Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bamenga, El Boujdaini en Podt over het bericht 'Nog veel meer Instagramaccounts van LHBTI+’ers op zwart, veel meldingen uit Nederland’
Vragen van de leden Bamenga, El Boujdaini en Podt (allen D66) aan de Staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Economische Zaken over het bericht «Nog veel meer Instagramaccounts van LHBTI+’ers op zwart, veel meldingen uit Nederland» (ingezonden 4 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) en de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 2 juni 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1994.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Nog veel meer Instagramaccounts van LHBTIQ+’ers op
zwart, veel meldingen uit Nederland» waaruit blijkt dat opnieuw meerdere Instagramaccounts
van LHBTIQ+-organisaties, activisten en gemeenschappen, waaronder accounts uit Nederland,
offline zijn gehaald of ontoegankelijk zijn gemaakt?1
Antwoord 1
Ja, daar zijn we bekend mee.
Vraag 2
Bent u eens met de stelling dat het blokkeren van specifieke LHBTIQ+ accounts en content
onrechtmatig, discriminerend en onacceptabel is? Bent u het ook eens met de stelling
dat het optreden hiervan, meermaals en herhaald in vrij korte tijd, niet steeds door
Meta afgedaan kan worden als een incident maar dat het onderdeel lijkt te zijn van
hun beleid?
Antwoord 2
Het zonder motivering blokkeren van lhbtiq+-accounts lijkt in strijd met de verplichtingen
die voortvloeien uit de digitaledienstenverordening (Digital Services Act, DSA), zeker
als dit herhaaldelijk gebeurt. Wanneer een platform besluit een account te schorsen
of te beëindigen, moet dat gebeuren binnen de kaders van de DSA. De DSA verplicht
online platforms om, bij het toepassen van inhoudsmoderatie (zoals het schorsen of
verwijderen van een account), op zorgvuldige, objectieve en evenredige wijze te handelen
met gepaste aandacht voor de rechten, belangen en grondrechten van alle betrokkenen.
Het is aan de bevoegde toezichthouder of rechter om daar uiteindelijk een oordeel
over te vellen.
Vraag 3
Deelt u de ernstige zorgen dat het blokkeren van LHBTIQ+ personen en LHBTIQ+ organisaties,
zonder geldige reden, discriminerend is, de vrijheid van meningsuiting aantast en
de acceptatie en het veiligheidsgevoel van LHBTIQ+-gemeenschap onder druk zet? Zo
ja, waarom en welke acties onderneemt u om deze ernstige zorgen te adresseren?
Antwoord 3
Die zorgen delen we. Het zonder geldige reden blokkeren van lhbtiq+ personen en lhbtiq+-organisaties
kan ervoor zorgen dat deze organisaties en personen, uit angst voor repercussies,
niet meer het gevoel hebben dat ze zich vrij kunnen uiten en deel kunnen nemen aan
het publieke debat. Dat druist in tegen het recht op vrijheid van meningsuiting. Dit
is niet alleen pijnlijk en schadelijk voor de organisaties en personen die dit overkomt,
maar ook voor de gemeenschappen waartoe zij behoren of voor wie zij opkomen. De effecten
beperken zich niet slechts tot de getroffenen, maar iedereen die zich met die persoon
of organisatie identificeert. En daarmee treft het onze hele vrije democratische samenleving.
Het kabinet is van oordeel dat iedereen een verantwoordelijkheid heeft voor het creëren
van een sociaal veilige omgeving voor iedereen. Dat geldt zeker voor grote socialemediaplatforms
zoals Meta, maar ook voor bedrijven, maatschappelijke organisaties, burgers en de
overheid zelf. Dit uitgangspunt heeft de Staatssecretaris van Digitale Economie en
Soevereiniteit recentelijk aan de orde gebracht in een gesprek met Meta. Het uitgangspunt
staat ook centraal in ons interdepartementale Plan van aanpak tegen online discriminatie.2 Binnen dit plan werken we nauw samen met de Ministeries van Justitie en Veiligheid,
en Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Ook is er aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen online in de Versterkte
aanpak lhbtiq+-veiligheid.3 Een van de doelstellingen is dat verschillende organisaties op dit thema elkaar versterken.
We zullen de Kamer informeren over de voortgang van beide plannen voor het einde van
2026. Ook kan de Kamer in september de Emancipatienota van dit kabinet verwachten,
met daarin de inzet van het kabinet voor het bevorderen gelijkwaardigheid voor iedereen.
Aanvullend gaan we naar aanleiding van deze berichtgeving samen verkennen of, en zo
ja, welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn om de positie van lhbtiq+ personen
online te versterken.
Vraag 4
Is het bij u bekend in hoeverre andere minderheidsgroepen dan LHBTIQ+ ook te maken
hebben met structurele discriminatie en aantasting van hun vrijheid van meningsuiting
door sociale media platforms?
Antwoord 4
Voor zover eventuele aantasting van de vrijheid van meningsuiting door socialemediaplatforms
zelf plaatsvindt, zijn hierover geen cijfers bij ons bekend. Het recente rapport «Discriminatiecijfers
in 2025» laat zien dat veel mensen regelmatig online discriminerende uitingen tegenkomen
of zelf ervaren.4 Daarbij gaat het ook om andere minderheidsgroepen dan lhbtiq+ personen. De European
Observatory of Online Hate laat eveneens zien dat er sprake is van online haat op
socialemediaplatforms.5 Tegelijk weten we dat slechts een klein deel van deze ervaringen uiteindelijk wordt
gemeld bij de bevoegde instanties. Online discriminatie is complex en wordt niet eenduidig
geregistreerd. De aanwezigheid van online haat en discriminatie op platforms kan negatieve
effecten hebben op de mate waarin minderheidsgroepen gebruik (kunnen) maken van hun
recht op vrijheid van meningsuiting.
Vraag 5
Kunt u toelichten in hoeverre het blokkeren van deze LHBTIQ+ accounts en content zonder
duidelijke uitleg in lijn is met de verplichtingen uit de Digital Services Act, met
name ten aanzien van transparantie, motivering en effectieve bezwaarprocedures en
welke stappen het kabinet en de Europese Commissie zetten om hier actief op te handhaven?
Antwoord 5
Het blokkeren van accounts en content zonder duidelijke uitleg is in strijd met de
verplichtingen uit de DSA. Op grond van de DSA moeten aanbieders van tussenhandeldiensten,
waaronder (zeer grote) online platforms, in hun algemene voorwaarden informatie opnemen
over eventuele beperkingen die zij aan het gebruik van hun dienst opleggen met betrekking
tot door de afnemers van de dienst verstrekte informatie. Zij zijn verplicht om, bij
het toepassen van dergelijke beperkingen, op zorgvuldige, objectieve en evenredige
wijze te handelen met gepaste aandacht voor de rechten, belangen en grondrechten van
alle betrokkenen. Ook moeten zij een duidelijke en specifieke motivering geven wanneer
zij een dergelijk besluit nemen. In dat geval moeten zij ook de gebruiker in staat
stellen gratis en elektronisch een klacht in te dienen tegen dat besluit. Wanneer
online platforms zich niet aan deze verplichtingen houden, dan is sprake van een overtreding
van de DSA en kan de bevoegde toezichthouder daartegen optreden.
Afnemers kunnen op grond van de DSA ook geschillen met een online platform over inhoudsmoderatie
voorleggen aan gecertificeerde buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsorganen.
Dit kan onverminderd hun recht om hetzelfde geschil aan de rechter voor te leggen.6
Vraag 6
Welke acties zijn sinds de vorige blokkades (in december 2025) ondernomen door het
kabinet of bevoegde toezichthouders naar aanleiding van deze signalen?
Antwoord 6
De Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit heeft de signalen aan
de orde gebracht in een gesprek met Meta. In aanvulling daarop is ook op ambtelijk
niveau navraag gedaan bij Meta over de blokkades om meer informatie te krijgen. Daarnaast
is het signaal met de Europese Commissie gedeeld. De Europese Commissie kan naar aanleiding
van deze signalen besluiten om nader onderzoek in te stellen naar de naleving van
de DSA door Meta en, indien nodig, handhavend optreden.
Vraag 7
Is er tevens contact geweest met belangenorganisaties van LHBTIQ+ personen om te vragen
welke signalen er nog meer zijn en waar behoefte aan is?
Antwoord 7
De Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie staat in goed contact met strategische
samenwerkingspartners die de belangen van de lhbtiq+-gemeenschap behartigen. De strategische
partners zijn zelf niet getroffen door ongemotiveerde schorsingen of verwijderingen.
Zij staan wel in contact met de getroffen organisaties. Met hen bespreken we wat de
getroffen organisaties hebben ervaren en ook gaan we in gesprek met een aantal van
de getroffen organisaties om te horen wat hun ervaringen zijn en waar behoefte aan
is.
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u voor zich om bij sociale media platformen de transparantie
over het blokkeren van accounts af te dwingen zodat voor gebruikers duidelijk is op
welke gronden een blokkade is ingesteld en waar ze terecht kunnen met klachten of
vragen?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 9
Welke mogelijkheden heeft u om platforms ertoe te bewegen geblokkeerde accounts te
herstellen en/of gedupeerden te ondersteunen bij het herstellen van hun account?
Antwoord 9
Op het moment van beantwoording van deze vragen is een aantal geblokkeerde en/of verwijderde
accounts van Nederlandse personen en organisaties hersteld. Niet alle problemen zijn
echter verholpen. Het is niet een taak van de overheid om in individuele geschillen
te treden. Inmiddels is bekend geworden dat een aantal organisaties Meta heeft gesommeerd
om aan de verplichtingen op grond van de DSA te voldoen.7 Het kabinet staat voor strikte naleving van de DSA en (bestuursrechtelijke en civielrechtelijke)
handhaving daarvan. Daarnaast zet het kabinet, vanuit het plan van aanpak tegen online
discriminatie, in op het makkelijker maken voor gebruikers om hun rechten ten opzichte
van de platforms uit te oefenen.
Vraag 10
Welke maatregelen gaat u nemen tegen sociale media platforms die LHBTIQ+ personen
en organisaties discrimineren? En welke aanvullende maatregelen overweegt u om het
digitaal targetten van LHBTIQ+ gemeenschappen via sociale media platforms tegen te
gaan en de LHBITQ+ gemeenschap beter te beschermen?
Antwoord 10
Discriminatie is in Nederland en de EU verboden. Platforms als Meta moeten bij het
toepassen van hun inhoudsmoderatie rekening houden met grondrechten in het Handvest
van de Grondrechten van de Europese Unie, waaronder het recht op non-discriminatie.
In het algemeen moeten zij de toepasselijke Europese wetgeving, waaronder de DSA,
naleven. Het is aan de bevoegde toezichthouder, in dit geval de Europese Commissie,
om deze regelgeving te handhaven. De lopende onderzoeken en procedures naar Meta tonen
aan dat de Commissie dit doet. Voor de aanvullende kabinetsinzet op het gebied van
het tegengaan van online discriminatie en het bevorderen van gender- en lhbtiq+-gelijkheid
verwijzen we u naar antwoorden 3 en 7.
Vraag 11
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.