Rapporteurs commissie Binnenlandse Zaken
Kamercommissies kunnen leden benoemen tot rapporteur voor een bepaald onderwerp. Vaak is dat het geval bij wetgevingsdossiers, EU-dossiers, sommige thema’s op de kennisagenda en de begrotings- en verantwoordingscyclus. Een rapporteur verdiept zich in het onderwerp en adviseert de commissie over de behandeling. Meestal benoemt een commissie twee of meer leden tot rapporteur voor een onderwerp. De rapporteurs kunnen een beroep doen op ondersteuning door de ambtenaren bij de Tweede Kamer.
Wet modernisering en flexibilisering verlof- en vervangingsregeling politieke ambtsdragers
Tijdens de strategische procedurevergadering van donderdag 12 februari 2026 heeft de commissie de leden Rajkowski (VVD) en Tseggai (GroenLinks-PvdA) benoemd tot rapporteur.
Het wetsvoorstel wordt in de zomer van 2026 verwacht.
Wet bijstand bij discriminatie
Tijdens de strategische procedurevergadering van donderdag 12 februari 2026 heeft de commissie de leden Tseggai (GroenLinks-PvdA) en Bamenga (D66) benoemd tot rapporteur.
Het wetsvoorstel is in internetconsultatie geweest tot 1 mei 2026.
EU-rapporteurs
Richtlijn tot vaststelling van geharmoniseerde voorschriften voor de interne markt betreffende de transparantie van namens derde landen uitgevoerde belangvertegenwoordigingsactiviteiten
Glimina Chakor (GL-PvdA)
Sander van Waveren (NSC)
De Europese Commissie stelt een richtlijn voor die meer transparantie moet brengen in lobbyactiviteiten namens derde landen binnen de EU. Vanuit Nederlands perspectief steunt de Tweede Kamer, na een eerder behandelvoorbehoud en informatie-afspraken met het kabinet, het doel van deze richtlijn: het tegengaan van ongewenste buitenlandse beïnvloeding van democratische processen. Tegelijkertijd benadrukken Kamerleden het belang van zorgvuldige afbakening van de regels: wanneer is er sprake van buitenlandse beïnvloeding, en hoe voorkomen we dat ook legitieme maatschappelijke organisaties hieronder vallen?
In hun tussentijdse verslag wijzen de rapporteurs op het spanningsveld tussen Europese harmonisatie en nationale beleidsvrijheid. Ze pleiten voor ruimte om in Nederland zelf te bepalen hoe toezicht en uitvoering worden ingericht. Zo kan de Kamer grip houden op Brusselse besluitvorming en tegelijkertijd fundamentele vrijheden beschermen. De rapporteurs hebben tevens geconstateerd dat zij het op basis van de stand van zaken in juli 2025 niet noodzakelijk vinden om nationale besluitvorming afhankelijk te maken van het Europese traject. Het Europese traject was op dat moment nog onvoldoende richtinggevend voor nationale beleidskeuzes rondom transparantie en lobbyregulering. Gezien de onzekerheden in de Europese voortgang en het risico op tijdsverlies, kan Nederland volgens de rapporteurs, met inachtneming van de Europese ontwikkelingen, dan ook overwegen om zelfstandig verdere stappen te zetten.
Europees Schild voor de Democratie (European Democracy Shield)
Sneller (D66)
Tseggai (GroenLinks-PvdA)
Van Houwelingen (FvD)
Op 12 november 2025 bracht de Europese Commissie het Europees Schild voor de Democratie (ESD) uit. Het is een voorstel dat bedoeld is om Europese democratieën weerbaarder te maken tegen buitenlandse beïnvloeding en desinformatie. Het voorstel bevat onder meer bepalingen over samenwerking tussen lidstaten, informatie-uitwisseling over dreigingen en betere bescherming van verkiezingsprocessen. Het is voor de Kamer belangrijk dat maatregelen zorgvuldig worden afgewogen tegen de bescherming van grondrechten zoals vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op deelname aan democratisch debat. Ook moet worden voorkomen dat Europese maatregelen leiden tot ongewenste inmenging in nationale bevoegdheden of tot het onbedoeld beperken van kritische stemmen.
De Tweede Kamer heeft nog niet over het Europees Schild voor de Democratie gedebatteerd of positie ingenomen. Wel hebben zich drie rapporteurs in de Tweede Kamer gemeld ten aanzien van het ESD: de leden Sneller (D66), Tseggai (GL-PvdA), en Van Houwelingen (FvD).
Op maandag 13 april 2026 brachten de rapporteurs in dit kader een werkbezoek aan Brussel.