Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen antwoorden inzake kennisgeving artikel 100-inzet Zr.Ms. Evertsen in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29521-506)
29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies
Nr. 507
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 11 maart 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie over de brief van 4 maart 2026
inzake de Artikel 100-inzet in de Middellandse Zee (Kamerstuk 29 521, nr. 506).
De Ministers hebben deze vragen beantwoord bij brief van 11 maart 2026. Vragen en
antwoorden zijn hierna afgedrukt
De voorzitter van de commissie, Klaver
De griffier van de commissie, Westerhoff
Vragen en antwoorden
1
Op welke bondgenoten en partners doelde de Franse president Macron concreet, toen
hij op 3 maart stelde dat de CSG (Carrier Strike Group) «ter ondersteuning van bondgenoten
en partners in de regio wordt ingezet»?
Zoals gecommuniceerd door Frankrijk, dragen naast Nederland ook Spanje en Italië bij
aan het verband. Nederland spreekt zich op verzoek niet openbaar uit over deelname
van deze partners.
2
Welke landen naast Frankrijk, Griekenland, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk
en Nederland leveren een bijdrage aan de CSG?
Zie het antwoord op vraag 1.
3
Wat is het mandaat van de Charles de Gaulle?
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat om de situatie in de regio te
monitoren en partners en bondgenoten bij te staan, waaronder Cyprus.
4
Kunt u de passage «bondgenoten en partners in de regio», zoals genoemd in de brief,
nader specificeren?
Zie het antwoord op vraag 1. De bewoording in de vraag heeft betrekking op het Franse
verzoek. Voor het Nederlandse kabinet wordt onder de inzet verstaan: het verdedigen
van de Carrier Strike Group, het verdedigen van Cyprus en van het NAVO-verdragsgebied.
5
Kunt u bevestigen dat de doelstelling van de inzet beperkt is tot uitsluitend de verdediging
van de CSG en het grondgebied van de Europese Unie en NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie)-bondgenoten?
De doelstelling van de inzet is verdediging van de CSG, Cyprus en bondgenootschappelijk
grondgebied.
6
Op welke wijze vindt afstemming en overleg plaats tussen Nederland in het kader van
de inzet binnen de CSG en de NAVO (en NAVO-bondgenoten), gelet op de schending van het Turkse luchtruim door een Iraanse raket
en de aanval op de Britse luchtmachtbasis Akrotiri op Cyprus, die aan Hezbollah wordt
toegeschreven?
Nederland staat doorlopend in nauw contact met al onze bondgenoten over de ontwikkelingen
in de regio, waaronder ook Turkije en het VK. Ook de Nederlandse inzet wordt besproken.
7
Moet het «het verzoek van Frankrijk en Cyprus» zo gelezen worden dat het Cypriotische
verzoek aan Nederland een afgeleide is van het Cypriotische verzoek aan Frankrijk
(zoals beschreven op pagina 3 van de brief) of heeft Cyprus ook direct de hulp van
Nederland ingeroepen?
Nederland heeft zowel een verzoek van Frankrijk als een verzoek van Cyprus ontvangen.
8
Wat gebeurt er als dit mandaat wijzigt?
Mocht Nederland een verzoek krijgen tot wijziging van dit mandaat, vindt hierover
nieuwe politieke besluitvorming plaats conform geldende procedures
9
Ligt aan het verzoek van Cyprus aan Frankrijk een juridische dan wel (EU-) verdragsrechtelijke
basis ten grondslag? Zo ja, welke?
Cyprus heeft het recht op zelfverdediging in het geval van een (onmiddellijk dreigende)
gewapende aanval en kan andere staten verzoeken daarbij te assisteren. In dit geval
is sprake van een bilateraal verzoek tussen twee staten. De navigatie van de CSG geschiedt
op basis van de vrijheid van navigatie, zoals gecodificeerd in het VN-Zeerechtverdrag.
Er is in dit geval geen nadere rechtsbasis vereist.
10
Heeft Nederland een juridische defensieverplichting jegens Cyprus?
Cyprus kan op basis van artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties alle landen
om hulp verzoeken bij de uitoefening van het nationale recht op zelfverdediging. Een
dergelijk verzoek creëert geen juridische verplichtingen om die hulp te bieden. Als
lid van de EU kan Cyprus ook artikel 42, zevende lid, van het Verdrag betreffende
de Europese Unie inroepen in geval van een gewapende aanval op het grondgebied van
Cyprus. Op grond van die bepaling in het VEU bestaat wel een juridische verplichting
om Cyprus alsdan bij te staan in de nationale zelfverdediging.
11
Kunnen de genoemde verzoeken vanuit Cyprus en Frankrijk voor deze bijdrage met de
Kamer gedeeld worden?
Ja, zie bijgevoegde vertrouwelijke bijlage.
12
Is het uitgesloten dat onder de genoemde «partners en bondgenoten» ook Israël kan
vallen?
Dat is nu niet aan de orde, Israël valt buiten reikwijdte van het huidige mandaat.
Eventuele wijziging van het mandaat zal opnieuw politiek worden gewogen.
13
Wat zijn de afzonderlijke mandaten van de landen die meedoen aan de missie rond Cyprus
en in het oostelijk Middellandse Zeegebied? Kan de Kamer, desnoods vertrouwelijk,
inzicht krijgen in deze informatie?
Het kabinet kan zich niet uitspreken over de exacte mandaten van bondgenoten vanwege
de operationele veiligheid.
14
Welke scenario’s zijn er voor het geval er vanaf de militaire bases in Cyprus offensieve
aanvallen worden gedaan, of als de militaire bases in Cyprus onderdeel worden van
offensieve aanvallen, mede in het licht van het defensieve mandaat van de Zr. Ms.
Evertsen in het beschermen van deze militaire bases in Cyprus?
Zr.Ms. Evertsen heeft een defensief mandaat ter bescherming van Cyprus. Zie het antwoord
op vraag 18.
15
Klopt het dat de Britse bases op Cyprus ook beschermd worden door de CSG en dat de
CSG ook de Verenigde Staten kan verdedigen indien zij op deze bases wordt aangevallen
door Iran?
Op verzoek van Cyprus beschermt de Carrier Strike Group het gehele eiland.
16
Welke activiteiten van de Charles de Gaulle vallen onder het «monitoren van de situatie»?
Het kabinet kan zich niet uitspreken over de exacte activiteiten van bondgenoten vanwege
de operationele veiligheid.
17
Kunt u toelichten wat de precieze samenwerking is of wordt met de aanwezige Britse
oorlogsschepen en Britse bases op Cyprus?
Actieve samenwerking binnen dit taakverband met het Verenigd Koninkrijk is niet voorzien.
Wel wordt de inzet met partners in de regio gedeconflicteerd om eventuele incidenten
te voorkomen.
18
Kunnen het Franse vliegdekschip Charles De Gaulle en andere opvarende schepen van
de Carrier Strike Group offensieve wapens inzetten?
Het Franse vliegdekschip heeft offensieve capaciteiten aan boord. Het vlootverband
heeft echter een strikt defensief mandaat. Omdat het verband een gelegenheidscoalitie
betreft, zijn individueel deelnemende landen verantwoordelijk voor het mandaat en
de taakstelling van hun betreffende eenheden. Het exacte mandaat en taakstelling van
het Nederlandse fregat is vastgelegd in de artikel 100-brief. Daarbij zijn de capaciteiten
van het schip niet ingericht voor offensief optreden. Mocht Nederland een verzoek
krijgen tot wijziging van dit mandaat, vindt hierover nieuwe politieke besluitvorming
plaats conform geldende procedures.
19
Beschikt het Franse vliegdekschip Charles de Gaulle over gevechtsvliegtuigen aan dek
en, zo ja, kunnen deze toestellen binnen het Franse mandaat offensief worden ingezet?
Zo ja, hoe verhoudt Nederlandse deelname aan dit vlootverband zich tot dat risico
op betrokkenheid bij offensieve operaties?
Ja, zie tevens het antwoord op vraag 18.
20
Kunt u uitsluiten dat Zr.Ms. Evertsen, direct of indirect, ondersteuning verleent
aan offensieve Franse operaties, bijvoorbeeld door luchtverdediging te leveren aan
een vlootverband van waaruit ook offensieve sorties worden uitgevoerd?
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat. Zie tevens het antwoord op vraag
18.
21
Welke gevechtshandelingen kan de Charles de Gaulle uitvoeren tijdens de stationering
in de Middellandse Zee?
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat en voert alleen defensieve handelingen
uit ter verdediging van het vlootverband, Cyprus en NAVO verdragsgebied.
22
Is er binnen de operatie sprake van enige vorm van informatie-uitwisseling, operationele
afstemming of samenwerking met Israëlische marine-eenheden, Israëlische luchtmacht
of Israëlische inlichtingendiensten? Zo ja, wat is de aard en reikwijdte daarvan?
Israël is niet betrokken bij deze inzet, er vindt geen afstemming noch samenwerking
plaats. Israël heeft geen toegang tot informatie van het LCF noch van de NAVO.
23
Kunt u aangeven of er op Cyprus momenteel sprake is van aanwezigheid van Israëlische
defensie- of inlichtingendiensten en of Nederland daarmee in enigerlei vorm samenwerkt
of informatie deelt in het kader van deze inzet?
Het kabinet is niet bekend met de aanwezigheid van Israëlische defensie- of inlichtingendiensten
op Cyprus.
24
Aangezien Frankrijk een missie overweegt om de Straat van Hormuz te heropenen, welke
risico’s zal zo’n missie hebben voor de Carrier Strike Group bij Cyprus?
De Franse inzet is beoogd plaats te vinden «na het einde van de heetste fase van het
conflict», dat is nu niet aan de orde en derhalve moeilijk te duiden. Wel zal duidelijk
zijn dat beide missies een verschillend mandaat en een verschillende geografische
afbakening hebben. Dergelijke inzet buiten het huidige mandaat vergt een heroverweging
van het kabinet. Ingeval van een positief besluit zal het parlement worden geïnformeerd
conform de afspraken zoals vastgelegd in het Toetsingskader.
25
Vallen onder de mogelijke gevechtshandelingen van de Charles de Gaulle ook preventieve
aanvallen tegen Iran of Iraanse doelwitten?
Nee, het vlootverband heeft een defensief mandaat.
26
Wat zijn uw gedachten over het begaanbaar maken van de Straat van Hormuz en wanneer
wordt hierover in EU-verband doorgesproken?
Het kabinet is zeer bezorgd over de situatie in de Straat van Hormuz, die resulteert
in pieken in de olieprijs en mondiaal een negatieve economische impact heeft. Wanneer
Iran zeemijnen in de Straat van Hormuz gaat plaatsen, wordt de situatie complexer
om weer begaanbaar te maken. Belangrijk om in Europees verband te bespreken hoe we
kunnen bijdragen aan het weer begaanbaar van deze belangrijke scheepvaartroute, zonder
dat we bij het conflict betrokken raken. Dat gesprek komt nu op gang.
27
Hoe past het beschermen van schepen die olie en gas richting Europa vervoeren, binnen
het mandaat van het marineschip Zr. Ms. Evertsen?
Op dit moment is dat niet aan de orde, past niet binnen het huidige mandaat.
28
Welke concrete Nederlandse economische belangen in het oostelijk Middellandse Zeegebied
spelen volgens u een rol bij deze inzet en kunt u uitsluiten dat bescherming van energiebelangen
of handelsroutes een feitelijke drijfveer is achter deze missie?
Met deze inzet draagt Nederland in het oostelijk Middellandse Zeegebied bij aan bondgenootschappelijke
en Europese solidariteit. De grootste economische belangen rondom dit conflict liggen
echter in de Golfregio, die gezien de inzet in het Oostelijk Middellandse Zee gebied
geen onderdeel uitmaken van de missie.
29
Kunnen onder de gevechtshandelingen van de Charles de Gaulle ook het beschermen van
Amerikaanse militaire doelen vallen?
Het vlootverband heeft een defensief mandaat om de situatie in de regio te monitoren
en Cyprus en NAVO-bondgenoten bij te staan.
30
Hoe wordt voorkomen dat de aanwezigheid van de CSG zelf bijdraagt aan verdere militarisering
van het oostelijk Middellandse Zeegebied?
De inzet van de Zr. Ms. Evertsen is qua duur, geografische inzet en doelstelling expliciet
afgebakend om dit te voorkomen. Dit wordt bij eventueel voorstel tot wijziging van
het mandaat opnieuw gewogen.
31
Wat zijn op dit moment uw gedachten over hoe kan worden bijgedragen aan de-escalatie
en het tegengaan van regionale instabiliteit?
Nederland zet zich in voor de-escalatie waar mogelijk, samen met Europese en regionale
partners. Daarin onderkent het kabinet dat de invloed van Europa beperkt is. Tegelijkertijd
moet Nederland doen wat het kan en zijn onze belangen groot. En dus spreekt het kabinet
met Europese en andere partnerlanden over diplomatieke kansen, hoe klein ook, en over
hoe onze belangen te beschermen.
32
Daar waar u in de Artikel-100 brief spreekt over zowel verdediging van Cyprus als
over verdediging van «bondgenootschappelijk grondgebied», kunt u nader specificeren
welke gebieden hieronder vallen en in welke scenario’s de inzet van Zr.Ms. Evertsen
zich zou kunnen uitstrekken buiten de verdediging van Cyprus?
Primair vallen de CSG en Cyprus onder het mandaat; de verwijzing naar bondgenootschappelijk
grondgebied is opgenomen om uitzonderlijke scenario’s af te dekken waarin het grondgebied
van NAVO bondgenoten binnen bereik wordt aangevallen, zodat het mandaat in die gevallen
ruimte biedt voor strikt defensief optreden ter bescherming van het NAVO verdragsgebied.
Uiteraard is in een dergelijk geval wel vereist dat het aangevallen land ook heeft
verzocht om hulp bij het uitoefenen daarvan.
33
Daar waar u in de Artikel 100-brief stelt dat de inzet tijdelijk is en in beginsel
tot begin april duurt, welke criteria worden er gehanteerd om te beoordelen of verlenging
noodzakelijk of juist ongewenst is?
Dat hangt af van de situatie op dat moment, daar kan nu niet op vooruit worden gelopen.
34
Klopt het dat er vanaf een militaire basis in Cyprus Amerikaanse aanvallen worden
uitgevoerd?
Het kabinet is niet bekend met bilaterale afspraken tussen Cyprus en de Verenigde
Staten over het gebruik van militaire bases op Cyprus.
35
Hoe draagt deze inzet concreet bij aan de veiligheid van Nederlanders in de regio?
De focus van het kabinet is meervoudig. Het zet zich onder meer in op de-escalatie
van de situatie en kijkt daarnaast doorlopend naar manieren om gestrande Nederlandse
reizigers naar Nederland terug te brengen, met civiele en ook militaire toestellen
van Defensie. Met de Nederlandse bijdrage van het fregat tonen we daarnaast bondgenootschappelijke
en Europese solidariteit. Ook dat is in het belang van Nederland en Nederlanders.
36
Waarom wordt deze inzet geschaard onder hoofdtaak 2 (bescherming van de internationale
rechtsorde) in plaats van hoofdtaak 1 (bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk
grondgebied), terwijl de inzet expliciet het beschermen van bondgenootschappelijk
grondgebied als doel heeft?
Omdat de primaire doelstelling van de inzet, zoals is toegelicht in de Kamerbrief
van 9 maart 2026, is om een bijdrage te leveren aan het verdedigen van de CSG en daarmee
ook Cyprus, tegen aanvallen van Iran of van aan Iran gelieerde gewapende groeperingen.
Dat is een inzet ter bevordering en bescherming van de internationale rechtsorde en
stabiliteit, en dus in het kader van hoofdtaak 2. Omdat noch artikel 5 NAVO Verdrag,
noch artikel 42, lid 7 van het EU Verdrag zijn ingeroepen, is geen sprake van het
uitvoeren van hoofdtaak 1.
37
Welke relatie heeft de motie-Tuinman/Stoffer (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2885), genoemd in een voetnoot in de beslisnota, met de beoogde inzet?
Geen. In de actuele situatie is deze motie niet aan de orde.
38
Klopt het dat onderdeel van de gevechtshandelingen van de Charles de Gaulle en het
Nederlandse schip er dus ook op neer kunnen komen dat Amerikaanse aanvalscapaciteit
op Cyprus wordt beschermd?
Zie het antwoord op vraag 34. Het vlootverband beschermt het volledige territorium
van Cyprus inclusief de op Cyprus gestationeerde militaire eenheden van andere landen.
39
Hoe verhoudt het feit dat u in de Artikel 100-brief stelt dat een eigenstandige evaluatie
van de inzet niet aan de orde is, zich tot eerdere afspraken met de Kamer, onder meer
via het Toetsingskader 2014?
In de kabinetsreactie (d.d. 20 mei 2020, Kamerstuk 27 925, nr. 721) op de moties Bosman (d.d. 6 februari 2020, Kamerstuk 27 925, nr. 699) en Kerstens/Van Ojik (d.d. 6 februari 2020, Kamerstuk 27 925, nr. 697) stelt het kabinet dat «de kosten en inspanningen die een eindevaluatie vergt in
verhouding moeten staan tot de omvang en duur van de missiebijdrage.» Het ligt het
in de rede dat voor een missiebijdrage van beperkte duur en omvang kan worden afgeweken
van de gangbare procedure voor een eigenstandige evaluatie.
40
Hoe verhoudt de aanvullende doelstelling ter bescherming van «bondgenoten en partners
in de regio» zich tot de geweldsinstructie die zich beperkt tot de verdediging van
de CSG en Cyprus?
Als een aanval wordt uitgevoerd op een NAVO-bondgenoot zoals Turkije of Italië, dan
is het allereerst aan die landen om te bepalen of zij bondgenoten willen verzoeken
te assisteren bij de verdediging tegen die aanval. Dit kan door middel van een direct
verzoek of, in het uiterste geval, door activatie van Art. 5 of. Nederland zal in
beide gevallen klaar staan om NAVO-bondgenoten te steunen. Zonder het verzoek mag het schip op dit moment echter geen acties
uit voeren. Het recht op zelfverdediging van het schip en de strike group blijft altijd
van toepassing. Het kabinetsbesluit om het schip in te zetten voor de bescherming
van het verdragsgebied is daarmee vooral een belangrijk signaal richting bondgenoten.
41
In hoeverre heeft Nederland een eigenstandige informatiepositie, casu quo wat zijn
de afhankelijkheden van landen als Frankrijk, de Verenigde Staten en Israël?
Het Nederlandse schip heeft een eigenstandige informatiepositie. Het fregat is in
staat om superieur beeld op te bouwen. Dit informatiebeeld wordt real time gedeeld
met de schepen binnen het vlootverband (allen NAVO bondgenoot).
42
In hoeverre verschilt het Nederlands politieke mandaat van het Franse politieke mandaat?
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat om de situatie in de regio te
monitoren en partners en bondgenoten bij te staan, waaronder Cyprus. Indien het LCF
zou worden verzocht om taken uit te voeren buiten het Nederlandse mandaat, dan vergt
dit een nieuwe politieke weging.
43
Welke informatie wordt uitgewisseld binnen het vlootverband?
Alle tactische en operationele informatie wordt gedeeld.
44
In hoeverre is de beëindiging van de inzet in de Middellandse Zee afhankelijk van
besluitvorming van de Fransen over de inzet van de Charles de Gaulle? Wat is het doel
van de missie van de Charles de Gaulle? Committeert Nederland zich aan
deze Franse missie?
Het Nederlandse mandaat is afgebakend in mandaat en tijd. Indien een verzoek volgt
buiten het mandaat van de beoogde inzet dan vergt dit een nieuwe politieke weging.
Nederland committeert zich aan de Franse inzet, in zoverre dit binnen het mandaat
valt.
45
Mocht de missie, de bestemming of de aard van de inzet van de Charles de Gaulle wijzigen,
neemt Nederland dan een nieuw besluit over de inzet van het Luchtverdedigings- en
Commandofregat (LCF)?
Zodra dit buiten het huidige mandaat valt, ja.
46
Waarom is ervoor gekozen om de missie in beginsel te beperken tot begin april, ook
al is de verwachting dat het conflict langere tijd zou kunnen duren?
De tijdspanne hangt samen met de oorspronkelijk geplande missie van Zr.Ms. Evertsen
in de Baltische regio en de onvoorspelbare ontwikkelingen in de regio.
47
Welke informatie kan worden uitgewisseld vanuit deelnemers binnen het vlootverband
met Israël of de Verenigde Staten?
Zie het antwoord op vraag 17, 22 55 en 56.
48
Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan voordat de inzet wordt beëindigd?
Geen. Het mandaat kent een afgebakende periode.
49
Wanneer verwacht u de Kamer te informeren over eventuele verlenging van de missie?
Dat is nu niet aan de orde. In voorkomend geval wordt de Kamer tijdig conform het
Toetsingskader 2014 geïnformeerd over de betreffende verlenging.
50
Wat betekent het dat de «beperkte inzet van defensieve aard» is? Wat is het mandaat
van de Nederlandse inzet? Betekent dit ook dat vanaf het LCF ter verdediging van de
CSG en Cyprus offensieve doelen van Iran of aan Iran gelieerde gewapende groeperingen
kunnen worden uitgeschakeld?
Het mandaat omvat alleen de defensieve inzet voor de verdediging van het vlootverband
en de verdediging van Cyprus en NAVO-verdragsgebied tegen een eventuele (onmiddellijk
dreigende) gewapende aanval. Er is geen mandaat voor offensieve acties.
51
Is het inroepen van Artikel 5 van het NAVO-verdrag eventueel van toepassing, mocht
de vloot worden aangevallen?
Artikel 5 van het NAVO-Verdrag bepaalt dat een gewapende aanval tegen een of meer
van haar in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen haar allen zal worden beschouwd.
Artikel 6 geeft daar nadere invulling aan door ander andere te bepalen dat artikel
5 mede van toepassing is op de strijdkrachten, schepen of luchtvaartuigen van een
van de partijen wanneer zij zich in of boven de Middellandse Zee bevinden. Het is
aan individuele bondgenoten om te bepalen of zij een beroep op artikel 5 van het NAVO-Verdrag
willen doen.
52
Hoe ziet de procedure eruit in het geval er bijvoorbeeld door (raket)aanvallen op
Turkije een Artikel 5-situatie ontstaat? Wat wordt in zo’n geval de nieuwe rol van
Zr.Ms. Evertsen?
Artikel 5 van het NAVO-Verdrag stelt dat een gewapende aanval op een of meerdere bondgenoten
wordt gezien als een aanval op allen. Het is afhankelijk van de aanval die plaatsvindt,
de schade die het berokkent en de dreiging die ervanuit gaat en wat de schaal van
de aanval is, hoe bondgenoten een gepaste reactie zullen zien. Mochten we geconfronteerd
worden met een situatie waardoor een bondgenoot zich genoodzaakt voelt een beroep
te doen op Artikel 5, zullen we hierover spreken met onze NAVO-bondgenoten. In geval
de Noord-Atlantische Raad besluit dat sprake is van een Artikel 5 situatie hebben
bondgenoten de verdragsrechtelijke verplichting direct te hulp te komen. In dergelijk
geval wordt uw Kamer zo spoedig geïnformeerd. Gezien de urgentie in een dergelijke
situatie is het denkbaar dat de Kamer niet voor de inzet kan worden geïnformeerd.
Een bondgenoot zal niet geheel onverwachts beroep doen op artikel 5; bondgenoten consulteren
elkaar voordat collectieve verdediging daadwerkelijk in werking treedt. Naar alle
waarschijnlijkheid zal een beroep op artikel 5 derhalve worden voorafgegaan door oplopende
spanningen en risico’s, en als gevolg daarvan doorgaans artikel 4 consultaties. In
een dergelijk scenario ligt ook betrokkenheid van de Kamer voor de hand.
53
Wat is de rol van de Kamer in een Artikel 5-situatie?
Zie het antwoord op vraag 52.
54
Wat is de nationale geweldsinstructie (gestoeld op defensieve inzet)?
Uit veiligheidsoverwegingen worden geen mededelingen gedaan over de inhoud van de
geweldsinstructie. Het LCF heeft een defensief mandaat.
55
Hoe is de inzet van de CSG afgestemd met Israël?
Niet.
56
Is er contact geweest met de Verenigde Staten en/of Israël over de inzet van het LCF?
Vanuit Nederland is geen contact gelegd met Israël over deze bijdrage. De Verenigde
Staten zijn via liaison officieren op de hoogte gebracht over de voorziene bijdrage.
57
Is het denkbaar dat er een vraag van de Verenigde Staten komt om het LCF ook offensief
in te zetten?
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat. Omdat het verband een gelegenheidscoalitie
betreft, zijn individueel deelnemende landen verantwoordelijk voor het mandaat en
de taakstelling van hun betreffende eenheden. Het exacte mandaat en taakstelling van
het Nederlandse fregat is vastgelegd in de artikel 100-brief. Daarbij zijn de capaciteiten
van het schip niet ingericht voor offensief optreden. Mocht Nederland een verzoek
krijgen tot wijziging
58
Wat is de reden dat er is gekozen voor een Artikel 100-inzet, aangezien het gaat om
verdediging van bondgenootschappelijk grondgebied (Artikel 97 van de Grondwet)?
De primaire doelstelling van de inzet, zoals is toegelicht in de Kamerbrief van 9 maart
2026, is om een bijdrage te leveren aan het verdedigen van de CSG en daarmee ook Cyprus,
indien daartoe aanleiding is. Dat is een inzet ter bevordering en bescherming van
de internationale rechtsorde en stabiliteit, en dus in het kader van hoofdtaak 2.
Omdat noch artikel 5 NAVO Verdrag, noch artikel 42, lid 7 van het EU Verdrag zijn
ingeroepen, is geen sprake van het uitvoeren van hoofdtaak 1.
59
Heeft u met Frankrijk contact gehad over de mogelijkheid van de inzet van het LCF
bij het escorteren van schepen door de Straat van Hormuz?
Er is met Frankrijk gewisseld over de zorgelijke ontwikkelingen in en rond de Straat
van Hormuz. Frankrijk monitort de ontwikkelingen maar de CSG heeft op dit moment een
defensief mandaat voor het opereren in de Middellandse Zee. Zie verder het antwoord
op vraag 22.
60
Wat vindt u van het nieuws dat president Macron een militaire escorte wil voor schepen
en tankers door de straat van Hormuz?
Het kabinet is zich zeer goed bewust van de economische impact van deze oorlog. Op
dit moment is een bijdrage aan de bescherming van de koopvaardijvaart, waaronder olietankers,
in en rond de Straat van Hormuz niet aan de orde. We blijven actief deelnemen aan
gesprekken met EU-partners over de verkenning van opties.
61
Is het LCF uitgerust om passend te reageren op asymmetrische dreigingen als drones
of moet het LCF in het geval van een aanval hier met relatief dure middelen op reageren?
Ja, het LCF heeft adequate middelen aan boord om te acteren binnen het bestaande dreigingsprofiel.
Het schip kan ook reageren tegen unmanned aircraft systems (UAS).
62
Is het uitgesloten dat deelnemers van het vlootverband informatie uitwisselen met
Israël of de Verenigde Staten die deze landen offensief zouden kunnen aanwenden?
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat. Israël heeft geen toegang tot
informatie van Zr.Ms Evertsen noch van de NAVO. Informatie over het luchtbeeld wordt
met schepen binnen het vlootverband en de NAVO gedeeld om eventuele incidenten te
voorkomen.
63
Zijn er onderdelen van het konvooi die een geweldsinstructie hebben die verder strekt
dan de verdediging van de CSG en het grondgebied van EU- of NAVO-bondgenoten?
Het vlootverband heeft een strikt defensief mandaat. Omdat het verband een gelegenheidscoalitie
betreft zijn individueel deelnemende landen verantwoordelijk voor het mandaat en de
taakstelling van hun betreffende eenheden. Het exacte mandaat en taakstelling van
het Nederlandse fregat is vastgelegd in de artikel 100-brief.
64
Is het mandaat van de andere landen die deelnemen en capaciteit leveren aan de CSG
ook defensief of verschilt dat per land? Zo ja, kan dat worden toegelicht, ook wat
dergelijke defensieve mandaten behelsen en of bij andere landen het doen van bijvoorbeeld
preventieve aanvallen is uitgesloten?
Zie antwoord op vraag 63.
65
Hoe en wanneer wordt het parlement geïnformeerd wanneer het mandaat van een andere
deelnemer aan de CSG wijzigt?
Alleen als het raakt aan het Nederlandse mandaat zal het kabinet op basis van een
nieuwe weging hierover het parlement informeren.
66
Is er een scenario mogelijk waarbij binnen het defensieve mandaat van de Zr. Ms. Evertsen
een offensieve actie wordt verdedigd van een ander land, dat deelneemt aan de CSG?
Een dergelijk scenario valt niet binnen het huidige mandaat van de Zr.Ms. Evertsen.
Indien Frankrijk of een ander deelnemend land besluit om het mandaat of de taken te
wijzigen, zal dit leiden tot een hernieuwde afweging door het kabinet. In voorkomend
geval wordt de Kamer conform het Toetsingskader 2014 geïnformeerd over de betreffende
wijziging.
67
Welke scenario’s zijn er uitgewerkt inzake het risico dat Nederland onderdeel wordt
van de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran? Kan de Kamer die ontvangen?
Aangezien dit soort scenario-analyses deels gebaseerd worden op vertrouwelijke (inlichtingen-)informatie,
kunnen we die niet publiek delen. De uit de analyse volgende risico’s zijn geschetst
in de Kamerbrief. Hierbij benadrukt het kabinet dat het beperkte NL-mandaat (defensief),
bijdraagt aan een lager risicoprofiel.
Risico’s zijn gewogen en de overwegingen zijn meegenomen bij de afbakening van het
mandaat. De volatiele situatie in de regio inclusief mogelijke risico’s wordt uiteraard
nauw gemonitord.
68
Wat zijn de risico’s van de missie met betrekking tot verdere escalatie in de regio?
Kan de Kamer die risicoanalyse ontvangen, evenals de adviezen die u hierover heeft
gekregen?
Zie het antwoord op vraag 67.
69
Is het Nederlandse fregat in het geplande vlootverband het enige schip dat voor luchtverdediging
kan zorgen?
Nee, de carrier strike group heeft meerdere mogelijkheden om in luchtverdediging te voorzien.
70
Aangezien de Zr. Ms. Evertsen in het oosten van de Middellandse Zee zal worden ingezet,
in welke regio of bij welke missie wordt het fregat nu dan niet ingezet en wat betekent
dat voor de missie daar?
Het schip is begin februari vertrokken voor gereedstellingsactiviteiten in het verband
met de Carrier Strike Group onder leiding van de Fransen. Door samen met het vlootverband
de koers te verleggen naar de Middellandse zee blijft het verband aan Europese interoperabiliteit.
71
Wat zijn de Rules of Engagement voor het gebruik van (persoonlijke) offensieve wapens?
Uit veiligheidsoverwegingen worden geen mededelingen gedaan over de inhoud van de
geweldsinstructie. Het LCF heeft geen offensief mandaat.
72
Mag er offensief worden ingegrepen wanneer een vaartuig wordt benaderd door onbekende
vaartuigen volgens de geldende Rules of Engagement?
Het LCF heeft een defensief mandaat. Geweld kan worden gebruikt op basis van het inherente
recht op zelfverdediging bij eventuele aanvallen tegen het Luchtverdedigings- en Commandofregat
en het vlootverband waarin het fregat optreedt.
73
Wat gebeurt er wanneer vluchtelingenboten zich richting het schip begeven?
Op grond van het internationaal recht van de zee moet hulp worden geboden aan schipbreukelingen
en anderen in nood op zee. Daarnaast is in een dergelijke situatie contact met instanties
belast met search and rescue in de betreffende zeegebieden van belang.
74
Zijn er sinds de «blue-on-blue» incidenten met Amerikaanse jachtvliegtuigen maatregelen
genomen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen?
Ja er wordt met partners in de regio gedeconflicteerd om eventuele incidenten te voorkomen.
75
Zijn er afspraken met andere landen, naast de aanwezige schepen, om in een worstcasescenario
extra luchtsteun te krijgen?
De CSG heeft voldoende luchtsteun beschikbaar.
76
Op welke wijze wordt er onderzoek uitgevoerd naar (mogelijke) burgerslachtoffers als
gevolg van de defensieve operatie van de CSG, hoewel het risico hierop klein is?
In het geval van vermoedens van burgerslachtoffers volgt Defensie een standaardprocedure.
Wanneer een voorval plaatsvindt, kan een melding van een vermoeden van burgerslachtoffers
of ernstige materiële nevenschade worden gedaan op basis van eigen informatie van
Defensie, informatie van de coalitie waarin Nederland op dat moment opereert, of informatie
vanuit derden (bijvoorbeeld via het «meldpunt burgerslachtoffers»).
Afhankelijk van de aard van de melding kan er behoefte zijn aan een kort vooronderzoek.
Defensie kijkt dan in welke mate Nederlandse betrokkenheid bij het gemelde incident
aannemelijk is. Over de uitkomsten van het vooronderzoek rapporteert Defensie op de
website.
Als Nederlandse betrokkenheid aannemelijk is, kan Defensie een onderzoek starten.
Wanneer Defensie een onderzoek instelt naar (een vermoeden van) burgerslachtoffers,
wordt de Kamer conform de geldende afspraken binnen een week geïnformeerd. Ook over
de uitkomsten van het onderzoek wordt de Kamer geïnformeerd.
Na iedere geweldsaanwending informeert Defensie ook de hulpofficier van de Koninklijke
Marechaussee die namens het Openbaar Ministerie acteert. Het OM kan eigenstandig besluiten
een onderzoek in te stellen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.W. Westerhoff, griffier