Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kostic en Teunissen over de investeringsplannen van Schiphol
Vragen van de leden Kostić en Teunissen (beiden PvdD) aan de Ministers van Financiën en van Infrastructuur en Waterstaat over de investeringsplannen van Schiphol (ingezonden 18 december 2025).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën), mede namens de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat (ontvangen 20 januari 2026).
Vraag 1
Zijn de bewindspersonen bekend met het bericht dat Schiphol de komende 10 jaar 10
miljard gaat investeren in de luchthaven1 en met het Strategisch Plan 2025–20352 die 21 november 2025 in de media is gepubliceerd?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is het precieze totaalbedrag dat Schiphol investeert in dit plan, welk bedrag
daarvan betreft investeringen in Nederland, welk bedrag betreft investeringen in buitenlandse
luchthavens (en welke luchthavens heeft Schiphol op het oog) en hoe verhoudt dit zich
tot het eerder aangekondigde investeringsprogramma van € 6 miljard voor 2024–2029?
Antwoord 2
Schiphol heeft in de strategie aangegeven in de komende tien jaar € 10 miljard te
willen investeren. Dit zijn indicatieve bedragen, eveneens indicatief is dat hiervan
circa € 1 miljard in buitenlandse activiteiten zal worden geïnvesteerd ondersteunend
aan de Nederlandse kernactiviteiten. De eerder aangekondigde investeringen zijn (met
uitzondering van 2024) onderdeel van de € 10 miljard voor 2025–2035.
Vraag 3
Zijn er binnen het investeringsprogramma alternatieven overwogen waarbij een lager
investeringsbedrag zou volstaan, en zo ja, op basis van welke afwegingen zijn deze
alternatieven verworpen?
Antwoord 3
Het doel van Schiphol met deze investeringen is om de kwaliteit van de luchthaven
aanzienlijk te verbeteren. Hierbij zijn reeds afwegingen gemaakt om alleen de meest
noodzakelijke investeringen uit te voeren. Schiphol heeft een inschatting gemaakt
wat de kosten hiervan zullen zijn voor de komende 10 jaar en is uitgekomen op een
bedrag van € 10 miljard. De luchtvaartmaatschappijen worden ook geconsulteerd over
de investeringsplannen omdat zij via de havengelden een groot deel van de investeringen
betalen. In verband met de toenemende kostendruk op de luchtvaartmaatschappijen is
de hoogte van de investeringsagenda een permanent aandachtspunt.
Vraag 4
Kunt u specificeren hoe de totale investeringen tot 2035 uiteenvallen in individuele
investeringsprojecten, welke projecten de statutaire drempel van € 200 miljoen overschrijden
(zoals de Nieuwe Terminal Zuid, de A-pier in 2027, de lounges, de nieuwe metrolijn,
infrastructurele uitbreidingen zoals de Dual Taxi Way), wat per project het investeringsbedrag
is en wanneer deze individuele projecten ter goedkeuring aan de aandeelhouders voorgelegd
worden?
Antwoord 4
Schiphol legt individuele investeringen aan haar aandeelhouders voor, voorafgaand
aan het definitieve besluit tot investering. Deze beoordeel ik als aandeelhouder aan
de hand van de Nota deelnemingenbeleid 2022 en het handboek investeringen.3 Daarnaast toetst het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, als beleidsdepartement,
het investeringsvoorstel op de bijdrage aan het publieke belang. Het meest recente
investeringsvoorstel dat aan de aandeelhouders is voorgelegd, en is goedgekeurd, was
de uitkoop van de huurder van een aantal gebouwen aan de zuidkant van Schiphol. Deze
gebouwen zullen worden vervangen voor duurzamere gebouwen op een andere locatie. Schiphol
heeft mij ingelicht over voornemens voor investeringen in de toekomst, maar deze zijn
nog onvoldoende concreet, zijn nog niet ter goedkeuring voorgelegd en zijn bedrijfsvertrouwelijk.
Om die reden kan hier in de openbaarheid nog geen uitspraak over worden gedaan.
Vraag 5
Indien u deze specificatie niet kunt geven: wat is (a) het totaalbedrag aan investeringen
binnen het programma 2025–2035 waarvoor aandeelhoudersgoedkeuring vereist is, (b)
welk percentage dit is van de totale investering (c) hoeveel individuele investeringsprojecten
dit betreft en (d) wanneer worden deze projecten uiterlijk ter goedkeuring aan de
aandeelhouders voorgelegd?
Antwoord 5
Binnenlandse investeringen van meer dan € 200 miljoen moeten aan de aandeelhouders
worden voorgelegd. Voor buitenlandse investeringen wordt een strengere goedkeuringsdrempel
gehanteerd (€ 100 miljoen bij investeringen en € 50 miljoen bij buitenlandse overnames).
De investeringen worden voorgelegd voorafgaand aan het definitieve investeringsbesluit.
Op dit moment is nog geen specificatie beschikbaar van de individuele investeringen,
waardoor op de bovenstaande vragen geen concreet antwoord gegeven kan worden.
Vraag 6
Welk percentage van de totale investering betreft investeringen die geen aandeelhoudersgoedkeuring
vereisen (dus onder de drempel van € 200 miljoen), om hoeveel euro gaat dit, en op
welke wijze houdt de Staat als aandeelhouder toezicht op deze investeringen?
Antwoord 6
Ook hiervoor geldt dat op dit moment geen specificatie gegeven kan worden. In algemene
zin volgt de staat als aandeelhouder nauwgezet het reilen en zeilen van de onderneming,
maar het is niet aan de aandeelhouder om op investeringen onder de investeringsdrempel
toezicht te houden. Wel heb ik doorlopend contact met Schiphol over onder meer de
investeringsagenda.
Vraag 7
Aangezien Schiphol stelt dat in haar investeringsplannen extra «ruimte nodig is om
grotere en stillere vliegtuigen te faciliteren» en voor «de grootste vliegtuigen aanvullende
gates nodig» zijn, kunt u aangeven wat de verwachte ontwikkeling is van het aantal
passagiers op Schiphol voor de jaren 2025–2035?
Antwoord 7
Schiphol ziet dat luchtvaartmaatschappijen meer nieuwe grotere vliegtuigen gaan bestellen.
De capaciteitsrestrictie (478.000 vluchten per jaar) en kostenoverwegingen in combinatie
met een groeiende vraag naar vliegreizen dragen hieraan bij. Naar verwachting resulteert
dit tijdens de piekuren in 2035 in een toename van 25% meer passagiers dan in de piekuren
in 2025.
Vraag 8
Wat is de verwachte CO2-uitstoot van Schiphol voor de jaren 2025–2035 uitgesplitst naar scope 1 (directe
emissies), scope 2 (indirecte emissies van energiegebruik) en scope 3 (emissies van
vliegtuigbewegingen) en hoe verhoudt deze zich tot het uitstootniveau van 1990?
Antwoord 8
Ik heb informatie opgevraagd bij Schiphol en zij geven het volgende aan:
Schiphol Group heeft een 10-jarig actieplan om de 2030 doelen te bereiken. In 2025
is er een update van deze strategie gepubliceerd4 waarin ook een doorkijk staat naar de ontwikkeling van de Scope 1, 2 en 3 emissies.
In dit document staat beschreven wat Schiphol Group gedaan heeft om de Scope 1 en
2 emissies te verlagen, en hoe Schiphol Group samenwerkt met partners zoals luchtvaartmaatschappijen
en brandstofleveranciers om Scope 3 emissies te verlagen.
Schiphol is in 2009 gestart met de CO2-boekhouding waardoor een vergelijking met 1990 niet mogelijk is. Het referentiejaar
dat Schiphol gebruikt is 2019. CO2-uitstoot van vliegverkeer is het grootste aandeel (95%) van de totale CO2-footprint (Scope 1, 2 en 3).
Voor Scope 1 emissies ligt Schiphol Group voor op het reductiepad van het Klimaatakkoord
van Parijs. De verwachting is dat de Scope 1 emissies ongeveer 5 ton CO2 bedragen in 2035. Voor de resterende emissies in Scope 1 worden jaarlijks carbon
removals aangeschaft.
Scope 2 emissies zijn nul (market-based) omdat de vier Nederlandse luchthavens van
RSG draaien op Hollandse windstroom. Voor 2035 is de verwachting dat dit gelijk blijft.
In de Scope 3 emissies wordt de CO2-uitstoot van de volledige uitgaande vluchten meegenomen (bijv: Amsterdam naar New
York). De verwachting is dat de Scope 3 emissies ongeveer 8.5 Mton CO2 bedragen in 2035. Het stimuleren van SAF boven de ReFuelEU SAF mandaat kan bijdragen
tot een versnelling van deze reductie. Meer informatie over wat Schiphol doet om de
Scope 3 emissies te beïnvloeden, is beschikbaar in de 2025 sustainability update.
Vraag 9
Deelt u de conclusie dat het klimaatdoel van het Rijk (55% reductie in 2030 ten opzichte
van 1990) vereist dat ook de luchtvaart een substantiële CO2-reductie realiseert en acht u de investeringsplannen van Schiphol die passagiersgroei
faciliteren in overeenstemming met de klimaatdoelstellingen van het Rijk?
Antwoord 9
Er is geen discussie dat ook de luchtvaartsector een bijdrage moet leveren aan de
reductie van CO2-uitstoot. De luchtvaartsector is een mondiale sector waardoor er op zowel nationaal,
Europees als mondiaal niveau acties nodig zijn. Daarover zijn in internationaal verband
(ICAO) afspraken gemaakt. Dat heeft ook een doorvertaling gevonden in het Nederlands
beleid. Dat richt zich op een afname van de totale CO2-uitstoot en hinder van luchtvaart. Door het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen
en innovatie van vliegtuigen wordt vliegen schoner en zuiniger. Tegelijk neemt de
wereldwijde vraag naar vliegen toe, waardoor ook het aantal passagiers zal toenemen.
Dit is mede aanleiding voor Schiphol om te investeren in de voorzieningen. Op grond
van artikel 8.25a van de Wet luchtvaart is de exploitant van de luchthaven ook verplicht
tot het treffen van voorzieningen die nodig zijn voor een goede afwikkeling van het
luchthavenverkeer en het daarmee samenhangende personen- en goederenvervoer op de
luchthaven.
Vraag 10
Wat is de verwachte ontwikkeling van de stikstofuitstoot op Schiphol voor de periode
2025–2035, en wat is het effect van de facilitering van grotere vliegtuigen op deze
uitstoot?
Antwoord 10
Van Schiphol begrijp ik dat Schiphol ernaar streeft om haar eigen emissies in 2030
sterk te reduceren (zero-emission doelstelling). Schiphol zet daarbij in op elektrificatie
van de grondafhandeling, naast elektrisch vervoer worden voorzieningen gerealiseerd
waardoor vliegtuigen minder de motoren of de APU (hulpmotor) hoeven te gebruiken voor
elektriciteit en airconditioning. Hier staat echter tegenover dat vliegtuigen weliswaar
stiller worden, minder brandstof verbruiken en daardoor minder CO2 uitstoten, maar naar verwachting wel ook meer stikstof zullen uitstoten. Schiphol
voert als laatste ook gesprekken met de vliegmaatschappijen om de emissies van het
taxiën te beperken, bijvoorbeeld door één motor tijdens het taxiën uit te zetten en
er loopt een project voor de inzet van een emissieloze taxibot.
Vraag 11
Deelt u de mening dat investeringen van € 10 miljard die expliciet bedoeld zijn om
grotere vliegtuigen en daarmee meer passagiers te faciliteren (zoals de aanvullende
gates voor de grootste vliegtuigen), niet in overeenstemming zijn met het ontbreken
van een geldige natuurvergunning vanwege stikstofuitstoot en zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Schiphol is er veel aan gelegen om zo snel mogelijk te voldoen aan alle vereisten
voor een geldige natuurvergunning, om de huidige situatie te beëindigen. Op 19 december
2025 is door de Staatssecretaris van LVVN een tijdelijk gedoogbesluit afgegeven voor
een periode van twee jaar ten aanzien van het ontbreken van de natuurvergunning. Dit
laat onverlet dat Schiphol ook verder dient te kijken, om in de toekomst bij te dragen
aan de borging van het publieke belang. Hiervoor is de investeringsagenda noodzakelijk.
Vraag 12
Op welke data en in welke gremia (zowel formeel als informeel) heeft de Staat in de
periode november 2024–november 2025 input gegeven op het Strategisch Plan 2025–2035
van Schiphol?
Antwoord 12
Ik heb mijn rol als aandeelhouder in de ontwikkeling van de strategie ingevuld conform
de Nota deelnemingenbeleid 2022. Op 3 maart 2025 is de zogenoemde startbrief strategieherijking
verstuurd aan Schiphol, waarin ik (mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat)
meerdere aandachtspunten heb meegegeven voor de nieuwe strategie. Deze aandachtspunten
zijn onder meer de bijdrage aan het publiek belang van verbondenheid, maatschappelijk
verantwoord ondernemen, een goede balans met de omwonenden en een kritische lijn ten
opzichte van buitenlandse investeringen. Op de buitengewone aandeelhoudersvergadering
van 11 november 2025 is de strategie besproken met de aandeelhouders. Tussentijds
heeft Schiphol doorlopend contact gehad met de aandeelhouders over de herijking van
de strategie.
Vraag 13
Heeft de Staat bij deze input expliciet stilgestaan bij de vraag of de investeringen
die passagiersgroei faciliteren in strijd zijn met de klimaat- en stikstofdoelen van
het Rijk en zo ja, wat was het standpunt van de Staat en zo nee, waarom heeft de Staat
hier niet expliciet bij stilgestaan?
Antwoord 13
Bij alle afwegingen van de staat worden de verschillende wettelijke verplichtingen
en doelstellingen meegenomen. In dit specifieke geval dragen de investeringen bij
aan de verduurzaming van Schiphol en van de luchtvaartmaatschappijen die op Schiphol
vliegen. Nieuwere, duurzame vliegtuigen vereisen moderne platforms.
Vraag 14
In welke stukken van de Voorjaarsnota 2025 heeft u de Kamer geïnformeerd over de tijdelijke
aanpassing van het dividendbeleid van Schiphol waarbij specifiek het verlagen van
het uitkeringspercentage van 60% naar 30% genoemd wordt, zoals waarnaar wordt verwezen
in het verslag van een schriftelijk overleg over Jaarverslag Beheer staatsdeelnemingen
20245?
Antwoord 14
Op pagina 115 van de voorjaarsnota, onder het kopje Generaal dossier – dividenden staatsdeelnemingen staat het volgende: «Wel is het dividenduitkeringspercentage van Schiphol verlaagd
om Schiphol, gegeven haar grote investeringsagenda, een gezonde financiële positie
te laten behouden.» De specifieke dividendafspraken met staatsdeelnemingen worden
wegens bedrijfsvertrouwelijkheid niet gepubliceerd. Daarnaast is in de eerste suppletoire
begroting 2025 van het Ministerie van Financiën een vergelijkbare passage opgenomen
bij Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector.
Vraag 15
Heeft Schiphol conform het Handboek Financiële Positie6 meerdere scenario’s voor het financieel meerjarenplan opgesteld waarbij minimaal
(a) handhaving van 60% dividenduitkering en (b) verlaging naar 30% zijn doorgerekend
voor de impact op kasstromen, solvabiliteit en dividenduitkeringen over 2025–2035?
Antwoord 15
Ja.
Vraag 16
Zijn deze scenarioanalyses met de Staat als aandeelhouder gedeeld en zo nee, waarom
heeft de Staat deze analyses niet ontvangen of niet verlangd?
Antwoord 16
Ja.
Vraag 17
Wat zijn in absolute bedragen de verwachte cumulatieve dividenduitkeringen van Schiphol
aan de Staat over de periode 2025–2035 bij (a) handhaving van 60% dividenduitkering
en (b) verlaging naar 30% dividenduitkering?
Antwoord 17
De verwachte dividenduitkeringen zijn bedrijfsvertrouwelijk en kan ik om die reden
niet in het openbaar met u delen. Dividendramingen van staatsdeelnemingen worden gebaseerd
op de verwachte financiële resultaten en het vastgestelde dividendbeleid per deelneming.
Het dividendbeleid vormt een integraal onderdeel van financiële afspraken die worden
gemaakt met de staatsdeelneming conform het Handboek financiële positie.
Vraag 18
Indien u de absolute bedragen per scenario niet kunt delen: wat is het cumulatieve
verschil in dividenduitkeringen tussen de twee scenario’s over 2025–2035?
Antwoord 18
Ook hiervoor geldt dat dit bedrijfsvertrouwelijke informatie betreft die ik niet in
het openbaar met u kan delen. Zie antwoord op vraag 17.
Vraag 19
Wanneer heeft het Ministerie van Financiën Schiphol verzocht om additionele bepalingen
aan het dividendbeleid toe te voegen (zoals beschreven in de evaluatie van Schiphol7) en hoe en wanneer is de Kamer hierover geïnformeerd?
Antwoord 19
Conform de Nota deelnemingenbeleid 2022 wordt bij het uitkeren van dividend rekening
gehouden met meer dan alleen het financiële rendement in het afgelopen boekjaar. De
financiële robuustheid van deelnemingen op de lange termijn moet geborgd blijven.
Gezien de bedrijfsvertrouwelijkheid wordt de Kamer niet in het openbaar geïnformeerd
over de individuele financiële afspraken met deelnemingen.
Vraag 20
Welke specifieke financiële ratio’s heeft de Staat als aanvullende voorwaarde aan
het dividendbeleid van Schiphol toegevoegd en wat zijn de concrete drempelwaarden
per aangehouden ratio?
Antwoord 20
De specifieke ratio’s en drempelwaarden zijn bedrijfsvertrouwelijk, maar hebben verband
met de ratio’s waar kredietbeoordelaars doorgaans naar kijken voor de credit rating.
Deze zien bijvoorbeeld op solvabiliteit en in hoeverre de operationele inkomsten de
schuld dekken.
Vraag 21
Welke financiële ratio’s van Schiphol voldeden in 2024 niet aan de afgesproken normen
waardoor geen dividend werd uitgekeerd, wat waren de gerealiseerde waarden in 2024
ten opzichte van de norm en door welke norm is de verwachting dat over het boekjaar
2025 wél dividend uitgekeerd zal gaan worden?
Antwoord 21
Schiphol was op financieel gebied in 2024 nog aan het herstellen van de gevolgen van
de coronacrisis. Hierdoor was de schuldpositie nog dusdanig hoog dat uitkering van
dividend niet verantwoord was, wat tot uiting kwam in enkele financiële ratio’s. Zoals
in antwoord op vraag 20 beschreven kan ik niet op de specifieke ratio’s ingaan.
Vraag 22
Indien u geen enkele concrete informatie over de ratio’s kunt delen: hoe kan de Kamer
dan beoordelen of de door de Staat aan het dividendbeleid toegevoegde bepalingen proportioneel
zijn en correct worden toegepast? Deelt u de mening dat de Kamer deze informatie moet
kunnen inzien om haar controlerende taak uit te kunnen voeren?
Antwoord 22
Vanwege de bedrijfsvertrouwelijkheid kan deze informatie niet in het openbaar met
u gedeeld worden. Dit neemt niet weg dat ik mij inspan om zo transparant mogelijk
verantwoording af te leggen over de invulling en uitvoering van de aandeelhoudersrol.
Als onderdeel hiervan rapporteer ik met reguliere brieven over het aandeelhouderschap
in de totale portefeuille van staatsdeelnemingen. De Kamer kan mij hierop bevragen.
Vraag 23
Kunt u uitleggen waarom er naar een extra «strategische aandeelhouder»8 gezocht wordt door Schiphol en wat dit zou betekenen voor de positie van het Rijk?
Wat is de tijdlijn voor dit proces, welke criteria worden gehanteerd bij de selectie
van een strategische aandeelhouder en in welke fase van dit proces bevindt Schiphol
zich momenteel?
Antwoord 23
Schiphol onderzoekt de mogelijkheid van een strategische aandeelhouder vanwege het
voordeel van eventuele kennisdeling. Het gaat hierbij om aandelen die op dit moment
door Schiphol worden gehouden, waardoor het belang van de Staat niet zal verwateren
of verminderen. Dit proces bevindt zich in een oriënterende fase, waarbij nog geen
concrete tijdlijn of selectiecriteria duidelijk zijn.
Vraag 24
Heeft de Staat als meerderheidsaandeelhouder goedkeuring gegeven voor het zoeken naar
een strategische aandeelhouder, welke eisen stelt de Staat aan een eventuele nieuwe
aandeelhouder (bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, milieu, natuur of publiek belang)
en welke vetorechten of blokkeringsrechten is de Staat bereid een strategische aandeelhouder
te geven?
Antwoord 24
De aandeelhoudersvergadering heeft een goedkeuringsrecht voor de overdracht van aandelen,
Schiphol hoeft geen goedkeuring aan de aandeelhouders te vragen om mogelijkheden van
een nieuwe (strategische) aandeelhouder te onderzoeken. Op dit moment is nog geen
concrete kandidaat-aandeelhouder voorgelegd. Zoals beschreven in de evaluatie van
het aandeelhouderschap zou een nieuwe aandeelhouder ook kunnen bijdragen aan het versterken
van de financiële positie van Schiphol. Ik kan vooraf geen uitspraken doen over de
eisen aan en afspraken met een eventuele nieuwe aandeelhouder.
Vraag 25
Is de Staat bereid om bij Schiphol een deel van het beschikbare aandeelhouderschap
te reserveren voor een vertegenwoordiger van natuur en toekomstige generaties die
namens de natuur en toekomstige generaties stemt en zo nee, waarom niet?
Antwoord 25
Op dit moment is dit niet aan de orde. Schiphol is op zoek naar een strategische aandeelhouder
ten behoeve van kennisdeling en de in de vraag genoemde aandeelhouder valt daar niet
onder. Verder is de staat niet voornemens om haar aandelen over te dragen.
Vraag 26
Deelt u de mening dat – gelet op de uitgebreide parlementaire procedure die in 2005–20069 is gevolgd bij de destijds overwogen verkoop van een minderheidsbelang in Schiphol
– ook een eventuele nieuwe strategische aandeelhouder in Schiphol onderwerp moet zijn
van voorafgaande parlementaire behandeling en goedkeuring door beide Kamers en zo
nee, waarom niet?
Antwoord 26
Op dit moment is een nieuwe strategische aandeelhouder niet aan de orde. Ik kan hier
pas uitspraken over doen als de situatie meer concreet wordt. Op het moment dat een
concrete kandidaat in beeld komt, kan ik de Tweede Kamer hier vooraf vermoedelijk
enkel vertrouwelijk over inlichten.
Vraag 27
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden en deze beatwoording zo snel mogelijk,
maar in ieder geval een week voor het commissiedebat Staatsdeelnemingen op 4 februari
2026 met de Kamer delen?
Antwoord 27
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede namens
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.