Nota van wijziging : Tweede nota van wijziging
36 880 Wijziging van de Wet milieubeheer en enkele andere wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/1157 van het Europees parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, ter gedeeltelijke implementatie van een daaraan gerelateerde richtlijn, ter aanvullende implementatie van Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en in verband met het opnemen van een grondslag voor de uitvoering van Verordening (EU) 2023/1542 van het Europees parlement en de Raad van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen (Wet uitvoering EU-verordening overbrenging van afvalstoffen en implementatie enkele andere EU-rechtshandelingen)
Nr. 8
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 2 september 2026
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel I wordt na onderdeel L een onderdeel ingevoegd, luidende:
La
Aan artikel 11a.2, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: In een maatregel
als bedoeld in de eerste zin kunnen regels over werkzaamheden met betrekking tot producten
mede worden gesteld in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens
of de zorg voor de veiligheid van producten.
B
Artikel III vervalt.
C
In artikel VI, eerste en tweede lid, wordt «G en M» vervangen door «G, La en M».
Toelichting
Onderdeel A (wijziging Wet milieubeheer)
Het wetsvoorstel voorziet (onder meer) in een verbreding van de grondslag in artikel
9.5.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer voor het stellen van regels over producten.
Dit is nodig om de regels ter uitvoering van de Europese Batterijenverordening1 in lagere regelgeving op grond van de Wet milieubeheer te kunnen opnemen. Gebleken
is dat voor een volledige uitvoering van de Batterijenverordening in lagere regelgeving
op grond van de Wet milieubeheer niet alleen de grondslag in artikel 9.5.2, eerste
lid, van de Wet milieubeheer moet worden verbreed, maar ook de grondslag in artikel
11a.2, eerste lid, van die wet. Om deze omissie te herstellen wordt in onderdeel A
een wijziging van artikel 11a.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer voorgesteld.
Aan artikel 11a.2, eerste lid, wordt een zelfde zin toegevoegd als aan artikel 9.5.2,
eerste lid, om duidelijk te maken dat regels over producten op grond van deze bepaling
niet alleen kunnen worden gesteld ter bescherming van het milieu, maar ook ter bescherming
van de menselijke gezondheid en met het oog op de veiligheid van producten. In paragraaf
6 van de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel en in de antwoorden op de vragen
49 en 50 in de nota naar aanleiding van het verslag is reeds toegelicht waarom het
van belang is dat de regels ter uitvoering van de Batterijenverordening volledig op
grond van de Wet milieubeheer worden gesteld en niet ook gedeeltelijk op grond van
de Warenwet.
De verbreding van de grondslag in artikel 11a.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer
is specifiek nodig om regels te kunnen stellen ter uitvoering van de onderdelen van
de Batterijenverordening die gaan over de conformiteitsbeoordeling (certificering)
van batterijen. De conformiteitsbeoordeling heeft betrekking op alle aspecten van
batterijen die in de Batterijenverordening worden geregeld, dus niet alleen ter bescherming
van het milieu, maar ook ter bescherming van de menselijke gezondheid en met het oog
op de veiligheid. Er zijn onder meer uitvoeringsregels nodig om toezicht te kunnen
houden op de nakoming van de verplichtingen die conformiteitsbeoordelingsinstanties
hebben op grond van de Batterijenverordening en om zo nodig handhavend te kunnen optreden
ingeval van overtreding van die verplichtingen. Ook moet een nationale instantie worden
aangewezen die conformiteitsbeoordelingsinstanties aanmeldt bij de Europese Commissie
(de zogenaamde aanmeldende autoriteit). Voordat een besluit over aanmelding van een
conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt genomen, vindt een accreditatie plaats door
de Raad voor Accreditatie. Om dit te kunnen regelen is een verbreding van de reikwijdte
van de grondslag voor het stellen van uitvoeringsregels nodig.
Onderdeel B (wijziging Wet belastingen op milieugrondslag)
In onderdeel B wordt voorgesteld om artikel III van het wetsvoorstel te laten vervallen.
Artikel III voorziet in de technische aanpassing van een aantal bepalingen van de
Wet belastingen op milieugrondslag, waarmee die bepalingen in lijn worden gebracht
met de herziene Europese verordening overbrenging van afvalstoffen (EVOA 2024). In
afstemming met het Ministerie van Financiën worden de betreffende wijzigingen verplaatst
naar het voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere
wetten (Overige fiscale maatregelen 2027). Artikel III kan daarom uit het onderhavige
wetsvoorstel worden geschrapt.
Onderdeel C (wijziging inwerkingtredingsbepaling)
Onderdeel C bevat een technische aanpassing van de inwerkingtredingsbepaling van het
wetsvoorstel. Deze aanpassing is nodig vanwege de in onderdeel A voorgestelde wijziging
van artikel 11a.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Aan de inwerkingtredingsbepaling
wordt een verwijzing naar het nieuwe onderdeel La toegevoegd. Hiermee wordt geregeld
dat de wijziging van artikel 11a.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer in werking
treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de
wet wordt geplaatst, net als de andere bepalingen in het wetsvoorstel die verband
houden met de uitvoering van de Europese Batterijenverordening.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei