Brief regering : Tweede Europese studie voorzieningszekerheid medische isotopen
21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Nr. 651
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 januari 2022
De Europese Commissie heeft een aanvullend onderzoek laten uitvoeren naar de voorzieningszekerheid
van medische isotopen in Europa. Het rapport1, dat is uitgevoerd door NucAdvisor, vormt een aanvulling op de studie van Technopolis
Group die mijn ambtsvoorganger in oktober vorig jaar met een reactie naar uw Kamer
heeft gestuurd2. Conform de toezegging van mijn ambtsvoorganger stuur ik u ook een reactie op deze
tweede studie toe.
De Europese studies maken deel uit van de strategische agenda voor medische isotopen
van de Europese Commissie (SAMIRA3). In het kader van het Europees Kankerbestrijdingsplan wil de Europese Commissie
met SAMIRA een impuls geven aan de samenwerking in Europa om de voorzieningszekerheid
van medische isotopen en de toegang tot diagnostiek en behandeling van kanker en andere
ziekten te borgen. De noodzaak tot actie en versterkte samenwerking wordt, net als
de Technopolis studie, in het NucAdvisor rapport verder onderstreept: volgens de experts
zal de Europese Unie zonder maatregelen afhankelijk worden van landen buiten Europa
voor de voorziening van medische isotopen. Met name de snel stijgende vraag naar isotopen
voor therapeutische doeleinden zal volgens de geraadpleegde experts niet kunnen worden
opgevangen, indien de verouderde productiecapaciteit in Europa niet tijdig wordt vervangen.
De studie beschrijft een aantal opties om voorzieningszekerheid van medische isotopen
te borgen. Als vuistregel geldt daarbij: hoe hoger de investering, hoe beperkter de
afhankelijkheid van landen buiten de EU. In de eerste plaats spelen hierbij vooral
logistieke factoren een rol: vanwege de snelle afname van de radioactiviteit en werkzaamheid
van isotopen is snelle levering aan ziekenhuizen – en dus productie dichtbij huis
– doorslaggevend voor de voorzieningszekerheid en het voorkomen van mogelijke tekorten.
Ook andere, meer geopolitieke afwegingen kunnen redenen zijn om te kiezen voor het
bestendigen van de Europese onafhankelijkheid. Daarbij kan gedacht worden aan het
versterken van de innovatiekracht en de exportpositie van Europa, behoud van hoogwaardige
nucleaire kennis en het streven naar meer strategische autonomie van de EU.
Afhankelijkheid van landen buiten Europa kan volgens het NucAdvisor rapport worden
geminimaliseerd als wordt geïnvesteerd in een mix van technologieën die adequaat en
flexibel kunnen inspelen op de toekomstige behoefte aan medische isotopen. Het gaat
dan – in aanvulling op de bestaande Europese productiecapaciteit – om een combinatie
van tenminste één nieuwe reactor en deeltjesversnellers.4 Daarnaast kan de afhankelijkheid van landen zoals Rusland en de Verenigde Staten
worden gereduceerd door investeringen in de Europese productie van laag verrijkt uranium5 en van bronmateriaal voor het produceren van met name therapeutische isotopen. De
studie stelt (evenals de studie van Technopolis Group6) dat het onwaarschijnlijk is dat private partijen vanwege de hoge risico’s hiertoe
het initiatief zullen nemen en acht een ondersteunende rol vanuit de overheid als
voor de hand liggend.
Er zijn diverse Europese ontwikkelingen die mogelijk een bijdrage kunnen leveren aan
voorzieningszekerheid. De vestiging van SHINE in Europa en SMART, respectievelijk
gesteund door de Amerikaanse en de Belgische overheid, zullen potentieel hoofdzakelijk
isotopen voor diagnostiek kunnen produceren. Ook de relatief jonge Duitse FRM-II reactor,
de in aanbouw zijnde Franse Jules Horowitz Reactor (JHR, ca. 2027) en het Belgische
Myrrha-project (ter vervanging van de BR2 reactor, ca. 2037) zullen, eveneens met
overheidsbetrokkenheid, medische isotopen produceren. Deze reactoren zijn echter in
de eerste plaats gericht op onderzoek. Dat heeft volgens de experts een belangrijke
consequentie: de capaciteit om isotopen grootschalig te kunnen produceren zal worden
beperkt door de benodigde werkkracht van de reactor voor onderzoeksactiviteiten. Dit
is ook de reden dat enkel de capaciteit van FRM-II en JHR, volgens het onderzoek,
onvoldoende zal zijn om aan de Europese vraag te kunnen voldoen, zowel voor diagnostiek
als therapie. Samengenomen met de te verwachten focus van het Myrrha-project op onderzoek,
leidt dit tot de conclusie van NucAdvisor dat er aanvullende investeringen, waaronder
één additionele reactor, noodzakelijk zijn om toekomstige tekorten te voorkomen. Het
Pallas-project wordt in het rapport gezien als een oplossingsrichting, gelet op de
nadruk op grootschalige productie van medische isotopen.
Mijn ambtsvoorganger heeft eerder in brieven aan uw Kamer aangegeven dat het Pallas-project,
samen met de mogelijke komst van SHINE naar Nederland, een belangrijke bijdrage kan
leveren aan de voorzieningszekerheid en behoud van hoogwaardige kennis.7 Het kabinet verwacht dit voorjaar een besluit te nemen over het Pallas-project op
basis van een goed inzicht in de kosten, risico’s, financieringsmogelijkheden, opbrengsten
en alternatieven. Hierbij zal de afweging centraal staan of Nederland zijn leidende
rol in de voorzieningszekerheid van medische isotopen continueert of dat we een grotere
internationale afhankelijkheid en onzekerheden omtrent de toekomstige beschikbaarheid
acceptabel en proportioneel vinden, afgezet tegen de vereiste investeringen en bijhorende
risico’s van een nieuwe reactor. Ik zie dit vraagstuk nadrukkelijk als een gedeelde
Europese verantwoordelijkheid, welk besluit het kabinet ook neemt. De speciaal gezant
voor medische isotopen, mevrouw Renée Jones-Bos, heeft daarom in opdracht van mijn
ambtsvoorganger het afgelopen half jaar onderzocht welke Europese samenwerkings- en
financieringsmogelijkheden er bestaan om voorzieningszekerheid voor patiënten zoveel
mogelijk te borgen. Een rapport met de bevindingen en aanbevelingen van de gezant
ontvangt u samen met het kabinetsbesluit.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.J. Kuipers
Indieners
-
Indiener
E.J. Kuipers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport