Motie : Motie van de leden Stoffer en Bikker over de onafhankelijke IBO-werkgroep in overweging geven bij alternatieve vormen van financiering van infrastructurele investeringen breed en op lange termijn te kijken
37 020 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën
Nr. 24
MOTIE VAN DE LEDEN STOFFER EN BIKKER
Voorgesteld 17 september 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er richting 2040 naar verwachting een tekort van ruim vijftig miljard
euro ontstaat op de instandhouding van de Rijksinfrastructuur en uitstel van noodzakelijke
renovatie en vervanging de kosten alleen maar laat oplopen;
overwegende dat achterstallig onderhoud steeds vaker leidt tot wegafsluitingen met
hoge maatschappelijke kosten, onder meer voor de logistieke sector;
van mening dat incidenteel extra budget voor instandhouding van de infrastructuur
onvoldoende perspectief geeft voor het bijbenen van de exponentieel groeiende instandhoudingsopgave
en een plan nodig is voor meer structurele financiering en een financieel langetermijnperspectief;
overwegende dat onderzoek loopt naar alternatieve vormen van financiering van infrastructurele
investeringen, en daarnaast een interdepartementaal beleidsonderzoek is gestart;
verzoekt de regering de onafhankelijke ibo-werkgroep in overweging mee te geven om
bij alternatieve vormen van financiering van infrastructurele investeringen breed
en op lange termijn te kijken, inclusief de mogelijkheid van een baten-lastenstelsel
voor het Mobiliteitsfonds, een investeringsfonds naar het voorbeeld van Duitsland
en meekoppelkansen met Defensie;
verzoekt de regering het ibo te versnellen en op basis hiervan voor de behandeling
van de Voorjaarsnota een voorstel te doen om te komen tot een financieel langetermijnperspectief
voor infrastructurele investeringen dat past bij de instandhoudingsopgave en ruimte
schept voor aanlegprojecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Stoffer
Bikker
Indieners
-
Indiener
Chris Stoffer, Kamerlid -
Medeindiener
Mirjam Bikker, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontijdig
De minister of staatssecretaris vindt dat een motie te vroeg komt. Bijvoorbeeld omdat er nog een onderzoek loopt of omdat er nog een ander debat komt over het onderwerp van de motie. De bewindspersoon vraagt de indiener om de motie ‘aan te houden’: te wachten met stemming over de motie. Wil de indiener dat niet, dan stemt de Kamer alsnog.
Stemmingsuitslagen
Verworpen met handopsteken
| Fracties | Zetels | Voor/Tegen |
|---|---|---|
| D66 | 26 | Tegen |
| VVD | 22 | Tegen |
| PRO | 20 | Tegen |
| PVV | 19 | Voor |
| CDA | 18 | Tegen |
| JA21 | 9 | Voor |
| FVD | 7 | Voor |
| Groep Markuszower | 7 | Voor |
| BBB | 3 | Voor |
| ChristenUnie | 3 | Voor |
| DENK | 3 | Voor |
| PvdD | 3 | Tegen |
| SGP | 3 | Voor |
| SP | 3 | Voor |
| 50PLUS | 2 | Voor |
| Keijzer | 1 | Voor |
| Volt | 1 | Voor |