Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Michon-Derkzen over het artikel ‘Het pensioendrama APG
Vragen van het lid Michon-Derkzen (VVD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het artikel «Het pensioendrama APG» (ingezonden 15 mei 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 8 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2088.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Het pensioendrama APG» van 7 mei 2026?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
In het jaarverslag van het ABP staat dat duurzaam en verantwoord beleggen voor «enige
remming» van de rendementen heeft gezorgd. Risicovrij beleggen levert ongeveer 4%
per jaar op en daar zit het APG onder. Hoe beoordeelt u de tegenvallende resultaten
op de aandelenportefeuille?
Antwoord 2
Zoals gebruikelijk is, geef ik geen oordeel over de prestaties van individuele pensioenfondsen
of pensioenuitvoeringsorganisaties. Het fonds legt verantwoording af aan het verantwoordingsorgaan
over het gevoerde beleggingsbeleid en de daarbij behorende resultaten.
Vraag 3
Bent u het eens dat het de taak van de pensioenfondsen moet zijn om in het belang
van de deelnemers maximaal rendement te halen?
Antwoord 3
Een pensioenfonds moet handelen in het belang van de deelnemers, waarmee in ieder
geval wordt bedoeld dat het financieel belang van deelnemers moet worden gewaarborgd.
Dit is ook wettelijk vastgelegd. In het beleggingsbeleid moeten fondsen rekening houden
met de risicohouding van de deelnemers. In de risicohouding worden het minimum-rendement
en het maximum-risico bepaald waarbinnen het strategische beleggingsbeleid wordt vormgegeven.
Pensioenfondsen dienen daarin een afweging te maken tussen de groei en de zekerheid
van de uitkering die zij aan gepensioneerden willen bieden.
Vraag 4
Bent u bereid om het ABP een nadere toelichting te vragen op deze tegenvallende resultaten
en wilt u de Kamer informeren over deze nadere toelichting?
Antwoord 4
Het fonds dient richting haar deelnemers en gepensioneerden verantwoording af te leggen
over de behaalde resultaten en daarbij toelichting te geven. Voor de verantwoording
die fondsen af moeten leggen gelden wettelijke normen en procedures. Er zijn mij geen
signalen bekend dat ABP hierin tekort is geschoten en ik behoef daarom ook geen nadere
toelichting.
Volledigheidshalve verwijs ik u naar het openbare jaarverslag van ABP. In dit jaarverslag
geeft ABP een toelichting op de beleggingsresultaten. De dekkingsgraad ontwikkelde
zich positief in 2025 door de stijging van de rente. Per 1 januari 2026 zijn pensioenen
verhoogd met 2,84%. Dat is hetzelfde als de prijsstijging in de periode van september
2024 tot en met september 2025. Hiermee is per 2026 de indexatie-ambitie geheel waargemaakt.
Vraag 5
De Kamer heeft de motie van het lid Aartsen c.s. aangenomen waarin wordt gesteld dat
het rendement centraal moet staan en geen ruimte is voor activistisch of ideëel beleggen2. Hoe wordt deze motie uitgevoerd?
Antwoord 5
Eerder heeft mijn ambtsvoorganger uitvoering gegeven aan de motie Aartsen, waarin
is verkend hoe toetsingskaders kunnen worden aangescherpt om te waarborgen dat wordt
belegd in het belang van de deelnemer.3,
4 Zoals genoemd bij antwoord 3, is het wettelijk voorgeschreven dat pensioenfondsen
een beleggingsbeleid moet voeren waarbij er wordt belegd in het belang van de deelnemer.
Daarmee wordt in ieder geval bedoeld dat het financiële belang van deelnemers gewaarborgd
moet worden.
Vraag 6
Hoe ziet het door u aangekondigde onderzoek naar achterblijvende rendementen eruit?
Wat is de onderzoeksopdracht, wie voert het onderzoek uit en wanneer krijgt de Kamer
de resultaten?
Antwoord 6
Het onderzoek is met de brief «Het beleggingsbeleid van Nederlandse pensioenfondsen»
aan de Kamer verzonden en is verricht door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
waarbij sectorexperts zijn betrokken.
Vraag 7 en 8
Bent u het eens dat meer transparantie over de resultaten noodzakelijk is? Zo nee
waarom niet? Zo ja, hoe ziet dit er dan volgens u uit?
Op welke wijze kunnen pensioenfondsen worden gestimuleerd om in het belang van hun
deelnemers meer transparantie te geven over de behaalde beleggingsresultaten?
Antwoord 7 en 8
Duidelijke communicatie richting deelnemers over het beleggingsbeleid vormt een belangrijk
onderdeel van de verantwoording door pensioenfondsen aan deelnemers. Pensioenfondsen
bieden transparantie over hun beleggingen en beleggingsresultaten in hun jaarverslagen
en leggen verantwoording hierover af aan de actieve deelnemers en gepensioneerden,
die zijn vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan. Ook worden alle deelnemers
en gepensioneerden jaarlijks individueel geïnformeerd via het Uniform Pensioenoverzicht
(UPO).
Vraag 9
Bij wie ligt de taak om verantwoording af te leggen over de resultaten van de fondsen,
de uitvoerder of het fonds? Bent u het eens dat deze taak explicieter moet worden
gemaakt? Zo nee waarom niet? Zo ja, hoe ziet dit er dan volgens u uit?
Antwoord 9
Goede verantwoording is belangrijk, omdat dit de deelnemer vertrouwen biedt in het
pensioenstelsel en het fonds waarbij ze hun pensioen opbouwen. Pensioenfondsen leggen
verantwoording af over de resultaten die ze behalen, alsook over alle onderdelen van
de uitvoering. Denk bijvoorbeeld aan vermogensbeheer of administratie als deze zijn
uitbesteed. Daarnaast leggen pensioenfondsen verantwoording af over de (verwachte)
pensioenuitkering, of deze stabiel is en of deze verhoogd kan worden in het licht
van de prijsontwikkeling. Maar ook over de inspanning vooraf wordt verantwoording
afgelegd aan de deelnemers. Het gaat dan bijvoorbeeld om het beleggingsbeleid, waarin
met diverse biometrische en financiële risico’s en met economische en globale ontwikkelingen
rekening gehouden wordt. Verantwoording wordt afgelegd op de website, in het jaarverslag
van het fonds en ook aan het verantwoordings- of belanghebbendenorgaan, waarin deelnemers
en gepensioneerden zijn vertegenwoordigd.
In de Pensioenwet zijn de verantwoordingsvereisten die gesteld worden aan individuele
pensioenfondsen vastgelegd. Daarmee is expliciet duidelijk dat het individuele fonds
en niet de betreffende pensioenuitvoeringsorganisatie verantwoording moet afleggen
over de resultaten aan de deelnemers.
Er kunnen voor een pensioenuitvoeringsorganisatie evenwel andere, buiten de Pensioenwet
gelegen, wettelijke en statutaire verplichtingen zijn om een jaarverslag te publiceren.
Dergelijke jaarverslagen kunnen niet in de plaats treden van de verantwoordingsverplichtingen
die een individueel fonds heeft naar zijn deelnemers. Er zijn mij geen signalen bekend
dat hiervan sprake zou zijn of dat er voor deelnemers(organen) sprake is van verwarring.
Uiteraard staat het iedereen vrij om ook de inzichten uit de openbare jaarverslagen
van pensioenuitvoeringsorganisaties tot zich te nemen en hierover bijvoorbeeld in
nieuwsmedia te publiceren.
Vraag 10
Welke mogelijkheden heeft een verantwoordingsorgaan of belanghebbendenorgaan af te
dwingen dat een pensioenfonds bij het beleggingsbeleid nadrukkelijker rekening houdt
met het belang van deelnemers om rendement te maximaliseren? Bent u bereid om deze
mogelijkheden te verruimen?
Antwoord 10
Ik begrijp uw zorg rondom de inspraak van deelnemers en gepensioneerden over het beleggingsbeleid.
Deelnemers en gepensioneerden hebben inspraak in het beleggingsbeleid van pensioenfondsen.
Ze zijn onder meer vertegenwoordigd in de pensioenfondsbesturen. Het bestuur stelt
het beleggingsbeleid vast. Verder is het verantwoordingsorgaan, waarin deelnemers
zitting hebben, bevoegd om een oordeel te geven over het handelen van het bestuur
zoals over het gevoerde beleggingsbeleid. Dit oordeel wordt opgenomen in het bestuursverslag.
In het algemeen is te zien dat pensioenfondsen in toenemende mate de individuele pensioenfondsdeelnemers
actief betrekken bij de vormgeving van hun beleggingsbeleid. In het kader van de motie
Palland zal een onderzoek worden verricht naar de governance van pensioenfondsen.
De huidige wijze van deelnemersbetrokkenheid zal daarin ook worden beschouwd. Op basis
van die inzichten ga ik graag te zijner tijd in gesprek met uw Kamer.
Vraag 11
Wie houdt toezicht op de wijze van beleggen door de pensioenfondsen?
Antwoord 11
Er zijn verschillende stappen in de beleggingscyclus te onderscheiden, zoals ook uitgebreid
beschreven in de brief «Het beleggingsbeleid van Nederlandse pensioenfondsen». DNB
ziet erop toe dat de voorgeschreven stappen doorlopen worden om te komen tot een passend
beleggingsbeleid door het pensioenfonds, en dat het bestuur de strategie periodiek
herijkt indien nodig. Daarbij wordt ook gekeken of verantwoordingsorganen in voldoende
mate worden betrokken.5 AFM ziet toe op de wettelijk verplichte uitvoering van het risicopreferentieonderzoek
door pensioenfondsen.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.