Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bolhuis en Van Ark het misgelopen pensioencompensatie door deelnemers die van fonds wisselen
Vragen van de leden Bolhuis (PRO) en Van Ark (CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het misgelopen pensioencompensatie door deelnemers die van fonds wisselen (ingezonden 24 augustus 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 9 september
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het Volkskrant-bericht «Tienduizenden mensen lopen pensioengeld
mis omdat ze van baan zijn gewisseld – en daar lijkt niks tegen te doen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de zorg dat deelnemers door de samenloop van verschillende transitiedata tussen
twee compensatieregelingen kunnen vallen, dat dit tot moeilijk uitlegbare uitkomsten
kan leiden en een onbedoelde belemmering kan vormen om van baan te wisselen? Hoe verhoudt
dit zich tot de inzet van het kabinet voor een gedragen pensioenstelseltransitie en
juist de bevordering van de stap van werk naar werk?
Antwoord 2
Ik begrijp de zorgen over de situatie die kan ontstaan wanneer mensen door een baanwissel,
waarbij ze overstappen naar een ander pensioenfonds met een andere transitiedatum
geen compensatie ontvangen. Dit kan voor deelnemers tot onduidelijkheid leiden bij
het maken van keuzes over een nieuwe baan.
Bij de totstandkoming van het Pensioenakkoord en de Wet toekomst pensioenen (Wtp),
is op voorstel van het kabinet en sociale partners besloten tot een meerjarige overgangstermijn.
Eén vaste transitiedatum voor alle pensioenregelingen bleek niet uitvoerbaar vanwege
de piekbelasting in de administratieve, IT- en financieel-actuariële capaciteit bij
pensioenfondsen, PPI’s en verzekeraars, maar ook bij pensioenuitvoeringsorganisaties,
toezichthouders en adviseurs. Er is weloverwogen gekozen voor een meerjarige overgangstermijn
om de kwaliteit van de transitie te kunnen waarborgen. Daarbij zijn ook afspraken
gemaakt over compensatie omdat afschaffing van de zogenoemde doorsneesystematiek voor
bepaalde groepen kan leiden tot een nadeel bij toekomstige opbouw. Hierbij is expliciet
ruimte gelaten aan decentrale sociale partners om, gelet op het regelings- en sectorspecifieke
karakter van compensatie, eigen afspraken te maken. Die ruimte was nodig; een uniforme
en wettelijk voorgeschreven compensatieregeling zou de ruimte beperken om voor decentrale
partijen tot uitvoerbare, regeling- of sectorspecifieke afspraken te komen. Zo kunnen
ze mede afhankelijk van hun deelnemerspopulatie de omvang van de compensatieregeling
afspreken en ze kunnen besluiten om compensatie toe te kennen op één moment of verdeeld
over een langere periode, mogelijk meerdere jaren.
Het kabinet vindt het van belang dat de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel
evenwichtig verloopt en dat mensen de stap van werk naar werk goed geïnformeerd kunnen
maken. Een baanwissel heeft ook los van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel
gevolgen voor de pensioenopbouw. Het is daarom van belang dat mensen zich (laten)
informeren over de mogelijke gevolgen van een baanwissel voor hun pensioen en dit
meewegen bij hun keuze; niet alleen nu maar bij elke baanwissel die men overweegt.
Daarom zetten pensioenuitvoerders en werkgevers in op het informeren van hun deelnemers
en werknemers over de mogelijke gevolgen van een baanwissel voor hun pensioen. Ook
mijn ministerie besteedt hier aandacht aan. Op www.pensioenduidelijkheid.nl is informatie beschikbaar over compensatie en de gevolgen van verschillende situaties,
waaronder baanwissel. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat het voor deelnemers niet
altijd eenvoudig is om de gevolgen voor hun pensioen en eventuele compensatie vooraf
goed te overzien; mensen ontvangen veel informatie in deze periode, die is soms lastig
te doorgronden en overwegend in algemene termen opgesteld2.
Vraag 3
Deelt u de mening dat kabinet, sociale partners en pensioensector vanuit hun gedeelde
verantwoordelijkheid voor het Pensioenakkoord een uiterste inspanning moeten doen
om te komen tot gerichte, juridisch houdbare en uitvoerbare oplossingen voor deze
situatie?
Antwoord 3
Ik heb uw Kamer eerder toegezegd om samen met sociale partners een uiterste inspanning
te doen om de mogelijkheden voor aanvullende maatregelen te bezien. Daarover heb ik
uw Kamer geïnformeerd in de voortgangsrapportage monitoring Wet toekomst pensioenen
van juli jl.3
Daaruit is gebleken dat eventuele als oplossing bedoelde nieuwe of aanvullende voorschriften
voor compensatie substantiële juridische, afbakenings- en uitvoeringscomplexiteit
toevoegt.
Vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid voor het Pensioenakkoord vind ik het van belang
dat de er gerichte aandacht is voor de situatie van mensen die tijdens de transitie
van werksituatie veranderen. Uit mijn overleg met de sociale partners bleek ook dat
er binnen de bestaande kaders al verschillende sectorspecifieke oplossingen worden
toegepast. Zie ook verderop bij het antwoord op vraag 9 voor een nadere toelichting
op fondsspecifieke oplossingen. Zoals genoemd bij de vorige vraag, pensioenfondsen
en werkgevers attenderen hun deelnemers en werknemers er op dat een baanwissel gevolg
kan hebben voor de pensioenopbouw en voor de toekenning van compensatie. De Pensioenfederatie
heeft meerdere voorbeelden hierover opgenomen in een recent rapport.4
Omdat de compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek erg afhankelijk
is van individuele omstandigheden en de actuele stand van zaken bij de overgang op
de vernieuwde pensioenregeling volgens de Wtp, richten veel pensioenfondsen hun communicatie
op het creëren van de juiste verwachtingen bij deelnemers. Veel pensioenfondsen publiceren
rekenvoorbeelden op hun website, laten het aan bod komen in (online) bijeenkomsten
voor werkenden en brengen het actief onder de aandacht bij aangesloten werkgevers.
Pensioenfonds ABP heeft bijvoorbeeld een online tool ontwikkeld waarin mensen aan
de hand van hun salaris en leeftijd een inschatting kunnen maken van de effecten van
de compensatie. Het Bakkers Pensioenfonds heeft dan weer deelnemers een persoonlijke
e-mail gestuurd met daarin het aanbod om een persoonlijke berekening te maken.
Vraag 4
Is het mogelijk om – eventueel nadat alle pensioenfondsen zijn overgestapt naar de
nieuwe pensioenregeling – uit de fondsadministraties te achterhalen welke deelnemers
door een overstap tussen twee compensatieregelingen zijn gevallen of welke juist twee
compensatieregelingen hebben ontvangen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Nee, dat is niet zonder meer mogelijk. Zoals ik in mijn brief van 24 april jl. heb
toegelicht, is in kaart gebracht welke werksituaties van invloed kunnen zijn op compensatie
bij pensioenopbouw.5 Een dergelijke registratie bij pensioenfondsen of werkgevers ontbreekt waarmee achteraf
op individueel niveau kan worden vastgesteld welke deelnemers door een baanwissel
tussen twee compensatieregelingen zijn gevallen of juist bij meerdere fondsen compensatie
hebben ontvangen.6 Pensioenuitvoerders kunnen alleen beschikken over gegevens van deelnemers die actief
zijn binnen hun eigen regeling. Om dit voor alle deelnemers vast te stellen, zouden
gegevens van alle pensioenuitvoerders moeten worden gecombineerd. Een grondslag hiertoe
is er niet. Daarbij verschillen ook de voorwaarden en vormgeving van de compensatieregelingen
per fonds.
Ik hecht er aan om in dit antwoord te vermelden dat er ook mensen van baan zijn gewisseld
die in hun beslissing de eventuele gevolgen voor pensioencompensatie hebben meegewogen.
Deze mensen hebben dit meegewogen in hun beslissing en mogelijk ook betrokken in de
afspraken over hun nieuwe arbeidsvoorwaarden. Cijfers over welke deelnemers door een
overstap tussen twee compensatieregelingen zijn gevallen, geven dus geen beeld van
hoeveel mensen zich niet bewust waren van eventuele consequenties en hiervan per saldo
nadeel ervaren.
Vraag 5
Kunt u een inschatting geven hoe hoog de door u in een eerdere Kamerbrief benoemde
«enorme kosten» zijn van een compensatievoorziening, vereveningsmodel of vangnetregeling
die de sector uitdenkt en uitvoert, en waar u deze inschatting op baseert? Kunt u
daarbij aangeven om welke orde van grootte het gaat, wie deze kosten uiteindelijk
zou dragen en wat de gevolgen zouden zijn voor het deelnemerscollectief?7
Antwoord 5
Nee, ik kan geen inschatting geven hoeveel een aangepaste en uitgebreide regeling
zou kosten die compensatie toekent zowel aan mensen die bij het pensioenfonds blijven
als aan alle mensen die vertrekken. Om enkele aspecten te noemen: niet duidelijk is
hoeveel mensen die nu bij het pensioenfonds blijven alsnog zouden vertrekken als gevolg
van deze aangepaste regeling, niet duidelijk is welk tijdvak hiervoor zou gelden en
niet duidelijk is hoeveel de compensatie per deelnemer bedraagt (die wordt vastgesteld
niet eerder dan de feitelijke transitiedatum). Duidelijk is evenwel dat de compensatieregeling
achteraf voor iedere baanwisselaar open stellen zal leiden tot enorme kosten.
Vraag 6
Op welke wijze kunt u de wettelijke mogelijkheid tot dispensatie voor tijdelijke voortzetting
bij het oude pensioenfonds tijdelijk verruimen voor de groep overstappers die tussen
twee compensatieregelingen invallen, ten behoeve van een rechtvaardige transitie naar
het nieuwe pensioenstelsel?
Antwoord 6
De wettelijke mogelijkheid tot dispensatie biedt hiervoor geen ruimte. Dispensatie
kan een fonds alleen in bepaalde gevallen verlenen aan werkgevers uit die betreffende
sector die een minstens gelijkwaardige regeling aanbieden. Het is wettelijk niet mogelijk
dat een fonds dispensatie zou verlenen aan individuele werknemers. Bovendien zou een
dergelijke mogelijkheid leiden tot nieuwe, complexe juridische afbakeningsvraagstukken
en een zware belasting voor de uitvoering.
In de praktijk worden fondsspecifieke afspraken gemaakt. Zo hebben bijvoorbeeld pensioenfondsen
PMT en PME afspraken gemaakt om werkgevers tijdelijk dispensatie te kunnen geven van
de nieuwe regeling bij een overstap tussen deze fondsen, zodat werknemers toegang
kunnen behouden tot de compensatieregeling van PME, ook als de werkgever vanwege werkingssfeer
naar PMT zou moeten overstappen.
Vraag 7
Kunt u samen met de pensioensector en sociale partners varianten van een compensatievoorziening,
vereveningsmodel of vangnetregeling uitwerken, inclusief inschattingen van de verwachte
complexiteit, kosten, uitvoeringsbelasting en deelnemersbereik, zodat de regering
en Kamer hierover van gedachten kunnen wisselen?
Antwoord 7
Zoals ik in mijn brief van 2 juli jl. heb aangegeven, heb ik hierover met sociale
partners gesproken. Daar zijn verschillende mogelijke alternatieven besproken. Hieruit
is gekomen dat het introduceren van nieuwe eisen aan compensatie-afspraken, zoals
de vraag voorstelt, al dan niet wettelijk opgelegd aan sociale partners en pensioenuitvoerders,
zou leiden tot weer nieuwe, complexe uitvoeringsvraagstukken. In dat geval zouden,
bijvoorbeeld, mensen die in 2025 zijn vertrokken bij een fonds dat per 1/1/2026 naar
een nieuwe pensioenregeling is overgegaan, alsnog compensatie (kunnen) vragen. Het
is – zoals ik ook in mijn brief van 2 juli jl. heb aangegeven – uitvoeringstechnisch
niet mogelijk en juridisch zeer complex om onderscheid te maken tussen mensen die
bewust van baan wisselen en die gezien het doel van de compensatieregeling terecht
afzien van compensatie8 (bijvoorbeeld omdat de nieuwe baan betere arbeidsvoorwaarden heeft) en anderzijds,
mensen die onbewust hebben afgezien van compensatie. Omdat een dergelijk onderscheid
in de praktijk niet te maken is, zou het op deze manier een compensatieregeling zijn
die achteraf voor elke baanwisselaar openstaat.
Vraag 8
Kunt u een nauwkeurigere kwantitatieve inschatting maken van de grootte van de groep
die compensatie misloopt, en van de door deze groep misgelopen compensatie, dan u
eerder deed in uw Kamerbrief?9 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Nee, deze gegevens zijn niet beschikbaar. In mijn brief van 24 april jl. heb ik een
globale schatting gegeven dat het hierbij zou kunnen gaan om enkele tienduizenden
mensen die dit jaar zonder compensatie overstappen naar een andere baan en pensioen
gaan opbouwen bij een andere pensioenuitvoerder. Daarvoor is CBS-data gebruikt en
zijn aannames gehanteerd over hoeveel mensen in deze periode van baan wisselen (gebaseerd
op eerdere jaren), de voor compensatie relevante leeftijd van deze mensen en tussen
welke sectoren zij op dat moment van baan wisselen in samenhang met de transitiedata
van de (meest waarschijnlijk) hierbij betrokken pensioenfondsen. Van deze pensioenfondsen
zijn de transitiedata bekend en de wijze waarop compensatie toegekend wordt. Deze
inschatting kan ik hierdoor niet nauwkeuriger maken.
Vraag 9
In hoeverre zijn de door u in uw Kamerbrief genoemde maatwerkoplossingen bij PMT/PME
en BpfBOUW en in enkele sociale plannen representatief voor de pensioensector, of
betreft het uitzonderingen?
Antwoord 9
We zien dat er in verschillende sectoren wordt gezocht naar oplossingen die specifiek
passen bij de betreffende sector. Het is mogelijk dat wat in de ene sector werkt in
een andere wellicht niet werkt. Daarom is er ruimte gemaakt om sector (en fonds-)specifieke
afspraken te maken bij compensatieregelingen. Ik heb in de voortgangsrapportage monitoring
Wet toekomst pensioenen – zomer 2026 melding gedaan van maatwerk dat in enkele sectoren
wordt toegepast. Sociale partners geven aan het vraagstuk rond compensatieregelingen
zo goed als mogelijk te adresseren in transitieplannen en, waar dit speelt, ook in
sociale plannen. Ik vind het positief dat sectorpartijen binnen de mogelijkheden die
de wet biedt mitigerende maatregelen toepassen. Daarmee wordt de groep mensen die
geen compensatie krijgt verder beperkt. Daarbij moet worden opgemerkt dat bijvoorbeeld
het maatwerk dat in de metaalindustrie wordt toegepast geen regeling voor individuele
deelnemers betreft. In de metaalsector hebben de van nature al onderling verbonden
fondsen PMT en PME afspraken gemaakt om werkgevers tijdelijk dispensatie te kunnen
geven. Zo kunnen werknemers toegang behouden tot de compensatieregeling, ook als de
werkgever vanwege werkingssfeer naar PMT zou moeten overstappen. Het betreft in dit
geval specifieke afspraken voor werkgevers en de deelnemers die daar werkzaam zijn.
De sociale partners van pensioenfonds bpfBOUW hebben gevraagd om bij de invulling
van de compensatieregeling te voorkomen dat deelnemers specifiek als gevolg van bijvoorbeeld
seizoensarbeid niet voor compensatie in aanmerking zouden komen. Het fonds heeft dit
ingevuld door deelnemers die geen recht hebben op de reguliere compensatie voor het
afschaffen doorsneesystematiek (doordat zij geen deelnemer zijn op 31-12-2025) toch
compensatie te verlenen als ze een actief dienstverband van tenminste één dag hebben
in het laatste kwartaal van 2025 en tevens een actief dienstverband hebben van tenminste
een dag in het eerste halfjaar van 2026. Deze aanpak wordt ook gevolgd in andere sectoren.
Bijvoorbeeld BPL, het pensioenfonds voor werknemers in de agrarische en de groene
sector en voor pensioenfonds Koopvaardij. Deze oplossingen zijn gericht op de eigen
deelnemers van het fonds, die tijdelijk niet in de sector actief zijn.
Vraag 10
Hoe groot is de groep pensioendeelnemers die ondanks de genoemde maatwerkoplossingen
alsnog compensatie misloopt? Welke mogelijkheden ziet u om deze groep tegemoet te
komen en te waarborgen dat de transitie ook voor hen rechtvaardig uitpakt?
Antwoord 10
Ik beschik niet over exacte data. Zoals aangegeven in antwoord op vraag 8 is eerder
een globale schatting gegeven dat het hierbij zou kunnen gaan om enkele tienduizenden
mensen die dit jaar zonder compensatie overstappen naar een andere baan en pensioen
gaan opbouwen bij een andere pensioenuitvoerder. Er kan niet worden vastgesteld welk
deel daarvan compensatie zou hebben ontvangen bij voortzetting van het dienstverband
en welk bedrag daarmee gemoeid zou zijn.
In het gesprek met de vakbonden en werkgeversorganisaties, zoals aangegeven bij vraag
7, zijn verschillende mogelijke alternatieven besproken. Het is van belang dat mensen
goed worden geïnformeerd over de werking van compensatieregelingen en de mogelijke
gevolgen van een baanwissel, zodat zij deze gevolgen kunnen meewegen bij hun arbeidsmarktbeslissingen.
Vraag 11
Kunt u ook een nauwkeurigere inschatting maken van de grootte van de groepen overstappers
met «dubbele compensatie» en van de ontvangen compensatie van deze overstappers?
Antwoord 11
Nee, hiervoor is geen betekenisvolle inschatting te maken. Zoals toegelicht in het
antwoord op vraag 4, zijn hiervoor geen gegevens beschikbaar waarmee de grootte van
deze groepen en de hoogte van de ontvangen compensatie kunnen worden vastgesteld.
Vraag 12
Welke aanvullende communicatie gaat het ministerie in de komende periode intensiveren
om mensen naar www.pensioenduidelijkheid.nl te leiden en te wijzen op eventuele gevolgen voor compensatie van arbeidsmarktgedrag,
en waarom is deze communicatie niet eerder ingezet?
Antwoord 12
Communicatie over de nieuwe regels voor pensioen is een taak die werkgevers, werknemersorganisaties,
pensioenuitvoerders en mijn ministerie gezamenlijk hebben opgepakt. Met deze partijen
hebben we gezamenlijk de campagne Pensioenduidelijkheid ontwikkeld om werkenden en
gepensioneerden te informeren over de nieuwe regels voor pensioen.
In de afgelopen periode is de communicatie over compensatie verder geïntensiveerd
en ook de komende periode wordt hier extra aandacht aan besteed. Op pensioenduidelijkheid.nl10 staat een aparte pagina over compensatie. Ook wordt al langere tijd ingezet op het
bereiken van mensen die online zoeken naar informatie over pensioen en compensatie.
In mei heeft de AFM op haar consumentenpagina een informatieflyer over compensatie
gepubliceerd.11 In de zomer is het onderwerp vanuit mijn ministerie extra belicht op social media.12 Begin september is er een nieuwsbericht verspreid met speciale focus op waar men
de juiste informatie kan vinden over mogelijke compensatie als men van plan is om
van werkgever te wisselen of minder uren te gaan werken.
Via de campagne Pensioenduidelijkheid (14 september tot en met 18 oktober) brengen
we deze informatie ook extra onder de aandacht. Deze communicatie komt naast de informatie
die pensioenuitvoerders, werkgevers en sociale partners al verstrekken, onder meer
via websites, nieuwsbrieven, webinars en bijeenkomsten.
Vraag 13
Klopt het dat deze aanvullende communicatie te laat komt voor de tienduizenden deelnemers
die pensioencompensatie mislopen, omdat zij al overgestapt zijn?
Antwoord 13
Voor mensen die al van baan zijn gewisseld, kan aanvullende communicatie achteraf
niet voorkomen dat de baanwissel heeft plaatsgevonden. Tegelijkertijd is de transitie
nog niet afgerond. De uiterste transitiedatum is 1 januari 2028 en een groot aantal
pensioenfondsen maakt de overstap op 1 januari 2027. Er zijn daarmee nog veel deelnemers
voor wie deze informatie relevant kan zijn.
Vraag 14
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat Pensioenonderwerpen op 10 september?
Antwoord 14
Ja.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid