Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Heutink over een dreigend tekort aan benzine en kerosine
Vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) aan de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat en van Klimaat en Groene Groei over een dreigend tekort aan benzine en kerosine (ingezonden 13 mei 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) en de Minister van
Klimaat en Groene Groei (ontvangen 3 juni 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de bevindingen van de Rabobank?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
In hoeverre rijmt de uitkomst van dit onderzoek van de Rabobank met uw woorden van
18 april 2026, waarin u aangeeft dat er voldoende voorraad kerosine is?2
Antwoord 2
De uitspraken van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de kerosinevoorraad
tijdens het Vragenuur van 18 april zijn in overeenstemming met de uitkomst van het
Rabobank-onderzoek. Beiden hebben betrekking op verschillende scenario’s en op de
korte respectievelijk langere termijn.
Zoals eerder aangegeven beschikken Nederland en Europa op dit moment over voldoende
voorraden kerosine. Er is momenteel dus geen sprake van acute tekorten. Tegelijkertijd
is het noodzakelijk dat wij ons voorbereiden op scenario’s voor het geval de situatie
in het Midden-Oosten verder escaleert of langdurig aanhoudt.
Het onderzoek van Rabobank kan gezien worden als een analyse van juist dat langdurige
scenario. De bank wijst op het risico dat de beschikbaarheid van kerosine na verloop
van tijd onder druk kan komen te staan wanneer de verstoring van aanvoer via de Straat
van Hormuz langere tijd aanhoudt bij een vergelijkbaar blijvende vraag.
Vraag 3
Hoe lang is de huidige Europese olievoorraad nog toereikend? Kunt u daarbij het meest
negatieve en meest positieve scenario ook uitlichten? Kunt u ook toelichten hoe lang
Nederland zelfstandig kan functioneren met die voorraad?
Antwoord 3
Nederland en Europa beschikken over relatief grote olievoorraden die voor vijf maanden
toereikend zijn. De daadwerkelijke duur waarvoor deze voorraden volstaan, hangt sterk
af van de ontwikkeling van de verstoring, de mate waarin handelsstromen zich aanpassen,
de vraagontwikkeling en de inzet van raffinaderijen. Een vaste termijn is daarom niet
goed te geven. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zet in op zoveel mogelijk
energiebesparing door de energie-efficiëntie in de luchtvaart verder te verbeteren.
Leveringen ruwe olie gaan door en de vraag kan worden bediend. We zien dat handelsstromen
en raffinaderijen zich aanpassen op de ontwikkelingen in de oliemarkt. Er komt op
dit moment meer import uit landen als de Verenigde Staten en Nigeria en de raffinagesector
schaalt productie op naar waar de vraag het grootst is; op dit moment kerosine en
diesel. Tegelijkertijd zien we wel dat er krapte ontstaat in de markt en dat prijzen
stijgen en volatiel blijven. De markt staat dus onder druk, maar er is in Nederland
op dit moment geen sprake van tekorten.
In Nederland en Noordwest-Europa is op dit moment voldoende voorraad beschikbaar.
De beschikbare dekking verschilt per product: voor kerosine is deze beperkter dan
voor diesel en benzine, maar ook daar is nog voorraad beschikbaar. Voor diesel en
benzine is de dekking ruimer en gaat het eerder om maanden dan om weken, afhankelijk
van handelsstromen, raffinage-inzet en vraagontwikkeling.
Vraag 4
Bent u van mening dat de Nederlander niet nóg meer de dupe mag worden van de situatie
rondom de Straat van Hormuz en bent u bereid maatregelen te nemen ten voordele van
de Nederlander? Zo ja, welke maatregelen wilt u nemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
De situatie in het Midden-Oosten is veranderlijk en onvoorspelbaar. Ook in Nederland
zijn de economische gevolgen merkbaar. Dit leidt bij mensen tot begrijpelijke zorgen
over prijzen, energie en bestaanszekerheid. Het kabinet heeft daarom op 20 april een
pakket aan maatregelen gepresenteerd.3 Met dat pakket wordt ondersteuning geboden aan huishoudens en bedrijven die door
de hogere energieprijzen acuut in de problemen kunnen komen. Zo is de maximale onbelaste
reiskostenvergoeding verhoogd, en krijgen bedrijven meer toegang tot financiering
en liquiditeit via een uitbreiding van de toegang tot garantieregelingen. Bovendien
zet het kabinet in op verhoging van de weerbaarheid, door de afhankelijkheid van fossiele
energie af te bouwen. Huishoudens worden geholpen met energiebesparing en isolatie,
voor bedrijven worden verduurzamingsmaatregelen aantrekkelijker door de verhoging
van het aftrekpercentage van de Energie-investeringsaftrek (EIA) en het wegvervoer
wordt tijdelijk ondersteund door een verlaging van de vrachtwagenheffing.
Het kabinet heeft in de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok verschillende
scenario's geschetst voor het geval dat de situatie rondom de Straat van Hormuz zou
verslechteren. Een mogelijke inzet van nieuwe maatregelen vraagt om een zorgvuldige
weging. De realiteit is ook dat de economische effecten niet altijd weg te nemen zijn
door te compenseren. Maatregelen die de energieprijs dempen, hebben immers als direct
effect dat de vraag toeneemt en de schaarste toeneemt.
Vraag 5 en 6
Bent u concreet bezien bereid de accijns op benzine te schrappen, al dan niet te verlagen,
als er fysieke brandstoftekorten dreigen te ontstaan? Zo nee, waarom niet?
Kunt u garanderen dat een verhoging van de brandstofaccijns in elk geval van tafel
is, zolang de blokkade van de Straat van Hormuz nog aan de orde is? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 5 en 6
In de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok4 van 20 april jl. heeft het kabinet een aantal concrete maatregelen aangekondigd en
uiteengezet welk type maatregel kan worden overwogen in scenario’s waarin de situatie
verder verslechtert. Denk aan situaties waarin de Straat van Hormuz langdurig blijft
gesloten of als er sprake is van een fysiek brandstoftekort. Dit vraagt op dat moment
een zorgvuldige weging, waar het kabinet nu niet op gaat vooruitlopen.
Vraag 7
Welke alternatieven worden door het kabinet onderzocht voor het geval de straat van
Hormuz dicht zal blijven en de aanvoer van energie via die weg onbetaalbaar zal worden?
Antwoord 7
Het kabinet bereidt zich voor op alle mogelijke scenario's. We houden rekening met
mogelijk langdurige verstoringen en potentieel grote economische gevolgen. Hoe langer
het conflict duurt en hoe meer energie-infrastructuur beschadigd raakt, hoe groter
de impact op de prijzen en leveringszekerheid. Het kabinet is opgeschaald naar fase
1 van het Landelijk Crisisplan Olie waarin de situatie intensief wordt gemonitord
om tijdig voorbereid te zijn op mogelijke verdere verslechtering.
Zoals genoemd zien we op dit moment dat de wereldwijde oliemarkt zich aanpast en effectief
is in het opvangen van de aanbodverstoring. De oliemarkt is wereldwijd en ongereguleerd.
Dit betekent dat marktpartijen kunnen importeren uit andere delen van de wereld en
handelsstromen kunnen verplaatsen, hetzij tegen een hogere prijs als gevolg van concurrentie.
Er is op dit moment geen sprake van fysieke tekorten en Nederland en Europa beschikken
over relatief grote voorraden, waarmee bij een aanhoudende aanbodverstoring maanden
vooruit kan. Voor het mogelijk inzetten van de strategische voorraden zijn we in continu
contact met het IEA, de Europese Commissie, andere lidstaten en marktpartijen. Om
die zo effectief mogelijk te laten zijn en weglekeffecten te voorkomen is het belang
ze op strategische en gecoördineerde wijze in te zetten. Het kabinet is voorbereid
om de strategische voorraden in te zetten wanneer signalen rond de leveringszekerheid
daartoe aanleiding geven.
Vraag 8
Bent u van mening dat bestaanszekerheid, energiezekerheid en betaalbaarheid prioriteit
moeten genieten boven (ideologisch) klimaatbeleid en dat dus maatregelen ten voordele
van de portemonnee van de Nederlander altijd de voorkeur moeten genieten? Zo ja, waarom?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De crisis in het Midden-Oosten onderstreept het belang om de afhankelijkheid van buitenlandse
energiebronnen, zoals olie en gas, te verminderen. Dit vergroot de leveringszekerheid
en leidt tot stabielere energieprijzen voor burgers en bedrijven. Het toewerken naar
meer hernieuwbare energie van eigen bodem en het halen van de klimaatdoelen gaan dus
hand in hand.
Vraag 9
In hoeverre overweegt het kabinet de snelheid waarmee Nederland afstand neemt van
de eigen gasproductie en fossiele levenszekerheid, nu internationale energieaanvoerlijnen
steeds instabieler lijken? En waarom?
Antwoord 9
Gezien de huidige geopolitieke situatie zet het kabinet in op verdere vraagbeperking
en het zo veel mogelijk beperken van de importafhankelijkheid van gas. In het kader
van de importafhankelijkheid blijft gaswinning op de Noordzee en land van belang,
mits dat veilig en verantwoord gewonnen kan worden en met oog voor de omgeving. Hierover
zijn afspraken gemaakt in het Sectorakkoord Gaswinning in de Energietransitie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.