Brief regering : Ontwerpbesluit Besluit collectieve warmte
36 576 Regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte)
Nr. 120
BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Ontvangen ter Griffie op 29 mei 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer
overgelegd tot en met 26 juni 2026.
De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder
worden gedaan dan op 27 juni 2026.
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
Het Besluit collectieve warmte (Bcw) bevat een nadere uitwerking van de delegatiegrondslagen
uit de Wet collectieve warmte (Wcw). Met deze brief wordt het Bcw voorgehangen bij
de Tweede en Eerste Kamer.
De voorhang vindt plaats in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure
in artikel 12.9, vierde lid van de Wcw. Dit impliceert dat de voorhang in beginsel
enkel betrekking heeft op de uitwerking van fase 1 tariefregulering in het Bcw. De
voorhangtermijn is in principe 4 weken.
Na de voorhang zal het ontwerpbesluit aan de Koning worden voorgedragen ter verkrijging
van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State.
Het afronden van de voorhang vóór het zomerreces is wenselijk om het ontwerpbesluit
zo snel mogelijk aanhangig te kunnen maken bij de Afdeling advisering van de Raad
van State, met als doel de inwerkingtreding van de Wcw, het Bcw en de ministeriële
regeling op 1 januari 2027. Graag wil ik u met het oog daarop verzoeken om uw eventuele
vragen spoedig in te brengen, zodat de antwoorden nog voor het zomerreces opgestuurd
kunnen worden.
Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
Indieners
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.