Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het bericht ‘‘Ontluisterend en illegaal’: Hoe Shell erin slaagt in Nederland geen cent belasting te betalen’
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Staatssecretaris van Financiën over het bericht ««Ontluisterend en illegaal»: Hoe Shell erin slaagt in Nederland geen cent belasting te betalen» (ingezonden 27 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Eerenberg (Financiën) (ontvangen 8 september 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht ««Ontluisterend en illegaal»: Hoe Shell erin slaagt
in Nederland geen cent belasting te betalen»?1
Antwoord 1
Nederland heeft de afgelopen jaren veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen,
zowel internationaal als nationaal. Het kabinet is ervan overtuigd dat het belastingstelsel
door al deze maatregelen robuuster is gemaakt tegen internationale belastingontwijking.
Ook uit de beschikbare de cijfers blijkt dat deze maatregelen effect sorteren. In
het antwoord op vraag 6 ga ik nader op deze maatregelen in. In zijn algemeenheid kan
ik opmerken dat mede met de ingevoerde maatregelen wordt voorkomen dat bedrijven die
winst maken geen belasting betalen. De ingevoerde maatregelen dragen eraan bij dat
bedrijven over hun winsten een passend niveau aan belasting betalen en dat mogelijkheden
om belastingheffing door belastingontwijking te voorkomen worden beperkt. Vanwege
de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
(AWR) kan ik niet ingaan op de individuele fiscale positie van belastingplichtige.
In algemene zin geldt dat het enkele feit dat een onderneming activiteiten verricht
in een land met een laag belastingtarief, intellectuele eigendomsrechten centraliseert
of gebruikmaakt van kostendelingsarrangementen niet automatisch betekent dat er sprake
is van belastingontwijking of onzakelijke verrekenprijzen. De beoordeling daarvan
vindt plaats aan de hand van de relevante feiten en omstandigheden, wet, beleid en
regelgeving.
Vraag 2
Heeft Shell de afgelopen 10 jaar winstbelasting betaald in Nederland? Zo ja, hoeveel
en wanneer? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Shell publiceert jaarlijks informatie over haar belastingpositie en belastingbijdragen
in haar Annual Reports en Tax Transparency/Tax Contribution Reports.2 Op basis van artikel 67 AWR kan de Belastingdienst geen uitspraken doen over de betrouwbaarheid,
volledigheid of fiscale juistheid van de in de door Shell gepubliceerde Tax Contribution
Reports opgenomen informatie.
Vraag 3
Was de Belastingdienst ervan op de hoogte dat Shell gebruik maakte van constructies
waarbij er via grondstoftransacties winsten zijn verschoven naar de Bahama’s of via
royalty’s naar Zwitserland?
Antwoord 3
In zijn algemeenheid geldt dat lichamen die tot dezelfde groep behoren verplicht zijn
hun onderlinge transacties vorm te geven met inachtneming van het at arm’s-lengthbeginsel.
Het arm’s-lengthbeginsel beoogt dat de voorwaarden en prijzen van transacties tussen
gelieerde entiteiten niet afwijken van de voorwaarden en prijzen die tussen ongelieerde
entiteiten zouden zijn overeengekomen in vergelijkbare omstandigheden. Het zou daarom
in beginsel niet moeten uitmaken voor de te realiseren winst of een bepaalde transactie
plaatsvindt tussen gelieerde entiteiten die deel uitmaken van een multinationaal concern
of tussen entiteiten die niet aan elkaar gelieerd zijn. Door conform het arm’s-lengthbeginsel
zakelijke prijzen te betalen aan de juiste entiteiten binnen het concern, krijgen
de entiteiten die op basis van hun functies, activa en risico’s verantwoordelijk zijn
voor de gecreëerde waarde van het product of dienst ook hun daarbij passende arm’s-lengthbeloning.
Nederland past het arm's-lengthbeginsel toe, beschikt over uitgebreide documentatieverplichtingen
en wisselt landenrapporten uit met andere belastingdiensten.
In voorkomende gevallen kan toepassing van het arm’s-lengthbeginsel bijvoorbeeld betekenen
dat een in Nederland gevestigd lichaam voor fiscale doeleinden wordt verondersteld
rente te betalen indien onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden
dit ook zouden doen. Dat kan leiden tot een neerwaartse aanpassing van de fiscale
winst. Een dergelijke neerwaartse aanpassing van de fiscale winst kon tot 1 januari
2022 – vooral bij grensoverschrijdende transacties – leiden tot mismatches. Ingevolge
de in de vennootschapsbelasting opgenomen maatregelen die volgen uit de Wet tegengaan
mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel welke met ingang van 1 januari 2022
in werking is getreden, merk ik het volgende op. De maatregelen in de vennootschapsbelasting
die volgen uit deze wet bewerkstelligen dat bij de belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting
een neerwaartse aanpassing van de winst op grond van het zakelijkheidsbeginsel wordt
beperkt voor zover bij het andere lichaam dat bij de transactie betrokken is geen
of een te lage corresponderende opwaartse aanpassing in de belastinggrondslag wordt
betrokken. Deze maatregelen raken structuren met zogenoemde informele kapitaalstortingen
en verkapte winstuitdelingen, en zijn ook van toepassing op bestaande onderlinge rechtsverhoudingen
tussen een vennootschapsbelastingplichtige en een gelieerd lichaam. Met deze maatregelen
worden mismatches door toepassing van het zakelijkheidsbeginsel bestreden.
Vraag 4
Is er sprake van illegale praktijken bij de methodes die Shell gebruikt om zo min
mogelijk winstbelasting te betalen?
Antwoord 4
In het artikel worden bepaalde structuren en verrekenprijzen als «illegaal» en «onzakelijk»
gekwalificeerd. Of daarvan in dit geval sprake is, kan slechts worden beoordeeld aan
de hand van alle relevante feiten en omstandigheden.
Ook ten aanzien van royalty's, cost sharing arrangements en interne dienstverlening
geldt dat de beoordeling afhankelijk is van uitgeoefende functies, gebruikte activa,
gelopen risico's. In algemene zin geldt dat vennootschappen binnen een concern verplicht
zijn hun onderlinge transacties vast te stellen op basis van het arm’s-lengthbeginsel.
Zie voor verdere toelichting ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Hoe reageert u op de uitspraak «Als Shell ten onrechte geen belasting betaalt in Nederland
en de fiscus is daarvan op de hoogte, dan kan dat verboden staatssteun zijn»?
Antwoord 5
Om onder de definitie van staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU te vallen,
moet er sprake zijn van een selectief voordeel voor een specifiek bedrijf dat afwijkt
van de reguliere belastingwetgeving. Indien de reguliere belastingwetgeving (het zogenaamde
referentiestelsel) is toegepast, kan geen sprake zijn van verboden staatssteun. Onder
de normale belastingwetgeving valt in dat geval de toepassing van de Wet op de vennootschapsbelasting
1969, waarvan ook het zakelijkheidsbeginsel een belangrijk onderdeel is.
Vraag 6
Vindt u het acceptabel wanneer bedrijven die miljardenwinsten maken via belastingontwijking
hun uiterste best doen om te voorkomen dat ook maar één cent daarvan ten goede komt
aan de Nederlandse samenleving? Zo ja, waarom?
Antwoord 6
Ik acht het van belang dat alle belastingplichtigen, inclusief grote multinationale
ondernemingen, belasting betalen overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving. Tegelijkertijd
moet onderscheid gemaakt worden tussen illegale belastingontduiking, ongewenste belastingontwijking
en situaties waarin de fiscale uitkomst voortvloeit uit de toepassing van geldende
wet- en regelgeving. Nederland heeft de afgelopen jaren, zoals hiervoor is uiteengezet,
veel maatregelen tegen belastingontwijking genomen en dit kabinet zal zich blijven
inzetten om belastingontwijking te bestrijden. Daarvoor verwijs ik graag naar de monitoringsbrief
over de effecten van en de aanpak van belastingontwijking.3 De monitoringsbrief beschrijft ook de lopende inspanningen op dit dossier, mede in
de internationale context.
Sinds 1 januari 2021 heft Nederland een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen
aan een gelieerd lichaam dat gevestigd is in een laagbelastende jurisdictie en in
misbruiksituaties. Nederland stelt jaarlijks deze laagbelastende jurisdicties vast
in de Regeling laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.
Er blijkt bijvoorbeeld al een aanzienlijke daling van rente-, royalty-, en dividendstromen
naar laagbelastende jurisdicties van € 37 miljard in 2019 naar € 7 miljard in 2024.4 Verder zijn de eerste en tweede Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijnen (ATAD1 en ATAD2) geïmplementeerd, die onder meer hebben geleid
tot beperkingen op het gebied van de renteaftrek en het tegengaan van structuren die
gebruik maken van verschillen tussen belastingwetgeving van landen (hybride mismatches).
Een belangrijke stap in de aanpak van het verschuiven van winsten naar laagbelastende
staten is bovendien de wereldwijde minimumbelasting die in Nederland in de Wet minimumbelasting
2024 is geïmplementeerd. Deze wet en de internationale afspraken die aan die wet ten
grondslag liggen, beogen te waarborgen dat multinationale en binnenlandse groepen
met een geconsolideerde jaaromzet van ten minste € 750 miljoen effectief ten minste
15% belasting over hun winst betalen. Om dubbele niet-heffing als gevolg van een verschillende
interpretatie van het arm’s-lengthbeginsel te voorkomen, is in Nederland de Wet tegengaan
mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel in werking getreden. Deze wet is erop
gericht om mismatches te voorkomen die ontstaan door toepassing van het arm’s-lengthbeginsel
en die leiden tot dubbele niet-heffing (zogenoemde «informeel-kapitaalstructuren»).
Het kabinet is ervan overtuigd dat het belastingstelsel door al deze maatregelen robuuster
is gemaakt tegen internationale belastingontwijking. Internationaal is daar ook erkenning
voor. De Europese Commissie doet sinds 2022 aan Nederland geen landspecifieke aanbevelingen
meer op dit terrein. Ook het IMF geeft aan dat Nederland de goede maatregelen heeft
genomen.
Vraag 7
Deelt u de analyse dat belastingontwijking via constructies waarbij winsten worden
verplaatst naar landen met een lagere winstbelasting door verschillende dochterbedrijven
rekeningen aan elkaar te laten sturen (transfer pricing) een groot probleem is? Zo
ja, wat bent u van plan te doen om ervoor te zorgen dat er minder winstbelasting wordt
ontweken via transfer pricing? Zo nee, waarom vindt u het acceptabel dat multinationals
die miljardenwinsten maken dit soort schimmige methodes gebruiken om te voorkomen
dat zij moeten bijdragen aan de Nederlandse samenleving?
Antwoord 7
Bij transfer pricing (verrekenprijzen) gaat het om de toepassing van het arm’s-lengthbeginsel.
Ik verwijs hiervoor naar het antwoord op vraag 3.
Verrekenprijzen vervullen een belangrijke functie binnen het internationale belastingsysteem.
Het arm’s-lengthbeginsel beoogt te voorkomen dat het mogelijk is om via verrekenprijzen
met winsten te schuiven en zo winstbelasting te ontwijken. Daarom bestaan er nationaal
en internationaal regels die beogen te waarborgen dat winsten worden toegerekend overeenkomstig
een juiste toepassing van het arm's-lengthbeginsel. Nederland past het arm's-lengthbeginsel
toe, beschikt over uitgebreide documentatieverplichtingen en wisselt landenrapporten
uit met andere belastingdiensten. Daarnaast ondersteunt Nederland de internationale
afspraken die binnen de OESO en andere internationale gremia worden ontwikkeld om
winstverschuiving verder tegen te gaan.
Vraag 8
Bent u het ermee eens dat het onuitlegbaar is wanneer een oliebedrijf als Shell door
belastingontwijking geen winstbelasting betaalt in Nederland, terwijl hun klanten
zich wel blauw betalen aan de pomp? Zo ja, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat
de aandeelhouders van Shell meer belasting gaan betalen en mensen aan de pomp minder?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De hoogte van de brandstofprijs aan de pomp kan niet rechtstreeks worden vergeleken
met de vennootschapsbelastingpositie van een onderneming. Voor het jaar 2027 heeft
het kabinet opnieuw middelen gereserveerd voor een tijdelijke verlaging van de brandstofaccijnzen.
Verder kan ik vanwege artikel 67 AWR geen uitspraken doen over specifieke bedrijven.
Belastingheffing bij ondernemingen en accijnzen en btw op brandstoffen kennen een
verschillende grondslag en doelstelling.
Vraag 9
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat belastingontwijking harder wordt aangepakt,
waardoor bedrijven zoals Shell eindelijk wél winstbelasting gaan betalen in Nederland?
Antwoord 9
Zoals in de beantwoording van vraag 1 is uiteengezet zijn er in de afgelopen periode
verschillende maatregelen genomen om belastingontwijking te bestrijden. Nederland
is daar effectief in geweest, zoals blijkt uit de monitoringsbrief waar ik in de beantwoording
eerder naar verwezen heb. Mede vanwege deze aanpak krijgt Nederland ook geen landenspecifieke
aanbeveling meer van de Europese Commissie om belastingontwijking aan te pakken. Ook
het IMF geeft aan dat Nederland de goede maatregelen heeft genomen. In de volgende
monitoringsbrief zal ik hier ook weer aandacht aan besteden.
Vraag 10
Wat is de positie van Nederland ten opzichte van het initiatief van een groep Afrikaanse
landen om te komen tot een mondiaal belastingverdrag?
Antwoord 10
Nederland steunt de doelstellingen achter het ontwikkelen van een VN-raamwerkverdrag
over internationale belastingsamenwerking, namelijk het versterken van de inclusiviteit
en effectiviteit van internationale belastingsamenwerking.5 Hiertoe zet Nederland zich in de onderhandelingen in voor een breed gedragen resultaat.
De opzet van een raamwerkverdrag moet basisafspraken en een samenwerkingsstructuur
bevatten. De huidige concepttekst van het VN-raamwerkverdrag bevat echter concrete
afspraken waaronder afspraken die heffingsrechten verdelen over inkomen van burgers
en bedrijven. De huidige opzet van het VN-raamwerverdrag is daarmee gericht op onderwerpen
waaraan veel VN-lidstaten zich in een multilateraal raamwerkverdrag niet kunnen binden.
Nederland staat daarom nog niet achter deze huidige opzet. De focus in de onderhandelingen
op bindende afspraken over de verdeling van heffingsrechten kan resulteren in een
raamwerkverdrag dat een groot aantal VN-lidstaten niet kan ondertekenen, waarmee de
inspanningen de komende jaren tevergeefs zouden zijn. Om deze bezwaren weg te nemen,
heeft Nederland samen met de andere EU-lidstaten een aantal voorstellen gedaan. De
essentie van die voorstellen is dat de focus in het raamwerkverdrag gericht moet zijn
op afspraken die breed worden gedragen. Alleen op die manier kan een groot deel van
het VN-lidmaatschap een effectief raamwerkverdrag overeenkomen en tot een succes voor
de praktijk maken. Deze voorstellen zijn vooralsnog niet overgenomen. In het vervolgproces
ziet Nederland nog altijd ruimte voor een goede uitkomst en zal Nederland zich blijven
inzetten om tot een breed gedragen raamwerkverdrag te komen. Dit project is overigens
niet primair gericht op de bestrijding van belastingontwijking, al wordt er wel gewezen
op het belang van bestrijding van onwettige geldstromen.
Vraag 11
Wilt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën