Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Zalinyan over de illegale kleding inzamelaars
Vragen het lid Zalinyan (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de illegale kleding inzamelaars (ingezonden 21 april 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
22 mei 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het bericht «Inspectie opent jacht op illegale kledinginzamelaars:
celstraf tot 4 jaar mogelijk»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe groot schat u de omvang van illegale kledinginzameling in Nederland op dit moment
en kunt u schetsen hoe dit er praktisch uit ziet?
Antwoord 2
Er zijn bij het ministerie geen cijfers of schattingen bekend over de omvang van illegale
kledinginzameling in Nederland. Op basis van de Massabalans textiel 2022 is bekend
dat het overgrote deel van het textiel wordt ingezameld via de gemeentelijke containers
en kringloopbedrijven. Een veel kleiner gedeelte textiel wordt ingeleverd via andere
inzamelingskanalen. Er is sprake van illegale inzameling wanneer kledingbakken zonder
vergunning of zonder contract met de gemeente in de openbare ruimte worden geplaatst.
Textielstromen die via illegale textielinzameling worden ingeleverd, worden niet geregistreerd
en vallen daarmee mogelijk deels of volledig buiten de huidige monitoringscijfers.
Een schatting over de omvang van illegale kledinginzameling in Nederland valt op dit
moment niet te maken. Daarvoor zou meer informatie bekend moeten zijn van gemeenten.
Vraag 3
Welke vormen van fraude, misleiding of andere strafbare feiten komen bij illegale
kledinginzameling het meest voor?
Antwoord 3
Het Rijk heeft geen inzicht in de strafbare feiten die bij illegale kledinginzameling
het meest voorkomen omdat het primair een taak is van gemeenten om op te treden tegen
illegale textielcontainers.
Wel houdt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) toezicht op de EVOA. De Europese
Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA) heeft tot doel om de illegale transporten
van afval van, door en naar Nederland te voorkomen. Textiel dat wordt afgedankt door
eindgebruikers is afval, en de overbrenging van afgedankt textiel moet voldoen aan
de EVOA. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een vergunning verplicht is. Een dergelijke
vergunning wordt door betrokken illegale partijen waarschijnlijk niet altijd aangevraagd.
Als ongesorteerd ingezameld textiel zonder de vereiste vergunning de grens wordt overgebracht,
is er sprake van een economisch delict. Over het aantal delicten hebben we op dit
moment geen cijfers.
Vraag 4
Hoe vaak is de afgelopen vijf jaar bestuursrechtelijk of strafrechtelijk opgetreden
tegen illegale kledinginzamelaars, en hoeveel zaken hebben geleid tot boetes, dwangsommen,
veroordelingen of gevangenisstraffen?
Antwoord 4
Het is niet bekend bij het ministerie of en hoe vaak er de afgelopen vijf jaar bestuursrechtelijk
of strafrechtelijk is opgetreden. Het is de verantwoordelijkheid van gemeenten om
op te treden tegen illegale textielcontainers.
Vraag 5
In hoeverre worden gemeenten momenteel voldoende ondersteund bij het herkennen en
tegengaan van malafide kledinginzamelingspraktijken?
Antwoord 5
Gemeenten worden vanuit het Rijk in het algemeen ondersteund bij het maken van doelmatig
afvalbeheerbeleid via het uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof – Huishoudelijk
Afval (VANG-HHA). Binnen dit uitvoeringsprogramma werkt het Rijk samen met gemeenten
en inzamelaars om gemeenten onder andere te voorzien van advies op maat, kennisproducten
en netwerken. In het werkplan voor het jaar 2026 is ook aandacht voor het onderwerp
illegale textielinzameling.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen,
waaronder textiel. Organisaties die textiel inzamelen in de publieke ruimte hebben
hiervoor toestemming nodig van de gemeente. Het is aan de desbetreffende gemeente
om op te treden tegen organisaties die inzamelen zonder toestemming. Om de problematiek
van illegale textielcontainers aan te pakken, heeft de Koninklijke Nederlandse Vereniging
voor afval- en Reinigingsdiensten (de NVRD) een stappenplan voor de handhaving ontwikkeld.
Het doel is om gemeenten te helpen om de illegale textielinzameling beter te reguleren
en deze waardevolle textielstroom te beschermen.
Vraag 6
Klopt het dat illegale inzamelaars niet alleen consumenten misleiden, maar ook bonafide
goede doelen, kringlooporganisaties en gecertificeerde textielinzamelaars financieel
benadelen? Zo ja, kunt u dit nader toelichten?
Antwoord 6
Het is de verwachting dat kringlopen en gecertificeerde textielinzamelaars mogelijk
financieel nadeel ondervinden wanneer illegale textielinzamelaars textiel inzamelen
dat anders bij hen terecht zou zijn gekomen. Zeker wanneer het goede kwaliteit textiel
betreft dat nog geschikt is voor hergebruik. Aan deze stroom kan namelijk nog geld
verdiend worden.
Vraag 7
Welke gevolgen heeft illegale kledinginzameling voor de circulaire economie, textielrecycling
en het behalen van nationale duurzaamheidsdoelen?
Antwoord 7
De verwachting is dat illegale inzameling nadelige gevolgen kan hebben voor het behalen
van de doelen ten aanzien van inzameling, hergebruik en recycling. Op basis van informatie
van de NVRD blijkt dat er vermoedens zijn dat illegaal ingezamelde kleding niet goed
wordt hergebruikt of gerecycled, of gedumpt wordt. Omdat dit zich in het illegale
circuit afspeelt, is het lastig te achterhalen wat er exact met deze stromen gebeurt
en wat de effecten hiervan zijn.
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u om de vergunningverlening, registratieplicht of certificering
van kledinginzamelaars landelijk te versterken, zodat malafide partijen minder ruimte
krijgen?
Antwoord 8
Het is de vraag of het aanscherpen van vergunningverlening, registratieplicht of certificering
zou helpen om de illegale inzamelaars aan te pakken. Illegale inzamelaars opereren
op dit moment al buiten de wettelijke kaders en zullen dat blijven doen wanneer er
aanscherpingen volgen. Het aanscherpen van de bestaande kaders zal dan vooral tot
extra regeldruk leiden voor partijen die zich wel aan de bestaande regels houden.
Het versterken van de bestaande wettelijke kaders lijkt daarom geen passende oplossing.
In eerste instantie ligt het initiatief bij gemeenten om illegale containers aan te
pakken. Het Rijk blijft hierover in gesprek met gemeenten via het VANG-programma.
Eventuele signalen van gemeenten over de noodzaak voor een nationale aanpak, komen
via die weg bij het ministerie terecht. De eerste stap voor gemeenten is nu om de
problematiek beter in beeld te krijgen.
Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken of consumenten beter geïnformeerd kunnen worden over
hoe zij betrouwbare kledinginzamelaars kunnen herkennen, bijvoorbeeld, heel simpel,
via een kernmerk op containers?
Antwoord 9
Hier loopt al een onderzoek naar. Met een regionale pilot naar illegale textielinzameling,
waar de ILT onderdeel van is, wordt onder andere verkend hoe consumenten geïnformeerd
kunnen worden over hoe ze betrouwbare textielbakken kunnen herkennen. Daarnaast zijn
producenten sinds de invoering van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)
voor textiel verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van een passend
inzamelingsysteem. Onder deze verantwoordelijkheid valt ook het informeren van burgers
over waar en hoe textiel ingeleverd kan worden.
Vraag 10
Welke aanvullende maatregelen overweegt het kabinet om illegale kledinginzameling
structureel terug te dringen, en wanneer kunt u de kamer hierover informeren?
Antwoord 10
Het kabinet overweegt geen aanvullende maatregelen anders dan de eerder genoemde lopende
activiteiten, waaronder de regionale pilot naar illegale textielinzameling, ondersteuning
via het VANG-HHA programma en handhaving door de ILT van de EVOA.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.