Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bolhuis over de obstakels bij integratie voor de buitenlandse partners van Nederlanders
Vragen van het lid Bolhuis (PRO) aan de Minister van Werk en Participatie over de obstakels bij integratie voor de buitenlandse partners van Nederlanders (ingezonden 25 juni 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie), mede namens de Minister van
Asiel en Migratie (ontvangen 24 augustus 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 2529.
Vraag 1
Deelt u de mening dat Nederlanders die een liefdesrelatie hebben met een niet-EU-inwoner
en aan de inkomenseisen voldoen, de mogelijkheid zouden moeten hebben om samen met
hun geliefde een leven op te bouwen in Nederland, waarbij de niet-Nederlandse partner
zo snel mogelijk zou moeten kunnen inburgeren?
Antwoord 1
Ja, wanneer aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Vraag 2
Deelt u de mening dat praktische obstakels die de vlotte inburgering van deze liefdespartners
in de weg staan, zo veel mogelijk vermeden en opgeheven moeten worden?
Antwoord 2
In zijn algemeenheid wel. Dat wil zeggen: voor zover andere belangen dan die van de
betrokken liefdespartners daardoor niet onevenredig geschaad worden. Het gaat dan
onder meer om het belang van de Nederlandse samenleving dat de vreemdeling die naar
Nederland komt al een zekere kennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving
heeft (Wet inburgering buitenland) en dat van tevoren al is getoetst of hij aan de
toelatingsvoorwaarden voldoet (mvv-vereiste).
Vraag 3
Acht u het wenselijk dat liefdespartners van Nederlanders honderden euro’s kwijt zijn
louter en alleen aan de reiskosten om het basisexamen inburgering in het buitenland
te kunnen afleggen?
Antwoord 3
Het is van belang dat alle examens op een betrouwbare, veilige en objectieve wijze
worden afgenomen. Dit is alleen mogelijk op een diplomatieke Nederlandse post in het
buitenland. Gezien het beperkte aantal locaties van deze posten kan het zijn dat personen
hiervoor moeten reizen. Dat brengt kosten met zich mee: de onwenselijkheid van kosten
die de vreemdeling moet maken weegt echter niet op tegen het borgen van de objectiviteit
en betrouwbaarheid van het examen.
Vraag 4
Is het mogelijk om buitenlandse partners van Nederlanders het basisexamen inburgering
in het buitenland digitaal van op afstand te laten afleggen wanneer er geen examenfaciliteit
in hun stad of dorp beschikbaar is? Zo nee, wat is ervoor nodig om dat wel mogelijk
te maken?
Antwoord 4
Het is op dit moment technisch en organisatorisch niet mogelijk om het basisexamen
inburgering buitenland digitaal af te leggen, anders dan op een diplomatieke post.
Zoals gezegd kan alleen op deze manier gecontroleerd worden op fraude.
Vraag 5
Wat is de gemiddelde doorlooptijd van het basisexamen inburgering in het buitenland?
En wat is de gemiddelde doorlooptijd van de procedure voor een machtiging tot voorlopig
verblijf?
Antwoord 5
Als het gaat om het basisexamen dan verschilt het per diplomatieke post wanneer iemand
daar terecht kan voor het afleggen van een examen. In principe kan iemand binnen enkele
maanden examen doen, uitzonderingen daargelaten. Examens worden door de aanvrager
vaak verder van tevoren aangevraagd zodat diegene zich hier nog op voor kan bereiden.
De gemiddelde doorlooptijd van de mvv-procedure voor gezinshereniging/-vorming bedroeg
in 2025 83 dagen.
Vraag 6
Kan de termijn van acht weken waarover DUO beschikt om de examenuitslag bekend te
maken, ingekort worden? Zo ja, met hoeveel weken? Zo nee, wat precies staat een inkorting
in de weg?
Antwoord 6
Nee. De termijn van maximaal acht weken heeft te maken met het examenonderdeel Spreekvaardigheid.
Dit onderdeel wordt nagekeken door menselijke beoordelaars, waarbij elke beoordelaar
in principe maar 2 opgaven mag beoordelen, om te komen tot een uitslag met een hoge
betrouwbaarheid. Dit proces vergt al snel 4 á 5 weken, dat is op dit moment ook de
gemiddelde beoordelingstermijn. Om ook uitschieters op te kunnen vangen is de maximale
termijn op 8 weken gesteld.
Vraag 7
Hoe verhoudt de lange duurtijd van de combinatie van het basisexamen inburgering in
het buitenland plus de procedure voor een machtiging tot voorlopig verblijf zich tot
het recht op gezinsleven uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van
de Mens (EVRM), wanneer aan alle inkomens- en huisvestingseisen wordt voldaan, en
wanneer de wachttijd in de praktijk samenvalt met perioden waarin echtgenoten elkaar
door visumtellingen niet eens fysiek mogen ontmoeten?
Antwoord 7
Een lidstaat heeft de taak om zorgvuldig te toetsen of aan al de toelatingsvoorwaarden
voor gezinshereniging is voldaan. De EU-richtlijn gezinshereniging (EG 2003/86) geeft
lidstaten daarvoor maximaal negen maanden de tijd. In Nederland is de wettelijke beslistermijn
voor gezinshereniging maximaal 90 dagen en bij statushouders negen maanden. Hier wordt
aan voldaan. Van schending van artikel 8 van de EVRM is dus geen sprake.
Een fysieke ontmoeting tussen echtgenoten is mogelijk buiten Nederland. Vreemdelingen
die visumvrij (voor kort verblijf) zijn kunnen dit ook in Nederland doen (gedurende
de vrije termijn). Bij visumplichtige vreemdelingen ligt dat genuanceerder. Bij de
beoordeling van de aanvraag van een visum kort verblijf wordt door Buitenlandse Zaken
in overweging genomen of er een duidelijk en concreet motief is om tijdens de lopende
mvv-procedure naar NL te reizen, of de reden legitiem en goed onderbouwd is, en of
het verblijfsdoel van de mvv-aanvraag relevant is voor de beoordeling van de aanvraag
om het visum kort verblijf.
Vraag 8
Is het mogelijk bij het inplannen van het basisexamen inburgering in het buitenland
al het proces voor een machtiging tot voorlopig verblijf op te starten, zodat deze
processen parallel lopen en mensen dus niet onnodig lang hoeven te wachten? Zo nee,
wat concreet staat dat in de weg?
Antwoord 8
Nee, dat is niet mogelijk. Een geslaagd basisexamen inburgering buitenland is noodzakelijk
voor de mvv-aanvraag. Zonder dit document is er sprake van een incomplete aanvraag.
Voor de IND is het inefficiënt en onwenselijk om een niet-complete aanvraag toch te
behandelen en vervolgens te wachten tot het ontbrekende diploma wordt overgelegd.
De IND moet dan twee keer de aanvraag behandelen. Bovendien bestaat het risico dat
het diploma nooit wordt overgelegd omdat het niet is gehaald.
Vraag 9
Op welke objectieve gronden zijn partners uit Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland,
Vaticaanstad, Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea of
Zwitserland vrijgesteld van het basisexamen buitenland, terwijl partners uit andere
landen deze eis wel krijgen opgelegd? Is dit onderscheid nog te rechtvaardigen?
Antwoord 9
Op grond van buitenlands-politieke en economische redenen zijn bovengenoemde landen
vrijgesteld van het basisexamen buitenland. Nederland vindt het wenselijk dat burgers
van deze landen op een snellere en eenvoudiger wijze toelating tot Nederland kunnen
krijgen. Het kabinet meent dat genoemde redenen een voldoende rechtvaardigingsgrond
is voor het onderscheid dat gemaakt wordt in het mvv-vereiste, conform de EU-richtlijn
gezinshereniging (EG 2002/86).1
Overigens heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State prejudiciële
vragen over precies deze kwestie gesteld aan het Hof van Justitie van de EU (C-394–25,
Volta).
Vraag 10
Overweegt u de vrijstelling van het basisexamen inburgering in het buitenland uit
te breiden naar andere landen wanneer het gaat om de liefdespartners van Nederlanders?
Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Het kabinet overweegt geen uitbreiding van de vrijstelling van het basisexamen inburgering
in het buitenland.
Het kabinet hecht eraan dat gezinsmigranten, die mvv-plichtig zijn, een zekere kennis
van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving hebben, voordat zij naar Nederland
komen om hier te verblijven.
Vraag 11
Is het kabinet bereid te onderzoeken of inburgering in Nederland zelf, onder begeleiding
van de Nederlandse echtgenoot en familie, een gelijkwaardig of beter alternatief kan
zijn voor het examen in het buitenland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Nee, dit voorstel wordt als niet wenselijk gezien. Zoals geantwoord op vraag 10 en
toegelicht in de Memorie van Toelichting bij de wet inburgering buitenland, hecht
het kabinet eraan dat gezinsmigranten, die mvv-plichtig zijn, een zekere kennis van
de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving hebben voordat zij naar Nederland
komen om hier te verblijven. Het voorgestelde alternatief is daarmee strijdig.
Vraag 12
Hoe weegt het kabinet de mentale en relationele schade van maandenlange gedwongen
scheiding mee in de proportionaliteitstoets? Welke maatregelen zal het kabinet nemen
om een vlottere inreis en integratie van liefdespartners van Nederlanders te garanderen
om dit soort mentale en relationele schade te voorkomen?
Antwoord 12
Het kabinet onderkent dat langdurige scheiding van partners mentale en relationele
impact kan hebben. Tegelijkertijd moeten toelatingsprocedures objectief, uitvoerbaar
en juridisch houdbaar zijn. Omdat de mate van mentale en relationele impact per persoon
sterk kan verschillen en niet op een objectieve manier vast te stellen is, kan dit
geen afzonderlijk criterium zijn binnen de toelatingsprocedure.
Vraag 13
Kunt u iedere vraag afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 13
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie -
Mede namens
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.