Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3452)
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3459
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 10 juli 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen
voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de Geannoteerde agenda voor
de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3452) en het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 juni 2026 (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3451).
De vragen en opmerkingen zijn op 6 juli 2026 aan de Minister voorgelegd. Bij brief
van 10 juli 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Klaver
Adjunct-griffier van de commissie, Muller
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en Antwoord / Reactie van de Minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 13 juli 2026. Deze leden hebben hierover de volgende
vragen en opmerkingen.
Voor deze leden staat één ding boven al het andere: Oekraïne moet in de strijd kunnen
blijven, en de Oekraïense strijdkrachten moeten in staat worden gesteld het huidige
momentum op het slagveld vast te houden. Iedere Europese inspanning, financieel, militair
of diplomatiek, zou wat deze leden betreft aan die opgave getoetst moeten worden.
Zij staan dan ook positief tegenover creatieve oplossingen wanneer die daaraan bijdragen.
Deze leden hebben kennisgenomen van de brief van de Oekraïense Minister van Defensie
Fedorov, waarin hij aangeeft dat aanvullende financiering nodig is om het initiatief
op het slagveld te behouden, onder meer door inzet van de resterende middelen uit
de Europese Vredesfaciliteit en aanpassing van het EUMAM-mandaat zodat trainingen
ook op Oekraïens grondgebied kunnen plaatsvinden. Hoe beoordeelt het kabinet deze
voorstellen?
1. Antwoord van het kabinet
Steun aan Oekraïne, waaronder militaire steun, is en blijft voor het kabinet een prioriteit.
Steun in EU-verband heeft het voordeel dat de lasten eerlijk worden verdeeld onder
de EU-lidstaten. Het is positief dat Hongarije de blokkade op militaire steun via
de Europese Vredesfaciliteit (EPF) heeft opgeheven. Over de besteding van de EUR 6,6
mld. die hierdoor vrijkomt vindt momenteel besluitvorming plaats in Brussel. Nederland
zet zich in voor een combinatie van compensatie voor reeds geleverde steun, nieuwe
steun aan Oekraïne en het reserveren van voldoende middelen voor EUMAM Oekraïne. Compensatie
van geleverde steun is belangrijk voor het vertrouwen van lidstaten in het EPF-instrument.
De onderhandelingen ten aanzien van de aanpassing van het EUMAM-mandaat gaan dit najaar
van start. Voor de Nederlandse positiebepaling staan de noden en wensen van Oekraïne
voorop. Nederland zal zich daarom constructief opstellen ten aanzien van de voorstellen
over EUMAM.
Is het kabinet bereid zich in de Raad actief in te zetten voor besteding van de gereserveerde
6,6 miljard euro aan nieuwe militaire leveranties, in plaats van uitsluitend aan compensatie
van eerdere steun? Is het kabinet tevens bereid steun te geven aan aanpassing van
het EUMAM-mandaat, zodat trainingen ook in Oekraïne zelf kunnen plaatsvinden?
2. Antwoord van het kabinet
Zie beantwoording van vraag 1.
De leden van de D66-fractie constateren dat de EU er bij de vorige Europese Raad voor
heeft gekozen Oekraïne via gezamenlijke leningen van 90 miljard euro te steunen, in
plaats van via een reparatielening op basis van de circa 180 miljard euro aan bevroren
Russische tegoeden. Blijft het kabinet zich onverkort inzetten voor het vrijmaken
en inzetten van deze tegoeden ten behoeve van Oekraïne?
3. Antwoord van het kabinet
Het blijft noodzakelijk om Oekraïne te blijven steunen. De noden blijven urgent en
groot. Het kabinet zal conform de conclusies van de Europese Raad van december jl.
blijven pleiten voor het verkennen van opties voor de inzet van de geïmmobiliseerde
Russische centrale banktegoeden, hierbij is van belang dat 1) de opties financieel
en juridisch houdbaar zijn; 2) juridische en uitvoeringstechnische risico’s en lasten
gezamenlijk worden gedragen; en 3) eventuele stappen in EU-verband worden gezet en
in nauwe samenwerking met de G7 genomen worden. Tijdens de Ecofinraad van 5 mei jl.
en Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei jl. hebben enkele lidstaten, waaronder Nederland,
gepleit voor voortzetting van het gesprek over het gebruik van de geïmmobiliseerde
Russische centrale banktegoeden. Dit is in lijn met het regeerakkoord en de motie
Dassen1 en met inachtneming van het krachtenveld in de Raad, waaronder de zorgen van andere
specifieke lidstaten. Indien nadere voorstellen volgen, zal de Kamer hierover via
de gebruikelijke routes worden geïnformeerd.
Ziet het kabinet creatieve manieren om de juridische en financiële risico's voor België,
en eventuele andere lidstaten waar tegoeden worden aangehouden, weg te nemen, bijvoorbeeld
via gezamenlijke garanties of een eerlijke verdeling van aansprakelijkheid over alle
lidstaten?
4. Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht eraan om de opties voor eventuele inzet van geïmmobiliseerde Russische
centrale banktegoeden zorgvuldig te verkennen, waarbij lastendeling en de financiële
en juridische houdbaarheid van belang zijn. Het uitwerken van deze aspecten is tevens
noodzakelijk voor het verkrijgen van draagvlak in de Raad voor de inzet van geïmmobiliseerde
Russische centrale banktegoeden. In dit licht had Nederland begrip voor de noodzaak
voor bilaterale garanties van lidstaten om eerlijke juridische risicodeling te bewerkstelligen
in het Commissievoorstel van 3 december jl.2 Deze garanties bleken echter onvoldoende om de zorgen van een aantal lidstaten tegemoet
te komen. Indien nieuwe voorstellen volgen, zal de Kamer hierover via de gebruikelijke
routes worden geïnformeerd.
Een andere denkbare route is het onder Europees beheer brengen van deze tegoeden,
zodat de tegoeden niet langer op de balans van één enkele lidstaat of instelling als
Euroclear blijven staan, maar het risico via een Europese constructie collectief wordt
gedragen. Welke van dergelijke opties ondersteunt Nederland concreet in de gesprekken
hierover?
5. Antwoord van het kabinet
Zie het antwoord op vraag 3 en 4. Het kabinet blijft conform de conclusies van de
Europese Raad van december jl. pleiten voor het verkennen van opties voor de inzet
van de geïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden, waarbij het van belang is
dat 1) de opties financieel en juridisch houdbaar zijn; 2) juridische en uitvoeringstechnische
risico’s en lasten gezamenlijk worden gedragen; en 3) eventuele stappen in EU-verband
worden gezet en in nauwe samenwerking met de G7 genomen worden. Het kabinet steunt
het verkennen van constructies die aan bovenstaande voldoen, waarbij ook de motie
van het lid Dassen3 in acht wordt genomen.
Deze leden vernemen dat Bulgarije dreigt het 21e sanctiepakket te blokkeren vanwege
de voorgestelde sancties tegen patriarch Kirill en de voormalig Lukoil-topman Alekperov.
Is het kabinet bereid zich onverminderd hard te maken voor handhaving van beide sancties,
en welke stappen onderneemt het om het Bulgaarse verzet weg te nemen zonder concessies
te doen op de inhoud van het pakket?
6. Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich in voor een snelle aanname van een zo substantieel mogelijk 21e sanctiepakket. Vanwege de vertrouwelijkheid kan niet worden ingegaan op lopende onderhandelingen.
Volgens het kabinet moet dit pakket zich richten op het verder ondermijnen van het
Russische verdienvermogen op internationale energiemarkten, het tegengaan van de schaduwvloot
en het financieel verder isoleren van Rusland.
Deze leden zijn daarnaast van mening dat het 21e sanctiepakket een gemiste kans dreigt
te worden zolang aluminiumoxide erbuiten blijft. Zij wijzen erop dat de Ierse fabriek
Aughinish Alumina in het eerste kwartaal van 2026 83 procent van haar productie naar
Rusland exporteerde, de hoogste hoeveelheid sinds het begin van de oorlog, en dat
dit aluminiumoxide via Siberische smelterijen in de Russische wapenindustrie terechtkomt
en direct wordt gebruikt voor raketten en drones. Hoewel deze leden zich sterk kunnen
vinden in de Ierse agenda voor het voorzitterschap, vinden zij deze aanhoudende export
én de geprioriteerde steun aan Oekraïne moreel en beleidsmatig niet met elkaar te
verenigen. Is het kabinet bereid dit tijdens de RBZ nadrukkelijk aan de orde te stellen
en Ierland hier direct op aan te spreken? En is het kabinet bereid te pleiten voor
opname van aluminiumoxide in aankomende sanctiepakketten?
7. Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich doorlopend in voor het verzwaren van de sancties tegen Rusland.
Het kabinet is bereid in aanloop naar een volgend sanctiepakket te onderzoeken of
en hoe het huidige sanctieregime aangescherpt kan worden om het verdienvermogen van
de Russische aluminiumsector verder te ondermijnen en zich in EU-verband hiervoor
in te zetten.
De leden van de D66-fractie hopen dat Nederland deze zomer concrete stappen zet om
de gevaarlijke Russische schaduwvloot op de Noordzee daadwerkelijk te handhaven, zeker
na recente bevindingen dat de drones die eind vorig jaar onder meer boven vliegbasis
Volkel werden waargenomen, werden aangestuurd vanaf schepen die tot deze schaduwvloot
behoren. Kan het kabinet toelichten welke stappen op dit moment concreet worden gezet?
En op welke termijn verwacht het kabinet nationale wetgeving ter bevordering van de
handhaving van de schaduwvloot te kunnen presenteren?
8. Antwoord van het kabinet
Het kabinet streeft ernaar de conceptwetgeving na de laatste Ministerraad voor het
zomerreces (van het Kabinet) ter advisering voor te leggen aan de Raad van State.
De verwachting is dat snel na het zomerreces het wetsvoorstel aan uw Kamer kan worden
aangeboden. Er vinden reeds controles plaats in de Nederlandse exclusieve economische
zone (EEZ) voortvloeiend uit de handhavingstaken van de Kustwacht op het gebied van
maritieme veiligheid en de bescherming van (onderzeese) kritieke infrastructuur. Daarnaast
wordt ook regelmatig gecontroleerd op verzekerings- en eigendomspapieren, vlaggenstaatregistraties
en andere zaken. Over concrete operationele aanpak van de schaduwvloot kan ik op deze
plek niet verder ingaan omwille van nationale veiligheidsoverwegingen.
Naast fysieke handhaving vragen deze leden welke stappen het kabinet ziet om veelgebruikte,
of vals gebruikte, vlaggenstaten van de schaduwvloot aan te spreken en te ontmoedigen.
Ziet het kabinet iets in het voorstel voor een EU-risico-listing van landen waarvan
transacties gepaard gaan met een verhoogd risico op het faciliteren van de schaduwvloot,
naar voorbeeld van de bestaande EU-lijst voor witwassen en terrorismefinanciering?
Een dergelijke lijst zou financiële instellingen kunnen waarschuwen en zo veelgebruikte
vlaggenstaten kunnen ontmoedigen, zo denken deze leden.
9. Antwoord van het kabinet
Het tegengaan van de schaduwvloot is voor het kabinet een prioriteit. Dit gebeurt
langs meerdere sporen, o.a. door gerichte sanctionering van betrokken schepen en ondersteunende
ecosystemen, en door versterkte handhaving door kuststaten.
Specifiek ten aanzien van de rol van vlagstaten zet Nederland in op het identificeren
en adresseren van valse vlagregisters, het aangaan van de dialoog met vlaggenstaten
en vlagregisters en het bevorderen dat deze landen en registers hun verantwoordelijkheid
nemen ten aanzien van schaduwvlootschepen.
Het tegengaan van de schaduwvloot is voor het kabinet van groot belang, gezien de
rol die de schaduwvloot speelt in het structureel ondermijnen van sancties en het
faciliteren van de Russische oorlogsmachine. Tegelijkertijd roept het voorstel voor
een formele hoogrisicolijst van vlaggenstaten verschillende beleidsmatige en praktische
bezwaren op.
De meerwaarde van een aparte hoogrisicolijst is miniem. Er bestaan namelijk al internationale
IMO-mechanismen voor toezicht op vlaggenstaten die wereldwijd toepasbaar zijn. Daarnaast
kunnen binnen de EU individuele schepen op basis van hun IMO-nummer worden gesanctioneerd.
Met beide systemen wordt de beoogde doelgroep al omvat.
Het voorstel moet bovendien worden bezien in het licht van de huidige EU-inzet. EDEO
en verschillende lidstaten zetten momenteel in op diplomatieke samenwerking met vlaggenstaten
die vatbaar zijn voor misbruik. Vlagstaten zijn zich niet altijd bewust dat hun vlagstaat
wordt misbruikt. Er zijn daarom meerdere initiatieven om juist deze vlagstaten te
helpen bewuste vals gevlagde schepen te identificeren en indien mogelijk daarop te
handelen. Een formele EU hoogrisicolijst kan daarbij averechts werken doordat deze
als naming-and-shaming door de EU wordt ervaren.
Ook is de effectiviteit beperkt, omdat schaduwvlootschepen frequent van vlag wisselen.
Dit maakt dat een dergelijke lijst continu moet worden geactualiseerd en daarmee structureel
achter de feiten dreigt aan te lopen.
Een nieuw instrument kost daarnaast veel uitvoerings- en handhavingscapaciteit voor
een onzekere impact en minimale verbetering. Gezien het grote belang dat het kabinet
hecht aan het tegengaan van de schaduwvloot, kiest het kabinet ervoor de beschikbare
capaciteit zo gericht mogelijk in te zetten op maatregelen die aantoonbaar bijdragen
aan een effectieve aanpak van de schaduwvloot.
Het kabinet beziet daarbij alle opties die aantoonbare toegevoegde waarde kunnen hebben.
Vooralsnog bestaat er geen draagvlak voor het instellen van een afzonderlijke EU hoogrisicolijst
voor vlagstaten.
De leden van de D66-fractie zijn voorstander van een grotere Europese rol in de volgende
onderhandelingsronde met Iran. Het Iraanse nucleaire en raketprogramma vormt ook een
directe dreiging voor Europees grondgebied, en Europese betrokkenheid zal essentieel
zijn voor het welslagen van welke economische afspraken dan ook die uit deze onderhandelingen
voortvloeien. Welke concrete stappen zet het kabinet, of is het voornemens te zetten,
om deze grotere Europese rol te bewerkstelligen?
10. Antwoord van het kabinet
Het kabinet staat in voortdurend contact met de relevante partijen over de ontwikkelingen
ten aanzien van de onderhandelingen. Nederland is voorstander van een diplomatieke
oplossing van het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran. Dat ziet het kabinet
uiteindelijk als de enige duurzame oplossing. Hierbij zal moeten worden bezien wat
de onderhandelingen over de verdere uitwerking van het MoU opleveren. Daarbij is van
belang te benoemen dat eventuele afspraken tussen de Verenigde Staten en Iran niet
direct eveneens zullen gelden voor de Europese Unie en Iran. Indien de omstandigheden
daarom vragen, zullen daarover afzonderlijke afspraken tussen de EU en Iran nodig
zijn.
Deze leden maken zich zorgen over de Amerikaanse neiging om de aandacht voor democratische
krachten en mensenrechtenschendingen in Iran naar de achtergrond te laten verdwijnen.
Voor deze leden is het van groot belang dat de mensenrechtensituatie structureel onderdeel
blijft van ieder gesprek met de Iraanse leiding. Kan het kabinet toezeggen zich hiervoor
te blijven inzetten, en zijn huid duur te verkopen wanneer het gaat om het signaleren
van bereidheid tot sanctieverlichting? Deelt het kabinet de opvatting dat te grote
bereidwilligheid op dit punt een verkeerd signaal afgeeft, zolang Iran geen aantoonbare
stappen heeft gezet in het terugdraaien van zijn nucleaire en raketprogramma?
11. Antwoord van het kabinet
De EU voert een autonoom sanctiebeleid. Naast nucleaire sancties kent de EU afzonderlijke
sanctieregimes die zijn gericht op de Iraanse UAV- en raketindustrie, militaire steun
aan Rusland, destabiliserende activiteiten in de regio en mensenrechtenschendingen.
Zolang Iran zich aan dergelijke gedragingen schuldig blijft maken en geen concrete
verifieerbare stappen zet, ligt sanctieverlichting niet voor de hand en blijft Nederland
de mensenrechtensituatie in Iran, evenals de andere onderwerpen, hoog op de agenda
houden.
Deze leden vragen het kabinet opnieuw actief te pleiten voor een EU-breed handelsverbod
met illegale nederzettingen. Kan het kabinet de laatste stand van zaken geven van
het door HV Kallas gevraagde overzicht van handelsmaatregelen, en zet het zich in
voor spoedige besluitvorming hierover tijdens deze Raad?
12. Antwoord van het kabinet
De Commissie heeft de toegezegde opties en de door Nederland aan de Commissie gevraagde
beoordeling van de reikwijdte van kwesties die verband houden met de oorsprongsregels
van producten uit de onrechtmatige nederzettingen zeer recentelijk met EU-lidstaten
gedeeld, het kabinet bestudeert deze voorafgaand aan de RBZ om een positie te kunnen
bepalen.
Deze leden herhalen eveneens dat Nederland voorstander is van het opschorten van het
handelsdeel van het associatieverdrag met Israël, en vragen het kabinet te blijven
inzetten op het vinden van een gekwalificeerde meerderheid hiervoor. Het recente VN-rapport,
waarin de Onafhankelijke Onderzoekscommissie concludeert dat Israël doelbewust Palestijnse
kinderen heeft geviseerd en gedood, en waaruit blijkt dat Israël voor het derde jaar
op rij op de VN-lijst voor ernstige schendingen tegen kinderen in gewapende conflicten
staat, zou hiervoor wat deze leden betreft een nieuwe impuls moeten zijn. Deelt het
kabinet die opvatting, en is het bereid dit rapport nadrukkelijk te betrekken bij
de Nederlandse inzet tijdens deze Raad?
13. Antwoord van het kabinet
Nederland blijft zich inzetten voor het realiseren van draagvlak voor EU-maatregelen,
waaronder het gedeeltelijk opschorten van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord.
Momenteel is hier geen draagvlak voor. De situatie op de grond blijft voor de noodzaak
van maatregelen leidend, waaronder ook het schrijnende beeld dat naar voren komt uit
het VN-rapport.
Deze leden pleiten daarnaast voor meer eenheid in het beleid van de Europese Commissie
en de Europese Dienst voor Extern Optreden ten aanzien van Israël. Zij constateren
met zorg dat Israël na vermeende kritische uitspraken van HV Kallas geen contact meer
met haar wil, terwijl Eurocommissaris Šuica kort daarna wél welkom was voor een bezoek.
Wat deze leden betreft verdient een strengere lijn de voorkeur boven warme bezoeken
die weinig druk of resultaat opleveren. Hoe kijkt het kabinet hiernaar, en is het
bereid te pleiten voor een meer uniforme, duidelijke opstelling van de Commissie en
de EDEO?
14. Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze ontwikkelingen. Het kabinet onderstreept
het belang van dialoog, ook door vertegenwoordigers van de EU. Dialoog is zowel in
het belang van Israël als de EU.
De EU heeft opgeroepen tot terugtrekking van alle troepen uit Libanees grondgebied
en het ontwapenen van niet-statelijke gewapende groepen. Hoe kijkt het kabinet naar
de volgordelijkheid van deze afspraken, zo vragen deze leden? Voorts vragen deze leden
hoe Nederland aankijkt tegen een eventuele EU-missie ter ondersteuning van het Libanese
leger na het vertrek van UNIFIL eind 2026. Is het kabinet bereid hieraan bij te dragen,
en zo ja, onder welke voorwaarden?
15. Antwoord van het kabinet
Nederland verwelkomt de getekende kaderovereenkomst tussen Libanon en Israël. Dit
is een belangrijke stap in het diplomatieke proces naar duurzame vrede en stabiliteit,
en het herstellen van de Libanese soevereiniteit en territoriale integriteit.
Nederland onderstreept het belang van duurzame vrede en stabiliteit in Libanon. De
gesprekken over de toekomst van UNIFIL na het aflopen van het mandaat in 2027 zijn
gaande binnen de VN Veiligheidsraad. Het kabinet volgt deze gesprekken nauwgezet en
wacht op concrete voorstellen.
De leden van de D66-fractie vinden het van belang dat de Europese Veiligheidsstrategie
realistisch is over de veranderende rol van de Verenigde Staten. Deze leden menen
dat het verder operationaliseren van artikel 42.7 VEU onderdeel moet zijn van iedere
Europese veiligheidsstrategie, en hechten eraan dat versneld wordt gewerkt aan commandostructuren
waaronder Europese krijgsmachten zo nodig ook onafhankelijk van de Verenigde Staten
kunnen opereren. Ziet het kabinet ruimte om deze thematiek te laten terugkomen in
de Europese Veiligheidsstrategie, en is het bereid zich hiervoor in te zetten?
16. Antwoord van het kabinet
Het kabinet ziet de NAVO als hoeksteen van de collectieve afschrikking en verdediging.
Verdere operationalisering van artikel 42.7 VEU kan de afschrikking en verdediging
van de NAVO versterken, bijvoorbeeld op het terrein van civiele bijstand, sancties
en hybride dreigingen. Zoals in het Strategisch Kompas (2022) overeengekomen is het
wenselijk om de EU-commandostructuren te versterken, met name het militair plannings-
en uitvoeringsvermogen.
Daarnaast zijn deze leden voorstander van hervorming van de Verenigde Naties, waaronder
de VN-Veiligheidsraad, om deze effectiever en representatiever te maken voor de huidige
mondiale verhoudingen. Is het kabinet bereid zich hiervoor actief in te zetten, zowel
in de aanloop naar de 81e zitting van de Algemene Vergadering als daarna?
17. Antwoord van het kabinet
Ja. Hervorming van de VN vormt één van de hoofdthema's van de Koninkrijksinzet voor
de 81e zitting van de Algemene Vergadering, en het kabinet zet zich daar actief voor in
– zowel in de aanloop naar de zitting als gedurende het zittingsjaar. Het Koninkrijk
hecht hieraan omdat alleen een effectievere en representatievere VN een platform kan
zijn dat de veiligheid, welvaart en waarden van mensen wereldwijd helpt beschermen
– in Nederland en daarbuiten. Het Koninkrijk steunt daarom het VN80-initiatief van
de secretaris-generaal en zet zich in voor de uitvoering ervan, ook door erop aan
te dringen dat de nieuwe secretaris-generaal de hervormingsprioriteiten van de lidstaten
voortvarend ter hand neemt. Uw Kamer ontvangt na het zomerreces een Kamerbrief met
de inzet van het Koninkrijk voor de 81e zitting van de Algemene Vergadering.
Het Koninkrijk zet zich in Benelux-verband actief in voor hervorming van de VN-Veiligheidsraad
(VNVR) via de Intergovernmental Negotiations on the question of equitable representation on and
increase in the membership of the Security Council and other matters related to the
Council (IGN). Gedurende het 80e zittingsjaar vervulde het Koninkrijk daarin een actieve,
leidende en zichtbare rol, waarmee ook invulling werd gegeven aan de motie Ceder c.s.
over het pleiten voor hervorming van de VN-Veiligheidsraad (Kamerstuk 26 150, nr. 231). Het Koninkrijk werd voor AVVN80, samen met Koeweit, aangesteld als co-voorzitter
van het IGN-proces. De co-voorzitters engageerden op transparante, open en inclusieve
wijze met het gehele VN-lidmaatschap en presenteerden onder meer een compromisvoorstel
over vaste regionale zetels, om de uiteenlopende posities over de vormgeving van een
hervormde VNVR dichter bij elkaar te brengen. Het Koninkrijk zal zich ook in aanloop
naar en gedurende AVVN81 actief inzetten voor hervorming van de VNVR.
De leden van de D66-fractie zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling
tegemoet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Zij hebben hiertoe nog de volgende vragen
en opmerkingen.
Deze leden onderschrijven het belang van brede en voortgezette steun aan Oekraïne
en steunen de inzet van het kabinet om de druk op Rusland verder op te voeren, onder
meer via sancties en de aanpak van de schaduwvloot.
Wat betreft het 21ste sanctiepakket vragen deze leden de Minister naar de stand van
zaken en de verwachte inhoud hiervan. Kan de Minister aangeven welke concrete maatregelen
het kabinet in dit pakket wil opnemen om de Russische oorlogsmachine verder financieel
te isoleren?
18. Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich in voor zo spoedig mogelijk aanname van een substantieel 21esanctiepakket. Wat het kabinet betreft moet dit pakket zich richten op het verder
ondermijnen van het Russische verdienvermogen op internationale energiemarkten, het
tegengaan van de schaduwvloot en het financieel verder isoleren van Rusland.
In het bijzonder vragen deze leden, onder verwijzing naar de aangenomen motie van
het lid Verkuijlen c.s. (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3407), op welke wijze het kabinet in Europees verband het voortouw neemt om de export
van aluinaarde en aluminium naar Rusland via internationale ketens effectief aan banden
te leggen. Het is voor de leden van de VVD-fractie volstrekt onaanvaardbaar dat Europese
bedrijven via deze indirecte handelsroutes nog steeds bijdragen aan het draaiende
houden van de Russische oorlogsmachine. Wordt deze specifieke grondstoffenrestrictie
meegenomen in de onderhandelingen over het 21ste sanctiepakket?
19. Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich doorlopend in voor het verzwaren van de sancties tegen Rusland.
Het kabinet is bereid in aanloop naar een volgend sanctiepakket te onderzoeken of
en hoe het huidige sanctieregime aangescherpt kan worden om het verdienvermogen van
de Russische aluminiumsector verder te ondermijnen en zich in EU-verband hiervoor
in te zetten.
De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat de effectiviteit van sancties staat
of valt met een slagvaardige uitvoering en handhaving. In dat kader zijn deze leden
grote voorstanders van het oprichten van een krachtige Europese sanctieautoriteit
naar het model van het Amerikaanse OFAC. Een dergelijke centrale instelling kan bijdragen
aan het sneller opleggen van sancties die doelgerichter en moeilijker te omzeilen
zijn. Zij achten het van groot belang dat de versnippering van toezicht over 27 afzonderlijke
lidstaten wordt doorbroken en handhavingsexpertise effectief wordt gebundeld. Zolang
een dergelijke autoriteit echter nog niet bestaat, vragen deze leden de Minister welke
mogelijkheden hij wél ziet voor het verdiepen van de informatiedeling tussen Europese
overheden en diensten. Is er op dit moment bijvoorbeeld informatie waar handhavingsinstanties,
zoals de Nederlandse Douane, nog onvoldoende toegang toe hebben en die hen in de praktijk
zou kunnen helpen om mazen in het net sneller en effectiever te dichten?
20. Antwoord van het kabinet
De effectiviteit van EU-sancties staat of valt met een goede (nationale) uitvoering
en handhaving. Daarom moderniseert het kabinet de Sanctiewet, zijn extra structurele
middelen beschikbaar gesteld aan uitvoeringsorganisaties en zet het kabinet zich in
voor versterkte Europese samenwerking hierop.
Sinds 2022 zijn op Europees niveau verschillende verbeteringen doorgevoerd, zoals
stevigere grondslagen voor gegevensdeling in de sanctieverordeningen en de oprichting
van een nieuw platform voor gegevensuitwisseling tussen de Europese Commissie en de
lidstaten. Ook weten uitvoeringsorganisaties elkaar in de praktijk goed te vinden:
zo heeft de Douane recent, in samenwerking met andere douanediensten en Europol, een
omvangrijke actie tegen sanctieomzeiling uitgevoerd.
Ondanks deze stappen ziet het kabinet ruimte voor verdere samenwerking. Dat geldt
zowel voor de concrete verbeterpunten die zijn opgenomen in het Nederlandse non-paper
over het versterken van de Europese samenwerking4, als voor de mogelijke oprichting van een Europese sanctie-instelling. Een dergelijke
instelling zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen bij risico-identificatie, samenwerking
en gegevensdeling en bij het toezicht op een goede implementatie van sancties in de
lidstaten. Het kabinet verkent – conform coalitieakkoord – de mogelijke taken en inrichting
van een dergelijke sanctie-instelling.
De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland zich internationaal heeft ontwikkeld
tot een koploper op het gebied van dronetechnologie en de inzet van drones ten behoeve
van Oekraïne. Deze leden zijn van mening dat deze voortrekkersrol verder kan worden
uitgebouwd. Ziet de Minister mogelijkheden om de Nederlandse dronecapaciteit en -productie
verder op te schalen, ook in samenwerking met andere lidstaten, en is hij bereid zich
hiervoor tijdens de Raad in te zetten?
21. Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de constatering dat de Nederlandse drone-sector zich in rap tempo
ontwikkelt én daarmee concreet verschil maakt in de steun aan Oekraïne tegen de Russische
agressie. Nederland heeft met het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen
een concreet plan om verder te ontwikkelen en op te schalen5. Uit dit plan vloeit ook ons leiderschap (in samenwerking met Letland, Kroatië, Denemarken
en Spanje) in de Priority Capability Area (PCA) drones & counterdrones voort. Het Ministerie van Defensie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken werken
hecht samen om deze voortrekkersrol verder uit te bouwen, zoals we in de Defensie
Strategie voor Industrie en Innovatie hebben uiteengezet.
In het verlengde hiervan pleit de VVD-fractie nadrukkelijk voor het openbreken van
de gesloten nationale defensiemarkten in Europa. De Nederlandse defensie-industrie
loopt nu nog te vaak vast op protectionisme van andere lidstaten. Een slagvaardige
Europese defensie-industrie vereist juist specialisatie en de bereidheid om de beste
capaciteiten van elkaar af te nemen. Deelt de Minister deze analyse?
22. Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt deze analyse.
In dat licht maken deze leden zich grote zorgen over de protectionistische koers rondom
het Europese defensiefonds SAFE (Security Action for Europe). Mede door stevige Franse
lobby zijn eisen gesteld waardoor Britse defensiebedrijven deels worden buitengesloten,
met als gevolg dat vitale gezamenlijke projecten – zoals de productie van Storm Shadow-raketten
door MBDA – financiering mis kunnen lopen. De leden van de VVD-fractie achten dit
een onverstandige gang van zaken. Om als NAVO te kunnen groeien en Europa veilig te
houden, hebben we de Britse defensie-industrie en grensoverschrijdende toeleveringsketens
keihard nodig. Kan de Minister aangeven hoe hij zich in Europa gaat verzetten tegen
dit soort contraproductief protectionisme en zich wél hard gaat maken voor het structureel
betrekken van Europese NAVO-bondgenoten zoals het Verenigd Koninkrijk bij Europese
defensie-initiatieven?
23. Antwoord van het kabinet
Nederland zet zich consequent in voor voldoende openheid voor derde landen van EU-instrumenten
op het gebied van defensie-industrie. Mede dankzij deze inzet bestaat er bij het SAFE-instrument,
en ook bij de Ukraine Support Loan, de mogelijkheid om een akkoord te sluiten met derde landen waarmee de EU een veiligheids-
en defensiepartnerschap heeft, om hun industrie ruimere toegang te geven tot betreffende
instrumenten. Deze mogelijkheid bestaat daarmee ook voor het VK. Nederland blijft
zich inzetten voor het afsluiten van dergelijke overeenkomsten met het VK en andere
belangrijke partnerlanden. Ook in de lopende onderhandelingen voor het Europees concurrentievermogenfonds
onder het volgende meerjarig financieel kader pleit Nederland steevast voor voldoende
toegang voor de industrie uit derde landen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat zich rond de steun aan Oekraïne inmiddels
een kopgroep van gelijkgestemde landen heeft gevormd. Deze leden zijn van mening dat
deze samenwerking verder moet worden verdiept, onder meer op het gebied van gezamenlijke
defensie-industrie, droneontwikkeling, productiecapaciteit en gezamenlijke inkoop.
Hoe zet het kabinet zich ervoor in om deze kopgroep structureler vorm te geven? Welke
lidstaten ziet de Minister als de meest logische partners? En hoe voorkomt het kabinet
dat besluitvorming binnen de EU de slagkracht van deze samenwerking beperkt?
24. Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderzoekt doorlopend mogelijkheden om met gelijkgestemde partnerlanden
binnen en buiten de EU samen te werken op het gebied van defensie-industrie en gezamenlijke
aankoop. Het kabinet acht het van belang om dit soort samenwerkingsverbanden flexibel
vorm te geven; voor iedere soort industrie- of materieelsamenwerking zijn weer andere
landen de meest opportune samenwerkingspartners. In het algemeen geldt dat het kabinet
met de landen die veel steun aan Oekraïne verlenen intensivering van de samenwerking
in deze domeinen nastreeft. EU-instrumenten kunnen dit soort samenwerkingsverbanden
bevorderen via coördinatie en financiering.
Deze leden wijzen tot slot op de rol van Belarus in het faciliteren van de Russische
agressieoorlog. Deze leden zijn van mening dat de sancties tegen president Loekasjenko
en andere functionarissen onverminderd van kracht moeten blijven en waar nodig dienen
te worden aangescherpt. Is de Minister bereid om tijdens te Raad te pleiten voor aanvullende
sancties tegen Belarus? Welke stappen zet de EU daarnaast om de handhaving van sancties
door lidstaten te verbeteren en omzeiling via derde landen tegen te gaan?
25. Antwoord van het kabinet
Belarus blijft een belangrijke faciliterende rol spelen in de Russische agressieoorlog
tegen Oekraïne. Het kabinet is daarom van mening dat de druk op het Belarussische
regime gehandhaafd moet blijven. Tijdens de aankomende Raad zal het kabinet weer aandacht
vragen voor aanvullende sancties tegen Belarus.
Derde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilen van sancties. Zo kunnen
bijvoorbeeld goederen zonder medeweten van EU producenten onder valse voorwendselen
via derde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ook kunnen adressen in derde
landen worden gebruikt om goederen uit de EU via Rusland door te voeren naar derde
landen. In werkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.
Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij het omzeilen van EU-sancties
met EU-goederen kunnen zij op bijlage IV van de sanctieverordening worden geplaatst.
Daardoor worden er bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen deze entiteiten
volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er een volledig verbod op zakendoen. Daarnaast
kunnen onder het landenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productcategorieën
naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het 20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezant David O’Sullivan bezoekt
regelmatig landen om te spreken over sanctie-omzeiling en betrokken landen waar nodig
hierop aan te spreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan als standaard
onderdeel van de gespreksonderwerpen op alle niveaus.
Deze leden benadrukken ook dat de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz van cruciaal
belang is voor de internationale energiezekerheid en te allen tijde gewaarborgd moet
blijven, conform het internationaal zeerecht. Welke stappen onderneemt de EU, naast
diplomatieke druk, om de vrije doorvaart daadwerkelijk te garanderen?
26. Antwoord van het kabinet
Voor het kabinet blijft het essentieel dat de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz
snel en volledig wordt hersteld. Hiertoe trekt Nederland samen op met Europese partners6 en onderhoudt Nederland nauwe contacten met andere internationale partners. Voorts
speelt de EU een leidende rol op het gebied van sancties en exportbeperkingen tegen
Iran. Hierbij wordt samenwerking gezocht met andere internationale partners. Daarnaast
zijn verschillende EU-lidstaten, waaronder Frankrijk en Nederland, nauw betrokken
bij de Hormuz-coalitie. Volgend op een Nederlands initiatief met vier andere lidstaten
om de mogelijkheid te creëren tot EU sancties op het gebied van vrije doorvaart, is
het Iran UAV/raketsanctieregime uitgebreid met deze mogelijkheid en zijn hieronder
inmiddels drie listings aangenomen.
De leden van de VVD-fractie roepen op tot het voorkomen van verdere escalatie in de
regio en onderstrepen dat de Europese Unie hierbij een actieve rol dient te spelen.
Voor een duurzame vrede is het essentieel dat de terreurbewegingen die bij blijven
dragen aan destabilisatie in de regio aan worden gepakt. Deze leden missen in de geannoteerde
agenda de urgentie op het gebied van terrorismebestrijding. Zij vragen de Minister
welke concrete stappen het kabinet tijdens de Raad zal zetten om in EU-verband de
druk op te voeren voor aanvullende sancties tegen terreurorganisaties zoals Hamas,
de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) en IS (Islamitische Staat).
27. Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderstreept consistent dat Hamas een terroristische organisatie is die
de wapens moet neerleggen en geen rol mag spelen in het toekomstige bestuur van de
Gazastrook. Het kabinet zet zich bovendien consistent in voor aanvullende sancties
tegen Hamas en PIJ.
De leden van de VVD-fractie nemen kennis van het implementatierapport van de HV en
de Commissie inzake de Zwarte Zee. Deze leden onderschrijven het belang van deze regio
voor de Europese veiligheid en energiediversificatie en zien met name kansen op het
gebied van het mijnenvrij maken van vaarroutes, de bescherming van onderzeese infrastructuur,
en het versterken van energieconnectiviteit tussen Centraal-Azië en Europa als alternatief
voor Russische aanvoer. Kan de Minister aangeven welke concrete resultaten dit implementatierapport
laat zien op de genoemde punten, en welke vervolgstappen worden voorzien richting
de bijeenkomst tussen Ministers van de Zwarte Zee-regio en Centraal-Azië?
28. Antwoord van het kabinet
Mede vanwege de voortdurende Russische aanvallen op Oekraïense havens en andere infrastructuur
is het bevorderen van veiligheid, stabiliteit en weerbaarheid in de regio een belangrijke
pijler onder de Zwarte Zee-strategie. De voorgenomen oprichting van een hub voor maritieme
veiligheid (Black Sea Maritime Security Hub) draagt bij aan meer regionale kennis en capaciteiten bij het tegengaan van diverse
maritieme bedreigingen, bijvoorbeeld tegen infrastructuur. Wat betreft connectiviteit
heeft de Europese Commissie stappen gezet om te komen tot de oprichting van een platform
gericht op het versterken van coördinatie en samenwerking inzake de Middle Corridor met landen in de Kaukasus en Centraal-Azië.
Zij achten het positief dat tijdens deze Raad aandacht wordt besteed aan de humanitaire
aspecten van de Russische agressie tegen Oekraïne, in het bijzonder de situatie van
burgergevangenen. Deze leden vragen in het bijzonder naar de situatie van drie OVSE-medewerkers
die al vier jaar gevangen worden gehouden door de Russen. Is er iets dat de EU of
de Commissie kan doen om hun zaak te bepleiten?
29. Antwoord van het kabinet
De situatie van de drie gevangen OVSE-medewerkers, Vadym Golda, Maxim Petrov en Dmytro
Shabanov, staat hoog op de agenda van het kabinet, OVSE-deelnemende staten en de OVSE
zelf. Het is van groot belang dat de internationale gemeenschap deze zaak blijft agenderen
en onder de aandacht houdt.
De huidige Voorzitter, de Zwitserse Minister van Buitenlandse Zaken Cassis, en de
Secretaris-Generaal van de OVSE reisden op 6 februari jl. af naar Moskou om onder
meer dit onderwerp te bespreken. Ook in EU-verband wordt de situatie van de drie OVSE-medewerkers
structureel aan de orde gesteld. De EU spreekt Rusland herhaaldelijk aan op vrijlating
van alle illegaal gedetineerde burgers in Rusland en de drie gevangen OVSE-medewerkers,
onder meer via wekelijkse verklaringen in de OVSE Permanente Raad en andere relevante
fora.
Nederland heeft Rusland meermaals opgeroepen tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke
vrijlating van de drie OVSE-medewerkers en zal druk blijven zetten, zowel via diplomatieke
als politieke inspanningen. Zo heeft het kabinet tijdens de OVSE Parlementaire Assemblee
in Den Haag opnieuw opgeroepen tot hun vrijlating. Nederland zal dit ook blijven doen
in de OVSE-Ministeriële Raad, zolang dit nodig is. Op die manier houdt Nederland,
samen met de EU, dit onderwerp consequent op de agenda en blijft het kabinet zich
maximaal inzetten voor de vrijlating van deze medewerkers.
Deze leden delen de zorgen over de toename van het aantal burgerslachtoffers en de
berichten over marteling en mishandeling van burgergevangenen. Welke rol ziet de Minister
voor de EU in het garanderen van de terugkomst van Oekraïense burgergevangenen die
door Rusland worden vastgehouden?
30. Antwoord van het kabinet
De EU roept, net als Nederland, in verschillende fora Rusland op om misstanden tegen
burgers te staken. Zo vraagt Nederland, mede als co-voorzitter van de «Group of Friends of Accountability following the Aggression against Ukraine» in VN-verband aandacht voor deze Russische misstanden. Daarnaast draagt Nederland
ook financieel bij aan verschillende organisaties om opsporing en berechting van Russische
internationale misdrijven in en tegen Oekraïne zoveel mogelijk veilig te stellen.
En is de Minister bereid om ook de mentale gezondheidszorg voor Oekraïners, waaronder
teruggekeerde soldaten, vrouwen en kinderen, onder de aandacht te brengen binnen de
EU-steun aan Oekraïne?
31. Antwoord van het kabinet
Ja, de mentale gezondheidszorg voor Oekraïners is een belangrijk onderdeel van zowel
de Nederlandse als de EU-steun aan Oekraïne. Nederland zal hier aandacht voor blijven
vragen binnen de EU-steun aan Oekraïne.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland andere EU-lidstaten zal wijzen op
het belang van substantiële bilaterale steun aan Oekraïne. Welke lidstaten leveren
op dit moment volgens het kabinet duidelijk minder dan zij zouden kunnen leveren?
Is de Minister bereid dit in EU-verband scherper te benoemen?
32. Antwoord van het kabinet
Nederland staat in de top vijf van landen die steun aan Oekraïne leveren. Nederland
bevindt zich hier in goed gezelschap, van onder meer de Noord-Europese landen en Duitsland,
maar zou de groep van landen die significante steun leveren natuurlijk graag verder
uitgebreid willen zien. Grote financiële steunpakketten vanuit de EU, zoals de EU-steunlening
van EUR 90 mld., worden gegarandeerd via de EU-begroting, waardoor lidstaten naar
rato garant staan. Dit is een goed voorbeeld van eerlijke lastenverdeling. De leningen
alleen zijn echter niet genoeg om alle noden van Oekraïne te dekken. Bilaterale steun
blijft dus ook van belang. Het kabinet doet geen uitspraken over de specifieke (militaire)
steuninzet van internationale partners. Nederland zal zich actief blijven inzetten
voor een verbeterde lastenverdeling van de steun aan Oekraïne, waaronder in bilaterale
gesprekken en in EU-verband.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe Nederland de handhaving van sancties wil versterken.
Welke rol spelen derde landen bij het omzeilen van sancties? Welke landen spreekt
Nederland hierop aan?
33. Antwoord van het kabinet
Derde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilen van sancties. Zo kunnen
bijvoorbeeld goederen zonder medeweten van EU producenten onder valse voorwendselen
via derde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ook kunnen adressen in derde
landen worden gebruikt om goederen uit de EU via Rusland door te voeren naar derde
landen. In werkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.
Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij het omzeilen van EU-sancties
met EU-goederen kunnen zij op bijlage IV van de sanctieverordening worden geplaatst.
Daardoor worden er bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen deze entiteiten
volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er een volledig verbod op zakendoen. Daarnaast
kunnen onder het landenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productcategorieën
naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het 20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezant David O’Sullivan bezoekt
regelmatig landen om te spreken over sanctie-omzeiling en betrokken landen waar nodig
hierop aan te spreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan als standaard
onderdeel van de gespreksonderwerpen op alle niveaus.
Tot slot lezen de leden van de CDA-fractie dat Nederland het belang van outreach naar
het mondiale zuiden wil benadrukken. Dat is terecht, aangezien Rusland actief desinformatie
verspreidt over de oorlog, sancties, voedselzekerheid en energieprijzen. Hoe wil het
kabinet landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika overtuigen dat Rusland de agressor
is en dat steun aan Oekraïne ook in hun belang is?
34. Antwoord van het kabinet
Vrijwel alle landen in de wereld erkennen dat Rusland de agressor is in de Russische
oorlog tegen Oekraïne. Dit blijkt uit de stemmingen in de VN en uit bilaterale gesprekken
die leden van het kabinet met een grote diversiteit aan landen in de wereld voeren.
Moeilijker is het om alle landen buiten Europa te overtuigen dat steun aan Oekraïne
ook in hun eigen belang is. Deels omdat de oorlog voor sommige landen letterlijk en
figuurlijk ver weg is. Deels ook omdat sommige landen nog steeds lucratieve handelsrelaties
met Rusland hebben en/of gevoelig zijn voor de desinformatiecampagnes vanuit het Kremlin.
In alle gesprekken met collega’s uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika beklemtoont het
kabinet dat een duurzame vrede in Oekraïne voor alle landen ter wereld van groot en
gedeeld belang is. De Russische invasie in en bezetting van delen van Oekraïne is
immers een grove inbreuk op het Handvest van de Verenigde Naties, dat ons allen verenigt
en bindt. Grenzen mogen niet met geweld worden gewijzigd. Agressie mag niet onbestraft
blijven. Daarbij wijst het kabinet op de bereidheid van Oekraïne om vergaande concessies
te doen, en het nog steeds ontbreken van enige wil daartoe van Rusland. Nederland
probeert hierbij zo veel mogelijk op te trekken met andere EU-lidstaten en onze boodschappen
te synchroniseren.
De leden van de CDA-fractie vinden het goed dat tijdens het informele ontbijt aandacht
is voor humanitaire aspecten van de Russische agressie en voor burgergevangenen. Deze
leden vragen het kabinet wat Nederland concreet doet voor Oekraïense burgergevangenen
en hun families. Wordt er gewerkt aan betere registratie, opsporing en internationale
druk op Rusland?
35. Antwoord van het kabinet
Nederland steunt het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). Zoals vastgelegd
in het humanitair oorlogsrecht, heeft het ICRC het mandaat om onder meer krijgsgevangenen
en ook burgers die als gevolg van een conflict gevangen worden gehouden te bezoeken,
vermisten op te sporen en families te herenigen. Nederland geeft flexibele ongeoormerkte
steun aan ICRC voor hun werk wereldwijd. Bovendien wordt in verband met de oorlog
in Oekraïne extra steun gegeven (sinds 2.022 EUR 33,5 mln) die door ICRC worden ingezet
voor de humanitaire respons in verband met de oorlog en voor het werk van het speciale
ICRC Central Tracing Agency for the international armed conflict between the Russian
Federation and Ukraine (Centrale Opsporingsbureau voor het internationale gewapende conflict tussen de Russische
Federatie en Oekraïne), dat het hiervoor genoemde mandaat uitvoert.
Welke rol ziet de Minister voor het Rode Kruis, de VN en andere internationale organisaties?
36. Antwoord van het kabinet
Zie vraag 35.
De leden van de CDA-fractie steunen nieuwe sancties tegen Hamas en Palestijnse Islamitische
Jihad. Welke personen, financiers en netwerken wil Nederland op de sanctielijst krijgen?
Wordt hierbij ook gekeken naar fondsenwerving en beïnvloeding in Europa?
37. Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich doorlopend in voor aanvullende sancties tegen Hamas en PIJ. Vanwege
de vertrouwelijkheid van deze discussies en de effectiviteit van het sanctie-instrument
kunnen echter geen uitspraken worden gedaan over specifieke sanctievoorstellen of
lopende onderhandelingen omtrent sancties binnen de EU.
Deze leden vragen of de Minister bereid is in EU-verband aan te dringen op concrete
en meetbare afspraken over humanitaire toegang tot Gaza. Denk aan aantallen vrachtwagens,
toegangsroutes, bescherming van hulpverleners en onafhankelijke monitoring.
38. Antwoord van het kabinet
Nederland bepleit zowel bilateraal als in EU-verband dat Israël veilige, ongehinderde
en onvoorwaardelijke humanitaire toegang voor professionele hulporganisaties, zoals
de Verenigde Naties, de Rode Kruis en Rode Halve Maan-beweging, moet faciliteren tot
de Gazastrook. Dit is recent nog gedaan op 2 juli jl. in het gesprek tussen de Minister
van Buitenlandse Zaken en de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken, Gideon Saar.
Momenteel is de toegang tot de Gazastrook onvoldoende, en kampen hulporganisaties
op aanhoudende belemmeringen voor het leveren van hulp, terwijl het werk van deze
organisaties onmisbaar is. Nederland, en de EU, roepen Israël consequent op de afspraken
uit het staakt-het-vuren, waaronder opening van grensovergangen, na te komen.
Zij maken zich ook grote zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Toenemend
kolonistengeweld en uitbreiding van illegale nederzettingen ondermijnen de kans op
vrede. Welke aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties
liggen nu concreet op tafel? De steun van welke lidstaten is nodig om hier vervolgstappen
in te kunnen zetten?
39. Antwoord van het kabinet
Nederland blijft een voortrekkersrol spelen in het sanctioneren van gewelddadige kolonisten
en hun organisaties. Ook steunt het kabinet sancties tegen de extremistische Ministers
Ben-Gvir en Smotrich. Zoals bekend in uw Kamer werkt het kabinet aan een aanvullend
pakket aan sancties. Hierbij worden alle relevante moties van uw Kamer in acht genomen.
Het kabinet kan niet vooruit lopen op de inhoud van deze sancties en doet geen uitspraken
over posities van andere EU-lidstaten.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad spreekt over mogelijke handelsmaatregelen
en oorsprongsregels voor producten uit illegale nederzettingen. Kan de Minister uitleggen
welke opties de Commissie precies voorbereidt? Hoe zorgt Nederland dat consumenten
en bedrijven niet onbedoeld bijdragen aan illegale nederzettingen?
40. Antwoord van het kabinet
Zie het antwoord op vraag 12 voor wat betreft mogelijke handelsmaatregelen op EU-niveau.
Daarnaast wil het kabinet voorkomen dat Nederlandse consumenten en bedrijven met (economische)
activiteiten bijdragen aan het in stand houden van onrechtmatige nederzettingen in
de door Israël bezette gebieden. Daartoe draagt het kabinet sinds juli 2025 het ontmoedigingsbeleid
actief uit op de websites van de RVO en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, en heeft
het twee voorlichtingssessies voor bedrijven georganiseerd. Ook omtrent de nationale
maatregelen om producten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen te weren van
de Nederlandse markt, werkt het kabinet actief aan het informeren van consumenten
en bedrijven, onder andere via nieuwsberichten op de website van de Rijksoverheid
en een aparte webpagina bij de RVO.
De leden van de CDA-fractie delen de zorgen over de situatie in Libanon. De soevereiniteit
en territoriale integriteit van Libanon moeten worden gerespecteerd. Tegelijk moeten
gewapende groepen de Libanese staat niet verder ondermijnen. Welke rol ziet de Minister
voor de EU bij versterking van de Libanese staat, het leger en humanitaire hulp?
41. Antwoord van het kabinet
Nederland steunt de inzet van de EU voor de soevereiniteit en territoriale integriteit
van Libanon, en voor de veiligheid van Libanese burgers. Nederland heeft de afgelopen
jaren bilateraal en via de VN bijgedragen aan de ondersteuning en capaciteitsopbouw
van het Libanese leger. Nederland ziet het Libanese leger (LAF) als een belangrijke
pijler voor duurzame vrede en regionale stabiliteit. Nederland verwelkomt in dat kader
ook inspanningen van de EU om de LAF en andere belangrijke Libanese overheidsinstituties
te versterken, waaronder de steun via de Europese Vredesfaciliteit en de EUR 100 miljoen
die de EU heeft gemobiliseerd voor humanitaire hulp aan Libanon.
Italië en Frankrijk hebben onlangs gepleit om na het aflopen van de VN-vredesmissie
UNIFIL een nieuwe vredesmacht op te zetten in Libanon.7 De leden van de CDA-fractie vragen wat het standpunt van het kabinet is in deze discussie.
Vindt het kabinet dat de missie op dezelfde manier, met hetzelfde mandaat, voortgezet
zou moeten worden?
42. Antwoord van het kabinet
Nederland onderstreept het belang van duurzame vrede en stabiliteit in Libanon. De
gesprekken over de toekomst van UNIFIL na het aflopen van het mandaat in 2027 zijn
gaande binnen de VN Veiligheidsraad. Het kabinet volgt deze gesprekken nauwgezet en
wacht op concrete voorstellen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat en marge van de Raad een bijeenkomst van de
Palestine Donor Group plaatsvindt. Wat is de Nederlandse inzet bij deze bijeenkomst?
Wordt bijvoorbeeld gesproken over hervorming van de Palestijnse Autoriteit, corruptiebestrijding,
onderwijs, veiligheid en basisvoorzieningen?
43. Antwoord van het kabinet
De bijeenkomst van de Palestine Donor Group zal in het teken staan van de hervormingsagenda van de Palestijnse Autoriteit (PA)
en over de uitvoering van VN Veiligheidsraadresolutie 2803, inclusief de wederopbouw
van Gaza. Nederland verwelkomt de hervormingsagenda van de PA, en zal de PA aanmoedigen
met hervormingen door te gaan, specifiek op het gebied van gevangenenbetalingen en
schoolboeken. Nederland zal onderstrepen dat een sterke en hervormde PA een noodzakelijke
vereiste is voor toekomstige Palestijnse staat. De financiële situatie van de Palestijnse
Autoriteit (PA) bevindt zich op een historisch dieptepunt, onder meer doordat Israël
belastinginkomsten achterhoudt en de banking waiver niet duurzaam wordt verlengd.
In dit kader zal Nederland ook aankondigen EUR 5 mln. bij te dragen aan het Europese
PEGASE programma.
PEGASE is het belangrijkste EU-instrument voor directe financiële (begrotings)steun
aan de PA. Het mechanisme werd in 2008 opgericht ter ondersteuning van de tweestatenoplossing
en de versterking van democratisch bestuur en is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk
instrument voor het bevorderen en monitoren van hervormingen.
Ook vindt een EU-GCC bijeenkomst plaats. De leden van de CDA-fractie vragen welke
rol de Minister ziet voor de Golfstaten bij humanitaire hulp, Hi K, regionale veiligheid
en druk op Hamas en Iran. Komen deze onderwerpen aan de orde tijdens de EU-GCC-bijeenkomst?
44. Antwoord van het kabinet
De Golfstaten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de stabiliteit in de regio.
Nederland verwelkomt hun inzet op het gebied van humanitaire hulp aan Gaza en ziet
daarnaast een belangrijke rol voor de Golfstaten bij het ondersteunen van vroegtijdig
herstel en de wederopbouw van Gaza, zodra de omstandigheden dit toelaten. Ook ten
aanzien van Iran en de bredere regionale veiligheid vervullen de Golfstaten een belangrijke
rol. Nederland en de EU verwelkomen de inspanningen van de Golfstaten om verdere regionale
escalatie te voorkomen, waaronder het tegengaan van destabiliserende activiteiten
van Iran en diens gelieerde groeperingen. Nederland en de EU zijn hierover voortdurend
met de Golfstaten in gesprek, zowel bilateraal als in EU-GCC-verband. Deze onderwerpen
liggen in het verlengde van de brede samenwerking tussen de EU en de Golfstaten op
het gebied van regionale veiligheid en stabiliteit en zullen naar verwachting aan
de orde komen tijdens de EU-GCC-bijeenkomst.
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben
hierover enkele vragen.
Inzake het agendapunt Midden-Oosten wensen de leden van de DENK-fractie de Minister
te bevragen over de concrete inzet van Nederland ten aanzien van sancties tegen Israël
en tegen kolonisten. Deze leden wensen te vragen welke concrete individuele sancties
tegen kolonisten en hun organisaties de regering zal bepleiten en wensen tevens te
vragen op welke wijze het kabinet uitvoering geeft aan verscheidene Kamermoties die
zijn aangenomen op dit vlak, waarin het kabinet gevraagd wordt om bijvoorbeeld overheidsfunctionarissen
of organisaties die bijdragen aan de vestiging van nederzettingen te raken?
45. Antwoord van het kabinet
Nederland heeft een voortrekkersrol als het gaat om sancties tegen gewelddadige kolonisten
en kolonistenorganisaties en zet zich in voor aanvullende maatregelen. Daarbij worden
alle relevante eerder aangenomen moties in ogenschouw genomen. Het kabinet kan echter
niet ingaan op de concrete individuele sancties die worden voorbereid, omdat de besluitvorming
daarover binnen de EU nog gaande is en deze daarom vertrouwelijk zijn.
Tevens wensen de leden te vragen of het kabinet zal pleiten voor sancties tegen Israëlische
Ministers die uitspraken doen en handelingen verrichten die bijdragen aan de illegale
nederzettingenpolitiek, zoals Ben-Gvir en Smotrich?
46. Antwoord van het kabinet
Het kabinet blijft sancties tegen de extremistische Ministers Ben Gvir en Smotrich
steunen.
Ook wensen deze leden te vragen in welk stadium de gesprekken over een nieuw sanctiepakket
tegen kolonisten zich nu bevinden.
47. Antwoord van het kabinet
Het kabinet kan vanwege vertrouwelijkheid niet in detail treden over de voorbereiding
van nieuwe sanctievoorstellen of lopende EU-onderhandelingen.
Ook wensen deze leden te vragen wat de Nederlandse positie zal zijn ten aanzien van
mogelijke handelsmaatregelen tegen Israël. Zal Nederland expliciet pleiten voor het
opschorten van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord met Israël en voor een
EU-handelsverbod met de illegale nederzettingen?
48. Antwoord van het kabinet
Op dit moment ontbreekt het draagvlak onder EU-lidstaten voor de door de Commissie
voorgestelde maatregelen naar aanleiding van de evaluatie van de naleving van artikel
2 van het EU-Israël Associatieakkoord door Israël, waaronder het gedeeltelijk opschorten
van het handelsdeel van het Associatieakkoord. Het kabinet zal zich in lijn met relevante
moties en toezeggingen aan het parlement blijven inzetten voor het vergroten van dit
draagvlak.
Het kabinet blijft bovendien actief pleiten voor EU-handelsmaatregelen tegen de onrechtmatige
nederzettingen in de door Israël bezette gebieden, zie ook het antwoord op vraag 12.
Ook wensen de leden van de DENK-fractie te vragen of het kabinet kennis heeft genomen
van het feit dat de Nederlandse opvarenden van de Flotilla aangifte hebben gedaan.
Deze leden wensen te vragen hoe het staat met de uitvoering van de aangenomen motie
die ziet op het bepleiten van een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de behandeling
van de opvarenden van de Flotilla. Gaat het kabinet hier opnieuw uitvoering aan geven?
Kan het kabinet tevens al aangeven of het OM onderzoek zal doen naar aanleiding van
de aangifte die is gedaan?
49. Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over de aangifte van de Nederlandse
Flotilladeelnemers. Zoals aan uw Kamer medegedeeld in het verslag8 van de informele Raad Buitenlandse Zaken Gymnich van 27 en 28 mei 2026, steunt het
kabinet de oproep van de Canadese Minister-President van 26 mei jl. richting de Israëlische
autoriteiten tot onafhankelijk onderzoek naar de behandeling van de Flotilladeelnemers
door de Israëlische autoriteiten, en heeft in dat kader ook andere EU-lidstaten opgeroepen
zich aan te sluiten bij de Canadese oproep, conform de motie Van Baarle.9 Het kabinet zal in dat kader in contact blijven met landen die hier ook duidelijkheid
over willen, ook in Europees verband. Het is aan het Openbaar Ministerie om te beslissen
over een eventueel onderzoek naar aanleiding van de aangifte van de Nederlandse Flotilladeelnemers.
Ten aanzien van de humanitaire situatie in Gaza wensen de leden van de fractie van
DENK te vragen hoe het kabinet binnen de EU zal bepleiten om de druk op Israël op
te voeren, zodat de humanitaire toegang tot Gaza onbelemmerd plaats kan vinden. Kan
het kabinet concreet inzetten op het openen van alle grensovergangen en het schrappen
van administratieve eisen die als gevolg hebben dat hulpgoederen worden teruggestuurd?
Deelt het kabinet de mening dat het door Israël belemmeren van humanitaire toegang
een duidelijke schending vormt van het internationaal recht en dientengevolge duidelijk
zal moeten worden veroordeeld, wensen de leden te vragen.
50. Antwoord van het kabinet
Israël heeft de verplichting om, conform het humanitair oorlogsrecht, de bevolking
in de gehele Gazastrook te voorzien van essentiële goederen en de levering van deze
goederen door derden niet te belemmeren. Dit wordt ook onderschreven in het advies
van het Internationaal Gerechtshof van oktober 2025. Professionele, gemandateerde
humanitaire organisaties dienen veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire
toegang te krijgen tot Gaza. Nederland roept de Israëlische autoriteiten op om de
toegang van desbetreffende humanitaire organisaties te verbeteren en meer hulp toe
te laten, zowel bilateraal als in EU-verband.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van geannoteerde
agenda Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Deze leden hebben daarover enkele
vragen.
De leden van de SGP juichen het 21e sanctiepakket tegen Rusland toe. Kan het kabinet aangeven, liefst onderbouwd met
concrete voorbeelden, hoe als onderdeel hiervan ook sancties tegen Belarus worden
opgeschroefd?
51. Antwoord van het kabinet
Omdat Belarus de Russische agressieoorlog blijft faciliteren en het een omzeilingsland
is, zijn de sanctieregimes tegen Rusland en Belarus de afgelopen jaren steeds verder
op elkaar afgestemd. Het kabinet verwelkomt dan ook maatregelen die de druk op Belarus
weer verder vergroten en de effectiviteit van de sancties tegen Rusland versterken.
Een concreet voorbeeld hiervan is het verder harmoniseren van de sancties die handelsbeperkingen
opleggen aan Rusland en Belarus. Door deze verdere harmonisering wordt het moeilijker
om via Belarus de Europese sancties tegen Rusland te omzeilen en wordt de druk op
beide regimes vergroot.
Kan het kabinet daarnaast aangeven hoe het faciliteren van sanctieontwijking door
derde landen hierbij aangepakt wordt?
52. Antwoord van het kabinet
Derde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilen van sancties. Zo kunnen
bijvoorbeeld goederen zonder medeweten van EU producenten onder valse voorwendselen
via derde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ook kunnen adressen in derde
landen worden gebruikt om goederen uit de EU via Rusland door te voeren naar derde
landen. In werkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.
Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij het omzeilen van EU-sancties
met EU-goederen kunnen zij op bijlage IV van de sanctieverordening worden geplaatst.
Daardoor worden er bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen deze entiteiten
volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er een volledig verbod op zakendoen. Daarnaast
kunnen onder het landenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productcategorieën
naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het 20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezant David O’Sullivan bezoekt
regelmatig landen om te spreken over sanctieomzeiling en betrokken landen waar nodig
hierop aan te spreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan als standaard
onderdeel van de gespreksonderwerpen op alle niveaus.
Hoe geeft het kabinet uitvoering aan de motie-Diederik van Dijk c.s. (Kamerstuk 23 987, nr. 404), die oproept tot gerichte sancties tegen Ministers en andere functionarissen van
de Russisch-gezinde Georgische regeringspartij Georgische Droom?
53. Antwoord van het kabinet
Het kabinet steunt al langere tijd het in Europees verband treffen van sancties tegen
verantwoordelijken van het geweld tegen demonstranten en journalisten tijdens de grootschalige
anti-regeringsdemonstraties eind 2024 en spant zich hier actief voor in binnen de
Raad, en zal dit blijven doen. Het is nog niet mogelijk dergelijke sancties te treffen,
daar de benodigde unanimiteit ontbreekt.
Deze leden vragen het kabinet om, naar aanleiding van het recente Tweeminutendebat
Oekraïne (2/7) en de beknopte appreciatie van motie-Dassen (Kamerstuk 36 045, nr. 300), nader in te gaan op de specifieke juridische en beleidsmatige belemmeringen bij
het voorstel om Euroclear-tegoeden onder Europees beheer te brengen. Deze leden vernemen
graag als hierover gesproken wordt tijdens de komende RBZ en moedigen het kabinet
aan om te bezien of door andere lidstaten aangedragen oplossingsrichtingen voor de
geconstateerde belemmeringen kunnen bijdragen aan het wegnemen daarvan.
54. Antwoord van het kabinet
Zie antwoord op vragen 3, 4 en 5.
Voor de leden van de SGP-fractie staat steun voor het aankopen van defensiematerieel
niet ter discussie, maar zij vernemen graag welke landen naast Japan en Noorwegen
bereidwillig zijn om financieel bij te dragen, zodat de lasten van de Oekraïense verdediging
evenredig verdeeld worden.
55. Antwoord van het kabinet
Het kabinet doet geen uitspraken over de specifieke militaire steuninzet van internationale
partners. Nederland zal zich actief blijven inzetten voor een verbeterde lastenverdeling
van de steun aan Oekraïne, waaronder in bilaterale gesprekken en in EU-verband.
Ten slotte vernemen deze leden graag of de drones die recent boven Nederlandse bases
zijn gesignaleerd, vermoedelijk afkomstig zijn van Russische schepen die voorkomen
op de voorgestelde Europese sanctielijst voor de schaduwvloot van 30 schepen. Zo niet,
kan het kabinet zich ervoor inzetten dat deze schepen alsnog aan de sanctielijst van
de Europese Commissie worden toegevoegd?
56. Antwoord van het kabinet
Het kabinet spant zich in om de schaduwvloot zo krachtig mogelijk te bestrijden. Mede
dankzij Nederlands voorstel is de mogelijkheid gecreëerd om individuele schepen te
listen en daartoe levert Nederland een aanzienlijke bijdrage. Vanwege vertrouwelijkheid
kan het kabinet echter niet ingaan op deze specifieke casus.
De leden van de SGP-fractie betreuren de vermoedelijke uitspraken van de Hoge Vertegenwoordiger
die Israël en de behandeling van Palestijnen vergeleken zou hebben met een apartheidsstaat.
Heeft het kabinet de Commissie opgeroepen om hier afstand van te nemen? Heeft het
kabinet de Hoge Vertegenwoordiger aangesproken hierop? Hoe kijkt het kabinet aan tegen
het feit dat Israël geen contact meer wil met Kallas, en wat zijn de mogelijke gevolgen
hiervan?
57. Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze ontwikkelingen. Het kabinet onderstreept
het belang van dialoog, ook door vertegenwoordigers van de EU. Dat is zowel in het
belang van Israël als de EU om de situatie op de grond te verbeteren. De Minister
van Buitenlandse Zaken heeft dit en marge van de Raad Buitenlandse Zaken van juni
jl. ter sprake gebracht. Het kabinet onderstreept dat het zelf de veronderstelde vergelijking
tussen Israël en het apartheidsregime in Zuid-Afrika niet maakt.
Kan de Minister, onder meer op basis van zijn recente telefoongesprek met zijn Israëlische
ambtsgenoot Gideon Sa’ar (2/7), aangeven hoe de Israëlische regering het Europese
plan waardeert voor ondersteuning van het Libanese leger zodra het UNIFIL-mandaat
afloopt?
58. Antwoord van het kabinet
Nederland heeft de afgelopen jaren bilateraal en via de VN bijgedragen aan de ondersteuning
en capaciteitsopbouw van het Libanese leger. Nederland ziet het Libanese leger (LAF)
als een belangrijke pijler voor duurzame vrede en regionale stabiliteit, en heeft
dit ook bij de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken kenbaar gemaakt.
In het recente telefoongesprek met de Israëlische Minister voor Buitenlandse Zaken
Gideon Sa'ar heeft de Minister van Buitenlandse Zaken de Nederlandse positie ten aanzien
van de situatie in de regio, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever overgebracht.
Specifiek de ondersteuning aan het Libanese leger is niet ter sprake gekomen.
Deze leden vragen de Minister om het aanpakken van christenvervolging specifiek te
agenderen voor de gezamenlijke EU-inzet. Zij wijzen erop dat de EU als waarnemer meer
diplomatiek gewicht in de schaal legt dan de 27 lidstaten afzonderlijk. De leden van
de SGP-fractie horen graag hoe de EU geloofsvrijheid inbrengt tijdens de AVVN en zien
uit naar het schriftelijk overleg over de Nederlandse inzet, dat plaatsvindt na het
reces.
59. Antwoord van het kabinet
Zoals met steun van Nederland is vastgesteld in de Raadsconclusies EU prioriteiten
in VN mensenrechtenfora 2026, is het beschermen en bevorderen van vrijheid van religie
en levensovertuiging ook dit jaar een EU prioriteit in de VN.10 De EU zal dan ook deelnemen aan alle relevante debatten in de AVVN en de VN Mensenrechtenraad
over dit onderwerp en waar mogelijk het gezamenlijke diplomatieke gewicht van de 27
lidstaten in de schaal leggen. Dit is in lijn met de Nederlandse inzet voor de bescherming
van alle religieuze en levensbeschouwelijke minderheden, waaronder vervolgde christenen.
Daarnaast verkent het kabinet mogelijke detachering van een medewerker bij het kantoor
van de EU gezant voor Godsdienstvrijheid om de koppeling tussen EU inzet en Nederlands
beleid te versterken.
De leden van de SGP-fractie steunen de Europese bijdrage aan de versterking van de
Moldavische luchtverdedigingscapaciteiten. De noodzaak van deze defensieve steun neemt
niet weg dat de EU behoedzaam moet blijven opereren in het dossier-Moldavië. Kan het
kabinet toezeggen dat het zijn zorgen overbrengt aan de Roemeense regering over de
recent aangenomen parlementsmotie die oproept tot eenwording met van Roemenië en Moldavië?
60. Antwoord van het kabinet
De motie in kwestie komt van Roemeense partij SOS. Omdat er niet binnen 45 dagen over
de motie is gestemd in de Roemeense Kamer van Afgevaardigden, is deze op technische
gronden naar de Senaat gegaan. De Roemeense regering heeft reeds een negatief advies
over de motie uitgebracht.
Deze leden gaan ervanuit dat de Roemeense regering afstand neemt van dit onzalige
idee, ongeacht de uitkomst van de latere stemming in de Senaat. Is het kabinet ten
slotte bereid zich in te zetten voor een passage in de eindconclusies van deze RBZ,
dan wel de volgende Europese top of de NAVO-top in Ankara waarin de soevereiniteit
van Moldavië benadrukt wordt, zowel in het licht van Roemeens-nationalistische aspiraties
als ook de latente dreiging uit Transnistrië en recente Russische schendingen van
het Moldavische luchtruim?
61. Antwoord van het kabinet
De soevereiniteit van Moldavië staat voor zowel Nederland als de EU buiten kijf, vooral
in het licht van de Russische dreiging. Dit werd recentelijk opnieuw bevestigd in
de gezamenlijke verklaring die tijdens de EU-Moldavië top van 22 juni is aangenomen.
Het kabinet zal zich hier blijvend voor inzetten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie willen de aandacht vestigen op de oorlog in Soedan. Uit
een rapport van Amnesty International blijkt dat de RSF zich bij de verovering van
El-Fasher zich schuldig heeft gemaakt aan etnische zuivering, specifiek op niet-Arabische
stammen. De VN geeft aan dat er bij deze belegering «tekenen van genocide» zijn vertoond
en het onderzoek daarnaar loopt nog. Ook seksueel geweld werd en wordt ingezet door
de RSF. Hoe gaat het kabinet een volledige genocide voorkomen, zoals haar plicht aan
het Genocide-verdrag stelt? Hoe gaat het kabinet specifiek de kinderen beschermen
die doelwit zijn bij de aanvallen van de RSF?
62. Antwoord van het kabinet
Nederland neemt elk risico op genocide zeer serieus, mede in het licht van verplichtingen
onder het Genocideverdrag. Zoals het kabinet heeft toegelicht in de kabinetsreactie
op het CAVV advies over dit onderwerp, is de verplichting om genocide te voorkomen
een inspanningsverplichting, waardoor van een derde staat zoals Nederland mag worden
verwacht dat deze redelijkerwijs beschikbare maatregelen neemt, maar helaas doorgaans
niet dat een dreigende genocide daadwerkelijk wordt voorkomen. Ten aanzien van de
situatie in Soedan onderneemt het kabinet al langere tijd naar vermogen stappen om
de situatie te verbeteren.
Zo heeft Nederland op 23 juni, samen met Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Noorwegen
en het Verenigd Koningrijk een verklaring uitgebracht over de situatie in El-Obeid,
waarin de strijdende partijen worden opgeroepen over te gaan tot de-escalatie. In
de VN Mensenrechtenraad heeft Nederland tevens als lid van de Kerngroep Soedan een
spoeddebat aangevraagd over El-Obeid. Dit debat vond afgelopen maandag op 6 juli plaats.
Er is daarbij een resolutie aangenomen waarin wordt opgeroepen tot een spoedonderzoek
naar schendingen en misstanden. Nederland steunt daarnaast de verlenging van het mandaat
van de Independent International Fact Finding Mission for the Sudan. Ook levert Nederland financiële steun aan het Internationaal Strafhof, om de algemene
onderzoekscapaciteit van het Hof te versterken.
Tot slot zet Nederland zich in EU verband in om de druk op alle betrokken partijen
bij het conflict op te voeren door middel van additionele sanctiemaatregelen. Wegens
de vertrouwelijke aard hiervan, kan het kabinet niet ingaan op de status van individuele
sancties.
De RSF belegert El-Obeid. Hoe gaat het kabinet gehoor geven aan de oproep van de Hoge
Commissaris van de Mensenrechten van de VN en VN-secretaris-generaal voor internationale
actie om te voorkomen dat in deze stad hetzelfde gebeurt als in gebeurd in El-Fasher?
63. Antwoord van het kabinet
Zoals genoemd heeft Nederland in de VN Mensenrechtenraad als lid van de Kerngroep
Soedan een spoeddebat aangevraagd over de situatie in El-Obeid. Op maandag 6 juli
jl. is in de Mensenrechtenraad een resolutie aangenomen over El Obeid waarin de RSF
wordt opgeroepen haar aanval op El Obeid te stoppen en steun van externe actoren aan
de strijdende partijen wordt veroordeeld. Ook wordt met de resolutie een urgent onderzoek
naar de situatie rond El Obeid door de Independent International Fact Finding Mission for the Sudan aangevraagd. Het debat, de resolutie en het ingestelde onderzoek verhogen allen de
diplomatieke druk op de strijdende partijen en de actoren die hen steunen om zich
te houden aan internationaal recht.
Welke stappen gaat Nederland zetten, samen met de coalitie voor het voorkomen van
wreedheden en gerechtigheid voor Soedan, mocht blijken dat de waarschuwing die zij
hebben afgegeven niet voldoende is om de belegering te stoppen? Wordt het tijd voor
sancties op buitenlandse sponsoren van de RSF?
64. Antwoord van het kabinet
Binnen de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan werkt Nederland samen met Canada, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Noorwegen en het
Verenigd Koninkrijk om inzet op het tegengaan van wreedheden in Soedan in gezamenlijkheid
te versterken. Hierbij worden verschillende beleidsopties overwogen, waaronder sancties.
Voor Nederland geldt dat sancties altijd in EU-verband moeten worden overeengekomen.
Nederland pleit reeds in EU-verband voor aanvullende sancties tegen individuen en
entiteiten verantwoordelijk voor het conflict en mensenrechtenschendingen hebben begaan,
en tegen de oorlogseconomie die ontstaan is in Soedan. Met name goudhandel wordt hierbij
gezien als een belangrijk verdienmodel voor de strijdende partijen. Wegens de vertrouwelijke
aard van het sanctie-instrument, kan niet meer informatie gegeven worden over status
van individuele sancties. In het RBZ verslag hoopt het kabinet over de concrete EU-maatregelen
te kunnen rapporteren.
De leden van de SP-fractie zien dat een staakt-het-vuren in Soedan uitblijft, ondanks
inspanningen van Nederland en Europa. Ook op de Conferentie in Berlijn zijn er geen
nieuwe stappen gezet voor een vredesbestand. Welke vervolgstappen is dit kabinet bereid
te nemen om de druk op de strijdende partijen op te voeren om te komen tot het staakt-het-vuren
zodat deze bloederige oorlog na drie jaar stopt?
65. Antwoord van het kabinet
Nederland spant zich bilateraal, in multilaterale fora en binnen de EU in om de druk
op de strijdende partijen op te voeren om tot een staakt-het-vuren te komen. In de
Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan en in EU-verband wordt op dit moment nadrukkelijk gekeken naar de oorlogseconomie
om te zorgen dat beweegredenen om het conflict te laten voortduren worden weggenomen.
Nederland speelt hierin een aanjagende rol.
Naast het aanpakken van de oorlogseconomie blijven de vredesprocessen die worden geleid
door het Quintet, een samenwerkingsverband tussen de Afrikaanse Unie, de EU, de Leage of Arab States, en de Intergovernmental Authority on Development (IGAD) en de Quad (VS, Egypte, Saudi Arabië en de VAE) van groot belang. Nederland
blijft deze samenwerkingsverbanden aansporen en waar mogelijk ondersteunen. Een voorbeeld
van dit laatste is een recente expert-bijeenkomst die Nederland organiseerde over
hoe een toekomstig staakt-het-vuren in Soedan kan worden gemonitord.
De Verenigde Arabische Emiraten spelen een belangrijke rol in de wapenstromen richting
Soedan. Uit onderzoek blijkt nu dat via een netwerk van militaire kampen in Libië
de RSF de oorlog in Soedan voort kan zetten en dat deze gesteund wordt door de VAE.
Hier worden RSF-leden getraind, en ook de Colombiaanse huurlingen -gesteund door de
VAE en bekend geworden uit een eerder onderzoek- hebben hier getraind. Meerdere moties
hebben opgeroepen tot het stoppen van wapenstromen vanuit de VAE richting Soedan.
Ook zijn er moties aangenomen om als Nederland binnen de EU actiever in te zetten
om betrokkenen bij oorlogsmisdaden in Soedan op Europese sanctielijsten te krijgen.
Toch blijft de VAE een bondgenoot en handelspartner, zowel voor Nederland als de EU.
Hoe rijmt het kabinet deze positie met het handelen van de VAE in Soedan? Wanneer
gaat het kabinet uitvoering aan deze moties geven?
66. Antwoord van het kabinet
Het conflict in Soedan gaat gepaard met veelvuldig en ernstig geweld tegen burgers.
Militaire, logistieke en/of financiële steun aan betrokken partijen draagt bij aan
het voortduren van dit geweld. Conform motie Dobbe c.s.11 blijft het kabinet zich inzetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende
partijen in Soedan te stoppen. Wat betreft het eigen wapenexportbeleid toetst het
kabinet alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen per geval
en zorgvuldig conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt12 inzake wapenexportcontrole, met onder andere specifieke aandacht voor het risico
op omleiding van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. Daarbij wordt ook zorgvuldig
gekeken naar het eventuele risico op omleiding naar Soedan. In dit kader heeft het
kabinet herhaaldelijk gepleit voor intensievere informatie-uitwisseling tussen lidstaten
over het omleidingsrisico. Daarnaast heeft Nederland meermaals gepleit voor het uitbreiden
van het VN-wapenembargo op Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere internationale
overleggen, waaronder de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan. Voorts
spreekt Nederland met alle relevante landen in de regio, waaronder ook de VAE, over
Soedan, waarbij wij zorgen uiten over de humanitaire- en mensenrechtensituatie, het
belang bepleiten van het beëindigen van het conflict, en het stoppen van wapenleveranties
aan de strijdende partijen.
Dan de situatie in Palestina. De SP-fractie heeft aanhoudende zorgen over de situatie
van de Palestijnen. De Israëlische regering blijft oorlogsmisdaden begaan. Wanneer
is de rode lijn bereikt? Wanneer gaat de Nederlandse regering eindelijk actie ondernemen,
bilateraal danwel in EU-verband, om de genocide in Gaza en oorlogsmisdaden in de Westelijke
Jordaanoever te stoppen?
67. Antwoord van het kabinet
Zoals bekend in uw Kamer is de inzet van het kabinet erop gericht om middels druk
en dialoog gedragsverandering van Israël te realiseren. Het kabinet zette daartoe
al de nodige stappen, waarover uw Kamer reeds is geïnformeerd. Het kabinet blijft
zich inzetten voor EU-maatregelen op het gebied van handel tegen de onrechtmatige
nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Tevens blijft het kabinet inzetten
op sancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties, alsook sancties tegen
de extremistische Ministers Ben-Gvir en Smotrich, en sancties tegen Hamas en de PIJ.
Nederlandse onderzoekers komen deze week tot de conclusie dat het leven van kinderen
in Gaza gelijkstaat aan marteling en dat alle kinderrechten worden geschonden, naar
aanleiding van interviews met Palestijnse kinderen die zijn afgenomen. Een commissie
van de Verenigde Naties meldde vorige week nog dat het Israëlische leger structureel
doelbewust kinderen aanvalt «met de intentie om ze te doden», ook na het staakt-het-vuren.
Palestijnse kinderen zowel in Gaza als op de Westbank worden gearresteerd en gemarteld.
Sinds 7 oktober zijn er minstens 20.179 kinderen vermoord en 44.143 kinderen verwond.
Wat gaat het kabinet doen om Palestijnse kinderen te beschermen? Gaat Nederland meer
visa uitgeven zodat deze kinderen in veiligheid worden gebracht? Is het kabinet bereid
een medische corridor in het leven te roepen zodat alle verwonde kinderen zo snel
mogelijk de juiste hulp kunnen krijgen? Is het kabinet bereid zowel de medische capaciteit
in de regio als de medische evacuaties naar Nederland te organiseren na deze berichten?
68. Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft grote zorgen over de humanitaire en medische situatie in Gaza en
de regio. Zoals toegezegd tijdens het tweeminutendebat medische capaciteit in de Gazastrook
en de regio van 2 juli jl. zal het kabinet additionele middelen vrijmaken om de medische
capaciteit in Gaza en de regio te versterken. Het kabinet informeert uw Kamer zo spoedig
mogelijk over deze inzet. Ook zal het kabinet uw Kamer in september informeren over
de inzet van het kabinet inzake medische evacuaties van patiënten uit Gaza. Daarnaast
blijft het kabinet zich ook diplomatiek in bilateraal en multilateraal verband inzetten
voor de heropening van de medische corridor tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever
(inclusief Oost-Jerusalem).
Nog steeds worden hulporganisaties geweigerd aan de grens, danwel door de Israëlische
registratieregels danwel doordat hulpgoederen worden afgewezen. Hoe gaat het kabinet
ervoor zorgen dat de blokkade van hulpgoederen bij de grens, een actie van de Israëlische
regering die in strijd met het humanitair oorlogsrecht, wordt opgeheven? Wat gaat
de Minister doen als hulporganisaties uit Gaza worden gezet door de Israëlische registratieregels?
69. Antwoord van het kabinet
Zie de beantwoording van vraag 38. Nederland heeft de afgelopen maanden veelvuldig
en op verschillende niveaus bij de Israëlische autoriteiten zorgen benadrukt over
humanitaire toegang en specifiek de herregistratieplicht. Daarnaast heeft Nederland
zich ook publiekelijk uitgesproken over deze kwestie, middels de publieke verklaring
samen met 20 gelijkgezinde landen en Eurocommisaris Lahbib waarin Israël wordt opgeroepen
om onmiddellijk veilige en ongehinderde humanitaire toegang te faciliteren, en de
herregistratieplicht niet in de praktijk te brengen.
Deze leden maken zich grote zorgen over de Israëlische plannen om illegale nederzettingen
te bouwen in het beruchte E1-gebied, dat de Westelijke Jordaanoever in tweeën breekt.
Op 6 juli zou de aanbestedingsprocedure hiervoor aflopen, waarna de bouw kan beginnen.
De Minister zei een aantal weken geleden echter dat een motie die vraagt om maatregelen
tegen Israël ontijdig is omdat de bouwplannen zijn uitgesteld. Tot wanneer zijn de
plannen uitgesteld? Trekt Israël de plannen om te bouwen in E1-gebied hiermee ook
terug of is er enkel sprake van uitstel?
70. Antwoord van het kabinet
Op 30 juni 2026 kondigde de Israëlische landautoriteit aan dat de aanbesteding voor
de bouw van Israëlische wooneenheden in het E1-gebied op de Westelijke Jordaanoever
op 5 augustus 2026 zal openen en op 5 oktober 2026 zal sluiten. Oorspronkelijk zou
de aanbesteding op 1 juni jl. worden opengesteld. Hiermee is er geen sprake van terugtrekking.
De leden van de SP blijven de Minister oproepen om maatregelen tegen Israël voor te
bereiden, bij voorkeur in EU-verband of in ieder geval met gelijkgestemde andere landen,
zodat gehandeld kan worden als de bouw van nederzettingen in het E1-gebied plaatsvinden.
Is de Minister hiertoe bereid?
71. Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderstreept consistent dat de plannen omtrent de uitbreiding van illegale
nederzettingen in E1-gebied niet moeten worden uitgevoerd. Nederland staat hierover
in contact met gelijkgezinde landen. De plannen voor de uitbreiding van illegale nederzettingen
maken voor Nederland onderdeel uit van de discussie over EU-maatregelen. Zie daarvoor
ook het antwoord op vraag 12.
De leden van de SP-fractie lezen de berichten dat het Qalandiya Vocational Training
Centre (QVTC), gerund door UNWRA, mogelijk moet sluiten door de Israëlische bezetting
binnen de Palestijnse gebieden. Is het kabinet van plan om deze actie te veroordelen,
gezien onze steun aan UNWRA? Welke stappen gaat deze Minister zetten om ervoor te
zorgen dat de Israëlische regering UNWRA haar werk laat doen? Indien nodig, bent u
bereid de financiering van UNWRA te verhogen?
72. Antwoord van het kabinet
Het kabinet is bekend met deze berichten. Nederland steunt het door het AVVN-verleende
mandaat van UNRWA en hun cruciale werk om levensreddende humanitaire hulp te bieden
in Gaza. Het beperken en belemmeren van activiteiten van UNRWA in de bezette Palestijnse
Gebieden is zorgwekkend. Nederland blijft Israël oproepen om UNRWA toe te staan alle
activiteiten onder dit mandaat uit te voeren, waaronder het leveren van onderwijs
aan Palestijnse vluchtelingen. Zoals vermeld in de Kamerbrief van 30 maart 2026 jl.
is het kabinet voornemens de financiering aan UNRWA te herstellen in de suppletoire
begroting september.13
Uit onderzoek van SOMO blijkt dat Nederland de belangrijkste bestemming voor Israëlisch
kapitaal is. In 2024 bleek 45 miljard euro van Israëlische wapenfabrikanten, techbedrijven
en andere investeerders door Nederland te stromen. Dat is twee keer zoveel als door
de Verenigde Staten. Kan de Minister inzage geven in de Israëlische kapitaalstromen
uit 2025? Wat zijn de exacte getallen hiervan en door welke bedrijven? Zijn de geldstromen
gestegen of gedaald? Is het kabinet van plan om zware sancties op te leggen om deze
kapitaalstromen te beperken, zo ook bij Rusland is gedaan?
73. Antwoord van het kabinet
De landenspecifieke FDI-posities per eind 2025 zijn nog niet beschikbaar. Het is daarom
nog niet vast te stellen of de uitstaande investeringspositie in Nederland vanuit
Israël in 2025 is gestegen. Daarnaast zijn de openbare statistieken niet herleidbaar
tot individuele bedrijven. Het kabinet is geen voorstander van een boycot van Israël
binnen de internationaal erkende grenzen van 1967. Het kabinet zal zich in lijn met
relevante moties en toezeggingen aan het parlement blijven inzetten voor het vergroten
van draagvlak onder EU-lidstaten voor de door de Commissie voorgestelde maatregelen
naar aanleiding van de evaluatie van de naleving van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord
door Israël. Tevens zet het zich in voor handelsmaatregelen in nationaal en EU-verband
tegen de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Daarnaast
ontmoedigt het kabinet al jaren activiteiten van Nederlandse bedrijven die direct
bijdragen aan de aanleg, instandhouding of activiteiten van onrechtmatige nederzettingen.
Is het kabinet bereid om gehoor te geven aan de oproep van het Internationaal Gerechtshof
om zich «te onthouden van economische betrekkingen met Israël»? Zo ja, hoe is het
kabinet dit bereid te gaan doen? Zo niet, hoe verantwoord het kabinet dit dan als
gastland van het internationaal recht?
74. Antwoord van het kabinet
Het advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) van 19 juli 2024 ondersteunt het
huidige Nederlandse beleid. Staten zijn verplicht om maatregelen te nemen om handels-
en investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de
door Israël gecreëerde onrechtmatige situatie in de bezette gebieden. Het kabinet
geeft invulling aan deze internationaalrechtelijke verplichting, onder meer door het
actiever uitdragen van het ontmoedigingsbeleid ten aanzien van activiteiten die Nederlandse
bedrijven ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in bezette gebieden,
en het beleid ten aanzien van implementatie van bilaterale verdragen tussen Israël
en Nederland in de bezette gebieden. Het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden geeft nadere invulling aan deze verplichting. Een dergelijk verbod is echter effectiever
op EU-niveau. Het kabinet roept daarom ook consistent op tot handelsmaatregelen in
EU-verband, waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit onrechtmatige nederzettingen
te voorkomen (zie ook beantwoording vraag 12 en 13).
De leden van de SP-fractie zien de laatste tijd een normalisering van nucleaire wapens
binnen Europa en de NAVO. De VS is in gesprek met Oost-Europese landen om de nucleaire
samenwerking op te schroeven en ook Nederland is in gesprek met Frankrijk om bij te
dragen aan haar nucleaire programma. Het is dan ook de grootste prioriteit, volgens
de leden van de SP-fractie, om in te zetten op ontmanteling van kernwapens zoals in
lijn met het Non-Proliferatieverdrag. Is het kabinet het daarmee eens?
75. Antwoord van het kabinet
Nucleaire ontwapening is een complex proces van lange adem. Omdat dit doel van veel
spelers afhankelijk is en gekoppeld is aan de mondiale veiligheidssituatie, is het
per definitie een proces met stapsgewijze, incrementele vooruitgang en soms – al dan
niet tijdelijke – achteruitgang. Het huidige tijdsgewricht vraagt om realisme ten
aanzien van de ontwapeningsdoelen van het Non-Proliferatieverdrag. Onder andere de
Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, het wegvallen van strategische wapenbeheersingsverdragen
en de ondoorzichtige uitbreiding van het Chinese nucleaire arsenaal verstoren de mondiale
strategische stabiliteit.
In de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige en effectieve nucleaire
afschrikking voor Nederland van essentieel belang. Het fundamentele doel van de nucleaire
capaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen en agressie af te
schrikken. Het Franse kernwapenarsenaal heeft altijd onafhankelijk van de NAVO geopereerd
en kent daarom een unieke, aanvullende waarde in de Europese veiligheidsarchitectuur.
Het Franse aanbod versterkt de Europese dimensie van de Franse nucleaire doctrine
en komt daarmee de Europese veiligheid ten goede.
In deze veranderende wereld maakt het kabinet doorlopend een afweging tussen het streven
naar een wereld zonder kernwapens en de veiligheidssituatie van het moment. Een kernwapenvrije
wereld blijft het uiteindelijke doel van de NAVO en ook van Nederland. Tegelijkertijd
maakt eenzijdige ontwapening door NAVO-bondgenoten de wereld voor Nederland niet veiliger.
Onze inzet op afschrikking en verdediging is erop gericht om, wanneer de tijd er rijp
voor is, weer tot gesprekken te komen en ondertussen aandacht te vragen voor risico-reductie.
Wat betreft de gesprekken tussen de Verenigde Staten en de EU-lidstaten in het oosten
van Europa omtrent nucleaire wapens, kan de Minister aangeven waarover precies gesproken
wordt? Als er geen volledige transparantie gegeven kan worden, kan er aangegeven worden
welke informatie er wel beschikbaar is? Als Nederland niet bekend is met zo’n dergelijke
voorstel, is het kabinet dan bereid om te informeren bij de betreffende landen over
deze gesprekken en een brief hierover naar de Kamer te sturen?
76. Antwoord van het kabinet
Het kabinet is niet bekend met gesprekken tussen de Verenigde Staten en EU-lidstaten
in het oosten van Europa omtrent nucleaire wapens en doet hier dus geen verdere uitspraken
over.
In het kader van de versterking van de geloofwaardigheid, effectiviteit en veiligheid
van de nucleaire en conventionele afschrikking van de NAVO, is het belangrijk om te
benadrukken dat er sinds 2014 wordt gesproken over de versterking van deze afschrikking.
Tijdens de NAVO Defence Ministers Meeting (DMM) van 18 juni jl. werd over de nucleaire dimensie gesproken in de Nuclear Planning Group (NPG). Na afloop ging een korte verklaring uit waarin bevestigd wordt dat de NAVO
blijft werken aan het versterken van de nucleaire afschrikkingsmissie om zijn veiligheidsbelangen
te bereiken.14 Nadere details van deze bijeenkomst worden in het openbaar niet gedeeld.
Is Nederland voorstander van plaatsing van Amerikaanse kernwapens in het oosten van
Europa dan wel van een grotere rol van deze landen in het kernwapenbeleid van de NAVO?
Heeft Nederland, via de NAVO of de EU, een rol in het beslissen van het plaatsen van
meer nucleaire wapens op Europees grondgebied? Zo niet, is het kabinet van mening
dat de veiligheid van het continent mogelijk in het geding is?
77. Antwoord van het kabinet
In de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige en effectieve nucleaire
afschrikking door de NAVO voor Nederland van essentieel belang. Het fundamentele doel
van de nucleaire capaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen
en agressie af te schrikken.
Besluitvorming over de nucleaire afschrikking van de NAVO vindt plaats in de Nuclear Planning Group (NPG) en gebeurt op basis van consensus. Het kabinet doet geen uitspraken over de
details van besluitvorming omtrent de nucleaire afschrikkingsmissie binnen de NAVO.
Dit heeft te maken met veiligheidsoverwegingen.
Welke stappen verwacht het kabinet van Rusland mochten er meer kernwapens komen in
Oost-Europa en gaat dit bijdragen aan een vredesakkoord? Als het kabinet ontkent dat
deze stappen worden ondernomen, wat zou dan hypothetisch de gevolgen hiervan kunnen
zijn voor de oorlog met Rusland?
78. Antwoord van het kabinet
Het kabinet acht het niet opportuun om hier over te speculeren.
Rusland investeert reeds geruime tijd in de eigen militaire versterking, waaronder
ook nucleaire afschrikking. Het is deze capaciteitsopbouw en de gedemonstreerde bereidheid
steeds verder de grens op te zoeken van wat getolereerd wordt, die in de eerste plaats
de internationale veiligheid ondermijnt. Om de veiligheid van de inwoners van het
NAVO-bondgenootschap en onze manier van leven te beschermen is geloofwaardige en effectieve
nucleaire afschrikking door de NAVO van essentieel belang. In deze veiligheidscontext
blijft NAVO werken aan het versterken van de nucleaire afschrikkingsmissie om zijn
veiligheidsbelangen te bereiken. De nucleaire missie draagt bij aan de collectieve
afschrikking en verdediging van het NAVO grondgebied. Het fundamentele doel van de
nucleaire capaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen en agressie
af te schrikken.
Omtrent de nucleaire samenwerking tussen Nederland en Frankrijk hebben de leden van
de SP-fractie ook nog een aantal vraagtekens. In welke fase bevinden de gesprekken
tussen Nederland en Frankrijk zich? Wat is er tot nu toe besproken? Welke inzet heeft
Nederland omtrent nucleaire uitbreiding, zoals beschreven in het regeerakkoord en
de Internationale Veiligheidsstrategie?
79. Antwoord van het kabinet
Uw Kamer is recent geïnformeerd over het kabinetsbesluit om in te gaan op het Franse
aanbod voor een strategische dialoog over Europese nucleaire en conventionele afschrikking15. De samenwerking bevindt zich in een verkennende fase. Gezien de aard van deze onderwerpen
kan het Kabinet, conform de met de Kamer overeengekomen praktijk, geen nadere details
over de beoogde samenwerking openbaar maken. Wanneer wenselijk en mogelijk, zal het
kabinet uw Kamer op passende wijze op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
Het kabinet zet zich in voor een sterker Europa binnen een sterkere NAVO. De Europese
bijdrage aan conventionele en nucleaire afschrikking op het Europese continent maakt
daar onderdeel van uit. Het Franse aanbod om met Europese partners de dialoog hierover
te verdiepen past in dit streven en komt daarmee de Europese veiligheid ten goede.
Het Non-Proliferatieverdrag vormt voor het kabinet een leidend principe in de beoogde
samenwerking met Frankrijk.
Welke rol spelen de Nederlandse F35’s in de gesprekken tussen Nederland en Frankrijk?
Hoe is deze samenwerking in lijn met het Non-Proliferatieverdrag, zoals ook wordt
beschreven in de Internationale Veiligheidsstrategie? Deelt u de mening dat kernwapens
volgens de NPV beperkt moeten worden in plaats van uitgebreid?
80. Antwoord van het kabinet
Zie ook het antwoord op vraag 79. Gezien de aard van deze onderwerpen kan het kabinet,
conform de met de Kamer overeengekomen praktijk, geen nadere details over de beoogde
samenwerking openbaar maken. Wanneer wenselijk en mogelijk, zal het kabinet uw Kamer
op passende wijze op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
Het Non-Proliferatieverdrag vormt voor het kabinet een leidend principe in de beoogde
samenwerking met Frankrijk. Aangezien Frankrijk eigenaar blijft van het eigen nucleaire
arsenaal, is deze beoogde samenwerking in lijn met de verplichtingen van het NPV.
Zie t.a.v. het beperken van kernwapens ook het antwoord op vraag 75.
In een brief naar de Kamer van afgelopen week werd medegedeeld dat het Verenigd Koninkrijk
verrijkt uranium en stabiele isotopen vanuit de gezamenlijke onderneming Uranium Enrichment Company (Urenco), waar ook Nederland en Duitsland onderdeel van zijn, gaat inzetten voor
nationale defensiedoeleinden in plaats van de oorspronkelijke civiele doeleinden.
Specifiek gaat het VK ondersteuning vragen van Urenco voor het opbouwen van de Britse
nucleaire brandstofcyclus voor reactorbrandstof voor defensiedoeleinden. Volgens de
brief is dit in lijn met het internationaal recht. De leden van de SP-fractie hebben
hier nog wel een aantal vragen bij.
Hoe ziet deze ondersteuning vanuit Urenco er precies uit? Is uitgesloten dat faciliteiten
van Urenco in Nederland hier op enigerlei wijze bij betrokken raken? Is uitgesloten
dat in Nederland verrijkt uranium, wellicht na verdere verrijking elders, gebruikt
wordt voor het nucleaire wapenprogramma in het VK?
81. Antwoord van het kabinet
Op basis van het Verdrag van Almelo en de statuten van Urenco mag Urenco geen uranium
van de voor wapens vereiste verrijkingsgraad produceren voor de vervaardiging van
kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen. Voor het Britse programma, dat volledig
in het Verenigd Koninkrijk wordt uitgevoerd, wordt gebruikgemaakt van de technologie
en apparatuur van de gezamenlijke onderneming Urenco. In Nederland verrijkt uranium
zal niet worden gebruikt voor dit programma. Het programma is een initiatief van de
Britse overheid en betreft nationaal beleid. Nederland doet geen uitspraken over het
nucleaire defensieprogramma van het Verenigd Koninkrijk.
Kan de Minister uitleggen hoe de betrokkenheid van Urenco verenigbaar is met het internationaal
recht in relatie tot het Non-Proliferatieverdrag? Is uitgesloten dat door Urenco verrijkt
uranium gebruikt gaat worden in kernwapens?
82. Antwoord van het kabinet
Het verzoek van het Verenigd Koninkrijk aan Urenco om ondersteuning te verlenen bij
het opnieuw opbouwen van een Britse nucleaire brandstofcyclus voor reactorbrandstof
voor defensiedoeleinden is in lijn met het Non-Proliferatieverdrag (NPV). De drie
partijen bij het Verdrag van Almelo (Duitsland, Nederland, Verenigd Koninkrijk) zijn
gebonden aan het NPV. Op basis van het Verdrag van Almelo en de statuten van Urenco
mag Urenco geen uranium van de voor wapens vereiste verrijkingsgraad produceren voor
de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
Graag verzoeken de leden van de SP-fractie het kabinet om alle vragen in deze inbreng
per vraag te beantwoorden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken. Deze leden maken zich ernstige zorgen over
de verslechterende mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, de voortdurende
oorlog in Sudan en de ontwikkelingen rondom Afghanistan. Naar aanleiding daarvan hebben
zij de volgende vragen.
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten
in zijn rapport aan de Mensenrechtenraad concludeert dat de bezette Palestijnse gebieden
nog altijd worden gekenmerkt door systematische schendingen van de mensenrechten,
apartheid en de facto annexatie. Het rapport stelt daarnaast dat sprake is van ernstige
schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal mensenrechtenrecht,
waaronder oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, genocide en etnische
zuivering. Tevens roept de Hoge Commissaris alle staten op de levering van wapens
en militair materieel aan Israël te beëindigen.16 Deze leden hebben hierover de volgende vragen:
Hoe beoordeelt het kabinet de bevindingen van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten
dat sprake is van structurele apartheid, de facto annexatie en mogelijke oorlogsmisdrijven,
misdrijven tegen de menselijkheid, genocide en etnische zuivering in de bezette Palestijnse
gebieden?
83. Antwoord van het kabinet
Het kabinet neemt dergelijke VN-rapporten serieus. Onder andere door Nederlandse financiering
aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) worden deze
rapporten mogelijk gemaakt. Dergelijk onderzoek voedt ook de overwegingen van het
kabinet.
De situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever is van grote zorg voor het kabinet.
Nederland spreekt zich altijd duidelijk uit dat de partijen zich aan internationaal
recht moeten houden. Het kabinet veroordeelt alle schendingen van het internationaal
recht, ongeacht wie de schending begaat. Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig
om feiten te verzamelen en schendingen vast te stellen zoals de genoemde schendingen
in het genoemde VN-rapport. Nederland draagt daarom ook in 2026 bij aan de onderzoekscapaciteit
van het kantoor OHCHR, middels iets meer dan EUR 2,1 miljoen.
Welke aanvullende maatregelen is Nederland bereid binnen de Europese Unie te bepleiten
om uitvoering te geven aan de verplichting van staten om ernstige schendingen van
het internationaal recht niet te ondersteunen en accountability te bevorderen?
84. Antwoord van het kabinet
Het kabinet blijft zich inzetten voor aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten
en kolonistenorganisaties, alsook sancties tegen extremistische Ministers van de regering
Netanyahu. Het kabinet zet zich daarnaast consistent in voor aanvullende sancties
tegen Hamas en PIJ. In lijn met de motie van het lid Dobbe17 riep Nederland in de vorige RBZ op tot onafhankelijk onderzoek n.a.v. de dood van
een 7 maanden oude baby op de Westelijke Jordaanoever. Nederland blijft zich actief
inzetten voor bevordering van accountability, het tegengaan van straffeloosheid.
Kan het kabinet toelichten welke inzet Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken
zal leveren ten aanzien van de verdere uitbreiding van illegale nederzettingen en
de voortgaande de facto annexatie van de Westelijke Jordaanoever?
85. Antwoord van het kabinet
Nederland zal onderstrepen dat nederzettingen onrechtmatig zijn en de uitbreiding
ervan, waaronder in het E1-gebied, een halt moet worden toegeroepen. Zie beantwoording
vraag 12 en 13.
Deze leden wijzen erop dat tijdens het rondetafelgesprek met juridische experts werd
aangegeven dat een handelsverbod dat uitsluitend ziet op goederen slechts gedeeltelijk
uitvoering geeft aan het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024.
Daarbij is erop gewezen dat ook diensten en investeringen bijdragen aan het in stand
houden van de illegale nederzettingen en dat daarvoor volgens de experts eveneens
werkbare juridische grondslagen bestaan.
Is het kabinet bereid zich er binnen de Europese Unie voor in te zetten dat een toekomstig
handelsverbod wordt uitgebreid naar diensten en investeringen? Zo nee, waarom niet?
86. Antwoord van het kabinet
Staten hebben een verplichting om maatregelen te nemen om te voorkomen dat (economische)
activiteiten bijdragen aan het in stand houden van de door Israël gecreëerde onrechtmatige
situatie in de bezette gebieden. Het is aan Staten zelf om nadere invulling te geven
aan deze internationaalrechtelijke verplichting.
Het kabinet zet zich in voor aanvullende handelsmaatregelen, waaronder een importverbod
van producten uit onrechtmatige nederzettingen op EU-niveau. Zie ook beantwoording
vraag 12.
Dezelfde experts wijzen erop dat een verbod op goederen eenvoudig kan worden omzeild
wanneer producten gebruikmaken van grondstoffen, arbeid of andere productiefactoren
uit illegale nederzettingen, maar elders worden afgewerkt. Ook wijzen zij op fraude
met oorsprongsetikettering en het belang van aanvullende douanecontroles.
Hoe wil het kabinet voorkomen dat een toekomstig handelsverbod wordt omzeild en welke
aanvullende handhavingsmaatregelen acht het kabinet daarvoor noodzakelijk?
87. Antwoord van het kabinet
In het opstellen van het sanctiebesluit is gepoogd zorgen rondom handhaving en mogelijke
omzeiling zo veel mogelijk te adresseren. Zo is bijvoorbeeld gekozen voor een brede
reikwijdte omtrent de oorsprong van goederen en om het invoerverbod aan te vullen
met een verbod op aankoop-, verkoop, tussenhandeldiensten en omzeiling. Tegelijkertijd
erkent het kabinet dat een maatregel op EU-niveau het meest effectief zou zijn om
producten uit onrechtmatige nederzettingen daadwerkelijk te weren. Daarom blijft het
kabinet onverminderd inzetten op een maatregel op EU-niveau.
De leden van de PvdD-fractie maakt zich grote zorgen over de aanhoudende oorlog in
Sudan. Uit recente berichtgeving van Reuters en Trouw blijkt dat de Rapid Support
Forces (RSF) nog altijd steun zouden ontvangen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten
(VAE), waaronder via trainingskampen en militaire ondersteuning.18 Tegelijkertijd wordt door voornamelijk de RSF seksueel geweld stelselmatig als oorlogswapen
tegen vrouwen en meisjes. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
Hoe beoordeelt het kabinet de recente berichtgeving over militaire ondersteuning aan
de RSF vanuit de VAE? Heeft het kabinet Ethiopië hierop aangesproken? Zo nee, waarom
niet?
88. Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over de steun aan RSF via buurlanden
van Soedan. Deze berichtgeving is zorgelijk. Rapporten van gerenommeerde mensenrechtenorganisaties
en media nemen wij serieus. Dit soort berichtgeving draagt bij aan het bredere inzicht
in de internationalisering van het conflict in Soedan.
Militaire, logistieke en/of financiële steun aan betrokken partijen draagt bij aan
het voortduren van het conflict, met grote gevolgen voor burgers in Soedan. Er geldt
bovendien een VN-wapenembargo voor Darfoer. Nederland spreekt met landen in de regio
over Soedan en zet zich in EU-verband in voor versterkt EU-betrokkenheid naar landen
in de regio. Engagement in EU-verband is vaak effectiever dan bilaterale inzet. Hierin
is ook aandacht voor berichtgeving over externe steun aan de strijdende partijen in
Soedan.
Is het kabinet bereid deze berichten binnen de Raad Buitenlandse Zaken aan de orde
te stellen en aan te dringen op onafhankelijk internationaal onderzoek naar de rol
van VAE bij het voortduren van het conflict?
89. Antwoord van het kabinet
Nederland vraagt in EU-verband regelmatig aandacht voor het conflict in Soedan en
zal dit blijven doen. Tijdens de aankomende RBZ is Soedan niet geagendeerd. Wel zal
Nederland in andere fora aandacht blijven vragen voor het conflict in Soedan en voor
de internationalisering van dit conflict.
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, zowel nationaal als in EU-verband, maatregelen
te nemen tegen staten of entiteiten die de strijdende partijen blijven voorzien van
militaire ondersteuning of wapens?
90. Antwoord van het kabinet
Maandag 6 juli jl. is, tijdens een zogeheten urgent debat dat mede door Nederland
is aangevraagd in de Mensenrechtenraad een resolutie aangenomen waarin externe betrokkenheid
die het conflict voedt, inclusief het leveren van wapens wordt veroordeeld en externe
actoren herinnert aan hun verplichtingen onder het internationaal recht. Conform motie
Dobbe c.s.19 blijft het kabinet zich inzetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende
partijen in Soedan te stoppen. Nederland heeft meermaals gepleit voor het uitbreiden
van het VN-wapenembargo op Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere internationale
overleggen, waaronder de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan.
Op welke wijze zet Nederland zich ervoor in dat accountability voor conflict gerelateerd
seksueel geweld een centrale plaats krijgt in de internationale aanpak van de oorlog
in Sudan?
91. Antwoord van het kabinet
Nederland zet zich in voor accountability voor conflict-gerelateerd seksueel geweld
in Soedan. In dat kader is Nederland in februari toegetreden tot de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan, waarin we samenwerken met gelijkgestemde landen om accountabilitymechanismen in
en voor Soedan te versterken.
Nederland steunt organisaties die mensenrechtenschendingen monitoren en documenteren,
onder meer via bijdragen aan het VN-mensenrechtenkantoor (OHCHR) in Soedan en met
een extra vrijwillige bijdrage in de afgelopen jaren van in totaal EUR 6 mln. aan
het Internationaal Strafhof (ICC) ter versterking van de algehele onderzoekscapaciteit.
Tevens ondersteunt Nederland community protection teams die conflicten en seksueel- en gender gerelateerd geweld vroegtijdig signaleren en
aanpakken. Ook binnen humanitaire inzet worden veiligheidsrisico’s geadresseerd, zoals
bij waterpunten waar het risico op seksueel- en gender-gerelateerd geweld hoog is.
Ten slotte levert Nederland een financiële bijdrage aan een door de VN-georganiseerde
regionale conferentie voor openbaar aanklagers uit verschillende Afrikaanse landen,
waaronder Soedan, die plaatsvindt in Nairobi, om samenwerking en capaciteit voor vervolging
van conflict gerelateerd seksueel geweld verder te versterken.
De leden van de PvdD-fractie heeft met zorg kennisgenomen van de berichtgeving over
gesprekken tussen vertegenwoordigers van EU-lidstaten, waaronder Nederland, en vertegenwoordigers
van de Taliban over de terugkeer van Afghaanse asielzoekers.20 Hoewel praktische contacten soms noodzakelijk kunnen zijn met het faciliteren van
noodhulp, mogen deze gesprekken er niet toe leiden dat het Talibanregime verder wordt
gelegitimeerd. Deze leden maken zich grote zorgen over de voortgaande genderapartheid
in Afghanistan. Vrouwen en meisjes worden door de Taliban systematisch uitgesloten
van onderwijs, werk en vrijwel alle aspecten van het openbare leven.
Daarnaast blijven journalisten, mensenrechtenverdedigers, lhbtqia+-personen en etnische
en religieuze minderheden blootstaan aan ernstige risico's. Deze leden hebben hierover
de volgende vragen.
Welke rol heeft Nederland gespeeld bij de totstandkoming van de gesprekken met vertegenwoordigers
van de Taliban en wat is daarbij de Nederlandse inzet?
92. Antwoord van het kabinet
Op 16 oktober jl. hebben verschillende lidstaten, waaronder Nederland, een brief gestuurd
aan Eurocommissaris Brunner met de oproep om op Europees niveau vrijwillige terugkeer
van personen zonder verblijfsrecht in de EU te stimuleren en de mogelijkheden voor
gedwongen terugkeer naar Afghanistan te onderzoeken, voor lidstaten die dat willen.
Uw Kamer heeft een afschrift van deze brief ontvangen. De Commissie heeft gevolg gegeven
aan deze oproep door over deze onderwerpen op operationeel niveau met de facto autoriteiten
te spreken. Nederland heeft verder geen rol gespeeld bij de totstandkoming van deze
gesprekken.
Hoe verhouden deze gesprekken zich tot het Nederlandse en Europese uitgangspunt om
het Talibanregime niet te erkennen?
93. Antwoord van het kabinet
Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse
bevolking. Normalisering van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt
Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Deelt u de opvatting dat gesprekken over terugkeer van afgewezen asielzoekers het
risico met zich meebrengen dat de Taliban internationaal verder worden genormaliseerd?
Zo nee, waarom niet?
94. Antwoord van het kabinet
Nee, het betrof een operationeel gesprek. Het normaliseren van de relatie met de Taliban
is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging
van het Afghaanse volk.
Beschouwt het kabinet de systematische uitsluiting van vrouwen en meisjes van onderwijs,
werk en het openbare leven als genderapartheid? Kan het kabinet zijn antwoord toelichten?
95. Antwoord van het kabinet
Genderapartheid is nog geen internationaalrechtelijk erkend begrip en de reikwijdte
ervan is ook onduidelijk. Het kabinet beschouwt de systematische uitsluiting van vrouwen
en meisjes van onderwijs, werk en het openbare leven als grove en systematische schendingen
van Afghanistans verplichtingen onder het Vrouwenverdrag dat discriminatie van vrouwen
verbiedt.
Welke concrete stappen zet Nederland om Afghaanse meisjes en vrouwen toegang te blijven
bieden tot onderwijs, waaronder online onderwijs en onderwijsprogramma's vanuit het
buitenland? Bent u bereid deze inzet uit te breiden? Zo nee, waarom niet?
96. Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan het steunen van de Afghaanse bevolking, met
name vrouwen en meisjes. Dat doet Nederland via onder andere humanitaire hulp en steun
aan lokale mensenrechteninitiatieven. Nederland werkt altijd vanuit de «voor vrouwen,
door vrouwen»-benadering, waarbij er in alle programmering speciale aandacht voor
vrouwen en meisjes is. Nederland zet zich in EU- en VN-verband in voor toegang tot
onderwijs voor meisjes en vrouwen.
Ook heeft Nederland op 25 september 2024 – samen met Australië, Canada en Duitsland
– Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het
Vrouwenverdrag. Door Afghanistan aansprakelijk te stellen, zet Nederland zich samen
met de bovengenoemde staten in om naleving van de internationale verplichtingen van
Afghanistan onder het Vrouwenverdrag af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen.
Afghaanse vrouwen en meisjes moeten hun rechten op grond van het Vrouwenverdrag kunnen
uitoefenen. In het bijzonder moet het recht op onderwijs, gezondheidszorg en deelname
aan het openbare leven voor Afghaanse vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gewaarborgd.
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, in samenwerking met Nederlandse kennisinstellingen,
aanvullende studiebeurzen beschikbaar te stellen voor vrouwen uit Afghanistan en andere
landen waar vrouwen en meisjes stelselmatig van onderwijs worden uitgesloten? Is het
kabinet bereid dergelijke mogelijkheden te verkennen?
97. Antwoord van het kabinet
Studiebeurzen voor Afghaanse vrouwen maken momenteel geen deel uit van de Nederlandse
programmering voor Afghanistan. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 96
hecht het kabinet groot belang aan de verbetering van de situatie van vrouwen en meisjes
in Afghanistan waaronder hun toegang tot onderwijs.
Hoe beoordeelt het kabinet de huidige mensenrechtensituatie in Afghanistan, in het
bijzonder ten aanzien van vrouwen, meisjes, lhbtqia+-personen, journalisten, mensenrechtenverdedigers
en etnische en religieuze minderheden?
98. Antwoord van het kabinet
De mensenrechtensituatie in Afghanistan is onverminderd ernstig voor deze kwetsbare
groepen en het kabinet kaart de zorgen hierover voortdurend aan in EU- en VN verband.
Ook heeft Nederland in EU-verband in de VN-Mensenrechtenraad steun verleend aan accountability voor en het tegengaan van straffeloosheid van ernstige mensenrechtenschendingen en
internationale misdrijven in Afghanistan, wat uiteindelijk resulteerde in de oprichting
van een onafhankelijk onderzoeksmechanisme voor Afghanistan.
Kan het kabinet toelichten op welke wijze de veiligheid van personen die naar Afghanistan
terugkeren kan worden gemonitord, gelet op het ontbreken van onafhankelijke rechtsbescherming
en de beperkte toegang voor internationale organisaties?
99. Antwoord van het kabinet
De beginselen van non-refoulement en de verplichtingen onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
bevat bindende vereisten die onder alle omstandigheden door Nederland zullen worden
nageleefd.
Blijft Nederland zich binnen de Europese Unie verzetten tegen gedwongen terugkeer
naar Afghanistan zolang sprake is van ernstige en systematische mensenrechtenschendingen
door de Taliban?
100. Antwoord van het kabinet
U wordt verwezen naar het antwoord op vraag 93. Voorts worden, zoals aangegeven bij
vraag 99, de beginselen van non-refoulement en de verplichtingen onder het EVRM onder alle omstandigheden door Nederland nageleefd.
Ook blijft Nederland zich uitspreken tegen mensenrechtenschendingen door de de facto autoriteiten in Afghanistan, zowel in EU- als in VN-verband.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.R. Muller, adjunct-griffier