Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het bericht 'Werknemers vallen volgens de vakbond bijna flauw op de werkvloer'
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Werknemers vallen volgens de vakbond bijna flauw op de werkvloer» (ingezonden 26 juni 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie) (ontvangen 10 juli 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Werknemers vallen volgens de FNV bijna flauw op de
werkvloer. Welke rechten hebben ze?»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben op de hoogte van de inhoud van dit artikel.
Vraag 2
Bent u het met de FNV eens dat het een slechte zaak is dat er in het Arbobesluit alleen
staat dat de temperatuur op de werkplek «niet nadelig» mag zijn voor de gezondheid
van de werknemer? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waar vindt u dat de wetgeving tekortschiet?
Antwoord 2
Ja. Ik ben het hierover eens met de FNV.
De Arbeidsinspectie heeft in 2023 een verkenning uitgevoerd naar hittestress. In deze
verkenning wijst de Arbeidsinspectie erop dat artikel 6.1 van het Arbobesluit alleen
de factor temperatuur benoemt en niet ingaat op factoren als luchtvochtigheid, luchtverplaatsing
en straling. Dit kan ertoe leiden dat bij werkgevers andere relevante (bron)maatregelen
niet of minder snel in beeld komen. In de reactie hierop in de Verzamelbrief van 18 juni
20242 wordt dit bevestigd. Het gaat hier om onderliggende factoren die beïnvloeden wat
het effect is van de temperatuur op de werkplek op de gezondheid. Een werkgever moet
deze factoren wel in beschouwing nemen. De regelgeving zal daarom op dit punt worden
verduidelijkt, door in artikel 6.1 op te nemen dat werkgevers bij het nemen van (bron)maatregelen
ook rekening moeten houden met factoren als de luchttemperatuur, de luchtvochtigheid,
de stralingstemperatuur en de luchtsnelheid. Hieraan wordt momenteel gewerkt.
Vraag 3
Welke misstanden heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie de afgelopen vijf jaar geconstateerd
rond werken in de hitte?
Antwoord 3
De Arbeidsinspectie voerde in 2023 een verkenning uit naar hittestress. Deze verkenning
was op basis van 28 inspecties in risicosectoren. Het onderzoek geeft als indicatief
beeld dat werkgevers en werknemers zich grotendeels bewust zijn van de negatieve gevolgen
van werken onder hoge buitentemperaturen en van de blootstelling aan Uv-straling.
Ongeveer twee derde van de werkgevers geeft aan beleid of afspraken te hebben, meestal
in de vorm van een hitteplan of een hitteprotocol, met maatregelen als drinkpauzes
en tropenroosters. Wel ontbreekt het soms aan kennis om het risico op hittestress
goed vast te stellen of is er sprake van een verouderde of onvolledige Risico-inventarisatie
en -evaluatie (RI&E).
Arbo in Bedrijf 2024–20253 kijkt breder naar alle bedrijven, dus niet alleen naar risicosectoren. Daarin wordt
geconstateerd dat het risico «werken in warme omstandigheden» buiten bij 10 procent
van de bedrijven aanwezig is en binnen bij 13%. Bij 16% van de bedrijven waar het
risico aanwezig is, is dit niet adequaat beheerst. Als het risico aanwezig is, hebben
werkgevers in 95% van de gevallen wel één of meer maatregelen getroffen, waarvan 49%
aan de bron, 53% technisch, 72% organisatorisch en 67% persoonlijk.
Vraag 4
Hoeveel bedrijven komt de Nederlandse Arbeidsinspectie tegen waar helemaal geen hitteplan
is geformuleerd?
Antwoord 4
Op grond van de Arbowet moeten werkgevers zorgen voor een veilige en gezonde werkplek.
Daarbij mag de temperatuur op de werkplek niet nadelig zijn voor de gezondheid van
de werknemer. Het is niet voorgeschreven dat werkgevers een hitteplan moeten hebben.
Als hitte of kou een risico is in het bedrijf, moeten werkgevers dit opnemen in de
RI&E en in het plan van aanpak aangeven welke maatregelen ze gaan nemen. Daarbij kunnen
ze gebruik maken van de tips en adviezen op het Arboportaal. Andere nuttige bronnen
van tips en informatie zijn bijvoorbeeld de website van Volandis, het kennis- en adviescentrum
voor de bouw en infrasector; het SER-dossier werken bij hitte, de FNV Werkklimaat
app en de CNV weerverlet app. Verder kunnen sectoren de aanpak van hittestress opnemen
in hun Arbocatalogi of afspraken opnemen in een cao. Uit de verkenning van de Arbeidsinspectie
in 2023 in een beperkt aantal bedrijven in risicosectoren, komt dat ongeveer twee-derde
van de werkgevers aangeeft beleid of afspraken te hebben, meestal in de vorm van een
hitteplan of hitteprotocol.
Vraag 5
Hoe handhaaft de Nederlandse Arbeidsinspectie op werken in de hitte?
Antwoord 5
De Arbeidsinspectie krijg regelmatig meldingen over werkzaamheden in de hitte. In
2025 waren dat ca. 150 meldingen. Eind juni 2026 heeft de Arbeidsinspectie al meer
meldingen ontvangen dan in heel 2025.
Bij een melding over werken bij hitte, stelt de Arbeidsinspectie extra vragen om te
kunnen beoordelen of er een kans op hittestress is door een te hoge temperatuur in
combinatie met de aard van de werkzaamheden. Met behulp van een objectief weeginstrument
gaat de Inspectie na of er een verhoogde kans is op gezondheidsschade. Daarbij kijkt
de Inspectie naar drie factoren: of er gezondheidsklachten zijn; of het gaat om risicovolle
werkzaamheden en of er risicogroepen werkzaam zijn. Bij een kans op hittestress met
een verhoogde kans op gezondheidsschade neemt een inspecteur de melding in behandeling.
In het onderzoek wordt beoordeeld of de getroffen maatregelen doeltreffend zijn en
of de risico-inventarisatie voldoende aandacht besteedt aan dit onderwerp en aan risicogroepen.
Vraag 6
Vindt u de huidige wetgeving op dit moment toereikend genoeg om te voorkomen dat mensen
in extreme warmte moeten werken? Zo ja, waarom? Zo nee, waar vindt u dat de wetgeving
tekortschiet?
Antwoord 6
Als de temperatuur in een bedrijf een risico vormt voor de gezondheid van de werknemers,
moeten werkgevers dit risico opnemen in de RI&E. In het plan van aanpak geven ze dan
aan welke maatregelen ze gaan nemen. Als met andere (bron)maatregelen het risico niet
voldoende kan worden weggenomen, kan de werkgever het werk volledig stilleggen. Dit
kan al worden bereikt op basis van de huidige wetgeving. Deze is daarvoor dus al toereikend.
De ervaring bij de hittegolf van eind juni 2026 laat zien dat diverse werkgevers hiervoor
hebben gekozen, als dat in hun bedrijf een optie was. Bedrijven gingen dicht, winkels
sloten eerder of helemaal, bezorgtijden werden aangepast en er werd gewerkt volgens
tropenroosters. Wel zal, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, de regelgeving
worden verduidelijkt. Het doel hiervan is dat werkgevers bij het bepalen van maatregelen
ook rekening houden met onderliggende factoren die van invloed zijn op het effect
op de gezondheid van de temperatuur op de werkplek, zoals de impact van een hoge luchtvochtigheid.
Vraag 7
Bent u het ermee eens dat de huidige wetgeving moet worden aangepast om duidelijkere
normen en maatregelen rond werken in de hitte te verankeren? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, wat gaat u hieraan doen?
Antwoord 7
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2, zal de regelgeving worden verduidelijkt zodat
duidelijker is welke factoren in beschouwing moeten worden genomen bij het bepalen
van maatregelen. Daarnaast zal ik het tweede lid van artikel 6.1 van het Arbobesluit
intrekken. Dit lid is strijdig met de arbeidshygiënische strategie uit artikel 3 van
de Arbowet. Het lid noemt als eerst te nemen maatregelen het bieden van persoonlijke
beschermingsmiddelen aan werknemers. Pas daarna worden andere maatregelen, hoger in
de arbeidshygiënische strategie, genoemd. Ook dit is een verduidelijking; werkgevers
kunnen niet gelijktijdig aan beide regels voldoen.
Vraag 8
Hoe staat u tegenover het idee van de FNV om een norm voor hittestress op te nemen
in de Arbowet waarbij de kerntemperatuur van het lichaam niet boven de 38 graden mag
komen?
Antwoord 8
Ik ben daar geen voorstander van. Werkgevers moeten op grond van de Arbowet rekening
houden met de specifieke omstandigheden. Dat bereik je niet met zo’n norm. Verder
heeft de Gezondheidsraad in 2011 een Briefadvies over hittestress uitgebracht.4 Daarin geeft de Raad aan dat een gezondheidskundige grenswaarde in de vorm van een
lichaamskerntemperatuur op individueel niveau niet mogelijk is. Daarvoor fluctueert
de lichaamskerntemperatuur binnen een persoon en tussen personen te veel. Bovendien
is inwendige vaststelling van de lichaamskerntemperatuur in het rectum, de slokdarm
en het maagdarmstelsel te prefereren boven metingen onder de tong, in de oksel of
in het oor. Maar inwendige metingen zijn lastig, gevoelig voor de inname van koude
of warme dranken en gaan gepaard met ongemak voor de werknemer. Inwendig vaststellen
is overigens ook in strijd met artikel 11 van de Grondwet, het recht op de onaantastbaarheid
van het menselijk lichaam.
Vraag 9
Bent u van plan een norm voor hittestress op te nemen in de Arbowet? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 9
Ik ben op dit terrein niet voor normen of grenswaarden. Er zijn geen normen die voor
iedere persoon en voor elke situatie gelden. De invloed van temperatuur op het lichaam
verschilt onder meer door luchtvochtigheid, zonnekracht, wind, kleding, de zwaarte
van het werk, de gezondheid. Dit is niet te vertalen in een algemene norm, die in
alle gevallen geldt. Er zijn diverse landen die wel zo’n systeem hanteren. Daarbij
gaat het veelal om systemen die over een enkele situatie gaan zoals buiten werken,
of er zijn complexe systemen met meerdere normen. Als sprake is van een hoge hitte
moeten werkgevers en werknemers er samen voor zorgen dat er gezond en veilig kan worden
gewerkt.
Vraag 10
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 10
Deze vragen zijn afzonderlijk beantwoord.
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.