Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over de compensatieregeling vuurwerkbranche
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur- en Waterstaat over de compensatieregeling vuurwerkbranche (ingezonden 16 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 8 mei
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 813.
Vraag 1
Bent u bekend met de «compensatieregeling» voor ondernemers uit de vuurwerkbranche
die gedwongen moeten stoppen in verband met het verbod op consumentenvuurwerk?
Antwoord 1
Ja. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het afgelopen jaar gewerkt
aan een nadeelcompensatieregeling voor ondernemers uit de vuurwerkbranche. De uitgangspuntenbrief
is 8 mei 2026 naar uw Kamer gestuurd. Van dwang om het gehele bedrijf te stoppen is
geen sprake.
Vraag 2
Hoe verhoudt het ontbreken van een goede compensatie zich tot uw eerdere publieke
uitspraken waarin u stelde te «streven naar een nette en eerlijke compensatie»?
Antwoord 2
De afgelopen maand zijn de laatste gesprekken zowel interdepartementaal als met de
vuurwerkbranche gevoerd en inmiddels zijn de uitgangspunten voor de nadeelcompensatieregeling
bekend. In de Kamerbrief van 8 mei 2026 kunt u deze uitgangspunten vinden. Komende
maand worden de uitgangspunten nader uitgewerkt in een beleidsregel nadeelcompensatie
voor de detailhandelaren en een convenant voor de importeurs. Met deze uitgangspunten
is er invulling gegeven aan de voorwaarde om te komen tot een nette en eerlijke nadeelcompensatieregeling
voor vuurwerkondernemers. Voor detailhandelaren, die veelal vuurwerk verkopen als
nevenactiviteit, gaat het om een forfaitaire regeling. Voor vuurwerkimporteurs wordt
er een convenant opgesteld.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het risico dat honderden ondernemers failliet dreigen te gaan, omdat
zij worden geconfronteerd met het verbod, maar noch kunnen overstappen op andere bedrijfsmodellen,
noch hun investeringen kunnen terugverdienen?
Antwoord 3
Een meerderheid van zowel de Eerste Kamer als de Tweede Kamer heeft bij de behandeling
van de Wet veilige jaarwisseling duidelijk uitgesproken dat er een landelijk vuurwerkverbod
moet komen en bij voorkeur zo snel mogelijk. Bij de afweging van een landelijk verbod
zijn de gevolgen daarvan voor vuurvuurwerkondernemers door beide Kamers onderkend
en meegewogen. Dat heeft geleid tot het aan de inwerkingtreding verbinden van de voorwaarde
van een nadeelcompensatieregeling. Het Ministerie van IenW geeft uitvoering aan deze
voorwaarde. In de Kamerbrief van 8 mei 2026 is de uitwerking van deze voorwaarde opgenomen.
Vraag 4
Wordt de schade voor vuurwerkondernemers die hebben geïnvesteerd in inpandige bunkers,
externe opslaglocaties en zware veiligheidsvoorzieningen, gecompenseerd, aangezien
deze investeringen door het verbod waardeloos worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
De hoogte van de nadeelcompensatie wordt gebaseerd op winstderving en een vergoeding
voor andere schade dan winstderving die rechtstreeks voortvloeit uit het vuurwerkverbod
(onder andere ontslag- en/of transitiekosten voor afvloeiing van personeel voor zover
deze een rechtstreeks causaal verband hebben met het landelijk vuurwerkverbod). Eventuele
waardedaling van onroerende goederen als gevolg van het vuurwerkverbod valt volgens
deze benadering onder het normaal ondernemersrisico. Daarbij speelt mee dat in veel
gevallen de gedane investeringen na de vuurwerkramp in Enschede (13 mei 2000) reeds
zijn terugverdiend.
Vraag 5
Hoe wordt in de compensatieregeling omgegaan met ondernemers die nog voor meerdere
jaren vastzitten aan langdurige huurcontracten, terwijl zij geen inkomsten meer kunnen
genereren uit de verkoop van vuurwerk?
Antwoord 5
Alleen detailhandelaren die langdurige huurovereenkomsten hebben gesloten die zij
niet zonder vergoeding binnen afzienbare tijd kunnen opzeggen en evenmin kunnen gebruiken
voor de rest van hun bedrijfsactiviteiten, lijden mogelijk deze schade. Het gaat dan
vermoedelijk alleen om (een deel van) de detailhandelaren die uitsluitend vuurwerk
verkopen en naar verwachting ook een hogere nadeelcompensatie voor de winstderving
ontvangen. Naast een vergoeding voor winstderving, wordt in algemene zin voorzien
in een forfaitaire vergoeding van 15% en een vast bedrag van € 3.500 voor diverse
schadeposten, waar deze post ook onder valt.
Vraag 6
Bent u bereid om in de compensatieregeling een aparte component op te nemen voor transitievergoedingen
die moeten worden betaald aan personeel dat vanwege het verbod moet worden ontslagen?
Antwoord 6
Voor detailhandelaren wordt naast een vergoeding voor winstderving, in algemene zin
voorzien in een forfaitaire vergoeding van 15% en een vast bedrag van € 3.500 voor
diverse schadeposten, waar deze post ook onder valt.
Voor de importeurs wordt hierin tegemoetgekomen voor zover deze kosten een rechtstreeks
causaal verband hebben met het landelijk vuurwerkverbod.
Vraag 7
Bent u van mening dat het eerlijk is om het verdienmodel van ondernemers af te nemen
en om hen vervolgens te compenseren met slechts een percentage van de jaaromzet?
Antwoord 7
Aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling is door de Eerste en Tweede
Kamer de voorwaarde verbonden dat er een compensatieregeling ligt. De juridische grondslag
van de compensatie aan vuurwerkondernemers is gevonden in het nadeelcompensatierecht,
dat is gebaseerd op het égalitébeginsel. Dit beginsel voorziet in een recht op vergoeding
van onevenredige schade die een gevolg is van rechtmatig overheidshandelen. Daarvoor is – onder meer – vereist dat de schade zoals de vuurwerkondernemers
die lijden, uitstijgt boven hun normaal ondernemersrisico. Binnen deze kaders wordt
de nadeelcompensatieregeling uitgewerkt. Hierbij is maximaal gezocht naar een nette
en eerlijke regeling zonder daarbij de grens van staatssteun te overschrijden. In
de Kamerbrief van 8 mei 2026 is dit nader toegelicht.
Vraag 8
Deelt u de mening dat wetgeving die ondernemers dwingt hun (kern)activiteit te beëindigen
zonder adequate compensatie, op gespannen voet staat met de rechtsstaat, het eigendomsrecht
en de beginselen van behoorlijk bestuur?
Antwoord 8
Ja. Aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling is door de Eerste en
Tweede Kamer de voorwaarde verbonden dat er een compensatieregeling ligt. Ons inziens
wordt met de aan uw Kamer toegestuurde uitgangspunten voor een nadeelcompensatieregeling
een adequate nadeelcompensatie geboden.1
Vraag 9
Bent u bekend met het amendement van het lid Michon-Derkzen (Kamerstuk 35 386, nr. 16) dat voorschrijft dat het ontwerp-koninklijk besluit tot inwerkingtreding van de
wet via een zware voorhangprocedure aan de Staten-Generaal moet worden voorgelegd?
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat het amendement duidelijk stelt dat voor inwerkingtreding
van de wet een «eerlijke en nette compensatieregeling» moet zijn vastgesteld in afstemming
met de vuurwerkbranche? Zo ja, kunt u toelichten welke criteria u hanteert om te beoordelen
of aan deze voorwaarde is voldaan?
Antwoord 10
Naar het oordeel van het kabinet wordt aan de voorwaarde van een nadeelcompensatieregeling
voldaan op het moment dat het kabinet de uitgangspunten van een nadeelcompensatieregeling
aan beide Kamers stuurt, inclusief dekking op de begroting van het Ministerie van
IenW. Hiervoor is allereerst samen met de brancheverenigingen van de importeurs (BPN)
en de detailhandelaren (VuurwerkCheck, SVNC en INretail) gewerkt aan het in kaart
brengen van alle kostenposten die het gevolg zijn van het landelijk vuurwerkverbod.
Hiervoor is, conform de aangenomen motie Van der Plas2, een onafhankelijk expert gevraagd. Deze heeft alle informatie, aangeleverd door
de importeurs en detailhandelaren, geanalyseerd en aan de hand daarvan een conceptrapport
opgesteld de financiële gevolgen van het vuurwerkverbod. Dit conceptrapport is aan
alle partijen voor reactie voorgelegd, waarna het rapport (hierna: deskundigenrapport)
is vastgesteld.3 Met bovenstaande aanpak is invulling gegeven aan de motie van de leden Eerdmans en
Van der Plas.4 Vervolgens is, met inachtneming van de juridische kaders van het nadeelcompensatierecht,
bepaald welke kostenposten voor nadeelcompensatie in aanmerking komen. Dit is besproken
met de vuurwerkbranche. Binnen deze kaders heb ik gezocht naar een nette en eerlijke
nadeelcompensatieregeling. Een te hoge compensatie zou kunnen leiden tot terugvordering
vanwege het verstrekken van ongeoorloofde staatssteun.
Het is aan beide Kamers om te bepalen of en wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan
die met het amendement Michon-Derkzen5 aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling worden gesteld.
Vraag 11
Erkent u dat het ontbreken van een volledige compensatieregeling betekent dat de wet,
conform de voorwaarden van het amendement, niet in werking kan treden? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 11
Zoals al bij vraag 10 is weergegeven is het aan beide Kamers om te bepalen of en wanneer
aan de voorwaarden wordt voldaan die met het amendement Michon-Derkzen6 aan de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling worden gesteld.
Vraag 12
Wanneer kunnen de Kamer en de branche een volledig uitgewerkte compensatieregeling
verwachten die voldoet aan de voorwaarden van het amendement, inclusief een sluitende
financiële dekking?
Antwoord 12
De Kamerbrief met de uitgangspunten van de nadeelcompensatieregeling voor de vuurwerkbedrijven
is op 8 mei 2026 naar beide Kamers gezonden.7 Met de vertegenwoordigers van de branchevereniging van de importeurs is afgesproken
dat op basis van de uitgangspunten het convenant op korte termijn wordt voorbereid.
Zodra het convenant is afgerond wordt dit, naar verwachting medio juni 2026, naar
beide Kamers toegestuurd.
De uitgangspunten voor de detailhandelaren worden nader uitgewerkt in een beleidsregel
met een rekenformule om de hoogte van de nadeelcompensatie per ondernemer te kunnen
bepalen. Met de detailhandel is afgesproken dat een concept van de beleidsregel zal
worden voorgelegd aan de brancheverenigingen. Wanneer de beleidsregel is vastgesteld,
naar verwachting in juni, zal ik deze ook aan u toesturen.
Vraag 13
Kunt u uiterlijk op 1 februari 2026 bevestigen dat er voldoende budget beschikbaar
is voor de compensatieregeling? Zo nee, bent u dan bereid tot uitstel van de invoering
van de wet, totdat er voldaan is aan een eerlijke en nette compensatieregeling?
Antwoord 13
Om uitvoering te geven aan het breed aangenomen amendement en de nadrukkelijke wens
daarin om de dekking te vinden binnen de IenW-begroting, wordt de dekking voor een
belangrijk deel gevonden binnen het Mobiliteitsfonds (MF) en een beperkt deel uit
resterende middelen van de Aanvullende Post van Klimaatakkoord Rutte III. Deze resterende
middelen zijn overgeboekt bij Voorjaarsnota 2026 naar de begroting van IenW. Specifiek
zal de dekking nu binnen het Mobiliteitsfonds worden ingeboekt bij de KCI strategie
van ProRail: Klimaatneutrale en Circulaire Infraprojecten (KCI). Er zal nog een brede
afweging binnen het MF plaatsvinden zoals gemeld in de brief van 16 maart jl. over
prioritering fondsen.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.