Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden De Kort en Van Eijk over ‘Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom betalen gemeenten mee’
Vragen van de leden De Kort en Van Eijk (beiden VVD) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom betalen gemeenten mee» (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de
Minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 26 maart 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1152.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Carnavalswagen bouwen steeds duurder, daarom
betalen gemeenten mee»?1
Antwoord 1
Ja, dat heb ik.
Vraag 2
Deelt u de mening dat carnaval onderdeel is van ons culturele immateriële erfgoed?
Antwoord 2
Ja, die mening deel ik van harte. Carnaval is een levendige traditie die generaties
verbindt, gemeenschappen samenbrengt en een onmiskenbaar onderdeel vormt van het culturele
leven in Nederland, zeker in de zuidelijke provincies en Twente.
Vraag 3
Maakt u zich ook zorgen over de toekomst van carnaval doordat verenigingen onder druk
staan van regeldruk en bureaucratie?
Antwoord 3
De signalen in het genoemde artikel kwamen ook naar voren in de evaluatie van het
immaterieel erfgoedbeleid, waarvan de uitkomsten zijn meegenomen in de kamerbrief
«Immaterieel erfgoed van, voor, door en met iedereen».2
Deze signalen passen in een bredere zorg over verenigingsleven in Nederland. Om de
regeldruk te verminderen zijn al acties in gang gezet (zie vraag 8 en 9). Ook de kabinetsvoornemens
om de regeldruk voor vrijwilligersverenigingen te verminderen en de aansprakelijkheid
van vrijwilligers te beperken, kunnen in dit licht worden gezien.
Ondanks dat er zorgen zijn heb ik ook veel vertrouwen in de kracht van de carnavalsverenigingen.
Ik zie dat carnaval onverminderd van grote waarde is in de zuidelijke provincies en
Twente, waar gemeenschappen met veel enthousiasme samen wagens bouwen en carnaval
vieren.
Vraag 4
Bent u van mening dat milieuzones in binnensteden geen belemmering moeten vormen voor
praalwagens in optochten?
Antwoord 4
Gemeenten gaan over de invoering en handhaving van milieuzones en zero-emissiezones.
Deze zones hoeven geen belemmering te zijn voor praalwagens in optochten.
Praalwagens en carnavalswagens worden vaak getrokken door (landbouw)tractoren. Tractoren
vallen niet onder milieuzones of zero-emissiezones, dus worden hier ook niet door
belemmerd.
Op dit moment worden alleen de meest vervuilende dieselbestelauto’s en vrachtwagens
geweerd in milieuzones en zero-emissiezones. Mocht een dergelijke dieselbestelauto
of vrachtwagen nodig zijn voor het trekken van een praalwagen dan kan een ontheffing
mogelijk zijn, bijvoorbeeld via de hardheidsclausule van de gemeente. Daarnaast zijn
er dagontheffingen aan te vragen via het landelijke Centraal Loket van de RDW. Dit
kan tot twaalf keer per jaar per gemeente.
Vraag 5
Wat vindt u van de toegenomen eisen die gesteld worden aan vrijwillige verkeersregelaars
bij optochten?
Antwoord 5
De «Regeling verkeersregelaars» is niet aangepast waardoor er geen toegenomen eisen
voor verkeersregelaars zijn. Deze regeling voorziet in twee soorten verkeersregelaars:
de evenementenverkeersregelaar en de beroepsverkeersregelaar.
Evenementenverkeersregelaars kunnen bij evenementen al eenvoudige verkeersregelende
taken uitvoeren na het afleggen van een gratis te volgen e-instructie als opleiding.
Voorafgaand aan het evenement is de organisatie verplicht het team van verkeersregelaars
nadere instructies te geven, zoals waar iedereen moet staan en wanneer een kruispunt
weer kan worden vrijgegeven.
Beroepsverkeersregelaars worden ingezet bij onder andere wegwerkzaamheden en het regelen
van verkeer bij complexere verkeerssituaties. Deze verkeersregelaars volgen een opleiding
en een praktijkexamen, waarmee een aanstelling als beroepsverkeersregelaar kan worden
aangevraagd.
Aan welke eisen een carnavalsvereniging qua verkeersregelaars moet voldoen, is aan
de gemeente die de evenementenvergunning verleent. Ook kan het zijn dat bij afgesloten
gebieden geen of minder beroepsverkeersregelaars nodig zijn dan wanneer een carnavalsoptocht
drukke wegen passeert.
Vraag 6
Bent u bereid om in gesprek te treden met verzekeraars om deregulering te bewerkstelligen,
aangezien de verzekeringsvoorwaarden en bureaucratie in relatie tot praalwagens is
toegenomen?
Antwoord 6
Alle motorrijtuigen, dus ook praalwagens, moeten op grond van de Wet aansprakelijkheidsverzekering
motorrijtuigen (WAM) verzekerd zijn voor schade die het motorrijtuig aan derden veroorzaakt.
Deze verzekeringsplicht geldt al sinds 1965 en heeft als doel om derden, zoals toeschouwers
en personen die op de wagen meerijden, te beschermen.
Ik deel de mening dat onnodige bureaucratie vermeden moet worden. Met dit doel is
het voor praalwagens en carnavalsoptochten mogelijk om een collectieve verzekering
af te sluiten; een optochtverzekering. Deze optochtverzekering is bedoeld om het bezitters
en kentekenhouders van praalwagens makkelijker te maken om een verzekering af te sluiten.
Voor verzekeraars is het mogelijk in de verzekeringsovereenkomst aanvullende voorwaarden
te stellen, bijvoorbeeld met het oog op beperking van het risico. Daarbij geldt dat
als zich een ongeval met een praalwagen voordoet, dit al snel ernstige gevolgen heeft,
nu hierbij veel slachtoffers betrokken kunnen zijn; zowel personen die op de wagen
meerijden als omstanders. Het is dan ook van belang dat het risico op een ongeval
zo beperkt mogelijk blijft. Er is daarom op dit moment geen aanleiding voor een gesprek
met verzekeraars.
Vraag 7
Deelt u de mening dat er een uitzonderingsmogelijkheid op de kentekenplicht kan gelden
voor praalwagens?
Antwoord 7
In Nederland geldt een kentekenplicht voor een groot gedeelte van de voertuigen die
zich op de openbare weg begeven. Het gaat daarbij onder andere om personenauto’s,
bedrijfsauto’s/ bestelauto’s, vrachtwagens landbouw- en bosbouwvoertuigen, landbouwaanhangwagens
en mobiele machines. Voor praalwagens is de kentekenplicht afhankelijk van het type
voertuig dat gebruikt wordt. Dit zorgt ervoor dat de verkeersveiligheid voor zowel
bestuurders als omstanders wordt geborgd.
Ik verwijs graag naar de beantwoording van eerder gestelde Kamervragen, waarin verder
inhoudelijk op dit vraagstuk wordt ingegaan.3
Vraag 8
Deelt u de mening dat de stapeling van lokale regels, vergunningseisen en aanvullende
voorschriften ertoe leidt dat carnavalsverenigingen onevenredig veel tijd en middelen
kwijt zijn aan administratie in plaats van aan het organiseren van optochten? Zo ja,
welke mogelijkheden ziet u om deze regeldruk te verminderen?
Antwoord 8
Uit onderzoek van het Netwerk Levend Erfgoed, mede in het kader van de motie Oostenbrink4, blijkt dat gemeenschappen met festiviteiten in de openbare ruimte, waaronder carnavalsverenigingen,
veel vergunningsdruk ervaren. Deze conclusie wordt ook ondersteund door het rapport
van het Nationaal Klimaatplatform over de toekomstbestendigheid van de evenementensector,
«De Toon maakt de muziek»5. Ik ben over dit advies in gesprek met de Minister van Klimaat en Groene Groei en
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Binnen de Bestuurlijke Afspraken Cultuurbeoefening 2025–2028 verkennen OCW, VNG en
IPO samen met de sector de mogelijkheden om wet- en regelgeving voor vrijwilligersorganisaties
-met behoud van veiligheid- laagdrempeliger te maken. Naar aanleiding van de motie
Oostenbrink zijn er specifiek voor streekevenementen, zoals carnaval, werksessies
met VNG, gemeenten en vrijwilligersorganisaties om te komen tot een werkvorm waarin
gemeenten en vrijwilligersorganisaties met elkaar in gesprek gaan over knelpunten
die door deze organisaties ervaren worden bij vergunningverlening.
Naar aanleiding van eerder gestelde Kamervragen6 verricht het Ministerie van VWS onderzoek naar de regeldruk omtrent praalwagens.
Onderzocht wordt hoe tot een lastenverlichting voor carnavalsverenigingen gekomen
kan worden. De uitkomsten van dit onderzoek worden in het tweede kwartaal van 2027
gepubliceerd.
Tot slot wordt de motie Yesilgöz-Zegerius en Bontenbal uitgevoerd7. Deze motie verzoekt de regering om voor eind 2025 een brede inventarisatie op elk
departement te doen van welke 500 regels geschrapt of de regeldruk verminderd kan
worden8. Hierover worden ministerie-overstijgende overleggen gevoerd.
Vraag 9
Bent u bereid om, in overleg met gemeenten en veiligheidsregio’s, te bezien hoe meer
ruimte kan worden geboden aan initiatieven voor carnavalsoptochten, bijvoorbeeld door
het vereenvoudigen van procedures en het creëren van proportionele en werkbare kaders,
zodat verenigingen worden gestimuleerd in plaats van belemmerd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Proportionele kaders voor evenementenvergunningen zijn een kabinetsbrede opgave. Vanuit
mijn verantwoordelijkheid voor immaterieel erfgoed pleit ik ervoor dat carnaval en
vergelijkbare tradities een herkenbare plek krijgen in deze bredere vereenvoudigingsoperatie.
Daarnaast komt veel van de voor carnavalvieringen relevante regelgeving vanuit gemeenten.
Via de Bestuurlijke Afspraken Cultuurbeoefening 2025–2028 ben ik in gesprek met gemeenten.
Deze gesprekken sluiten ook aan bij de lopende uitvoering van de motie Oostenbrink.
Vraag 10
Welke concrete stappen bent u bereid te zetten om carnaval actiever te promoten als
immaterieel cultureel erfgoed van Nederland, teneinde het draagvlak en de waardering
voor deze traditie te vergroten?
Antwoord 10
Bewustwording van de culturele en maatschappelijke waarde van immaterieel erfgoed,
zoals carnaval, is een belangrijk onderdeel van mijn beleid voor immaterieel erfgoed.
Het door mij gefinancierde Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) heeft
als een van haar kerntaken het vergroten van de zichtbaarheid van immaterieel erfgoed
bij gemeenten, provincies, instellingen en het brede publiek. Een voorbeeld hiervan
is de door KIEN gecoördineerde Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland, die de diversiteit
van Nederlandse tradities zichtbaar maakt.
Vraag 11
Kunt u, indachtig het belang van het behoud van Nederlandse tradities, toezeggen dat
u zich ervoor zal inzetten dat carnaval niet ten onder gaat aan een overmaat aan regels
en bureaucratie, zodat ook toekomstige generaties – van Prins Carnaval tot Raad van
Elf – onbezorgd de polonaise kunnen blijven lopen?
Antwoord 11
Carnaval leeft door de mensen die er jaar in jaar uit hun schouders onder zetten;
de wagenbouwers, de bestuursleden en de verkeersregelaars. Het is mijn taak en die
van het kabinet om ervoor te zorgen dat de overheid hen daarin ondersteunt en niet
belemmert. Dat is de richting die het coalitieakkoord «Aan de slag» bevestigt met
de aandacht voor verenigingsleven en het terugdringen van regeldruk voor maatschappelijke
organisaties.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.