Brief regering : Advies Lelylijngezant en Masterplan Lelylijn
36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026
Nr. 36 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2026
In december 2024 zijn er met de regionale partijen in Noordelijk-Nederland afspraken
gemaakt over het maken van een Masterplan Lelylijn, als vervolg op het in dat jaar
afgeronde MIRT-onderzoek. Op 31 maart 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de opzet
van dit Masterplan, waarbij ook aangegeven is het Masterplan in twee fasen op te stellen.1 De eerste fase van het Masterplan is nu voltooid en bied ik bij dezen aan uw Kamer
aan2. In deze eerste fase is verdiept op de inhoudelijke uitzoekvragen, onder andere over
de inpassing en gebiedsontwikkeling in Emmeloord, Heerenveen, Drachten en Groningen.
Daarnaast is gekeken naar de impact van de Lelylijn over 100 jaar. Ook is een Financieel
Masterplan gemaakt, waarin gekeken is naar de bekostiging van de aanleg van de Lelylijn.
Bij deze brief voeg ik ook het advies van het College van Rijksadviseurs over het
Masterplan Lelylijn.
Op 2 september heb ik uw Kamer laten weten dat de heer Klaas Knot aangesteld wordt
als Lelylijngezant. De gezant is gevraagd een onafhankelijk advies te schrijven over
hoe een dergelijk groot project als de Lelylijn perspectief kan krijgen.3 Dit advies heb ik ook bij deze Kamerbrief gevoegd. Vandaag, op het Lelylijncongres
in Den Haag, zal de Lelylijngezant zijn advies toelichten. Ik wil de heer Knot hartelijk
danken voor zijn advies. Met het toesturen van het advies beschouw ik motie met Kamerstuk
21 501-33, nr. 1178 van de heer De Hoop c.s. als afgedaan.
Om nieuwe woningen, banen en voorzieningen te ontsluiten, zijn investeringen in infrastructuur
ook in de toekomst belangrijk. In de Kamerbrief over het langetermijnperspectief infrastructuur
heeft het kabinet uiteengezet wat er nodig is om structuurversterkende projecten op
te starten en uit te voeren.4 Naast een aantal andere projecten is ook de Lelylijn als voorbeeld opgenomen. De
belangrijkste aanbeveling van deze brief langetermijnperspectief is om te gaan werken
vanuit een langetermijnperspectief, te zorgen voor langjarige zekerheid en structureel
voldoende financiële middelen te reserveren in een realistisch kasritme.
In deze demissionaire fase is de besluitvormingsruimte voor beleidsrijke keuzes van
het kabinet beperkt. Voor de realisatie van de Lelylijn is € 14,5 miljard5 nodig en moet er ook voldoende budget beschikbaar zijn voor exploitatie, onderhoud
en vervanging (jaarlijks € 200–450 miljoen), nadat de lijn is aangelegd. Het Masterplan
laat in grote lijnen zien welke overwegingen er zijn voor een besluit over de Lelylijn.
De opgave voor de Lelylijn moet daarbij worden bezien in een breder geheel van bereikbaarheidsopgaven.
Op 8 december jongstleden is uw Kamer bijvoorbeeld geïnformeerd over de grote instandhoudingsopgave
op de netwerken van IenW.6 In juli 2025 hebben de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en ik uw Kamer daarnaast
geïnformeerd over de huidige opgaven binnen de lopende MIRT-projecten en programma’s.7 Het is aan een volgend kabinet om de weging tussen de verschillende opgaven te maken.
Niet alleen financieel, maar ook vanwege de schaarste van personeel en materieel.
Hierbij is het op orde houden van de huidige netwerken een belangrijke randvoorwaarde.
Een inhoudelijke reactie op het advies van de Lelylijn-gezant, het advies van het
college van Rijksadviseurs en een besluit over het vervolg is aan een volgend kabinet.
Dat geldt ook voor het besluit over een eventuele tweede fase van het Masterplan.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.A. Aartsen
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat