Brief regering : Reactie op burgerbrieven over de zorg in Nederland
31 765 Kwaliteit van zorg
Nr. 983
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
Hierbij reageer ik conform uw verzoek op de brieven en aanvullende stukken die door
de heer B. aan u zijn toegezonden.
Allereerst wil ik stilstaan bij het persoonlijk verlies dat is geleden. Uit de stukken
spreekt hoeveel impact het overlijden en de gebeurtenissen daaromheen op de heer B.
en zijn naasten hebben gehad. Het is invoelbaar dat de omstandigheden rond de verleende
zorg en de ervaringen in de periode daarna hebben geleid tot verdriet, vragen en gevoelens
van onmacht. Ook komt duidelijk naar voren dat de heer B. zich langdurig inspant om
aandacht te vragen voor wat hij als ernstige tekortkomingen en misstanden ervaart.
In de correspondentie wordt indringend aandacht gevraagd voor zowel de omstandigheden
rond het overlijden als voor bredere knelpunten in het zorgstelsel, waaronder het
functioneren van toezicht, klachtenafhandeling en het declaratiesysteem. Tevens wordt
beschreven dat er sprake is van een sterk gevoel onvoldoende gehoord en geholpen te
zijn door betrokken instanties en dat procedures naar het oordeel van betrokkene onvoldoende
voortgang kennen. Ik begrijp dat dit het vertrouwen in een zorgvuldige afhandeling
onder druk kan zetten.
De ernst van deze signalen, waaronder mogelijke medische tekortkomingen en onregelmatigheden
komen duidelijk naar voren in de correspondentie. De beoordeling van individuele casuïstiek,
evenals mogelijke aansprakelijkheid of strafrechtelijke aspecten, is voorbehouden
aan de daarvoor bevoegde instanties, zoals de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ),
de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en – waar van toepassing – de rechterlijke macht.
Het is van belang dat deze procedures zorgvuldig en onafhankelijk kunnen plaatsvinden.
De zienswijzen van deze instanties zijn als bijlagen toegevoegd aan deze brief.
De bredere zorgen over het functioneren van het declaratiestelsel, het gebruik van
AGB-registraties en de rol van verschillende betrokken partijen zijn eveneens helder.
Deze signalen raken aan de inrichting en werking van het zorgstelsel en worden betrokken
bij het doorlopend verbeteren van toezicht en controlemechanismen. De inbreng wordt
in dat kader gedeeld met de relevante toezichthouders en uitvoeringsorganisaties.
Voor zover de opmerkingen betrekking hebben op de Kamer van Koophandel en mogelijke
economische delicten, worden deze tevens onder de aandacht gebracht van het Ministerie
van Economische Zaken.
Uit de stukken blijkt dat er behoefte bestaat aan erkenning en aan concrete opvolging
van de meldingen. Tegelijkertijd is het gegeven de verantwoordelijkheidsverdeling
in het stelsel niet mogelijk om vanuit mijn positie in te grijpen in individuele gevallen
of lopende procedures.
Ten aanzien van het verzoek om een persoonlijk gesprek merk ik op dat, gelet op de
aard van het verzoek en de lopende procedures, een dergelijk gesprek op dit moment
niet passend wordt geacht. Ik vertrouw erop dat de signalen via de daarvoor bestemde
instanties en procedures zorgvuldig worden beoordeeld.
Ik waardeer het dat uw commissie deze signalen en zorgen nadrukkelijk onder mijn aandacht
heeft gebracht.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport