Brief regering : Ontwikkelingen op het gebied van pgb, te weten de structurele oplossingen voor de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml), het derdenbeding en de 5-minutendeclaratie in het Zvw-pgb
25 657 Persoonsgebonden Budgetten
Nr. 304 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 december 2018
Met deze brief informeer ik uw Kamer over een aantal pgb-onderwerpen waarover ontwikkelingen
zijn te vermelden, te weten de structurele oplossingen voor de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag (Wml), het derdenbeding en de 5-minutendeclaratie in het Zvw-pgb.
Wml
In een eerdere brief van 24 november 20171 heb ik u geïnformeerd over het effect van de wijziging per 1 januari 2018 van de
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) op zorgovereenkomsten van budgethouders.
Sinds 2018 geldt het recht op wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag voor
alle personen die tegen beloning arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van
opdracht, tenzij deze arbeid wordt verricht in de uitoefening van een bedrijf of in
de zelfstandige uitoefening van een beroep.
Ik heb daarbij aangegeven dat ik van mening ben dat zorg en ondersteuning die vanuit
sociale en morele overwegingen wordt verricht, zoals een vriendendienst of vrijwillige
hulp in familieverband, niet direct aangemerkt zou moeten worden als een arbeidsrelatie.
Door de Minister van SZW is daarom in het Besluit minimumloon en vakantiebijslag een
tijdelijke uitzondering gemaakt voor de betaling van het minimumloon voor een beperkte
groep budgethouders en zorgverleners, die tevens naaste familie zijn2. Deze uitzonderingsgroep heeft reeds bestaande zorgovereenkomsten in de vorm van
een overeenkomst van opdracht, die niet voldoen qua tarief aan het wettelijk minimumloon
en minimum vakantiebijslag. Omdat sprake is van een overeenkomst van opdracht moet
het minimumloon worden betaald, ook al gaat het om een familierelatie.
De uitzondering zou in eerste instantie gelden tot 1 januari 2019, maar is verlengd
tot 1 mei 20193. Onderwijl is gewerkt aan een structurele oplossing om de verstrekking van vergoedingen
voor informele hulp (burenhulp, vriendendiensten en hulp aan familie) zo te regelen
dat er niet onbedoeld een arbeidsrelatie ontstaat op grond waarvan het minimumloon zou moeten worden betaald.
Onlangs heb ik een ministeriële regeling opgesteld welke gemeenten de mogelijkheid
biedt aan budgethouders om een hulp uit het sociaal netwerk, waaronder ook de familierelatie,
een tegemoetkoming te geven. In de Regeling Jeugdwet en de Uitvoeringsregeling Wmo
2015 wordt het mogelijk gemaakt om vanuit het persoonsgebonden budget door de SVB
een laag bedrag per maand uit te betalen aan personen die informele hulp vanuit de
sociale relatie met de budgethouder verlenen. Het betreft een lage symbolische vergoeding
van maximaal € 141 euro per maand. Deze vergoeding is overigens aan te merken voor
de inkomstenbelasting als inkomsten uit andere werkzaamheden. Daarnaast wordt het
mogelijk gemaakt om per maand een forfaitair bepaalde onkostenvergoeding uit te betalen
voor levensmiddelen, reiskosten, kleding en schoonmaakmiddelen. Deze beide maatregelen
bieden budgethouders een mogelijkheid om hun informele hulp in te zetten zonder dat
daarbij sprake is van een arbeidsrelatie. De feiten en omstandigheden van het individuele
geval blijven hierbij doorslaggevend.
Budgethouders in de uitzonderingsgroep met pgb uit Wmo of Jeugdwet (dit zijn er ca.
2000) kunnen opteren voor het Wml tarief in hun reguliere zorgovereenkomst, of voor
deze nieuwe maatregelen. De tegemoetkomingen kunnen worden verstrekt, indien de gemeente
daarvoor de mogelijkheden biedt. Gemeenten die deze maatregelen willen toepassen zullen
met de budgethouder per geval kijken naar de individuele situatie van diens informele
hulp uit het sociaal netwerk. Er wordt door de SVB een model-verklaring beschikbaar
gesteld die bij deze relatie van informele hulp moet worden gehanteerd en die de gemeente
moet goedkeuren voordat de SVB tot betaling uit het pgb over kan gaan. Een zorgovereenkomst
én een verklaring met daarin dezelfde persoon die informele hulp biedt gaan overigens
niet samen.
De nieuwe maatregelen zijn op uitvoerbaarheid getoetst door de SVB en de Belastingdienst
en zullen ingaan per 1 mei 2019. Zoals gezegd is de tijdelijke uitzondering verlengd
tot 1 mei 2019, zodat ook de uitzonderingsgroep met familierelatie kan opteren voor
de nieuwe maatregelen. Dit biedt gemeenten gelegenheid hun beleid aan te passen en
biedt SVB voldoende tijd om de nodige voorbereidingen te treffen in de uitvoering.
Voor de Wlz gelden de nieuwe maatregelen hulp uit sociaal netwerk zoals hier beschreven
niet. Wel zijn er nodige aanpassingen gedaan. In de Regeling langdurige zorg stond
opgenomen dat informele zorgverleners maximaal € 20 per uur of per dagdeel mogen worden
betaald. Het maximaal € 20 «per dagdeel» is geschrapt, waarmee dit in lijn is gebracht met de Wml. Daarnaast is met ingang
van 1 januari 2019 voor alle zorgovereenkomsten waarop de Wml van toepassing is het
declareren van «etmalen» niet meer mogelijk, aangezien dit zelden daadwerkelijk gaat
om 24 uur arbeid achtereen.
Voor de budgethouders met een zorgovereenkomst waarvoor de Wml sinds 1 januari 2018
al wel van toepassing is, geldt dat zij gedurende het afgelopen jaar door SVB zijn
aangeschreven met het verzoek om via een verklaring aan te geven of het tarief dat
met de zorgverlener is afgesproken ook inclusief de vakantiebijslag is, aangezien de zorgverlener daar recht
op heeft. Tevens dient de zorgverlener expliciet akkoord te gaan met de werkwijze,
waarbij de vakantiebijslag periodiek wordt uitgekeerd in plaats van één maal per jaar
in mei.
Nog niet alle budgethouders hebben de verklaring ingevuld. De betreffende budgethouders
die na herhaalde verzoeken van SVB nog niet hebben gereageerd hebben de gelegenheid
nog voor de jaarwisseling deze verklaring af te geven en desgewenst hun tarief aan
te passen. Budgethouders zijn afgelopen maanden vanuit een gezamenlijke actie van
SVB en zorgkantoren gebeld en geïnformeerd over de consequentie die het niet terugsturen
van de verklaring vakantiebijslag kan hebben voor uitbetaling aan de zorgverlener.
Ook gemeenten hebben een belactie uitgevoerd. Alle inspanningen zijn erop gericht
de budgethouders deze verklaringen te laten afgeven zodat de zorgovereenkomsten conform
Wml zijn.
Derdenbeding
Volgens de Regeling derdenbeding4 moeten alle zorgovereenkomsten die zijn aangegaan in het kader van het pgb-Wlz per
1 januari 2019 zijn opgesteld volgens een door de Sociale verzekeringsbank (SVB) vastgestelde
toepasselijke modelovereenkomst, inclusief een derdenbeding. Dit derdenbeding zorgt
ervoor dat het zorgkantoor het terug te vorderen pgb direct bij de zorgaanbieder kan
verhalen indien de vordering is ontstaan door toedoen van die zorgaanbieder.
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de SVB hebben recent aangegeven, mede door de hoge
mate van non-respons van budgethouders, dat het niet lukt om de zorgovereenkomsten
die aan bovenstaande nog niet voldoen actief op te vragen en te verwerken voor 1 januari
2019. Overeenkomsten die per 1 januari niet aan bovenstaande voldoen zouden daarmee
onrechtmatig zijn. De SVB kan daardoor niet overgaan tot het betalen van de zorgverlener.
Deze situatie is onwenselijk. Daarom heb ik het overgangsrecht verlengd tot 1 juli
2019. De Regeling derdenbeding is hierop aangepast5.
Daarnaast willen we in het kader van het PGB2.0-systeem een zorgvuldige overgang voor
budgethouders en zorgverleners bewerkstelligen. Zorgvuldigheid gaat boven snelheid.
Om ook de administratieve lasten te beperken, combineren we het verlengen van het
overgangsrecht daarom met het volledig rechtmatig maken van zorgovereenkomsten. Dit
zorgt ervoor dat zorgovereenkomsten schoon in het PGB2.0-systeem worden opgenomen.
De SVB heeft in 2018 budgethouders in groepen gefaseerd benaderd met een brief met
het verzoek om de overeenkomst(en) aan te passen. Dit traject wordt in 2019 voortgezet.
Budgethouders die niet op de brief van de SVB reageren worden ook nog telefonisch
benaderd en/of komen in aanmerking voor een huisbezoek door het zorgkantoor.
5-Minutendeclaratie Zvw-pgb
Tijdens het algemeen overleg wijkverpleging van 14 november jl. is mij gevraagd u
te informeren over de 5-minutendeclaratie in de Zvw-pgb (Kamerstuk 29 689, nr. 955). Bij deze doe ik deze toezegging gestand. Zoals ik in antwoord op de, tijdens het
VAO wijkverpleging van 11 december 2018, ingediende motie van de leden Geleijnse en
Kerstens6 heb gemeld, zijn door Zorgverzekeraars Nederland, Per Saldo, Verpleegkundigen en
Verzorgenden Nederland en VWS onlangs bestuurlijke afspraken afgesloten over de uitvoering
van de Zvw-pgb voor de jaren 2019 tot en met 2021 (Handelingen II 2018/19, nr. 34,
VAO Wijkverpleging). Deze bestuurlijke afspraken heb ik op 12 november jl. aan uw
Kamer gezonden (Kamerstuk 25 657, nr. 300).
Het onderwerp van de 5-minutendeclaratie is in dat kader besproken. Partijen hebben
met elkaar vastgesteld dat meer tijd nodig is om hiervoor een oplossing te vinden.
Daarom is hierover in de nieuwe bestuurlijke afspraken nog geen afspraak gemaakt en
zijn partijen overeengekomen hierover nader te overleggen. Zodra partijen overeenstemming
hebben bereikt over een oplossing, zal ik uw Kamer hierover informeren.
U ontvangt dit jaar nog separaat de agenda pgb, met maatregelen en onderzoeken om
het pgb meer toekomstbestendig te maken.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
H.M. de Jonge
Indieners
-
Indiener
H.M. de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport