stappen zetten. Eén: bevries nu de prijzen. Twee: zorg ervoor dat de mensen die dat het hardst nodig hebben, extra worden geholpen. Dat is dus niet alleen €800 voor mensen met een uitkering, maar dat zijn juist de werkenden die aan de onderkant van het loongebouw zitten. Probeer die nou zo gericht mogelijk te helpen. Dat is de manier om nu vooruit te gaan.

De heer Jansen (FVD):
Ik weet niet wat ik hoor. Natuurlijk is dit het gevolg van klimaatbeleid.

De heer Klaver (GroenLinks):
U wil het niet horen.

De heer Jansen (FVD):
Uw partij loopt voorop in het sluiten van het Groninger gasveld, allemaal met klimaat, met een beroep daarop en al die dingen. Ik wijs op het hele idee van die gasbelasting. We gaan nu de energierekening compenseren via de stroom. Waarom wordt de gasbelasting niet verlaagd? Dat is omdat er nu sprake is van een gedwongen energietransitie. Dat is waar uw partij voor is. Dat is wat er in het klimaatakkoord is opgeschreven. Natuurlijk is dit klimaatbeleid. We moeten die gasbelasting verlagen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Eén ding. Ik hoop dat mensen in Groningen meeluisteren. We willen niet stoppen met het oppompen van gas uit Groningen vanwege het klimaat. Dat is niet waarom zo'n beetje het hele parlement daarvoor is. We doen dat omdat de risico's voor Groningen zo ontzettend groot zijn. Daarom willen we daar versneld vanaf. Dat is wat er aan de hand is. Gas is een prima transitiebrandstof voor de komende jaren, maar we hebben met elkaar gezegd: we gaan dat niet met Gronings gas doen. Ik wil het niet op mijn geweten hebben dat mensen daar in onveiligheid moeten leven. Forum voor Democratie denkt daar heel anders over. Die denkt: pomp het daar maar op en geef mensen maar geld, dan kopen we het wel af. Niet alles in het leven is af te kopen, meneer Jansen. Mensen wonen daar al generaties lang. De impact die de onveiligheid van de situatie in Groningen heeft, is ontzettend groot. Ik vind niet dat we daar moeten gaan oppompen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik het woord aan de heer Nijboer van de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Het koopkrachtreparatieplan van het kabinet zou ik willen typeren als voor sommige mensen te veel en voor veel mensen te weinig. De btw- en de accijnsverlagingen komen gemiddeld genomen terecht bij de mensen die de hoogste inkomens hebben, terwijl de mensen die heel moeilijk rondkomen, te weinig compensatie krijgen en gewoon niet rondkomen aan het eind van de maand. En die groep is groot. Die bestaat niet alleen maar uit mensen met een uitkering of mensen die rond het minimum leven. Ik liep hier net even voor een kopje koffie naar het restaurant. Toen zei iemand: mijn energierekening is van €150 naar €320 in de maand gegaan. Dat was een energierekening van een gezin met twee kinderen. Dat is gewoon niet op te brengen als je elke maand net rond kunt komen. Dat zijn mensen die een mooie baan hebben, die belangrijk werk doen, en die komen aan het eind van de maand niet rond.

Dat is natuurlijk deels te wijten aan de enorm oplopende inflatie, dat is deels te wijten aan de crisis in Oekraïne, maar het is ook een gevolg van de verwaarlozing van het koopkrachtbeleid in het regeerakkoord. Door niet te kiezen voor een herziening van het belastingstelsel, voor het vragen van een bijdrage van de meest vermogenden en de bedrijven en voor het mee laten stijgen van de koopkracht met de verwachte economische groei in die tijd, stond iedereen al op de nullijn en zakt iedereen nu door de bodem. Ik vind dus dat het kabinet Oekraïne niet als het enige excuus kan gebruiken voor de rampzalige koopkrachtplaatjes. Natuurlijk is de situatie door Oekraïne verergerd, maar het was al beroerd.

Voorzitter. Ik wil weten waarom op de volgende vier terreinen geen maatregelen zijn genomen. Een van de grootste problemen betreft de huurders, en dan zeker huurders in een tochtige huurwoning. Je kunt namelijk geen kant op. Je zit aan die verhuurder vast en je kunt ook niet naar een ander huis. Waarom wordt er niet gekozen voor verplichte huurverlaging voor huurders die in een heel tochtig huis wonen? We hebben de labels F, G, E. Je kunt misschien nog €200 voor G en €100 voor een ander label geven. Daar kun je allemaal tariefstaffels voor bedenken. Waarom is daar niet voor gekozen? Dat merken mensen direct. Waarom geen huurbevriezing voor de grote groep huurders die er zo op achteruit dreigt te gaan? Waarom geen verhoging van de huurtoeslag, wat ook kan? Het zijn toch de mensen met de lagere middeninkomens die huurtoeslag ontvangen en die in huurhuizen zitten die al jaren achterop blijven?

Voorzitter. Ten aanzien van vervoer wordt gekozen voor accijnsverlaging. Dat kan snel, dat snap ik, maar waarom niet gekozen om de fiscale ruimte voor de reiskostenvergoeding te vergroten? Dat is nu €0,19 per kilometer, dat kunnen werkgevers betalen en dat zijn werknemers die soms 50, 60 kilometer voor hun werk moeten reizen, soms nog meer. Het hakt er gewoon in als je dat elke dag moet doen. Waarom niet voor die gerichte maatregel gekozen? Waarom niet een voorbeeld genomen aan Nieuw-Zeeland, waar ze het openbaar vervoer fors aantrekkelijker hebben gemaakt? Dat stimuleert ook nog duurzaam reizen. Daar hebben ze de prijzen gehalveerd. Wat mij betreft mag het kabinet dat ook met 20% aantrekkelijker maken. Waarom niet zo'n maatregel genomen?

Voorzitter. Waarom is niet de minimumloonverhoging naar voren gehaald en verder verhoogd? Dat zou juist bij de mensen die het minste omhanden hebben toch zoden aan de dijk zetten, en het kabinet was het toch al van plan. Het kabinet was al van plan om 150 miljoen uit te trekken voor energiebesparende maatregelen. Ik vind het op zichzelf verstandig dat dit naar voren is gehaald. Maar ja, voor 150 miljoen op hoeveel miljoen inwoners hebben we, 17 miljoen inmiddels, kun je een keer drie ledlampjes per huis kopen. Dat zet natuurlijk geen zoden aan de dijk. Dat is geen grootscheeps programma waardoor de energielasten betaalbaar blijven. Waarom daar niet voor gekozen?

Voorzitter, tot slot. Ik ben ook nog financieel woordvoerder, zo u weet. Ik vond eerlijk gezegd geen touw meer vast te knopen aan het begrotingsbeleid. Een maand geleden stonden we hier bij de Startnota. Toen zei minister Kaag: u ziet het wel bij de Voorjaarsnota. Toen zei meneer Stoffer van de SGP al: dan kunnen we wel naar huis gaan; waar zijn we hier mee bezig? Bij WNL zei de minister: accijnzen kunnen niet. Maar de vrijdag daarna, een paar dagen later, krijgen we in één keer een accijnsverlaging, en dan krijgen we wel of geen wet bij 2,8 miljard verbouwing. Het is ons nog steeds niet duidelijk. Het budgetrecht van de Kamer dient ook gewoon gestand te worden gedaan. Dus ik verwacht daar wetgeving voor en ik verwacht ook over die wetten een debat.

De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van de heer Alkaya, SP.

De heer Alkaya (SP):
De heer Nijboer geeft een heel aantal alternatieven die gewoon goed klinken. Daar had ik ook graag over gedebatteerd. De heer Klaver gaf net heel duidelijk aan: terug naar de tekentafel; dit plan, dat het kabinet nu presenteert, moet aangepast worden. Dat hoor ik de heer Nijboer niet zeggen. Laat hij dat dan in het midden, is hij het daarmee eens of zegt hij: dit moet er allemaal bij; al die alternatieven die ik nu heb opgenoemd, zouden erbij moeten komen?

De heer Nijboer (PvdA):
Ik vind dit onvoldoende. Dus ik ben ontevreden met het huidige pakket.

De heer Alkaya (SP):
Dat snap ik. Ik zal straks in mijn eigen inbreng ook het belang benadrukken voor heel veel mensen dat dit snel gebeurt. In heel veel landen zijn er al belastingverlagingen doorgevoerd en heel veel mensen vragen zich af waarom het in Nederland altijd zo lang duurt. Dus als de heer Nijboer zegt "dit is onvoldoende", dan zegt hij: de maatregelen die ik voorstel moeten erbij komen. Wat het kabinet nu voorstelt snap ik, maar er moet meer gebeuren.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik hoop dat het kabinet — dat ben ik zeer met de heer Klaver eens — uiteindelijk ook luistert naar goede suggesties vanuit de oppositie. De heer Klaver heeft er een aantal gedaan, ik heb zelf op een viertal terreinen suggesties gedaan. Ik zal het toetsen op twee dingen. Eén. Komt het terecht bij de meest kwetsbare huishoudens, bij mensen die de meeste problemen hebben? En twee. Krijgen de middeninkomens een compensatie? Want het zijn niet alleen maar de mensen met een uitkering die het niet redden. Het zijn ook heel veel middeninkomens. Daar zal ik het op toetsen. Als ik dat toets van het kabinet, krijgt het van mij daarop een onvoldoende.

De voorzitter:
Dank u wel. Een interruptie van de heer Grinwis, ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ik ben het eens met de heer Nijboer dat er gewoon keurig nette wetswijzigingen aan de Kamer moeten worden voorgelegd en dat de Kamer moet worden geëerd in zijn budgetrecht. Maar begrijp ik het goed dat de heer Nijboer zegt: dan moet de accijnsverlaging die nu per 1 april op de rol staat en die in eerste instantie met een beleidsbesluit wordt doorgevoerd niet worden doorgevoerd, omdat we eerst gewoon keurig een wet moeten behandelen? En dus moeten automobilisten wachten tot 1 juli?

De heer Nijboer (PvdA):
Nou, ik had hier eigenlijk die wet wel verwacht. Het is niet zo dat er een maand geleden, toen wij hier het debat over de Startnota hadden, geen collega's waren … Ik was er niet, want ik had andere maatregelen die ik propageerde, maar de PVV bijvoorbeeld was voor accijnsverlaging. Toen verwees minister Kaag naar de Voorjaarsnota en zeiden wij: dat duurt veel te lang; kijk nou uit. Dat had hier allang moeten liggen. Dat is mijn kritiekpunt op het kabinet. Als je in de begroting zoveel honderden miljoenen verbouwt zonder het parlement daarmee in te laten stemmen, dan had deze maatregel — het is een relatief eenvoudige maatregel — hier vandaag gewoon moeten liggen, vind ik. Dan hadden we daar vandaag over kunnen debatteren en wat mij betreft ook direct kunnen stemmen, want ik ben helemaal niet van de vertragingstactieken. De Eerste Kamer kan ook snel. Dan was het ordentelijk geregeld geweest. Dat had mijn voorkeur gehad.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Nijboer. Dan geef ik het woord aan de heer Alkaya, SP.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter. Oorlog kent nooit winnaars, alleen maar verliezers. Helaas. De verschrikkelijke oorlog in Oekraïne is daarop geen uitzondering. Miljoenen mensen zijn op de vlucht voor hun leven. Hoewel de economische consequenties van deze oorlog in ons land schril afsteken bij het leed van de Oekraïners, kunnen ook die indirecte gevolgen pijn doen, zeker als je daarvoor al moeilijk kon rondkomen. Inflatie, hogere prijzen en specifiek ook een veel hogere rekening voor gas, voor elektra en voor brandstof, doen veel Nederlanders op dit moment pijn. De verhalen die ons bereiken, bijvoorbeeld van mensen die hebben moeten stoppen met hun werk omdat simpelweg de dagelijkse autorit te duur werd, vragen dan ook om snelle actie.

De SP steunt daarom de maatregelen die de regering wil nemen om de pijn enigszins te verlichten, maar waarom duurt het allemaal zo lang? In veel landen zijn de belastingen op energie en brandstoffen al veel eerder verlaagd. Waarom moeten Nederlanders wachten tot 1 april als het gaat om brandstof, of zelfs tot 1 juli als het gaat om de btw-verlaging? Mensen lopen nu al het risico om in financiële problemen te komen en onze overheid lijkt structureel te langzaam te reageren in dit soort crisissituaties, en dat baart ons zorgen. Het is ook wrang om te beseffen dat de mensen die helemaal geen financiële hulp nodig hebben, het meeste zullen profiteren van de voorgestelde compensatiemaatregelen.

Zoals gezegd, ik heb er wel begrip voor dat de maatregelen zo snel mogelijk uitgevoerd moeten worden en daardoor grofmazig zijn. Maar is ook onderzocht hoelang het zou duren om de compensatie gerichter en fijnmaziger vorm te geven, zodat mensen die het echt nodig hebben, ook meer zouden krijgen? Die krijgen nu namelijk onvoldoende. Klopt het dat het dan nog veel langer zou duren? Ik zeg daarom ook niet dat het kabinet nu terug moet naar de tekentafel, want dat zou waarschijnlijk nog veel meer tijd kosten en dat is tijd die heel veel mensen simpelweg niet hebben. Maar het blijft wel wrang en het blijft ook onrechtvaardig.

Die onrechtvaardigheid kan op andere manieren hersteld worden, namelijk door de rekening eerlijk te delen. Het kabinet stelt voor om de rekening neer te leggen bij de toekomstige generaties, door de toekomstige aardgasbaten boekhoudkundig naar voren te halen en nu alvast uit te geven. Als de SP deze boekhoudkundige truc had voorgesteld, dan was die zeker ontraden door de regering, maar die doet het nu dus gewoon zelf. Terwijl het ook anders kan. Als de mensen met de allerhoogste inkomens disproportioneel veel profiteren van deze compensatiemaatregelen, is het dan niet voor de hand liggend en ook eerlijk om juist van hen een extra bijdrage te vragen in deze crisistijd? Waarom ziet de regering telkens af van een solidariteitsheffing in dit soort uitzonderlijke tijden?

Voorzitter. Zo ging het ook in coronatijd. Ook toen werden er uiterst grofmazige steunmaatregelen in het leven geroepen, waar vooral grote bedrijven zoals KLM van hebben geprofiteerd. En ook toen bleef een kleine bijdrage van winstgevende bedrijven uit solidariteit heel lang onbespreekbaar voor de regering. De Kamer moest een kleine verhoging van de winstbelasting afdwingen. Laten wij dat nu anders doen. Laten wij nu, om het gevoel van rechtvaardigheid niet verder aan te tasten, niet alleen spreken over compensatie of over een tegemoetkoming, die noodgedwongen ongericht en snel moet en daardoor terechtkomt bij heel veel mensen die het niet nodig hebben. Laten wij ook spreken over hoe we daadwerkelijk solidariteit organiseren in de samenleving en dus de rekening eerlijk verdelen. Dat kan bijvoorbeeld met een miljonairsbelasting. Dat kan met de winstbelasting voor grote bedrijven of met het verhogen van de inkomstenbelasting voor de allerrijksten. Is het kabinet bereid om voorstellen in die richting te doen in het aankomende Belastingplan? Dat is geen kwestie van afgunst, maar een kwestie van eerlijk delen en solidariteit. Dat is juist nodig in tijden van crises en in tijden van oorlog.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Tony van Dijck, PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Toen ik dit koopkrachtreparatieplan las, dacht ik: too little, too late. Het is vijf voor twaalf. De wereld staat in brand. De inflatie gaat richting dubbele cijfers, de rente stijgt, de euro zakt weg, de recessie ligt in het verschiet en de koopkracht gaat onderuit. Wellicht krijgen we zelfs stagflatie. Deze minister van Financiën reageert niet. Ze zegt niets en ze doet niets. We zien de brandstofprijzen omhoogschieten. De gasprijs ging zelfs even twintig keer over de kop. De energierekening, de benzine, een huis, de boodschappen, de huur, noem het maar op: alles wordt duurder en duurder; dat gaat snel.

In de retail zien we prijsstijgingen tot wel 20%. Men vreest zelfs een kopersstaking nu de koopkracht een duikvlucht maakt. Het CPB voorspelde nog geen halfjaar geleden een inflatie van 1,8%. Het heeft het nu bijgesteld naar 6%. De koopkracht is niet 0, maar -2,7. Klaas Knot waarschuwde afgelopen weekend voor een inflatie die oploopt naar 9,5%. Wat is hierop uw antwoord, minister van Financiën? Het gaat namelijk economisch de zaak totaal ontwrichten, met een recessie, armoede en faillissementen tot gevolg. En wat zegt onze premier Rutte? "Wen er maar aan. Deze crisis gaan we langjarig voelen." Van het kabinet hoeven we dus niet veel te verwachten.

Wat krijgen we? Twee tientjes! We krijgen twee tientjes toegeworpen om de energierekening te betalen, terwijl de energierekening voor de meeste mensen met €150 stijgt. Ook wordt benzine €0,17 minder duur. We betalen per 1 april geen €2,47, maar €2,30. Daar moeten we dan blij van worden. In België tank je nu nog steeds voor €1,77. Dat scheelt €50 op een volle tank. Half Nederland loopt in België te tanken; dat is niet zo raar. Dat zou ik ook doen.

Voorzitter. Het kabinet trekt 2,7 miljard uit, maar betaalt dit uit een meevaller in de gasbaten. Die is ontstaan door de hogere gasprijzen. Feitelijk betaalt de consument dit koopkrachtpakket dus zelf. Het is een dikke sigaar uit eigen doos. Zo kennen we ze weer. De PVV wil een fatsoenlijke compensatie. Waarom moet de Staat verdienen aan de hoge gasprijs over de rug van de consument? Ze vangen meer btw en ze vangen meer voor hun gas. Zet daarom de btw op energie op nul en de accijnzen op benzine en diesel ook, in ieder geval tijdelijk, voor dit jaar. Dat scheelt €500 op de rekening en bijna €1 per liter benzine. Verlaag en passant ook de huren. Verhoog versneld het wettelijk minimumloon en de AOW. Actie is nu geboden, voordat heel Nederland bij de voedselbank loopt. Waarom geldt de energietoeslag van €800 alleen voor de minima en niet voor inkomens net daarboven, de groep AOW'ers met een klein pensioentje of de kleine zelfstandigen die net het minimum verdienen of iets daarboven? Krijgen zij dan weer niets? Hebben zij het niet nodig, zoals ik in de brief lees?

Voorzitter. Wat gaat deze minister van Financiën doen als straks bedrijven gaan omvallen omdat ze de energiekosten ondraaglijk vinden? Vier op de tien tuinders, zo konden we gisteren lezen, zijn van plan om ermee te stoppen. Mensen stoppen ook met consumeren, zo lazen we vandaag. Wat doen we als de koopkracht nog verder achteruit dendert, als de inflatie straks richting de 10% gaat en als we in een loon-prijsspiraal terechtkomen waardoor de werkeloosheid oploopt, de rentes stijgen en we in een recessie belanden? We zien het allemaal gebeuren. Hoe gaat de minister dit scenario voorkomen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter. Bespreken we vandaag een ideaal pakket maatregelen? Nee. Bespreken we een op korte termijn uitvoerbaar pakket? Ja. En helpt het de mensen ook echt om de sterk gestegen energiekosten te dempen? Ook dat. Vooral mensen in energiearmoede komen we met dit pakket tegemoet. Dat is goed. De mensen die dit het minste kunnen missen, die het grootste deel van hun inkomen kwijt zijn aan voedsel en energie en die vaak ook nog eens in een slecht geïsoleerd huis wonen, hebben dubbel pech in deze dure tijd. Juist hen wil de ChristenUnie helpen.

De aanleiding voor de snelle koopkrachtreparatie door het kabinet is treurig: oorlog en een energiepolitiek waardoor Europa te afhankelijk is geworden van Russisch gas. Daar spreken we zo verder over in de Thorbeckezaal, in een overleg over leveringszekerheid. Terug naar het kwartet maatregelen van het kabinet. Mijn fractie is het meest tevreden over die €800 voor huishoudens met lage inkomens en over de extra impuls voor het beter isoleren van huizen voor energiebesparing. De beste energie is immers bespaarde energie.

Ik heb wel een paar vragen over deze maatregelen aan de mensen in vak-K. Is de €800 leidend of het totale budget van 680 miljoen? Geen misverstand, wat de ChristenUniefractie betreft is dat de €800 per huishouden. Ik vraag het om de volgende reden. De gemeente Rotterdam geeft aan dat het ontvangen budget van het Rijk niet voldoende is om iedereen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum te helpen. Zij komen daarvoor een paar miljoen tekort. Ze werken dus deels met een lager bedrag. Dit roept vragen op. Waarom heeft een gemeente als Rotterdam niet genoeg geld van het Rijk ontvangen om alle minima tot 120% tegemoet te komen met €800? Geldt dit voor meer gemeenten? Waarom heeft het Rijk gekozen voor 120%, terwijl veel gemeenten in hun armoedebeleid mensen helpen tot 130% van het sociaal minimum? Mijn fractie vindt dat mensen die zich in energierekeningnood melden bij de gemeente, geholpen moeten worden. Vindt het kabinet dat ook? Zo ja, hoe borgt het kabinet dat gemeenten ook echt iedereen helpen die hulp nodig heeft?

Ik snap dat studenten niet als groep tegemoetgekomen worden, maar ook bij hen is de nood soms fors. Ik hoorde van zo'n gezellig studentenhuis, met enkel glas, dat het dit jaar €2.400 extra mag aftikken. Kan het kabinet garanderen dat als studenten zich bij het loket voor bijzondere bijstand van een gemeente melden, zij ook geholpen worden?

De voorzitter:
Er is een interruptie van de heer Nijboer van de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik mag toch hopen dat studenten zich niet bij de bijstand hoeven te melden. Ik heb twee vragen. Waarom vindt de ChristenUnie het logisch dat studenten niet tegemoetgekomen worden? Zij hebben toch ook hoge energielasten? Twee. Waarom zou je niet bij alle gemeenten die grens op 130% van het minimum leggen, voor die €800? Ik vind het nogal gek dat je 110% krijgt als je in de ene gemeente woont, bij de andere 120% en bij sommige gemeentes zelfs 130%. Dat is toch ... Dan ben je afhankelijk van de gemeente waarin je woont, of je je energierekening kunt voldoen. Dat is toch gek?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Het kabinet heeft dus gekozen voor 120% van het wettelijk sociaal minimum. Sommige gemeenten hanteren ook 120% als grens, volgens mij bijvoorbeeld Amsterdam, andere gemeenten, zoals Den Haag, 130%. Rotterdam heeft een gestaffeld energiearmoedebeleid. Maar hoe je het ook wendt of keert, via de gemeente mensen met een laag inkomen tegemoetkomen is de snelste route. Mijn vragen zien erop dat het kabinet, als het als richtlijn heeft om mensen met €800 tot 120% van het wettelijk sociaal minimum te helpen, er dan ook voor moet zorgen dat gemeenten daadwerkelijk het bedrag in handen hebben om die mensen te helpen. Dat is voor mij nu het belangrijkste. Vervolgens is mijn vraag: hoe ga je ermee om als gemeenten inderdaad een beleid hebben tot 130%? Maar via de gemeente is gewoon de snelste en beste route om deze mensen te helpen.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik heb helemaal niks tegen die gemeentelijke route. Ik heb nog een motie ingediend om het voor 1 april bij de mensen op de rekening te krijgen. Ik heb er wel moeite mee dat je afhankelijk van de gemeente bent voor hoeveel compensatie je krijgt. We vinden allemaal dat ook de lagere middeninkomens enorme problemen hebben met de energierekening. Dat vindt elke partij in de Kamer. Waarom die grens dan niet gelegd op de gemeenten die het op 130% hebben gelegd, bijvoorbeeld Den Haag maar ook andere gemeenten? Waarom niet daar het budget bij geleverd? Dan kun je de mensen die het het meest nodig hebben, snel en gericht tegemoetkomen.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Deze vraag snap ik heel goed. Ik ben heel benieuwd naar het antwoord van het kabinet op deze vraag. Tegelijkertijd heb ik sowieso niet de illusie dat er gelijkheid is. Dit pakket is echt grof geschut op de korte termijn in een wereld die van verschillen aan elkaar hangt. Mensen met een laag inkomen met een vast contract hebben op dit moment bijvoorbeeld helemaal niet te maken met een sterke stijging van de energierekening. Mensen met een variabel contract, zeker als de energieleverancier nog eens failliet is gegaan, hebben te maken met een energierekeningstijging die veel hoger is dan die €800. Dus het is een kwestie van helpen naar vermogen. In die zin is de ChristenUniefractie tevreden met het pakket, maar wel met deze vragen. De vraag van de heer Nijboer snap ik ook heel goed, dus ik ben benieuwd naar het antwoord.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Dan kom ik op die 150 miljoen euro extra voor isolatie, voor energiebesparende maatregelen. Dat is de kleinste budgettaire maatregel van het pakket, maar die heeft misschien wel de grootste impact. Gemeenten zijn met dit geld massaal energieboxen aan het verstrekken met voor €90 aan energiebesparende producten als radiatorfolie, ledlampen en zuinige douchekoppen, die voor €180 aan energiekosten besparen en dat elk jaar weer opnieuw. Graag meer hiervan, kabinet, en wat mij betreft niet alleen met kasschuiven, zoals nu, maar ook door zo nodig extra geld in het klimaattransitiefonds naar het isoleren van huizen en het nationaal isolatieprogramma te schuiven. Staat de minister van Financiën daarvoor open?

Voorzitter. Laat het kabinet als een speer normen gaan stellen voor verhuurders, want het is droevig om te zien hoeveel mensen in tochtige en vochtige woningen nu de hoofdprijs mogen betalen. Maak kortom vaart, kabinet. En haal de drempel weg waardoor mensen in de schuldhulpverlening nu niet renteloos kunnen lenen om hun huis beter te isoleren. Die drempel kunnen we heel makkelijk slechten. Graag een reactie.

Dan de brandstofaccijnzen. Daar heb ik al veel kritiek op zien langskomen, maar lagere accijnzen helpen ook de wijkverpleegkundige en de bouwvakker, die dagelijks afhankelijk zijn van hun auto, en de boer, die juist in deze tijd de dieseltank van de trekker weer moet gaan vullen om te gaan zaaien en poten. Dat is in deze tijd van vragen over voedselzekerheid niet onbelangrijk. Ook het extreme verschil tussen de Nederlandse en Belgische benzineprijs werd al genoemd. Overigens zit het mij wel dwars dat het kabinet de accijnsverlaging in eerste instantie invoert met een beleidsbesluit, wat op gespannen voet staat met het budgetrecht van de Kamer. Ik begrijp dat vanwege de snelheid en het feit dat België zijn accijns al heeft verlaagd, maar ik reken erop dat de benodigde wetswijzigingen heel snel naar de Kamer worden gestuurd.

Ten slotte heb ik de vraag of het kabinet bij de tegemoetkoming via de btw op de energierekening nog alternatieven heeft overwogen. Kan het iets meer duidelijkheid geven over hoe die weging is gegaan en waarom die is uitgevallen zoals die is uitgevallen?

Tot zover, voorzitter.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Het is dat de heer Grinwis België zelf aanhaalde, want België wilde naar een benzineprijs van €1,70 en wij blijven hangen op €2,30, €2,33 straks na de accijnsverlaging. Het is toch heel logisch dat de mensen in de grensstreek in België gaan tanken en daar en passant ook boodschappen doen. Ik heb vandaag gelezen dat de prijs van een slof sigaretten daar bijna €30 scheelt. Met andere woorden, de boodschappen, de sigaretten, de benzine; al ons geld verdwijnt naar België. Dat kan de heer Grinwis toch niet oké vinden?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
Ten eerste zou ik zeggen: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Deze stap helpt in ieder geval het verschil te verkleinen tussen Nederland en België. Het is ook betekenisvol voor de grensstreek en wat verder weg, omdat het nu inderdaad rendabel is om van een grotere afstand naar België te rijden om daar te tanken, afgezien van de vraag of mensen daar tijd voor hebben. De verlaging en de budgettaire derving zouden weleens mee kunnen vallen, omdat meer mensen weer in Nederland gaan tanken.

Tegelijkertijd moeten we niet doen alsof we met dit pakket eventjes alle verschillen tussen bijvoorbeeld Duitsland en Nederland of tussen België en Nederland gaan wegpoetsen. Dit pakket is bedoeld om heel snel mensen, vooral mensen in nood, te helpen. Dat doet dit pakket. Dit pakket is niet bedoeld om elk verschil met België op te heffen. Gelukkig maar.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Daarin zit mijn probleem. De verschillen met België zullen we natuurlijk nooit opheffen. Maar mensen in nood — en er zijn een hoop mensen in nood — worden nu bediend tot het wettelijk minimumloon of tot het sociaal minimum, moet ik zeggen. De ChristenUnie staat normaal ook voor de kostwinner die modaal verdient. Die komt ook elke maand geld tekort. Die wordt nu helemaal niet bediend met dit pakket. Die krijgt misschien twee tientjes, als hij mazzel heeft, op zijn energierekening, die met meer dan €150 is gestegen. Waarom komt u niet meer op voor die groep, buiten de groep mensen op het sociaal minimum? Waarom zegt u niet dat de kostwinner die modaal verdient, ook naar een beetje compensatie snakt?

De heer Grinwis (ChristenUnie):
De ChristenUniefractie verwachtte geen wonderen van het kabinet, wel daden. De heer Van Dijck weet dat de ChristenUniefractie staat voor een belastingstelsel dat rechtvaardiger is voor alleenstaanden en voor kostwinners. Tegelijkertijd kun je tussen nu en 1 april of tussen nu en 1 juli niet een belastingstelsel verbouwen. Je kunt niet de energiebelastingen veranderen. Je kunt de toeslagen niet veranderen. Je kunt de belastingschijven niet veranderen voor 1 januari.

Het kabinet heeft in de gereedschapskist gekeken en heeft moeten concluderen dat die eigenlijk vrij leeg is als je iets wilt betekenen voor mensen vóór 1 januari, namelijk nu al, op 1 april en 1 juli. Dat is gebeurd. Daar zijn deze maatregelen uit voortgevloeid, namelijk een tegemoetkoming voor mensen die het het hardste nodig hebben, de benzineaccijns omlaag en de energierekening wat omlaag via de btw, en niet te vergeten een stimulans, een extra impuls voor het beter isoleren van woningen. Ik zou zeggen: als dit op korte termijn haalbaar is, dan ben ik daar blij mee en dankbaar voor.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Weyenberg, D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Donderdag praten we in de Kamer over het rapport Klem tussen balie en beleid. Zo'n rapport drukt ons altijd met de neus op de feiten, namelijk dat niet alles wat je wil, ook altijd in de uitvoering kan. Ik moet zeggen dat ik daaraan moest denken toen ik naar het kabinetspakket keek voor de energierekening. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Dat is het gevoel dat ik erbij heb. Het pakket is namelijk niet perfect. Het is niet perfect gericht op waar mensen exact wel of niet last van hebben, op mensen met een aflopend energiecontract of juist niet. Het is een pakket dat kijkt wat op korte termijn werkbaar is, op 1 april of 1 juli, om mensen toch verlichting te geven, in de realiteit dat het ook nooit alle effecten zal kunnen wegnemen.

Voorzitter. Als ik naar het pakket kijk, dan zit daar balans in. Wat mijn fractie betreft is de allerbelangrijkste maatregel de €800 voor de 800.000 meest kwetsbare huishoudens. Als je de twee pakketten van het kabinet bij elkaar optelt, dan krijgen zij in totaal tussen de €1.200 en €1.400 financiële ondersteuning. Dat is veel. Het is daarmee ook de groep die het meeste ontvangt. En dat is terecht.

Tegelijkertijd heeft het kabinet sommige maatregelen niet genomen, waarover je absoluut had kunnen nadenken. Denk aan maatregelen rondom de zorgtoeslag — dat heb ik ook veel gehoord — of het tarief in de inkomstenbelasting. Het nadeel daarbij is alleen dat sommige mensen, zeker de laagste inkomens, geen belasting betalen. Zou het kabinet kunnen toelichten welke alternatieven zijn gewogen en waarom daar niet voor is gekozen? Het hoofdargument is steeds dat we het niet op korte termijn kunnen invoeren gedurende dit jaar. Dat is mijn beeld, maar ik krijg daar graag een bevestiging van. Ik vind het belangrijk om dat expliciet te maken.

Ik zie de heer Klaver staan, voorzitter.

De voorzitter:
Ja. De heer Klaver, GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
We hebben veel van deze vragen al aan het kabinet gesteld in de afgelopen tijd en het kabinet heeft daar ook op geantwoord. Wij hebben gezegd dat mensen niet voldoende geholpen worden en dat dit kabinet mensen echt door de bodem laat zakken. Je kunt bijvoorbeeld de prijzen bevriezen. Daar kan je toe overgaan, maar het kabinet vindt dat te marktverstorend. Het maakt de keuze om dat niet te doen. Wat vindt D66 daarvan? Vandaag kregen we antwoord op Kamervragen over de zorgtoeslag. Je kunt ervoor kiezen om die dit jaar eenmalig te verhogen, maar er wordt gezegd: dat gaan we niet doen. Daar wordt niet op ingegaan. Dat is een politieke keuze. Het gaat er mij niet om welke vragen u aan het kabinet stelt, maar om wat D66 vindt.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik vind dit toch wel interessant. De heer Klaver zegt steeds: we moeten een open debat voeren. Nu stel ik vragen aan het kabinet en verwijt hij mij dat ik vragen aan het kabinet stel. Dat vind ik eerlijk gezegd een beetje opmerkelijk. Het zal de nieuwe politieke cultuur wel zijn.

Ik kom even terug op de vraag. Ik heb die vraag over de zorgtoeslag gesteld. Dat is geen perfect instrument, dus ik wil precies weten hoe het zit. Als ik het antwoord niet interessant vind, hoef ik de vraag niet te stellen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik reageer hier fel op, omdat we het antwoord van het kabinet al hebben gekregen. Over de zorgtoeslag wordt het volgende gezegd. We hebben die brief net voor het debat ontvangen. Ik kan hem er zo bij pakken, als u wilt. Daarin staat: je kan dat eenmalig doen, niet iedere maand, maar wel één keer. Ik maak uit de woorden van de heer Van Weyenberg op ... Daar ben ik benieuwd naar. Als dat kan, vindt u dan ook dat we dat moeten doorvoeren? Hetzelfde geldt voor het bevriezen van de energieprijzen. Ook dat kan. Dat zou mensen pas echt helpen, als we die zouden vastpinnen op wat ze in januari waren. Dat kun je doen, maar het kabinet wil dat niet omdat dat te marktverstorend zou zijn. Het gaat mij om het politieke oordeel van D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Het voorstel voor die marktgrens heb ik gezien. Goed aan dit pakket vind ik dat er juist voor de allerkwetsbaarsten een aparte regeling is, die met afstand het grootste bedrag inhoudt. Als je de marktprijs vastzet, even los van de marktverstoring, dan geef je juist de allergrootste energiegebruikers nou echt het allermeeste. Daar heb ik de heer Klaver en partijgenoten van hem de afgelopen dagen zo kritisch over horen zijn. Ik vind het dus heel moeilijk te plaatsen. Ik wil geen wedervraag stellen, maar maak wel de volgende opmerking: wat wij nu doen met de energiebelasting en de accijnzen, vindt u ongericht, want ook mensen met een wat hoger inkomen krijgen het. Nou, ik kan u één ding beloven: als we de grenzen maximeren, dan is dat de groep die denk ik nog veel méér het allermeeste krijgt. Ik vind dat aan het pakket dus goed. Over de zorgtoeslag heb ik een vraag gesteld, want ik wil eerst weten wat het inhoudt en wat het zou betekenen. Krijgen we daar nog risico's met terugvorderingen voor in de plaats? Over toeslagen ben ik altijd heel voorzichtig; ik zie de heer Klaver al knikken. Wat betreft het punt van de prijsmaximering vind ik de keuze voor de €800-regeling wel gerichter.

De heer Klaver (GroenLinks):
Die is zo gericht dat die alleen 800.000 gezinnen raakt. Ik vind de redenering die ik de hele coalitie nou al dagen hoor vertellen, en nu ook de heer Van Weyenberg, zo vreemd. Ze zeggen: bevriezen is te generiek. De btw verlagen is ook te generiek. Heel veel maatregelen zijn te generiek. Dit hele pakket hangt van generieke maatregelen aan elkaar, oftewel dat iederéén er baat bij heeft. Pak dan ook echt door en bevries de rekening zodat mensen niet nog verder in de problemen komen. Want ik weet precies wat er nu gaat gebeuren. Als we de energierekening niet bevriezen, dan staan wij over pak 'm beet twee maanden hier weer in het parlement om te zeggen: er moet écht iets extra's gebeuren, want mensen in Nederland komen niet meer rond. De prijzen blijven doorstijgen. De verwachtingen internationaal zijn dat ze nog verder exploderen, dat ze misschien wel keer tien gaan. Als je niet nu ingrijpt, dan worden de middeninkomens echt het hardste geraakt. Daar zit mijn grote probleem: werkende mensen in Nederland, in de zorg of in de schoonmaak, die net boven het uitkeringsniveau uitkomen, worden niet geholpen. Die zitten dik in de problemen. Die krijgen die €800 niet. De opdracht voor u en mij is: hoe helpen we die groep mensen wél?

De heer Van Weyenberg (D66):
Er is natuurlijk ook een groep werkenden — ik heb de heer Alkaya daar net dingen over horen zeggen — die bijvoorbeeld een auto nodig hebben om naar hun werk in een distributiecentrum te gaan. Daarom vind ik de accijns — het is niet de maatregel die bij mij op één op mijn wensenlijst staat — ook een verdedigbaar onderdeel van het pakket. Ik ga zo een paar specifieke vragen stellen over de afbakening van die 800.000 huishoudens, omdat ik met de heer Klaver deel dat het het moeilijkst is om de werkenden daar te bereiken. Ik stelde niet voor niets de vraag over de zorgtoeslag.

De voorzitter:
De heer Klaver, tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
Het is fijn dat deze vragen worden gesteld. Ik proef iets van een open houding bij D66 dat we toch iets extra's moeten doen, maar laat ik alvast zeggen dat het einde van dit debat niet kan zijn dat we gewoon doorgaan met het simpele pakket dat er nu ligt. Juist de werkende mensen komen nu in de problemen. Als gezegd wordt dat het allemaal te ingewikkeld is en we ze daarom niet kunnen helpen, dan is dat wat mijn fractie betreft echt onacceptabel. We doen mensen die in Nederland werken de belofte dat je in dit land rond kan komen, maar dit kabinet doet op dit moment niks, maar dan ook echt niks om deze groep substantieel te helpen. Ik ga er dus van uit dat we elkaar weten te vinden. Als het niet heel gericht kan, dan moet het maar iets breder, want we moeten deze groep helpen. Anders helpen we mensen echt in de schulden en verder in de armoede, en dat kan echt niet.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik heb het vandaag ook over hoe je maximaal kunt richten in de wetenschap dat de perfecte instrumenten volgens mij op dit moment niet voorhanden zijn. Dat er niks gebeurt, is natuurlijk ook gewoon helemaal niet waar. De accijns — daar hoor ik de heer Klaver heel kritisch over — is voor heel veel werkende mensen die nog afhankelijk zijn van hun auto wel degelijk relevant. De energiebelasting is relevant. Kijk naar wat het vorige kabinet al eerder heeft gedaan bij de vaste voet: die korting op de energierekening is voor iedereen. Dat gaat om honderden euro's, meneer Klaver. Ik weet dat veel mensen daar niet in spugen.

Voorzitter, ik zie de heer Azarkan bij de microfoon.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Azarkan, DENK, en daarna mevrouw Van der Plas.

De heer Azarkan (DENK):
De heer Van Weyenberg kan goed zien, want hij ziet de hele tijd wie hier staat. Ik heb een vraag. Is de heer Van Weyenberg van D66 nou bereid om te kijken naar de maatregelen, ook als die meer kosten dan het budgettair beslag van 2,8 miljard?

De heer Van Weyenberg (D66):
Gratis geld bestaat niet. Ik sta in een debat altijd open voor suggesties, maar daar stel ik wel altijd meteen de vraag bij hoe we dat dan gaan betalen. Want ik denk dat gratis geld erbij geen heel erg kansrijke optie is. Ik sta altijd open voor goede ideeën; ik ga zelf ook nog een paar suggesties doen waarvan ik ook niet weet hoe ze inpasbaar zijn.

De heer Azarkan (DENK):
Toen ik het coalitieakkoord en de CPB-doorrekening las, had ik het gevoel dat gratis geld voor het kabinet wel bestond. Het loopt allemaal in de staatsschuld, het wordt over 30, 40 jaar pas afgelost en het loopt enorm op. Dus ik vind dat lastig. Ik stel in die zin een serieuze vraag. Valt er nou met D66 alleen te praten over aanpassingen — verhogen, verlagen of andere maatregelen — bínnen die 2,8 miljard? Of valt er ook serieus te praten over het verhogen van het bedrag van dat pakket naar 4 miljard, omdat we zien dat groepen mensen niet bereikt worden en omdat we zien dat dat in een aantal opzichten écht te mager is?

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik denk niet dat er nu nog extra gratis geld beschikbaar is. Natuurlijk, ik sluit ook niet uit dat dit niet het laatste gesprek is dat we hierover voeren. Als het erger wordt, zou het overigens mijn voorstel zijn om nog meer naar algemene dingen zoals zorgtoeslag of inkomstenbelasting te kijken, omdat ik dat altijd makkelijkere en beter gerichte maatregelen vind. Maar ik ga elk voorstel, ook van u, gewoon op z'n merites bekijken. Ik zal dan ook naar de dekkingsvraag kijken, maar dat kent de heer Azarkan een beetje van mij.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, BBB. Die had u ook al gezien, denk ik.

De heer Van Weyenberg (D66):
Nee, die had ik niet gezien. Zo zie je maar weer. Mijn fout, excuses.

De voorzitter:
O, niet! Mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vraag me af of de heer Van Weyenberg wel beseft dat de mensen waarover we het hebben, even los van de lage inkomens die in ieder geval kunnen rekenen op wat hulp, de mensen zijn die ons land draaiende houden. Dat zijn de metselaars, de wegwerkers, het schoonmaakpersoneel, het zorgpersoneel, het winkelpersoneel, de tapijtleggers. Alles wat hier in de zaal ligt wordt gemaakt door die mensen. Dat is gewoon een hele grote groep mensen. De heer Klaver hoor ik zeggen: ik proef een open houding. Nou, ik proef helemaal geen open houding. Ik proef alleen maar dat er een beetje omheen wordt gedraaid en aan het eind dan ook nog wordt gezegd: straks als het erger wordt, dan kunnen we er nog over praten. Maar voor die mensen is het te laat als het erger wordt. Voor ons niet.

De heer Van Weyenberg (D66):
Maar dat is ook waarom het heel terecht was dat het kabinet niet op de handen is blijven zitten, niet heeft gewacht op de Voorjaarsnota — volgens mij vroeg de hele Kamer ook om daar niet op te wachten — en een pakket van bijna 3 miljard euro ter beschikking stelt. Daar heeft mevrouw Van der Plas natuurlijk helemaal gelijk in. Maar het kabinet is er ook eerlijk over dat het niet zo is dat niemand er daardoor meer iets van merkt. Ook mevrouw Van der Plas realiseert zich dat, volgens mij.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het besef dringt gewoon niet door tot D66, denk ik. Ik weet dat D66'ers vaak wat hogere inkomens hebben. Die hebben de Tesla's en de zonnepanelen. Maar dat geldt voor heel veel mensen niet. Miljoenen mensen hebben dat geld helemaal niet. Miljoenen mensen staan zich nu af te vragen of hun kind nog wel naar sport kan, of ze de verwarming aan kunnen doen, of ze nog wel met de auto naar hun werk kunnen, of ze nog wel eten kunnen kopen. Dat is gewoon een keiharde realiteit. Ik zou zo graag willen dat dat besef doordringt. Dat zijn miljoenen mensen in Nederland. Dan heb ik het nog niet eens over de AOW'ers en de gepensioneerden, van wie het pensioen al jarenlang niet wordt geïndexeerd. Ik heb altijd het idee — ik weet niet of dat zo is — dat ze bij D66 in een soort ivoren toren of bubbel leven. En dat is natuurlijk niet zo.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik vind het altijd wat vervelend als iemand een soort monopolie zegt te hebben: "Ik weet wel hoe het is, maar u weet dat niet". U heeft geen idee over mij, over mijn achtergrond en over de mensen die ik spreek. U hoeft mij echt niet te vertellen hoe heftig het is. Ik spreek die mensen ook. Ik neem er eerlijk gezegd wel een beetje aanstoot aan dat u doet alsof wij dat allemaal helemaal niet zouden voelen. Ik kom allemaal mensen tegen die aan mij vragen: hoe ga ik dit in hemelsnaam betalen? Ik word hier dus echt een beetje boos van. De realiteit is dat het goed is dat dit kabinet niet op alle begrotingsspelregels heeft gewacht en dat het miljarden extra ter beschikking stelt. Maar ik ben wel eerlijk. Het is niet zo dat mensen het daardoor niet merken. Dat is ook onderdeel van dat verhaal.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
U hoeft niet boos op mij te worden, want ik stel gewoon een vraag.

De voorzitter:
Via de voorzitter graag, allebei.

De heer Van Weyenberg (D66):
Nou, u ...

De voorzitter:
Nee, mevrouw Van der Plas is nu aan het woord.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Excuses, voorzitter. Mensen hoeven niet boos op mij te worden, want ik stel gewoon een vraag. Ik zeg: ik heb het idee dat. Dat kun je gewoon ontkennen of bevestigen. Daar hoeft geen boosheid aan te pas te komen. Er wordt ook gezegd: ik weet echt wel hoe dat is, want wij spreken die mensen ook. Maar het gaat er niet om dat je die mensen spreekt; het gaat erom dat je wat voor die mensen gaat doen. Dat is mijn vraag, ook in aansluiting op de heer Klaver en de heer Azarkan: is D66 bereid om daar echt met een open blik naar te kijken en nu te zeggen "Ja, daar moeten we inderdaad ook wat voor doen"?

De heer Van Weyenberg (D66):
Ja. Sterker nog, het kabinet dat door mijn fractie wordt gesteund, doet daar dus ook heel veel aan, juist omdat we dat vinden. Het kabinet heeft bijna 3 miljard euro extra vrijgemaakt, na de eerdere 3 miljard. Dat vind ik echt terecht. Niemand hier zegt: er is niks aan de hand; wacht maar af. Dat zegt helemaal niemand. De vraag is steeds: wat kan er, hoe ga je dat betalen, en welke maatregelen kunnen snel? De maatregelen waar ik het eerste aan denk, konden allemaal pas volgend jaar. Dat zijn de vragen en ook de worstelingen waar we voor staan. Maar ik denk dat de hele Kamer ziet hoe mensen zwaar worden geraakt.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wij vragen ons af hoe we het moeten betalen, maar half Nederland vraagt zich af hoe ze de rekeningen moeten gaan betalen. Ik denk dat wij echt wel de mogelijkheden hebben om daar ruimhartiger in op te treden. Er werd gezegd "gratis geld is er niet". Ik zie een zak met 60.000 miljoen euro, 60 miljard euro, voor een klimaat- en een stikstoffonds. Misschien kan daar nog wel wat. Daar zijn vanuit de oppositie ook al eerder voorstellen voor gedaan. Dat is dus geen gratis geld. Er is al geld gereserveerd. We kunnen gaan schuiven in geld om nu gewoon ruimhartig op te treden met betrekking tot de hoogste nood voor de gewone man en vrouw. Nogmaals, dat zijn de mensen die ons land draaiende houden.

De heer Van Weyenberg (D66):
Nogmaals, daarom is het ook goed dat er miljarden worden vrijgemaakt en dat er niet is gewacht op besluitvorming over een paar maanden. Maar dan nog één ding over die klimaatfondsen. Als er ook nog een andere grote les is, is dat dat wij veel te afhankelijk zijn van fossiele energie, van energie en gas uit Rusland, en dat we daar vanaf moeten. Wat mij betreft is de urgentie van die klimaatgelden dus niet verkleind, maar alleen maar vergroot, omdat de les is dat we nog te afhankelijk zijn van Russisch gas.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik denk wel dat D66 inderdaad doorheeft wat de pijnpunten zijn, ook in dit pakket. Daarom wil ik de heer Van Weyenberg iets meer bevragen over wat hij zei. Hij zei namelijk dat hij heel graag wil weten welke beslissingen ook genomen hadden kunnen worden, en wat de redenen zijn waarom die niet genomen zijn. Proef ik daarin toch een soort opening: als hij het niet eens is met de redenering van het kabinet, zou het weleens zo kunnen zijn dat er toch wat ruimte ligt in voorstellen die niet zijn aangenomen. Klopt dat?

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik vraag het voor nu. Mijn beeld is namelijk dat de uitvoerbaarheid op korte termijn hier een heel dominant onderdeel van de afweging is geweest. Ik vraag het ook wel voor het vervolg. Ik weet niet of er een vervolg komt. Ook als het nog erger wordt, zullen er grenzen zijn aan wat je kunt doen. Maar dat is wel waarom ik wil weten wat we nu eigenlijk allemaal in de gereedschapskist hebben liggen, zodat we daar ook als Kamer over kunnen beslissen.

De heer Van Raan (PvdD):
Dat klinkt inderdaad als een verstandige vraag. Je had dit wel kunnen doen, maar je hebt het niet gedaan; wat zijn de redenen? Ik hoor de heer Van Weyenberg ook zeggen dat het met name in de uitvoering heel goed voor te stellen is dat het niet is doorgegaan. Maar bij die eenmalige zorgtoeslag was het nu juist niet de uitvoering. Dus ik ben wel benieuwd hoe hij daar nu dan op gaat handelen. Dat is geen vraag voor nu, want hij wil eerst het antwoord horen.

De heer Van Weyenberg (D66):
Daar heb ik eerst het antwoord op de vraag voor nodig, zoals de heer Van Raan voor mij zegt.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik had nog een aantal vragen over de samenstelling van het pakket en dingen waar ik me zorgen over maak. De eerste gaat over de verduurzaming. Heel veel mensen willen ook verduurzamen. Een van de eisen voor de ISDE-subsidie — voor de fijnproevers — is nu dat als je maatregelen neemt, je vaak twee besparende maatregelen moet doen binnen één kalenderjaar. Ik spreek voor heel veel mensen die zeggen: ik wil wel iets doen, maar vaklui en materialen zijn schaars; ik weet dus eigenlijk niet of het wel gaat lukken om de mensen die ik daarvoor wil inhuren — de vaklieden, zoals mevrouw Van der Plas zegt — binnen te krijgen. Moeten we niet naar die voorwaarde in de ISDE-regeling kijken? Want dat is nu een belemmering voor de mensen die denken: dan doe ik die ene ook maar niet, want dan krijg ik misschien geen subsidie. Dat is volgens mij precies niet wat we willen.

Voorzitter. Dan heb ik vier vragen over die energietoelage van €800. Ze liggen erg in het verlengde van de vragen van collega Grinwis. In het voorstel van minister Schouten staat dat er is gerekend tot 120% van het sociaal minimum. Veel gemeenten hebben beleid tot 130%. Dat is meer dan theoretisch 10%. Dat klinkt kil en zakelijk, maar dat gaat over mensen met AOW, met een deeltijdbaan, voor wie deze regeling daarvoor nu net niet beschikbaar komt. Waarom is er door het kabinet gekozen voor die 120% en niet voor die 130%, zeg ik ook in het verlengde van de vraag van de heer Grinwis. Los van of je nou 120% of 130% neemt, ook mij bereikt het signaal dat gemeenten zeggen dat zij met de middelen die zij van het kabinet krijgen, die €800 niet aan iedereen onder die 120% kunnen geven. Dat zou ik echt ongelukkig vinden. Sterker nog, dat wil ik niet. Ik wil die €800 leidend hebben, want dat is wat mijn fractie betreft de allerbelangrijkste maatregel in dit pakket. Ik wil dat iedereen die er recht op heeft, in aanmerking kan komen voor die €800. Herkent het kabinet het signaal van bijvoorbeeld de gemeente Rotterdam dat zij dat met deze middelen niet kan doen? En is het kabinet het met D66 eens dat het bedrag van €800 hier leidend moet zijn en dat het ook echt zo moet zijn dat we die geven aan die 800.000 huishoudens? Die moeten we overigens ook nog weten te bereiken; dat wordt nog een hele opgave voor de gemeente.

Voorzitter. Dan breder: hoeveel ruimte is er nou voor maatwerk, voor iemand die bij de gemeente komt en die naar de letter misschien net niet voldoet, maar evident net in een heel slecht geïsoleerde huurwoning woont, mantelzorg verleent waarvoor hij een auto nodig heeft en echt niet rondkomt? Hoeveel ruimte hebben gemeenten om af te wijken? Specifiek vraag ik meer aandacht voor studenten. Ik weet dat zij normaal niet onder categorale bijstand vallen, maar als je nou echt klemt te zitten in een studentenhuis of omdat je met iemand anders een appartement hebt, kom je dan wel in aanmerking? Kun je dat regelen?

Voorzitter, tot slot mensen in de schuldsanering. Daarbij wordt een vast termijnbedrag ingehouden. Dan hou je iets over voor de vaste lasten, maar die vaste lasten zijn gestegen. Is erover nagedacht om dat termijnbedrag tijdelijk te kunnen verlagen? Wil het kabinet echt naar deze regeling kijken?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Alkaya, SP.

De heer Alkaya (SP):
Ik dacht: ik wacht even tot het einde, want misschien zou de heer Van Weyenberg er zelf op komen, maar hij heeft het niet genoemd: waar komt het geld vandaan? Dit geld voor de tegemoetkoming lijkt met een boekhoudkundige truc uit de toekomst en van ons allemaal te komen. Het is een bedrag van ons allemaal aan ons allemaal. Het is ongericht bij het ophalen en ongericht bij het uitgeven. Dat is toch geen echte solidariteit? Zou het niet veel logischer en eerlijker zijn om die rekening neer te leggen bij de mensen die dit kunnen missen, ook nu? D66 heeft veel woorden uitgesproken over het aanpakken van bijvoorbeeld vermogensongelijkheid. Zouden we die twee doelstellingen niet met elkaar moeten combineren?

De heer Van Weyenberg (D66):
Over de vermogensongelijkheid is een motie van uw fractievoorzitter aangenomen om daar bij de Voorjaarsnota en ook richting de zomer naar te kijken. Dat doe ik heel graag. Ik hou ze inderdaad wel uit elkaar, want anders leggen we de rekening van de energietoelage bij iemand anders. Ik vind dat de redenering waarvoor het kabinet nu kiest, goed te volgen is. De overheid verdient opeens heel veel extra geld door de hogere gasprijs. Waar we het dus in dit debat aan de ene kant hebben over mensen die daardoor in problemen komen, loopt de overheid erop binnen. Dat de overheid dat geld dan aanwendt, vind ik heel verstandig. Ik vind het geen begrotingstruc. Ze zet het geld dat daar de komende twee jaar voor binnenkomt, in om nu mensen te helpen. Dat vind ik heel verstandig.

De voorzitter:
De heer Alkaya, tot slot.

De heer Alkaya (SP):
Tot slot. Ik kan er in dit geval natuurlijk ook mee leven. Tegelijkertijd heb ik opgemerkt dat als de SP dit zou voorstellen, de heer Van Weyenberg dan waarschijnlijk had gezegd: deze boekhoudkundige truc is niet goed. Hij noemt het nu geen truc, maar in de normale gang van zaken is het natuurlijk wel raar dat je geld uit de toekomst naar voren haalt. Mijn vraag gaat heel specifiek over de mensen die nu tekortkomen. Het is inderdaad een pakket waar we nu mee kunnen leven. Dat heb ik ook aangegeven. Maar voor heel veel mensen is het te weinig. Als we zouden besluiten om ook een extra bijdrage, een solidariteitsheffing, te vragen van de mensen die het kunnen missen, dan kunnen we aan de andere kant de mensen die moeite hebben om rond te komen, iets extra's geven. Het heeft dus ook te maken met solidariteit en het eerlijk verdelen van de rekening. Dat is het aanpakken van vermogensongelijkheid. Daar is die motie voor aangenomen. Die gaat daarover. Is de heer Van Weyenberg het met mij eens dat daar nu een extra schepje bovenop moet?

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik ben voor het aanpakken van vermogensongelijkheid en het verhogen van de belasting op grote vermogens om daarmee bijvoorbeeld werkenden en gepensioneerden tegemoet te komen. Daar is mijn partij al langer voorstander van. In alle eerlijkheid ben ik daar voorstander van, met of zonder wat er nu met de energieprijzen gebeurt. Ik hou het nog wel uit elkaar. Overigens, als de heer Alkaya had voorgesteld wat het kabinet nu doet, had ik niet … Ik maak altijd bezwaar tegen iets wat ongedekt is. Dit is een kasschuif. Dat is netjes in de boeken verwerkt. Dat mag gewoon. Ik denk dat ik ook zo had gereageerd op een amendement van de heer Alkaya.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Weyenberg. Dan geef ik het woord aan de heer Azarkan van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. Twee maanden geleden debatteerden wij hier met de minister-president over het coalitieakkoord. Ik hoorde de fractievoorzitter van de VVD zeggen "wij willen een positief en evenwichtig koopkrachtplaatje voor alle Nederlanders" als reactie op het dramatische Nibud-rapport waaruit bleek dat geen Nederlander erop vooruitging. Ik vond het toen al gewaagd. De omstandigheden zijn inmiddels enorm verslechterd. Als de energie- en grondstofprijzen nog langere tijd hoog blijven en de wereldhandel wordt geraakt door de oorlog in Oekraïne en de sancties voor Rusland, dan krimpt de Nederlandse economie. De inflatie zal in het ergste geval oplopen tot 9,5%. De koopkracht daalt met 5,5%. De Nederlandsche Bank rekent in de scenario's zelfs op een gemiddelde prijsstijging van 9,5%. Het water staat de mensen aan de lippen. Als we niet snel ingrijpen, dan dreigen honderdduizenden Nederlanders financieel te verzuipen. Vooral voor de mensen die nu op of onder het bestaansminimum leven, is het alle hens aan dek.

Voorzitter. Wie zijn die mensen? Wie zijn nou de mensen die in de problemen komen door de stijgende energieprijzen? Wie zijn de mensen die buikpijn krijgen als ze naar de winkel gaan om eten te kopen en zien dat de koffieprijs 5% is gestegen, dat het brood weer duurder is geworden, dat het tanken aan de pomp niet te betalen is? Ze zien dat de Belgische overheid er wel in slaagt om de benzineprijzen terug te brengen naar €1,77 en dat dat de Nederlandse overheid niet lukt. Misschien zijn dat ook wel de mensen die het vertrouwen in de overheid allang kwijt zijn. Ik zag net dat het opkomstpercentage in een wijk in Amsterdam 6% was. Het zijn de mensen die afgelopen woensdag niet gestemd hebben. Het zijn de mensen die zich afvragen: wie komt er voor mij op als ik het moeilijk heb?

Voorzitter. We hebben gezien dat het anders kan. Want wat zei de minister van Financiën toen bedrijven aanklopten vanwege problemen door de coronacrisis? Hij zei: "Whatever it takes, wat er nodig is; we gaan het regelen." Binnen no time, als de wiedeweerga, werd er 50 miljard euro beschikbaar gesteld. Dat werd binnen een paar weken via RVO uitgereikt. Maar we hebben ook allemaal gezien hoe de minister-president als een leeuw zat te vechten voor Unilever, voor Shell en voor andere multinationals. Hij wilde ze een belastingcadeau geven van 2 miljard per jaar. Dat was niet tijdelijk. Dat was niet voor een jaar. Dat was voor altijd. Als je dat doorrekende, was dat netto 60 of 70 miljard. Er was niemand meer die daarin geloofde, maar de minister-president bleef volhouden. De conclusie is dat dit kabinet vecht als een leeuw als het om multinationals en aandeelhouders gaat. Maar wie vecht er voor de mensen met de kleine portemonnee, die keihard worden getroffen? Waarom knokt dit kabinet niet harder voor de burger met de kleine portemonnee?

Voorzitter. Mijn fractie is blij met de stap die het kabinet heeft gemaakt op 11 maart: het verlagen van de benzineaccijns met €0,17 het verlagen van de btw op gas en stroom met 12%, samen met de energietoeslag van €800 voor 10% van de huishoudens. Maar het is echt te mager. Als je kijkt naar de excessieve stijging van al deze tarieven, van brood, van eten, van benzine, van gas, dan zouden we eigenlijk nog meer kunnen doen. Mijn fractie stelt dan ook voor om die €800 op te hogen naar €1.200. Dat kan. Je kunt het ook toepassen op die 130%. Je kunt er ook over nadenken om bij de gemeenten af te spreken dat mensen dan wel overleggen dat hun energierekening gestegen is. Dat kan een aanvulling zijn in de afrekening. Je kunt met de energiebedrijven afspreken dat ze de tijd krijgen om dat dan ook te betalen.

Voorzitter. Mijn partij stelt ook nog een heel effectieve koopkrachtmaatregel voor voor iedereen: het btw-tarief terug naar 19%. Dat leidt tot 2% meer koopkracht en 2% minder inflatie. Ook doen we een voorstel om de kilometervergoeding te verhogen naar €0,38. Want die was al niet genoeg, die is niet genoeg en die zal ook niet genoeg zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik het woord aan de heer Ephraim van de Groep Van Haga.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Dank u wel, voorzitter. Uiteraard is er op dit moment een humanitaire ramp gaande in Oekraïne. Burgers en ondernemers in Nederland worden op geheel andere wijze geraakt door dit conflict. De stijgende brandstof- en energieprijzen kunnen ons elk moment in een nieuwe recessie storten. Het pakket dat het kabinet heeft gepresenteerd om de dalende koopkracht iets op te vangen, is een begin, maar is niet genoeg. De brandstof- en energieprijzen blijven historisch hoog. Dat is ook deels een eigen keuze van dit kabinet. Nederland kent de hoogste brandstofprijzen van Europa. Zelfs met de huidige accijnsverlaging blijft dit zo. De auto is voor veel mensen zeer belangrijk. De heer Azarkan had het geloof ik over mantelzorgers. Daar sluit ik me bij aan. De brandstofprijs moet dan ook betaalbaar blijven. Het is goed dat er nu een tijdelijke verlaging van de accijnzen is, maar wordt het ook niet eens tijd om het infame kwartje van Kok permanent terug te geven?

Voorzitter. Ook de belasting op energie is in Nederland hoog. Een btw-verlaging is dan ook goed. Het is überhaupt raar dat energie in het hoge btw-tarief valt. Wat BVNL betreft is het lage tarief dan ook een blijvertje. Is de minister van Financiën het met mij eens?

Ook krijgen minima een extra vergoeding van nog eens €600. Echter, iedereen gaat er zwaar op achteruit. Dit zal waarschijnlijk niet genoeg zijn, zoals eerdere sprekers ook hebben genoemd. Ik zou dan ook graag van de minister willen horen hoe het kabinet de grens van ongeveer 120% van het minimumloon heeft bepaald. Waarom is het bijvoorbeeld niet 130% of 140%? Dreigt een groep mensen dan niet net buiten de boot te vallen?

Voorzitter. Niet alleen huishoudens zijn de dupe. Ook ondernemers worden keihard geraakt. Tuinders en vissers stoppen. Transportondernemingen hebben de grootste problemen, omdat er geen winst te behalen valt. Is dit dan de genadeklap na twee rampzalige jaren? Is de minister hiermee bekend? Worden hiervoor nog extra maatregelen getroffen?

Voorzitter. BVNL heeft zelf ook een aantal oplossingen om de koopkrachtdalingen en de stijgende energieprijzen te beperken. Zoals u waarschijnlijk heeft gehoord, willen wij dat de verlaging van de accijns op brandstof en de btw op energie permanent wordt. Daarnaast weten wij dat er nog voor miljarden aan gas in Groningen zit. BVNL wil tot slot het kabinet nogmaals vragen om meer gas te winnen en de Groningers fatsoenlijk en adequaat te compenseren.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Inge van Dijk, CDA.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Voorzitter. Vandaag hebben we het over de koopkracht van onze inwoners, over een cijfer dat afhankelijk is van heel veel factoren, zoals inkomen, belastingen en inflatie, maar ook van veranderingen in het persoonlijk leven van mensen. De vraag die centraal staat, is simpelweg: houd je als huishouden aan het einde van je geld wel of geen maand over? Oftewel: kun je rondkomen? Als we in de huidige onzekere situatie naar buiten kijken, zien we heel duidelijk verschillen. Hoge brandstofprijzen hebben met name grote gevolgen voor mensen die afhankelijk zijn van hun auto om naar het werk te gaan, bijvoorbeeld in regio's met slecht openbaar vervoer. Een kilometervergoeding van €0,19 zet dan ook geen zoden aan de dijk. Zo roept ook het CNV op tot verhoging hiervan. Ook zijn er stijgende energielasten voor mensen met variabele energiecontracten en slecht geïsoleerde huizen. Inflatie raakt iedereen, maar sommige huishoudens kunnen dat prima opvangen, terwijl andere financieel compleet onderuitgaan.

Als je dit weet, wat vind je dan van het pakket dat hier voorligt? Sommigen zeggen tegen me: je moet juist niks compenseren; dat dwingt mensen om versneld te verduurzamen. We moeten ook zeker wat met onze afhankelijkheid van olie en gas, maar mensen hiervoor nu financieel door het ijs laten zakken door binnen enkele maanden veranderingen af te dwingen, zullen wij nooit toestaan, zeker niet als ze er niks aan kunnen doen. Want het is al eerder benoemd: huurders zijn afhankelijk van de verhuurder voor verduurzaming. Ik ben er wel positief over dat het kabinet gaat helpen, maar waar ik wederom moeite mee heb, is dat het blijkbaar heel ingewikkeld is om mensen doelgericht te ondersteunen, dat we soms schieten met hagel, dat gemeenschapsgeld juist niet in die lege portemonnees terechtkomt en dat we als gevolg van onze systeemwereld niet exact kunnen doen wat onze leefwereld nodig heeft.

Zo maak ik me grote zorgen over de werkende armen, vaak ook gezinnen met kinderen. Uit onderzoek van afgelopen weekend blijkt dat een groep van zo'n 800.000 huishoudens met een laag inkomen niet in aanmerking komt voor de generieke compensatie. Dat is een groep waarvan heel veel mensen wel iedere dag van huis gaan naar hun baas en keihard werken om hun steentje bij te dragen. Er zijn nog meer groepen die in de problemen kunnen komen: studenten, ondernemers met een hoog energieverbruik, zoals de bakker op de hoek, maar ook sportaccommodaties zouden weleens in de problemen kunnen komen. Zoals blijkt uit de nieuwste raming van het CPB, waarin er vorige week nog een schepje bovenop werd gedaan met een inktzwart recessiescenario, weten we niet welke kant het opgaat. Maar we weten wel dat het voor kwetsbare groepen heel spannend wordt. Het heeft geen zin als het kabinet over een paar maanden constateert dat dat inderdaad zo is en dan pas weer over ad-hocmaatregelen gaat nadenken, die dan op korte termijn weer uitvoeringsproblemen opleveren. Ik wil het kabinet er dan ook toe oproepen om nú verschillende kwetsbare groepen in kaart te brengen, daarvoor verschillende scenario's en plannen uit te werken en hier al bij de eerstvolgende begrotingsmomenten serieus rekening mee te houden.

Ook zien wij een aantal kortetermijnmogelijkheden voor ondersteuning van kwetsbare groepen. Gemeenten kunnen mensen helpen, onder andere via de bijzondere bijstand. Maar de SER constateerde onlangs bijvoorbeeld dat een groot deel van de werkende armen hier geen gebruik van maakt: ze weten het niet of ze schamen zich. Herkent de minister dit? Zo ja, welke oplossingen ziet zij dan voor zich? Stel je voor dat iedereen deze regelingen wel weet te vinden; is het dan wél voldoende om rond te komen, of is er een extra vangnet nodig, zoals een soort TONK-regeling, die we tijdens de coronacrisis hadden voor ondernemers? Denk ook aan het versneld versoepelen van het gemeentebeleid omtrent giften, zoals de tas met boodschappen. Veel gemeentes hebben dat al gedaan. Daarmee maken we het in de samenleving gemakkelijker om elkaar te helpen. Wat kan het kabinet doen om dit verder te versnellen?

In het coalitieakkoord staat dat we willen dat bijverdiengrenzen opgerekt worden. Echter, hier is wetgeving voor nodig. Hoe staat het daarmee? Ook ontvangen veel ouderen niet de inkomensondersteuning waar ze recht op hebben, bijvoorbeeld door beperkte informatie-uitwisseling tussen overheidsdiensten, maar ook omdat ze niet weten dat ze ergens recht op hebben. Dat is simpelweg een gemiste kans. De volgende vraag: kan het kabinet ook dit op korte termijn verbeteren? Wij zijn ook blij dat er aandacht is voor ondersteuning van de eilanden, maar waarom doen we niks voor de CAS-eilanden?

Voorzitter. Het gaat hier om de vraag of mensen kunnen rondkomen en of dit pakket daarvoor voldoende houvast biedt. Armer worden we de komende tijd wellicht allemaal een beetje, maar wij hebben stevige zorgen over die kwetsbare groepen, zoals de werkende armen. Deze groepen mogen niet het kind van de te hoge rekening worden.

Dank je wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Nijboer van de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):
Mevrouw Van Dijk heeft goede kritische vragen aan het kabinet. Complimenten daarvoor. Ik hoorde zowel bij de heer Grinwis als bij de heer Van Weyenberg ruimte om naar 130% te gaan, dus om de tegemoetkoming van €800 te geven aan de mensen tot 130%. Is het CDA daar ook voor te porren? Dat zou natuurlijk wel betekenen dat het budget hoger moet worden, want het gaat nu om inkomens tot 120%.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik had inderdaad al uitgebreid vragen gesteld over de gemeenten en de uitvoering. Deze vraag was al voorbijgekomen, dus ik dacht: ik wacht mooi even het antwoord af. Het zou misschien inderdaad wel ruimte kunnen bieden.

De voorzitter:
De heer Van Raan van de Partij voor de Dieren heeft ook een interruptie.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik vind het mooi dat mevrouw Van Dijk hier uitspreekt: we zullen nooit toestaan dat groepen door het ijs zullen zakken. Ik ben heel blij dat ze ook de eilanden noemde, de speciale gemeentes in het Caribisch gebied. Ze noemde ook een analyse van de groepen. Zou daar wat mevrouw Van Dijk betreft ook de groep burgers die getroffen zijn door de toeslagenaffaire onder kunnen vallen? Die mensen worden nu dubbel getroffen. Moet daar niet ook iets speciaals voor gebeuren?

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik heb gevraagd om een analyse van de "kwetsbare groepen". Ik kan mij zomaar voorstellen dat dit een groep is die daar automatisch in valt.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Heinen van de VVD.

De heer Heinen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Alles wordt duurder. De energieprijzen stijgen en onze koopkracht staat onder druk. Veel mensen maken zich daar zorgen over, en terecht. De energieprijzen stegen al langer. Daarom hebben we vorig jaar bij de Algemene Financiële Beschouwingen Kamerbreed een pakket aangenomen om de energierekening enigszins te dempen. Er werd al eerder verwezen naar de heffingskorting en de energiebelasting. Dat is een pakket van 3 miljard euro. Dat is een ongekend bedrag, voor ook ongekende tijden. Zelfs dat blijkt nu niet genoeg. We hebben nu ook te maken met die verschrikkelijke oorlog in Oekraïne. In de eerste plaats raakt dat natuurlijk de mensen daar. Het is vreselijk en de beelden die we zien gaan echt door merg en been. Als jonge vader van een gezin kan ik me eigenlijk gewoon geen voorstelling maken van hoe het is om te moeten vluchten voor bommen en granaten die om je huis vallen, terwijl je als land gewoon streeft naar vrijheid en geluk. Het is onvoorstelbaar.

Er zit ook een bepaalde ongemakkelijkheid in, want we praten hier over koopkracht, terwijl er daar natuurlijk enorm leed is. Tegelijkertijd hebben mensen hier er ook mee te maken door een stijgende energierekening, die ze misschien niet kunnen betalen. Dat is ook heel heftig. Dat doet niks af aan het leed daar, maar wij als volksvertegenwoordigers van Nederland moeten ook daarnaar kijken.

De realiteit is dat ook hier de energierekening verder zal stijgen als gevolg van het conflict in Oekraïne. Het is niet de oorzaak, want die energierekening steeg al langer — daar werd eerder al naar verwezen door mijn collega — maar het zal de koopkracht verder onder druk zetten. Daardoor kunnen mensen in de problemen komen, en dat moeten we niet laten gebeuren. We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat huishoudens omvallen, simpelweg omdat de energieprijzen door het dak knallen. Daarom ben ik blij dat er hier nu een pakket ligt met een verlaging van de btw op de energierekening, een verlaging van de accijns aan de pomp, een verhoging van de steun aan kwetsbare huishoudens via gemeentes — daar werd al veel over gesproken — en het sneller energiezuinig maken van de woningen.

Het eerlijke verhaal is ook dat we niet eeuwig kunnen blijven compenseren. Daarom moeten we ook blijven investeren in energieonafhankelijkheid. We moeten weg van het Russisch gas en investeren in duurzame energie, waterstof en kernenergie. Ik denk echt dat dat uiteindelijk op lange termijn de oplossing is om onafhankelijk te zijn van dit soort landen, voor deze extreme schommelingen en voor de gevolgen voor de energierekening. Er wordt ook vaak gesuggereerd: er zijn klimaatfondsen, dus laten we die inzetten voor de compensatie van de koopkracht. Ik snap het, want je ziet daar grote fondsen met veel geld. Tegelijkertijd hebben we die ook nodig om te investeren in die onafhankelijkheid, zodat we niet elk jaar in deze discussie zitten. We moeten dus beide doen: lastenverlichting nu en investeren in onafhankelijkheid voor later.

Tot slot, voorzitter. In een eerder debat is een motie ingediend — het is even een bruggetje; ik kom zo op mijn punt — over het eerder afschaffen van de jubelton. Dat is eigenlijk het belastingvrij schenken voor de eigen woning. In het regeerakkoord werd die al afgeschaft, maar wat later in de tijd. Er werd gevraagd: kan dat niet eerder? We hadden de indruk dat dat technisch niet eerder kon. Dat bleek technisch wél eerder te kunnen, en daarom is die afschaffing ook vervroegd. Met diezelfde blik kijk ik, met het oog op dit debat, naar het regeerakkoord en zie ik ook in de toekomst een verhoging van onbelaste reiskostenvergoeding staan. Er werd in dit debat ook al verwezen naar het belang van die onbelaste reiskostenvergoeding: de belastingvrijstelling per kilometer. Mijn vraag aan het kabinet zou zijn: kunnen we die misschien ook naar voren halen, als dat technisch mogelijk is? De jubelton levert geld op. We zouden het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding daarmee intertemporeel — zoals dat in mooi ambtelijk jargon heet — kunnen dekken. Dus niet zozeer goedkoop schenken, maar misschien wel goedkoper tanken. Omdat die kilometervergoeding natuurlijk ook voor het ov geldt, zou je ook kunnen zeggen: van jubelton naar jubelwagon. Hoewel ik daarmee, denk ik, de mensen tekortdoe die kosten maken voor vervoer. Er werd in dit debat ook al terecht gezegd dat mensen afhankelijk zijn van de auto of de trein om naar hun werk te gaan. Ik vind het belangrijk dat daar aandacht voor is.

Ik ben aan het eind van mijn betoog. Ik zie dat een aantal collega's vragen heeft.

De voorzitter:
Zeker. Allereerst de heer Tony van Dijck van de PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ik vraag me iets af. We kunnen ons allemaal herinneren dat mevrouw Hermans hier bij het debat over de regeringsverklaring stond en zei: voor iedereen een positief en evenredig koopkrachtbeeld. Dat is een belofte die de VVD doet in dit regeerakkoord. Is dat weer zo'n loze belofte van de VVD, zoals we er al zo veel hebben gezien? Of gaat dat nog gebeuren?

De heer Heinen (VVD):
Dit was het uitgangspunt van het regeerakkoord. Dus dat klopt. Toen dat vorig jaar werd gepresenteerd, zeiden we tegen elkaar: we moeten streven naar een evenwichtig koopkrachtbeeld dat positief is. Vervolgens zagen we in het debat over het regeerakkoord bij voornamelijk AOW'ers het beeld dat zij erop achteruit dreigden te gaan. Daarvan is gezegd: dat moeten we in lijn met het regeerakkoord compenseren. Daarvan is ook gezegd: omdat we streven naar een evenwichtig regeerakkoord, moeten we eigenlijk kijken naar alle groepen. Die dreigden weer op de nullijn te komen, terwijl we met elkaar streven naar een positief koopkrachtbeeld.

De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat de realiteit in de tussentijd enorm is veranderd. Het heeft langer geduurd dan we allemaal wilden, maar toen wij over het coalitieakkoord aan het onderhandelen waren, hadden we natuurlijk nooit kunnen bedenken wat zich nu in Europa afspeelt. Echt je stoutste dromen komen uit! Dat heeft ook gevolgen voor de koopkracht hier. Daardoor zal het beeld dat wij in het regeerakkoord voor de inflatie en de koopkracht voor ogen hadden, misschien niet haalbaar zijn. We proberen er natuurlijk alles aan te doen. We hebben vorig jaar 3 miljard euro lastenverlichting gegeven. Daar komt dit jaar 2,8 miljard bij. Dat is dus bijna 6 miljard euro lastenverlichting om die dalende koopkracht te compenseren. Of het genoeg zal zijn, zullen wij echt gedurende het jaar moeten blijven monitoren.

De voorzitter:
De heer Tony van Dijck voor een interruptie.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Daarom hebben mensen geen vertrouwen meer in de politiek! U belooft nog geen twee maanden geleden een positief, evenredig koopkrachtbeeld voor iedereen. Toen waren de Nibud-cijfers allemaal in het rood, dus dat was een keiharde belofte. Nu zijn we twee maanden verder. De laatste CPB-cijfers zeggen: koopkrachtverlies van 2,7%, en als Klaas Knot gelijk krijgt, dan gaat het naar 5% à 6% koopkrachtverlies. Al voor de regeringsverklaring stond het water heel veel mensen, heel veel huishoudens, miljoenen gezinnen, aan de lippen. En u drukt ze gewoon onder water! U zegt gewoon: we hebben 6 miljard beschikbaar gesteld en we moeten zien of dat voldoende is. U maakt wel 60 miljard beschikbaar voor klimaat en allemaal stikstofgeneuzel. Maar de mensen die nu onder water staan, die naar adem happen, daar hebt u niks voor over, nog geen 10% van die 60 miljard! De vraag is dus: bent u bereid meer te doen voor die groep? U ziet immers dat het niet voldoende is. En de vraag is: bent u bereid om deze koopkrachtcijfers te laten doorrekenen door het CPB om te kijken waar we nu staan?

De heer Heinen (VVD):
We hebben niet zo lang geleden gemeenteraadsverkiezingen gehad. In het kader daarvan ben ik veel langs deuren gegaan en heb ik veel mensen gesproken. Het beeld dat de heer Tony van Dijck hier schetst, herken ik eerlijk gezegd niet. Ik heb in vele gesprekken wel de zorgen gezien van mensen die zeiden: dit wordt echt veel, kan ik dat nog betalen? Tegelijkertijd sprak is ook veel mensen die zeiden: ik snap wel dat de overheid niet alles kan compenseren. We zullen dit allemaal gaan voelen. Ik ben ook echt bereid om te kijken waar ik zelf kan minderen, maar ik ben ook ontzettend blij met de compensatie die de overheid geeft. Ik denk dat dit een strijd is die we gezamenlijk voeren. We moeten kijken wat de samenleving kan dragen en wat wij als overheid kunnen doen aan compensatie. Kunnen we alles compenseren? Ik denk dat dat niet gaat lukken. Maar kunnen we er alles aan doen om de pijn zo veel mogelijk te verzachten? Dat denk ik wel.

Als we dan kijken ... We hadden het regeerakkoord. Nog niet zo lang na de presentatie van dat regeerakkoord hebben we bij de Algemene Financiële Beschouwingen — Kamerbreed en daar ben ik blij om — een pakket maatregelen afgedwongen van 3 miljard euro voor de verlaging van de belasting op de energierekening. Nu zien we dat dat niet genoeg is en doen we daar nog een keer een kleine 3 miljard euro bij voor btw en accijnzen en om gemeenten de mogelijkheid te geven om huishoudens te compenseren. Als ik de heer Tony van Dijck antwoord geef op zijn vraag of wij bereid zijn iets extra's te doen: ja, en dat hebben we ook bewezen, want we hebben al iets extra's gedaan.

De heer Jansen (FVD):
De heer Heinen heeft het over onafhankelijk worden van Rusland in onze gasvoorziening, maar het is juist zijn partij die ons afhankelijk heeft gemaakt van Rusland in onze gasvoorziening. Het Groninger gasveld werd gesloten, ondanks het feit dat die mensen nog steeds geen geld hebben. Nu beroept hij zich op verduurzaming en allerlei groene plannen, klimaatplannen. Maar die plannen gaan — als ze technisch al mogelijk zijn, want daar zijn nog heel veel vragen over — ontzettend veel geld kosten en gaat het ontzettend lang duren voordat het een keer gerealiseerd gaat worden. In de tussentijd zitten mensen met een torenhoge energierekening. Daar zijn twee hele makkelijke oplossingen voor. U noemde al de compensatie van de energiebelasting, maar dat is nu specifiek op elektriciteit. Dat kan ook op stroom. En het openstellen van het Groninger gasveld om weer onafhankelijk te worden van Rusland en zelf in ons gas te kunnen voorzien. Zou hij daartoe bereid zijn?

De heer Heinen (VVD):
Eerst één opmerking. De heer Jansen zegt dat er makkelijke oplossingen zijn. Was het maar waar! Dan hadden we dat natuurlijk gedaan. Die makkelijke oplossingen zijn er niet. Het is ongelofelijk moeilijk. Het vergt echt meerdere dingen. Het vergt zowel compensatie als investeren in onafhankelijkheid. Dan wordt de link door de heer Jansen gelegd met Groningen. Groningen was nooit een keuze die over onafhankelijkheid ging. De heer Van Weyenberg wees daar net ook al op. Die ging over de veiligheid van de Groningers. Daarom hebben we besloten om van dat gas af te gaan. Volgens mij pleit u ook niet voor het weer oppompen van Groninger gas en als u dat wel doet, dan hoor ik dat graag, maar dan zou ik u uitnodigen om alstublieft naar Groningen te gaan en met de mensen daar in gesprek.

De voorzitter:
Dat was uw laatste ...

De heer Heinen (VVD):
Ik wil toch nog antwoord geven op de vraag, want er wordt ook de suggestie gewekt dat het investeren in duurzaamheid dat wij doen, leidt tot hogere prijzen. Ik bestrijd dat echt. Ik vind dat belangrijk om meerdere redenen. In de eerste plaats voor een schoner land, en in de tweede plaats voor die onafhankelijkheid. Als je je energie zelf kan opwekken, met renewables, maar ook met kernenergie — daar verschillen partijen over van mening; zelf ben ik er voorstander van — dan ben je onafhankelijk en heb je het gas niet eens meer nodig. Gas zullen we in de tussentijd nodig hebben en dat gas moet nu niet uit Rusland komen. Dat zullen we vloeibaar moeten importeren. Daarom ben ik het ook niet eens met het bevriezen van de gasprijzen, want ik denk dat dat echt invloed heeft op het importeren van vloeibaar gas. Dan draaien schepen gewoon om op de Noordzee, maar dat even als zijstapje. Uiteindelijk zullen we helemaal van het gas af moeten. Dus als u zegt dat we juist van het gas gebruik moeten blijven maken, dan zijn we het gewoon oneens met elkaar.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Nijboer, tot slot.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik vind het een goed voorstel — ik deed het zelf ook — om de onbelaste reiskostenvergoeding te verhogen van €0,19 naar zeg €0,30 à €0,35. De VVD vraagt mij ook altijd naar dekking. De VVD stelde als dekking voor om de jubelton een jaar eerder af te schaffen. Ik geloof dat dat volgend jaar 8 miljoen oplevert. Ik vroeg mij af met hoeveel die kilometervergoeding dan omhoog kan. Wordt die dan €0,195? Hoe ziet de VVD dat voor zich? Er staat toch echt 400 miljoen in het coalitieakkoord tegenover die 8 miljoen, dus ik hoop dat de VVD mensen niet blij maakt met een dooie mus. Als het echt maar om tienden van centen gaat, dan schieten we er natuurlijk nog niks mee op.

De heer Heinen (VVD):
Het is sowieso geen dooie mus, want die reiskostenvergoeding gaat omhoog. Dat staat gewoon in het coalitieakkoord. Als rekenregel zou je €0,01 per 100 miljoen kunnen hanteren, dus het gaat om fors geld. Het eerder afschaffen van de jubelton ... De heer Nijboer had nog een opmerking, maar buiten de microfoon. Die kan hij straks maken in zijn reactie op mijn betoog. Ik maak het even af.

De voorzitter:
Ik hoor "8 miljoen".

De heer Heinen (VVD):
Ik hoor gemopper, maar de mensen thuis horen dat niet. Dat is wel enigszins ...

De voorzitter:
Irritant.

De heer Heinen (VVD):
... storend. "Irritant", dat zijn uw woorden, maar het helpt niet in mijn betoog.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Heinen.

De heer Heinen (VVD):
Ik pak even mijn antwoord terug. Die reiskostenvergoeding gaat sowieso omhoog. Ik vind inderdaad dat dat gedekt moet worden. Als het technisch eerder kan, dan moet dat natuurlijk gedekt worden. Zelf denk ik aan de jubelton; dat voorstel is ook eerder gedaan. Als je die eerder afschaft, levert dat volgens mij jaarlijks 7 miljoen extra op. Ik heb cumulatieve bedragen gezien van ongeveer 160 miljoen. Het ministerie van Financiën kan ervoor kiezen om, wat wij in ambtelijk jargon noemen, intertemporeel te dekken. Dat is een mooi woord voor scrabble, maar het is wel een gebruikelijke systematiek. Je kan het niet te vaak doen, maar je kan het in uitzonderlijke situaties toepassen. Dat zou hier een dekking kunnen zijn. Als er betere dekkingsvoorstellen zijn, sta ik daar natuurlijk voor open. Maar laten we eerst kijken of het überhaupt technisch mogelijk is. Dat was uiteindelijk de aanleiding tot de vraag.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste interruptie.

De heer Nijboer (PvdA):
Er staat 8 miljoen in 2024, maar ik begrijp dat de heer Heinen de onbelaste reiskostenvergoeding fors wil verhogen en dat het niet met die 8 miljoen gedaan moet zijn.

De heer Heinen (VVD):
Nee, in het coalitieakkoord is uiteindelijk 400 miljoen daarvoor gereserveerd. Ik denk dat je het daarmee ongeveer €0,04 kan verhogen, dus grofweg van €0,19 naar €0,23. Dat gaat dan in twee stappen: eerst 200 miljoen en dan 400 miljoen. Het zal dus nagenoeg in centen gaan: eerst naar €0,21 en dan naar €0,23. Ik denk dat je die stappen naar voren moet halen. Als je het in centen ziet, is het natuurlijk een klein bedrag. Dat realiseer ik me. Als je ziet wat een gemiddelde forens ongeveer reist naar het werk, kan het zo €50 in de maand schelen. Dat is natuurlijk fors geld.

De voorzitter:
Dank u wel. U heeft geen interrupties meer, meneer Klaver. Excuus daarvoor. Dan ga ik naar de heer Van Raan van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Deze inbreng is mede namens BIJ1. Vanaf deze plek beterschap aan mevrouw Simons.

Voorzitter. In een debat over armoedebeleid mag niet onbenoemd blijven dat de arme bevolking van Oekraïne bestookt wordt met wapens en munitie die deels betaald worden uit ons gas- en olieverbruik. In Nederland importeren we 15% tot 20% van ons gas uit Rusland.

Het tegenstrijdige is: we hebben een minister voor Armoedebeleid, maar we vergroten met de verlaging van de brandstofaccijnzen de kloof tussen arm en rijk. De vraag is waarom van de lastenverlichting meer dan een derde terechtkomt bij 20% van de meest welvarende Nederlanders. Nog zo'n tweeslachtig verhaal: we willen minder afhankelijk worden van Rusland voor onze brandstofvoorziening, mede vanwege het effect op de koopkracht, maar we maken gas en diesel goedkoper voor iedereen en dempen de besparingsprikkel.

Voorzitter. Dat is tekenend voor de tweeslachtigheid van dit kabinetsbeleid. Als we echt werk zouden willen maken van energiebesparing, zouden we het btw-nultarief van toepassing kunnen maken op dubbelglas, de warmtepomp, zonnepanelen — dat gaat al gebeuren, maar we kunnen het versnellen — zonnebatterijen en isolatie. Dan zouden we belasting heffen op kerosine en zouden grootverbruikers van aardgas geen korting krijgen, maar juist extra moeten betalen. Het vierde kabinet-Rutte maakt dus de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter, en dat is onverantwoord. Tot zover de kritiek, nu wat oplossingen.

Willen we de inkomenszekerheid voor burgers vergroten, dan moet er een inkomenspolitiek komen in het voordeel van mensen met lage inkomens zoals versnelde verhoging van het minimumloon en verhoging van de bijstand. Maar wij vinden ook dat er een solidariteitsheffing moet komen ten behoeve van de laagste inkomens. Dat zou een solidariteitsheffing moeten zijn voor met name fossiele bedrijven, die moet bestaan uit de winsten die nu op olie en gas worden gemaakt. Vanuit dit solidariteitsfonds kunnen we de kwetsbaren ondersteunen. De belangen van de zwaksten beschermen tegen het recht van de sterksten is eigenlijk heel logisch.

Voorzitter. Om zowel de ontwikkeling van de koopkracht van de mensen met de lage inkomens te beschermen, als de stijgende energieprijzen te dempen, kunnen we nóg iets doen. We kunnen niet alleen de energietransitie versnellen, maar we kunnen ook de voedseltransitie versnellen, om zo te breken met onze verslaving aan fossiele energie. Op die manier kunnen we voor eens en voor altijd afscheid nemen van de rollercoaster aan energieprijzen die oliesjeiks en oligarchen organiseren. Fossiele brandstoffen zijn juist ook zo kostbaar omdat energie verspild wordt aan veevoer en het vervoer van immense hoeveelheden dieren die we houden voor het produceren van voedsel voor mensen met behulp van kunstmest. Voor dat veevoer zijn we ook nog een keer afhankelijk van de import van voermais, zonnebloemzaadolie en zonnebloemschroot uit Oekraïne. Wanneer we het maag-darmkanaal van dieren overslaan in onze voedselvoorziening, kan er direct voor mensen geproduceerd worden, en zijn we ook niet meer afhankelijk dan nodig is van andere landen. Dus dient de veehouderij versneld te worden afgebouwd. We kunnen ook zonder kunstmest produceren als we boeren helpen in de omschakeling. Er is een afbouwplan nodig en er moet compensatie geregeld worden. Ik noem een ander voorbeeld. In de sierteelt wordt er massaal energie verspild terwijl er ook veel gif wordt gebruikt. Ondernemers in de sierteelt moeten begeleid worden in een transitie naar de teelt van humane voeding.

Voorzitter. Ik vat samen. We moeten SUV-rijders niet langer sponsoren, en dus Poetin ook niet. We gaan mensen met de laagste inkomens beschermen tegen het recht van de sterksten. We gaan gas terugnemen in alle opzichten. We gaan schaarse granen niet meer voor 90% verspillen via het maag-darmkanaal van dieren in de intensieve veehouderij. We stoppen met tulpenbollen en allerlei andere energieverspillende sierteelten. En we gaan in onze eigen kassen voedsel voor mensen telen in de eigen regio.

Voorzitter. De oorlog leert ons dat we zelf geen oorlog meer moeten voeren tegen de natuur en tegen de dieren, maar dat we respect moeten hebben voor al het leven, waar ook ter wereld. We moeten niet langer zagen aan de tak waarop we zitten. En als er ooit een moment was om te kiezen voor een andere koers, dan is het nu wel.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Den Haan van de Fractie Den Haan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
Dank u wel, voorzitter. Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne heb ik, net als waarschijnlijk iedereen, een knoop in m'n maag. Ik maak me in de eerste plaats natuurlijk zorgen over al die mensen uit Oekraïne die huis en haard hebben moeten verlaten, die in angst zitten om hun vader, zoon of man die vecht voor het land. Ik heb natuurlijk ook zorg om al die mensen die door de oorlog een geliefde hebben verloren, en ik leef met ze mee. We maken ons zorgen om de mensen die daar nog zijn en geen mogelijkheden hebben om weg te komen. Veel ouderen blijven op hun honk en hebben het heel erg moeilijk.

Maar we maken ons ook zorgen over mensen in Nederland, die door de hoge gasprijzen en de inflatie niet meer weten hoe ze rond kunnen komen. En we merken natuurlijk allemaal dat het leven duurder is geworden. Ik las ergens in een interview dat het in ieder geval een lichtpuntje is dat er tijdens de coronacrisis 22 miljard gespaard is in Nederland. Dat is gebeurd doordat mensen heel veel geld niet meer konden uitgeven. Punt is in ieder geval wel dat dit spaargeld terecht is gekomen bij mensen die toch al weinig geldzorgen hebben. En juist de huishoudens waarbij het risico van armoede heel groot is, en de huishoudens die moeilijk rond kunnen komen, zijn extra kwetsbaar voor de nu stijgende gasprijzen en voor de inflatie.

Deze mensen hebben nu al moeite om hun rekeningen te betalen. Ze leven vaak al van de voedselbank en verwarmen al vaak maar één kamer in hun huis. Deze mensen hebben geen spaarpot om op terug te vallen. We hebben het dan bijvoorbeeld over ouderen met alleen AOW of met een klein aanvullend pensioentje, of over mensen in de bijstand of een andere uitkering. We hebben het daarbij ook over een groep die werkt, maar die maar net genoeg verdient om rond te kunnen komen. En hoe moet dat nu als je al naar de voedselbank gaat en je al overal op hebt beknibbeld, terwijl alles duurder en duurder wordt? Waar moet je dan nog meer op besparen? Het lukt mensen gewoon niet meer om hun uitgaven in te perken. Deze mensen staat het water niet aan de lippen. Nee, ze verzuipen al. Natuurlijk vind ik het pakket eigenlijk ook niet voldoende en zou ik ook wat meer gerichtere maatregelen willen, maar ik wil het kabinet wel danken voor de brief met de vier aangekondigde aanvullende koopkrachtmaatregelen. Kan het kabinet een tijdpad schetsen? Hoe kunnen de voorgestelde maatregelen onder puntje 1 en 4 versneld worden uitgevoerd? Kan de minister van Sociale Zaken er in overleg met gemeenten voor zorgen dat alle mensen die deze aanvullende maatregelen nodig hebben en daarvoor in aanmerking komen, proactief benaderd worden? Je zou willen dat niemand onder de radar blijft, want er zijn heel veel mensen wier inkomenssituatie onder de taboesfeer valt, maar ook bijvoorbeeld mensen die laaggeletterd zijn en zich waarschijnlijk niet uit zichzelf zullen melden.

Dan heb ik nog één vraag over het Caribische deel van ons Koninkrijk. Corona heeft de armoede daar enorm vergroot. Ik begreep van Amnesty dat alleen al op Curaçao de helft van de inwoners afhankelijk is van voedselbonnen. Heeft het kabinet in beeld hoeveel huishoudens daar door de bodem zakken? Op welke termijn is er bekend hoe de 5 miljoen die beschikbaar wordt gesteld voor aanvullende koopkrachtmaatregelen, daar wordt ingezet?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Dassen van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Het herstel na de pandemie gaat helaas hand in hand met inflatie van historische omvang. Als gevolg daarvan is er nu sprake van een koopkrachtdaling, die vooral mensen met de laagste inkomens hard raakt. De oorlog in Oekraïne confronteert ons op pijnlijke wijze met onze afhankelijkheid van Russisch gas. De pijn in Nederland wordt vooral door de mensen met de laagste inkomens gevoeld. 800.000 huishoudens zijn niet in staat om de energierekening te betalen. Met nog altijd enorme stijgingen van de energieprijzen zal deze groep ook steeds verder onder druk komen te staan. Het kabinet wil daarom terecht huishoudens compenseren. Maar was het mogelijk geweest om tot een fijnmaziger pakket te komen? Met dit pakket komt veel geld namelijk niet bij de inkomens terecht die het op dit moment zo hard nodig hebben. Het ontmoedigt bovendien de hogere inkomens en bedrijven om energiezuiniger te worden. Recentelijk reageerde de minister van Financiën op deze kritiek met de opmerking dat er niet meer knoppen zijn om aan te draaien. Als er op dit moment niet meer knoppen zijn om aan te draaien, dan zullen we die met elkaar moeten creëren, want het kan niet zo zijn dat we ons verzoenen met deze structurele ongelijkheid, zeker niet nu mensen onder druk van de huidige omstandigheden nog meer in het nauw komen. Deze actualiteit verplicht ons en het kabinet tot maximale creativiteit en daadkracht. We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat we komende winter weer mensen in de kou laten staan.

Voorzitter. Een paar punten. Kan het minimumloon sneller verhoogd worden? Hoe kijkt de minister daarnaar? Welke termijn kan eventueel nog worden verschoven? Wat zijn daarin de mogelijkheden? Ook kunnen we kijken naar heffingskortingen en toeslagen. We kunnen bijvoorbeeld de huur- en zorgtoeslag verhogen. Dat kwam eerder, geloof ik, ook al aan de orde. Ik sluit me daar graag bij aan. Hoe denkt het kabinet over de verhoging van de huur- en zorgtoeslagen?

Een op de vijf huizenbezitters kan de verduurzaming van zijn huis niet betalen. Nu moeten huishoudens het geld voor verduurzaming voorschieten en krijgen ze pas achteraf een gedeelte terug. Is de minister bereid om subsidies op te tuigen om hen die dat momenteel niet kunnen bekostigen, te helpen? Is het kabinet ook bereid om een huurverlaging door te voeren om huurders te dwingen om tot verduurzaming over te gaan, zodat mensen die al in een slecht geïsoleerde huurwoning zitten, beter geholpen kunnen worden? Hier gaat het ook om solidariteit. Steeds meer mensen kunnen niet rondkomen, terwijl de vermogensverschillen in Nederland groter en groter worden. Ziet de minister ook nog kans om hier stappen in te ondernemen, zoals een solidariteitsheffing?

Voorzitter. Ik verneem graag hoe het kabinet denkt over de voorstellen om mensen met de laagste inkomens direct en gericht tegemoet te komen. Ik reken en hoop op de creativiteit die nodig is om de mensen die in de knel zitten of zullen komen, zo veel mogelijk tegemoet te komen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Eppink, JA21.

De heer Eppink (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week schetste Klaas Knot van De Nederlandsche Bank onze burgers een gitzwart koopkrachtbeeld. Ik ken de heer Knot als een nuchtere Groninger en als optimistisch ingesteld, bijvoorbeeld toen hij vorig jaar zei dat de hoge inflatie tijdelijk zou zijn. Maar de realiteit heeft hem heel snel ingehaald. Knot noemde inflatiecijfers die dit jaar kunnen oplopen tot 9,5%. Gemiddeld daalt de koopkracht voor Nederlanders met 2,7%, zo niet meer. Bestuurders denken in abstracte koopkrachtplaatjes, maar deze zijn voor de gewone burger harde realiteit. Gezinnen kunnen hun energierekening, hun boodschappen en hun volle tank niet meer betalen. Er is voor het kabinet dus werk aan de winkel. JA21 heeft daarvoor een paar voorstellen.

Het eerste voorstel betreft de btw en accijnzen op benzine en diesel. Onder de kabinetten-Rutte werd de btw tweemaal verhoogd. 60% van wat de Nederlander aan de pomp betaalt, vloeit rechtstreeks terug in de staatskas. Nu komen bij die torenhoge belastingen ook exploderende brandstofprijzen. Natuurlijk verergert de oorlog in Oekraïne deze trend des te meer, maar we moeten niet vergeten dat Nederland al voor de oorlog in Oekraïne de duurste benzineprijs had ter wereld, na Hongkong.

Voorzitter. Het kabinet treft een serie verlagingen vanaf 1 april, al komen deze wat aan de late kant. In België zijn de brandstofbelastingen echter verlaagd. Duitsland werkt met een maximumprijs van €2 per liter. Mijn vraag aan het kabinet is: waarom treft het Nederlandse kabinet niet dezelfde maatregelen? Wat JA21 betreft gaat het kabinet zich toeleggen op het compenseren van burgers. JA21 stelt voor om zo snel mogelijk de btw op energie en brandstof te verlagen naar 0% en om alle extra inkomsten uit de btw voor de Staat dit jaar te gebruiken voor lastenverlichting van burgers.

Voorts ons tweede voorstel: het klimaat- en stikstoffonds. JA21 vindt het onbegrijpelijk dat in de huidige omstandigheden 60 miljard euro wordt gereserveerd voor een klimaat- en stikstoffonds. Het kabinet moet het financieel kader van het coalitieakkoord — dat is nu een gatenkaas — herzien en zich hardmaken voor koopkrachtreparatie. Dat kan bijvoorbeeld door een herziening van het klimaatfonds, met daarin een leidende rol voor onze energie- en voedselzekerheid. Zo is er ook meer tijd om kritisch te kijken naar de stikstofaanpak en om eindelijk bodemmetingen te nemen, die een preciezer beeld geven. Nu menen velen te weten zonder voldoende te meten. Voormalig PvdA-minister Ronald Plasterk schreef dat het stikstofbeleid geen 25 miljard euro nodig had, maar 25 miljoen. Nou, dat geeft al een heel ander beeld.

Voorzitter. Ik verzoek het kabinet om de energiezekerheid actiever te bevorderen. Dat kan op korte termijn door oude huizen te isoleren, door de gaswinning in Groningen niet abrupt te staken en door moderne kolencentrales open te houden. Op langere termijn is energiezekerheid mogelijk door kernenergie, om stroom goedkoop en betrouwbaar op te wekken. Duitsland en België laten om die reden enkele bestaande kerncentrales open.

Voorzitter. Voedselprijzen stijgen, terwijl het kabinet van plan is om veel van onze boerenbedrijven te sluiten. Dat is volstrekt onverstandig.

Voorzitter, ik rond af. Voor een rooskleurig koopkrachtbeleid is een realistische, betaalbare en haalbare ommekeer nodig.

Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Stoffer, SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Alle zorgen die we vandaag benoemen, vallen in het niet bij de vreselijke omstandigheden waarin velen in Oekraïne zich bevinden. Collega's hebben daar al ruimschoots aan gerefereerd. Koopkrachtverlies is vervelend, maar we moeten allereerst hen steun bieden. Ik vind het hartverwarmend om te zien dat veel mensen, ondernemers, goede doelen, verenigingen en kerken klaarstaan om mensen in en vanuit Oekraïne te helpen.

Voorzitter. Je zult maar een van de 550.000 gezinnen zijn die in energiearmoede leeft, en een stijging van de energierekening van honderden euro's op je bord krijgen of voor je laagbetaalde baan in de regio afhankelijk zijn van de auto, en per tankbeurt tientallen euro's extra moeten afrekenen. Het is goed dat het kabinet daar iets aan probeert te doen, maar naar de mening van de SGP kan en moet het een stuk gerichter.

Ik zal een paar dingen opnoemen. Inkomens op of net boven het sociaal minimum kunnen €800 krijgen. Maar ik maak mij best zorgen over de groep die net buiten de boot valt. Als je €1 boven die grens verdient, kun je zomaar €800 mislopen. Mijn vraag is: krijgen gemeenten de vrijheid om hierin maatwerk te leveren en, zo ja, zijn ze daartoe ook in staat? Ik kan mij voorstellen dat huishoudens trapsgewijs meer krijgen naarmate ze minder verdienen. Mijn vraag is of de gemeenten hiertoe actief worden aangespoord. Tegelijkertijd deelt de SGP de wens om de verschillen tussen gemeenten beperkt te houden. Mijn vraag daarbij is: als er wordt ingegaan op de dingen die ik zojuist benoemde, hoe worden de verschillen tussen de gemeenten dan geborgd?

Voorzitter. De stijgende energieprijzen raken ook veel bedrijven, bijvoorbeeld in de glastuinbouw. Is de minister in gesprek met de getroffen sectoren? Overweegt de minister bijvoorbeeld garantstellingen of leningen? En hoe worden bedrijven extra gestimuleerd om te verduurzamen? Het kabinet kan natuurlijk niet alles en iedereen compenseren, maar door slim maatwerk kunnen en moeten ondernemingen overeind gehouden worden.

Voorzitter. Het is goed dat het kabinet probeert om de staatsschuld door dit pakket niet op te laten lopen, maar tegelijkertijd moeten we ook constateren dat niet aan alle begrotingsregels voldaan wordt. En dat is niet voor het eerst. Bij de Voorjaarsnota moeten er meer gaten in de begroting gedicht worden. Mijn vraag aan de minister is of zij kan toezeggen dat er dan wel aan de begrotingsregels voldaan wordt. Dat geldt ook voor het budgetrecht van de Kamer, waaraan een aantal collega's gerefereerd hebben. Dat doe ik bij dezen ook. Hoewel de accijnzen volgende week vrijdag al verlaagd worden, hebben we nog geen wetsvoorstel gezien. Ik begrijp best dat het kabinet tijd nodig heeft, maar de stijging van de energierekening is niet van vorige week. De interruptie die op de PvdA werd gepleegd en het antwoord daarop, delen wij dan ook zeker. Nu wordt de Kamer feitelijk voor een voldongen feit geplaatst. Alle maatregelen zijn gepresenteerd als definitieve besluiten. Mijn vraag is: waarom is de Kamer niet meegenomen bij deze enorme uitgaven?

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Raan, Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Een vraag voor de heer Stoffer. Hij benoemt terecht de problematiek waar de tuinbouwteelt, de glastuinbouwteelt en de sierteelt mee worstelen. Het is terecht dat hij daar vanuit zijn gezichtspunt aandacht voor vraagt, maar is dit nu ook niet, ook voor de SGP, het moment om eens kritisch te kijken naar de vraag welke sierteelt Nederland en de wereld eigenlijk nodig hebben? Is dat moment er nu ook gekomen voor de SGP?

De heer Stoffer (SGP):
Ik hoorde daarstraks het betoog van de heer Van Raan. Vanuit zijn optiek was het op zich best een mooi betoog, maar ik dacht: wat helpt dat nú? Ik zou zeggen: laten we nu het probleem van nu aanpakken. Mensen en bedrijven zitten met enorme energierekeningen; dat moeten we nu aanpakken. De andere vraag, over wat goed zou zijn om de wereld te voorzien van voedsel, hoort volgens mij met name thuis in de commissie LNV. Laten we dat debat dáár voeren. Het lijkt me op zich niet verkeerd om daar goed over na te denken, maar het is ook wel een kwestie van vraag en aanbod. Als er vraag is naar bepaalde sierteelt, dan zullen bedrijven daar dus ook voor produceren. Volgens mij is dat debat nu niet hier, maar bij dezen wel in beknopte vorm een stukje antwoord.

De voorzitter:
U heeft geen interrupties meer, meneer Van Raan. U vervolgt uw betoog, meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Goed, voorzitter. Ik ga langzamerhand afronden. Als de taart kleiner wordt, dan kunnen we onmogelijk iedereen een groter stuk geven. Ik denk dat dat een waarheid als een koe is, maar we kunnen de taart wel anders verdelen. De rijken in ons land zitten er met hun elektrische auto, warmtepompen en zonnepanelen warmpjes bij, maar de minderbedeelden durven niet eens aan dat soort dingen te denken. De stijgende energie- en brandstofprijzen raken juist hen extra hard. Daarom moeten juist de lage en middeninkomens geholpen worden. Mijn vraag daarbij is of het klopt wat we lezen, namelijk dat een derde van het pakket terechtkomt bij de rijkste 20% van de mensen in ons land. Als dat zo is, dan zou de SGP liever zien dat we de belastingvermindering op energie verhogen in plaats van de btw op energie verlagen. Op die manier gaan lage inkomens, huishoudens die minder energie gebruiken, er namelijk meer op vooruit. Mijn vraag daarbij is of het kabinet die zienswijze deelt. Ik overweeg een motie op dat punt, maar uiteraard ben ik eerst zeer benieuwd naar de reactie van het kabinet. Daar laat ik het bij.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Plas, BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Voorzitter en inwoners van Nederland. Vele Nederlanders hebben slapeloze nachten over de stijgende prijzen. Huur, benzine, gas, stroom, voedsel: eigenlijk alles wat tot de essentiële levensbehoefte behoort, wordt en is voor vele mensen al onbetaalbaar. Dat is het niet alleen voor de lage inkomens, maar ook voor de middeninkomens, een groep die vaak nu al nergens recht op heeft qua toeslagen en dergelijke. Als wij deze groep nu niet meenemen, dan dreigt deze grote groep hardwerkende Nederlanders de nieuwe armen te worden. Denk aan onze zorgmedewerkers, de metselaars, de buschauffeurs, de winkelmedewerkers, de wegwerkers, de vrachtwagenchauffeurs, noem maar op. Kortom, de mensen die ons land draaiende houden.

Wij, de Kamerleden met een salaris van bijna €120.000 per jaar, kunnen wel op Twitter pronken dat ze een Tesla en zonnepanelen hebben en lekker goedkoop kunnen leven, maar het gemiddelde inkomen van een Nederlander is pak 'm beet €2.500 per maand, drie keer zo weinig als ons inkomen. Bescheidenheid past ons in deze crisis. In Nederland zijn circa 9 miljoen mensen met een baan. Ongeveer 3 miljoen mensen hebben AOW en vaak een klein pensioen. Slechts 1,3% van de mensen in Nederland verdient meer dan een ton per jaar. Wij behoren tot dat kleine percentage gelukkigen. Wij zijn de happy few. Een Tesla, een warmtepomp en zonnepanelen zijn voor miljoenen mensen in Nederland gewoonweg niet te betalen. Als je rood staat, kun je niet groen doen. Op dit moment staat vele mensen het water aan de lippen en staan ze voor de keuze. Kan mijn kind nog naar voetbal? Kan ik nog met de auto naar m'n werk? Zet ik de verwarming aan? Ga ik warm douchen of ga ik koud douchen? Kan ik mijn boodschappen nog doen?

Voorzitter. Met de stijgende inflatie naar 7% staat Nederland aan de vooravond van een financiële catastrofe voor veel van zijn inwoners. De mensen met lage en middeninkomens, een groot deel van de AOW'ers en mensen met een pensioen — een pensioen dat al jaren niet is geïndexeerd — worden hier nu het meest door getroffen. De mogelijkheden voor huishoudens om deze stijging van de kosten voor levensonderhoud te verzachten, zijn op de korte termijn beperkt. Als je in 2021 net kon rondkomen, en nu elke maand in het rood staat, €100 in het rood staat of meer tekortkomt, dan is de impact gigantisch. Dan kom je in de schulden terecht, zonder perspectief of mogelijkheden om dit te voorkomen. Om met een laag inkomen uit de schuldensituatie te kunnen komen, zijn jaren gemoeid. Ook weten we uit de cijfers dat mensen die structureel weinig te besteden hebben, gemiddeld een korter leven hebben en langer in slechte gezondheid verkeren.

Voorzitter. We kunnen nu al voorspellen dat die groep dus veel groter gaat worden. Kan de minister ons dit schetsen? Hebben we er een beeld van hoeveel mensen in de schulden dreigen te komen en hoeveel mensen terugvallen in hun besteedbare inkomen? Hebben we een beeld welke neveneffecten dit op de kortere of langere termijn heeft?

Voorzitter, tot slot. Laten we ons realiseren dat vele Nederlanders slapeloze nachten hebben, en niet alleen de laagste inkomens maar ook de middeninkomens. Is de minister bereid om ook die grote groep tegemoet te komen met compensatie? Welke mogelijkheden zijn er om de gas- en energieprijzen te bevriezen? Welke mogelijkheden zijn er om de btw op de energierekening, zij het tijdelijk, op nul te zetten? Waarom kunnen de benzineaccijnzen niet verder omlaag, en waarom niet eerder? Wordt er door het kabinet ook gesproken met werkgeversorganisaties om te kijken hoe werkgevers mogelijk kunnen bijdragen aan verlichting voor hun werknemers? Zijn er mogelijkheden om het openbaar vervoer tijdelijk gratis te maken, zodat mensen die dat willen en moeten hun auto kunnen laten staan en naar hun werk kunnen met de trein of de bus?

Voorzitter. De mensen die ons land op de been houden zijn in nood. Het is nu onze plicht om hen op de been te houden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Jansen van Forum voor Democratie.

De heer Jansen (FVD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik sprak vandaag een ondernemer die het echt niet meer ziet zitten. De afgelopen twee jaar moest zijn zaak om de haverklap maandenlang dicht, waardoor hij nu extreme schulden heeft opgebouwd. En nu, nu het weer mag, wordt hij geconfronteerd met een meer dan twee keer zo hoge energierekening, een benzineprijs die door het dak is gegaan, torenhoge inflatie en onbetaalbare boodschappen en inkoopprijzen. Dat geldt niet alleen voor deze ene ondernemer; dit geldt voor heel Nederland. Als het zo doorgaat, wordt 2022 het jaar van de armoede. Het CPB waarschuwt voor een mogelijke zeer ingrijpende recessie, met een inflatie die kan oplopen naar ruim 8% en een koopkracht die kan dalen met meer dan 5%. Dit zijn abstracte cijfers, maar Nederlanders hebben er al dagelijks mee te maken, in de supermarkt en bij de benzinepomp. De prijsstijgingen zijn veel hoger uitgevallen dan de voorspellingen van de planbureaus.

Het is allemaal geen toeval. Het is het gevolg van jarenlang wanbeleid. We hadden dit al heel lang van tevoren kunnen zien aankomen. Het is ook geen direct gevolg van alleen de oorlog in Oekraïne. De inflatie steeg de laatste maanden van 2021 al tot recordhoogtes. In 2018 voorspelde mijn partijleider al dat de bizarre klimaatmaatregelen meer dan 1.000 miljard zouden gaan kosten en dat die rekening bij de burger terecht zou komen. De ongelijkheid in ons land wordt al jaren systematisch groter als gevolg van het beleid van VVD, CDA, D66, ChristenUnie, PvdA en GroenLinks. Want onder hen — en onder hen zijn ook partijen die de mond vol hebben over inkomensongelijkheid — worden hardwerkende mensen de armoede ingeduwd door een soort blind geloof in hun klimaatreligie.

De gasprijs is het afgelopen jaar vervijf- tot vertienvoudigd, afhankelijk van de dagprijs. Als compensatie biedt Rutte mensen een korting op de belasting op stroom, maar 92% van de huishoudens in Nederland wordt verwarmd met gas. Die mensen kunnen niet zomaar een peperdure warmtepomp aanschaffen. Die mensen hebben geen geld voor een nieuwe Tesla. Voor die mensen heeft Rutte de gasbelasting de afgelopen twaalf jaar juist verhoogd met 176%. Het is de hoogste belasting van heel Europa. Je pakt de mensen die het het minst kunnen betalen. Sterker nog, de mensen met een kleine beurs betalen voor de zonnepanelen van GroenLinks-Kamerleden. Het is ontluisterend om te zien. De klimaatadel huppelt rond in hun sprookjespaleizen als de late aristocratie aan het hof van Versailles, terwijl ze hun decadente levensstijl subsidiëren met almaar hogere belastingen voor het proletariaat. Het is een parasitaire bovenklasse die alle verbinding met de werkelijkheid is verloren.

Want de hoge prijzen zijn natuurlijk geen natuurverschijnsel waar we niets aan kunnen doen. Nee, de afgelopen twaalf jaar hebben in het teken gestaan van het uitmelken van de Nederlandse bevolking. Rutte verhoogde de hoge btw naar 21% en de lage btw naar 9%. Hij voerde de verhuurderheffing in, verdubbelde het eigen risico in de zorg en verhoogde de eigen bijdrage. Zorgpremies stegen, de belasting opslag duurzame energie werd ingevoerd, brandstofaccijnzen gingen omhoog, de vrijstelling kolenbelasting ging eraf, de AOW-leeftijd steeg naar 67 jaar, pensioenen werden niet meer geïndexeerd, de basisbeurs werd afgeschaft en het leenstelsel ingevoerd, huur- en huizenprijzen gingen door het dak, CO2-emissierechten werden ingevoerd en verhoogd, en het Groninger gasveld werd gesloten. Ik kan nog wel even doorgaan.

Nederlanders hebben er niet voor gekozen om kolencentrales te sluiten, om biomassacentrales te bouwen met miljardensubsidies, om overal windmolens en zonneakkers neer te zetten, om het gasveld in Groningen te sluiten of om 2 miljoen immigranten hiernaartoe te halen die allemaal huizen nodig hebben. Maar die burger betaalt er wel voor. We komen misschien terecht in een nieuwe economische crisis. In de vorige crisis verhoogde Rutte de belastingen over de hele linie. Nu wil ik graag van de minister weten of zij hetzelfde van plan is voor deze crisis, die mogelijk komt, of dat zij bereid is om de belastingen juist radicaal te verlagen, bijvoorbeeld via het klimaatfonds van 60 miljard dat nu is ingesteld. Dat is de enige echte oplossing voor alle hardwerkende Nederlanders die hier keihard door geraakt gaan worden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Omtzigt. Gaat uw gang.

De heer Omtzigt (Lid Omtzigt):
Voorzitter. De situatie is ernstig. DNB heeft een scenario met 9,5% inflatie. Dat vernietigt de pensioenen, het stelsel en de koopkracht. Als dit pakket door zou gaan, zou dit volstrekt ontoereikend zijn. Dus mijn eerst vraag aan het kabinet is: gaan we hier elke maand een koopkrachtdebat voeren? Of hebben wij manieren om ervoor te zorgen dat mensen niet acuut door bepaalde bodems zakken?

Voorzitter. De acute aanleiding was de energierekening. De mensen die echt in de problemen gekomen zijn, zaten bij energiemaatschappijen die failliet gegaan zijn. Die moesten gedwongen overstappen en kregen daar te maken met woekertarieven, afzettarieven. Zij mochten niet tegen de normale contracten energie inkopen. Uit antwoorden van de toenmalig staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius op Kamervragen van mij in november bleek dat daar een onderzoek naar zou zijn. Is dat onderzoek klaar? Kunnen mensen als een energiemaatschappij failliet gaat nu gewoon een fatsoenlijk contract krijgen? Het lag niet aan die mensen. Welke lessen leren we uit de energiemarkt?

Voorzitter. Dan het pakket. Ik kan instemmen met de accijnzen. Het is een noodmaatregel, maar als de benzine €0,40 goedkoper is in België, dan gaat iedereen beneden de Moerdijk tanken in België. Dat het kabinet dat op korte termijn doet, is dus te doen. We gaan het hebben over de btw-verlaging. Maar ik wil het vandaag hebben over de €200 in het wetsvoorstel die nu €800 is, die mensen onder 120% van het sociaal minimum gaan krijgen. Dat is iedereen in de bijstand. Dat zijn nog 500.000 gezinnen. Maar wie krijgt het niet? De schoonmaker die 40 uur per week schoonmaakt en om 6.00 uur 's morgens opstaat en het minimumloon verdient, valt hierbuiten. Waarom is daarvoor gekozen? Waarom is ervoor gekozen om dit geld al uit te keren voordat het wetsvoorstel hier behandeld is? In december is de maatregel aangekondigd. We hebben het wetsvoorstel pas net. Daarin staat €200. Het wordt €800.

Voorzitter. Maar hoe gaat dat? Gaat het over het jaar 2022 waarin je weinig inkomen moet hebben? Dat weten we niet. 2021 staat niet vast. Dan moet het gaan over 2020. Maar iemand kan omhoog- en omlaaggaan in de tussentijd. Hoe gaat het met zelfstandigen? Hoe gaat het als je loonbeslag hebt, als je dus wel veel inkomen hebt maar een laag bedrag overhoudt? Hoe gaat het als je er €2 boven zit? Dit gaat een uitvoeringsdrama worden, zeg ik u. Ik wil graag antwoorden. Ik vind het erg onverstandig om het wetsvoorstel uit te voeren voordat het hier behandeld wordt. Op deze manier hoeven we het debat "tussen balie en beleid" donderdag, dat erover gaat dat je dingen goed voorbereid en uitvoert, niet meer te voeren. Want dit gaat niet lukken.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Hiermee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging, maar er is nog een punt van orde van de heer Klaver van GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dank. Dit debat is heel vlot gegaan. Ik zou in overweging willen geven en de collega's willen vragen om vanavond alvast een begin te maken met de eerste termijn van het kabinet. Dan maken we gebruik van de tijd die toch gepland stond in de plenaire zaal. Tijd in deze plenaire zaal is kostbaar. We hoeven hem niet helemaal af te maken. Dan gaan we morgen verder en kunnen we toch nog op tijd naar huis. Die tijd staat ingepland. Ik zou het zonde vinden om daar nu geen gebruik van te maken, want er wordt vanavond geen ander debat ingepland. Wellicht zou er morgen in de plenaire zaal dan nog iets extra's kunnen gebeuren.

De voorzitter:
Ik ga dit even voorleggen aan uw collega's. Ik wil er wel bij zeggen dat u ook aan mij heeft gevraagd om een agenda die voorspelbaar is. Het stond al een tijdje in de agenda dat de eerste termijn vandaag zou zijn en de rest morgen. Bewindspersonen en collega's hebben daar ook rekening mee gehouden. Ik vind het wel belangrijk om dat even onder de aandacht te brengen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Eén punt. Dat vonden we ook allemaal goed. Want we dachten: we zijn met twintig fracties; dit duurt lang. Nu zijn we eerder klaar. Dan zeg ik: laten we van die tijd gebruikmaken. Daarmee is het nog steeds voorspelbaar.

De voorzitter:
Ik ga het voorleggen aan de collega's. Dan gaan we tellen.

De heer Jansen (FVD):
Ik vind het wel een goed idee.

De heer Heinen (VVD):
Bij het vorige debat stelde ik voor om het debat juist af te maken. Toen zei GroenLinks: nee, we moeten echt stoppen, want we kunnen niet in de avond verder en we moeten ook rekening houden met de agenda in de avond. Toen heeft de voorzitter op basis daarvan gezegd: dan knippen we dit debat. Nu is het voorstel om het af te maken. Ik ben dus een beetje in de war, maar ik zou zeggen: ik volg gewoon het schema van de voorzitter. Laten we dan morgen doorgaan.

De voorzitter:
We gaan even kijken of er überhaupt steun is voor het voorstel.

De heer Van Weyenberg (D66):
Volgens mij hebben we het net gehad over meer voorspelbaarheid van de Kamer. U heeft het ingepland. Dat dit geen 22.00 uur ging worden vanavond met die eerste termijn, wist ik ook toen ik dat schema zag. Ik geloof dat enige voorspelbaarheid beter is, ook voor alle mensen die voor ons werken in dit huis, dus ik volg uw agenda.

De heer Azarkan (DENK):
Toch even een correctie. Collega Klaver stelde niet voor om het vandaag af te maken, iets wat de heer Heinen volgens mij zei. Hij stelde voor om in ieder geval een begin te maken. Ik zou het zonde vinden. We hebben de zaal gereserveerd en mensen kijken van huis uit. Als we met elkaar zeggen dat we ergens rond 22.00 uur à 22.30 uur afronden, hebben we volgens mij best …

De voorzitter:
Ja. U steunt het voorstel.

De heer Azarkan (DENK):
Ik steun het voorstel, maar ik dacht: ik onderbouw het nog een beetje. Ik zie dat steeds meer mensen dat ook overwegen.

De voorzitter:
We gaan luisteren naar uw collega's. Eerst mevrouw Den Haan van de Fractie Den Haan en dan de heer Van Raan.

Mevrouw Den Haan (Fractie Den Haan):
In het schema stond tot 21.30 uur, dus wat mij betreft vergaderen we ook tot die tijd. Dus ik steun het voorstel.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik ben ook wel geneigd het schema te volgen, zoals de heer Heinen zegt; dus tot 21.30 uur. Maar ik denk ook dat we daar de bewindspersonen bij moeten betrekken, want die hebben daar misschien ook niet op gerekend.

Mevrouw Inge van Dijk (CDA):
Ik zou het eigenlijk wel belangrijk vinden of de ambtelijke ondersteuning in staat is om inderdaad vandaag verder te gaan met de termijn. Misschien heeft die gepland om morgenvroeg nog tijd te pakken om antwoorden te geven.

De voorzitter:
Daarvan kan ik zeggen dat dat gewoon het geval is, want het is onze agenda en de bewindspersonen houden daar natuurlijk ook rekening mee.

De heer Alkaya (SP):
Steun voor het voorstel, maar wat ik nog liever had gehad, is dat we nog iets meer ruimte voor onderling debat hadden gehad en dat, als we dan zoveel tijd hebben, we ook iets meer interrupties hadden gehad. Nu waren er maar vier interrupties. Daarom hebben we onszelf moeten beperken. Dat is onnodig.

De voorzitter:
Ik ga dit gewoon even voorleggen, maar we hoeven qua tijd niet altijd alles op te vullen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mij maakt het eigenlijk niet uit. Dus als de meerderheid voor doordebatteren is, vind ik dat prima. Ik sluit me bij de meerderheid aan.

De voorzitter:
Nou, kijk eens aan. Dan kunt u misschien de meerderheid vormen.

De heer Nijboer (PvdA):
Het is geen sinecure om met twintig fracties een debatlengte te voorspellen. Dat zie je nu ook. Soms wordt het in één keer 1.00 uur à 2.00 uur, nu is het eigenlijk te vroeg; dus hadden we eigenlijk wat meer interrupties … Ik kan het voorstel wel steunen, maar ik beweeg er niet hemel en aarde voor. Ik heb er ook wel begrip voor dat het dan morgen wordt. Dus ik steun het voorstel, maar ik ben niet pissig als het iets anders wordt.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik denk dat mijn ondersteuning wat beperkter is dan die vanuit het kabinet, maar mijn ondersteuner is hier ook niet en die heeft op morgenochtend gerekend. Ik kies dus voor morgen verdergaan.

De heer Dassen (Volt):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Nijboer.

De voorzitter:
Er is geen … O, sorry, heren. U loopt bijna synchroon.

De heer Eppink (JA21):
Voorzitter. Onze bijnaam is "Buurman en Buurman" en wij zitten ook letterlijk naast elkaar. Het lijkt mij beter om morgen verder te gaan. Dan kunnen het kabinet en ook de ambtelijke staf antwoorden gaan voorbereiden. We zijn eerder klaar, maar ik steun uw voorstel.

De heer Ephraim (Groep Van Haga):
Ik ben het met buurman Eppink eens.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
We gaan morgen verder met het vervolg van het debat. Ik dank de bewindspersonen voor hun aanwezigheid hier. Ik dank de woordvoerders, de mensen op de publieke tribune en de kijkers thuis.

Sluiting

Sluiting 18.37 uur.