Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over Wijzigingen van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie van de beleidswaarde (Kamerstuk 32847-1427)
32 847 Integrale visie op de woningmarkt
Nr. 1488
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft een aantal
vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening over de brief van 7 april 2026 inzake wijzigingen van het Besluit toegelaten
instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie van de beleidswaarde
(Kamerstuk 32 847, nr. 1427).
De vragen en opmerkingen zijn op 13 mei 2026 aan de Minister van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening voorgelegd. Bij brief van 9 juni 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Bromet
De griffier van de commissie, De Vos
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie zijn positief over de voorgestelde wijziging van het Besluit
in verband met de introductie van de beleidswaarde. De regeldrukvermindering die deze
wijziging met zich meebrengt kan de corporatiesector mogelijk jaarlijks miljoenen
aan lasten besparen.
Deze leden lezen in de nota naar aanleiding van het verslag inzake Wijziging van de
Woningwet in verband met het vervangen van de actuele waarde door de beleidswaarde
(Kamerstuk 36 886, nr. 6) dat actualisatie van het Handboek beleidswaarde niet jaarlijks voorzien is, maar
dat deze naar aanleiding van praktijkervaringen aanpast kan worden. Op welke termijn
verwacht de Minister de Kamer te kunnen informeren over de ervaringen met de nieuwe
werkwijze en de daadwerkelijk gerealiseerde lastenverlichting?
Het Handboek beleidswaarde wordt voor het eerst toegepast ten behoeve van de jaarrekening
over 2026, die door woningcorporaties vóór 1 juli 2027 moet worden vastgesteld. Na
dat eerste boekjaar zal ik met de Autoriteit woningcorporaties (Aw) in gesprek gaan
om te horen over eventuele signalen over de werking van het handboek. Ik verwacht
in het najaar van 2027 de eerste indrukken over het nieuwe handboek met uw Kamer te
kunnen delen.
De verwachte lastenverlichting zoals toegelicht in de memorie van toelichting bij
het wetsvoorstel tot wijziging van de Woningwet in verband met het vervangen van de
actuele waarde door de beleidswaarde volgt op het vervallen van de verplichting voor
corporaties om de marktwaarde te bepalen en te verantwoorden in de jaarrekening. Dit
staat los van de methodiek voor de bepaling van de beleidswaarde, die maar beperkt
wordt gewijzigd. Ten aanzien van het eerste punt is geen evaluatie voorzien om de
daadwerkelijke vermindering van administratieve lasten te meten. Wel blijft het onderwerp
regeldruk een belangrijk thema dat ik periodiek met de sector bespreek.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de wijzigingen. Deze leden hebben
geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit houdende wijzigingen
van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie
van de beleidswaarde. Deze leden onderschrijven het belang van vermindering van administratieve
lasten voor woningcorporaties en een jaarrekening die beter aansluit bij de maatschappelijke
taak van corporaties. Zij hebben over de uitwerking van het ontwerpbesluit nog enkele
vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben over de nieuwe centrale waarderingsmethodiek enkele
vragen. In de toelichting wordt aangegeven dat de marktwaarde relevant blijft voor
borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en toezicht door de Autoriteit woningcorporaties,
en dat hiervoor een nieuwe centrale waarderingsmethodiek wordt ontwikkeld. Tevens
wordt aangegeven dat deze methodiek niet wettelijk wordt verankerd. Deze leden vragen
hoe de Minister in dat geval waarborgt dat woningcorporaties, accountants en toezichthouders
beschikken over een voldoende stabiel, controleerbaar en consistent kader voor de
toepassing van deze methodiek.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft het initiatief genomen voor de ontwikkeling
van het nieuwe centrale marktwaardesysteem. Als borgingsinstituut heeft WSW immers
een groot belang bij een betrouwbaar en objectief systeem dat inzicht geeft in de
onderpandswaarde. Voor de uitvoering van het centrale waarderingsmodel heeft WSW een
openbare inkoopprocedure doorlopen en inmiddels zijn twee partijen geselecteerd.1 Het centrale marktwaardesysteem wordt ingebed in de reguliere governance van WSW, bestaande uit onder meer de deelnemersraad, de samenwerking met de Aw en
de reguliere gesprekken met het Rijk in het kader van de achtervang. Op die manier
kan controle worden uitgeoefend op het waarderingsproces en wordt de benodigde transparantie
geboden aan de sector en de toezichthouder. Dit bestaande systeem van checks and balances biedt voldoende waarborgen om te zorgen dat de waarderingsmethodiek bruikbaar is
en blijft. Daarnaast wordt een validatie van de uitkomsten door een onafhankelijke
partij ingebouwd in het waarderingssysteem.
Aangezien de marktwaarde niet meer hoeft te worden verantwoord in de jaarrekening
is hierop geen accountscontrole meer nodig.
Kan de Minister toelichten welke onderdelen van de methodiek worden vastgelegd in
regelgeving, handboeken of andere formele kaders, en welke ruimte daarbij bestaat
voor nadere wijzigingen of aanpassingen in de praktijk?
De methodiek wordt niet vastgelegd in regelgeving, handboeken of andere formele kaders.
Zoals genoemd in het vorige antwoord, wordt het centrale marktwaardesysteem ingebed
in de reguliere governance van WSW. Binnen dat stelsel is er ruimte voor eventuele aanpassingen aan de praktijk.
Deze leden vragen voorts hoe wordt gewaarborgd dat de nieuwe centrale waarderingsmethodiek
daadwerkelijk leidt tot vermindering van administratieve lasten voor woningcorporaties.
In de toelichting wordt gesteld dat zoveel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van
bestaande vastgoeddata en bestaande datastructuren. Zij vragen welke aanvullende gegevenslevering
desondanks nog van corporaties wordt gevraagd.
WSW heeft haar deelnemers in oktober 2025 geïnformeerd2 over de contouren van het nieuwe waarderingsmodel en de gegevensuitwisseling met
corporaties. WSW vraagt alleen de gegevens van de vastgoedcategorieën die voor het
onderpand het meest relevant zijn, te weten: woningen en zorgvastgoed. De gegevens
die corporaties voor de centrale marktwaardering dienen aan te leveren over woningen
en zorgvastgoed zijn vrijwel dezelfde als de afgelopen jaren bij de modelmatige marktwaarde.
Per saldo gaat het uiteindelijk, omdat geen gegevens meer hoeven te worden aangeleverd
over ander vastgoed, om aanzienlijk minder gegevens.
Tevens vragen de leden van de CDA-fractie op welke wijze in de komende jaren inzichtelijk
wordt gemaakt of de beoogde vermindering van administratieve lasten in de praktijk
ook daadwerkelijk optreedt. Wordt daarbij voorzien in een vorm van periodieke evaluatie
of vergelijking met de huidige systematiek?
In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Woningwet
in verband met het vervangen van de actuele waarde door de beleidswaarde3 is de verwachte regeldrukvermindering toegelicht. Er is onder sectorpartijen (corporaties,
de Aw, WSW, accountants) geen twijfel dat met de gekozen richting een sterke vereenvoudiging
en kostenbesparing zal worden bereikt. Een evaluatie om de daadwerkelijke vermindering
van administratieve lasten te meten is niet voorzien. Wel blijft het onderwerp regeldruk
een belangrijk thema dat ik periodiek met de sector bespreek.
Deze leden vragen daarnaast hoe de Minister verwacht dat woningcorporaties de vrijvallende
capaciteit die ontstaat door vermindering van administratieve lasten in de praktijk
zullen inzetten. Wordt gevolgd in hoeverre deze wijziging bijdraagt aan de volkshuisvestelijke
opgave van corporaties, bijvoorbeeld ten aanzien van nieuwbouw, onderhoud of verduurzaming?
WSW verwacht haar deelnemers op korte termijn te kunnen informeren over de kosten
van het centraal waarderingsmodel. Gelet op het financiële tekort4 waar de corporatiesector mee te maken heeft om de afgesproken investeringsopgave
te realiseren, ligt het voor de hand dat corporaties iedere bespaarde euro zullen
inzetten voor deze investeringsopgave. Het verminderen van regeldruk is bovendien
in de Nationale Prestatieafspraken (NPA) opgenomen als randvoorwaarde voor het realiseren
van de opgave. Ik acht het daarom niet noodzakelijk en niet effectief om specifiek
te monitoren hoe corporaties een besparing in de vastgoedwaardering precies inzetten.
De leden van de CDA-fractie hebben ook over de vergelijkbaarheid van beleidswaardes
tussen woningcorporaties enkele vragen. In de toelichting wordt aangegeven dat de
beleidswaarde rekening houdt met maatschappelijke keuzes van corporaties ten aanzien
van onder meer betaalbaarheid, onderhoud en doorexploitatie. Deze leden vragen hoe
wordt voorkomen dat hierdoor grote verschillen ontstaan tussen corporaties in de wijze
waarop beleidswaardes worden vastgesteld. Op welke wijze wordt geborgd dat beleidswaardes
binnen de sector voldoende vergelijkbaar blijven voor toezicht, beoordeling en onderlinge
vergelijking?
De leden van de CDA-fractie hebben daarnaast over de toepassing van de beleidswaarde
in de praktijk enkele vragen. Deze leden vragen hoe wordt gewaarborgd dat verschillen
in beleidskeuzes tussen corporaties niet leiden tot grote verschillen in financiële
waardering die moeilijk vergelijkbaar of uitlegbaar zijn.
De beleidswaarde is een reeds bestaand waardebegrip in de corporatiesector waar de
Aw en WSW al geruime tijd ervaring mee hebben. Met de invoering van de beleidswaarde
als grondslag voor de jaarrekening wordt beoogd om beleidskeuzes van individuele woningcorporaties
tot uitdrukking te brengen in de financiële positie. Daarmee zullen de beleidswaardes
per definitie uiteenlopen binnen de sector. Tegelijkertijd is het wel van belang dat
de bepaling van de beleidswaarde binnen de gestelde kaders gebeurt om te zorgen voor
vergelijkbaarheid. De Aw wijst corporaties hier ook op vanuit haar rol als toezichthouder.
De kaders voor het berekenen van de beleidswaarde liggen nu nog vast in het Handboek
marktwaardering. Dit handboek zal met ingang van het wetsvoorstel tot wijziging van
de Woningwet in verband met het vervangen van de actuele waarde door de beleidswaarde
en voorliggend besluit worden vervangen door het Handboek beleidswaarde, dat eind
maart op de website van de Aw is gepubliceerd.5 Naar aanleiding van signalen van corporaties, accountants en vastgoedpartijen is
bij het opstellen van het Handboek beleidswaarde in het bijzonder aandacht besteed
aan verduidelijking van formuleringen om de consistentie tussen corporaties te bevorderen.
Tevens vragen zij welke rol accountants, de Autoriteit woningcorporaties en het Waarborgfonds
Sociale Woningbouw krijgen bij het bevorderen van een consistente toepassing van de
nieuwe systematiek binnen de sector.
De taak van accountants is om de getrouwheid van de beleidswaarde in de jaarrekening
te controleren. Accountants toetsen daarbij ook aan de kaders van het Handboek beleidswaarde.
Voor Aw en WSW geldt dat de beleidswaarde een belangrijke rol speelt in het gezamenlijk
beoordelingskader ten behoeve van de beoordeling van de financiële positie. In dit
beoordelingskader worden de solvabiliteitsratio en de loan-to-value gebaseerd op de beleidswaarde.
Zij vragen daarnaast hoe wordt beoordeeld of de verduidelijking van formuleringen
in het nieuwe Handboek beleidswaarde voldoende is om inconsistenties tussen corporaties
te voorkomen. Wordt voorzien in evaluatie of monitoring van verschillen in toepassing
tussen corporaties, accountants en toezichthouders?
Het nieuwe Handboek beleidswaarde, inclusief genoemde verduidelijkingen, is tot stand
gekomen in nauwe afstemming met vertegenwoordigers van de partijen die er in de praktijk
mee te maken hebben. De bepaling van de beleidswaarde betreft een continuering van
de bestaande praktijk. Ervaringen uit het verleden zijn meegenomen in de verdere verduidelijking
en doorontwikkeling. In hoeverre de verduidelijkingen voldoende zijn zal in de praktijk
moeten blijken. Na het eerste boekjaar zal ik met de Aw in gesprek gaan om te horen
over de eerste praktijkervaringen met het handboek beleidswaarde.
Het Ministerie van BZK is ook vertegenwoordigd in sectoroverleggen van accountants
die werkzaam zijn in de corporatiesector. Via die overleggen kunnen accountants alsook
corporaties vroegtijdig signalen delen over het functioneren van het Handboek beleidswaarde.
De leden van de CDA-fractie hebben voorts over de positie van woningcorporaties die
niet zijn aangesloten bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw enkele vragen. In de
toelichting wordt ingegaan op de ontwikkeling van een centrale waarderingsmethodiek
voor de marktwaarde ten behoeve van borging en toezicht. Deze leden vragen hoe voor
corporaties die buiten het Waarborgfonds Sociale Woningbouw vallen wordt voorzien
in een werkbare en vergelijkbare systematiek voor waardering en toezicht. Kan de Minister
toelichten welke uitgangspunten daarbij worden gehanteerd en wat op dit moment de
stand van zaken is van de uitwerking hiervan?
De praktische oplossing die de Aw voor deze taken gaat inrichten wordt op dit moment
nog uitgewerkt. Hierbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de administratieve
lasten voor corporaties door in beginsel geen aanvullende informatie op te vragen,
tenzij dit in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk is voor de uitoefening van het
toezicht.
De leden van de CDA-fractie hebben ook over de effecten voor verschillende typen woningmarktregio’s
enkele vragen. Deze leden vragen in hoeverre is onderzocht of de overgang van marktwaarde
naar beleidswaarde in de praktijk verschillend kan uitwerken voor corporaties in regio’s
met uiteenlopende marktomstandigheden, waaronder regio’s met relatief lage marktwaardes.
Kan de Minister toelichten welke inzichten hierover op dit moment beschikbaar zijn?
De overgang van marktwaarde naar beleidswaarde ziet enkel op een wijziging van de
waarderingsgrondslag voor de jaarrekening. Er wordt geen wijziging voorgesteld in
het financiële beoordelingskader van de Aw en WSW. Er is dan ook geen sprake van een
effect op de financiële positie van corporaties. Derhalve zal de overgang van marktwaarde
naar beleidswaarde niet verschillend uitwerken in verschillende regio’s.
Zij hebben ook over de uitvoerbaarheid en tijdigheid van de nieuwe systematiek enkele
vragen. In de toelichting wordt aangegeven dat de uitwerking van de centrale waarderingsmethodiek
en het Handboek beleidswaarde op schema liggen om gereed te zijn voor de jaarrekening
over 2026. Deze leden vragen welke concrete randvoorwaarden nog moeten worden ingevuld
voordat woningcorporaties, accountants en toezichthouders daadwerkelijk met deze systematiek
kunnen werken. Tevens vragen de leden van de CDA-fractie welke gevolgen het heeft
indien onderdelen van de methodiek of het handboek niet tijdig gereed zijn.
WSW heeft na een openbare inkoopprocedure inmiddels twee partijen geselecteerd voor
de uitvoering van de centrale marktwaardering.6 In de komende maanden werken zij het waarderingsmodel uit conform de door WSW gestelde
criteria en randvoorwaarden. Gelet op de ervaring die de gecontracteerde partijen
hebben is er voldoende vertrouwen dat het haalbaar is om begin 2027 de waardering
over boekjaar 2026 uit te voeren. Daarnaast is het van belang dat corporaties tijdig
en adequaat hun vastgoedgegevens aanleveren met behulp van het template dat op de
website van WSW te vinden is. Aangezien de gegevens de afgelopen jaren vrijwel allemaal
al aangeleverd moesten worden voor de modelmatige marktwaarde is de verwachting dat
hier geen problemen op zullen treden.
Het Handboek beleidswaarde is eind maart gepubliceerd op de website van de Aw.7 Dit handboek zal nog formeel worden bekrachtigd als bijlage bij de Regeling toegelaten
instellingen volkshuisvesting 2015 (Rtiv) middels een wijziging van die regeling die
ik voorbereid.
Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de
Wijzigingen van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband
met de introductie van de beleidswaarde. Deze leden staan positief tegenover deze
wijzigingen en zijn blij met de regeldrukvermindering in deze sector. Zij hebben nog
wel enkele vragen over het Handboek beleidswaarde. Dit handboek moet nog officieel
verschijnen, maar staat al wel op de website van de Autoriteit woningcorporaties.
Dit handboek omvat onder andere een gewijzigde berekening van de beleidswaarde van
bedrijfsonroerend goed (BOG), maatschappelijk onroerend goed (MOG), intramuraal zorgvastgoed
(ZOG) en parkeren, en de verplichting om vanaf verslagjaar 2026 de volledige meerjarenonderhoudsbegroting
(MJOB) tot 60 in plaats van 15 jaar in te rekenen. Kan de Minister toezeggen nauwgezet
te monitoren in hoeverre woningcorporaties uit de voeten kunnen met het Handboek beleidswaarde,
en ook zo snel mogelijk de uitvoerbaarheid en regeldrukeffecten van het nieuwe handboek
te evalueren?
Zoals ik in de antwoorden op voorgaande vragen heb aangegeven, zal ik na het eerste
boekjaar met de Aw in gesprek gaan om te horen over de eerste praktijkervaringen met
het nieuwe handboek beleidswaarde. Mochten praktijkervaringen daar aanleiding toe
geven dan kunnen er aanpassingen in het handboek worden doorgevoerd. Regeldruk en
de uitvoerbaarheid van regelgeving blijven onverminderd belangrijke thema’s die ik
regelmatig met de sector bespreek.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit tot wijzigingen
van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de introductie
van de beleidswaarde en hebben voor nu geen vragen en/of opmerkingen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
L. Bromet, voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede ondertekenaar
A.C.W. de Vos, griffier