Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over de combinatie van werk en intensieve mantelzorg
Vragen van het lid Moinat (Groep markuszower) aan de Minister van Werk en Participatie over de combinatie van werk en intensieve mantelzorg (ingezonden 7 juli 2026).
Antwoord van minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 24 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau waaruit blijkt
dat intensieve mantelzorgers steeds vaker vastlopen in de combinatie van werk en zorg?1
Antwoord 1
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (hierna: SCP) heeft recent twee rapporten opgeleverd
rondom mantelzorg. Dit gaat om het rapport «Op zoek naar verbinding»2 en «Mantelzorg in beweging»3. Ik ben bekend met beide rapporten. Ook ben ik bekend met het SER-advies «Mantelzorg
en werk in een zorgzame samenleving»4 waarnaar wordt verwezen in het FD-artikel dat is opgenomen als voetnoot bij de vraag.
Vraag 2
Deelt u de zorg dat door de vergrijzing en het langer zelfstandig wonen steeds meer
werkenden intensieve mantelzorg zullen verlenen? Zo ja, welke gevolgen verwacht u
hiervan voor de arbeidsmarkt en het ziekteverzuim?
Antwoord 2
Ik deel het beeld dat door vergrijzing en het langer zelfstandig wonen steeds meer
mantelzorg verleend zal worden. Deze vorm van zorgverlening komt ook terecht bij werkenden.
Volgens het SCP-rapport «Mantelzorg in beweging» is het aantal mensen dat werk en
mantelzorg combineert gestegen van 73% in 2014 naar 80% in 2024. Het aantal mensen
dat mantelzorg geeft, is toegenomen van 33% tot 39%. In totaal gaven in 2024 5,5 miljoen
mensen mantelzorg. Volgens het SER-advies «Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving»
is naar schatting 18 procent van het totale ziekteverzuim gerelateerd aan mantelzorg.
Wanneer een grotere groep werkenden in de toekomst mantelzorg zou verlenen, zal de
kans op ziekteverzuim ook toenemen.
Vraag 3
Hoeveel werknemers zijn de afgelopen vijf jaar uitgevallen of minder gaan werken vanwege
intensieve mantelzorg, voor zover dit bekend is?
Antwoord 3
Er zijn geen cijfers bekend over hoeveel werknemers de afgelopen vijf jaar zijn uitgevallen
of minder zijn gaan werken vanwege (intensieve) mantelzorg, omdat mantelzorg niet
wordt geregistreerd. Het CBS geeft aan dat in 2023 807.000 werknemers van 15 tot 75
jaar te maken hadden met een langdurige zorgsituatie. Bijna driekwart heeft hierbij
zelf zorg verleend. Ruim vier op de tien werknemers (243.000) die gezorgd hebben voor
een langdurig zieke, hebben daarvoor aanpassingen gedaan in hun werk. 42.000 werknemers
zijn minder uren gaan werken en 14.000 zijn tijdelijk gestopt met werken. Voor kortdurende
zorgsituaties is niet bekend hoeveel werknemers minder uren zijn gaan werken of tijdelijk
zijn gestopt met werken.5
Vraag 4
Welke concrete maatregelen neemt u om te voorkomen dat werknemers hun baan moeten
opgeven of structureel minder gaan werken vanwege intensieve mantelzorg?
Antwoord 4
De afgelopen jaren zijn met onder andere de Mantelzorgagenda 2023–2026 stappen gezet
om de positie van mantelzorgers te erkennen en versterken. Voor werkende mantelzorgers
is door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport samen met het Ministerie
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via een subsidie de Stichting Werk en Mantelzorg
gefaciliteerd bij het ontwikkelen en uitvoeren van een ondersteuningsprogramma. De
Stichting Werk en Mantelzorg ondersteunt werkgevers en stimuleert hen bij het maken
van mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid. Ook is met de Stichting van de Arbeid
een inspiratiedocument voor werkgevers en werknemers over de combinatie werk en mantelzorg
ontwikkeld. Via deze maatregelen wordt gewerkt aan het voorkomen van verzuim vanwege
mantelzorg.
Daarnaast geeft de Wet flexibel werken werknemers de mogelijkheid bij de werkgever
een verzoek in te dienen voor aanpassing van de arbeidsduur, werktijden en arbeidsplaats
(bijvoorbeeld thuiswerken). Hoewel dit niet voor alle (intensieve) mantelzorgers voldoende
ruimte zal bieden, kan deze flexibiliteit in de inrichting van werk wel bijdragen
aan het kunnen combineren van arbeid en mantelzorg. Ook werk ik aan een wetsvoorstel
ter vereenvoudiging van het verlofstelsel. Onderdeel daarvan is de samenvoeging van
het huidige kortdurend en langdurend zorgverlof. Zie verder ook het antwoord op vraag
5.
Vraag 5
Bent u bereid te onderzoeken of de bestaande verlofregelingen voor mantelzorg voldoende
aansluiten bij langdurige en intensieve mantelzorgsituaties? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Momenteel werk ik aan een wetsvoorstel ter vereenvoudiging van het verlofstelsel.
Onderdeel van dit wetsvoorstel is de samenvoeging van het huidige kortdurend en langdurend
zorgverlof. Met het samenvoegen van beide regelingen komt er één zorgverlofregeling
van acht weken, waarvan twee weken gedeeltelijk (70 procent) betaald. Het samenvoegen
zorgt voor een aantal wijzigingen in kenmerken en voorwaarden ten opzichte van hoe
het zorgverlof op dit moment in de Wet arbeid en zorg is geregeld. Zo worden de gedeeltelijk
betaalde weken zorgverlof voor een breder aantal situaties inzetbaar. In het wetsvoorstel
is opgenomen dat het verlof zowel voor de noodzakelijke verzorging van een naaste
die ziek of hulpbehoevend is, als voor de verzorging van een naaste die levensbedreigend
ziek is, kan worden ingezet. Dit kan ook relevant zijn voor mensen die mantelzorg
verlenen. Het wetsvoorstel was tot 10 augustus jl. in internetconsultatie. Het streven
is om het wetsvoorstel voor het einde van het jaar naar uw Kamer te sturen.
In het SER-advies «Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving» wordt aangegeven
dat de bestaande verlofregelingen onvoldoende aansluiten bij langdurige en intensieve
mantelzorgsituaties. Aanbevolen wordt een verlof te introduceren gedurende acht keer
de overeengekomen arbeidsduur per week onder loondoorbetaling door een publiek gefinancierde
uitkering van 70 procent van het dagloon, gemaximeerd en met het minimumloon als bodem,
belegd bij een externe partij. In het najaar kom ik samen met mijn collega’s van VWS,
OCW en FIN met een reactie op het SER-advies, waar ook in zal worden gegaan op deze
aanbeveling.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de signalen dat werkgevers vaak onvoldoende bekend zijn met de mogelijkheden
om mantelzorgende werknemers te ondersteunen, en bent u bereid te bezien hoe deze
kennis kan worden verbeterd?
Antwoord 6
Ik herken het beeld dat niet alle werkgevers voldoende bekend zijn met de mogelijkheden
om mantelzorgende werknemers te ondersteunen. Ik zie dit als een aandachtspunt waar
kansen liggen om de combinatie van werk en mantelzorg voor werknemers te verbeteren.
Zoals eerder aangegeven is in de Mantelzorgagenda 2023–2026 een ondersteuningsprogramma
voor werkgevers en een programma voor leidinggevenden opgenomen, gericht op het faciliteren
van de combinatie van werk en mantelzorg voor werknemers. Een divers scala aan werkgevers
en branches worden hiermee bereikt.
In het SER-advies «Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving» wordt aanbevolen
om het gesprek over mantelzorg aan de cao-tafel te bevorderen en mantelzorgvriendelijk
beleid in cao’s en bedrijven te promoten. Dit kan ook belangrijk zijn om bewustwording
en concrete afspraken op de werkvloer te stimuleren. In het najaar zal in de reactie
op het SER-advies ook ingegaan worden op deze aanbeveling en op de wijze waarop werkgevers
nog meer geïnformeerd en ondersteund kunnen worden ten aanzien van het faciliteren
van werk en mantelzorg.
Vraag 7
Bent u bereid samen met de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport te bezien
hoe de regeldruk voor mantelzorgers kan worden verminderd, zodat zij minder tijd kwijt
zijn aan administratieve procedures en meer aan de zorg zelf?
Antwoord 7
Ik ben bereid samen met de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport te bezien
hoe de regeldruk voor mantelzorgers kan worden verminderd. In het SER-advies »Mantelzorg
en werk in een zorgzame samenleving» wordt regeldruk ook benoemd en geconstateerd
dat die de belasting op mantelzorgers verhoogt en mantelzorgers kan belemmeren om
toegang te krijgen tot voorzieningen die hen ontlasten. Zij geven daarbij verschillende
concrete aanbevelingen, zoals het beperken van herindicaties in de Wmo en Wlz en het
stroomlijnen van de toegang tot respijtzorg. In de kabinetsreactie op het SER-advies
zullen we uw Kamer daarover verder informeren.
Vraag 8
Kunt u de Kamer informeren welke aanbevelingen uit het SCP-rapport u overneemt, welke
niet en waarom?
Antwoord 8
Zoals eerder aangegeven komt het kabinet dit najaar met een reactie op het SER-advies
«Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving» en een breed plan voor de ondersteuning
van mantelzorgers, conform de motie Struijs c.s.6. Hierin zullen ook de inzichten uit de SCP-rapporten worden meegenomen.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.