Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kostic en Teunissen over de brief van 117 economen betreffende de economische beoordeling maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland
Vragen van de leden Kostić en Teunissen (beiden PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de brief van 117 economen betreffende de economische beoordeling maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland (ingezonden 11 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) en de Staatssecretaris
van Economische Zaken (ontvangen 2 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend de brief van 117 economen, waaronder 80 hoogleraren, betreffende de
economische beoordeling maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening van de 117 economen dat de businesscase voor staalproductie in Nederland
ontbreekt en dat zonder structurele winstgevendheid Tata Steel opnieuw om publieke
steun zal vragen? Zo nee, kunt u toelichten op welke wetenschappelijke bronnen u dit
standpunt baseert?
Antwoord 2
Nee. Het doel van de maatwerkafspraak met Tata Steel is juist ook, naast de versnelde
realisatie van schonere en groenere staalproductie in de IJmond, juist ook om een
duurzaam verdienmodel te realiseren. Er moet zicht zijn op winstgevendheid van de
onderneming, voordat een eventuele subsidie toegekend wordt. Daarbij is bij de maatwerkaanpak
sprake van een wederkerig traject: het gaat om een grote investering van Tata Steel
Nederland (TSN) en moederbedrijf Tata Steel Limited (TSL) zelf in de verduurzaming
en het schoner maken van de productie, ondersteund vanuit de staat. Het bedrijf en
moederbedrijf zullen niet investeren zonder zicht op een lange termijn verdienmodel.
De businesscase van het bedrijf doorlopend uitvoerig getoetst door de staat, de financieel
adviseur van de staat en de Europese Commissie (EC).2 Naast de beleidsmatige toets of het verantwoord is om steun te verlenen aan een specifiek
bedrijf zijn er ook strenge voorwaarden verbonden aan een subsidie die verleend wordt
door de overheid. Zo geldt op basis van de Europese regels voor staatssteun voor verduurzaming
dat steun niet ingezet mag worden om een verlieslatend bedrijf overeind te houden.
De EC toetst hier op. Verder biedt de maatwerkafspraak ook de mogelijkheid voor de
overheid om afspraken te maken over de beheersing van mogelijke risico’s, wat bij
de huidige uitwerking van de maatwerkafspraak de aandacht heeft.
Vraag 3
Deelt u de mening van de 117 economen dat wanneer het geld in Tata Steel wordt gestoken,
er een reel risico is dat dit publieke geld verloren zal gaan omdat Tata Steel onvoldoende
winstgevendheid heeft? Zo nee, kunt u toegelichten op welke wetenschappelijke bronnen
u dit standpunt baseert?
Antwoord 3
Zoals in het antwoord op de vorige vraag is aangeven, wordt de businesscase uitvoerig getoetst door de staat, de financieel adviseur van de staat en de EC.
Uitgangspunt hierbij is dat er zicht moet zijn op winstgevendheid van de onderneming,
voordat een eventuele subsidie toegekend wordt. Daarbij zijn het bedrijf en moederbedrijf
zelf ook voornemens een grote investering te doen. Dit geeft vertrouwen dat er ook
na de transitie een winstgevende onderneming bestaat.
Het kabinet erkent dat er aan elke grote investering risico’s verbonden zijn. Als
de investering risicovrij zou zijn, was steun vanuit de staat waarschijnlijk niet
nodig geweest. Risico’s en onzekerheden zijn inherent aan de transitie. De maatwerkafspraak
biedt de mogelijkheid voor de overheid om afspraken te maken over de beheersing van
mogelijke risico’s, bijvoorbeeld door afspraken te maken over financiële garanties
en clawback-mechanismen.
Daarbij dient tevens opgemerkt te worden dat het scenario waarin de staat niks doet
ook grote nadelige gevolgen kent. De huidige situatie is niet houdbaar en onwenselijk
gezien de impact van de staalproductie op het klimaat en de gezondheid van omwonenden.
Op basis van de adviezen van externe adviseurs Wijers en Blom3, de Expertgroep Gezondheid IJmond (Expertgroep)4 en de Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie (AMVI)5 is besloten om in te (blijven) zetten op een maatwerkafspraak met TSN omdat dit de
snelste en effectiefste route is naar verduurzaming en verbetering van de gezondheid
en leefomgeving.
Er wordt op dit moment nog nergens in de wereld op grote schaal groen staal geproduceerd.
Zolang wij als samenleving staal blijven gebruiken, hebben we ook een verantwoordelijkheid
om bij te dragen aan het verduurzamen van de productie daarvan. Als we dit niet doen,
zal dit betekenen dat we nog langdurig gebruik maken van grijs staal. De maatwerkafspraak
met TSN maakt het mogelijk om in Nederland groen staal te kunnen produceren; dit zal
een economische en strategische meerwaarde hebben voor Nederland en Europa. Tot slot
draagt de eigen productie van staal bij aan onze weerbaarheid en het verminderen van
de afhankelijkheid van landen buiten Europa.
Vraag 4
Deelt de Minister de mening van de 117 economen dat de investeringen in Tata Steel
investeringen in industrieën met hogere maatschappelijke opbrengsten verdringen omdat
we te maken hebben met schaarse arbeid, energie en ruimte? Zo nee, kunt u toelichten
op welke wetenschappelijke bronnen u dit standpunt baseert?
Antwoord 4
De onderliggende suggestie uit de vraag dat de schaarse arbeid, energie en ruimte
vraagt om het maken van keuzes, deel ik. De aanname dat al deze productiemiddelen
zonder enige frictie elders in de economie ingezet kunnen worden, is echter een te
simpele weergave van de werkelijkheid. Daarbij leren eerdere ervaringen, bijvoorbeeld
uit Limburg, ons dat het verdwijnen van grote industrie nog decennialang kan doorwerken
in de sociaaleconomische structuur.
Het kabinet heeft de keuze gemaakt om in te zetten op een maatwerkafspraak met TSN
en daarmee het realiseren van groenere, schonere en meer circulaire staalproductie
in de IJmond.
Het kabinet heeft oog voor de maatschappelijke opbrengsten van verschillende industrieën.
Onderdeel van deze maatschappelijke opbrengsten zijn ook weerbaarheid en zelfvoorzienendheid,
zelf staal kunnen produceren draagt hieraan bij. Deze publieke waarden zijn de afgelopen
jaren steeds belangrijker geworden in de nationale en vooral ook Europese context
als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen die kwetsbare schakels in mondiale aanvoerlijnen
hebben blootgelegd. Daarbij is staal extra relevant (maar ook brandstoffen en chemieproducten),
omdat dit product deel uitmaakt van defensie-gerelateerde productieketens. Uit het
onderzoek van Wijers en Blom is gebleken dat TSN binnen Europa een gunstige uitgangspositie
heeft voor verduurzaming.
Basisindustrie is inherent energie-intensief, overal ter wereld. Zolang we deze producten
gebruiken acht het kabinet het niet verstandig om voor onze consumptie (volledig)
te leunen op productie in andere landen. Bovendien zou dat voorlopig neerkomen op
weglek van productie, waarschijnlijk naar plekken waar staalproductie gepaard gaat
met een relatief grotere klimaat- en milieu-impact dan in Nederland.6 Met de maatwerkafspraak met TSN kunnen we belangrijke stappen zetten op verduurzaming
en verbetering van de gezondheid. Zoals ook in het vorige antwoord aangegeven draagt
een groenere, schonere staalindustrie ook bij aan het concurrentievermogen en onze
weerbaarheid.
Vraag 5
Bent u bereid een plan B te onderzoeken voor het gebied, de ontwikkeling van maakindustrie,
huizen, energieopwek (windmolens) en natuur?
Antwoord 5
Zoals ook in het antwoord op vergelijkbare vragen is aangegeven, is het kabinet hier
niet toe bereid, omdat eerder al uitvoerig naar alternatieven gekeken is.7 In een eerder stadium zijn diverse scenario’s, waaronder een scenario waarin TSN
sluit, door Wijers en Blom onderzocht en door het kabinet gewogen.8 Het is de prioriteit van dit kabinet om TSN te verduurzamen en om de gezondheidssituatie
voor omwonenden in de IJmond zo snel mogelijk te verbeteren. Dat doet het kabinet
door in te zetten op een maatwerkafspraak met TSN: dat is de snelste en effectiefste
manier om, met de beschikbare middelen, de gezondheidsrisico's (flink) te verminderen
en tot verduurzaming te komen. Daarbij draagt de eigen productie van staal bij aan
onze weerbaarheid en het verminderen van de strategische importafhankelijkheid van
Europa. Daarom is het niet opportuun om nu opnieuw onderzoek te doen naar (de potentie
van) deze alternatieve denkrichtingen.
In het rapport van Wijers en Blom werd de sluitingsroute als ongunstig beoordeeld,
met zeer hoge financiële (juist ook voor de staat) en uitvoeringsrisico’s. Het kabinet
kiest, mede gelet op de economische en strategische waarde, voor behoud van staalproductie
in de IJmond. Om die reden wordt de sluitingsroute niet verder uitgewerkt.
Vraag 6
Deelt u de mening van de 117 economen dat de maatwerkafspraken met Tata Steel de markt
verstoren en staatsteunrechtelijk kwetsbaar zijn, aangezien de plannen om volledig
te verduurzamen (2045) niet verder gaan dan huidige Europese wetgeving (EU ETS die
afloopt in 2040)? Zo nee, kunt u toelichten op welke wetenschappelijke bronnen u dit
standpunt baseert?
Antwoord 6
Nee. De Nederlandse staat mag alleen staatssteun verlenen als wordt voldaan aan de
voorwaarden van het toepasselijke Europese staatssteunkader, in dit geval de Guidelines on State aid for Climate, Environmental Protection and Energy (CEEAG). De EC toetst hierbij onder meer of de Nederlandse staat alleen maatregelen
steunt die verder gaan dan Unienormen, alleen steun verstrekt die geschikt, proportioneel
en niet marktverstorend is en geen steun verleent aan een onderneming die in financiële
moeilijkheden verkeert. De beoogde steunmaatregel wordt zo vormgegeven dat aan de
voorwaarden en verplichtingen uit het CEEAG-kader wordt voldaan. Hierover vinden ook
gesprekken plaats met de EC in het kader van de prenotificatiefase van deze steunmaatregel.
De EC moet de uiteindelijke steunmaatregel beoordelen en zal de voorgestelde maatregel
toetsen aan de hand van het CEEAG kader. De steun mag niet worden verleend zonder
dat de EC deze heeft beoordeeld en goedgekeurd. Daarbij wordt opgemerkt dat het kabinet
met verduurzamingssubsidies, zoals de maatwerksubsidies en ook de SDE++, juist beoogt
om gedrag van bedrijven bij te sturen, in het publieke belang van een verduurzaming
van de industrie en hele economie. De subsidie moet daarom worden afgezet tegen andere
verduurzamingssubsidies, en niet tegen andersoortig beleid met andere doelstellingen.
Het ETS is een handelssysteem met een emissieplafond dat afloopt. Het feit dat er
geen gratis rechten meer worden uitgekeerd betekent niet dat een bedrijf geen CO2 meer uit kan stoten. Zo kunnen rechten worden gekocht of overgehouden rechten van
eerdere jaren worden meegenomen en later ingezet. Het ETS is een prikkel om CO2 te reduceren en zorgt ervoor dat er geen nieuwe rechten meer worden uitgegeven na
2039. Daarbij is het ETS alleen onvoldoende om tot investeringen in verduurzaming
te leiden, zoals te zien is in de populariteit van de SDE++ en steunmaatregelen voor
de industrie die buurlanden nemen. Ook andere Europese landen, waaronder België, Duitsland
en Frankrijk, geven steun om hun staalproducenten te helpen met verduurzamen. Zoals
door de AMVI geconcludeerd is het beoogde steunbedrag voor de verduurzaming van TSN
laag ten opzichte van de steun die andere landen aan hun staalindustrie geven en ook
zeer kosteneffectief.9
Vraag 7
Deelt u de mening van de 117 economen dat medewerkers van Tata Steel waardevolle technische
ervaring hebben die, met gerichte omscholing, inzetbaar kunnen zijn in sectoren met
acute tekorten voor bijvoorbeeld de installaties van warmtepompen? Zo nee, kunt u
toelichten op welke wetenschappelijke bronnen u dit standpunt baseert?
Antwoord 7
De waardevolle technische kennis en ervaring van de medewerkers van TSN en het belang
hiervan voor de energietransitie, onderschrijf ik. De medewerkers van TSN zijn een
van de drijfveren van deze transitie: het plan is vroeg op tafel gelegd door de vakbonden
en de werknemers zijn hard nodig om het project uiteindelijk uit te voeren. Mede dankzij
het technisch geschoolde personeel kan TSN een belangrijke bijdrage leveren aan de
innovatiekracht van Nederland en behoort TSN tot de Top 30 R&D bedrijven in Nederland.10 TSN draagt met haar eigen MBO opleiding ook bij aan het opleiden van technisch geschoold
personeel.11
Gelet op het aantal vacatures in de techniek zal een deel van de werknemers bij een
eventuele sluiting van het bedrijf elders werk kunnen vinden. Desalniettemin zal de
impact op de regio groot zijn. Daarnaast is het omscholen van werknemers minder eenvoudig
dan het met een macro-economische bril lijkt. Ook uit gesprekken die het kabinet voert
met regionale belanghebbenden, waaronder werkgever- en werknemersorganisaties zoals
de FNV, blijkt dat het lastig is om personeel in de regio naar ander werk te begeleiden
met een vergelijkbaar inkomens- en kennisniveau.
Vraag 8
Deelt u de mening van de 117 economen dat de gezondheid van omwonenden onvoldoende
wordt geborgd en hierdoor staatsteun economisch onverdedigbaar is en juridisch kwetsbaar?
Zo nee, kunt u toelichten op welke wetenschappelijke bronnen u dit standpunt baseert?
Antwoord 8
Om de impact van het bedrijf op de leefomgeving en gezondheid van omwonenden zo snel
en ver mogelijk te reduceren zijn de meest kosteneffectieve maatregelen geselecteerd,
waarmee de grootste reductie kan worden bereikt met de beschikbare middelen. Deze
maatregelen leiden tot een forse reductie van de uitstoot van schadelijke stoffen
en dragen daarmee bij aan de vermindering van de impact op de leefomgeving en gezondheid
van omwonenden. De juridische borging van het behalen van de gezondheidsdoelen wordt
nu uitgewerkt en opgenomen in de maatwerkafspraak.
Wat betreft de economische verdedigbaarheid en juridische kwetsbaarheid van de staatssteun,
geldt dat de steun binnen een Europees steunkader moet passen en dat alleen maatregelen
die verder gaan dan Unienormen in aanmerking komen voor steun. De staat en de EC zien
hier streng op toe. Voor de milieumaatregelen specifiek is een juridische analyse
gemaakt door de Landsadvocaat, hieruit volgt dat de voorgestelde milieumaatregelen
op dit moment niet wettelijk afdwingbaar en dus bovenwettelijk zijn.12 Deze juridische analyse is samen met de JLoI met de Kamer gedeeld. De maatwerkafspraken
zijn naar de overtuiging van het kabinet de snelste weg om tot verbetering te komen
van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden.
In het licht van de opmerking in de brief over de kooksgasfabrieken (KGF's) is het
nog relevant op te merken dat de maatwerkaanpak alleen ziet op bovenwettelijke maatregelen.
Op 19 december 2024 is door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) een
aanzeggingsbesluit genomen en openbaar gemaakt. Vanwege de handhavingsstappen van
de OD NZKG is dit onderdeel in het wettelijke traject terecht gekomen en kan op dit
moment daarom geen steun worden verleend voor vervroegde sluiting van KGF2. De maatwerksteun
is voor de bouw van de nieuwe groenere en schonere installaties.
Vraag 9
Deelt u de mening van de 117 economen dat Tata Steel geen cruciale schakel is in Nederlands
hoogwaardige maakindustrie? Zo nee, kunt u toelichten op welke wetenschappelijke bronnen
u dit standpunt baseert?
Antwoord 9
De economen stellen dat TSN geen cruciale schakel is in de Nederlandse hoogwaardige
maakindustrie omdat TSN veel staal exporteert. Dat TSN veel staal exporteert is juist
een teken van concurrentiekracht. De Nederlandse industrie is grotendeels gericht
op export en opereert in grote mate in een Europese context. TSN exporteert twee derde
van de productie binnen Europa en draagt daarmee bij aan het verkleinen van de strategische
importafhankelijkheid van Europa voor verschillende sectoren, waaronder de maakindustrie,
zoals de automotive- en batterijensector. Zoals de economen terecht betogen, moet
strategische autonomie altijd in een Europese context worden bezien. De activiteiten
van TSN zorgen daarnaast voor veel omliggende bedrijvigheid in de regio en bij ketenpartners
in verschillende sectoren13. De verduurzaming van TSN is een groot innovatief project en biedt ook kansen voor
de regio en de Nederlandse economie.14
Vraag 10
Deelt u de mening van de 117 economen dat strategische autonomie vereist dat we staalproductie
in Europa hebben, maar dat in Nederland staal blijven produceren economisch juist
irrationeel is? Zo nee, kunt u toelichten op welke wetenschappelijke bronnen u dit
standpunt baseert?
Antwoord 10
Op dit moment is er in Europa voldoende staalproductie. Maar, zoals in het antwoord
op vraag 3 ook aangegeven wordt voorlopig nog nergens in de wereld op commerciële
schaal groen staal geproduceerd, onder meer door gebrek aan productie van (betaalbare)
groene waterstof. In de Trajectverkenning Klimaatneutraal 2050 geeft PBL aan dat dit
betekent dat import van onder andere groen staal naar Nederland voor 2050 niet erg
waarschijnlijk is.15 Het opbouwen van nieuwe groene productiecapaciteit kost tijd en geld. Wijers en Blom16 gaven al aan dat het inderdaad zo is dat zon- en windenergie elders in Europa goedkoper
kunnen zijn, maar er zijn ook studies die aangeven dat deze verschillen nog erg onzeker
zijn17 en in de toekomst ook weer kleiner kunnen worden.18 Ook hebben zij in beeld gebracht dat Nederland juist een relatief logische plek is
binnen Europa voor een staalfabriek. Daarnaast lopen ook nieuwe projecten, bijvoorbeeld
in Zweden en Spanje, tegen vertraging en problemen aan, bijvoorbeeld met draagvlak
voor de nieuwe fabrieken vanwege impact op de omgeving, de versterking van het elektriciteitsnet,
infrastructuur, beschikbaarheid van water en de beschikbaarheid en betaalbaarheid
van groene waterstof, zoals een aantal andere economen in reactie op het ESB artikel
ook beschreven.19, 20, 21 Daarbij is TSN gunstig gelegen ten opzichte van hernieuwbare energiebronnen (groene
stroom uit wind op zee) en kan TSN gebruik maken van bestaande logistieke infrastructuur
en de ligging aan zee, wat een concurrentievoordeel oplevert ten opzichte van de geheel
nieuwe productielocaties.22
Vóór 2050 zal er naar verwachting geen substantiële groene staalproductie elders in
Europa zijn die de productie van TSN kan vervangen. Het kabinet kiest ervoor om daar
niet op te wachten en onze verantwoordelijkheid te nemen door in te zetten op een
maatwerkafspraak om in Nederland groener en schonere staal te kunnen produceren.
Vraag 11
Deelt u de mening van de 117 economen dat het gezien de feiten die voorliggen, het
nu (economisch) verstandiger is om de stekker uit de Joint Letter of Intent te halen
dan ermee door te gaan? Zo nee, kunt u toelichten op welke wetenschappelijke bronnen
u dit standpunt baseert?
Antwoord 11
Nee. Zoals eerder in de beantwoording aangegeven wil het kabinet verantwoordelijkheid
nemen en hier groenere en schonere staalproductie realiseren middels een maatwerkafspraak
met TSN om zo onder andere bij te dragen aan ons toekomstige verdienvermogen en onze
weerbaarheid en zelfvoorzienendheid te versterken, naast de doelen van verduurzaming
en verbetering van de leefomgeving.
Vraag 12
Kunt u de vragen één voor één en in alle volledigheid beantwoorden?
Antwoord 12
Ja.
Vraag 13
Kunt u de vragen beantwoorden voorafgaand aan het debat over de Joint Letter of Intent
met Tata Steel?
Antwoord 13
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.