Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dassen over het conceptakkoord met Tata Steel en de vraagtekens bij de daadwerkelijke klimaatwinst van de miljarden staatssubsidie
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het conceptakkoord met Tata Steel en de vraagtekens bij de daadwerkelijke klimaatwinst van de miljarden staatssubsidie (ingezonden 29 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Staatssecretaris van Economische Zaken (ontvangen 26 maart 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1048.
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving waarin experts grote vraagtekens plaatsen bij de
klimaatwinst van de twee miljard euro subsidie aan Tata Steel, en hoe beoordeelt u
deze kritiek?1
Antwoord 1
Ik ben bekend met de nieuwsberichten. De kritiek in de berichtgeving ziet niet op
de verduurzaming en de vermindering van de CO2-emissies die ontstaan door de staalproductie van Tata Steel Nederland (TSN) zelf
(zogenaamde scope 1 emissies), maar op de indirecte emissies die als gevolg van het
Groen Staal Plan elders zouden kunnen ontstaan bij de inkoop van energie (scope 2)
of de indirecte emissies in de keten (scope 3).
De maatwerkaanpak van het kabinet heeft als doel om een forse uitstootvermindering
te realiseren in het productieproces van een bedrijf zelf, zo ook bij TSN. De huidige
plannen van TSN leiden naar verwachting tot een vermindering van de CO2-uitstoot met 5,4 tot 7,2 megaton per jaar. Dat is ongeveer 5% van de totale Nederlandse
uitstoot. Daarnaast zorgen de plannen voor een forse verbetering van de leefomgeving
en gezondheid in de regio. Een maatwerkafspraak is de beste manier om zo snel mogelijk
te komen tot vermindering van CO2-uitstoot, verbetering van de leefomgeving en gezondheid in de regio en de staalindustrie
te behouden. Een belangrijke overweging hierbij is dat TSN zonder maatwerkafspraak
deze investeringen in verduurzaming en verbetering van de gezondheid en leefomgeving
niet zal doen in de komende jaren en/of de staalproductie op termijn verplaatst naar
het buitenland. Het gevolg hiervan is dat de gezondheidsproblematiek blijft voortbestaan,
het klimaat niet verbetert of juist verslechtert vanwege de verplaatsing van de uitstoot
en een bedrijf verdwijnt dat belangrijk is voor de economie en strategische autonomie
van Nederland en Europa.
Het kabinet reageert in het vervolg van deze beantwoording op de specifieke kritiek
over de impact op indirecte emissies en het beleid wat het kabinet daar separaat op
voert.
Vraag 2
Deelt u de zorg van experts dat de deal weliswaar tot minder CO2-uitstoot binnen Nederland leidt, maar dat een deel van die uitstoot wordt verplaatst
naar het buitenland? Kunt u dit toelichten?
Antwoord 2
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 1 richt het kabinet zich met de maatwerkafspraak
op het realiseren van maatregelen die bijdragen aan de directe vermindering van CO2-uitstoot van de industrie in Nederland. Als onderdeel van de vergroening van de Nederlandse
productie kunnen elders extra activiteiten zoals de productie van LNG plaatsvinden
die broeikasgassen uitstoten. Het gebruik van aardgas is echter een tussenstap in
de verduurzamingsplannen van TSN: op termijn zal deze vervangen worden door groen
gas of groene waterstof. Dat laat onverlet dat het kabinet zich ook inzet om de emissies
elders op de wereld te beperken als gevolg van de winning en het transport van gas.
Hiervoor werken we in EU-verband onder andere aan een monitoringsysteem waardoor meer
zicht komt en beleid kan worden gevoerd op gas dat uit het buitenland op de markt
in de EU wordt gebracht.
Vraag 3
Kunt u de berekeningen delen die aantonen hoeveel CO2-reductie de subsidiëring van Tata Steel daadwerkelijk wereldwijd oplevert, rekening
houdend met uitstoot die buiten Nederland plaatsvindt?
Antwoord 3
Bij de Kamerbrief2 over de ondertekening van de Joint Letter of Intent (JLoI) heeft het kabinet ook
de berekeningen van de CO2-reductie gepubliceerd3. Het gaat hier om de directe CO2-reductie van TSN zelf. De mogelijke gevolgen voor scope 2 en scope 3-emissies zijn
geen doel op zich bij de JLoI en de uiteindelijke maatwerkafspraak, maar worden waar
mogelijk meegenomen.
Vraag 4
Herkent u de analyse dat de overstap van kolen naar aardgas problematisch is vanwege
de verwachte toename van Amerikaans schaliegas op de Europese markt, waarbij veel
methaan weglekt dat 25 keer zo sterk is als CO2? Hoe weegt u dit mee in uw beoordeling van de klimaatwinst?
Antwoord 4
De impact van aardgas op de CO2-uitstoot en leefomgeving is aanzienlijk beter dan van kolen. De emissies van het
primaire staalproductieproces van TSN (scope 1 en 2) nemen daarom al zeer sterk af
bij een overgang van het huidige kolen-gebaseerde proces naar de tussenfase van het
DRP-EAF proces op aardgas. Daarnaast geldt dat ook bij de winning van kolen voor staalproductie
significante methaanemissies kunnen ontstaan. Deze emissies zijn afhankelijk per specifieke
kolenmijn. De tussenfase met aardgas leidt dus al tot een significante vermindering
van de CO2-uitstoot ten opzichte van de bestaande situatie.
Aardgas wordt verhandeld op de groothandelsmarkt. Het aardgas dat hier wordt verhandeld
is afkomstig van verschillende bronnen: aardgas dat in Nederland is geproduceerd,
aardgas dat is geïmporteerd via pijpleidingen (uit Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk
of België) of aardgas dat is geïmporteerd in de vorm van LNG, bijvoorbeeld uit de
Verenigde Staten. Het valt dus niet op voorhand te zeggen of TSN aardgas zal verkrijgen
uit het buitenland en zo ja, ook niet uit welk specifiek land.
Het doel is om uiteindelijk over te stappen op groene waterstof of groen gas. Ondertussen
werken alle EU-lidstaten aan de implementatie van de methaanverordening. Deze verordening
heeft als doel om de methaanuitstoot in de fossiele sector beter te monitoren en uiteindelijk
te reduceren. Dit geldt ook voor ruwe olie, aardgas (incl. LNG) en steenkool die in
de EU op de markt worden gebracht. De Europese Commissie streeft ernaar om uiterlijk
in juni 2030 maximale methaanintensiteitswaarden vast te stellen voor ruwe olie, aardgas
en steenkool die in de EU in de handel worden gebracht. Aardgas dat door TSN ingekocht
zal gaan worden, zal aan deze strengere eisen uit de verordening moeten voldoen.
Vraag 5
Waarom worden er geen eisen gesteld aan de herkomst van het gas dat Tata Steel zal
gebruiken? Bent u bereid alsnog dergelijke eisen op te nemen in de definitieve afspraken
om te voorkomen dat wordt overgestapt op zeer vervuilend schaliegas?
Antwoord 5
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 4 kan het kabinet vanwege de aard van de
gasmarkt geen eisen stellen aan de herkomst van het aardgas dat TSN inkoopt. Een eventueel
besluit op het instellen van beperkingen met betrekking tot de herkomst van aardgas
kan alleen in internationaal verband en generiek plaatsvinden. De aardgasmarkt betreft
een internationale groothandelsmarkt. Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag
4 streeft de Europese Commissie naar de implementatie van maximale methaanintensiteitswaarden
voor onder andere schaliegas.
Vraag 6
Deelt u de mening van methaanexpert Thomas Röckmann dat het niet verstandig is om
twee miljard belastinggeld te investeren zonder goed te monitoren hoe groot de methaanlekkages
zijn bij het gas dat Tata gebruikt? Zo ja, hoe gaat u deze monitoring waarborgen?
Antwoord 6
Het kabinet acht de maatwerkafspraken met TSN noodzakelijk om de impact op de leefomgeving
en de gezondheid van de omwonenden op kortst mogelijke termijn terug te dringen en
om tot een grote(re) reductie van de Nederlandse CO2-uitstoot te komen. De Adviescommissie Maatwerkafspraken Verduurzaming Industrie (AMVI)
en de Expertgroep Gezondheid IJmond (Expertgroep) geven in hun advies over de JLoI
aan dat de steun zeer kosteneffectief is, ook en in vergelijking met steunmaatregelen
voor andere Europese staalproducenten. Zoals toegelicht in de beantwoording van vraag
2 is de maatwerkaanpak primair gericht op het verminderen van scope 1-emissies. Zoals
aangegeven in de antwoorden op vraag 2 en 4 is monitoring van scope 2 en scope 3-emissies
complex. Deze emissies treden op bij (internationale) ketenpartners en zijn het resultaat
van handel op de wereldmarkt. Het beperken van deze emissies dient via generiek beleid
plaats te vinden. Het kabinet werkt in Europees verband samen om hier stappen in te
zetten.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u de realistische haalbaarheid van de geplande overstap naar groen
gas rond 2035, gezien de huidige markt voor groen gas lang niet groot genoeg is en
Tata 1,5 keer zoveel nodig heeft als wat er nu in heel Nederland beschikbaar is?
Antwoord 7
De Europese en wereldwijde groen gas markt is volop in ontwikkeling. De Nederlandse
overheid draagt actief bij aan deze ontwikkeling met beleid gericht op het stimuleren
van de groen gas markt, zowel aan de afname kant middels de bijmengverplichting voor
ETS2 sectoren als aan de productiekant met de SDE++ en de DEI+. Ook grote industriële
afnemers, zoals TSN, dragen bij aan de opschaling van de markt doordat zij lange-termijn
afnamezekerheid kunnen bieden aan producenten van groen gas. Ook de AMVI, samen met
de Expertgroep, stelt in haar advies4 dat de vraag vanuit TSN de ontwikkeling van groene markten, zoals voor groen gas,
een impuls kan geven. Externe adviseur Common Futures schat het potentieel voor groen
gasproductie in de EU op 100 bcm, ruim voldoende om aan de vraag van TSN te voldoen.
Het rapport van Common Futures is meegestuurd bij verzending van de JLoI.5
Vraag 8
Welke garanties zijn er dat Tata Steel bij tekorten en hoge prijzen op de groengas-markt
niet langer afhankelijk blijft van aardgas dan gepland? Hoe worden deze garanties
contractueel vastgelegd?
Antwoord 8
De grootste CO2-reductie wordt bereikt door over te stappen van kolen op aardgas. In de JLoI is overeengekomen
dat TSN in de periode 2032–2037 het aardgas in de DRP zal vervangen door groene waterstof
of groen gas. Voor de aankoop van deze groene energiebronnen verstrekt de staat een
lening van 200 miljoen euro. Als er in de gehele periode geen groene waterstof of
groen gas wordt gekocht door TSN, moet de lening inclusief rente en een (eventuele)
boete worden terugbetaald. Als waterstof of groen gas wel wordt ingekocht, wordt de
lening (proportioneel) omgezet in een subsidie. Zie hiervoor ook artikel 7.2.2 van
de JLoI. Verdere juridische waarborgen worden de komende tijd uitgewerkt en opgenomen
in de maatwerkafspraak. Daarbij is het voorkomen van een lock-in op aardgas een van
de eisen uit het relevante staatssteunkader van de EC, de Guidelines on State aid for climate, environmental protection and energy (CEEAG).
Vraag 9
Deelt u de analyse van hoogleraar Vollebergh dat het gebruik van gas op lange termijn
niet houdbaar is en het verstandiger zou zijn om direct te investeren in elektrificatie
in plaats van eerst miljarden te investeren in een tussenfase met gas?
Antwoord 9
Het kabinet deelt deze analyse niet. Zoals ook aangegeven in eerdere beantwoording6 van Kamervragen kent het project een tussenfase met aardgas en CCS op weg naar een
groen productieproces op basis van groene waterstof of groen gas. Deze tussenfase
is nodig omdat groene energiebronnen naar verwachting nog onvoldoende beschikbaar
en betaalbaar zijn op korte termijn. Uit het advies van de AMVI volgt ook dat de inzet
van CCS zeer kosteneffectief is.
Daarbij moet worden opgemerkt dat in ook in de tussenfase op aardgas een belangrijk
deel van het nieuwe productieproces al geëlektrificeerd is; het smelt- en staalmaak-proces
gebeurt immers door middel van een Electric Arc Furnace (EAF, elektrische vlamboogoven).
De Direct Reduction Plant (DRP) die TSN voornemens is te bouwen heeft een reducerend
gas nodig om van ijzererts direct gereduceerd ijzer te maken. In de tussenfase gebruikt
TSN hier aardgas voor. Zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven zal TSN op termijn
waterstof of groen gas gebruiken via elektrolyse.
De nieuwe productieroute van TSN draagt ook bij aan de elektrificatie van de industrie.
De Electric Arc Furnace (EAF) wordt elektrisch aangedreven en ook de groene waterstof
die TSN op termijn zal gaan inzetten in de Direct Reduction Plant (DRP) kan op basis
van groene elektriciteit worden geproduceerd. De technologie om staal direct volledig
elektrisch te kunnen produceren vanuit ijzererts is op dit moment niet commercieel
toepasbaar. Het is onduidelijk of en wanneer TSN deze technologie wel economisch kan
toepassen op de door TSN gewenste schaalgrootte. Het kabinet kiest er niet voor om
de onzekere ontwikkeling van deze technologieën af te wachten. Er is op dit moment
immers geen concreet zicht op een termijn waarin deze technologie economisch volwassen
is. Het kabinet wil met een maatwerkafspraak juist zorgen dat er zo snel mogelijk
een verbetering van de gezondheid van omwonenden komt.
Vraag 10
Kunt u uiteenzetten waarom bij dit soort afspraken alleen wordt gekeken naar uitstoot
op Nederlandse bodem en niet naar de wereldwijde klimaatimpact, terwijl CO2 niet bij landsgrenzen ophoudt?
Antwoord 10
De internationale en Europese afspraken op klimaatbeleid en het verminderen van de
CO2-uitstoot zijn ingericht langs de lijnen van de verantwoordelijkheid voor de nationale
uitstoot. Daarnaast heeft het kabinet bij het vaststellen van klimaatbeleid oog voor
de internationale klimaatimpact van maatregelen. Zo werkt het kabinet in samenwerking
met andere EU-lidstaten aan de implementatie van de methaanverordening en aan een
monitoringssysteem voor het verkrijgen van inzicht op gas dat uit het buitenland op
de markt in de EU wordt gebracht.
De maatwerkafspraken zijn gericht op het realiseren van maatregelen die bijdragen
aan directe vermindering van CO2-uitstoot van de industrie in Nederland en waar relevant de impact op de leefomgeving
te verminderen. Zoals ook aangegeven bij de antwoorden op vraag 1 tot en met 3 zijn
de bedrijfsemissies stuurbaar via een maatwerkafspraak. Deze aanpak is in lijn met
internationale afspraken die voor het eerst gesloten werden via het VN-Klimaatverdrag
uit 1992 en het Kyotoprotocol en onder meer via latere verdragen verder zijn ingevuld.
Het kabinet beoogt met de maatwerkaanpak om de industrie te verduurzamen en in Nederland
te behouden. De vraag naar staal zal immers blijven bestaan. Als er geen maatwerkafspraak
komt, en het bedrijf zou besluiten om de productie naar het buitenland te verplaatsen,
heeft dit tot gevolg dat staal vanuit het buitenland geïmporteerd zal worden. Daarmee
vergroten we onze importafhankelijkheid. Daarbij is de staalproductie is in het buitenland
niet schoner of duurzamer, waarmee de verplaatsing van de productie een negatief effect
zou hebben op het klimaat.
Vraag 11
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de geldende termijn beantwoorden?
Antwoord 11
Het versturen van de beantwoording is helaas niet gelukt binnen de geldende termijn
van drie weken. De Kamer is hier eerder over geïnformeerd7.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.