staatsblad

Het recht van initiatief

De Grondwet van 1815 gaf de Tweede Kamer het recht om op eigen initiatief een wetsvoorstel in te dienen. De behandeling van initiatiefwetsvoorstellen verloopt op dezelfde wijze als wetsvoorstellen van de regering. Zo kunnen Kamerleden amendementen indienen om het voorstel te wijzigen. Het enige verschil is dat het Kamerlid dat het initiatiefvoorstel heeft ingediend, het voorstel zelf in de Kamer verdedigt, in plaats van één of meer leden van de regering. Als de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel aanvaardt, wordt het een voorstel van de gehele Kamer. Na aanvaarding vraagt de Voorzitter de indiener(s) om het voorstel in de Eerste Kamer te verdedigen.

Een initiatiefwetsvoorstel schrijven

Het maken van een initiatiefwetsvoorstel kost Tweede Kamerleden veel tijd. Voor het formuleren van de tekst kan een Kamerlid hulp krijgen van ambtenaren van het ministerie waar het onderwerp onder valt. Ook verlenen medewerkers van Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer ondersteuning. Er zijn verschillende redenen om een initiatiefvoorstel in te dienen, bijvoorbeeld:

•    als drukmiddel om de regering iets te laten doen;
•    om een alternatief te bieden voor een wetsvoorstel van de regering;
•    om aandacht te vragen voor een bepaald onderwerp.

Behandeling

De Tweede Kamer moet advies over initiatiefvoorstellen vragen aan de Raad van State. Deze kijkt hierbij vooral naar de kwaliteit en uitvoerbaarheid van voorstellen en of die in overeenstemming zijn met de Grondwet, andere wetten en verdragen. Leden van de regering zijn standaard aanwezig bij de behandeling van een initiatiefvoorstel in de Tweede Kamer. Zij treden dan op als adviseur van de Kamer. Als de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel ook heeft aangenomen, moeten de Koning en de verantwoordelijke minister(s) het nog ondertekenen. De laatste stap is de afkondiging van de wet door plaatsing in het Staatsblad.

In de praktijk

Het aantal initiatiefwetsvoorstellen dat Tweede Kamerleden indienen, wisselt sterk per periode. Zo dienden zij tussen 1945 en 1967 maar acht initiatiefvoorstellen in. De afgelopen tien jaren lag het gemiddelde op ruim twaalf initiatiefvoorstellen per jaar. Slechts een minderheid van de initiatiefvoorstellen wordt ooit wet. Eén van de bekendste voorbeelden van een geslaagd initiatiefwetsvoorstel is de kinderwet van het liberale Kamerlid Samuel van Houten uit 1874. Dankzij hem mochten kinderen die jonger waren dan twaalf jaar niet meer werken in fabrieken. Een ander voorbeeld is het initiatiefwetsvoorstel van het lid Henri Marchant over het vrouwenkiesrecht. Dat maakte het vanaf 1 januari 1920 voor vrouwen mogelijk om, net als mannen, hun stem uit te brengen bij verkiezingen.

Gerelateerde websites