Brief regering : Reactie op verzoek commissie over Vogel- en Natuurwacht Flevoland m.b.t. openstelling van Lelystad Airport
31 936 Luchtvaartbeleid
33 576
Natuurbeleid
Nr. 1299
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
In de procedurevergadering van 26 maart jl. heeft de Kamer mij verzocht een reactie
te schrijven op een ingekomen brief van de Vogel- en Natuurwacht Flevoland. Met deze
brief kom ik aan dat verzoek tegemoet.
De brief van de Vogel- en Natuurwacht bepleit aan de hand van enkele argumenten en
voorbeelden om Lelystad Airport niet te openen voor groothandelsverkeer, dan wel ten
minste de besluitvorming uit te stellen tot zekerheid is over al dan niet laag vliegen
en een gedegen onderzoek naar de gevolgen voor de vogelpopulaties. Ook vraagt de Vogel-
en Natuurwacht dat het maximum aantal vliegtuigbewegingen van 10.000 per jaar expliciet
in het luchthavenbesluit wordt opgenomen en de situatie met 45.000 vliegtuigbewegingen
wordt meegenomen in het MER.
Het Ministerie van IenW heeft begrip voor de geuite zorgen van de Vogel- en Natuurwacht.
De vogelstand en natuur zijn ook voor het Ministerie van belang. Daarom zijn de gevolgen
van Lelystad Airport voor vogels en vliegveiligheid uitgebreid en zorgvuldig onderzocht.
Ook zijn flora, fauna en vogelstanden opgenomen in het integraal monitorings- en evaluatieprogramma
Lelystad Airport.
Routes: continu klimmen en dalen
Van het «laagvliegen» waar de brief van de Vogel- en Natuurwacht naar verwijst is
bij ingebruikname van de luchthaven geen sprake. In de technische briefing over Lelystad
Airport op 31 maart is Luchtverkeersleiding Nederland hier uitgebreid op ingegaan.
In de Kamerbrief met de beantwoording van openstaande vragen uit het commissiedebat
Luchtvaart van 21 april jl. is dit vervolgens ook toegelicht1. Daarbij spitst de controverse omtrent de routes van Lelystad zich toe op horizontaal
vliegen op een hoogte van 1.850 meter, terwijl de meeste vogelaanvaringen plaatsvinden
in de luchtlaag tot 300 meter hoogte. Er is hierdoor weinig relatie tussen de discussie
omtrent de vermeende laagvliegroutes en vogelaanvaringen.
Gevolgen voor vogelpopulaties
In 2014 zijn de eerste acties in gang gezet voor het opstellen van een monitoring-
en evaluatieprogramma op en rond de luchthaven Lelystad Airport. Er zijn acht onderwerpen
geïdentificeerd die ten minste onderdeel moeten uitmaken van het programma. Flora,
fauna en vogelstanden maken daar deel van uit2.
Zoals beschreven in het Integraal Monitoring- en evaluatieprogramma Lelystad Airport
2020–2023 (2019) zijn de gevolgen van Lelystad Airport voor vogels en vliegveiligheid
uitgebreid en zorgvuldig onderzocht, destijds voor 45.000 vliegtuigbewegingen. Om
een beeld te krijgen van de vogelaantallen en vogelbewegingen in de omgeving van Lelystad
Airport en op de aansluitroutes, zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd.
In het kader van het MER 2014 is onderzoek verricht naar de effecten op de luchtlaag
tussen 0 en 300 meter, omdat de kans op een vogelaanvaring daar het grootst is. Daarna
zijn in een tweetal en aanvullende studies de effecten van vogelbewegingen op de vliegveiligheid
in verschillende hoogtebanden (0–1.800 meter en 1.800–3.200 meter) onderzocht. De
conclusie hiervan is ten eerste dat er op de aansluitroutes, in de hoogteband van
1.800 en 3.200 meter, geen sprake is van een duidelijk verhoogd risico voor het luchtverkeer.
Ook wordt geconcludeerd dat er geen extra aandacht noodzakelijk is voor de vliegtuigbewegingen
van trekkende vogels in de luchtlagen boven 600 meter.
Van september 2017 tot september 2018 is door de provincie Flevoland samen met de
exploitant van Lelystad Airport een nulmeting uitgevoerd op en in de directe nabijheid
van de luchthaven. Het resultaat van de nulmeting heeft geen bijzonderheden opgeleverd
en bevestigt het beeld dat in het MER is bepaald, namelijk dat tussen 0 en 300 meter
het risico op aanvaringen met foeragerende vogels in de omgeving van Lelystad Airport
beheersbaar is, zo lang dit goed gemonitord wordt.
Bij opening van Lelystad Airport voor 10.000 vluchten groothandelsverkeer zal de luchthaven
in samenwerking met provincie en andere betrokken partijen de vogelstand monitoren.
Momenteel wordt hierover het contact gelegd met de Luchthaven, de Vogelwacht en de
provincie. Daarnaast wordt het Monitoring en Evaluatie programma komend jaar geactualiseerd
in samenspraak met de provincie en andere betrokken partijen.
Tot slot kan ik u mededelen dat de te nemen stappen in lijn zijn met de wens van de
Vogel- en Natuurwacht om 10.000 vliegtuigbewegingen expliciet vast te leggen in het
LHB. De aanvraag vanuit de luchthaven omvat maximaal 10.000 vliegtuigbewegingen groothandelsverkeer.
Dit is ook het aantal waar de natuurvergunning voor is aangevraagd. Voor verdere informatie
over ontwikkelingen rondom de luchthaven en bijbehorende onderzoeken naar milieueffecten
verwijs ik u naar de Kamerbrief van april 2026.3
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat