Brief regering : Afschaffing FBB en uitvoering EU GAP III
36 180 Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
32 735
Mensenrechten in het buitenlands beleid
Nr. 170
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2025
Tijdens het Commissiedebat op 2 april 2025 (Kamerstuk 36 180, nr. 139) over de beleidsbrief Ontwikkelingshulp en tijdens de behandeling van de begroting
van Buitenlandse Zaken op 22 april 2025 in de Eerste Kamer is toegezegd u per brief
te informeren over hoe Nederland uitvoering geeft aan het EU Gender Actie Plan III
en over het besluit de Nederlandse inspanningen op vrouwenrechten niet langer te doen
in de context van het door het vorige kabinet geïntroduceerde feministisch buitenlandbeleid.
Met deze brief geeft het kabinet invulling aan deze toezeggingen.
Grondslagen
De bescherming en bevordering van de rechten van vrouwen en meisjes is een belangrijk
onderdeel van het buitenlandsbeleid. Internationale afspraken, waaronder het VN-Vrouwenverdrag
(CEDAW), de Beijing verklaring en het bijbehorende actieprogramma, het Raad van Europa
Verdrag inzake het tegengaan van geweld tegen vrouwen en huiselijke geweld (Verdrag
van Istanbul) en de VN-Veiligheidsraadresolutie over vrouwen, vrede en veiligheid,
zijn daarbij richtinggevend. Deze internationale afspraken vormen de basis van het
derde EU-genderactieplan (GAP III)1, waaraan ook Nederland zich heeft gecommitteerd.
Het doel van dit actieplan is om gendergelijkheid te integreren in alle aspecten van
het buitenlandsbeleid van de EU en van de EU-Lidstaten. In het actieplan is opgenomen
dat specifieke aandacht nodig is voor de bestrijding van gendergerelateerd geweld
en de bevordering van de economische, sociale en politieke positie van vrouwen en
meisjes. Ook worden universele toegang tot gezondheidszorg, seksuele en reproductieve
gezondheid en rechten (SRGR), gendergelijkheid in het onderwijs, de groene transitie
en digitalisering genoemd. Daarnaast zijn belangrijke aandachtspunten in het actieplan
het bevorderen van gelijke deelname en leiderschap binnen de brede agenda voor vrouwen,
vrede en veiligheid en gendermainstreaming in alle beleidsterreinen van het buitenlandbeleid.
Met betrekking tot ODA-uitgaven is het streven dat 85% van de ODA-uitgaven ook bijdraagt
aan de bescherming en bevordering van vrouwenrechten en gendergelijkheid in de verschillende
sectoren en dat 5% van het ODA budget dit als hoofddoelstelling heeft. Het GAP III
schrijft nauwe samenwerking voor in EU-verband en met andere partners op multilateraal,
regionaal en nationaal niveau. Tot slot benadrukt het EU actieplan het belang van
transparantie en verantwoording evenals voldoende aandacht voor gendergelijkheid in
de interne organisaties.
Zonder feministisch buitenlandbeleid nog steeds vrouwenrechten
Het vorige kabinet heeft het feministisch buitenlandbeleid (FBB) onderdeel gemaakt
van zijn internationale beleid. Het huidige kabinet heeft in het kader van de bezuinigingsopdracht
ervoor gekozen om inspanningen aangaande vrouwenrechten efficiënter in te richten,
met minder mensen en middelen. Mede vanwege de taakstelling is besloten op dit niet
meer te doen onder het etiket feministisch buitenlandbeleid. Concreet gaat het om
het opheffen van drie fte’s die destijds toegevoegd zijn aan de formatie voor de nadere
uitwerking van het feministisch buitenlandbeleid. Ook trekt Nederland zich terug uit
de zogenoemde «FBB-groep». Dit laat onverlet dat vrouwenrechten een belangrijke pijler
blijft vormen in het buitenlandbeleid. Het kabinet blijft met deze keuze op een andere
manier staan voor hetzelfde doel, voor de rechten van vrouwen en meisjes, zoals ook
aangegeven in de kabinetsreactie op de IOB-evaluatie van het mensenrechtenbeleid.2 Daarnaast blijft er binnen ontwikkelingshulp aandacht voor het mainstreamen van gendergelijkheid voor de effectiviteit van de hulp.3 Ook wordt er, conform het aangenomen amendement Hirsch c.s.4, in 2026 en 2027, 20 miljoen euro per jaar toegevoegd aan artikel 3.2 voor vrouwenrechten
en gender.
Prioriteiten
Binnen de hierboven geschetste kaders zet het kabinet zich in op een aantal EU GAP
III prioriteiten. Dit krijgt vorm binnen bi- en multilaterale betrekkingen, als onderdeel
van de inzet op veiligheid en mensenrechten (incl. het mensenrechtenfonds) en via
ondersteuning van samenwerking met maatschappelijke organisaties.
Tegengaan geweld tegen vrouwen en steun aan vrouwenrechtenverdedigers
Eén op de drie vrouwen en meisjes wereldwijd krijgt te maken met seksueel of gender
gerelateerd geweld.5 Bovendien staan vrouwelijke mensen-rechtenverdedigers en vrouwenrechtenverdedigers
in toenemende mate onder druk. Het kabinet investeert in de bestrijding van on- en
offline geweld tegen vrouwen, schadelijke praktijk als genitale verminking van vrouwen
en de ondersteuning van vrouwenrechtenverdedigers en vrouwelijke mensenrechtenactivisten
via instrumenten binnen het kader samenwerking maatschappelijk middenveld. Hierbij
is ook aandacht voor de rol van mannen en jongens noodzakelijk. Daarnaast ontvangen
vrouwenrechtenverdedigers en vrouwelijke journalisten ondersteuning via het Safety for Voices en Shelter City programma. Omdat technologie systemen de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen vaak
versterken, ondersteunt Nederland verschillende programma’s gericht op offline en
online veiligheid van vrouwen en om vrouwen gelijkwaardig deel te laten nemen aan
cyber processen. Via het Digital Defenders Partnerships zet Nederland zich in voor mensenrechten-verdedigers, met name vrouwen en verdedigers
van vrouwenrechten.
In multilateraal verband is Nederland, samen met Frankrijk, initiatiefnemer van de
tweejaarlijkse AVVN resolutie tegen geweld tegen vrouwen. Binnen en buiten Europa
blijft Nederland een belangrijk pleitbezorger van het verdrag inzake het voorkomen
en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld van de Raad van Europa.
Dit Verdrag van Istanbul is een belangrijk juridisch bindend instrument dat staten
verplicht om op te treden tegen verschillende vormen van geweld tegen vrouwen. Ook
brengt Nederland dit thema wereldwijd onder de aandacht via de jaarlijks terugkerende
VN-campagne «Orange the world».
In bilateraal verband gaat Nederland – waar opportuun – de dialoog aan met (partner)landen
over de naleving van internationale afspraken ter bescherming van vrouwen en meisjes.
Zo besprak ik onlangs met mijn Chinese collega de gedeelde belangen van Nederland
en China op het gebied van vrouwenrechten en de naleving van de Beijing verklaring
en het bijbehorende actieprogramma. De Ambassadeur Vrouwenrechten en Gendergelijkheid
besprak het tegengaan van genitale verminking van meisjes tijdens een recent bezoek
aan Kenia en de Ambassadeur Mensenrechten sprak met Kazachstan over het tegengaan
van geweld tegen vrouwen. In het kader van accountability heeft Nederland, samen met
Australië, Canada en Duitsland, Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische
schendingen van het Vrouwenverdrag (CEDAW) en trekt Nederland in EU verband op om
prominente Taliban-leden die verantwoordelijk zijn voor inperkingen van vrouwenrechten
te sanctioneren onder het EU mensenrechtensanctieregime.
Stimuleren van vrouwelijk ondernemerschap
Vrouwelijk ondernemerschap is een krachtige motor voor sociaaleconomische groei, vooral
in ontwikkelingslanden. Het kabinet zet hier onder andere op in via een nieuw financieringsinstrument
vanaf 2026 binnen het al genoemde kader voor samenwerking maatschappelijke organisaties.
Ook werkt Nederland met de African Development Bank samen aan het dichten van het 42 miljard USD financieringstekort voor vrouwelijke
ondernemers in de formele sector. Daarnaast worden via Aceli, een financieringsfaciliteit
voor agrarische Mkb’s, (lokale) kredietverstrekkers gestimuleerd om financiering te
verstrekken in de agrarische sector aan met name vrouwelijke ondernemers. Verder werkt
het kabinet samen met Lionesses of Africa aan de derde Startup Night Africa in Nederland met als doel om ambitieuze, snelgroeiende vrouwelijke ondernemers uit
Afrika en Nederland in contact te brengen met investeerders, hen te introduceren aan
internationale markten en het sluiten van partnerschappen. Nederland is verder een
actieve donor van het UNCTAD eTrade for Women-programma. Dit programma voorziet vrouwelijke ondernemers van de juiste vaardigheden
om hun weg te vinden in een snel veranderend digitaal landschap.
Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor Nederlandse vrouwelijk ondernemers
met internationale ambities. Zo behouden we onder andere het doel om minimaal 25%
vrouwelijke representatie te hebben in onze handelsmissies en wanneer opportuun organiseren
we specifieke handelsmissies voor vrouwelijk ondernemers.
Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten
Toegang tot gezondheidszorg, inclusief SRGR, vergroot de keuzevrijheid en zelfstandigheid
van vrouwen en meisjes. Het kabinet zet in op innovaties om de toegang tot zorg te
vergroten, onder meer door publiek-private samenwerking. Bovendien voert Nederland
samen met maatschappelijke organisaties en internationale partners programma’s uit
op het gebied van SRGR en de bestrijding van hiv/aids. Via deze programma’s krijgen
vrouwen, meisjes en kwetsbare groepen toegang tot gezondheidsklinieken, helpen we
vrouwen veilig te bevallen, geven we hun toegang tot voorbehoedsmiddelen en veilige
abortus. Zo gaat Nederland lokale organisaties ondersteunen in zuidelijk Afrika om
vrouwen, meisjes en risicogroepen te beschermen tegen hiv-aids. Het kabinet draagt
daarnaast bij aan versterking van gezondheidssystemen ten behoeve van SRGR via grote
fondsen en VN organisaties, zoals UNFPA, UNAIDS, Global Fund en WHO.
In Europees verband spant Nederland zich binnen het Team Europe Initiative in voor effectievere gezamenlijke EU programmering op SRGR in Afrika. Nederland zet
zich, samen met gelijkgezinde landen, in om bestaande VN afspraken te behouden omtrent
SRGR. Bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de Commission for Population and Development waarvan Nederland in 2025 voorzitter is. Hier zijn internationale afspraken over SRGR
herbevestigd en nieuwe afspraken gemaakt op het gebied van gezondheid.
Vrouwen, Vrede en Veiligheid
Vrede en veiligheid zijn duurzamer en effectiever wanneer vrouwen actief betrokken
zijn bij conflictpreventie, bemiddeling en vredesopbouw. Dit vergroot de legitimiteit
van processen en versterkt de kans op een blijvend resultaat. De realiteit is echter
dat vrouwen nog te vaak worden uitgesloten. Het vierde interdepartementale Nationaal
Actieplan 1325 waarover ik uw Kamer onlangs informeerde6, blijft tot eind 2027 richtinggevend voor de Nederlandse diplomatieke, financiële
en militaire inzet op dit thema. Het kabinet blijft het belang en de noodzaak van
deelname en leiderschap van vrouwen in het veiligheidsdomein agenderen. Ook zal Nederland
blijven inzetten op de bescherming van slachtoffers van conflict-gerelateerd seksueel
geweld en accountability voor deze ernstige vorm van geweld.
Tijdens de jaarlijkse zitting van de VN Veiligheidsraad (VNVR) over Vrouwen, Vrede
en Veiligheid, dit jaar precies 25 jaar na aanname van VNVR resolutie 1325, zal Nederland
opnieuw aandacht vragen voor de rol van vrouwen in het bevorderen van duurzame vrede
en veiligheid en de disproportionele gevolgen van oorlog en conflict op vrouwen en
meisjes. Als lid van de VN Commissie voor Vredesopbouw in 2025 en 2026 spant Nederland
zich in voor het betrekken van het genderperspectief. Nederland zal tevens het afkondigen
van EU-sancties tegen individuen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het
schenden van de rechten van vrouwen en meisjes, waaronder geweld tegen vrouwen en
conflict-gerelateerd seksueel geweld, blijven onderzoeken en initiëren. Binnen de
NAVO blijft Nederland actief om de in 2024 aangenomen strategie inzake Vrouwen, Vrede
en Veiligheid verder in de praktijk te brengen.
Momenteel wordt op verzoek van de Tweede Kamer een nieuw 5-jarig WPS-financieringsinstrument
ontwikkeld. Ook draagt Nederland bij aan het Ukrainian Women’s Fund dat is gericht op het bevorderen van vrouwen, vrede en veiligheid in Oekraïne.
Samenwerking met partners binnen internationale fora
Voor het realiseren van concrete resultaten zoekt Nederland, waar mogelijk, samenwerking
met EU-partners en andere gelijkgezinde landen. Hierbij is de Nederlandse inzet gebaseerd
op de eerdergenoemde internationale afspraken en de Verklaring en het Actieplatform
van Beijing die dit jaar 30 jaar bestaat. Nederland zet zich samen met EU-partners
en gelijkgezinde landen in voor een meer actiegerichte VN Commissie over de Status
van Vrouwen (CSW), het belangrijkste VN-orgaan dat de rechten van vrouwen en meisjes
en gendergelijkheid en wereldwijd bevordert.
Binnen de verschillende commissies van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties
(AVVN) zet Nederland zich in voor sterke verankering van vrouwenrechten in (landen)resoluties,
waaronder de eerdergenoemde resolutie tegen geweld tegen vrouwen. In de VN-Mensenrechtenraad
werkt Nederland aan de bescherming en bevordering van vrouwenrechten, onder meer in
de resolutie over online geweld tegen vrouwen en de resolutie tegen kindhuwelijken.
Ook in de resoluties over specifieke landen, over mensenrechtenverdedigers, humanitaire
crises, water, voedselzekerheid en gezondheid benadrukt Nederland de rechten van vrouwen
en meisjes. Binnen het bestuur van VN-agentschappen, fondsen en programma’s beschermd
Nederland de mandaten en waarborgt Nederland de aandacht voor vrouwen en meisjes.
Nederland zet zich ook binnen de Raad van Europa (RvE) in voor het bevorderen van
vrouwenrechten en gendergelijkheid. Nederland heeft zich bijvoorbeeld met succes ingezet
voor aanname van de nieuwe strategie voor gendergelijkheid van de RvE voor 2024–2029.
Daarnaast is sinds 2024 de Nederlandse Permanent Vertegenwoordiger bij de Raad van
Europa voorzitter van het Comité van Partijen van het Verdrag van Istanbul. Als voorzitter
richt Nederland zich onder andere op soepele toetreding van de Europese Unie tot het
verdrag. Nederland zet zich tevens in voor ratificatie door lidstaten en betere samenwerking
op dit thema in onder andere de VN-Mensenrechtenraad in Genève.
Integrale aandacht voor vrouwen en meisjes in uitvoering van beleid
Specifieke aandacht voor de rol en behoeften van vrouwen is belangrijk voor de effectiviteit
van ontwikkelingshulp7. Dit blijft integraal onderdeel van het beleid en wordt meegenomen binnen de belangen
en prioritaire thema’s op basis van de OECD DAC handreiking8. Om de ambitie uit het GAP III dat 85% van de ODA-middelen bijdraagt aan gendergelijkheid
te realiseren, wordt de OESO-DAC gendermarker toegepast in de activiteitencyclus van
ontwikkelingshulp.Dat betekent dat onderstaande vijf criteria nauwgezetter worden
toegepast:
1) genderanalyse uitvoeren voor start van programma;
2) inzichten hieruit meenemen in programma ontwerp;
3) tenminste één specifieke gendergelijkheidsdoelstelling opnemen met een genderspecifieke
indicator;
4) data en indicatoren uitsplitsen naar geslacht (of gender) waar toepasbaar
5) monitoren en rapporteren op gendergelijkheid.
Monitoring van de ODA uitgaves met betrekking tot gender zal plaatsvinden op basis
van de hier boven genoemde gendermarker systematiek en wordt meegenomen in de jaarlijkse
rapportage. Daarnaast is het voor de ontwikkeling van beleid van belang dat bij consultaties
met belanghebbenden en deskundigen ook vrouwen en meisjes evenredig vertegenwoordigd
zijn.
Beleidsmedewerkers hebben toegang tot interne expertise en ondersteuning om dit concreet
toe te passen in beleid- en programma ontwikkeling en bij de beoordeling van resultaten.
Behalve online trainingen zijn praktische handleidingen beschikbaar, waaronder het
rijksbrede beleidskompas inzake gender, en wordt op betreffende beleidsterreinen toegesneden
advies verleend.
Interne organisatie
Het EU GAP III vraagt ook om in de interne organisatie aandacht te besteden aan evenwichtig
leiderschap. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft sinds 2016 beleid op het
gebied van diversiteit en inclusie (D&I), waaronder doelstellingen over genderpariteit.
Sinds 2018 is het aandeel vrouwen binnen het top management van 29% naar 39% in 2025
gestegen, binnen het midden-management van 40% naar 48% en voor leiding van de posten
van 29% naar 41% in 2025. Op basis van een in 2024 uitgevoerd onafhankelijk onderzoek
naar de processen voor doorstroom van vrouwen naar hogere en leidinggevende functies
wordt momenteel gewerkt aan verdere verbetering. Onderdelen hiervan zijn monitoring,
het optimaliseren van werven, selecteren, matchen, beoordelen en ondersteuning voor
leidinggevenden met kennis en opleidingen.
Rapportage
In lijn met het GAP III rapporteert Nederland regelmatig over het beleid op vrouwenrechten
en gendergelijkheid. Dat gebeurt onder meer reguliere informatievoorziening aan het
Parlement, waaronder de rapportage over de implementatie van het Nationaal Actieplan
1325, de jaarverslagen over de begrotingen van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingshulp.
Het kabinet informeert de Kamer tweejaarlijks over de voortgang over de Nederlandse
inzet voorgendergelijkheid, SRGR en gelijke rechten van lhbtiq+ personen binnen de
Europese Unie. Hiermee wordt invulling gegeven aan de toezegging van de Minister van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het Wetgevingsoverleg Emancipatie op 6 december
20219.
Ook rapporteert Nederland aan de OESO/DAC over het ODA-budget. Onderdeel van deze
rapportage is in hoeverre programma’s bijdragen aan gendergelijkheid als primair of
secundair doel.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
C.C.J. Veldkamp
Indieners
-
Indiener
C.C.J. Veldkamp, minister van Buitenlandse Zaken