Brief regering : Kabinetsreactie advies integriteitskader politiek assistenten
28 844 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie
Nr. 297 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 juli 2025
In de Kabinetsreactie van 11 juli 2022 op de initiatiefnota van Dassen en Omtzigt
over integriteit1 is de toezegging gedaan om een onafhankelijk deskundig advies in te winnen over de
vraag of voor politiek assistenten (hierna: PA’s) een specifieke aanvulling op het
integriteitsbeleid voor rijksambtenaren gewenst is. Dit advies is opgesteld door voormalig
topambtenaar de heer Jan Willem Holtslag. Op 27 juni is de heer Holtslag overleden.
Ik ben hem zeer erkentelijk voor de rol die hij in het openbaar bestuur heeft gespeeld.
Bij het schrijven van het onderhavige rapport is de heer Holtslag ondersteund door
de onafhankelijke stichting CAOP (Centrum Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel).
Het advies treft u aan als bijlage. Ook wil ik de voormalig PA’s, die ten behoeve
van dit advies zijn geraadpleegd, hartelijk danken voor hun inzet en tijd op vrijwillige
basis. Er is in totaal met negen voormalig PA’s gesproken, verdeeld over twee rondes.
Allereerst wil ik alle lof en waardering uitspreken voor de tomeloze inzet van alle
PA’s van onze bewindspersonen. De PA is door de jaren heen steeds meer een onmisbare
en zeer gewaardeerde schakel geworden, die erop gericht is om de ambtenarij, de bewindspersonen
en de Kamerleden op een efficiënte en effectieve manier met elkaar te verbinden en
te laten samenwerken, zodat zij ieder hun rol zo zuiver en optimaal mogelijk kunnen
vervullen. Dit komt de kwaliteit van de politieke besluitvorming ten goede en daarmee
de maatschappij als geheel. PA’s worden aangesteld door de bewindspersoon waarvoor
zij werken, in beginsel voor de duur van de werkzame periode van de bewindspersoon.
PA’s hebben een arbeidsovereenkomst met de Staat en zijn rijksambtenaar2. Zij hebben zich, net als andere rijksambtenaren, te houden aan de Ambtenarenwet
2017 en de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR). De GIR voorziet ambtenaren van een
kader voor integer handelen en kan worden gezien als hulpmiddel om wet- en regelgeving
te begrijpen en toe te passen in het werk. De functie van PA is aangewezen als vertrouwensfunctie.
Dit betekent dat de functie alleen kan worden vervuld na een positieve afronding van
een veiligheidsonderzoek (A-screening) door de AIVD. Om kwetsbaarheden te onderkennen
wordt in het veiligheidsonderzoek onder andere aandacht geschonken aan de persoonlijke
gedragingen en omstandigheden van betrokkene.
In het onderzoek wordt daarnaast nagegaan of de kandidaat met Justitie in aanraking
is geweest, en of deze wellicht activiteiten ontplooit of heeft ontplooid die de nationale
veiligheid zouden kunnen schaden. Deze screening leidt er soms toe dat een aanstelling
geen doorgang kan vinden, hetgeen een indicatie is dat dit instrument in de praktijk
effectief is. Vanwege de onmisbare rol van de PA in het Nederlandse politiek bestuurlijke
systeem, heb ik bij mijn reactie op het advies steeds in ogenschouw genomen dat een
eventuele extra integriteitsmaatregel niet ten koste mag gaan van het goed kunnen
blijven functioneren van de PA. Ook wil ik voorkomen dat er een risico-regel-reflex
ontstaat waarbij te weinig wordt stilgestaan bij de effectiviteit en efficiëntie van
bepaalde maatregelen.
Ik vat het advies van de heer Holtslag in hoofdlijnen als volgt samen:
• Organiseer een verplicht startgesprek en jaarlijks gesprek tussen de SG en de PA’s
van een departement, waar integriteit een standaard onderdeel van vormt.
• Breng integriteit ook tussendoor meer structureel onder de aandacht bij PA’s, bijvoorbeeld
door met enige regelmaat concrete dilemma’s te bespreken.
• Laat regelmatig werkoverleg plaatsvinden tussen een bewindspersoon en zijn of haar
PA, waar ook integriteitsonderwerpen aan de orde komen.
• Stel voor PA’s een eigen vertrouwenspersoon aan.
• Laat het »Kader en werkwijze melding financiële belangen» van de Algemene Bestuursdienst
(ABD) en specifieke departementale regelingen gericht op het tegengaan van belangenverstrengeling
op alle PA’s van toepassing zijn.
• Neem in de aanstellingsbrieven aan de PA’s gelijkluidende passages op over de specifieke
aanpak van de integriteitsborging voor PA’s.
• Voeg een specifieke uitwerking van het integriteitskader van PA’s toe aan de Gedragscode
Integriteit Rijk (GIR).
• Evalueer periodiek het effect van de nieuwe integriteitskaders voor PA’s.
Hierna zal ik, na een algemene notie, per aanbeveling een reactie geven.
Algemene reactie
Ik wil vooropstellen dat het bevorderen van integriteit in het openbaar bestuur voor
mij een absolute prioriteit heeft. Zoals ik ook in reactie op het rapport van de Algemene
Rekenkamer van 10 september 2024 over het integriteitsbeleid bij de ministeries heb
bevestigd, moeten ambtenaren integer zijn en integer handelen. Dit is een belangrijke
voorwaarde voor het functioneren van het Rijk ten behoeve van de samenleving. Mensen
moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid eerlijk, transparant, open en betrouwbaar
is.
Startgesprek en «onboarding» van PA’s
Een aantal aanbevelingen zien op de introductie van de PA op het departement waar
hij of zij werkzaam is. Een goede introductie, waar integriteit binnen de functie
van PA aan de orde komt, is wenselijk omdat de PA hiermee een vliegende start kan
maken in de nieuwe functie. Voor de effectiviteit van integriteitsmaatregelen is het
van belang dat ambtenaren weten waar zij terecht kunnen met vragen en dilemma’s, en
de ruimte voelen om dilemma’s bespreekbaar te maken. Een goede start is hiervoor randvoorwaardelijk.
Ik heb daarom met de departementen afgesproken dat elke PA bij zijn aanstelling een
goede begeleiding op het departement krijgt. De formeel leidinggevende van de PA is
verantwoordelijk voor de uitvoering van het introductieprogramma. Mogelijk kunnen
enkele onderdelen van dat programma ook door de aantredende PA’s gezamenlijk worden
gedaan. Ik wil in ieder geval met departementen afspreken dat het onderwerp integriteit
een onderdeel vormt van het introductieprogramma.
Structureel het gesprek voeren over integriteit
Elke ambtenaar voert met regelmaat gesprekken met zijn formeel leidinggevende. Conform
art. 4.2. Ambtenarenwet 2017 brengt een overheidswerkgever in het gesprek integriteit
aan de orde. De PA wordt in de dagelijkse praktijk aangestuurd door de bewindspersoon.
Het formele gesprek is echter bij uitstek een gelegenheid waar op een gestructureerde
en weloverwogen wijze over integriteit kan worden gesproken. Overigens zie ik daarin,
in tegenstelling tot het advies, de directeur Bestuursondersteuning (of equivalente
functie) als meest passende figuur om dat gesprek te voeren omdat de PA daar gepositioneerd
is. Voorts wordt geadviseerd dat ook bewindspersonen regelmatig over integriteit spreken
met hun PA. Dat advies kan ik zeker steunen en dat heb ik bij de leden van het kabinet
reeds onder de aandacht gebracht in de ministerraad. Met het oog daarop zal ik een
handreiking ontwikkelen waarmee zowel de formeel leidinggevende van de PA op een departement,
als de bewindspersoon, het gesprek over integriteit vorm kunnen geven. Ik zal de departementen
vragen erop toe te zien dat de handreiking ook daadwerkelijk gebruikt wordt. De suggestie
van de heer Holtslag om in dit gesprek gebruik te maken van dilemma’s betrek ik hierin.
Tot slot wordt in het advies de suggestie gedaan dat ook vanuit de politieke partij
meer aandacht voor integriteit kan worden gegeven. Die gedachte steun ik en door middel
van deze brief breng ik deze aanbeveling uit het advies graag onder uw aandacht. Daarbij
zij opgemerkt dat een PA niet per definitie partijpolitiek gebonden is.
Vertrouwenspersonen
Op ieder departement zijn er vertrouwenspersonen in functie waar ambtenaren naartoe
kunnen gaan om het gesprek te voeren over integriteitskwesties. Deze vertrouwenspersonen
zijn dus ook beschikbaar voor PA’s. De gedachte om een eigen vertrouwenspersoon voor
PA’s in te stellen vind ik een interessante. Ik wil daarom afspreken dat binnen elk
departement één of twee van de bestaande vertrouwenspersonen worden aangewezen als
preferente vertrouwenspersoon voor de PA. Deze vertrouwenspersonen kunnen door de
departementen worden aangewezen op basis van hun profiel. In samenspraak met de departementen
bezie ik of een extra opleiding voor de aangewezen vertrouwenspersoon nodig wordt
geacht.
Specifieke regelingen op het gebied van belangenverstrengeling
In het advies wordt de suggestie gedaan om de departementale aanwijzing van functies
waarvoor een meldplicht financiële belangen geldt, standaard voor de functie van PA
van toepassing te laten zijn. De departementale aanwijzing en hieruit volgende meldplicht
volgen uit art. 5.1.d en 8.2.b Ambtenarenwet 2017. Deze meldplicht kan door een departement
gekoppeld worden aan een functie waarbij financiële belangenverstrengeling een risico
wordt geacht. Vooropgesteld zij dat elke PA het meest zware veiligheidsonderzoek (A-screening)
door de AIVD in verband met de vertrouwensfunctie ondergaat. Hoewel deze screening
niet specifiek gericht is op financiële belangenverstrengeling, vindt daarbij ook
onderzoek plaats naar de persoonlijke financiële situatie. Bovendien geldt voor de
PA uiteraard ook art. 8.1.c van de Ambtenarenwet 2017. Hieruit vloeit voort dat ambtenaren
geen financiële belangen mogen hebben waardoor de goede vervulling van de functie
of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat
met de functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Ik acht dit in
beginsel voldoende om dit integriteitsrisico te borgen voor de functie van PA in zijn
algemeenheid. Ik kan mij echter voorstellen dat er departement-specifieke redenen
kunnen zijn om de functie van PA (of een andere functie binnen het departement) voor
de meldplicht financiële belangen aan te wijzen. Niet alleen om het risico van integriteitsschendingen
voor het departement te verkleinen, maar ook om de medewerker zelf te beschermen tegen
mogelijke onterechte verdenkingen. Aangezien nog niet ieder departement deze regeling
heeft, heb ik met de departementen afgesproken dat uiterlijk eind 2026 op ieder departement
een regeling meldplicht financiële belangen in werking is. Mocht een departement de
functie van PA of een andere functie binnen het eigen ministerie vanuit specifieke
overwegingen willen aanwijzen voor de meldplicht financiële belangen, dan wordt dat
met deze regeling mogelijk. In het advies wordt tevens de suggestie gedaan om het
rijksbrede Kader en werkwijze melding financiële belangen dat voor de leden van de Topmanagement Groep (TMG) geldt en onder de verantwoordelijkheid
van de Algemene Bestuursdienst (ABD) valt, ook van toepassing te laten zijn op de
functie van PA. Aangezien de PA niet tot de TMG behoort is dit geen passend kader.
Aanstellingsbrieven
Het advies om in de aanstellingsbrieven van de PA een passage op te nemen over integriteit
neem ik over. Ik zal hier afspraken over maken met de departementen, die ieder voor
zich verantwoordelijk zijn voor de aanstelling van de PA’s binnen het eigen ministerie.
Specifieke aanvulling op de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR)
De Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) geldt voor alle ambtenaren werkzaam bij de Rijksoverheid,
en daarmee dus ook voor PA’s. Aanbevolen wordt om een specifieke uitwerking van het
integriteitskader van PA’s toe te voegen aan de GIR. Omdat de GIR de geldende integriteitsregels
bevat voor álle rijksambtenaren past hier geen organisatie- en/of functiespecifieke
regelgeving bij. Los daarvan geeft de aanscherping van het integriteitskader voor
PA’s zoals hierboven geschetst geen aanleiding voor een specifieke aanvulling of aanpassing
in de GIR.
De hierboven geschetste aanscherpingen in het integriteitsbeleid zal ik de komende
tijd met de departementen samen verder uitwerken en vormt het kader waar vanuit we
in het vervolg zullen gaan werken.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.J.M. Uitermark
Indieners
-
Indiener
J.J.M. Uitermark, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties