Schriftelijke vragen : Het wereldwijd uitschakelen van Anthropic's Fable- en Mythos-modellen
Vragen van de leden Oualhadj en El Boujdaini (beiden D66) aan de Minister en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het wereldwijd uitschakelen van Anthropic’s Fable- en Mythos-modellen (ingezonden 17 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving dat Anthropic op 12 juni 2026, na een Amerikaans
exportcontrolebesluit, de modellen Fable 5 en Mythos 5 wereldwijd heeft uitgeschakeld
voor niet-Amerikaanse staatsburgers?
Vraag 2
Klopt het dat Nederlandse en Europese gebruikers hierdoor abrupt hun toegang tot een
frontier-AI-model (grensmodel) verloren, uitsluitend op grond van een binnenlands Amerikaans
besluit en zonder enige Europese inspraak of beroepsmogelijkheid?
Vraag 3
Was u vooraf op de hoogte van dit besluit of het risico daarop en op welke wijze zijn
Nederland en de EU hierover geïnformeerd of geconsulteerd?
Vraag 4
Deelt u de analyse dat dit incident blootlegt hoe afhankelijk Nederland en Europa
zijn van een handvol Amerikaanse aanbieders voor de meest geavanceerde AI, en dat
die toegang aantoonbaar als geopolitiek drukmiddel kan worden in- en uitgeschakeld?
Hoe verhoudt zich dat tot uw constatering in de beleidsbrief Economische Zaken en
Klimaat van 24 april 2026 dat Nederland «niet chantabel» moet zijn door strategische
afhankelijkheden af te bouwen?1
Vraag 5
Welk Europees of Nederlands alternatief kan op dit moment een frontier-model van vergelijkbaar niveau leveren wanneer Amerikaanse toegang wegvalt, en hoe
beoordeelt u de situatie indien een dergelijk alternatief ontbreekt?
Vraag 6
Welke concrete risico’s brengt de blokkade van dit model met zich mee voor het Nederlandse
bedrijfsleven, in het bijzonder wanneer toegang als drukmiddel wordt ingezet, en geldt
dit risico naar uw oordeel ook voor andere frontier-modellen van Amerikaanse aanbieders zoals OpenAI (ChatGPT) en Google (Gemini)?
Vraag 7
Heeft de plotselinge uitschakeling van Mythos – een model dat eerder met een select
aantal organisaties in vitale sectoren werd gedeeld om softwarekwetsbaarheden op te
sporen voordat kwaadwillenden deze konden misbruiken – gevolgen gehad voor de cyberweerbaarheid
van Nederlandse of Europese organisaties die dit model gebruikten?
Vraag 8
Welke risico’s ziet u in het gegeven dat een AI-model met dergelijke geavanceerde
capaciteiten voor het opsporen van cyberkwetsbaarheden zowel defensief als offensief
inzetbaar wordt geacht, en in hoeverre weegt dit mee in de Nederlandse of Europese
beoordeling van AI-systemen met een hoog risicoprofiel?
Vraag 9
Beschikken de rijksoverheid en de beheerders van vitale infrastructuur over een continuïteits-
of exitstrategie voor het geval dat Amerikaanse frontier-modellen waarop hun diensten draaien plotseling wegvallen, en zo nee, bent u voornemens
een dergelijke strategie te ontwikkelen?
Vraag 10
Welke maatregelen treft u op korte termijn, al dan niet in Europees verband, om een
dergelijke situatie te voorkomen of op te vangen?
Vraag 11
Hoe versnelt u de totstandkoming van een Europees alternatief op topniveau, bijvoorbeeld
door opschaling van de samenwerking met Mistral of door investeringen in rekencapaciteit?
Vraag 12
Bent u bekend met het scenario «Europe 2031», waarin wordt beschreven hoe Europa bij
voortzetting van de huidige AI-koers afglijdt naar irrelevantie?2
Vraag 13
Onderschrijft u de bevinding dat Europa nog circa 5 procent van de wereldwijde AI-compute beheerst tegenover circa 80 procent in de Verenigde Staten en dat de 200 miljard
euro aan InvestAI grotendeels herverpakt geld betreft dat in het niet valt bij één
jaar Amerikaanse investeringen? Zo nee, op welke punten en op basis van welke cijfers
wijkt uw beeld af?
Vraag 14
Deelt u de tijdsdiagnose dat de zomer van 2026 het laatste reële moment is om bij
te sturen voordat de achterstand zichzelf versterkt? Zo nee, welk eigen ijkpunt hanteert
u en waarop baseert u dat?
Vraag 15
Bent u bereid dit incident en andere mogelijke strategische AI-afhankelijkheden te
(laten) bestuderen en de Kamer te informeren hoe Nederland zich voorbereidt op een
scenario waarin de toegang tot buitenlandse AI-modellen voor Nederlandse burgers abrupt
wordt beperkt of als drukmiddel wordt ingezet, en daarbij in te gaan op de economische,
strategische en soevereiniteitsgevolgen voor Nederland?
Vraag 16
Wat doet u om meer strategische technologie te ontwikkelen waarvan anderen juist afhankelijk
zijn – naar het voorbeeld van ASML – zodat de kans kleiner wordt dat Nederland wordt
afgesloten van kritieke technologie zoals AI?
Vraag 17
Bent u bereid de positie uit de brief aan de Kamer van 31 maart 2026 – dat er binnen
de huidige begroting geen ruimte is voor de financiële verplichting om deel te nemen
aan de Europese aanbesteding van rekencapaciteit en daarmee aanspraak te maken op
het fonds van 20 miljard euro voor maximaal vijf AI-gigafabrieken – te heroverwegen,
nu het Fable-incident precies de geopolitieke verstoring is die in diezelfde brief
als reden werd genoemd waarom Nederland en Europa zelfstandig AI-modellen moeten kunnen
ontwikkelen en hosten?3
Vraag 18
Hoe verhoudt de ambitie om nationale rekencapaciteit op te bouwen zich tot de huidige
netcongestie, de schaarse ruimte en het verbod op hyperscale-datacenters op nieuwe locaties, en welke concrete randvoorwaarden op het gebied van energie,
netaansluiting en vergunningverlening neemt u op welke termijn weg?
Vraag 19
Bent u bereid de oprichting van een Nederlands European Lab for Learning and Intelligent
Systems (ELLIS) Instituut als nationaal AI-onderzoekscentrum, zoals aanbevolen in
het rapport-Wennink, op korte termijn mogelijk te maken en te financieren? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 20
Hoe beoordeelt u het feit dat Nederland, anders dan het Verenigd Koninkrijk en de
Verenigde Staten, niet over een eigen AI Safety Institute beschikt en daarmee geen
onafhankelijke capaciteit heeft om de frontier-modellen waarvan onze economie en vitale sectoren afhankelijk zijn zelf te beoordelen
of te testen – zoals het Britse AI Safety Institute wel doet via toegangsafspraken
met onder meer Anthropic, Google en OpenAI – mede in het licht van het gegeven dat
juist een jailbreak (gevangenisuitbraak) van Mythos de aanleiding vormde voor het uitschakelen van Fable?
Bent u bereid een Nederlands AI Safety Institute met die taak en passende bevoegdheden
op te richten?
Vraag 21
Onderschrijft u het feit dat het versterken van de brede strategische relevantie van
op Nederland gerichte investeringen vraagt om technologische doorbraken over meerdere
domeinen, en niet alleen in AI? Welke rol ziet u daarbij voor het Nationaal Agentschap
voor Disruptieve Innovatie (NADI) als motor voor disruptieve doorbraken over de volle
breedte van de door Wennink benoemde strategische domeinen (digitalisering en AI,
veiligheid en weerbaarheid, gezondheid en biotechnologie, energie- en klimaattechnologie)?
Vraag 22
Bent u bereid te laten onderzoeken of het NADI volgens de ARPA-methode een programma
kan opzetten dat de ontwikkeling van AI-infrastructuur op Europese bodem versterkt,
in het bijzonder chips en de bijbehorende ontwerp- en productietooling?
Vraag 23
Bent u bereid de Kamer vóór Prinsjesdag een samenhangend tijdpad te sturen voor het
vergroten van de strategische relevantie van Nederland op AI- en breder technologisch
gebied, met daarin in elk geval de besluitvorming over nationale rekencapaciteit en
energie, een ELLIS Instituut, een AI Safety Institute, de versnelde oprichting van
het NADI en de opschaling van de Nationale Investeringsinstelling?
Indieners
-
Gericht aan
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Ouafa Oualhadj, Kamerlid -
Medeindiener
Sarah El Boujdaini, Kamerlid