Brief regering : Strategische agenda 2026-2030
32 140 Herziening Belastingstelsel
Nr. 309
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2026
Zoals ik ook mijn eerste Commissiedebat met uw Kamer opende: «Belastingen zijn de
prijs die wij betalen voor een beschaafde samenleving.»1 Belastingen zijn onmisbaar in onze samenleving. Zonder belastinginkomsten is er geen
goed onderwijs, geen goede zorg. En door belastingen betalen we voor onze veiligheid.
Om dit te kunnen blijven doen, passen we het belastingstelsel continu aan.
Ik bouw graag voort op een goed gebruik van mijn ambtsvoorgangers om uw Kamer te informeren
over de voorgenomen plannen en keuzes die het kabinet hierbij maakt. Aan de start
van de kabinetsperiode, wil ik uw Kamer met deze strategische agenda meenemen in mijn
prioriteiten voor deze kabinetsperiode.
Mijn drie prioriteiten voor deze kabinetsperiode zijn:
I. ontwikkeling en vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel;
II. het aanmoedigen van groene, gezonde en innovatieve keuzes; en
III. een uitvoering die klaar is voor de toekomst.
Hieronder beschrijf ik mijn drie prioriteiten inhoudelijk. In bijlage 1 vindt u een
overzicht van voorgenomen wetgeving, inclusief een korte beschrijving van het pakket
Belastingplan 2027. Ook vindt u daarin een overzicht van fiscale trajecten die nu
op Europees niveau lopen. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van wetten of wetsartikelen
die op enig moment bij koninklijk besluit in werking dienen te treden. In bijlage
3 benoem ik de voortgang op een aantal fiscale dossiers die in deze brief niet aan
bod zijn gekomen.
Visuele samenvatting
I. Een belasting- en toeslagenstelsel dat werkt
Een goed functionerend belasting- en toeslagenstelsel is een belangrijke voorwaarde
voor een florerende economie en een rechtvaardige samenleving. Het belasting- en toeslagenstelsel
moet werken voor mensen en ondernemers en niet andersom. Eerst de mens dan het systeem.
Mensen en bedrijven hebben recht op wetgeving die begrijpelijk is en waar ze mee uit
de voeten kunnen. Ze verdienen duidelijkheid over de belastingen die zij betalen en
de toeslagen die ze ontvangen. Daarnaast is voorspelbaarheid ook een belangrijke voorwaarde
voor een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven. Het huidige stelsel voldoet niet
meer aan die drie voorwaarden: begrijpelijkheid, duidelijkheid en voorspelbaarheid.
Het stelsel is op onderdelen te complex geworden, met knelpunten voor zowel burgers
en bedrijven als de uitvoering.
Het kabinet zet daarom in op een eenvoudiger belasting- en toeslagenstelsel, met meer
zekerheid voor burgers en bedrijven. Dit zorgt voor vereenvoudigingen binnen het huidige
belastingstelsel in de komende jaren. En tegelijkertijd werkt het kabinet aan een
hervormingsagenda waarin delen van het belasting- en toeslagenstelsel grondiger verbouwd
worden.
Aanpak van fiscale regelingen
Sommige bestaande fiscale regelingen zijn ingewikkeld en bereiken hun doel niet of
nauwelijks, wat het stelsel nodeloos complex maakt. Met voorstellen om deze regelingen
te schrappen, willen we het stelsel eenvoudiger, beter en voorspelbaarder maken. Zoals
opgenomen in het Coalitieakkoord2 zal het kabinet stapsgewijs de inkomensafhankelijke regelingen in de fiscaliteit
beperken, te beginnen met de heffingskortingen. Verder heeft het kabinet bijvoorbeeld
voorgesteld de aftrek voor specifieke zorgkosten af te schaffen, mede omdat hier sprake
is van veel niet- of foutief gebruik.
Bij de inzet voor vereenvoudiging en verbetering van fiscale regelingen kan een alternatieve
inzet van de betreffende middelen op hetzelfde beleidsterrein worden overwogen. Dat
kan in de vorm van een terugsluis in lijn met de in het coalitieakkoord geformuleerde
ambities. Een andere route is het samenvoegen van bestaande fiscale regelingen. Zo
worden de EIA, MIA en Vamil waar mogelijk samengevoegd tot één robuuste investeringsregeling.
In het rapport «aanpak fiscale regelingen» is een flink aantal beleidsopties uitgewerkt
waar het kabinet uit kan putten. In het verlengde hiervan is onlangs de motie-Dassen
aangenomen. Deze roept op ondoeltreffende en ondoelmatige fiscale regelingen te gebruiken
als dekking voor de vrijheidsbijdrage3. Het kabinet zal voor de zomer op de motie-Dassen terugkomen. Bovendien zal het kabinet,
mede op basis van de motie-Maatoug4, fiscale regelingen beter beheren. Naar aanleiding van evaluaties bekijkt het kabinet
of fiscale regelingen standaard een horizonbepaling moeten krijgen. Dit is een vooraf
bepaald moment waarop de regeling wordt geëvalueerd of afloopt. Zo krijgen we meer
grip op doelmatigheid en transparantie van fiscale regelgeving.
Hervorming toeslagenstelsel
Naast de genoemde fiscale hervormingen, wil het kabinet het toeslagenstelsel hervormen.
Het is mijn ambitie om het systeem eenvoudiger, duidelijker en rechtvaardiger te maken.
Daarbij wil het kabinet stapsgewijze verbeteringen in het huidige toeslagenstelsel
zetten en daarnaast ook kijken naar een verdergaande hervorming van het stelsel. Hierbij
streeft het kabinet ernaar het terugvorderen van toeslagen zoveel mogelijk te voorkomen.
Daarom onderzoek ik de mogelijkheid om toeslagen in de toekomst direct definitief
en automatisch toe te kennen. Het kabinet schaft de kinderopvangtoeslag af en vervangt
die door een nieuwe financiering. Daarbij worden kinderopvangorganisaties rechtstreeks
gefinancierd en hebben ouders geen risico meer op terugvorderingen. Parallel aan de
realisatie van de nieuwe financiering van de kinderopvang richten we ons op het samenvoegen
van de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Dit geeft ouders meer overzicht en
duidelijkheid. Ik kijk uit naar de aanbevelingen die de Sociaal Economische Raad (SER)
later dit jaar verwacht uit te brengen over het vereenvoudigen van het belasting-
en toeslagenstelsel.
Het kabinet streeft ook naar eenvoudigere en meer uniforme begrippen in de hele inkomensondersteuning,
bijvoorbeeld in het partnerbegrip voor toeslagen. Het partnerbegrip wordt meer afgestemd
op de beleving van mensen. Verder werkt de Dienst Toeslagen aan betere controles en
informatie voor burgers. Waar mogelijk worden voorschotten automatisch aangepast als
er betrouwbare gegevens beschikbaar zijn, bijvoorbeeld over inkomen of kinderopvang.
Ook zo kunnen fouten en terugvorderingen worden voorkomen. Daarnaast wordt binnen
de Clustering Rijksincasso onder andere gewerkt aan de Betalingsregeling Rijk, waarmee
mensen die bij verschillende overheidsinstanties schulden hebben, deze overzichtelijk
via één betalingsregeling kunnen aflossen. Dit helpt hen om hun schulden op orde te
krijgen en het voorkomt dat mensen onder het sociaal minimum zakken.
Hervormingsagenda
In het Coalitieakkoord is een brede hervormingsagenda voor het fiscale, sociale zekerheids-
en toeslagenstelsel aangekondigd. De wens om het belasting- en toeslagenstelselstelsel
te hervormen en vereenvoudigen wordt breed gedeeld in de samenleving. De rapporten
en analyses zijn beschikbaar. Deze gebruik ik voor de hervormingsagenda die u voor
het eind van 2026 ontvangt. Ik zal ook een commissie van onafhankelijke externe experts
om advies vragen en dit advies meenemen in deze agenda. Over de deze commissie zal
ik u later verder informeren5. Een uitgangspunt ten opzichte van het huidige stelsel is in elk geval vereenvoudiging.
Het stelsel moet begrijpelijk, voorspelbaar en doenbaar zijn om goed te kunnen werken
voor mensen en voor bedrijven. Hieraan raken ook uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid
en heldere beginselen zoals het profijtbeginsel, het draagkrachtbeginsel en het neutraliteitsbeginsel.
Het belasting- en toeslagenstelsel moet zo min mogelijk verstorend zijn voor de economie
en werkgelegenheid en innovatie stimuleren. Meer werken moet bijvoorbeeld – ondanks
dat mensen ook belasting betalen – altijd lonen, zodat het stelsel geen knelpunt vormt
om meer uren te werken. Uw Kamer ontvangt daarnaast voor de zomer van de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Werk en Participatie een brief
over de voortgang van de Hervormingsagenda inkomensondersteuning. Deze agenda ziet
op vereenvoudiging van de sociale zekerheid met verbanden met toeslagen.
Ik realiseer mij dat we deze ambitie niet in één keer zonder omwegen kunnen bereiken:
er bestaat nu eenmaal spanning tussen hervorming en vereenvoudiging en de maatschappelijke
en financiële doelen die we willen bereiken met belastingen. Met een hervormingsagenda
gaan we op weg naar een beter stelsel dat past bij het huidige tijdsbeeld en toekomstbestendig
is. Dat kost tijd. Daarom kiezen we voor een stapsgewijze aanpak, die ruimte biedt
om per onderdeel van het belastingstelsel te bekijken welke wijzigingen nodig en haalbaar
zijn en op welk moment deze kunnen worden doorgevoerd. Daar helpen we mensen en bedrijven
mee. Stap voor stap kunnen we dan bijvoorbeeld regelingen die ondoelmatig zijn afbouwen
of aanpassen.
Box 3
Naast de voornoemde hervormingsplannen werkt het kabinet onverminderd door aan de
hervorming van box 3. Het is de ambitie van het kabinet om tot een evenwichtig, robuust
en toekomstbestendig stelsel in box 3 te komen. Met het wetsvoorstel Wet werkelijk
rendement box 3, dat op dit moment in de Eerste Kamer wordt behandeld, is het mogelijk
om per 2028 over werkelijk rendement te heffen. Dat is een verbetering ten opzichte
van het huidige forfaitaire box 3-stelsel.
Het kabinet overweegt op twee momenten het box 3-stelsel aan te passen. Ten eerste
onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement
box 3 dat nu bij de Eerste Kamer aanhangig is, aan te passen. Deze aanpassingen zijn
vooral gericht zijn op een aanpassing van de effecten van de systematiek van vermogensaanwasbelasting
per 2028.
Daarnaast zet het kabinet in op een doorontwikkeling van box 3 naar een volledige
vermogenswinstbelasting, zo snel mogelijk na 2028. Uw Kamer ontvangt hierover voor
de zomer een brief.
Aanpak van belastingconstructies
Bij het werken aan een beter belastingstelsel past ook een kabinet dat voortdurend
oog heeft voor mogelijke belastingconstructies in het belastingstelsel. Het kabinet
stelt zich telkens de vraag of deze constructies daadwerkelijk zo zijn beoogd en of
deze maatschappelijk wenselijk zijn. Het is belangrijk voor de legitimiteit van het
belastingstelsel dat mensen en bedrijven de belasting betalen zoals deze is beoogd.
Het kabinet stuurt jaarlijks bij de Voorjaarsnota de bijlage met opmerkelijke belastingconstructies
mee. Het doel van het jaarlijks presenteren van de lijst met belastingconstructies
is concreet en transparant te maken hoe het belastingstelsel in de praktijk kan uitpakken.
Deze transparantie vindt het kabinet een groot goed. Daarbij wordt ook gekeken naar
eventuele beleidsopties om constructies zo gericht en efficiënt mogelijk aan te pakken.
Het daadwerkelijk aanpakken van een constructie vergt altijd een politieke weging,
omdat het dichtzetten van een constructie ook neveneffecten met zich mee kunnen brengen.
Het kabinet let in elk geval bij de aanpak op proportionaliteit, juridische houdbaarheid
en de uitvoerbaarheid van een mogelijke aanpak. Oplossingsrichtingen zijn niet altijd
eenvoudig en vereisen vaak nader onderzoek en vergen daarmee soms een lange adem.
II. Groen, gezond en innovatie
Het belastingstelsel kan een gerichte rol spelen bij keuzes die mensen maken. Het
kabinet beseft daarbij dat dit enige terughoudendheid vraagt: fiscale prikkels maken
het stelsel niet altijd eenvoudiger. In dit onderdeel ga ik daarom in op mijn ambitie
om groene, gezonde en innovatieve keuzes aan te moedigen.
Suikerbelasting alcoholvrije dranken en eetwaren
In het coalitieakkoord heeft het kabinet aangekondigd dat het ongezonde keuzes wil
ontmoedigen.6 Daarom werkt het kabinet aan een suikerbelasting op eetwaren. Eten is een essentieel
onderdeel van het leven, sociaal en fysiek. Gezond eten is een van de belangrijkste
factoren om te komen tot een gezonde generatie. Ongeveer drie kwart van de vrije suikerinname
komt uit eetwaren. Daarom is het van belang om ook de consumptie van suiker via eetwaren
terug te dringen. Op dit moment onderzoekt het kabinet hoe deze suikerbelasting op
eetwaren zo effectief en uitvoerbaar mogelijk kan worden vormgegeven.
Ook alcoholvrije dranken leveren een grote bijdrage aan de vrije suiker-inname, met
name ook bij jongeren. Het kabinet kijkt daarom ook naar de mogelijkheden om de huidige
verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken anders vorm te geven en hiermee de suikerconsumptie
via alcoholvrije dranken terug te dringen.
Belasting e-sigaretten
Het kabinet maakt zich zorgen om het toenemende aantal jongeren dat e-sigaretten gebruikt
en wil dit ontmoedigen. Het belasten van e-sigaretten kan een belangrijk onderdeel
uitmaken van het ontmoedigingsbeleid. In juli 2025 heeft de Europese Commissie (EC)
een herzieningsvoorstel ingediend voor de Richtlijn tabaksaccijns. Onderdeel van dat
voorstel is uitbreiding van de reikwijdte zodat onder andere ook e-sigaretten als
accijnsgoed worden aangemerkt en met accijns belast moeten worden. Het kabinet zet
zich in voor een ambitieuze herziening van de richtlijn en spoedige afronding van
de onderhandelingen, zodat e-sigaretten op korte termijn belast kunnen worden met
accijns. Onderdeel van het herzieningsvoorstel is inwerkingtreding van de herziene
Richtlijn tabaksaccijns per 1 januari 2028. Als een akkoord over de herziening van
de Richtlijn tabaksaccijns te lang uitblijft, kan als alternatief een nationale heffing
worden ingevoerd.
Fiscale vergroening
In het coalitieakkoord zijn ambitieuze afspraken gemaakt over de verduurzaming van
onze economie en samenleving. Dit is niet alleen belangrijk om de opwarming van de
aarde tegen te gaan, maar ook om weerbaarder te worden en de economie minder afhankelijk
te maken van fossiele brandstoffen uit het buitenland. Dit belang wordt door de recente
energiecrisis als gevolg van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten onderstreept.
Het kabinet gaat daarom met volle kracht aan het werk om de afgesproken klimaatdoelen
te halen, zodat de economie duurzamer en weerbaarder wordt. Waar nodig komt het kabinet
met aanvullende maatregelen bij de Voorjaarsnota 2027. Daarbij houdt het kabinet oog
voor betaalbaarheid, handelingsperspectief en de internationale concurrentiepositie
van het Nederlandse bedrijfsleven. Daarnaast gaat het kabinet aan de slag met het
aanpakken van de stikstofcrisis en werkt het toe naar een volledig circulaire economie
in 2050. De fiscaliteit kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze grote beleidsopgaven.
Fiscale vergroening kan het belastingstelsel ook complexer kan maken, als er extra
fiscale instrumenten bijkomen. Dit kan wringen met de inzet van het kabinet om het
belastingstelsel juist eenvoudiger te maken. Het is dan ook mijn streven om – mocht
het kabinet kiezen voor extra fiscale maatregelen – dit eenvoudig vorm te geven en
aan te sluiten bij het handelingsperspectief van mensen en bedrijven.
Het kabinet gaat de komende tijd daarom kijken welke aanvullende stappen op het gebied
van vergroening van het belastingstelsel we kunnen zetten. Handelingsperspectief,
lastendruk en de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven
zijn belangrijke aspecten die we hierbij meewegen. Denk bijvoorbeeld aan het fiscaal
aantrekkelijk houden van elektrisch rijden en het fiscaal aantrekkelijk maken van
investeringen in CO2-besparende maatregelen, via bijvoorbeeld de aangekondigde verhoging van het aftrekpercentage
in de EIA van 40% naar 45,5%. Ook heeft het kabinet middelen gereserveerd voor het
verlagen van de kosten voor elektriciteit, wat onder andere elektrificatie en verduurzaming
moet stimuleren. Daarnaast wil het kabinet kijken waar de fiscaliteit in de praktijk
leidt tot knelpunten in de transitie en of hiervoor oplossingen mogelijk zijn. Hierbij
denkt het kabinet bijvoorbeeld aan de dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen.
De energieschok waar we dit jaar door getroffen werden laat zien dat we als Nederland
kwetsbaar zijn voor een te grote afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Daarnaast
staat de houdbaarheid van de autobelastingen onder druk, doordat de overheidsinkomsten
als gevolg van de opkomst van elektrisch rijden steeds verder afnemen. Het kabinet
is daarom voornemens om toe te werken naar een stabiel en toekomstbestendig stelsel
voor autobelastingen. Hiervoor is een nieuwe balans nodig is tussen het aantrekkelijk
maken van elektrisch rijden, stabiele overheidsfinanciën, betaalbaarheid en bereikbaarheid.
Zo gaat het kabinet onderzoeken of de grondslag van de motorrijtuigenbelasting kan
worden omgevormd van gewicht naar voertuigoppervlakte of omvang. Ook wil het kabinet
de problemen in de uitvoering van de BPM oplossen door deze robuuster vorm te geven
en speelt het vraagstuk hoe de grondslagerosie bij het variabel deel van de autobelastingen
in de toekomst kan worden opgevangen. Naast deze (middel) lange termijn hervorming
wil het kabinet ook bezien welke stappen we op korte termijn kunnen zetten. Zo zal
op basis van ontwikkelingen in meetinrichtingen en het administreren van meetdata
worden bezien of een oplossing kan worden gevonden voor de dubbele energiebelasting
bij het bidirectioneel laden van EV’s. Daarnaast gaat het kabinet aan de slag met
het samenspel aan fiscale maatregelen gericht op de zakelijke markt, zoals de youngtimerregeling
en een eventuele greentimer-regeling. Ook wil het kabinet knelpunten in de pseudo-eindheffing
aanpakken. Over de knelpunten in de pseudo-eindheffing, de youngtimerregeling en de
greentimerregeling stuur ik voor de zomer een aparte brief naar uw Kamer.
Innovatieve economie
Zoals beschreven in het rapport Wennink draagt een goed belastingstelsel ook bij aan
het bevorderen van economische groei en innovatie die past bij de economie van de
toekomst. Een belangrijk deel van die groei is afhankelijk van het succes van nieuwe
bedrijven. Startups en scale-ups groeien in Nederland minder goed door dan in andere
landen. Het kabinet wil dat dit verandert. Een voorname belemmering bij de doorgroei
is de toegang tot talent. Om talent aan te kunnen trekken op innovatief en technologisch
terrein, moeten Nederlandse startups en scale-ups een concurrerende beloning kunnen
bieden. Het kabinet maakt het daarom fiscaal aantrekkelijker om medewerkers te laten
participeren in het bedrijf door middel van aandelenopties. Daarnaast bevat het wetsvoorstel
een aanpassing van de huidige definitie van startende ondernemingen in het wetsvoorstel
Wet werkelijk rendement box 3. De budgettaire gevolgen van het wetsvoorstel worden
momenteel nog in kaart gebracht. Het kabinet zal hier tijdens de augustusbesluitvorming
een keuze over maken. Daarna zal het wetsvoorstel onderdeel uitmaken van het pakket
Belastingplan 2027. Het volledige pakket zal op Prinsjesdag bij uw kamer worden aangeboden.
Innovatie is een belangrijk onderdeel van een toekomstbestendige economie. Het versterkt
het Nederlandse investeringsklimaat en legt een basis voor groei, werkgelegenheid
en daarmee een toekomstbestendig Nederland. Bedrijven hebben financiering nodig om
te kunnen investeren en groeien. Nederlandse huishoudens beleggen in vergelijking
met andere Europese landen een klein deel van hun vrij besteedbaar vermogen. Het kabinet
wil daarom stimuleren dat mensen hun spaargeld (meer) beleggen in de Nederlandse economie.
Daarom onderzoekt het kabinet ook de mogelijkheden om met fiscaal beleid bedrijfsfinanciering
te verbeteren. In het coalitieakkoord is onder andere]afgesproken dat het kabinet
onderzoek zal doen naar een win-win-lening.7 De win-win-lening is een Belgische fiscale stimuleringsregeling voor mkb-financiering.
Bij de uitwerking en weging van een nieuwe fiscale regeling geldt dat getoetst zal
worden aan het toetsingskader fiscale regelingen.8 Het kabinet werkt toe naar besluitvorming over dit onderwerp in het voorjaar van
2027.
Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheid om een EU-beleggingsrekening fiscaal
te faciliteren. Het beoogde effect van meer beleggen sluit aan bij de ambitie voor
diepere kapitaalmarkten, economische groei en kan bijdragen aan het versterken van
het Europese en Nederlandse concurrentievermogen. Dit onderzoek zal dit jaar met uw
Kamer gedeeld worden.
Met gerichte fiscale regelingen, zoals de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
(WBSO), de Energie- en Milieu-investeringsaftrek (EIA en MIA) en de innovatiebox,
ondersteunen we ondernemerschap en stimuleren we investeringen in technologie en duurzame
bedrijfsvoering. Het kabinet wil deze regelingen verbeteren, zodat deze regelingen
beter passen bij de economie van de toekomst. Zo kijkt het kabinet naar de uitbreiding
van de WBSO voor ontwikkeling van AI en technologie. Uw Kamer zal op Prinsjesdag door
de Minister van Economische Zaken en Klimaat nader worden geïnformeerd. Ook worden
de EIA, MIA en Vamil waar mogelijk samengevoegd tot één robuuste investeringsregeling.
Het kabinet doet hier onderzoek naar en rapporteert hierover in de eerste helft van
2027.
Naast een innovatieve economie is ook een stabiel functionerend belastingstelsel een
belangrijke onderdeel van een aantrekkelijk ondernemingsklimaat. Voor het kabinet
staat stabiel en betrouwbaar fiscaal beleid daarom voorop. Ondernemers moeten kunnen
rekenen op voorspelbaarheid in de fiscale regels, zodat zij investeringsbeslissingen
kunnen nemen. Juist in een tijd waarin het internationale speelveld voortdurend verandert,
geven stabiliteit en voorspelbaarheid op fiscaal terrein ondernemers de ruimte om
te investeren, te innoveren en werkgelegenheid te scheppen. De deelnemingsvrijstelling
en verliesverrekening blijven behouden. De bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling,
die belangrijk zijn voor familiebedrijven, zal het kabinet niet versoberen, net als
de expatregeling in de loonbelasting.
III. Uitvoering klaar voor de toekomst
Belastingdienst
Elke dag verwerkt de Belastingdienst circa 1,1 miljard euro aan belastinginkomsten
en premies, goed voor honderden miljoenen betalingen en miljoenen aangiften per jaar.
Ruim 10 miljoen burgers en 4 miljoen bedrijven vertrouwen daarbij op de Belastingdienst
voor hun belastingzaken. Die verantwoordelijkheid vraagt om een sterke verbinding
met de samenleving. Daarom blijft de Belastingdienst scherp op signalen uit de praktijk
en werkt zij voortdurend aan verdere verbetering van de dienstverlening aan burgers
en bedrijven. Zo wil de Belastingdienst een organisatie zijn waarin burgers en bedrijven
steeds meer vertrouwen hebben.
Tegelijkertijd wordt de Belastingdienst geconfronteerd met een rijksbrede taakstelling.
Dat vraagt om blijvende innovatie en investeringen in de belastingheffing van de toekomst,
waarin burgers en bedrijven hun belastingzaken steeds vaker realtime en automatisch
goed kunnen regelen, zonder dat zij daar extra handelingen voor hoeven te verrichten.
Daarvoor is een belastingstelsel nodig dat begrijpelijk is voor burgers en bedrijven
én goed uitvoerbaar is voor de Belastingdienst. Vereenvoudiging van het belastingstelsel
is daarbij noodzakelijk, maar vergt tijd. Dat neemt niet weg dat nu al betekenisvolle
stappen kunnen worden gezet. Daarnaast moet de Belastingdienst zich blijven verbeteren
en de mogelijkheden van automatisering en de verantwoorde inzet van AI optimaal gaan
benutten.
De Belastingdienst zoekt voortdurend naar een goede balans tussen grootschalig geautomatiseerde
processen en persoonlijke aandacht voor burgers en bedrijven. Op dit terrein gebeurt
al veel. Burgers en bedrijven kunnen terecht bij de BelastingTelefoon, contact opnemen
via een videobelafspraak of langskomen bij een van de steunpunten en balies. Ook digitale
informatie wordt steeds toegankelijker. Daarnaast zijn de eerste pilots gestart om
in de praktijk te verkennen hoe de stap naar automatisch juiste belastingheffing kan
worden gezet. De Belastingdienst experimenteert ook met proactievere vormen van dienstverlening,
zoals het experiment Vroegsignalering. Daarbij werkt de Belastingdienst samen met
de Dienst Toeslagen en tien gemeenten om mensen met een betalingsachterstand eerder
in beeld te krijgen, zodat tijdig passende hulp kan worden geboden. Dit experiment
wordt de komende periode voortgezet.
In het Coalitieakkoord is nadrukkelijk de aandacht gevraagd voor de modernisering
van het ICT-landschap en het op orde houden van het personeelsbestand binnen de Belastingdienst.
De dienstverlening van de Belastingdienst valt of staat bij voldoende, vakbekwaam
en deskundig personeel. Het kabinet blijft inzetten op het werven van jonge specialisten.
De nadruk van de personeelsopgave ligt eveneens op het ontwikkelen en vitaal houden
van de medewerkers. Onder mijn ambtsvoorgangers is daarnaast gewerkt aan het wegwerken
van het achterstallig onderhoud en het zorgen voor een robuust ICT-landschap dat toekomstbestendig
is en blijft. Hierdoor staat het ICT-landschap er momenteel een stuk beter voor dan
een aantal jaar geleden. Desondanks blijft gelden dat de vernieuwing en het Life Cycle
Management (LCM) van het ICT-landschap ook de komende jaren aandacht vergt.
Hierdoor ontstaat voor de Belastingdienst ruimte om steeds meer nieuwe zaken op te
pakken. Tegelijkertijd brengt dit spanning met zich mee: voor de ambities uit deze
brief blijft gelden dat niet alles tegelijk kan. Nieuwe beleidswensen moeten daarom
zorgvuldig worden afgewogen tegen de uitvoering van onze kerntaak, andere ambities
op het gebied van dienstverlening en toezicht, en opgaven zoals de modernisering van
ICT en het op kwantitatief en kwalitatief op peil houden van het personeelsbestand.
Daarnaast dient zich een groeiend aantal nieuwe vraagstukken aan, zoals digitale autonomie.
Zoals aangekondigd tijdens het commissiedebat Belastingdienst van 19 maart jl., wil
het kabinet dat de Belastingdienst hierin een voorlopers positie inneemt. Uw Kamer
wordt hierover vóór het zomerreces geïnformeerd.
Dit vraagt om goede planning, scherpe prioritering en voldoende middelen. Daarom blijft
de Belastingdienst al in een vroeg stadium betrokken bij de uitvoering van wet- en
regelgeving. Met een meerjarige wetgevingskalender wordt de samenwerking tussen beleid
en uitvoering verder versterkt, zodat eerder en scherper inzicht ontstaat in meerjarige
prioriteringsvraagstukken.
Dienst Toeslagen
Iedere dag zet Dienst Toeslagen zich in om 6 miljoen Nederlanders te voorzien van
inkomensondersteuning, zodat iedereen in Nederland zijn vitale voorzieningen kan betalen.
In totaal keert Dienst Toeslagen in 2026 zo’n 22 miljard euro uit aan zorgtoeslag,
huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebondenbudget. Dienst Toeslagen werkt
hard aan een uitvoering van het huidige toeslagenstelsel dat voor burgers begrijpelijk,
duidelijk en voorspelbaar is. Zo gaat de Dienst de komende jaren door met verbeteringen
in de dienstverlening, zoals de doorontwikkeling van de Toeslagen-app en de website,
via informatievere en duidelijkere brieven, en door uitbreiding van de mogelijkheden
tot persoonlijk contact.
Hiernaast richt Dienst Toeslagen zich deze kabinetsperiode op het zoveel mogelijk
voorkomen van terugvorderingen en het tegengaan van niet-gebruik. «Hebben=houden»
en «niet weten=toch krijgen» vormen een kompas in het handelen van Toeslagen. Burgers
zullen steeds meer geholpen worden in het aanvraagproces door een betere inzet van
betrouwbare contragegevens. De Dienst gaat waar mogelijk steeds vaker inkomens, vermogens
en andere grondslagen proactief aanpassen om te voorkomen dat er in eerste instantie
onjuiste bedragen aan toeslagen worden uitgekeerd. Daarmee worden terugvorderingen
voorkomen die burgers vaak veel tijd en stress kosten. De Dienst gaat ook verschillende
uitvoeringsprocessen vereenvoudigen zodat definitieve toeslagen sneller kunnen worden
vastgesteld zodat burgers eerder weten waar ze aan toe zijn. Daarnaast werkt Dienst
Toeslagen samen met VWS toe naar het automatisch toekennen van de zorgtoeslag achteraf,
als – bijv. op basis van een definitieve aangifte – blijkt dat een burger hier recht
op had gehad, en er wordt onderzocht of dit mogelijk is voor de andere toeslagen.
Dienst Toeslagen kijkt ook verder vooruit, en zet stappen richting een mogelijke toekomst
waarin burgers direct definitief en automatisch toeslagen ontvangen (dus niet naberekend
over een heel jaar, maar bijvoorbeeld per kwartaal, of per maand op basis van je inkomen
twee maanden geleden). Terugvorderingen komen dan niet meer voor. Dit zou de ultieme
vorm van «Hebben=houden» en «niet weten=toch krijgen» zijn. Het vraagt alleen nog
wel wat om dit hier te komen. Dienst zet eerste stappen door bijvoorbeeld betere registraties
van actuele gegevens zoals inkomens van ondernemers en huurprijzen op te gaan zetten.
Ook organisatorisch bereidt de Dienst zich voor op de toekomst, want alleen als moderne
digitale dienstverlener kan Dienst Toeslagen én de grote aantallen aanvragen aan én
de burger de aandacht geven die hij of zij nodig heeft. Om de dienstverlening aan
te laten sluiten op de behoefte van de burger, en om in te kunnen spelen op veranderende
situaties, wil Dienst Toeslagen haar belangrijkste processen zelf gaan uitvoeren door
nieuwe (of te vervangen) systemen zoveel mogelijk zelf te ontwikkelen. Een verdere
ontvlechting van de Belastingdienst is hiervoor noodzakelijk. De eerste stappen hiertoe
zijn de ontwikkeling van een nieuw systeem voor actuele dataleveringen vanuit kinderopvanginstellingen
en de bouw van een eigen systeem voor de uitvoering van de nieuwe financiering van
kinderopvang.
In de Stand van de Uitvoering, die uw kamer nog voor de zomer zal ontvangen, bespreekt
de Dienst de uitdagingen waar zij tegen aanloopt in het heden, en haar visie voor
de toekomst.
Douane
De Douane verwerkt elke dag een enorme hoeveelheid e-commerce pakketjes. De producten
in deze pakketjes voldoen in een groot aantal gevallen niet aan veiligheidsregels.
Dit leidt tot risico’s voor burgers die deze producten gebruiken (bijvoorbeeld: producten
die te makkelijk kapot gaan, of stoffen bevatten die niet zijn toegestaan). Deze situatie
is niet houdbaar, nieuwe Europese regels moeten helpen in het tegengaan van deze risico’s
en het versterken van het toezicht. Per 1 juli vervalt de minimisvrijstelling9, en naar verwachting zal per 1 november dit jaar een Europese handling fee worden
ingevoerd. Deze nieuwe regels gaan hand in hand met vernieuwing van het toezicht door
de Douane op deze pakketjes. De Douane vergroot als onderdeel van dat toezicht de
inzet van AI, bijvoorbeeld als het gaat om beeldherkenning van drugs in pakketten.
Ook zet de Douane meer robots in bijvoorbeeld grote hoeveelheden data te kunnen verwerken.
Omdat innovaties alleen niet genoeg zijn, wordt ook de toezichtscapaciteit uitgebreid
met ongeveer 500fte. Hiermee wil de Douane een goede invulling blijven geven aan de
opdracht om Nederland te beschermen. De Douane werkt aan het vergroten van de efficiency
en effectiviteit van het toezicht en kijkt hierbij ook naar haar eigen organisatie.
De Douane wil eenvoudige pakketjes, die niet aan de regels voldoen, zelf uit de markt
kunnen halen, daar waar dit nu in samenwerking met toezichtspartners gebeurt. Nieuwe
werkwijzen moeten ook leiden tot vermindering van de lasten voor goedwillende bedrijven
en zorgen voor snellere afhandeling van goederenstromen.
Om de ambities van de Douane voor het vernieuwen van haar toezicht te kunnen realiseren
is ook versterking van de uitvoeringskracht noodzakelijk. De overgang naar het herziene
Functiegebouw Rijk (FGR) moet de Douane helpen bij het zijn en blijven van een aantrekkelijke
werkgever.
De Douane werkt daarnaast aan verdere versterking van het screeningsbeleid, waaronder
een bredere inzet van periodieke screening en de toepassing van continue screening.
Het kabinet zet zich in om de benodigde randvoorwaarden, waaronder een mogelijke kapstokbepaling
in de CAO-Rijk of een wettelijke grondslag, versneld te realiseren.
VI. Conclusie
Belastingheffing vraagt om zorgvuldige keuzes. Het fiscale beleid is breed en complex,
terwijl niet alles tegelijk kan. Daarom is focus nodig, met oog voor de lange termijn
en de uitvoerbaarheid van beleid. Voor de komende kabinetsperiode ligt er een stevige
opgave en daarmee een grote verantwoordelijkheid richting samenleving en economie.
Een groot deel van de fiscale maatregelen uit het coalitieakkoord en de kamerbrief
acties weerbaarheid energieschok zullen worden opgenomen in het pakket Belastingplan 2027, zoals ook omschreven in
bijlage I. Komende periode wordt de desbetreffende wetgeving verder uitgewerkt en
worden de uitvoeringstoetsen opgesteld
Mijn inzet blijft om beleid en uitvoering beter met elkaar in balans te brengen en
het belastingstelsel minder complex te maken. Goed beleid vraagt om heldere keuzes
die uitvoerbaar zijn in de praktijk. Die realiteit vraagt om discipline, maar staat
ambitie niet in de weg.
Ik ga graag hierover met uw Kamer in gesprek, en hoop op een vruchtbare en constructieve
samenwerking.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.