Brief regering : Geannoteerde agenda voor de voorjaarsvergadering van het IMF 2026
26 234 Vergaderingen interim- Committee en Development Committee
Nr. 317
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 maart 2026
Hierbij stuur ik u de Geannoteerde Agenda voor de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden
tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF van 13 – 18 april 2026, de inzet van Nederland
bij de G20 en de inzet van Nederland bij de ministeriële vergadering van de Coalition
of Finance Ministers for Climate Action (CFMCA).
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Geannoteerde Agenda voor de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de voorjaarsvergadering
van het Internationaal Monetair Fonds, en ministeriële bijeenkomsten van de G20 en
de Coalition of Finance Ministers for Climate Action
13–18 april 2026, Washington D.C.
1. Inleiding
Van 13 tot en met 18 april 2026 vindt de voorjaarsvergadering van het Internationaal
Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank (WB) plaats in Washington D.C. Tijdens de voorjaarsvergadering
komen het International Monetary and Financial Committee (IMFC) van het IMF, het Development Committee van de Wereldbank, de Finance Ministers and Central Bank Governors (FCMBG) van de G20, en de Coalition of Finance Ministers for Climate Action (CFMCA) bijeen. Het IMFC bestaat uit Ministers van Financiën en centralebankpresidenten
en is het politieke adviesorgaan van het IMF. Nederland en België vertegenwoordigen
op jaarlijks roterende basis de Nederlands-Belgische kiesgroep bij het IMFC.1 In 2026 vertegenwoordigt Nederland de kiesgroep. Verder draagt Nederland tijdens
de bijeenkomst van de CFMCA het co-voorzitterschap over aan Kroatië. Voor de Nederlandse
deelname aan het Development Committee van de Wereldbank wordt uw Kamer separaat geïnformeerd.
De IMF-voorjaarsvergadering zal in het teken staan van recente mondiale ontwikkelingen
zoals geo-economische fragmentatie en geopolitieke spanningen, waaronder de Russische
agressieoorlog tegen Oekraïne, importheffingen en handelsonevenwichtigheden, en het
conflict in het Midden-Oosten. Deze ontwikkelingen beïnvloeden de economische vooruitzichten
en vormen een risico voor de financiële stabiliteit, terwijl hoge schuldniveaus, begrotingstekorten
en lage productiviteitsgroei de ruimte voor overheden beperken om te reageren op economische
en financiële schokken. Uitdagingen als klimaatverandering, de noodzaak om defensie-uitgaven
te verhogen en de vergrijzing kunnen de overheidsfinanciën verder onder druk zetten.
Daarnaast zal er aandacht zijn voor de specifieke uitdagingen en de hoge schuldenlast
van kwetsbare ontwikkelingslanden, en de rol van het IMF daarbij.
Deze geannoteerde agenda gaat in op de mondiale economische situatie, de inzet van
het Koninkrijk tijdens de voorjaarsvergadering van het IMF en de inzet voor de ministeriële
vergadering van de CFMCA. Tevens bevat deze geannoteerde agenda de Nederlandse inzet
voor de G20 in 2026, conform aankondiging in het verslag van de G20-top van regeringsleiders
van november 2025.2
2. Internationaal Monetair Fonds
Mondiale economische ontwikkelingen: Geopolitiek, handelsspanningen, en kansen en
risico’s van AI
In de meest recente raming uit januari voorspelde het IMF mondiale economische groei
van 3,3% in 2026 en 3,2% in 2027, vergeleken met 3,3% in 2025. Dit betekent een lichte
opwaartse bijstelling ten opzichte van de raming van afgelopen najaar.3 Voorafgaand aan de Voorjaarsvergadering zal het IMF nieuwe ramingen publiceren, waarin
het effect van het conflict in het Midden-Oosten op mondiale groei en inflatie wordt
meegenomen. Het conflict in het Midden-Oosten heeft een opwaarts effect op mondiale
olie- en gasprijzen. De macro-economische impact is vooralsnog onzeker en afhankelijk
van de duur en omvang van het conflict, waaronder de duur van de afsluiting van de
Straat van Hormuz en de mate waarin productiecapaciteit wordt beschadigd.
De opwaartse bijstelling voor mondiale groei in de januari-raming wordt met name gedreven
door investeringen in artificiële intelligentie (AI) in met name de VS en Azië, ruim
begrotingsbeleid en gunstige financieringscondities. Daarnaast waren de wereldwijde
handelsspanningen ten tijde van de raming enigszins afgenomen. Zo had de VS met verschillende
landen, waaronder China, afspraken gemaakt over het verlagen of voorlopig opschorten
van importheffingen en exportcontroles. Opnieuw oplaaiende handelsspanningen vormen
echter een neerwaarts risico. Er is veel onduidelijkheid over handelstarieven nu het
Amerikaanse hooggerechtshof heeft aangekondigd dat de wederkerige importtarieven van
de Amerikaanse regering niet rechtsgeldig zijn.4 Deze onduidelijkheid verhoogt de onzekerheid in mondiale economie.
Voor de eurozone verwachtte het IMF in januari een economische groei van 1,3% in 2026
en 1,4% in 2027. De groei blijft daarmee gematigd, vooral door structurele uitdagingen
voor Europese economieën. Als netto-importeur van olie en gas zal het conflict in
het Midden-Oosten via hogere energieprijzen van invloed zijn op de groei en inflatie
in het eurogebied. Om de Europese economie structureel te versterken erkent het Koninkrijk
het potentieel van verdere integratie van de interne markt en steunt het de ontwikkeling
van de kapitaalmarktunie en voltooiing van de bankenunie.5 Het IMF verwacht dat de voorgenomen hogere defensie-uitgaven geleidelijk worden opgebouwd.
De groei in de VS trekt aan tot 2,6% in 2026, waarna de groei in 2027 weer terugvalt
tot 2,1%, aldus het IMF. Daarbij verwacht het IMF aanhoudend hoge begrotingstekorten
van 7% à 8% bbp, terwijl het tekort op de lopende rekening iets afneemt van 4% in
2024 tot 3,7% in 2027. Het IMF benadrukt het belang van de geloofwaardigheid en daarmee
de onafhankelijkheid van de Amerikaanse centrale bank.6 Voor China en India zijn de groeiverwachtingen voor 2026 in beide gevallen opwaarts
bijgesteld tot respectievelijk 4,5% en 7,3%. De opwaarts bijgestelde Chinese groei
komt voornamelijk door lagere tarieven als gevolg van de handelsovereenkomst met de
VS. Ten opzichte van de 5% groei in 2025 vlakt de Chinese groei naar verwachting wat
af. Het IMF adviseert China in de meest recente Artikel IV haar uitgaven aan industriebeleid
van 4% bbp te halveren naar 2% bbp. Ook adviseert het IMF om in te zetten op meer
binnenlandse consumptie gezien de onhoudbaarheid van het huidige exportgeleide groeimodel.7
Groeivooruitzichten zijn momenteel onderhevig aan grote onzekerheid en neerwaartse
risico’s. Het IMF wijst erop dat een escalatie van geopolitieke spanningen, oplopende
handelsconflicten en oplopende publieke schulden de wereldeconomie kunnen schaden.
Dit geopolitieke risico komt nu tot uiting in het Midden-Oosten. Daarnaast waarschuwt
het IMF voor het risico dat investeerders de productiviteitswinst door AI overschatten,
wat kan leiden tot verliezen op de aandelenmarkt in het geval van een correctie. Koerswinstverhoudingen
in de Tech-sector liggen vooralsnog lager dan tijdens de dotcom bubbel, maar er is wel een hoge concentratie van beurswaarde bij een klein aantal
grote Tech-bedrijven. Bovendien neemt schuldfinanciering van AI-investeringen toe en zijn AI-bedrijven
sterk onderling verweven. Een aandelenmarktenschok kan via vermogensverlies en verminderd
vertrouwen drukken op consumptie en investeringen. In de raming van oktober jl. heeft
het IMF een scenario opgenomen waarin een beperkte correctie van AI-aandelenwaarderingen
de economische groei 0,4 procent lager uitvalt in 2026. De toegenomen rol van niet-bancaire
financiële instellingen kan de doorwerking van onrust op financiële markten versterken.
Het IMF onderstreept het belang van het versterken van begrotingsbuffers en het waarborgen
van schuldhoudbaarheid, zeker voor landen die geconfronteerd worden met verschillende
grote uitgavenposten. Landen zouden zich op zijn minst moeten committeren aan consolidatie
op de middellange termijn en dit verankeren in hun ramingen voor de ontwikkeling van
schuld en tekort. Het IMF adviseert om de doelmatigheid van uitgaven te verbeteren.
Automatische stabilisatoren in de vorm van werkloosheidsuitkeringen werken vaak doelmatig,
terwijl discretionaire maatregelen alleen zeer gericht ingezet mogen worden bij grote
schokken, en dan tijdig, tijdelijk en gericht op specifieke doelgroepen. Het Koninkrijk
erkent dat ontwikkelde economieën voor uitdagingen staan die gepaard gaan met stijgende
overheidsuitgaven en deelt de visie dat deze verenigd moeten worden met het waarborgen
van schuldhoudbaarheid en het opbouwen van buffers.
De mondiale inflatie daalt in de raming uit januari volgens het IMF in 2026 en 2027
tot respectievelijk 3,8 en 3,4 procent waarbij de inflatie in de VS langzamer naar
het inflatiedoel beweegt dan in andere grote economieën. Het conflict in het Midden-Oosten
kan de inflatie verhogen via een opwaarts effect op energieprijzen. Het IMF benadrukt
het belang van onafhankelijke centrale banken voor prijsstabiliteit en financiële
stabiliteit.
Hervorming van governance en quota-aandelen bij het IMF
Quota zijn het permanente kapitaal van het IMF en bepalen zowel het stemgewicht van
IMF-leden als hun toegang tot IMF-financiering. De omvang en verdeling van quota wordt
periodiek herzien. In december 2023 is een akkoord bereikt over de 16e quotaherziening
van het IMF, waarbij quota voor alle landen met 50% zullen worden verhoogd en tijdelijke
leningen aan het IMF worden verlaagd. Landen moeten individueel instemmen met de quotaverhoging,
wat Nederland op 14 oktober 2024 heeft gedaan.8 Het Congres in de VS moet nog instemmen om tot implementatie van de quota-herziening
over te kunnen gaan.
Het relatieve quota-aandeel en stemgewicht per land blijft gelijk bij de 16e quotaherziening,
maar er is wel afgesproken om opties te verkennen voor een quotaverschuiving zodat
quota de relatieve posities van lidstaten in de mondiale economie beter weerspiegelen.
Vooral China en een aantal andere opkomende economieën zijn momenteel ondervertegenwoordigd
in het IMF, op basis van de formule die hiervoor binnen het IMF is vastgesteld. Het
IMFC riep in april 2025 op om principes te ontwikkelen die richting geven aan toekomstige
besprekingen over IMF-governance en quota. Deze Diriyah Guiding Principles worden naar verwachting door het IMFC goedgekeurd tijdens de voorjaarsvergadering
van 2026 en moeten consensus over verdere hervormingen, o.a. in het kader van de 17e quota herziening, faciliteren.
Het Koninkrijk benadrukt in deze tijden van geopolitieke onzekerheid het belang van
multilaterale samenwerking en specifiek van een sterk IMF in het centrum van het mondiale
financiële systeem. Met betrekking tot de 17e quotaherziening blijft het Koninkrijk
open staan voor een beperkte verschuiving van quota richting ondervertegenwoordigde
opkomende economieën zolang dit plaatsvindt op basis van een eerlijke verdeling onder
oververtegenwoordigde landen. Het Koninkrijk blijft daarbij optrekken met andere Europese
landen en middelgrote, open economieën om posities af te stemmen.
Beleidsherzieningen: scherpere surveillance en betere voorwaarden voor IMF-programma’s
Het IMF voert op dit moment grote periodieke herzieningen uit van zijn surveillance-activiteiten
(de Comprehensive Surveillance Review) en van hervormingseisen in IMF-programma’s (de Review of Program Design and Conditionality).
Surveillance – de analyse van mondiale en nationale economische en financiële ontwikkelingen,
met bijhorende beleidsadvisering – is één van de drie kerntaken van het IMF, naast
het verstrekken van financiering en capaciteitsopbouw. Met de Comprehensive Surveillance Review, die elke vijf jaar plaatsvindt, evalueert het IMF de volle breedte van zijn surveillance-instrumentarium.
Voorbeelden hiervan zijn de jaarlijkse Artikel IV rapporten over de economieën van
alle lidstaten of de vijf- tot tienjaarlijkse Financial Sector Assessment Programs (FSAPs), die de stabiliteit en veerkracht van de financiële sector in een land beoordelen.
Deze herziening wordt naar verwachting in september 2026 afgerond. Verschillende lidstaten,
waaronder de VS, roepen op tot het stroomlijnen van de IMF-surveillance richting macro-economische
en financiële stabiliteit, met een focus op de vier kernthema's van het IMF: budgettair
en monetair beleid, wisselkoersbeleid, en financiële stabiliteit. Het Koninkrijk steunt
die stroomlijning en benadrukt dat ontwikkelingen als klimaatverandering en de digitale
transitie structurele uitdagingen vormen voor de macro-economische en financiële stabiliteit,
die zich manifesteren in de vier kernthema’s van het IMF. Het Koninkrijk benadrukt
daarom het belang van behoud van surveillance op klimaatrisico’s en de digitale transitie.
Ook moet worden ingezet op impact van IMF-beleidsadviezen in lidstaten, o.a. door
nauwere aansluiting van aanbevelingen op nationale politiek-economische omstandigheden,
zodat de tractie van de aanbevelingen wordt verhoogd.
De Review of Program Design and Conditionality volgt op een herziening uit 2018. Conditionaliteiten zijn de voorwaarden waaraan
een land met een IMF-lening moet voldoen voordat uitbetalingen plaats kunnen vinden.
Dit zijn vaak structurele hervormingen of beleidsaanpassingen, zoals belasting- of
anti-corruptiemaatregelen. Ook deze herziening wordt naar verwachting in september
2026 afgerond. Het Koninkrijk zet in op realistische maar ambitieuze IMF-programma’s.
Vooral bij aanzienlijke financiering aan de voorkant van een programma is het belangrijk
dat hervormingen ook vroegtijdig geïmplementeerd worden. Dat verhoogt de kans op programma-succes
en waarborgt de terugbetaalcapaciteit van het ontvangende land. Daarnaast benadrukt
het Koninkrijk het belang van realistische aannames in programma-ontwerp en zet het
Koninkrijk in op betere implementatie van hervormingen op het gebied van goed bestuur
en anti-corruptie, en maatregelen om de sociale impact van programma’s waar mogelijk
te mitigeren.
Oekraïne
Sinds 26 februari 2026 heeft Oekraïne een nieuw IMF-programma met een looptijd van
48 maanden en een omvang van USD 8,1 miljard ter ondersteuning van de financieringsnoden
als gevolg van de Russische agressieoorlog. Dit programma vervangt het vorige programma
dat in 2023 van start ging. Het nieuwe programma gaat gepaard met afspraken over macro-economisch
beleid en hervormingen, en is daarmee een anker voor de stabilisering van Oekraïne.
Nederland heeft, samen met de G7- en een groot aantal EU-landen, financing assurances afgegeven aan het IMF9 en binnen de Group of Creditors of Ukraine (GCU).10 Hiermee hebben de belangrijkste bondgenoten toegezegd Oekraïne de komende jaren financieel
te blijven steunen, zodat de houdbaarheid van de Oekraïense schuld en financiering
van het financieringstekort worden gewaarborgd. Nederland werkt via de GCU mee aan
het herstructureren van de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne. Dit houdt in eerste
instantie in dat de betalingsstop op bilaterale claims wordt verlengd tot begin 2030
(parallel aan de looptijd van het nieuwe IMF-programma).11 De financing assurances worden nader uitgewerkt in een niet-bindend Memorandum of
Understanding (MoU) tussen Oekraïne en de GCU. Nederland is voornemens dit MoU en
marge van de Voorjaarsvergadering te ondertekenen. Het MoU moet voor eind 2026 worden
uitgewerkt in een formeel bilateraal akkoord.12
Verder levert Nederland ook bilateraal en via het IMF technische assistentie aan Oekraïne,
waarbij de focus ligt op fiscaal beleid, openbare financiën, monetair en wisselkoersbeleid,
goed bestuur en anti-corruptie. Het Koninkrijk zal zich, als vertegenwoordiger van
de Kiesgroep waar Oekraïne ook deel van uitmaakt, inzetten voor een adequate verwijzing
naar de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de mondiale economische impact
daarvan in de gezamenlijke slotverklaringen van het IMFC en DC. Mogelijk wordt wederom
geen overeenstemming bereikt over een gezamenlijke slotverklaring, zoals het geval
is sinds het begin van de Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne.
Argentinië
Sinds 11 april 2025 loopt een IMF-programma voor Argentinië met een duur van vier
jaar en een omvang van ongeveer 20 miljard dollar. Dit is het grootste, lopende programma
van het IMF. Argentinië is tevens het land waar het IMF de grootste blootstelling
aan heeft, aangezien het huidige programma volgt op eerdere IMF-programma’s.
Er zijn aanzienlijke stappen gezet onder President Milei om de macro-economische balans
te herstellen. Hiertoe behoren het gedeeltelijk opheffen van kapitaalrestricties,
een eerste uitgave van staatspapier op de internationale kapitaalmarkt en het ombuigen
van een begrotingstekort naar een overschot van 0,4% van het bbp in 2025. Het IMF
verwacht voor 2026 een reële economische groei van 4% en de inflatie daalde al van
118% in 2024 tot 38% in 2025. Naar verwachting zal de inflatie verder dalen in 2026
tot 10%. Desalniettemin blijven de te hoge waardering van de peso alsook de achterblijvende
opbouw van reserves belangrijke aandachtspunten. Het Koninkrijk blijft zich inzetten
voor een adequate uitvoering van het huidige programma, waarbij het Koninkrijk het
belang van reserve-opbouw benadrukt. Het Argentijnse programma is het grootste van
het IMF. Omdat het Koninkrijk zich ook sterkt maakt voor een gezond financieel risicobeheer
van het Fonds, is het belangrijk om deze blootstelling van het Fonds goed te blijven
volgen.
Schuldenproblematiek in lage-inkomenslanden (LICs)
Veel LICs kampen met hoge publieke schulden. Alhoewel de mediane schuldquote met 49%
van het bbp eind-202413 lager ligt dan in schuldencrises in het verleden, en zowel het IMF als de Wereldbank
benadrukken dat het risico op een systemische schuldencrisis beperkt lijkt, is er
wel sprake van acute liquiditeitsnoden in een aantal landen. Het aflopen van COVID-gerelateerd
betalingsuitstel en het wegvallen van concessionele financiering zorgen voor forse
druk op de overheidsfinanciën. Nieuwe externe schokken – zoals de verhoging van Amerikaanse
importheffingen en vaker voorkomende natuurrampen – verergeren deze kwetsbaarheid.
Hogere schuldenlasten verlagen de ruimte voor groeibevorderende investeringen in o.a.
onderwijs en gezondheidszorg, en liquiditeitstekorten kunnen tot solvabiliteitsrisico’s
leiden.
Om het groeipotentieel te benutten en de liquiditeitsdruk te verlichten, werken het
IMF en de Wereldbank aan een driepijlerstrategie die zich richt op structurele hervormingen,
aanvullende financiering en verlaging van financieringskosten. Het Koninkrijk steunt
deze aanpak en benadrukt het belang van betere belastinginning, ontwikkeling van lokale
kapitaalmarkten, versterkt schuldbeheer en meer schuldentransparantie. Nederland financiert
IMF-capaciteitsopbouwprogramma’s om schuldbeheer, datakwaliteit en -transparantie
te verbeteren en steunt bredere initiatieven om schuldentransparantie te verhogen.
Ook zet het Koninkrijk zich in op het beter meenemen van binnenlandse schulden, schuldentransparantie,
en klimaatrisico’s binnen de herziening van het IMF-Wereldbank schuldenraamwerk voor
lage-inkomenslanden.
Wanneer schulden toch onhoudbaar blijken, is snelle en gecoördineerde herstructurering
noodzakelijk. Het G20 Common Framework, waarin de Club van Parijs samenwerkt met relatief nieuwe crediteuren als China en
India, is hiervoor het centrale platform. Recente gevallen laten zien dat het Common Framework in steeds kortere tijd tot schuldverlichting over kan gaan, waardoor landen sneller
perspectief hebben op economisch herstel. Desalniettemin blijven lage-inkomenslanden
zeer terughoudend met het aanvragen van een schuldherstructurering onder het Common
Framework. Het blijft daarom voor het Koninkrijk een prioriteit om de transparantie
en duur van het Common Framework-proces te verbeteren, alsook de coördinatie tussen
crediteuren.
Caribische landen van het Koninkrijk
Het Koninkrijk heeft bijzondere aandacht voor de noden van Aruba, Curaçao en Sint
Maarten, die net als andere eilandstaten kampen met specifieke sociaaleconomische
uitdagingen. Zo zijn de eilanden bijzonder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering.
Als open economieën zijn zij bovendien meer blootgesteld aan ontwikkelingen in de
mondiale economie. Het beleidsadvies en de technische advisering vanuit het IMF en
de Wereldbank leveren een belangrijke bijdrage aan het versterken van de veerkracht
en economische ontwikkeling in deze landen.
3. Coalition of Finance Ministers for Climate Action
En marge van de voorjaarsvergadering vindt de 15e ministeriële bijeenkomst van de Coalition of Finance Ministers for Climate Action (CFMCA) plaats. Aan het begin van de bijeenkomst zal Nederland het co-voorzitterschap
overdragen aan Kroatië, die samen met Oeganda tenminste de komende twee jaren de co-voorzittersrol
op zich zal nemen. Tijdens de bijeenkomst zullen aanwezige Ministers ervaringen uitwisselen
over de raakvlakken tussen klimaatactie en economische groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen.
Tot slot zal het Strategisch Werkprogramma 2026–2028 dat strategische sturing geeft
voor de komende drie jaren door de aanwezige Ministers worden aangenomen.
4. G20
De Verenigde Staten is in 2026 de voorzitter van de G20. De drie overkoepelende prioriteiten
van het Amerikaanse voorzitterschap zijn: 1) het wegnemen van lasten van regulering,
2) het ontsluiten van betaalbare en veilige energie toeleveringsketens en 3) het komen
tot innovaties op het gebied van kunstmatige intelligentie en opkomende technologieën.
De VS heeft werkgroepen opgericht over handel, economische groei en deregulering,
innovatie en energie overvloedigheid.
Nederland heeft een vooraankondiging van een uitnodiging van de VS ontvangen voor
de G20-top van regeringsleiders in Miami in december 2026. Nederland heeft tevens
een uitnodiging ontvangen voor de bijeenkomsten van het G20 Finance Track voor Ministers
van Financiën en centralebankpresidenten.
Het is voor Nederland belangrijk om aangesloten te zijn bij de G20 als open en internationaal
georiënteerde economie die voor zijn welvaart afhankelijk is van andere landen. Afspraken
die de grootste economieën op aarde binnen de G20 maken hebben internationale impact
en raken aan de effectiviteit van het Nederlands beleid. Daarnaast is deelname aan
de G20 een gelegenheid om banden met grote economieën buiten de EU te versterken.
De eerste ministeriële vergadering van de Finance Track vindt plaats en marge van
de voorjaarsvergadering van het IMF en de Wereldbank. Binnen de Finance Track van
de G20 heeft de Verenigde Staten een aantal onderwerpen geprioriteerd, waaronder economische
groei en mondiale onevenwichtigheden (global imbalances). Deze onderwerpen zullen naar verwachting centraal staan tijdens de ministeriële
bijeenkomsten van de Finance Track. De VS heeft ook financiële geletterdheid op de
G20-agenda gezet, waarover naar verwachting een speciaal side-event plaatsvindt tijdens
de voorjaarsvergadering.
Binnen het thema economische groei zal de G20 stilstaan bij relevante groeibelemmeringen
en beleidsaanbevelingen om deze te adresseren. Daarbij zal er onder meer gesproken
worden over investeringsbarrières, belemmeringen op de arbeidsmarkt, regelgeving en
barrières in de interne markt. Nederland verwelkomt de aandacht voor deze belangrijke
thema’s en zal ervaringen en beleidslessen delen.
Binnen het thema onevenwichtigheden zal het gaan over oplopende (handels)overschotten
en -tekorten op de lopende rekening. Veel aandacht gaat in deze discussie uit naar
China, met een groeiend overschot op de lopende rekening van inmiddels 3% van het
bbp. Het overschot van China is met name te wijten aan de lage binnenlandse consumptie
aldaar, in combinatie met industriebeleid en een op export en zelfvoorzienendheid
gericht groeimodel. Ook de Eurozone heeft een overschot van 2,3% van het bbp in 2025.
Het wegnemen van barrières op de interne markt en het ontwikkelen van de kapitaalmarktunie
kan in de Eurozone bijdragen aan een hoger investeringsniveau, wat ook kan bijdragen
aan een lager overschot op de lopende rekening. De VS hebben een groot tekort, 4%
van het bbp, gedreven door relatief lage besparingen van huishoudens en een hoog begrotingstekort.
Voor het analytische werk t.a.v. onevenwichtigheden is een belangrijk rol weggelegd
voor het IMF. Dit jaar wordt hun External Balance Assessment (EBA) model herzien, waarmee het IMF beoordeelt of het lopende rekeningsaldo van
landen excessief is of in lijn met de onderliggende karakteristieken van de economie.
De Nederlandse inzet is het verbeteren van het EBA-model, om zo goed mogelijk inzichtelijk
te maken welke onevenwichtigheden excessief zijn en welke niet. Zo is het voor Nederland
belangrijk dat in de beoordeling ook rekening gehouden wordt met verschillen in pensioenstelsels,
aangezien landen met een kapitaalgedekt pensioenstelsel hogere besparingen kennen
wat het overschot op de lopende rekening stimuleert. Daarnaast kijkt Nederland uit
naar het werk van het IMF en de OESO om de rol van industriebeleid mee te nemen in
hun modellen.
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.