Schriftelijke vragen : Het Concertgebouw dat musici en orkesten weert die direct of indirect betrokkenheid hebben bij oorlogsmisdaden en genocide
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het Concertgebouw dat musici en orkesten weert die direct of indirect betrokkenheid hebben bij oorlogsmisdaden en genocide (ingezonden 30 maart 2026).
Vraag 1
Klopt het dat het Concertgebouw nieuwe richtlijnen heeft ingevoerd waarbij artiesten,
musici en orkesten kunnen worden geweerd indien zij (direct of indirect) betrokken
zouden zijn bij discriminatie, geweld of ernstige schendingen van internationaal recht,
waaronder oorlogsmisdaden en genocide?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u dat Het Concertgebouw nieuwe richtlijnen hanteert waarbij artiesten,
musici of complete orkesten kunnen worden geweerd op basis van vermeende betrokkenheid
bij internationale misdrijven, zonder dat daar een juridisch oordeel of individueel
onderzoek aan voorafgaat?
Vraag 3
Klopt het dat deze richtlijnen zijn opgesteld naar aanleiding van activistische druk
rondom het optreden van een cantor van het Israëlische leger en dat deze richtlijnen
zonder openbare toelichting of consultatie zijn ingevoerd?
Vraag 4
Acht u het passend dat een gesubsidieerde culturele instelling beleid formuleert dat
in de praktijk kan leiden tot collectieve uitsluiting van artiesten uit bepaalde landen
of culturele groepen en daarmee het risico loopt op discriminatoire besluitvorming
of zelfs (juridisch relevante) groepsbelediging?
Vraag 5
Kunt u toelichten op welke wijze een instelling als Het Concertgebouw, dat geen internationaal-juridische
bevoegdheid heeft, kan vaststellen of een artiest schuldig is aan oorlogsmisdaden
of misdrijven tegen de menselijkheid en ziet u risico’s in deze vorm van zelftoegeëigende
morele rechtspraak?
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat dergelijke uitsluiting kan leiden tot (juridisch relevante)
groepsbelediging, omdat hiermee een volledige bevolkingsgroep of nationale culturele
sector collectief wordt weggezet als medeplichtig aan internationale misdrijven? Zo
ja, overtreedt Het Concertgebouw hier dan niet gewoon de wet?
Vraag 7
In hoeverre zijn deze richtlijnen verenigbaar met de wettelijke non-discriminatienormen
en de Governance Code Cultuur?
Vraag 8
Acht u het wenselijk dat een instelling die (zelfs beperkt) wordt gefinancierd met
publieke middelen, circa 4% gemeentelijke subsidie, een politiek-activistische boycot
kan effectueren, met verstrekkende maatschappelijke gevolgen?
Vraag 9
Hoe kijkt u aan tegen het feit dat in de regeling Vierjarige subsidies Kunstenplan
2025–2028 van de gemeente Amsterdam staat dat subsidie wordt geweigerd of ingetrokken
wanneer een instelling in strijd handelt met wet- of regelgeving en bent u het ermee
eens dat deze richtlijnen strijdig zijn met deze subsidievoorwaarden, en dus een grond
vormen voor ingrijpen richting Het Concertgebouw?
Vraag 10
Hoe kijkt u aan tegen het feit dat Het Concertgebouw zich in de aanvraag van de subsidie
presenteert als toegankelijk huis «voor alle Amsterdammers», met nadruk op diversiteit
en inclusie en bent u bereid om tijdens een overleg met de gemeente Amsterdam te pleiten
voor een onderzoek naar mogelijke schendingen van subsidievoorwaarden door Het Concertgebouw?
Vraag 11
Kunt u toezeggen de gemeente Amsterdam expliciet te adviseren de subsidie te heroverwegen
of in te trekken zodra wordt vastgesteld dat Het Concertgebouw met dit boycotbeleid
buiten zijn statutaire doel treedt én in strijd handelt met de aan de subsidie verbonden
normen van non-discriminatie en diversiteit en inclusie?
Vraag 12
Hoe kijkt u aan tegen het feit dat deze richtlijnen een precedent kunnen scheppen
waardoor andere musea en culturele instellingen onder activistische druk vergelijkbare
uitsluitingscriteria overnemen, met alle gevolgen voor artistieke vrijheid, publieke
toegankelijkheid en maatschappelijke polarisatie?
Vraag 13
Klopt het dat u bevoegd bent om in te grijpen wanneer gesubsidieerde instellingen
handelen op een wijze die strijdig is met wettelijke normen en bent u bereid dit te
doen wanneer blijkt dat Het Concertgebouw met deze richtlijnen de grenzen van non-discriminatie
overschrijdt?
Vraag 14
Ziet u aanleiding om Het Concertgebouw erop aan te spreken dat hun richtlijnen mogelijk
buiten hun statutaire doelstelling vallen nu in de statuten van Het Concertgebouw
is vastgelegd dat de instelling tot doel heeft het geven van concerten, het instandhouden
van het gebouw en educatie en uitdrukkelijk géén taak heeft op het gebied van internationale
politieke oordeelsvorming of sanctiebeleid?
Vraag 15
Kunt u toezeggen te laten onderzoeken of de richtlijnen van Het Concertgebouw in strijd
zijn met het discriminatieverbod en/of strafrechtelijke bepalingen rond groepsbelediging
en de Kamer te informeren over de juridische beoordeling?
Vraag 16
Kunt u toezeggen om bij gemeenten die, ondanks evidente schendingen van subsidievoorwaarden
door musea of andere culturele instellingen, deze subsidies toch in stand houden,
te onderzoeken op welke wijze kortingen op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds
kunnen worden gedaan?
Vraag 17
Kunt u toezeggen de Kamer te informeren over eventuele uitkomsten van dergelijke onderzoeken
en eventuele maatregelen, inclusief financiële consequenties voor Het Concertgebouw,
indien blijkt dat de richtlijnen onrechtmatig of onwenselijk zijn?
Indieners
-
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.