Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het bericht ‘Minister Mariëlle Paul verzweeg bewust tot na de verkiezingen dat ze een plan ter bescherming van arbeidsmigranten introk’
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Minister Mariëlle Paul verzweeg bewust tot na de verkiezingen dat ze een plan ter bescherming van arbeidsmigranten introk» (ingezonden 7 augustus 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 10 september
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2837.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat uw voorganger al vóór de Tweede Kamerverkiezingen
besloot een wetsvoorstel voor de afbouw van looninhoudingen voor de huisvesting van
arbeidsmigranten in te trekken, maar de Tweede Kamer daar pas één dag ná de verkiezingen
over informeerde?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat het besluit tot terugtrekking van de wet al eind september was genomen,
maar de Kamer daar pas na de verkiezingen over werd geïnformeerd?
Antwoord 2
Ja. Ik zou graag een tijdlijn met u willen delen, die intern is gereconstrueerd:
– Op 30 september reageert de Minister op een ambtelijke nota. Zij neemt het besluit
om de regeling op dit moment niet af te bouwen.
– Op 1 oktober worden sociale partners in Stichting van de Arbeid op ambtelijk niveau
geïnformeerd over het besluit van de Minister.
– Op 6 oktober maakt SZW op ambtelijk niveau een tekstvoorstel. De tekst wordt toegevoegd
aan de brief over de Bouwplaats-ID, die vóór 1 november 2025 is toegezegd aan de Kamer.
– Op 7 oktober geeft het Ministerie van VRO op ambtelijk niveau akkoord op de tekst.
SZW gaat er daarmee vanuit dat de brief niet langs de Minister van VRO moet.
– Op 7 oktober wordt een met ambtelijk VRO afgestemde tekst voorgelegd aan de Minister
van SZW.
– Op 9 oktober reageert de Minister van SZW op de brief. Ze vraagt om tekstuele aanpassingen
in de brief en wil de brief opnieuw voorgelegd krijgen.
– Op 13 oktober is een aangepaste tekst naar de Minister gegaan.
– Op 14 oktober reageert de Minister met nog een nieuwe tekstuele aanpassing.
– Op 15 oktober zijn de aanpassingen verwerkt en gaat brief opnieuw naar de Minister
toe.
– Op 16 oktober wil de Minister nog één aanpassing van de brief en daarna kan de brief
verzonden worden naar de Tweede Kamer.
– Diezelfde dag is er ook brede discussie op het ministerie en met de Minister of het
versturen van de brief volstaat of dat er meer communicatie noodzakelijk is. Bijvoorbeeld
via het delen van een persbericht. Minister geeft aan geen persbericht te willen sturen.
Er wordt een nieuwsbericht voor op rijksoverheid.nl voorbereid.
– Op 20 oktober beslist de Minister om de brief na de verkiezingen uit te doen. Daarbij
is rekening gehouden met de staande parlementaire verhoudingen door terughoudend om
te gaan met het sturen van beleidsbrieven tijdens een (verkiezings-)reces wanneer
de Kamer deze niet in behandeling kan nemen.
– SZW schrijft zelf alle pers- en nieuwsberichten voor rijksoverheid.nl. Een extern
communicatiebureau schrijft algemene informatie voor arbeidsmigratieingoedebanen.nl.
Het communicatiebureau wordt geïnformeerd dat de brief pas na de verkiezingen uitgaat.
– Op 21 oktober laat ambtelijk VRO aan ambtelijk SZW weten dat de Minister van VRO toch
geïnformeerd moet worden over de brief voordat deze verzonden wordt. Voorafgaand aan
het voorleggen van de brief aan hun Minister, wil VRO deze eerst ook intern bespreken
en afstemmen.
– Op 29 oktober gaat de Minister van VRO akkoord met de brief.
– Op 30 oktober wordt de brief verstuurd naar de Tweede Kamer, om zodoende de Tweede
Kamer en werkgevers tijdig te kunnen informeren over Bouwplaats-ID en dat de stapsgewijze
afbouw van de inhoudingsmogelijkheid per 1 januari 2026 niet doorgaat.
Vraag 3
Waarom is er door uw voorganger voor gekozen de Kamerbrief pas na de verkiezingen
te versturen waardoor kiezers en de Kamer vóór de verkiezingen geen kennis konden
nemen van dit besluit?
Antwoord 3
Bij het moment van versturen is mijn ambtsvoorganger uitgegaan van twee uitgangspunten.
Ten eerste is terughoudend omgegaan met het versturen van een brief met een beleidswijziging
als uw Kamer met (verkiezings-)reces is. Daarnaast was de afstemming met de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) op woensdag 29 oktober eind van
de dag gereed.
Vraag 4
Deelt u de mening dat een demissionair kabinet de Kamer en de samenleving tijdig en
volledig moet informeren over ingrijpende beleidswijzigingen, ook in verkiezingstijd?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is hier misgegaan?
Antwoord 4
Jazeker. Daarbij kan ik me voorstellen dat terughoudendheid is betracht bij het versturen
van een Kamerbrief met een beleidswijziging wanneer uw Kamer met (verkiezings-)reces
is. Daarmee wordt voorkomen dat in aanloop naar verkiezingen beleidswijzigingen worden
voorgesteld die kunnen leiden tot discussie, zonder dat de Kamer daar meteen op kan
reageren.
Vraag 5
Wat vindt u van het ontijdig informeren van de Kamer en de samenleving door uw voorganger?
Antwoord 5
De lijn om in verkiezingsreces terughoudendheid te betrachten bij het versturen van
Kamerbrieven met beleidswijzingen kan ik volgen.
Vraag 6
Bent u bereid het besluit tot terugtrekking van het wetsvoorstel terug te draaien
en de looninhouding voor huisvesting alsnog af te bouwen, zoals eerder voorgesteld
door het vorige kabinet en onderdeel van de aanbevelingen van onder meer de Commissie
Roemer en de Arbeidsinspectie? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
In het Kamerdebat op 27 november 2025 zijn twee moties ingediend die verzoeken om
de inhoudingsmogelijkheid op het minimumloon voor huisvestingskosten alsnog af te
schaffen, zo mogelijk gelijktijdig met het wetsvoorstel van VRO over huurbescherming.
Tijdens het Commissiedebat Arbeidsmigratie van 3 juni 2026 heb ik toegezegd uw Kamer
over mijn standpunt te informeren. Uw Kamer ontvangt hierover zo snel mogelijk een
brief van mij. Mijn inzet is om de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting in het
minimumloon in lijn met de door de Tweede Kamer aangenomen moties gelijktijdig met
de invoering van de huurbeschermingswet af te schaffen.2
3
Vraag 7
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 7
Ja.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid