Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Tony van Dijck en Mooiman over het bericht dat de Rabobank als eerste grootbank de mogelijkheden voor aflossingsvrij lenen vergaand gaat inperken
Vragen van de leden Tony van Dijck en Mooiman (beiden PVV) aan de Minister van Financiën over het bericht dat de Rabobank als eerste grootbank de mogelijkheden voor aflossingsvrij lenen vergaand gaat inperken (ingezonden 23 januari 2026).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën) (ontvangen 10 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Strengere hypotheekvoorwaarden Rabobank: aflossingsvrij
lenen ingeperkt»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het gegeven dat de Rabobank deze maatregelen gaat nemen in relatie
tot het feit dat bijna de helft (45 procent) van de totale hypotheekportefeuille in
Nederland uit aflossingsvrije hypotheken bestaat?
Antwoord 2
Banken zijn op grond van de Wet op het financieel toezicht verplicht om de risico’s
die zijn verbonden aan hun dienstverlening op adequate wijze te beheersen. DNB en
de AFM houden daar toezicht op. Het is niet aan mij om het beleid van een individuele
bank of maatregelen van de onafhankelijke toezichthouders te beoordelen. Wel blijf
ik met toezichthouders en aanbieders in gesprek over de impact van de aangekondigde
maatregelen.
Rabobank maakte bekend dat de bank en haar dochteronderneming Obvion het beleid ten
aanzien van aflossingsvrije hypotheken gaat aanscherpen. Rabobank heeft hierover de
afgelopen jaren intensief overleg gehad met de toezichthouders.2 De Nederlandsche Bank (DNB) schrijft op haar website dat zij een verhoogd risico
ziet bij aflossingsvrije hypotheken ten opzichte van aflossende hypotheken. DNB licht
daarbij toe dat de terugbetaling van aflossingsvrije hypotheken meestal afhankelijk
is van de waarde van de woning en dat er bij aflossingsvrije hypotheken onzekerheid
is over toekomstige betaalbaarheid. DNB vindt het belangrijk dat instellingen deze
extra risico’s adequaat beheersen.3 Ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) besteedt in haar toezicht aandacht aan
de risico’s van aflossingsvrije hypotheken. Zij benadrukt dat het belangrijk is dat
aanbieders klanten met een aflossingsvrije hypotheek zorgvuldig blijven behandelen
en klanten niet onevenredig worden getroffen door maatregelen van instellingen om
risico’s te beheersen.4
Vraag 3
Welke gevolgen heeft dit voor bestaande klanten met een aflossingsvrije hypotheek,
ook indien hun woonsituatie verandert?
Antwoord 3
Wat de gevolgen van de aanscherping in het beleid van Rabobank zijn voor individuele
klanten, hangt af van de specifieke situatie. Ik maak uit de berichtgeving op dat
de aanscherping van het beleid ziet op bestaande en nieuwe klanten die verhuizen,
of bijvoorbeeld doorstromen naar een nieuwe woning, en daarmee een nieuwe hypotheek
afsluiten. Ook bij herfinancieringen en verhogingen van bestaande hypotheken, gaat
per mei het nieuwe beleid gelden. Bestaande klanten die niets wijzigen aan hun hypotheek,
worden hier volgens Rabobank niet door geraakt. Rabobank meldt dat in bijzondere situaties,
zoals bij overlijden of klanten die uit elkaar gaan, er indien nodig samen met klanten
naar passende oplossingen gekeken.
Vraag 4 en 5
Bent u het eens met het standpunt dat de hypotheekrente veel te hoog is in Nederland
(inmiddels boven de vier procent) en dat de woningmarkt met het aanscherpen van hypotheekregels
alleen maar verder op slot raakt? Zo nee, waarom niet?
Welke maatregelen bent u bereid te treffen om ervoor te zorgen dat grootbanken de
hypotheekrente verlagen en de hypotheekvoorwaarden versoepelen in plaats van verder
blijven aanscherpen? Bent u bereid om op zijn minst met grootbanken in gesprek te
gaan hierover?
Antwoord 4 en 5
Ik volg de ontwikkelingen op de hypotheekmarkt nauwgezet en blijf daarover in gesprek
met aanbieders van hypothecair krediet en de toezichthouders. Als gevolg van een bredere
stijging van marktrentes is het gemiddelde rentepercentage van door banken aangeboden
hypothecaire kredieten voor huishoudens sinds medio 2022 stijgende. Wat het specifieke
rentepercentage is dat aan consumenten gerekend wordt, hangt onder andere af van de
aanbieder en de door de consument gekozen rentevastperiode. In Europees vergelijkend
perspectief zijn er EU-lidstaten waar de gemiddelde hypotheekrente hoger is en lidstaten
waar deze lager is dan in Nederland.
De gemiddelde hypotheekrente of rente over nieuwe hypothecaire kredieten geven een
beperkt beeld van de daadwerkelijke woonlasten van consumenten. Uit data van het Centraal
Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt bijvoorbeeld dat het percentage van het inkomen
dat Nederlandse huishoudens aan hypotheeklasten kwijt zijn, de afgelopen jaren is
gedaald.5 Recente data laten bovendien zien dat het aantal transacties van bestaande koopwoningen
stijgende is.6
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.